CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-04-04 137 Evaluatie en herijking uitvoering inburgering Deventer - maart 2024 def

Raadsbijeenkomst 17 april 2024, gemeente DeventerBij agendapunt: Bijlagen voor deze werksessie12.238 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

www.deventer.nl

Inburgeren in Deventer Evaluatie en herijking | maart 2024

Definitieve versie, 4 april 2024

pag. 2/29

Inhoudsopgave 1.

Inleiding....................................................................................................................4

1.1 1.2 1.3

Eerste evaluatie.................................................................................................................................. 4 Samenvatting ..................................................................................................................................... 4 Leeswijzer........................................................................................................................................... 5

2.

De evaluatie .............................................................................................................6

2.1 2.2 2.3 2.4

Doelstellingen en prestaties ...............................................................................................................6 Uitgangspunten en inrichtingskeuzes.................................................................................................7 Evaluatie ‘Ondertussen' groep en oud inburgeraars ........................................................................11 Conclusies evaluatie ........................................................................................................................12

3.

Herdefiniëring inrichtingskeuzes ............................................................................13

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6

Vroege en goede start ......................................................................................................................13 Maatwerk & Dualiteit ........................................................................................................................16 Goede randvoorwaarden..................................................................................................................18 Nazorg: een extra zetje ....................................................................................................................19 Informeren, communiceren en monitoren ........................................................................................20 Conclusies en advies .......................................................................................................................20

4.

Financiële vertaling ................................................................................................22

4.1 4.2 4.3 4.4

Financiële vertaling voorkeursscenario ............................................................................................22 Extra financiering..............................................................................................................................22 Conclusies en onderbouwing ...........................................................................................................23 Alternatief financieel scenario ..........................................................................................................23

5.

Bijlage ....................................................................................................................24

5.1 5.2 5.3 5.4

Adviezen uit enquête en gesprekken ...............................................................................................24 Begrippen en definities .....................................................................................................................26 Bronnen en bijeenkomsten...............................................................................................................27 Factsheet inburgering.......................................................................................................................28

pag. 3/29

1. Inleiding Inburgeringsplichtigen zo snel mogelijk laten meedoen in Nederland. En hen zo snel mogelijk werk laten vinden. Dat is in het kort het doel van de wet inburgering 2021 (hierna: Wi2021). Om dat te bereiken is het nieuwe inburgeringsstelsel gestoeld op vijf beleidsprincipes: tijdigheid, snelheid, dualiteit, kwaliteit en maatwerk. Met tijdigheid wordt bedoeld dat een inburgeraar snel kan starten met zijn of haar inburgering en participatie; snelheid verwijst naar hoe snel de inburgeraar aan zijn inburgeringsplicht kan voldoen. De combinatie van de taal leren met werken of participeren wordt gevat in het principe van dualiteit. Tot slot is het stelsel gebouwd op kwaliteit van het onderwijs, de ondersteuning en het leveren van passende dienstverlening (maatwerk). De Wi2021 is nu twee jaar van kracht. De wet heeft zich in alle gemeenten moeten bewijzen in een complexe tijd, waarbij knelpunten buiten het inburgeringsstelsel een stevige uitwerking op het stelsel hebben. Denk hierbij aan de arbeidsmarktkrapte, de verhoogde instroom en het realiseren van extra opvanglocaties voor asielzoekers. De situatie in onze gemeente is niet anders. In de afgelopen periode was het aantal inburgeraars veel hoger dan geraamd, is de tussenvoorziening aan de Spanjaardsdijk een uitdaging, en is het voor de gemeenten en partners in de uitvoering een uitdaging om voldoende personeel te vinden.

De uitvoering – zowel intern als extern – opereert daardoor onder steeds grotere spanning, waarbij de kwaliteit in dienstverlening onder druk staat en processen niet altijd binnen de gestelde termijnen worden afgerond.

1.1 Eerste evaluatie Voor de start heeft het college de inrichtingskeuze gemaakt voor de wijze waarop de gemeente Deventer de nieuwe wet gaat uitvoeren. Toen is afgesproken de eerste periode van de uitvoering van de Wi2021 te evalueren. Uitgangspunt is dat we hierbij vooral nagaan of de voorgestelde dienstverlening in het plan ‘Inrichtingskeuzes als gevolg van de Wet inburgering 2021’ uitvoerbaar is en ook of dit wenselijk is voor 2024 en verder. De evaluatie is ook nodig vanwege de extra middelen die we inzetten voor de uitvoering van de wet. De vraagt ligt voor of we die aanvullende inzet voldoet en of we die structureel willen maken. We noemen dit de eerste evaluatie, omdat de komende jaren nieuwe evaluatiemomenten nodig zijn. Na krap twee jaar is er nog geen (ruime) ervaring met alle aspecten van inburgering, omdat er drie jaar staat voor een inburgeringstraject. In deze eerste evaluatie ligt de focust vooral op de start. Het bestrijkt dus de periode van kennismaking met de inburgeraar tot en met de eerste maanden van de leerroute. Over de kwaliteit van de leerroutes en de afronding van het inburgeringstraject kunnen we nu nog geen uitspraken doen. Die balans maken begin 2025 op, mede op basis van een reflectie op regionaal niveau. (De aanbesteding voor de huidige contracten is met meerdere Stedendriehoek-gemeenten gedaan).

Dan ligt de keuze voor of er een nieuwe aanbesteding moet komen van de leerroutes, of een verlenging van de huidige contracten met de taalaanbieders.

1.2 Samenvatting De nieuwe wet inburgering heeft gemeenten een centrale rol gegeven bij het begeleiden van statushouders en gezinsmigranten in hun inburgering. Dat was nodig omdat inburgering en arbeidsparticipatie onder de oude wet onvoldoende van de grond kwam. Na (bijna) twee jaar uitvoering van de nieuwe wet inburgering in Deventer is er goed inzicht gekregen in wat goed gaat en wat beter kan. Daarbij is het ook goed te realiseren dat twee jaar nog een beperkte periode is. Veel inburgeringstrajecten duren immers drie jaar. Samen met o.m. de betrokken professionals en partijen is in deze evaluatie teruggekeken naar de dienstverlening en de samenwerking binnen de keten. Hieruit is naar voren gekomen dat er in de gemeente Deventer bij alle partners grote betrokkenheid is met de doelgroep. De onderlinge samenwerking op casusniveau is over het algemeen goed. Er was tijd om te wennen aan de praktijk en oplossingen te zoeken voor de nieuwe vraagstukken die zich voordeden. Er worden ook kansen voor verbeteringen gezien. Soms staat door onbekendheid met de inrichting van de uitvoeringsketen en door onderbezetting de samenwerking onder druk. Dat kan ertoe leiden dat de focus van partijen (zowel intern als extern) meer dan wenselijk naar binnen is gericht.

pag. 4/29

De vraag is daarom hoe we ruimte creëren om het nieuwe stelsel uit te voeren volgens de oorspronkelijke doelstelling en inrichtingskeuzes. De opbrengst van de evaluatie is vertaald naar de volgende vijf actielijnen. Daarbij is de hele klantreis van statushouders en gezinsmigranten doorlopen. 1. Zet in op een vroege en goede start; 2. Maak meer ruimte voor maatwerk: zowel in leerroutes als in de combinatie met werk; 3. Versterk de randvoorwaarden voor succesvolle inburgering; 4. Organiseer goede nazorg: is er nog een ‘laatste zetje’ nodig na afronding van de inburgering; 5. Faciliteer in goede communicatie, informatievoorziening en monitoring.

