2025-01-08 Transcript Raadstafel Bestuurlijk gemeenteraad Deventer 8 januari 2025
Tekst van het document
31 wordt ook nachthoreca in relatie tot Havenkwartier genoemd. Vind ik best wel een ongelukkige om dat in deze Detailhandel- en horecavisie terug te lezen, gezien de flinke discussie die we met bijvoorbeeld het Burgerweeshuis hebben gehad, waarin we nou juist andere keuzes maken. Dus ik vind het dan soms ook wel lastig hoe we nou dit soort bouwstenen in relatie tot detailhandel-horeca moeten duiden ten opzichte van andere beleidsvelden binnen dit huis. Maar daar gaat de wethouder misschien zo ook nog wel iets over zeggen. De voorzitter: Dat zullen we gaan zien. Ik zie dat er vanuit de zijde van de Raad verder geen inbreng is en dat betekent dat we overgaan naar de wethouder om te reageren op de inbreng vanuit de Raad. Wethouder Van Essen: Dank u wel voorzitter. Ik sluit me aan bij wat de heer Evers net zei, dat het fijn is dat we nu met elkaar ook tot de inhoud van die bouwstenen zijn gekomen. Waar vorige keer het proces wat centraler stond, staat nu die inhoud centraal. En dat is fijn, want daar gaat het volgens mij met elkaar ook om. Zonder op alle punten afzonderlijk te gaan reageren, want daar is mijn samenvatting denk ik niet voor bedoeld. Er zijn drie dingen die ik graag mee zou nemen. Het eerste is dat uw Raad ook samenhang en overzicht vraagt.
Het zijn allemaal losse bouwstenen als input voor de Omgevingsvisie, maar eigenlijk zegt u: we willen daar als het ware een soort kop of een soort opleggen om die samenhang aan te kunnen raken. Er wordt ook aanvullingen en verdieping gevraagd op thema's die er wel in staan, maar nog meer uitgewerkt mogen worden. Bijvoorbeeld De Snipperling hebben we een paar keer gehoord, Boxbergerweg, maar soms ook op thema's die hier niet in staan. Maar ik heb hem even meegenomen, want ik heb gekregen toen ik hier begon, de uitvoeringsagenda Economie, waar heel veel thema's die u noemt vanavond, zoals onder ondernemersondersteuning, best wel uitgebreid in terugkomen. Maar dat is een uitvoeringsagenda. Dus ik denk ook dat waar aanvullingen en verdiepingen gevraagd worden die misschien niet passen in die oplegger, dat het wel past in een geactualiseerde uitvoeringsagenda die u ook graag wilt zien. Want ik denk dat dat op heel veel thema's het punt is vanavond. En de heer Evers zei het net al even, er gebeurt heel veel. Maar als Raad heb je er niet altijd overzicht op, dus college, help ons ook om dan die samenhang te zien, zo'n oplegger ook te geven. Maar ook aan te geven wat voor andere stukken er zijn en die misschien geactualiseerd moeten worden als het niet in een Omgevingsvisie of in een omgevingsprogramma terecht zou kunnen komen.
En ook dat zie ik als dan taak voor het college, voorzitter, om in die opleg ook aan te geven wat tot actualisering van die uitvoeringsagenda zou moeten komen. En wat tot concrete acties, want dat woord heb ik ook een paar keer gehoord, in relatie tot Boxbergerweg, Snipperling. Acties, uitvoering. Hoe dat daarin grijpt. Ik heb ook een paar keer … De voorzitter: Eerst een interruptie bij de heer Peeters. Over dit punt, neem ik aan. De heer Peeters: Ik begrijp de wethouder wel als hij spreekt over de actualisatie van die uitvoeringsagenda, maar dat is niet iets wat de Raad vaststelt, een uitvoeringsagenda. Voor zover ik dat weet. Maar misschien is dat anders. Dus de vraag is dan wel heel erg: hebben we dan als Raad niet wat anders nodig wat daar nog boven hangt, boven die uitvoeringsagenda, wat de economie in brede zin misschien ook wel wat meer visie geeft? Dus misschien een reflectie van de wethouder daarop. De voorzitter: De wethouder. Wethouder Van Essen: Voorzitter, dat snap ik. En ik denk ook dat we in die oplegger die vragen en die samenhang wat ik net zei, die u signaleert, ook echt een plek kunnen geven. Maar omdat ik een aantal keren het woord actie hoorde, dat link ik aan uitvoering. Ik signaleer ook dat er heel veel dingen gebeuren waar u niet van op de hoogte bent gebracht.
