2024-391 Beeldkwaliteitsplan Tapijtfabriek
Tekst van het document
Het gedeelte van ‘de oude fabriek’ behoudt de oude rooilijn en het gesloten karakter van het ensemble blijft hier in tact. De entreepartijen liggen in dit gedeelte aan de binnenzijde. Het gedeelte van ‘de nieuwe fabriek’ heeft een open karakter, waar de entrees zich hier aan de straatzijde bevinden. Daarnaast is hier ruimte om de rooilijn iets terug te leggen, wat uiteindelijk zorgt voor meer kwaliteit op het maaiveld en voor de aanliggende straten.
Bovenbouw met een setback
Basislaag in de rooilijn
Bestaande basislaag Nieuwe basislaag Nieuwe bovenbouwen Contrasterende bovenbouw de Architekten Cie. | april 2024
53
kernwaarden fabrieksidentiteit
fabrieksidentiteit - analyse
de nieuwe fabrieksidentiteit
hoven
De hovenstructuur van de oude fabrieksopzet met het drietal binnenkamers wordt versterkt en opengewerkt, zodat de binnenkamers toegankelijk worden. De binnenkamers vormen de centrale punten binnen het ensemble, waar ze in verbinding staan met routes en entrees. Elke binnenkamer krijgt een eigen karakter, gebaseerd op de positie in het ensemble en de mate van toegankelijkheid van de binnenkamer.
een ‘harde’ buitenkant
De grens van het fabrieksensemble blijft zichtbaar, maar wordt verzacht. De groene buffer wordt opgewaardeerd en ingericht. Het ensemble blijft er als één geheel uit zien, maar krijgt een open en uitnodigende uitstraling. In ‘de oude fabriek’ liggen de entrees aan de binnenzijde, waar de entrees in ‘de nieuwe fabriek’ aan de buitenzijde gepositioneerd zijn. De deelgebieden hebben zo ieder een eigen karakter.
een ‘zachte’ binnenwereld
De gefragmenteerde, gestapelde en gelaagde ‘zachte’ binnenwereld, wordt behouden en versterkt. Het ‘hart van de fabriek’ zorgt ervoor dat het binnengebied open is en geeft ruimte voor meer differentiatie in de gevellijnen en een duidelijk speelser beeld dan de gevellijn aan de buitenkant.
De structurerende assen van de productielijnen wordt geherinterpreteerd in de vorm van zichtlijnen en (onder)doorgangen. De duidelijke zichtassen in het binnengebied zorgen voor een gevoel van oriëntatie en ruimtelijkheid. Daarnaast zorgen ze voor de verbindingen door het gebied.
de productielijnen
De gelaagdheid van de fabriek blijft behouden, doordat de nieuwe volumes op een speelse manier ten opzichte van elkaar aan de binnenzijde gepositioneerd zijn. Hierdoor ontstaat een stapeling van volumes en architecturen.
gelaagdheid
Smyrnastraat
burg. van marlestraat
54
een ton-sur-ton ensemble
Smyrnastraat
burg. van marlestraat
Het 2/3 laags basisvolume wordt aan de rand van het plangebied gehandhaafd, bovenbouwen zijn verder in het binnengebied gepositioneerd. De korrelgrootte van de nieuwe bebouwing is gebaseerd op de korrelgrootte van de bestaande gebouwdelen. Niet alleen in korrelgrootte, maar ook in materialisering hebben de gebouwdelen overeenkomsten. Hierdoor is de algehele indruk een ton-sur-ton geheel. Desalniettemin zijn de verschillende blokken van elkaar te onderscheiden door kapvorm, detaillering en lichte verschillen in kleur van materialisering.
Dit zijn de uitgangspunten voor de nieuwe ontwikkeling, die zich uit in: • •
• • •
Een duidelijk basisvolume van 2-3 lagen in de rooilijn, accenten liggen in de tweede lijn. Balkons, erkers e.d. kragen hier niet over uit. Gebouwen die zeer duidelijk in vorm en articulatie onderdeel zijn van eenzelfde ensemble. De verschillende gebouwen zijn wel van elkaar te onderscheiden. Een groene buffer die een duidelijke demarcatie in de openbare ruimte bewerkstelligt. Eenheid in kleur en materiaalgebruik. De lange zichtlijnen en assen worden ingezet om de gelaagdheid en stapeling van elementen te ‘vangen’.
bovenbouwen
bestaande + nieuwe basislaag
Een goede integratie met de buurt en het leefbaar en beleefbaar maken van de fabriek vraagt om een meer opengebroken en toegankelijk gebied. Dit staat op gespannen voet met de identiteit van een gesloten fabriek die als een eiland in de wijk ligt. In het gebied is er constant een zoektocht naar de balans van het gesloten fabriekskarakter en een open en prettig woonmilieu.
poorten, onderdoorgangen en overkluizingen
Het gebied is opgedeeld in drieën. De twee kopzijden zijn krachtige volumes in de rooilijn, bestaande uit het kantoorgebouw en de plint met de kenmerkende kappenstructuur. Hierdoor worden alle zijden en de fabrieksgrens duidelijk gedemarkeerd.
open binnenkamers
In het midden van het gebied wordt de connectie met de buurt gemaakt en wordt de structuur ten delen opengebroken. Het fabriekshart en de openbare ruimte wordt hier verweven met de buurt. Hier kunnen de gebouwen terugliggen vanuit de rooilijn om meer ruimte te geven in de straat en de hechting met de buurt. Door het ontwerp van de openbare ruimte, het ontwerp van de gebouwen en de materialisatie die de gebiedsidentiteit duidelijk laten spreken, wordt in dit (open) tussenstuk de fabriek bijeengehouden.