1.3 Leeswijzer Dit document bevat de opbrengst van de eerste evaluatie (H2). Er wordt ingegaan op de doelstellingen en prestaties, de invulling van de uitgangspunten en inrichtingskeuzes, de dienstverlening aan inburgeraars die onder de oude wet vallen, en overkoepelende boodschappen die naar voren zijn gekomen. Het geheel van de evaluatie leidt tot een herdefiniëring van de oorspronkelijke inrichtingskeuzes (H3), waar mogelijk uitgesplitst in verschillende scenario’s. Het voorkeurscenario is financieel vertaald ten behoeve van de begroting 2025 e.v. (H4).

pag. 5/29

2. De evaluatie 2.1 Doelstellingen en prestaties De gemeente Deventer heeft de doelstelling van de wet inburgering overgenomen, namelijk: ”Inburgeringsplichtigen leren zo snel mogelijk de Nederlandse taal op het voor hen hoogst haalbare niveau en gaan volwaardig aan de Nederlandse samenleving deelnemen, bij voorkeur door middel van betaald werk.” In 2023 1hoorden daar de volgende prestaties bij, zoals opgenomen is in de begroting.  De gemeente heeft de regie over het inburgeringsproces van naar verwachting 150 nieuwe statushouders (vanaf de koppeling van deze persoon aan de gemeente) en 30 nieuwe gezinsmigranten die in de gemeente gevestigd zijn.  60% van de statushouders volgt de B1-route (taal- en vrijwilligerswerk), 10% volgt de onderwijsroute en 30% volgt de zelfredzaamheidsroute. In 2022 ging het over de volgende prestaties.  De gemeente heeft de regie over het inburgeringsproces van 75 statushouders (vanaf de koppeling van deze persoon aan de gemeente) en 25 gezinsmigranten die in de gemeente gevestigd zijn .  60% van de statushouders volgt de B1-route, 10% volgt de onderwijsroute en 30% volgt de zelfredzaamheidsroute.  70% van alle statushouders participeert (d.m.v. maatschappelijke activiteiten, vrijwilligerswerk of een werkervaringsplaats) gedurende de inburgering.

Stand van zaken In 2022 zijn er 84 nieuwe statushouders, die vallen onder de nieuwe wet inburgering, gestart met hun inburgering onder de regie van de gemeente. In 2023 ging dit om 132 nieuwe statushouders, en hadden de consulenten inburgering dus in totaal de regie over 216 statushouders. Dit is in lijn met de prestaties uit de begroting. Het aantal gezinsmigranten dat zich heeft gemeld wijkt wel iets af van de gestelde prestaties. Er zijn 36 gezinsmigranten die zich in 2022 gemeld hebben voor een intake bij de consulent inburgering en 15 gezinsmigranten in 2023. Voor wat betreft de statushouders die nog vallen onder de vorige inburgeringswet, ook wel ‘oude-wetters’, zijn de consulenten inburgering in 2022 gestart met de begeleiding van in totaal 30 nieuwe statushouders en 5 in 2023. De begeleiding van oude wetters is geen wettelijke taak onder de Wi2021. Het rijk heeft in de aanloop van het nieuwe stelsel middelen beschikbaar gesteld aan gemeenten voor de ondersteuning en begeleiding van deze groep inburgeringsplichtigen. Per saldo is er regie op het inburgeringsproces van 302 statushouders ten opzichte van de verwachte 280. De wachtlijst van 118 inburgeraars is hierin nog niet meegenomen.

Met betrekking tot de verdeling van de statushouders in de verschillende leerroutes is er een afwijking te zien tussen de prognose, die is opgenomen in de prestaties, en de werkelijke verdeling. Er zijn meer statushouders die de B1-route of onderwijsroute volgen dan verwacht, en minder statushouders die de Z-route volgen. Als gemeente hebben wij geen invloed op de omvang van de groep inburgeringsplichtigen. Het aantal statushouders is een afgeleide van onze taakstelling huisvesting. Alle statushouders van 18 jaar of ouder die in onze gemeente komen wonen zijn inburgeringsplichtig. Het aantal inburgeringsplichtige gezinsmigranten is minder goed ter voorspellen. Op de samenstelling van de groep inburgeringsplichtigen hebben wij als gemeente ook weinig geen invloed. Dat betekent dat wij niet kunnen sturen op welke leerroute mensen gaan volgen, behalve dat wij inzetten op het behalen van een zo hoog mogelijk taalniveau.

1

In de begroting 2024 is aan de doelstelling inburgering de volgende prestatie toegevoegd: ‘Alle statushouders starten binnen 4 weken na huisvesting met een activiteit gericht op deelname aan de samenleving’. pag. 6/29

2.2 Uitgangspunten en inrichtingskeuzes Sinds de start van de nieuwe wet inburgering gelden acht uitgangspunten en inrichtingskeuzes2. Op 16 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders het uitvoeringskader3 met de lokale uitgangspunten vastgesteld. Hieronder is per onderdeel het oorspronkelijke uitgangspunt opgenomen en is beschreven wat de stand van zaken is. A. Vroegtijdig contact en snelheid Het uitvoeringskader spreekt van ‘Investeren in het contact’. De gemeente legt vroegtijdig contact met een nieuwkomer die gekoppeld is aan de gemeente, al voor de huisvestiging. In het belang van de nieuwkomer wordt zorggedragen voor een warme overdracht tussen COA en gemeente. Er wordt geïnvesteerd in het contact met en kennis over de nieuwkomer zodat een goede inschatting van de mogelijkheden gemaakt wordt. De kennis over de nieuwkomer wordt verkregen o.a. in een uitgebreide brede intake en vastgelegd in het Plan Inburgering en Participatie (PIP), in de vorm van een beschikking. Aansluitend wordt er een passende leerroute aangeboden. Het inburgeringstraject leidt tot optimale participatie van een nieuwkomer in de Deventer samenleving.

Stand van zaken Aanvankelijk is de gemeente Deventer in de uitvoering van de wet gericht geweest op vroegtijdig contact, met een kennismakingsgesprek aan de start van de brede intake en een snelle doorlooptijd tussen de brede intake en leerroute. Met de verdere groei van het aantal inburgeringsplichtigen is dit uiteindelijk niet goed mogelijk geweest door te weinig capaciteit. Op 1 januari 2024 was er een wachtlijst van 118 inburgeraars (zowel statushouders als gezinsmigranten). Maatregelen, zoals het groepsgewijs informeren, leveren efficiëntie op voor de gemeente, maar leiden niet noodzakelijkerwijs tot snelheid in het proces voor statushouders. Consulenten ervaren bovendien een spanning tussen snelheid en kwaliteit. Soms is een extra gesprek met een inburgeraar of het wachten op de intake bij de taalschool belangrijker dan het snel afronden van de intake en PIP. Ook bleek dat een vroege brede intake niet altijd aansluitend gevolgd kon worden met het starten van de leerroute door wachttijden bij de taalschool, vooral veroorzaakt door krapte op de arbeidsmarkt voor Nt2-docenten. B. Begeleiding op maat De enige manier om met succes nieuwkomers te begeleiden, is via een aanbod op maat en om de nieuwkomers op de juiste momenten te ontzorgen:  uit de drie leerroutes wordt de meest passende route gekozen, maar ook binnen de leerroute is er aandacht voor de individuele situatie.

De ene persoon leert sneller dan de ander of heeft andere ondersteuning nodig om een route te doorlopen;  de maatschappelijke begeleiding bestaat uit begeleiding bij de huisvesting, praktische zaken en het geven van voorlichting. De ene nieuwkomer heeft meer of langer begeleiding nodig dan de ander om daadwerkelijk te komen tot zelfredzaamheid;  financieel ontzorgen is wettelijk het eerste half jaar verplicht. Wij kiezen ervoor om de mogelijkheid te bieden om hier, afhankelijk van de behoefte van de nieuwkomer, op vrijwillige basis een (afgebakend) vervolg aan te geven. Stand van zaken leerroutes Er is de afgelopen periode veel ervaring opgedaan met de leerroutes in het nieuwe stelsel. Daarbij stond de doelstelling voorop dat inburgeringsplichtigen zo snel mogelijk de Nederlandse taal leren op het voor hen hoogst haalbare niveau. Dat betekent dat in de brede intake heel zorgvuldig is gekeken naar de achtergronden en mogelijkheden van de inburgeraar. Dat heeft ertoe geleid dat meer deelnemers dan verwacht met de B1- en Onderwijsroute zijn gestart. Het aantal deelnemers aan de Z-route bleef lange tijd achter bij de ramingen. Dat het aandeel van de deelnemers dat een B1- of Onderwijsroute doet hoger is dan geraamd is positief. Deze groepen hebben een beter perspectief op financiële zelfredzaamheid (door werk of eerst een vervolgopleiding).

