CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-04-04 137 Evaluatie en herijking uitvoering inburgering Deventer - maart 2024 def

Raadsbijeenkomst 17 april 2024, gemeente DeventerBij agendapunt: Bijlagen voor deze werksessie12.238 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

3.6 Conclusies en advies De herdefiniëring van de inrichtingskeuzes leidt tot een voorkeursvariant voor uitvoering in 2025 e.v.. Vroege en goede start Een vroege en goede start van de inburgering is essentieel voor een succesvolle inburgering. Hieronder vallen warme overdrachten met het COA, voorinburgering, meer regie op de individuele trajecten van de inburgeraars, verbetering in maatschappelijke begeleiding en financiële ontzorgen op maat. Met de huidige capaciteit kan hier niet of onvoldoende uitvoering aan worden gegeven, zoals ook bevestigd wordt door de evaluatie. Het advies is dan ook te gaan uitbreiden in formatie naar 9 fte begin 2025 zodat gekoppelde statushouders sneller en onder betere voorwaarden kunnen starten met hun inburgering. Maatwerk en Dualiteit Uit de evaluatie en praktijkervaringen tot nu toe blijkt dat er meer maatwerk moet komen in de leerroutes tijdens de inburgering en het combineren van werk tijdens de inburgering. Dit is nodig om aan te sluiten bij het werk-, denk- en “doenvermogen” van de statushouder waardoor per persoon steeds gestreefd kan worden naar het hoogst haalbare resultaat wat binnen de mogelijkheden van deze persoon ligt. Het advies is dan ook de leerroutes zo aan te passen dat beter wordt aangesloten bij de mogelijkheden van de statushouder.

Hiervoor is beleidsmatige capaciteit nodig om dit in gang te zetten en hier regie op te voeren. Daar hoort ook de afweging van een nieuwe aanbesteding in 2025 van de leerroutes B1 en Z. Goede randvoorwaarden Om goed te kunnen inburgeren is het noodzakelijk dat er voldoende geëquipeerde vrijwilligers zijn die kunnen ondersteuning tijdens de inburgering. Dit is nodig voor hulp bij praktische zaken, en het beter of sneller leren van de taal, land en Deventer. Daarnaast is actie nodig om meer kinderopvangplekken voor inburgeraars te creëren zodat dit knelpunt vermindert. Als laatste is het van belang dat er passende ondersteuning komt bij psychische problematiek wanneer dit een belemmering is voor het inburgeren, aangezien uit de evaluatie blijkt dit veelvuldig voorkomt. Onderzocht moet worden welke ondersteuning hiervoor helpend kan zijn. Het advies is dan ook te investeren in deze noodzakelijke randvoorwaarden. Voor deze acties zal ook voornamelijk beleidsmatige capaciteit nodig zijn.

pag. 20/29

Nazorg: een extra zetje Om te voorkomen dat inburgeraars, die bij de afronding van de inburgering nog niet financieel zelfredzaam zijn, een aanbod krijgen waarbij ze begeleid worden naar werk of maatschappelijke participatie. Daarnaast dient onderzocht te worden hoe, ook in deze fase, vrijwilligers kunnen ondersteunen richting werk en maatschappelijke participatie. Hiervoor is het advies te investeren in een extra consulent bij IO gericht op participatie en werk, zodat een passend aanbod gedaan kan worden en hier regie op gevoerd kan worden. Daarnaast is beleidsmatige capaciteit nodig om ook vrijwilligersorganisatie in deze fase meer in positie te brengen. Informeren, communiceren en monitoren Het verbindende onderdeel op alle actielijnen is informeren, communiceren en monitoren. Zowel naar ketenpartners als inburgeraars. Om tot verbeteringen te komen hebben we alle partijen nodig en dient de inburgeringsketen verder versterkt te worden. Ook uit de evaluatie blijkt dat alle ketenpartners behoefte hebben aan meer verbinding en afstemming onderling en met de gemeente. Het advies is hier meer in te investeren dan de afgelopen twee jaar mogelijk was. De regie hiervoor ligt bij de afdeling beleid. Hiervoor zal meer capaciteit nodig zijn om dit te realiseren en faciliteren.

