CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-68 Toelichting bestemmingsplan Manegelocatie Oerdijk en Schrijversweg 2

Hamerraad 6 maart 2024, gemeente DeventerBij agendapunt: Bestemmingsplan Manegelocatie en Schrijversweg 230.903 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Binnen het plangebied worden drie wadi's aangelegd voor het vasthouden en bergen van hemelwater. Daarnaast is op het pereel voldoende ruimte om te kunnen voorzien in de benodigde waterberging.

74

vastgesteld bestemmingsplan Manegelocatie Oerdijk en Schrijver sweg 2

Waterkwaliteit In het ontwerp worden geen uitlogende bouwmaterialen gebruikt zodat hemelwater niet vervuild raakt. Riolering Bij de nadere uitwerking van de plannen zal bezien worden of het huishoudelijk afvalwater via het bestaande gemeentelijk riool kan worden afgevoerd. Indien dit niet het geval is, dient er een IBA te worden aangelegd. Beheer en onderhoud Beheer en onderhoud van de A-watergang Douweler Leide kan plaatsvinden vanaf de westzijde van de watergang. Dit valt buiten het plangebied en hier worden ook geen ontwikkelingen voorzien.

4.4.3

Overstromingsrisicoparagraaf Het plangebied aan de Oerdijk ligt in een overstroombaar gebied. Onder overstroombaar gebied verstaan we gebieden die normaal niet onder water staan, maar kunnen overstromen (tijdelijk onder water staan). Het gaat zowel om uiterwaarden die frequent onder water staan (buitendijks) als om beschermde gebieden achter de dijk (binnendijks). Beide vallen onder het toepassingsbereik van de Europese Richtlijn Overstromingsrisico's (ROR). De provincie Overijssel verplicht initiatiefnemers een overstromingsrisicoparagraaf op te stellen ten behoeve van het ruimtelijke plan. In de overstromingsrisicoparagraaf moet worden aangegeven hoe rekening wordt gehouden met waterveiligheid en voorzieningen voor noodsituaties (vluchtlocaties, aangepast bouwen, evacuatieroutes, bescherming van vitale infrastructuur, geleiding van water naar gebieden waar het minder schade toebrengt). Als er zwaarwegende maatschappelijke belangen zijn om in deze laaggelegen gebieden nieuwe stedelijke functies toe te voegen, dient de waterveiligheid ook op langere termijn gegarandeerd te zijn, bijvoorbeeld door de technische inrichting van het gebied en/of de wijze van bouwen. Door klimaatveranderingen moet meer rekening worden gehouden met de gevolgen van een overstroming. Inzet is het voorkomen van slachtoffers (rampenbeheersing) en van economische schade (gevolgenbeperking).

Voor het plangebied is het van belang dat nagedacht wordt over voorzieningen die de risico's kunnen beperken. Bij nieuwe ontwikkelingen is het gewenst dat tijdig wordt nagedacht over voorzieningen dan wel maatregelen die kunnen worden getroffen waarbij eventuele risico's en nadelige effecten van een overstroming kunnen worden beperkt. Het betreft ook een stuk bewustwording dat bouwen in risicovolle gebieden bepaalde risico's met zich meebrengt en dat hier adequaat mee omgesprongen dient te worden. Bij de ontwikkeling van het plangebied dient rekening te worden gehouden met mogelijke overstroming(en). Voor nieuwe ontwikkelingen kan bijvoorbeeld worden gedacht aan navolgende voorzieningen/ maatregelen: aanvullend ophogen (voor zover mogelijk) van het plangebied; voldoende hoog aanbrengen vloerpeil, eventueel verhoogde drempels; aansluiting plangebied op dichtstbijzijnde weg, zodat bereikbaarheid gewaarborgd blijft; zodanig inrichten gebouw zodat bij eventuele overstromingen schade zoveel mogelijk wordt beperkt (bijv. materiaalgebruik, minder gevoelige ruimten begane grond); opstellen van evacuatieplan; belangrijke functies dan wel belangrijke apparatuur (bijv. generator e.d.) verhoogd of op eerste

75

vastgesteld bestemmingsplan Manegelocatie Oerdijk en Schrijversweg 2

verdieping situeren. Bij de inrichting van de woning en het kindcentrum zal rekening worden gehouden dat bij eventuele overstromingen de schade zoveel mogelijk wordt beperkt en er zal een evacuatieplan worden opgesteld.

4.4.4

Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de uitvoering van voorliggend voornemen.

