2024-419 Participatieverslag Woonvisie mei 2024
Tekst van het document
PARTICIPATIEVERSLAG WOONVISIE 2024 ‘Samen bouwen aan goed wonen’ en het (ontwerp) VOLKSHUISVESTINGSPROGRAMMA Deventer 2024
1
Reacties op concept Woonvisie Participatie ..............................................................................................................................................3 Voorafgaand aan het proces ...................................................................................................................3 Fase 1: inventarisatie en analyse (zomer 2023) ......................................................................................3 Fase 2: visievorming (najaar 2023)..........................................................................................................3 Fase 3: uitwerking (eerste kwartaal 2024) ..............................................................................................7 Solis Zorggroep ....................................................................................................................................8 MKB Deventer .....................................................................................................................................9 Bewoners Adviesorgaan Rentree (BAR) ............................................................................................10 Rentree..............................................................................................................................................11
Rabobank...........................................................................................................................................22 Provincie Overijssel ...........................................................................................................................23 Platform Wonen Deventer ................................................................................................................24 Adviesraad Sociaal Domein Deventer (ASDD) ...................................................................................27 Bijlagen ..................................................................................................................................................30
2
Participatie Participatie is onderdeel van het Plan van Aanpak voor de actualisatie van de Woonvisie 2018 (zie ook bijlage 2). Conform het Plan van Aanpak is gewerkt met een kernteam dat behalve een aantal gemeentelijke disciplines ook een vertegenwoordiging van de Deventer woningbouwcorporaties bevatte (woonbedrijf ieder1 en De Marken). De participatie is als volgt vormgegeven:
Voorafgaand aan het proces: bewoners bevraagd op wonen in ‘Wonen Ruimte Stad’ (2022, 2023) Het proces van de actualisatie van de Woonvisie is gestart in Q2 2023. In de periode vlak daarvoor zijn, in het traject ‘Wonen Ruimte Stad’, de bewoners van Deventer uitgebreid bevraagd over wonen in Deventer. Specifiek voor de actualisatie van de woonvisie maken we gebruik van de uitkomsten van de enquête vanuit Wonen Ruimte Stad. Hierbij is gevraagd wat men belangrijk/leuk vindt aan het wonen in Deventer om een beeld te krijgen hoe Deventer wordt ervaren als woonstad. De deelnemers aan de enquête hebben ook aangegeven of ze van plan zijn binnen nu en 5 jaar te verhuizen naar of binnen Deventer en met welke reden. Daarnaast is, los van de eigen woonwens, gevraagd hoe we moeten gaan bouwen (o.a. binnen de bebouwde kom, de hoogte in, aan de rand van de stad of in het centrum) en voor welke doelgroep. Aan de deelnemers is ook een aantal stellingen over de woonomgeving voorgelegd en hebben ze tot slot aangegeven welke (bestaande of nieuw) toe te voegenwoonmilieus als aantrekkelijk worden ervaren. Deze enquête is uitgevoerd in november/december 2022 en gerapporteerd in maart 2023 (Deventer Bouwt in gesprek met de stad) en bestond uit vragen die ook van toepassing zijn op onze woonvisie.
Fase 1: inventarisatie en analyse (zomer 2023) In de zomer van 2023 zijn gesprekken gevoerd met interne vakdeskundigen op het terrein van onder andere wonen, ruimtelijke ordening, duurzaamheid, verkeer en mobiliteit, openbare ruimte, projecten, grondzaken, zorg en welzijn. Daarnaast is gespard met raadsleden, leden van het Platform Wonen Deventer en met corporaties. De uitkomsten van deze gesprekken zijn gebruikt als input voor de brede themasessie in fase 2.
Fase 2: visievorming (najaar 2023) Centraal in deze fase stond een breed gesprek met stakeholders uit de gemeente, waar onder corporaties (inclusief Stichting Woonwagenbeheer), huurdersorganisaties, maatschappelijke partners (ASDD), marktpartijen, particuliere verhuurders binnenstad, binnenstadsmanagement, andere betrokken overheidsorganisaties (buurgemeenten, provincie). De volgende drie thema’s stonden daarbij centraal. • Betaalbaar en haalbaar • Ouder worden in de wijk • Doelgroepen en leefbaarheid 3
Hieruit kwamen rode draden naar voren, die aan het eind van fase 2 besproken zijn met de raad:
Betaalbaar en haalbaar De Deventer ambitie maakt dat we de komende jaren in een hoog tempo woningen willen realiseren, met daarbij (speciale) aandacht voor het bouwen en vrijspelen van woningen voor (startende) jongeren. Conform de Woondealafspraak streven we naar een verdeling 30-40-30: 30% sociale huur, 40% middenhuur en betaalbare koop en 30% duur. Dit betekent een grotere en bredere rol voor de woningbouwcorporaties: naast de sociale huur ook inzet op de middenhuur en dit per project/buurt/wijk bekijken wat nodig is om te komen tot zoveel mogelijk ongedeelde wijken en buurten. Centrale vraag die met de partners van de stad is besproken is ‘hoe bouwen we (snel) voldoende woningen en voldoende goedkope woningen (sociale huur, goedkope koop, middenhuur)’? Het is belangrijk om jongeren te benaderen als aparte doelgroep met een eigen communicatie aanpak, mede gericht op het schetsen van een realistisch perspectief voor de wooncarrière. Voortdurende vinger aan de pols is nodig voor studentenhuisvesting: samen met de onderwijsinstellingen en studentenhuisvesting zicht hebben en houden op ontwikkelingen, en op de betekenis daarvan voor vraag en aanbod. Gezien de situatie voor starters op de woonmarkt is het nodig om te bepalen welke (financiële) instrumenten betaalbaar wonen voor starters stimuleren.
De forse woningbouw in de komende jaren komt met zowel inbreiding als uitbreiding. Inbreiding gaat vaak gepaard met gestapelde/(middel)hoogbouw en dus met het bouwen van appartementen. Dit past bij de toekomstige woonvraag van veel ouderen en jongeren. Het realiseren van appartementen via inbreiding vraagt wel om een tijdige reflectie op mobiliteit en infrastructuur, groen/ecologie en openbare ruimte en voorzieningen. Denk voor voorzieningen niet alleen aan winkel- en zorgvoorzieningen op wijkniveau, maar ook stadsbreed aan werk, onderwijs, cultuur, openbaar vervoer etc. Dit draagt ook bij aan de aantrekkelijkheid van Deventer als woongemeente. En ook, waar het gaat om afstemming tussen arbeidsmarkt en woningmarkt: bouw woningen voor de doelgroep die ook de arbeidsmarkt in Deventer versterkt. Een belangrijke opgave voor de komende jaren is het zorgen voor doorstroom (het op gang brengen van een verhuisketen) om meer betaalbare woningen uit de bestaande voorraad beschikbaar te krijgen. Hierbij helpt de forse woningbouw die de komende jaren is gepland. Hierbij is ook bouw in het duurdere segment helpend. Ook wonen boven winkels, en dus ook het ontzorgen en met elkaar verbinden van vastgoedeigenaren hierin, en het gericht stimuleren van de overstap van ouderen naar een passender woning, draagt bij aan de doorstroom.
Andere middelen om de doorstroom te bevorderen zijn bouwen voor de doelgroep (en dus goede monitoring van de planvoorraad en goed overleg met bouwers en ontwikkelaars, zoals in het Platform), doorstroom financieel aantrekkelijker maken en het aanstellen van een doorstroomcoach. Daarnaast moeten we slim omgaan met de bestaande voorraad en ruimte. Het inzetten op woningsplitsing, woningdeling en de bouw van (kleine/tiny) eenpersoonswoningen zorgt voor sneller en makkelijker aanbod voor kleine huishoudens en geeft ouderen de kans om in hun eigen woning te blijven wonen terwijl er wel aanbod gecreëerd wordt. Het gericht bouwen voor ouderen, nabij zorgvoorzieningen, en waar mogelijk het combineren daarvan met woningen voor jongeren en studenten, geeft kansen voor doorstroom, zorgaanbieders in de nabijheid en een mantelzorgnetwerk in de woonomgeving. In Deventer zijn er goede kansen 4
voor het betrekken van ervaringsdeskundigen en adviesorganen om bruikbaarheid van de woning voor meerdere doelgroepen en betaalbaarheid te combineren. Het aanbieden van middenhuur is in de afgelopen periode minder aantrekkelijk geworden, terwijl daar veel vraag naar is. Zo zijn voor veel starters noch de sociale huurmarkt, noch de koopmarkt goed bereikbaar. Inzet van (middel-)hoogbouw, middenhuur-flexwoningen, meer middenhuur door corporaties en waar mogelijk het wegnemen/verzachten van de huidige financiële consequenties voor verhuurders (voor zover de gemeente hier een rol in kan spelen) zijn middelen die zijn genoemd om het aanbod te vergroten. Voor de gemeente zelf zijn voldoende ambtelijke capaciteit en een passende grondpolitiek van belang. Voor snelheid en betaalbaarheid is het nodig om de procedures waar mogelijk kort te houden en stapeling van eisen te voorkomen. Afspraken over betaalbaarheid en de dekking daarvan door duurdere woningen moeten ook gaande een woningbouwproject gehandhaafd worden en een goede samenwerking met ontwikkelaars, corporaties en de regio is nodig om zicht te houden op in welke categorieën gebouwd moet worden. Het gebruik van innovaties in de markt is nodig om sneller en goedkoper te bouwen, en dit te combineren met duurzaamheid en energieprestatie (hoge energiekosten betekent immers niet betaalbaar wonen).
