2024-748 Grondstoffenplan Deventer 2025-2028
Tekst van het document
Grondstoffenplan 2025-2028 Het grondstoffenbeleid van de gemeente Deventer voor de komende vier jaar
Versie 11 september 2024
Inhoud Samenvatting ....................................................................................................................................3 1.
Inleiding ....................................................................................................................................7 1.1 Aanleiding .....................................................................................................................................7 1.2 Coproductie gemeente en Circulus...............................................................................................7 1.3 Leeswijzer Grondstoffenplan ........................................................................................................7
2.
Beleidskaders ............................................................................................................................9 2.1 (Inter)nationale doelstellingen .....................................................................................................9 2.2 Onderzoek standaardisatie .........................................................................................................10 2.3 Producentenverantwoordelijkheid .............................................................................................11
3.
Ambities en huidige stand van zaken .......................................................................................13 3.1 Ambitie: minder afval, meer circulair .........................................................................................13 3.2 Huidige resultaten.......................................................................................................................14 3.3 Grondstoffenplan 2021-2024......................................................................................................16
4.
Uitgangspunten en randvoorwaarden grondstoffenbeleid.......................................................17 4.1 Inleiding ......................................................................................................................................17 4.2 Een sleutelpositie in de keten .....................................................................................................17 4.3 Diftar en bronscheiding PMD......................................................................................................18 4.4 Overige uitgangspunten..............................................................................................................18 4.5 Participatie ..................................................................................................................................19
5.
Minder afval ............................................................................................................................21 5.1 Inleiding ......................................................................................................................................21 5.2 Hergebruik, reparatie en delen...................................................................................................21 5.3 Een circulair ambachtscentrum ..................................................................................................22
6.
Meer en beter recyclen............................................................................................................24 6.1 Inleiding ......................................................................................................................................24 6.2 Betere kwaliteit van gescheiden stromen...................................................................................24 6.3 Meer afvalscheiding....................................................................................................................25 6.4 Aanpak bijplaatsingen.................................................................................................................28
7.
Communicatie .........................................................................................................................31 7.1 Inleiding ......................................................................................................................................31 7.2 Uitgangspunten communicatie-aanpak ......................................................................................31
8.
Overzicht maatregelen en financiële begroting ........................................................................33
2
Samenvatting Een duurzame, circulaire gemeente Het huidige grondstoffenbeleid 2021-2024 loopt eind dit jaar af. In het bestuursakkoord 2022-2026 hebben we aangegeven ons te gaan inzetten voor een duurzame en circulaire gemeente. Dit betekent dat we beter, slimmer en langer met onze grondstoffen moeten omgaan. In de visie Deventer Circulair is bovendien de landelijke ambitie overgenomen om in 2050 100% circulair te zijn. Voor de scope van dit Grondstoffenplan (dat primair over huishoudelijk afval gaat) betekent dit dat we de komende 4 jaar streven naar minder afval (preventie) en, waar producten uiteindelijk worden afgedankt, schone gescheiden grondstoffen die hoogwaardig kunnen worden gerecycled.
Doelstellingen De landelijke VANG-doelstellingen (maximaal 100 kilo restafval en 60% recycling in 2030) halen we al een aantal jaren: we produceren gemiddeld 93 kilo restafval per persoon, en we recyclen 67% van ons huishoudelijk afval. Met dit nieuwe grondstoffenbeleid bewegen we daarom mee met de landelijke focus van kwantiteit naar kwaliteit. Dit betekent dat we ons de komende jaren niet (primair) gaan richten op (nog) minder restafval -we zijn immers al stedelijke koploper van Nederland op dat vlak-, maar ons focussen op drie doelstellingen: 1. Minder afvalproductie: we gaan de komende jaren bewustwording én handelingsperspectief voor onze inwoners creëren ten aanzien van het voorkomen van afval. Hoe langer we gebruik maken van onze producten, hoe minder nieuwe materialen we nodig hebben. 2. Betere kwaliteit van gescheiden grondstoffen: alleen goed gescheiden grondstoffen kunnen hoogwaardig worden gerecycled. Vervuilde grondstoffen zijn minder waard, of moeten alsnog worden verbrand. We zetten in op schone grondstoffen, waardoor er in 2028 geen afkeur meer plaatsvindt van waardevolle grondstoffen als PMD, GFT en textiel. 3. Stimuleren van de regionale en lokale circulaire economie: grondstoffenmarkten zijn vaak internationale markten. Dit betekent dat er veel gesleept wordt met afval voor om optimaal economisch rendement.
Natuurlijk willen we waar mogelijk verdienen aan de grondstoffen die we scheiden om de afvalstoffenheffing zo laag mogelijk te houden, maar niet als we vervolgens de grip erop verliezen. Daarom gaan we bekijken welke grondstoffen we op regionale of lokale schaal, kunnen inzetten ter bevordering van innovatie en circulariteit. Uitgangspunt bij alle maatregelen die we inzetten is dat we de inzet die we plegen zo gericht en locatie specifiek mogelijk willen vormgeven. Hiervoor hebben we data nodig op wijk- of zelfs straatniveau over kwaliteit, bijplaatsingen en aanbiedgedrag van huishoudens.
1
Maatregel Dataverzameling en monitoring Meten is weten: gericht maatwerk ten aanzien van de aanpak van afvalscheiding, kwaliteit en bijplaatsingen kan alleen als we beter weten wat, waar, wanneer (niet) goed gaat. Dit gaan we frequent meten.
Begroting Binnen huidige DVO
Minder afval We hebben als gemeente beperkte invloed op het productieproces van producenten. Wel kunnen we concrete invloed uitoefenen op het afdankgedrag van onze inwoners, zodat spullen langer worden gebruikt door bijvoorbeeld reparatie en/of door middel van kringloop een tweede leven krijgen. 3
Dergelijke gedragsverandering kost tijd. We gaan de komende jaren dan ook met name benutten om bewustwording te creëren rondom de mogelijkheden die er zijn om minder afval te produceren én handelingsperspectief bieden aan mensen (of circulaire ondernemers) die hiermee aan de slag willen. Concreet gaan we hergebruik (kringloop), reparatie en delen van spullen stimuleren en faciliteren. Dit doen we door bestaande initiatieven te inventariseren en bekendheid te geven en nieuwe initiatieven waar mogelijk te faciliteren. Per wijk kijken we waar de behoeften liggen en welke mogelijkheden er zijn om afvalpreventie te stimuleren. Door de verschillende initiatieven op dit vlak te verbinden en te laten groeien, ontstaat er een circulair netwerk in de stad. Om circulair handelen ook een centrale plek in de gemeente te geven, zetten we in op het creëren van een zogenaamd ‘circulair ambachtscentrum’: een geografische samensmelting van meerdere (gemeentelijke) functies: inzameling van grof afval, kringloop, reparatie, innovatie, sociale werkgelegenheid en onderwijs. De verhuizing van Het Goed naar de Westfalenstraat en de geplande herinrichting van de milieustraat ernaast vormen mooie aanknopingspunten.
Nabijheid van deze twee functies zorgt ervoor dat we kunnen beïnvloeden welke producten en materialen direct kunnen worden hergebruikt, waar reparatie levensduur kan verlengen, en waar het afval van de één precies de ontbrekende grondstof kan vormen voor het project van de ander. Zo stimuleren we op lokale schaal creatief en innovatief ondernemerschap dicht bij de plek waar de secundaire grondstoffen vrijkomen die zij nodig hebben.
2
3
Maatregel Stimuleren en faciliteren hergebruik, reparatie en delen We zorgen dat bestaande circulaire initiatieven bekendheid krijgen en faciliteren kringloop, reparatie en delen van spullen in de wijken. Herinrichting Milieustraat en een Circulair(e) Ambachtscentrum CAC/-cirkel en De herinrichting van de milieustraat biedt kansen om circulaire functies als inzameling van grof afval, kringloop, reparatie en sociale werkgelegenheid samen te brengen en elkaar te versterken. Centraal aan de Westfalenstraat én/of door middel van een netwerk van deze functies in de hele gemeente.
