CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-391 Beeldkwaliteitsplan Tapijtfabriek

Raadsvergadering 27 november 2024, gemeente DeventerBij agendapunt: Masterplan en beeldkwaliteitsplan Tapijtfabriek14.769 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Beeldkwaliteitsplan

24 · april · 2024

Beeldkwaliteitsplan: de Tapijtfabriek Dit is het Beeldkwaliteitsplan (BKP) van de Tapijtfabriekslocatie, opgesteld door JOUW wonen, de Architekten Cie. en Bureau Poelmans Reesink in nauwe samenwerking met de gemeente Deventer. De kernambities van het Beeldkwaliteitsplan zijn; • • •

Het documenteren van de belangrijkste waarden van de fabriek De visie en filosofie van de sturende en gedeelde ambitie uitdragen Het borgen van bovenstaande, middels de belangrijkste regels

Het Beeldkwaliteitsplan van de Tapijtfabriek is gebaseerd op het ‘Handelingsperspectief herontwikkeling van de locatie Smyrnastraat 3’. Zoals in het Handelingsperspectief is vastgelegd, heeft het gebouwensemble van de Tapijtfabriek geen monumentale status. Desalniettemin is het gezien de historie en betekenis van de fabriek voor de stad Deventer en de buurt belangrijk de cultuurhistorische waarde van de fabriek te behouden als in dit document verder is uitgewerkt. Dit document is een ambiitiedocument en leidraad. Nader onderzoek zal moeten uitwijzen of de technische staat van de gebouwen het toelaat om deze op een haalbare manier te transformeren naar de ambities die gesteld zijn in dit document. Dit BKP vormt samen met het Masterplan de basis voor de verdere ontwikkeling van het gebied. Het Masterplan gaat in op de ruimtelijke ordening inclusief bouwvlakken, de verkeerssituatie, parkeren, duurzaamheid, etc.

2

de Architekten Cie. | april 2024

3

Beeldkwaliteitsplan | inhoudsopgave

leeswijzer

Het BKP is opgedeeld in vijf hoofdonderdelen: 1. Masterplan Het eerste hoofdstuk is een korte toelichting op het Masterplan. Voor verdere, specifiekere informatie kan het Masterplan document geraadpleegd worden. 2. Bestaande fabrieksidentiteit Een analyse van de bestaande fabriek en de waardering van het cultureel erfgoed. • Om uitspraken te doen over het behouden van de fabrieksidentiteit van de locatie moet deze eerst geduid worden, dit wordt gedaan aan de hand van het analyseren van de bestaande fabriek. • Daarnaast is dit gedeeltelijk een documentatie van het bestaande, een analyse op gebouwniveau, een duiding hoe dit de nieuwe situatie informeert en een waardestelling van de verschillende bestaande gebouwen. 3. Fabrieksidentiteit - Visie Hierop volgt de visie voor het nieuwe fabrieksensemble. • Hier wordt ingegaan op de totstandkoming van de essentiekaart en de nieuwe identiteit van de Tapijtfabriek • Daarnaast is beschreven hoe de aspecten die de identiteit van de bestaande fabriekslocatie bepalen, die voortkomen uit de analyse, worden vertaald naar de nieuwe Tapijtfabriek. Zo wordt de herkenbaarheid en leesbaarheid van de bestaande fabriek en het cultuurhistorisch verleden zichtbaar, tastbaar en beleefbaar.

4

4. Fabrieksidentiteit - Beeldkwaliteit Door middel van verscheidene beeldkwaliteitsthema’s wordt de nieuwe fabrieksidentiteit verder ontleed, beschreven en specifiek gemaakt in verschillende thema’s. • Dit wordt gedaan op 3 verschillende schaalniveaus: op gebiedsniveau, op gebouwniveau en op materiaal/detail niveau. • Dit hoofdstuk geeft de bandbreedte van de beeldkwaliteit en de filosofie erachter weer. Dit is de basis, de verantwoording, van de regels die zijn geformuleerd en het toetsingskader wat wordt gesteld. 5. Tools en spelregels architectuur In de tools en spelregels voor de architectuur en de buitenruimtes/openbare ruimtes worden per gebouw en gebied gespecificeerd hoe de beeldkwaliteitsthema’s geïnterpreteerd en toegepast dienen te worden. Dit gebeurt in drie gebouwclusters/gebieden waarin het gebied kan worden opgedeeld.

1.

• •

Masterplan

Locatie Tapijtfabriek Deventer Masterplan

2. bestaande FABRIEKSIDENTITEIT

3.

historie van de Tapijtfabriek

• • •

Historische gebeurtenissen De tapijten Het ontstaan van het fabriekscomplex

FABRIEKSIDENTITEIT visie

4. FABRIEKSIDENTITEIT beeldkwaliteit

essentie beeldkwaliteit

• • •

Visie en essentie Masterplan Kernwaarden fabrieksidentiteit

ensemble

• • •

ensemble

•

Kernwaarden fabrieksidentiteit gebouw/straat

• •

Analyse fabrieksarchitectuur Strategie bestaande bebouwing

Materialisatie en kleur Ornamentiek

• • •

tools en spelregels architectuur

De oude fabriek Het hart van de fabriek De nieuwe fabriek

gebouw/straat

• • • • • •

Architectonische verhoudingen Ritmiek en korrelgrootte Ruimtelijke kwaliteit Kappen Gebouwplinten Ruimtelijke kwaliteit materiaal/detail

materiaal/detail

• •

Een fabrieksensemble Verankering met de wijk Binnenwereld

5.

• • •

Materialisatie, kleur en ornamentiek Details en elementen Overgangen en detaillering de Architekten Cie. | april 2024

5

1. Masterplankaart

6

de Architekten Cie. | april 2024

7

8

locatie Tapijtfabriek Deventer

De Tapijtfabriek is gelegen in de wijk Voorstad-centrum in Deventer. De buurten in de Voorstad maken deel uit van de zogenoemde Oude Schil rond de binnenstad van Deventer. De bebouwing is heel divers, uiteenlopend van herenhuizen aan en rond de Brinkgreverweg tot aan arbeiderswoningen in het Rode Dorp. In verschillende delen van deze wijk heeft recentelijk herstructurering plaatsgevonden. Voorstad-centrum bestaat uit de Burgemeestersbuurt en de Oosterstraat en omstreken. Een deel van de buurt Oosterstraat dateert van voor 1900. Hier hebben enkele jaren geleden flinke renovatiewerkzaamheden plaatsgevonden, zoals in het gebied nabij de Beestenmarkt. Aan de andere kant van deze buurt ligt de moskee aan de Smyrnastraat die in 2003 is opgeleverd. De ontwikkeling van de Tapijtfabriek is onderdeel van de verdichtingsopgave van de stad Deventer, waar dringend behoefte is aan meer woonruimte. De locatie van de Tapijtfabriek is bij uitstek geschikt voor het toevoegen van woningen. Deze ligt namelijk in een woonbuurt met voorzieningen en met een intercity treinstation in de nabijheid. Daarnaast ligt het dichtbij het stadscentrum. Om deze redenen is deze locatie aangeduid als verdichting/verstedelijkingsgebied, met als doel een positieve impuls te geven aan de buurt en woonruimte.

Dat wordt bereikt door verwante functies toe te voegen die aansluiten bij de behoefte van de omliggende wijk en Deventer als geheel. Het transformeren van fabrieksgebieden en soortgelijke spraakmakende locaties is in Deventer welbekend. Zo is bijvoorbeeld in de laatste jaren het Havenkwartier getransformeerd tot woongebied en creatieve hotspot.

de Architekten Cie. | april 2024

9

nhuisstraat R.C. Nieuwe

Bu

st

ee

m

e rg

s

ob

ac

J er

Bur ter ees gem

B

e

nH

va

ee

em

g ur

r ste

n

laa

tra

s em

t

aa

str

em

e el d IJss t traa ers epp Sch Burgemeester van Marlestraat

Burgemeester van Marlestraat

2

5

2-3

5

5

Tapijtstraat

Smyrnadwarsstraat

7

uitrit

uitrit

5 8

7 5

Smyrnastraat

3

4

3

Smyrnastraat

Smyrnastraat

A.J. G.I. estr Bruc aat

2e Kruisstraat

Burgemeester Dumbarstraat

Burgemeester Dumbarstraat Burgeme

Manegestraat

Masterplan

De twee documenten van het Beeldkwaliteitsplan en het Masterplan vormen een twee-eenheid. In het Masterplan zal daarom ook veelal verwezen worden naar het Beeldkwaliteitsplan en vice versa. Het Beeldkwaliteitsplan geeft de kaders aan voor de beeldkwaliteit en daarmee de architectuur en ruimtelijke kwaliteit van het plan.