Kader stellende uitgangspuntennotitie Nadat het college het voorkeursscenario heeft vastgesteld, zal het uitvoeringsplan ‘Inrichtingskeuzes als gevolg van de Wet inburgering 2021’ geactualiseerd en aangepast worden naar een kader stellende door de gemeenteraad vast te stellen uitgangspuntennotitie voor de wet inburgering 2021.

pag. 21/29

4. Financiële vertaling 4.1 Financiële vertaling voorkeursscenario Op basis van de evaluatie en de vertaling naar de voorkeursscenario is onderstaande begroting opgesteld. Daarbij gaan wij uit van een jaarlijkse instroom van 172 statushouders en 50 gezinsmigranten. We willen de caseload terugbrengen naar ca. 60 inburgeraars per consulent inburgering (per fte). Dat vraagt een uitbreiding naar 9 fte begin 2025. Hieronder is een begroting weergegeven voor het lopende jaar 2024 en 2025 e.v. In deze financiële vertaling zijn de SPUK-middelen buiten beschouwing gelaten. De kosten van de inburgeringstrajecten kunnen voor het grootste deel uit die specifieke uitkeringen bekostigd worden. 2024 Inkomsten Basisvoorz vluchtelingenwerk Werkbudget verhoogde asielinstroom IU uitvoeringsmiddelen inburgering Reserve nieuwkomers

€ € € €

234.494 836.831 476.373 382.981

Totaal

€

1.930.679

Uitgaven Trajectkosten (niet uit SPUK gedekt) Uitvoering en beleid gemeente Vrijwillige inzet en participatie Z-route KonnecteD Brede startklas/voorinburgering

€ € € € €

338.548 713.453 206.860 219.358 140.000

Totaal

€

1.618.218

2025 e.v. Inkomsten Basisvoorz vluchtelingenwerk Werkbudget verhoogde asielinstroom IU uitvoeringsmiddelen inburgering

€ € €

234.494 1.040 461.888

Knelpunt 2025 e.v. incl. nieuw beleid

€

1.632.050

Totaal

€

2.329.472

Uitgaven Trajectkosten (niet uit SPUK gedekt) Uitvoering en beleid gemeente Vrijwillige inzet en participatie Z-route KonnecteD Brede startklas/voorinburgering

€ € € € €

336.548 912.440 288.008 292.477 500.000

Totaal

€

2.329.472

4.2 Extra financiering Bij verdere uitvoering van inburgering volgens het voorkeursscenario voorzien wij vanaf 2025 een knelpunt van € 1.632.050 per jaar in de dekking van de uitvoering van de wet inburgering. Die wordt veroorzaakt door structureel grotere aantallen statushouders en gezinsmigranten en de gewenste doorontwikkeling van voorinburgering, waardoor:  het subsidiebedrag maatschappelijke begeleiding is verhoogd (groeit mee met aantal statushouders);  de opdracht aan KonnecteD meegroeit met een groter aantal B1-route deelnemers en uitbreiding van dienstverlening aan Z-route deelnemers;  de formatie uitvoering verder uitgebreid moet worden (ontwikkeling naar beheersbare caseload, conform in 2021 aangekondigde formatiecalculatie, uitgevoerd begin 2024);  uitbreiding beleidscapaciteit voor de verdere uitwerking en uitvoering van de actielijnen;  er structureel middelen vrij gemaakt worden voor de inkoop van een brede startklas (doorontwikkeling voorinburgering). Aan de inkomstenkant zien we dat het budget kleiner wordt doordat:  er vooralsnog geen zicht is op extra rijksmiddelen voor de uitvoering van inburgering.