Begroting Binnen huidige DVO Binnen huidige DVO
De dekking van het CAC valt niet binnen de huidige DVO. Op het moment dat de planvorming is afgerond en duidelijk is wat de kosten zijn zal een voorstel aan de gemeenteraad worden voorgelegd.
Meer en beter recyclen Hoogwaardige recycling is alleen mogelijk als grondstoffen goed worden gescheiden. Kan leiden tot afkeur en dus verbranding van waardevolle grondstoffen. Maar ook goedgekeurd materiaal willen we zo schoon mogelijk aanbieden aan de recyclingindustrie, zodat dit een volwaardig alternatief vormt voor primaire grondstoffen. Hiertoe breiden we de succesvolle aanpak ‘Schone Stromen’ uit, waarbij we directe feedback én handelingsperspectief bieden aan huishoudens over de kwaliteit van hun PMD. Ondanks de focus op betere kwaliteit gaan we de komende jaren ook bekijken hoe we door middel van het optimaliseren van het serviceniveau, Deventenaren kunnen bewegen nog meer grondstoffen gescheiden aan te bieden. We richten een mobiele milieustraat in, gaan bekijken op welke wijze we 4
de grote hoeveelheid etensresten uit het restafval kunnen krijgen en optimaliseren de afvalscheiding door ondernemers in de binnenstad. Ook richten we een ‘Zero Waste Zone’ in, waar we in nauwe samenwerking met de bewoners gaan laten zien dat het relatief eenvoudig mogelijk is om afvalvrij en circulair te leven. We werken samen met Circulus al jaren aan het inperken van de overlast van bijplaatsingen en dumpingen door intensieve inzet van communicatie, containertuintjes, afvalcoaches en handhaving. Allemaal interventies die zeker effect hebben (en die we door gaan zetten), maar de problematiek niet volledig oplossen. Analyse van de problematiek lijkt er op te wijzen dat ontwijkgedrag vaak geen gevolg is van (wijzigingen in) het afvalbeleid, maar eerder een sociaal-economische oorsprong heeft. Idee is dan ook om de aanpak van bijplaatsingen de komende jaren uit te breiden/deels om te buigen naar een wijkgerichte aanpak in nauwe samenwerking met welzijnswerk, armoedebeleid, werk en inkomen, etc. We moeten nog beter weten waar de problematiek zich voordoet, wat de problemen zijn die zich in deze wijken/straten afspelen en met de inwoners in gesprek gaan over de drempels en problemen die ze ervaren die ertoe leiden dat dit gedrag wordt vertoond. Maatregel 4 Aanpak kwaliteit PMD De vervuiling van (met name) PMD blijven we aanpakken.
Het project Schone Stromen wordt gecontinueerd, wat gaat zorgen voor minder afkeur en betere recycling van PMD. 5 Mobiel brengpunt grof afval We bieden inwoners een laagdrempelige methode voor het inleveren van een aantal stromen waar ze normaliter mee neer de milieustraat moeten. 6 Pilot inzameling Gfe Er zitten nog veel voedselresten in het restafval. We gaan bekijken op welke manier(en) we onze inwoners kunnen faciliteren dit beter te scheiden. Mogelijke aanvliegroute is de aanpak van voedselverspilling waardoor er minder GFe in het restafval belandt. 7 Aanpak inzameling bedrijfsafval binnenstad Samenwerking tussen Circulus en private inzamelaars in de binnenstad moet het aantal vervoersbewegingen omlaag brengen en de afvalscheiding door ondernemers bevorderen. 8 Inrichting ‘Zero Waste Zone’ Een proeftuin waar we samen met de inwoners gaan laten zien dat afvalvrij echt mogelijk is. 9 Sociale aanpak bijplaatsingen Bijplaatsingen komen veel voor in wijken waar (veel) sociale problematiek heerst. De aanpak ervan gaan we dus ook in samenwerking met sociale zaken/leefbaarheid aanpakken. 10 Aanpak 0-aanbieders Het Team Toezicht & Handhaving/ Afvalconciërge gaan het gesprek aan met huishoudens die lange tijd geen restafval aanbieden.
Begroting Binnen huidige DVO
€ 30.000 Jaarlijks € 25.000 Jaarlijks
€ 10.000 jaarlijks
€ 15.000 Jaarlijks Binnen huidige DVO
Binnen huidige DVO
5
Communicatie Goede communicatie over afvalscheiding betekent niet persé méér communicatie. We moeten onze capaciteit slim inzetten, en waar nodig gericht uitbreiden. Aandachtspunten hierbij zijn onder andere het bieden van handelingsperspectief en maatwerk. Ook is frequente feedback over prestaties (zoals actuele, persoonlijke informatie over scheidingsresultaat) belangrijk om inwoners te motiveren zich in te (blijven) zetten voor afvalscheiding. Maatregel 11 Scheidingsresultaten in afvalapp Circulus ontwikkelt in de afvalapp een directe terugkoppeling aan huishoudens van het aantal ledigingen/inworpen en pas-saldo. Op termijn voegen we ook informatie toe over de kwaliteit van grondstoffen en koppelen we deze resultaten aan beloningen/spaarsystemen om inwoners extra te motiveren.
Begroting Binnen huidige DVO
Financiële begroting De totale kosten voor het uitvoeren van alle maatregelen in dit Grondstoffenplan komen hiermee op € 80.000,-. Alle andere kosten die zijn vermeld kunnen worden gedekt uit bestaande middelen. Dit betekent dat implementatie van dit grondstoffenplan de afvalstoffenheffing niet verhoogt.
6
1. Inleiding 1.1 Aanleiding Het huidige Grondstoffenplan 2021-2024 (en bijbehorend Uitvoeringsplan) loopt tot eind 2024. Alle maatregelen van dit plan zijn inmiddels geïmplementeerd en worden jaarlijks geëvalueerd, waarmee het tijd is om nieuw beleid te maken voor de komende jaren. De afgelopen jaren is de focus (onder andere) gelegd op het uitrollen van GFe-inzameling bij hoogbouw en het optimaliseren van de inzameling van verschillende grondstofstromen. Gezien de huidige koploperspositie van Deventer op het vlak van afvalscheiding, én in het licht van de (inter)nationale doelstellingen komt de focus de komende jaren steeds meer op de kwaliteit van de gescheiden stromen te liggen.
1.2 Coproductie gemeente en Circulus Dit nieuwe Grondstoffenplan is tot stand gekomen door middel van een intensieve samenwerking tussen de gemeente en onze uitvoerder Circulus. Uiteraard gaan we als gemeente over ons eigen grondstoffenbeleid. We zijn echter ook aandeelhouder van Circulus, die de inzameling en verwerking van ons afval en onze grondstoffen (en dat van 8 andere gemeenten) uitvoert. Beleidskeuzes die wij als gemeente maken hebben dus ook implicaties voor Circulus én de andere aandeelhoudende gemeenten. De maatregelen die wij bedenken moeten dus wel uitvoerbaar zijn en passen binnen de mogelijkheden die Circulus heeft (of redelijkerwijs kan ontwikkelen) op het vlak van zowel personeel als logistiek. Alle maatregelen die in dit grondstoffenplan zijn beschreven, zijn daarom ook uitvoerig besproken met, en getoetst bij, Circulus. Uiteraard is hierbij ook gekeken naar ontwikkelingen en ambities van naburige gemeenten als Apeldoorn en Zutphen (tevens aandeelhouders van Circulus), zodat waar mogelijk synergie kan worden gezocht bij de ontwikkeling en implementatie van ons grondstoffenbeleid.