En dat zie ik als een manier, als je dit actualiseert, om u er toch mee in te nemen hoe dit soort acties of dit soort punten die u meegeeft aan het college kunnen leiden tot uitvoering. De voorzitter: Dank u wel. En met u bedoelt u denk ik uw Raad. Wethouder Van Essen: Ja.
32 De voorzitter: Mooi. Dan mag de wethouder zijn betoog vervolgen. Wethouder Van Essen: En als laatste punt, dat heb ik ook wel een aantal keer terug gehoord: afwegingen van deze bouwstenen ten opzichte van andere portefeuilles. Het gaat om duurzaamheid, sociaal, wonen een paar keer gehoord in relatie tot die hotel discussie. En dat is nou bij uitstek wel het traject wat we gaan lopen bij de Omgevingsvisie, waarin uw Raad uiteindelijk ook gaat zeggen dat misschien op sommige plekken de woonambitie boven een economische of, concreet, een hotel ambitie gaat of juist andersom. Dus ik zie een aantal punten die u inbrengt echt als misschien een soort voorbode van de discussie die we bij de Omgevingsvisie gaan hebben, waarin prioritering in ambities zit. Als u zegt: wij willen juist wel een bepaalde mix in de binnenstad rondom hotelappartementen, of wij willen geen hotelappartementen in de binnenstad, dan zit je ook ambities en portefeuilles ten opzichte van elkaar te wegen. En daar zijn die bouwstenen of een sectoraal stuk natuurlijk niet de plek voor. Is een Omgevingsvisie wel degelijk en de programma's die daaronder hangen de plek voor. Dus dat even, voorzitter. De samenhang en overzicht is mij gevraagd. Ik denk dat een oplegnotitie die ik naar uw Raad kan laten komen waarin ik even sec inga ook op alle punten die u vanavond inbrengt, dat dat het kan geven.
Er zijn aanvullingen en verdiepingen gevraagd, die zou ik in zo'n oplegnotitie kwijt kunnen. En de afwegingen ten opzichte van andere portefeuilles, dat is natuurlijk iets wat ook nog politiek moet gebeuren. En daar bent u ook echt aan zet. En daar is ook het college in een Omgevingsvisie nog aan zet. De voorzitter: Dank u wel. Dan noteren we de toezegging dat de wethouder naar de Raad toekomt met een oplegnotitie over de inhoudelijke punten die zijn ingebracht. Ik zie dat er een vraag hierover is bij mevrouw Van der Meer van GroenLinks. Mevrouw Van der Meer: Voorzitter, dan een uitdrukkelijke interruptie, want volgens mij wil de Raad nog wel over het proces spreken. En de conclusie bij de vorige raadstafel was dat een overgrote meerderheid van de fractievertegenwoordigers uitvoering wil van de motie, namelijk een Visie om vast te stellen, breder dan alleen de binnenstad. Dat is niet hetzelfde als een oplegnotitie. De Raad vraagt niet om een oplegnotitie. De Raad heeft gevraagd, in meerderheid, met een motie om met een Visie te komen, tenzij we overtuigd zouden zijn. Ik zie hier woordvoerders die niet overtuigd zijn. Dus volgens mij hoeft de Raad ook geen toezegging, maar ligt nog steeds de opdracht om met een Visie te komen. Weliswaar voor het einde van het kwartaal 2024. Dat wordt niet meer gehaald.