2 3

Zie: Raadsmededeling Nieuwe Wet inburgering Inrichtingskeuzes als gevolg van de Wet inburgering 2021, nr. 2021-002581, B en W-besluit d.d.: 12-10-2021. Zie: Raadsmededeling Uitvoeringskader - Nieuwe Wet inburgering, nr. 2021-000586, B en W-besluit d.d.: 16-30-2021. pag. 7/29

Voor een aantal groepen geldt dat een traject op maat nog niet goed mogelijk is. Het gaat dan vooral om jongeren die een B1- of Z-route moeten volgen. Ook de combinatie van werken en het volgen van een B1- of Zroute kan beter gefaciliteerd worden. Hierbij lopen we tegen grenzen aan van de gecontracteerde taalscholen. Het is nu bijvoorbeeld nog niet mogelijk om meer te variëren in de intensiteit van het programma en gebruik te maken van lessen in avonden of weekenden. Ook is er frictie tussen de mogelijkheid van doorlopende instroom in de leerroutes en de mogelijkheid van maatwerk. Een ander aandachtspunt is verzuim en de afstemming daarover tussen taalaanbieder en consulent inburgering. In de voorbije periode is het regelmatig voorgekomen dat veelvuldig verzuim pas laat wordt doorgegeven aan de consulenten inburgering. Dit staat goede regievoering in de weg. Mogelijkheden voor verbeteringen op dit vlak worden doorlopend besproken met de aanbieders en de afspraken worden waar nodig aangescherpt. Stand van zaken maatschappelijke begeleiding (MB) Vluchtelingenwerk heeft de slag kunnen maken naar een nieuwe rol in de uitvoering van de nieuwe wet. Daarbij verloopt de koppeling van woningen aan statushouders naar tevredenheid. In 2023 ging het om 202 koppelingen, waar er 184 waren begroot.

De maatschappelijk begeleider ondersteunt de statushouder bij het bezichtigen van de woning, het sluiten van het huurcontract, het aanvragen van de uitkering en diverse regelzaken (zoals het aanvragen van toeslagen). In het 2023 voerde Vluchtelingenwerk 153 trajecten nieuwe trajecten maatschappelijke begeleiding uit. Er waren voor dat jaar 110 geraamd. Maatschappelijke begeleiding wordt meestal door vrijwilligers uitgevoerd. We merken dat de kwaliteit van de inzet varieert door de wisselende mate van ervaring en beschikbaarheid per begeleider. Ook is er veel verloop. Dat betekent dat niet alle statushouder(gezinnen) op voldoende begeleiding kunnen rekenen. Dat zorgt ervoor dat er veel vragen terechtkomen bij de consulenten inburgering, bijvoorbeeld als in een later stadium blijkt dat zaken niet goed geregeld zijn. Daarnaast klinkt vanuit de woningcorporaties de wens voor meer woonbegeleiding. Hoe kunnen we statushouders beter begeleiden bij de start in hun nieuwe woning? Denk daarbij kennismaking met buren, huisregels, et cetera. Stand van zaken financieel ontzorgen (FO) Als statushouders een woning krijgen, vragen zij een uitkering aan en ontvangen zij een inrichtingskrediet. De eerste zes maanden voert BAD een aangepast budgetbeheer uit. In 2023 heeft BAD 87 statushouders de reguliere zes maanden financieel ontzorgd.

Bij 24 was er (aansluitend) sprake van een maand budgetbeheer, bij 7 statushouders was dat twee maanden en bij 1 liep het budgetbeheer 3 maanden door. Bij reguliere huisvesting loopt het proces van financieel ontzorgen in de regel goed en zijn de afspraken over de samenwerking tussen maatschappelijke begeleiding, de inkomensconsulent en de budgetbeheerder duidelijk. Tijdens het financieel ontzorgen ervaren de statushouder en de maatschappelijk begeleider som een gebrek aan inzicht in de betalingen en inhoudingen. Dit vraagt om meer en doorlopende afstemming tussen BAD en Vluchtelingewerk over de werkwijze. Voor de groep die in de tussenvoorziening woont, loopt het financieel ontzorgen nog niet goed, vooral als het gaat om bewoners die tussentijds instromen omdat er een woning vrij komt in de tussenvoorziening. De reden daarvoor ligt onder meer in het feit dat deze groep nog geen inrichtingskrediet ontvangt. Financieel ontzorgen is meer op zijn plaats na verhuizing naar een reguliere woning. Om financieel ontzorgen goed af te kunnen sluiten is het van belang dat gedurende die periode de statushouder de training omgaan met geld volgt. We hebben vastgesteld dat de meeste statushouders die training te laat hebben gekregen. Of de inburgeringsplichtige statushouder meteen adequate financiële begeleiding heeft gehad, is niet altijd zeker.

Aan het einde van de standaard 6 maanden financieel ontzorgen wordt niet altijd advies uitgebracht over de noodzaak voor verlengd budgetbeheer. Daarmee is er onduidelijkheid over de effectiviteit over de bijhorende coaching. Inmiddels heeft Vluchtelingewerk wel stappen gezet om de training omgaan met geld meteen na huisvesting aan te bieden.

pag. 8/29

C. Eén aanspreekpunt (regievoering door gemeenten) Inburgeraars hebben met verschillende organisaties en regelingen te maken, zoals de inburgeringsplicht, een participatie- of werkplek, maatschappelijke ondersteuning en eventueel schuldhulpverlening of de inzet van jeugdhulp. Het gaat vaak om een veelheid aan partijen die betrokken zijn. Voor een nieuwkomer is het belangrijk om één aanspreekpunt te hebben voor alle onderdelen van het inburgeringstraject. Dit aanspreekpunt, de consulent inburgering, draagt zorg voor afstemming tussen de betreffende organisaties en regelingen. Stand van zaken Deze taak is belegd bij de consulent inburgering. Zij ervaren dat de invulling van regie regelmatig breder is dan alleen het inburgeringstraject. Daarom vraagt deze rol veel tijd. Een inburgeraar loopt tijdens het traject tegen verschillende uitdagingen, drempels en belemmeringen aan in een land waarin hij niet bekend is. Om de inburgering goed te laten verlopen, is het van belang ondersteuning te bieden op diverse gebieden. Het betrekken van de juiste collega’s of externe partijen kost veel tijd en inspanning. Dat leidt tot ook tot de vraag tot hoever de regierol van de consulent inburgering reikt.

Gaat het primair over de regie op het inburgeringsproces, of is die rol breder? De regierol staat ook onder druk omdat consulenten door de hoge caseload niet alle vier voortgangsgesprekken per jaar uitvoeren. In de praktijk zijn het er hooguit twee. We zien dat onze partners in de uitvoering van de wet ook de gevolgen merken van een groter aantal inburgeraars enerzijds en krapte op de arbeidsmarkt en ‘vrijwilligersmarkt’ anderzijds. Zaken waar onze ketenpartners onvoldoende aan toe komen, belanden op het bordje van onze consulenten inburgering. Alles bij elkaar leidt dat ertoe dat de kwaliteit van regievoering onder de druk staat en dat nieuwe inburgeringsplichtigen op een wachtlijst komen. D. Integrale afstemming De verschillende (nieuwe) taken waar de gemeente verantwoordelijk voor is, voor wat betreft inburgering, worden op elkaar afgestemd en als een integraal pakket aangeboden aan de inburgeraar. Dit pakket bestaat onder andere uit voortgangsgesprekken met de consulent inburgering, maatschappelijke begeleiding, financiële educatie, ruimte voor zorg (bijv. traumaverwerking), taalonderwijs en participatie of werk. De verschillende onderdelen worden op het meest passende moment en in onderlinge afstemming aangeboden. Hierdoor versterken ze elkaar.

