CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-04-17 Transcript Raadsvergadering Gemeenteraad Deventer 17 april 2024

Raadsvergadering 17 april 2024, gemeente Deventer14.049 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

TRANSCRIPT VAN DE RAADSVERGADERING VAN GEMEENTE DEVENTER d.d. 17 april 2024

Opening De voorzitter: Goedenavond, beste leden van de raad gasten, gasten van de raad, kijkers thuis. Van harte welkom bij deze openbare raadsvergadering. We gaan verder met de raadavond. We hebben een programma met diverse onderwerpen. We hebben bericht van verhindering van de heer Koot van Gemeentebelang, de heer Diepenhorst van GroenLinks, mevrouw Zieverink van Deventer Belang. De fractie van GroenLinks heeft een interpellatiedebat aangevraagd. Spreekrecht – Vragenkwartier De voorzitter: Maar we gaan beginnen met het vragenkwartier. Ik geef de heer De Niet van de ChristenUnie het woord, om zijn mondelinge vraag te stellen. De heer De Niet: Ja. Ook in Deventer hebben we tegenwoordig autobesitas, dominante elektrische fietsen, tieners op fatbikes, die ook nog bij voorkeur, dat met vijftig kilometer per uur doen en met een telefoon in de hand en achterstevoren. Dat zien we dagelijks en ook landelijk zien we ontwikkelingen en een toename van het aantal verkeersdoden. In ieder geval onder fietsers, dat is opvallend. Verkeer is voortdurend in beweging, maar het verkeersveiligheidsbeleid in Deventer, staat stil. Dat is niet mijn conclusie. Dat is de conclusie van een 213a onderzoek, dat in mei 2023 is opgeleverd. Ons beleid is sterk verouderd, het mist bepaalde uitgangspunten en het is onduidelijk, hoe prioriteiten worden gewogen. Het rapport bevat zeven concrete aanbevelingen.

Een van die aanbevelingen gaat over de raad beter in positie brengen, als het gaat om verkeer en verkeersveiligheid. De raad heeft zelf ook behoefte aan meer grip op uitgangspunten van het verkeersbeleid. Dat blijkt alleen al uit het prima initiatiefvoorstel, wat PvdA en GroenLinks onlangs hebben ingediend. Ook al is dat dan nu teruggetrokken, het geeft wel aan, dat wij meer grip willen. In de raadsmededeling van 18 juli 2023 over dit onderzoek, zegt het college,

2 dat het college zich kan vinden in de aanbevelingen en ook de directie heeft gevraagd om in kaart te brengen, welke gevolgen het overnemen van de aanbevelingen heeft, voor de kosten en de ambtelijke capaciteit. Dat is een wat halfslachtige reactie op het rapport. uit de categorie doodknuffelen. We gaan het in kaart brengen, maar of we er echt iets mee gaan doen. Maar het is nog niet heel geruststellend, in ieder geval. Na die raadsmededeling bleef het stil en ik heb daarom in januari ambtelijke vragen gesteld over, hoe dat stond met het in kaart brengen. Daar is nog altijd geen inhoudelijke reactie op, behalve procesantwoorden. We zijn inmiddels een jaar verder, sinds de publicatie van het 213a onderzoek. Het, mijn geduld begint in ieder geval, wat op te raken. Voor het college lijkt verkeersveiligheid, bijzaak. Daarom heb ik de volgende mondelinge vragen voor de wethouder Verkeersveiligheid. Waarom geeft het college geen prioriteit, aan adequaat beleid rond verkeersveiligheid? Is het college van plan, de aanbevelingen van het 213a onderzoek daadwerkelijk over te nemen? Een op welke termijn kan de raad een uitwerking tegemoet zien, van de opvolging van de aanbevelingen? De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de zijde van het college, wethouder Elferink. De heer Elferink: Dank u wel, voorzitter.

Er is in Deventer veel aandacht voor adequaat beleid, rondom de verkeersveiligheid. Bij alle infrastructurele projecten vanuit MJOP, meerjarenonderhoudsprogramma’s, andere producten vanuit de versnellingsgelden, verkeersveiligheid staat met stip bovenaan bij de uitvoering. Het rapport, wat vorig jaar is verschenen beschrijft, dat de uitgangspunten nog steeds van toepassing zijn. Maar laat ook zien op onderdelen, waar het nog beter kan. Boven dat zijn, de afgelopen jaren is de gemeentelijke focus steeds meer komen te liggen, bij risicogestuurd werken. Dus preventief, in plaats van op basis van daadwerkelijke ongevallen, correctief. Een lijn, die ook aansluit bij die uitkomsten van dat onderzoek, dat 213a onderzoek van, dat vorig jaar is verschenen. Ik ben het met u eens, dat de uitwerking van die aanbeveling, is het college mee eens, dat het wat lang op zich heeft laten wachten. We hebben echter niet stilgezeten. Op basis van die aanbevelingen uit het onderzoek, is een aantal acties geformuleerd en uitgewerkt. Die acties en de bijbehorende financiële consequenties worden op dit moment, geïnventariseerd door de directie. Het college neemt de aanbevelingen serieus en heeft ook het voornemen, om aan iedere aanbeveling, tenminste één actie te verbinden.

En wanneer deze acties financiële en of capaciteitsgevolgen hebben, ja, zal uw raad verzocht worden voor de, om de benodigde financiële ruimte daarvoor vrij te maken. Nog dit kwartaal, kunt u van het college een uitwerking verwachten. De voorzitter: Dank u wel. Dan eventueel vragen nog, mijnheer De Niet? De heer De Niet: Ik ben nu op zich blij, dat het, dat er in de praktijk al heel veel goed gaat. Dat zie ik ook wel. Ik ben ook heel blij met de hele concrete toezegging, want die datum, die had ik nog niet gehoord. Dus dat dat eindelijk het derde, tweede kwartaal komt, daar zullen we de wethouder en het college ook aan houden. 1.

Interpellatieverzoek fractie GroenLinks: Distributiecentrum op bedrijventerrein Poort van Deventer

De voorzitter: Dank u wel. Dan zijn we klaar met dit onderwerp en komen we tot het interpellatieverzoek. U heeft de vragen en de toelichting van GroenLinks gelezen. We gaan direct stemmen over de vraag, of u het verzoek voor een interpellatie, ook toelaat. Daarna krijgt de indiener de gelegenheid, om het interpellatieverzoek ook toe te lichten. Voor de volledigheid, de Gemeentewet geeft in artikel 155, lid 2 de ruimte voor de interpellatie. Dat is ook uitgewerkt in het Reglement van Orde en dan gaat het met name over artikel 56. We gaan eerst stemmen. Dus u krijgt de gelegenheid om te stemmen, over het interpellatieverzoek. Stemming is gesloten. U heeft unaniem besloten, om de interpellatie toe te staan. Daarmee geef ik de heer Van der Meulen het woord. De heer Van der Meulen: Ja, dank u wel, voorzitter. En dank u wel, collega's, dat u de interpellatie toestaat. Een stemming, unaniem, zonder een woord daarvoor gezegd te hebben. Dat komt niet zo vaak voor. De interpellatie, ik wil hem graag toelichten. Ik wil beginnen met de Omgevingsvisie in 2019. Even, het gaat namelijk even terug in

3 de tijd. Toen stelden wij een Omgevingsvisie vast, het beleidskader waaraan we ruimtelijke ontwikkelingen, voortaan zouden toetsen. En het bedrijfsterrein Poort van Deventer werd gezien als een exclusief bedrijfsterrein. Het zou zijn, een vestigingsmilieu voor duurzame innovatie, zichtbare economische vernieuwing, de kenniseconomie, adviesdiensten en maakindustrie. En dat alles met het voormalige Akzo-terrein, toen heette dat nog DOIC en nu heet dat S/park, als een soort motorblok of een chemische hotspot van Deventer. Het bestemmingsplan moest in verband met de Omgevingsvisie worden aangepast. Poort van Deventer werd en wordt gezien als een soort Ferrari onder de bedrijventerreinen. Vestigingen tot de zwaarste bedrijfscategorie 4.2, kunnen alleen hier in Deventer een plek krijgen. Het plan moest snel, het bestemmingsplan Poort van Deventer moest snel na een voorbereidingsbesluit worden aangepast, om ongewenste ontwikkelingen tegen te gaan. Bepaalde bedrijven die ambities zouden verstoren en bereikbaarheidsproblemen zouden veroorzaken, werden voortaan uitgesloten. In deze raad zijn daar stevige debatten over gevoerd. Uiteindelijk is het plan in mei 2022 vastgesteld, het bestemmingsplan. Wij vielen dan ook van onze stoel van verbazing, dat in december 2023 bleek, dat de grond was aangekocht voor een distributiecentrum.