1.3 Leeswijzer Grondstoffenplan Dit Grondstoffenplan gaat in hoofdstuk 2 verder met een korte blik naar buiten: om onze eigen ambities en bijbehorende maatregelen te kunnen bepalen is het immers van belang eerst te bekijken welke uitdagingen er van buiten op ons afkomen: Welke beleidsontwikkelingen zien we in Europa en in Nederland die relevant zijn voor ons grondstoffenbeleid? Aan welke (inter)nationale doelstellingen zullen we op de korte (en langere) termijn moeten gaan voldoen? Daarna volgt in hoofdstuk 3 een beschrijving van onze eigen ambities op het vlak van afval en grondstoffen en een terugblik op het Deventer grondstoffenbeleid (en resultaten) van de afgelopen jaren. Wat willen we de komende jaren bereiken? Welke stappen hebben we hiertoe de afgelopen jaren al gezet, en op welke manier heeft het aflopende Grondstoffenplan 2021-2024 hieraan bijgedragen? Hoofdstuk 4 beschrijft vervolgens onze eigen gemeentelijke kaders en voorwaarden voor nieuw grondstoffenbeleid. Wat zijn de uitgangspunten die voor onze gemeente van belang zijn bij het vormen van nieuw beleid? Welke rol hebben we als gemeente eigenlijk in een circulaire materiaalketen? En aan welke randvoorwaarden moet het nieuwe beleid voldoen? 7
In de hoofdstukken 5 en 6 vormen de kern van dit nieuwe Grondstoffenplan. We beginnen met het beschrijven van maatregelen die we de komende jaren inzetten om te komen tot minder afval (hoofdstuk 5)? Wat kunnen we als gemeente doen om ervoor te zorgen dat we minder weggooien, of langer met onze spullen doen? Het afval dat vervolgens toch nog ontstaat, moeten we zo goed mogelijk scheiden en recyclen. De verschillende mogelijkheden die we hiertoe als gemeente hebben de komende jaren, worden in hoofdstuk 6 beschreven. In hoofdstuk 7 beschrijven we de uitgangspunten van de inzet die we op communicatie nodig hebben om onze ambities te verwezenlijken en uitvoering te geven aan dit grondstoffenplan, en we sluiten af (hoofdstuk 8) met een overzicht van de maatregelen die in dit grondstoffenplan zijn opgenomen inclusief een indicatie van de kosten die gemoeid zijn met de uitvoering ervan.
8
2. Beleidskaders 2.1 (Inter)nationale doelstellingen De afgelopen decennia is het afvalbeleid van de Nederlandse overheid met name gericht geweest op het stimuleren van gemeenten om meer afvalscheiding te bewerkstelligen. Eind vorige en begin deze eeuw hebben de Rijksprogramma’s GIHA (1995) en STAP (2001-2005) gezorgd voor landelijke richtlijnen rondom het scheiden van de verschillende grondstoffen als GFT, oud papier, glas en textiel. Vanaf 2008 is, door de introductie van de producentenverantwoordelijkheid op kunststof verpakkingen, opnieuw een grote transitie ingezet. De afgelopen jaren zijn gemeenten in het kader van het landelijke VANG-programma (van afval naar grondstof) gestimuleerd de hoeveelheid restafval te verminderen tot maximaal 100 kilo per inwoner per jaar. Deze doelstelling is door bijna alle gemeenten overgenomen en er zijn grote stappen gezet. Zo ook in Deventer, waar deze doelstelling al sinds 2016 wordt gehaald. Ook internationaal zien we steeds meer aandacht voor de transitie naar een circulaire economie waarbij de focus naast de reductie van restafval, ook steeds meer op de kwaliteit van gescheiden grondstoffen komt te liggen. Daarnaast is er vanaf 1 juli 2020 een wettelijke verplichting om GFT, papier, metalen, kunststof, glas en elektrische apparatuur gescheiden in te zamelen. Vanaf 1 januari 2025 komen textiel en gevaarlijk afval hierbij.
Bovendien zorgt een stijgende (Nederlandse) verbrandingsbelasting ervoor dat het ook financieel aantrekkelijker wordt voor gemeenten om minder ongescheiden restafval te produceren. Dit alles maakt dat gemeenten steeds meer gestuurd worden in het meer én beter scheiden van hun huishoudelijke grondstoffen. Nederland Circulair in 2050 De Nederlandse overheid wil in 2050 een volledig circulaire economie hebben. Omdat de (inter)nationale vraag naar grondstoffen steeds verder toeneemt, moeten we zuiniger omgaan met onze grondstoffen. Landelijke focus ligt hierbij de komende jaren op het verminderen van het gebruik van grondstoffen, vervangen van fossiele door hernieuwbare grondstoffen, verlengen van de levensduur van producten en hoogwaardige recycling. Concrete maatregelen om deze doelstellingen te verwezenlijken zijn opgenomen in het Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE) 2023-2030, waar ook het VANG-programma onderdeel van uitmaakt. De visie ‘Deventer Circulair’ sluit aan bij deze landelijke ambitie door te streven naar 50% circulariteit in 2030 en 100% in 2050. Concreet resultaat van de verschoven focus is dat er nieuwe Europese doelstellingen zijn geformuleerd die niet langer de hoeveelheid restafval centraal stellen, maar zich richten op het aandeel recycling van huishoudelijk afval.
Dit betekent concreet dat afkeur, vervuiling en sorteerresidue niet meetellen bij het meten van de recyclingdoelstellingen. De EU heeft als doel gesteld dat in 2030 minimaal 60% van het huishoudelijk afval gerecycled moet worden (en in 2035 65%). Deze doelstellingen zijn ook door het landelijke VANG-programma overgenomen, waarmee gemeenten de komende jaren worden ondersteund om de stap te zetten naar meer, hoogwaardig gescheiden grondstoffen en minder restafval. 9
Waar deze doelstellingen nu nog zijn opgenomen en uitgewerkt in het LAP (landelijk afvalbeheerplan), zullen deze vanaf 2025 een plek krijgen in het nieuw te ontwikkelen Circulair Materialenplan (CMP). Dit CMP moet het LAP gaan vervangen en de aandacht -geheel in lijn met de nieuwe Europese en landelijke doelstellingen- gaan verleggen naar het optimaliseren van de gehele keten in plaats van enkel de afvalfase van producten. Voor de gemeente Deventer betekent dit dat er de komende tijd, naast het inzetten op minder restafval, ook toenemende aandacht moet zijn voor de kwaliteit van de gescheiden materialen. We trekken hierin waar mogelijk gezamenlijk op met de andere gemeenten in de regio en onze inzamelaar Circulus. Ook in het samenwerkingsverband Cirkelwaarde, waarin we samen met Rova en AVU (Utrecht) onze grondstoffen vermarkten is toenemende aandacht voor zo hoogwaardig mogelijke verwerking. De activiteiten die in dit Grondstoffenplan worden opgenomen zullen dus -zeker met het oog op landelijke en Europese ontwikkelingen- aanknopingspunten bieden om aan de slag te gaan met circulariteit en de kwaliteit van onze gescheiden grondstoffen.
Verbrandingsbelasting en CO2-heffing Naast deze kwantitatieve doelstellingen ten aanzien van de hoeveelheid (rest)afval en recycling, heeft de landelijke overheid ook financieel instrumentarium ingezet om gemeenten te stimuleren meer en beter grondstoffen te gaan scheiden. Zo is in 2015 de afvalstoffenbelasting (ook wel verbrandingsbelasting genoemd) geïntroduceerd, die in 2019 fors verhoogd is. Deze belasting, die gemeenten moet stimuleren minder restafval te produceren, betekent dat voor elke ton (1000 kilogram) restafval die wordt verbrand, € 35,70 -bovenop het poorttarief van de verwerker- aan belasting moet worden betaald. Een verdere verhoging van deze afvalstoffenbelasting is reeds aangekondigd. Daarnaast is er internationaal een CO2-heffing in het leven geroepen, waarmee gemeenten vanaf 2025 (jaarlijks oplopend tot 2030) worden geconfronteerd, die het verbranden van restafval financieel nog onaantrekkelijker maakt. De exacte hoogte hiervan wordt bepaald wordt door de hoeveelheid fossiele materialen in het restafval.