Het uitvoeringsbudget dat gemeenten ontvangen beweegt (anders dan de specifieke uitkeringen) niet mee met het aantal inburgeringsplichtigen;  er geen structurele middelen zijn opgenomen in het ‘werkbudget verhoogde asielinstroom’, de budgettaire ruimte voor 2025 e.v. is binnen deze kostenplaats gering en onzeker;

pag. 22/29

Mochten er wel meer rijksmiddelen komen voor de uitvoering van de wet, dan komt een deel van de nu geclaimde middelen vrij te vallen. Datzelfde geldt bij meevallers in het 'werkbudget verhoogde asielinstroom'. Er is nog geen afrekening geweest met het rijk, dus wij moeten wel een slag om de arm houden. Om die reden adviseren wij de reserve nieuwkomers niet aan te spreken.

4.3 Conclusies en onderbouwing De financiële vertaling van het voorkeursscenario laat een stevige toename beslag op middelen zien. Dit budget is echter nodig om te gaan voldoen aan de wettelijke taken en de door het college vastgestelde inrichtingskeuzes voor de Wi2021 en de prestaties in de begroting. Door de structureel hogere instroom en een noodzakelijk verlaging van de caseloadnorm voor de inburgeringsconsulenten liggen de kosten hoger dan bij de start van de Wi2021 was ingeschat. Waarbij de verhoogde toestroom lastig te voorzien was en in de praktijk moest blijken wat haalbaar is aan workload voor inburgeringsconsulenten om regie te houden op alle individuele inburgeringstrajecten. Wanneer niet extra zal worden geïnvesteerd, zal de dienstverlening op het huidige niveau blijven. Dit heeft direct tot gevolg dat gekoppelde statushouders langer moeten wachten voordat ze kunnen inburgeren en de kwaliteit van de inburgering en de ondersteuning hierbij zeer te wensen overlaat, waardoor mensen buiten beeld raken en onvoldoende voldaan zal worden aan wettelijke taken.

Op de korte termijn zal hiermee wellicht bespaard worden, echter wanneer deze mensen niet de kans krijgen om goed te integreren in Nederland en Deventer, zal een onnodige groot deel van deze groep langs de kant komen te staan met langdurige afhankelijkheid van (inkomens)ondersteuning van de overheid en/of zorginstanties. De eerder bespaarde kosten zullen dan ergens anders langduriger gecompenseerd moeten worden. Het is de verwachting dat het rijk - zodra dat praktisch mogelijk is – de verdeling van het totaalbudget zal baseren op de resultaten van gemeenten. Dit zal niet eerder het geval zijn dan voor het jaar 2026, omdat de eerste resultaten van de uitvoering van de nieuwe wet pas na enkele jaren bekend zullen worden. Met de gedeeltelijke prestatiebekostiging wordt beoogd gemeenten te stimuleren om de randvoorwaarden te creëren voor het realiseren van de gewenste prestaties, omdat op deze wijze relatief goed presterende gemeenten financieel worden beloond met de toekenning van extra te besteden budget. Andersom, zullen aan relatief slecht presterende gemeenten relatief minder middelen worden toegekend. In de begroting 2024 is aan de doelstelling inburgering de volgende prestatie toegevoegd: ‘Alle statushouders starten binnen 4 weken na huisvesting met een activiteit gericht op deelname aan de samenleving’.