4.5

Verkeer en parkeren

4.5.1

Algemeen Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de effecten op de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Voor het berekenen van de parkeerbehoefte wordt aangesloten bij de uitgangspunten uit de 'Nota 'Parkeernormen Deventer 2013 Auto en fiets'. De nota vormt de basis voor de "beleidsregels parkeren bestemmingsplannen Deventer". Deze parkeernormen zijn geënt op landelijke parkeerkencijfers op basis van de CROW-publicatie 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie, publicatie 317 (oktober 2012)' van het CROW. Voor de verkeersgeneratie wordt aangesloten bij de meest recente CROW-publicatie, genaamd 'Toekomstbestendig parkeren, 381 (december 2018). De kencijfers van het CROW zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeergeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. Bij het gebruik van kencijfers moet rekening worden gehouden met onder meer de bereikbaarheidskenmerken van de locatie. Ook de stedelijkheidsgraad is van invloed op het aanbod en de kwaliteit van alternatieve vervoerswijzen en dus op de hoogte van het parkeerkencijfer. Onder stedelijkheidsgraad wordt verstaan het aantal adressen per vierkante kilometer.

In de vermelde publicaties van het CROW worden de kencijfers weergegeven onderverdeeld naar functies, de stedelijke zone en de stedelijkheidsgraad.

4.5.2

Uitgangspunten Op basis van voorliggend plan in relatie tot het gemeentelijke parkeerbeleid wordt voor de berekening van zowel de parkeerbehoefte als van de verkeersgeneratie uitgegaan van de volgende uitgangspunten: Stedelijkheidsgraad: 'sterk stedelijk' (CBS Statline); Gebiedsindeling: 'buitengebied'. Hierna wordt per deelgebied ingegaan op het onderdeel verkeer en parkeren.

76

vastgesteld bestemmingsplan Manegelocatie Oerdijk en Schrijver sweg 2

4.5.3

Situatie plangebied Schrijversweg 2 Ter plaatse wordt een bestaande boerderij gesplitst in drie wooneenheden. Voor de bepaling van de parkeerbehoefte en de verkeersgeneratie wordt uitgegaan van tussen/hoek koopwoningen. Park eren Voor een dergelijke woning geldt een parkeernorm van 2 parkeerplaatsen per woning, waarmee er in totaal 6 parkeerplaatsen binnen het plangebied gerealiseerd dienen te worden. Binnen het plangebied zal voldoende ruimte zijn om te parkeren op eigen erf voor de drie wooneenheden. Daarnaast wordt er een parkeerplaats aangelegd voor bezoekers. Zie Bijlage 1 voor de exacte locatie daarvan. Ter plaatse is ruim voldoende ruimte om op eigen terrein te kunnen parkeren. Verk eer Voor de woningen geldt een gemiddelde verkeersgeneratie van 7,4 verkeersbewegingen per weekdagetmaal per woning. Voor de drie woningen komt dat neer op afgerond 23 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Een dergelijke verkeersgeneratie kan eenvoudig worden afgewikkeld via de omliggende infrastructuur. Hierbij wordt opgemerkt dat de planologische mogelijkheden om ter plaatse een agrarisch bedrijf te exploiteren komen te vervallen. Het gezamenlijke perceel wordt ontsloten via de bestaande in- en uitrit dat aansluit op de Schrijversweg.

Manegelocatie Oerdijk Op deze locatie wordt een vrijstaande koopwoning gerealiseerd en een kindcentrum. Voor de functie kindcentrum bestaat geen specifieke functie in de CROW. Daarom is van de functie consultatiebureau uitgegaan met vier behandelkamers. Park eren Voor een dergelijke woning geldt een parkeernorm van 2,4 parkeerplaatsen per woning. Onder de woning zal een kelder gerealiseerd worden, waar ruimte is om te parkeren. Daarnaast is het erf van voldoende grootte om het parkeren op eigen erf op te vangen. Het kindcentrum wordt niet specifiek genoemd in het CROW. Daarom wordt uitgegaan van een consultatiebureau met vier behandelkamers. Hiervoor zijn 2,15 parkeerplaats per behandelkamer benodigd, waarmee er afgerond 9 parkeerplaatsen nodig zijn. Het kindcentrum zal een eigen parkeerterrein krijgen, die van voldoende grootte is om de parkeerbehoefte op te vangen. Verk eer De vrijstaande woning genereert 8,2 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Voor het kindcentrum, uitgaande van een consultatiebureau met vier behandelkamers, geldt een verkeersgeneratie van 57,4 verkeersbewegingen. De totale verkeersgerenatie voor het plangebied komt daarmee op afgerond 65,6 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Het perceel wordt ontsloten via de bestaande in- en uitrit dat aansluit op de Oerdijk. De Oerdijk is van voldoende grootte om dit aantal verkeersbewegingen op te vangen.