De voorzitter: Wat is de reactie daarop van de wethouder? Ik zag trouwens ook nog andere handen. Of wil u eerst dit punt afwikkelen? De heer Evers. De heer Evers: Misschien ook wel een aanvulling. Horeca- en detailhandelsvisie, daar hebben we het inderdaad over gehad. We hebben bouwstenen. Je merkt dat we daar allemaal een beetje mee worstelen. Wat moeten we nou met die bouwstenen? De suggestie van de wethouder is te komen met een oplegnotitie. Dat is dan misschien ook wel net niet helemaal wat we eigenlijk nodig hebben. Maar ik wil wel ergens proberen … Misschien kunnen we ook wat bruggen slaan in wat dan wel mogelijk zou zijn. We hebben een prachtig plan liggen, door een goed bureau uitgevoerd voor de binnenstad. Waar ook een flinke analyse gemaakt is van, wat is er op dit moment in de detailhandel aan de hand? Je zou best na kunnen denken of dat bureau niet dat verhaal iets wil optillen, die analyse iets verbreden, over wat beter betekent dat nou voor dorpen? Wat betekent dat nou voor een ontwikkeling als De Snipperling? Wat betekent het ook voor wat andere onderwerpen die wij graag nog zien? En dan kom je misschien tot … Of je het dan een Detailhandelsvisie wil noemen, maar dan heb je wel een stuk waarmee we met zijn allen een soort stip op de horizon hebben.
Wat willen we nou? Hoe verhoudt zich dat prachtige plan wat we nu voor de binnenstad wel hebben, maar wat we eigenlijk op andere fronten nog wel een beetje missen … Zou er niet op die manier een soort document gemaakt kunnen worden waarin die stip op de horizon wel gezet wordt? En dat is dan wel iets meer dan een oplegnotitie, want dat zie ik dan toch vooral als een soort ambtelijke notitie. Ik vind namelijk ook als je zo'n detailhandelsdocument hebt, dat het ook iets is waarmee je naar buiten kunt uitstralen: kijk eens, dit is hoe wij in Deventer tegen detailhandel aankijken op dit moment. Dat is het mooie
33 natuurlijk, we praten hier over detailhandel en horeca in Deventer waar het op dit moment ontzettend goed mee gaat. Maar het mooie is dat zo'n document ook partijen kan enthousiasmeren om naar Deventer te komen. De voorzitter: Uw punt is duidelijk. Wat is uw concrete vraag? Voordat ik de wethouder de mogelijkheid geef om daarop te reageren, wij gaan in principe niet over wat het college schrijft. Als het college … Wel later in het model, maar wanneer het college natuurlijk met een oplegnotitie wil komen, dan kan de Raad … Dat is de behoefte van het college zelf. Dat moet ze zelf weten. Maar ik hoor hier de concrete vraag om een Visie van raadsleden. En ik wil daar eerst de wethouder de mogelijkheid geven om op te reageren. En daarna gaan we naar de heer Aydin. De wethouder. Wethouder Van Essen: Voorzitter, ik vind de suggestie van de heer Evers een charmante suggestie. Want wat ik heb proberen te zeggen is dat ik hoor dat de Raad samenhang en overzicht vraagt. Dat ik hoor dat ze aanvulling en verdieping op een aantal thema’s vraagt. En als een onderdeel van deze bouwstenen de vorm heeft die u graag wenst om aan die punten tegemoet te komen, dan wil ik dat wil ik dat gerust ter harte nemen. Ik heb ook proberen te zeggen dat het laatste punt, die afweging met andere portefeuilles, dat je die moeilijk kunt maken.