tapijt en bufferzone
de Architekten Cie. | april 2024
55
4. fabrieksidentiteit - BEELDKWALITEIT
56
de Architekten Cie. | april 2024
57
overzicht | beeldkwaliteitsthema’s
ensemble
de nieuwe fabrieksidentiteit
gebouw/straat
materiaal/detail
1. een fabrieksensemble
4. architectonische verhoudingen
9. materialisatie, kleur en ornamentiek
2. verankering met de wijk
5. ritmiek en korrelgrootte
10. details en elementen
6. kappen
3. binnenwereld
7. gebouwplinten 8. ruimtelijke kwaliteit
58
11. overgangen en detaillering
De beoogde beeldkwaliteit van de nieuwe Tapijtfabriek heeft als doel om het gebied een historische gelaagdheid te geven die past bij de uitdagingen van de 21ste eeuw. De ambitie hierbij is om het cultuurhistorisch verleden zichtbaar, tastbaar en beleefbaar te maken voor Deventer. Karakteristieke panden worden getransformeerd en hergebruikt. Kenmerken en kwaliteiten uit het verleden blijven zichtbaar en huidige stedenbouwkundige structuren blijven bestaan binnen de nieuwe opzet van de fabriek. Het historisch karakter van het gebied is ook leidend voor de vormgeving van de nieuwbouw. Dat betekent dat er een symbiose ontstaat tussen enerzijds de te transformeren panden en anderzijds de nieuwbouw, die is geïnspireerd op de fabrieksidentiteit. Gezamenlijk dragen zij bij aan de ruimtelijke identiteit van het gebied. Om bovenstaande zorgvuldig vorm te geven, is er behoefte aan verschillende plaatselijke ingrepen en ontwerpen (accupunctuur methode). Er wordt constant een zorgvuldige afweging gemaakt tussen de eenheid van de fabriek en de lokale condities. Hierbij zijn er een aantal thema’s aanvullend op de thema’s die vanuit de fabrieksidentiteit komen: de beeldkwaliteitsthema’s. Op de linkerpagina is te zien dat deze thema’s op de schaalniveaus ensemble, gebouw/straat en materiaal/detail ingedeeld zijn.
Dit volgt dus dezelfde structuur als de analyse van de fabrieksidentiteit eerder in het Beeldkwaliteitsplan. Op de volgende pagina’s worden de beeldkwaliteitsthema’s verder toegelicht.
de Architekten Cie. | april 2024
59
ensemble
60
de Architekten Cie. | april 2024
61
ensemble | 1. een fabrieksensemble
1. een fabrieksensemble
fabrieksgebied als tapijt onder het ensemble
groene buffer als lint rondom kavel
positionering van entrees
62
Het fabrieksgebied • De fabrieksidentiteit is de basis, waar de structuur van de fabrieksopzet, kantoor, sheds etc. ook de basis vormen. • Het geheel is van binnenuit georganiseerd. • Het fabrieksgebied heeft een duidelijke andere functie dan de omliggende bebouwing. • Er ontstaat eenheid door de schakeling van gebouwen, de basishoogte, de gebouwtypologie aan de buitenzijde en de overlappingen in de binnenwereld. • De groene buffer en het tapijt vormen een extra lint rondom de fabriek. • Om de ‘harde buitenzijde’ van de fabriek zoveel mogelijk in stand te houden, mogen balkons niet uitkragen over de rooilijn heen. De gevels die grenzen aan het binnengebied mogen wel uitkragende balkons hebben. • Het fabrieksgebied is een eigen wereld binnen de wijk (ook aan de binnenzijde). Het karakter van onder een poort doorlopen en in een andere wereld terechtkomen, is een duidelijke kwaliteit van de locatie. Groene buffer Bij de inrichting van de openbare ruimte wordt de fabriek op een eigen voetstuk geplaatst. Het maaiveld vormt één tapijt als kader rond het voormalige fabriekscomplex met een eenduidige verharding en veel groen dat ook wordt doorgezet in de buitentuinen en hoven op het fabrieksterrein. Entrees De verschillende entrees vereisen een specifieke ontwerpaanpak: woningentrees, gebouwentrees, fietsentrees en parkeerentrees.
De inrichting van de openbare ruimte is afhankelijk van de invulling van de begane grond. Woningen in de bestaande shedgebouwen vragen om een andere overgang van privé naar publiek/openbare ruimte, dan een functie zoals een sportschool.
fabrieksidentiteit in nieuwe woonbuurt
herinterpretatie fabrieksidentiteit
woonensemble met fabriekskarakter
ensemble met fabriekskarakter
erfgoed als katalysator de Architekten Cie. | april 2024
63
ensemble | 1. een fabrieksensemble
Duidelijke plint Het totale oppervlakte van het fabrieksperceel bedraagt circa 12000 m2. Deze buitenruimte wordt ingericht als en groot smyrnatapijt. De grootte van dit tapijt komt overeen met de jaarlijkse productie van smyrna tapijten in de glorietijden van de fabriek. Rondom de fabriek vormt de rand van het tapijt een duidelijk kader rond het complex. De rand van het tapijt stopt bij de rand van de weg. Door de verschillen in inrichting op wijkniveau en op fabrieksniveau (inrichting tapijt) wordt het schaalverschil tussen de fabriek en de wijk enerzijds versterkt en bekrachtigd. Anderzijds worden maatverschillen in architectuur juist in deze strook opgevangen door bijvoorbeeld bredere trottoirs toe te passen, grotere bomen te introduceren en set backs in de architectuur.
materialisatie openbare ruimte onderdeel van het fabriekstapijt: Mr. H.F. de Boerlaan Deventer
64
fabriek als eiland in de wijk met een duidelijke plint
principedoorsnede beleefbare plint van fabriek t.o.v. omliggende wijkstraten
Van buitenplint tot binnenwereld De buitenrand van het tapijt krijgt een zeer groen karakter waarbij het groen zo wordt toegepast (inzetstukken) dat het tapijt als geheel steeds herkenbaar blijft. De buitenrand kent verschillende verbijzonderingen: •
Aan de zijde van de Burgemeester van Marlestraat en de Tapijtstraat krijgt de nieuwbouw een breder trottoir. Dit in verband met de krappe maat in het straatprofiel. Hierdoor wordt de overgang van de lage bebouwing van de wijk naar de nieuwbouw beter gemaakt.
