2024-03-20 Deventer Energievisie (vastgesteld raad 20 maart 2024)
Tekst van het document
WWW.DEVENTER.NL
Deventer energievisie Onze energievoorziening in beweging: duurzaam, rechtvaardig, robuust en in 2050 klimaatneutraal Vastgesteld door gemeenteraad Deventer 20 maart 2024
Inhoud
2
Voorwoord ......................................................................................................................................................................................
3
1
Inleiding ..................................................................................................................................................................................
4
2
Doelen van de energievisie richting 2030 ...................................................................................................
7
3
Elektriciteit ...........................................................................................................................................................................
11
4
Gebouwde omgeving ....................................................................................................................................................
16
5
Industrie en bedrijven .................................................................................................................................................
20
6
Samenhang tussen energie en andere beleidsvelden .......................................................................
25
7
De gemeente Rol in de energietransitie .......................................................................................................
28
Bijlage 1
Verantwoording data klimaatmonitor ........................................................................................
30
Bijlage B
Juridische kaders en wetgeving ......................................................................................................
31
Bijlage C
Toelichting energieopslag ....................................................................................................................
32
Energievisie Deventer
Voorwoord Onze energievoorziening verandert in hoog tempo. We weten dat fossiele energiebronnen uiteindelijk volledig of grotendeels plaatsmaken voor duurzame bronnen van energie. Door vermindering van het gebruik van fossiele energiebronnen, neemt de uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen af. Daarmee beperken we de opwarming van de aarde. Wat niet verandert, is dat energie een eerste levensbehoefte is voor inwoners en bedrijven. Op 28 mei 2019 heeft de Eerste Kamer de Klimaatwet aangenomen. In deze wet zijn de klimaatdoelstellingen vastgesteld. In 2030 streven we in Nederland naar 55% reductie van de CO2 uitstoot ten opzichte van 1990. Omdat de energiewereld in hoog tempo verandert, kunnen we nu niet met zekerheid zeggen in welke mate maatregelen zullen bijdragen aan het bereiken van onze doelen. Monitoring en bijsturing helpen om het goede op het goede moment te doen. De energietransitie richt zich niet uitsluitend op het verminderen van CO2-reductie, maar ook op het robuust en weerbaar maken van ons energiesysteem. Naast klimaatverandering, dwingen ook lokale, nationale en mondiale ontwikkelingen ons om ons energiesysteem aan te passen. Zo heeft het verminderen van de aardgaswinning in Groningen de urgentie van energietransitie vergroot.
Dat geldt ook voor de onverwachte extreme stijging van de energieprijzen door de oorlog in Oekraïne en onze afhankelijkheid van Rusland. De grote opgave waar Deventer daarom voor staat, is om voortvarend te handelen en We weten dat we werken aan een transitie-opgave. Het einddoel is bekend: klimaatneutraal.
adequaat en snel te reageren op kansrijke oplossingen en initiatieven. Dat vraagt van alle
Maar hoe we dat einddoel halen is nog onzeker. Er zijn meer wegen die naar Rome leiden
partijen dat we keuzes maken met een onzekere uitkomst en experimenteren met nieuwe
en niemand weet wat de beste route is. Wachten tot de perfecte oplossing zich aandient is
aanpakken. En vooral dat we dit samen doen!!
geen optie. Alleen door te handelen worden we wijzer en kunnen we stappen zetten richting het einddoel.
Energievisie Deventer
Thomas Walder
3
1 Inleiding 1.1 DE OPGAVE Er is mondiale, landelijke en lokale energietransitie nodig om toename van CO2 in de
In deze energievisie beschrijven we hoe inwoners, bedrijven en de gemeente dat in de
atmosfeer en daarmee verdere opwarming van de aarde tegen te gaan. Ons energiesysteem
komende jaren in Deventer gaan doen.
moet duurzamer worden door het gebruik van fossiele energiebronnen (olie, aardgas en kolen) te verminderen en zoveel mogelijk te vervangen door duurzame en/of schone bronnen
1.2 LEIDENDE PRINCIPES
(zoals wind, zon, aardwarmte en kernenergie).
In de energievisie hanteren we een aantal leidende principes. Deze vormen de basis voor onze besluitvorming en weerspiegelen de waarden en ambities van de gemeente Deventer in
Daarnaast hebben het aflopen van de binnenlandse productie van aardgas, de toegenomen
de energietransitie:
afhankelijkheid van het buitenland, de extreme stijging van energieprijzen in 2022 en
n
De energietransitie is een gedeelde verantwoordelijkheid van overheid, bedrijven, organisaties en inwoners.
2023 en de huidige ontoereikende capaciteit van ons stroomnet ons doen inzien dat onze energievoorziening en -infrastructuur kwetsbaarder zijn dan we ooit hadden kunnen denken.
n
Samenwerking met alle partners binnen en buiten de gemeente is essentieel.
Opeens bleek het voor veel mensen onbetaalbaar om hun huis te verwarmen. Opeens konden
n
De gemeente staat open voor en beweegt zoveel mogelijk mee met initiatieven van inwoners, organisaties en bedrijven.
nieuwe bedrijven en woningen niet meer van stroom worden voorzien en kon de stroom van nieuw geplaatste zonnepanelen niet worden geleverd aan het net. Naast het verminderen van
n
energiesysteem meer robuust en rechtvaardig te maken.
n
We volgen proactief nieuwe (technische, financiële en juridische) ontwikkelingen.
n
We ondernemen proactief lobbyactiviteiten die nodig zijn om wetgeving in goede haven te brengen.
De energietransitie is een vraagstuk waarin alle onderdelen van ons energiesysteem met elkaar samenhangen. Het gaat over gebruik, besparing, kosten, levering, opbrengsten, bronnen, opwek, transport en opslag van zo duurzaam mogelijke energie. Nu en in de
De gemeente schroomt niet om uitvoerende en financiële verantwoordelijkheid te nemen als de markt daar niet toe in staat blijkt.
de opwarming van de aarde, is een belangrijk doel van de energietransitie daarom om ons
n
We accepteren onzekerheden en durven te experimenteren om de juiste route te ontdekken.
toekomst rekenen wij erop dat ons energiesysteem het mogelijk maakt dat er op elk tijdstip en op elke plaats de benodigde energie in de juiste vorm kan worden geleverd. Dit in de
1.3 DE TRIAS ENERGETICA
wetenschap dat het aanbod gaandeweg verschuift van fossiele naar duurzame bronnen.
