CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-09-25 Transcript Raadsvergadering Gemeenteraad Deventer 25 september 2024

Raadsvergadering 25 september 2024, gemeente Deventer19.766 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

TRANSCRIPT VAN DE RAADSVERGADERING VAN GEMEENTE DEVENTER d.d. 25 september 2024

Opening (eerste deel opname ontbreekt) De voorzitter opent de raadsvergadering en meldt dat de raadsleden Te Boekhorst, Van der Meulen, De Kok en Van den Nieuwenhof afwezig zijn. Er zijn geen vragen voor het vragenkwartier ingediend en er zijn geen hamerstukken geagendeerd. Debatstukken 1.

Voorkeursrecht HS-MS station Baarlerhoek – Zuid

De voorzitter: Wij beginnen met het agendapunt Voorkeursrecht HS-MS station Baarlerhoek-Zuid. De ChristenUnie en Deventer Belang hebben een amendement en motie ingediend. De heer De Niet zal het amendement en de motie toelichten. Ga uw gang. De heer De Niet: Ja. Het is ook nog even wennen. En het is ook een beetje zo’n koude start zo. Meestal heb je met de hamerstukken, kom je er even een beetje in. Maar nu is het gewoon hup, meteen gaan. Ja, we zitten, ik heb een amendement ingediend, samen met de heer Kleine Schaars van Deventer Belang en mede-indieners, de heer Ahmet Kaya van DENK en Kitty Schmidt van Deventer Sociaal. Uiteindelijk, het gaat over het vestigen van voorkeursrecht. Dat is een nuttig middel voor ons als gemeente. Het helpt ook, om grip te krijgen op gebiedsontwikkeling. En het is een, het helpt om te voorkomen, dat er ontroerende, onroerende goederen in handen komen van speculanten, die onze belangrijke keuzes en beleid in de weg zouden kunnen zitten. Maar het is ook een zwaar middel, want het perkt het eigendomsrecht in. En ik denk, dat als we een betrouwbare overheid

2 willen zijn, dat we daar terughoudend moeten zijn in het toepassen van het middel. Zeker, bij particulieren. Er zit hier een particulier in deze, dit voorstel. En het gaat om het perceel van familie Koning. Wat ons betreft, is het helemaal niet nodig om op dat perceel, de WVG op te leggen, het voorkeursrecht op te leggen. Want het tegengaan van speculatie, wat het belangrijkste argument is, is helemaal niet van toepassing op dit perceel. Want grond met bestemming wonen, wat dit perceel is, heeft, dat heeft een hogere waarde dan de bestemming nutsvoorziening. Dus alle verschillende gemeentes, provincies, overheden publiceren één keer per jaar een grondprijzenlijst en daaruit blijkt duidelijk dat en dat is al jaren zo, dat die tarieven behoorlijk uiteen liggen. Dus de kans op speculatie is hier minimaal. Sterker nog als we, daar een ontwikkeling komt, of het nu andere woningbouw is of in dit geval een nutsvoorziening, dan heeft het een negatieve waarde op de waarde van dit perceel. Dus het zou een beetje vreemd zijn, om daar dan mee te gaan speculeren. En een ander belangrijk argument is, dat er genoeg vierkante meters of genoeg oppervlakte is op de andere percelen binnen deze WVG. Een tweede argument is ook, dat het niet effectief is in dit geval. Er zijn, uiteindelijk is de WVG een instrument van een zekere achterdocht.

De familie heeft hier zelf aangegeven, dat ze juist hier willen, graag willen blijven wonen en ook willen meepraten over de ontwikkeling. Bij de inspraak bleek ook duidelijk, de emotionele impact die dat, die de WVG toch heeft. We kunnen daar luchtig over doen in zekere zin zo van, het is maar een WVG. Je hoeft niet te verkopen, maar als je verkoopt, moet het aan ons. Maar het voelt toch als een soort eerste stap richting onteigening. En ik snap heel goed, dat dat zo werkt. Dat is juist de reden, waarom we daar ook voorzichtig mee moeten zijn. En in die vervolggesprekken, die ook de betrokkenen graag willen, voelt, dan zit je anders aan tafel met een machtige partij als de gemeente en een partij als TenneT. Dat is op zich al ingewikkeld genoeg. En met zo'n WVG ja, op zak om het zo maar eens te zeggen, sta je op een extra achterstand. Dat voelt toch een beetje als participatie, met het mes op tafel. En dat is eigenlijk de reden, dat wij deze motie nu, dit amendement hebben ingediend. Afrondend, wethouder heeft het al aangegeven, dat hij de WVG er zo snel mogelijk af wil halen. Als dat kan. Het zou denk ik goed zijn, als hij die toezegging ook nog hier zou herhalen, maar dat is wel belangrijk. Maar met dit amendement draaien we het eigenlijk om. Laten we gewoon geen WVG opleggen, laten we uitgaan van vertrouwen. En als het later alsnog nodig blijkt, kunnen we dat alsnog doen.

De voorzitter: Dank u wel, de heer De Niet. Reacties vanuit de raad op dit amendement? De heer Van Straaten. De heer Van Straaten: Dank u, voorzitter. Die laatste zin van de heer De Niet, vond ik toch wel lastig. Als het uiteindelijk toch nodig is, laten we het dan alsnog doen. Leidt dit amendement dan niet tot een zekere zin van valse hoop wekken, aan de mensen om wie het hier gaat? Als je wellicht dan nu dat gebied eruit haalt, dat perceel en het later misschien alsnog weer moet toevoegen. Is dat niet heel erg onduidelijk voor de inwoners, om wie het gaat? De voorzitter: De heer De Niet, ga uw gang. De heer De Niet: Ja, volgens mij, is er sowieso veel onduidelijk over de ontwikkeling in dat gebied. Juist daarom, is het belangrijk om dat participatieproces en het betrekken van alle belangen, goed te organiseren. En ik denk dat dat beter gaat, zonder deze WVG op dit perceel. dan zit de familie Koning meer gelijkwaardig aan tafel. Voor de ontwikkeling uiteindelijk hè, de, in dat gebied, maar ook andere ontwikkelingen binnen de gemeente Deventer. Dat is zo, het is in die zin, de toekomst is sowieso onzeker. Alleen, zit je wel meer gelijkwaardig aan tafel. De voorzitter: Verdere reacties nog? Mevrouw Scholthof, ga uw gang. Mevrouw Scholthof: Dank u wel, voorzitter.

De heer De Niet benoemt denk ik best wel terecht, de emoties die bij deze familie natuurlijk spelen op het moment, dat zij de brief op hun deurmat hebben gekregen. Dat begrijp ik ook heel erg. Maar als we nu even kijken, puur naar het instrument WVG. De familie heeft aangegeven, dat zij hun perceel niet willen verkopen. Is de heer De Niet het dan met mij eens, dat ja, het Wet voorkeursrecht gemeenten in principe hun belang in dit geval, niet schaadt? De voorzitter: De heer De Niet.

3 De heer De Niet: Ja, en nee. Dat heb ik geprobeerd ook wel te duiden. In de zin, dat ja, het voelt toch wel een beetje als participeren met het mes op tafel. We weten niet, hoe lang deze WVG hierop zal liggen. Het is natuurlijk bedoeld, om TenneT te verleiden ook om in Deventer aan de slag te gaan, met een HSM-station. Maar we weten niet, hoe lang dat duurt. Is dat over drie maanden, of is dat over drie jaar hè. Dus de periode kan best wel lang zijn. En een periode van drie jaar is misschien voor ons als gemeente voor planvorming, heel prima. Maar ja, ik denk dat het voor een particulier best wel weer, als een behoorlijke beperking kan gelden. Dus wethouder kan ook wel toezeggen, het college kan toezeggen, dat ze het zo snel mogelijk afhalen. Maar ze weten zelf ook niet, hoe snel dat zal zijn. Dus ik denk, in zeker zin is het, de impact beperkt. Ja. Maar aan de andere kant, ook weer niet. De voorzitter: Dank u wel. De heer Varenbrink. Oh sorry, mevrouw Scholthof nog. Ga uw gang. Mevrouw Scholthof: Dank u wel, voorzitter. Dan nog één andere vraag, beetje in hetzelfde stramien. De heer De Niet benoemt heel erg het gevoel van, het voelt als een eerste stap naar onteigening. Maar de heer De Niet is het toch met me eens dat, ik denk, dat de gemeente Deventer helemaal niet zou overgaan tot onteigenen. Dat is een heel streng middel. Maar stel, een gemeente doet dat.