Ouder worden in de wijk Het aantal (zelfstandig wonende) senioren stijgt. De aankomende jaren vindt er een dubbele vergrijzing plaats. De groep oudere inwoners wordt steeds groter als aandeel van de totale bevolking. Daarbij komt dat mensen ook steeds ouder worden. Het aantal oudere inwoners (80+) neemt toe van 4.600 in 2020 naar 7200 in 2035 en 10.200 in 2050. Over de gehele periode een stijging van +121%. Daarnaast is sprake van extramuralisering. Inwoners worden niet langer toe geleid naar zorg in een instelling, maar de zorg wordt zoveel als mogelijk georganiseerd in de eigen omgeving van de inwoner. Het is de verwachting dat de capaciteit van intramurale verpleeghuiszorg gelijk blijft, terwijl het aantal senioren met een zorgbehoefte toeneemt. Met de partners in de stad is besproken wat is er nodig om aan de groeiende behoefte aan (naasten)zorg in de wijk te kunnen voldoen. Communicatie vindt men hierbij belangrijk. Het is wenselijk dat de (aankomende) senioren hierover worden voorgelicht en hierover met de doelgroep wordt gesproken. Er is momenteel een grote groep senioren die nu relatief groot woont. Deze woningen zijn niet altijd passend voor de (toekomstige) behoefte van de senioren. Daarnaast is er een andere doelgroep die juist behoefte heeft aan dit type woning. Wel moeten er woningen beschikbaar zijn om naar toe te verhuizen.
Er is veel vraag naar geschikte woningen en woonvormen in een woonomgeving die geschikt is voor ouderen. Deze moeten (versneld) worden toegevoegd. Vanuit het nationale woonen bouwagenda is aangegeven dat (32%) van de woningen die we toevoegen geschikt moeten zijn voor ouderen. Het is zaak om oudere inwoners te laten doorstromen naar passende, levensloopbestendige woningen, zodat zij zoveel mogelijk met eigen regie langer thuis kunnen wonen. De verhuisgeneigdheid onder senioren is laag. Daarom moet deze groep worden verleid om daadwerkelijk stappen te ondernemen. Bij het toevoegen van woningen voor senioren is het belangrijk om oog te hebben voor de wensen van senioren om doorstroom te bevorderen. Zij zijn meer bereid om te verhuizen wanneer de 5
woning zich bevindt in of nabij de wijk waar zij nu wonen. Daarnaast biedt dit ook meerwaarde, omdat zij gebruik kunnen maken van hun bestaande sociale netwerk. Het is daarom belangrijk om te zoeken naar woonconcepten waarbij “omzien naar elkaar" en sociale samenhang inherent is aan het type woonvorm. Enerzijds wordt vanuit de haalbaarheid in de zorg meerwaarde gezien in het gemeenschappelijk huisvesten van senioren. Anderzijds kan een mix met niet-senioren van meerwaarde zijn in het bieden van hulp en ondersteuning. De locatie van de woningen is van belang. Goede voorzieningen en/of de mogelijkheid om te verplaatsen naar voorzieningen vormt hierbij ook een belangrijk speerpunt. Idealiter is er in iedere wijk een uitvalsbasis voor intensieve zorg. Zodat langer zelfstandig thuis wonen ook op het gebied van zorg (met behulp van VPT/MPT) mogelijk wordt gemaakt. Het is van meerwaarde als ontwikkelingen plaatsvinden met lokale zorgpartijen, die oog hebben voor toekomstbestendige wijken. Toewijzing van (sociale huur) woningen zou kunnen plaatsvinden op basis van de zorgvraag, zodat het geschikte vastgoed ook doelmatig wordt ingezet. Een specifieke aandoening die de komende jaren zal toenemen is dementie. Naar verwachting zal het aantal mensen met dementie in de gemeente stijgen van 1.600 in 2020 naar 2.900 in 2040.
Dit vraagt naast huisvesting (met name doorstroom naar kleinere woningen en geclusterde woningen) om een passende sociale infrastructuur om deze groeiende groep mensen zo lang mogelijk thuis te kúnnen laten wonen. Noaberschap, ontmoeting, de sociale basis en sterke mantelzorgstructuren zijn hierin belangrijk. Het is dan ook wenselijk om (het opzetten van) informele netwerken in complexen en buurten te faciliteren en te ondersteunen.
Doelgroepen en leefbaarheid In de gemeente Deventer zetten we in op ongedeelde en inclusieve wijken. We zetten in op verdeling van vragers (aandachtsgroepen) en dragers binnen wijken en buurten. De woningmarkt staat onder druk en de aandachtsgroepen nemen toe. Denk hierbij aan statushouders en uitstromers uit instellingen als maatschappelijke opvang of andere intramurale instellingen. Het zijn mensen in een kwetsbare situatie die vaak afhankelijk zijn van extra zorg of begeleiding of hun leven (opnieuw) moeten opbouwen. Ook de groep ouderen in de wijk neemt toe. Er is sprake van een dubbele vergrijzing en de groep ouderen zal door de extramuralisering steeds langer thuis in de wijk blijven wonen. Door deze ontwikkelingen wordt het steeds lastiger om overal een goede balans te vinden tussen de vragers en dragers in de wijk of buurt. Daarom is samen met de partners uit de stad stilgestaan bij de vraag wat er nodig is om alle (aandachts)groepen op een prettige manier in de wijk te laten samenleven. Om iedereen prettig te laten wonen in de wijken is het belangrijk dat er wordt ingezet op een stevige ondersteuningsstructuur in wijken in de vorm van formele zorg en informele zorg. Om de informele zorg in de wijken en buurten te stimuleren is het van belang te investeren in buurtvoorzieningen in de binnen- en buitenruimte, zoals buurthuizen. Hier kunnen bewoners elkaar ontmoeten.
Om de sociale cohesie te versterken en te zorgen dat inwoners naar elkaar omkijken. Het noaberschap in wijken en buurten zal de komende jaren steeds belangrijker worden. Een aandachtspunt voor de sociale cohesie is de balans tussen dragers en vragers. Wanneer meer dan de helft van de woningen vanuit de corporaties wordt toegewezen aan bijzondere doelgroepen, heeft dit invloed op het balans van dragers en vragers in de wijk. Er wordt aandacht gevraagd om te kijken vanuit het perspectief vanuit draagkracht/ draaglast in een wijk en niet enkel vanuit de opgave die er ligt. Door bijvoorbeeld een wijkvisie op te stellen met alle betrokken partners binnen een wijk 6
(zorg, wonen en welzijn) en deze leidend te laten zijn voor sociaal-maatschappelijke keuzes en ontwikkelingen. Wanneer er veel verschillende aandachtsgroepen bij elkaar wonen in de wijk is een goede samenhang en samenwerking van de formele zorg een van belang. Vanuit de formele zorg zijn er veel verschillende professionals werkzaam op het gebied van wonen, welzijn en zorg. Zij hebben een gezamenlijk doel: inwoners waar nodig ondersteunen en iedereen prettig laten wonen in de wijk. Het is daarom belangrijk om in te zetten op een sterke samenwerking tussen de professionals. De communicatie naar inwoners is ook van belang. Zij moeten worden geïnformeerd over wat het samenwonen en samenleven in de wijk met verschillende doelgroepen betekent. Ook is de behoefte naar voren gekomen dat er één punt moet zijn waar inwoners zich kunnen melden als er iets speelt op het gebied van wonen en zorg. Wanneer wonen in de wijk ondanks ondersteuningsstructuren en hulpverlening niet goed loopt, is er behoefte aan een alternatief zoals skaeve huse/maatwerkwoning of een hostel.