Stand van zaken De afgelopen periode is er ervaring opgedaan met de uitvoering van de verschillende onderdelen, en is gebleken dat de betrokken partijen elkaar weten te vinden in de uitvoering. Desalniettemin zijn er kansen om vanuit een samenwerking het versterkende effect tussen de onderdelen uit te breiden. Dit begint met kennis over ieders verantwoordelijkheden, periodiek in een breed gezelschap bij elkaar komen en met elkaar de dienstverlening verder te ontwikkelen. Hierdoor wordt het meer gezien als een gezamenlijke opgave. Bijvoorbeeld door de kennis van KonnecteD te benutten voor de invulling van de MAP of door hen vragen de eindadviezen van de MAP te toetsen op haalbaarheid. Verder krijgen we terug dat het totale pakket aan onderdelen voor een deel van de inburgeraars als erg intensief wordt ervaren. Cursisten uit de Z-route moeten naast het taalonderwijs veel uren participeren. En een groot deel van de cursisten in de B1-route heeft veelal een baan naast het taalonderwijs. Om motivatie te stimuleren en verzuim te voorkomen is het extra van belang om hier aandacht voor te hebben, tijdig te communiceren over verwachtingen, en het aanbod aantrekkelijk en waardevol te maken. E. Duale trajecten, parallel de taal leren en participeren Inburgeraars wordt een duaal traject aangeboden waarin zij parallel de taal leren en gaan participeren.

Ondersteunend hierin kunnen taalmaatjes zijn of specifieke aandacht voor taal op de werkvloer. Inburgeraars die de Nederlandse taal in een maatschappelijke context toepassen, zullen de taal immers sneller leren. En doordat deze nieuwkomers al vanaf het begin maatschappelijk actief zijn, hebben ze een grotere kans om een betaalde baan te krijgen. Stand van zaken De afgelopen periode zijn de eerste ervaringen opgedaan met het aanbieden van verschillende participatiemogelijkheden aan statushouders naast hun taalonderwijs, zoals de MAP en participatieactiviteiten voor cursisten uit de Z-route. Specifiek voor cursisten uit de B1 route is er de mogelijkheid om bij KonnecteD pag. 9/29

een Taal & Werk traject te volgen. Dit wordt aangeboden, ondanks het geen deel uitmaakt van de inburgeringseisen. Het is een mooi voorbeeld van een versterking tussen taal en participatie. Cursisten krijgen onder andere les in vaktaal en taalcoaching op de werkvloer. Waar we tijdens de inrichting van het inburgeringsstelstel uit zijn gegaan van een duidelijk onderscheid tussen cursisten in de Z-route en cursisten in de B1-route, is de praktijk weerbarstiger en sluit het aanbod aan participatie niet altijd aan op de mogelijkheden en wensen van de cursist. Er zijn veel ideeën om het aanbod de komende periode te verbreden, mits er voldoende volume voor is. Denk hierbij aan de MAP specifiek voor gezinsmigranten of cursisten met een baan, een participatietraject bij KonnecteD voor ambitieuze cursisten uit de Z-route, matching naar werk bij direct bemiddelbare cursisten, een traject bij MindSpring voor psychisch kwetsbare cursisten uit de B1-route, en een specifiek traject voor jongeren die praktijkonderwijs hebben gevolgd. Ondanks dat er een breed aanbod is en veel mensen bereid zijn om statushouders te helpen, is voor de Z-route een herijking van het participatie aanbod in het geheel wenselijk. Het is de vraag of en hoe ketenpartners of andere partijen in onze stad hier meer in kunnen coördineren. Deventer Doet en de Meedoen balie van COA hebben hier meer ervaring mee. F.

Zo veel mogelijk lokaal (zoveel mogelijk door met de oude ketenpartners) We bieden het inburgeringstraject zoveel mogelijk lokaal aan. Dat is voor nieuwkomers het meest laagdrempelig. Het maakt het gemakkelijker om de statushouders in beeld te hebben, hen ondersteuning op maat te bieden en de voortgang te monitoren. Een zo veel mogelijk lokale uitvoering faciliteert ook de samenwerking tussen de betrokken professionals en het bieden van een op elkaar afgestemd traject. Alleen de taalcomponent van de leerroutes B1 en Z en de modules Kennis van de Nederlandse Maatschappij en Arbeidsmarkt en Participatie worden regionaal ingekocht. In het programma van eisen van de aanbesteding van deze leerroutes zijn Deventer specifieke eisen opgenomen waaronder voor beide leerroutes een leslocatie in Deventer. Stand van zaken Alle leerroutes worden in Deventer aangeboden, met uitzondering van de Hbo/Wo variant van de onderwijsroute. De kleine groep die daarvan gebruik maakt, reist naar Zwolle, Arnhem of Enschede. Lokale maatschappelijke partijen die zich al een langere tijd richten op participatie en/of ondersteuning aan statushouders, ook wel de Z-routepartners, hebben hun rol gepakt in het nieuwe uitvoeringskader. Een deel van hen is door de lage instroom in de Z-route nog niet gestart met het bieden van dienstverlening.

Evengoed is hun aanbod ook interessant voor deelnemers aan de andere leerroutes. In de voorbije periode hebben zich ook nieuwe lokale initiatieven gemeld. Er is voor gekozen om met enkele van hen pilots te starten. Denk hierbij aan de pilots voor statushouders van Matz Social en het voorinburgeringsaanbod ‘Iedereen aan wal’. G. Uitvoering door professionals en vrijwilligers Professionals en vrijwilligers leveren elk een eigen bijdrage aan het inburgeren. De inburgeraar is gebaat bij professionaliteit en continuïteit in de begeleiding. Tegelijkertijd is volledig professionaliseren van de inburgeringstrajecten niet reëel vanwege de hoge begeleidingsintensiteit die vaak nodig is. Onderdeel van het voorbereidingstraject is het maken van onderscheid tussen de vraagstukken waar professionele ondersteuning bij gewenst is en wat door vrijwilligers geboden kan worden. Stand van zaken We hebben ervoor gekozen om het taalonderwijs binnen de leerroutes uit te laten voeren door professionals, al dan niet ondersteund door vrijwilligers, gezien het belang van het voldoen aan de hoge inburgeringseisen. De maatschappelijke begeleiding en het participatietraject van de Z-route wordt voornamelijk ingevuld door vrijwilligers bij organisatie die in het verleden ook al ervaringen hiermee hebben opgedaan.

Het meeste hiervan loopt goed, ook al vraagt het aangepaste verwachtingen en soms een andere aansturing of aanvullende inzet door ervaren vrijwilligers of professionals. In de enquête en gespreksrondes van deze evaluatie is naar voren gekomen dat het financieel ontzorgen nog niet altijd goed loopt op dit gebied. Er gekozen is voor gekozen om de administratieve en financiële ondersteuning, en de monitoring van de financiële vaardigheden de eerste maanden uit te laten voeren door de maatschappelijke begeleiders. Vanwege de verschillen in ervaringen, affiniteit en beschikbaarheid per

pag. 10/29

vrijwilliger, wisselt ook de kwaliteit van deze ondersteuning. Dit roept de vraag op of dit wenselijk is gezien de belangrijkheid van financiële zelfredzaamheid en in hoeverre er meer verwacht mag worden van vrijwilligers. H. Wederzijdse inspanning en verantwoordelijkheid Het inburgeringstraject is geen vrijblijvend traject. De gemeente heeft de verplichting om bij te dragen aan het inburgeringsproces van de statushouder of gezinsmigrant. De inburgeraar moet op zijn/haar beurt veel inspanningen leveren om uiteindelijk te voldoen aan de inburgeringsplicht. Het is van groot belang dat het uiteindelijke doel, om de taal te beheersen en aan het werk te zijn of vrijwilligerswerk te doen, gehaald wordt en dat zowel de gemeente als de inburgeraar zijn/ haar verantwoordelijkheid daarin neemt. Stand van zaken In de brede intake is er veel aandacht voor de rechten en plichten van de inburgeraar. Het is tot nu maar zelden nodig geweest om een boete of maatregel op te leggen. In de regel kunnen consulenten op basis van de rapportages van de taalscholen de voortgang goed volgen. De afspraken met de taalscholen over signaleren van verzuim zijn aangescherpt. Er zijn wel belemmerende factoren waardoor dit uitgangpunt onder druk staat. Door het gebrek aan kinderopvangplaatsen is het bijvoorbeeld voor een deel van de inburgeraars niet altijd mogelijk om volledig te starten met hun inburgering.