Maar de suggestie van de heer Evers wil ik daar wil ik gerust aan tegemoetkomen. De voorzitter: En kunnen we die dan als toezegging noteren? Hoe formuleert u zelf die toezegging? Wethouder Van Essen: Ja hoor. Het wordt natuurlijk in die zin een semantische discussie hoe je het noemt. Ik heb geprobeerd vier dingen aan te geven wat ik denk dat u vraagt. Samenhang, overzicht, aanvulling en verdieping op de thema's die u aangeeft. De heer Evers doet een suggestie hoe dat dan vorm te geven, zoals een onderdeel van die bouwstenen. En als ik de Raad daarmee kan helpen en het college kan helpen om hier iets neer te leggen waar u tevreden mee kunt zijn, dan doe ik dat graag. De voorzitter: Dan gaan we eerst naar de heer Aydin en dan naar mevrouw Eltink. De heer Aydin. De heer Aydin: Dank u wel voorzitter. Ik kon eerlijk gezegd inbreng van de heer Evers niet zo goed volgen. Het ging over een document, een stip op de horizon, maar het woord Visie ontbrak daarin. Even een directe vraag richting de heer Evers. De motie die is ingediend en die volgens mij door het merendeel van de Raad is aangenomen, staat u daar nog achter? Voorzitter, staat de heer Evers daar nog achter? Of houdt u het bij een document en een stip op de horizon? Want ik ondersteun het betoog van mevrouw Van der Meer wel namelijk. De voorzitter: De heer Evers. De heer Evers: Zeker.
En ik ondersteun dat betoog van mevrouw Van der Meer ook. Maar waar ik voor wil waken is dat we al dat werk wat er al gedaan is, dat we nu met een Detailhandel- en horecavisie eigenlijk weer met een heel nieuw document gaan komen. Terwijl ik zou zeggen: er ligt al ontzettend veel en zet daar een goede paraplu boven. En of we het dan een Visie noemen of een stip op de horizon, noem het een Visie. Maar dat zit daar wat mij betreft in. Waar willen we in Deventer met detailhandel en horeca naartoe en hoe gaan we daar vorm aan geven? De voorzitter: De heer Aydin, kort. De heer Aydin: Dank u wel voorzitter. Dan zou ik er waarde aan hechten … Goed, ik ga er niet over wat wel en niet als toezegging wordt meegenomen. Maar er is net een toezegging geformuleerd over stip op de horizon. Laten we dat dan even scherpstellen als een visie en dat die motie wordt uitgevoerd. Want ik heb nu het gevoel dat we een beetje een vage toezegging hebben over een stip op de horizon, document of een Visie Dus laten we dat alsjeblieft even scherpstellen. Is het een document? Want er ligt nu best veel. Dus die Horecavisie is volgens mij niet heel complex, om wat er nu ligt naar een hoge planten tillen. Dus ik zou daar graag even wat verduidelijking over willen vanuit de portefeuillehouder.
34 De voorzitter: De wethouder. Wethouder Van Essen: Voorzitter, we zijn inderdaad weer aanbeland bij de vorige raadstafel. Het college heeft in de raadsmededeling aangegeven geen Visie te willen maken, omdat veel van de input kan landen in de Omgevingsvisie en omgevingprogramma's. En één van de problemen is dat heel veel economisch beleid niet ruimtelijk is doorgewerkt, waardoor we casus hebben als de Aldi en noem maar op. Dus dat zie ik als grote prioriteit. Ik zie ook dat u thema's aanraakt die wel degelijk in uitvoeringsagenda's en andere dingen staan, waarvan de Raad eigenlijk aangeeft: we zijn daar onvoldoende van op de hoogte, we kunnen er niet op sturen. En ik heb een suggestie proberen te doen om daar met elkaar uit te komen. Maar wel voor het grootste gedeelte toch ook het economisch beleid te kunnen verankeren met deze bouwstenen, in uiteindelijk een stuk wat u zelf vaststelt. De voorzitter: Mevrouw Eltink, Gemeentebelang. Mevrouw Eltink: Dank u wel voorzitter. Wij staan ook in principe achter de uitspraak van mevrouw Van der Meer, maar ook de suggestie die de heer Evers heeft gedaan. Neem dat BRDG-advies en ga vandaaruit verder. En dan zit ik meer te denken, dan noem je het geen Visie, maar een richtinggevend document maken waar al die aspecten terugkomen die nu benoemd zijn.