77

vastgesteld bestemmingsplan Manegelocatie Oerdijk en Schrijversweg 2

4.5.4

Conclusie Gelet op het vorenstaande, vormen de aspecten 'parkeren en verkeer' geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.6

Sociale veiligheid

4.6.1

Algemeen Naast een aantrekkelijke en aanpasbare woonomgeving zal de woonomgeving vooral ook (sociaal) veilig in het gebruik moeten zijn. Het gaat er om dat mensen zich veilig voelen en dat zoveel mogelijk daadwerkelijk zijn. Factoren die kunnen bijdragen aan (het gevoel van) meer veiligheid zijn: informeel toezicht op de openbare ruimte, persoonlijke controle over de ('eigen') omgeving en het imago van het (totale) gebied. Toegespitst op het plangebied betekent dit, dat door inrichting en beheer van de openbare ruimte een goede sociale controle mogelijk dient te zijn. Een aantal aspecten waarbij de sociale veiligheid bijzondere aandacht vraagt, is: stedenbouwkundige inrichting: daarbij gaat het onder meer om de relatie openbaar-privé, menging tuin- en straatgericht wonen, overzichtelijkheid van stratenpatronen, parkeervoorzieningen en openbare verlichting; vrijliggende groenvoorzieningen: vooral de waarborging van overzichtelijkheid; langzaam-verkeerroutes: primaire routes moeten bij voorkeur 'begeleid' worden door woonbebouwing; buurtbeheer: optredende gebreken als gevolg van dagelijks gebruik adequaat en snel herstellen; jeugdopvang: creëren van adequate speel- en ontmoetingsplekken.

4.6.2

Situatie plangebied Aan de Schrijversweg 2 wordt een nieuw woonerf gecreëerd in het buitengebied van Deventer. Ook op de manegelocatie aan de Oerdijk zullen meer mensen verblijven, doordat er een woning gerealiseerd wordt. Hierdoor zullen er meer mensen verblijven op het erf en in het buitengebied van Deventer, met meer sociale controle tot gevolg. Daarnaast is bij de stedenbouwkundige inrichting van het plangebied eveneens rekening gehouden met het aspect sociale veiligheid.

4.6.3

Conclusie Geconcludeerd wordt dat in voldoende mate rekening is gehouden met het aspect sociale veiligheid.

78

vastgesteld bestemmingsplan Manegelocatie Oerdijk en Schrijver sweg 2

Hoofdstuk 5 5.1

Planopzet en juridische aspecten

Inleiding In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de plansystematiek. Allereerst wordt de overgang van het analoge, 'papieren' bestemmingsplan naar een digitaal bestemmingsplan behandeld. Vervolgens wordt de standaardisering van de bestemmingsplannen toegelicht. In § 5.3 wordt ingegaan op de opzet van dit bestemmingsplan. Tenslotte wordt in § 5.4 aandacht gegeven aan de handhaving van de bestemmingsplanregels.

5.2

RO Standaarden 2012 In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is vastgelegd dat planologische visies, plannen, besluiten, verordeningen en algemene maatregelen van bestuur digitaal vervaardigd en op elektronische wijze beschikbaar gesteld moeten worden. Om dit mogelijk te maken zijn de RO standaarden ontwikkeld. De standaarden voor vergelijkbare bestemmingsplannen (SVBP2012) bevatten normen die van toepassing zijn op de vormgeving en inrichting van het bestemmingsplan, met het doel om deze op vergelijkbare wijze op te bouwen en weer te geven. De SVBP2012 geeft daartoe normen voor de opbouw van de regels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. De informatie die is vastgelegd in het plan moet in elektronische vorm volledig toegankelijk en raadpleegbaar zijn. Dit wordt digitale verbeelding genoemd. In de digitale verbeelding wordt alle relevante bestemmingsplaninformatie in een interactieve raadpleegomgeving getoond. Een raadpleger van het bestemmingsplan moet alle relevante bestemmingsplaninformatie op eenvoudige wijze voor ogen kunnen krijgen. Dit betekent dat bestemmingsplannen alleen in digitale vorm rechtskracht kunnen krijgen. Dit bestemmingsplan is daarom digitaal opgesteld, zodat het voorbereid is om digitaal te worden vastgesteld en gepubliceerd.