uurb

t Cein

Het Masterplan geeft de kaders en het raamwerk aan waar het ontwerp aan moet voldoen. Dit gaat in op aspecten als bouwhoogtes, bouwvolume, programma, duurzaamheid, verkeer, parkeren en de participatie.

aan

De Masterplankaart De Masterplankaart links geeft de stedenbouwkundige opzet van het kavel weer. Zo is te zien hoe de blokken zich tot het kavel en elkaar verhouden. Ook zijn de verschillende bouwhoogtes aangegeven. Voorbeelduitwerking Rechts is een voorbeelduitwerking van het Masterplan te zien, bekeken vanuit twee perspectieven. Dit is een onderdeel van het Masterplan waarin een interpretatie van het Masterplan en Beeldkwaliteitsplan is verwerkt.

uurb

t Cein aan

A.J.

mae

Duy raat

istst

n Tw

r va

de Architekten Cie. | april 2024

11

2. bestaande FABRIEKSIDENTITEIT

de Architekten Cie. | april 2024

12

de Architekten Cie. | april 2024

13

overzicht | bestaande fabrieksidentiteit

historie van de Tapijtfabriek

14

ensemble

gebouw/straat

materiaal/detail

Uitgangspunt voor de beeldkwaliteit is de fabrieksidentiteit van de Tapijtfabriek. Om deze identiteit opnieuw vorm te geven binnen het nieuwe ensemble moet eerst inzichtelijk zijn hoe de huidige fabriek is ontstaan, wat de historie is en wat de betekenis en waarde van de fabriek is. Historie van de Tapijtfabriek In de ontstaansgeschiedenis van de smyrna Tapijtfabriek gaan we in op het ontstaan en het gebruik van de fabriek. Ook wordt omschreven hoe het originele ontwerp eruit heeft gezien, in welke faseringen de fabriek tot stand is gekomen en welke noemenswaardigheden over het gebruik (die de ruimtelijke kwaliteit en identiteit van de fabriek in zijn bestaan hebben beïnvloed) van belang zijn. Ensemble In de verdere analyse van het bestaande wordt het huidige fabrieksensemble, de ruimtelijke condities en het karakter van het ensemble geanalyseerd. Gebouw/straat Daarna worden de meest invloedrijke gebouwen onder de loep genomen en geanalyseerd. Zo wordt ieder gebouw gedocumenteerd en ontleed in zijn karakteristieke elementen. Materiaal/detail Tot slot wordt door middel van fotodocumentatie de details, materialisering en ornamentiek geanalyseerd en gecategoriseerd. De cultuurhistorische categorisatie van de gebouwen vormt de basis voor bovenstaande.

Hierin wordt aangegeven hoe de historie, bestaande ruimtelijke condities en het handelingsperspectief is vertaald naar een strategie voor de bestaande bebouwing.

de Architekten Cie. | april 2024

15

historie van de Tapijtfabriek

16

de Architekten Cie. | april 2024

17

1912 - De fabriek in het open veld met het poortgebouw op de hoek

1922 18 - De fabriek na de eerste uitbreidingen met de watertoren en de schoorsteen

historische gebeurtenissen

De geschiedenis van de Tapijtfabriek aan de Smyrnastraat begint aan het eind van de 18e eeuw. Aan het eind van de 18e eeuw heerste in het oosten van Nederland grote werkloosheid. In Deventer werd in samenwerking met het stadsbestuur door George Birnie en Philippus Sauret een textielfabriek ingericht. In de fabriek gingen vijftig armlastigen en hun kinderen werken. In 1816 werkten er ruim 150 arbeiders en in het midden van de 19e eeuw ongeveer 225. Het bedrijf aan de Nieuwstraat groeide uit tot een flinke fabriek.

Het oorspronkelijke gevelontwerp van het kantoorgebouw

In juli 1901 werd de heer J.G. Mouton directeur en fuseerde het bedrijf met de Amersfoortsche Tapijtfabriek, die verder ging onder de naam Koninklijke Vereenigde Tapijt- fabrieken (K.V.T.). Onder zijn leiding verhuisde de fabriek in november 1902 naar een nieuw gebouw aan de Smyrnastraat, dat hij, opgeleid als architect, zelf had ontworpen. De K.V.T. produceerde voornamelijk handgeknoopte smyrnatapijten, ook wel Deventer tapijten genoemd. In dit gebouw werden in 1903/1904 de tapijten geweven voor de Ridderzaal en het oude gebouw van de Tweede Kamer in Den Haag. Ook leverde de fabriek tapijt aan het Koninklijk Paleis in Amsterdam.

Fabriekscomplex Het fabriekscomplex bevindt zich net ten noorden van de oude binnenstad van Deventer. Rondom het complex is in de jaren ‘20 een woonwijk verrezen. Het fabriekscomplex is een volledig bouwblok en heeft daardoor een gesloten karakter, wat kenmerkend is voor industriële gebieden in woonwijken. Het oudste gedeelte van het complex is een U-vormig kantoorgebouw uit 1902 met een productiehal. Later werden meer productiehallen toegevoegd, een portierswoning, een watertoren, een ketelhuis met schoorsteen en een sober kantoorgebouw. Dat laatste werd in 1940 ontworpen door J.D. Postma en is opgetrokken in een toen gangbare functionele stijl. In 1978 werd de fabricage van tapijten in de vestiging in Deventer gestopt en vestigde de machinefabriek zich in dit jaar in het pand van de voormalig Koninklijke Tapijtfabrieken Deventer aan de Smyrnastraat.

Nadat de K.V.T. uit Deventer vertrok is het oude fabrieksgebouw overgenomen door de firma Geurtsen. Tot op heden worden er in de fabriek speciaalmachines gemaakt voor allerhande markten. Hierbij is de hoofdopzet van de fabriek intact gebleven, maar zijn er allerlei aanpassingen gemaakt aan de bebouwing om productie van speciaalmachines mogelijk te maken.

Het kantoorgebouw verscheen als een van de eerste gebouwen in de wijk

de Architekten Cie. | april 2024

19

Impressie van een Tapijtfabriek waar de knooptechniek gebruikt wordt

de tapijten

Smyrnatapijten zijn tapijten die genoemd zijn naar de havenstad Smyrna (tegenwoordig Izmir) in Anatolië. Een belangrijk deel van de handel in oosterse tapijten naar Europa verliep via deze stad. Het hoogtepunt van de tapijthandel in die stad was in de negentiende eeuw. Naar het voorbeeld van oosterse tapijten werden in de Tapijtfabriek handgeknoopte tapijten, de zogenaamde smyrnatapijten gemaakt. Jaarlijks werd ongeveer 12.000 vierkante meter tapijt geknoopt. Bij smyrnaknopen worden korte draden met behulp van een knooppen op een stramien geknoopt. De tapijten in verscheidene stijlen, waaronder veel in de stijl van de Amsterdamse school, die in de smyrnafabriek in Deventer geknoopt werden, waren onder andere van bekende ontwerpers als Hendrik Berlage en Theo Colenbrander. Voorbeeld van een Smyrnatapijt

Basisraster voor de Smyrnaknooptechniek

Knopende medewerkers van een Tapijtfabriek

de Architekten Cie. | april 2024

21

labkantoor

productiehallen

machinale ververij productiehallen

ketelhuis watertoren productiehallen

magazijn, werkplaats

kantoorgebouw

22

het ontstaan van het fabriekscomplex

In de periode van 1903 tot 1961 is het fabriekscomplex vaak in verandering geweest. De groei van de fabriek betekende namelijk dat er steeds meer (productie)gebouwen bijgebouwd moesten worden. Het resultaat is een grillig fabriekscomplex waar bouwstijlen uit de verschillende perioden samenkomen. De dynamische ontstaanswijze van het complex is bepalend voor de fabrieksidentiteit en uitstraling die vandaag de dag nog te zien en te voelen is. 1900-1910

1920-1930

1910-1920

1930-1940

Bebouwing In de loop der jaren is het complex van de Tapijtfabriek bijna volledig bebouwd. Het complex bestaat uit kleine en grote gebouwen die met elkaar vergroeid en verbonden zijn. Met name in de jaren ‘20 en ‘30 zijn de fabriekshallen bijgebouwd om meer ruimte te creëren. De binnenwereld van dit complex laat zich niet direct lezen van buitenaf. Zo is één van de meest markante gebouwen, het Ketelhuis, nauwelijks zichtbaar vanaf de straat doordat het middenin de locatie is gebouwd. De bebouwing heeft een dienende rol ten behoeve van de functies. De focus van de architectuur ligt op het functionele, niet zozeer op het architectonische. Het fabriekscomplex is als geheel van waarde in het stedelijk weefsel, waar het een prominente en aanwezige plek inneemt. Daarnaast is het van waarde vanwege de plek die het fabriekscomplex in de geschiedenis van Deventer en in het geheugen van de inwoners van Deventer inneemt.