4.4 Alternatief financieel scenario Onze gemeente houdt naast de zorgen over het zogenaamde financiële ravijn, onzekerheid over de beschikbare financiële middelen voor de gehele inburgeringswet. Dat geldt voor de meeste gemeenten. Momenteel dragen zij zelf bij aan de financiële middelen en/of moeten zij ongewenste beleidskeuzes maken. Gemeenten hebben er via de VNG bij de minister op aangedrongen5 in 2024 te starten met het opzetten van een betaalbaarheidsonderzoek, zodat gemeenten vanaf 2026 structureel passende financiering ontvangen voor de uitvoering van de Wet inburgering 2021. Ook vragen zij – ter overbrugging van die termijn, en vanwege de actuele situatie – een financiële tegemoetkoming voor gemeenten via het gemeentefonds voor 2024, 2025 en 2026, zodat gemeenten ook in deze jaren een volwaardig inburgeringstraject kunnen bieden aan hun nieuwe inwoners. Als alternatief scenario wordt daarom meerjarig incidentele dekking van het voorkeurscenario voorgesteld. Daarmee wordt de komende twee jaar (tot en met 2026) ruimte gecreëerd om meer ervaring op te doen met de uitvoering op grond van het voorkeursscenario, waaronder de brede startklas. Met de besluitvorming van de voorjaarsnota 2026 kan een dan een nieuwe afweging gemaakt worden, waarbij er hopelijk meer duidelijkheid is ontstaan over passende financiering vanuit het rijk voor de uitvoering van de Wi2021.

5

VNG-inbreng CD Inburgering en Integratie 27 maart. pag. 23/29

5. Bijlage 5.1

Adviezen uit enquête en gesprekken

In de evaluatie hebben we niet alleen gekeken naar de uitgangspunten en inrichtingskeuzes. Deelnemers hebben ook een bredere boodschap meegegeven voor de verdere doorontwikkeling van de uitvoering van inburgering. Benut de kracht van de stad Deventer heeft laten zien hart te hebben voor vluchtelingen en statushouders. Oproep om het netwerk nog verder in zijn kracht te zetten en waar nodig/mogelijk te versterken. Zet vrijwilligers in positie en erken maatschappelijke initiatieven. Verken waar nog meer potentieel is en denk na over mogelijkheden het aanbod van initiatieven en vrijwilligers meer te coördineren. Er zijn Deventenaren die een bijdrage willen leveren, maar niet weten waar zich te melden. Wat betreft coördinatie is DeventerDoet een natuurlijke partner. Ook het diaconaal kruispunt heeft zich gemeld. De daarbij aangesloten kerken geven aan een nieuwe groep vrijwilligers aan te kunnen boren voor begeleiding van statushouders(gezinnen). Ga voor kwaliteit en behoud het goede Een goede start voor statushouders en gezinsmigranten is van groot belang voor de inburgeraars zelf, maar ook voor de stad. We vergroten de kans dat zij succesvolle nieuwe Deventenaren worden, die hun plek vinden in de stad. Behoud het goede. De gedegen brede intake die onze consulenten uitvoeren, wordt in de keten gewaardeerd en leidt er tot nu toe dat inburgeraars in de juiste leerroute komen.

Informatie toegankelijk maken Zorg ervoor dat alle nodigde informatie centraal en laagdrempelig toegankelijk wordt. Zodat voor iedereen duidelijk is wie wat doet en wanneer ingezet kan worden binnen de keten. Dat geldt zowel voor de informatievoorziening voor inburgeraars als voor de samenwerkende keten- en netwerkpartners. Er is behoefte aan een sociale kaart van Deventer. Een inburgeraar moet vaak aan verschillende partijen zijn verhaal doen. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat dit verhaal meegaat? Kijk hierbij ook goed naar de klantreis van opvang tot inburgering. Zoek naar mogelijkheden om de inspanningen van COA, gemeente en andere partners meer op elkaar aansluiten. Vergeet de oud-inburgeraars niet Statushouders die in de voorbije jaren in Deventer kwamen wonen en onder de oude wet vallen zijn niet altijd goed in beeld. Ook is het soms onduidelijk wie de regie heeft en wie er nog betrokken is bij de statushouder en welke partijen kunnen helpen bij de vervolgstappen van de statushouder. Dit is zonde aangezien ook deze groep hulpvragen heeft en perspectief op (vrijwilligers)werk. Behoefte is aan meer onderling contact en kortere lijnen tussen de partijen. Dit zal gefaciliteerd worden door beleid.