Want samenhang en overzicht waar de wethouder het over heeft en aanvullen en verdieping, die geven nog niet een stip op de horizon voor mijn gevoel en geen richting. Dus dat zou er dan in moeten komen en dan ga je ook richting een Visie, om het maar zo te zeggen. En koppel daar dan een uitvoeringsprogramma aan wat gedeeltelijk al ter beschikking is, wat misschien geactualiseerd kan worden en dan ook aangevuld. En dan heb je een stuk waarover je kunt spreken, waar hopelijk … De bouwstenen komen gewoon terug in die Omgevingsvisie, maar ook al die andere aspecten die genoemd zijn nu tijdens deze raadstafel ook aan de orde komen. De voorzitter: Dank u wel. De wethouder wil daarop reageren. Kort. Wethouder Van Essen: Voorzitter, even voor de scherpte. Want ik heb proberen een toezegging te doen. Die is voor een gedeelte aanvaard maar voor een gedeelte niet. En om de opdracht aan het college duidelijk te krijgen, zou ik het toch waarderen als u in uw eerstvolgende besluitvormende Raad de opdracht herformuleert of aanscherpt. Want anders dan blijven we de volgende keer weer met elkaar dimdammen over wat er precies is afgesproken. En dan zien we wat er daarin terugkomt. De voorzitter: Het is een staatsrechtelijk novum dat een wethouder vraagt om een motie in te dienen op zijn eigen portefeuille. Maar die noteren we.
Ik zie eerst de heer De Bokx, dan de heer Buist en dan mevrouw Van der Meer. De heer De Bokx. De heer De Bokx: Dank u voorzitter. Ik hoorde namelijk net in een interactie de heer Evers, de indiener van de motie en de portefeuillehouder dicht naar elkaar komen. De één noemt het een oplegger, de ander noemt het een opgetild plan. Vervolgens wordt er toch gevraagd om een Visie. Dan wordt er een beetje teruggepakt op: misschien moeten we het geen Visie noemen. Misschien voor de duidelijkheid even een verhelderende vraag aan de portefeuillehouder: gaat het om de term Visie of het proces voor de totstandkoming van het document waar over gevallen wordt? De voorzitter: Wethouder, kort. Wethouder Van Essen: Voorzitter. Het gaat eigenlijk om dat de Visie is vertaald in een raadsmededeling die er al eventjes ligt. Dat daarop in is gezet om alles te verwerken, zoveel mogelijk in de Omgevingsvisie en omgevingsprogramma, die in mei al in concept klaar moet zijn. En als we wat anders moeten doen, moet het wat mij betreft volstrekt duidelijk zijn wat dat dan is. Want anders dan ben ik bang dat ik misschien weer niet tegemoet
35 kan komen aan wat u eigenlijk vraagt. Dus daarin vraag ik duidelijkheid. Ik ben het met de heer De Bokx eens dat ik dacht daar iets in te vinden. Maar als daar toch weer licht tussen komt te zitten, dan heb ik liever duidelijkheid dan een afspraak waar een gedeelte van de Raad heel blij van wordt en een ander gedeelte dan weer niet. De voorzitter: De heer Buist, ChristenUnie. De heer Buist: Dank u wel voorzitter. Ik stak al iets eerder mijn hand op en daarna kwam er nog een hele discussie. Maar als ik ook gewoon kijk naar het bespreekvoorstel en hoe we er de vorige keer over gesproken hebben en hoe ik het dan interpreteer, dan heb je het over bouwstenen. Daar hebben we het vorige keer over gehad. We hebben vanavond daar nog gewoon vanuit iedere fractie elementen voor genoemd wat je als bouwstenen kunt aanmerken. En dan als ik naar de titel kijk, dan is uiteindelijk het doel conform de motie die is aangenomen dat je een Detailhandel- en horecavisie wil laten vaststellen op termijn. Of er dan een Omgevingsvisie in de maak is, dat is een heel ander schaalniveau en ander detailniveau dan specifiek deze onderwerpen waar ook vanavond best hele interessante dingen over gezegd zijn. En in een Visie ga je naar mijn idee ook wat in de diepte om een uitvoeringsprogramma of een richting op te nemen wat je eventueel wil oppakken, op de onderwerpen die ook vanavond genoemd zijn.