En een, niet zomaar eentje, eentje van achttienduizend vierkante meter. Is dat hoogwaardig, is dat kennisintensief, is dat duurzame innovatie, is dat de economische vernieuwing? Nou, volgens ons dus, ja, eigenlijk niets van dat alles. Een nog grotere verbazing bleek, was er toen bleek, dat dat al medio 2021, dus vóór het vaststellen van het plan en dus ook tijdens de debatten voor het bestemmingsplan, al bekend was bij het college. Dit had er, had volgens ons, uit eigen beweging proactief, met de raad moeten worden gedeeld. Temeer, omdat er vanuit datzelfde college stevige uitspraken zijn gedaan, over de onwenselijkheid van nog meer distributiecentra in Deventer. Ook vorig jaar april 2023, toen de raad besloot over de wenselijkheid van een nieuwe verbindingsweg tussen de Teugseweg en de Zutphenseweg in het kader van project Mobiliteit Poort van Deventer, heeft het college niet gemeld, dat deze verbindingsweg ook bedoeld zou zijn voor de verkeersafwikkeling van het zoveelste distributiecentrum in Deventer. En dat, op een van de drukste verkeersknelpunten in Deventer. Wij realiseren ons, dat het bestemmingsplan, of nu heet het Omgevingsplan, formeel een distributiecentrum toelaat, maar het tij kan volgens ons, nog wel gekeerd worden. Er is namelijk strijdigheid met onze eigen Omgevingsvisie, die we in 2019 hebben vastgesteld.

Als we dit door laten gaan, kunnen we ons serieus afvragen, wat een Omgevingsvisie dan nog voorstelt. Wat voor een waarde heeft dat dan nog? Nu S/park ook niet zo lekker loopt, zou dat terrein ook zomaar eens in beeld kunnen worden, komen voor een distributiecentrum. Want daar is het immers ook toegestaan. En dan ja, wordt Poort van Deventer toch een heel ander terrein, dan we met zijn allen hadden voorgesteld. Een distributiecentrum op Poort van Deventer is schaarse grond opofferen, die voor andere bedrijvigheid is bedoeld. Het geeft nauwelijks nieuwe werkgelegenheid en levert extra verkeersknelpunten, of verkeersbewegingen op, op al een van de drukste knelpunten van Deventer. Ik kom tot een afronding en tot vragen. Maar daarbij wil ik nog wel opmerken, dat er wel enig ongemak is bij het aanvragen van dit debat. Omdat het ook gaat om twee wethouders, die de plannen voor Poort van Deventer in deze raad hebben behandeld en besproken en die zijn inmiddels vertrokken. Maar omdat het toch dermate belangrijk is, het is volgens ons, een ongewenste ruimtelijke ontwikkeling. En omdat we hier met zijn alle lessen uit kunnen trekken, dus college en raad tesamen, dus die lessen voor de toekomst, kiezen we er toch voor, om vandaag het college te bevragen. Ik weet niet of het nu de bedoeling is, dat ik al mijn vragen voorlees, voorzitter, of, dat voor het gemak, ja, ze staan in het RIS.

De voorzitter: Ze staan in het RIS. Is dat voldoende voor u? Ja? Dan doen we het, zonder dat ze letterlijk worden voorgelezen. Ik ga er wel vanuit, dat deze vragen wel letterlijk zal worden beantwoord, dus dat we niet allerlei andere vragen. Dit is, dit zijn de primaire vragen, waar het antwoord op moet komen van de zijde van het college. Zullen we dat gaan doen? De heer Van der Meulen: Ja, dat lijkt me heel erg goed. Ik hoop ook, dat het college er niet voor kiest om samen, vragen samen te voegen, omdat dan het debat ook verwarrend kan gaan verlopen. Dank u. De voorzitter: Oké. De eerste twee vragen worden door wethouder Wijnhoud beantwoord. De vragen drie en vier door wethouder Van Essen en de laatste vraag weer door wethouder Wijnhoud. Wethouder Wijnhoud, ga uw gang.

4 De heer Wijnhoud: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, de vestiging van het distributiecentrum is mogelijk in de Poort van Deventer, zowel in het huidige als in het vorige bestemmingsplan. Dat is tijdens de raadsbehandeling van het nieuwe bestemmingsplan, ook expliciet benoemd. De Omgevingsvisie beschrijft de ambitie van de gemeente voor de Poort van Deventer. De Omgevingsvisie benoemt voor de Poort van Deventer onder meer als ambitie, dat dit een dynamisch vestigingsmilieu is voor duurzame innovatie, adviesdiensten en beroepsonderwijs. Dit wil echter niet zeggen, dat alle andere initiatieven daarmee uitgesloten zijn. Het college zag en ziet geen aanleiding, om distributiecentra uit te sluiten voor dit gebied. Zij leveren geen belemmering op voor de ambities met het gebied. Bovendien, vervullen logistiek, handel en distributie een belangrijke rol in de economie van Deventer. De voorzitter: Dat is het antwoord op vraag één? De heer Wijnhoud: Derhalve was er geen aanleiding voor het college, uw raad te informeren over het initiatief. Daarnaast gaf het hierbij, gaat het hierbij om een vooroverleg voor vergunningsaanvraag. Het is ongebruikelijk om actief te communiceren over initiatieven, die nog in het stadium van vooroverleg zijn. En overigens, ook voor veel initiatiefnemers zeer ongewenst.

Het gaat vaak om bedrijfs- en concurrentiegevoelige gegevens en het is voor de meeste bedrijven ongewenst, dat hun naam en documenten al bij de raad en daarmee, in de openbaarheid komen te liggen, als zij zich in de oriënterende fase bevinden van het vooroverleg. Het delen van informatie uit het vooroverleg is ook niet logisch, vanuit de rolverdeling tussen uw raadsvoorzitter en het college. Immers, de raad bepaalt de kaders. Vroeger het bestemmingsplan, tegenwoordig het omgevingsplan. En het college toetst in de uitvoering aan deze kaders. Dus, past een bedrijf daar wel of niet, volgens het bestemmingsplan. Een vooroverlegplan heeft geen juridische status en biedt nog geen zekerheid, dat er een aanvraag omgevingsvergunning wordt ingediend. En als dit wel gebeurt of deze aanvraag gelijk is aan het besproken vooroverlegplan. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Laten we eerst maar even deze, nee, laten we gewoon even de vragen eerst beantwoorden, dan hebben we het hele verhaal. En dan gaan we daarna, eventuele vervolgvragen. Dus ik geef het woord aan wethouder Van Essen, denk ik, of is het … Ja, oh, ik had het gevoel, dat u al, het ging over het informeren van de raad, maar … De heer Wijnhoud: Het ligt dicht bij elkaar. Dank u wel, voorzitter. Dan even voor de goede orde, dan nu het antwoord van het college op vraag twee.

Het initiatief wat ik net al zei, bevindt zich in een vooroverlegplan voor een distributiecentrum. Dat past zowel binnen het nu geldende, als binnen het destijds geldende bestemmingsplan. Ik zei het net al, in de Omgevingsvisie wordt voor Deventer de koers vastgelegd en formeel, bindt de Omgevingsvisie alleen ons als gemeente. Het Omgevingsplan, daarentegen, is het juridische toetsingskader voor nieuwe ruimtelijke initiatieven. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Oké. Nee, we gaan gewoon eerst even alle vragen af. Dan gaan we naar wethouder Van Essen. De heer Van Essen: Ja, voorzitter, dank u wel. De vraag van GroenLinks, nummer drie gaat over of we in, bereid zijn om in gesprek te gaan. Nou, uiteraard is het college altijd bereid, om in gesprek te gaan met ondernemers. Maar, omdat de categorie waarover de vraag eigenlijk gaat, hier ruimtelijk gewoon kan, zoals de collega net heeft uitgelegd, is het wat college betreft, dat niet het onderwerp van gesprek met deze ondernemer. Dan vraag vier, voorzitter, waar wordt gevraagd, of wij bereid zijn om de omgevingsplannen voor bedrijventerreinen aan te passen, zodat nieuwe distributiecentra worden uitgesloten. Dat zijn wij niet van plan. Als je kijkt naar welke functie logistiek en distributie in het Deventer economisch systeem vervult, dan is hij gewoon belangrijk.

