2024-748 Grondstoffenplan Deventer 2025-2028
Tekst van het document
De ambitie is om deze samenwerking de komende jaren concreet vorm te gaan geven, zodat Deventer een circulaire hotspot kan worden in de regio. Er moet (fysieke) ruimte komen voor reparatie, creatieve industrie en andere initiatieven ten behoeve van hergebruik in de vorm van een ‘maakmarkt’: centraal op de Westfalenstraat, maar ook decentraal door plekken in de wijken waar deze initiatieven kunnen ontstaan (zie ook vorige paragraaf), en vraag en aanbod van herbruikbare materialen bij elkaar komt. Daarmee vormen we (op termijn) niet alleen een circulair ambachtscentrum, maar ook een decentrale ‘circulaire ambachtscircel’ in Deventer: een netwerk van circulaire initiatieven door de hele gemeente. Reeds bestaande projecten die gebruik maken van sociale werkgelegenheid (zoals de fietsenwerkplaats) kunnen hierin worden geïntegreerd, waardoor deze sociale inzet nog optimaler kan bijdragen aan de circulaire economie. Een win-winsituatie voor de circulaire ambities én arbeidsparticipatie.
9 circulairambachtscentrum.nl
23
6. Betere kwaliteit van gescheiden stromen 6.1 Inleiding Afval dat we (nog) niet kunnen voorkomen willen we de komende jaren meer en vooral beter recyclen. In de reductie van de hoeveelheid ongescheiden restafval hebben we de afgelopen jaren al grote stappen gezet, en horen we bij de landelijke koplopers. De focus van het beleid op dit thema ligt de komende tijd dus iets minder op het fors terugdringen van de hoeveelheid restafval, maar vooral op het verhogen van de kwaliteit van de gescheiden grondstoffen, zodat deze hoogwaardig(er) kunnen worden gerecycled. Uiteraard zullen we daarbij wel ook blijven bekijken of interventies die (relatief eenvoudig) kunnen leiden tot minder restafval -en meer schone grondstoffen-, haalbaar zijn. Meer en beter recyclen dus, waarbij we beginnen met het beschrijven van interventies die leiden tot betere recycling. Daarna verkennen we waar de komende jaren kansen liggen om nog meer waardevolle grondstoffen uit het restafval te krijgen, en sluiten we af met de manieren waarop we ongewenst gedrag zoals bijplaatsingen en dumpingen gaan aanpakken.
6.2 Betere kwaliteit van gescheiden stromen Hoogwaardige recycling is alleen mogelijk als grondstoffen goed worden gescheiden. Vervuiling leidt in de uiterste gevallen tot afkeur (en daarmee verbranding van waardevolle grondstoffen!). Maar ook goedgekeurd materiaal willen we graag zo schoon mogelijk aanbieden aan de recyclingindustrie, zodat zij dit als een volwaardig alternatief voor primaire grondstoffen kunnen aanbieden aan producenten. Dit betekent concreet dat we onze inwoners nog meer moeten doordringen van het belang van goed gescheiden grondstoffen, én de juiste instrumenten moeten inzetten om de kwaliteit van onze grondstoffen te verbeteren. Inzetten dus op enerzijds communicatie rondom nut en noodzaak van schone grondstoffen en het op peil brengen van kennis, en anderzijds interventies plegen in de inzamelsystematiek die (bewezen) leiden tot betere kwaliteit van de gescheiden grondstoffen. Alle interventies ten aanzien van kwaliteit zijn in de basis gestoeld op een drieledige aanpak: 1. In de eerste plaats is het van belang om zoveel mogelijk datagericht te kunnen ingrijpen (zie par. 4.4). Dit betekent dat we meer zicht willen gaan krijgen op de samenstelling van de belangrijke grondstofstromen per wijk, straat en flat, en zodoende gericht onze interventies kunnen inzetten. 2. De tweede pijler onder de aanpak van kwaliteit is gerichte communicatie.