Al in de eerste Deventer Duurzaamheidsvisie uit 2009 werd de trias energetica gebruikt als uitgangspunt voor verduurzaming. Dat principe staat in 2024 nog steeds overeind voor de
Kortom, de energietransitie is een zeer omvangrijke opgave: technisch complex en sterk in
energietransitie.
ontwikkeling, financieel en juridisch onzeker en met grote gevolgen voor iedere inwoner en elk bedrijf. De opgave is ook urgent, er staat veel op het spel. Het is een opgave die vraagt om keuzes met onzekere uitkomst, het durven doen en het tonen van leiderschap.
4
Energievisie Deventer
In bijlage 2 is een aantal belangrijke nieuwe wetten beschreven en is een link opgenomen
Figuur 1.1 | Trias Energetica
naar een compleet overzicht van de energiewetgeving.
1
2
m rza uu ik d r g i e bru ene
B en epe erg rk iev d e raa g
Ge
1.5 KLIMAATMITIGATIE EN KLIMAATADAPTATIE
e
3 Indien nodig, gebruik fossiele bandstoffen zo efficiënt en schoon mogelijk
Klimaatverandering kan op twee manieren worden aangepakt: door klimaatmitigatie en door klimaatadaptatie. Klimaatmitigatie is gericht op maatregelen om de opwarming van de aarde te verminderen. Het terugdringen van de CO2-uitstoot door de opwek van wind- of zonne-energie is daar een voorbeeld van. Klimaatadaptatie is gericht op het omgaan met de gevolgen van de opwarming van de
In de eenvoudigste vorm ziet de Trias Energetica er zo uit:
aarde, zoals de toename van extreme regenbuien en hittestress in de stad. Voorbeelden
n
Stap 1. Beperk de energievraag
van maatregelen zijn het project Ruimte voor de Rivier, het afkoppelen van regenafvoer van
n
Stap 2. Gebruik energie uit hernieuwbare bronnen
daken van de riolering en het creëren van meer groen in de stad.
n
Stap 3. Gebruik eindige (fossiele) energiebronnen efficiënt In 2021 is het Deventer Klimaatadaptatieprogramma door de gemeenteraad vastgesteld.
In andere woorden: besparen moet en loont altijd. Daardoor wordt de energievraag
Daarin staat beschreven hoe wij ons in Deventer wapenen tegen de gevolgen van de
weliswaar kleiner, maar er blijft een energievraag. We moeten daarom maximaal inzetten op
opwarming van de aarde.
gebruik van duurzame energiebronnen. Daardoor zal de verhouding in de energieproductie verschuiven van fossiel naar duurzaam.
Deze energievisie is gericht op klimaatmitigatie, dus het optimaal beperken van verdere opwarming van de aarde.
De vraag naar fossiele energiebronnen wordt de komende jaren daarom zeker kleiner. Komende decennia blijven fossiele energiebronnen echter nodig. Daarom moeten we blijvend
1.6 BURGERBERAAD
streven naar een maximaal efficiënt gebruik ervan.
In 2024 organiseren we een Burgerberaad met de vraagstelling ‘Hoe zorgen we dat Deventer klimaatneutraal wordt? Welke maatregelen moeten we nemen en welke uitgangspunten
1.4 WETGEVING
horen daarbij om lusten en lasten eerlijk te verdelen?’ De uitkomsten van het Burgerberaad
De energiewetgeving is van groot belang voor van de gemeente. De verschillende wetten
worden in de zomer 2024 verwacht en na besluitvorming meegenomen in de energievisie en
schrijven voor wat de gemeente en onze samenwerkingspartners moeten, mogen en kunnen
het uitvoeringsprogramma.
doen in de energietransitie. Door ingrijpende ontwikkeling van energiewetgeving is het niet eenvoudig om op elk onderwerp en op welk moment de juiste strategie te kiezen. Die onzekerheid is geen reden om stil te blijven staan. Door ons goed te informeren over alle ontwikkelingen, kunnen we anticiperen op nieuwe wetgeving.
Energievisie Deventer
5
1.7 INTEGRALE OPGAVE
In hoofdstuk 3, 4 en 5 wordt voor de thema’s elektriciteit, gebouwde omgeving en industrie
De energietransitie raakt het gehele werkveld van de gemeente. Vrijwel alle gemeentelijke
en bedrijven beschreven wat onze doelen zijn en wat we in de periode 2024-2026 gaan doen
begrotingsprogramma's krijgen te maken met de gevolgen ervan. Netcongestie heeft grote
om die te bereiken.
consequenties voor de economie. Het oplossen van de netcongestie heeft grote gevolgen voor de openbare ruimte en vraagt om ingrijpende ruimtelijke keuzes. De opwek van zonne-
De thema’s ‘landbouw en natuur’ en ‘verkeer en vervoer’ kennen eigen beleidstrajecten
en windenergie heeft gevolgen voor de inrichting en economie van het landelijk gebied.
binnen de gemeente. Omdat de uitkomsten daarvan wél van belang zijn voor de
Stijgende energieprijzen leiden tot energiearmoede en tot hogere kosten voor culturele,
energietransitie, worden ze wel opgenomen in hoofdstuk 6 van deze visie. In dat hoofdstuk
sportieve, pedagogische en sociale instellingen. Verduurzaming van mobiliteit leidt tot
wordt ingegaan op de samenhang tussen de energietransitie en andere relevante
aanpassingen in de infrastructuur. Er moeten andere eisen gesteld worden aan nieuw te
beleidstrajecten en werkvelden binnen de gemeente.
bouwen woningen. Gemeentelijk bezit, van eigen vastgoed tot straatverlichting, zal versneld moeten worden verduurzaamd. Kortom, geen enkel onderdeel van de energietransitie staat
In hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de rollen die de gemeente kan, moet en wil spelen in
op zichzelf.
de verschillende opgaven binnen de energietransitie. Om effectief te kunnen opereren als gemeente, en maximale voortgang te kunnen boeken, is een sterk bewustzijn van onze eigen
1.8 LEESWIJZER
positie, onze eigen middelen en onze eigen invloed cruciaal.