2.2 Onderzoek standaardisatie De Tweede Kamer heeft aan de staatssecretaris gevraagd of standaardisering van de inzameling van afval in Nederland kan bijdragen aan het behalen van de recyclingdoelen. Daarom wordt momenteel door het ministerie een verkenning uitgevoerd naar de (on)mogelijkheden van standaardisering in de afvalinzameling. Hiervoor worden in het najaar van 2024 ook gemeenten geraadpleegd. Verder wordt een inhoudelijke verkenning uitgevoerd naar de verschillende systemen die worden toegepast, en wordt de juridische haalbaarheid van eventuele standaardisering door het ministerie getoetst. De gevolgen van mogelijke standaardisatie voor Deventer zijn nog lastig te overzien. Standaardisatie zou bijvoorbeeld (naar voorbeeld van Vlaanderen) kunnen betekenen dat een vorm van diftar landelijk wordt verplicht, dat voor bepaalde stromen specifieke inzamelmiddelen worden voorgeschreven (of juist verboden), of dat gemeenten worden verplicht bepaalde kleuren en pictogrammen voor de verschillende afvalstromen te gaan gebruiken. Het kan ook zijn dat standaardisering enkel voorziet in een soort blauwdruk van meest geëigende inzamelmethodes per bebouwingstype, waar gemeenten op eigen wijze mee kunnen omgaan. Gemeenten worden ook geconsulteerd in dit proces. Uitgangspunt hierin voor Deventer is dat we onze autonomie ten aanzien 10
van de inzamelsystematiek, waarmee we al jaren zeer goede scores behalen, willen behouden. Standaardisatie mag niet leiden tot plotselinge veranderingen en/of kostenverhogingen voor onze inwoners. De uitkomsten van dit proces worden medio 2025 verwacht.
2.3 Producentenverantwoordelijkheid Regelingen rondom uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) krijgen een steeds belangrijkere rol in het beheer van huishoudelijke afval- en grondstoffen. Waar tot eind jaren ‘90 de gemeente de enige verantwoordelijke was voor de inzameling en verwerking van alle huishoudelijke afvalstromen, is deze verantwoordelijkheid sinds het begin van deze eeuw (onder het mom van ‘de vervuiler betaalt’) voor een aantal belangrijke grondstofstromen deels verschoven naar de producenten (en importeurs) ervan. Toegenomen aandacht voor kwaliteit en recyclebaarheid van secundaire grondstoffen heeft de (inter)nationale roep om meer producentenverantwoordelijkheid gesterkt. Uitgangspunt van UPV is namelijk het idee dat wanneer producenten de verantwoordelijkheid/taak krijgen om hun eigen producten weer te recyclen, dit de kwaliteit van producten en materialen die worden gebruikt ten goede komt. Bovendien moet deze verantwoordelijkheid bij producenten ook bijdragen aan het verkleinen van de afvalberg. Nieuwe afspraken over verpakkingen Toenemende onenigheid tussen gemeenten en Verpact over de uitvoering van de UPV voor verpakkingen, heeft ertoe geleid dat de VNG (na een aangenomen motie hiertoe, ingediend door Losser) heeft besloten de samenwerkingsovereenkomst na 2024 niet te verlengen.
Onvrede bij gemeenten zat met name in de onvoorspelbaarheid van de acceptatie (en daarmee vergoedingen) van het gescheiden PMD door Verpact. Voor gemeenten is een ander belangrijk uitgangspunt in deze onderhandelingen dat circulariteit voorop moet staan. Nieuwe onderhandelingen over de rolverdeling tussen gemeenten en producenten bij het inzamelen en recyclen van verpakkingen worden in het najaar van 2024 gevoerd. De planning is dat deze nieuwe afspraken er eind 2024/begin 2025 liggen. 2.3.1 Uitbreiding UPV’s Waar UPV voor verpakkingen, afgedankte elektrische of elektronische apparaten (AEEA) en batterijen de afgelopen 20 jaar is ingericht, zien we de laatste paar jaar een uitbreiding naar andere grondstofstromen: zo is de UPV voor matrassen in 2022 geïmplementeerd en geldt sinds 1 juli 2023 ook producentenverantwoordelijkheid voor textiel. De verwachting is bovendien dat producenten en importeurs per 2027 ook voor de (inzameling en) recycling van luiers verantwoordelijk gaan zijn, en worden ook de mogelijkheden van een UPV voor meubels onderzocht. Voor gemeenten betekent dit dat de financiering van de inzameling en recycling van deze grondstofstromen dan niet langer (geheel) via de gemeentekas (afvalstoffenheffing) loopt, maar door de producent moet worden georganiseerd en betaald.
Het effect dat de uitbreiding van UPV op matrassen, textiel en luiers op de afvalhoeveelheden in Deventer heeft, zal naar verwachting in eerste instantie gering zijn. Om de systematiek van UPV echt effect te laten hebben op de keten, en daarmee op de afvalproductie, is een transitie van de keten noodzakelijk die jaren kan duren. Op den duur zullen gemeenten wel degelijk verschillen in massabalansen gaan opmerken, maar voor de korte termijn valt nauwelijks tot geen effect te
11
verwachten op de hoeveelheid grondstoffen die onder gemeentelijke regie moeten worden ingezameld en verwerkt. Gemeentelijke regie onder druk? Uitbreiding van UPV kan in de toekomst gevolgen hebben voor de rol die de gemeente speelt in het beheer van huishoudelijke afval- en grondstoffen. Onder het mom van ‘wie betaalt, bepaalt’ kan het namelijk zo zijn dat de regie over de inzameling en recycling van de verschillende grondstoffen die onder UPV (gaan) vallen, in de toekomst (deels) verschuift naar de producent. Rondom verpakkingen speelt deze discussie de laatste tijd al volop: heb je als gemeente straks nog alle vrijheid om in te zamelen hoe je zelf wilt, of gaan producenten de regie hierover naar zich toe trekken? Gaan producenten in de toekomst verplichte inzamelmethodes voorschrijven om voor vergoeding in aanmerking te komen, of de inzameling zelfs geheel zelf organiseren? Om de inzameling en recycling van huishoudelijk afval toekomstbestendig te houden, is het in ieder geval zaak om bij elke (grote) interventie rekening te houden met een scenario waarbij de regie op grondstoffen die onder een UPV (gaan) vallen, (deels) wordt overgedragen aan de verantwoordelijke producent(en).
Uitgangspunt voor gemeente Deventer hierbij is, net als rondom mogelijke standaardisatie, dat we autonomie willen behouden over onze (succesvolle) inzameling, voorspelbaar beleid willen voeren richting onze inwoners, en de kosten niet mogen stijgen door inrichting van een UPV. 2.3.2 Effecten uitbreiding statiegeld Het succes van het statiegeld systeem voor grote PET-flessen en glazen flessen (waarbij 95% van de flessen wordt ingeleverd en zodoende zeer hoogwaardig kan worden gerecycled) heeft er (mede) voor gezorgd dat deze systematiek de afgelopen jaren is uitgebreid. Per 1 juli 2021 wordt ook statiegeld geheven op kleine PET-flesjes, en per 1 april 2023 ook op blikjes. Na een jaar statiegeld wordt circa 75% weer ingeleverd. De doelstelling van 90% recycling van flesjes en blikjes wordt hiermee echter voor beide stromen nog niet gehaald. De verpakkingsindustrie is door de overheid gemaand het inzamelsysteem uit te breiden. De uitbreiding van het statiegeldsysteem heeft niet alleen effect op het zwerfafval, maar ook op de samenstelling van het PMD dat we gescheiden inzamelen. Onderzoek1 laat zien dat kleine flesjes (2,5%) en blikjes (5%) samen zo’n 7,5% van het PMD uitmaken. Dit betekent niet dat de hoeveelheid gescheiden PMD daalt door de uitbreiding van statiegeld.