Veel verkeerd scheidingsgedrag komt nog steeds voort uit onwetendheid of onduidelijkheid van de regels rondom het gescheiden aanbieden van grondstoffen. Op basis van de data uit de eerste stap wordt bekeken welke vorm van communicatie in welke wijk nodig is. 3. Een laatste stap in de aanpak is de mogelijke inzet van handhaving. Hoewel we dit eigenlijk zo veel mogelijk willen voorkomen, kan het noodzakelijk zijn om op enkele plekken waar de kwaliteit ondanks uitgebreide communicatie en herhaalde kansen om gedrag aan te passen handhaving te laten ingrijpen. Dit is echt een uiterste middel, en wordt alleen ingezet waar alle andere interventies niet het gewenste effect hebben.
24
Schone Stromen De systematiek ‘Schone Stomen’ die we het afgelopen jaar (voor PMD) zijn gestart, geeft concrete invulling aan deze aanpak, en biedt aanknopingspunten voor het verbeteren van de kwaliteit van PMD de komende jaren. De kern van deze aanpak is dat Circulus directe feedback geeft aan huishoudens over de kwaliteit van ingezamelde PMD door middel van een groene, gele of rode kaart aan de PMD-container te hangen. De groene kaart betekent dat de kwaliteit van het PMD goed is, en worden huishoudens beloond met een klein cadeautje. De gele kaart geeft aan dat de container weliswaar geleegd is, maar er iets in zat wat er niet in hoort. De rode kaart aan de container betekent dat deze te vervuild is en daarom niet geleegd is. Uiteraard is op de kaarten steeds vermeld wat er aan de samenstelling van het gescheiden PMD mankeert en wanneer en onder welke voorwaarde, deze op een later moment alsnog geleegd wordt. Uiteraard is deze kaarten-methodiek omlijst met intensieve inzet van afvalcoaches en communicatie over het goed scheiden van PMD. De resultaten van deze aanpak zijn veelbelovend. Waar de doelstelling was om de vervuiling met 10%punt terug te dringen, zien we in Deventer (in de projectwijken) een gemiddelde daling van de hoeveelheid vervuiling in het PMD met 20%-punt. In andere gemeenten waar Circulus deze methodiek heeft toegepast zien we vergelijkbare resultaten.
We gaan deze methodiek daarom doorzetten en opschalen naar andere delen van de gemeente. Deze methodiek kan overigens worden toegepast voor elke stroom die door middel van minicontainers wordt ingezameld, zoals papier en GFT. Hoogbouw Voor hoogbouw geldt dat gerichte persoonlijke interventies een stuk lastiger zijn. Afval in een verzamelcontainer is immers niet te herleiden naar een individueel huishouden. Toch willen we door middel van de data (zie par. 4.4) die we per flat verzamelen over de kwaliteit en samenstelling van de container, de bewoners die er gebruik van maken gaan aanspreken op hun verantwoordelijkheid. Handhaving is hier uiteraard niet mogelijk, maar data over de vervuiling die we aantreffen in de verzamelcontainer op een specifieke locatie, helpt ons wel bij de manier en insteek van de communicatie die we in de betreffende flat moeten inzetten. Maatwerk Het werken aan kwaliteit van gescheiden grondstoffen wordt op deze manier veel meer een kwestie van maatwerk dan een ‘one-size-fits-all’ benadering. Waar mogelijk geven we directe feedback op adresniveau over prestatie en verbetermogelijkheden. Waar dit niet kan communiceren we op het niveau van de wijk, straat of flat over betere afvalscheiding en het belang hiervan voor milieu en portemonnee.