Met deze energievisie vertalen we de doelen uit het Klimaatakkoord van Parijs en het landelijke klimaatakkoord naar Deventer. Daarmee laten we zien wat we de komende jaren
We streven ernaar om de levensduur van deze energievisie zo groot mogelijk te maken.
gaan doen, waar de kansen en mogelijkheden liggen, voor welke grote uitdagingen we
Maar gezien de dynamiek in het energieveld, lijkt het onvermijdelijk om de energievisie
afhankelijk zijn van anderen en van welke belangrijke vraagstukken we nog niet weten wat de
minimaal eens in de drie jaar te herijken. Daarbij sluiten we vanaf 2026 aan op de nieuwe
beste aanpak is.
Omgevingsvisie (zie hoofdstuk 6).
In hoofdstuk 2 beschrijven we de drie hoofddoelen voor de Deventer energietransitie.
De visie wordt vertaald in een uitvoeringsprogramma, waarin precies wordt beschreven
Voor de thematische indeling van onze energievisie sluiten we aan bij de indeling van het
wat we in 2024, 2025 en 2026 gaan doen om de doelen te bereiken. Voor het
landelijke Klimaatakkoord en de regionale klimaatmonitor. Het gaat om de volgende vijf
uitvoeringsprogramma geldt nog meer dan voor de visie, dat het een dynamisch en adaptief
thema’s:
document is. We sturen zo direct mogelijk op de effectiviteit van onze werkzaamheden. Soms
n
Elektriciteit
zullen zaken versneld moeten worden, soms is het beter om even te vertragen vanwege
n
Gebouwde omgeving
onduidelijkheid over geld, juridische kaders of de planning van partners.
n
Industrie en bedrijven
n
Landbouw en Natuur
n
Verkeer en vervoer
6
Energievisie Deventer
2 Doelen van de energievisie richting 2030 2.1 DE DRIE HOOFDDOELEN VAN DE ENERGIEVISIE DEVENTER
2.2 DOELSTELLING 1: EEN DUURZAAM ENERGIESYSTEEM
De Deventer energietransitie kent drie hoofdoelen: een duurzaam, rechtvaardig en robuust
De doelstelling voor Deventer is: reductie van 32% CO2-uitstoot ten opzichte van 1990 in
energiesysteem. Concreet betekent dat:
2025, tenminste 55% reductie in 2030 en bijdragen aan landelijk klimaatneutraal in 2050.
Het eerste doel, duurzaam, wordt vertaald in het reduceren van de CO2-uitstoot. Daarbij
Om inzicht te hebben in de ontwikkeling van het energieverbruik, hernieuwbare energie en
kijken we naar 2025, 2030 en 2050. Het doel voor 2025 is om de CO2-uitstoot met tenminste
CO2-uitstoot maken we gebruik van de regionale klimaatmonitor.
32% omlaag te brengen vergeleken met 1990. In 2030 is het doel om CO2-uitstoot met tenminste 55% omlaag te brengen vergeleken met 1990.
De regionale klimaatmonitor is ontwikkeld in opdracht van het ministerie van EZK. Deze
In 2050 draagt Deventer bij aan de landelijke ambitie om klimaatneutraal zijn. Landelijk
monitor wordt jaarlijks geactualiseerd en is begin 2023 bijgewerkt met de data van 2021.
wordt gestreefd nul netto CO2-uitstoot in 2050. Voor Deventer houdt dat in dat we het
Begin 2024 komen de nieuwe data over 2022. Het effect van maatregelen is dus pas na ca. 2
gebruik van fossiele brandstoffen voor verwarmen, koken, productie van stroom, industriële
jaar inzichtelijk. Deze klimaatmonitor wordt daarom vooral gebruikt om de langjarige trend
processen en vervoer tot een minimum willen beperken. Dat we toewerken naar een
in de gaten te houden en op basis daarvan (bij) te sturen op hoofdlijnen.
nagenoeg fossielvrije samenleving. In figuren 2.1 en 2.2 wordt de ontwikkeling van de CO2-emissies (=uitstoot) tot en met 2021 Het tweede doel, rechtvaardig, heeft twee kenmerken. Ten eerste is energie een
getoond, zowel totaal als per thema. Figuur 2.1 laat zien dat de CO2-emissies sinds 2010 met
basisbehoefte die voor iedere inwoner betaalbaar moet zijn. Ten tweede is de
30% zijn gedaald.
energietransitie een breed maatschappelijk vraagstuk, waarvan zowel de opbrengsten als de kosten evenredig door de hele maatschappij gedeeld moeten worden.
De uitsplitsing per thema in figuur 2.2 laat zien dat de grootste uitstoot afkomstig is van kantoren en woningen, en dat die uitstoot fors is gedaald. De oorzaak daarvan is
Het derde doel, robuust, betreft de stabiliteit van ons energiesysteem. De afgelopen
waarschijnlijk een combinatie van isolatie- en besparingsmaatregelen, gedragsverandering
jaren heeft ons rotsvaste vertrouwen in de continuïteit van energielevering een deuk
en de daling van de warmtevraag door warmere winters.
opgelopen. De energieprijzen bleken sterk te kunnen fluctueren en netcongestie brengt de leveringszekerheid in gedrang. Onze infrastructuur is niet in staat om snelle toename van duurzaam opgewekte stroom op te vangen. Er is in Nederland inmiddels een breed en urgent besef ontstaan dat er veel geïnvesteerd moet worden om stabiliteit van onze duurzame energievoorziening op korte, middellange en lange termijn veilig te stellen. Deventer draagt hier op alle mogelijke manieren aan bij. Deze drie doelen worden in de onderstaande paragrafen nader uitgewerkt.
Energievisie Deventer
7
Figuur 2.2 laat verder zien dat COVID-19 heeft geleid tot vermindering van CO2-emissies door vermindering van industriële activiteiten en vervoer.
350
kton CO 2
CO2 emissies per thema
300
De hoge energieprijzen in 2022 en 2023 zullen naar verwachting ook een forse impact
250
hebben gehad op het energieverbruik en dus CO2-emissies. Deze zijn nog niet zichtbaar in
200
de grafieken hieronder. In de grafiek wordt de lijn getoond die we moeten volgen om onze 150
doelen in 2030 te halen.