Dat, of er nu wel of niet een WVG op ligt, dat dat in principe geen verschil maakt. De voorzitter: De heer De Niet. De heer De Niet: Ja, het klopt helemaal. Maar toch, in de gesprekken die nu gaan starten, die participatie over de inrichting van het gebied. Ja, voelt. Je zit toch anders aan tafel, als die WVG er niet op ligt. Want je wordt al, je zit wel iets meer klem, om het zo maar eens te zeggen hè. Dus er zit wel een, de gemeente zegt wel, ja, als je je perceel wil verkopen, dan is dat wel aan ons. Dus je hebt minder vrijheid hè. Je beperkt wel het eigendomsrecht, wat ook best wel belangrijk is denk ik, zeker voor particulieren. Ja, dus ik denk, dat dat belangrijk is om daar heel zorgvuldig en terughoudend in, mee om te gaan als overheid, als dat niet nodig is. En ik denk echt, dat dat hier gewoon niet nodig is, omdat die hele speculatie niet aan de orde is. De voorzitter: Goed, dank u wel. Dan, naar de zijde van het college? Wethouder Van Essen, graag een reactie op dit amendement. De heer Van Essen: Ja, voorzitter, dank. Misschien om te beginnen en daar hebben we denk ik, in de beeldvormende en oordeelsvormende sessie ook bij stilgestaan wat dit betekent voor inwoners, die daardoor geraakt worden. Hoe wij daar ook vanuit het college mee om zijn gegaan en naartoe zijn gegaan. En ook begrijpen dat uw raad, dat ook gewoon meeweegt. Dat, alle begrip daarvoor.

En ook voor de familie, hopelijk in de beeldvormende en oordeelsvormende sessie ook genoeg gehoord, dat zij gezien worden. Dat is even belangrijk om te noemen, voordat we de inhoud induiken. Dan het amendement. Ja, het zal niemand verrassen gezien de beeldvormende en oordeelsvormende sessie, dat het college dat ontraadt. Heeft te maken met een gigantische opgave, waarin we Tennet proberen hier aan tafel te krijgen om hier zo snel mogelijk aan het werk te gaan in Deventer en ons te voorzien, van een verzwaard netwerk. En zoals daar ook al aangegeven, deelt het college niet de opvatting, dat we dit gebied op dit moment kunnen verkleinen. Daar hebben wij geen informatie voor, dat dat zomaar zou kunnen. Hoewel, we de wens uiteraard ook wel begrijpen, heb ik ook aangegeven dat en dat herhaal ik graag, dat zo gauw wij informatie hebben dat we dit perceel kunnen verkleinen en met name richting de woonbestemming, om dat eruit te halen. Dat we dan zo snel mogelijk, ook een nieuw voorstel aan de raad willen doen. Verwacht ook, dat we bij de Netvisie die TenneT eind van dit jaar, begin volgend jaar publiceert, dat dat ons ook weer meer duidelijkheid geeft. En dat gaat ook helpen. Dan even specifiek op het amendement. Het amendement zoomt heel erg in op speculatie, wel of niet. Volgens mij, kunnen wij hier ook niet in de zaal speculeren over, of iemand dat wel of niet zou doen.

Maar belangrijk om te benadrukken en dat hebben we ook eerder gezegd is, dat het niet alleen om speculatie gaat, maar ook om de regie op de belangrijke vraagstukken voor Deventer. Voor het aansluiten van nieuwe woningen, voor het aansluiten van ondernemingen. Dan, werd in het amendement ook nog even grondprijsbrieven van gemeenten erbij gehaald en hebben we ook al even over

4 van gedachten gewisseld. Het gaat hier natuurlijk niet om een gemeente die die grond nodig heeft, gaat om TenneT. En grondprijsbrieven van gemeente gelden niet voor TenneT. Ik heb ook voorbeelden genoemd, waarin je ziet dat TenneT ook in positie wordt gebracht om soms hele andere bedragen te betalen, dan wat wij als gemeente zouden doen voor percelen met bijvoorbeeld nutsvoorziening. Dus het college deelt niet de opvatting, dat het niet noodzakelijk is om het voorkeursrecht bij dit perceel te zetten. We hebben het perceel al zo klein mogelijk gehouden met de informatie, die wij op dit moment hebben. En andere informatie, daar beschikken wij niet over, dat dit zou kunnen. Ja, en uiteraard, voorzitter, dat wil ik ook nog wel graag herhalen. Tuurlijk zullen wij ook ons met name ook inzetten, voor een woonperceel wat geraakt wordt als TenneT met ons aan tafel komt en aangeeft, dat ze wat zouden willen op deze locatie. Tuurlijk spannen wij ons dan in voor omwonenden, voor inwoners en tuurlijk beogen wij dan het liefst, zo’n woonperceel eruit te halen. Maar zoals ik zei, hebben wij op dit moment niet die positie en hebben we ook niet de informatie, dat dit kan. En daarmee ontraden we het amendement. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer De Niet, reactie. De heer De Niet: Ja. Met name dus de, natuurlijk gaat om het grip hebben en regie hebben op dit gebied.

Maar dat hebben we niet alleen door, doen we niet alleen met een WVG. En volgens mij, hebben we die WVG niet echt nodig. En dan heb ik ook de wethouder niet echt, in ieder geval voor mij overtuigende argumenten, dat we dit perceel echt nodig hebben om een geschikte locatie te kiezen. Want er liggen, er zijn, er is op zich genoeg ruimte in de rest. In ieder geval, als ik kijk naar de vierkante meters in de resterende percelen en is dat een prima handreiking al naar, richting TenneT om in gesprek te komen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Kleine Schaars. De heer Kleine Schaars: Ja, dank u, voorzitter. Ik hoor de portefeuillehouder net een paar hele interessante argumenten aan ons voorleggen. En een van de dingen waar ik hem, dan even met hem over zou willen spreken, is het feit dat hij zegt, zo gauw die informatie heeft, wil hij dat met ons delen. Kan de portefeuillehouder dan uitleggen, als wij in april een sessie over netcongestie hebben waar gezegd is, dat er een nieuw station moet komen. Waar ik persoonlijk gevraagd heb, waar komt dat dan? Ja, dat weten we nog niet. Maar de rapportage, die keuze was al maanden eerder klaar. Waarom heeft u dan niet dat tijdig met ons gedeeld en daar de keuze aan ons voorgelegd, om dat perceel, de actie die u nu doet in dat perceel, misschien anders in te tekenen? De voorzitter: Wethouder Van Essen. De heer Van Essen: Ja, voorzitter.

Als we nu niet over de informatie beschikken om het perceel anders in te tekenen, hadden we dat in april ook niet. En in april waren we nog niet zover. Tuurlijk, netcongestie is niet van gisteren, dus ja, we zijn al langer bezig met een aanpak netcongestie. Maar op moment, dat het college dat besluit heeft genomen was ook het vroegste moment, waarop we het besluit konden nemen. De voorzitter: De heer Kleine Schaars. De heer Kleine Schaars: Zegt de portefeuillehouder nu, dat hij de informatie over dit perceel als keuze, dit, waar dit station nu voorzien is, dat hij dat niet eerder met ons kon delen, terwijl dat al maanden bekend was? De voorzitter: Wethouder Van Essen. De heer Van Essen: Ja, voorzitter. Het was niet al maanden bekend. De voorzitter: De heer Kleine Schaars, nog een keer. De heer Kleine Schaars: Ja, voorzitter, is het lastig natuurlijk. Want we hebben een vertrouwelijk rapport liggen. Daar mag ik dan niet uit citeren, dat vind ik vervelend. Maar ik heb andere informatie.

5 De voorzitter: De heer Van Straaten, ga uw gang. De heer Van Straaten: Dank u, voorzitter. Kan de wethouder uitleggen, welke consequenties het heeft voor het project en voor het bouwen van het hoogspanningsstation? Want ik denk, dat we over de nut en noodzaak het allemaal wel eens zijn. Kan de wethouder uitleggen, welke consequenties het heeft, wanneer deze raad besluit om dit amendement alsnog aan te nemen? De voorzitter: Wethouder Van Essen. De heer Van Essen: Ja, voorzitter. Aan de ene kant, dat wij uiteraard ambtelijk ook contact hebben gehad met TenneT over, wat, hoe ziet nu een hoogspanningsstation er in de toekomst uit? Dat is wezenlijk anders, dan wat we nu aan hoogspanningsstations zien. Wat komt daarbij, zijn 2050-proof zijn. Dat zijn allemaal inputs, allemaal bouwstenen voor, wat voor grondpositie heb je dan nodig. Tennet is op dit moment nog niet, het is nog niet duidelijk dat TenneT aan de slag gaat, is nog niet duidelijk, hoe zij het precies willen dimensioneren en ontwerpen. En daardoor zit daar een bepaalde marge in en die marge willen we net als u, zo gauw mogelijk verkleinen. En wat ik ook van belang vind met dit amendement, is het politieke signaal dat u als raad ook uitstraalt. Het college doet er alles aan, om TenneT bij ons zo snel mogelijk aan het werk te krijgen. Omdat het hier ontzetten, nu al en dat gaat het de komende jaren alleen maar meer doen.