6.3 Meer afvalscheiding Waar zien we dan nog mogelijkheden om méér te gaan scheiden? Hoewel het -als gezegd- de komende jaren minder prioriteit heeft om de hoeveelheid restafval te reduceren, blijven we waar dit laagdrempelig en eenvoudig kan, wel inzetten op het verminderen van de hoeveelheid grondstoffen die wordt verbrand. Een blik op de samenstelling van het restafval (zie par. 3.2), leert dat dit nog voor één derde bestaat uit GFT, en dan met name keukenafval (voedselresten, schillen, etc.). Maar ook goed recyclebaar PMD, textiel, oud papier en glas wordt door sommige inwoners nog te vaak in het 25
restafval gegooid. Hoe gaan we ook hen motiveren en stimuleren om deze waardevolle stromen nóg beter te gaan scheiden? Onderzoek naar de effectiviteit van het Deventer afvalbeleid in 2023 (zie par. 4.3), laat zien dat we de drie instrumenten die we als gemeente (in basis) voor handen hebben om te sturen in het afvalscheidingsgedrag van onze inwoners al goed toepassen: - Communicatie zorgt voor kennis van, en motivatie voor, afval scheiding. - De in 2016 ingevoerde financiële prikkel (diftar) maakt dat een grote groep mensen beter is gaan scheiden. - Slim ingerichte service rondom afvalscheiding zorgt dat ook mensen gaan scheiden die met name gestuurd worden door gemak. Het potentieel van diftar benutten we in Deventer al vrij optimaal. Wellicht kunnen we wel nog iets rondom het belonen van goed presterende huishoudens (zie par. 7.2). Analyse van best practices in andere gemeenten laat zien dat een optimalisatie van onze inzet op communicatie en service de komende jaren wel nog tot verbetering van de afvalscheidingsresultaten kan leiden. Hieronder een beschrijving van de maatregelen die we de komende jaren willen inzetten om door middel van het bieden van service aan onze inwoners, meer en betere afvalscheiding te bewerkstelligen. De communicatieaanpak is, aangezien de uitgangspunten hiervoor ook gelden voor afvalpreventie, in een apart hoofdstuk (7) beschreven.
Service Ook op het vlak van de service rondom afvalscheiding is nog winst te boeken de komende jaren. We willen het onze inwoners zo makkelijk mogelijk maken om hun (goed gescheiden) grondstoffen aan te bieden. Dit betekent dat we samen met Circulus bekijken of er nog plekken zijn in de gemeente waar onvoldoende inzamelvoorzieningen voor GFT, oud papier, glas en textiel aanwezig zijn, en of bestaande containers toegankelijk zijn, altijd werken, en voldoende worden geleegd zodat iedereen er altijd terecht kan met zijn of haar grondstoffen. Dit noemen we ‘de basis op orde’. En hoewel dit in het overgrote deel van de gemeente het geval is, willen we dat er aandacht blijft voor optimalisatie van deze belangrijke grondstofstromen, zeker waar inwoners hierom vragen. Omgekeerd inzamelen? Sommige gemeenten sturen op meer afvalscheiding door de grijze container af te schaffen, en inwoners te vragen om hun restafval naar verzamelcontainers te brengen. Dit systeem wat ook wel ‘omgekeerd inzamelen’ genoemd wordt, is een vrij ingrijpende verandering van de inzamelsystematiek die onder andere wordt toegepast in regiogemeenten Doesburg en Apeldoorn. Hoewel de resultaten van deze systematiek positief zijn, zitten er ook uitdagingen aan dit systeem.