Dus in die zin denk ik dat het wel degelijk in de lijn van de motie is om toch die stap te maken, bouwstenen. En daar kun je die oplegnotitie die de wethouder toezegt aan toevoegen, kijken: hebben dan een compleet verhaal als bouwsteen? En vervolgens ga je een vervolgstap maken. En hoe gedetailleerd en hoe precies je dat gaat doen … Er ligt gewoon heel veel materiaal, geeft de wethouder aan. Maar het is wat mij betreft te eenvoudig om dan te zeggen: we hebben al die documenten, die zijn heel bruikbaar, nietje erdoor, Visie. Dat is even iets te simpel. Volgens mij gaat dat niet helemaal werken. Je zult dan toch op basis van wat er vanavond en de vorige keer is gezegd hier en daar kijken: wat kunnen we in de toekomst in een programma zetten of in een agenda zetten voor uitvoering, wat willen we eventueel gaan aanpakken? Dank u wel. De voorzitter: Uw oordeel is duidelijk. Dan gaan wij kort naar mevrouw Van der Meer. We hebben nog vijf minuten over voor deze vergadering. Ik wil vooral eerst door naar de andere raadsleden omdat er geen vraag is gesteld door de heer Buist. En daarom wil ik eerst mevrouw Van der Meer het woord geven. Kort, allemaal. Mevrouw Van der Meer: Kort. Ik raak een beetje gepikeerd over de suggestie een motie in te dienen op iets waar al een motie over is aangenomen.
En als we dan echt de boel scherp gaan zitten, heb ik de vraag voor het college: is het college voornemens een motie niet uit te voeren? Want dan hebben we die scherpte nodig. Maar dat hoor ik ook niet, want er is toch ook inderdaad de tegemoetkoming om met een oplegger te komen. Maar volgens mij is dat niet een stuk wat wordt vastgesteld. En daar waar om wordt gevraagd, van waar is nou heel erg behoefte aan, dat is sturing van de Raad. Dat we een juiste cyclus hebben die wij dus hanteren door visies te maken waarin we afspraken maken over welke doelen we gaan bereiken, dat die SMART geformuleerd zijn. Dus dan kunnen we allemaal de aanbeveling van de Rekenkamer overnemen. Dus over wat er eigenlijk wordt verwacht van het stuk wat wij willen hebben. En ik denk niet dat we dus verder discussies moeten gaan hebben over wat de Raad wil, want dat is volkomen helder samengevat in een motie in 2023. De voorzitter: Kan de wethouder hier concluderend op reageren? Want ik eigenlijk naar een afronding van deze vergadering. Wethouder Van Essen: Dat snap ik, voorzitter. Ik heb van mijn linkerzijde nog een suggestie gekregen die ik u niet zou willen onthouden. Zou daar even ruimte voor zijn voordat we concluderen? De voorzitter: Als die suggestie kort en bondig is, dan is daar ruimte voor. Ambtelijke ondersteuning: Ik zal het proberen, voorzitter.
36 De voorzitter: U mag even bij de microfoon gaan zitten. Wellicht even ruilen van stoelen. Of hier, dat mag ook. Ambtelijke ondersteuning: Dank u wel voorzitter. Dat is nog even extra informatie die ik u inderdaad niet wou onthouden als Raad. En dat heeft te maken met de keuze dat wij eigenlijk sinds 1 januari 2024 hebben te maken met de Omgevingswet, waarbij eigenlijk de hele filosofie van de Omgevingswet is dat we geen sectorale, losse beleidsstukken meer gaan maken. Daar hebben we als organisatie ook afspraken over gemaakt. En dat heeft er ook mede mee te maken dat, stel dat we nu los een Horeca- en detailhandelsvisie zouden gaan maken en die aanbieden, daar zouden we het over kunnen hebben en die kan een Raad vaststellen. Alleen die mag geen status hebben, omdat de Omgevingswet regelt dat al het beleid dat gaat over de fysieke leefomgeving moet landen in één van de instrumenten van de Omgevingswet. En dat zijn Omgevingsvisie, omgevingsprogramma, omgevingsplan. Dank je wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik wil naar een afronding komen van de avond en tegelijkertijd zie ik nog veel open eindjes bij de Raad. Het werkt het beste als raadsleden kort en bondig een eventuele vraag of vervolgwens formuleren. Daarmee maakt u het leven van de wethouder en van uw voorzitter eenvoudiger. Wie mag ik zeer kort het woord geven? De heer Peeters.
