CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-11-27 Transcript Raadsvergadering Gemeenteraad Deventer 27 november 2024

Raadsvergadering 27 november 2024, gemeente Deventer24.672 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

TRANSCRIPT VAN DE RAADSVERGADERING VAN GEMEENTE DEVENTER d.d. 27 november 2024

Opening De voorzitter: Dames en heren, ik open de raadsvergadering van 27 november. Mag ik stilte in de zaal? Dames en heren? We zijn gewoon begonnen, ook aan de collegezijde. Van harte welkom bij de raadsvergadering van 27 november 2024. Hartelijk welkom, speciaal voor de gasten van de raad. Maar ik zeg er ook maar bij, speciaal welkom voor de gasten uit Okkenbroek. Een bericht van verhindering van vier raadsleden, heren Kamphuis en Zuijdam en mevrouw Eltink en de heer Hoogenberg. Dat betekent, dat we met 35 raadsleden zijn. We hebben een stevige agenda voor vanavond en we zullen zien hoever we komen. Voordat we aan de inhoud beginnen, ga ik toch even een ander moment inlassen, want vandaag is voor het laatst in ons midden een raadsadviseur, namelijk Carla Scheffer. Carla bereikt de pensioengerechtigde leeftijd en neemt dus afscheid. Beste Carla, enorm veel dank voor je inzet. Ja, is lang zo. Dank voor je tomeloze inzet, je betrokkenheid en de energie die je voor de gemeente Deventer hebt gebruikt. En zeker ook, voor de gemeenteraad in de laatste jaren van jouw carrière. Nu is het eigenlijk veel leuker, als de raad jou zelf bedankt. En daarom neemt Dorien Visser het woord. Ga je gang, Dorien. Mevrouw Visser: Ja, Carla. Lieve Carla, dit had je niet verwacht. Dat wilde ik zeggen, je houdt er niet altijd van om in het middelpunt te staan.

Maar wel, om ons aan de zijkant enorm veel te steunen. En dat heb je de laatste volgens mij, ruim vier jaar van jouw carrière gedaan. Je hebt ook een heleboel andere dingen hier bij de gemeente gedaan. Wij hebben jouw betrokkenheid en bevlogenheid bij de gemeente, bij de raad en bij de Deventenaren zeker opgemerkt. En daarom willen we je toch even bedanken. Want ja, je was onze steun en toeverlaat. Jij kende de weg in de gemeente, jij wist waar we moesten zijn. Maar je kent ook volgens mij, alle straten in Deventer en heel veel organisaties in Deventer. Dat helpt als raadsadviseur. En dat helpt zeker ook nieuwe raadsleden, zoals.

2 Ik heb je zelf heel actief meegemaakt in de werkgroep Kinderrecht en Jeugdparticipatie, waar jij misschien wel het fanatiekste nou, raadslid misschien wel was. Jij trok ons bij elkaar, jij hielp ons met teksten schrijven en zorgde uiteindelijk voor, dat er, de stukken er lagen. En wat waren wij blij, dat er uiteindelijk na bijna een jaar werkgroep, kletsen, veel discussiëren moties lagen, die unaniem werden aangenomen. Dat was voor onze werkgroep, maar ik denk ook voor jou in je laatste jaren, een mooie kroon op je werk. Dank je wel. Dit gaan we natuurlijk allemaal enorm missen, maar we zullen jou ook herinneren aan jouw mooie sieraden, keurige kleren en er altijd perfect uitzien. Daarom hebben we een cadeau. Ja, je houdt ervan om er mooi uit te zien. En dat zal je niet alleen ja, in je werkende leven kan je dat natuurlijk beetje extra mooi aanzette. Maar dat ga je vast ook doen straks bij leuke feestjes, of misschien wel gewoon thuis op de bank. Al zul je niet heel veel op de bank zitten, want je houdt enorm van wandelen, fietsen, yoga, pilates en alle andere dingen, leuke dingen met je kleinkinderen, et cetera, et cetera. We hadden eigenlijk gehoopt, dat jij je voor een van onze fracties straks verkiesbaar zou stellen en je pensioen op die manier zou invullen. Maar nu begrijpen wij, dat je gaat verhuizen. Dat is toch wel een beetje jammer.

Ja, voor jouw piekfijne uiterlijk en altijd fleurige stralige aanwezigheid hebben wij een cadeautje. Wij hebben een prachtige ketting gemaakt, dus die ga ik je even geven. Maar hierin zit natuurlijk ook nog een echt cadeau. We wensen je heel veel plezier, vrije tijd en geluk met je familie en vrienden. En blijf lekker actief en gezond en kom nog eens terug in Deventer. De voorzitter: Ga je gang. We hebben een inspreker. Mevrouw Scheffer: Kijk, als het toch niet in het script staat en jullie mogen mij overrompelen, dan wil ik wel een paar woorden terugzeggen. En dat is, dat ik me ontzettend rijk heb gevoeld met alle vertrouwen wat ik van jullie heb gekregen, dat ik jullie heb mogen ondersteunen. Heel veel dank. De voorzitter: Prachtig om op deze manier van jou afscheid te nemen en we zien elkaar straks bij de borrel nog. Vragenkwartier/ Spreekrecht De voorzitter: Dan gaan we over naar de agenda. We hebben een vragenkwartier met twee insprekers. Er zijn geen mondelinge vragen, maar we hebben wel twee insprekers. De eerste is mevrouw Bangma, die spreekt namens het dorp Okkenbroek voor het behoud van de basisschool aldaar. Ga uw gang, u heeft vijf minuten. Mevrouw Bangma (inspreker): Ja. Geachte leden van de raad, geacht college, fijn dat wij hier mogen zijn. Wij, de inwoners van Okkenbroek richten ons vandaag tot u met een dringend verzoek.

Zet u in, voor het behoud van basisschool De WereldWijzer en spreek u uit, tegen de voorgestelde sluiting. De situatie is urgent. Het voortbestaan van onze school staat op het spel en daarmee ook, de toekomst van het onderwijs, de saamhorigheid en de leefbaarheid van ons dorp. Ik sta hier namens ons prachtige dorp Okkenbroek, maar ik sta hier ook als inwoner van de gemeente Deventer en als inwoner van Nederland. En in Nederland hebben wij een enorme maatschappelijke opgave, om het echt anders met elkaar te gaan doen. De trend van individualisering en professionalisering moet omgebogen worden naar samenredzaamheid en naar elkaar omkijken. Deze beweging is essentieel, om als samenleving richting de toekomst steden, wijken en dorpen leefbaar te houden. En juist deze beweging is voor een groot deel al gerealiseerd in ons dorp Okkenbroek. Wij zijn als kleine gemeenschap in staat gebleken, om samen de leefbaarheid van ons dorp te bestendigen en zelfs te vergroten. Wij organiseren ontmoeting en activiteiten voor verschillende leeftijdsgroepen, houden een dorpshuis draaiend en faciliteren daarmee een actief verenigingsleven. Dit doen wij zelf. Dit organiseren wij zelf, met elkaar, zonder de inzet van professionals en met een nihil beroep op overheidsmiddelen. Dat is de kracht van ons dorp.

En die vindt nadrukkelijk zijn oorsprong vanuit de verbindingen, die zijn ontstaan vanuit onze basisschool. Onze overheid onderkent het belang van kleine dorpsscholen voor onze samenleving en voert hier daarom actief beleid. Kleine dorpsscholen zijn het fundament voor de gemeenschap. En wat we nu zien gebeuren, is dat de sluiting van onze dorpsschool dreigt, omdat we te maken hebben met een tijdelijke dip in het aantal leerlingen. En dat, terwijl die op termijn weer de aantallen zal bereiken, die we in eerdere jaren hebben gekend. De langere termijn prognoses die

3 samen met de gemeente Deventer zijn opgesteld, ondersteunen dit. Wij hebben dus niet te maken met een basisschool, die haar bestaansrecht verliest, maar met een dorpsschool die te maken heeft met fluctuaties van tijdelijke aard. Net als iedere andere dorpsschool in Nederland, en zoals onze basisschool ook al decennia kent. Waarom zou je zo'n basisschool nu juist op dit moment moeten sluiten? Een basisschool, die al ruim 100 jaar zo'n essentiële plek inneemt in onze dorpse gemeenschap, die met de vernieuwende en passende onderwijsaanpak bijdraagt aan de toekomst van onze kinderen en ze burgerschap meegeeft. De basisschool in Okkenbroek is niet alleen een plek waar kinderen leren, het is een plek waar kinderen, ouders en de lokale gemeenschap met elkaar verbonden zijn. En deze verbinding tussen verschillende generaties geeft saamhorigheid, die onmisbaar is voor de leefbaarheid voor een dorp als Okkenbroek. Sluiting van onze basisschool maakt, dat kinderen uit ons dorp uit zullen waaieren naar andere scholen in de omgeving, naar verschillende scholen, ze zullen elkaar op den duur niet meer kennen. Hun ouders zullen elkaar niet meer kennen, die zullen elkaar niet meer ontmoeten. En de bestaande samenhang zal vervagen. Activiteiten en tradities zullen verdwijnen en daarmee de leefbaarheid van ons dorp. Geen samenredzaamheid meer, geen omkijken naar elkaar.

