2024-1005 Reactienota zienswijzen TAM-omgevingsplan Oerdijk ong (naast 19) en beeldkwaliteitsplan
Tekst van het document
Reactienota Zienswijzen Ontwerp TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22g Oerdijk ong. (naast nummer 119) Lettele en beeldkwaliteitplan
Gemeente Deventer September 2024
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING.................................................................................................................................................3 ZIENSWIJZEN............................................................................................................................................ 3 LEESWIJZER................................................................................................................................................3
2
ZIENSWIJZEN ONTWERP TAM-OMGEVINGSPLAN................................................................... 4 INGEDIENDE ZIENSWIJZEN..................................................................................................................4
3
AMBTSHALVE WIJZIGINGEN...........................................................................................................15
4 OVERLEGREACTIES ONTWERP TAM-OMGEVINGSPLAN HOOFDSTUK 22G OERDIJK ONG.(NAAST NUMMER 119) LETTELE EN BEELDKWALITEITPLAN...............................................20
BIJLAGE 1. LIJST INDIENERS ZIENSWIJZEN BIJLAGE 2. MEMO NATUURINCLUSIEF BOUWEN BIJLAGE 3. FORMAT BELEIDSREGEL BEELDKWALITEITPLAN
Reactienota zienswijzen ontwerp TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22g Oerdijk ong. (naast nummer 119) Lettele en beeldkwaliteitsplan 2 September 2024
1
INLEIDING
Zienswijzen Het College van burgemeester en wethouders heeft op 16 juli 2024 besloten in te stemmen met het ter inzage leggen van het ontwerp TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22g Oerdijk ong. (naast nummer 119) Lettele en beeldkwaliteitplan met bijbehorende stukken. Het ontwerp omgevingsplan en deze stukken hebben van donderdag 25 juli 2024 tot en met woensdag 4 september 2024 ter inzage gelegen, conform afdeling 3.4. van de Algemene wet Bestuursrecht. Tegen het ontwerp TAMOmgevingsplan zijn zienswijzen ingediend. Deze reactienota bevat de samenvatting en beantwoording van de zienswijzen en overlegreacties ten aanzien van het ontwerp wijzing TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22g Oerdijk ong.(naast nummer 119) Lettele bijbehorend beeldkwaliteitplan en bijbehorende documenten van de gemeente Deventer. Zienswijzen Naar aanleiding van de zienswijzen zijn in de wijziging TAM-Omgevingsplan de volgende wijzigingen aangebracht. Naar aanleiding van de ingediende zienswijze 1
-
-
onder punt 5: Waar het gaat om de waterhuishouding vinden enkele correcties en aanvullingen plaats aan de motivering en het waterhuishoudkundig plan, waarbij de reactie van het Waterschap (Hoofdstuk 4) leidend is. punt 6: aan bijlage 4 van de regels van het plan worden enkele hagen toegevoegd waarvoor de voorwaardelijke verplichting ook komt te gelden. Daarbij wordt een minimumhoogte bepaald en dat er geen openingen in de haag zijn toegestaan.
Naar aanleiding van zienswijze 3 onder punt 4: De Natuurtoets of “ja, mits-toets” is toegevoegd. De resultaten zijn verwerkt in het plan. Zienswijze 4 leidt net als zienswijze 1 en 3 mede tot de aanpassingen met betrekking tot de waterhuishouding en de hagen. Naar aanleiding van zienswijze 5. Mede naar aanleiding van zienswijze 3 en de ingebrachte punten van zienswijze 5 onder k, l, m, n en o is door een onafhankelijk deskundig bureau aanvullend ecologisch onderzoek gedaan. Met de resultaten is rekening gehouden in en bij uitwerking van het plan. De rapportage is opgenomen als bijlage bij de motivering van het TAM-Omgevingsplan. Ambtshalve Verwezen wordt naar de punten die staan vermeld in Hoofdstuk 3. Nagekomen reacties Het plan is naar aanleiding hiervan niet aangepast. Waterschap Naar aanleiding van de reactie van het Waterschap zijn wijzigingen aangebracht: De motivering van het TAM-Omgevingsplan is aangepast en aangevuld in nader overleg met het waterschap en met bureau Hoogstraten. Daarbij zijn enkele onvolkomenheden aangevuld, zoals het opnemen van een vuilwaterriooltekening met gemaal en persleiding en het bepalen van de k-waarde van de bodem. Voorts zijn uitgangspunten gemotiveerd en is het waterschap betrokken bij de uitwerking van details.
In de motivering en het waterhuishoudkundig plan is vermeld dat de kleine watergang door het gebied geen A-watergang meer is, maar een C-watergang. Voorts is gemotiveerd dat er vanwege het plan geen toename van wateroverlast in en rond het plangebied voor kan komen. Op de taluds is ook de functie Water opgenomen, maar niet op onderhoudsstroken. Om stedenbouwkundige en landschappelijke redenen wordt niet tegemoet gekomen aan de wens van het Reactienota zienswijzen ontwerp TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22g Oerdijk ong. (naast nummer 119) Lettele en beeldkwaliteitsplan 3 September 2024
waterschap om geen rietkraag aan de oostkant van de watergang op te nemen. Deze is ook vanwege privacy en zicht van belang voor een goed woon- en leefklimaat. Conclusie Het bestuur wordt voorgelegd de procedure voort te zetten en het TAM-omgevingsplan en het Beeldkwaliteitplan gewijzigd vast te stellen.. De documenten voldoen aan de eisen die de wet stelt en zijn zorgvuldig tot stand gekomen. Hoewel het aantal wijzigingen relatief groot lijkt, gaat het vooral om herstel van omissies en kleine aanvullingen of verbeteringen. De opzet van het plan blijft voor het overgrote deel ongewijzigd. Om die reden behoeft het plan niet opnieuw in ontwerp te worden gepubliceerd en ter inzage te worden gelegd.
Leeswijzer Deze reactienota betreft de zienswijzen op het ontwerp TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22g Oerdijk ong.(naast nummer 119) en beeldkwaliteitplan met bijbehorende documenten en de beantwoording hiervan in hoofdstuk 2, gevolgd door een opsomming van ambtshalve aanpassingen in hoofdstuk 3. In Hoofdstuk 4 volgen tot slot de overlegreacties op het ontwerp TAM-Omgevingsplan en de beantwoording daarvan.
Reactienota zienswijzen ontwerp TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22g Oerdijk ong. (naast nummer 119) Lettele en beeldkwaliteitsplan 4 September 2024
2
Zienswijzen ontwerp TAMOmgevingsplan
Ingediende zienswijzen Het ontwerp TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22g Oerdijk ong.(naast nummer 119) Lettele en beeldkwaliteitplan en bijbehorende documenten hebben ter inzage gelegen van 25 juli 2024 tot en met 4 september 2024. Binnen deze termijn zijn in totaal 5 zienswijzen binnen gekomen. De zienswijzen zijn tijdig ingediend en ontvankelijk. Samenvatting zienswijze 1: 1. Opgemerkt wordt de indiener van deze zienswijze nabij het plangebied woont en in het voortraject mede namens medebewoners het woord gevoerd heeft. 2. De indiener merkt op dat hij de belangen ziet van zowel de bestaande bewoners, die nog vrij uitzicht hebben, als die van de woningzoekenden. 3. Hoewel er een voortraject was met inspraak met vele belanghebbenden en partijen, biedt dit ontwerp TAM Omgevingsplan pas voor het eerst gedetailleerde informatie, aldus indiener. Dit wordt betreurd en de hoop bestaat bij de indiener dat opmerkingen nog kunnen worden verwerkt. 4. Het boomaanplantingsplan dat wel op de bewonersavond van 22 juli 2024 beschikbaar was, ligt helaas niet ter inzage en indiener verzoekt om deze buiten de besluitvorming te laten, eerst aan belanghebbenden te verstrekken met de mogelijkheid om hierop schriftelijk te reageren en om meer bomen toe te voegen om de overgang naar het bos toe vloeiender te maken. 5.