Zo zijn de investeringen groot, zien we landelijk dat de kwaliteit van gescheiden grondstoffen bij deze systematiek verder onder druk kan komen te staan, en zorgen fors meer verzamelcontainers ook voor meer potentiële plekken voor bijplaatsingen. Gezien de ambities/prioriteiten die we in dit grondstoffenplan hebben geformuleerd is een overstap naar omgekeerd inzamelen tijdens de looptijd van dit plan daarom niet de meest voor de hand liggende. Wel volgen we samen met Circulus de resultaten en leerpunten van gemeenten waar deze
26
systematiek is ingevoerd, om in een later stadium de mogelijkheden ervan voor Deventer te kunnen bepalen. Mobiel inleverpunt grof afval In steeds meer gemeenten wordt gebruik gemaakt van een mobiel inleverpunt voor grof afval. Idee hiervan is dat mensen bepaalde afvalsoorten waar ze normaliter mee naar de milieustraat zouden moeten gaan, op een eenvoudige manier in de wijk kunnen inleveren. Het gaat dan met name om die grondstoffen die veel in de grijze container verdwijnen zoals apparaten, vlakglas, gevaarlijk afval, metalen, hout, piepschuim en harde plastics. Een dergelijk mobiel brengpunt (in ROVA-gemeenten ‘GRIP-wagen’ genoemd: Grondstoffen Inleverpunt) wordt elke week of dag op een andere plek in de gemeente neergezet met personeel die helpt bij het scheiden én allerhande vragen ten aanzien van afvalscheiding kan beantwoorden. In de eerste plaats is het mobiele brengpunt een service naar inwoners die niet, of lastig, met deze grondstoffen naar de milieustraat kunnen gaan. Ten tweede is het een effectieve methode om deze waardevolle grondstoffen uit de grijze container te houden en te kunnen recyclen. Bovendien is het een nuttig communicatief instrument waarmee veel mensen op een laagdrempelige manier kunnen worden bereikt. Hiermee is het ook een concreet uithangbord van de ambities die je als gemeente hebt op het vlak van circulariteit en recycling.
Aanpak keukenafval (GFe) Ons restafval bestaat voor één-derde uit GFT-afval. Wat opvalt is dat dit ongescheiden GFT voor circa driekwart uit etensresten (GFe) bestaat, en maar weinig tuinafval bevat. Andersom bestaat het gescheiden GFT voor het overgrote deel uit tuinafval, en worden etensresten maar mondjesmaat in de groene container aangetroffen10. En hoewel zowel diftar als de frequentieverlaging van het restafval voor een toename van het gescheiden GFe hebben gezorgd, blijft het motiveren van inwoners om hun etensresten te scheiden (of te voorkomen door voedselverspilling tegen te gaan) een lastige opgave. Inwoners moeten weten dat etensresten bij het GFT mogen en moeten gestimuleerd worden hun gedrag in de keuken aan te passen: Schillen en etensresten verdwijnen nog veel te makkelijk in de grijze prullenbak omdat het apart bewaren ervan praktische bezwaren kent van stank, fruitvliegjes en simpelweg adequate opslagruimte. Het bieden van een aanrechtbakje is een deel van de oplossing: hiermee bied je inwoners een direct alternatief voor de restafvalbak, waarmee het keukenafval een paar keer per week (voor het gaat stinken), in de groene container of verzamelcontainer kan worden geleegd. In Deventer zijn tijdens eerdere acties gratis GFe-bakjes voor op het aanrecht uitgedeeld, maar dit zijn er niet veel. Dit aantal moet omhoog willen we meer etensresten gaan inzamelen.
De mogelijkheid om dit bakje als huishouden te krijgen zal dus opnieuw actief onder de aandacht moeten worden gebracht, bijvoorbeeld door de inzet van afvalcoaches die deze bakjes uitdelen en tegelijkertijd het gesprek aangaan met inwoners over het belang van het scheiden van keukenafval én de manier om dit bakje effectief te gebruiken als middel om het voedselafval van de keuken naar de groene container of verzamelcontainer te krijgen.
10 Dit is een landelijk beeld: in (bijna) elke gemeente bestaat het restafval voor (ruim) een derde uit GFT (en dan
met name etensresten), en wordt in de groene container met name tuinafval aangetroffen.
27
De komende jaren gaan we bekijken welke methoden er nu al zijn om de hoeveelheid voedselafval aan te pakken en welke nieuwe ideeën we op dit vlak eventueel nog kunnen ontwikkelen en beproeven in een van onze wijken. Het gaat hier immers om een scheidingspotentieel van gemiddeld zo’n 20-25 kilo per inwoner per jaar. Aandachtspunt hierbij is overigens ook de verwerkingsmogelijkheid van het gescheiden voedselafval. Aanpak van GFe in het restafval kan daarnaast ook door bijvoorbeeld in te zetten op minder voedselverspilling. Inzameling binnenstad De afvalscheiding en- inzameling van bedrijfsafval in de binnenstad kan beter en efficiënter. Veel vervoersbewegingen en veel verschillende inzamelaars die op verschillende wijzen inzamelen maken het straatbeeld rommelig. Naar voorbeeld van andere Nederlandse steden willen we ook in Deventer bekijken op welke manier we de afvalinzameling in ons stadscentrum kunnen invullen met (fors) minder vervoersbewegingen, bijvoorbeeld door collectieve organisatie, waarbij we (bij voorkeur) onze eigen publieke inzamelaar Circulus uitvoering laten geven aan de inzameling namens alle private contractanten. Dit vergt goede afspraken tussen Circulus en de private inzamelaars die nu in de binnenstad actief zijn.