De afname van de (schone en hoogwaardige) flesjes en blikjes in het PMD zorgt bovendien voor een dalende kwaliteit van deze grondstofstroom door een relatieve toename van laagwaardiger PMD en vervuiling. Toch is het lastig om dit effect te onderscheiden van andere ontwikkelingen die invloed hebben op de hoeveelheid en kwaliteit van het PMD, zoals veranderende acceptatieprotocollen en scheidingsgedrag.
1 De Afvalspiegel, 2021
12
3. Ambities en huidige stand van zaken 3.1 Ambitie: minder afval, meer circulair In het bestuursakkoord 2022-2026 hebben de coalitiepartijen aangegeven zich te willen inzetten voor een duurzame en circulaire gemeente. Dit betekent dat we beter, slimmer en langer met onze grondstoffen moeten omgaan. In de visie Deventer Circulair2 is de landelijke ambitie overgenomen om in 2050 100% circulair te zijn. Voor de scope van dit Grondstoffenplan (dat primair over huishoudelijke afval- en grondstoffen gaat) betekent dit dat we streven naar minder afval van huishoudens (preventie), en waar producten uiteindelijk worden afgedankt, we de grondstoffen waaruit ze bestaan zo goed en schoon mogelijk scheiden om ze zo hoogwaardig mogelijk te kunnen recyclen. De circulaire economie vraagt namelijk niet alleen om massa (zo veel mogelijk recycling), maar zeker ook om kwaliteit om zo hoogwaardig mogelijke recycling mogelijk te maken. Dit betekent dat we ons moeten richten op het inzamelen van schone grondstoffen die zo veel mogelijk weer in nieuwe producten kunnen worden toegepast. Het liefste doen we dit op lokale of regionale schaal, zodat afvalpreventie en recycling van huishoudelijke afval- en grondstoffen ook bijdragen aan de innovatie en verduurzaming van onze regionale circulaire economie.
De landelijke VANG-doelstellingen halen we al een aantal jaren: We zamelen minder dan 100 kilo restafval in (93 kilo in 2023) en ook de nieuwe Europese (en VANG-)doelstelling van 60% recycling in 2030 halen we in Deventer al (67% in 2022). Daarom bewegen we met dit nieuwe grondstoffenbeleid mee met de landelijke focus van kwantiteit naar kwaliteit. Dit betekent dat we ons de komende jaren niet (primair) gaan richten op (nog) minder restafval (we zijn immers al stedelijke koploper van Nederland op dat vlak), maar ons gaan focussen op de volgende drie doelstellingen: 1. Minder afvalproductie: we gaan onze inwoners stimuleren minder te verspillen en spullen langer te gebruiken door middel van hergebruik, reparatie en het delen van spullen. Hoe langer we gebruik maken van onze producten, hoe minder nieuwe materialen we nodig hebben om in onze behoeften te voorzien. We gaan de komende jaren bewustwording én handelingsperspectief voor onze inwoners creëren ten aanzien van het voorkomen van afval. 2. Betere kwaliteit van gescheiden grondstoffen: alleen goed gescheiden en schone grondstoffen kunnen hoogwaardig worden gerecycled. Vervuilde grondstoffen zijn minder waard, omdat ze alleen nog maar laagwaardig kunnen worden toegepast, of moeten soms zelf alsnog worden verbrand omdat ze te vervuild zijn.
We zetten in op schone grondstoffen die een optimale bijdrage leveren aan de circulaire economie. Concreet is ons doel dat er in 2028 geen afkeur meer plaatsvindt van waardevolle grondstoffen als PMD, GFT en textiel. 3. Stimuleren van de regionale en lokale circulaire economie: grondstoffenmarkten zijn vaak internationale markten. Dit betekent dat er veel gesleept wordt met -als dan niet gescheidenafval, om optimaal economisch rendement te behalen. Natuurlijk willen we waar mogelijk 2 De visie Deventer Circulair is dd 26 06 2024 aan de raad aangeboden.
13
verdienen aan de grondstoffen die we in Deventer scheiden om de afvalstoffenheffing zo laag mogelijk te houden, maar niet als we vervolgens de grip erop verliezen. Binnen samenwerkingsverband CirkelWaarde vermarkten we onze grondstoffen nu al zo duurzaam mogelijk samen met de andere Circulus-gemeenten en de gemeenten van Rova en AVU (Utrecht). Daarnaast gaan we bekijken welke grondstoffen we op regionale of lokale schaal kunnen inzetten ter bevordering van innovatie en circulaire initiatieven. Uiteraard blijven we ons naast de primaire focus op deze drie doelen, inzetten op het verminderen van de hoeveelheid (steeds duurder wordend!) restafval door middel van aandacht (in communicatie en dienstverlening) voor het belang van afvalscheiding. Verschillende maatregelen die we in dit beleidsplan beschrijven, zullen hier ook aan bijdragen.
3.2 Huidige resultaten Deventer behoort al jaren tot de top van de Nederlandse steden op het vlak van afvalscheiding. In de jaarlijkse benchmark van RWS en NVRD staat we steevast in de top van onze stedelijkheidsklasse. Dit betekent dat wij ons huishoudelijke afval (veel) beter scheiden dan vergelijkbare gemeenten. In onderstaand figuur een overzicht van de deelnemers aan de landelijke benchmark die in dezelfde klasse zijn ingedeeld als Deventer.
Figuur 2.1: Hoeveelheid restafval gemeenten klasse B (30-50% hoogbouw). Analyserapport Benchmark 2022.
Kijken we naar onze eigen ontwikkeling op dit vlak, dan zien we dat er een paar trendbreuken zijn geweest in de ontwikkeling van de afvalscheiding in Deventer. In onderstaand figuur een overzicht van de hoeveelheid restafval in Deventer tussen 2010 en 2023.
14
Ontwikkeling restafval 2010-2023 300 250
239 Invoering diftar
200
Corona effect
4-wekelijks restafval
150
92,6
100 50 0
2010
2011
2012
2013
2014
2015
2016
Huishoudelijk restafval
2017
2018
2019
2020
2021
2022
2023
Grof restafval
Figuur 2.2: Ontwikkeling restafval Deventer van 2010-2023
De meest in het oog springende daling van het ongescheiden afval heeft plaatsgevonden in 2013. Vanaf dat moment werd de hoogte van de heffing bepaald aan de hand van het scheidingsgedrag van een huishouden. Dit noemen we ook wel ‘diftar’ (gedifferentieerde tarieven). Onze inwoners worden sindsdien dus financieel gestimuleerd om zo goed mogelijk te scheiden, en zo min mogelijk restafval aan te bieden. Elke lediging van de grijze container (of inworp in een verzamelcontainer voor restafval), wordt immers in rekening gebracht. Dit leidde direct tot een forse afname van het restafval, en toename van de gescheiden grondstoffen. Een volgende belangrijke ontwikkeling zien we in 2016. Vanaf dat moment is de inzamelfrequentie van restafval gehalveerd van elke 2 weken, naar nog slechts eens per 4 weken. Dit is een volgende stap geweest in het stimuleren van onze inwoners om zo veel mogelijk GFT, papier, glas, PMD en textiel te scheiden, en zo min mogelijk restafval te produceren. Met deze maatregelen halen we sinds 2016 al de landelijke doelstelling van maximaal 100 kilo restafval per inwoner per jaar. Ook de nieuwe landelijke doelstelling van 60% recycling halen we de afgelopen jaren al ruimschoots. Het invullen van de landelijke Recycletool3 laat zien dat we in 2022 op een recyclepercentage zaten van 67%.