1940-1965 de Architekten Cie. | april 2024

23

ensemble

24

de Architekten Cie. | april 2024

25

ensemble | kernwaarden fabrieksidentiteit

fabrieksidentiteit binnenkamers

een ‘harde’ buitenkant

een ‘zachte’ binnenwereld

de productielijnen

De fabrieksopzet wordt gekenmerkt door een drietal binnenkamers. Deze vormen de centrale punten binnen het ensemble, waar ze in verbinding staan met routes en entrees. Deze hovenstructuur was onmisbaar voor de logistiek van de fabriek. De twee grootste binnenkamers zijn vanaf de straat niet direct bereikbaar, omdat deze worden begrenst door een poort en een hek.

Het geheel oogt als een gesloten ensemble. Dit komt doordat het gehele complex als een 2/3 laags basisvolume oogt vanuit de straat, door de gelijke gevelritmiek en door de eenduidige materialisering. Dit wordt versterkt door de groene buffer die de fabriek over flinke lengtes scheidt van de straat. Daarnaast zitten er buiten het kantoorgebouw op veel plekken nagenoeg geen ramen in de straatgevels. Er is een schaalsprong van de omgeving naar het fabrieksensemble merkbaar.

Door de dynamische groei van de fabriek door de jaren heen, zijn er aan het ensemble telkens gebouwdelen toegevoegd, verbouwd en verwijderd. Er is een ensemble ontstaan waarin weinig contrast te merken is en de eenduidige sfeer in de bebouwing zorgt voor een duidelijke ensemblewerking. Het resultaat van het dynamisch ontstaan van het fabriekscomplex is een gefragmenteerde, gestapelde en gelaagde ‘zachte’ binnenwereld, die contrasteert met de strenge harde buitenkant van het ensemble.

De logistiek van de fabriek heeft een stempel gedrukt op de organisatie en functie van de verschillende gebouwdelen van het ensemble. De belangrijkste structurerende elementen hierin zijn dan dus ook de productielijnen. Eén daarvan is een interne productielijn die in het gedeelte met de sheddaken zit. De andere is een onderdoorgang die van binnenplaats naar binnenplaats loopt. De structurerende assen zijn door de jaren heen duidelijke elementen gebleven.

26

gelaagdheid

een ton-sur-ton ensemble

De gelaagdheid van de fabriek, die bestaat uit de verschillende volumes en bouwdelen uit verschillende periodes, is kenmerkend en zorgt voor een stapeling van volumes en architecturen. De verschillende tijdslagen zijn duidelijk zichtbaar binnen het ensemble. Dit is verzoorzaakt door het bijbouwen, uitbouwen, opbouwen en verbouwen wat in de loop der jaren veelvuldig is gebeurd om de fabriek aan te passen aan zijn (nieuwe) functies.

Het beeld van het ensemble aan de Smyrnastraat zijde is divers (binnen dezelfde fabrieksidentiteit), waar alle gebouwdelen een andere architectonische expressie en kapvorm hebben. De korrelgrootte varieert van wat groter (kantoorgebouw) naar wat kleiner (labkantoor). Desalniettemin is de algehele indruk een ton-sur-ton geheel, mede dankzij de overeenkomende materialisatie, gebouwhoogte en basismassa. Belangrijke karakteristieken van deze zijde zijn de toegangen, de poort en de expeditie.

De indruk van het ensemble aan de Burg. van Marlestraat is eentonig. Dat komt door de aanwezigheid van de productiehallen met eenzelfde kapstructuur (sheddaken) aan deze zijde. Deze zijn qua korrelgrootte en ritmiek gelijk, maar waaieren qua kapstructuur uit van een kleinere beukmaat naar een bredere beukmaat. Dit resulteert in een sterk repetitief en herkenbaar straatbeeld. De algehele indruk is een ton-sur-ton geheel, mede dankzij de overeenkomende materialisatie en gebouwhoogte.

Smyrnastraat

burg. van marlestraat

Fabrieksidentiteit • Het fabrieksterrein drukt een duidelijke stempel op het stedelijk weefsel. Dit komt door het grote oppervlak van het gebied en het gesloten karakter van de gevelwanden. • Er is een schaalcontrast merkbaar. Industriële volumes tegenover een veelal kleinschalig karakter van de woonwijk. • Het ensemble is omsloten door een groene buffer, die als een lint eromheen ligt. • Er is samenhang tussen de gebouwen. • Er is een specifiek binnenkarakter ontstaan met open binnenkamers door de positionering van de gebouwen ten opzichte van elkaar. Entrees liggen aan de binnenzijde. • De kenmerkende structuur van doorzichten, ‘open binnenkamers’, onderdoorgangen en besloten wanden aan de buitenzijde draagt er aan bij dat de cultuurhistorische beleving vooral op ooghoogte erg karakteristiek is. • Er is veel afwisseling tussen gesloten en open ruimtes, met gesloten buitenwanden en open binnenkamers. • Er zijn interne zichtlijnen door het gebied heen, vanaf het poortgebouw naar het achterste deel van het terrein. Kernwaarden voor de nieuwe fabrieksidentiteit • Herinterpretatie van de ‘binnenkamers’: elk van deze heeft een eigen karakter en staat in verbinding met routes en entrees.

• De fabrieksidentiteit met duidelijke randcondities en de daarbij horende gebouwhoogtes moet behouden worden, maar de harde buitenkant mag incidenteel doorbroken worden om meer verbinding met de omgeving te creëren. Gebouwaccenten bevinden zich meer in het binnengebied. • Het karakter van de ‘zachte’ binnenwereld wordt behouden. In het nieuwe fabrieksensemble is een zekere gelaagdheid zichtbaar. • Productielijnen komen terug in de vorm van verbindingen en zichtlijnen. • Het nieuwe fabrieksensemble wordt ton-surton in korrelgrootte en kleurstelling. de Architekten Cie. | april 2024

27

gebouw

28

de Architekten Cie. | april 2024

29

gebouw | analyse fabrieksarchitectuur

het ketelhuis

architectonische analyse

waardestelling

Ritmiek, korrelgrootte en maatsystematiek

Het ketelhuis als verborgen parel in één van de binnenkamers. Een belangrijk expressief element van het ketelhuis is de (afgeknotte) schoorsteen.

Expressie

Behouden en restaureren

Ornamentiek

Herstellen en aanpassen voor nieuw gebruik Mogelijkheid tot weghalen of vervangen Tectoniek

30

architectonische analyse

aanbevelingen

uit het handelingsperspectief

• • • • • • • •

•

Het ketelhuis wordt behouden.

•

De gelaagdheid en tijdslagen van opbouwen en aanbouwen en de karakteristieke architectuur van het hoofdvolume vormen de beeldbepalende elementen van het ensemble.

•

Het ketelhuis wordt onderdeel en speerpunt in de opzet van het nieuwe hart van het gebied.

•

De gevel wordt licht gereinigd (niet met hoge druk) en gerestaureerd.

Motivering categorie 1: Het ketelhuis was het hart van de fabriek, zowel ruimtelijk als functioneel. Schoorsteen heeft duidelijke landmarkfunctie. Functioneel dominant volume. Daarnaast heeft het ketelhuis veel architectonische samenhang met het poortgebouw (o.a. baksteen lisenen, rechthoekige spaarnissen). Opbouw in betonskelet, vullingen van baksteen en stalen zesruitsvensters. Uniek gebouw in Deventer met grote architectuurhistorische en algemeen cultuurhistorische waarde voor de stad.

•

De architectuur van het bestaande ketelhuis (witte banden, lisenen, gele baksteen) blijft 100% beleefbaar, de gevels van de annexen (rode lijsten, rode steen donkere pan) kunnen worden doorbroken binnen de ritmiek of in sterk contrast met de huidige structuur.

•

Door het doorbreken en ontmantelen van annexen en delen rond het ketelhuis, komt het vrij te staan en wordt de gelaagdheid beleefbaarder in het gebied.