•
De gehele plint wordt voorzien van groen waarbij het groen in de Burgemeester van Marlestraat en de Tapijtstraat een meer verticaal accent krijgt in het ritme van de pilasters van het fabrieksgebouw dat overgaat in verticale elementen rondom de entrees van de nieuwbouw. Het groen in de Smyrnadwarsstraat en de Smyrnastraat heeft iets meer ruimte en krijgt een meer horizontaal accent in het ritme van de straat.
•
De nieuwbouw krijgt voordeuren en entreepartijen (incl. een overgangszone) aan het trottoir. De entrees van de woningen in de oudbouw kunnen aan het binnenterrein of aan de buitenzijde gepositioneerd worden.
setbacks en terugliggende gevellijnen voor meer ruimte in de straat
continuering van kenmerkende ritmes
setbacks en terugliggende gevellijnen voor meer groen, licht en lucht
beleving van voordeuren
de Architekten Cie. | april 2024
65
ensemble | 2. verankering met de wijk
2. verankering met de wijk
Overgang binnen en buitenkant • De binnenwereld is onderdeel van het groene tapijt. • Het aaneenknopen van binnen- en buitenwereld met de openbare ruimte is belangrijk. • De poorten als element, bewerkstellen de zichtrelatie tussen binnen- en buitenwereld. • Zichtlijnen naar binnen worden gevangen door een plek, een bestemming. • De doorbraken in het middengebied. Hier vindt de grootste interactie tussen binnen en buiten plaats. Door setbacks op het maaiveld (of het weglaten van de tweelaagse basis) wordt hier meer ruimte gecreëerd voor connectie tussen de binnen-en buitenzijde.
Setbacks • De Tapijtfabriek heeft een duidelijke aaneengesloten basislaag die de fabriek als geheel demarkeert aan de straat. Deze basislaag is drie tot vier lagen hoog. Hogere bebouwing ligt terug met een setback van minimaal 2 meter uit de basislaag. Hierdoor ervaar je vanuit de straat op ooghoogte vooral de twee tot drie lagen wat ruimte licht en lucht geeft.
omsloten maar permeabel
Openbaar, semi openbaar, privé • De Tapijtfabriek kent een zeer gelaagd binnengebied waarin privé en openbaar in elkaar overlopen. • Het gebied is grofweg te verdelen in drieën. 1. Het gedeelte rond het oude kantoorgebouw is een binnentuin/hof voor bewoners waardoor een openbaar toegankelijke route loopt (onder de poort naar het centrumgebied). De privétuinen die aan deze binnentuin liggen zijn duidelijk met beplanting gedemarkeerd. Er zijn geen schuttingen of opgaande constructies die private ruimte scheiden van de meer publieke route. • 2. Het gedeelte rond het ketelhuis heeft een openbaar karakter en is dag en nacht publiek toegankelijk. Dit gebied takt aan met stegen en doorgangen op de omliggende straten en de publieke routing in het binnengebied. 3. Het dek op de parkeergarage is een gemeenschappelijke tuin voor de bewoners met daaraan grenzende privétuinen. Omdat hier geen doorgaande route doorheen loopt heeft de tuin een privaat karakter en is deze afsluitbaar.
Poorten, onderdoorgangen en overkluizingen • In de Tapijtfabriek zijn de onderdoorgangen en poorten een terugkerend thema. Dit is vooral rond de productielijnen en gebiedsentrees onderdeel van het DNA van het gebied. De poorten vormen de overgang tussen de woonwijk buiten de fabriek en het fabrieksinterieur. • De poorten en onderdoorgangen zijn prettig en uitnodigend. Dit betekent dat ze ‘s avonds goed verlicht zijn en er goed doorzicht door de onderdoorgang is.
openbaar / privé
setbacks
burg. van marlestraat
Smyrnastraat
rooilijn, ruimte in de straat 66
setbacks
stegen en tussenruimten
poorten en onderdoorgangen
overgang op straat
zone tussen openbare ruimte en woningen
fabriek met woningen de Architekten Cie. | april 2024
67
ensemble | 2. verankering met de wijk
Aanhelen omliggende bomenstructuren Om aan te sluiten op de omliggende straten en de woonwijk worden de bomenstructuren van deze straten doorgevoerd langs de Tapijtfabriek. Hierdoor wordt de kwaliteit van de buitenruimte vergroot en wordt de fabriek visueel verbonden met de omgeving. De nieuw aan te planten boomsoorten komen overeen met de bestaande bomen waardoor de eenheid wordt versterkt.
bestaande en nieuwe boomstructuren
lindebomen Smyrnastraat
huidige Smyrnastraat 68
parrotia’s Burg. van Marlestraat
gleditsia’s G.I. Brucestraat
huidige Burg. van Marlestraat
huidige G.I. Brucestraat
de Architekten Cie. | april 2024
69
ensemble | 3. binnenwereld
3. binnenwereld
een harde buitengrens en een zachte, gelaagde binnenwereld
zichtijnen, onderdoorgangen en overkluizingen
1.
1. de binnenplaats 2. de expeditieplaats 3. het dek
70
2.
3.