Verder vindt er, zoals eerder aangegeven, momenteel een bestandsanalyse plaats bij IO om te kijken hoe groot de groep is die buiten beeld is geraakt, welke mogelijkheden deze groep hebben en met welke belemmeringen rekening gehouden moet worden. Dit om een beeld te krijgen wat nodig is voor deze doelgroep om hen toch te laten participeren het liefst richting werk. Dit wordt in 2024 nader onderzocht, ook een passend aanbod voor deze groep wordt verder onderzocht in 2024. Vrijwilligers We zijn in Deventer trots op het grote aanbod aan initiatieven die omzien naar statushouders. Er wordt aan de gemeente gevraagd om met statushouders in contact te komen door een activiteit met hen te doen. Op deze manier kan achterhaald worden waar inburgeraars zoal tegenaanlopen. Daarnaast kunnen inburgeraars actief worden betrokken bij het inburgeringsproces. Het zou effectief kunnen zijn om vrijwilligers naar verschillende partijen door te verwijzen. Soms is er op een bepaalde plek hulp in overvloed die mogelijk op een andere plek hard nodig is. Het grote aanbod maakt ook onoverzichtelijk van wat er zoal is en wat organisaties doen. Deventer Doet gaat hiervoor een digitale overzichtspagina maken. De Bibliotheek had vaste afspraken willen maken met de gemeente over de inzet van taalmaatjes, nu blijken de afspraken met de taalscholen niet haalbaar.

pag. 24/29

Voorinburgering Nu zit er te veel tijd tussen de huisvesting en de start van de inburgering. Hiervoor is de voorinburgering in het leven geroepen. Inburgeraars kunnen de indruk krijgen dat ze al gestart zijn met hun inburgering terwijl dit niet zo is.

pag. 25/29

5.2

Begrippen en definities

B1 leerroute

De B1-route kan worden gezien als de reguliere route. De verwachting is dat de meeste inburgeraars deze route volgen. Het doel van de B1-route is dat de inburgeraar zelfstandig kan participeren in de Nederlandse maatschappij. Het gewenste resultaat is het behalen van de examens op niveau B1. De inburgeraar heeft dan een toereikend taalniveau om uit te stromen naar betaald werk (al tijdens het traject of als vervolg) of een andere passende vorm van participatie. Na verloop van tijd kan de gemeente onder voorwaarden vaststellen dat niveau A2 het hoogst haalbare is binnen de inburgeringstermijn. In dat geval moet het PIP worden gewijzigd, aangezien dan de eindtermen voor het voldoen aan de inburgeringplicht veranderen.

Brede intake

De gesprekken die de consulent inburgering voert met de inburgeringsplichtige om inzicht te krijgen in de startpositie van een inburgeringsplichtige en de ontwikkelmogelijkheden. De verplichte leerbaarheidstoest maakt ook onderdeel uit van de brede intake.

Gezinsmigrant

Gezinsmigratie bestaat uit gezinshereniging en gezinsvorming. Onder gezinshereniging wordt de vestiging in Nederland verstaan van personen uit gezinnen die al vóór de immigratie bestonden, waarbij één of meer gezinsleden bij gezinsleden gaan wonen die eerder naar Nederland zijn gekomen. Het kan hierbij bijvoorbeeld gaan om:  huwelijks(partners);  minderjarige kinderen (niet gehuwd, geen geregistreerd partner);  ouders die bij hun kinderen gaan wonen. (bron: CBS)

Nareiziger

Nareizigers zijn gezinsleden van een asielzoeker met een verblijfsvergunning. De gezinsleden zijn daadwerkelijk ingereisd in Nederland en hebben bij binnenkomst gelijk een verblijfsvergunning gekregen. (bron: CBS)

Ondertussengroep

De groep statushouders die al voor 1 januari 2022 gekoppeld waren aan Deventer en al bezig waren met inburgering of hiermee op korte termijn zouden starten vielen onder de oude wet en dienden zelf hun inburgering te regelen (via een lening van DUO).