Na een kleine dip door corona in 2020, daalt de hoeveelheid restafval sindsdien weer naar de waarden van voor de pandemie. In 2023 zien we, door toenemende afkeur wel weer een lichte stijging van de hoeveelheid restafval. Dit is overigens een landelijke trend. Toch is er zeker ook nog winst te boeken op dit vlak. Kijken we naar de samenstelling van het restafval dat Deventenaren elk jaar nog weggooien, dan zien we dat daar nog veel recyclebare grondstoffen in zitten. Zo bestaat ons restafval gemiddeld nog voor ongeveer 1/3e uit GFT en zit er nog bijna 10% PMD in. Dit betekent dat er, ondanks de goede resultaten, nog steeds veel waardevolle grondstoffen verloren gaan. In onderstaand figuur is de samenstelling van het restafval van 2023 weergegeven.
3 https://www.benchmarkafval.nl/tools/vangrecycletool/
15
Figuur 2.3: Samenstelling van het Deventer restafval in 2023 (bron: Eureco, 2024)
3.3 Grondstoffenplan 2021-2024 De focus van het grondstoffenbeleid lag tussen 2021 en 2024 op het scheiden van GFT bij hoogbouw, het optimaliseren van de inzamelstructuur van verschillende grondstoffen en uitgebreide communicatie richting onze inwoners over het belang van afvalscheiding. De belangrijkste aanpassingen in de inzamelstructuur waren het afschaffen van de zwarte kratjes voor glas, de invoering van minicontainers en meer verzamelcontainers voor oud papier, het plaatsen van verzamelcontainers voor GFT bij hoogbouw en in de binnenstad, het afschaffen van de BEST-tas en het starten met gescheiden inzameling bij scholen en sportclubs. Op het vlak van communicatie en participatie zijn ook verschillende maatregelen getroffen. Zo zijn afvalcoaches ingezet om inwoners te informeren over -en helpen bij- het scheiden van hun grondstoffen, is op verschillende manieren gecommuniceerd over nut en noodzaak van afvalscheiding en tips om hier invulling aan te geven, en is de Ulebelt ingericht als service- en adviespunt over afvalscheiding. Dit alles om ervoor te zorgen dat het scheiden van afval steeds meer onderdeel wordt van het gewoontegedrag van onze inwoners. Een groot deel van de uitvoering van de maatregelen uit het Grondstoffenplan 2020-2024 vond plaats tijdens de coronacrisis.
Dit invloed die dit had op aangeboden hoeveelheden afval in 2020 en 2021, maakt het wat lastiger om het effect van de verschillende maatregelen van het Grondstoffenplan exact te achterhalen. Wel zien we dat de hoeveelheid restafval na 2022 weer daalt naar het niveau van voor corona. Ook is de hoeveelheid papier, PMD, textiel en GFT in het restafval afgenomen, wat duidt op beter scheidingsdrag van onze inwoners van deze grondstofstromen.4
4 Voor een uitgebreide analyse van de resultaten van het grondstoffenplan 2020-2024 verwijzen we u naar de
jaarlijkse monitoringsrapportages die hierover zijn opgesteld, en jaarlijks aan uw raad zijn toegezonden.
16
4. Uitgangspunten en randvoorwaarden grondstoffenbeleid 4.1 Inleiding Aan de hand van de (inter)nationale beleidskaders en -ontwikkelingen uit hoofdstuk 2 en de ambities en huidige resultaten uit hoofdstuk 3, komen we in dit hoofdstuk tot een aantal belangrijke uitgangspunten en randvoorwaarden voor het beleid van de komende jaren. We kijken hiervoor eerst naar de veranderende rol van de gemeente in de keten. Vervolgens beschrijven we de belangrijkste uitgangspunten waaraan het grondstoffenbeleid de komende jaren moet voldoen.
4.2 Een sleutelpositie in de keten De rol van de gemeente in de keten is heel lang beperkt geweest tot de afvalfase van een product. Gemeenten vormden op die manier eigenlijk het eindpunt van een vrij lineaire economie: producenten maken producten, consumenten kopen deze en danken ze af, en gemeenten verwerken ze vervolgens zo goed(koop) mogelijk. De rol van gemeenten was hiermee lange tijd beperkt tot de onderste treden van de R-ladder: storten, verbranden, en waar mogelijk wat recycling. De rol van de gemeente in de materiaalketen is steeds belangrijker aan het worden door toenemende afvalscheiding (vanaf de jaren ’90) en recycling én de ingezette transitie om onze economie circulair te maken. We zijn namelijk niet langer het einde van de keten, maar bevinden ons door deze ontwikkelingen op een sleutelpositie midden in de keten: Als gemeente bepaal namelijk (middels je beleid) of afgedankte producten als restafval worden vernietigd, óf dat ze als grondstof een tweede leven krijgen en (via de recycling) weer in nieuwe producten kunnen worden toegepast. De uitdaging voor de komende jaren is om deze sleutelpositie in de keten optimaal te gaan gebruiken voor het zetten van stappen in de richting van de circulaire economie.
Om te beginnen betekent dit het voorkomen van afval (door middel van ‘refuse’, ‘reduce’ en ‘re-use’5) en vervolgens inzetten op zoveel mogelijk recycling van afgedankte producten. Daarnaast kunnen we een belangrijke rol spelen in de optimalisatie van de recycling, door steeds te zoeken naar zo hoogwaardig mogelijke verwerking van onze gescheiden materialen en kunnen we (regionale) innovatie stimuleren door het ter beschikking stellen van onze grondstoffen aan kansrijke (recycling)initiatieven. Bovendien kan onze kennis over de samenstelling van het afval en onze ervaring met de inzameling ervan, producenten helpen bij hun uitdaging om producten beter recyclebaar, demonteerbaar en/of te repareren te produceren. Dit laatste kunnen we echter niet alleen, maar doen we via CirkelWaarde, NVRD en VNG samen met andere gemeenten. Door ons intensieve contact met consument (onze inwoners!) hebben we ook een taak in het verduurzamen van het gebruik van producten: minder verspillen, langer gebruik en slimmer afdanken. En hoewel het geen wettelijke taak van gemeenten is om haar inwoners te motiveren duurzamer te gaan consumeren, biedt onze verbindende rol in de keten wel de mogelijkheid om deze
5 Refuse = een product overbodig maken; Reduce = efficiënter fabriceren met minder grondstoffen; Re-use =
opnieuw gebruiken van een product in dezelfde functie.
17
handschoen (mede) op te pakken. Dit sluit ook naadloos aan bij de circulaire ambitie zoals beschreven in de visie ‘Deventer Circulair’.
4.3 Diftar en bronscheiding PMD De afgelopen jaren zijn meermaals vraagtekens geplaatst bij de effectiviteit en wenselijkheid van sommige keuzes in het gemeentelijk afvalbeleid van Deventer. In de eerste helft van 2023 is daarom, tevens voortkomend uit een afspraak in het collegeakkoord, een onderzoek6 uitgevoerd naar de effectiviteit en houdbaarheid van het afvalbeleid in Deventer. Onderdeel van het proces van de totstandkoming van dit onderzoek was een uitgebreide werksessie met de raad over het huidige beleid en de effectiviteit van keuzes die in het verleden zijn gemaakt rondom met name diftar en bronscheiding van PMD. De belangrijkste conclusie van het onderzoek is dat de goede resultaten die Deventer behaalt op het vlak van afvalscheiding, het directe gevolg zijn van het ingezette beleid. De uitkomsten van dit onderzoek geven dus geen aanleiding om de huidige systematiek ten aanzien van diftar en bronscheiding van PMD aan te passen. Uiteraard worden ontwikkelingen op het vlak van techniek, innovatie en nieuwe beleidsinstrumenten op de voet gevolgd. In dit onderzoek zijn wel een paar belangrijke aandachtspunten geïdentificeerd -zoals de kwaliteit van gescheiden grondstoffen en de aanpak van bijplaatsingen en zwerfafval- waar het afvalbeleid van Deventer zich de komende jaren op zou moeten focussen.
Deze aandachtpunten zijn uiteraard meegenomen in de ontwikkeling van het nieuwe grondstoffenbeleid.