Ruimtelijke structuur De huidige binnenwereld van het fabriekscomplex is ontstaan door het aanbouwen van gebouwdelen, het inbreiden, het creëren van hoven voor parkeren en het creëren van (buiten)ruimtes voor productie/ uithangen tapijten. Hierdoor is de binnenwereld een samenstelling/stapeling van verschillende bouwdelen en open plekken. Deze open plekken (‘plaatsen’) hebben elk een eigen karakter dat wordt bepaald door de maat ervan, de inrichting en het karakter van de omliggende bebouwing. Dit zijn basisuitgangspunten geworden voor het ontwerp van de drie ‘plaatsen’ in de nieuwe Tapijtfabriek. Productielijnen De productielijnen van de fabriek zorgden voor een duidelijke ordening in de ruimtelijke structuur van de binnenwereld. Deze lijnen zijn als zichtas en als doorgaande route nog steeds beleefbaar in het plan. De assen zorgen voor het bijeenknopen van de verschillende plekken en gebouwen in het gebied. In de zichtlijnen worden letterlijk de tijdslagen, de stapeling en gelaagdheid beleefbaar gemaakt in een beeld. De ‘plaatsen’ zoals in de alinea hierboven besproken, worden ook in het nieuwe ontwerp door zichtlijnen en doorgangen aan elkaar geregen. Plaatsen Binnenin de fabriekslocatie bestaat de ruimtelijke structuur uit een opeenvolging van binnenplaatsen die worden gekoppeld door productielijnen, onderdoorgangen en stegen.
Hierdoor wordt licht en lucht in de gebouwen en structuur gebracht en ontstaat er ruimte voor activiteit. De binnenwereld is de plek voor verschillende activiteiten die passen bij de verschillende karakteristieken van deze plekken. Er zijn drie ‘plaatsen’ in het gebied gedefinieerd.
de binnenplaats
de binnenplaats
het dek
de expeditieplaats
- de binnenplaats De binnenplaats is toegankelijk vanuit de poort onder het kantoorgebouw. De plek is omsloten door het kantoorgebouw en nieuwe opgaande volumes waarin gewoond wordt. Het omsloten woonkarakter maakt deze plek tot een rustige binnentuin waar bewoners gebruik van kunnen maken. Door de cultuurhistorische importantie en als onderdeel van de sequentie aan open ruimtes en lange lijnen in het gebied is deze plek publiek toegankelijk. Het publiek is te gast in een gezamenlijke binnentuin met een meer publieke routing hierdoorheen die naar het hart van het gebied en de gebouwentrees leidt. De binnenplaats is een groene openbare ruimte waar een aantal verharde paden doorheen voeren. De overgangen van publiek naar privé worden gemarkeerd door verharde privézones grenzend aan de woningen. Ook daar waar de entrees van de woningen zitten, vormt bestrating een constrast met het groen van de binnenplaats. - de expeditieplaats De expeditieplaats is het hart van het gebied. Deze ruimte om het oude ketelhuis heen heeft een openbaar karakter. Deze ruimte vormt een koppeling met de buurt en is het knooppunt van alle zichtassen en binnenruimtes. De expeditieplaats is zowel sterk gebonden aan de doorgangen naar de buurt als de interne assen en plekken. Met de invulling van de ruimte wordt hier gebruik van gemaakt.
Met het decomponeren en openwerken van de constructies om het ketelhuis heen wordt de fabrieksidentiteit beleefbaar gemaakt. De gelaagdheid van de ruimte, de zichtbaarheid van de tijdslagen en het openbare karakter vormen de hoofdthema’s van deze plek. Dit betekent dat de ruimte om het ketelhuis vrij doorwaadbaar en beleefbaar is en dat vanuit de ooghoogtebeleving de karakteristiek van onderdoorgangen, assenstructuur, en de connectie met de buurt is te ervaren. Dit past bij de dynamische positie als hart van het plan en de schoorsteen die dit als speldenprik nog extra markeert.
Over het algemeen is de hoofdinrichting van de expeditieplaats steenachtig met groene accenten. De verdere inrichting is afhankelijk van de aanliggende (openbare) ruimte. Aan weerszijden van het ketelhuis zijn namelijk verschillende condities van toepassing. De ruimte ten westen van het ketelhuis grenst aan ‘de binnenplaats’ en is de overgang naar een plek met een woonkarakter. Hier dient de invulling van de plek bij aan te sluiten, in gebruik en uitstraling. Er is hier bijvoorbeeld ruimte voor speelelementen. De ruimte ten oosten van het ketelhuis vormt de hoofdverbinding met de buurt, de expeditie. Door de positie van de plek als aantakking met de buurt is het gebruik als openbare ruimte en gebruiksruimte voor de buurt en het plangebied passend. De uitwerking en gebruik sluit hierbij aan. Er is hier bijvoorbeeld ruimte voor een terras, of een pocketpark. - het dek Het dek is een omsloten gebied met een toegang. De aanliggende functies bestaan uit wonen, dit is de hoofdkarakteristiek van deze plek. Het dek is mogelijk opgetild t.b.v. parkeren onder het dek en toegankelijk met een (semi)- openbare trap vanuit de expeditiezone. Deze trap kan als het ware een tribune vormen aan de expeditiezone. Het dek zelf is een gebied met een meer privaat karakter en zal gebruikt worden door de omwonenenden.
Hier sluit het ontwerp en het gebruik bij aan, denk aan een tuin, moestuin en buitenruimtes ten behoeve van de woningen. Kwalitatief en voldoende groen is zeer belangrijk voor een prettige beleving van deze plek. Het dek oogt als een groene oase en heeft een private uitstraling. Concluderend, kan er gesteld worden dat er drie plaatsen ontstaan met verschillende functies en karakters: ‘de groene oase’, ‘steenachtig met groene accenten’ en ‘half groen / half steenachtig’. Samenhang wordt gecreëerd door het tapijt van bestrating, materialisatie, meubilair en detaillering.
de expeditieplaats de Architekten Cie. | april 2024
71
gebouw
72
de Architekten Cie. | april 2024
73
gebouw | 4. architectonische verhoudingen
4. architectonische verhoudingen
contrasterende bovenbouw bestaande basislaag 74
nieuwe bovenbouw bestaande basislaag
nieuwe basislaag
nieuwe basislaag
Het historisch karakter van het gebied is leidend voor de vormgeving van de nieuwbouw. Dat betekent dat er een symbiose ontstaat tussen enerzijds de te transformeren panden en anderzijds de nieuwbouw, die is geïnspireerd op de fabrieksidentiteit van het gebied. Gezamenlijk dragen zij bij aan de ruimtelijke identiteit van het gebied. Deze symbiose komt terug op een aantal niveaus; De overgang tussen bestaand en nieuw. - Gelaagdheid in de architectuur. Overgang naar straat en openbare ruimte.