Daarom is het politieke signaal wat wij uitgeven als college, maar ook wat u als raad uitstraalt naar TenneT, ook een factor om mee te wegen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Kaya. De heer Kaya: Ja, voorzitter. Het gaat er voor ons niet om, dat wij niet genoeg stroom moeten wekken in ons, stad. Want dat is gewoon wel, waar we naartoe moeten voor in de toekomst. Maar als je naar de grondtekeningen kijkt, voorzitter, dan zie ik daar een perceel die uit het gebied is gehaald en daar zijn ook inwoners. Kan de portefeuillehouder mij uitleggen, hoe dat dan wel kan en in dit geval, niet mogelijk is? De voorzitter: Wethouder Van Essen. De heer Van Essen: Ja, voorzitter. De vraag die u natuurlijk nu aan het college en aan mij stelt, is natuurlijk een vraag, die ik ook heb gesteld bij dat besluit. Wat is nu strikt noodzakelijk, om TenneT te geven wat nodig is voor de ontwikkeling van zo’n station, als ze dat zouden willen? En hoe kan het zo, de impact zo klein mogelijk zijn voor de omgeving? En daar is dit perceel uitgekomen. Dan ziet u inderdaad, dat in een hoekje, dat lijkt alsof dat heel vreemd is … Maar dat is natuurlijk ook de vraag die, wat u nu aan mij stelt, wat ik ook aan ons onze ambtenaren heb gesteld, kunnen we dit zo klein mogelijk maken en toch zeg maar, TenneT de ruimte geven? Daar is dit uitgekomen. En anders dan dat, kan ik het ook niet maken.

En zou ook niet verantwoord zijn, om dat tegen u te zeggen dat het wel kan, als ik die informatie niet heb dat dat kan. De voorzitter: Duidelijk. Voldoende over het amendement? Ja? Dan stel ik voor, dat we over het amendement gaan stemmen. Daarna stemmen we over het voorstel. Zullen we de motie daarna doen, of nu nog even? Oké, motie nog eerst bespreken? Ja? Oké. Die is ook van u, mijnheer De Niet. De heer De Niet: Ja, dan blijf ik mooi staan. Ja, deze motie. Het belangrijkste argument wat misschien het college, wat misschien als raad ook tegen deze motie heeft is misschien wel, dat hij overbodig is. Dit doen we toch al, dit is al staand beleid. Dus nou ja, als u dat straks wilt zeggen, blijft u vooral rustig zitten. Dat klopt, het is bestaand beleid, maar ons beleid voeren we gewoon niet altijd uit. En in de reactienota van zienswijzen, als u die heeft gelezen, op de zienswijze, een van de antwoorden, zienswijzen staat, we gaan eerst … Als de locatiekeuze definitief is, gaan we participeren. En laten we dat nu net een paar maanden geleden hier in de raadszaal ook bij de kop hebben gehad, als het gaat over wind. Daar moesten we ook locaties kiezen, daar is, dat is ook precies participatie achteraf. Terwijl er heel veel opties waren, heeft het, heeft er in dit geval, in het provinciehuis in Zwolle is de keuze gevallen, deze twee locaties worden het.

Ja, dat is geen, dat is niet participerend, niet de omgeving

6 betrekken bij de afweging om tot een goede keus te komen. Dat willen we hier voorkomen. Dus er zijn precedenten, die laten zien ook hier in onze eigen gemeente, dat het lastig is om die participatie goed te organiseren. Dus ik denk dat het verstandig is, om hier gewoon een duidelijk signaal af te geven. En een niveau ja, te vragen, zorg te dragen, het college expliciet op te roepen zorg te dragen, dat hier de participatie goed wordt geregeld. En dat bij de keuze van de locatie de belangen van de bewoners, maar ook andere belangen die wij als gemeente Deventer hebben, worden meegewogen. Zodat we een ja, een echte belangenafweging ook zien en kunnen zien, hoe TenneT tot een eventueel en eindelijk in afstemming ook met het college, tot een locatiekeuze komt. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Straaten, ga uw gang. De heer Van Straaten: Ja, goede participatie is iets, wat we allemaal willen. Maar de vraag die mijn fractie heeft, welke treden van de participatie ziet de heer De Niet voor zich, als het gaat om dit project? En in hoeverre denkt hij, dat dit niet al gaat gebeuren verderop in het traject? De voorzitter: De heer De Niet. De heer De Niet: Als ik de nota, de reactienota van zienswijzen lees en ja, wat ik net al aanhaalde, ook hoe dat gaat rond bijvoorbeeld windmolens, aanwijzen van locaties, ben ik daar niet gerust op.

Ik denk, dat het goed is als wij als raad dat expliciet markeren. En welke treden? Ja, dat hangt een beetje, uiteindelijk gaat het erom, dat de belangen op tafel liggen en worden meegewogen in de locatiekeuze, die TenneT maakt. En welke treden, dat laat ik graag aan de wethouder om daar een goed voorstel in te komen, want dat moet ook in samenspraak met de initiatiefnemer. Maar uiteindelijk, want uiteindelijk ligt daar, de verantwoordelijkheid ligt bij die initiatiefnemer, die maakt de keuze. Maar ik vind het belangrijk, om het college de opdracht mee te geven om te zorgen, dat die belangen van onze inwoners, maar ook in de breedte, dus de direct omwonenden maar ook de inwoners in de breedte, dus onze belangen als gemeente op tafel liggen bij het maken van de locatiekeuze. De voorzitter: De heer Van Straaten. De heer Van Straaten: Ja, voorzitter. Ik snap niet helemaal, waarom de heer De Niet de vergelijking trekt tussen enerzijds, windturbines en anderzijds, dit hoogspanningsstation. Omdat het bij windturbines, is een heel ander onderwerp, maar daar gaat het om allerlei verschillende locaties, met allerlei verschillende impacten. Maar hierbij, bij dit onderwerp ligt er één locatie voor en is het niet zo, dat wij in een traject nog gaan kunnen kiezen uit tientallen locaties binnen de gemeente.

Dus welke verwachting schept de heer De Niet hiermee? En, waarom trekt hij deze vergelijking? De voorzitter: De heer De Niet. De heer De Niet: Omdat er, in antwoord op de heer Van Straaten. Er liggen, het gebied is groter dan, wat we nodig hebben qua oppervlakte. Dus je kunt dingen in de lengte en de breedte doen, je kunt dingen draaien, je kunt, er zijn allemaal keuzes te maken over wellicht niet, wel of niet verkabelen. Er zijn keuzes te maken over inpassing in het landschap. Keuzes te maken over ook waterberging bijvoorbeeld, wat daar ook in dat gebied van belang is. Dus er zijn best wel veel keuzes te maken. En ik denk, juist bij het maken van die keuzes is het van belang, dat niet alleen de keuze van wat TenneT handig en praktisch vindt, weegt. Maar dat we ook ja, de belangen van de eigenaren van de percelen en de andere belangen die wij als gemeente Deventer hebben, als het gaat over misschien biodiversiteit en groen en water, dat we die ook meenemen. De voorzitter: Oké. Dan, de heer Akdemir. De heer Akdemir: Ja, dank, voorzitter. Ik moet mijnheer Van Straaten eigenlijk bijvallen, want inderdaad, het winddossier is een hele andere discussie. Daar is ook een wezenlijk verschil, dat er vanuit een hogere overheid

7 één en ander werd opgelegd. Dus het was ook niet echt onze keuze, vanuit onze autonomische positie, maar simpelweg dat we ook daartoe geforceerd werden. Dus dat is wel een wezenlijk verschil. Zoals mijnheer De Niet ook aangeeft, is eigenlijk deze motie overbodig. En hij geeft aan, dat we een signaal willen afgeven. Kunt u mij misschien duiden, naar wie zouden die signalen dan moeten afgegeven worden? En dan kom ik met een vervolgvraag. De voorzitter: De heer De Niet. De heer De Niet: Ik zou graag, met deze motie houden we het college scherp, dat op moment dat de wethouder met TenneT aan tafel komt om over verdere invulling en realisatie van het hoogspanningsstation te praten, dat we zorgen, dat die belangen ook goed op tafel komen en worden meegewogen. Dus wij geven in die zin, het college een opdracht mee. Of, houden het college in ieder geval scherp, om te zorgen dat die participatie nu wel goed wordt georganiseerd. En we dus niet … Ik ben het eens, wind is een andere ‘…’, ligt niet in onze hand. Maar laten we alsjeblieft niet, het slechte voorbeeld van de provincie Overijssel volgen daarin. Dus laten we het hier anders doen. Die opdracht geven we expliciet mee, in deze motie. De voorzitter: De heer Akdemir. De heer Akdemir: Voorzitter. Voorzitter, dat is niet per se het antwoord op mijn vraag, maar dat geeft niet. Mijnheer De Niet praat veel, maar zegt weinig.