Voor ons is dit een ondenkbare situatie. Wij kunnen ons niet voorstellen, dat dit vanuit het perspectief van de gemeente anders wordt beleefd. En begrijp ons niet verkeerd. Wij zijn ontzettend blij met de steun en ondersteuning, die wij de afgelopen periode vanuit de gemeente hebben mogen ontvangen. Echter, dit heeft nog niet geleid tot andere keuzes vanuit het schoolbestuur. En we voelen ons daarom toch genoodzaakt, om u als raad en college nogmaals op te roepen, om u expliciet uit te spreken en in actie te komen tegen de sluiting van onze basisschool. De gemeente heeft invloed en kan actief beleid voeren op het belang, de ondersteuning en de instandhouding van de leefbaarheid binnen de dorpen. Het sluiten van onze basisschool is niet alleen een onderwijsvraagstuk, het is juist een leefbaarheidsvraagstuk. Stel u als gemeente tot doel, dat de basisschool in Okkenbroek open moet blijven om op deze wijze, de leefbaarheid en de samenhorigheid van de gemeenschap te borgen. De toekomst van Okkenbroek hangt hier vanaf. We zijn dit verplicht aan alle nieuwe generaties, onze kinderen, onze kleinkinderen. Onze basisschool is het bindmiddel van onze gemeenschap en het hart van ons dorp. Kijk samen met ons naar, hoe we de WereldWijzer wel kunnen houden, behouden. Daar zijn mogelijkheden voor. Wij rekenen op u. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dank u wel, mevrouw Bangma.

En dat, zit enige vertraging op, ja. Zijn er vragen aan mevrouw Bangma? Mevrouw Te Boekhorst: Ja, voorzitter. Niet per se, ja, misschien een korte vraag. Allereerst dank voor uw inspraak. En fantastisch dat jullie hier met zo'n grote groep zijn gekomen, om aan ons duidelijk te maken hoe belangrijk de school voor jullie is. Korte vraag, misschien als je die kort kan beantwoorden. Volgens mij is er een werkgroep actief. Kun je kort toelichten wat jullie allemaal aan inspanningen hebben gedaan, om die school te behouden? En misschien goed om te benoemen ook naar de rest van de raad. Wij zijn voornemens, om een motie in te dienen bij de volgende raadsvergadering over dit onderwerp. Om te ja, we gaan kijken naar een weg, om met elkaar de schouders eronder te zetten. De voorzitter: Mevrouw Bangma. Mevrouw Bangma: Heel kort. Ja, doet hij, ja. Heel kort, er is een werkgroep actief. Daar zit ik niet in, maar ik mag dit stukje doen namens het dorp. Maar wat de werkgroep doet, is in ieder geval dit soort mogelijkheden benutten. Maar ook met behulp van een adviseur echt kijken naar voorbeelden in den lande, waarbij het gelukt is om kleine dorpsscholen die op het punt stonden om te sluiten, om die toch open te houden en wat daarvoor nodig is. Wat ons in ieder geval ter ore is gekomen dat heel belangrijk is, dat de gemeente daar steun voor heeft en dat daar ook mogelijkheden voor zijn.

Dus daar willen we heel graag over in gesprek. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Van Wijk, ga uw gang. De heer Van Wijk: Ja, dank u, voorzitter. Dank voor uw inbreng met volle passie. En dat is ook zo ontvangen in de, door de aanwezigen. U noemt niet voor niets leefbaarheid, niet alleen onderwijs. En u vraagt, een actieve

4 uitspraak van de raad om dit te ondersteunen, dat die school mag blijven als signaal naar het schoolbestuur. Maar heeft u wellicht nog andere opties die u voorstelt aan de raad, dat ze meer kunnen doen dan alleen actief oproepen om de school open te houden? De voorzitter: Mevrouw Bangma. Mevrouw Bangma: Ja. Ja, in ieder geval, kijk naar of heb contact met andere gemeentes, hoe zij het voor elkaar hebben gekregen binnen hun mogelijkheden en bevoegdheden, om de school wel open te houden. Spreek daar ook met de bestuurder over. Spreek ook met de bestuurder van de school over de partijen die zich mogelijk aandienen, om wel met onze school verder te gaan. En daarbij is het heel erg helpend, als de gemeente toch die rol wat meer zou kunnen nemen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Kaya. De heer Kaya: Dank u wel voor uw inspraak. Ik heb een vraag over, dat wat u net aangaf, dat het een tijdelijke dip was en dat jullie dan weer, in de toekomst weer omhoog zullen gaan. Kunt u dat misschien meer duiden van, waar heeft u die informatie over, dat het in de toekomst wel weer goed zal komen. Worden er straks meer kinderen geboren of kunt u mij daar iets meer over uitleggen? Mevrouw Bangma: Ja, er is een prognose gemaakt.

Daar is iemand vanuit ons dorp samen met een deel van de gemeente mee bezig geweest om te kijken naar, wat is nou de toekomstige instroom? Waar we last van hebben om tussen aanhalingstekens te zeggen is, dat het vertrek van een ja, eigenlijk extreem grote groep acht heeft plaatsgevonden, waardoor we de laatste jaren eigenlijk een extreem hoog leerlingenaantal hadden. Dan heb je het dus over acht jaar. Maar daarvoor lag het leerlingenaantal sowieso altijd lager. En wij zien wel weer een groep van nul tot vier aankomen. En er zijn een aantal jonge gezinnen bij ons, of een aantal jonge stellen in de buurt komen wonen. Wordt gebouwd en er zijn gesprekken over nog een aantal meer woningen. Dat betekent dat er gewoon ook, ook als je het plat zou uitrekenen, veel kansen zijn voor ja, meer leerlingen op school. De voorzitter: Korte vraag nog. De heer Kaya: Ja, want u gaf net ook aan, dat er in den lande ook allerlei problemen zijn met dorpsscholen. Dat onderkennen wij ook denk ik, hier in de gemeenteraad, dat dat in vele steden en dorpen ook gebeurt. Zijn er bijvoorbeeld ook belangengroepen opgericht, waar u zich op kan richten en waar u tips en trucs kan halen? Mevrouw Bangma: Ja, er is volgens mij een vereniging en dat, degene die daar actief in is, die ondersteunt ons ook in het proces, die ervaring heeft met het ondersteunen van kleine scholen bij dit soort uitdagingen.

Dus daar maken wij gebruik van, voor zover wij dat kunnen. Ja. De voorzitter: Dan mevrouw Eekhuis. Mevrouw Eekhuis: Ja, dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Ik wil wel tot een afronding komen. Mevrouw Eekhuis: Ja, graag. Ik ga even, heel even toch, mijnheer Kaya heeft het meeste al voor mijn voeten weggemaaid. Ik ga toch even zeggen dat we het, heel blij zijn, dat u komt inspreken, van uw inspreekrecht gebruik maakt om onze aandacht te krijgen. Wij hopen, dat wij hierin wat kunnen betekenen voor u. Maar goed, het ligt nu bij ons, dus we kunnen niet meer beloven dan ons best te doen. Mevrouw Bangma: Snap ik, dank u wel.