Dit gebeurt overigens al op plekken in de binnenstad waar ondernemers met een privaat contract, gebruik maken van de verzamelcontainers van Circulus. Naast minder vervoersbewegingen moet dit ook leiden tot betere mogelijkheden voor ondernemers in de binnenstad om hun afval te scheiden. Bovendien zorgt het voor tot tevredener inwoners en ondernemers ten aanzien van dienstverlening én straatbeeld. ‘Zero Waste Zone’ Naast bovenbeschreven interventies op het vlak van service zijn er nog tal van mogelijkheden om ons inzamelsysteem zodanig aan te passen, dat inwoners nog iets meer grondstoffen gaan scheiden. Elke methode in een pilot testen kost veel tijd en geld. De uitdaging voor Deventer voor de komende jaren zit echter met name in het mee krijgen van al onze inwoners in de transitie richting circulariteit die we moeten gaan zetten en het inkoop- én afdankgedrag wat daarbij hoort. Hiervoor moeten we laten zien dat afvalvrij en circulair leven echt mogelijk is. Om dit duidelijk te maken willen we de komende jaren een ‘Zero Waste Zone’ gaan inrichten in de gemeente. In deze zone (een straat, wijk of flat) gaan we de inzameling van afval en grondstoffen zodanig inrichten, samen met de bewoners, dat er geen afval meer overblijft, minder voedselverspilling plaatsvind, en slimmer wordt omgegaan met spullen door middel van delen, reparatie en kringloop.
Het doel van deze ‘Zero Waste Zone’ is dat we laten zien dat het relatief eenvoudig mogelijk is om een samenleving in te richten waar minder en slimmer wordt geconsumeerd en geen afval meer ontstaat. Lessen die we trekken uit deze ‘Zero Waste Zone’ moeten de jaren erna leiden tot optimalisatie van de inzameling in de hele gemeente.
6.4 Aanpak bijplaatsingen Afval in de openbare ruimte is een grote ergernis van veel van onze inwoners. Hoewel de analyse van ons afvalbeleid in 2023 liet zien dat deze problematiek in relatieve hoeveelheid meevalt, zijn bijplaatsingen, zwerfafval en dumpingen een doorn in het oog van velen. We werken samen met Circulus al jaren aan het inperken van deze problematiek, bijvoorbeeld door intensieve inzet van communicatie, containertuintjes, afvalcoaches en handhaving. Allemaal interventies die zeker effect hebben (en die we de komende jaren door gaan zetten!), maar de problematiek niet volledig 28
oplossen. We zien overigens dat dit geen uniek probleem is in Deventer, maar dat (bijna) alle gemeenten hiermee worstelen én dat de problematiek de laatste jaren (zij het met golfbewegingen) lijkt toe te nemen. Sociale aanpak Analyse van de problematiek lijkt er op te wijzen dat bijplaatsingen en ander ontwijkgedrag geen gevolg zijn van (wijzigingen in) het afvalbeleid van de gemeente, maar eerder een sociaaleconomische oorsprong kennen. Bijplaatsingen zijn daarmee niet alleen een afvalprobleem, maar een gevolg van sociale ongelijkheid, welzijn en leefbaarheid in de verschillende wijken en straten waar dit gedrag het meeste voorkomt. Ontwijkgedrag in afval is hiermee een zogenaamde ‘kanarie in de kolenmijn’ die een sterke aanwijzing is voor problematiek in de betreffende wijk die verder gaat dat het niet willen/kunnen betalen van het variabele tarief. Aanpak van deze problematiek enkel via afvalbeleid lijkt daarmee ook niet de meest effectieve manier. Idee is dan ook om de aanpak van bijplaatsingen de komende jaren uit te breiden/deels om te buigen naar een meer integrale en wijkgerichte aanpak in nauwe samenwerking met welzijnswerk, armoedebeleid, werk en inkomen, etc. Dit begint met het nauwgezet in kaart brengen van de problematiek.