10 0
50
700
Totale CO2 emissies
kton CO 2
2010
Bron: klimaatmonitor.databank.nl
600
Bron klimaatmonitor.databank.nl
0 2011
2012
2013
Gebouwde omgeving
2014
2015
Verkeer en vervoer
2016
2017
Industrie en bedrijven
2018
2019
2020
2021
Landbouw en natuur
CO 2 historische ontwikkeling
Figuur 2.2 | Totale CO2-emissies Deventer, historische ontwikkeling per thema
30% reductie (2021)
500
400
In bijlage 1 is een toelichting op de gebruikte data gegeven.
55%
300
De regionale klimaatmonitor is onvoldoende specifiek om inzicht te geven in de effecten
200
van specifieke maatregelen binnen de gemeente. Daartoe wordt opdracht gegeven om de
10 0
hele Energievisie en het Uitvoeringsprogramma door te rekenen op CO2-uitstoot. Daarbij
95%
0 2010
2015
2020
2025
2030
2035
2040
Figuur 2.1 | Totale CO2-emissies Deventer, historische ontwikkeling en doelstelling
wordt aangesloten op de Deventer Energietool. Deze geeft weer wat er nodig is om de 2045
2050
klimaatdoelen te halen, inclusief verschillende scenario's om die doelen te halen. Om onze doelstellingen te kwantificeren, is het nodig om te weten wat de CO2-uitstoot was in 1990. Daar zijn helaas geen gegevens over. Wél is in algemeenheid bekend dat de CO2-uitstoot in 1990 overeenkomt met de CO2-uitstoot in 2010. Wij hanteren daarom de cijfers van 2010.
8
Energievisie Deventer
Dat levert de onderstaande tabel op waarin de doelen per thema zijn samengevat.
De tweede invalshoek van rechtvaardigheid is dat de energietransitie een brede maatschappelijke opgave is die iedere inwoner en elk bedrijf raakt. De energietransitie kost simpelweg veel geld. De komende decennia zullen er vele miljarden euro’s in omgaan.
Stand 2010 [kton CO2]
Stand 2021 [kton CO2]
Doel 2025 [kton CO2]
Doel 2030 [kton CO2]
Doel 2050 [kton CO2]
Gebouwde omgeving
308
220
209
139
15
verdienen met grote zonneparken of windmolens. De keerzijde daarvan is dat omwonenden
Industrie & Bedrijven
154
76
105
69
8
het gevoel kunnen hebben de prijs daarvoor te moeten betalen, bijvoorbeeld door overlast
Landbouw & Natuur
3
5
2
1
0
Verkeer & Vervoer
190
158
129
86
10
Het komt er kortweg op neer dat zowel de opbrengsten van de energietransitie als de prijs
Totaal
655
459
445
295
33
die we ervoor betalen eerlijk wordt verdeeld.
Tegelijk wordt er veel geld verdient in de energietransitie. De energiemarkt ontwikkelt zich razendsnel en dat geldt ook voor het verdienmodel. Er zijn genoeg bedrijven die veel geld
die leidt tot verminderd woongenot. De rechtvaardigheid vraagt dat nadelen die inwoners ondervinden worden gecompenseerd. Lokaal eigenaarschap is daarvoor een mogelijke vorm.
Doelstelling 2: naast inkomens ondersteuning vanuit het rijk (maar uitgevoerd door ons) moeten woningen vooral ook geïsoleerd worden (inkomensondersteuning is dweilen, isoleren
2.3 DOELSTELLING 2: EEN RECHTVAARDIG ENERGIESYSTEEM
is de kraan dicht draaien). Juist die tweede richting moeten we expliciet maken.
Het is niet eenvoudig om deze doelstelling eenduidig en kwantitatief te formuleren. Om het begrip rechtvaardigheid concreet te maken, onderscheiden we twee invalshoeken.
2.4 DOELSTELLING 3: EEN ROBUUST ENERGIESYSTEEM Een robuust energiesysteem is een stabiel systeem, waarmee energie idealiter overal en
Ten eerste is energie om huizen te verwarmen en te koken een basisbehoefte voor elke
altijd in voldoende mate kan worden geleverd. Waarin fluctuaties van energieprijzen binnen
inwoner. Die moet in staat zijn om de energierekening te betalen. Door de extreme, voor
acceptabele grenzen blijven. Binnen dit systeem moet ruimte zijn voor groei, ontwikkeling en
velen onverwachte stijgingen van de energieprijzen in 2022 en 2023 zag de overheid zich
inpassing van nieuwe technieken.
genoodzaakt om maatregelen te treffen in de vorm van belastingverlaging, prijsplafonds en financiële tegemoetkoming om energiearmoede te voorkomen. De energietransitie
We staan aan de vooravond van een transitie die een generatie zal duren. In de grote
heeft ook als doel om energiearmoede te voorkomen. Isoleren van woningen helpt om het
dynamiek van de afgelopen jaren is het beeld dat we hebben van ons energiesysteem
energieverbruik om te verwarmen en koken te verlagen. Het is evident dat de gemeente
veranderd. We hebben onder ogen moeten zien dat ons energiesysteem wellicht niet zo
nauwelijks invloed heeft op veel onderdelen van de mondiale en nationale energieketens.
robuust is als we zouden wensen. Dat betreft de hele keten, van de bron tot de individuele
Inwoners worden echter wel direct geconfronteerd met de gevolgen van ontwikkelingen in
gebruiker. Onvolkomenheden in het systeem vormen zowel een rem als een stimulans voor
het energiesysteem. Het vraagt daarom alertheid van de gemeente om dit te signaleren,
de energietransitie. Door beperkte netcapaciteit, stagneert de opwek van zonne-energie.
inwoners terzijde te staan en problemen op het juiste niveau te agenderen.
Tegelijkertijd zorgt deze stagnatie voor versnelde investeringen in en ontwikkeling van technieken voor opslag en transport. Ook stimuleert de netcongestie de ontwikkeling van smart energy hubs.