5 De voorzitter: Dan mevrouw Scholthof, tot slot. Mevrouw Scholthof: Ja, ik wil ook iedereen bedanken voor de komst. Echt, word je helemaal warm van als je dat enthousiasme ziet voor het dorp. Ik deel dat ook. Mijn eigen kleine schooltje, de Looschool, die was ook bijna dicht. Die hebben het gered. Hebben jullie contacten, waarin jullie daarvan kunnen leren? Mevrouw Bangma: Jazeker, ja. En we hebben ook juist het, we hebben een nieuw onderwijsconcept neergelegd, wat eigenlijk geïnspireerd is op het concept wat werkend is hè, dus bewezen werkend is op de Looschool. Dus dat concept is uitgewerkt. Dat is ook haalbaar bij ons. Alleen, dat past niet in de visie van Varietas. De voorzitter: Uitstekend, ja. Dank u wel, mevrouw Bangma. Dan gaan wij door naar een volgende inspreker. Dat is mevrouw Maalsté van het bedrijf Acces Interdit en die wil graag om, uw raad informeren over de uitvoering van het coffeeshopbeleid. Mevrouw Maalsté, ga uw gang. Mevrouw Maalsté (inspreker): Geacht college, geachte raadsleden, u zult zich wel afvragen waarom ik helemaal vanuit Maastricht naar Deventer kom, om uw raad te informeren over het coffeeshopbeleid. Dat komt, omdat ik in de zomer ben gebeld door een van de coffeeshopondernemers, die zich grote zorgen maken. Uw college besloot in juli zonder overleg of uitleg, om het maximum aantal coffeeshops in Deventer terug te brengen van vijf naar vier.

De landelijke richtlijn voor een stabiele cannabismarkt is één coffeeshop op 15 tot 20.000 inwoners. Deventer heeft 100.000 inwoners, waaronder relatief veel studenten. Dat betekent, dat er minstens vijf coffeeshops zouden moeten zijn voor een stabiele cannabismarkt. Waarom kiest het college dan na al die jaren, ineens voor een maximum van vier coffeeshops? Vorig jaar overleed een van de ondernemers ineens, waardoor er eigenlijk nog maar drie coffeeshops zouden zijn. Dat is echt veel te weinig voor Deventer. Om de rust in de stad te bewaren heeft de dochter van de exploitant een tijdelijk vergunning gekregen, om de zaak open te houden. Je zou menen, dat die gebeurtenis het college aan het denken zou zetten. Wordt het niet hoog tijd, om het sterk verouderde coffeeshopbeleid uit 1998 onder de loep te nemen? Zouden we niet een keer moeten onderzoeken hoe die markt in elkaar steekt, hier lokaal in Deventer? En zou het niet slim zijn, om ons licht op te steken bij andere coffeeshopgemeenten? Maar nee, uw college koos er om onduidelijke redenen voor, om het maximum terug te brengen naar vier. Daarnaast wordt er opnieuw gekozen voor een loting als een eerste schifting, terwijl dat vorige keer niet goed verliep. Gebruik ons niet als voorbeeld, raadde een ambtenaar uit Deventer mij in 2021 aan.

Voor een onderzoek voerde ik gesprekken met gemeenteambtenaren, om ervaringen van gemeenten in kaart te brengen met het verloten van coffeeshopvergunningen. Ik kom zo terug op die loting, eerst nog even iets anders. Ik heb in de wandelgangen gehoord, dat sommige raadsleden in eerste instantie nogal nonchalant reageerden op het nieuws, dat er een coffeeshopvergunning verloot zou worden. Ik doe al meer dan 30 jaar onderzoek in deze sector en ik kan u verzekeren, het runnen van een coffeeshop is een serieuze zaak. Cannabisproducten die in een coffeeshop worden aangeboden, moeten nog steeds in het illegale circuit worden aangekocht. Dat vraagt om specifieke kennis, ervaring en een betrouwbaar netwerk van leveranciers. Dat bouw je niet zomaar op. Er zijn altijd kapers op de kust, die een stukje van de taart willen meepikken. Dat heeft heel Nederland kunnen zien, toen de coffeeshops tijdens corona dicht dreigden te gaan. Straatdealers popten als paddenstoelen uit de grond. Coffeeshops bleven open en werden zelfs als essentiële winkels aangeduid. Die illegale handelaren zijn misschien niet voor iedereen zichtbaar, maar ik verzeker u, ze liggen op de loer. Ze kijken nu ook mee. Dat het rustig is rondom de coffeeshops in Deventer is geen vanzelfsprekendheid, maar heeft alles te maken met de professionele bedrijfsvoering van de huidige ondernemers.

Exploitanten hebben er een dagtaak aan, om de rust rondom de coffeeshop te bewaken. Een coffeeshopvergunning moet je dus niet zomaar gaan verloten aan Jan en alleman. Dat vraagt om een selectieprocedure, waarbij je strenge kwaliteitseisen stelt aan de kandidaten. Dat besef is inmiddels ook doorgedrongen bij de VNG en bij de ministeries. Zij denken nu na over een uitzonderingspositie voor coffeeshops, als het over het gelijke kansen beleid gaat. Het zijn kwetsbare ondernemingen voor de openbare orde en veiligheid. Daar wil je goed toezicht op kunnen houden. Dat betekent, dat je net als andere gemeenten een goede selectieprocedure moet hanteren. Ik ken maar één gemeente, die een vergunning verloten. De gelukkige winnaar vertelde mij lachend, dat hij zich via familie, vrienden en kennissen 60 keer had ingeschreven.

6 Ten slotte. Andere gemeenten ervaren grote problemen bij het zoeken naar nieuwe locaties voor coffeeshops. Bezwaarschriften en eindeloze juridische procedures leiden er veelal toe, dat er geen nieuwe coffeeshop bijkomt. Veel gemeenten geven daarom de voorkeur aan zittende ondernemers, die voor de stabiliteit op de lokale cannabismarkt kunnen zorgen. Ik sluit daarom af met drie adviezen. Ga terug naar een maximum van vijf coffeeshops. Twee, hanteer een kwalitatieve selectieprocedure, in plaats van een loting. En drie, stel het hebben van een geschikte locatie als voorwaarde. Ik dank u voor uw aandacht. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Maalsté. De heer Akdemir. De heer Akdemir: Dank, voorzitter. En dank, mevrouw Maalsté, voor uw inspraak. Ik zou zeggen, op de weg terug naar huis. Het is code oranje, sterkte en wel thuis alvast. In het zuiden is het wat minder, geloof ik. U gaf aan, dat u 30 jaar al onderzoek doet. En ik geloof dat u ook zei, dat u in 2021 onderzoek had gedaan. Kunt u misschien de raad meenemen, wat de bevindingen waren van dat onderzoek? Mevrouw Maalsté: Ja, ik heb in 2021 bij 16 gemeenten gekeken naar het verdeelbeleid zeg maar, het gelijke kansen beleid, in hoeverre gemeenten dat toepasten, wat hun ervaringen ermee waren en wat hun ervaringen waren met het verdelen van coffeeshopvergunningen.

Daar, ik kan heel kort zeggen, wat daaruit bleek is, dat de meeste gemeenten inmiddels van mening zijn, dat dat gelijke kansen beleid niet voor coffeeshops geldt. Daar is, juridisch is daar nog geen eindoordeel over uitgesproken. Maar gemeenten als Amsterdam, Rotter… de grotere gemeenten moeten er sowieso niet aan denken. Doen er ook niks mee, omdat het gewoon ondoenlijk is. Een belangrijke bevinding is, dat het verloten nergens, behalve in één gemeente heeft er dus een loting plaatsgevonden. Aan de voorkant, zoals nu ook hier de bedoeling is. Maar alle andere gemeenten kiezen voor een kwaliteitstoets, een inhoudelijke toets. Dan kun je bijvoorbeeld denken ja, dan kun je, allerlei criteria kun je daarbij gebruiken. Maar dat kan dus zijn een parkeeronderzoek, dat iemand mee moet sturen. Iemand moet aangeven, dit is de locatie waar ik denk, waar ik al een overeenkomst heb, bijvoorbeeld een huurovereenkomst. Zodat er gekeken kan worden een bedrijfsplan. De financiering, hoe ga je dat doen? Voorlichting, een plan voor, hoe ga ik om met minderjarigen? Ja, dat, je kunt dus aan de voorkant allerlei eisen stellen. En ik verzeker u, dan krijg je echt geen 450 mensen die mee gaan loten. Maar dan krijg je minder dan 10 mensen, die überhaupt in staat zijn om al die documenten, die benodigde documenten te overhandigen.