Opgemerkt wordt dat de waterhuishouding in en rond het plangebied onvoldoende afvoermogelijkheden kent en dat dit problemen geeft. In het TAM-Omgevingsplan is naar opvatting van indiener onvoldoende met die situatie rekening gehouden. Zo zal de beek naar inschatting van indiener meer moeten afvoeren en als dat niet mogelijk is, komen bestaande tuinen vaker onder water te staan. Indiener verzoekt om de afvoer van de beek te monitoren en te verbeteren. 6. Indiener signaleert dat in bijlage 4 van de regels een hagenplan is opgenomen en deze zo onvoldoende garanties biedt voor voldoende afscherming met alle gevolgen van dien voor zicht en privacy: a. Zo is alleen de Liguster in de winter groen en de andere haagbeplanting niet; b. Toegestaan wordt om ‘gaten’ in de haagbeplanting te maken met een breedte van ten hoogste 5 meter, zonder dat wordt voorzien in andere afscherming. Verzocht wordt om geen gaten toe te laten of ten hoogste van 1,0 meter breed omwille van zicht en privacy; c. Bovendien is een maximale haaghoogte voorgeschreven van 1,0 meter, waar een minimale hoogte van 1,50 meter nodig is, aldus indiener. Een maximale haaghoogte laat zelfs een nog lagere haag toe, wat niet wenselijk wordt gevonden. d.
Aangezien de hagen wel door de diverse eigenaren in stand moeten worden gehouden en worden beheerd, ontstaat de vrees voor grote onderlinge verschillen in snoeisnelheid, - hoogte en dat hagen worden vervangen door andere beplantingen of schuttingen. Indiener verzoekt om adequaat handhavend optreden van de gemeente Deventer hierop. 7. Door de indiener is geconstateerd dat er beperkte ruimte in de plannen is opgenomen voor moestuinen. Onduidelijk is volgens of hier animo voor is en wat er gebeurt als dit gebruik eindigt. Indiener stelt voor om te borgen dat er op die plaats dan geen woningen mogen worden gebouwd en de gronden enkel voor groen te gebruiken. Beantwoording: 1. Hartelijk dank voor uw betrokkenheid en het voeren van het woord namens andere omwonenden. De zienswijze is tijdig ontvangen en ontvankelijk. De zienswijze wordt hieronder samengevat en beantwoord. Deze opmerking leidt op zichzelf niet tot een aanpassing aan het plan; Reactienota zienswijzen ontwerp TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22g Oerdijk ong. (naast nummer 119) Lettele en beeldkwaliteitsplan 5 September 2024
2. Hiervan is kennis genomen en de door indiener genoemde belangen heeft de raad in voorafgaande besluitvorming inderdaad meegewogen. Deze openbare besluiten van de raad zijn met bijbehorende motivering raadpleegbaar op de website van de gemeente Deventer, zodat een ieder deze afweging kan teruglezen. Deze opmerking leidt niet tot aanpassing van het plan; 3. Bij de ontwikkeling van plannen is het in de gemeente Deventer een gebruikelijke werkwijze om ‘van grof naar fijn’ te werken. Bij de uitwerking ontstaat op deze manier naarmate de tijd vordert steeds meer duidelijkheid over details. Het indienen van een zienswijze is een goed moment om op details te reageren die in de ontwerp-plannen zijn getoond. Op ontwerpplannen zijn aanpassingen mogelijk voordat deze worden vastgesteld. Belangen worden daar bij meegewogen. In deze opmerking is op zichzelf geen aanleiding gezien om het TAMomgevingsplan, beeldkwaliteitplan of bijbehorende documenten aan te passen; 4. Binnen de kaders die het omgevingsplan stelt, kan het openbaar gebied op meerdere manieren worden ingevuld. Bij alle functies in dit ontwerp-omgevingsplan is groen (en zijn dus bomen) toelaatbaar. Als houvast bevat het ontwerp beeldkwaliteitplan richtlijnen en ontwerpprincipes voor de na te streven kwaliteit, maar ook dit is geen blauwdruk.
De gemeente legt te zijner tijd de openbare ruimte aan op basis van een inrichtingsplan en beheert deze vervolgens. Dit is geen onderdeel van het (ontwerp-)omgevingsplan en hierop is geen zienswijze mogelijk. Toch kan over de voorgenomen inrichting met bomen worden opgemerkt dat hierop participatie plaatsvindt en we het belang zien van een goede overgang met bomen vanuit het plangebied naar de Oostermaet en omgekeerd. De gemeente weegt bij haar inrichtingsplannen echter ook andere belangen mee. Zo heeft het toevoegen van meer bomen in het noordelijk deel van het plan ongewenste gevolgen voor de lichttoetreding en schaduwwerking bij de daar geprojecteerde woningen en tuinen. Bovendien zijn er financiële gevolgen voor aanleg en beheer. Na de weging van diverse belangen is afgezien van het toevoegen van extra bomen op de locatie die indiener voorstelt. Naar aanleiding van deze zienswijze is er geen reden om het plan aan te passen. 5. Onderkend wordt dat de waterhuishoudkundige situatie in en rond het plangebied complex is en dat er in het verleden regelmatig sprake was van meldingen van hinderlijk hoge waterstanden bij bestaande woningen. Om die reden is bij de totstandkoming van dit plan grondig onderzoek gedaan naar de lokale waterhuishouding en heeft Bureau Hoogstraten een waterhuishoudkundig plan opgesteld dat met die eigenschappen rekening houdt.
Bij het opstellen van dit plan is het Waterschap nauw betrokken geweest. Uitgangspunt van het waterhuishoudkundig ontwerp is dat, ook bij toenemende hoeveelheden water door klimaatverandering, niet meer water uit het plangebied mag worden afgevoerd naar de beek dan in de huidige situatie. Om dit te garanderen wordt waterberging binnen het plangebied gerealiseerd (exclusief de beek). Binnen het plangebied worden gronden plaatselijk opgehoogd met extra veiligheidsmarge om (grond)wateroverlast te voorkomen. Vanwege het plan is zeker geen sprake van afwenteling van problematiek op de omgeving. De problematiek van een hoge grondwaterstand in de omgeving van het plangebied is niet op te lossen door in het plangebied maatregelen te nemen. Indien er bij bestaande woningen wateroverlast plaatsvindt, kan dit worden gemeld bij de gemeente via het meldpunt openbare ruimte. Deze reactie leidt niet tot een aanpassing van de plannen. Desalniettemin heeft ook het Waterschap in deze ontwerp-plannen aanleiding gezien voor het maken van enkele specifieke opmerkingen. In hoofdstuk 3 van deze Reactienota Zienswijzen zijn deze opgenomen, waarbij is vermeld of die leiden tot aanpassingen. Verwezen wordt naar de beantwoording onder Hoofdstuk 3. 6. Het hagenplan is opgesteld vanuit het uitgangspunt van behoud van de dorpse en landschappelijke kenmerken van Lettele.
Daarbij is juist het zicht op omringend landschap en groen een wezenlijke kwaliteit. Bovendien liggen de kavels ongeveer 0,5 meter hoger dan de onderhoudsstrook en struinroute langs de watergang. Het verschil in hoogte tussen de bovenkant van de haag en de openbare ruimte bedraagt daarmee effectief zo’n 1,5 meter. Bij het voorschrijven van hagen van 1,50 meter hoog of meer, waarom indiener verzoekt, werken de hagen te zeer als afscheiding tussen kavel en openbare ruimte. De hagen zijn dan niet meer in overeenstemming met de opzet van het plan: woningen zijn te gast in het landschap en profiteren van de groen ingerichte ruimte rondom. Daarom is voor de hagen zoals aangegeven op bijlage 4 bij de regels een voorwaardelijke verplichting in het Omgevingsplan opgenomen (regel 16.2.2). Dit houdt in dat de gebruiksactiviteit wonen uitsluitend is toegestaan indien de op bijlage 4 aangegeven hagen overeenkomstig de gestelde eisen worden aangelegd, onderhouden en in stand gehouden. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het plan. Wel zijn aan bijlage 4 hagen toegevoegd, waarvoor deze Reactienota zienswijzen ontwerp TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22g Oerdijk ong. (naast nummer 119) Lettele en beeldkwaliteitsplan 6 September 2024
verplichting ook geldt, is een minimale hoogte bepaald en is het op verzoek van indiener niet langer toegestaan (grote) openingen in de haag aan te brengen; 7. De wijze waarop die gronden zijn bestemd in dit ontwerp TAM-Omgevingsplan (Groen) laat een diversiteit aan groenvoorzieningen toe, waaronder (ter plaatse van de functieaanduiding “volkstuinen”) tevens volkstuinen. Indien het gebruik als volkstuin eindigt, zijn de reguliere genoemde groenvoorzieningen (artikel 12.1. a tm. k) onverminderd toegelaten. Woningen zijn niet toegelaten. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het plan. Conclusie: Vanwege punt 5: Waar het gaat om de waterhuishouding vinden enkele correcties en aanvullingen plaats aan de motivering en het waterhuishoudkundig plan en wordt verwezen naar de beantwoording van de reactie van het Waterschap in hoofdstuk 4 van deze Reactienota. Naar aanleiding van de ingebrachte zienswijze onder punt 6 over hagen: aan bijlage 4 worden enkele hagen toegevoegd waarvoor de voorwaardelijke verplichting ook geldt. Bovendien is een minimumhoogte bepaald en dat er geen grote openingen in de haag zijn toegestaan Voor het overige leidt deze zienswijze niet tot aanpassing van het plan. Zienswijze 2 1. De indiener van deze zienswijze vindt dat er slechte voorlichting over de afwikkeling van het verkeer, het parkeren en de afvalverwerking heeft plaatsgevonden; 2.