We bedenken hier zaken met instellingen als het Saxion, Aventus of andere bedrijven. We maken hier producten en die producten moeten ook vervoerd worden, dus het is een onmiskenbaar onderdeel van de Deventer economie. Ik heb afgelopen paar weken ook voorbeelden mogen zien daarvan. Wasco bijvoorbeeld, een nieuwe hal gebouwd. Een bedrijf hier uit de regio wat, naast dat het spullen maakt, ook spullen moet vervoeren. Of Esdec, een bedrijf wat wereldleverancier

5 is voor systemen voor zonnepanelen, kon geen hal meer bouwen. Gaat nu naar Zwolle toe daarvoor. Dus het laat zien, dat het gewoon bedrijven zijn, die echt onderdeel zijn van de Deventer economie, hier hun plek hebben, hier toegevoegde waarde hebben. Je kunt niet in die keten daar, logistiek en distributie zomaar even afsnijden. Los van, dat het ook in de bestaande omgevingsplannen niet zomaar kan, zonder dat je daar tegen zaken als planschade aanloopt. Wat we ons wel kunnen voorstellen, voorzitter, is dat grootschalige XXL-distributie op moment, dat we nieuwe bedrijventerreinen zouden zoeken of hectares willen uitgeven, dat daar enige terughoudendheid past. En wel omdat je natuurlijk, zoals ik net ook zei, de hele keten wil bekijken, wat is de toegevoegde waarde in het Deventer economische systeem? Maar we ons ook kunnen voorstellen, gezien het bestuursakkoord, dat we daar bij uitgifte van nieuwe kavels terughoudend mee om wensen te gaan. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Van Essen. Dan gaan we terug naar wethouder Wijnhoud. De heer Wijnhoud: Dank u, voorzitter. De laatste vraag, die betrekking heeft op het voortaan bij toekomstige ontwikkelingen, die mogelijk in strijd zijn met de Omgevingsvisie, om vooraf wensen en bedenkingen te vragen of in ieder geval, te informeren. Dank u, voorzitter. Dat is afhankelijk van de situatie.

Voor ontwikkelingen die niet in strijd zijn met de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan zal een planologische procedure moeten worden doorlopen. Voor deze initiatieven geldt, dat er bij het afwijken van het Omgevingsplan en dan met een BOPA, verplicht adviesrecht voor de door uw raad aangewezen gevallen. Uw raad wordt naar aanleiding van het door u aangenomen amendement bij deze initiatieven, die in strijd zijn met het Omgevingsplan en de Omgevingsvisie, altijd betrokken. Als er geen BOPA vergund kan worden, maar het Omgevingsplan gewijzigd moet worden, ligt hij voor de bevoegdheid ook bij de gemeenteraad. Indien ontwikkelingen passen in het Omgevingsplan, is er sprake van een zogeheten gebonden beschikking. Het college moet de vergunning dan verlenen. Ook als de ontwikkeling politiek gevoelig ligt en of in strijd met de Omgevingsvisie, moet de vergunning worden verleend. Het Omgevingsplan is immers het juridisch bindend kader, dat door uw raad is vastgesteld en is voor iedereen bindend. Tenslotte, voorzitter. Het college heeft daarnaast informatieplicht en zal uiteraard de raad informeren, bij naar het oordeel van het college gevoelige ontwikkelingen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de indieners van de interpellatievraag. De heer Van der Meulen. De heer Van der Meulen: Ja, dank u wel. Dank u wel, wethouders voor de beantwoording van de vragen.

Of althans, een poging daartoe. Want ik heb gemerkt, dat een aantal vragen niet helemaal zijn beantwoord en met name, vraag twee. Dus voor, deze wethouder werd echt gevraagd om, of het pas binnen het gewenste ontwikkelbeeld uit de Omgevingsvisie. En uw antwoord was, het past binnen het Omgevingsplan. Dat is bekend. Dat is dus eigenlijk ook waarom we hier staan, dat dat bekend is, dat we daar lange debatten over hebben gehad. Maar het gaat nu echt specifiek om de Omgevingsvisie. En in de Omgevingsvisie zijn allerlei erg mooie woorden gewijd aan het Bestemmingsplan Poort van Deventer. Innovatief, milieu, sterk voor de economie, kenniseconomie, de Kennisas van Deventer. Nou ja, ik, te mooi om waar te zijn. Daar past geen XL-distributiecentrum bij. En die vraag heeft u niet beantwoord. Want de vraag was van, vindt u of het past binnen het gewenste ontwikkelbeeld uit de Omgevingsvisie? Dus dan zou ik graag van u, een antwoord willen op die vraag, past het binnen de Omgevingsvisie? Hoe dan? De heer Wijnhoud: Dank u. De voorzitter: Wethouder Wijnhoud. De heer Wijnhoud: Dank u, voorzitter. Ja, kijk, ik heb proberen duidelijk te maken, voorzitter, dat het college zich heeft gehouden aan de kaders, die aan ons zijn gegeven. We hebben uiteraard te maken met de Omgevingsvisie, daar heeft u gelijk in en Omgevingsplan.

Het Omgevingsvisie is een koers en je kunt nou eenmaal van een koers afwijken. Kijk, laat ik het anders zeggen. Als een van die bedrijven, die zich, die u zojuist noemt, zich aan onze poort had gemeld, dan hadden denk ik, zowel ik als mijn collega Van Essen de rode loper uitgerold, om te kijken

6 of we dat bedrijf daar kunnen vestigen. Want dat is niet gebeurd. En daarnaast, ja, blijf ik erbij, dat het past binnen het Omgevingsplan. Dank u wel. De voorzitter: Dan de heer Van der Meulen. De heer Van der Meulen: Ja, nee, maar dat laatste, dat wordt ook niet bestreden. Dus dat hoeft de wethouder niet de hele tijd te herhalen. Op het moment, dat er afwijkingen zijn met een Omgevingsvisie, dan wordt er normaal gesproken, de raad in positie gebracht. Onlangs hebben we dat gehad met het bouwplan Wechelerhoek hè. Dat is expliciet gevraagd van, het staat niet in de Omgevingsvisie, daar willen we bouwen, daar vragen we een akkoord van de raad op. Een ander voorbeeld is, daar hebben we het bevestigd, dat was met de windmolendiscussie langs de A1. Heeft wethouder Walder, die heeft gevraagd van, wilt u bevestigen wat in de Omgevingsvisie staat, dat dat nog steeds voor u akkoord is? We hebben nu een hele mooie tekst in de Omgevingsvisie, waarin staat van, we willen hier innovatieve bedrijven, kenniseconomie. Nou, ik hoef het rijtje niet opnieuw op te noemen. Dus het zou gepast zijn geweest, als het college aan de raad had voorgesteld van, beste raad, we hebben hier een mooi distributiecentrum. College is enthousiast, wil het graag toelaten, maar het is strijdig met de Omgevingsvisie.

Wat is er lastig aan, om dat aan de raad voor te leggen? Dat is eigenlijk de enige vraag, die nu nog voorligt. De voorzitter: De heer Wijnhoud. De heer Wijnhoud: Dank u, voorzitter. Ja, de enige, het antwoord, het enige antwoord hierop en het is ook al een keer genoemd, dat spijt me, dat we in een vooroverlegfase zitten. En wij, het is niet gebruikelijk in wat voor onderwerp dan ook, als het nog in een vooroverlegfase is, dat we dat met de raad delen. Aangezien, het geen juridische status heeft. Dank u wel. De voorzitter: De heer Van der Meulen. De heer Van der Meulen: Dan begrijp ik de wethouder goed, dat op het moment, dat het uit het vooroverleg komt, dat u de raad gaat informeren en dat u het de raad gaat vragen? Dat is wat u zegt nu. Dus dat geeft, dat stelt me dan wel weer gerust, dat we als raad daarover mee kunnen praten. De voorzitter: Wethouder Wijnhoud. De heer Wijnhoud: Dank u wel, voorzitter. Nou, ik kom bij u, als het zeg maar een afwijking is op het Omgevingsplan en er door een partij, een vergunning is aangevraagd bij ons of ingediend. Pas dan, komen we bij u als raad. Als het nodig is, zoals ik al toen straks in mijn eerdere antwoorden genoemd heb. De voorzitter: De heer Van der Meulen. De heer Van der Meulen: Nee. Er is geen sprake van een afwijking van het Omgevingsplan. Ja, dat zou ook nog kunnen, maar daar gaan we even niet vanuit.

Er is hier duidelijk sprake van een afwijking van de Omgevingsvisie. Ik noemde net een voorbeeld bij Wechelerhoek hè. Dat is een voorbeeld, dat we recent hebben gehad. Daar wijkt het ook af van de Omgevingsvisie en daar bent u naar de raad gegaan als college. Mijn verzoek is, om dat bij dit distributiecentrum ook te doen. De voorzitter: Wethouder Wijnhoud. De heer Wijnhoud: Ja, voorzitter. Ik denk, dat we een beetje in een cirkeltje blijven vraag, antwoorden. Ik heb denk ik, mijn standpunt duidelijk verteld, hoe het college daarin zit. Wij hebben nog kritisch teruggekeken. En we hebben inderdaad, ja, we hebben dus uw raad geïnformeerd, waar nodig in dit geval. De voorzitter: Ik, nog één keer en dan gaan we proberen het af te ronden.