We moeten nog beter weten waar de problematiek zich het meeste voordoet, wat de problemen zijn die zich in deze wijken/straten afspelen en met de inwoners in gesprek gaan over de drempels en problemen die ze ervaren die ertoe leiden dat dit gedrag wordt vertoond. Vaak zijn mogelijkheden tot het verkrijgen van korting op de afvalstoffenheffing niet bekend, of de manieren om deze te organiseren een brug te ver. Een aanpak die is gericht op hulp bij sociaal-economische problemen kan zorgen voor meer begrip en meedenken met de gemeente in plaats van de tegendruk die restrictief beleid wellicht oproept. Concreet betekent dit dat we meer data moeten verzamelen (zie par. 4.4) over de plekken waar het ontwijkgedrag het meeste voorkomt. Vervolgens gaan we met gerichte campagnes mensen helpen bij het vinden van de wegen naar de minima- en medische regelingen en gaan we met de gezamenlijke inzet van afvalcoaches en welzijnswerkers (voor elkaar teams) de wijk in om met mensen te praten over de problematiek die leidt tot het ontwijkgedrag. Zodoende creëren we op de langere termijn een structurele aanpak van het probleem, in plaats van snelle, restrictieve maatregelen die te weinig effect sorteren. Overige maatregelen Naast deze koerswijziging om ontwijkgedrag in de toekomst structureler aan te gaan pakken, blijven we uiteraard inzetten op bestaande maatregelen die ontwijkgedrag aanpakken.
We kiezer er vanuit privacy-redenen, lage effectiviteit en hoge kosten voor om niet met camera’s te gaan werken op hotspotlocaties. Wel willen we door middel van gerichte communicatie ervoor zorgen dat iedereen in de betreffende wijken en straten de regels kent én begrijpt rondom het aanbieden van hun afval- en grondstoffenstromen. Dit betekent ook het aanspreken van anderstaligen en seizoenarbeiders. Ook gaan we meer inzetten op meetbaar ontwijkgedrag door zogenaamde ‘nul-aanbieders’. Dit zijn huishoudens die nooit restafval aanbieden in hun minicontainer én nooit gebruik maken van een verzamelcontainer voor restafval. Soms ligt hier een logische verklaring aan ten grondslag (buren die de container delen om kosten te besparen), maar dit kan ook een signaal zijn van ontwijkgedrag. Dit doen we in samenwerking met verhuurders en woningcorporaties. 29
Ten slotte willen we meer aandacht geven aan zogenaamde hotsport-locaties. Dit zijn locaties waar we de meeste overlast zien door bijplaatsingen en dumpingen van grof afval. We gaan beter meten waar en wanneer de problemen zich voordoen om zodoende gericht te komen tot communicatie- en handhavingsinterventies.
30
7. Communicatie 7.1 Inleiding Communicatie is, mits goed ingezet, een sterk instrument om gedragsverandering te bewerkstelligen. Het is een grote uitdaging om al onze inwoners te bewegen om minder afval te gaan produceren, en gebruik te gaan maken van de mogelijkheden die we bieden ten aanzien van onder andere hergebruik en reparatie. We gaan uiteraard niemand dwingen om een kapotte magnetron te laten repareren. Wel kunnen we door slimme inzet van communicatie, onze inwoners bewust maken van de mogelijkheden die er zijn, en stimuleren om gebruik te gaan maken van de service die we daartoe als gemeente bieden. Ook op het vlak van afvalscheiding is communicatie een belangrijk instrument. Niet alleen als op zichzelf staande methode om mensen te informeren over nut en noodzaak en aanbiedregels, maar ook ter ondersteuning van de fysieke maatregelen die we in dit grondstoffenplan hebben opgenomen. Goede communicatie over afvalscheiding betekent overigens niet persé méér communicatie. We moeten onze capaciteit slim inzetten, en waar nodig gericht uitbreiden.