Identiteit: iconisch Basishoogte: 14m, 3 bouwlagen Positie t.o.v. rooilijn: midden van het kavel Volume: rechthoekig, bijna vierkant blok Gevels: baksteen en opvallend Daken: plat dak Interieur: grote ruimte met vrije hoogte Korrelgrootte: relatief klein

Bouwstructuur/architectuur De gevel heeft niet één duidelijk ritme, maar is verdeeld in drie verticale en twee horizontale gedeeltes. Het lagere gedeelte van de horizontale tweedeling wordt gedefinieerd door drie penanten en vierkante ramen daartussenin. Het hogere gedeelte wordt gedefinieerd door grote raampartijen die door wit gestucte banden worden omkaderd. De architectuur wordt sterk bepaald door de afwisseling in materialisatie en kleuren in de gevel (geel baksteen en wit pleisterwerk), vooral in het bovenste gedeelte van het gebouwdeel. Daarnaast zit er verfijning in de gevel in de vorm van lisenen. Het ketelhuis en schoorsteen vormen uitzonderlijke elementen in het hart van het gebied. In de architectuur wijkt het ten dele af van de klassieke fabrieksuitstraling, maar is er tegelijk mee versmolten.

•

Toevoegingen, in-en aanbouwen worden duidelijk gescheiden en zijn duidelijk te onderscheiden van de bestaande hoofdstructuur van het ketelhuis.

•

De schoorsteen kan opnieuw worden gemaakt tot icoon van het gebied, als hoog herkenningspunt in de wijde omgeving. Het basement behouden met een nieuwe kenmerkende opbouw.

•

Nieuwe kozijnen en ramen bij voorkeur uitvoeren in staal of aluminium met een renovatieprofiel.

Kwaliteiten om mee te nemen Herontwikkeling met behoud gedifferentieerd gevelbeeld. Schoorsteen is landmark voor het gehele gebied. Fraaie stalen kozijnen in opbouw. Hoogwaardige architectonische detaillering. Het gebouw is functioneel, architectuurhistorisch en historisch-stedenbouwkundig van grote waarde. Concrete randvoorwaarden voor transformatie Uitgangspunt is hier een restauratieve aanpak, bestaande uit: 1. Behoud gevels en volume. Karakteristiek zijn buitenmuren met metsel- en voegwerk, lijstwerk, vensteropeningen, vensterindelingen , stalen vensters en decoratieve elementen in het metselwerk; 2. Extra raamopeningen op de begane grond denkbaar onder de voorwaarde dat deze architectonisch goed worden ingepast met respect voor de gevelritmiek van het gebouw; 3. Pand dient herkenbaar te blijven wanneer hier nieuwbouw naast komt te staan. 4. Behoud schoorsteen als landmark en referentie naar industrieel verleden.

Cultuurhistorische beschrijving Op de meest oostelijke binnenplaats staat het ketelhuis en de stomp van de fabrieksschoorsteen. Dit kan als het technische hart van het fabrieksterrein beschouwd worden. Het ketelhuis is meerdere malen vergoot doordat het is aangepast aan de eisen van het bedrijf. Het oudste deel van het ketelhuis is de eerste bouwlaag. Het een sober gedecoreerd baksteen gebouw op samengestelde plattegrond. Met een tussenlid is het ketelhuis verbonden met de watertoren. De gevels van het ketelhuis zijn voorzien van baksteen lisenen en rechthoekige spaarnissen. Aan de bovenzijde zijn de spaarnissen geaccentueerd met een baksteen tandlijst die overeenkomt met de tandlijst die voor de gevels van het kantoorgebouw zijn toegepast. Architectonisch heeft het ketelhuis veel samenhang met het kantoorgebouw. Het ketelhuis heeft een latere opbouw, opgetrokken als betonskelet met vullingen van baksteen en stalen zesruitsvensters. Het ketelhuis is voorzien van een plat dak met een uitkragende betonlijst. Aan de noordoostzijde bevindt zich de stomp van de fabrieksschoorsteen. deze heeft een geprofleerd baksteen basement en is opgetrokken uit oranje-rode baksteen. Het ketelhuis en de fabrieksschoorsteen zijn van hoge waarde voor het fabrieksterrein maar ook in relatie met het hoofdpand.

de Architekten Cie. | april 2024

31

gebouw | analyse fabrieksarchitectuur

het labkantoor

architectonische analyse

waardestelling

Ritmiek, korrelgrootte en maatsystematiek

Het gebouw definieert de hoek en is een uitzondering op het geheel

Expressie en tectoniek

Ornamentiek

Behouden en restaureren Herstellen en aanpassen voor nieuw gebruik Mogelijkheid tot weghalen of vervangen

32

architectonische analyse

aanbevelingen

• • • • • • • •

•

De markante afgeknotte hoeken, de stevige betonnen lijsten als dakrand, sierlijsten en kaders rond de kozijnen en de overhoekse raampartijen vormen de beeldbepalende elementen van het gebouw.

•

De gevel wordt licht gereinigd (niet met hoge druk) en gerestaureerd. Door het reinigen van alle gevels worden de kleurnuances die al plaatshebben binnen de fabriek meer expressief, hierdoor ontstaat meer controle op de nieuwe materialisatie van het geheel.

•

Aanpassingen in de gevel zijn beperkt en passen binnen de hoofdstructuur van de gevel.

•

Door de rooilijn van de andere gevels in de Tapijtstraat terug te leggen, wordt meer van het markante karakter, de volumeopbouw en architectuur van het labkantoor zichtbaar in de straat.

•

Het labkantoor steekt minimaal een meter uit boven de direct aangrenzende bebouwing in de rooilijn. Hierdoor blijven de markante daklijsten en de volume expressie intact.

Identiteit: iconisch Basishoogte: 13m, 3 bouwlagen Positie t.o.v. rooilijn: in rooilijn, hoekpunt Volume: langgerekt, zeshoekig Gevels: gevlamde baksteen, opvallend Daken: plat Interieur: kantoorstructuur Korrelgrootte: relatief klein

Bouwstructuur/architectuur Dit is het enige gebouwdeel van het ensemble dat duidelijk horizontaal geleed is. Het ritme van de gevel wordt ingegeven door het volume: het is een symmetrisch gebouw die door een 45º afknotting op alle hoeken een zeshoekig gebouwtje wordt. Het meest expressieve voor de architectuur zijn de horizontale raampartijen die zijn omkaderd met donkere grijze betonnen banden en die de gevel in drieën verdelen. Daarnaast wordt de horizontale geleding veroorzaakt door de horizontale basis van 650mm en de kroonlijst van 1000m, die ook nog eens benadrukt wordt door de uitkragende dakrand. Aanwezige ornamentiek is zichtbaar in de kroonlijst, waar ruitvormige tegeltjes als band zijn aangebracht. Het oude labkantoor gebouw vraagt om extra aandacht en is uniek binnen het ensemble. Dit is een in architectuur sterk afwijkend gebouw vergeleken met de rest van de fabriek. In de zestiger jaren is er tegen dit kantoor uit 1921 in de kavelgrens een nieuwe fabriekshal geplaatst. Hierdoor is de karakteristieke vorm en architectuur minder ervaarbaar.

•

•

De uitstraling van de stalen industriële kozijnprofileringen met onderverdelingen blijft gehandhaafd, dit kan door het gebruik van binnen-voorzetramen, het gebruik van isolatieglas of het gebruik van kozijnprofileringen met de uitstraling van staal. Indien gewenst vanwege de functie, dan kan de raampartij in de lange gevel binnen het aangegeven stramien worden veranderd naar een entree voor het gebouw. Een eventueel nieuw te plaatsen voordeur wordt architectonisch vormgegeven vanuit de cultuurhistorische context van het gebouw

uit het handelingsperspectief

Motivering categorie 1: Kenmerkend voor het oeuvre van J.D. Postma (1922-1999). Postma specialiseerde zich als Deventer architect in het ontwerpen van fabrieks- en kantoorgebouwen en ontwikkelde een grote kennis op het gebied van nieuwe constructiemethoden en materialen. Hij was architect van o.a. de voormalige Deventer Schouwburg en het kantoor van Thomassen & Drijver. Het kantoorgebouw is belangrijk functioneel kantoorgebouw van het complex. Het gebouw vormt een goede schaalsprong op een hoek ten opzichte van omliggende bebouwing en fungeert daarin als een duidelijk herkenningspunt van het fabrieksterrein aan deze zijde van het gebied. Draagt tevens bij aan de afleesbaarheid van de verschillende tijdslagen in het complex. Hoogwaardige detaillering met uitkragende betonnen daklijst, betonnen raamkozijnen en stalen ramen. De kenmerkende plattegrond met uitkragende erkers geeft het pandje een uniek karakter. Kwaliteiten om mee te nemen Verschijningsvorm, hoogte, geveluitstraling, lijstwerk, karakteristiek samenspel betonnen kozijnen met stalen ramen. Concrete randvoorwaarden voor transformatie Uitgangspunt is hier een restauratieve aanpak, bestaande uit: 1. Behoud gevels en kenmerkende uitkragende betonnen daklijst en hoogte; 2. Sloop van de daar achter gelegen doorgang naar de fitnessstudio komt de zichtbaarheid van het kantoorvolume ten goede; 3.