Bedoelt u nu, dat u het college nu een opdracht geeft, om bestaand beleid uit te voeren? Is dat uw stellingname? De voorzitter: Via de voorzitter, de heer De Niet. De heer De Niet: Het is het onderstrepen van, dat wij, want het is niet vanzelfsprekend dat de belangen van de bewoners in dit geval, maar ook van onze andere belangen in Deventer worden meegewogen, bij de keuze van de definitieve locatie van het hoogspanningsstation. Dat is gewoon niet vanzelfsprekend. En dat is wel belangrijk, dat … De voorzitter: Volgens mij, vervallen we nu in herhaling. Dat heeft u al een aantal keren aangegeven. Mevrouw, de heer Akdemir nog? De heer Akdemir: Ja, voorzitter. Ja, hoe ik het wend of keer, volgens mij, kom ik tot de categorie overbodig. Maar ik ben benieuwd, wat het college gaat zeggen. De voorzitter: Dan mevrouw Scholthof. Mevrouw Scholthof: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik vind participatie denk ik, even belangrijk als de heer De Niet. Overigens, participatie goed organiseren is iets anders, dan alle inwoners gelijk geven. We hebben gelukkig ook een leidraad opgesteld die, waar initiatiefnemers aan moeten voldoen. Kwaliteit van participatie, het onttrekken van de omwonenden. Dus volgens mij hebben we daar, voldoende goed beleid voor liggen.

Mijn vraag aan de heer De Niet is, ik heb vorige week in de consulterende sessie aan de wethouder gevraagd, in hoeverre kunt u de insprekers, zowel de familie die in het perceel woont als de Baarle Kamp, ook, wat kunt u toezeggen over, in hoeverre u hen gaat betrekken? En toen heeft de wethouder letterlijk gezegd, de, deze insprekers worden direct betrokken bij het vervolgtraject rondom het HS-MS station. Wat is dan nog het verschil met uw motie, de motie van de heer De Niet? De voorzitter: De heer De Niet. De heer De Niet: Omdat mijn motie expliciet gaat over de locatiekeuze. Want er zijn verschillende manieren van betrekken en gaan over de kleur van het station is ook een manier, om de omgeving te betrekken. En dat zou ik

8 graag willen voorkomen. En u stipt al aan, ja, we hebben een mooi beleid en we maken initiatiefnemers verantwoordelijk. Daar zit precies ook de zwakte in de hele participatie rond ruimtelijke plannen is, dat we initiatiefnemers verantwoordelijk maken. En dat daarmee helemaal loslaten. En niet alle initiatiefnemers, daar hebben we genoeg voorbeelden van gezien, die geven daar op een juiste en goede manier invulling aan. Ik denk, dat het belangrijk is om hier, juist ook in dit soort dossiers, in moeilijke ruimtelijke keuzes ja, ook wel op momenten, dat je met de initiatiefnemer aan tafel komt, dat belang nog eens even extra te onderstrepen. En dat mag dus niet alleen maar over de ja, de aankleding en de kleur, om het zo maar eens te noemen. Maar ja, wat meer over de keuzes waarom deze locatie en, hoe passen we verschillende belangen daar echt in, in? En hoe laat, hoe wegen we die zorgvuldig af? De voorzitter: Mevrouw Scholthof nog. Mevrouw Scholthof: Dank u wel, voorzitter. Ja, dat is volgens mij precies, wat in de leidraad staat voor participatie voor initiatiefnemers. De voorzitter: Dan de heer Varenbrink. De heer Varenbrink: Ja, dank u, voorzitter. Ik ben daar ook een beetje op zoek naar het vervolg.

Want op het moment dat we de motie aannemen, wat krijgen we dan precies? Wat, waar? Ik mis het gevoel wat ik nu krijg, op het moment dat ik instem met deze motie, anders dan dat we al hebben. Moeten we het hele onderzoek opnieuw gaan doen, over de locatiekeuze? Want dat hoor ik een beetje tussendoor. Dus ik ja, ik weet het niet. De voorzitter: De heer De Niet. De heer De Niet: Ik zal, kijkt u even goed naar het dictum. Is, dat wij heel concrete momenten op markeren, waarop het college bij de raad terugkomt en in, uitleg geeft over hoe aan deze motie en aan participatie invulling wordt gegeven. En anders, krijgt u aan het eind als er een plan ligt, een verslagje bij de invulling en dan moeten we het daarmee doen. Dus we geven nu heel expliciet ook aan het college de opdracht mee, om in ieder geval te laten zien wat het college doet, om deze initiatiefnemer uiteindelijk aan een goed participatieplan te helpen. De voorzitter: De heer Varenbrink. De heer Varenbrink: Dat begrijp ik, dan hebben we de tijdstippen.

Maar waar gaan we nu met zijn allen op sturen? Gaan wij sturen op de locatie, gaan wij sturen op hoe het op het perceel komt te liggen, gaan we sturen op hoe het op het terrein ligt? Ik, wat verwacht u, wat verwacht u van het college, waar wij als raad op moeten gaan sturen? Wat ik wil voorkomen is, dat we straks een participatiemotie hebben, waarvan we straks dezelfde discussie gaan voeren van, ja, maar ik bedoel hem zo en mijn partij bedoelt het zo en onze fractie bedoelt het zo. Ik weet nog niet, waar we op gaan sturen. De voorzitter: De heer De Niet. De heer De Niet: Ik kan heel duidelijk zijn, de heer Varenbrink. Ja, in deze motie vrij, waar we op kunnen sturen is dat we, het college bij ons terugkomt en laat zien, hoe de participatie wordt vormgegeven. Zodat we aan de voorkant informatie hebben over, hoe dat traject gaat worden doorlopen, in plaats van achteraf. Dus dat is het grote verschil en daar kunnen we … Natuurlijk, er zijn allerlei keuzes te maken in, hoe je dat precies vormgeeft. En wat, zoals aangegeven, het is van belang dat wij als raad zien, dat de belangen zijn meegenomen en zijn gewogen bij de keuze. En dat moet achteraf te verantwoorden zijn. En daar willen we vooraf in ieder geval over geïnformeerd worden, hoe het college gaat zorgen bij deze initiatiefnemer, dat er die belangen daadwerkelijk worden meegenomen De voorzitter: De heer Varenbrink, tenslotte.

9 De heer Varenbrink: Dus heel concreet is de eerste vraag aan het college voor deze motie, schrijf een plan, hoe gaat er geparticipeerd worden, wat mogen mensen zeggen en wat ... De voorzitter: De heer De Niet. De heer De Niet: Ik heb, een zekere ruimte wil ik aan het college bieden, want die gaat over de uitvoering, dus ook wat passend is en op het juiste moment. Dus daar heb ik bewust voor gekozen, om enige ruimte te bieden. Maar uiteindelijk is het aan het college om te laten zien, hoe ze daar invulling aan geven. Zolang, maar uiteindelijk die belangen van de bewoners worden meegewogen, in het gebied in brede zin. Dat gaat niet alleen over de eigenaren van de percelen. Maar zolang duidelijk is, dat die belangen zijn meegewogen. De voorzitter: De heer Akdemir. De heer Akdemir: Ja, voorzitter. Insinueert mijnheer De Niet, dat als wij deze motie niet aannemen, dat de belangen van de inwoners niet worden meegenomen? Volgens mij hebben we dit beleidsstuk. Volgens mij hetgeen, wat de heer De Niet beschrijft, is al aan de orde. Dus ik zie ook niet, wat deze inbreng nu toevoegt. En ik zie ook heel veel discrepanties in de lijn van mijnheer De Niet. De ene keer zegt hij, ja, ik wil het graag aan het college overlaten, de invulling. De ander zegt ja, andere kant zegt hij, misschien kunnen we het op die manier doen. Maar ik denk, dat ik mijn collega Varenbrink moet bijvallen.