Onderwijsroute

De Onderwijsroute bereidt inburgeraars voor op instroom in het Nederlandse beroepsen hoger onderwijs. In deze route volgen zij een taalschakeltraject waarin zij in relatief korte tijd Nederlands op niveau B1 (of hoger) leren en worden voorbereid op een vervolgopleiding. Het doel van de Onderwijsroute is instroom in vervolgonderwijs op alle niveaus – van mbo tot hbo en wo. Een Nederlands diploma van niveau mbo-2 of hoger geldt als startkwalificatie en biedt een goede startpositie op de arbeidsmarkt. Instroom in opleidingen van mbo-niveau 2 of hoger is daarom gewenst.

PIP

Plan Inburgering en Participatie

Z-route

De Zelfredzaamheidsroute – ook wel Z-route – is een intensief traject gericht op taal, activering en participatie. In de Z-route leren inburgeraars Nederlands op het voor hen hoogst haalbare niveau en leren zij hun weg te vinden in de Nederlandse maatschappij. Deze route wordt, gezien de beperkte leerbaarheid van de doelgroep, niet afgesloten met centrale inburgeringsexamens. In plaats daarvan is er een inspanningsverplichting. Hierdoor is er veel tijd voor taal, activering en participatie, waarbij de aandacht specifiek uitgaat naar praktische (taal)vaardigheden om de inburgeraar te helpen zo zelfstandig mogelijk te participeren. Uitstroom naar betaald werk blijft wenselijk, maar zelfredzaamheid is het belangrijkste doel.

pag. 26/29

5.3

Bronnen en bijeenkomsten

Casestudy Deventer Radar Advies 22 januari 2024 Kwalitatief onderzoek uitvoering WI 2021 in opdracht van het ministerie van Sociale zaken en werkgelegenheid. Het verslag van de case study in Deventer is gebruikt ter input van de evaluatie.

Enquête eerste evaluatie inburgering Deventer 16 januari 2024 Enquête verspreid onder 44 betrokkenen, zowel professionals als vrijwilligers, rondom inburgering in de gemeente Deventer. 32 betrokkenen hebben de enquête ingevuld. De enquête was gericht op het evalueren op de uitvoerbaarheid van de gemaakte inrichtingskeuzes en of deze ook realiseerbaar zijn voor 2024 en verder.

Evaluatiebijeenkomst Brede intake inburgering 25 januari 2024 Aanwezigen: Judith Koop (consulent inburgering), Saïmah Wilson (consulent inburgering), Heleen Schmeink (Aventus), Terrence van Steenis (Aventus), Astrid Magnusson (vluchtelingenwerk), Ilse Heiting (procesbegeleider), Gerrit Xhofleer (beleidsmedewerker werk en inkomen), Rob Stiekema (beleidsadviseur inburgering).

Evaluatiebijeenkomst duaal traject inburgering 25 januari 2024 Aanwezigen: Geeta Vrede (consulent inburgering), Lammert Woudstra (consulent inburgering), Güliz TomrukKisi (Buro Holland), Astrid Magnusson (vluchtelingenwerk), , Giorgio van Beek (KonnecteD), Johan Vos (KonnecteD), Yvonne Duivenvoorde (KonnecteD), Ilse Diekman (KonnecteD), Karin Sluiter (procesbegeleider), Gerrit Xhofleer (Beleidsmedewerker werk en inkomen), Rob Stiekema (beleidsadviseur inburgering)

Evaluatiebijeenkomst ‘oude wetters’ en ‘ondertussengroep’ 25 januari 2024 Aanwezigen: Judith Koop (consulent inburgering), Saïmah Wilson (consulent inburgering), Güliz Tomruk-Kisi (Buro Holland), Astrid Magnusson (vluchtelingenwerk), Giorgio van Beek (KonnecteD), Johan Vos (KonnecteD), Yvonne Duivenvoorde (KonnecteD), Ilse Diekman (KonnecteD), Karin Sluiter (procesbegeleider), Gerrit Xhofleer (Beleidsmedewerker werk en inkomen), Rob Stiekema (beleidsadviseur inburgering)