Fase 3: uitwerking (eerste kwartaal 2024) In deze fase is de nieuwe, geactualiseerde Woonvisie 2024 opgesteld. De Woonvisie is bovendien voorzien van een Volkshuisvestingsprogramma. Die laatste was niet voorzien in het Plan van Aanpak, maar ligt in de rede gezien de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de aanstaande Wet Regie op de Volkshuisvesting. Woonvisie en volkshuisvestingsprogramma zijn gedurende 6 weken ter consultatie voorgelegd aan dezelfde partijen als die in fase 2 geraadpleegd zijn. Er zijn acht reacties binnengekomen. Bijgaand zijn de reactie van de betreffende indiener weergegeven plus de wijze waarop de reactie al dan niet is verwerkt. Woningcorporaties woonbedrijf ieder1 en De Marken hadden zitting in het kernteam. Hun opmerkingen zijn tijdens het proces al verwerkt. Zij hebben derhalve geen reactie ingediend.
7
Reactie ontvangen van:
Solis Zorggroep Contactpersoon: projectsecretaris vastgoed Dank voor het delen van de concept woonvisie. Kijkend vanuit onze positie als zorgpartij, kunnen wij ons goed vinden in het document. Ja:
Inzetten op voldoende woningen voor senioren, aangesloten op wensen en behoeften; Zorg zoveel mogelijk organiseren in omgeving inwoner, want veel mensen willen in eigen omgeving blijven wonen; Levensloopbestendige woningen creëren in bestaande wijken; Geclusterd bouwen voor ouderen in nabijheid van bestaande zorgcomplexen > inbreiding; Toewijzen van (sociale huur) woningen op basis van zorgvraag, zodat geschikt vastgoed doelmatig wordt ingezet; Noaberschap, ontmoeting, sociale basis en sterke mantelzorgstructuren zijn belangrijk.
Succes met het vervolg. Mochten een bijdrage van onze kant nog wenselijk zijn, dan horen wij dat graag. De reactie geeft geen aanleiding tot het aanpassen van de Woonvisie.
8
Reactie ontvangen van:
MKB Deventer Contactpersoon: voorzitter
Wij kunnen ons vinden in de gepresenteerde woonvisie en ondersteunen met name het beleid om in te zetten op voldoende woningen als extra ambitie om de arbeidsmarkt te versterken en te verjongen en ook het voorzieningen niveau voor jongeren op te waarderen. Hiermee kunnen we personeel behouden en nieuw talent werven. Dat betekent betaalbare woningen en creatieve oplossingen (bv flex woningen) Ook van belang is om de norm van 1 baan voor 2 inwoners vast te houden. De reactie geeft geen aanleiding tot het aanpassen van de Woonvisie.
9
Reactie ontvangen van:
Bewoners Adviesorgaan Rentree (BAR) Contactpersoon: voorzitter
Op blz. 8 staat: "In totaal gaan we dus uit van een nieuwbouwopgave van 11.000 woningen tot 2035. Daarvan willen we graag 1.000 woningen in de dorpen realiseren." Het BAR vraagt zich af of dit realistisch uitvoerbaar is, het aantal van 11.000 woningen. We onderstrepen het belang van woningen in de dorpen realiseren.
Forse opgave wordt onderkend. Geen wijziging Woonvisie.
Op blz. 18 staan speerpunten genoemd m.b.t. wonen in wijken en dorpen. Speerpunt 1 zegt: "We willen dat onze oudere inwoners zoveel mogelijk met eigen regie langer zelfstandig kunnen wonen. Daarvoor brengen we zorg en begeleiding naar de bewoner. Ook zetten we in op bewustwording en verleiding tot doorstroming naar passende, levensloopbestendige woningen en woonomgevingen." Het BAR is van mening dat het aantrekkelijk gemaakt moet worden voor de oudere om door te stromen. Vaak zijn er hoge kosten mee gemoeid, waardoor de oudere niet wil of kan verhuizen Verwerkt in het Volkshuisvestingsprogramma bij bevorderen doorstroom ouderen.
Op blz. 24 gaat het over duurzaam wonen. Bij speerpunt 1 staat: "We zetten in op de verdere verduurzaming van de bestaande voorraad door uitwerking en uitvoering van de energievisie en transitievisie warmte. We laten verduurzaming hand in hand gaan met betaalbaarheid, bewustwording en leefbaarheid en streven daarbij naar het maken van werk met werk." Het BAR begrijpt niet wat er met die zin wordt bedoeld: het maken van werk met werk? Verduidelijkt in de Woonvisie.
Pagina 26 over energietransitie. Er wordt o.a. gesproken over een wijkuitvoeringsplan(WUP). Hebben wij dit ooit gezien? Lastig om daarover een mening te hebben. Geen aanpassing Woonvisie.
Over het algemeen is het BAR tevreden over de inhoud van de woonvisie en ziet zij de punten terug die aan bod kwamen tijdens de bijeenkomst op 31 oktober in het gemeentehuis.
10
Reactie ontvangen van:
Rentree Contactpersoon: beleidsadviseur wonen Algemeen Allereerst complimenten over de wijze waarop de gemeente de actualisatie van de Woonvisie aanpakt. Een actualisatie doet recht aan de eerder ingezette koers. Het is makkelijk om steeds blanco te beginnen met een woonvisie, maar het getuigt juist van visie om voort te durven bouwen wat er al ligt. Ook de wijze waarop breed betrokkenheid is gezocht met belanghouders verdient een compliment. Ook als Rentree zijn we steeds meegenomen en voelen we in dit proces echt gezien als volwaardig partner. En het gaat ook ergens over. Wonen is hét domein waar verbinding wordt gemaakt. Verbinding met duurzaamheid, openbare ruimte, zorg en welzijn. Allemaal belangrijke domeinen, maar uiteindelijk moet iedereen wonen. “Geen thuis, geen leven”, is letterlijk de situatie. Hoe dat thuis er de komende jaren uit gaan zien is nog best onzeker met alle uitdagingen die er liggen. Maar juist dan is het belangrijk dat er een kader is. Deze woonvisie kan dat bieden. Uiteraard zien wij ook nog punten van aandacht. Deze hebben we hieronder verwoord. We volgen de paginanummering van de woonvisie. Dus kleine opmerkingen en meer wezenlijke punten staan door elkaar heen. Reflectiepunten op de Woonvisie Onderstaand reageren we per pagina op de belangrijkste zaken die ons opvielen. Tot slot geven wij nog een reactie op de Woonvisie in zijn algemeenheid.
- Pagina 3 (vraag): Hier wordt expliciet de verbinding tussen Woonvisie, het bod vanuit woningcorporaties en betrokkenheid van huurdersbelangenverenigingen gemeld. Dat is correct. Echter, vanaf 2026 wordt het verplicht ook zorgpartijen aan te laten haken op prestatieafspraken. Dat raak aan verschillende woondoelen. Is door de gemeente voorzien om hierop te anticiperen? En zo ja, hoe gaat zij de zorgpartijen aanhaken op de woonvisie?
Zie volgende punt.
-
Pagina 3 (vraag): Wij vragen ons af of de prestatieafspraken hier als doel genoemd zou moeten worden. Is meer gevolg of uitvoering. Verwijderd.
-
Pagina 6 (vraag): Hier staat: Voor verschillende duurzaamheidsaspecten hebben we de ambitie om verder te gaan dan de wettelijke vereisten, zolang de beschikbaarheid en betaalbaarheid hiermee niet in het geding komt. Dit vinden wij een lastige formulering. Recent is ook op bestuurlijk niveau, naar aanleiding van gebrekkige communicatie rondom de Energievisie, juist over dit thema gesproken. Daarin is nu besloten de samenwerking in FBW te verbreden om samen te gaan kijken wat er mogelijk is. De hier gekozen lijn sluit daar in zekere zin bij aan, maar wie bepaalt de definitie van beschikbaarheid en betaalbaarheid? Dat is een spanningsveld, waarbij wij het mooi zouden vinden als hier wat explicieter wordt vermeld dat dit een verkenning is die gemeente samen met haar partners doet en hier ook bereid is gezamenlijk tot standpunten te komen. Tot slot op dit punt: de landelijke trend is 11
juist tegengesteld; waar nodig verzwaring van algemene eisen en juist geen lokale intensivering. Dit standpunt is onder andere gekozen om ruim baan te bieden aan standaardisatie van woonproducten en een betaalbaar aanbod vanuit de markt. Hoe verhoudt dit standpunt zich ten opzichte van die landelijke lijn en hoe onderbouwt de gemeente de noodzaak voor haar keuze?