4.4 Overige uitgangspunten Naast de verbindende rol in de keten en voortzetting van de succesvolle onderdelen van ons afvalscheidingsbeleid, zijn er nog een paar belangrijke uitgangspunten en randvoorwaarden waaraan het grondstoffenbeleid de komende jaren moet voldoen: -
-
Eigen ambities voorop: Onze eigen gemeentelijke ambities -minder afval, toewerken naar een circulaire economie en meer en betere recycling van gescheiden grondstoffen- staan voorop. Regionale samenwerking: We zijn, samen met 8 (en binnenkort 10) andere regiogemeenten, aandeelhouder van onze uitvoeringsorganisatie Circulus. Dit betekent dat we, bij het uitstippelen van onze koers, waar mogelijk rekening houden met de richtingen die andere gemeenten kiezen en vice versa. Uiteraard heeft elke individuele gemeente het primaat bij het formuleren van haar eigen beleid en maatregelen, maar waar we synergie en innovatie kunnen bewerkstelligen door samen op te trekken, moeten we dat niet nalaten. Ook vanuit kostenoogpunt kan gezamenlijk optrekken in nieuwe ontwikkelingen voordelen opleveren. Emissievrij: We willen zo snel mogelijk toe naar emissievrije logistiek in onze gemeente. Als gemeente hebben we een voorbeeldfunctie in het toepassen van de nieuwste en schoonste technieken. Samen met Circulus en de andere gemeenten moeten we de komende jaren zo snel mogelijk stappen zetten naar fossielvrije (afval)logistiek, die minimaal aansluit bij de zeroemissiezone die per 1 januari 2028 in Deventer wordt ingevoerd.
6 Dit onderzoek is dd 25 05 2023 aan de gemeenteraad aangeboden.
18
-
-
-
-
Sociale inzet: In de uitvoering van ons afval- en grondstoffenbeleid willen we waar mogelijk gebruik maken van de inzet van sociale werkgelegenheid. De afval- en grondstoffensector is door het soort werk én door de grote rol die we hierin als gemeente spelen, bij uitstek een sector waarin mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt stappen kunnen zetten in hun (re)integratie en ontwikkeling. We bekijken daarom bij alle maatregelen die we introduceren naar de (reële) mogelijkheden voor de inzet van sociale arbeid. Aanpak ongewenste neveneffecten: Bijplaatsingen, zwerfafval en illegale dumpingen vormen een grote bron van ergernis bij onze inwoners. Hoewel onderzoek uitwijst dat ontwijkgedrag in relatieve hoeveelheden maar klein is, is de impact ervan op onze leefomgeving wel groot. De aanpak ervan is en blijft een prioriteit in het grondstoffenbeleid voor de komende jaren. Beheersbare kosten: De kosten van het gemeentelijk afvalbeheer (die door middel van de afvalstoffenheffing bij onze inwoners worden gelegd) zijn al een paar jaar aan het stijgen. Deze kostenstijging wordt voornamelijk veroorzaakt wordt door autonome factoren (stijgende verbrandingsbelasting, dalende vergoedingen, kostenindexatie inzameling, etc.), waar we weinig invloed op hebben. Maatregelen die leiden tot minder afkeur zullen deze externe kostenstijging wellicht deels kunnen opvangen.
Ook circulariteit (hergebruik, en recycling) is in veel gevallen goedkoper dan nieuwe aanschaf van producten. Toch zullen we op sommige vlakken ook moeten investeren om deze transitie naar een circulaire economie op gang te brengen. Uitgangspunt hierbij is steeds dat de kosten die we maken beheersbaar zijn geen onevenredige lastenverhoging met zich meebrengt voor onze inwoners. Datagericht werken: interventies ten behoeve van minder afval en meer recycling kunnen we alleen goed en professioneel vormgeven als we beschikken over de juiste data. Willen we effectief ingrijpen in de kwaliteit van onze grondstofstromen, gericht kunnen communiceren richting doelgroepen en neveneffecten als bijplaatsingen en dumpingen terugdringen, dan moeten we meer weten over het gedrag van onze inwoners op wijk- of soms zelfs straatniveau over: o Waar en wanneer is de kwaliteit van welke grondstofstroom ondermaats? o Waar en wanneer komen (de meeste) bijplaatsingen en dumpingen voor? o Welke vervuiling zit in de gescheiden grondstoffen en welke grondstoffen verdwijnen nog in het restafval? o Wie zijn -en waar zitten- de ‘0-aanbieders’? We gaan Circulus vragen deze data frequent te verzamelen, zodat we effectief en gericht nieuwe maatregelen kunnen inzetten.
4.5 Participatie Uitkomsten enquête digipanel In de totstandkoming van de visie Deventer Circulair is er een enquête gehouden onder inwoners van Deventer over hun beeld van de circulaire economie. Deze enquête hebben we ook gebruikt om een paar vragen te stellen over het handelingsperspectief van inwoners ten aanzien van circulariteit en recycling. Hieronder de belangrijkste conclusies van deze vragen: - 2/3e van de Deventenaren is al bezig met circulariteit Zo geeft 60% van de respondenten aan bereid te zijn meer te betalen voor duurzame producten, leent of deelt meer dan tweederde van de Deventenaren al regelmatig spullen bij buren of vrienden, en koopt de overgrote meerderheid ook regelmatig tweedehands spullen. - Er worden door de respondenten ook moeilijkheden ervaren tot circulair handelen 19
-
Zo wordt het laten repareren van spullen als duur ervaren en vinden onze inwoners veel spullen van slechte kwaliteit. Ook is de bekendheid van de mogelijkheid van het laten repareren nog beperkt. De gemeente kan hier op meerdere manieren bij ondersteunen Hierbij wordt bijvoorbeeld genoemd dat reparatiemogelijkheden beter gefaciliteerd kunnen worden, dat de gemeente het makkelijker kan maken om tweedehands te kopen, en inzamelpunten voor kringloopgoederen in de wijk zouden kunnen bijdragen aan de bereidheid van mensen om hieraan bij te dragen.
Klanttevredenheidsonderzoek Circulus Circulus voert jaarlijks in alle gemeenten waar zij inzamelen een klanttevredenheidsonderzoek uit. De algemene score die inwoners van Deventer eind 2023 gaven aan de afvalinzameling door Circulus is een 7,8. Dit betekent dat mensen gemiddeld genomen tevreden zijn met de geboden service en mogelijkheden om hun afval en grondstoffen in te leveren. De inzameling van GFT, papier, PMD en restafval scoren het beste (allen 4,1 of 4,2 op een schaal van 5). De inzameling van luiers en glas scoren met respectievelijk 3,3 en een 3,4 iets lager. Deze waardering is vrij stabiel over de jaren. Kijken we naar de manier van inzameling, dan zijn Deventenaren het meest tevreden over het recycleplein (4,1) en de huis-aan-huis inzameling (3,9). De brengpunten worden iets lager gescoord (3,4), hoewel hierin een stijgende lijn zichtbaar is ten opzichte van voorgaande jaren. Dit is overigens een beeld dat in veel gemeenten geldt: huis-aan-huis inzameling wordt over het algemeen beter gewaardeerd dan brengvoorzieningen waar mensen zelf naartoe moeten lopen.
20
5. Minder afvalproductie 5.1 Inleiding Een belangrijke ambitie voor de komende jaren is inzetten op het voorkomen van afval. Afval dat niet ontstaat hoef je ook niet in te zamelen en te verwerken. ‘Refuse’ is dan ook de hoogste trede op de ‘R-ladder’: het voorkomen dat grondstoffen gebruikt worden. Waar we als gemeente beperkte invloed hebben op het productieproces van producenten, kunnen we wel concrete invloed uitoefenen op gebruik- en afdankgedrag van onze inwoners, zodat spullen langer worden gebruikt door bijvoorbeeld reparatie en producten door middel van kringloop een tweede leven krijgen. Dergelijke gedragsverandering kost natuurlijk tijd. We willen de komende jaren, in lijn met de ambities van de visie ‘Deventer Circulair’, dan ook met name benutten om bewustwording te creëren rondom de mogelijkheden die er zijn om minder afval te produceren én handelingsperspectief bieden voor mensen die hiermee aan de slag willen. Verandering begint bij het stimuleren en faciliteren van initiatieven die bijdragen aan deze transitie. Laten zien wat er mogelijk is en deelname zo laagdrempelig mogelijk maken (zie het thema ‘Goederen’ in de visie ‘Deventer Circulair’).