Volgens mij, weet u niet zo goed, wat u met deze motie beoogt. Klopt dat? De voorzitter: De heer De Niet. De heer De Niet: Ja, dat … Inderdaad, dat, volgens mij zei de heer Varenbrink dat niet. Ik weet heel goed, wat ik beoog. Ik beoog, dat uiteindelijk de belangen en ik mag hopen, dat de heel, dat we dat als hele raad als streven hebben, dat ook de heer Akdemir dat als streven heeft, dat de belangen van de bewoners in brede zin van de, in brede zin worden meegewogen bij het maken van ruimtelijke plannen. En dat is, wat ik beoog. Het is niet vanzelfsprekend, dat dat altijd gebeurt en dat het op een zorgvuldige manier gebeurt, zodat het tot een goed proces leidt. Participatie is … De voorzitter: Volgens mij gaan we nu … Volgens mij, is dit allemaal al uitgebreid aan de orde geweest. Dus ik stel voor, dat we nu naar de reactie van het college gaan. Wethouder Van Essen. De heer Van Essen: Ja, voorzitter. Ik kan toezeggen, dat ik staand beleid ga uitvoeren. Volgens mij is dat, wat u ook van mij vraagt. Vorige week heb ik eigenlijk dat ook al wel een beetje gespecificeerd, denk ik. Ik heb aangeven, mevrouw Scholthof herhaalde het net al wel, dat het ook in het belang is … Als ons doel is, snelheid maken met de netverzwaring, dat het in ons belang is om zo goed mogelijk participatie aan de voorkant te regelen.

Want als je participatie niet goed regelt, dan ligt iedereen straks met elkaar bij de Raad van State en zijn we zo een aantal jaar verder. Volgens mij is het een soort, is er echt een intrinsieke motivatie om de omgeving zo goed mogelijk te betrekken. En dat heb ik vorige keer ook gezegd, dat gaat om de, uiteraard om de insprekers hè. Denk aan de familie of de Baarle Kamp. Bijvoorbeeld ook, om Schalkhaar. Dus op moment, dat TenneT zegt van, wij willen in Deventer aan de slag met verzwaren. dan zie ik ook ruimte voor mezelf om aan de andere kant van de tafel te gaan zitten en de belangen van de omgeving nadrukkelijker in te brengen. En te zorgen, dat TenneT zo hoog mogelijk, want daar vroeg u ook naar, zo hoog mogelijk op die participatieladder gaat zitten, om de belangen van die omgeving mee te wegen. Ik heb ook gezegd, dat ik de raad wil informeren als de Netvisie er is. Ik heb ook aangegeven, dat dat voor de omgeving geldt. Dus volgens mij hebben we op dit thema, hoewel ik het benadrukken van het belang van, door de raad van participatie heel goed snap, hebben we op dit thema toch echt al wel wat toegezegd met elkaar en een goede discussie gaat, wat het college gaat doen. Dus ja, voorzitter, volgens mij, gaan we dat staande beleid uitvoeren en vraagt het college zich af, of deze motie daarvoor nodig is. Hoewel wij

10 begrijpen, dat de raad het belang in de sessies, beeldvormend, oordeelsvormend heeft benadrukt. Maar, daar heeft u ook toezegging op gekregen. De voorzitter: Dank u wel. Nog tenslotte, de heer De Niet. De heer De Niet: Ja, dank u wel. Ik ben op zich blij met de hele concrete verwoording. En ook, volgens mij heeft u ook dingen gezegd, die niet helemaal op die manier in de Raadstafels zijn gezegd, dus daar ben ik blij mee. Ook over die inzet op een zo hoog mogelijke trede van de participatieladder, bij de initiatiefnemer. Dus ik denk, dat ik daar blij mee ben. Ik ga even met mijn collega-indieners beraden, of, hoe we dit met amendement en motie doen. De voorzitter: Dank u wel. Wilt u daarvoor schorsen? Twee minuten schorsing? De heer De Niet heeft het woord. De heer De Niet: Na enige overleg met de mede-indieners is besloten, we handhaven de motie. Zie het als een positief signaal en ondersteuning van ook, de toezegging van de wethouder. Waarbij we in ieder geval, het belang van onze participatie onderstrepen. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we nu over tot stemming. En we gaan eerst even kijken, of er stemverklaringen zijn met amendement? Niemand. Gaan we stemmen over het amendement rondom perceel E 3991. Allemaal de pasjes er weer in. Goed zo. Dank voor de tip, vanuit de griffie. Stemming is geopend.

Het amendement is verworpen, met vijfentwintig stemmen tegen en tien stemmen voor. Voor hebben gestemd, de VVD, Deventer Belang, ChristenUnie, DENK, Deventer Sociaal. Amendement is verworpen. Dan gaan we over tot stemming over het voorstel zelf. Behoefte om daar een stemverklaring … De heer Kleine Schaars wil een stemverklaringen afleggen. De heer Kleine Schaars: Voorzitter, mijn fractie heeft alles overwogen, dat netcongestie een heel belangrijk iets is. Dat we dit MS-station, hoogspanningsstation ongelooflijk belangrijk vinden. We hebben als raad een kaderstellende rol. Het college heeft ons daar niet in gehoord. De informatievoorziening naar ons, vinden wij erg slecht. Daarom zullen wij tegen dit voorstel stemmen. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Akdemir. De heer Akdemir: Dank, voorzitter. D66 is enorm content met dit voorstel. Netcongestie is een hardnekkig probleem. We hebben netcongestie natuurlijk, de komende jaren moeten we daar stevig mee aan de slag gaan. Ik denk, dat dit een goede richting is, tot het oplossen van die problemen. Dus wij zullen voorstemmen. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Schol, ga uw gang. Mevrouw Schol: Dank u wel, voorzitter. Ja, mijn fractie heeft er ook even over gesproken.

En ondanks, dat we het heel jammer vinden dat het amendement net verworpen is, zijn we wel blij met de toezegging van de wethouder en vinden wij netcongestie ook erg belangrijk. Dus vinden wij de WVG op de andere percelen, wel belangrijk. Wij zullen voorstemmen. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Schol. Mevrouw Schmidt. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Dank u wel, voorzitter. Wij zullen tegen dit voorstel en dus tegen het opleggen van de WVG voor dit gebied, stemmen. We vinden het een paardenmiddel, terwijl er zoveel andere opties waren geweest om hetzelfde doel te bereiken. Helaas heeft het college onnadenkend en onbegrijpelijk gekozen voor de verkeerde oplossing. En passant zijn participatie en een kansrijke woningbouwlocatie platgewalst onder de rode loper, die dit college heeft uitgerold. Dank u wel, voorzitter.

11 De voorzitter: De heer De Niet. De heer De Niet: Ja. Ik ben wel teleurgesteld, dat het amendement het niet heeft gehaald, uiteraard. We zien wel het belang van de hoogspanningslocatie of in ieder geval, het realiseren van de hoogspanningslocatie. Ik ben ook wel content met de, in ieder geval de toezegging die de wethouder daar heeft gedaan, om ook zo snel mogelijk duidelijkheid te geven over de locatie. En ook de, het woonperceel te ontzien, als dat kan. Daar zullen we hem aan houden en ook scherp op houden. Maar met die kanttekening, zullen wij toch instemmen met dit voorstel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer De Niet. Alle stemverklaringen gehad. Dan gaan we over tot stemming over het voorstel, om voorkeursrecht te vestigen op Baarlerhoek-Zuid. Stemming is geopend. Voorstel is aangenomen met dertig stemmen voor en vijf stemmen tegen. Tegen hebben gestemd, Deventer Belang, DENK en Deventer Sociaal. Het voorstel is aangenomen. Dan gaan we over tot stemming over de motie rondom de participatie. Stemverklaring? De heer Varenbrink, ga uw gang. De heer Varenbrink: Ja, voorzitter. Ondanks, dat het voor ons nog steeds niet volledig helder is, wat we nu krijgen met deze motie, zijn we wel blij met het antwoord van het college en wij hechten ook belang aan participatie.

Daarom zullen wij ook voorstemmen, omdat wij ook wel het signaal willen geven, dat de participatie enorm belangrijk is. De voorzitter: Dank u wel. Anderen nog? Dat is niet het geval. Dan gaan we over tot stemming over de motie Participatie bij Baarlerhoek-Zuid. Motie is verworpen met tweeëntwintig stemmen tegen en dertien stemmen voor. Voor hebben gestemd, twee leden van Gemeentebelang, PvdA, Deventer Belang, ChristenUnie, DENK en Deventer Sociaal. Motie is verworpen. 2.