Evaluatiebijeenkomst van huisvesting tot inburgering 31 januari 2024 Aanwezigen: Cindy Obbink (consulent inburgering), Lammert Woudstra (consulent inburgering), Marlon Bogaard (medewerker Kredietbank Salland e.o.), Gemma Hoogeveen (Procesbegeleider budgetbeheer BAD), Lianne Verharen (projectleider BAD, werkproces statushouders), Karin Visser (teamleider Vluchtelingenwerk), Anja Ran (locatiemanager AZC en hotels), Özlem Keles (Medewerker budgetbeheer BAD, fin. Ontzorgen/budgetbeheer), Max van Meeteren (Inkomensconsulent m.n. statushouders), Vera Wilgers (procesbegeleider), Gerrit Xhofleer (Beleidsmedewerker werk en inkomen), Rob Stiekema (beleidsadviseur inburgering).

Evaluatiebijeenkomst vrijwillige ondersteuning 31 januari 2024 Aanwezigen: Cindy Obbink (consulent inburgering), Lammert Woudstra (consulent inburgering), Michelle Nijhuis (Present Deventer), Simon Govers (Impacter, Deventer Doet), Charlie van der Hulst (Buddy to Buddy), Wietse de Boer (Deventer Doet), Patricia Poelmann (Bibliotheek), Nadja Kieft (Humanitas), Gerrit Xhofleer (Beleidsmedewerker werk en inkomen), Rob Stiekema (Beleidsadviseur).

Uitvraag bij inburgeraars zelf door consulenten inburgering januari 2024 Door consulenten is tijdens gesprekken gevraagd en bijgehouden hoe inburgeraars de dienstverlening ervaren.

Voorstel en gesprek betrokken inwoners Deventer april 2023 Lysbet Haverkamp, Mathilde Heinen en Marien de Langen

pag. 27/29

5.4

Factsheet inburgering

Hieronder is in aantallen het beeld weergeven van de uitvoering van de wet inburgering op 1 januari 2024. Recentere betrouwbare cijfers zijn nog niet voorhanden vanwege de overstap naar CiVision Samenlevingszaken eerder dit jaar.

Verdeling deelnemers naar leerroute Leerroute B1-route

Z-route

Onderwijsroute

Prognose

60%

30%

10%

Werkelijk

75%

10%

15%

Start brede intake per kwartaal Start brede intake Statushouders

Gezinsmigranten

Oude wetters

Totaal

Q2 2022

12

14

13

39

Q3 2022

28

10

11

49

Q4 2022

8

12

6

26

Totaal

48

36

30

114

Start brede intake

Statushouders

Gezinsmigranten

Oude wetters

Totaal

Q1 2023

44

7

0

51

Q2 2023

55

6

1

62

Q3 2023

17

0

2

19

Q4 2023

1

2

2

5

Totaal

117

15

5

137

Wachtlijst start regie op 1 januari 2024 Wachtlijst Aantal Wachttijd Opmerking Gezinsmigranten 74

6 maanden

Asielstatushouder 44

6 maanden

Totaal

60 van de 74 zijn wel aangeschreven voor de brede intake

118

Herkomst (nationaliteit) statushouders en leeftijd statushouders Nationaliteit/herkomst6 Aantal Leeftijd Aantal

Percentage

Syrische

120

Jonger dan 18 jaar

18

6%

Turkse

44

18 t/m 26 jaar

137

44%

Eritrese

19

27 t/m 34 jaar

71

23%

Jemenitische

14

35 t/m 44 jaar

41

13%

Afghaanse

13

45 t/m 54 jaar

32

10%

Onbekend

9

55 t/m 67 jaar

12

4%

Chinees

8

Totaal

311

100%

Iraakse

7

Iraanse

6

Zaïrese (Congolese)

6

6

Nationaliteiten die 5 keer of minder voorkomen zijn niet in dit overzicht opgenomen. pag. 28/29

pag. 29/29

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14051545/1