5.3

Planopzet

5.3.1

Algemeen De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. Inleidende regels; 2. Bestemmingsregels; 3. Algemene regels;

79

vastgesteld bestemmingsplan Manegelocatie Oerdijk en Schrijversweg 2

4. Overgangs- en slotregels.

5.3.2

Hoofdstuk 1: Inleidende regels Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels beogen een eenduidige interpretatie en toepassing van de overige, meer inhoudelijke regels en van de verbeelding te waarborgen. Hierin zijn twee artikelen opgenomen: Artikel 1 Begrippen en Artikel 2 Wijze van Meten. Deze regels dienen ter verduidelijking van de in de andere regels opgenomen begrippen en op welke manier gemeten dient te worden. De begrippen en wijzen van meten behoeven geen toelichting omdat deze zijn overgenomen van de ter plaatse geldende bestemmingsplannen.

5.3.3

Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels Dit hoofdstuk bestaat uit een beschrijving van de bestemmingen. De onderstaande bestemmingen maken onderdeel uit van dit bestemmingsplan. Enkelbestemmingen Artikel 3 Agrarisch met waarden - Landschapswaarden Ter plaatse van de Schrijversweg 2 is voor het oostelijke deel van het plangebied de de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' opgenomen. Deze gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf alsmede voor het behoud, versterking en ontwikkeling van de landschappelijke waarde van de gronden. Dit komt mede tot uitdrukking in de maatregelen, conform het inrichtingsplan en maatregelen in het kader van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving die in het kader van voorliggend plan worden genomen. Daarnaast zijn bij deze bestemming behorende voorzieningen toegestaan. De bestemmingregels zijn zoveel mogelijk gelijk gehouden met de bestemmingsregels van het bestemmingsplan 'Buitengebied Deventer, 1e herziening'. Binnen deze bestemming zijn geen bouwvlakken opgenomen. Ter plaatse bestaan slechts nog beperkte bouwmogelijkheden.

Artikel 4 Groen Op het westelijke deel van de manegelocatie aan de Oerdijk zal een deel van de gronden bestemd worden door 'Groen'. Hier zal tevens een aanduiding worden opgenomen voor de ontsluitingsweg naar de mogelijk toekomstige woonwijk ten noorden van het plangebied. Gronden met deze bestemming zijn onder meer bedoeld voor groenvoorzieningen zoals bermen, beplanting, waterlopen en waterpartijen en wadi's. Binnen deze bestemming zijn de bouwmogelijkheden beperkt omdat er geen gebouwen zijn toegestaan.

Artikel 5 Maatschappelijk

80

vastgesteld bestemmingsplan Manegelocatie Oerdijk en Schrijver sweg 2

Ter plaatse van het kindcentrum geldt de bestemming 'maatschappelijk'. Hier zijn de gronden bestemd voor welzijn en gezondheidszorg. Het gebouw mag maximaal 750 m3 zijn en een bijgebouw hebben van 100 m2. De bestemmingregels zijn zoveel mogelijk gelijk gehouden met de bestemmingsregels van het bestemmingsplan 'Buitengebied Deventer, 1e herziening'.

Artikel 6 Natuur Op het perceel van de voormalige manege aan de Oerdijk wordt een klein deel bestemd tot Natuur. Deze bestemming is opgenomen om de voorgenomen natuurontwikkeling op deze locatie mogelijk te maken. De bestemmingregels zijn zoveel mogelijk gelijk gehouden met de bestemmingsregels van het bestemmingsplan 'Buitengebied Deventer, 1e herziening'. Gronden voorzien van deze bestemming zijn onder andere bedoeld voor het behoud, herstel en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden. Binnen deze bestemming zijn de bouwmogelijkheden beperkt tot het mogen bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde.