Zin opgenomen in de Woonvisie par 3.3 over verkenning ism partners om gezamenlijk te komen tot standpunten bij hst duurzaam wonen en in het Volkshuisvestingsprogramma bij toetsingskader. -
Pagina 7 (opmerking): In speerpunt 1 komt flexwonen heel nadrukkelijk naar voren. Zover ons bekend zijn alleen de corporaties hiertoe bereid en gaat dat om maximaal 300 woningen die in de praktijk al moeilijk haalbaar blijken. Ook hebben de corporaties gezegd dat permanente bouw de voorkeur heeft, zoals ook keurig benoemd in de speerpunten. Feit blijft dat 300 woningen op de gehele opgave maar een zeer klein aandeel betreft. In onze ogen te klein om zo prominent in de doelen neer te zetten. In de uitwerking kan dat uiteraard wel. Ons idee zou zijn dit te nuanceren, of te verbreden naar woningdelen, optoppen, etc. Dan straal je uit dat je de verbreding in zijn algemeenheid zoekt. Een andere richting zou kunnen zijn om voldoende woningen één speerpunt te maken, en een aanvullend speerpunt voor de flexwoningen. Flexwonen verwijderd als (onderdeel) speerpunt en omgezet naar andersoortige oplossingen. Tekst over bestaande voorraad beter benutten in die paragraaf gehaald. Geheel consistent gemaakt. Vergelijkbare aanpassing in VHP.
-
Pagina 7 (vraag): Speerpunt 3. Hier lijkt nu te staan dat het aantal sociale huurwoningen in de gemeente niet hoeft te groeien. Er staat immer dat de omvang op peil moet blijven. Omvang verwijst voor ons gevoel naar absolute aantallen. Wordt hier niet bedoeld het aandeel op de totale woningvoorraad? Aangepast.
-
Pagina 7 (vraag): Speerpunt 4. Sluit de definitie van deze woningtypen aan bij de definitie uit landelijke afspraken?
Sluit aan. Geen wijziging Woonvisie.
-
Pagina 7 (vraag): Speerpunt 5. Doorstroming is geen vraagstuk voor alleen de sociale voorraad. Waarom die focus en niet ook verbreding naar de koopsector? Aangepast in Woonvisie en Volkshuisvestingsprogramma.
12
-
Pagina 7 (vraag): Speerpunt 6: Dit is toch geen speerpunt? Wat is de visie van de gemeente? Waarom hier niet wat stelliger? Bijvoorbeeld: de gemeente zet in op het behoud van de huidige voorraad studentenwoningen in Deventer. Studenten zijn belangrijk voor de stad. Eventueel koppelen aan speerpunt 7? Aangepast in Woonvisie en Volkshuisvestingsprogramma.
-
Pagina 7 (vraag): Speerpunt 7: waar wordt de definitie van een “jongere” gegeven? Wat ons betreft zou dit verder mogen gaan dan de leeftijdscategorie t/m 27 jaar, bijvoorbeeld tot 35. Aangepast in ‘tot grofweg 35 jaar’.
-
Pagina 7 (opmerking): Boven aan de pagina staat ‘Kortom een gemeente waar voor iedereen een woning te vinden is die naar prijsstelling past bij het inkomen. De focus op alleen prijsinkomen is wel heel erg kaal. De woning moet niet alleen passen bij het inkomen, maar ook bij de kwalitatieve woonvraag! Tekst genuanceerd.
-
Pagina 8 (vraag): goed dat de 11.000 woningen nu integraal worden opgenomen in de Woonvisie. Deze doelstelling is vastgesteld in 2021. Betekent dat ingangsdatum van deze ambitie 2022 is? Met andere woorden; hebben de opleveringen 2022-heden al bijgedragen aan dit doel? Er wordt nu alleen gesproken van het eindjaar van de ambitie (2035) maar niet het startjaar. Zouden wij wel opnemen. Dat helpt ook bij de verantwoording. Niet verwerkt. Wel opgenomen dat deel van de 11.000 regionaal kan landen in de verstedelijkingsopgave Stedendriehoek op pag. 9 Opgenomen dat deel van de 11.000 regionaal kan landen in de verstedelijkingsopgave Stedendriehoek.
-
Pagina 8 (opmerking): Bij de woningbouwopgaven kan het voor de hand liggen om een koppeling te maken aan de marktvraag. Wij kunnen ons voorstellen dat hierbij de koppeling wordt gezocht met het KAW onderzoek uit 2021. Is de behoefte die hieruit naar voren komt, voldoende vertaald naar deze Woonvisie? Verwezen naar KAW-woningmarktonderzoek en doelgroeppaspoorten.
-
Pagina 9 (opmerking): binnen het integraal afwegingskader wordt gesproken over ‘onderscheidende woonmilieus’. Een toelichting op wat de gemeente hiermee bedoeld 13
hebben wij niet kunnen vinden. Het klinkt logisch, maar er zijn ook prima onderscheidende woonmilieus te verzinnen waar niemand wil wonen… Onze suggesties zou zijn om dit concreet uit te werken, te verwijzen naar een concrete uitwerking, of het weg te laten. Niet verwerkt; is citaat uit Wonen Ruimte Stad. -
Pagina 9 (vraag): Hier staat dat 50% betaalbaar wordt toegevoegd. Algemeen: in welk type huidig bezit zitten potentiële verhuisbewegingen waardoor je betaalbaar bezit bestaand vrijspeelt voor starters? En welk programma zou je dan iets ruimte kunnen geven in nieuwbouw? Hierdoor zou de haalbaarheid van een aantal projecten kunnen worden verbeterd. Niet verwerkt – wellicht goede suggestie voor afzonderlijke projecten.
-
Pagina 10 (opmerking): de gemeente houdt in het afwegingskader vast aan inbreiding boven uitbreiding (punt 9). Dat vinden wij teleurstellend. Dat simplificeert de werkelijkheid. Om de ambities te halen zijn beide nodig; inbreiding én uitbreiding. Mooier zouden wij het vinden als dat volmondig wordt erkent. Bijvoorbeeld: ‘Inbreiding en uitbreiding, waarbij de uitbreiding er niet toe mag leiden dat kansen voor passende inbreiding onbenut blijven’. Dat doet wat ons betreft meer recht aan de opgave. Inbreiden als leidend principe genuanceerd in de Woonvisie. Ook een aantal zinnen toegevoegd aan het Volkshuisvestingsprogramma bij planvoorraad irt binnenstedelijke locaties. Wel de ladder voor duurzame verstedelijking benoemd.
-
Pagina 10 (opmerking): Flexwonen krijgt hier een prominente plek, boven de woningbouwprogrammering. Wij kunnen ons voorstellen dat dit onderdeel verder in de tekst geplaatst wordt, omdat dit een noodoplossing is en niet de basis. Aangepast.
-
Pagina 10 (vraag): Bij woningbouwprogrammering wordt genoemd dat groei geen doel op zich is, terwijl er ook regelmatig staat dat de stad moet groeien. Voegt deze bijzin iets toe? Zin verwijderd.
-
Pagina 11 (opmerking en vraag): Wij zijn blij met de helderheid waarbij corporaties hier als preferente partner voor sociale huur worden neergezet. Wij herkennen dat ook uit de praktijk. Detailvraag over de 4e alinea, laatste regel. Hier wordt gesproken over ‘Dit woningtype zal dan ook in een omgevingsplan moeten worden verankerd’. Wordt hiermee
14
bedoeld de sociale huurwoning in zijn algemeenheid of daadwerkelijk één of meerdere woningtypes die verwacht worden in de sociale huur? Sociale huur algemeen; geen wijziging woonvisie.
-
Pagina 12 (vraag): In de tweede alinea wordt gesproken over het toevoegen van sociale en middeldure koopwoningen. Nergens in de Woonvisie komt terug dat verkoop van sociale huurwoningen hierin een rol kan spelen. Is dat nog het bespreken waard? Verwerkt, met onder voorwaarde van verduurzaamd en voorraad op peil.
-
Pagina 14 (vraag): In de 4e alinea onder het kopje ‘Woonwagens’ staat dat woonwagenbewoners met een bepaald inkomen niet in aanmerking komen voor huurwoonwagens. Volgens ons is dit niet zo strikt en wordt er bij toewijzing wel naar inkomen gekeken, maar niet bij voorbaat uitgesloten. Tekst genuanceerd.