Voorts vreest deze indiener voor overlast op het natuurgebied de Oostermaet. Beantwoording 1. Deze zienswijze is tijdig ingediend. Het is voor indiener vervelend dat de voorlichting over deze ontwikkeling naar de mening van indiener beter had gekund. Uiteraard is in meerdere bijeenkomsten een toelichting gegeven op de plannen. De medewerker mobiliteit was daar bij aanwezig en heeft aan belangstellenden een toelichting gegeven. In de motivering van het ontwerp TAM Omgevingsplan is in paragraaf 5.17 een toelichting opgenomen die gaat over de verkeersaspecten, waaronder de verkeersgeneratie (hoeveelheid verkeer), of dit problemen geeft voor de veilige verkeersafwikkeling of niet en met een onderbouwing ten aanzien van het parkeren. De conclusie is dat de beoogde plannen passen binnen de wettelijke en beleidskaders en dat ook na planrealisatie nog sprake is van minder dan 1.000 motorvoertuigen (mvt) per etmaal op de Oerdijk. Dat is een intensiteit die ruim onder de maximumcapaciteit van 3.500 mvt/etmaal ligt, die landelijk voor dergelijke wegen wordt gerekend (Gereedschapskist GOW-30, Goudappel, 10 maart 2022). De gemeente Deventer hanteert voor de Oerdijk, vanwege de bomen langs de Oerdijk en het daarmee gepaard gaande beperkte zicht, een maximumcapaciteit van circa 2.000 mvt/etmaal. Ook dit is nog ruim 2 maal de verwachte werkelijke intensiteit na planrealisatie.
Bovendien zal de maximum toegestane snelheid van de Oerdijk ter hoogte van het besluitgebied worden verlaagd van 60 km/u naar 30 km/u, wat de verkeersveiligheid ten goede komt. De kruising Oerdijk-plangebied komt binnen de bebouwde kom te liggen en wordt ingericht op een wijze die de kruising accentueert, zoals dat ook elders in Lettele het geval is. Voor het plan is een voorlopige parkeerbalans ingediend, die voldoet aan de parkeereis zoals de gemeente die stelt bij nieuwe ontwikkelingen (Beleidsregels Parkeren bestemmingsplannen 2015 en Nota Parkeernormen auto en fiets 2013).” Voldoen” betekent dat door het aangeven van de juiste aantallen aan het raadskader op dit punt wordt voldaan. Destijds zijn de parkeernormen afdoende bevonden om bij nieuwe ontwikkelingen uitstraling van parkeren op de directe omgeving te voorkomen. Overigens zal het daadwerkelijke beslismoment hiervoor de toets van een omgevingsvergunning zijn. Dan wordt op basis van het definitieve plan de parkeereis formeel getoetst. Het parkeren wordt binnen het plangebied opgelost en leidt naar verwachting niet tot een andere parkeerdruk voor de bestaande omgeving. Voor een meer visuele indruk geeft pagina 6 van het ontwerp beeldkwaliteitplan houvast. Op het moment van het ter inzage leggen van de ontwerpdocumenten was nog geen sprake van een inrichtingsplan openbare ruimte.
Deze wordt nog uitgewerkt door de gemeentelijke beheergroep binnen de kaders van dit omgevingsplan. De wijze van afvalverzameling komt daarbij aan de orde en is geen zaak die in het omgevingsplan geregeld wordt. In het plan is rekening gehouden met een minimale boogstraal van 8 meter voor bogen in wegen, zodat hulpdiensten als brandweer en afvalinzameling probleemloos door het plangebied kunnen rijden. Deze zienswijze leidt niet tot een wijziging van het plan. Reactienota zienswijzen ontwerp TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22g Oerdijk ong. (naast nummer 119) Lettele en beeldkwaliteitsplan 7 September 2024
2. De indiener geeft in de zienswijze niet aan voor welke soort overlast voor natuurgebied Oostermaet wordt gevreesd. Waar het gaat om potentiële effecten op natuurwaarden binnen en buiten het plangebied is onderzoek verricht (zie bijlage 3 en bijlage 4 van de motivering van het plan), waaruit geen belemmeringen naar voren komen. Met de resultaten en adviezen uit de onderzoeken wordt rekening gehouden. Het onderdeel over de invloed op NNN-gebied is bij het ontwerpplan nog onvoldoende toegelicht. Door Ecogroen is hierover inmiddels een aanvullende rapportage opgesteld, waaruit blijkt dat wanneer de adviezen in acht worden genomen, de inrichting en het gebruik geen negatieve invloed hebben op de aangrenzende NNN-gebieden. Waar het gaat om de waterhuishouding en bodem, is eveneens onderzoek verricht (respectievelijk bijlage 6 en bijlage 2 bij de planmotivering). In de motivering van het ontwerp plan zijn al deze aspecten toegelicht (paragraaf 5.2 Bodem en paragraaf 5.16 waterhuishouding). Daarbij wordt opgemerkt dat naar aanleiding van de opmerkingen van het Waterschap de motivering hierop is aangevuld, verwezen wordt naar hoofdstuk 4 van deze Reactienota Zienswijzen. Van verstoring van eventuele waarden is geen sprake. Deze zienswijze vormt geen aanleiding tot aanpassing van het omgevingsplan. Conclusie: De zienswijze is ontvankelijk.
Naar aanleiding van punt 2 is op basis van de aanvullende rapportage van Ecogroen de motivering van het TAM-omgevingsplan aangevuld. Zienswijze 3 1. De indiener van deze zienswijze reageert namens cliënten die belanghebbend zijn vanwege nabij gelegen (gespecificeerd) bezit; 2. In de bestemming Groen in combinatie met Bijlage 4 van de regels over hagen is door indiener aanleiding gezien om te verzoeken om de volgende aanpassingen: a. De instandhouding van de aan te leggen hagen te borgen in de regels; b. Een minimale hoogtemaat van de hagen op te nemen van 1,50 meter; c. Geen mogelijkheden op te nemen voor het onderbreken van die haag; d. Het opnemen van een haag tussen het parkeren in het plangebied en het woongebied van de Korenkamp; 3. Over het waterhuishoudkundig plan dat is opgesteld door Buro Hoogstraat wordt opgemerkt dat: a. Hieruit volgens indiener niet blijkt dat rekening is gehouden met de veel voorkomende inundatie, zodat niet duidelijk is of problemen worden opgelost of verergerd. Dit behoeft aanpassing, zodat blijkt dat op zijn minst geen sprake zal zijn van een verslechtering van de situatie; b. Dat het aanbevolen gemaal niet in de plannen is verwerkt en zo’n gemaal mogelijk raakt aan de belangen van de indiener. Verzocht wordt om dit beter te onderbouwen en toe te lichten; 4.