Artikel 7 Wonen Elk deelgebied is voorzien van de bestemming 'Wonen'. Gronden voorzien van de bestemming 'Wonen' zijn bedoeld voor het wonen (daaronder begrepen kleinschalige beroepen- en bedrijven-aan-huis. De bestemmingregels zijn zoveel mogelijk gelijk gehouden met de bestemmingsregels van het bestemmingsplan 'Buitengebied Deventer, 1e herziening'. Binnen de bestemming 'Wonen' zijn erven, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, tuinen, paardenbakken, water en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding toegestaan. Tevens zijn de uitvoering en instandhouding van de maatregelen conform de diverse inrichtingsplannen specifiek toegestaan. Binnen de bouwregels behorende bij de bestemming 'Wonen' is bepaald dat per bouwvlak één woning is toegestaan. Voor het deelgebied aan de Schrijversweg 2 is daarnaast door middel van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' bepaald dat in de voormalige bedrijfswoning drie woningen zijn toegestaan. Qua bouwregels is daarnaast zoveel mogelijk aangesloten op de 'standaard' bouwregels voor woningen in het buitengebied. Daar waar maatwerk is toegepast, is dit door middel van aanduidingen op de verbeelding gekoppeld aan de regels gedaan. Zo is de inhoud van de woning aan de Oerdijk op maximaal 1.280 m3 gesteld. In de specifieke bouwregels zijn daarnaast meerdere voorwaardelijke verplichtingen opgenomen.

Zo zijn er sloopverplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen voor de landschappelijke inpassing en natuurinclusief bouwen opgenomen.

Dubbelbestemmingen Artikel 8 Waarde - Archeologie 2, Artikel 9 Waarde - Archeologie 3, en Artikel 10 Waarde Archeologie 4. Deze gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de op en/of in deze gronden voorkomende archeologische verwachtingswaarden. Deze bestemmingen één-op-één zijn overgenomen van het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied Deventer, 1e herziening'.

81

vastgesteld bestemmingsplan Manegelocatie Oerdijk en Schrijversweg 2

5.3.4

Hoofdstuk 3: Algemene regels De algemene regels omvatten een aantal algemene en aanvullende regels die van toepassing zijn op de gronden behorende bij het onderhavige plangebied. Vanwege het algemene karakter van deze planregels zijn deze opgenomen in dit algemene hoofdstuk. Artikel 11 Antidubbeltelregel Door wijziging in de begrenzing van het bouwperceel zouden regelingen die aan het bouwperceel zijn verbonden, kunnen worden ontdoken. De anti-dubbeltelregel verhindert dat.

Artikel 12 Algemene bouwregels In dit artikel zijn algemene bouwregels opgenomen ten aanzien van afwijkende maatvoeringen, overschrijding van bouwgrenzen, herbouw van woningen en ondergronds bouwen.

Artikel 13 Algemene gebruiksregels In deze bepaling wordt eveneens vermeld welk gebruik ter plaatse in ieder geval strijdig is. Tevens worden de vereisten aangegeven voor een beroep of bedrijf aan huis en een kleinschalige kinderopvang. Daarnaast wordt aangegeven welke parkeerregels ter plaatse van toepassing zijn.

Artikel 14 Algemene afwijkingsregels Deze bepaling voorziet in de mogelijkheid af te wijken van het plan ten aanzien van en/of ten behoeve van mantelzorg, herbouw van woningen, kleinschalige windturbines en zonnepanelen. Ten aanzien van de afwijking ten behoeve van zonnepanelen wordt nog het volgende opgemerkt. De gemeente Deventer hecht grote waarde aan de aspecten 'duurzaamheid' en 'natuurinclusief bouwen', zoals eerder al bleek in paragraaf 4.2.8. In dit kader heeft de gemeente een paraplubestemmingsplan vastgesteld. Het paraplubestemmingsplan bevat een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid om zonnepanelen bij woningen toe te staan. Deze afwijkingsbevoegdheid is overgenomen in het voorliggende combiplan. Met deze afwijkingsbevoegdheid kan van alle regels worden afgeweken die aan zonnepanelen in de weg staan mits aan de bijbehorende voorwaarden wordt voldaan. Hieronder zijn de bijbehorende voorwaarden weergegeven met per voorwaarde een korte toelichting. 1. De zonnepanelen zijn gesitueerd bij een woning of (agrarische) bedrijfswoning, met uitzondering van recreatiewoningen. Toelichting: Uitgangspunt is dat het gaat om particuliere zonnepanelen bij een reguliere woning. Bij een (agrarische) bedrijfswoning is ook mogelijk, maar het aantal zonnepanelen moet dan afgestemd zijn op de woning en niet op het bijbehorende bedrijf (zie ook voorwaarde 3).