Energievisie Deventer
9
Energietransitie vraagt continu om keuzes. Om de beste keus te kunnen maken, is het noodzakelijk om een beeld van onze toekomstige energievoorziening te hebben. De Rijksoverheid heeft medio 2023 bekend gemaakt te gaan werken aan een strategie voor energiesysteem van de toekomst. Met het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) brengt het kabinet in kaart hoe het energiesysteem van de toekomst eruit moet zien en wat daarvoor nodig is. Dat doet het kabinet niet project voor project of energiebron voor energiebron, maar kijkt wat in 2050 nodig is, en redeneert dan terug naar vandaag. Het kabinet zet in op een meer sturende rol voor de Rijksoverheid op het gebied van energieaanbod en -infrastructuur, ruimtegebruik, verdeling en besparing. Dit denkwerk begint niet bij nul. We weten dat elektriciteit in het toekomstig energiesysteem de belangrijkste energiedrager zal zijn1. Elektriciteit uit verschillende bronnen, met name wind, zon en kernenergie, waar nodig aangevuld met andere bronnen zoals aardgas, kolen, groengas en waterkracht. De verhouding tussen deze bronnen zal in de loop van de tijd verschuiven, met consequenties voor de hele energieketen. Opslag van energie biedt mogelijkheden om vraag en aanbod van energie op elkaar af te stemmen en gaat daarom een steeds belangrijker rol spelen in het borgen van de stabiliteit van het systeem.
Productie van waterstof kan hierin een cruciale rol gaan spelen, met name in industrie, transport en lokale warmteproductie.
2.5 SAMENGEVAT Flexibiliteit in diverse onderling verbonden vormen van energie, is essentieel om het
Het doel van de gemeente Deventer is duidelijk: 55% CO2-reductie in 2030 ten opzichte
toekomstig energiesysteem in evenwicht te houden2.
van 1990 en bijdragen aan de landelijke doelstelling energieneutraal in 2050. Om dat te bereiken gaan we ons energiesysteem veranderen. In deze energietransitie verliezen we
De gemeente bepaalt niet hoe de toekomstige energievoorziening eruitziet. Tegelijk moet de
de twee andere doelen niet uit het oog. We werken aan een rechtvaardig en betaalbaar
gemeente continu keuzes maken over bijvoorbeeld energie-opwek en de manier waarop we
energiesysteem. Ook moet het energiesysteem robuust zijn. In de volgende hoofdstukken
onze huizen verwarmen, over windmolens op Deventer grondgebied, over vergunningen voor
is voor de thema’s elektriciteit, gebouwde omgeving, industrie en bedrijven, landbouw en
grote zonneparken, over de aanleg van een warmtenet in een wijk of het gebruik van biogas
natuur en verkeer en vervoer uitgewerkt hoe we per thema bijdragen aan de drie doelen.
van lokale boerderijen als energiebron voor collectieve warmteketels. Om steeds de op dat moment beste keuze te maken, is het noodzakelijk om steeds een realistisch beeld te hebben van het energiesysteem van de toekomst.
1. B ron: ETES2050. Tussenrapportage met eerste conclusies en aanbevelingen na een half jaar onderzoek Experteam Energiesysteem 2050. Den Haag: Experteam Energiesysteem 2050. 2023 2. Bron: Routekaart Energieopslag, voorjaar 2023, Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
10
Energievisie Deventer
3 Elektriciteit 3.1 LANGE TERMIJNPERSPECTIEF EN GROOTSTE UITDAGINGEN
Het aantal storingen neemt door spanningsfluctuaties toe. De toename van het aandeel zonne-energie en in mindere mate windenergie in de energieketen verstrekt de
Lange termijnvisie op ons energiesysteem
capaciteitsproblematiek. Met name de opwek van zonne-energie vormt een probleem omdat
Ons elektriciteitsgebruik neemt komende decennia sterk toe. De oorzaken daarvan zijn de
opwek grote pieken en dalen kent. Op een zonnige dag in mei vormen alle zonnepanelen
toename van elektrisch vervoer, de toename van elektrisch verwarmen en de economische
samen voor een energiebom die het net onmogelijk kan verwerken, met alle risico’s van dien.
groei. De verwachting is dat elektrisch verbruik richting 2050 verviervoudigt. Om altijd en overal aan de energievraag te kunnen voldoen, moet een elektriciteitsnetwerk Op de lange termijn moet al deze elektriciteit duurzaam worden geproduceerd. Wind- en
van voldoende capaciteit worden gecombineerd met de opslag van duurzaam opgewerkte
zonne-energie moeten daarin een groot aandeel leveren.
energie. Dat vraagt om grote investeringen in ons huidige elektriciteitsnet en versnelde ontwikkeling van mogelijkheden voor energieopslag. De noodzakelijke en structurele
Deventer moet daarom ook de vraag beantwoorden: hoe dragen we als gemeente bij aan
uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk, van het hoogspanningsnet tot de kabels in de wijken
voldoende duurzame opwek van elektriciteit met behulp van wind en zon?
en bedrijventerreinen gaat zeker nog tot 2035 duren. De primaire verantwoordelijkheid voor het vergroten van de netcapaciteit ligt bij de netwerkbedrijven, in ons geval Tennet, Enexis
Daarbij hoort de vraag hoe we de opgewekte energie bij de gebruiker krijgen. De capaciteit
en Alliander. Deze hele operatie zal echter ook een grote inzet van de gemeente vergen.
van ons elektriciteitsnet is nu ontoereikend om toename van productie en gebruik van
Naast netverzwaring zijn er andere manieren om de netcongestie te verminderen, zoals
elektriciteit op te vangen. Ons toekomstige energiesysteem heeft voldoende capaciteit en is
Smart Energie Hubs en lokale energieopslag. Daarin werken we als gemeente samen met
flexibel genoeg om steeds ruimte te bieden voor het aanbod aan energie en te voldoen aan
netbeheerders, bedrijven, bewoners en organisaties.
de vraag. Het spreekt voor zich dat energiebesparing erg belangrijk blijft. Niet alleen het directe Grootste uitdagingen voor elektriciteit
stroomgebruik voor verlichting, apparaten en industriële processen. Vanwege het
De eerste grote uitdaging van het elektriciteitsvraagstuk is het produceren van voldoende
elektrificeren van onze warmtevoorziening, draagt ook het isoleren van woningen bij aan
duurzame elektriciteit. Waar en hoe wordt die extra elektriciteit duurzaam opgewekt? Dit
de vermindering van het stroomgebruik. Afgelopen jaren is al veel aandacht besteed aan
is een landelijk en internationaal vraagstuk. In het Nationale Klimaatakkoord is staat welke
besparing, zoals via de rijksprogramma’s RRE (Regeling Reductie Energiegebruik) en RREW
bijdrage wij als gemeente moeten leveren: het opwekken van zonne- en windenergie op land,
(Regeling Reductie Energiegebruik Woningen), dat blijven we doen. Energiebesparing kan
in de vorm van een bijdrage aan de Regionale Energiestrategie van West-Overijssel.
de groei in het verbruik van stroom echter alleen minder hard doen stijgen; de vraag naar elektriciteit blijft toenemen.