Over de natuurtoets merkt de indiener op dat de aanbeveling uit de Natuurtoets (paragraaf 3.2.2.) niet wordt opgevolgd. Indiener is van mening dat zonder de NNN-toets het plan onvoldoende gemotiveerd is; 5. Door de indiener wordt de motivering gemist dat uitbreiding van de kern ten koste van landelijk gebied kan worden verantwoord ten opzichte van de Provinciale Omgevingsverordening en de daarmee gemoeide woonafspraken. Beantwoording 1. Hiervan is kennis genomen. De zienswijze is tijdig ingediend en ontvankelijk. Deze opmerking leidt op zichzelf niet tot aanpassingen aan het plan; 2. a. De door indiener bedoelde hagen uit bijlage 4 van de regels zijn voor wat betreft aanleg en instandhouding geborgd in artikel 16.2.2 van de regels. Deze bevat namelijk de “Voorwaardelijke verplichting hagen”: “Het gebruik van het als Wonen - Lettele Oost aangewezen gebied ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke bouwaanduiding - 2', 'specifieke bouwaanduiding - 4', 'specifieke bouwaanduiding - 8' en 'specifieke bouwaanduiding - 9' voor de gebruiksactiviteit wonen is uitsluitend toegestaan indien de hagen die op de tekening in Bijlage 4 zijn aangegeven overeenkomstig de in Bijlage 4 gestelde eisen worden onderhouden en in stand gehouden.”. Reactienota zienswijzen ontwerp TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22g Oerdijk ong. (naast nummer 119) Lettele en beeldkwaliteitsplan 8 September 2024
Hiermee is reeds aan het verzoek van indiener voldaan. Het TAM-Omgevingsplan behoeft naar aanleiding hiervan geen aanpassing; b. tot en met d. In de beantwoording van zienswijze 1 onder punt 6 a, b en c is beschreven met welke reden is gekozen voor de minimale haaghoogte met daarbij de vermelding of naar aanleiding van de zienswijze aanpassing van het plan plaatsvindt. Onder punt d verzoekt indiener om een haag tussen het parkeren in het plangebied en het woongebied van de Korenkamp. De wenselijkheid hiervan is naar aanleiding van deze zienswijze opnieuw beschouwd. Hieruit komt naar voren dat een haag daar niet wenselijk is. Een groot deel van het jaar zijn geparkeerde auto’s hier al afgeschermd door het riet. Bovendien is een ontwerpuitgangspunt dat de zichtas op de watergang zo veel mogelijk open moet worden gehouden. Naar aanleiding van deze zienswijze vindt geen aanpassing van het plan plaats; 3. a. Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze 1 onder punt 5 en de beantwoording van de reactie van het Waterschap in Hoofdstuk 4 van deze Reactienota zienswijzen Met de omstandigheid van inundatie in de bestaande situatie is daarbij rekening gehouden. Deze opmerking leidt niet tot aanpassing van het plan; b. Door indiener is opgemerkt dat over het gemaal in de plannen te weinig informatie is opgenomen.
Binnen de kaders van het (ontwerp)omgevingsplan zijn functies en bouwmogelijkheden toegekend. Een gemaal kan binnen de functies “Water” en “Groen” worden aangelegd. De exacte situering en afmeting wordt bij de civieltechnische uitwerking van de inrichting van het openbaar gebied bepaald. De plaatsing zal grotendeels ondergronds plaatsvinden en geeft geen overlast voor nabij gelegen woningen. Deze zienswijze vormt geen aanleiding om het plan aan te passen. 4. De door indiener ingebrachte opmerking over de Natuurtoets is terecht. Reeds voor de periode van ter inzage leggen van het ontwerp plan is opdracht verstrekt aan een onafhankelijk deskundig bureau. De resultaten worden verwerkt in het plan. De rapportage wordt opgenomen als bijlage bij de motivering. 5. De gemeente Deventer heeft met regelmaat overleg met de Provincie Overijssel over woningbouwplannen en regionale woonafspraken, waaronder over onderhavig plan. De keuze voor deze locatie ten koste van het landelijk gebied is tot stand gekomen in een interactief proces van Dorpsvisie en ontwikkelplan, waarvan de Provincie deel was. Uiteraard speelt mee dat inbreiding geen mogelijkheid was. Een motivering van de “Ladder voor duurzame verstedelijking” inclusief motivering van de woningbouwbehoefte is beschreven in paragraaf 5.12 van de motivering van het ontwerp TAM-Omgevingsplan.
Op het ontwerp TAM-Omgevingsplan heeft de Provincie Overijssel op 5 augustus 2024 schriftelijk meegedeeld; “Hartelijk dank voor het opsturen van ontwerp "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Oerdijk ong. (naast nummer 119) Lettele". Dit ontwerpplan past in ons ruimtelijk beleid. Er is dan ook geen aanleiding voor een zienswijze.”. Deze zienswijze vormt dan ook geen aanleiding voor aanpassing van het plan. Conclusie: De zienswijze is ontvankelijk. Naar aanleiding van punt 2 onder b (zie tevens onze beantwoording van zienswijze 1 onder punt 6 a, b en c) is ervoor gekozen het plan aan te passen, waarbij in bijlage 4 van de regels hagen worden toegevoegd waarvoor de voorwaardelijke verplichting ook geldt. Tevens wordt tegemoet gekomen aan de wens om geen grote openingen in de hagen toe te staan. Waar het gaat om het wateraspect is het plan aangevuld, mede naar aanleiding van zienswijze 1 en de reactie van het Waterschap. Naar aanleiding van zienswijze onder punt 4 zijn de plannen aangevuld met een ecologische rapportage over het NNN. De uitkomsten zijn verwerkt en de rapportage wordt opgenomen als bijlage bij de motivering. Voor het overige vormen de ingediende zienswijzen geen aanleiding voor aanpassing van het plan. Zienswijze 4 a.
De indiener van deze zienswijze meldt dat het indienen van de schriftelijke zienswijze volgt op mondelinge bezwaren die zijn gemaakt tijdens een van de vele bijeenkomsten in Lettele; b. Indiener wijst erop dat bij aankoop van hun woning door de gemeente is toegezegd dat het plangebied onbebouwd blijft. Indiener was verbaasd dat het bestemmingsplan enkele jaren geleden is gewijzigd voor de ontwikkeling van woningen. De indiener van deze zienswijze meent dat niet tijdig bezwaar kon worden gemaakt door de slechte communicatie hierover;; c. De indiener van de zienswijze meent gedurende circa 10 jaar overlast door bouwwerkzaamheden te kunnen ondervinden; Reactienota zienswijzen ontwerp TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22g Oerdijk ong. (naast nummer 119) Lettele en beeldkwaliteitsplan 9 September 2024
d.
e. f.
g.
De afweging van potentiële bouwlocaties is naar opvatting van reclamant niet zorgvuldig genoeg gebeurd; de locatie aan de oostrand ten zuiden van de Oerdijk is bijvoorbeeld afgevallen als locatie voor woningbouw, omdat het zou grenzen aan het Natuur Netwerk Nederland (NNN). Dit argument is echter ook geldig voor de gekozen locatie ten oosten van de Korenkamp; Indiener van de zienswijze heeft bij bijeenkomsten gewezen op de problematiek van hoge grondwaterstanden, vooral in het lager gelegen noordelijk deel van het gebied, en ziet in de ontwerp-plannen hier geen oplossing voor; De sfeer in de buurt is naar de mening van indiener aangetast; Vanwege de vele bezwaren die meerdere bewoners hebben aangekaart en de onbevredigende antwoorden die daarop gekomen zijn, is het leefgenot in de buurt aangetast. Indiener heeft er dan ook weinig vertrouwen in dat het gehele traject uiteindelijk een netto positieve uitkomst heeft voor Lettele in zijn geheel; Indien gewenst wil indiener deze brief graag mondeling toelichten.
Beantwoording a. De betrokkenheid van de indiener van deze zienswijze wordt gewaardeerd. Hoewel met participatie de kans groter is op een meer gedragen plan, is het niet zo dat bezwaren automatisch leiden tot planaanpassingen. Deze zienswijze vormt op zichzelf geen aanleiding om het plan te wijzigen; b. Op het moment van schrijven geldt het Bestemmingsplan Buitengebied, 1e herziening, van de gemeente Deventer, die door de raad is vastgesteld op 1 maart 2017. Publicatie en kennisgeving hieromtrent heeft op de wettelijk voorgeschreven wijze plaatsgevonden. De bedoelde gronden hebben nu nog de bestemming Agrarisch gebied met waarden – landschapswaarden, op basis waarvan geen woningen zijn toegestaan. Dit strookt met de wensen van indiener. Meer recent heeft de gemeente samen met diverse belanghebbenden en de inwoners van Lettele echter een traject doorlopen om te kunnen voorzien in een dringende lokale behoefte aan geschikte woningen, waarbij de planlocatie als meest gunstig naar voren is gekomen. Op meerdere momenten hebben bijeenkomsten in Lettele hierover plaatsgevonden. Als gevolg van een zich veranderende maatschappelijke en politieke context heeft de raad recent een nieuwe belangenafweging gemaakt en nieuwe keuzes gemaakt. De raad heeft daarbij met uitgebreide participatie een Dorpsvisie Lettele en Ontwikkelperspectief Lettele Oost vastgesteld.