Of er sprake is van “bij een woning” moet per geval beoordeeld worden. Dit hangt af van de feitelijke omstandigheden. Hier kunnen aspecten als de omvang van de woning en de inrichting van de ruimte rondom de woning een rol spelen. In ieder geval is niet uitgesloten dat zonnepanelen op enige afstand van de woning gesitueerd

82

vastgesteld bestemmingsplan Manegelocatie Oerdijk en Schrijver sweg 2

worden, mits er een ruimtelijke samenhang bestaat tussen de woning en de locatie van de zonnepanelen. 2. Aangetoond moet worden dat het aanbrengen van zonnepanelen op het dak en binnen het bouwvlak uit financieel, bouwkundig, landschappelijk of stedenbouwkundig oogpunt redelijkerwijs niet tot de mogelijkheden behoort. Toelichting: Deze voorwaarde speelt met name bij zonnepanelen bij woningen in het buitengebied. De provincie Overijssel hanteert een zonneladder om te voorkomen dat onnodig grond in de groene omgeving wordt aangewend voor het plaatsen van zonnepanelen. In eerste instantie moeten zonnepanelen op het dak worden aangebracht. De hier gestelde voorwaarde vraagt de initiatiefnemer aan te tonen dat het aanbrengen van zonnepanelen op het dak niet mogelijk is. Het kan zijn dat het dakvlak te klein is, of niet geschikt is, voor het plaatsen van voldoende zonnepanelen om in de eigen energiebehoefte te voorzien. Deze voorwaarde kan wel met zich meebrengen dat van initiatiefnemer gevraagd wordt om (ook) een deel van het dak voor zonnepanelen aan te wenden. 3. De aard en de schaal van de zonnepanelen staan in relatie tot de energiebehoefte van de woning waarbij zij horen. Toelichting: Deze voorwaarde borgt dat de zonnepanelen zijn afgestemd op de energiebehoefte van de woning.

Dit betekent dat op voorhand niet meer zonnepanelen worden toegestaan dan nodig is om de woning van energie te voorzien. De initiatiefnemer zal dit met een energieberekening moeten onderbouwen. De voorwaarde sluit overigens niet uit dat in 'goede jaren', waarin meer energie wordt geproduceerd dan nodig is om aan de energiebehoefte van de woning te voldoen, het overschot terug wordt geleverd aan het net. Het is ook toegestaan om rekening te houden met een voorzienbare toename in de energiebehoefte van de woning. Het is echter niet de bedoeling om op voorhand van zo veel zonnepanelen uit te gaan, dat er structureel meer energie wordt opgeleverd dan nodig is. 4. De aard en de schaal van de zonnepanelen staan in relatie tot de omgeving. Toelichting: De gemeenteraad heeft in het kader van grote, bedrijfsmatige zonne-initiatieven besloten dat het primaat om dergelijke initiatieven toe te staan, bij de raad ligt. De gedachte daarbij is dat over projecten met zo'n grote landschappelijke impact door het democratisch gelegitimeerde bestuursorgaan moet worden besloten. Over kleinere initiatieven kan evenwel door het college besloten worden. Het is echter moeilijk om in zijn algemeenheid te zeggen bij welke hoeveelheid of oppervlakte aan zonnepanelen de landschappelijke impact te groot wordt. De mate van impact hangt af van de omgeving. 5. De zonnepanelen worden landschappelijk ingepast.

De landschappelijke inpassing is vastgelegd in een inrichtingsplan. Toelichting: Een basisvereiste voor nagenoeg elke ontwikkeling is dat nieuwe bouwwerken goed landschappelijk worden ingepast, waarbij kansen voor biodiversiteit en/of klimaatadaptatie waar mogelijk worden benut. Deze eis wordt daarom ook aan particuliere zonnepanelen op de grond gesteld. De landschappelijke inpassing moet worden vastgelegd in een inrichtingsplan, dat als voorwaarde aan de omgevingsvergunning wordt verbonden.

83

vastgesteld bestemmingsplan Manegelocatie Oerdijk en Schrijversweg 2

6. De bestaande natuurwaarden, cultuurhistorische waarde en landschapswaarden mogen niet onevenredig worden aangetast. Toelichting: Uit de ingediende documenten bij de vergunningsaanvraag moet blijken dat aanwezige natuurwaarden, cultuurhistorische waarden en landschapswaarden mogen niet onevenredig worden aangetast. 7. Het woongenot op en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden mogen niet onevenredig wordt aangetast; Toelichting: De zonnepanelen mogen niet leiden tot onevenredige hinder voor omwonenden of voor omliggende bedrijven. Een voorbeeld is onevenredige hinder vanwege reflectie van zonlicht. 8. De initiatiefnemer heeft voorafgaand aan de verlening van de omgevingsvergunning aangetoond dat procesparticipatie van de omgeving heeft plaatsgevonden. Toelichting: Een vereiste uit de Uitgangspunten zonnepanelen is participatie. Dit vereiste geldt ook voor de kleine, particuliere zonne-initiatieven. Aangezien het hier gaat om particuliere zonnepanelen uitsluitend ten dienste van de woning, is projectparticipatie per definitie uitgesloten. Alleen procesparticipatie is vereist. Het gaat hier om een inspanningsverplichting en nadrukkelijk geen resultaatsverplichting. Het is niet nodig dat de omgeving het met het initiatief eens is; het is wel nodig dat de omgeving daarover is geraadpleegd en in de gelegenheid is gesteld wensen en bedenkingen te uiten.

