CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-03-20 Deventer Energievisie (vastgesteld raad 20 maart 2024)

Raadsvergadering 20 maart 2024, gemeente DeventerBij agendapunt: Energievisie14.081 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

de omzetting van elektrische

prioriteiten te stellen (zie paragraaf 3.5).

energie in waterstof m.b.v. een Figuur 5.2 | Smart Energy Hub

Energievisie Deventer

elektrolyser.

21

Zo lang bedrijven voldoen aan wet- en regelgeving hebben we als gemeente geen juridisch afdwingbare mogelijkheden om de verduurzaming van bedrijven te versnellen. Waar we dit echter wel kunnen is bij de uitgifte van nieuwe bedrijventerreinen of herstructurering ervan. n

De Omgevingsdienst IJsselland voert toezicht en handhaving uit op de energiebesparingsplicht en de informatieplicht bij bedrijven.

n

De Omgevingsdienst actualiseert verouderde vergunningen en voorziet nieuwe vergunningen van adequate energievoorschriften.

n

We verdubbelen, samen met het DEP, de inzet van energieregisseurs om 120 energiescans per jaar te kunnen doen. Energieregisseurs ondersteunen bedrijven bij het verduurzamen van hun pand, van planvorming tot en met realisatie. Daarbij maken we de combinatie met het programma Smart Energy Hubs en stimuleren samenwerking met de Omgevingsdienst, zodat de initiatieven elkaar versterken.

n

We nemen eisen op ten aanzien van duurzaamheid, energie en Sustainable Development Goals in het omgevingsplan en voorwaarden bij uitgifte van grond.

Een grote uitdaging bij de opzet van Smart Energy Hubs is dat deze onder de huidige elektriciteitswet nog niet mogelijk zijn en er alleen voor een aantal pilots landelijk een

5.5 ENERGIE-OPWEK BIJ BEDRIJVEN EN INDUSTRIE

uitzondering is gemaakt. De nieuwe elektriciteitswet moet hierin meer mogelijkheden gaan

In het kader van Toekomstbestendige Bedrijventerreinen 2030 (TBBT) wordt het

bieden.

investeringsperspectief geschetst van de gewenste opgaven op de bedrijventerreinen. Dit is vertaald naar een concrete uitvoeringsagenda, met 18 projecten die door de gemeenteraad

5.4 ENERGIEBESPARING BIJ BEDRIJVEN EN INDUSTRIE

is vastgesteld. Daarbij is 2 miljoen beschikbaar gesteld. De uitvoeringsagenda bevat vier

De energiebesparing en transitie naar een CO2-vrije industrie wordt vooral gestuurd

thema’s: ruimte voor ondernemen, leefbaarheid, energie en duurzame mobiliteit. Inmiddels

vanuit Europese en nationale wet- en regelgeving. Op gemeentelijk niveau handhaven we

zijn de projectplannen goedgekeurd door het college, in uitvoering of reeds uitgevoerd.

hierop via de Omgevingsdienst. Energietoezicht levert een belangrijke bijdrage aan de duurzaamheidsambities. Landelijk wordt ervan uitgegaan dat energiecontroles bij bedrijven

Onder het thema energie valt het project “Zon op Dak”. De meeste MKB-bedrijven

5% energiebesparing kan opleveren. De wettelijke energiebesparende maatregelen (AMvB

en pandeigenaren zijn al eens bezig geweest met het in kaart brengen van

WM) gaan overigens niet over het energieverbruik van productieprocessen, en die kan veel

energiebesparingspotentieel en mogelijkheden voor duurzame opwek met zonnepanelen.

hoger zijn dat het energieverbruik van het gebouw/kantoor.

Het blijkt echter dat bedrijven veelal enthousiast zijn, maar na een uitgebracht advies niet weten waar te beginnen. Het ontbreekt MKB-bedrijven vaak aan kennis, tijd en/of middelen.

In 2022 zijn in totaal 48 fysieke energiecontroles uitgevoerd. Bij 75% van deze

Dat willen we grotendeels voor ze oplossen. De kern is dat we bedrijven ontzorgen. Wij

controles is door de toezichthouder Omgevingsdienst IJsselland vastgesteld dat er

zorgen, samen met de DEP-partners, voor advies, het opstellen van businesscases, kennis,

onvoldoende energiebesparende maatregelen waren getroffen en dat artikel 2.15 van het

financiering, ondersteuning bij offerte uitvraag en begeleiding bij de uitvoering. We volgen de

Activiteitenbesluit werd overtreden.

voortgang en stimuleren bedrijven om een volgende stap te zetten.