-
Pagina 14 (opmerking): Bestaande voorraad goed benutten zou eigenlijk de basis moeten zijn en daarom onzes inziens bovenaan moeten staan. Verwerkt.
-
Pagina 16 (opmerking): onder Voldoende kwaliteit wordt gemeld dat voor specifieke doelgroepen kan worden afgeweken van de minimale 40m2 eis bij nieuwbouw. Misschien goed om hier ook expliciet de doelgroep jongeren te noemen? Zeker al we willen bouwen voor jongeren die moeten huren onder de kwaliteitskortingsgrens dan zullen de oppervlaktes kleiner zijn. Verwerkt.
-
Pagina 16 (vraag): Hier worden aantrekkelijke woonmilieus genoemd. Kan hier aansluiting gezocht worden bij het Woonbelevingsonderzoek van KAW uit 2021? Aan welk woonmilieu is behoefte? Welk woonmilieu willen we bieden en waarom? Verwerkt.
15
-
Pagina 18 (opmerking): Doordat nadruk zo op bijzondere doelgroepen ligt, voelt het niet altijd als een woonvisie voor alle bewoners, maar vooral voor de bijzondere doelgroepen. Wellicht de uitgangspositie beter benoemen? Voorstel zou kunnen zijn om daarin juist ‘Deventer voor iedereen, voor alle inwoners’ en ‘voor iedereen goed wonen in wijken en dorpen’ centraal te stellen. Titel hoofdstuk aangepast. Volgorde hoofdstuk aangepast zodat het hoofdstuk begint met reguliere bewoners en de bijzondere doelgroepen daar op volgen.
-
Pagina 18 (opmerking): Punt 4 in de speerpunten. Mogelijk is hier een iets uitgebreidere formulering gepast. Wat is het doel wat de gemeente hier wil bereiken: goede huisvesting voor arbeidsmigranten! Dat komt nu eigenlijk niet naar voren, het lijkt vooral te gaan om tegengaan negatieve effecten. Aangepast en meer verwoord cf PvA Arbeidsmigranten.
-
Pagina 18 (opmerking): Punt 5. Graag in de laatste regel de term ‘kwetsbare groepen’ vervangen door bewoners. De huidige formulering kan de suggestie wekken, omdat ook de verbinding wordt gemaakt met corporaties, dat alle huurders kwetsbaar zijn. Dat is natuurlijk niet waar. Verwerkt, ook in de tekst in de opvolgende pagina.
-
Pagina 18 (vraag): ‘ouder worden’, is het niet zo dat deze piek na 2040 weer afneemt? Ons beeld is dat er afvlakking plaatsvindt; geen aanpassing Woonvisie.
-
Pagina 19 (vraag): Eerste alinea. Hier staat keurig landelijk beleid opgetekend. Dat wil zeggen; het aantal 75-plusser gaat heel snel stijgen, maar het aantal verpleeghuisplaatsen blijft gelijk. Want tsja, hebben we hebben nu eenmaal gekozen voor extramuralisering. Onze vraag: is dit ook de visie van de gemeente? Of is er ruimte om dit anders te zien en bijvoorbeeld te streven naar uitbreiding van het aantal verpleeghuisplaatsen, al dan niet tijdelijk? Aangepast zodat helder is dat we als gemeente inspelen op landelijk beleid.
16
-
Pagina 19 (tekstueel): Vierde alinea. Hier staat: Toewijzing van (sociale huur) woningen zou kunnen plaatsvinden op basis van de zorgvraag, zodat het geschikte vastgoed ook doelmatig wordt ingezet. Wij stellen voor hier in plaats van ‘sociale huur’ gewoon ‘huur’ te zeggen. De doorstroming vanuit de koopsector zal ook op gang moeten komen. En die vraag is er ook. Met een bredere definitie kunnen ook marktpartijen worden aangesproken op deze opgave in de middenhuur en duurdere huursegment. Nu lijkt het exclusief een sociale huur opgave en dat is het niet. Verwerkt.
-
Pagina 19 (opmerking): Doorstroming lijkt zich nu voornamelijk op senioren te focussen. Wij kunnen ons voorstellen dat de totale woningmarkt hierin meegenomen wordt. Doorstroming is immers breder dan alleen senioren die mogelijk niet passend wonen. Verduidelijkt dat het hier gaat om doorstroming van senioren.
-
-
Pagina 20 (opmerking): Er wordt gesproken over wonen met zorg, gaat het niet veel meer over wonen met begeleiding in deze alinea? Misschien goed om in de nadere uitwerking na te denken over scherpere definities. Wonen met zorg is best een containerbegrip geworden. Niet verwerkt Pagina 20-23 (opmerking): Vanaf Wonen met zorg wordt er eerst lange tijd over verschillende relatief kwetsbare doelgroepen geschreven die op een bepaalde manier ook voorrang nodig hebben. Het voelt als een opeenstapeling van ingewikkelde opgaven. Pas later volgen alinea’s over de ongedeelde samenleving, vragers en dragers in balans en leefbaarheid in wijken en buurten. Het zou wellicht mooi zijn om meer samenhang te brengen in deze thema’s. Beginnen met de hoofddoelen; leefbare buurten en wijken, etc. en daarbinnen benoemen dat er een grote opgave ligt om Deventer Ongedeeld en inclusief te houden. In de huidige vorm voelt het meer als een ‘to do’-lijstje dan een visie op wonen in Deventer. Verwerkt.
-
Pagina 21 (opmerking): alinea 3 over arbeidsmigranten. Het valt op dat vrijwel overal waar over deze groep geschreven wordt de toon negatief is. Het gaat over de aanpak van malafide uitzendbureaus, tegengaan van excessen, etc. Wat is nu de visie van de gemeente? Zijn arbeidsmigranten een noodzakelijk kwaad en gaat het vooral om het tegengaan van negatieve excessen? Of zijn arbeidsmigranten belangrijk voor de stad en haar economie en wil de gemeente borgen, samen met ondernemers, dat arbeidsmigranten passend, betaalbaar en gezond kunnen wonen in de stad? Aangepast.
17
-
Pagina 21 (vraag): lezen we het goed dat hiermee Skaeve huzen bedoeld wordt? Of vallen hier nog andere oplossingen onder? Toegelicht.
-
Pagina 22 (opmerking): in de tweede alinea Vragers en dragers in balans staat dat Wanneer meer dan de helft van de corporatiewoningen wordt toegewezen aan bijzondere doelgroepen, dit invloed heeft op de balans van vragers en dragers in de wijk. Dit is te simpel gesteld. En paar opmerkingen hierbij: o 50% van alle toewijzingen is ontzettend veel. Als we kijken naar landelijk beleid, 15% urgenten en laten we zeggen ongeveer 10% statushouders, dan zou je op 25% uitkomen. In de praktijk zien wij dat we met urgenten, statushouders en bijzondere bemiddeling op ongeveer 1/3de deel van alle toewijzingen uitkomen. Dat is al best veel, maar hierop denken we dat begeleiding te organiseren is. Wat ons betreft is daarmee 1/3de deel van alle toewijzingen niet regulier toewijzen de richtlijn. o 50% is wat ons betreft het absolute maximum voor niet reguliere toewijzing in een uitzonderlijk piekjaar. Dus alleen in jaren waarin er aanwijsbaar een éénmalige piek is dat bespreekbaar; dat kan een vluchtelingenstroom zijn, een grootschalige herstructurering, etc. Rentree zal nooit meewerken aan het meer dan 50% niet regulier toewijzen van haar vrijkomende sociale huurwoningvoorraad. Aangepast.
o
Daarnaast kan de ruimte voor bijzondere bemiddeling per wijk of buurt verschillen. Niet elke wijk kan evenveel aan. Dit is afhankelijk van huidige bewoning, het aantal incidenten dat afgelopen periode heeft plaatsgevonden, maar kan bijvoorbeeld ook beperkt worden door het type woningbezit in de wijk. Aangepast.
o
-
Tot slot; als we echt een inclusieve en ongedeelde stad willen zijn dan zijn er ook buurten met overwegend koopwoningen waar nauwelijks sprake is van een ongedeelde en inclusieve stad. Komt er in de woonvisie ruimte om juist in deze buurten, bijvoorbeeld via aankoop van woningen of met voorrang voor specifieke nieuwbouw op vrijkomende locaties, een deel van de opgave voor bijzondere doelgroepen juist hier te laten landen?