Behoud betonnen kozijnen die in sterke samenhang staan met de smalle stalen ramen en de uitkragende betonnen daklijst; 4. Uitkragende erkers met veel glas erg karakteristiek voor het gevelbeeld 5. Slanke uitstraling van stalen ramen (vernieuwing met dezelfde detaillering denkbaar indien bestaande kozijnen niet voldoen).

Cultuurhistorische beschrijving Op de hoek van de Smyrnastraat en de Tapijtstraat, gesitueerd op de kop van de machinale ververij, bevindt zich de kantoortoren van de architect Postma. Het gebouw heeft een opmerkelijke plattegrond met de langsgevel aan de Tapijtstraat. Het is een langgerekt gebouw waarvan de korte gevelzijden driezijdig worden afgesloten. Het gebouw bestaat uit drie bouwlagen onder een plat dak. Aan de achterzijde, aan de Tapijtstraat, is later een ingang aangebouwd die geen cultuurhistorische waarde heeft. De gevels zijn opgetrokken in baksteen en voorzien van betonnen vensteromlijstingen, waarin stalen ramen gevat zijn. Het pand heeft een trasraam van iets donkere baksteen. de gevels zijn gemetseld in Vlaams verband. Het is een sober maar zorgvuldig vormgegeven gebouw dat door bijzondere detaillering, gevelindeling en plattegrond architectonische waarde heeft en markant is in het straatbeeld. De gevels aan de Smyrnastraat en aan de achterzijde hebben een open karakter door de overhoekse ‘erkerachtige’ vensterpuien op de verdiepingen. Deze worden niet door stijlen of muurdammen ondersteund wat mogelijk is door uitkragende betonvloeren toe te passen. De voor-, en achtergevel hebben op alle bouwlagen driezijdige vensterpuien, waarvan het venster op de begane grondaan de Smyrnastraat kleiner is dan op de verdiepingen.

de zijgevel aan de Tapijtstraat heeft een meer gesloten karakter. de verdiepingen zijn elk voor zien van een liggend, driedelig venster. Alle vensters zijn van staal en gevat in betonnen kozijnen en omlijstingen. De omlijsting van de vensters in de bovenste verdieping valt samen met de uitkragende, geprofileerde, betonnen daklijst.

de Architekten Cie. | april 2024

33

gebouw | analyse fabrieksarchitectuur

het kantoorgebouw

architectonische analyse

Ritmiek, korrelgrootte en maatsystematiek

Expressie en ritmiek

Ritmiek, korrelgrootte en maatsystematiek

Tectoniek

Het gebouw is dominant op de hoek

De binnenzijde heeft dezelfde architectonische expressie, maar toch zijn er verschillen 34

Ornamentiek

architectonische analyse

• • • • • • • • • Een oude foto laat de originele raamconfiguratie zien. De poort was vroeger een boogpoort

De poort geeft toegang tot het binnenhof

Een oude foto laat de originele raamconfiguratie zien.

Identiteit: statig Basishoogte: 11m, 3 bouwlagen Positie t.o.v. rooilijn: in rooilijn, hoek Poorten en overkluizingen: toegangspoort Volume: langgerekte U-vorm Gevels: uniform, maar met veel verschillende aanpassen en invullingen. Roodachtig baksteen. Daken: zadeldak Interieur: kantoor Korrelgrootte: relatief groot

Bouwstructuur/architectuur De gevel heeft een dominante, verticale ritmiek met een beukmaat van 3,25m welke wordt benadrukt door de penanten (600mm) en de ramen (1680mm). Elke derde beuk heeft een klein dakkapel. De uitzondering is de poort op de hoek, die ervoor zorgt dat het gebouw een dominante uitstraling naar de straat toe heeft. Horizontaal is de gevel verdeeld in vieren: de basis, twee rijen ramen en het dak. Er is veel ornamentiek aanwezig: 1. De expressieve rollagen 2. De dakkapellen 3. De vloerankers 4. De kroonlijst van lisenen onder de dakrand 5. De horizontale banden van metselwerk

De poort was vroeger een boogpoort.

De poort biedt toegang tot de entrees en trappenhuizen van het kantoor

De trappartij ligt achter een bijzonder geveldeel

Originele raamopeningen (links) versus aangepaste raamopeningen (rechts)

De hoofdopzet en architectuur van de gevel is nog duidelijk zichtbaar, maar het geheel oogt rommelig doordat meerdere ingrepen door de jaren heen zijn gedaan om het gebouw functioneel te laten voldoen. De poort in het kantoorgebouw heeft als doorbraak in de verder gesloten fabriekswand en de markering op de hoek aan de Smyrnastraat een uitzonderlijke kwaliteit. Dit is nu te ervaren in het straatwerk onder de poort door en het bijna openbare karakter wat de doorgang heeft en de doorkijk naar de trappartij en entreéportaal van de oude fabriek. de Architekten Cie. | april 2024

35

gebouw | analyse fabrieksarchitectuur

waardestelling

Straatgevel kantoorgebouw

Aangepaste raamopeningen

Binnengevel kantoorgebouw

Behouden en restaureren Herstellen en aanpassen voor nieuw gebruik Mogelijkheid tot weghalen of vervangen Doorsnede kantoorgebouw

36

Originele raamopeningen

aanbevelingen

uit het handelingsperspectief

•

Het bouwdeel is belangrijk voor de identiteit van de fabriek en moet in grote lijnen behouden en herkenbaar blijven.

•

Keramische pannen in de kap herstellen, hellingshoek van de kap behouden, kap bewoonbaar/leefbaar maken.

Motivering categorie 2: Kenmerkend poortgebouw, entreé voor het terrein. Functioneel en ruimtelijk van groot belang voor de beleving van het industrieel DNA van de plek. Volume en korrelgrootte passend bij de wijk. Hoogwaardige materialisering en detaillering.

•

Voorgevel behouden in huidige opzet en restaureren, licht reinigen (niet met de hoge druk).

•

Poort behouden in huidige expressie en opzet, gebruik hierop afstemmen.

•

De trap van het entreeportaal. In de nieuwe situatie wordt deze uitzondering behouden en versterkt door een sterkere relatie tussen de buiten en binnenkant van de fabriek.

•

Indien mogelijk entrees aan de binnenzijde van het hoofdgebouw positioneren. Wanneer een entree aan de straatzijde nodig is binnen de gevelstructuur en vanuit de cultuurhistorische context van het gebouw ontworpen

•

De huidige binnengevel met het gedecoreerde metselwerk zoveel mogelijk in het zicht laten en restauratief behandelen. De transformatieruimte is het grootst ten aanzien van de gewijzigde raampartijen.

•

Indien het uit een technische analyse niet haalbaar blijkt om de bestaande binnengevel te restaureren, kan dat aanleiding geven om de dakopbouw te funderen op een nieuw te maken binnengevel.

•

De terrazzo-stoep onder de poort ook behouden blijft bij de inrichting van de toegang naar het binnengebied.