22

Energievisie Deventer

5.6 WATERSTOF, EEN SLEUTELROL IN HET ENERGIESYSTEEM Groene waterstof, waterstof geproduceerd door het elektrolyseren van water met behulp van hernieuwbare energiebronnen zoals wind- of zonne-energie, wordt beschouwd als een belangrijke schakel in het creëren van een robuust, duurzaam energiesysteem en het verduurzamen van transport en industrie. De ontwikkeling van van groene waterstof is afhankelijk van de hoeveelheid groene stroom die we beschikbaar hebben in Nederland. De gemeente heeft onderzoek door bureau RHDHV laten uitvoeren naar de Potenties van groene waterstof in Deventer. De belangrijkste conclusies: n

Waterstof kan bedrijven helpen verduurzamen. In het bijzonder bedrijven die hoge temperatuurprocessen inzetten. Ook liggen er kansen voor de inzet van waterstof als volledig elektrificeren niet mogelijk is vanwege netcongestie of als aanvulling op elektrificatie. Ook op bedrijventerreinen kan het waterstofaanbod een belangrijke vestigingsvoorwaarde zijn voor huidige en mogelijk nieuwe bedrijven.

n

Ook voor mobiliteit zijn er kansen voor groene waterstof. Voor mobiliteit ligt potentie in het lange-afstandsverkeer en zwaar transport op de weg, waar elektrische oplossingen niet toepasbaar zijn, mogelijk ook in hybride vorm (waterstof-elektrisch). Voor de binnenvaart is nog onvoldoende duidelijk hoe de verduurzaming loopt. De verwachting is dat andere duurzame alternatieve geschikter zijn (bijv. elektrificatie), voor lange afstanden zou waterstof wel een rol kunnen krijgen.

n

Voor gebouwen is waterstof alleen interessant voor woningen waarbij verwarming via een warmtepomp of een warmtenet niet mogelijk is. Bijvoorbeeld bij monumentale woningen, mits het aardgasnetwerk geschikt is voor het distribueren van groene waterstof aan gebouwen. Waarschijnlijk wordt pas na 2035 inzichtelijk wat de mogelijkheden zijn. Figuur 5.4 | De rol van waterstof in een duurzaam Nederland

Energievisie Deventer

23

Voor de gemeente is het volgende van belang: n

n

n

Waterstof zal in eerste instantie vooral worden toegepast als grondstof in zware

belangrijke ervaring opgedaan, maatschappelijk draagvlak ontwikkeld, maar ook

industriële processen voordat het breder ingezet wordt in andere processen en sectoren.

economische kansen en innovatie geboden en bijgedragen aan beleving van waterstof.

Er is een toenemende vraag naar het gebruik van waterstof voor zwaar transport voor

Concrete voorbeelden zijn:

(midden)lange afstanden. Waterstof zal hier worden ingezet, waarbij een dekkende

n

Opening van een waterstoftankstation op het A1 bedrijvenpark door Total/Air Liquide.

waterstoftankinfrastructuur cruciaal is.

n

Vos Transport gaat met de eerste twee waterstof vrachtwagenauto’s rijden.

Tot 2035 wordt geen belangrijke rol voor groene waterstof voorzien voor gebouwen.

n

Opening van een testfaciliteit voor waterstof cv-ketels (residentieel en industrieel) bij

De toepassing van waterstof in gebouwen ligt zowel technisch als economisch niet voor de hand. n

Nefit Bosch. n

Na 2035 zal pas op grotere schaal waterstofproductiecapaciteit beschikbaar zijn

2028) als onderdeel van een energy hub door Witteveen+Bos.. n

De ontwikkeling van groene waterstof zal plaatsvinden op de volgende aspecten: n

n

n

Ontwerp en realisatie van een waterstof elektrolyseer (2 MW en doorgroei naar 50MW in Onderzoek naar waterstof voor binnenvaart t.b.v. de nieuw te openen containerterminal door BCTN.

Kosten: De productie van groene waterstof is momenteel veel duurder dan die van grijze of blauwe waterstof, die respectievelijk gebruikmaken van fossiele brandstoffen en

In Nederland is één van de grotere waterstofplannen de zogenaamde waterstof backbone:

koolstof afvangtechnologie. Door goedkopere elektrolysers en goedkope, overvloedig

van Groningen, waar grootschalige opwek gerealiseerd wordt (voornamelijk op zee), naar

hernieuwbare energie, zullen de kosten gaan dalen.

Chemelot in Limburg en het Rotterdamse havengebied. Het hiervoor beoogde (bestaande)

Technologische uitdagingen: De technologie voor de productie van groene waterstof is in

pijpleidingennetwerk loopt door de regio en langs Deventer. Deze pijpleiding komt tegen

ontwikkeling, er moet nog veel worden gedaan om de efficiëntie en effectiviteit ervan te

2030 beschikbaar. Er is nu geen aftakking voor onze regio voorzien. De Gasunie gaf in 2020

verbeteren. Investeringen in onderzoek en ontwikkeling zijn cruciaal om dit te bereiken.

aan dat wij daartoe weinig kans maken, tenzij we op niveau Landsdeel Oost samenwerken

Infrastructuur: Een robuuste infrastructuur voor transport en opslag is nodig om groene

en het gebruik inzichtelijk kunnen maken. Het wordt interessanter als we met Nordrhein

waterstof breed toepasbaar te maken. Dit omvat de bouw van pijpleidingen, tankstations,

Westfalen kunnen gaan samenwerken.

en opslagfaciliteiten, wat een aanzienlijke investering vereist. n

Regelgeving en Beleid: er is aanpassing van beleid en regelgeving nodig om de groei van groene waterstofindustrie te ondersteunen.