Woonvisie Deventer 2024 – Samen bouwen aan goed wonen

De voorzitter: Dan gaan wij over tot de Woonvisie 2024 voor Deventer - Samen bouwen aan goed wonen. Ook de Woonvisie heeft u in eerdere raadstafels behandeld, we zijn daarmee gestart in het voorjaar. Er zijn allerlei aanvullende informatieve sessies geweest, om de samenhang tussen de verschillende ruimtelijke plannen duidelijk te maken. Op 11 september en op 18 september is de Woonvisie oordeelsvormend ook besproken. Er zijn vier amendementen en drie moties ingediend en die gaan we één voor één ook bespreken en behandelen. We beginnen met de, amendement van het CDA, Voorrang woningzoekenden met binding. Mevrouw Scholthof, ga uw gang. Mevrouw Scholthof: Dank u wel, voorzitter. Om te beginnen. Ik sta hier mede namens mede-indiener Deventer Sociaal. Voorzitter, ook in Deventer en in onze dorpen wordt de pijn gevoeld van de wooncrisis. Het gaat bijvoorbeeld over starters, die hier geboren en getogen zijn, maar de prijs van een gemiddelde huurwoning niet kunnen ophoesten. Of, al jarenlang op de lijst staan voor een huurwoning. Het gaat bijvoorbeeld over gezinnen, die graag willen terugkeren naar Deventer om dicht bij hun hulpbehoevende ouders te gaan wonen. Maar ook over ouderen die wel graag willen doorstromen, maar die zich geen huis buiten hun dorp kunnen voorstellen.

Het CDA Deventer wil dit graag te lijf gaan, want we willen de sociale structuren in onze wijken en dorpen zoveel mogelijk ondersteunen. Sinds dit jaar is daar een nieuw landelijk instrument voor. Dankzij de gewijzigde Huisvestingswet hebben gemeenten nu de mogelijkheid, om de helft van alle huurwoningen en nieuwbouw koopwoningen tot de betaalbaarheidsgrens voorrang te geven voor deze groepen, met zogenaamde lokale binding. Het CDA Deventer wil deze voorrangsregeling als speerpunt opnemen in de Woonvisie. We mogen zelf weten hoe we deze regeling precies gaan inzetten, afhankelijk van de behoefte in onze eigen gemeente. Dat laten wij graag ambtelijk onderzoeken en we laten het college ook graag met een voorstel komen, dat zal gaan landen in de Huisvestingsverordening op het moment, dat dit amendement wordt aangenomen. Als ik het goed heb

12 begrepen, staat die voor dit najaar op de planning. Kortom CDA Deventer vindt dit een mooi instrument om mensen die zich verbonden voelen met Deventer, Schalkhaar, Diepenveen, Bathmen, Lettele, Okkenbroek en ons mooie platteland, een handje te helpen. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Scholthof. Reactie? Mevrouw Eekhuis, ga uw gang. Mevrouw Eekhuis: Ja, dank u wel, voorzitter. Het lag in onze bedoeling om als mede-indiener, op de lijst te komen. Dat zijn we blijkbaar vergeten door te geven, dus bij deze. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Eekhuis. Dan de heer Kaya. De heer Kaya: Ja, voorzitter. Ik heb een vraag aan de indiener. Binding met je stad, dat begrijpen wij. Wij hebben ook allemaal kinderen, die ook hier graag willen blijven wonen. En daar was natuurlijk weer in het nieuws, dat de woningmarkt niet op peil is. Dus, dat we nog flink moeten gaan bouwen. Ik vraag me wel af, wat deze amendement eigenlijk zegt. Want stel, mijn eigen kinderen uit de Vijfhoek, kunnen die straks wel in Lettele een huis kopen? Of, is het de bedoeling, dat de mensen in Lettele in Lettele blijven? De kinderen van Bathmen, ook in Bathmen een huis moeten kunnen vinden. Of mag dat allemaal gemixt? Wat is hier nu de bedoeling van? De voorzitter: Ieder zijn eigen thuisland, wou je zeggen. Mevrouw Scholthof. Mevrouw Scholthof: Dank u wel voor het woord, voorzitter.

Ja, dat is een hele interessante vraag van de heer Kaya. Dit is nog, ter nadere invulling. Je kan ervoor kiezen om de hele woningbouwregio, stedendriehoek als gebied. Nou, daar schieten we niks mee op, want dat gaat over meerdere gemeenten. Je kan ervoor kiezen, om alleen de gemeente aan te wijzen als voorrang. Maar je kan er ook voor kiezen, om een deel van de gemeente en dan kun je bijvoorbeeld denken aan kernen, aan te wijzen als gebieden om juist op dat voorrang, aanspraak te maken. En dat is iets, wat wij denk ik, op moment dat we dit amendement gaan aannemen, nader gaan bespreken. Ik wil graag het voorstel afwachten van de ambtelijke organisatie en het college, hoe we dit het beste kunnen uitwerken. Maar dan gaat het mij ook echt om de behoefte. Welke behoefte is er in stad en dorp, als het gaat om deze regeling? En volgens mij gaan we dit al met de Huisvestingswet bespreken en wellicht, bediscussiëren. De voorzitter: De heer Kaya. De heer Kaya: Ja, voorzitter. Want deze vraag die ik stelde, wil ik ervoor waken, dat we niet straks groepjes krijgen die dan zeggen van, ja, liever niet mensen uit Bathmen in Lettele en liever geen mensen uit Lettele in Diepenveen. Ik zeg maar wat. Dus als dit amendement dat niet roept, dan vind ik dat oké. Maar als dit amendement dat wel zegt, dan heb ik daar wel mijn vraagtekens. Misschien nog een vraag aan de wethouder hierover.

De voorzitter: Oké. Gaan zo even naar de reactie van het college. Mevrouw Schol. Mevrouw Schol: Ja, dank u wel, voorzitter. Als ik het amendement goed begrijp, vallen er best wel heel veel mensen onder dit amendement in Nederland. Dus ik vroeg me eigenlijk af, wie sluiten we nu eigenlijk uit met dit amendement? Wat, welke mensen willen we geen voorrang geven in Deventer, Lettele of Diepenveen of Bathmen? De voorzitter: Ja, mevrouw Scholthof. Mevrouw Schol: Dank u wel, voorzitter. Mevrouw Schol zegt, heel veel mensen in Nederland vallen eronder. Het zijn, is iedereen die zes jaar aaneengesloten in onze gemeente heeft gewoond. Die vallen eronder. Hoeveel mensen dat zijn? Geen idee, maar het gaat volgens mij, om een beperkte groep. En als je natuurlijk zes jaar lang in onze gemeente woont, dan weet je je natuurlijk wel gebonden hè. Dan heb je netwerk opgebouwd, dan ben je

13 hier mogelijk geboren. Maar dat hoeft dus niet per se. Dus het is volgens mij een specifieke groep, waarvan we weten dat er echt wel verbinding is met onze gemeente. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Schol. U gaat niet vertellen … Ja, ik wou net zeggen, u gaat toch niet vertellen … Mevrouw Schol: Sorry. Sorry. Ik las in het amendement, dat het, of was. Dus ook als je al je hele leven in Amsterdam woont, je hebt hier een vader, moeder, weet ik veel wat wonen en dat je dan ook voorrang kreeg. Maar goed, ik begrijp uit, u schudt nee. Dan vraag ik mij af. Ik woon hier in Deventer, ik ga studeren in Amsterdam. Daar doe ik vijf, zes jaar over. Daarna wil ik misschien nog een universitaire studie doen en ik wil graag terug naar Deventer. Word ik dan uitgesloten? De voorzitter: Mevrouw Scholthof. Mevrouw Scholthof: Voorzitter, zo fijn, ik heb goed nieuws voor mevrouw Schol. Als zij hier waar dan ook in haar leven, zes jaar heeft gewoond, hoe lang ook geleden, dan is er die lokale binding. De voorzitter: Oké. Dan mevrouw Schol, nog een keer en dan gaan we stoppen. Mevrouw Schol: Sorry, dat klopt niet met, wat er in het amendement staat. Maar goed, ik ben ook heel benieuwd, want anders krijg ik de kans niet meer. Ik ben ook heel benieuwd, wat het college vindt.