•

Nieuwe kozijnen en ramen bij uitvoeren in staal of aluminium met een renovatieprofiel,

Kwaliteiten om mee te nemen Gevelcompositie en geveldetaillering. Karakteristieke onderdoorgang met hoofdingang draagt bij aan de cultuurhistorische beleving van het gebied. Het gevelbeeld kent ongelukkige verhoudingen en detaillering, maar draagt wel bij aan de omzooming van het gebied. De onderdoorgang is zeer karakteristiek en van hoge cultuurhistorische waarde. Cultuurhistorische beschrijving Het kantoorgebouw is gelegen aan de Smyrnastraat en Smyrnadwarsstraat en heeft aan beide zijvleugels parkeergelegenheid. Het volume dateert uit de begintijd, 1901-1904,en is ontworpen door de toenmalige directeur J.G. Mouton. Het kantoorgebouw van het complex is een fors u-vormig volume, in twee bouwlagen met kap. de kap wordt onderbroken door dwars kappen waartussen kleine Vlaamse gevels. Tevens is de kap voorzien van kleine dakkapellen. Het opgaand metselwerk van de gevels is uitgevoerd in bruinrode baksteen gemetseld in kruisverband. De gevels aan de Smyrnadwarsstraat en de Smyrnastraat zijn voorzien van enkele topgevels waartussen de kleinere Vlaamse gevels gesitueerd zijn. Op de hoek bevindt zich een veel hoger en schuin geplaatste topgevel met daaronder een overhoeks geplaatste entreé, de fabriekspoort. De entreé is voorzien van een topgevel met steekkap en komt uit op de eerste binnenplaats. De topgevel is gedecoreerd met een rond

licht in de top, voorzien van een oranjerode rollaag, daaronder drie smalle vensters onder oranjerode segmentbogen. daar weer onder een getoogd zesruitsvenster onder een oranjerode segmentboog. Hieronder bevindt zich de fabriekspoort die aan de bovenzijde wordt gemarkeerd door een plaquette met daarop de tekst ‘Koninklijke Vereenigde Tapijtfabrieken’. De gevels hebben een verticale geleding in spaarvlakken onder een segmentboog, gescheiden door gemetselde lisenen. De lisenen en spaarvlakken strekken zich over twee bouwlagen waardoor de gevel een zekere rijzigheid krijgt. Ter hoogte van de verdiepingvloer zijn de spaarnissen voorzien van waterlijsten. de geveldelen tussen de topgevels zijn rijker gedecoreerd dan de overige geveldelen wat met name te zien is in de segmentbogen en de gemetselde gootlijsten. Hier wordt elk venster op de begane grond en iedere spaarnis op de verdieping aan de bovenzijden afgesloten door een segmentboog in oranjerode baksteen. Voor de overige segmentbogen wordt dezelfde baksteen gebruikt als voor het opgaand metselwerk. In de spaarnissen zijn vensters geplaatst. De spaarnissen van de begane grond zijn voorzien van houten drielichtvensters met bovenlichten. Enkele vensters hebben een afwijkend formaat. De houten vensters zijn recentelijk aangebracht en hebben geen cultuurhistorische waarde.

De vensters op de verdieping zijn eveneens drielichtvensters met bovenlichten maar dan van staal. deze zijn vermoedelijk niet origineel maar stammen gezien de proflering uit de periode 19301960. Ze zijn wat betreft vormgeving en maatvoering passend bij de gevel en daarom waardevol. Aan de Smyrnadwarsstraat zijn de segmentbogen op de verdieping voorzien van drie smalle strookvensters op een raamdorpel. De strookvensters zijn elk voorzien van segmentboogjes in oranjerode baksteen.

De gevels worden aan de bovenzijde afgesloten door goten. De gootlijst van de geveldelen tussen de topgevels is voorzien van een geprofileerde bakstenen gootlijst. Het dak is een met bitumen gedekt afgeknot schilddak. De dakkapellen zijn voorzien van houten vierruitsvensters. Door de opbouw van de gevels, het decoratieve metselwerk en de ligging van de entreé is dit duidelijk het representatieve kantoorgebouw van de fabriek.

de Architekten Cie. | april 2024

37

gebouw | analyse fabrieksarchitectuur

de productiehallen

architectonische analyse

waardestelling

Ritmiek, korrelgrootte en maatsystematiek

Strategie bestaande bebouwing

Het repeterende effect van de sheddaken zorgt voor een dominante expressie

Expressie

Ornamentiek

Tectoniek Behouden en restaureren Herstellen en aanpassen voor nieuw gebruik Mogelijkheid tot weghalen of vervangen

38

architectonische analyse

aanbevelingen

uit het handelingsperspectief

• • • •

Identiteit: repetitief en veel Basishoogte: 5,5m/6m, 1 bouwlaag Positie t.o.v. rooilijn: in rooilijn Productielijn: binnenin productiehallen, die alle hallen als het ware aan elkaar rijgt Volume: laag en langgerekt Gevels: repetitief en van roodachtig baksteen Daken: sheddak Interieur: grote open hal met expressieve constructie Korrelgrootte: gemiddeld

•

Kapstructuur en ritmiek zijn de meest beeldbepalende elementen in buitengevel (Burg. van Marlestraat) behouden.

•

De gevel wordt licht gereinigd (niet met hoge druk) en gerestaureerd (aan de Burg. van Marlestraat).

•

De binnenzijde wordt vrijgemaakt van annexen om de kapstructuur hier ook helder te ervaren. Er is een relatie tussen buiten-en binnenzijde.

Bouwstructuur/architectuur De beukmaat van de productiehallen is 3m en wordt gedefinieerd door steunberen (460mm), ramen (1600mm) en hemelwaterafvoer (regenpijpen). Een variatie op de basismodule van de sheddaken is een module die iets hoger is dan de basismodule. Het geheel oogt horizontaal en expressief door de shedkappen. Het horizontale wordt benadrukt door de basis van 650mm die doorloopt over alle beuken en contrasteert met het rode baksteen. Aanwezige ornamentiek: 1. Rollagen 2. Expressief hemelwaterafvoersysteem 3. Nok openingen, rechthoekig 4. Uitstekende dakrand

•

De gevel aan de binnenzijde is minder beleefbaar en heeft minder waarde. Deze mag vrij worden aangepast binnen de ritmiek van de kappenstructuur.

Motivering categorie 2: Kenmerkende sheddakconstructie, uniek voor Overijssel. Constructie daarmee van hoge bouwhistorische waarde. Gevelbeeld is beeldbepalend voor de Burgemeester van Marlestraat en omkadert op karakteristieke wijze het fabrieksterrein. Dergelijke historie is niet te reconstrueren en draagt in hoge mate bij aan de identiteit van het gebied. De kwaliteit zit hem niet zozeer in elk afzonderlijk bouwdeel, maar in het ensemble van de verschillende sheds die in hoge mate bijdragen aan de cultuurhistorische beleving van het gebied.

• • • • •

De productiehallen met sheddaken zijn kenmerkend voor het ensemble, maar in overdaad aanwezig. Niet alle beuken zijn exact in deze vorm nodig om deze herkenbaarheid en ritmiek te behouden. Wel is het belangrijk om (de gedachte van) de productielijnen in het plan te houden.

•

Mogelijkheid voor integratie nieuwe gevelopeningen en openen blindnissen binnen structuur en ritmiek gevel.

•

Opbouw wordt met een setback binnen de productiehal geplaatst, los van de randen. Kappenstructuur blijft beeldbepalend in eerste lijn.

•

Opbouw wordt in contrasterende architectuur van de sheds vormgegeven. Afwijkend in kleurtoon, materiaal en ritmiek.

•

Behoud, waar mogelijk, van de cultuurhistorisch waardevolle spantconstructie is uitgangspunt bij de transformatie

•

Nieuwe kozijnen en ramen bij voorkeur uitvoeren in staal of aluminium met een renovatieprofiel, om zodoende aan te sluiten bij de gewenste slankheid en typologie van het gebouw.

Kwaliteiten om mee te nemen Uniek gevelbeeld. Ook de sheddakconstructies zelf hebben hoge cultuurhistorische waarde. De ruimtes zijn flexibel in te delen en hebben daarmee hoge herontwikkelingspotentie. Concrete randvoorwaarden voor transformatie 1. Behoud gevelbeeld met kenmerkende gemetselde gevels. Bij de architectuur passende puien van glas denkbaar voor daglichttoetreding. Architectonische opgave met oog voor het gevelbeeld; 2. Behoud kenmerkende houten sheddakconstructies. Deze hebben hoge bouwhistorische waarde 3. Lengtewerking van de gesloten straatwand. Afwegen met hoeveel traveeën dit bewerkstelligd kan worden. Huidig aanzicht is 20 sheddaken, welke de langgerektheid van het volume benadrukt; 4. Transformatiepotentie aan de binnenzijde hoog. Samenvoeging van verschillende traveeën goed mogelijk. 5. Mogelijkheid tot optopping, meer naar de binnenzijde toe gericht, ter contrast van het bestaande erfgoed.

Van belang is dat de beleving op ooghoogte gewaarborgd blijft en dat daarmee de omkadering van het terrein intact blijft. Cultuurhistorische beschrijving De hal is het deel dat in het eerste stadium van het fabrieksterrein is gebouwd. Hij bestaat uit een op een hoofdzakelijk rechthoekige plattegrond opgetrokken hal van een bouwlaag. De gevels zijn opgetrokken uit baksteen en het dak is voorzien van twintig sheddaken, of zaagkappen met lichtinval uit het oosten. Twee zaagkappen lopen door langs het kantoorgebouw over de binnenplaats. De gevels met zaagdaken staan haaks op de Burgemeester van Marlestraat waardoor deze zeer markant zijn voor het straatbeeld. de gevelindeling wordt bepaald door gemetselde lisenen die onder de zakgoten zijn geplaatst, zij dragen de spanten van de dakconstructie. Tussen de lisenen zijn blinde vensters of later dichtgezette vensters geplaatst onder segmentbogen. In de geveltop van enkele zaagkappen bevinden zich kleine ventilatieroosters. De gevels worden aan de bovenzijde afgesloten door houten boeidelen. de vensters van de zaagkappen bestaan uit een strook glas gezet in stalen stijlen. Het dak is gedekt met bitumen. De constructie bestaat uit een houten zaagspant constructie zonder trekbalk die wordt in de langsrichting ondersteund door houten balken.