7.2 Uitgangspunten communicatie-aanpak De belangrijkste uitgangspunten van onze communicatie-inzet ten behoeve van meer en betere afvalscheiding de komende vier jaar zijn: -
Communicatie moet gepaard gaan met handelingsperspectief. Alleen als inwoners ook daadwerkelijk hun gedrag (eenvoudig!) kúnnen veranderen, heeft communiceren over nut en noodzaak ervan, ook zin. Mooi voorbeeld hiervan is duurzaamdeventer.nl.
-
Maatwerk! Elke doelgroep, wijk, straat of flat vraagt om een andere boodschap, toon en soms ook taal. Communicatie vraagt daarom om meer differentiatie en herhaling om de boodschap te laten landen en onderdeel te maken van de belevingswereld en gewoontegedrag van onze inwoners. Om maatwerk te kunnen leveren hebben we data nodig: hoe goed wordt afval gescheiden in verschillende wijken, of zelfs straten. Waar en wanneer, maar ook waarom komen vervuiling en ontwijkgedrag het meeste voor?
-
Communicatie is tweerichtingsverkeer. Door afvalcoaches persoonlijk in gesprek te laten gaan met onze inwoners over afvalscheiding en ontwijkgedrag, komen we achter de oorzaken van dit gedrag en kunnen we onze dienstverlening waar mogelijk hierop aanpassen. Hiertoe wordt de inzet van afvalcoaches waar nodig en mogelijk geïntensiveerd.
-
Keep it simple! Geen ellenlange teksten, maar korte en simpele berichten, toegespitst op de doelgroep én het doel dat je ermee wilt bereiken.
-
We sluiten zo veel mogelijk aan bij landelijke communicatie. Medio 2025 verschijnen de resultaten van een landelijk onderzoek naar de mogelijkheden van standaardisering van de afvalinzameling. Communicatie-uitingen (kleuren, pictogrammen, scheidingsregels, etc.) maken hier naar alle waarschijnlijkheid onderdeel van uit. 31
-
Een belangrijk onderdeel van de communicatie over afvalscheiding is het terugkoppelen van resultaten aan onze inwoners. We behoren in Deventer tot de koplopers van Nederland, maar op individueel vlak is er uiteraard nog grote verscheidenheid in prestaties. We gaan ervoor zorgen dat huishoudens inzicht krijgen in hun eigen afvalscheidingsgedrag door in de app van Circulus het aantal aanbiedingen en/of inworpen voor restafval en het saldo van de milieupas voor grof afval zichtbaar te maken. Op termijn zou hieraan ook informatie kunnen worden toegevoegd over de kwaliteit van de gescheiden grondstoffen (hoe vaak heb je schoon PMD en GFT aangeleverd?). Dit uiteraard gekoppeld aan informatie over de scheidingsregels én de mogelijkheden die je hebt om het aantal aanbiedingen van restafval terug te dringen en de kwaliteit van gescheiden grondstoffen te verbeteren. Aan deze persoonlijke gegevens in de afvalapp kunnen (op termijn) ook beloningen worden gekoppeld door bijvoorbeeld een puntensysteem waarmee voor duurzame producten kan worden gespaard (een regenton, producten van gerecycled materiaal, etc.). Hiermee voegen we op huishoudensniveau een extra motivatie toe om meer en beter te scheiden.
Deze spaar-/beloningssystematiek kan natuurlijk ook op straat- of wijkniveau worden vormgegeven, waardoor een competitie-element kan zorgen voor betere scheidingsresultaten en schonere grondstoffen.