7 De heer Vermeulen: Ja, oké. En in relatie tot, het antwoord op de vijfde vraag. Want u geeft daar aan van, nou, het is afhankelijk van de situatie en we hebben de raad goed geïnformeerd. Ja, u bent er destijds misschien zelf niet bij geweest, maar we hebben in deze raad heel veel debatten gehad, over het Bestemmingsplan Poort van Deventer. Welke bedrijven daar wel of niet, toegestaan zouden mogen worden. Daarin zijn ook, heel vaak hebben we gesproken over distributiecentra. En uw collega destijds, mijnheer Walder, die heeft in het kader van de S/parkdiscussie, weliswaar een onderdeel van Poort van Deventer, duidelijk aangegeven van, distributiecentra, dat willen we hier niet hebben. Daar houden we de deur voor dicht. Dat heeft hij zelfs ook nog in de media herhaald en daar waren we van harte mee eens. Dus ja, op dit moment is bij mij wel wat verwarring, wat het college nu eigenlijk wil. Want die zegt eigenlijk, we hebben destijds, bij het Bestemmingsplan Poort van Deventer hebben wij duidelijk aangegeven aan uw raad, dat distributiecentra hier ook mogelijk waren en zelfs wenselijk. Nou, dat bestrijd ik. Dus mijn vraag is, om daar toch nog een keer op te reageren. De voorzitter: Wethouder Wijnhoud, de laatste instantie. De heer Wijnhoud: Ja, dank u, voorzitter.

Ja, voor wat betreft, wat mijn voorganger, wethouder Walder gezegd heeft, wil ik als u het goed vindt, zodra even mijn collega Van Essen het woord geven. Maar ik wil toch nog even terugkomen, op die vraag vijf. Ik begrijp heel goed, dat uw fractie het als politiek gevoelig ziet. Dat is mij inmiddels duidelijk. Maar ik ben eigenlijk ook wel heel benieuwd, hoe andere fracties hier tegenaan kijken, in deze casus. De voorzitter: Ja, maar dat is … Dat kunnen we nu gaan doen. Maar dit, het interpellatiedebat is bedoeld, om helderheid te verkrijgen. En we hoeven hier geen unanimiteit of, u mag zich allemaal uitspreken natuurlijk, dat recht heeft u. Maar laten we het wel een beetje binnen de perken houden, want anders gaan we hier nog veel langer op door. Dus ik geef kort de gelegenheid om uw, soort stemverklaring, zal ik maar zeggen. Maar niet weer doorvra… Mevrouw Schmidt. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Dank u wel, voorzitter. Ik hou het heel kort. Ik kan GroenLinks hier alleen maar in bijvallen. Letterlijk, wat mijnheer Van der Meulen zegt, is ook letterlijk wat er door de vorige wethouder gezegd is, dus. De voorzitter: Oké. De heer De Niet. De heer De Niet: Ja, dank u wel, voorzitter. Nou, ik, wij, ik kan me ook goed vinden in de vragen, die GroenLinks stelt. Maar ik heb ook nog wel een vraag, naar aanleiding van het antwoord, wat de wethouder heeft gegeven.

Het gaat over, dat er geen enkel, het college geen enkel bezwaar eigenlijk ziet tegen de vestiging van deze, van een XL-distributiecentrum op deze locatie. En dat verbaast mij wel een beetje. Want wat een distributiecentrum met zich meebrengt, is per definitie veel verkeersbewegingen van vrachtverkeer. Dat is in eerder een, als argument gebruikt om een ander bedrijf op dit deel van het bedrijventerrein te weigeren, want dat zou het terrein niet aankunnen. Er zijn ook best wel redenen, om op deze plek niet nog meer vrachtverkeer te willen. Dat heeft met, dat is de portefeuille van weer een andere wethouder, dat gaat over Verkeersveiligheid. Die wil ik toch hier wel ook benoemen. Want er zit een heel groot knelpunt met het kruispunt bij de Teugseweg, waar ook heel veel forensen en scholieren op fatbikes bijvoorbeeld, langsfietsen richting Zutphen. Dat is een onoverzichtelijk kruispunt, waar ook al een zeer ernstig ongeval is geweest met blijvend letsel. Dus de verkeersveiligheid is hier ook een aspect, wat echt wel gewogen mag worden en wat eerder ook wel is gewogen, door het college. In die zin snap ik het feit, de bewering, er is geen enkel bezwaar. Nou, ik zie wel degelijk bezwaren als het gaat om verkeersveiligheid en verkeersbewegingen. De voorzitter: Oké, dank. Wethouder Wijnhoud, een reactie daarop? De heer Wijnhoud: Ja, nee.

Even nog een korte reactie op de heer Van der Meulen. De uitspraken van collega Walder, die gingen specifiek over het S/park en niet over dit perceel, waar nu over gesproken wordt. Dank u wel.

8 De voorzitter: De heer Evers. De heer Evers: Ja, dank u wel, voorzitter. Als CDA-fractie, kunnen we wel meegaan met beide redeneringen. Want ik ben het heel erg met de heer Van der Meulen eens, dat de strekking van het debat wat we toen gevoerd hebben, heel erg is in de lijn met de vragen, die ze, die er gesteld zijn. En moet het allemaal misschien nog maar eens precies terugkijken, wie, wat gezegd heeft, maar dit was wel de strekking van het verhaal. Dus we zijn ook wel verrast, dat er zo'n groot distributiecentrum komt. Maar dat roept ook de vraag op, als je dan in de Omgevingsvisie deze beschrijving op dat gebied plakt, welke ontwikkelingen die niet volgens die omschrijving ingevuld worden, tot hoever ga je, totdat je als college dan zegt, ho, stop en nu niet verder. Want anders komen we nooit aan die kennisintensieve bedrijven toe, hè. We hebben gebrek aan ruimte, we hebben een nadrukkelijke visie met dit gebied. Maar als we elk bedrijf, wat we niet hebben uitgesloten, wat daarin past, maar blijven faciliteren, zit het gebied op een gegeven moment vol en hebben we geen enkel kennisintensief bedrijf daar. Dus ook een beetje richting toekomst kijken.

Hoe moeten we hier dan in toekomstige gevallen mee omgaan, want wat zegt die Omgevingsvisie ons dan precies? En hoe geven we daar als raad handen en voeten aan, om het te krijgen, zoals we het ook willen? De voorzitter: De heer Wijnhoud. De heer Wijnhoud: Ja, dank u voorzitter. Ja, ik denk, dat we dat zeg maar, niet op dit moment hier in deze sessie moeten gaan doen, hoe we precies de … Dat is natuurlijk toch iets tussen raad en college ook. Dat zou misschien op een ander moment besproken kunnen worden. Het gaat ook nu specifiek om de Poort van Deventer. En wat ik al zei, ja, deze Omgevingsvisie, dat is een koers, die is vastgelegd voor Deventer. En ja, wat ik al zei, je kunt van een koers, door allerlei redenen kan afgeweken worden. Dank u wel. De voorzitter: De heer Evers. De heer Evers: Ja, maar de vragen van de heer Van der Meulen zijn terugkijkend, maar toch ook een beetje richting toekomst. Dat vind ik namelijk, ook het hele positieve van die vragen. Misschien hebben we met zijn allen ook wel, hebben we er niet goed naar gekeken destijds. Maar hoe kunnen we dit in de toekomst dan anders doen? Dus vandaar, dat die vragen wat mij betreft, toch relevant zijn. De voorzitter: Wethouder Wijnhoud. De heer Wijnhoud: Ja, ik zal dat ter kennisgeving aannemen.

Ik, ja … De voorzitter: Maar, kunt u, kunt u, ja, is er reden, om hier verder op door te gaan of, want ter kennisgeving aannemen, betekent niks. Ik bedoel, dat is, dat … De heer Evers: Ik stel vragen en die zijn bedoeld, om antwoorden te krijgen. Dus als die antwoorden nu niet kunnen komen, dan zou ik wel op prijs stellen, dat we daar eens op een ander moment wel antwoorden op krijgen. Omdat dit wel heel essentieel is, voor hoe we in de toekomst … We krijgen de komende tijd nog diverse vragen over Omgevingsvisie, ten opzichte van deelvisies, die daar misschien aan ten grondslag liggen. Dus het onderwerp begint steeds essentiëler te worden, echt met elkaar klip en klaar te krijgen, hoe we hier nou in, mee omgaan ook in de toekomst. De voorzitter: Wethouder Wijnhoud. De heer Wijnhoud: Nou ja, uiteraard, vraag en antwoord, dat is mij bekend. Alleen, ik denk we gaan, we moeten niet nu dat breder gaan trekken. Maar ik wil absoluut met uw raad daarover in gesprek, hoe zich een Omgevingsvisie verhoudt tot een Omgevingsplan. Dat spreekt voor zich. Dank u wel.