Op deze openbare besluiten was inspraak en bezwaar mogelijk. Als uitwerking hiervan is een ontwerp TAM-Omgevingsplan Oerdijk ong. (naast nummer 119) Lettele met bijbehorende documenten opgesteld. Dit ontwerp is op de wettelijk voorgeschreven wijze gepubliceerd en lag van 26 juli tot en met 4 september 2024 ter inzage. Indiener heeft tijdig zienswijze ingediend. Deze zienswijze leidt niet tot een wijziging van het plan. c. Bij de toekomstige realisatie van het plan kan gedurende de dagperiode sprake zijn van hinder door werkzaamheden en/of het gebruik van (mobiele) werktuigen, zelfs als gebruik wordt gemaakt van de best beschikbare technieken. Die werkzaamheden vallen onder het normaal maatschappelijk risico en betreffen een tijdelijke situatie. Opgemerkt wordt dat ook de bij bestaande agrarische bestemming gebruik kan worden gemaakt van mobiele werktuigen met een bepaalde emissie en hetzelfde geldt voor het onderhoud aan watergangen, wegen of groenstroken, alsmede werkzaamheden aan het openbaar gebied in de eigen woonomgeving. Een dynamische maatschappij brengt een zich veranderende omgeving met zich mee. In Nederland wordt dit aangeduid als een normaal maatschappelijk risico. Garantie op rust of uitzicht op lange termijn is geen recht. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het plan; d.
De gemeenteraad heeft bij de vaststelling van de Routekaart Lettele gekozen voor de locatie Lettele Oost (ten noorden van de Oerdijk), waaraan een zorgvuldig proces met participatie ten grondslag heeft gelegen en meerdere locaties zijn afgewogen. Ter uitwerking hiervan heeft naderhand nog besluitvorming plaatsgevonden in de vorm van het Ontwikkelperspectief Lettele Oost en de vaststelling van het stedenbouwkundig plan/ Nota van Uitgangspunten. Bij het ontwerp TAM-Omgevingsplan Oerdijk ong. (naast nummer 119) Lettele staat de locatiekeuze niet meer ter discussie. De locatie ligt nabij het natuurgebied Oostermaet, dat onderdeel is van het NNN. De groenstrook binnen het plangebied behoort hier ook toe. Onderzocht is of de planontwikkeling gevolgen kan hebben voor de natuurwaarden. Verwezen wordt naar bijlage 3 en 4 van de motivering. Bij het ter inzage leggen van het ontwerp TAMomgevingsplan beschikten wij nog niet over de resultaten van het aanvullende natuuronderzoek. De resultaten over eventuele negatieve invloed op NNN-gebied tijdens de Reactienota zienswijzen ontwerp TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22g Oerdijk ong. (naast nummer 119) Lettele en beeldkwaliteitsplan 10 September 2024
e.
f.
g.
voorbereidings-, aanleg- en gebruiksfase worden verwerkt in het plan en hiermee wordt rekening gehouden. De rapportage wordt als bijlage toegevoegd aan de vaststellingsversie van het TAM-omgevingsplan. Door Bureau Hoogstraat is een waterhuishoudkundig plan opgesteld. Hierbij is aandacht besteed aan de bodemeigenschappen, grondwaterstanden, afwatering, etc. De waterparagraaf wordt hierop aangepast. Ook naar aanleiding van de reactie van het waterschap zijn er aanpassingen doorgevoerd over het wateraspect. Verwezen wordt naar hoofdstuk 4 van deze Reactienota Zienswijzen. In het plangebied waarop het ontwerp omgevingsplan betrekking heeft, wordt ruimte geboden aan water, waardoor rond het plangebied geen verslechtering optreedt. Meldingen van hoog grondwater kunnen worden ingediend bij het meldpunt openbare ruimte van de gemeente. Mede naar aanleiding van deze zienswijze is de watertoetsparagraaf in de motivering van het plan aangepast; Het betreurt ons te vernemen dat indiener een verslechtering van de sfeer ervaart. De gemeente heeft regelmatig met meerdere partijen overlegd, waaronder de inwoners van Lettele en specifiek de direct aanwonenden. Het is begrijpelijk dat een functieverandering niet voor iedereen louter positieve gevolgen met zich meebrengt. Deze ontwikkeling komt echter tegemoet aan een dringende behoefte aan lokale woningen in verschillende doelgroepen.
Daardoor draagt het ook bij aan het langer kunnen behouden van voorzieningen in de kern. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het plan. We zijn te allen tijde bereid nadere toelichting te geven en vragen te beantwoorden. De gemeente Deventer hanteert als handelswijze dat zienswijzen na ontvangst aan de raad bekend worden gemaakt. De Raadsgriffie stuurt alle indieners van zienswijzen een afschrift van deze (geanonimiseerde) Reactienota zienswijzen toe. Voorts benadert de Griffie u met de vraag of u wilt inspreken bij de raad. Indien u dit wenst, ontvangt u daar een uitnodiging voor en kunt u uw standpunten aan de raad kenbaar maken in de raadsvergadering.
Conclusie: Ten aanzien van de zienswijze onder punt d zal bij de vaststellingsversie het definitieve natuuronderzoek zijn toegevoegd en worden verwerkt in de motivering. Ook voor het wateraspect zal in de vaststellingsversie een aanvulling zijn opgenomen, mede naar aanleiding van de reactie van het waterschap, waarvoor verwezen wordt naar hoofdstuk 4 van deze Reactienota. Voor het overige vormen de zienswijzen geen aanleiding om het plan te wijzigen. Zienswijze 5 a. Indiener geeft te kennen belanghebbend te zijn en tevens zienswijze in te dienen namens de Stichting Land & Keuken (die zich inzet voor natuurrijke voedselproductie); b. In de motivering van het ontwerp plan leest indiener niet expliciet terug waarom van de Omgevingsvisie Deventer wordt afgeweken. Verzocht wordt om dit kenbaar te maken; c. Door de indieners wordt beargumenteerd dat er in Nederland geen tekort is aan woonruimte, maar dat er discrepantie is tussen vraag en aanbod en er als oplossing ook voor kan worden gekozen om de bestaande woningvoorraad efficiënter te benutten. In de Dorpsvisie Lettele 2.0 zou naar opvatting van indieners letterlijk vermeld staan dat dit streven ook van toepassing is op Lettele; d.
Het realiseren van dit plan frustreert in de ogen van indieners de zoektocht naar de aanpassingsmogelijkheden van de bestaande woningvoorraad en verzocht wordt om met omwonenden samen te kijken naar die mogelijkheden en daarna pas naar eventuele kleinschalige woningbouwlocaties; e. Doordat de gemeente heeft gekozen voor WVG op één specifieke locatie, is er naar opvatting van indieners geen sprake van volwaardige participatie op het plan. Het argument dat dit de enig mogelijke locatie zou zijn, wordt bestreden; f. De locatie Lettele Oost gaat ten koste van gronden waarop biologische landbouw plaatsvindt, dat nabij NNN ligt én waar kleinschalig coulisselandschap verloren gaat. Indiener verzoekt de raad om die redenen een pas op de plaats te maken voor belangenafweging van alle potentiële woningbouwlocaties rond Lettele; g. De indieners wijzen op het gebruik van de volkstuinen, waarvan volgens indieners een toekomstige behoefte van 3.000m2 volkstuinen blijft. Aangezien in het ontwerp TAMomgevingsplan een kleinere locatie voor volkstuinen is opgenomen, wordt de raad verzocht om te helpen zoeken naar een locatie waar in de resterende behoefte kan worden voorzien; Reactienota zienswijzen ontwerp TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22g Oerdijk ong. (naast nummer 119) Lettele en beeldkwaliteitsplan 11 September 2024
h. Indieners dragen de suggestie aan om de volledige moestuinlocatie als overgang naar het bos in stand te laten; i. Hoewel een gefaseerde woningbouw is beoogd, wordt dat principe naar de mening van indieners mogelijk losgelaten uit kostenoverwegingen. Verzocht wordt om de fasering te borgen in regels; j. Het verkennend bodemonderzoek bevat volgens indieners resultaten op basis waarvan sprake is van verontreiniging en daarom worden vragen gesteld over de risico’s voor de gezondheid; k. Door de indiener wordt de Natuurtoets gemist die vanwege het NNN-gebied Oostermaet benodigd is; l. De indieners dragen aan dat er geen externe werking geldt voor het NNN-netwerk, maar dat het vanwege een goede ruimtelijke ordening of fysieke leefomgeving wel nodig is om na te gaan of kenmerkende waarden niet worden aangetast. Die staan vermeld in de rapportage van Ecogroen en het Natuurbeheerplan Overijssel 2024.In de beleving van indieners is duidelijk dat die beschreven waarden vanwege de woningbouwontwikkeling worden aangetast. Verzocht wordt aan te geven hoe hiermee wordt omgegaan; m. In het onderzoek van Ecogroen staan maatregelen om enkele bijzondere beschermde soorten in stand te houden. Indiener vraagt hoe geborgd wordt dat dit bij de inrichting openbare ruimte op termijn behouden blijft? n.