Ook beschikken zij vaak niet over een netwerk om alternatieve vormen van opvang te organiseren. Daarnaast zien we op dit thema samenhang met de mate waarin het aanbod aansluit op de behoeften en belevingswereld van de inburgeraar. Denk hier bijvoorbeeld aan jongere statushouders die liever naar school zouden gaan. Tot slot is het ook van belang oog te hebben voor psychische problematiek bij inburgeraars.

2.3 Evaluatie ‘Ondertussen' groep en oud inburgeraars Inburgering gestart na 1 februari 2022 Alle inburgeraars die op of na 1 januari 2022 aan Deventer zijn gekoppeld, vallen onder het nieuwe inburgeringsstelsel en de daarmee gepaarde dienstverlening zoals omschreven in de nota "inrichtingskeuzes inburgering". De inburgeraars die al wel eerder gekoppeld waren aan Deventer maar pas zijn gestart met de inburgering na 1 februari 2022, zijn in eerste instantie gelijkgetrokken met de dienstverlening voor inburgeraars die onder de nieuwe wet vallen. Bij de inrichtingskeuzes is ervoor gekozen deze inwoners ook aandacht te geven, om te stimuleren dat ze gaan participeren en te voorkomen dat er langdurig gebruik gemaakt wordt van een uitkering. Toen de druk op de consulenten toenam, door verhoogde instroom van statushouders, hebben deze inburgeraars uiteindelijk toch minder prioriteit gekregen. Hier kon men voor kiezen omdat de dienstverlening voor deze inwoners niet wettelijk verplicht is. Voor degenen met enig taalniveau en arbeidsperspectief is toen wel dienstverlening vanuit KonnecteD ingezet.

Inburgering gestart voor 1 februari 2022 Ongeveer 340 inburgeraars zijn vóór 1 februari 2022 gestart met de inburgering en waren hier nog mee bezig toen de nieuwe wet in ging. Zij ontvangen, net als de groep oud inburgeraars die inmiddels klaar zijn met inburgering, dienstverlening zoals vastgesteld in het beleidskader ‘inzet op maat’. Dit bestaat ofwel uit dienstverlening vanuit KonnecteD, of vanuit het team Inkomensondersteuning. KonnecteD merkt in de dienstverlening aan hen dat een parttimebaan naast inburgering lastig te vinden is, waardoor inburgeraars sneller op werkervaringsplekken komen terwijl betaald werk wel haalbaar zou zijn. Daarnaast is opgevallen dat veel inburgeraars het spannend vinden om de stap naar werk te zetten. Er is onzekerheid over de taalbeheersing en consequenties voor hun financiële situatie. KonnecteD heeft hier aandacht voor en schakelt zo nodig een tolk in om hierover meer diepgaandere gesprekken te voeren om de statushouder vertrouwen te kunnen geven. Voor inburgeraars met een psychische kwetsbaarheid is ‘Mind-Spring’ ingezet, een methode gericht op het verbeteren van de mentale gezondheid en de psychosociale vaardigheden van vluchtelingen. Daarnaast is een pilot gedaan met Base to Work waarin inburgeraars zijn begeleid naar het vinden van een betaalde baan. Van de groep van 8 zijn in totaal 5 deelnemers aan het werk gegaan.

Uit de pilot bleek dat uitdagingen het meeste zitten in taal en (werk)cultuur. Er wordt nog beoordeeld of deze pilot een vervolg krijgt.

pag. 11/29

Uit de pilot “taalroute naar werk” door Matz Social komt een vergelijkbaar beeld. Taalproblemen hebben een belemmerende werking voor de kans op werk. Inzet op taal tijdens het traject lijkt dan ook een belangrijk onderdeel. Verder is vooral de motivatie van de inburgeraar zelf de grootst bepalende factor op de kans op succes naar uitstroom naar een betaalde baan. In 2024 wordt deze pilot geëvalueerd en onderzocht of en hoe we met deze aanpak verder gaan. Er is daarnaast vanuit team inkomensondersteuning een pilot geweest met Ovidius (een re-integratiebureau). Dit traject was direct gericht op werk lijkt niet helemaal aan te sluiten bij de doelgroep. Er spelen veel problematieken en belemmeringen waardoor een traject direct gericht op werk minder passend lijkt om de groep te activeren. Verder blijkt uit de evaluatie dat ondanks de hierboven genoemde dienstverlening de statushouders die onder de oude wet vallen of inmiddels al klaar zijn met inburgeren, helaas wat buiten beeld zijn geraakt. Op dit moment wordt er een bestandsanalyse gedaan om te onderzoeken wat de actuele situatie is en welke kansen en eventuele belemmeringen er liggen. Vervolgens wordt onderzocht wat passende interventies kunnen zijn om ook deze mensen mee te laten doen naar vermogen (het liefst met betaald werk).

2.4

Conclusies evaluatie

Het geheel van de casestudy en onze eigen evaluatie leidt tot het inzicht dat – ondanks de ervaren grote betrokkenheid van alle intern en extern betrokkenen - onze gemeente nu op onderdelen (nog) niet voldoet aan de inrichtingskeuzes en doelstellingen. Er zijn op diverse terreinen extra inspanningen nodig om beter aan de wettelijke normen (Wi2021) en onze eigen doelstellingen te voldoen. De onderdelen waar in onze gemeente een verbeterslag gemaakt moet worden, zijn:  Vroegtijdig contact en snelheid Het doel is om snel te starten met de inburgering en zo veel mogelijk te zorgen voor een doorgaande lijn van opvang tot de start van inburgering. Er is nu geen tijd en ruimte bij de consulent om een kennismaking te doen op het AZC. Sterker nog, er is het afgelopen jaar (2023) een wachtlijst. 

Begeleiding op maat Het koppelen aan een woningen doorvluchtelingenwerk verloopt goed, wat ook geldt voor de begeleiding het aanvragen van uitkering. Op andere onderdelen moet het beter. Maatschappelijke begeleiding heeft een belangrijke begeleidende en adviseren de rol op het terrein van financieel ontzorgen. De training omgang met geld moet op tijd, dat wil zeggen tijdens de periode van financieel ontzorgen worden gegeven.

Eén aanspreekpunt (regievoering) De caseload is te hoog voor een goede uitoefening van de regierol en moet in lijn gebracht worden met de uitkomsten van de recente formatiecalculatie (toewerken naar een caseload van ca. 60 inburgeraars per fte).

Integrale afstemming Er is behoefte aan meer en betere afstemming met ketenpartners (intern en extern) en coördinatie op de samenwerking.