9 De voorzitter: De heer De Niet. De heer De Niet: Dank, voorzitter. Ik heb misschien nog niet duidelijk genoeg, een vraag gesteld. Maar ik wil wel graag ook antwoord of duidelijkheid over, of het college en de wethouder zich bewust zijn van die, het aspect verkeersveiligheid en verkeersbewegingen. Wat op dit, deze plek, wel degelijk een knelpunt is en ook gewogen zou moeten worden in de besluitvorming. Dus gaat, doet u dat of doet u dat niet? De voorzitter: Wethouder Wijnhoud. De heer Wijnhoud: Dank u, voorzitter. Ja, daar zijn we ons uiteraard van bewust. Daar wordt ook naar gekeken bij de vervolgplannen. Dank u wel. De voorzitter: Kijk. De heer Varenbrink De heer Varenbrink: Ja, dank u, voorzitter. Mijn vraag is eigenlijk, wat ik uit de woorden van de wethouder hoor, dit is, zit nog in vooroverleg. Dus mijn vraag is dan wellicht aan GroenLinks van, zijn we dan niet nu al te voorbarig? Want ik begrijp uw zorgen als fractie. Maar zijn we niet voorbarig, want er is nog geen vergunningsaanvraag? En dan eigenlijk gelijk ook, de tweede vraag. Want in 2022 was volgens mij, een van mijn eerste Raadstafels, hebben we dit bestemmingsplan besproken. Waarom hebben we toen dan niet als raad opgenomen van, we willen hier, of een amendement ingediend van, we willen hier geen distributiecentra. De voorzitter: De heer Van der Meulen. De heer Van der Meulen: Ja, dank u wel.

Ik ben heel erg blij met die vraag. Want inderdaad, in die periode, toen heeft onze fractie en een aantal andere fracties ook, overwogen en eerlijk gezegd, het amendement was al geschreven, dat ging toen over distributiecentra en woonboulevards. Dat was ook bekend bij het college, of althans, daar is op gezinspeeld. Alleen, door de woorden van de wethouder, dat de Omgevingsvisie, nou, de Omgevingsvisie ging over de kenniseconomie van Deventer, het versterken van innovatie. En nou, het distributiecentrum, dat nou, dat moeten we toch niet aan denken, op die plek. Want daarvoor hebben we een terrein, aan de overkant van de A1. Dus op basis van de woorden destijds vanuit het college, hebben we geen amendement ingediend. Het klopt, dat de, u gaf, tweede vraag eigenlijk. De eerste vraag was van, inderdaad, vooroverleg. Ja, inderdaad, het is een, nog een pril plan. Tegelijkertijd is het wel zo, het staat gewoon, het plan staat op Funda Business. Daar is het gewoon te zien, wat daar in de aanbieding staat. Een XL grote blokkendoos op het nou ja, op een bedrijfsterrein wat we destijds noemden, de Ferrari onder de bedrijfsterreinen. Dus ik hoop, dat de, daarmee … De voorzitter: De heer Muilerman. De heer Muilerman: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, dat is, als ik mag antwoorden op de heer Van der Meulen, dat is het risico van die ondernemer, denk ik dan maar.

Want wij werken hier gewoon via een vaste procedure, dus daar heeft die ondernemer zich ook aan te houden. En over de, mijn tweede vraag, om daarop terug te komen. Om dit en dan om in het vervolg te komen, moeten we daar misschien in het vervolg, beter op letten. Maar nu hebben we wel met deze situatie te maken. Of nou, we hebben eigenlijk nog niet met de situatie te maken. Maar afsluitend, moeten we oppassen, dat we niet te voorbarig zijn met iets wat wellicht, wellicht komt er geen vergunningaanvraag. Dat weten we nog niet. De voorzitter: Oké. Dan de heer Zuijdam nog. De heer Zuijdam: Ja, ik wil de heer Van der Meulen nog even bijstaan in zijn vorige antwoord. Dat er ook in die tijd, juist door de heer Van der Meulen is gevraagd van, we gaan hier toch geen verdozing toestaan? Daar is

10 letterlijk op, door de, door het college beantwoord van, nee, dat zijn we niet van plan, want we willen hoogwaardige industrie, et cetera. De voorzitter: Oké. Daarmee is volgens mij, de reconstructie van het verleden wel boven water. En de vraag is wel en dat is denk ik, ook de vraag aan het college, om wel met een voorstel te komen, hoe we hier dan, en dat is ook de laatste vraag, de toekomst. Hoe daarmee om te gaan? Mag ik het op die manier afronden? Ja? Is dat … Wethouder, sorry, de heer Van der Meulen. De heer Van der Meulen: Ja, wat wilt u precies afronden, dit vragenblokje of de … De voorzitter: Nee, volgens mij hebben we hier … De heer Van der Meulen: Het debat. De voorzitter: Ja, ik dacht, dat we alle vragen … De heer Van der Meulen: Nou, nee. De voorzitter: Dan, gaat u door. De heer Van der Meulen: De andere wethouder, mijnheer Van Essen heeft ook een, nog een antwoord gegeven, waar ik nog wel een reactie op wil geven. Want de, het was eigenlijk een pleidooi voor meer distributiecentra in Deventer. Nou, zo proefde ik het wel een beetje. Zo van, laten we vooral niet die economische ontwikkeling in de weg staan. En de heer Lars Wijnhoud, die gaf ook al aan van, ja, politiek gevoelig van, dat vindt alleen de fractie van GroenLinks. Ik adviseer toch ook, om een beetje het nieuws te volgen.

Bijvoorbeeld, de uitzending van Nieuwsuur te bekijken, die onlangs is geweest over de verdozing in Nederland. En daar, dat is niet alleen politiek gevoelig, dat wordt vanuit het Rijk gestimuleerd, om daar heel zorgvuldig mee om te gaan. Want het is schaarse grond. In Deventer praten we over schaarse industriegrond en daar moeten we heel zuinig mee omgaan. Dus het is niet politiek gevoelig bij GroenLinks, het is gewoon een landelijke opvatting. Maar de vraag of de reactie van mijnheer Van Essen, die verbaasde me wel een beetje over van, nou ja, er kan eigenlijk nog wel meer bij en we willen eigenlijk niet een rem. Terwijl, we voor het bedrijventerrein A1 volgens mij, bij het uitgiftereglement, tenminste, ik was in die veronderstelling, hebben we er wel een rem opgezet, willen we daar juist niet meer. Ik denk, dat we dat voor andere bedrijventerreinen ook moeten, dat we zuinig moeten omgaan met die grond, die we nog hebben. En dit enthousiasme van het, vanuit het college voor distributiecentra, dat verrast mij wel zeer. En lijkt mij nuttig, om daar toch nog een reactie van de heer Van Essen over te krijgen. De voorzitter: Uitstekend. Gaan we naar de heer, wethouder Van Essen, ga uw gang. De heer Van Essen: Ja, voorzitter. Ik snap, dat GroenLinks het debat een beetje levendig wil houden. Maar dat is niet, hoe je mijn woorden zou moeten wegen.

Volgens mij, heb ik proberen aan te geven, dat vanuit de Deventer economie, dat handel, logistiek en distributie gewoon onderdeel is, ook van Deventer bedrijven, die hier spullen maken en bedenken. Dat je dat niet chirurgisch zomaar kunt snijden en alles wat aan die kant zit, dat dat fout is. Ik heb ook wat lokale voorbeelden genoemd, die volgens mij, zeker niet fout zijn. Dus het pleidooi is niet een pleidooi, voor meer distributiecentra. Maar om daar ook genuanceerd naar te kijken, waar het gewoon bij de Deventer economie hoort en past. Ik heb ook gezegd, dat er een politiek-bestuurlijke uitspraak ligt. En dat is misschien, voorzitter, ook deels een antwoord op de vragen van de heer Evers. In het bestuursakkoord, dat we terughoudend om willen gaan met XXL-distributie, dus daar ligt een politiek-bestuurlijke uitspraak. Ik heb ook gezegd, bij nieuwe kaveluitgifte kan ik me ook heel erg goed voorstellen, dat we die twee dingen, die politiekbestuurlijke uitspraak sowieso. Maar ook de connectie van een bedrijf met bepaalde profielen, die je wil en de connectie van het bedrijf met de Deventer economie, of de regionale economie, gewoon belangrijke criteria zijn. Dan zitten we ook in de positie als gemeente, om dat te vragen. Want het is dan ook kaveluitgifte van de gemeente.