Smyrnastraat
De overgang tussen bestaand en nieuw De fabriek en de identiteit van de fabriek zijn goed herkenbaar door de ritmiek, beeldtaal en stedenbouwkundige opzet van het geheel. De relatie tussen het bestaande en de nieuwe toevoegingen is in verschillende delen van het plan door de randcondities op verschillende wijzen beleefbaar. Er is onderscheid te maken in de overgang tussen nieuwe bebouwing en bestaande bebouwing en de beeldkwaliteit van nieuwbouw binnen de cultuurhistorische gedachte.
burg. van marlestraat
bestaande basislaag nieuwe basislaag nieuwe bovenbouw contrasterende bovenbouw de Architekten Cie. | april 2024
75
gebouw | 4. architectonische verhoudingen
bestaande basislaag
Aanbouw van nieuwe elementen naast bestaande karakteristieke bebouwing Het plaatsen van bebouwing direct naast bestaande karakteristieken gebouwen vraagt om een zorgvuldige aanpak. De herkenbaarheid en leesbaarheid van het bestaande en de herkenbaarheid van het fabrieksensemle zijn leidend. De nieuwbouw voegt zich duidelijk naar het bestaande in zijn hoofdopzet en karakter; de verdiepingshoogte, goothoogte, nokhoogte en ritmiek worden overgenomen en zijn duidelijk leesbaar. Er wordt duidelijk geen immitatie gemaakt van het reeds bestaande, het oude en nieuwe zijn duidelijk te onderscheiden. Er is echter ook geen sprake van een contrast. De nieuwe toevoeging is onderdeel van de nieuwe basislaag van het ensemble en past hier in materialisatie, kleurtoon en architectuur bij.
nieuwe basislaag
aansluiting op het bestaande
een ensemble, oud en nieuw
aansluiten gedachte cultuurhistorie 76
aansluiten gedachte cultuurhistorie
contrasterende bovenbouw
bestaande basislaag
Opbouw van nieuwe accenten op bestaande karakteristieke bebouwing Wanneer er nieuwe bebouwing boven bestaande bebouwing wordt geplaatst, moet de nieuwe toevoeging goed te onderscheiden zijn van het bestaande. De toevoeging mag het bestaande niet overstemmen: de bestaande karakteristieken blijven beleefbaar, leesbaar en passend bij de hoofdidentiteit van het ensemble. Om dit te bereiken wordt er bij een opbouw gewerkt met een setback van de rooilijn waarbij de bestaande dakrand en kappenstructuur leesbaar blijven. De nieuwe toevoeging wordt in contrasterende materialisatie, kleurstelling en architectuur uitgevoerd. • Ensemble: de verschillende opbouwen behoren tot eenzelfde architectonische uitstraling. • Balans tussen oud en nieuw: het niet overstemmen is belangrijk. De cultuurhistorische belevingswaarde en/of historische kwaliteiten worden niet teniet gedaan en door het contrast wordt de karakteristieke bebouwing explicieter gemaakt. Optopping leidt tot het versterken van de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse. • De nieuwe bebouwing leest als volume/object: dit is dus een abstract volume, en leest niet als gaten in een vlak of als een gridgevel.
opbouw in contrast - harde ontmoeting
opbouw in contrast - insnoering
opbouw in contrast
opbouw in contrast
opbouw in contrast - insnoering de Architekten Cie. | april 2024
77
gebouw | 4. architectonische verhoudingen
nieuwe bovenbouw
nieuwe basislaag differentiatie onder-en bovenbouw Gelaagdheid in de architectuur De gelaagdheid van bebouwing en architecturen binnen dezelfde beeldtaal is een duidelijk thema in de opzet van het fabrieksensemble. Dit komt duidelijk terug in de opzet van de nieuwe toevoegingen. In de basislaag is de architectuur een afgeleide van de reeds bestaande en behouden bebouwing. Dit is zichtbaar in de maatsystematiek, korrelgrootte, materialisatie, kleur en kapvormen. De opgaande bebouwing in de tweede lijn is onderdeel van de nieuwe invulling op de basislaag. Het is een gebouw dat staat op de grond. Hierdoor is er een duidelijke relatie tussen de opgaande accenten en de basislaag, ze zijn onderdeel van hetzelfde gebouw. De basislaag vormt de nieuwe straatwand en is duidelijk af te lezen in het straatbeeld. Om deze te ‘ontkoppelen’ van de accenten zit er in het accent een nuancering van de architectuur wat basis en opbouw onderscheid. Deze architectonische verschillen zitten in de hoofdopzet/geleding van de gevel maar komen nog steeds voort uit de ritmiek van de basislaag.
78
Op deze wijze ontstaat er een symbiose van bestaande bebouwing, nieuwbouw in de basislaag, opbouwen en accenten die allen onderdeel zijn van eenzelfde ensemble en een aaneenschakeling zijn van te onderscheiden gebouwen. De setback moet duidelijk beleefbaar zijn. Geen balkons aan de buitenzijde maar een vlakke gevel met her en der een loggia als dat nodig is. De bovenbouwen landen aan de binnenzijde en sluiten hier aan op maaiveld met nuances in de architectuur en een menselijke maat.