De initiatiefnemer moet motiveren waarom hij wensen uit de omgeving wel of niet meeneemt in zijn initiatief. 9. Afwijking van regels die een specifiek belang beogen te beschermen Toelichting: Met de afwijkingsbevoegdheid kan ook afgeweken worden van bijv. regels ter bescherming van archeologische waarden, gasleidingen e.d. De gestelde voorwaarden beogen dat die belangen een plaats krijgen in de afweging omtrent het verlenen van de vergunning. Het criterium 'niet onevenredig schaden' kan bijvoorbeeld worden ingevuld met de specifieke criteria die de betreffende regels stellen. Conclusie Hoewel geen objectief maximum wordt gesteld aan het aantal of de oppervlakte van de zonnepanelen in een particulier initiatief, wordt toch met bovenstaande voorwaarden in samenhang geborgd dat hiermee alleen particuliere zonne-initiatieven worden toegestaan die niet een zodanige ruimtelijke impact hebben, dat besluitvorming aan de gemeenteraad zou moeten worden voorbehouden. Daarbij worden de principes uit de 'Uitgangspunten zonnepanelen' als leidraad genomen bij kleine particuliere zonne-initiatieven.

Artikel 15 Overige regels In dit artikel komt de werking van in de planregels genoemde wettelijke regelingen en het in strijd met de bestemming toegelaten gebruik aan de orde.

84

vastgesteld bestemmingsplan Manegelocatie Oerdijk en Schrijver sweg 2

5.3.5

Hoofdstuk 7: Overgangs- en slotregels Tenslotte zijn in het laatste hoofdstuk van de planregels de overgangs- en slotregels opgenomen. Ook deze regels hebben een algemeen karakter en zijn op het gehele plangebied van toepassing. Artikel 16 Overgangsregels Deze bepaling regelt het regime van bebouwing en van gebruik van de grond dat strijdig is met het plan. Strijdigheid met het plan wordt voor zowel bebouwing als gebruik beoordeeld naar het moment waarop het plan in werking treedt.

Artikel 17 Slotregel Hier staat de benaming van dit bestemmingsplan vermeld.

5.4

Handhaving Het ontwikkelen van beleid en de vertaling daarvan in een bestemmingsplan heeft geen zin, indien na de vaststelling van het bestemmingsplan geen handhaving plaatsvindt. Daarom is het belangrijk om reeds ten tijde van het opstellen van een bestemmingsplan aandacht te besteden aan de handhaafbaarheid van de voorgeschreven regels. Vier factoren zijn van wezenlijk belang voor een goed handhavingsbeleid. 1. Voldoende kenbaarheid van het plan Een goed handhavingsbeleid begint bij de kenbaarheid van het bestemmingsplan bij degenen die het moeten naleven. De wet bevat enkele waarborgen ten aanzien van de te volgen procedure: deze heeft in de bestemmingsplanprocedure een aantal inspraakmomenten ingebouwd. 2. Voldoende draagvlak voor het beleid en de regeling in het plan De inhoud van het bestemmingsplan kan slechts gehandhaafd worden, indien het beleid en de regeling in grote kring ondersteund worden door de gebruikers van het plangebied. Uiteraard kan niet iedereen zich vinden in elk onderdeel van het plan. Een algemene positieve benadering van het bestemmingsplan is echter wel wenselijk. 3. Realistische en inzichtelijke regeling Een juridische regeling dient inzichtelijk en realistisch te zijn; dat wil zeggen niet onnodig beperkend of inflexibel. Bovendien moeten de regels goed controleerbaar zijn. De planregels moeten niet meer regelen dan noodzakelijk is. 4.