De tweede, minstens even grote uitdaging is het transporteren van elektriciteit. Er is momenteel structureel sprake van netcongestie. Het stroomnet is vol, waardoor nieuwe gebruikers, zowel woningen als bedrijven, niet vanzelf kunnen worden aangesloten.
Energievisie Deventer
11
Onderstaande diagram geeft weer wat het huidige elektriciteitsgebruik in Deventer is
Op landelijk niveau is afgesproken dat binnen de gezamenlijke 26 RES-regio’s in 2030 35 TWh
(2021), hoe het RES bod van 212 GWh in 2030 zich hiermee verhoudt, en wat de verwachte
wordt opgewekt aan energie uit zon en wind op land. Het aandeel van West-Overijssel daarin
elektriciteitsbehoefte is in 2050. De figuur laat vooral zien dat er een groot gat gaapt tussen
is 1,8 TWh.
de hoeveelheid duurzame elektriciteit die we tot op heden hebben geproduceerd en de huidige en toekomstige vraag naar elektriciteit.
De Deventer bijdrage aan de RES is 212 GWh, opgewekt door zon en wind in een verhouding 30% wind en 70% zon. Met het oog op de overbelasting van het stroomnet wordt op
Opwek elektriciteit versusOpwek verbruik elektriciteit versus verbruik
RES-niveau gestreefd naar een verhouding 60% wind en 40% zon.
2.000 1.756
GWh
1.800
Dit is vastgelegd in de RES 1.0, die op 7 juli 2021 is vastgesteld door de gemeenteraad.
1.600
De landelijke doelstelling is om vanaf 2050 alle elektriciteit volledig CO2-vrij te produceren.
1.400
Welk aandeel Deventer daarin levert is niet gekwantificeerd, omdat het behalen van
1.200
die landelijke doelstelling voor een aanzienlijk deel wordt bereikt met maatregelen die buiten de gemeentelijke invloedssfeer liggen, zoals wind op zee en verduurzaming van het
1.000
gemotoriseerd verkeer.
800 587
600 439
In de onderstaande grafiek is de actuele stand van ons RES-bod weergegeven.
400 212 200
44
62
;
;
RES gerealiseerd + pijplijn 2023
RES bod 2030
Verbruik 2021
Verwacht verbruik 2030 Verwacht verbruik 2050
Figuur 3.1 | Ontwikkeling van het totale energieverbruik in Deventer, afgezet tegen de productie van duurzame energie.
3.2 DOELSTELLING 2030 EN DOELSTELLING 2050
18
150
De Deventer doelstelling 2030 voor grootschalige opwek is verbonden met de Regionale Energie Strategie (RES). Deventer maakt deel uit van de RES-regio West-Overijssel. Hierin werken elf gemeenten, provincie Overijssel, vier waterschappen en drie netbeheerders
Gerealiseerd
Pijplijn
Resterende opgave
samen. Figuur 3.2 | Stand RES bod Deventer juli 2023, gebaseerd op overzicht RVO met projecten met SDE(+)(+) subsidie
12
Energievisie Deventer
Politieke en technische ontwikkelingen in 2023 laten zien dat de realisatie van het Deventer
‘We zien mogelijkheden om in het buitengebied in energielandschappen (zonne-
RES-bod, sterk afhankelijk is van de netbeheerders en het beleid van de landelijke en
en windmolenparken) energie op te wekken. Deze landschappen zijn door hun
provinciale overheid.
verschijningsvorm en omvang gebiedsvreemde elementen, die niet of moeilijk in de omgeving zijn in te passen. In het oude hoevenlandschap en het rivierenlandschap
Sinds de provinciale verkiezingen in 2023 drukt de provincie een stevig stempel op
(Natura 2000-gebied) zien we weinig tot geen mogelijkheden, maar wel langs
het beleid voor wind- en zonne-energie. Daarbij houdt de provincie wel vast aan de
grootschalige infra-elementen zoals de A1 (Schipbeekzone) en in delen van het jonge
vastgestelde RES-doelen. Provinciaal beleid gaat uit van terughoudendheid ten aanzien van
ontginningslandschap.’
grote zonneparken en opwek van windenergie in vier grote clustergebieden. Eén van die clustergebieden is de zone langs de A1, op het grondgebied van Deventer en Rijssen-Holten.
Op 11 oktober 2023 heeft de raad ingestemd met het volgende besluit:
Het is nog niet duidelijk welke gevolgen deze beleidskoers heeft op het proces van de RES. In het kader van dit energieplan gaan wij ervan uit dat de in de RES 1.0 vastgestelde
Met inachtneming van de aangenomen amendementen "Gezondheidsnormen plaatsing
verhouding 30% wind en 70% zon zal verschuiven in de richting van een groter aandeel wind.
windturbines" en "Aangescherpt windbeleid clustergebied Provincie Overijssel": 1. Als zoekgebied voor windmolens het clustergebied van de provincie Overijssel te
3.3 WINDENERGIE
bevestigen, conform het aangescherpte 'windbeleid Overijssel' en in lijn met de
Windenergie is noodzakelijk om de Deventer bijdrage van 212 GWh aan de RES West-
Omgevingsvisie Deventer.
Overijssel te realiseren (zie paragraaf 3.2).