In Deventer zijn verschillende bedrijven actief op het gebied van waterstof. Hier wordt

24

Energievisie Deventer

6 Samenhang tussen energie en andere beleidsvelden 6.1 LANDBOUW EN LANDGEBRUIK

6.2 CO2 VASTLEGGEN EN HET KADER DUURZAAM BOUWEN

Landbouw en landgebruik is één van de pijlers van het Klimaatakkoord. Daarbij worden drie

Door vermindering van het gebruik van fossiele brandstoffen zal de CO2-uitstoot

aspecten benoemd: meer energie produceren, minder broeikasgas produceren en meer CO2

verminderen. Een andere manier om de CO2-uitstoot te verminderen is het vastleggen en het

opslaan.

opslaan van CO2.

In de landbouwvisie van de provincie Overijssel d.d. 21 december 2022 staat dat de agrarisch

In het algemeen wordt CO2 vastgelegd door de groei van planten en bomen. Het verder

ondernemer een sleutelpositie krijgt in het bijdragen aan vier doelen: Voedselproductie,

vergroten van het areaal bos binnen de gemeente Deventer is daarom een effectieve manier

Natuur, Water en Klimaat.

om CO2 vast te leggen.

Ten aanzien van klimaat is dit in concrete doelen vertaald in het Provinciaal Programma

Een andere manier om CO2 vast te leggen is het gebruik maken van ‘biobased' bouwmateriaal,

Landelijk Gebied (PPLG). In juni 2023 is het Ontwerp-PPLG door Provinciale Staten

ook wel klimaatpositief bouwen. Een voorbeeld daarvan is het toepassen van plantaardig

vastgesteld.

isolatiemateriaal. Dat heeft een dubbel gunstig effect op de CO2-uitstoot. Ten eerste is er CO2 vastgelegd in het plantaardig materiaal. Ten tweede wordt er minder CO2 geproduceerd

Specifiek voor energie zijn daarin de volgende provinciale doelstellingen vastgesteld: n

Verminderen van de broeikasgasemissies van de landbouw, lachgas (N2O) en methaan

door vermindering van de industriële productie van niet-organisch isolatiemateriaal, zoals steenwol of glaswol.

(CH4), met 0,7 Mton CO2-eq. per jaar in 2030 t.o.v. 2020; n

Bijdragen aan koolstofvastlegging in bomen/bos/natuur van 0,4–0,8 Mton CO2 eq. door

Er wordt vanuit het circulariteitsbeleid gewerkt aan een Kader Duurzaam Bouwen. Daarin

uitbreiding van het areaal bos in Overijssel met ca 3500-4000 ha bos t.o.v. 2019.

wordt onder meer vastgelegd hoe we als gemeente het ‘biobased’ bouwen willen stimuleren.

In het kader van de energietransitie wordt de rol van de landbouw in drie pijlers

6.3 VERKEER & VERVOER

onderverdeeld:

De totale CO2-uitstoot in de gemeente wordt voor ongeveer een derde veroorzaakt door

n

n

n

Het primaire agrarische proces en het agrarische landgebruik: extensivering en

gemotoriseerd verkeer. Verduurzaming van mobiliteit kan daarom een grote bijdrage leveren

verandering van productieprocessen -> vermindering uitstoot broeikasgassen.

aan het behalen van klimaatdoelen. Dat betekent dat (vracht)auto’s op gas, benzine of diesel

Het (her)gebruik van agrarische producten: mest -> biogas, voedselproductie, -transport

worden vervangen door elektrisch vervoer of vervoer op waterstof. Dat levert in de praktijk

en -verspilling, bouwmaterialen.

twee problemen op. Ten eerste leidt het elektrificeren van vervoer tot een enorme stijging

Het gebruik van agrarische grond en gebouwen voor opwek van duurzame stroom: (zie

van de elektriciteitsbehoefte, wat een nog grotere druk op ons stroomnet veroorzaakt. Ten

hoofdstuk 3).

tweede leidt toename van elektrisch vervoer niet per se tot vermindering van de CO2-uitstoot als de benodigde stroom of waterstof niet duurzaam wordt opgewekt. Elektrisch rijden leidt tot verbetering van de lokale luchtkwaliteit.

Energievisie Deventer

25

Daarom blijven wij hoe dan ook inzetten op uitbreiding van de infrastructuur voor

Een specifiek vraagstuk betreft de juridische verankering van de Deventer Energievisie.

elektrisch rijden en stimuleren wij de realisatie van een waterstoftankstation binnen de

Het kader daarvoor zal de Omgevingswet zijn. Daarin kennen we drie kerninstrumenten: de

gemeentegrenzen.

Omgevingsvisie, het Omgevingsprogramma en het Omgevingsplan. Hoe wordt de Deventer Energievisie daarin vastgelegd?