In aanvulling hierop vraagt indiener naar hoe wordt geborgd dat tuinverlichting geen verstorende werking heeft op flora en fauna van de houtwal? o. Indiener is verbaasd dat in de rapportage van Ecogroen geen melding is gedaan van de Raaf als aanwezige beschermde soort, terwijl deze hier volgens indiener regelmatig voorkomt. Indiener vraagt naar de maatregelen die worden getroffen om te voorkomen dat het nestel- en leefgebied van deze soort in natuurgebied Oostermaet wordt beschermd. Beantwoording a. Indieners hebben tijdig een ontvankelijke zienswijze ingediend. b. Volgend op de Omgevingsvisie Deventer is voor Lettele het Ontwikkelperspectief Lettele Oost vastgesteld (24 mei 2023) als Structuurvisie in het kader van de Wro. Daarmee vormt dit het actuele beleidskader en uitgangspunt. Het Ontwikkelperspectief volgt op een traject waarbij samen met diverse partijen, waaronder de inwoners van Lettele, is gekomen tot een Routekaart Lettele. In netgenoemde stukken staan de argumenten vermeld waarom een gefaseerde toevoeging van nieuwe woningen op de planlocatie wenselijk is. Het ontwerp TAM-Omgevingsplan borduurt voort op die keuzes. Dit is in de motivering verwoord. Het blijft los van het omgevingsplan mogelijk om bestaande woningen in Lettele meer geschikt te maken voor die doelgroepen waaraan behoefte is. Bestaande woningen zijn echter al positief bestemd.
Het nu ter inzage liggende ontwerp TAM-Omgevingsplan gaat daar niet over. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het plan; c.en d. Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze 5b (hierboven). Parallel aan het ontwikkelen van Lettele Oost om te voorzien in een passende behoefte en voor het kunnen behouden van voorzieningen ter plaatse, kan tevens worden gezocht naar het omvormen van bestaande woningen. Deze zijn vooral in particulier bezit. De betreffende woningeigenaren kunnen met de gemeente in gesprek treden over het omvormen. Dit laat echter onverlet dat de raad besloten heeft om Lettele Oost gefaseerd te ontwikkelen tot woningbouwlocatie. De woningbehoefte is urgent. In Lettele Oost is een locatie gevonden die voor een middellange termijn (door gefaseerde ontwikkeling) kan voorzien in de lokale behoefte. Deze zienswijze vormt geen aanleiding om het plan te wijzigen; e. De Routekaart Wonen & Voorzieningen Lettele vormt de basis voor onderhavig plan. Destijds is ten eerste onder de inwoners van Lettele de lokale woonbehoefte gepeild waarmee de kwantitatieve opgave (in aantallen woningen en doelgroepen) is geformuleerd. Op basis van de daarvoor benodigde ruimtevraag zijn vervolgens door de gemeente diverse locaties van geschikte omvang, zowel aan de oost- als de westzijde van het dorp, op haalbaarheid onderzocht. Dit is op integrale wijze gebeurd.
Zo is bijvoorbeeld gekeken naar stedenbouw, landschap, maar ook de milieuaspecten zoals de ligging van gronden ten opzichte van omliggende bedrijven. De locatie Lettele-Oost kwam uit dat onderzoek als meest kansrijk naar voren. Om speculatie te voorkomen heeft de gemeente specifiek op de percelen Lettele-Oost het Voorkeursrecht gevestigd. Het is gebruikelijk dat dit plaatsvindt vóór definitieve locatiekeuze en openbare besluitvorming daarover. Dit om tussentijdse speculatie en prijsopdrijvende effecten (met alle daaropvolgende maatschappelijke kosten van dien) te Reactienota zienswijzen ontwerp TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22g Oerdijk ong. (naast nummer 119) Lettele en beeldkwaliteitsplan 12 September 2024
f.
g.
h. i.
j.
voorkomen. Het voorkeursrecht is echter een zwaar instrument en grijpt direct in op de mogelijkheden voor perceeleigenaren. Het wordt door de gemeente daarom enkel gericht ingezet. Na vestiging van het voorkeursrecht heeft de gemeenteraad het besluit genomen de Routekaart vast te stellen, en op dat moment pas definitief gekozen de locatie Lettele-Oost te ontwikkelen voor woningbouw. De raad heeft hierbij in het kader van een goede ruimtelijke ordening een integrale (ruimtelijke) afweging gemaakt. Ook heeft de raad in deze besluitvorming de alternatieve locaties zoals aangedragen door een aantal betrokken uit Lettele meegewogen. Zowel tijdens het proces Routekaart, als ook tijdens het daaropvolgende proces in het kader van de verdere ontwikkeling van Lettele-Oost heeft doorlopend participatie plaatsgevonden, op basis van het niveau informeren en raadplegen. Met de vaststelling van de Routekaart Wonen & Voorzieningen Lettele en het Ontwikkelperspectief Lettele Oost heeft de raad keuzes gemaakt over woningbouwontwikkeling in Lettele. Daarbij zijn diverse belanghebbenden betrokken en belangen afgewogen. Bij de Routekaart Wonen & Voorzieningen Lettele (vastgesteld juni 2022) zijn 3 locaties beschouwd. De locatie van de dorpsschool en de supermarkt in Lettele bleken relatief gering van omgang, waardoor het beoogde programma bij lange na niet haalbaar was.
Bovendien bleken deze locaties niet op korte termijn beschikbaar te zijn. Om verschillende redenen lag voor een aantal andere locaties die in beeld waren gebracht woningbouw toen niet voor de hand. Door de agrarische bedrijven aan de westkant van Lettele lagen daar milieubelemmeringen vanuit de Wet geurhinder- en veehouderij. In die situatie kunnen op die locaties geen of maar voor een deel woningen ontwikkeld worden. Daarbij komt dat woningbouwlocaties die grenzen aan de dorpskern afbreuk doen aan het zicht op het beschermde dorpsgezicht (kerk, monumentale bomen en historische bebouwing van de erven), de beleving van de Letteler enk en de daar aanwezige historische erven. Voor de locaties ten noorden van de Kapelweide speelt dat minder, maar ook hier liggen milieubelemmeringen. Locaties ten zuiden van Lettele liggen meer op afstand van het dorp. Bovendien liggen ze of aan het bedrijventerrein of in een landschappelijk en natuurlijk waardevol gebied. De ontwikkeling aan de oostrand ten zuiden van de Oerdijk viel af omdat ontwikkeling te veel impact heeft op het landschap met de Lettelerleide, dat bovendien direct grenst aan het Natuur Netwerk Nederland (NNN).