Duale trajecten De uitvoering van de MAP is nog niet op orde. De samenwerking tussen taalaanbieders (zij hebben de opdracht) en KonnecteD is nog optimaal. Er is behoefte aan meer maatwerk in het aanbod van de leerroutes B1 en Z. Dat geldt voor het programma, de intensiteit en de mogelijkheid voor avond- en weekendlessen.

pag. 12/29

3. Herdefiniëring inrichtingskeuzes Op grond van de evaluatie stellen wij voor de inrichtingskeuzes opnieuw te definiëren. Dat biedt de mogelijkheid het uitvoeringskader verder aan te scherpen en te verrijken met specifieke Deventer keuzes. Waar van toepassing geven we meerdere scenario’s mee. Die zijn dan per actielijn opgenomen in een tabel, waarin een voorkeursscenario is aangemerkt (blauw). Nadat het college het voorkeursscenario heeft vastgesteld zal het uitvoeringsplan ‘Inrichtingskeuzes als gevolg van de Wet inburgering 2021’ geactualiseerd en aangepast naar een kader stellende uitgangspuntennotitie voor de wet inburgering. Hieronder is schematisch weergegeven welke actielijnen worden onderscheiden:

3.1 Vroege en goede start Vroeg contact en warme overdracht Om statushouders een sterkere uitgangspositie te geven, is het essentieel om opnieuw in te zetten op een vroege start. Concreet willen we het eerste contact zo snel mogelijk na de koppeling met onze gemeente realiseren. Voor gezinsmigranten is dit moment gekoppeld aan hun verhuizing. We starten met een bericht (brief) van de gemeente waarin we kort uitleg geven over het inburgeringsproces in Deventer. Direct daarna volgt een eerste gesprek. Voor statushouders betekent dit een nauwere samenwerking met casemanagers van het COA. Het COA deelt persoonsgegevens van de bewoner via het klantprofiel in het Taakstelling Volg Systeem (TVS) met de gemeente. Hierdoor beschikken gemeenten al voor de Brede intake over relevante informatie over de statushouder. pag. 13/29

Na ontvangst van dit klantprofiel streven we naar een warme overdracht van de bewoner. Het liefst vindt deze overdracht plaats via een driegesprek tussen het COA, de gemeente en de statushouder. Van voorinburgering naar brede startklas Eenmalige verlenging aanbod ‘Iedereen aan Boord’ Half november startte Bureau de werkvloer met de pilot ‘Iedereen aan Boord’ gericht op het leren van de Nederlandse taal en kennismaken met Deventer. De pilot is uit nood geboren voor de bewoners van de tussenvoorziening. Ook inburgeraars die langer moesten wachten op de start van hun brede intake of leerroute nemen hieraan deel. Op dit moment wordt door de initiatiefnemers verkend in hoeverre het aanbod ook door COA omarmd en ondersteund kan worden om het programma nog vroegtijdiger aan te bieden. Dit zou kunnen in samenhang met de door het COA aangeboden programma, zoals taallessen en de Meedoenbalie. Wij hebben de intentie om de opdracht aan Bureau de werkvloer eenmalig te verlengen tot uiterlijk eind 2024. Eind april loopt het huidige programma af, maar we verwachten op korte termijn nog geen verbetering in de wachttijden. Wij werken de komende weken uit op welke wijze de verlening wordt vormgegeven.

Tegelijkertijd staan we stil bij wat we kunnen leren uit de pilot en hoe we de waardevolle elementen kunnen meenemen in onze bredere dienstverlening, bijvoorbeeld door het opzetten van een startklas. Ontwikkeling brede startklas We verkennen de mogelijkheid om in Deventer een brede startklas op te zetten, als overbrugging tussen de eerste kennismaking met een inburgeraar en de start van de leerroute. Dit sluit aan op de volgende prestatie die is opgenomen in de begroting van 2024: “Alle statushouders starten binnen 4 weken na huisvesting met een activiteit gericht op deelname aan de samenleving.” Verschillende gemeenten werken hier al mee4. Zij ervaren dat het helpt om het persoonlijk Plan Inburgering en Participatie te maken, en dat het de motivatie aanwakkert om te beginnen aan het inburgeringstraject. Om een startklas structureel vorm te geven, moeten we een openbare aanbesteding doen. Verder zien wij mogelijkheden om onderdelen van maatschappelijke begeleiding en omgaan met geld hierin op te nemen, en aan te sluiten bij de infrastructuur in de wijk. Regie op peil brengen De evaluatie heeft ons bevestigd in het beeld dat we ook stevig in moeten zetten op het versterken van de uitvoering van onze regierol. Op dit moment ligt de caseload op ruim 90 inburgeraars per consulent inburgering. Op basis van ervaringen en die in andere gemeenten is dat teveel.

De meeste gemeenten streven naar een caseload van 50 tot 90 inburgeraars. Het voorstel is om niet te tornen aan het oorspronkelijk niveau van dienstverlening en te voldoen aan de prestaties die de uitvoering van de Wi2021 van ons vraagt. Daarvoor is het nodig dat we de gemiddelde caseload terugbrengen naar 60 inburgeraars per consulent (op basis van een 1 fte). Om dat te bereiken is – op basis van de verwachte nieuwe huisvestingen van statushouders – tot 1 januari 2025 een verdere uitbreiding nodig naar 9 fte. Inmiddels is gestart met het werven van nieuwe consulenten inburgering. De organisatie wordt de komende maanden uitgebreid met nieuwe medewerkers. Daarmee zitten we naar verwachting op korte termijn op ruim 6 fte. Met de uitbreiding van het team kunnen we de volgende (oorspronkelijke) uitgangspunten weer centraal stellen:  Vroege start;  Naast PIP ook focus op ontwikkelmogelijkheden. Bij de afronding van het inburgeringstraject kijken we in hoeverre er daarvoor nog aanvullende ondersteuning nodig is.  Regierol versterken door meer voortgangsgesprekken te kunnen voeren. De voorgestelde uitbreiding van de formatie vraagt wel om aandacht voor de opvolging in de keten. Het doel is de wachttijden terugdringen en eerder in de klantreis te starten met kennismaken.

Dat betekent dat de druk op ketenpartners (taalscholen, KonnecteD) om mensen sneller in te laten stromen, kan toenemen. Het opzetten van een brede startklas (of welkomhuis) kan de druk enigszins verminderen en zorgen voor meer grip op instroom(momenten). 4

In de gemeente Utrecht bestaat een zogenaamd ‘Welkomhuis’. Daarin worden elementen van het huidige Deventer aanbod van ‘Iedereen aan Boord’ gecombineerd met activiteiten van maatschappelijk begeleiders en consulenten inburgering. Meer informatie op: https://www.dock.nl/locaties/utrecht/zuidwest/welkomhuis. pag. 14/29

Herijken opdracht maatschappelijke begeleiding Al bij het vaststellen van de inrichtingskeuzes is meegegeven dat de subsidierelatie met vluchtelingenwerk herijkt moet worden. Op basis van de eerste ervaringen hebben wij ervoor gekozen dit jaar de subsidieafspraken met Vluchtelingenwerk al enigszins aan te passen. Het is de bedoeling dat de maatschappelijke begeleiding in de eerste maanden steviger neergezet wordt. Dat zijn de maanden waarin statushouders hun eerste huis krijgen, hun financiën moeten regelen en daarin gecoacht en getraind moeten worden. Dit jaar (2024) willen we gebruiken om de opdracht maatschappelijke begeleiding van statushouders zo nodig te herdefiniëren, en overwegen hoe en aan wie deze opdracht verstrekt wordt (via subsidie of aanbesteding). We willen o.a. verkennen of de uitvoering van de taken rond coaching op financiën en de training omgaan met geld afzonderlijk ingekocht moeten worden, of opgenomen kan worden in de opdracht voor de brede startklas. Herdefiniëren financieel ontzorgen statushouders Het financieel ontzorgen was bij de start van de nieuwe Wet inburgering een wettelijke verplichting voor statushouders met een uitkering. In 2023 is er vanuit de minister de ruimte gekomen om het minder dwingend in te zetten. Wel blijft de wettelijke plicht om te voorkomen dat onzekerheid over de financiële positie afleidt van inburgeringsactiviteiten.

Hierop aansluitend willen we een methodiek ontwikkelen om financieel ontzorgen alleen verplicht in te zetten voor de statushouders die het nodig hebben, en dus maatwerk te bieden. Als bij de brede intake blijkt dat de statushouder al meer zelfredzaam is, zijn andere vormen van ondersteuning mogelijk, waarmee gecontroleerd kan worden of iemand aan de financiële verplichtingen kan voldoen. De groepstraining financiële zelfredzaamheid blijven we wel zoveel mogelijk verplicht inzetten. Daarnaast komen uit de evaluatie nog een aantal andere aandachtspunten naar voren die aangepakt zullen worden in de actielijnen:  Bij de start van de uitkering is de financiële situatie van de statushouder het meest kwetsbaar, omdat alles daar samen komt (1e huur en borgsom, inrichtingskosten, vertraging voordat de toeslagen worden ontvangen). Veel kan worden afgevangen met de roodstand bij het BAD, maar andere gemeenten kiezen voor een overbruggingsuitkering omdat dat meer zekerheid en dus rust geeft;  De normen van het inrichtingskrediet zijn al een jaar of 10 niet geïndexeerd en daarom ontoereikend;  Het lukt Vluchtelingenwerk niet om training omgaan met geld tijdig – vanaf de 4e maand – in te zetten. Hier moet strakker op worden gestuurd.