En daar zou je dan eventueel hè bij gelijke beoordeling, een loting op kunnen toepassen. En zo gebeurt het ook overal. De voorzitter: De heer Akdemir. De heer Akdemir: Dank, voorzitter. Mevrouw Maalsté was me ook iets te snel af. Want ik maakte me wel een beetje zorgen ook inderdaad, over de uitvoerbaarheid als we inderdaad, opeens weer inderdaad 400 gegadigden krijgen. Maar u baseert zeg maar op praktijkvoorbeelden, dat we dan minder dan 10 gegadigden kunnen krijgen in een vernieuwde beleidsproces. Mevrouw Maalsté: Zeker, zeker. Het is nogal wat, wat je vraagt. En als je binnen twee maanden, want nu is het idee dat zeg maar, iemand komt als eerste uit de loting. En dan moet hij dus op moment, op dat moment krijgt hij de kans om al die papierwinkel zeg maar te overhandigen. Als je een serieuze kandidaat bent, ben je nu al bezig met het zoeken naar een locatie. Je hebt al een plan liggen, je hebt een beveiligingsplan, je weet wat je moet doen, je hebt ervaring, niet onbelangrijk, je hebt een netwerk, want je zult toch moeten opereren in een half illegale markt. Je hebt een plan voor de omwonenden. Dat zijn allemaal dingen, die je niet één, twee, drie uit je mouw schudt. De voorzitter: Uitstekend, dank. Oh, ik wou tot een afronding komen, maar ga uw gang. De heer Van der Linde. De heer Van der Linde: Eén vraag nog, voorzitter, als het mag.

Ja, mijn vraag en dat is straks bij de motie ook aan de bestuurders, het capaciteitsprobleem. Ik begrijp dat u zegt, dat het niet leidt tot meer werk, veel meer

7 capaciteit bij de ambtelijke organisatie. U zegt, we krijgen in plaats van 450 mensen die gaan loten, krijgen we 10 serieuze. Dus ja, mijn vraag is inderdaad, capaciteitsprobleem, leidt dit niet tot veel meer ambtelijke capaciteit om dat aan de voorkant te verzorgen? Mevrouw Maalsté: Als je dat, heb ik hem aan? Ja. Als je dat goed organiseert, niet. Je kunt zo bij andere gemeenten afkijken, hoe zij dat hebben georganiseerd. En vervolgens, ga je gewoon turven en kijken of mensen die documenten aanleveren. Het is veel meer werk in mijn ogen, als je eerst met iemand aan de slag moet, die helemaal niks heeft voorbereid. Want u kunt zich voorstellen er zijn geen 450 mensen, ook de vorige keer niet toen hier de vergunning werd verloot, die überhaupt in staat zijn om dit te doen. Dus dat kost veel meer tijd. Want dan ga je dus eerst met nummer één aan de slag. Die wordt benaderd kan ik u verzekeren, door allerlei criminele partijen en anderen die zeggen van hé, je hebt, je bent als nummer één uit de bus gekomen. Dus je creëert eigenlijk een heel vervelende markt. Terwijl wat je wil is gewoon zien, heeft iemand zijn papieren op orde en heeft hij een locatie? Want daaraan kan je dus afzien, of het niet allemaal familieleden of vrienden zijn.

Want je kan niet 20 keer dezelfde locatie indienen, begrijpt u? Er is maar hè, dus je zult met iets moeten komen, je zult onderzoek gedaan moeten hebben. Ja. De voorzitter: Ja, dank u wel. Dank u wel, mevrouw Maalsté. Afhankelijk van de agendadruk of in ieder geval de tijdverloop van deze vergadering, gaan we vanavond nog een motie over het coffeeshopbeleid tegemoet. Dus wellicht, komt dat later op de avond nog aan de orde. Hamerstukken De voorzitter: Wij gaan over naar de hamerstukken, we hebben een drietal hamerstukken. Het onderwerp Wijziging APV stond ook geagendeerd als hamerstuk, maar leidt inmiddels toch tot een debatstuk. Dus we gaan beslissen over drie hamerstukken. Ik schors de vergadering even, zodat diegenen die willen vertrekken, rustig kunnen vertrekken. 1.

Grondstoffenplan 2025-2028

De voorzitter: Uitstekend. Wij gaan over tot het Grondstoffenplan 2025-2028. Zijn er leden van de raad, die een stemverklaring willen afleggen? De heer Jansen en de heer Van der Linde. Mijnheer Van der Linde, ga uw gang. De heer Van der Linde: Dank u wel, voorzitter. CDA-fractie is voor dit grondstoffenbeleid. Wij vinden echter wel, dat de wethouder meer ambitie moet tonen op het gebied van afvalbeleid en moet zorgen, dat Deventer een schonere stad wordt. En daar zullen wij de wethouder over in de gaten houden. Dank u wel. De voorzitter: Een gewaarschuwd mens telt voor twee. De heer Jansen. De heer Jansen: Zo leuk ga ik het niet maken, voorzitter. Voorzitter, de concerncontroller, die heeft een achttal waardevolle aanbevelingen gedaan. Wij denken, dat er wel wat aanbevelingen tussen zitten, die nog iets beter kunnen worden overgenomen. Dus daar zouden wij graag nog een keer het gesprek aan willen gaan met de wethouder. Maar wij steunen met enthousiasme dit grondstoffenplan. De voorzitter: Dank u wel. De heer Akdemir. De heer Akdemir: Voorzitter, het zal u verbazen, dat wij ook dit voorstel kunnen steunen. Zitten heel veel componenten van service richting onze inwoners. Inclusief ook, het verruimen van het, van de openingstijden van het Recycleplein. Dus er zijn verschillende facetten waar we heel erg content mee zijn, dus steun voor dit voorstel.

8 De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we over tot stemming over het voorstel. Mag ik concluderen, dat u zich allen kan vinden in dit voorstel? Dat is het geval. Dan heeft u aldus besloten. 2.

Wijziging verordening Fysieke leefomgeving

De voorzitter: Dan kom ik tot de Wijziging verordening Fysieke leefomgeving. Een stemverklaring van de heer Van der Meulen, ga uw gang. De heer Van der Meulen: Ja, dank u wel, voorzitter. Sommige ideeën die vragen een lange adem tot, als ze tot uitvoer moeten komen. Zo ook bij het beschermen van bomen of juist, bij het beschermen van bomen. Dit, deze wijziging is een vervolg op het initiatiefvoorstel van anderhalf jaar geleden. We zijn ontzettend blij mee, dat het nu in de APV is of nee, in de Fysieke leefomgeving verordening is verankerd, dat bomen beter beschermd worden. Dus wij stemmen met enthousiasme voor. De voorzitter: Dank u wel, heer Van der Meulen. Verder geen stemverklaringen? Kunt u zich allen vinden in dit voorstel? Dat is het geval. Dan heeft u aldus besloten. 3.

Aanwijzing leden raadsadviescommissie regio Stedendriehoek

De voorzitter: Dan gaan we over tot de benoeming van twee raadsleden tot lid van de raadsadviescommissie regio Stedendriehoek. Behoefte aan een stemverklaring? Dat is niet het geval. Dan heeft u aldus besloten. Vanaf deze plek wil ik de heren Roetert en mevrouw Eekhuis veel succes wensen met hun belangrijke rol. En als voorzitter van de regio Stedendriehoek meld ik hierbij, dat ik buitengewoon blij ben met het feit, dat we nu de raadsadviescommissie hebben ingesteld en dat we daarmee van start kunnen gaan. Debatstukken De voorzitter: Dan gaan we naar de debatstukken. 4.

Verordening tot wijziging van de APV Deventer

De voorzitter: En het eerste debatstuk is een Verordening over de wijziging van de APV. Dat is mijn portefeuille en om die reden, draag ik de vergadering over aan uw vicevoorzitter, de heer Donkers. Voorzitterswissel naar: dhr. Donkers. De voorzitter: Wij gaan door met de debatstukken, inderdaad. Het eerste debatstuk is de Verordening tot wijziging van de APV van Deventer. Amendement, twee moties. We starten met het amendement getiteld Carbid vervoer niet verbieden. Denk, mevrouw Zieverink zal uitleggen, waarom niet. Aan u het woord. En misschien goed om even te benoemen. We hebben het over de APV, maar in de APV staan heel veel verschillende onderwerpen. Toch is het in principe de bedoeling, dat u met één woordvoerder spreekt over dit onderwerp. Mocht u nu meerdere woordvoerders hebben, maak het nu even kenbaar, want dan geeft het daarmee ook de andere fracties ruimte om dat nog te doen. Mijnheer Kaya, u doet het alleen? Mevrouw Zieverink, uw toelichting op het amendement. Mevrouw Zieverink: Dank, voorzitter. Ik heb even zitten twijfelen over, hoe ik dit het beste hier aan u kon pitchen. Volgens mij, is namelijk mijn amendement ontzettend duidelijk.