Bij het Ontwikkelperspectief gaat het om de plaatselijke randvoorwaarden en de stedenbouwkundige hoofdstructuur voor het plan, het raamwerk, waarbij de kans bestond om de oostrand van de bestaande woonwijk richting landschap te verbeteren en de bestaande houtwal daarbij aan te wenden Het TAM omgevingsplan betreft een uitwerking van de keuzes die met netgenoemde documenten zijn gemaakt. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het plan; Indien blijkt dat sprake is van een grotere behoefte aan volkstuinen dan waarin door de plannen wordt voorzien, dan kan bij de gemeente een verzoek worden ingediend om ook elders volkstuinen toe te staan. Op het moment van schrijven is dit niet aan de orde. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het plan; Het behoud van een deel van de volkstuinen op deze locatie is in de planvorming opgenomen. Voor het overige wordt verwezen naar de beantwoording van punt g. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het plan; De fasering en de uitgifte regelen we niet in het omgevingsplan. De locatie is eigendom van de gemeente. Eerder dit jaar stelde de gemeenteraad daarom een zogenaamde grondexploitatie vast. In die grondexploitatie (en de financiële consequenties) is een stapsgewijze uitvoering van het plan tot medio 2030 uitgangspunt, waarbij gebouwd wordt naar lokale behoefte. Dat principe is leidend.
Met gefaseerde ontwikkeling kan zo veel mogelijk maatwerk worden geleverd bij het voorzien in de behoefte en marktomstandigheden. Het opnemen van regels over de snelheid van die fasering werkt daarbij mogelijk belemmerend voor lokale woningzoekenden en CPOinitiatieven. Bovendien wordt het voordeel of belang gemist dat is gebaat bij het opnemen van regels over fasering. Bij de daadwerkelijke uitgifte krijgt de fasering nadere uitwerking. Deze opmerking leidt niet tot aanpassing van het plan; In bijlage 2 bij de motivering van het plan is het bodemonderzoek opgenomen. Hoofdstuk 5 daarvan bevat de samenvatting, conclusie en het advies. Daarin is vermeld dat de aangetroffen (licht verhoogde) waarden in het grondwater geen aanleiding zijn voor aanvullend onderzoek, aangezien er vanuit historisch onderzoek geen aanleiding is specifieke (vervuilings)bronnen te verwachten. De aangetroffen waarden vormen geen risico voor de gezondheid en de bodem is geschikt voor het gebruik als woonpercelen. De betreffende
Reactienota zienswijzen ontwerp TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22g Oerdijk ong. (naast nummer 119) Lettele en beeldkwaliteitsplan 13 September 2024
k l. m.
n.
o.
waarden vormen geen belemmering voor de planvorming. Bovendien zullen te zijner tijd bij het aanvragen van de omgevingsvergunningen voor de diverse woningen nog bodemonderzoeken worden uitgevoerd waarmee deze conclusies kunnen worden geverifieerd. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het plan; Een aanvullend ecologisch onderzoek is verricht naar de mogelijke negatieve effecten op NNN-gebieden. De resultaten hiervan worden verwerkt in het plan en hiermee wordt rekening gehouden. De rapportage wordt bijgevoegd als bijlage bij de motivering. Door Ecogroen is een aanvullende Natuurtoets uitgevoerd. Zie de beantwoording van de zienswijze onder punt k. hierboven; In het TAM-omgevingsplan is er onderscheid gemaakt in Groen, Water en Natuur. Binnen die functies is een inrichting met beschermde soorten mogelijk. Bij de inrichting openbare ruimte door de gemeente, die de gronden in eigendom heeft, worden de maatregelen die Ecogroen voorstelt, in acht genomen. Hiervoor zijn middelen gereserveerd en er is geen sprake van belemmeringen. Op die manier wordt voldaan aan de wettelijke bepalingen. Het is vaste jurisprudentie dat dit dan geen borging in de regels meer behoeft. Verwezen wordt naar de uitspraak van 21 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3384 waarin o.a. verwezen wordt naar de uitspraak van 23 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:784.
Desalniettemin kunnen externe omgevingsfactoren (van het buiten het plangebied, zoals weersinvloeden en depositie van stoffen door de lucht of door water afkomstig van elders e.d.) mede bepalen of een soort ter plaatse kan overleven of niet. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het plan Door een onafhankelijk deskundig bureau is aanvullend onderzoek verricht naar mogelijke negatieve effecten op NNN-gebieden. De resultaten worden verwerkt in het plan en hiermee wordt rekening gehouden. De rapportage wordt als bijlage bij de motivering gevoegd. Met het in acht nemen van de resultaten is zeker gesteld dat geen negatieve effecten optreden. De Raaf is mogelijk door Ecogroen niet opgemerkt tijdens het veldbezoek en/of de bureaustudie. De Raaf nestelt in hoge bomen en heeft een leefgebied dat bestaat uit bossen, heide en (extensieve) landbouwgebeden. Voor het zoeken van voedsel bestrijken ze grote afstanden. Het landbouwperceel waar de woningen gebouwd gaan worden, vormt geen essentieel leefgebied voor de raaf. Wel kan de ontwikkeling van het plangebied mogelijk voor verstoring van NNN-waarden (van de houtwal en de Oostermaet) zorgen (bijvoorbeeld door meer betreding door bewoners van de wijk). Met het aanvullend onderzoek is beschouwd hoe dit kan worden voorkomen en de maatregelen worden genomen.
Conclusie Mede naar aanleiding van de ingebrachte punten onder k, l, m, n en o is door een onafhankelijk deskundig bureau aanvullend ecologisch onderzoek gedaan. Met de resultaten wordt rekening gehouden in en bij uitwerking van het plan. De rapportage wordt opgenomen als bijlage bij de motivering.
2.1
Nagekomen reacties (geen zienswijzen):
A.
Het aangegeven bouwblok voor de rug aan rug woningen aan de noordzijde van het plan geeft geen ruimte om de woningen een kwartslag te draaien, dat vanwege zonlicht gunstiger is. Om dit mogelijk te maken zijn ruimere bouwvlakken nodig. Beantwoording: Het hoeft niet te gaan om rug-aan-rugwoningen. Hier kunnen ook rijwoningen met smalle beukmaat worden gerealiseerd. Binnen de aangegeven ruimte is het aan de CPOgroep, dan wel de ontwikkelaar van het bouwplan om een passend ontwerp te bedenken. Deze opmerking leidt niet tot aanpassing van het plan. Op het middenvlak aan de noordzijde van het plan zijn 3 blokken rijwoningen middeldure koop ingetekend. Het gaat om 14 middeldure verandawoningen zonder tuin. Er zijn slechts 5 middeldure koopwoningen met tuin. Verzocht wordt om de mogelijkheid te beschouwen om 1 blok om te ruilen met een blok huurwoningen met tuin. Beantwoording: De uitstraling van een rij sociale huurwoningen is niet uitwisselbaar met die van de verandawoningen in het middengebied. Zo is sprake van een andere bouwhoogte en bouwmassa, uitgaande van het programma van eisen van De Marke. Bovendien is bij verandawoningen sprake van treden voor de toegang van de veranda naar het waterretentiegebied en is er geen achterom. Dit heeft te maken met de benodigde waterberging in dit deel van het plan.
In dit plan zijn sociale huurwoningen bewust gesitueerd met de tuinzijde naar de richting van de houtwal, zodat het onderhoud en beheer van die
B.
Reactienota zienswijzen ontwerp TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22g Oerdijk ong. (naast nummer 119) Lettele en beeldkwaliteitsplan 14 September 2024
tuinen niet direct invloed heeft op de beleving van de openbare ruimte. Voor verandawoningen geldt dat deze een alzijdige uitstraling hebben. Dit kenmerk is van wezenlijk belang voor het kunnen garanderen van de beoogde ruimtelijke en beeldkwaliteit in en rond de centraal gelegen weide. De verandawoningen hebben een kaveloppervlak ten minste 107 m². Wanneer het maximale bebouwingspercentage wordt aangehouden in combinatie met een gemiddelde woningdiepte van 9m, dan blijft op het kavel een ruimte van ten minste 30m² beschikbaar voor een privé terras/veranda aan de achterzijde van de woning. Aan het verzoek wordt dan ook niet tegemoet gekomen.