Wellicht is het mogelijk om de training door budgetcoaches van het BAD te laten verzorgen;  De consulenten inburgering zijn onvoldoende in staat om regie te voeren op het hele proces en dus ook op de ontwikkeling naar financiële zelfredzaamheid. Niet iedere maatschappelijk begeleider heeft evenveel affiniteit en kennis om de inburgeraar hierin te ondersteunen. Actielijnen Vroege en goede start Hieronder staan de actielijnen uitgewerkt om tot verbetering te komen. Hierbij is steeds gekozen voor het scenario (blauw gekleurd) wat nodig is om te kunnen voldoen aan de wettelijke eisen, de eerder gemaakte inrichtingskeuzes en uitkomsten van de evaluatie.

Vroeg contact en warme overdracht

Scenario A. Optimaal

Scenario B. aanscherpen

Scenario C. minimaal

Contact leggen zodra koppeling is gemaakt met Deventer. Al bij verblijf bij COA statushouder gericht informeren over hoe het in gemeente Deventer werkt.

Contact leggen zodra koppeling is gemaakt met Deventer.

Geen nieuwe inspanningen op het gebied van vroeg contact.

pag. 15/29

Scenario A. Optimaal

Scenario B. aanscherpen

Scenario C. minimaal

Van voorinburgering naar

Inburgeraar (statushouders en gezinsmigranten) kunnen meteen na koppeling starten in brede voorinburgeringsklas.

Voor-inburgeringsactiviteiten beschikbaar voor statushouders die in Deventer wonen/verblijven.

Geen inspanningen (meer) op het gebied van voor-inburgering.

Regie op peil brengen

Uitbreiding naar optimale caseload + tijdelijk extra inzet om achterstanden in te lopen

Uitbreiding naar optimale caseload.

Behoedzame uitbreiding formatie.

Groei naar 9 fte begin 2025.

Groei naar 6 fte Verschralen of stoppen dienstverlening aan gezinsmigranten en ondertussen groep.

Groei naar 8-10 fte begin 2025.

Herijken opdracht maatschappelijke begeleiding

Herdefiniëren financieel ontzorgen statushouders

Omslag naar uitvoering maatschappelijke ondersteuning door professionals.

Inzetten op specialisatie. Onderzoek aanbesteding en mogelijkheid meerdere aanbieders. Inzet onderdeel maken van voorinburgeringsprogramma.

Huidige afspraken in stand houden. Onderzoek aanbesteding.

 Financieel ontzorgen op maat;  Overbruggingsuitkering;  Indexatie inrichtingskrediet  Training en coaching financiën combineren met brede startklas.

 Financieel ontzorgen op maat;  Indexatie inrichtingskrediet.

Handhaven huidig pakket.

3.2 Maatwerk & Dualiteit De wet inburgering kent drie leerroutes, de B1-, Onderwijs- en Z-route. In de voorbije periode hebben we gemerkt dat er meer maatwerk nodig is. Dat geldt zowel voor de invulling van de leerroutes zelf, als voor de mogelijkheid inburgering te combineren met bijvoorbeeld werk. Onderwijsroute met meer tijd Voor een groep jongere statushouders is de onderwijsroute te kort. Voor hen wordt een variant van de B1-route ontwikkeld, gecombineerd met entree-onderwijs bij Aventus. Als het lukt deze route aan te bieden kunnen zij na de B1-leerroute doorstromen naar een Mbo-opleiding. Voor de kosten van de Entree-component van deze ‘hybride’ B1-leerroute moet dekking gevonden worden buiten de specifieke uitkering inburgeringsvoorzieningen.

pag. 16/29

Z-route en werk Bij de inrichting eind 2021 is ervoor gekozen het duale, op werk gerichte programma te beperken tot de groep inburgeraars die de B1-leerroute volgen. In de voorbije periode hebben we gemerkt dat er ook behoefte is aan een duaal, op werk gericht programma voor deelnemers aan de Z-route. Bij wijze van proef zijn we inmiddels gestart met een aantal trajecten bij KonnecteD. Voor inburgeraars die al werk hebben is willen we de mogelijkheid bieden de Z-route te combineren. Z-route voor praktijkonderwijs In de Z-route komen ook jongeren uit het praktijkonderwijs terecht. Voor deze jongeren zoeken we naar een aangepast programma. We willen taallessen uit de Z-route combineren met (verder) praktijkleren. Dat programma willen we opzetten met de taalscholen, VSO-scholen en KonnecteD. Verbeteren mogelijkheden participatie Er is behoefte aan meer differentiatie in het aanbod, mits dit haalbaar is gegeven het instroom volume. Zo wordt er verkend of KonnecteD ambitieuze cursisten uit de Z-route, ondanks hun lage taalvaardigheid en/of opleidingsniveau, kan bemiddelen naar de arbeidsmarkt of naar een laagdrempelige leerwerkplek (zie hierboven). Desondanks moet er aandacht zijn voor de verplichtte uren taalonderwijs die ook gevolgd dienen te worden.

Participatie (werken) naast de B1-route De ervaring leert dat het traject Taal & Werk dat KonnecteD in de B1-route aanbiedt, niet aansluit op de behoefte van iedere deelnemer. Voornamelijk statushouders die een hoge opleiding hebben gehad, zijn terughoudend in de werkzaamheden die zij binnen KonnecteD dienen uit te voeren. KonnecteD stelt voor om cursisten van de B1 route voortaan in drie groepen onder te verdelen en daar het aanbod op aan te passen. A. Direct bemiddelbare statushouder: directe inzet op werk of participatie (Oekraïense aanpak). Sommige statushouders hebben al werk en melden zich om het te combineren met inburgering; B. Lange afstand tot werk, maar wel belastbaar: inzet via het Taal & werk traject. C. Psychisch kwetsbaren: inzet op cultuur via Mind-Spring. Maatwerk in intensiteit en dagdelen Er is behoefte aan meer maatwerk op dit gebied. De een wil een korter, intensiever traject. De ander wil een rooster waarmee inburgering gecombineerd kan worden met werk of zorgtaken. Ook gaat het hier om de mogelijkheid om in de avond of in het weekend inburgeringsonderwijs te kunnen volgen. Het doel is te verkennen wat er mogelijk is binnen de huidige contracten. Wat niet meer lukt binnen deze contractperiode kunnen we meenemen in een scherpere opdracht voor een volgende aanbesteding.

Module Arbeidsmarkt en Participatie Versterk en verbreed de samenwerking ten gunste van de invulling van de MAP. Ten eerste wordt er voorgesteld om de inhoud van het programma van de MAP van beide taalaanbieders beter op elkaar af te stemmen. Ten tweede is het van belang om werkgevers meer te betrekken bij de MAP. De 40 uur praktijkervaring moet immers opgedaan worden bij werkgevers. Ten slotte kan er overwogen worden om de expertise van KonnecteD meer te benutten bij de invulling van de MAP. Actielijnen Maatwerk & Dualiteit Hieronder staan de actielijnen uitgewerkt om tot verbetering te komen. Hierbij is steeds gekozen voor het scenario (blauw gekleurd) wat nodig is om te kunnen voldoen aan de wettelijke eisen, de eerder gemaakte inrichtingskeuzes en uitkomsten van de evaluatie. Actielijnen

Scenario A. Optimaal

Scenario B. aanscherpen

Scenario C. minimaal

Onderwijsroute met meer tijd

Pilot combinatie B1route met Entreeonderwijs

Pilot combinatie B1route met Entreeonderwijs

Geen nieuwe variant B1-route.