11 De voorzitter: Mijnheer Van der Meulen. De heer Van der Meulen: Ja, dank u. Dat klinkt al een stuk genuanceerder. Maar u verwijst nu naar het bestuursakkoord en XXL. En we hebben het ook over XL en dat is ook al behoorlijk, flink aan de maat. Maar hoor ik nu, dat het college met een voorstel komt naar de raad? Over van, hoe om te gaan met distributiecentra? Want dat zou natuurlijk wel mogelijk een oplossing zijn, ook om nou ja, uit deze discussie te komen. De voorzitter: De heer Van Essen. De heer Van Essen: Ja, voorzitter. Er ligt gewoon een duidelijke politiek-bestuurlijke uitspraak, in het bestuursakkoord. Daar is volgens mij, daar is wat ons betreft, geen nieuwe duidelijkheid bij nodig. En het college past dat toe op het moment, dat er nieuwe kaveluitgifte plaats zal vinden. De voorzitter: Heer Van der Meulen. De heer Van der Meulen: Ja, dank u wel. Ja, bestuursakkoord is natuurlijk niet van de raad, dat is van de coalitie. En nogmaals, het gaat over XXL en het gaat mij ook om XL. De voorzitter: Wethouder Van Essen. De heer Van Essen: Ja, voorzitter. Volgens mij, zijn we het op een bepaald punt, best wel eens. Maar ik snap, dat de heer Van der Meulen nog naar een stukje extra zoekt. Maar volgens mij, is deze uitspraak best wel helder. Ligt er een politiek-bestuurlijk kader, wat het college bindt.

Dus zie ik geen, eerlijk gezegd, geen reden, om dat nog verder aan te scherpen. Voor wat betreft de antwoorden, die ik zojuist heb gegeven. De voorzitter: De heer Van der Meulen. De heer Van der Meulen: Ja, de terughoudendheid in het beantwoorden, om een stukje tegemoet te komen aan de bepaalde zorgen in de raad, over de iets minder grote distributiecentra dan XXL. Want dan praten we echt over, de mega dozen. En het gaat ons ook om, de zorgvuldige inpassing op de bestaande bedrijfsterreinen. En dat is een zorg van in ieder geval, de fractie van GroenLinks. Maar ik hoor ook wel in de raad, wat meerdere geluiden. Dus mijn uitnodiging of voorstel is eigenlijk, om hier verder een keer op door te praten, aan de hand van een voorstel of notitie. Of, in ieder geval, hoe gaan we hiermee om? Dat is een uitnodiging aan het college. Het zou eigenlijk, andersom moeten zijn. De voorzitter: Wethouder Van Essen. De heer Van Essen: Ja, als laatste, voorzitter, dan stop ik ook hoor. Maar het lijkt mij, dat zo'n kader wat in het bestuursakkoord terechtkomt, een uiting is ook van de maatschappelijke zorgen, die er zijn, die partijen ook hebben ingebracht. En ook gewoon wat ons betreft, niets aan onduidelijkheid laten. De voorzitter: Nou, ik stel voor, dat we het hierbij laten. De heer Van der Meulen: Ik zou graag enkele minuten schorsing willen vragen, om te overleggen met mijn fractie.

De voorzitter: Ja. Vijf minuten? De heer Van der Meulen: Vijf minuten. De voorzitter: Plekken weer in te nemen. De heer Van der Meulen heeft gevraagd om een schorsing en krijgt dus het woord.

12 De heer Van der Meulen: Ja, we hebben even overlegd. En nou ja, uiteindelijk zijn we toch wel, vonden we de reactie van het college toch wel wat zuinig. Want dit onderwerp leeft in de raad, willen daar graag over doorpraten. En daarom, is de tekst van de motie eigenlijk, ook heel karig. Dat is het verzoek of we dragen het college op, om met een raadsmededeling vóór 1 oktober 2024 in beeld te brengen, wat het beleid is ten aanzien van nieuwe distributiecentra in Deventer. Op dat moment kunnen we er ook verder over praten, wat wenselijk is. Zowel voor Poort van Deventer, als op andere terreinen. Maar de discussie willen we graag voortzetten. Hij wordt ook medeingediend door een aantal andere partijen. Maar vanwege de, het korte tijdsbestek, heb ik die nu niet allemaal op een rij. Excuus daarvoor. De voorzitter: Nou, dat gaan we zo wel zien bij de stemming dan. Reactie van het college, wethouder Van Essen. De heer Van Essen: Ja, voorzitter. Raadsmededeling hierover, is akkoord. Als het de raad helpt, om dan op basis van die feiten op papier, nog een keer een discussie te voeren, dan faciliteren we dat. De voorzitter: Betekent dat, dat de motie wel blijft staan? Of zegt u, met deze toezegging kan de motie ook worden ingetrokken? De heer Van der Meulen: Nee, de motie blijft staan, ja. En we gaan er zeker over doorpraten in oktober.

De voorzitter: Dan stel ik voor, dat we checken, of er nog stemverklaringen zijn. Zo niet, jawel, de heer Varenbrink, ga uw gang. De heer Varenbrink: Ja, voorzitter. Ik, de PvdA merkt wat onduidelijkheid in definitie. En daarom, haal ik even het bestuursakkoord er letterlijk bij. Waarin staat, we vinden de komst van meer grootschalige distributiecentra niet wenselijk. Nou, volgens mij, is dat voor de toekomst, waar het ook om gaat en daarom zullen wij meegaan met deze motie. De voorzitter: Dank u wel. Kijk, nog andere stemverklaringen? Dat is niet het geval, dan is de stemming geopend. Motie is aangenomen met zesendertig stemmen, unaniem aangenomen. Hamerstukken 2.

Chw bestemmingsplan Murmelliusstraat 4 en verlening omgevingsvergunning

De voorzitter: Dan gaan we verder met de hamerstukken. We beginnen met het bestemmingsplan Murmelliusstraat 4 en verlening van omgevingsvergunning. Is dat voorstel, geeft dat aanleiding tot stemverklaring? Dat is niet het geval. Kunt zich vinden in dat voorstel? Dat is het geval. Dan heeft u aldus besloten. 3.

Stedenbouwkundig plan en grondexploitatie Lettele Oost

De voorzitter: Het Stedenbouwkundig plan en de grondexploitatie Lettele Oost. Behoefte aan stemverklaringen? Niemand? Ja, oh. De heer Van Straaten. De heer Van Straaten: Ja, voorzitter. Ik zat nog zo in de bloedstollende extase van het debat van net, dat ik helemaal per abuis was vergeten, dat er een stemverklaring was. Ja, GroenLinks vindt het jammer, dat het college niet is in is geslaagd, om samen met de moestuinierders van Diepenveen, van Lettele, excuus, een plek te vinden om hun moestuin voort te zetten, ook de moestuin voor de Voedselbank. Dat vinden we erg jammer. We hopen, dat het college alsnog een inspanning gaat verlenen. Desalniettemin, zullen wij instemmen met dit plan. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Straaten. Andere stemverklaringen? Is niet het geval. Kunt u zich allen vinden in dit voorstel? Dat is het geval. Dan heeft u aldus besloten.

13 4.

Wet voorkeursrecht gemeenten Loo

De voorzitter: Dan de Wet voorkeursrecht gemeenten Loo. Behoefte aan stemverklaringen? Is niet het geval. Kunt u zich allen vinden in dit voorstel? Dat is het geval. Dan heeft u aldus besloten. 5.

Wijziging gemeenschappelijke regeling Regio Stedendriehoek

De voorzitter: Dan de Wijziging gemeenschappelijke regeling Regio Stedendriehoek. Behoefte aan een stemverklaring? Mevrouw Schmidt, ga uw gang. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Dank u wel, voorzitter. De fractie van Deventer Sociaal zal instemmen met dit voorstel. Dit betekent echter niet, dat daarmee alle, onze opbouwende kritiek en twijfels die we bij dit voorstel hebben, als sneeuw voor de zon zijn verdwenen. We vinden het echter, we vinden echter, dat er goed geluisterd is naar de diverse gemeenteraden en hopen er het beste van. We blijven het kritisch volgen en zullen onze bevindingen delen, bij de beloofde evaluatie. Dank u wel. De voorzitter: Nou, ik zal het doorgeven aan de voorzitter van de Steden Regiodriehoek. Andere stemverklaringen nog? Dan, kunt u zich allen vinden in dit voorstel? Dat is het geval. Dan heeft u aldus besloten. 6.