Maar ik kon het beeld uit mijn hoofd niet meer loslaten zeker, niet na gesprekken met een aantal van u, dat we ons maar eens moeten voorstellen dat we weten regelgeving hebben waarbij we eigenlijk toestaan, dat we bepaalde stoffen mogen vervoeren hier in Nederland. En dat we als Deventer besluiten, om daarvan af te wijken. En nou ja, goed, als we met elkaar in gesprek zijn, dan komt het ook nog wel eens op een gezellig borreltje. Dus laten we eens indenken dat we nu in Deventer besluiten,

9 dat we niet meer met een doosje wijn op de achterbank rond mogen rijden. Omdat wij dat willen verbieden hè, omdat we graag wat strakker in de wedstrijd willen zetten, dan de wet- en regelgeving in Nederland ons eigenlijk oplegt. Ja, dat kon ik niet echt loslaten. En ik zit dus ook echt daar in mijn maag van ja, waarom zouden we eigenlijk beleid gaan voeren wat zoveel strenger is, dan onze eigen wet- en regelgeving? En hoe gaan we daar eigenlijk dan op handhaven? Zeker ook wetende, dat niet al onze inwoners de APV van voor tot achter eigenlijk uit hun hoofd kennen. En daarom zeggen wij eigenlijk als Deventer Belang met het amendement, laten we in ieder geval dat kleine puntje wat er eigenlijk in staat, namelijk specifiek gaat het om, over punt 2 van artikel 2.73A. Laten we dat vervallen bij het vaststellen zeg maar eigenlijk, van dit nieuwe stukje beleid. Dat is eigenlijk wat ik wilde toelichten, voorzitter. De voorzitter: Dank, mevrouw Zieverink. Roept dat vragen op vanuit de raad? Als dat niet zo is, dan gaan we naar de zijde van het college. Portefeuillehouder De König. De heer König: Voorzitter, ook als college hebben we wel getwijfeld over de vraag, moeten we dit nu opnemen? Het is best een lastig te handhaven bepaling en de, het vervoer van gevaarlijke stoffen valt ook onder de Wet gevaarlijke stoffen. Althans, bij zekere hoeveelheden.

Het college kan leven met dit amendement. Als we het eruit halen, kunnen we op grond van de Wet gevaarlijke stoffen alsnog, kan er worden opgetreden. Dus in die zin is het, is er landelijke wetgeving die eigenlijk voorgaat op een APV-bepaling. Dus in die zin wat ons betreft, geen bezwaar om dit amendement over te nemen. De voorzitter: Dank. Behoefte aan een reactie, mevrouw Zieverink? Mevrouw Zieverink: Nee, wij danken het college voor dit positieve advies. De voorzitter: Dank. Vervolgen we met een motie Niet buitenslapen maar opvangcapaciteit. Ik begon al aan mezelf te twijfelen, maar volgens mij is die ook van Deventer Belang. Mevrouw Zieverink, als u uw laptop opstart. Aan u het woord. Mevrouw Zieverink: Dank, voorzitter. Ik zal inderdaad eventjes opnieuw opstarten. Ja, deze motie voor Niet buitenslapen meer opvangcapaciteit gaat eigenlijk over het feit, dat de voorgestelde wijziging vanuit het college eigenlijk ertoe leidt, dat er mensen beboet kunnen worden omdat ze buiten slapen. Nu kunnen we dat in principe allemaal toejuichen. Want ik geloof niet, dat iemand hier is die zegt van overlast, dat moeten we vooral niet aanpakken. Wat we ons alleen wel afvragen is, als er dan eigenlijk onvoldoende opvangcapaciteit is, waarvan we eigenlijk niet precies weten of we wel voldoende capaciteit hebben om nachtopvang aan te bieden.

Ja, kunnen we dan ook wel zomaar mensen beboeten omdat zij buiten slapen, omdat ze weg worden gestuurd bij de nachtopvang? Ja, wij vonden dat heel gek. Maar als wij dit beleid dan met elkaar willen vaststellen dat we dus mensen willen gaan beboeten, ook als zij geen overlast bezorgen, want daarin maakt dit beleid geen onderscheid. Dan zouden wij eigenlijk op zijn minst ook moeten inventariseren van, is er sprake van een opvangtekort? Oftewel, kunnen wij aannemen dat iemand die beboet wordt onder dit nieuwe beleid, ook daadwerkelijk ergens in de nacht terechtkan? De voorzitter: Dank, mevrouw Zieverink. Roept dat vragen op vanuit uw raad? Nee. Dan gaan we naar ... Oh, toch wel. Mijnheer Aydin, aan u het woord. De heer Aydin: Ja, dank u wel, voorzitter. En het mag voor zich spreken, dat de PvdA-fractie het ook niet goed vindt hè. Dat mensen die binnen willen slapen, dat ook kunnen. Even een vraag over punt één in het dictum. U heeft het over het inventariseren van een tekort. Over wat voor periode moet dit tekort dan geïnventariseerd worden en wat voor antwoord verwacht de indiener dan precies te krijgen? Ik denk dat het goed is, om dat even scherp te stellen.

10 De voorzitter: Mevrouw Zieverink. Mevrouw Zieverink: Dank voorzitter, dank voor deze vraag. Het gaat niet zo specifiek over een bepaalde periode. Het gaat over van, wat hebben wij bij benadering aan ongeveer capaciteit nodig en hoeveel is dat tekort dan nu bij benadering? Want ik kan me voorstellen, dat het lastig is om exact te, vast te stellen van, we hebben op dit moment zoveel voor deze periode nodig. Maar wat we willen is, dat we in ieder geval voldoende opvang hebben voor die mensen, die dat nodig hebben. En daarvoor hebben we een indicatie nodig van, hoe groot het tekort is. En dat is eigenlijk, wat dit punt vraagt. De voorzitter: Goed. Beantwoord dat uw vraag, mijnheer Aydin? De heer Aydin: Op zich wel, voorzitter. Ik ben alleen benieuwd hoe het college hier naartoe kijkt. Of dit scherp genoeg verwoord is, om dit in de uitvoering mee te gaan. Want ik kan me voorstellen dat het fijn is, om daar wel een soort termijn aan te hangen. Week, tekort per week, per maand of whatever. Maar goed, dat hoor ik graag van het college. De voorzitter: Dat gaan we zo checken bij mijnheer König. Mijnheer Kaya. De heer Kaya: Ja, voorzitter, ik had toch wel een vraag over de vorm. En uiteraard zijn elke, is elke partij vrij natuurlijk om een motie in te dienen, wanneer ze denken van, dit moet door de raad.

Maar zijn er ook schriftelijke vragen gesteld omtrent dit hele gebeuren? Want dat had misschien makkelijker beantwoord kunnen worden. En dan hadden we met zijn allen ook kunnen weten van, hoe zit het nou precies in elkaar? Moet het per se met een motie? Dat is mijn vraag eigenlijk. De voorzitter: Mevrouw Zieverink. Mevrouw Zieverink: Dank, voorzitter. Vorige week hebben wij hier een hele mooie raadstafel over gehad en hebben wij daar vragen ook over gesteld. En ik, trouwens, ik heb die vragen zelf niet gesteld, maar mevrouw Schmidt van Deventer Sociaal heeft hier heel veel vragen over gesteld. En op basis van die antwoorden die we daar hebben gekregen, hebben wij gedacht, dat wij deze motie moesten indienen. De voorzitter: We gaan naar het, of naar de zijde van het college. Nu had ik net gezegd, dat de raad met één woordvoerder mag werken. In principe, is dat voor het college ook zo. Maar als het college daarvan af wil wijken, dan vind ik dat prima hoor. Maar … De heer König: Zullen we? De voorzitter: Dat heeft mijnheer König goed geregeld, geen voorzitter en geen woordvoerder. Mevrouw Duursma, aan u het woord. Mevrouw Duursma: Dank, voorzitter. Dit gaat heel erg over de opvangcapaciteit. Daar spreek ik met enige regelmaat met de raad over, omdat wij zorgen hebben over opvangcapaciteit. Dat is ook de reden, dat ik dat met enige regelmaat deel met de raad.