Reactienota zienswijzen ontwerp TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22g Oerdijk ong. (naast nummer 119) Lettele en beeldkwaliteitsplan 15 September 2024
3
Ambtshalve wijzigingen
Het ontwerp TAM-Omgevingsplan is ambtelijk nogmaals gecontroleerd. Hieruit komen een aantal omissies naar voren, die hersteld dienen te worden: A. De functie Water bevat Bouwregel 23 en bouwregel 25. Hoewel de bouwregels over elkaar zijn gelegd is dit hier nog niet conform de standaard wijze van bestemmen van de gemeente Deventer gedaan voor de functies Water en Groen. Dit wordt aangepast, waarbij de functie Water ook komt te liggen op de taluds met de functie Groen; B. Wonen – Lettele Oost met Bouwregel 16 -Lettele Oost; Gelet op het detailniveau van het plan kunnen de niet-woonfuncties uit artikel 16.1 geschrapt worden: b, c, d, e, f, g, k en l. In het noordelijk plandeel, waar sba-6 van toepassing was, worden de functies Wonen en Groen over elkaar gelegd, echter zonder Bouwregel – 25. De gewenste functies (groenvoorzieningen, paden, etc.) zijn dan mogelijk in dit noordelijk deel, waardoor (binnen kaders) een flexibele invulling mogelijk is. De bouwmogelijkheden blijven gelijk ten opzichte van het ontwerpplan, omdat alleen bouwregel – 16 – Lettele Oost hier van toepassing blijft. Het aantal woningen staat vast en de woningen kunnen alleen gebouwd worden binnen het bouwvlak. Dit wijzigt dus ook niet ten opzichte van het ontwerpplan. C. Volgens Bouwregel 16 – Lettele Oost geldt standaard een maximum bebouwingspercentage van 60% tenzij op de kaart anders is aangeduid.
Andere maximum bebouwingspercentages dienen dus op de kaart te worden aangeduid. Uitzondering vormt de bouwregel voor sba-6, aangezien deze bij wijze van uitzondering niet wordt gemeten over het bouwvlak, maar over het bouwperceel. Om die reden is het percentage van 50% voor sba-6 wél in de regels vervat. In de motivering wordt dit benadrukt. Overigens zijn de percentages per specifieke bouwaanduiding nader beschouwd en dit leidt dit tot het opnemen van de volgende maximum bebouwingspercentages op de kaart: sba 1 niet meer dan 50% sba 2 niet meer dan 50% sba 3 niet meer dan 80% sba 4 niet meer dan 50% sba 5 niet meer dan 70% sba 6 niet meer dan 50% (niet op de kaart, maar in de regels) sba 7 niet meer dan 70% ; D. In het ontwerp-plan is de specifieke bouwaanduiding - zichtlijn opgenomen. Deze specifieke bouwaanduiding en bijbehorende regels worden nu geschrapt. Uit jurisprudentie blijkt namelijk dat dit zo niet houdbaar is. Het open houden van de gronden door de gronden niet uit te geven is evenmin wenselijk. Afgezien wordt van de wens om de doorzichten te borgen. Vertrouwd wordt op dat toekomstige bewoners de kwaliteit in het gebied zelf willen behouden, waaronder het behoud van dorpse doorzichten; E. Het werken met de specifieke bouwaanduiding 1 tot en met 9 maakt de regels lastig leesbaar.
Deze worden aangepast als volgt: Sba – vrijstaand 1 (tm 4) Sba – aaneen 1 (tm 3) Sba – rug-aan-rug en aaneen Sba – twee-aaneen. Artikel 19.2 b4: De regel wordt aangepast, zodat aaneen bouwen ook mogelijk is, dus zowel rug-aan-rug als aaneen; F. Aan de regels wordt toegevoegd dat aan- en uitbouwen, bijgebouwen, overkappingen en carports ter plaatse van sba-1, sba-2, sba-4, sba-5, sba-8 en sba-9 op minimaal 1 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw dienen te worden gebouwd; G.. Artikel 19.2.d. Voor Sba 1 en Sba 2 was niet bepaald wat de minimale of maximale afstand is van de naar de weg gekeerde gevel tot de voorste bouwgrens. De afstand van de voorgevel van een hoofdgebouw tot de voorgevelbouwgrens mag ter plaatse van de aanduiding: sba 1 niet meer bedragen dan 2 m; sba 2 niet meer dan 2 m; sba 3 niet meer dan 2 m; sba 4 niet meer dan 1 m; sba 5 niet meer dan 2 m; sba 6 niet van toepassing, vrije indeling mogelijk; Reactienota zienswijzen ontwerp TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22g Oerdijk ong. (naast nummer 119) Lettele en beeldkwaliteitsplan 16 September 2024
H.
I.
J.
K.
sba 7 niet meer dan 2 m; sba 8 niet meer dan 1 m; sba 9 niet meer dan 1 m. In de begrippen wordt opgenomen: 1.x voorgevel-bouwgrens de naar de weg of naar het openbaar gebied gekeerde bouwgrens dan wel de bouwgrens gelegen ter plaatse van de op de verbeelding aangeduide 'specifieke bouwaanduiding voorgevel'; Artikel 19.2.c1 wordt geschrapt. De regel betreft de naar de weg gekeerde gevel(s) en de voorste bouwgrens aan de wegzijde. Voor Sba-5, 6, 7 en 8 was geen maximale oppervlakte van het hoofdgebouw bepaald. In die gevallen geldt er geen maximale oppervlakte, anders dan die van het vlak op de kaart. Voor sba 5, 7 en 8 is het maximum bebouwingspercentage mede bepalend voor de bouwmogelijkheden. In de motivering (juridische planbeschrijving) wordt dit kort toegelicht. Artikel 19.2 g. De mogelijkheid wordt opgenomen voor een extra tweekapper op de PO kavels in het noordelijk plandeel (meest noord-west) naast de grote parkeerkoffer in plaats van twee vrijstaande woningen. Deze kavels kunnen samen wat kleiner ten gunste van meer ruimte voor een vrijstaande woning in de bocht van de weg aan het brinkje. Zo wordt aan de wens tegemoet gekomen om meer tweekappers mogelijk te maken - in totaal 4 van de 13 woningen. Dit wordt op de kaart en in het beeldkwaliteitsplan aangepast.
In de Verordening fysieke leefomgeving is voor hemelwaterberging 20mm opgenomen, waarover goed is nagedacht én dat nu onderdeel uitmaakt van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Deze blijft gelden voor de kavels van woningen. Uit het specifiek voor deze locatie opgestelde Waterhuishoudelijk plan en de in afstemming met het Waterschap is echter ook vereist dat 80mm/m2 hemelwater kan worden geborgen. Dit laatste is verankerd in artikel 11.4. In de motivering van het plan zal dit worden benadrukt. De definitie van een sociale koopwoning komt te luiden als volgt: ”koopwoning met een koopprijs vrij op naam tot maximaal 250.000,- euro (prijspeil 2024)”. Artikel 1 lid 63, lid 64 en lid 65 worden geschrapt. Het verdwijnen van het onderscheid tussen sociale koopwoningen laag, midden en hoog komt voort uit de prijsgrenzen zoals die worden gehanteerd in het recent door het college vastgestelde volkshuisvestingsprogramma. Artikel 23.1.1.c. blijft behouden, met de bepaling dat minimaal 20% van de woningen moet bestaan uit sociale koopwoningen. De regels over (collectief) particulier opdrachtgeverschap blijven behouden. Artikel 21.1.3 stelt regels over de instandhoudingstermijn van dit woningtype. De toewijzing op basis van inkomensniveau en instandhoudingstermijn is vastgelegd in de Verordening doelgroepen woningbouw Deventer 2019.
Vanwege een omissie in de Huisvestingswet 2014 ontbreekt de juridische grondslag om sociale koopwoningen, op basis van de doelgroepenverordening, toe te wijzen aan een doelgroep. Ook voor de instandhoudingstermijn ontbreekt deze juridische grondslag in de doelgroepenverordening. Voor Deventer betekent dit dat het deel van de doelgroepenverordening dat toeziet op het toewijzen van sociale koopwoningen aan een inkomensdoelgroep én het deel dat toeziet op de instandhoudingstermijn van sociale koopwoningen onverbindend zijn en komen te vervallen. Vanwege het ontbreken van de juridische grondslag komen de volgende artikelen in het omgevingsplan te vervallen: Artikel 23.1.2.b, c en d worden geschrapt. Artikel 23.1.3.b. wordt geschrapt. In de motivering kan overal waar “goedkope” in relatie tot koopwoningen staat, worden vervangen door “sociale”. Sinds 1 januari 2024 is het op basis van de gewijzigde Huisvestingswet wél mogelijk de toewijzing en instandhouding van sociale koopwoningen te regelen. Dit kan door regels te stellen in een Huisvestingsverordening. De gemeente Deventer is bezig met de aanpassing