Wijziging Subsidieverordening Gecertificeerde Instellingen regio IJsselland

De voorzitter: Dan de Wijziging Subsidieverordening Gecertificeerde Instellingen regio IJsselland. Behoefte aan een stemverklaring? Niemand? Kunt u zich allen vinden in dit voorstel? Dat is het geval. Dan heeft u aldus besloten. 7.

Methodiek berekening en reservering middelen areaalaccres

De voorzitter: Dan de Methodiek berekening en reservering middelen areaalaccres. Stemverklaring, mevrouw, sorry, Van der Meer. Ga uw gang. Mevrouw Van der Meer: Dank, voorzitter. Ja, GroenLinks zat erg met dit voorstel in de maag. Niet zozeer wat betreft de inhoud, maar wel wat betreft, de timing. Want nieuw beleid en vooral nieuw beleid met financiële consequenties, doen we eigenlijk alleen maar bij de Voorjaarsnota of bij de begroting of, niet. Doen we alleen, maar eigenlijk, daar horen we het te doen en niet nu. Maar dit gezegd hebbende, gaan we toch deze keer, wel voorstemmen. De voorzitter: Bij wijze van uitzondering. Mevrouw Eekhuis. Mevrouw Eekhuis: Ja, dank u wel, voorzitter. De PvdA-fractie stemt voor. Echter, willen we wel opmerken, dat we besluiten van deze financiële orde en grootte, bij de Voorjaarsnota zouden verwachten, zodat we het integraal kunnen afwegen. De voorzitter: Boodschap van uw beide fracties, is helder. Kunt u zich allen vinden in dit voorstel? Dat is het geval. Dan heeft u aldus besloten. 8.

Voordracht lid identiteitscommissie. St. Samenwerkingsschool Rivierenwijk

De voorzitter: Dan de Voordracht voor de lid van de identiteitscommissie Samenwerkingsschool Rivierenwijk. Iemand daarover een stemverklaring? Dat is niet het geval. Kunt allen vinden in het voorstel? Dat is het geval. Dan heeft u aldus besloten.

14 Debatstukken 9.

Visie op hoger bouwen in Deventer

De voorzitter: Gaan wij verder met het enige debatstuk voor vanavond en dat is, de Visie op hoger bouwen in Deventer. Er zijn drie amendementen ingediend. Onderwerp, Stadsrand Schalkhaar van de fractie van Gemeentebelang. Het amendement Zichtlijnen hoogbouwvisie van de fractie van de VVD en PvdA. En als derde, de Visie hoogbouw van de ChristenUnie. Drie amendementen, die gaan we alle drie behandelen. Dus we beginnen met het amendement Stadsrand Schalkhaar. Mevrouw Te Riele, u heeft het woord. Mevrouw Te Riele: Dank u wel, voorzitter. Allereerst, wil ik onze mede-indieners benoemen, het CDA, de SP en DeventerNU. De toelichting die er staat, spreekt voor zich. De Visie hoger bouwen is een visie voor de stad Deventer. Nu, is rondom Schalkhaar een stadsrand ingetekend. Dit suggereert, dat Schalkhaar binnen de stadsrand van de stad Deventer valt. Schalkhaar heeft een Dorpsvisie, waarin wordt aangegeven, dat zij zich als een dorp ziet met haar eigen identiteit. De stadsrand moet om de stad Deventer liggen en Schalkhaar is een van de dorpen, binnen de gemeente Deventer. De voorzitter: Dank voor de toelichting. Vragen vanuit de raad? De heer Van Straaten. De heer Van Straaten: Ja, voorzitter. Natuurlijk is Schalkhaar een dorp binnen de gemeente Deventer. Maar ik snap niet zo goed, waarom deze, dit amendement is ingediend.

Omdat, als je naar het kaartje kijkt, waar mogelijkheden zijn voor hoogbouw in Deventer, dan heeft Schalkhaar daar geen kleurtje van, welke vorm van hoogbouw dan ook. Waarom is dan dit amendement zo nodig, volgens mevrouw Te Riele? De voorzitter: Mevrouw Te Riele. Mevrouw Te Riele: Dank u wel. Dit amendement is nodig, omdat de dorp Schalkhaar zomaar bij de stadsrand is betrokken geraakt, om een of andere manier. Maar Schalkhaar hoort niet bij de start en de visie, gaat over de start. De voorzitter: De heer Van Straaten. De heer Van Straaten: Nou, ik dacht, dat de visie van de gemeente Deventer, over de gemeente Deventer gaat en niet alleen over, de stad Deventer. Er was een tijd inderdaad, dat Schalkhaar een andere gemeente was. Maar dat is, voor mijn tijd, moet ik zeggen. Maar is mevrouw Te Riele het niet met me eens, dat het dan hier meer gaat om een sentimentele kwestie, over de identiteit van het dorp in plaats van de ruimte kwestie. Want volgens het kaartje, gaat er niet hoog worden gebouwd in Schalkhaar. Die zorg kunnen we Schalkhaar besparen. Ja, en dat dan, dat lijntje een kleurtje heeft. Ja, ik zie daar, zo het probleem niet van in. De voorzitter: Mevrouw Te Riele. Mevrouw Te Riele: Er staat een aantal malen in de visie benoemd, dat dit gaat over de stad Deventer. En daar wil ik het ook gewoon bij houden.

Schalkhaar is een dorp met een eigen visie en een eigen identiteit. De voorzitter: Volgens mij, laten we het daarbij. Want anders, kunnen we herhaling van zetten gaan krijgen. Mevrouw Schmidt. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Dank u wel, voorzitter. Even een verduidelijkende vraag aan de indieners. In de Visie hoogbouw staat op pagina negentien, dat in de dorpen nu tot tien meter hoog gebouwd, dus drie bouwlagen. Op pagina negenendertig wordt aangegeven, dat dit eventueel ook zestien meter zou kunnen worden, dus tot vijf bouwlagen. Dus welke bouw, welke hoogbouw wordt in het amendement van mevrouw Te Riele bedoeld?

15 De voorzitter: Mevrouw Te Riele. Mevrouw Te Riele: Daar gaat het hier niet om, het gaat om de stadsrand om de stad Deventer. En Schalkhaar is het dorp en die hoort geen stadsrand te krijgen. De voorzitter: Mevrouw Schmidt. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Maar dat is geen antwoord op de vraag. Mevrouw Te Riele: Ik wil het wel helder maken. Een dorp heeft een hoogte tot en met drie lagen. Dus even kijken, volgens mij, tien meter. En diverse keren staat, in de visie staat bijvoorbeeld bij de hoogbouw, eenendertig tot en met veertig meter. Ook is hoogbouw denkbaar langs belangrijke lijnen en op de zichtlocaties, die de overgang van stad naar land markeren. En hoogbouw, bij eenendertig tot veertig meter. Dus er zit een wezenlijk verschil in. Er staat meerdere malen overigens, hoor, dat er hoger gebouwd kan worden bij een stadsrand. De voorzitter: Mevrouw Schmidt. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Wat wil mevrouw Te Riele dan zelf aanhouden? De voorzitter: Mevrouw Te Riele. Mevrouw Te Riele: Een dorp heeft drie bouwlagen, dat staat ook voor de andere dorpen vast. En de stadsrand moet om de stad Deventer. De voorzitter: Andere punten nog? Gaan we naar de zijde van het college, wethouder Wijnhoud. De heer Wijnhoud: Dank u, voorzitter. Ja, het advies is kort. We kunnen hier positief op adviseren, als de raad dit wenst. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel.

Dan gaan we, tweede termijn is niet nodig. Dan gaan we naar het amendement van de VVD en de PvdA, Zichtlijnen hoogbouwvisie. Mevrouw Schol. Mevrouw Schol: Ja, dank u wel, voorzitter. Dit amendement, nou, hij staat er nog niet op, dienen wij inderdaad in, met de PvdA, Deventer, staat hij nu op? Ja, kijk. Dan weet ik die dus niet, dus ik zal ze even benoemen. Deventer Belang, Deventer Sociaal en GroenLinks, uiteraard. In de huidige visie wordt gesproken over de zichtlijnen van de overzijde van de IJssel. Dit gaat over, vanaf het pontje, de overzijde van de IJssel aan de Bolwerksweg, de A1, viaduct over de IJssel. Op pagina achttien van de visie staat een, relevante zichtlijnen zowel op de Lebuinuskerk, als op de Bergkerk beschreven. Met dit amendement willen wij graag, de volgende richtlijnen aanvullen. Naast dus, de Wilheminabrug aan één viaduct over de IJssel willen wij ook graag, de Spoorbrug toevoegen en de Bolwerks en het pontje. Samen ook wel, het beschermd stadsgezicht van Deventer. En van de blauwe zichtlijnen willen we graag vanuit de Wilhelminabrug en de Kazernestraat, de zichtlijnen op de Bergkerk benadrukken. Ja, volgens mij, spreekt het verder inderdaad, voor zich. Niet? Volgens mijnheer … De voorzitter: De heer Smeenk heeft het woord. Oh, nee. Reacties vanuit de raad? Niemand? Gaan we naar de zijde van het college. Wethouder Wijnhoud.