Pagina 22 (vraag): Aan het einde van deze pagina wordt o.a. het noaberschap genoemd als kwaliteit van het dorps wonen. Maar, wat de kracht van wonen in de stad is, staat eigenlijk nergens benoemd. Is dit ook niet een basis van dit hoofdstuk waar je goed mee zou kunnen beginnen, samen met de kracht van het wonen in dorpen? 18
Tekst toegevoegd over voordelen van wonen in de stad.
-
Hoofdstuk 3.2 algemeen (opmerking): Er lopen in dit hoofdstuk zoveel doelgroepen door elkaar, dat het ingewikkeld wordt om te begrijpen wat nu precies beoogd wordt. Volgorde aangepast nav eerdere opmerking, loopt hiermee beter en geeft betere logica.
-
Pagina 24 (vraag): In de eerste alinea staat: Voor verschillende duurzaamheidsaspecten hebben we de ambitie om verder te gaan dan de wettelijke vereisten, zoals de beschikbaarheid en betaalbaarheid hiermee niet in het geding komt. Dit vinden wij een lastige formulering. Zie ook de opmerkingen die we hierover maakten op bij pagina 7. Niet verwerkt. Zin doet recht aan aangepaste energievisie en de in dat licht verzonden brief.
Verder kunnen wij ons voorstellen dat in de speerpunten aansluiting wordt gezocht bij de landelijke eisen. Toegevoegd.
-
Pagina 24 en 25 (opmerkingen): Op beide pagina’s wordt gesproken over FBW. Hierbij wordt beschreven dat binnen FBW onderzocht wordt hoe bestaande sociale huurwoningen kunnen worden voorzien van een andere warmte- en energiebron dan aardgas. Dit is te smal geformuleerd. Binnen FBW gaat het niet alleen om sociale huurwoningen, maar over wijk- en buurtaanpakken gericht op de gehele woningvoorraad. Omdat corporaties 30% van de gehele voorraad in eigendom hebben zijn zij daarbij een belangrijke partner, maar de scope is echt breder dan alleen onze voorraad. Aangepast.
-
Pagina 24-28 (opmerking): Een vergelijkbare opmerking als bij wonen en zorg. Het voelt een beetje als een ‘to do’- lijstje. Een redelijk complete opsomming van alles wat moet. Maar hoe we dat doen en wat de impact is van de opeenstapeling vinden we moeilijk in te schatten. Dat maakt het omarmen van de Woonvisie ook lastig. Alle losse onderdelen apart omarmen we, maar wat is de impact van de stapeling? Bij inleiding tekst toegevoegd in die strekking.
-
Pagina 24-28 (opmerking): De duurzaamheidsparagraaf is heel dwingend geformuleerd. In onze visie is wonen het verbindende thema dat handvatten moet geven om tot integrale 19
afwegingen, maar ook bewuste afwijkingen te komen, in het veelvoud van opgaven die voor ons ligt. Als je nu de Woonvisie leest ontstaat de indruk dat duurzaamheid leidend wordt. En hoewel wij alle doelen een warm hart toedragen; wij denken dat niet alles altijd kan. We hopen en adviseren de gemeente hier blijvend aandacht voor te hebben. Een te grote stapeling van eigen (sociaal en duurzaamheid), zonder een helder afwegingskader voor maatwerk kan leiden tot stagnatie en stilstand.
Speerpunt 7 aangepast met als insteek een integrale afweging tussen duurzaamheid en woonopgaven.
Algemeen reflectie op de Woonvisie: De komende jaren zitten wij in een transitie met grote uitdagingen. Kunnen we in de woonvisie ook benoemen hoe we hier samen mee om willen gaan? Benoemen dat de vraag enorm is en er veel meer mensen wachten op een woning dan voorgaande jaren, urgentie op toevoegen is heel groot. Daarnaast zijn er uitdagingen rondom de netcongestie, dat NIMBY voor vertraging zorgt, dat we het klimaat zien veranderen, de bouwkosten zien stijgen, maar ook dat we hier allemaal nog geen oplossingen voor hebben. Dit vraagt om samenwerken, samen slim omgaan met al deze uitdagingen, dit vraagt om het goede gesprek vertrouwen en openheid. De komende 10 jaren zijn transitiejaren. Hoe doen we dat samen? Dit vraagt om meer dan alleen beleidsregels in de woonvisie, maar ook procesmatige benadering. Het lijkt ons goed om deze uitdaging aan het begin van de woonvisie te erkennen en positioneren.
Urgentie en opgave benoemd in hst 3.1 bij woningbouwopgave.
Reflectiepunten op het Volkshuisvestingsprogramma Handig dat de Woonvisie is uitgewerkt in een Volkshuisvestingsprogramma. Dat is ook een mooie opmaat naar prestatieafspraken. Hierbij onze opmerkingen bij dit onderdeel van de Woonvisie. - Pagina 0-1 (vraag): In de Woonvisie en in het Volkshuisvestingsprogramma wordt bij voldoende, betaalbaar en divers alleen gesproken over aantallen en prijsklassen. Voorheen gaf de gemeente ook een richtlijn mee voor verhouding grondgebonden en gestapelde bouw op basis van woonbehoefteonderzoek. Laat de gemeente dat bewust los? En betekent dat ook dat de gemeente geen visie heeft op de verhouding tussen grondgebonden en gestapelde woningbouw bij nieuwbouwprojecten? Motivering voor maatwerk en flexibiliteit opgenomen in Woonvisie onder nieuw kopje ‘uitbreiding’.
-
Pagina 1 (opmerking): Zoals bij de opmerkingen op de Woonvisie benoemd krijgt flexwonen wat ons betreft te veel aandacht. Hier wordt op pagina 1 onder Monitoring de stuurgroep Flexwonen genoemd. Dat is inderdaad een bestaand overleg, maar wat ons betreft is dit een tijdelijk overleg om de korte termijn doelen voor de 300 flexwonen die zijn aangeboden te realiseren en geen structureel overleg dat we langdurig in de lucht moeten houden. Onze 20
ambitie zou zijn dit overleg per 2025 te beëindigen. Niet overgenomen omdat het Volkshuisvestingprogramma wordt aangepast als dat nodig is. Huidige tekst beschrijft bestaande werkwijze.
-
Pagina 2 (opmerking): Punt 5 over doorstroming. Die opgave betreft niet alleen de sociale huurwoningvoorraad, maar net zo goed de koopsector. Graag verbreden. Aangepast.
-
Pagina 4 (opmerking): Onder bevorderen doorstroom worden suggesties aan de hand gedaan over mogelijke projecten. Graag zouden wij dit veralgemeniseren. Er wordt veel geïnvesteerd in doorstroomprojecten, in tijd maar ook in geld. Veel evaluaties van die projecten geven aan dat de impact van deze doorstroomprojecten heel klein is. Maar daar wordt in onze ogen (te) weinig naar gekeken. Dus inzetten op doorstroming is heel goed en vinden wij ook belangrijk. De wijze waarop bepalen we graag samen, waarbij we ervaringen van voorgaande projecten elders in het land graag meewegen. Aangepast/veralgemeniseerd.
-
Pagina 5 (opmerking): Wij zouden het wenselijk vinden om onder punt 6 aanvullend op te nemen dat we in Deventer streven naar maximaal 1/3de deel van alle vrijkomende woningen niet regulier toe te wijzen. Niet verwerkt; indien nodig meenemen in gesprekken over prestatieafspraken.
-
Pagina 5 (vraag): Ook onder punt 6: in welk overleg gaan we dat monitoren? We ervaren hier een hiaat. Bouwen loopt via het BOW, duurzaamheid via FBW, maar leefbaarheid heeft nergens echt een plek waar we samen plannen en bewaken. Hoe ziet de gemeente dat?
Niet opgenomen in Visie/Programma, meenemen in prestatieafspraken.
21
Reactie ontvangen van:
Rabobank Contactpersoon: coöperatief directeur, directie regio Midden Oost Nederland Zoals toegezegd hierbij mijn reactie op de Woonvisie. Overigens hebben we het vorige week ook in het DEP bestuursoverleg besproken en als het goed is heb je hiervan ook de reactie gehad. Ik vind de woonvisie overall evenwichtig en gebalanceerd. De in mijn ogen relevante ontwikkelingen op de woningmarkt, zowel op het gebied van toegankelijkheid als duurzaamheid worden uitgebreid beschreven. Onderdeel wat ik onderbelicht vind gebleven is de ‘Starter’. Wordt wel een paar keer benoemd maar wat gaan we nu doen om een interessante gemeente voor starters te zijn om zich hier te vestigen? Enige wat ik hierin lees is dat er meer middeldure huurwoningen moeten komen. Wij hebben de starters geschaard onder de jongwerkenden. Een en ander betreft vooral de betaalbaarheid, hier wordt fors op ingezet. In de Woonvisie is de titel van het onderdeel voor jongwerkenden aangepast.