In algemene zin zetten we als gemeente versterkt in op een kwaliteitsimpuls met betrekking tot duurzame mobiliteit. We hanteren hierbij het zogenoemde STOMP-principe, waarbij

We zullen inzichtelijk maken hoeveel (extra) ruimte er de komende twintig jaar nodig is voor

we in volgorde van prioriteit ruimte geven aan Stappen, Trappen, Openbaar vervoer,

uitvoering van de energietransitie. Het meest urgent daarin is de ruimtelijke inpassing van de

Mobiliteitsdiensten en tot slot de privéauto. ‘Verminderen, veranderen en vergroenen’ is het

versterking van ons elektriciteitsnet.

credo in de transitie van mobiliteit. We zullen sturen op de samenhang tussen de energietransitie en andere ruimtebepalende

6.4 RUIMTELIJKE ORDENING EN OMGEVINGSWET

beleidsontwikkelingen, waaronder:

Voor de overgang naar duurzame energie moet onze ruimte anders ingedeeld worden en

n

WonenRuimteStad: waar gaan we 11.000 woningen bouwen?

is meer ruimte noodzakelijk. Tegelijkertijd spelen er belangrijke ontwikkelingen rondom

n

Werklocaties: hoeveel extra ruimte hebben we nodig voor werken?

woningbouw, mobiliteit, economie, landbouw en natuur. Er wordt de komende jaren voor

n

Herijking Hoofdwegenstructuur: hoe ontwikkelt de mobiliteit zich en welke infrastructuur

al deze onderwerpen beleid gemaakt. Het is belangrijk om de samenhang daartussen te bewaken.

hebben we daarvoor nodig? n

Deventer 2040: dit is de langtermijnkoepel die richting geeft voor ons beleid. Deze visie komt tot stand in interactie met de specifieke beleidstrajecten;

Voor energie spelen de ruimtelijke uitdagingen zowel boven als onder de grond. We moeten voor alle energie-opgaven zo vroeg mogelijk duidelijk maken hoeveel ruimte daarvoor nodig

n

Visie Landelijk Gebied: hoeveel ruimte hebben we waar nodig voor natuur, water, landbouw, bedrijven, wonen, energie en infrastructuur?

is en hoe we de ruimtevraag zoveel mogelijk beperken. We maken duidelijk welke invloed het inwerkingtreden van de Omgevingswet (1 januari 2024) Een voorbeeld van een concrete ruimteclaim is de bouw van een extra hoogspanningsstation.

heeft op de status en het gebruik van de Energievisie. Zowel vóór als na het vaststellen van

Hiervoor is een oppervlakte nodig van 15 hectare. Ook moet er gezocht worden naar een plek

de gemeentelijke Omgevingsvisie. Voor beide perioden wordt bepaald of, hoe en welk deel

in nabijheid van hoogspanningsleidingen.

van de Deventer Energievisie landt in de Omgevingsvisie. Ook zal worden bepaald welke delen op welke manier zullen landen in een Omgevingsprogramma en in een Omgevingsplan.

Het beperken van de ruimtevraag kan onder meer door ruimte voor energie te combineren met andere functies. Denk aan zon op dak, langs infrastructuur en boven parkeerplaatsen.

6.5 OPENBARE RUIMTE

Het plaatsen van transformatorstations niet in het groen, maar inpandig. Het realiseren van

In de openbare ruimte hebben we veel mogelijkheden om werkzaamheden duurzaam uit te

batterijopslag naast andere elektriciteitsvoorzieningen. Maar ook de productie van warmte in

voeren. In de nieuwe Visie Leefomgeving wordt veel aandacht besteed aan verduurzaming.

de woonomgeving.

Komende jaren betreft dat onder meer het volgende:

26

Energievisie Deventer

Met name de productie van wegdek is energie-intensief. Denk aan asfalt en beton. Er zijn

Economie

duurzame productieontwikkelingen, maar de vraag blijft achter. Wij geven bij aanbesteding

Energie is een economische factor van het grootste belang. Dat geldt zowel voor de kosten

van wegwerkzaamheden de voorkeur aan methoden die minder energie kosten.

als de beschikbaarheid van energie. In hoofdstuk 5 is beschreven wat wij als gemeente doen op het gebied van industrie en bedrijven. De samenwerking daarin met het programma

Onze openbare verlichting biedt kansen voor duurzaamheidswinst. De komende jaren

Economie is evident.

gaan we de achterstand in vervanging van openbare verlichting inlopen, de risico’s op hoge energieprijzen en onderhoud te beperken. Daarbij integreren we laadpalen in

Opleiding en Arbeidsmarkt

de lichtmasten, waarmee we ‘verrommeling’ in de openbare ruimte voorkomen. Deze

De beperkte beschikbaarheid van bekwaam personeel is één van de grootste obstakels van

laadpunten ondersteunen de Vehicle to Grid (V2G) standaard, waarbij elektrische auto’s het

de energietransitie. De directe verantwoordelijk voor het opleiden van technisch personeel

elektriciteitsnet kunnen ontlasten en de accu zowel kan laden als terug leveren.

ligt niet bij de gemeente maar bij scholen en bedrijven.