2. Als eerste stap van het gebiedsproces, een toetsingskader windenergie te maken, in samenspraak met belanghebbenden;
Vanuit de Elektriciteitswet is de provincie bevoegd gezag voor windparken vanaf 5 –100
3. De provincie te verzoeken om geen vergunningaanvragen binnen het aangewezen
MW. In het provinciaal Coalitieakkoord 2023-2027 ‘Schouder aan schouder’ is het nieuwe
zoekgebied en daarbuiten in behandeling te nemen voordat de gemeenteraad het
windbeleid als volgt beschreven:
gemeentelijke toetsingskader voor windinitiatieven heeft vastgesteld. 4. Nieuwe windinitiatieven worden getoetst aan de komende milieunormen en
We kiezen ervoor om als provincie actief te sturen op een aantal grotere clusters van
gezondheidsonderzoeksrapporten met daarin de landelijke richtlijnen en worden
windturbines. Hierdoor zorgen we ervoor dat windturbines op de meest geschikte
opgenomen in het toetsingskader.
plekken komen en zorgen we voor duidelijkheid. We houden zelf invloed en daarmee kunnen we de beste voorwaarden krijgen, bijvoorbeeld voor lokaal eigendom. We nemen
In tegenstelling tot verzoek gemeenteraad gaat de provincie als bevoegd gezag
regie op grote clusters. Op basis van de voorkeursgebieden voor grootschalige clustering
vergunningsaanvragen vanaf 1 januari 2024 in behandeling nemen. Op het gemeentelijk
van windenergie uit het Fundament voor de nieuwe Omgevingsvisie, zien we vier
toetsingskader, opgesteld in samenspraak met belanghebbenden, wordt niet gewacht.
geschikte gebieden voor grotere clusters: (1) Ommen/Hardenberg, (2) A1, (3) A35 inclusief
Het toetsingskader in beoogde vorm lijkt daarom niet meer zinvol.
gezamenlijke gebiedsaanpak ATT5 en (4) Zwolle-Staphorst-Dalfsen-Zwartewaterland.
De totale opgave voor het windclustergebied A1 (Deventer en Rijssen-Holten) is 240 - 260 GWh. Dit komt overeen met 15 á 20 windmolens. Dit zou een verdubbeling betekenen van
Het clustergebied A1 betreft een zone langs de A1 op het grondgebied van Deventer en
het oorspronkelijk gemeentelijk aandeel windenergie in het RES-bod. In de RES 2.0 zal het
Rijssen-Holten. Dit komt in grote lijnen overeen met wat Deventer heeft vastgelegd in de
nieuwe provinciale beleid en de consequenties worden opgenomen en ter besluitvorming
Omgevingsvisie 2019. Daarin staat:
worden voorgelegd in 2024.
Energievisie Deventer
13
3.4 ZONNE-ENERGIE
uitschakelen, met als gevolg dat de duurzaam opgewekte stroom niet volledig kan worden
Grootschalige opwek van elektriciteit uit zon vindt plaats door zonnepanelen op grote daken
benut en de eigenaar van de panelen de opbrengst ziet dalen. De gemeentelijke inzet is er
of in zonneparken op land. We hanteren de zonneladder: de voorkeur gaat uit naar zon op
vooral op gericht om samen met de netbeheerder zoveel en zo snel mogelijk maatwerk te
daken en gevels, daarna op onbenutte terreinen in bebouwd gebied en tot slot in landelijk
leveren in het vergroten van de netcapaciteit.
gebied.
3.5 NETCONGESTIE EN NETVERZWARING De aanleg van grootschalige zonneparken in het landelijk gebied leidt, net als de plaatsing
Netbeheerders hebben de taak te voorkomen dat de vraag of het aanbod op het netwerk
van windturbines, tot felle maatschappelijke discussies.
te groot wordt. Ze maken voorspellingen voor vraag en aanbod en berekenen of de netcapaciteit voldoende is om daarin te voorzien. De afgelopen 10 tot 20 jaar is onvoldoende
Een belangrijk bezwaar tegen grootschalige zonneparken komt voort uit de risico’s voor de
geanticipeerd op de groei van het stroomgebruik en de groei van de opwek van zonne- en
stabiliteit van het stroomnet. Dat is te ondervangen door het verplichten van lokale opslag
windenergie. Ook in Deventer is daarom sprake van netgongestie. Het is de verwachting dat
van de geproduceerde stroom. Een tweede bezwaar betreft de afweging tussen duurzame
dat nog zeker tot 2030 beperkingen oplevert voor het aansluiten van nieuwe gebruikers en
opwek en het behoud van landbouwgrond. De gemeente heeft geen helder kader voor het
producenten van elektriciteit.
maken van die afweging. Het beleid van de provincie geeft daarin wel richting. Tenslotte speelt bij grote zonneparken de kwestie van lokaal eigendom. Wie mag er profiteren van de
Nu manifesteert de netcongestie zich vooral op bedrijventerreinen, waardoor nieuwe
opbrengst van een zonnepark?
zonnepanelen op daken niet kunnen worden aangesloten en ook nieuwe bedrijven niet zeker zijn van een aansluiting op het stroomnet.
De provincie heeft zich in oktober 2023 duidelijk uitgesproken tegen de aanleg van meer grote zonneparken in het landelijk gebied. Hierbij geldt dat lopende initiatieven die in een
Het valt niet uit te sluiten dat ook het aansluiten van woonhuizen en kleinschalige
vergevorderd stadium zijn, in overleg met de provincie Overijssel, worden gefaciliteerd. Ook
zakelijke gebruikers op korte termijn onzeker wordt. Dat kan van grote invloed zijn op de
wil het kabinet grondgebonden zonneparken op natuur- en landbouwgrond zoveel mogelijk
woningbouwopgave en andere bouwactiviteiten.
beperken door de Voorkeursvolgorde Zon per 1 juli 2024 juridisch vast te leggen. Het principe van ‘nee-tenzij’ gaat gelden.
Met de netbeheerders Enexis en TenneT werken we de komende jaren samen om het elektriciteitsnet buurt voor buurt geschikt te maken voor het elektriciteitssysteem van
Het is vooralsnog niet duidelijk hoe het provinciale en het rijksbeleid wordt vertaald in
de toekomst. Dat is een enorme verbouwing en aanpassing van het elektriciteitsnet. Het
Deventer beleid.
uitvoeringskader daarvoor wordt gevormd door het provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (pMIEK).
Naast grootschalige opwek op land, gaat de aanleg van zonnepanelen op daken van woningen, bedrijfsgebouwen en parkeerplaatsen onverminderd door. Die ontwikkeling
Het creëren van ruimte en het tijdig verlenen van voldoende vergunningen voor uitbreiding
steunen wij en ondersteunen waar mogelijk. Het grootste probleem is dat er in delen
van het net is voor de gemeente een belangrijk aandachtspunt de komende decennia. We
van de gemeente op piekdagen te veel wordt opgewekt. Op momenten met grote
willen ruimtelijke besluitvorming en vergunningverlening zo snel mogelijk laten verlopen,
spanningsfluctuaties kunnen zonnepanelen en de bijbehorende omvormer zichzelf
maar we begrijpen ook dat de uitvoering van de energietransitie invloed heeft op de leefomgeving van mensen. Dat vraagt om een zorgvuldig proces.