De heer Peeters: We hebben het vanavond ook gehad over de meetbaarheid van beleid. In alle bouwstenen staat: gezonde balans, passend. Ja, wat is dat? We weten het niet. Dus vandaar de Visie. Ook vanuit onze fractie. De voorzitter: De heer Kleine Schaars. De heer Kleine Schaars: Voorzitter, het blijft een lange discussie. Om hem heel kort en plat te slaan, ik denk dat we met zijn allen moeten wachten op wat de portefeuillehouder ons gaat u toezenden en produceren. En ik denk dat we daar moeten kijken of we een vervolg hier aan deze sessie geven. De voorzitter: De heer Aydin, Partij van de Arbeid. De heer Aydin: Ik kan me geheel aansluiten bij de heer Kleine Schaars. De voorzitter: Dan denk ik voor nu … de heer Evers, kort. CDA. De heer Evers: Op zich ben ik het daar wel mee eens. Wat ik probeerde met mijn bruggen slaan is toch iets meer richting mee te geven wat de wethouder ons dan zou kunnen aanleveren. En als die in die richting doet, denk ik dat we een heel eind zijn. We moeten denken inderdaad, een goede interventie, wel eventjes op onze weg zoeken in dit hele nieuwe plan met de Omgevingswet. En misschien moeten we wel nadenken of dat Omgevingsprogramma, waarvan we in principe na de Omgevingsvisie en omgevingsprogramma krijgen, ook detailhandel-horeca weer terugkomt, wat eigenlijk een collegebevoegdheid is.
Misschien moeten we daar wel een afspraak over maken, dat we in die fase het omgevingsprogramma ook als Raad gaan vaststellen. Dus dat we nu een paraplu erop krijgen en meer stippen op de horizon, of we het nou Visie noemen of niet, maar wel wat meer samenvattend en verdiepend op een aantal onderwerpen. Dan hebben we houvast voor de komende tijd. Omgevingsvisie komt eraan. En dan een omgevingsprogramma waar we echt op inhoud, want dan past hij ook in de cyclus van de Omgevingswet, maar dat we dan wel, zoals in andere gemeenten ook gebeurt, zeggen: dat omgevingsprogramma dat willen we graag als Raad vaststellen. De voorzitter: Kunt u tot een afronding komen? De heer Evers: Dat is … Ja, heel goed, voorzitter. De voorzitter: Ik wil de avond tot een afronding brengen. En ik constateer dat de wethouder een toezegging heeft gedaan over met een oplegnotitie te komen over de punten die inhoudelijk vanavond zijn ingebracht. De
37 toezegging formuleren we als volgt: de portefeuillehouder wil een document opstellen waarin meer samenhang, overzicht, verdieping en aanvulling van de bouwstenen wordt gebracht en deze aan de Raad toezenden. Ter vaststelling in principe is een document van deze aard. En binnen welke termijn heeft u dat voor ogen, mijnheer de wethouder? Wethouder Van Essen: Voorzitter, dat zal een aantal maanden worden. Maar ik kom daar nog even in een korte raadsmededeling of wel iets in het RIS op terug wat de exacte termijn is. De voorzitter: En wanneer kunnen we die verwachten? Wethouder Van Essen: Dat moet toch wel binnen twee weken lukken. De voorzitter: Krijgt u binnen twee weken te horen over hoelang het gaat duren. Ik denk dat dat de conclusie is van deze avond. En staat iedereen vrij natuurlijk als raadsleden om in de raadsvergadering van 22 januari moties of amendementen in te dienen, of schriftelijke vragen of uw andere instrumenten te benutten. Dan denk ik dat ik voor nu deze sessie ga afronden en afsluiten. Ik dank u allemaal voor uw inbreng en ga veilig naar huis. Dank u wel.