6.6 KLIMAATADAPATIE

We zien dat grote opdracht gevende partijen als Enexis steeds meer kiezen voor het aangaan van langdurige contracten met aannemers. Die zekerheid biedt bedrijven

In paragraaf 1.6 is geschetst wat de samenhang is tussen klimaatmitigatie, waar de

meer mogelijkheden om personeel zelf op te leiden. Wij onderzoeken of wij hier via ons

energietransitie over gaat, en klimaatadaptatie.

aanbestedingsbeleid aan bij kunnen dragen.

In 2021 is het Deventer Klimaatadaptatieprogramma door de gemeenteraad vastgesteld. Daarin staat beschreven hoe wij ons in Deventer wapenen tegen de gevolgen van de opwarming van de aarde. Vanuit het klimaat bezien zijn de energietransitie en klimaatadaptatie gescheiden trajecten. In praktijk raken ze elkaar wel. Bijvoorbeeld als er in de ondergrond ruimte gevonden moet worden voor zowel een afgekoppelde riolering als een warmtenet.

6.7 OVERIGE PROGRAMMA’S Sociaal Energie is een basisbehoefte en moet voor iedereen betaalbaar zijn. De noodmaatregelen die zijn ingevoerd in 2023 en 2024 om energiearmoede te voorkomen, laten zien dat energie een belangrijk onderdeel is van het armoedevraagstuk. De sturing op eventuele financiële consequenties van de energietransitie voor de huishoudboekjes van alle inwoners vindt plaats in samenwerking met de programma’s Inkomensondersteuning en Meedoen.

Energievisie Deventer

27

7 De gemeente Rol in de energietransitie

Wat zijn strategische rollen die gemeenten kunnen aannemen in de energietransitie?

7.1 DE GEMEENTELIJKE ROL IN DE ENERGIETRANSITIE

Sturen op resultaat

De gemeente heeft van het Rijk een centrale rol gekregen in de energietransitie. Dit betekent dat de gemeente de overgang naar schone energie in goede banen moet leiden. De

Dwinger*

Uitvoerder

voorgaande hoofdstukken hebben duidelijk gemaakt dat de energietransitie een complexe en veelomvattende opgave is, die veel raakvlakken heeft met andere beleidsterrein en waar de gemeente veel zaken niet geheel zelfstandig voor elkaar kan krijgen. Op elk onderdeel

Regisseur

is samenwerking met steeds weer andere partners noodzakelijk en moet de gemeente haar positie en rol bepalen. Dat doen we in essentie op grond van onze invloed en (wettelijke) verantwoordelijkheid. Daarnaast zijn beschikbaarheid van financiële middelen, beschikbare ambtelijke capaciteit en politieke prioritering en urgentie, al dan niet extern gestuurd, bepalend voor de gemeentelijke rol.

Uitvoering overlaten aan markt en inwoners

Zelf uitvoeren Facilitator

Om onze positie helder te maken, sluiten we aan bij de rollen zoals gedefinieerd in de wegwijzer ‘Strategisch positie kiezen in de energietransitie’4.

Verbinder

Grofweg kunnen de rollen als volgt getypeerd worden: n

De verbinder zorgt ervoor dat initiatieven, bedrijven en instanties op een bepaald gebied/thema met elkaar te verbonden worden, met elkaar samenwerken of een akkoord sluiten met koplopers om een initiatief/thema verder te krijgen.

n

De facilitator door een strategie en beleid voor een gebied of thema te ontwikkelen, dit

Afwachter Resultaat vrijlaten * De dwinger kan sturen in zowel positieve als negatieve richting

te bevorderen door initiatiefnemers te ondersteunen in het vergunningenproces. Of door te helpen bij subsidieaanvragen en het bieden van financiële steun aan bedrijven. Maar ook door een faciliterende rol richting de Stedendriehoek, de provincie en OostNL. n

Figuur 7.1 | Strategische rollen van de gemeente in de energietransitie

Als regisseur door partijen samen te brengen en in staat te stellen om bij te dragen aan verduurzaming via het onderwerp/thema.

4. Strategisch positie kiezen in de energie-transitie: wegwijzer voor gemeenten - De Argumentenfabriek - De Argumentenfabriek

28

Energievisie Deventer

n

Als dwinger waarbij de gemeente actief stuurt op een thema door bijvoorbeeld in

Hieronder stellen we de manier van werken de komende jaren voor en vanuit welk

aanbestedingen het onderwerp een expliciete plek te geven. Hiermee kan de dwinger

uitgangspunten we monitoren en sturen.

n zowel positieve als negatieve richting sturen. Hiermee dwingt de gemeente af dat toekomstige ontwikkelingen naast duurzaam ook een extra component moeten bevatten op het onderwerp. Of door het maken van ruimtelijke reservering voor het onderwerp in de Omgevingsvisie en Omgevingsplan. n

Als uitvoerder op de lange termijn kan de gemeente een rol spelen in het zelf beheren.

• Energievisie beschrijft doelen, ambties en uitvoeringsprogramma

Een andere rol is dat de gemeente meefinanciert als bedrijven de businesscase niet rond krijgen.