differentiatie onder-en bovenbouw
gelaagde opbouw van straat naar gevel
setbacks in de afgeleide architectuur
setbacks in de afgeleide architectuur
de Architekten Cie. | april 2024
79
gebouw | 5. ritmiek, korrelgrootte
5. ritmiek en korrelgrootte De architectuur van de Tapijtfabriek bestaat uit verschillende schalen en korrels. Dit is een belangrijk onderdeel in het maken van een coherent en leesbaar ensemble. Smyrnastraat
burg. van marlestraat
De verschillende schalen -ensemble, gebouw, beuk- zijn duidelijk af te lezen in de architectuur van de nieuwe bebouwing. Hierbij is de balans tussen de eigen identiteit van het gebouw als onderdeel van het grotere ensemble belangrijk. Ieder bestaand gebouw binnen de Tapijtfabriek heeft een duidelijk af te lezen orde en ritmiek in de gevel. In het kantoorgebouw is het maatsysteem af te lezen in penanten, dakkapellen en de raamverdelingen. De ritmiek in de bestaande fabrieksloodsen wordt geduid door de repeterende sheddaken, raamopeningen en penanten. Deze thematiek wordt doorgevoerd in de nieuwbouw. De verschillende gebouwen vallen binnen hetzelfde thema van verticale repeterende elementen en een duidelijk afleesbaar maatsysteem. Door het gebruik van dieptewerking, materiaalbewerking en type kan onderscheid gemaakt worden tussen een duidelijke hoofdstructuur en een vlakinvulling of substructuur.
ritmiek in de gevel
ritmiek in gevel en kappenstructuur 80
ritmiek in de gevel - bestaand en nieuw
gebouw | 6. kappen
6. kappen
Een van de beeldkenmerken van de Tapijtfabriek zijn de straatwanden met daarop de sheddaken in de Burgemeester van Marlestraat. Dit zorgt voor een herkenbare fabrieksidentiteit in de straat. De straatwanden van de nieuwbouw worden in analogie met deze herkenbare beeldtaal ontworpen. Hierbij volgen de sheddaken de ritmiek van de gevel. Een sheddak kan één, twee of drie beuken breed zijn.
op sheddak geïnspireerde kapbeëindiging
Accenten van de hogere bebouwing worden gekenmerkt door een markante dakbeëindiging. In het verleden gebeurde dit met het puntdak van de watertoren en de knalrode schoorsteen. Deze geven vanaf afstand een herkenbaar oriëntatiepunt van de Tapijtfabriek.
asymmetrische dakbeëindiging
op sheddak geïnspireerde kap en architectuur
sheddak interpretatie
zaagtand dakbeëindiging
zadeldak interpretatie de Architekten Cie. | april 2024
81
gebouw | 7. gebouwplinten
7. gebouwplinten De begane grond van de nieuwe bebouwing sluit aan op het maaiveld. Dit gebeurt ruimtelijk door een overgangszone, een Delftse stoep etc. Ook in de architectuur zit er een nuance in de begane grond. De begane grond is 3,5-4m hoog en is hiermee hoger dan de andere bouwlagen. Dit is een schaalsprong die verder uitgewerkt kan worden in de architectuur van de begane grond. De eerste bebouwingslaag heeft bij gedeelde functies een meer open karakter. Dichte gevels aan de straatzijde t.b.v. nutsruimte worden zo veel mogelijk beperkt. Voordeuren en entrees aan de straatzijde van de verschillende woningen zijn ondergeschikt aan de architectuur en de ritmiek van de doorgaande straatwanden. Door het toepassen van een trasraam of lichte sokkel wordt er aangesloten op maaiveld. Door dit horizontale element in alle bebouwing ontstaat er een horizontaal ‘lint’ dat de bebouwing met elkaar verbindt.
basis vs. bovenbouw, nuance 82
plint vs. bovenbouw, nuance
ritmiek, repetitie in de straat
ritmiek, repetitie in de straat
Doorgaande horizontale gebouwsokkel
de Architekten Cie. | april 2024
83
gebouw/straat | 8. ruimtelijke kwaliteit
8. ruimtelijke kwaliteit
De basis voor het nieuwe karakter van het fabrieksgebied en daarmee ook de basis voor de ruimtelijke kwaliteit, is de bestaande fabriek en fabrieksidentiteit. Het is daarbij belangrijk dat karakteristieke elementen gerespecteerd en (deels) behouden blijven. Er wordt aangemoedigd om bepaalde fabriekselementen te laten staan. Zo kunnen oude constructieve elementen worden blootgelegd om doorbraken in de bestaande structuur te maken, en kunnen oude puien weggehaald worden om openingen te maken. Doorgangen, passages, poorten en overkluizingen kenmerken de huidige fabriek en zullen ook belangrijke elementen zijn in het nieuwe fabrieksgebied. De huidige elementen zullen de basis en inspiratie vormen voor het ontwerp van de nieuwe elementen. Bij het ontwerpen van deze elementen is het belangrijk ervoor te zorgen dat de maat van de elementen in verhouding is met de bouwdelen. Daarnaast is de materialisatie van de binnenzijde en plafonds van doorgangen, passages, poorten en overkluizingen belangrijk, zodat de ruimtes aantrekkelijk en uitnodigend aan zullen voelen. Goede verlichting speelt hierin ook een rol. Waar nodig geacht, kunnen hekwerken worden toegevoegd. Deze zijn transparant van karakter zodat de zichtlijnen behouden blijven en er wordt aandacht besteed aan de detaillering van deze hekwerken.