U schrijft in uw begin, er is een dakloos man in het park in Deventer overleden. En voorzitter, wij willen ook benadrukken hoe verdrietig dat is, dat er iemand die buiten slaapt is overleden. Het beleid in Deventer is, dat er niemand onder de brug of in een park hoeft te slapen. En dat hoefde deze mijnheer ook niet. Wij weten bij navraag dat er geen vraag is gesteld, terwijl ook de kouderegeling van toepassing was op het moment, dat dit gebeurde. En dat betekent dus, als wij kijken naar wat hier wordt gevraagd. Er is op dit moment, elke keer zorgen wij dat er voor iedereen die aanklopt en toegang heeft en bij de kouderegeling is dat veel breder dan de normale toegang, dat er een plek is. Dat is ook elke keer gelukt. En dat doen wij onder andere in de Polstraat, maar dat doen we ook door de Bed & Break te gebruiken. Dat doen we ook, door af en toe hotels

11 in te schakelen. En die contacten hebben wij ook al. Dat betekent dus, dat op die manier de opvang kan ademen met, of in- en uitkrimpen met het aantal mensen wat aanklopt. Wij delen dus die zorg. Want dat is niet voor niets, dat wij daar zo druk mee zijn om te zorgen, dat we altijd iedereen onderdak kunnen bieden, omdat wij dat belangrijk vindt. Dat zegt niet, dat iedereen altijd naar de opvang wil. Als we kijken naar de korte, middellange en de lange termijn, dan zetten wij ons op de korte termijn in op de zaken, die ik net heb genoemd. Op de middellange termijn hebben wij met uw raad afspraken gemaakt over Housing First, Kamers met aandacht en allerlei andere lokale en preventieve activiteiten. En op de wat langere termijn en ik hoop, dat we volgen, het eerste kwartaal van volgend jaar zicht hebben op het verminderen van de drukte in de opvang, door Aan de Brink, om daar een besluit over te kunnen nemen. Ik weet nog niet hoe dat eruitziet, want dat onderzoek is op dit moment gaande. Daarnaast, zijn we in wat, nog wat verder vooruitkijkend bezig met een soort van de Skaeve Huse, die heel graag, die wij nodig hebben om te zorgen, dat iedereen binnen deze gemeente ook een goede woonplek krijgt. We monitoren actief, altijd, welke mensen zich melden en gebruikmaken van de maatschappelijke opvang.

We hebben dagelijks in beeld hoe, bij IrisZorg hoeveel plekken er beschikbaar zijn. En daarnaast is het goed om ook nog te benoemen, dat dit een regionaal vraag is qua financiering. Dus als ik naar alles kijk, wat wij op dit moment doen, dan stel ik, kan ik stellen, dat wij actief en op dit moment voor zover het kan, in control zijn. Dat niemand buiten hoeft te slapen. En dat is ook de reden, dat wij deze motie ontraden. De voorzitter: Mevrouw Zieverink, behoefte aan een reactie? Mevrouw Zieverink: Ja, dank, voorzitter. Veel informatie, dus ik ben het ook nog eventjes aan het verwerken in mijn hoofd. Maar kan, wilde wel in ieder geval de vraag aan het college stellen. Er wordt aangegeven, dat er niemand buiten hoeft te slapen als zij dat niet willen. En daar heb ik toch wel mijn vraagtekens bij. Want komt iedereen in aanmerking, die aanklopt bij de nachtopvang? En als dat niet zo is, dan ben ik heel erg benieuwd, welke personen niet in aanmerking komen als ze aankloppen. De voorzitter: Mevrouw Duursma. Mevrouw Duursma: Dank, voorzitter. Het is zo, dat mensen die arbeidsmigrant zijn altijd de eerste nacht dat zij aankloppen, opvang krijgen. Want dan moet er uitgezocht worden, of zij daar thuishoren. Op het moment dat zij arbeidsmigrant zijn, dus Europees staatsburger. Dan betekent dat, dat zij doorverwezen worden naar de Stichting Barka, die voor hun opvang kan zorgen.

Ik weet, dat arbeidsmigranten dat niet altijd willen, omdat de doelstelling dan is, dat zij worden begeleid naar hun thuisland. Dat is de reden dat arbeidsmigranten ervoor kiezen, om niet altijd in de opvang te blijven. De eerste moment dat zij aankloppen is er altijd wel een bed voor hen, dus de eerste nacht is er altijd plek. Maar daarna gaan we verder kijken met deze mensen. Soms komt het voor, dat mensen een dermate heftig middelengebruik hebben, die zorgt voor onveiligheid in de opvang. Dat kan een reden zijn om iemand te weigeren, want dan is het dermate onveilig, dat het voor de rest van de groep onveilig is. Dan proberen we nog altijd te kijken, hoe kunnen we wel zorgen, dat iemand een plek heeft waar hij wel de nacht kan doorbrengen? Maar dat lukt niet altijd, want niet iedereen is daar bevattelijk voor op het moment, dat je dat wilt en dat je daarin wilt voorzien. En dat is dus, dat maakt het soms ingewikkeld om mensen ja, een bed te bieden. En we zien, dat een groep mensen niet altijd naar de opvang wil. Dat en wij kunnen ze niet altijd uit de stad halen. Op het moment, dat de kouderegeling van toepassing is, kijken wij wel op bekende plekken in de stad, maar dat zegt niet dat wij de hele stad afstruinen. Dus dat betekent, dat de politie kijkt op bekende plekken en mensen probeert ervan te overtuigen, dat ze beter in de opvang kunnen slapen.

De voorzitter: Dank, mevrouw Duursma, voor die toelichting. Mijn verzoek is om het, de discussie, het debat nu te richten op de drie punten uit het dictum. En als er behoefte is vanuit de raad om nog een keer verder te spreken over dit onderwerp, wat ik me goed voor kan stellen gezien de vragen die hier liggen, dan zijn er genoeg raadsinstrumenten om dat op een ander moment te doen. Korte, dan wel lange termijn. Mevrouw Schmidt.

12 Mevrouw Schmidt-Versteeg: Dank u wel, voorzitter. Ik wil toch even een verduidelijkende vraag stellen aan de wethouder over, wat zij net zei over de persoon die in het Rijsterborgherpark is gevonden. De wethouder zegt, deze persoon had recht op opvang. In de reactie op De Stentor waar de gemeentelijke woordvoerder het gemeentestandpunt verwoord heeft, stond in de laatste alinea, dat deze persoon wel om opvang heeft gevraagd, maar dat dat geweigerd is. Voor mij is het een beetje lastig om te plaatsen waar dit vandaan komt, met het antwoord wat u net geeft. De voorzitter: En dan, ik snap uw vraag en tegelijkertijd, ga ik heel streng zijn. Dit is een onderwerp buiten dit, buiten deze motie en ook buiten de APV. Dus als u vanuit uw fractie behoefte heeft om meer informatie naar aanleiding van deze casus, dan zijn er andere raadsinstrumenten beschikbaar, om die vragen te stellen. Ook naar aanleiding van, wat net is gedeeld door het college. Mijnheer De Niet. De heer De Niet: Ja, dank u wel, voorzitter. Inderdaad, ik wil graag terug naar die, naar de motie, volgens mij. Want ik hoor ook het college en mevrouw de wethouder een uitgebreid verhaal houden over, wat er allemaal wel niet gebeurt. Dat is natuurlijk prima, maar er gebeurt ook een heleboel nog niet. Want we spreken al heel lang over Skaeve Huse en over extra opvang.

En we weten dat en we hebben flink geïnvesteerd in de opvang in de Polstraat met eenpersoonskamers en die, dat zijn nu toch tweepersoonskamers. En hij zit ramvol. Dat is ook een reden, waarom mensen daar soms gek worden, omdat die mensen elkaar, daar bovenop elkaars lip zitten. Dus we hebben niet voldoende capaciteit. We hebben er juist een opgave en daar moeten we het gesprek over voeren. Maar dan moet er wel, informatie en cijfers hebben. Dat is volgens mij, precies waar deze motie om vraagt. Om in ieder geval in dus deze situatie die we nu hebben, in combinatie met een APV die we vast willen stellen, waarin we een buitenslaapverbod instellen of opnemen. Wat een behoorlijk stevig ding is. Terwijl, we aan de andere kant voor, in ieder geval mijn fractie het gevoel heeft, dat we ook tekortschieten als gemeente in het faciliteren en daadwerkelijk bieden van die opvang. Want het klinkt mooi, niemand hoeft buiten te slapen. Maar er slapen wel mensen buiten, dus er gaat iets niet goed en daar moeten we het over hebben. En daarom lijkt mij deze motie prima om wel aan te nemen, want dan kunnen wij het er tenminste over hebben in het eerste kwartaal, tweede kwartaal. De voorzitter: Dank, mijnheer De Niet. De heer De Niet: Is geen vraag, is een standpunt. De voorzitter: Ja, inderdaad. Daarom dank ik u ook voor uw standpunt.