•Uitvoering geven aan activiteiten uitvoeringsprogramma

Energie plan

Uitvoering geven

Bijsturen

Monitoring realisatie

Wanneer welke rol het beste past is afhankelijk van de situatie. Verschillende rollen zullen in de praktijk soms samen komen. Zowel voor onszelf als voor onze partners moeten wij steeds helder zijn over onze rol en positie. Daarmee voorkomen we dat er verwachtingen worden gewekt die niet waargemaakt kunnen worden.

•Aanpassen uitvoeringsprogramma

Een specifieke rol die niet in het bovenstaande schema wordt beschreven is die van

• Periodiek op basis van kengetallen voortgang monitoren

beleidsvolger, lobbyist en beleidsbeïnvloeder. In de energietransitie wordt continu onder grote druk rijksbeleid en provinciaal beleid gemaakt, dat de gemeente moet uitvoeren. De gemeente is voor inwoners altijd de aanspreekbare overheid. De gemeente kan beter dan

Figuur 7.2 | plan- en uitvoeringscyclus

rijk en provincie beoordelen hoe beleid in de praktijk uitpakt en welke praktische problemen moeten worden opgelost om maatregelen tot uitvoering te brengen. Wij voelen ons daarom medeverantwoordelijk voor de totstandkoming van landelijk en provinciaal beleid en streven

Uitgangspunten

naar een proactieve betrokkenheid.

n

De energietransitie kent geen lineaire en voorspelbare ontwikkeling. Dus is het noodzakelijk om externe technologische en beleidsmatige ontwikkelingen nauwgezet

7.2 MONITORING EN STURING

te volgen. Ook is het noodzakelijk om steeds kritisch te kijken naar de effecten van

De energietransitie is een opgave met duidelijke doelen maar de oplossingen en de weg ernaar toe is nog niet altijd concreet. Dit vraagt om monitoring van resultaten, waarmee de

maatregelen die genomen zijn of nog genomen moeten worden. n

effecten van maatregelen kunnen worden beoordeeld en geanalyseerd.

We werken aan een datafundament vanuit de landelijke data (zoals de klimaatmonitor) en onze eigen energietool ter ondersteuning van de beleidsvorming en de monitoring.

n n

De effectiviteit van de aanpak in deze Energievisie zal worden doorgerekend. Elk jaar informeren we college en raad over voortgang en verantwoording van de bereikte resultaten van het uitvoeringsprogramma. De energievisie actualiseren we over drie jaar.

Energievisie Deventer

29

Bijlage 1 Verantwoording data klimaatmonitor De regionale klimaatmonitor gaat uit van de CO2-uitstoot volgens de verbruikersbenadering. Er zijn geen gegevens over de CO2-uitstoot in 1990 volgens de verbruiksbenadering beschikbaar. De Emissieregistratie heeft gegevens over de CO2-uitstoot in 1990 volgens de bronbenadering. Een deel van deze gegevens is beschikbaar in de Regionale klimaatmonitor, namelijk de CO2-uitstoot van Verkeer en vervoer, niet van de andere sectoren.niet van de andere sectoren. De bronbenadering houdt rekening met de uitstoot van broeikasgassen die binnen een bepaald geografisch gebied worden geproduceerd, in ons geval de gemeente Deventer. De verbruikersbenadering daarentegen kijkt naar de uitstoot van broeikasgassen die verband houden met de consumptie, ongeacht waar deze uitstoot plaatsvindt. Dus als bijvoorbeeld stroom niet in de gemeente wordt geproduceerd, maar wel wordt geconsumeerd, wordt die uitstoot toegerekend aan de gemeente in de verbruikersbenadering. De Klimaatmonitor geeft een gedetailleerd inzicht in de verschillende sectoren, wat helpt bij het nemen van specifieke maatregelen voor CO2-reductie per sector. Dit maakt het een waardevoller instrument voor gerichte acties en het monitoren hiervan dan de emissieregistratie.

Omdat de uitstoot van 2010 (476 kton) in de emissieregistratie voor Deventer redelijk vergelijkbaar is met die van 1990 (511 kton) wordt het jaar 2010 als ijkjaar aangehouden. O.b.v. de emissieregistratie zou de totale CO2-reductie van 1990 tot 2021 27% bedragen.

30

Energievisie Deventer

Bijlage B Juridische kaders en wetgeving Energie is veelomvattend en op elk onderdeel is er wetgeving en zijn er (financiële)

n

Afbouw salderingsregeling zonnepanelen: Het kabinet wil de salderingsregeling

regelingen opgetuigd. Op de site van de rijksoverheid is een mooi overzicht gegeven:

vanaf 2025 tot 2031 afbouwen. Via de salderingsregeling kunnen huishoudens en

Duurzame energie | Rijksoverheid.nl

kleine bedrijven zelfgeproduceerde elektriciteit terugleveren aan het elektriciteitsnet en wegstrepen tegen hun eigen verbruik. In het wetsvoorstel staat dat eigenaren van

Hieronder wordt er een aantal ontwikkelingen uitgelicht. n

Het Nationaal plan energiesysteem (NPE) biedt een ontwikkelrichting voor het 5

zonnepanelen een vergoeding krijgen voor elektriciteit die ze niet kunnen salderen. De Eerste Kamer moet hierover nog beslissen.

energiesysteem tot 2050. Met het NPE maakt het kabinet richtinggevende keuzes die de n

basis leggen voor de ontwikkeling van het energiesysteem.