Combinatie Z-route met betaald werk beter mogelijk maken.

Combinatie Z-route met betaald werk beter mogelijk maken.

Combinatie Z-route met betaald werk beter mogelijk maken.

Z-route en werk

pag. 17/29

Actielijnen

Scenario A. Optimaal

Scenario B. aanscherpen

Scenario C. minimaal

Z-route voor praktijkonderwijs

Separatie Z-route klas oprichten voor Z-route deelnemers praktijkonderwijs.

Programma ontwikkelen voor praktijkleren voor jonge Z-route deelnemers.

Geen nieuwe variant Zroute.

Verbeteren mogelijkheden participatie

Opdracht formuleren aan het lokale veld om participatie voor Z-route deelnemers beter te faciliteren.

Onderzoeken hoe het aanbod participatie voor Z-route deelnemers kan verbeteren.

Geen nieuwe inzet op dit thema.

Opdracht aan taalscholen en KonnecteD voor gezamenlijke aanpak.

Opdracht aan taalscholen en KonnecteD voor gezamenlijke aanpak.

Geen nieuwe inzet op dit thema.

Maatwerk in intensiteit en dagdelen Module Arbeidsmarkt en Participatie

3.3 Goede randvoorwaarden Versterken inzet vrijwilligers (tijdens inburgering) Vrijwilligers hebben tijdens inburgering een belangrijke toegevoegde waarde. Zij kunnen helpen bij praktische zaken, bij het leren van de taal of bij het beter leren kennen van de stad. De vraag ligt voor of we die inzet op een aantal punten kunnen versterken. Het gaat dan concreet om de inzet van taalmaatjes. Daarnaast moeten we hier ook denken aan initiatieven als Buddy to Buddy en Match & Connect. Kinderopvang De schaarste aan plekken kinderdagopvang en buitenschoolse opvang is een belangrijk knelpunt. In het kader van de Human Capital Agenda (HCA) is gestart met het inventariseren van een businesscase voor uitbreiding van het aantal plekken. Die zijn niet alleen noodzakelijk vanuit het perspectief van inburgering, maar ook voor deelnemers aan re-integratie-activiteiten en gelet op de beoogde bevolkingsgroei in de gemeente Deventer. Dit is ook een belangrijke actielijn vanwege de keuze voor gender inclusieve uitvoering van inburgering in Deventer. Oog voor psychische problematiek. KonnecteD heeft het afgelopen jaar ervaring opgedaan met de inzet van het programma Mind-Spring. Dat is een psycho-educatief programma voor vluchtelingen, asielzoekers en migranten met het doel de veerkracht te verhogen en zo te helpen de toekomst aan te pakken. Basis hierin is de eigen kracht.

Voorheen werd het vaak al aangeboden door COA. Uit de ervaring van de voorbije periode komt naar voren dat er regelmatig sprake is van psychische problematiek. Die kan belemmerend zijn voor een succesvolle inburgering. We willen onderzoeken wat de inzet van psycho-educatieve programma’s kan betekenen bij het creëren van goede randvoorwaarden. Actielijnen goede randvoorwaarden Hieronder staan de actielijnen uitgewerkt om tot verbetering te komen. Hierbij is steeds gekozen voor het scenario (blauw gekleurd) wat nodig is om te kunnen voldoen aan de wettelijke eisen, de eerder gemaakte inrichtingskeuzes en uitkomsten van de evaluatie.

pag. 18/29

Actielijnen

Scenario A. Optimaal

Scenario B. aanscherpen

Scenario C. minimaal

Versterken inzet vrijwilligers (tijdens inburgering)

Aansluiten bij opdracht verbeteren mogelijkheid participatie.

Aansluiten bij opdracht verbeteren mogelijkheid participatie

Geen nieuwe inzet op dit thema.

Kinderopvang

Specifieke opvang voor kinderen inburgeraars inkopen.

Markt verleiden capaciteit uit te breiden.

Geen actieve interventie.

Oog voor psychische problematiek.

Training MindSpring o.i.d. voor alle statushouders

Gericht aanbod training/ondersteuning.

Geen nieuwe inzet op dit thema.

3.4 Nazorg: een extra zetje Een deel van de statushouders die onder de oude wet viel is helaas buiten beeld geraakt. Daarmee lopen zij het risico op langdurig gebruik van de participatie uitkering en het onvoldoende meedoen in de maatschappij. Om dit te voorkomen voor de nieuwe inburgeraars is het noodzakelijk dat alle inburgeraars, die aan het eind van hun inburgering nog geen werk hebben, een aanbod krijgen waarbij ze begeleid worden naar werk of maatschappelijke participatie. Dit aanbod moet aansluiten op het werk-, denk- en doen vermogen van de statushouder. Ook de groep inburgeraars die nog onder de oude wet vallen kunnen gebruik maken van dit aanbod, zodat ook bij deze groep onnodig langdurig gebruik van de uitkering verminderd wordt en participatie gestimuleerd. Daarnaast willen we onderzoeken wat de inzet van vrijwilligers in deze fase van inburgering/integratie kan bijdragen. Vooral voor statushouders is het van belang dat zij gedurende hun inburgering en erna waar nodig gesteund worden door vrijwilligers. Er is een groot pallet aan vrijwillige ondersteuning beschikbaar en er bieden zich nieuwe initiatieven aan. Daarbij denken we o.a. aan Buddy tot Buddy, die al een aan aantal pilots heeft gedaan in onze gemeente. Ook het aanbod van het diaconaal Kruispunt kunnen we hierbij betrekken.

Actielijnen nazorg: een extra zetje Hieronder staan de actielijnen uitgewerkt om tot verbetering te komen. Hierbij is steeds gekozen voor het scenario (blauw gekleurd) wat nodig is om te kunnen voldoen aan de wettelijke eisen, de eerder gemaakte inrichtingskeuzes en uitkomsten van de evaluatie. Actielijnen

Scenario A. Optimaal

Scenario B. aanscherpen

Scenario C. minimaal

Verhogen participatie ondertussengroep/ou de wetters.

Inzet extra consulent bij IO gericht op participatie en werk

Onder huidige beleidskaders aanbod doen. Wat extra tijdelijke mogelijkheden vanuit de middelen voor het aanvalsplan buig

Geen inspanningen meer na inburgering. Eigen verantwoordelijkheid

Aanbod na inburgering (oude én nieuwe wetters)

Iedereen krijgt een aanbod en begeleiding bij einde inburgering gericht op participatie of werk

Aanbod volgens huidige beleidskader inzet op maat

Geen inspanningen meer na inburgering. Eigen verantwoordelijkheid

Versterken inzet vrijwilligers voor

Uitbreiding subsidies aan Buddy to Buddy en

Onderzoeken coördinatie van

Geen uitbreiding. Nieuwe afweging

pag. 19/29

Actielijnen

Scenario A. Optimaal

Scenario B. aanscherpen

Scenario C. minimaal

inburgeraars

Diaconaal Kruispunt.

initiatieven vanuit bestaande partijen met nieuwe afweging subsidies i.c.m. behoedzame uitbreiding subsidies. (Buddy to Buddy)

maken tussen bestaande en nieuwe initiatieven.

3.5 Informeren, communiceren en monitoren Versterken keten/netwerk In het vervolg is het belangrijk om de inburgeringsketen en het netwerk rond inburgeraars te versterken. Als gemeente kunnen we meer doen om dat proces te faciliteren. Bijvoorbeeld door periodiek bijeenkomsten te organiseren en actuele informatie breder toegankelijk te maken. Hier ligt een belangrijke taak bij de afdeling beleid, waarvoor de afgelopen tijd te weinig capaciteit was. Informatievoorziening Goede informatievoorziening voor inburgeraars is van groot belang. Het begint al op het moment dat een statushouder aan Deventer gekoppeld wordt, door informatie op een heldere en laagdrempelige manier beschikbaar te maken. Ook hier ligt een taak voor beleid, in samenwerking met uitvoering en ketenpartners.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14051545/1