32
8. Overzicht maatregelen en financiële begroting In dit Grondstoffenplan 2025-2028 zijn de maatregelen beschreven die we de komende vier jaar gaan inzetten om onze ambities rondom afvalpreventie, -afvalscheiding en recycling te verwezenlijken. In onderstaand overzicht zijn alle maatregelen nog eens op een rij gezet. NB. Alle kosten in onderstaand overzicht zijn jaarlijks terugkerende kosten, vanaf het moment van implementatie van de betreffende maatregel. Maatregel Begroting Algemeen 1 Dataverzameling en monitoring Binnen huidige DVO Meten is weten: gericht maatwerk ten aanzien van de aanpak van afvalscheiding, kwaliteit en bijplaatsingen kan alleen als we beter weten wat, waar, wanneer (niet) goed gaat. Dit gaan we frequent meten. Minder afval 2 Stimuleren en faciliteren hergebruik, reparatie en delen Binnen We zorgen dat bestaande circulaire initiatieven bekendheid huidige DVO krijgen en faciliteren kringloop, reparatie en delen van spullen in de wijken. 3 Een Circulair(e) Ambachtscentrum/-cirkel Binnen De herinrichting van de milieustraat biedt kansen om circulaire huidige DVO functies als inzameling van grof afval, kringloop, reparatie en sociale werkgelegenheid samen te brengen en elkaar te versterken. Centraal aan de Westfalenstraat én/of door middel van een netwerk van deze functies in de hele gemeente.
Meer en beter 4 Aanpak kwaliteit PMD Binnen recyclen De vervuiling van (met name) PMD blijven we aanpakken. Het huidige DVO project Schone Stromen wordt gecontinueerd, wat gaat zorgen voor minder afkeur en betere recycling van PMD. 5 Mobiel brengpunt grof afval € 30.000 We bieden inwoners een laagdrempelige methode voor het inleveren van een aantal stromen waar ze normaliter mee naar de milieustraat moeten. 6 Pilot inzameling Gfe € 25.000 Er zitten nog veel voedselresten in het restafval. We gaan bekijken op welke manier(en) we onze inwoners kunnen faciliteren om dit beter te scheiden en/of minder voedsel te verspillen. 7 Aanpak inzameling bedrijfsafval binnenstad € 10.000 Samenwerking tussen Circulus en private inzamelaars in de binnenstad moet het aantal vervoersbewegingen omlaag brengen en de afvalscheiding door ondernemers bevorderen. 8 Inrichting ‘Zero Waste Zone’ € 15.000 Een proeftuin waar we samen met de inwoners gaan laten zien dat afvalvrij leven echt mogelijk is. 9 Sociale aanpak bijplaatsingen Binnen Bijplaatsingen komen veel voor in wijken waar (veel) sociale huidige DVO problematiek heerst. De aanpak ervan gaan we dus ook in samenwerking met sociale zaken/leefbaarheid aanpakken. 33
10
Communicatie
11
Aanpak 0-aanbieders Afvalconciërges gaan het gesprek aan met huishoudens die lange tijd geen restafval aanbieden. Scheidingsresultaten in afvalapp We geven in de afvalapp directe terugkoppeling aan huishoudens van het aantal ledigingen/inworpen en pas-saldo. Op termijn voegen we ook informatie toe over de kwaliteit van grondstoffen en koppelen we deze resultaten aan beloningen/spaarsystemen om inwoners extra te motiveren.
Binnen huidige DVO Binnen huidige DVO
Totaal € 80.000 *dit project (Aanpak kwaliteit PMD) is een voortzetting van een project uit 2024 en is daarom al in de (concept)begroting voor 2025 opgenomen. Financiële begroting De totale kosten voor het uitvoeren van alle maatregelen in dit Grondstoffenplan komen hiermee op € 80.000 per jaar. Wanneer een maatregel pas later wordt uitgevoerd -bijvoorbeeld pas in 2027-, worden ook pas vanaf dat jaar kosten gemaakt voor de betreffende maatregel. Alle kosten kunnen worden gedekt uit bestaande middelen. Dit betekent dat implementatie van dit grondstoffenplan de afvalstoffenheffing niet verhoogt.
34