In het Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (pMIEK)

De nieuwe Energiewet6 vervangt en moderniseert de huidige Gaswet en Elektriciteitswet

staat hoe de provincie omgaat met het veranderende energiesysteem. Het pMIEK

1998 en bepaalt de regels voor de veranderingen in de elektriciteits- en gasmarkt

geeft de provincie de mogelijkheid om netbeheerders een prioriteitsvolgorde mee in

en het energiesysteem. Nederlandse energieconsumenten beter beschermen, het

de uitbreidingsinvesteringen in de energieinfrastructuur, waarbij de bijdrage aan het

elektriciteitsnet flexibeler kunnen gebruiken en veilige gegevensuitwisseling tussen

creëren van maatschappelijke waarde en het bevorderen van efficiënt gebruik van het

netbeheerders, energiemaatschappijen en afnemers beter organiseren: dat zijn een

elektriciteitsnet de uitgangspunten zijn.

aantal van de belangrijkste doelen van de nieuwe Energiewet. -

Met de nieuwe Energiewet krijgen netbeheerders meer mogelijkheden om problemen met het volle elektriciteitsnet aan te pakken. Bijvoorbeeld door het beschikbaar kunnen stellen van gereserveerde, niet gebruikte transportcapaciteit (‘use it or lose it’). Ook kunnen netbeheerders door de nieuwe wetgeving meer flexibele transportcontracten aanbieden en daarmee slimmer gebruik maken van de bestaande ruimte op het net.

-

De nieuwe Energiewet biedt afnemers (ook consumenten) van elektriciteit de ruimte om, zelfstandig of in groepsverband, actief deel te gaan nemen aan de energiemarkt. Dat kan bijvoorbeeld door deelname aan een energiegemeenschap (zoals een energiecoöperatie) die zelfgeproduceerde elektriciteit verkoopt en levert. Of door deelname aan marktdiensten rondom vraagrespons, waarbij afnemers hun energieverbruik aanpassen op basis van de actuele marktprijzen. 5. Concept-Nationaal plan energiesysteem: Hoofddocument | Rapport | Rijksoverheid.nl 6. Nieuwe Energiewet wordt fundament van de energietransitie | Nieuwsbericht | Rijksoverheid.nl

Energievisie Deventer

31

Bijlage C Toelichting energieopslag CONVERSIE VAN ENERGIE

ELEKTRICITEITSOPSLAG

Naast opslag is conversie van energiedragers noodzakelijk om grotere flexibiliteit in het

Voor elektriciteitsopslag kunnen de volgende typen worden onderscheiden.

energiesysteem te bereiken. Moleculen (bijv. waterstof, methanol, ethanol, biogas, ammoniak

n

Thuisbatterij

en andere energiedragers) zijn over het algemeen langer op te slaan dan elektriciteit en

n

Collectieve batterij, zoals een buurtbatterij

hebben een grotere opslagcapaciteit dan warmte. Daarmee kan waterstof forse seizoen

n

Grootschalige elektriciteitsopslag bij opwekker of verbruiker

fluctuaties opvangen. Het gebruik van elektriciteit om waterstof en warmte te produceren

n

Stand-alone elektriciteitsopslag met eigen aansluiting (ook wel grid- of systeembatterij

kan weer inspelen op het opvangen van overschoten van elektriciteit. Eenmaal omgezet

genoemd)

kan warmte niet (efficiënt) meer gebruikt worden om elektriciteit van te maken, opslag van warmte kan echter wel de behoefte aan elektriciteit en waterstof voor warmteproductie

Bij thuisbatterijen gaat het om een klein opslagsysteem (~ 2–10 kWh) dat achter de

verkleinen en daarmee ook de opslag daarvan. Kortom, het samenspel van opslag en

elektriciteitsmeter wordt geplaatst bij huishoudens. De batterij heef voldoende capaciteit

conversie is een belangrijk mechanisme om het energieopslag systeem te balanceren. De

om een paar uur per dag te overbruggen. De gebruiker kan hiermee het eigen verbruik van

belangrijkste conversietechnieken staan hieronder.

zelfopgewekte zonne-energie vergroten of met een dynamisch energiecontract elektriciteit inkopen tegen gunstige tarieven. Met de beoogde afbouw van de salderingsregeling voor

Brandstoffen

Grondstoffen

zonne-energie wordt een prikkel gecreëerd om elektriciteit zelf te gebruiken en/of op te slaan.

Power-to-Fuels

Power-to-Feedstocks

Een collectieve batterij is een energieopslagsysteem dat op het laag- of middenspanningsnet wordt geplaatst met als doel lokale problemen (zoals een overbelasting van het elektriciteitsnetwerk, oftewel netcongestie) op te lossen en/of voor lokale partijen baten te

Power-to-Gas

Elektriciteit

creëren (zoals een lagere energierekening). De meest bekende vorm is een buurtbatterij. Waterstof

Methaan

Gas-to-Power

Bij grootschalige opslag gaat het om batterijen geplaatst bij een zonne-PV-installatie, windpark of grote bedrijven. De komende jaren wordt, gedreven door netcongestie, een sterke groei van grootschalige batterijen achter-de-meter verwacht.