De heer Wijnhoud: Dank u, voorzitter. Het college heeft in de beraadslaging van de raad de wens gehoord, om ook vanaf onder meer de Spoorbrug, visualisaties te gaan maken. Het college kan hierin meegaan. Doel hiervan is immers, dat we goed in beeld hebben, wat de visuele consequenties van hoogbouwplannen zijn. Zodat we goed gewogen kunnen, zodat die goed gewogen kunnen worden. Derhalve, positief advies. Dank u wel.

16 De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Straaten. De heer Van Straaten: Ja, voorzitter. Ben blij met de beantwoording van de wethouder, maar het ging beetje snel net. Maar bij de vorige motie heeft de wethouder geen motivatie gegeven, voor zijn beoordeling van het amendement. Zou dat nog kunnen? De voorzitter: Eigenlijk niet, hè, want we hadden hem afgehandeld. Maar het viel mij ook op, mijnheer Van Straaten. Dus we zijn wel nieuwsgierig naar de wethouder. Wat maakt, dat u die stadsrand Schalkhaar. Kunt u daar iets, kort even iets over zeggen? De heer Wijnhoud: Dank u wel, voorzitter. Volgens mij, heb ik het al tijdens de behandeling bij de beeldvorming, al ook eventjes genoemd. Dat, Schalkhaar ligt inderdaad tegenwoordig heel dicht tegen Deventer aan, zoals het ook ooit met Koolstraten het geval was. Kan ik mij herinneren, dat ik dat toen op die manier, ook heb geschetst. Het is ook een ja, een stuk sentiment. Ik kan me namelijk voorstellen, dat de inwoners van Schalkhaar zichzelf als dorp zien en dat dat zijn ze volgens mij ook. En dat ze ook zeker in zo’n visie op hoger bouwen, dan ook echt als dorp betiteld worden. En niet, tegen Deventer aanzitten. Dat is de beargumentatie, dank u wel. De voorzitter: Oké, helder. Dan gaan we geen tweede termijn doen voor de motie, voor het amendement Hoogbouwvisie.

En gaan we naar het laatste amendement van de Visie hoogbouw, van de ChristenUnie. De heer De Niet, u heeft het woord. De heer De Niet: Nou, als deze ook zo vlot gaat, dan ben ik blij. Ik dien dit amendement in, ook samen met Deventer Sociaal. Klopt, hè, mevrouw Schmidt? Ja. Even checken. Dat is, stond niet goed in het RIS. Ja, deze motie gaat, het amendement gaat over het gebied tussen de Rozengaarderweg en de spoorlijn. Dat is het gebied van De Kien, maar dan net, daar aan de andere kant. Daar liggen nu moestuinen, die in de buurt, door de buurt worden gebruikt. Het terrein is van NS en het gaat natuurlijk al langer over de ontwikkelingen die daar nou ja, mogelijk gaan plaatsvinden. Maar waar nog, we nog weinig van weten, in ieder geval. In deze Hoogbouwvisie is net dat stukje, heeft dezelfde hoogte als de, als volgens mij, een schil om het centrum heen. De uitzondering is onlogisch wat ik, wat mij betreft. Alle andere gebieden, overgangen van gebieden zijn logisch gescheiden door spoorwegen of water. En dit gebied is onderdeel van Voorstad en ligt juist aan, ligt zeg maar, direct aan Voorstad en wordt niet door één van die elementen gescheiden. Dus het is logisch, om ook omdat het bij Voorstad ligt, dezelfde hoogtezone toe te wijzen. En in die zin is nou ja, de correctie misschien ook wel vergelijkbaar met de correctie, die we net voor Schalkhaar hebben besproken.

En een ander belangrijk argument is, dat de participatie hier tekort heeft geschoten, wat ons betreft. De bewoners van dit, van de Rozengaarderweg en omgeving hebben al heel lang geleden aangegeven, betrokken te willen worden bij de ontwikkeling van het gebied. Dat is ook toegezegd door wethouder Grijsen. Het is belangrijk om te doen, wat je als gemeente hebt beloofd naar je inwoners. Maar toch, hebben deze bewoners moeite om gehoor te vinden en gehoord te worden. En zijn ze ook niet actief betrokken in de participatie, bij de Visie hoger bouwen. Terwijl dat ja, dit wel een opvallende uitzondering is, die ik net al, zoals ik net ook heb beschreven. Is het dan geen geneuzel, dit soort bijstellingen van een kaartje? Ik denk het niet, omdat we al eerder hebben gezien, dat dit soort kaarten een eigen leven gaan leiden. We hebben bij de Omgevingsvisie ook gezien. Bij de discussie rond de McDonald's hebben we ook op kaartjes lopen turen van, waar loopt die grens dan precies? Dus als we kaders willen stellen en als we die participatie serieus willen nemen, dan is dit het moment, om de visie bij te stellen. De voorzitter: Dank u wel. Reacties uit de raad. De heer Van der Linde. De heer Van der Linde: Dank u wel, voorzitter. Het gaat hier om een specifiek belang voor een individueel geval. Dus wij begrijpen niet, waarom dat dit nou in een brede Hoogbouwvisie moet komen.

De Hoogbouwvisie is geen Omgevingsvisie, dus dit hoort hier niet. Dit hoort in een Omgevingsvisie, volgens mij. Kan mijnheer De Niet zich daar iets bij voorstellen?

17 De voorzitter: De heer De Niet. De heer De Niet: Nee, ik kan me daar niet, ik ben het niet eens met de argumentatie van de heer Van der Linde. Want het is niet een specifiek belang of een specifiek individueel geval. Dit gaat om de wijk Voorstad, die als wijk betrokken wil worden bij de ontwikkeling van, wat er gebeurt in Voorstad. En dat is volstrekt logisch, wat ons betreft. Maar dat is hier op zich, niet gebeurd. Dus daar, in die zin, ben ik het niet eens met … U had nog een argument. De voorzitter: Mijnheer Van der Linde. De heer Van der Linde: Nou, de wijk is wel betrokken, er is zelfs een zienswijze. Er is een inspreker geweest voor dit gebied. Dus die, uw opmerking, dat die participatie niet heeft plaatsgevonden, dat is volgens mij, onjuist. Want ik heb die zelf gezien bij deze wijk, dus er is wel degelijk, geparticipeerd. En nogmaals, de brede Hoogbouwvisie is iets heel anders dan een Omgevingsvisie. Er komt een, er komt eerst een handelingsperspectief, er komt een masterplan, er komt een bestemmingsplan, er komt een Omgevingsvisie. Dat zijn allemaal elementen die, waarbij de raad betrokken is en kan oordelen. Dus de bewoners hebben, er is voor de raad en voor alle bewoners nog ruimte genoeg, om zich hier, in te participeren en hier iets van te vinden. Ik denk niet, dat dit in de brede Hoogbouwvisie past.

Daar zijn voldoende andere gelegenheden, om hierover te spreken. De voorzitter: Ik stel vast, dat u het op dit punt niet eens zal worden. De heer De Niet: Nou, ik zou wel graag, toch wel graag de laatste. Want de heer Van der Linde doet voorkomen, alsof het, dit geen serieus ding is, zeg maar. Dus, ja, we stellen hier maar een Hoogbouwvisie vast. Nee, we stellen hier een Hoogbouwvisie vast. Dat betekent, dat we hier op dit moment besluiten, of er op die plek ruimte is, om veertig meter hoog te bouwen. En veertig meter, is behoorlijk hoog. En die, als we deze ruimte bieden in deze visie en er komt een ontwikkelaar, die kan zeggen, ja, maar gemeente, het staat in jullie Hoogbouwvisie, dat het hier kan. Het past bij, misschien ook wel bij de Omgevingsvisie, dus in jullie visies wil ik hier ontwikkelen. En het Omgevingsplan is nog niet aangepast, maar dan hebben wij als raad geen grond meer, om hier nog bij te sturen. Dan zijn we de grip hier kwijt. Als wij de, en u zegt ook, de participatie is niet gelukt. Nou, dit is, natuurlijk. Iedereen heeft altijd recht, om op het eind in te spreken. Gelukkig maar. Maar participatie is niet aan het eind, dat is aan het begin. En daar, is het hier misgegaan. Terwijl, we dat wel, dat precies is, wat we als gemeente hadden beloofd. De voorzitter: De heer Van der Linde, tenslotte. De heer Van der Linde: Ja, voorzitter.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14091030/1