Deze constructie wordt ondersteund door een grid een van stalen I-balken in zowel de langs- en de dwarsrichting. dit grid rust vervolgens op kolommen. De overspanning bestaat hiermee uit een combinatie van constructies waarbij de overkapping in beide richtingen ondersteund wordt met behulp van kolommen.

de Architekten Cie. | april 2024

39

gebouw | analyse fabrieksarchitectuur

de productiehallen

architectonische analyse

architectonische analyse

• • • • • • • • •

Ritmiek, korrelgrootte en maatsystematiek

Sheddaken met enkele beuk gaan over in sheddaken met dubbele beuk

Identiteit: repetitief en veel Basishoogte: 8m, 1 bouwlaag Positie t.o.v. rooilijn: in rooilijn Productielijn: binnenin productiehallen, die alle hallen als het ware aan elkaar rijgt Volume: laag en langgerekt Gevels: repetitief en van roodachtig baksteen Daken: sheddak Interieur: grote open hal met expressieve constructie Korrelgrootte: gemiddeld

Bouwstructuur/architectuur (bovenste tekening) De ritmiek van de oudste sheddaken blijft in takt, maar de sheddaken zelf gaan over twee beuken. Ook hier benadrukken de steunberen (460mm), ramen (1600mm) en hemelwaterafvoer (regenpijpen) de ritmiek. Afmetingen zijn gelijk aan die van de oudste sheddaken. Aanwezige ornamentiek: 1. Rollagen 2. Expressief hemelwaterafvoersysteem 3. Uitstekende dakrand Bouwstructuur/architectuur (onderste tekening) Deze productiehallen hebben minder architectonische expressie. Dit komt mede door de bredere beukmaat van 6m en het ontbreken van steunberen. Aanwezige ornamentiek: 1. Nok openingen, rond 2. Uitstekende dakrand aanbevelingen

Ritmiek, korrelgrootte en maatsystematiek De hoek die gedefiniëerd wordt door sheddaken is direct ook de meest gesloten hoek van het ensemble

40

Deze productiehallen met sheddaken zijn kenmerkend voor het ensemble, maar deze twee typen productiehallen met sheddaken zijn minder expressief in de architectuur. De vervangende architectuur van de nieuwbouw borduurt voort op de architectuur van de oude Tapijtfabriek.

uit het handelingsperspectief

Motivering categorie 3 (bovenste tekening): Mindere architectonische kwaliteit dan deel B. Architectuur minder fijnzinnig en uniek Sheddakconstructie is niet meer gaaf in tegenstelling tot bouwdeel B. Daarmee heeft dit deel ingeboet aan bouwhistorische waarde. Voornamelijk ensemblewaarde. De sheds dragen bij aan het straatbeeld, evenals de geslotenheid van de bouwwand. Kwaliteiten om mee te nemen Passende nieuwbouw met industriële uitstraling kan ook ensemblewaarde vertegenwoordigen. Kwaliteiten van de bestaande hallen zijn onder andere de sheddaken die een markant beeld opleveren aan de Burgemeester van Marlestraat. Dit zijn belangrijke uitgangspunten voor de herinterpretatie van het historisch karakter voor de nieuwbouw. Cultuurhistorische beschrijving Deze productiehal is van latere datum en is tegen productiehal B geplaatst. Hij bestaat uit een op een rechthoekige grondslag opgetrokken fabriekshal van een bouwlaag. de gevels zijn opgetrokken uit baksteen en de hal is voorzien van vier sheddaken. de zaagkappen staan haaks op de Burgemeester van Marlestraat waardoor deze zeer markant zijn voor het straatbeeld. Opmerkelijk zijn ook de verschillen in de hellinghoek en vorm van de sheddaken tussen productiehal B en C, die bouw- of verbouw fases verraden. De glasvlakken van beide hallen hebben aan de oostzijde ongeveer de zelfde helling.

De westelijke dakvlakken verschillen: productiehal B heeft een kleinere en steile dakvlakhelling productiehal C heeft een langer en minder steil dakvlak. Voor productiehal C is gekozen voor bredere traveeën maar met de zelfde glashelling waardoor de lichtinval het zelfde is als in productiehal B. De gevel is voorzien lisenen die onder de zakgoot van de

sheddaken geplaatst zijn, die de spanten van de sheddaken dragen. Ook zijn er lisenen die in het midden van de gevel zijn geplaatst, deze lijken geen draagfunctie te ondersteunen. Tussen de lisenen zijn de gevels voorzien van blinde of later dichtge-zette vensters onder een segmentboog. de geveltoppen zijn voorzien van een ventilatierooster. De constructie bestaat uit een variatie van een houten vakwerkspant. deze wordt ondersteund door houten balken in de langsrichting. deze constructie wordt ondersteund door een grid een van stalen I-balken in zowel de langs- als dwarsrichting. deze rust vervolgens op enkele kolommen. Het is een combinatie van constructies in hout en staal, waarbij de overkapping in beide richtingen ondersteun wordt.

Motivering categorie 3 (onderste tekening) Mindere architectonische kwaliteit dan deel B. Aan de buitenzijde vooral sober vormgegeven, zonder al teveel architectonische detaillering. De kap bestaat uit een staalconstructie in plaats van uit houten sheddaken en heeft daarmee lagere bouwhistorische waarde. Diverse aanpassingen aan kap, boeidelen en glasinvulling hebben de gaafheid van het volume aangetast. Doorlopend volume dat de Burgemeester van Marlestraat met de Smyrnastraat verbindt doet afbreuk aan doorwaadbaarheid van het gebied. Kenmerkende structuur van het gebied met binnenkamers en buitenschil is hier niet beleefbaar. Heeft voornamelijk ensemblewaarde. Kwaliteiten om mee te nemen Passende nieuwbouw met industriële uitstraling kan ook ensemblewaarde vertegenwoordigen. Kansen om de doorwaadbaarheid en leefbaarheid c.q. verblijfskwaliteit van het gebied te verbeteren. Nieuwbouw kan hier kwaliteit

toevoegen aan de identiteit van het gebied, passend bij de nieuwe functie. Cultuurhistorische beschrijving Deze productiehal bestaat uit een op een samengestelde grondslag opgetrokken fabriekshal van een bouwlaag. de gevels zijn opgetrokken uit baksteen en de hal is voorzien van zes sheddaken. de drie sheddaken naast productiehal B reiken tot aan de binnenplaats, de overige drie zijn langer en reiken tot de andere kant van het fabrieksterrein aan de Smyrnastraat. De zaagkappen staan haaks op de Burgemeester van Marlestraat en de Smyrnastraat waardoor deze herkenbaar zijn in het straatbeeld. De gevels zijn voorzien van lisenen die onder de nok van de sheddaken geplaatst zijn, die de sheddakconstructie dragen. Hier zijn spanten toegepast die in de zadelkappen zijn geplaatst. Tussen de lisenen zijn de gevels voorzien van blinde vensters of later dichtgezette vensters onder een segmentboog. De toppen van de gevels zijn voorzien van een ventilatierooster. De westgevel die vanaf de Smyrnastraat en de binnenplaats zichtbaar is heeft een geleding van lisenen en spaarvlakken. Bij enkele gevels zijn de oorspronkelijke gesmoorde gevelpannen te zien, maar veelal zijn deze vervangen door moderne boeidelen. De dakbedekking en de glasinvulling van de sheddaken zijn recentelijk vervangen.

De constructie bestaat uit een geklonken stalen vakwerkspant dat in de langsrichting, onder de nok ondersteund wordt door een wederom geklonken stalen vakwerkligger. In de zakgoten wordt de constructie ondersteund door geklonken stalen I-balken. de vakwerkspant en vakwerkliggers en de I-balken worden in de dwarsrichting ondersteund door een smalle stalen trekbalk. Met deze constructie kan een grote ruimte overspannen worden zonder kolommen.