Als hier voldoende over is gesproken, dan stel ik voor dat we naar ... Oh, mijnheer Aydin, u heeft een nabrander. De heer Aydin: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik hoor nu twee verschillende beelden, dus ik wil even helderheid scheppen. Ik hoor vanuit de heer De Niet het verzoek, om door te gaan met deze motie, want dat schept verheldering over de cijfers die er zijn. Maar ik hoor de portefeuillehouder eigenlijk zeggen, dat er wel cijfers beschikbaar zijn. Dus wat is nu precies het geval? Zijn er voldoende cijfers om hier wat van te vinden? Of helpt deze motie om meer helderheid te krijgen en is het eigenlijk een goed idee, om met deze motie door te gaan? De voorzitter: Het college, de portefeuillehouder. Mevrouw Duursma: Ik heb gezegd, dat wij op dagelijkse basis weten hoeveel mensen er in de opvang zijn. Dus dat is, dat wordt allemaal bijgehouden. Mensen die zich melden, hoeveel mensen er in de opvang zijn, hoeveel mensen weggaan, hoeveel mensen geweigerd worden. Wordt allemaal bijgehouden. De voorzitter: Tot slot, mevrouw Zieverink, heeft u nog behoefte aan een korte reactie?

13 Mevrouw Zieverink: Ja, voorzitter. Bedankt voor de portefeuillehouder voor de toelichting. Maar wat ik hieruit ook hoor is, dat er ook mensen zijn die wel degelijk worden geweigerd in de praktijk. Ook, omdat er beleidsregels zijn, die ons dat verzoeken. Bijvoorbeeld arbeidsmigranten, die dan misschien de eerste nacht mogen blijven, maar vervolgens toch wel worden geweigerd. Dus dat betekent dat de theorie is, dat wij iedereen een nachtopvang zouden kunnen bieden, maar dat we eigenlijk helemaal niet weten, of dat daadwerkelijk zo is. Simpelweg, omdat de regels het misschien wel niet toestaan. Dus wat dat betreft denk ik, dat er nog steeds behoefte is naar een onderzoek waarbij we kijken van, wat daadwerkelijk het, de gap is tussen de wens om beschikbare opvanglocaties te hebben, met de praktijk. De voorzitter: Dank, mevrouw Zieverink. Dank aan het college. Wij gaan verder met de motie Beoordeling maatregelen uitbreiding APV van de fracties van Deventer Sociaal, mevrouw Schmidt en de ChristenUnie, de heer De Niet. Ik begrijp, dat mevrouw Schmidt de motie zal toelichten, die overigens is mede-ingediend door de heer Aydin namens de PvdA. Mevrouw Schmidt-Versteeg: En nog meer, hoor ik inmiddels. Mevrouw Schmidt. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter: Zou u me willen aanvullen? Mevrouw Schmidt-Versteeg: De motie is intussen ook mede-ingediend door Deventer Belang, PvdA en GroenLinks. Voorzitter, in dit huis spreken we vaak over dak- en thuislozen of, de doelgroep. Afgelopen weekend kreeg de doelgroep weer even een gezicht, door het tragische overlijden van een dakloze man in het Rijsterborgherpark. En werden we er ook weer even aan herinnerd, dat het hier gaat om mensen, kwetsbare mensen die vaak geen kant op kunnen. Onze fractie ziet dan ook geen heil in het nog meer beboeten en verjagen. Deze mensen hebben hulp en ondersteuning nodig en juist daar, knelt de schoen. Het college wil nu inzetten op meer repressie, terwijl het tegelijkertijd niet lukt om voldoende opvang te realiseren. Het argument, dat we mensen door het uitschrijven van boetes stimuleren om naar de opvang te gaan, is dan ook flinterdun. We waren daarom blij met de toezegging van de portefeuillehouder, om dit beleid volgend jaar te heroverwegen. Hoe het college dat wil gaan doen en welke uitgangspunten hierbij leidend worden beschouwd, is ons nog onvoldoende duidelijk. Daarom dienen we vandaag samen met de ChristenUnie een motie in, waarin we het college kaders willen meegeven waarop kan worden getoetst, of dit beleid echt brengt wat we er nu van verwachten.

En, wat de effecten zijn op zowel de opvang van mensen, als op de openbare orde en veiligheid. Zodat de raad volgend jaar een afgewogen besluit kan nemen over, het wel of niet voortzetten van deze uitbreiding van onze APV. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank, mevrouw Schmidt, voor deze toelichting. Roept dat vragen op vanuit de raad? Mijnheer Van der Linde, aan u het woord. De heer Van der Linde: Ja, dank u wel, voorzitter. Toch, volgens mij, voorzitter, is de doelstelling van de APV niet om mensen te beboeten of om mensen op te jagen. Dat wordt nu gesteld door mevrouw Schmidt en dat vind ik nogal stellig. Dat is niet de bedoeling. De bedoeling is om de burgemeester bevoegdheden te geven, om te voorkomen, dat mensen in openbare ruimtes slapen. En dan had misschien dit gruwelijke incident voorkomen kunnen worden. Wat denkt mevrouw Schmidt daarvan? De voorzitter: Mevrouw Schmidt, aan u het woord. Mevrouw Schmit-Versteeg: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, als we de redenatie van mijnheer Van der Linde volgen, dan had onder de huidige regels die de burgemeester tot zijn beschikking staan, dit misschien al voorkomen kunnen worden. Want mensen kunnen al een boete krijgen. En mensen kunnen al een gebiedsverbod

14 krijgen. Wat deze APV doet is de politie en handhaving nog meer middelen geven, die ze dus in kunnen zetten en die dus waarschijnlijk ook gebruikt gaan worden. En tegelijkertijd weten we aan de andere kant, we hebben het net bij de behandeling van de vorige motie ook gehoord, dat de opvang lang niet voor alle mensen beschikbaar of vindbaar is. Mijn fractie en de fractie van de ChristenUnie zijn dus van mening, dat op het moment dat je deze uitbreiding van bevoegdheden gaat doen, aan de andere kant er ook zeker van moet zijn, dat er voor alle mensen die noodgedwongen in de openbare ruimte verblijven, ook daadwerkelijk een opvang is. En niet voor één nacht, maar ook gewoon voor langere periode. Als de bevoegdheden er zijn, is de kans ook groot, dat ze worden ingezet. De voorzitter: Mijnheer Van der Linde. De heer Van der Linde: Ja, als, er wordt gewoon om meer bevoegdheden gevraagd. Het is aan de handhavers en de burgemeester in hoeverre die bevoegdheden worden aangewend. En je mag toch vertrouwen, dat de menselijke maat ook bij die handhavers ja, aan de hand zal zijn. Dus de assumption, want het Nederlandse woord is me even ontschoten, de aanname dat die bevoegdheden maximaal aangewend zullen worden tot repressie, dat vind ik een nogal negatieve veronderstelling. De voorzitter: Mevrouw Schmidt. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Ja, dank u wel, voorzitter.

Voorzitter, van die laatste uitspraak neem ik echt ferm afstand. Want de suggestie wordt nu gewekt, alsof wij zeggen, dat dak- en thuislozen door heel Deventer gejaagd gaan worden. Dat is natuurlijk helemaal niet aan de orde, maar dat is ook niet het punt wat wij in deze motie proberen te maken. Ik heb vorige week in de raadstafel aan tafel echt wel geproefd, dat de meerderheid, ondanks alle twijfels die ze hierbij hebben, dit APV-voorstel zullen steunen. Onze vraag in deze motie is, om volgend jaar op het moment dat er een heroverweging over deze maatregelen wordt, moet worden genomen, om daar kaders aan mee te geven. Zodat wij als raad ook kunnen controleren van, hoe vaak is dit instrument ingezet, wat zijn de effecten daarvan geweest op de openbare orde en veiligheid? Maar wat zijn ook de effecten daarop geweest voor de mensen, die nu potentieel extra boetes krijgen en daardoor zwaarder in de problemen komen, dan dat ze nu al zitten? Dat is volgens ons, wel een onwenselijke situatie en daarom, deze motie. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer De Niet. De heer De Niet: Ja, dank u wel. Als mede- en hoofdindiener zeg maar, toch nog reagerend op de heer Van der Linde. Het is zeker niet een, dus de laatste woorden die u sprak over, dat wij het framen als, het is een middel bedoeld voor repressie. Dat is helemaal niet aan de orde.