Waar ik benieuwd naar ben is hoe jullie deze visie gaan omzetten in uitvoering. Wat zijn de noodzakelijke voorwaarden om dit mogelijk te maken? Als voorbeeld noem ik flexwonen. In de visie wordt beschreven dat als het moet flexwoningen worden ingezet. Ik denk een goede oplossing voor een versnelling op korte termijn maar wat ga je doen/veranderen om dit ook tot uitvoering te brengen. Hiervoor is het Volkshuisvestingprogramma bedoeld.
Vanzelfsprekend bereid tot nadere toelichting. Veel succes met het vervolg.
22
Reactie ontvangen van:
Provincie Overijssel Contactpersoon: beleidsadviseur wonen Mijn collega vroeg of ik beide documenten wou doorlezen. Ik heb de documenten vandaag bekeken en volgens mij zit het verhaal goed in elkaar. Mede in het licht van de verstedelijkingsopgave vanuit de Nota Ruimte herkennen wij de ambitie van 11.000 woningen (7.000 autonoom waarvan 3.550 sleutelprojecten) en 4.000 voor de arbeidsmarkt en de verjonging). De herijking van de Woondeals geeft (ook) een extra opgave voor Overijssel, die wij mede voor de Stedendriehoek voorzien. Het is een mooi compleet verhaal, waar de belangrijkste punten vanuit de Woondeal in benoemd worden. Ik kwam geen overige bijzonderheden tegen. Opgenomen dat een deel van de 11.000 regionaal kan landen in de verstedelijkingsopgave Stedendriehoek
23
Reactie ontvangen van:
Platform Wonen Deventer Contactpersoon: procesbegeleider Prioriteit: productie aantallen realiseren, programma voor diverse doelgroepen (diversiteit in programma en prijscategorieën) (overige elementen zijn ambitie, maar mogen de haalbaarheid en betaalbaarheid van de primaire focus niet in de weg staan) Samengevat Meer focus nodig op plancapaciteit en uitvoeringskracht (nu is het vooral een lange lijst met wensen en ambities) Zorg voor meer plancapaciteit: houd rekening met uitval binnen de huidige plancapaciteit Nu te veel focus op binnenstedelijke ontwikkeling: complexiteit bij binnenstedelijk bouwen als gevolg van ambities, betaalbaarheid, mobiliteit, omgeving etc. zorgen voor lange doorlooptijden en druk op de haalbaarheid Mist nog verdieping op aanbod (planning) versus kwalitatieve vraag. Aanbod appartementen is komende periode stevig voorzien terwijl 2/3 van de vraag uitgaat naar eengezinswoningen (suburbaan milieu) In Woonvisie opgenomen dat we streven naar een integrale benadering tussen duurzaamheidsdoelen en woningbouwopgaven. Bij de woningbouwplanning houden we rekening met planuitval. Motivering voor maatwerk en flexibiliteit opgenomen in Woonvisie onder nieuw kopje ‘uitbreiding’.
Kansen en mogelijkheden Eerst bouwen uitbreiding, basis geeft tijd om inbreidingslocaties goed voor te bereiden Gemengde bestemming bedrijventerreinen (bv Bergweide 3) geeft ruimte voor creatieve oplossingen (net als succes in Havenkwartier) Parkeernorm naar beneden in de binnenstad Splitsen van woningen faciliteren Bouwen waar vraag naar is bevordert doorstroom (win win win) Woonwensen (internationale) studenten kennen Mogelijk slimmer grondbeleid gemeente? Waar liggen de kansen om vanuit wonen bij te dragen aan WOZO/GALA/Dementie-strategie (wat zijn de randvoorwaarden?) Naast aandacht voor nieuwe innovatieve concepten ook belangrijk om aandacht te hebben voor bestaande succesvolle concepten en deze uitbouwen, kopiëren etc. Bijvoorbeeld Ludgerus: geclusterd wonen voor senioren
Inbreiden als leidend principe genuanceerd in de Woonvisie . Ook een aantal zinnen toegevoegd aan het Volkshuisvestingsprogramma bij planvoorraad irt binnenstedelijke locaties. Wel de ladder voor duurzame verstedelijking benoemd. De woonvisie biedt ruimte aan innovatieve concepten en andersoortige oplossingen, daaronder 24
verstaan we ook gemengde bestemmingen en woningsplitsing. De genoemde aandachtspunten voor studenten, wonen en zorg en grondbeleid worden in de verdere uitvoering meegenomen.
Inbreidingslocaties en uitbreidingslocaties Visie veel focus op inbreiding en minder op uitbreiding = risico want: Inbreiding: Kost keer zoveel tijd Lastig om ambities in te passen Uitbreiding: Meer mogelijk in korter tijdsbestek Dus: nu uitbreidingslocaties gelijk hard nodig om ambities in te passen
Inbreiden als leidend principe genuanceerd in de Woonvisie. Ook een aantal zinnen toegevoegd aan het Volkshuisvestingsprogramma bij planvoorraad irt binnenstedelijke locaties. Wel de ladder voor duurzame verstedelijking benoemd. We hebben voor de “korte termijn” ca 5.000 woningen in onze planvoorraad, grotendeels inbreiding.
Verder kijken…nieuwe kansen Welke woningbouwopgave komt er aan na 2030? Welke mogelijkheden ontstaan als we de oplossingen die dan worden gekozen nu al gebruiken? De horizon van deze Woonvisie richt zich tot ca. 2030, maar kijkt ook naar de periode daarna (2035 en verder, zoals voor ouderenwoningen en de verstedelijkingsstrategie Stedendriehoek). Waar mogelijk anticiperen we op toekomstige ontwikkelingen.
Dilemma’s Graag iets opnemen over de manier waarop we met dilemma’s omgaan Hierover is een zin opgenomen in het Volkshuisvestingsprogramma. Missie Wij onderstrepen de missie van het Platform en zijn daarom ook van harte deelnemer.
25
26
Reactie ontvangen van:
Adviesraad Sociaal Domein Deventer (ASDD) Contactpersonen: voorzitter en vicevoorzitter Geacht College, Dank voor het ontvangen van en waardering voor de geactualiseerde Woonvisie. Wij stellen de ambities (11.000 woningen voor 2030) enorm op prijs en kijken tegelijkertijd graag kritisch mee in het vervolg op deze visie. Wij zijn benieuwd of de documenten “Regionale woonzorgvisie WestOverijssel” en het “Afsprakenkader voor ouderenhuisvesting West-Overijssel” als bronnen gebruikt zijn voor deze actualisatie. Bij deze ontvangt u onze reactie, bestaande uit de inbreng van het cluster ouderen en het cluster mantelzorger/vrijwilligers. U stelt aan te willen sluiten op de lokale en regionale woonvraag van jongeren, startende gezinnen en ouderen. Belangrijk aspect daarbij is, om bij het bepalen van de autonome behoefte niet alleen rekening te houden met de groei, maar ook rekening te houden met de verdunning van de huishoudens. •
U zet in op het aantrekken van creatieve stedelingen met opleidingsniveau 4 MBO en hoger. Volgens ons zijn er vooral “handen aan het bed” nodig, dus mensen met een lager opleidingsniveau. Deze mensen kunnen zich al werkende en leren ook doorontwikkelen, wat ook goed is voor de continuïteit. De schaarste op de arbeidsmarkt in zorg, detailhandel, horeca en maakindustrie daagt uit om verschillende wegen te bewandelen om het werk gedaan te krijgen.
•
Uitgangspunt is een ongedeelde samenleving. Daarbij moet volgens ons niet alleen sprake zijn van een gemengde bevolkingssamenstelling, maar ook rekening worden gehouden met diversiteit in leeftijd. Dit om te voorkomen dat wijken vroegtijdig verouderen en te maken krijgen met leegstaande voorzieningen zoals scholen etc. Verder dient er aandacht te zijn voor voldoende voorzieningen, zoals ontmoetingsruimten. Levensloopbestendig bouwen vinden wij daarvoor een must. Dit kan bv. door de bouwverordening aan te passen.
•
We merken op dat u voornemens bent om de dorpen leefbaar te houden. Feit is, dat ook de dorpen vergrijzen. De gemiddelde leeftijd in de dorpen is immers aanmerkelijk hoger dan in de stad. Helaas beschikken de dorpen niet over dezelfde faciliteiten en voorzieningen dan in de stad. Graag aandacht daarvoor.