De hekwerken passen goed bij de inrichting van de openbare ruimte en andere landschappelijke elementen en meubilair.
fabriekselementen laten staan
fabriekselementen zichtbaar maken
ingrepen om doorgangen te maken
fabriekselementen als leidraad
fabriekselementen laten staan 84
geïnspireerd op het bestaande
passages
poorten
poorten gecombineerd met hekwerken
overkluizingen
poorten
doorkijkjes en lange lijnen de Architekten Cie. | april 2024
85
materiaal en detail
86
de Architekten Cie. | april 2024
87
materiaal en detail | 9. materialisatie, kleur en ornamentiek
9. materialisatie, kleur en ornamentiek
contrasterende bovenbouw bestaande basislaag 88
nieuwe bovenbouw bestaande basislaag
nieuwe basislaag
nieuwe basislaag
Bestaande basislaag
Contrasterende bovenbouw Nieuwe basislaag Bestaande basislaag
De gebouwdelen die (deels) behouden blijven, worden gerestaureerd en schoongemaakt. Daarnaast is het belangrijk om te bepalen wat de originele materialen en kleuren van de gebouwdelen zijn geweest. De bestaande baksteen wordt licht schoongemaakt, met middendruk, zodat het voegwerk en de steen zo veel mogelijk intact blijft. Op die manier is er meer controle, zodat beoordeeld kan worden of de nieuwe toevoegingen bij het bestaande passen. Daarnaast zal er onderzocht moeten worden welke kleur het schrijnwerk oorspronkelijk had. Hiervoor moet een krabproef door een specialist en/of renovatiedeskundige worden uitgevoerd.
benadering van de rode baksteen van het kantoorgebouw na het schoonmaken van de gevel
Het kantoorgebouw en de productiehallen met sheddaken zijn van grote waarde en deze moeten dominant blijven in de architectonische expressie van de gevels. Het is daarom belangrijk dat de bovenbouwen van deze gebouwdelen met de bestaande gebouwdelen contrasteren, waardoor de bovenbouwen een ondergeschikte rol vervullen in het ensemble. Hiervoor kunnen materialen gebruikt worden die de abstracte architectuur ondersteunen en die contrasteren met de bakstenen gevels van de onderbouw. Desalniettemin moeten deze gebouwdelen een solide geheel vormen met de andere gebouwdelen. Qua kleurstelling contrasteert de bovenbouw met de onderbouw en doet deze dus niet mee in het rood/bruin/geel kleurspectrum. Echter, wordt het afgeraden om kleurstellingen te gebruiken die heel ver van dit spectrum vandaan liggen, zoals bijvoorbeeld felle en primaire kleuren.
abstracte toevoeging van metaal (en glas)
abstracte toevoeging van glas (en metaal)
benadering van de rood met geel gevlamde baksteen van het labkantoor na het schoonmaken van de gevel abstracte toevoeging van beton (en glas) de Architekten Cie. | april 2024
89
materiaal en detail | 9. materialisatie, kleur en ornamentiek
Nieuwe bovenbouwen
Nieuwe basislaag
lichte voegen
roodoranje stenen voor details en accenten
baksteentinten
beton, gehydrofobeerd of gepolijst 90
materiaalisatie
dakpannen, blauw geëngobeerd of gesmoord
De hoofdmaterialisatie van de nieuwe basislaag en de nieuwe bovenbouwen is baksteen in een kleurenspectrum van rood naar geel. Verder sluiten deze uitgekozen materialen en kleuren aan bij de bestaande bebouwing, zodat een tonsur-ton kleurenpalet ontstaat. Beton (als accentmateriaal) wordt warmgrijs toegepast, of op zo’n manier dat deze aansluit bij de kleuren van het metselwerk. Het beton is gehydrofobeerd of gepolijst om ongewenste vervuiling tegen te gaan. Zonwering en installaties
Zonwering en zonnepanelen worden zo geïntegreerd en ontworpen, dat deze van het zicht onttrokken zijn. In eerste instantie worden installaties inpandig opgelost, alleen waar strikt noodzakelijk worden installatie op het dak buiten het zicht van de openbare ruimte geplaatst dakbedekking van niet platte daken is donkergrijs of donkerzwart - GEEN bitumen
schrijnwerk in een naturel kleurenpalet, ton-sur-ton uitgevoerd
nestkasten en neststenen integreren in gevel de Architekten Cie. | april 2024
91
materiaal en detail | 9. materialisatie, kleur en ornamentiek
gevelritmiek & architectonische expressie
baksteendetails & ornamentiek
De expressie van de gevels is vooral verticaal. De tectoniek wordt gezocht in meerdere vlakken.
Ornamentiek in de horizontale geleding, geïnspireerd op de horizontale banden van lisenen en de rollagen in de bestaande bebouwing. De horizontale ornamentiek blijft qua kleurstelling dichtbij de kleur van de baksteen van het bouwdeel, en valt vooral op door de tectoniek en schaduwwerking ervan.
Elk bouwdeel kan zich op een subtiele wijze van de andere bouwdelen onderscheiden, door een ander spel van penanten, horizontale banden en invulvlakken.
Een andere manier om ornamentiek en baksteendetail te verwerken in het ontwerp, is door het toepassen van weefpatronen in het metselwerk, geïnspireerd op de geweven tapijten van de Tapijtfabriek.
92
materiaalexpressie & gelaagdheid
materiaalexpressie & diversiteit
Gelaagdheid in diepte en door te variëren met vlakinvulling, bijvoorbeeld door het metselverband te wisselen.
Het hoofdmateriaal van de bouwdelen is, zoals eerder in dit document vermeld, baksteen. Beton is het secundaire materiaal en kan worden toegepast om extra detail of geleding in de gevel te creëeren. Zo kunnen bijvoorbeeld lateien en banden in de gevel uitgevoerd worden in beton. Deze betonelementen passen in hetzelfde kleurenpalet als de kleur van het hoofdmateriaal van het bouwdeel.
Metselwerkverbanden • Binnen een vlak hetzelfde verband (alle penanten hetzelfde, alle muurdammen hetzelfde etc.) •
Tussen verschillende vlakken in de gevel is variatie mogelijk maar wel op een manier dat er een coherente gevel ontstaat, de verschillende vlakken vormen geen contrast.