Als gemeente moeten we bekijken op welke manier we kansrijke bestaande activiteiten aan elkaar kunnen koppelen om de levensvatbaarheid ervan te vergroten, waar we als facilitator kunnen bijdragen aan het versnellen of vergroten van de impact van lokale initiatieven, en op welke vlakken we als gemeente een initiërende rol moeten pakken om afval te verminderen. Hiervoor is uiteraard wel capaciteit en budget nodig. Laagdrempelige kansen voor Deventer liggen de komende jaren vooral op het stimuleren van hergebruik (kringloop), reparatie en de deeleconomie.
5.2 Hergebruik, reparatie en delen De grootste uitdaging voor de komende jaren in het zetten van stappen richting een circulaire gemeente, zit ‘em niet alleen in het faciliteren van mogelijkheden, maar zeker ook in het mee krijgen van ál onze inwoners in deze transitie. Bewustwording van de noodzaak, maar ook bekendheid van de (laagdrempelige) mogelijkheden die we nu al hebben om circulair te handelen, is een belangrijke voorwaarde om gedragsverandering op dit vlak op gang te krijgen. Waar kringloopactiviteiten een goede oplossing bieden voor producten die vroegtijdig worden afgedankt, kunnen we door het stimuleren van lokale reparatie ervoor zorgen dat producten die kapot of (licht) beschadigd zijn, een langere levensduur krijgen. In de menukaart Afvalpreventie van VANG7 staat hoe we reparatie als gemeente kunnen stimuleren door het zichtbaar, laagdrempelig en bereikbaar te maken. Dit betekent het ter beschikking stellen van centrale locaties in de wijk, het faciliteren van repair-cafés, en bijvoorbeeld het geven van korting op reparaties aan mensen met een kleine portemonnee. Zo stimuleer je zowel de vraag- als de aanbodzijde. Uiteraard is ook hier de rol van de gemeente in het creëren van bekendheid van de mogelijkheden van reparatie van cruciaal belang.
Zo heeft Apeldoorn een kaart gemaakt waarop alle reparatieinitiatieven in de gemeente te zien zijn8, en is het van belang dat mensen laagdrempelig kennis k
7 https://vang-hha.nl/kennisbibliotheek/menukaart-afvalpreventie-vang-huishoudelijk-afval/ 8 https://www.heelapeldoornrepareert.nl/repair-apeldoorn
21
unnen maken met de voordelen van reparatie door middel van bijvoorbeeld het organiseren van ‘popup’ reparatieplekken op lokale markten of in/bij wijkcentra. Naast kringloop en reparatie wint ook de delen van spullen aan populariteit. Steeds meer mensen gebruiken (online) platforms om spullen te lenen van bekenden én onbekenden. Zo hoeft niet iedereen een ladder, boormachine of tent te kopen die maar één keer per jaar wordt gebruikt, maar kunnen we, door slim faciliteren van delen en lenen, ervoor zorgen dat inwoners minder snel overgaan tot (vaak dure) aankoop van een product dat relatief weinig wordt gebruikt. Ook hiervoor geldt dat het faciliteren van ruimte, het bij elkaar brengen van (bestaande en nieuwe) initiatieven en communicatie erover bij uitstek tot de mogelijkheden van de gemeente behoren. Het ondersteunen van deze initiatieven hoeft (zeker in eerste instantie) niet kostbaar te zijn. De insteek van de activiteiten die we als gemeente op deze vlakken gaan ontplooien zijn in eerste instantie met name gericht op het creëren van bewustwording en het faciliteren van (veelal) bestaande initiatieven. De inzet die we de komende jaren plegen, gaan we daarom rondom de volgende uitgangspunten vormgeven: -
-
-
Inventariseren en communiceren: welke circulaire initiatieven er al zijn in onze gemeente, en hoe gaan we bekendheid daar omheen genereren zodat meer mensen gaan deelnemen? We gaan, samen met Circulus, communiceren over nut en noodzaak van preventie én bestaande mogelijkheden en initiatieven onder de aandacht brengen bij de inwoners. Dit kan onder meer via duurzaamdeventer.nl en onze samenwerkingspartners Ulebelt, het duurzaamheidscentrum, etc. Nieuwe initiatieven faciliteren: waar lokale duurzaamheidsinitiatieven niet zelfstandig van de grond komen, of moeilijk kunnen opschalen, kunnen we deze als gemeente ondersteunen. Dit kan door middel van financiële steun, maar ook door het (i.s.m. Circulus) ter beschikking stellen van kennis, ruimte en/of communicatiecapaciteit. Maatwerk leveren: niet elke wijk heeft dezelfde behoeften op het vlak van duurzaamheid. Waar in sommige wijken vraag is naar een reparatiecentrum, zal in andere wijken wellicht meer behoefte zijn aan het inrichten van een platform voor het delen van spullen. Om achter de specifieke behoefte van een wijk te komen moeten we in gesprek gaan met de verschillende wijken om gezamenlijk tot een aanpak te komen die gaat leiden tot meer duurzaamheid en circulariteit in de betreffende wijk.
Daarnaast is het van belang dat we als gemeente een voorbeeldrol vervullen op het vlak van afvalpreventie: ‘practice what you preach’. Hoewel deels buiten de scope van dit grondstoffenplan, is het voor de uitstraling van onze eigen organisatie (en verbonden partijen) noodzakelijk dat we ook onze eigen benodigde producten en materialen duurzaam inkopen, afdanken en waar mogelijk als grondstof leveren voor regionale of lokale circulaire, innovatieve initiatieven.
5.3 Een circulair ambachtscentrum We zien ze de afgelopen jaren steeds meer ontstaan in Nederland: de ‘circulaire ambachtcentra’. Een mooie naam voor de geografische samensmelting van meerdere, vaak reeds bestaande, (gemeentelijke) functies: inzameling van grof afval, kringloop, reparatie, innovatie, sociale werkgelegenheid en onderwijs. Lang bestonden deze functies los van elkaar, zonder gebruik te maken van de onderlinge synergie. Ook regelgeving rondom de afval-status van verschillende materialen 22
maakt(e) dat de mogelijkheden om afgedankte producten op lokale schaal nuttig toe te passen, soms nog lastig zijn. De landelijke ambitie om een dekkend netwerk van circulaire ambachtcentra te ontwikkelen9 maakt dat deze belemmeringen steeds meer worden weggenomen. De grootste horde is echter vaak het ontbreken van fysieke nabijheid, intensieve samenwerking en overkoepelende coördinatie. De verhuizing van Het Goed naar de Westfalenstraat en de geplande herinrichting van de milieustraat (2 extra weegbruggen) ernaast vormen mooie aanknopingspunten om de voorwaarden voor een circulair ambachtscentrum te creëren. Nabijheid van de inname van kringloopgoederen en de plek waar Deventenaren hun afgedankte spullen komen brengen, zorgt ervoor dat we veel directer kunnen beïnvloeden welke producten en materialen direct kunnen worden hergebruikt, waar reparatie levensduur kan verlengen, en waar het afval van de één precies de ontbrekende grondstof kan vormen voor het project van de ander. Zo brengen we (creatieve) innovatie dicht bij de plek waar de secundaire grondstoffen vrijkomen die zij nodig hebben. Hiervoor is intensieve samenwerking nodig tussen de gemeente, kringloopbedrijven, Circulus én alle bestaande en nieuwe initiatieven die gebruik willen maken van de grote stroom herbruikbare grondstoffen die we dagelijks inzamelen op onze milieustraat.