Gas-to-Heat

Power-to-Heat

Warmte

Stand-alone elektriciteitsopslag is (grote) batterij met een eigen aansluiting op het elektriciteitsnet en wordt ook wel grid- of systeembatterij genoemd. Stand-alone batterijen zijn nu vaak 1- of 2-uursbatterijen. De grootte van standalone batterijen varieert van enkele MWh tot enkele honderden MWh. Op dit moment worden dit soort batterijen het meest

Figuur C1 | Overzicht van belangrijke conversie technieken Bron: Routekaart Energieopslag

32

ingezet voor balanceren van het net.

Energievisie Deventer

Kijkend naar de potentie van elektriciteitsopslag is ook de rol van elektrisch vervoer

Circa de helft van het totale energieverbruik in Nederland wordt bepaald door de

belangrijk. Er komen steeds meer elektrische auto’s. De totale capaciteit van de

warmtevoorziening. Om leveringszekerheid te bieden gedurende het winterseizoen is

batterijen hierin is een veelvoud van de gerealiseerde stationaire opslag. De verwachting

lokale opslag van warmte in de toekomst noodzakelijk. Veel duurzame bronnen leveren

is dat dit de komende jaren snel zal toenemen. In hoeverre deze accu’s ook buiten de

ook in de zomer warmte (bijvoorbeeld: geothermie, restwarmte), of zelfs met name in de

mobiliteitstoepassing van waarde gaan zijn als opslagsysteem moet echter nog blijken.

zomer (bijvoorbeeld zonthermie), wanneer de vraag naar warmte veel geringer is. Zonder

In diverse innovatieprojecten wordt onderzoek gedaan naar de potentie van ‘Vehicle-to-Grid’

seizoensopslag van warmte kan deze zomerwarmte niet gebruikt worden en zal deze verloren

(V2G), het aansluiten van elektrische auto’s het elektriciteitsnet waarbij de accu zowel kan

gaan. Seizoensopslag van warmte benut duurzame bronnen beter, biedt een oplossing voor

laden als terugleveren. De slimme lantaarnpalen met geïntegreerde laadvoorziening pilot (zie

de piekvraag, en maakt duurzame bronnen daarmee rendabeler.

paragraaf ..) zijn ook voorzien van deze nieuwe standaard. Voor seizoensopslag van warmte ligt de focus op collectieve systemen voor de gebouwde

OPSLAG VAN MOLECULEN

omgeving. Het gaat om warmteopslagen die een groot of klein warmtenet van (additionele)

Moleculenopslag is van belang omdat het kan zorgen voor het balanceren van vraag en

warmte voorzien.

aanbod (op middellange en lange termijn), het ondersteunen van het gasnet en het bieden van strategische voorraden. Een belangrijke eigenschap van moleculenopslag is dat de

Zowel de ondergrondse als de bovengrondse systemen worden in een collectief systeem

energiedragers kunnen worden vervoerd in vaste, vloeibare- of gasvorm. Zo kunnen

(warmtenet) gebruikt. Onder deze vorm van opslag vallen onder andere warmte-koudeopslag

waterstof(dragers), groen gas, bio-LNG, bio-ethanol, bio-methanol, etc voor de binnenlandse

in ondiepte ondergrond (WKO) en gesloten bodemlussen en warmteopslag in tanks.

consumptie worden gebruikt, of (na verwerking) geëxporteerd naar het buitenland.

Koude zal in de toekomst in toenemende mate nodig zijn door klimaatopwarming. WKO

De grootschalige opslag zal vooral op Europees en nationaal niveau worden georganiseerd.

en warmteopslagsystemen kunnen, in slimme concepten met warmtepompen, koude- en

Op gemeentelijk niveau komen mogelijk kleinere opslagen van biogas en mogelijk waterstof

warmteopslag koppelen.

dit vraagt ambtelijk en politiek nog wel een afweging vanwege beeldkwaliteit en veiligheid.

WARMTEOPSLAG De vraag naar warmte kent een duidelijke seizoenspiek in de winter. Warmteopslag kan ingezet worden voor de korte-termijn en voor het overbruggen van deze seizoenspiek. Warmte kan onder andere worden opgeslagen in water, zout, lucht of gesteenten. Warmteopslag is bij uitstek lokaal, omdat bij transport veel warmte verloren gaat. Behalve warmte kan ook koude worden opgeslagen. In de toekomst wordt warmteopslag onderdeel van het duurzame energiesysteem. Het eindbeeld voor warmteopslag is dat korte-termijnopslag en seizoensopslag een standaard worden in de gebouwde omgeving en industrie. Deze vormen van opslag zijn aangesloten op de lokale warmtesystemen en/of warmteneten, en worden van warmte voorzien uit een brede waaier aan duurzame warmtebronnen.

Energievisie Deventer

33

PRODUCTIE Gemeente Deventer Vormgeving AMGdesign, Deventer www.deventer.nl Datum 20 maart 2024

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13903583/2