Maar we creëren de mogelijkheid, omdat het ook nodig is of nodig wordt gevonden, in ieder geval vanuit het college. Dus, gaat het ook ingezet worden. En dus gaat het gevolg ook zijn, dat mensen opgejaagd worden. Want ze worden weggejaagd van een bepaalde plek, want ze mogen daar niet meer slapen. Dus het gevolg is omdat we inzetten, dat we mensen opjagen. En die mensen zullen ook dat opgejaagde gevoel hebben, terwijl ze al buiten moeten slapen, terwijl ze al geen dak boven het hoofd hebben. Dat voelt onbarmhartig en dat ja, dat is ook in een bepaalde manier onbarmhartig. Laten we daar eerlijk over zijn. Misschien kun je er niet omheen, maar het is wel ontzettend belangrijk om duidelijk te hebben over een jaar, wat heeft dat dan voor gevolgen? Hoe vaak hebben we dat dan ingezet? Want dit ja, het is een zwaar middel waarmee we inderdaad, mensen opjagen. En om een goede evaluatie te kunnen doen, moeten wij weten volgend jaar, wat dat, hoe vaak het dan is ingezet, wat dat dan betekent. Want anders, kunnen we niet evalueren en kunnen we ook niet goed zeggen, of dit middel op een goede manier wordt ingezet. En daar gaat het om. De voorzitter: Dank. Mevrouw Sipman. Mevrouw Sipman: Ja, dank u wel, voorzitter. Toch naar aanleiding van deze discussie, nog een extra vraag aan de indieners. Hij is heel erg gestuurd op resultaten van de repressiekant van deze maatregel, maar zien de

15 indieners ook kansen van deze maatregel? Want het verhaal erbij vanuit het college is juist, dat je op deze manier ook mensen juist de opvang in kunt krijgen. Door het gesprek aan te gaan. Dus hoe kijken de indieners daarnaar? En zouden ze ook dat, als resultaat willen zien van deze maatregel? De voorzitter: Mevrouw Schmidt. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik kan op allebei de punten volmondig, ja zeggen. En volgens mij ja, als het niet duidelijk genoeg in de motie verwoord is, maar dat is wel de bedoeling. En dat heb ik ook net in mijn inleiding gezegd. We willen zien, wat de effecten zijn op het gebied van openbare orde en veiligheid. Maar we willen ook zien, wat de effecten zijn op de mensen die het betreft. En of, het beboeten van mensen dus inderdaad, mensen stimuleert om naar de opvang te gaan. Want dat was de, het was een van de argumenten van de portefeuillehouder volgende week, vorige week in de raadstafel, dat het college dit instrument ook beschouwt als een motivatie voor mensen die op straat verblijven, om naar de opvang te gaan. Dat is ook de reden, waarom het zo specifiek in deze motie beschreven staat. De voorzitter: Mevrouw Sipman. Mevrouw Sipman: Ja, dan misschien een verduidelijkende vraag, maar misschien kan ik die beter aan de portefeuillehouder stellen.

Want mijn indruk was, dat het vooral is om het gesprek aan te kunnen gaan met degenen, die op straat slapen. Nog voor, en dat de boete echt wel een uiterste redmiddel is, in het geval van overlast. Maar dat dit artikel helpt, om het gesprek aan te gaan met diegenen die op straat slapen om ze naar de opvang te krijgen, zonder een boete te verstrekken. Dus graag een reactie van de portefeuillehouder ook daarop. De voorzitter: Ja, dan gaan we naar het college. Maar mevrouw Schmidt, u wil ook graag. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Ja, dank u wel, voorzitter. Want binnen het huidige instrumentarium wat de politie en handhaving op dit moment tot beschikking heeft, is dit al mogelijk. Er kan al een gesprek gevoerd worden en er kan al beboet worden. Dus waarom zou je nog extra inzetten op beboeten, dossiers aanleggen en verjagen, als het instrumentarium er al is? De voorzitter: We gaan naar de zijde van het college. Portefeuillehouder König. De heer König: Voorzitter, dank u wel. Eerlijk gezegd, had het college gerekend op een amendement van mevrouw Schmidt, om dit slaapverbod uit de APV te halen. Daar was ik op voorbereid. En eerlijk gezegd, moet ik ook wel zeggen, dat ik, niet alleen ik, maar het college ook wel wat teleurgesteld is over deze motie. Want dit is nu precies, wat ik vorige week in de raadstafel heb beargumenteerd.

Is het punt, het welzijn van mensen die slapen in de openbare als uitgangspunt. Dat heb ik vorige week benadrukt. Ik heb gezegd, het gaat niet over het opjagen van mensen, het gaat niet om het mensen hinderlijk achtervolgen. Het gaat erom, dat we het boetesysteem als ultimum remedium, als uiterste redmiddel, precies zoals mevrouw Sipman dat verwoordt, om dat in te zetten om dat middel te kunnen gebruiken. Er wordt nu heel erg geredeneerd vanuit deze motie vanuit het perspectief van de mensen, die ergens liggen te slapen. Ik zou graag willen dat de raad zich ook realiseert, dat er mensen zijn die onveiligheidsgevoelens hebben van mensen, die op verschillende plekken liggen te slapen. Bijvoorbeeld als je, ik heb dat vorige week ook genoemd. Als je in een portiek van een flatgebouw of een toegang, dat mensen daar overheen moeten stappen en last hebben van iemand, die daar ligt te slapen. Dat onze handhavers zeggen, het zou ons helpen als wij dan de mogelijkheid hebben, om een boete uit te schrijven. Niet, met het doel om een boete uit te schrijven, maar het kan wel helpen om mensen in beweging te krijgen en naar de nachtopvang te gaan. Of een andere plek, waar ze in ieder geval geen onveiligheidsgevoelens veroorzaken en ook geen overlast veroorzaken. Ik heb dus aangegeven, dat we terughoudend zullen zijn met het inzetten van deze instrumenten.

Tweede punt uit de motie, tweede punt van het dictum geeft ons een behoorlijke registratieverplichting en daar zit ik eerlijk gezegd, niet op te wachten. Ik wil best, dat heb ik ook toegezegd, we

16 gaan volgend jaar kijken hoe het instrument werkt. Functioneert het, dan meld ik dat aan de raad. Functioneert het niet, heb ik zelf aangegeven, dan zal het college komen met een voorstel om deze bepaling te schrappen uit de APV. Al met al is het college niet gelukkig met deze motie en ontraadt het college deze motie. En voorzitter, ik zou nog graag, maar dat heeft niet direct met dit onderwerp, maar kunnen zo wel even doorgaan. Ik wil nog een mededeling doen over de aanpassing van de APV, die hier losstaat. Dat kan ook wat mij betreft, na het debat. De voorzitter: Mijn voorstel zou inderdaad zijn, om dat aan het einde te doen, voordat we naar de stemming gaan. Mevrouw Schmidt, als reactie namens wellicht ook de heer De Niet als indiener. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Ja, voorzitter, dank u wel. En dank voor de reactie, wel in lijn met mijn verwachting. Maar toch even een vraag dan. Want als ik vanavond met een amendement was gekomen om deze regel uit de APV te schrappen, had u dat dan gedaan? De heer König: Een amendement, daar gaat de raad over. Daar gaat het college niet over, voorzitter. En dan had u kunnen kijken, of de meerderheid van uw raad dit voorstel had gesteund. Dat leek mij de meest zuivere gang van zaken. Nu worden we weer opgezadeld met een registratieverplichting, met een hoop gedoe. Wat mij betreft, zit ik daar dus niet op te wachten.

De voorzitter: Mevrouw Schmidt. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Voorzitter, dan heb ik nog wel een aanvullende vraag. Want vorige week in de raadstafel en u heeft het net herhaald, zei u, dat dit nodig was bovenop het bestaande instrumentarium. Maar wat ik nu van u begrijp, is dat er dus niet geregistreerd wordt hoeveel boetes er worden uitgeschreven. Dat er niet geregistreerd wordt, hoeveel mensen er weggejaagd worden, op welke plekken in Deventer. Hoeveel mensen er dan daadwerkelijk na een boete of een waarschuwing, naar de nachtopvang gaan. Dus mijn vraag is, hoe bent u dan tot de overweging gekomen om deze maatregel te verscherpen? De voorzitter: De portefeuillehouder. De heer König: Voorzitter, de uitvoerders in de praktijk, de boa's, van de zijde van de politie wordt aangegeven, dat zij dit een waardevolle aanvulling vinden. Dat is mijn referentiekader. Het is dus van belang om hier in dit geval goed te luisteren naar, welke praktijkbehoefte bestaat. Dat is de overweging geweest. De voorzitter: Mijnheer De Niet. De heer De Niet: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, ik zou de portefeuillehouder graag willen vragen. Als al deze dingen niet geregistreerd kunnen worden, op welke wijze hij dan volgend jaar gaat vaststellen, dat het instrument werkt? Hoe, of hoe het instrument is toegepast.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14942789/1