En wat dit doet voor de ambitie, die staat in Wonen, ruimte, stad, want daar hebben wij bepaalde ambities om mensen hiernaartoe te trekken. Heel benieuwd, wat het college ervan vindt. De voorzitter: Dan mevrouw Scholthof nog even. Mevrouw Scholthof: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik begrijp wel, wat mevrouw Schol bedoelt. Want er zijn twee mogelijkheden en die ga ik dan nu, toch dan nog even een tandje dieper. Je kan of, ergens in je leven zes jaar onafgebroken in de gemeente hebben gewoond, dan doe je mee. Of, in de afgelopen tien jaar, in totaal zes jaar. Dus een plukje van drie jaar en een plukje van drie jaar, dat telt ook. Dus er zijn twee opties, waarbij de lokale binding voor je opgaat. De voorzitter: Ja, het wordt technisch. Dus mijnheer Kaya, het gaat niet alleen om grootburgers. Dus mocht u die … De heer Van Straaten. De heer Van Straaten: Ja, voorzitter. Volgens de heer Kaya, heb ik blijkbaar ook kinderen. Of, ik ben ergens niet over geïnformeerd of, er gaat iets gruwelijk mis. Maar dat, terzijde. Dan een vraag over het amendement zelf. Ik vind het toch een beetje een lastig amendement. Omdat ik bang ben, dat dit een amendement is dat vooral voor de vorm er is en voor de bühne. Het is vast misschien een verhaal dat goed aansluit bij de, of goed aanslaat bij de kiezers van mevrouw Scholthof.

Maar waar mijn zorg toch zit is, dat met dit amendement er geen enkele woning wordt bijgebouwd. De huur van gewone mensen met geen enkele euro omlaag gaat. Dus in hoeverre, is dit een oplossing voor de wooncrisis? Of gaat het hier, is het risico van het voorstel niet juist, dat we mensen uit elkaar gaan spelen, omdat we hiermee mensen juist voorrang gaan geven? Wat automatisch betekent, dat andere mensen achteraan de rij komen te staan. De voorzitter: Mevrouw Scholthof. Mevrouw Scholthof: Dank u wel, voorzitter. Wij doen geen dingen voor de bühne als CDA, laten we dat even beginnen en daar even mee beginnen. Maar ik begin even weer met frisse moed. Volgens mij houdt dit amendement op geen enkele manier de snelheid van woningbouw tegen. Of, is er strijd waardoor processen minder snel gaan verlopen. Het gaat erom, dat er zo'n ernstige wooncrisis is, dat er sprake is van verdringing. Het

14 CDA Deventer zou nooit voorstander zijn van honderd procent van de woningbouw aan lokale binding, inwoners geven. Maar wel een mooi aandeel, omdat wij allemaal weten, omdat we allemaal wel iemand kennen, die niet aan bod komt. Hier al jaren woont, dertig is, nog steeds bij zijn ouders woont. Omdat er andere mensen zijn wellicht van verder weg, die met hogere lonen, bijvoorbeeld vanuit de Randstad, er wel tussen komen. En wij geven deze groep een zetje in de rug om voor een klein, voor een percentage van de nieuwe woningen die we gaan bouwen, die plekjes voor hen te reserveren. De voorzitter: De heer Van Straaten. De heer Van Straaten: Maar dan is mevrouw Scholthof, het probleem aan het externaliseren. Mijn vraag is dan, is dan het probleem dat we hier ervaren, dat er te weinig betaalbare woningen worden gebouwd in Deventer? Of, is het probleem, dat er een paar mensen uit de Randstad met een overwaarde treintje hierheen komen? Wat is dan volgens mevrouw Scholthof, het echte probleem? De voorzitter: Mevrouw Scholthof. Mevrouw Scholthof: Dank u wel, voorzitter. Volgens mij, zijn we het allemaal in deze raad over eens, dat er zo snel mogelijk gebouwd moet worden. En dat doen wij ook in Deventer als, in razendsnel tempo. Volgens mij, hebben we vijfenzeventighonderd woningen in de pijplijn. Maar ondertussen, gaat de wooncrisis maar door.

En zolang er sprake is van schaarste en dat is denk ik nog wel de komende vijf a tien jaar, kun je dit instrument inzetten. Deze kunnen we dit jaar nog laten ingaan, als we willen. Dat betekent dat we dus met ingang van volgend jaar, de mensen in onze eigen gemeente of de mensen, die hier bijvoorbeeld zijn opgegroeid, dolgraag terug willen, voor hun ouders willen zorgen, dat we die mensen nu een steuntje in de rug geven. De voorzitter: Mijnheer Van Straaten. De heer Van Straaten: Een laatste punt. Ik ben blij, dat mevrouw Scholthof inziet dat woningen schaars zijn en dat een woning binnen de economie ook een heel Nederlands goed is. Je kan geen blik woningen opentrekken, anders hadden we dat natuurlijk allang gedaan. Maar is het dan juist niet oneerlijk, om in dit amendement tegen een behoorlijke groep mensen, als je kijkt naar artikel 14 van die wet, dat zijn echt behoorlijk wat mensen in Deventer of buiten Deventer. Is het dan niet oneerlijk, om bij die mensen de illusie te wekken, dat er voor hun wel een woning beschikbaar is, omdat ze wellicht aan een van deze criteria voldoen? Terwijl, het aantal mensen, dat misschien aan die criteria voldoet veel groter is, dan het aantal woningen dat we op basis van deze wet aan die mensen kunnen toewijzen. Is dat niet hartstikke oneerlijk voor die mensen? De voorzitter: Mevrouw Scholthof.

Mevrouw Scholthof: Ik denk, dat de situatie nu, vooral heel oneerlijk is. Omdat het gewoon, het recht van de sterkste is. Ik denk, dat wij in Deventer Sociaal willen, vooral willen werken aan onze sociale structuren, gemeenschappen bij elkaar willen houden. En daar dient dit amendement voor. De voorzitter: Mevrouw Zieverink. Mevrouw Zieverink: Dank, voorzitter. Ik ben nog even onder de indruk van alle aannames, die worden gedaan over mensen met grote portemonnees. Maar mevrouw Schol heeft al een vraag gesteld, dus ik ben erg benieuwd naar de reactie van het college. Maar ik ben even benieuwd, welk signaal eigenlijk het CDA af wil geven aan import Deventenaren zoals ikzelf, die ook op zoek zijn naar een plek en zich willen inzetten voor de maatschappelijke belangen van Deventer en haar inwoners. De voorzitter: Mevrouw Scholthof.

15 Mevrouw Scholthof: Dank u wel, voorzitter. Ja, dat waardeer ik ook heel erg. We hebben zelf ook zo'n persoon in onze fractie, kan ik u alvast verklappen. Dus die waarderen wij natuurlijk evenveel. En die groep mensen heeft nu een fifty-fifty kans wat dat betreft, op een woning. De voorzitter: Mevrouw Zieverink. Mevrouw Zieverink: En hoe ziet de CDA dat, voorzitter, dan richting die jong professionals die in onze ambities aangetrokken moeten worden voor al die banen, die wij hier hebben? En, die mogelijk niet die binding op dit moment hebben, maar die we dus wel heel graag als werknemer hier zouden willen hebben. De voorzitter: Mevrouw Scholthof. Mevrouw Scholthof: Dank u wel, voorzitter. Kijk, ik wil niet de indruk wekken. dat wij mensen niet welkom heten. Dus dan ga ik toch weer mezelf herhalen. We willen wel graag de mensen die al een tijdje in de knel zitten, een steuntje in de rug geven. Natuurlijk zijn er mensen, ook zeker jong professionals welkom. Er wordt misschien dan ook wel gesproken over een groep. die wel boven de betaalbaarheidsgrens een huis zou kunnen kopen. En daar is dit amendement dus niet voor. Dit gaat echt over de goedkoopste woningen tot de betaalbaarheidsgrens. Dus over het algemeen, de jong professionals en alle andere hoogopgeleiden, die vallen hier buiten. De voorzitter: Mevrouw Te Riele. Mevrouw Te Riele: Dank u wel, voorzitter.

Even voor de beeldvorming. Sociale binding en je krijgt dan een huis toebedeeld. Moet je dat huis ook een aantal jaar in jouw bezit houden, of kun je met een half jaar weer verkopen aan iemand, die niet Deventergebonden is? De voorzitter: Mevrouw Scholthof. Mevrouw Scholthof: Dank u wel, voorzitter. Die, de eerste vraag was, nog één keer? De voorzitter: Mevrouw Te Riele. Mevrouw Te Riele: Er is maar één vraag. En dat is, als je een woning toebedeeld krijgt omdat je sociaal gebonden bent, kun je dan binnen een half jaar weer besluiten, om die woning aan iemand te verkopen, die geen sociale verbinding heeft? De voorzitter: Mevrouw Scholthof. Mevrouw Scholthof: Dank u wel, vrij technisch. Maar volgens mij, is dat in principe wel het geval. Ja. Dus in principe, gaat het alleen over de, als we het hebben over de koopwoningen, nieuwbouwwoningen die door de ontwikkelaar worden uitgegeven. Daar kan je dan voorrang op krijgen. En op het moment dat je je huis doorverkoopt, daar valt deze regeling buiten. Dus dit gaat niet over bestaande woningbouw. En voor de huursector zit dat dan weer net anders, omdat dat natuurlijk vanuit de corporaties anders in elkaar zit. De voorzitter: Dank u wel. Dan stel ik voor, dat we naar wethouder De Geest gaan, voor een reactie vanuit het college. De heer De Geest: Ja, hij doet het. Dank, voorzitter. In reactie op het amendement.