Actief handhavingsbeleid Er moeten adequate maatregelen worden getroffen indien de planregels niet worden nageleefd, met name als dit negatieve gevolgen heeft voor de veiligheid en/of de (volks)gezondheid. Voornoemde onderwerpen zijn als uitgangspunt opgenomen en als richtlijn gehanteerd bij het opstellen van dit bestemmingsplan.

85

vastgesteld bestemmingsplan Manegelocatie Oerdijk en Schrijversweg 2

86

vastgesteld bestemmingsplan Manegelocatie Oerdijk en Schrijver sweg 2

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Inleiding In artikel art. 3.1.6 lid 1, aanhef en onder f van het Besluit ruimtelijke ordening is bepaald dat onderzocht moet worden of een bestemmingsplan uitvoerbaar is. Allereerst wordt in § 6.2 ingegaan op de economische uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. Vervolgens wordt in § 6.3 en 6.4 ingegaan op de 'maatschappelijke uitvoerbaarheid'.

6.2

Economische uitvoerbaarheid De Wet ruimtelijke ordening maakt met het bepaalde in afdeling 6.4 het vaststellen van een exploitatieplan verplicht voor een aantal bouwactiviteiten, wanneer de bouw planologisch mogelijk wordt gemaakt in het bestemmingsplan. De zogenaamde “aangewezen bouwplannen” waarbij een exploitatieplan verplicht is en welke zijn opgenomen in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) zijn: de bouw van een of meer woningen; de bouw van een of meer andere hoofdgebouwen; de uitbreiding van een hoofdgebouw met ten minste 1000 m² of met een of meer woningen; de verbouwing van een of meer aangesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd; de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1000 m² bedraagt; de bouw van kassen met een oppervlakte van tenminste 1000 m². Geen exploitatieplan is nodig indien het verhaal van de exploitatiekosten over de gronden anderszins verzekerd is.

Inmiddels is een ministeriële regeling van kracht waarbij wordt gesteld dat indien in het nieuwe bestemmingsplan geen sprake is van nieuwe ontwikkelingen als hiervoor bedoeld maar sprake is van onbenutte bouwruimte op basis van het vigerende bestemmingsplan de plankosten op nul gesteld mogen worden. Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. In het voorliggende geval wordt een overeenkomst gesloten tussen de verschillende initiatiefnemers en de gemeente Deventer. Hierin wordt tevens het risico van planschade opgenomen zodat het kostenverhaal voor de gemeente volledig is verzekerd. Dit brengt met zich mee dat vaststelling van een exploitatieplan achterwege kan blijven.

87

vastgesteld bestemmingsplan Manegelocatie Oerdijk en Schrijversweg 2

6.3

Resultaten inspraak Omwille van een vlotte bestemmingsplanprocedure is gekozen om de voorontwerpfase over te slaan. De mogelijkheid tot het indienen van inspraak wordt hiermee achterwege gelaten. Op grond van artikel 2.1 van de Inspraakverordening kan elk bestuursorgaan zelf beslissen of zij een inspraakronde noodzakelijk vindt of niet. In het onderhavige bestemmingsplan gaat het om een kleinschalige ontwikkeling. Uiteraard blijft de mogelijkheid bestaan om een zienswijze in te dienen op het ontwerp bestemmingsplan. De initiatiefnemers voor de in voorliggend bestemmingsplan individuele ontwikkelingen, hebben de voorgenomen plannen besproken met de directe omwonenden. Uit deze vorm van participatie zijn geen belemmeringen en bezwaren kenbaar gemaakt.

6.4

Resultaten vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening dient de gemeente bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te plegen met betrokken waterschappen en diensten van Rijk en provincie die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. De volgende instanties zijn in het kader van het vooroverleg benaderd om een reactie te geven op (delen van) het ontwerp bestemmingsplan. Waterschap Drents Overijsselse Delta en Rijn & IJssel; In het kader van de voorgenomen ontwikkelingen heeft de watertoets plaatsgevonden. Voor beide locaties is de normale procedure uit de watertoets gekomen. Er is daarom in overleg getreden met de betreffende waterschappen. De waterschappen zijn akkoord met de plannen. Er wordt met het waterschap Drents Overijsselse Delta nader afgestemd indien er concrete plannen zijn met de strook langs de Douweler Leide. Provincie Overijssel Het plan is voor vooroverleg aan de provincie aangeboden. Vanuit de provincie waren er geen bezwaren tegen voorgenomen ontwikkelingen.

6.5

Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft gedurende een periode van zes weken voor een ieder ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn er geen zienswijzen ingediend.

88

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13844250/1