•
Enkel voor het maken van ornamentiek is hier variatie in mogelijk (rollagen, lisenen, banden, lijsten).
de Architekten Cie. | april 2024
93
materiaal en detail | 9. materialisatie, kleur en ornamentiek
Herontwikkeling bestaande straten Bij de herontwikkeling van de omliggende straten wordt aangesloten op het huidig materiaalgebruik van de woonwijk. Deze materialen worden aan de zijde van de Tapijtfabriek duidelijk begrenst waardoor de overgang naar het voormalig fabrieksterrein wordt benadrukt.
betonstraatsteen Smyrnastraat
huidige Smyrnastraat 94
klinker Burg. van Marlestraat
betontegels omliggende straten
huidige Burg. van Marlestraat
huidige G.I. Brucestraat
Buitenruimtes De buitenruimte van de Tapijtfabriek wordt gekarakteriseerd door het verleden van de locatie. Door verschillende subtiele verwijzingen in materialisatie, vorm en uitstraling wordt de rijkdom en historie van de plek vastgelegd. De sierlijke patronen van het smyrnatapijt worden terug gebracht in de vorm van afwisselende bestratingen en wordt gecombineerd met een rijke groene invulling. Op de overgangen tussen de omliggende wijkstraten en de Tapijtfabriek wordt een duidelijk onderscheid gecreëerd waardoor de Tapijtfabriek met haar eigen karakter verheven ligt op een eigen tapijt. Naast de contrasten worden er zowel op grootschalig als detailniveau overeenkomsten gezocht waardoor er een samenspel tussen de Tapijtfabriek en de omliggende wijk ontstaat.
een Smyrnatapijt
vertalen tapijt naar verhardingsmateriaal
vertalen tapijt naar beplantingsmateriaal de Architekten Cie. | april 2024
95
materiaal en detail | 9. materialisatie, kleur en ornamentiek
Het tapijt onder de fabriek De Tapijtfabriek onderscheidt zich van de buurt door een eigen type verharding dat zich als een tapijt onder het fabrieksensemble uit rolt. De basis van het tapijt wordt gevormd door een lichte zandkleurige straatsteen die in een rastervorm over het terrein wordt doorgevoerd. De basis van het raster is afkomstig uit de knooptechniek van de smyrnatapijten. De straatsteen sluit aan bij de omliggende architectuur van de Tapijtfabriek. Binnen de fabriek worden bijzonderheden zoals de voormalige productielijnen extra geaccentueerd door binnen het basisraster extra diversiteit in kleur en afmeting aan te brengen.
baksteen voor het tapijt 96
extra nuance in kleur bij bijzondere elementen
principe uitwerking basisraster gebaseerd op de Smyrna knooptechniek
Tapijtpatronen op bijzondere plekken Op diverse (verblijfs)plekken binnen de Tapijtfabriek worden in de bestrating verbijzonderingen aangebracht. Hierbij te denken aan het hart van de fabriek dat zich rond het ketelhuis bevindt, of de verschillende binnenhoven. De verbijzondering krijgt vorm door een combinatie van patronen, kleuren en groen die verwijzen naar de smyrnatapijten. Het kleurgebruik binnen de verbijzondering sluit aan bij de kleurtonen van de architectuur waardoor de samenhang wordt gewaarborgd.
extra nuance in kleur bij bijzondere elementen
principe uitwerking verbijzondering invulling bestratingsraster de Architekten Cie. | april 2024
97
materiaal en detail | 10. details en elementen
10. details en elementen Gevelopeningen
collectieve entrees
Gevelopeningen zijn binnen de verticale structuur van de gevel geplaatst en hebben een verticale geleding. Bogen zijn alleen toegestaan bij grote glasvlakken.
Collectieve entrees zijn duidelijk herkenbaar. Er is direct zicht vanuit de entreézone op straat. Brievenbussen, bellentableaus, drogeblusleidingen en sleutelkluizen zijn mee ontworpen in het entreégebied. Entrees zijn veilig en goed verlicht.
98
buitenruimtes aan straatzijde
buitenruimtes aan binnentuin
Het ensemble oogt aan de straatzijde rustig en beheerst. De basisvolumes en de setbacks voeren de boventoon in het totaalbeeld. Om die reden zullen de buitenruimtes aan de straatzijde moeten worden vormgegeven als loggia’s, inpandige balkons of half-inpandige balkons (max.ca. 0,5m uitstekend buiten het hoofdvolume). De openingen doen mee in het gevelritme en zijn ondergeschikt aan het totaalbeeld. Belangrijk is dat de bovenbouwen een alzijdig karakter hebben en de buitenruimtes hier onderdeel van uitmaken.
Aan de binnenzijde van het ensemble is er meer ruimte voor speelsheid in de gevel. Buitenruimtes zoals balkons mogen hier hangen aan de gevel, ook loggia’s zijn niet uitgesloten. Ze zijn niet onderdeel van de hoofdstructuur van de gevel en in materialisatie zijn ze onderscheidend. Dit betekent dat ze bijvoorbeeld niet onderdeel zijn van de horizontale gevelbanden. Desalniettemin mogen de balkons de architectuur van het gebouw niet overheersen. Balkons zijn licht in uitvoering en hebben een hekwerk. Belangrijk is dat de bovenbouwen een alzijdig karakter hebben en de buitenruimtes hier onderdeel van uitmaken.
Hekwerken zijn uitgevoerd in de toon van het kozijn of aansluitend bij het metselwerk.
Hekwerken zijn uitgevoerd in de toon van het kozijn of aansluitend bij het metselwerk.
de Architekten Cie. | april 2024
99
materiaal en detail | 10. details en elementen
privé entrees straatzijde
privé entrees binnentuin
De verschillende adressen worden benadrukt door het ritme van de gevel en de voordeuren, maar ook door het gebruik van opgaand gevelgroen in een bepaalde ritmiek.
Aan de binnentuin kunnen entrees van woningen terugliggen of een luifel hebben. Zo ontstaat een geleidelijke overgang tussen gezamenlijke buitenruimte, privé buitenruimte en entrees.
Er is aandacht voor detaillering. Een voorbeeld hiervan zijn de zorgvuldig gekozen huisnummers.
Er is aandacht voor detaillering. Een voorbeeld hiervan zijn de zorgvuldig gekozen huisnummers.
Aan de straatzijde hebben de entrees geen luifels en is er een kantzone tussen entree en openbare ruimte.
100