En ik vermoed, dat ik er dan zo nog wel een paar vragen over krijg. Het college kan hier positief op adviseren. Dat heeft ook wel een reden, want ik heb dat voor de zomer ook al aangegeven. We zijn ook bezig en mevrouw Scholthof verwees er net ook naar, we gaan bezig met het aanpassen van de Huisvestings- verordening op basis van de Huisvestingswet, zoals die is aangepast. Deze mogelijkheid is nu landelijk geboden in wetgeving. Dat kun je omzetten in een verordening

16 of in ieder geval, in aanpassing van de verordening. Om in die situaties waarin dat net ook al werd benoemd, ja, positie te bieden ook aan mensen, lokaal. Dat gebeurt al vanuit huurwoningen. Bijvoorbeeld, woningcorporatie De Marken, die dat al doet specifiek voor de dorpen. Maar dat kan dan ook voor nieuwbouwwoningen en bijvoorbeeld ook voor koopwoningen. Staat ook in het bestuursakkoord. Dus daarmee is het ook logisch, dat het ook in de Woonvisie staat. Dit amendement verduidelijkt dat, want het zat nog niet in de actiepunten. Het werd wel ergens genoemd. Maar dit verduidelijkt inderdaad de ambitie en ook datgene, wat wij gaan voorbereiden. Dus daarom kunnen wij ook positief adviseren op dit amendement, vanwege die verduidelijking. De voorzitter: Dank u wel. De heer De Geest: Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Wethouder De Geest. De heer Kaya. De heer Kaya: Ja, volgens mij, voorzitter, hebben we een aantal van ons ook vragen richting de portefeuillehouder gesteld en ik hoor hem geen antwoord geven. De voorzitter: Wethouder De Geest. De heer De Geest: Ja, er waren een aantal opmerkingen, maar ik moet ze even terughalen. Volgens mij inderdaad, of Lettele bleef of Bathmen. Bathmen, was er volgens mij eentje. Krijg ik net ingefluisterd hoor. Het is niet zo, dat mijn geheugen nou zo goed is, dat ik dat precies wist. Maar ja, dat blijven ze.

Want dit gaat, let wel, dit gaat natuurlijk niet om, dit is niet gericht tegen groepen. En volgens mij, was dat ook een van de vragen van, hoe zit dat dan bijvoorbeeld met het aantrekken van mensen van buiten, waar we ook natuurlijk ook ambities op hebben hè? Dus de groei van Deventer. Maar ook aantrekken, het verjongen van Deventer, het verder versterken van onze arbeidsmarkt. Die versterking arbeidsmarkt is niet alleen maar gericht natuurlijk, op het aantrekken van jonge mensen aan Deventer. Maar ook, het behouden van jonge mensen in Deventer. Dus ook mensen die daarmee een betaalbare woning vinden in Deventer. Zonder dat dat ja, onmogelijk is als bijvoorbeeld mensen van buiten, een woning eerder in bezit kunnen krijgen dan dat zij dat konden, terwijl ze hier ook lokale binding hebben. En zo probeer je balans te creëren. En gaat het ook niet specifiek om het veranderen van zaken, maar om het bieden van ja, kansen, ook aan onze eigen inwoners. De voorzitter: De heer Kaya. De heer Kaya: Ja, voorzitter. Ik zal dan de portefeuillehouder aanraden, om toch aantekeningen te gaan nemen wanneer wij aan het woord zijn als raad. Want ja, het is een tip. Mag die hier zelf weten, wat hij ermee doet.

Mijn vraag ging voornamelijk over het amendement van, hoe ziet de portefeuillehouder dit amendement? Betekent dat dus, dat als wij dit aannemen er inderdaad mensen die in Bathmen wonen, geen optie hebben om in Lettele te gaan wonen, of andersom, of in Diepenveen en dergelijke? Dus zijn wij gebonden aan de gemeente? Dus als we zeggen gemeentelijke grenzen of zeggen, want dat heeft mevrouw Scholthof duidelijk in haar amendement ook een soort van benoemd, in onze dorpskernen en dergelijke waar ze het over had. Dus daar wilde ik even een verduidelijking op. De voorzitter: Wethouder De Geest. De heer De Geest: U zag mij meeschrijven hè? Oké, goed. Nee, dat is even ter vaststelling. Kijk, dat zijn ook zaken die gewoon uitwerken. Maar waarom het om gaat is en ik gaf het net ook al aan. Bijvoorbeeld voor de woningcorporaties geldt al, dat ze hanteren dat mensen met een binding met een bepaald dorp vanuit een aantal randvoorwaarden voor dat dorp, daarin mensen ook positie bieden om daar bijvoorbeeld te kunnen blijven. Jongeren, bijvoorbeeld. Voor wat betreft de koopmarkt, gaat het dan over de gemeente. Zou ook nog wel misschien op ander niveau kunnen, maar dat moeten we natuurlijk nog nader uitwerken. Dus dat is ook nadere

17 uitwerking en daar gaat u uiteindelijk over. Want zoals ik ook al aangaf, het is een aanpassing van de verordening. Die door u als raad niet alleen besproken, maar uiteindelijk ook behandeld wordt en waar u over moet stemmen. Dus dit is allemaal uitwerking, waar we op een later moment ook bij u voor terugkomen. Voor wat betreft de mogelijkheden, die er ook vanuit wetgeving zijn. De voorzitter: Dan mevrouw Zieverink. Mevrouw Zieverink: Dank, voorzitter. Ik hoorde net in de toelichting van de portefeuillehouder, dat het niet per se is om jong professionals hier niet binnen te halen, zeg maar voor onze arbeidsmarkt. Maar dat we ook willen, dat zij kunnen blijven en daarmee een aantrekkelijke gemeente zijn, om te blijven wonen. Maar ik ben wel even benieuwd, hoe de portefeuillehouder kijkt tegenover het feit, of ik interpreteer het in ieder geval zo, de fractie van mij interpreteert het zo, dat die jong professionals dus van buiten de gemeente moeten sollicitatie op een baan, hier vervolgens een aantal jaren moeten werken om dan de economische binding mogelijk te hebben, voordat ze een huis kunnen kopen. Klopt dat? De voorzitter: Wethouder De Geest. De heer De Geest: Nee. Even in algemene zin, los van hoe je de, hoe je het vormgeeft in de, in een verordening.

Het gaat er hier om, dat je een deel van dat wat er op dat moment beschikbaar komt, bijvoorbeeld aan nieuwbouwwoningen, beschikbaar stelt voor mensen van in je gemeente. Maar ook een deel gewoon beschikbaar is voor mensen van buiten. Het is niet zo, dat dat betekent, dat mensen hier dan zoveel jaar moeten wonen op de een of andere manier en dan pas in aanmerking komen. Want wij willen ons ook richten op het aantrekken van mensen van buiten, maar ook het behouden van mensen die hier al wonen. Dus het gaat om een goede balans daartussen. Dus het is zeker niet op die manier. En het is ook niet zo, dat er dan voor die groep niks beschikbaar is. Want we bouwen in Deventer inderdaad de komende jaren, daar werd net ook al naar verwezen, fors. Dus er is ook echt wel het nodige in de pijplijn om te zorgen, dat het voor allebei de groepen in ieder geval dan ook beschikbaar is. De voorzitter: Mevrouw Zieverink. Mevrouw Zieverink: Ja, dank, voorzitter. Dank voor de toelichting. Dus we maken het alleen minder kansrijk voor nieuwe inwoners, om hier een woning te hebben? De voorzitter: Wethouder De Geest. De heer De Geest: Ik zou hem omdraaien. We maken het kansrijker voor onze eigen inwoners, om een betaalbare woning te vinden in Deventer. De voorzitter: Oké. Voldoende over dit amendement? Dan gaan we naar de volgende amendementen. Mijn voorstel is, om die in één keer. Zou dat kunnen? Ja.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14613090/1