Categorie 3, de watertoren: weinig architectonische rijkdom, zonder orgineel dak niet gaaf, niet goed herkenbaar

Categorie 3, de machinale ververij: sober, weinig kenmerkend, grof

Categorie 3, het magazijn: niet uniek, niet gaaf

de Architekten Cie. | april 2024

41

gebouw | strategie bestaande bebouwing

42

categorie 1 Conserveren en restaureren

categorie 3 Herinterpretatie historisch karakter

categorie 2 Transformatie met behoudt van karaktersitieke elementen

aanbevelingen

strategie bestaande bebouwing

•

Een aantal gebouwen zijn van zulke uitzonderlijke kwaliteit en/of cultuurhistorische waarde, dat deze behouden dienen te worden in zijn geheel of op onderdelen die de karakteristiek waarborgen.

•

Karakteristieke objecten in de vorm van het kantoorgebouw, het ketelhuis met fabrieksschoorsteen, het labkantoor en de kenmerkende gevels aan het begin van de Burgemeester van Marlestraat blijven zoveel mogelijk in takt.

Op basis van een tweetal cultuurhistorische waardestellingen, te weten die van Vlaardingerbroek en Wevers (1999) en het Oversticht (2010), zijn drie categorieën geformuleerd waarbinnen de afzonderlijke gebouwdelen geplaatst kunnen worden als basis voor de herontwikkeling. Hoe de verschillende bestaande gebouwen passen binnen de verschillende categorieën is daarnaast ook gebaseerd op het Handelingsperspectief en op de analyse van de vorige pagina’s.

•

Voor een aantal gebouwen geldt dat passende nieuwbouw als volwaardig alternatief kan worden gezien.

•

De nieuwbouw voegt zich duidelijk naar de specifieke gebiedsidentiteit. De ensemblewaarde blijft gewaarborgd en daarmee verliest het gebied geen objecten die vanuit zichzelf architectuurhistorische of cultuurhistorische waarde representeren.

•

Hoofdopzet, gevelindeling, materialisatie en ornamentiek zoals op de pagina’s hierboven geanalyseerd zullen de leidraad vormen voor de architectuur van de nieuw te bouwen gebouwdelen.

Categorie 1: Conserveren en restaureren Categorie 2: Transformatie met behoudt van karakteristieke elementen Categorie 3: Herinterpretatie historisch karakter

de Architekten Cie. | april 2024

43

materiaal en detail

44

de Architekten Cie. | april 2024

45

materiaal en detail | materialisatie en kleur

gevels

daken

kozijnen en ramen

schrijnwerk

Conclusies •

De hoofdmaterialisatie van de gevels is baksteen.

•

De hoofdmaterialisatie heeft een kleurenspectrum dat van geel naar rood gaat.

•

Door de jaren heen is er een soort patina ontstaan, waardoor de gevelkleuren van de verschillende gebouwdelen naar elkaar toe zijn gegaan.

•

De dakbedekking is voornamelijk van donkerblauw (gesmoorde) dakpannen.

•

Meest voorkomend zijn boogramen (kantoorgebouw en productiehallen), maar incidenteel zijn er ook rechthoekige ramen aanwezig.

•

Het schrijnwerk is voornamelijk rood en incidenteel wit en grijs. Een restauratorische krabproef zal moeten uitwijzen wat de originele kleur van het schrijnwerk is geweest. Het advies is om dit zoveel mogelijk te herstellen naar origineel.

kantoorgebouw

Het kantoorgebouw is opgetrokken uit roodbruine baksteen.

Donkerblauw metaal/kunststof dakpannen, oorspronkelijk keramisch en gesmoord.

Originele stalen boogramen (boven) en recentere stalen rechthoekige ramen (onder)

Opvallend en dominant bij het kantoorgebouw is de rood geschilderde dakrand

ketelhuis

Het ketelhuis is gemaakt van gele baksteen en de schoorsteen van oranjerode baksteen.

Rechthoekige ramen met wit geschilderde, houten kozijnen.

Wit schrijnwerk van het ketelhuis, met op de voorgrond rood schrijnwerk van een ander deel

De vrij bijzondere roodachtige baksteen van het labkantoor is geel gevlamd.

Rechthoekige ramen met stalen kozijnen en een kleine ruitverdeling.

De betonnen kaders en dakbeëindiging zijn grijs (geschilderd).

Oorspronkelijk bevatten de productiehallen boogramen.

Rood geverfd schrijnwerk als dakrand van de productiehallen

labkantoor

productiehallen

De productiehallen met sheddaken hebben een roodachtige gevelsteen.

46

Donkerblauwe keramische dakpannen, gesmoord. Grote lichtstraten/dakramen.

materiaal en detail | ornamentiek

rollagen

lisenen

blindnissen

nok openingen

Conclusies •

Rollagen zijn expressief aanwezig bij de meeste gebouwen van het ensemble.

•

Incidenteel wordt er bij de meest iconische gebouwen gebruik gemaakt van een omkadering van de raampartijen.

•

Bij de meest statige gebouwen worden lisenen ingezet die als een soort lint de horizontaliteit van de gebouwdelen benadrukken.

•

Bij het labkantoor bestaat het hierboven genoemde lint uit een band van ruitvormige tegeltjes.

•

Blindnissen zijn overal in het ensemble aanwezig en komen terug in drie verschillende vormen: dichtgestuct, dichtgemetseld, dichtgeschilderd.

•

Bij de productiehallen zijn de nok openingen nog goed zichtbaar, waar ze al dan niet dicht (gemaakt) zijn.

kantoorgebouw

Dubbele boogrollagen in het kantoorgebouw steken af tegen het geheel.

Het kantoorgebouw heeft de meest uitgesproken lisenen van oranje baksteen.

Sommige van de originele raamopeningen zijn opgevuld met stucwerk of metselwerk.

ketelhuis

De ramen van het ketelhuis worden omkaderd door een witte band.

Het ketelhuis heeft lisenen, alhoewel deze subtieler en in een ander ritme uitgevoerd zijn.

labkantoor

De ramen van het labkantoor worden omkaderd door een grijze band.

De horizontale ornamentiek bij het labkantoor wordt niet veroorzaakt door lisenen.

Sommige ramen van het labkantoor zijn dichtgeschilderd.

productiehallen

De productiehallen met sheddaken hebben allemaal boogrollagen.

Alle oorspronkelijke ramen van de productiehallen met sheddaken zijn dichtgestucd.

Rechthoekige en ronde nokopeningen dien(d)en als roosters en ramen

de Architekten Cie. | april 2024

47

3. fabrieksidentiteit - visie

de Architekten Cie. | april 2024

48

de Architekten Cie. | april 2024

49

visie en essentie

Zoals terug te zien in het ontwerp van het Deventer smyrnatapijt A.506: De fabriek is gelaagd, heeft een harde/duidelijke begrenzing, een duidelijke buiten-en binnenzijde en een zone hiertussen. De fabriek bestaat uit een veelvoud van verschillende identiteiten en karakteristieken die overlappen, stapelen, zij aan zij staan. Al deze elementen zijn onderdeel van een overkoepelende gelaagde fabrieksidentiteit en structuur die ton-sur-ton op elkaar aansluit en als een smyrnatapijt aan elkaar zijn verknoopt.

50

de Architekten Cie. | april 2024

51

Masterplan

bestaand Het is belangrijk dat de bestaande fabrieksidentiteit gewaarborgd wordt.

Waardevolle, te behouden elementen (2/3 bouwlagen), bevinden zich voornamelijk op het linker gedeelte van het kavel. Daarom wordt dit gedeelte in het nieuwe plan ‘de oude fabriek’ genoemd.

Nieuw te bouwen elementen (3 bouwlagen), bevinden zich vooral in het rechter gedeelte van het kavel. Daarom wordt dit gedeelte in het nieuwe plan ‘de nieuwe fabriek’ genoemd.

Masterplan Een combinatie van oude elementen en nieuw te bouwen elementen bevindt zich in ‘het hart van de fabriek’, waar het ketelhuis als een verborgen parel tussen twee nieuwe bouwblokken (5/6 bouwlagen) in staat. Met het doorbreken van de gebouwbasis (in de rooilijn) in het centrum van het gebied, wordt de fabriek gehecht aan de buurt en wordt deze meer toegankelijk. Doordat de basis overwegend in stand blijft en de hoekpunten duidelijk worden gemarkeerd blijft het ensemble leesbaar en beleefbaar.

52

De basislaag van het ensemble vormt een buitenring van 2/3 bouwlagen hoog. Bovenbouwen worden hieraan toegevoegd met een minimale setback van 2 meter, zodat de basislaag duidelijk leesbaar blijft. Deze basislaag zorgt voor een menselijke maat aan de randen en een goede overgang naar de bebouwing in de omgeving.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14454319/2