•
Betaalbaarheid, beschikbaarheid en kwaliteit van de sociale voorraad blijft een aandachtspunt. Scheef wonen moet zoveel mogelijk worden voorkomen. Daarnaast dient er aandacht te zijn voor het “doorstromen” van groot naar klein. We benadrukken daarbij, dat het van belang is om die doorstroom zo veel mogelijk te realiseren binnen dezelfde wijk vanwege nabijheid van het sociale netwerk en ondersteuning vanuit de bekende buurt(genoten). De hogere huur kan daarbij een belemmering vormen bij ouderen. Hiervoor dient een oplossing te worden gezocht.
•
Duurzaamheid en het verduurzamen van de woningvoorraad is een belangrijk aandachtspunt. Uitgangspunt voor ons is, dat het betaalbaar is en blijft. Het doel om 27
klimaatneutraal te zijn in 2050 is een mooi streven, maar mag niet ten koste gaan van de leefbaarheid en betaalbaarheid van woningen. •
Voor Inwoners met een zorgvraag moet snel(leer) en flexibel een oplossing worden gevonden en getracht worden deze zo spoedig mogelijk te realiseren.
•
Ook graag meer aandacht voor andere alternatieven op de woningmarkt, zoals bijvoorbeeld de realisatie van mantelzorg- en kangoeroe woningen. Het onlangs gehonoreerde initiatief tot realisatie van een Knarrenhofje is een goed voorbeeld. We bevelen aan om initiatieven als “de Knarrenhof” te stimuleren en sneller te faciliteren. Dit initiatief is jarenlang in voorbereiding geweest. Enige versnelling in de doorloop van initiatieven is noodzakelijk om mensen nog te kunnen laten genieten van hun nieuwe woning.
•
Graag vernemen wij hoe de woonvisie zich verhoudt tot het seniorenbeleid; op welke wijze wordt doorstroming gestimuleerd. De meeste ouderen zijn honkvast, verhuizen niet graag. Senioren verhuizen pas als men hulp nodig heeft (30 % crisisplaatsingen) en daarbij zijn de meesten aangewezen op sociale woningbouw,
•
Er worden 1500 nieuwe woningen voor senioren gebouwd. Is dit in verhouding tot de dubbele vergrijzing die in aantocht is? De nieuwbouwplannen lijken hiermee niet in lijn en dit zou dus een knelpunt kunnen gaan betekenen voor ouderen, zeker met een krimp van verzorging- en verpleeghuizen. Wij adviseren nadrukkelijk na te denken over het bouwen voor ouderen die zorg nodig hebben, b.v. van woningen in de buurt van een woonzorgcentrum. De zorg is dan immers vlakbij voorhanden. Op Keizerslanden achter Woonzorgcentrum Ludgerus worden flats (250 woningen) gesloopt om nieuwbouw (450 woningen) te realiseren. Gezien de centrale ligging van Ludgerus zou er een ruimere planning van geclusterde en zorggeschikte seniorenwoningen in dit gebied door de corporaties voor de hand liggen. Wij zijn benieuwd of hier ook afspraken over gemaakt zijn. In zijn algemeenheid worden wij graag geïnformeerd over de wijze waarop gemeente en corporaties hierin optrekken en wat de invloed van de gemeente hierop is. Kan b.v. de planning van seniorenwoningen naar voren gehaald worden?
Suggestie is om meer modulair te bouwen; te denken valt aan flexwoningen (en niet alleen voor jongeren). Ook zorgdragen voor diversiteit, waarbij ook zorg voor elkaar uitgangspunt is en meegenomen wordt in bestemming. Dan zijn wij voorts van mening dat meer benadrukt moet worden dat ouderen voor hun eigen toekomst moeten kunnen zorgen, dus meer ruimte voor nieuwe ideeën qua wonen en bewonersinitiatieven.
Het bovenstaande is ook van toepassing op de andere doelgroepen; dus meer ruimte voor bewonersinitiatieven en aandacht voor het vergunningsproces.
Tot slot merken we op dat er grenzen zijn aan “het omzien naar elkaar” Bijna iedereen werkt en is niet zoveel thuis om naast familie ook voor buurt en buren zorg te dragen. Daarnaast signaleren we ook dat het “zolang mogelijk zelfstandig wonen voor ouderen” misschien een “tijdelijke” oplossing is voor het zorgprobleem, maar wel kan leiden tot vereenzaming van mensen op hoge leeftijd. Hiervoor dient aandacht te zijn binnen de andere disciplines. Wij zien uw reactie tegemoet. DE ASDD is een formeel adviesorgaan van het bestuur van Deventer. Zie separate brief als reactie 28
op het advies van de ASDD. Het advies leidt niet tot wezenlijke aanpassing van de Woonvisie of het Volkshuisvestingsprogramma.
29
Bijlagen 1. BRIEF AAN ADVIESRAAD SOCIAAL DOMEIN DEVENTER (ASDD)
Grote Kerkhof 1 Postbus 5000 7400 GC Deventer 14 0570 telefoon
Adviesraad Sociaal Domein Deventer T.a.v. mevrouw Santbergen en meneer Loderus
direct telefoonnummer
gemeente@deventer.nl e-mail
DEV-BLD-R/ 112239-2024:054575
15 mei 2024
kenmerk
uw referentie
A. Groen en E. Krabbenbos
Reactie op het advies Woonvisie
contactpersoon
onderwerp
datum
Geachte mevrouw Santbergen en meneer Loderus, Allereerst willen wij u hartelijk danken voor de wijze waarop u betrokkenheid hebt getoond bij de actualisatie van de Woonvisie. U heeft op 24 april 2024 een advies opgesteld naar aanleiding van de consultatie van de concept Woonvisie. Hieronder geven wij per opmerking die u heeft gemaakt onze reactie. Verdunning van huishoudens In de Woonvisie hanteren wij de huishoudenontwikkeling uit het woningmarktonderzoek van KAW om de autonome behoefte aan woningen te bepalen. Hierin is ook rekening gehouden met de huishoudenverdunning. Arbeidsmarkt zorg “Handen aan het bed” vinden wij, net als u, zeker belangrijk. Nu werkt ongeveer 1 op de 6 werknemers (exclusief zzp’ers) in zorg en welzijn. Echter, de zorgvraag stijgt harder dan de economie en de beroepsbevolking kunnen bijbenen, zo wordt ook omschreven in het Programma Toekomstbestendige Arbeidsmarkt Zorg & welzijn. Er is al enkele jaren een tekort aan medewerkers en dat zal ook in de komende jaren het geval. Dit in combinatie met een stijgende zorgvraag als gevolg van demografische factoren. Dat zou betekenen dat in 2030 1 op de 5 werkenden een baan moeten hebben in zorg en welzijn om aan de zorgvraag te kunnen voldoen, in 2040 zelfs 1 op 4.
Het landelijke beleid is daarom om het werk in de zorg anders te organiseren zodat aan de groeiende zorgvraag kan worden voldaan, zonder dat er veel extra medewerkers nodig zijn. Dit gebeurt onder 30
de programmalijnen 1) innovatieve werkvormen, 2) behoud van medewerkers en 3) leren en ontwikkelen. Ongedeelde samenleving Menging van verschillende generaties kan zorgen voor verbetering van het woonklimaat. Eén van de opgaven uit de Regionale Woonzorgvisie West-Overijssel, die in de Woonvisie is vertaald, is de realisatie van voldoende geschikte woningen voor senioren, onderverdeeld in nultreden, geclusterd en zorggeschikt. Bij geclusterde woonvormen (met daarbij ontmoetingsruimte) kan breder gedacht worden dan alleen aan de groep ouderen, al of niet met een (grote) zorgvraag. Er kan ook een mix tot stand komen met ouderen zonder of met een lichte zorgvraag, maar ook een mix met andere doelgroepen, gezinnen of jongeren. Je krijgt dan een gecombineerde woonvorm van mensen met en zonder zorgvraag, zogenoemde woonleefconcepten. Leefbaarheid dorpen U geeft aan dat het voorzieningenniveau in de dorpen niet hetzelfde is als in de stad en dat hiermee rekening moet worden gehouden in het kader van de vergrijzing. Wij onderkennen dit. Anderzijds is het niet haalbaar om in alle dorpen het voorzieningenniveau op hetzelfde peil te brengen als in de stad. Dit kan gevolgen hebben voor het ouder worden in die dorpen. Bijvoorbeeld doordat een groter beroep moet worden gedaan op noaberschap en mantelzorg.