14
Energievisie Deventer
3.6 OPSLAG - EN CONVERSIE VAN ENERGIE
Gezien het grote belang van opslag voor ons toekomstige energiesysteem, nemen wij wel een
Energieopslag wordt gezien als cruciale schakel in het balanceren tussen vraag en aanbod
actieve rol in het vraagstuk. Onze rol is ook om deze innovaties goed in de gaten te houden
in het energiesysteem. Dat betreft het afvlakken van pieken in zowel warmte als elektriciteit,
en continue te bekijken of ze rijp zijn voor toepassing in Deventer.de energieproducenten
wat essentieel is voor een stabiel toekomstig energiesysteem.
en -gebruikers zelf. Dat is vooral een faciliterende en ondersteunende rol op het gebied van
1
financiering, ruimtelijke inpassing, regelgeving en lobby. Hoe die rol eruitziet is maatwerk, Energie kan op veel manieren worden opgeslagen. Elektriciteit kan bijvoorbeeld worden
gericht op maximale meerwaarde vanuit onze mogelijkheden en verantwoordelijkheden.
omgezet in waterstof of direct worden opgeslagen in accu’s. Elektriciteit kan ook worden omgezet in warmte die vervolgens wordt opgeslagen in water, ondergronds of in geïsoleerde
3.7 VERANDERINGEN IN DE ELEKTRICITEITSMARKT
bassins. De ene vorm van opslag is niet beter dan een andere: iedere vorm van opslag heeft
De energietransitie zal mogelijk gevolgen hebben voor hoe de elektriciteitsmarkt is ingericht
zijn eigen karakteristieken en in de toekomst zal een mix van veel van deze vormen nodig
en georganiseerd. Houden de huidige netbeheerders het monopolie voor het transport van
zijn. De belangrijkste mogelijke indelingen staan hieronder weergegeven.
energie? Of mag de eigenaar van een zonnepark de opgewekte stroom in de toekomst zonder tussenkomst van een netbeheerder leveren aan een bedrijf? Kunnen huiseigenaren met zonnepanelen overtollige stroom opslaan in een gezamenlijke buurtbatterij? Hoe verhoudt
Drager of ‘stromen’ Elektriciteitsopslag Moleculenopslag Warmteopslag
Ruimtelijke schaal Tijdschaal Seizoensopslag Op weekschaal
Op landelijk niveau Op wijkniveau Op gebruikersniveau
Op dagschaal
een Smart Energy Hub op een bedrijventerrein zich tot de verantwoordelijkheden van een Positie in het net
netbeheerder?
Combi grote opwek
Het is de verwachting dat de rol en de verantwoordelijkheid van de gemeente in de
Met eigen aansluiting
energiemarkt gaat groeien. Om daarop te anticiperen, moeten we alert zijn op ontwikkelen
‘Achter-de-meter’
op juridisch, financieel, technisch en beleidsmatig gebied, zowel bij de rijksoverheid als bij bewoners en bedrijven.
Figuur 3.3 | Mogelijke manieren om Energieopslag te categoriseren.
Een meer uitvoerende en financiële rol van de gemeente in de energiemarkt leidt tot fundamentele discussies: is energie-opwek en -levering een rol voor de lokale overheid? In
In bijlage C wordt meer uitgelegd over energieopslag.
hoeverre is dat marktverstorend? Wordt de gemeente concurrent van de energiecoöperaties? Beperken we ons als gemeente tot eigen grond/daken en eigen gebruik? Deze en meer
Wereldwijd wordt gewerkt aan oplossingen op het gebied van energieopslag. De gemeente
vragen moeten komende jaren worden beantwoord.
is niet gericht op het zelf realiseren van energieopslag. Dat is de verantwoordelijkheid van bedrijven. Dit is het terrein waar mogelijk grote innovaties gaan plaatsvinden.
1. B ron: Routekaart Energieopslag, voorjaar 2023, Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
Energievisie Deventer
15
4 Gebouwde omgeving 4.1 LANGE TERMIJNPERSPECTIEF EN GROOTSTE UITDAGINGEN
In de onderstaande figuren wordt weergegeven hoe in 2030 aan de warmtevraag voldaan zou kunnen worden. Uit de figuur blijkt dat andere bronnen dan elektriciteit en aardgas daarin
Lange termijnperspectief gebouwde omgeving
slechts een relatief kleine bijdrage kunnen leveren. De grote onbekende op dit moment
We werken toe naar duurzame, robuuste en rechtvaardige warmtesystemen als alternatief
is geothermie. Het onderzoek om de potenties daarvan te kennen wordt in 2023 en 2024
voor verwarmen met aardgas. Warmte die fossielvrij is en betaalbaar. Dat is geen eenvoudige
uitgevoerd.
Verwachte warmtevraag in TJ in 2030
opgave in Deventer. Er zijn niet veel restwarmtebronnen beschikbaar. Ook hebben we relatief veel oudere woningen, die vaak ook slechter zijn geïsoleerd. We hanteren daarom drie
Verwachte warmtevraag in TJ in 2030
belangrijke uitgangspunten: 1. Besparen: de eerste stap in de warmtetransitie is vrijwel altijd besparen door te isoleren. Wat je niet gebruikt, hoef je ook niet op te wekken.
vraag
2. Lokale opwek: lokale warmtebronnen benutten we zo slim en lokaal mogelijk en zetten
0,0
we zo efficiënt mogelijk in. Dat geldt voor aquathermie, riothermie en geothermie. Deventer heeft geen grote restwarmtebronnen en eerste verkenningen naar riothermie
1000,0
2000,0
Vraag gebouwde omgeving
leverden geen haalbare businesscase op. Dat geldt ook voor de productie van biogas
3000,0
Vraag industrie + landbouw
en groen gas. Lokale biomassa vergisten we zo lokaal mogelijk om extra CO2 uitstoot door transport te voorkomen. Het biogas of groen gas zetten we in waar het ’t meest efficiënt is. 3. Betaalbaar: het alternatief voor aardgas moet betaalbaar zijn. In de doorrekening van alternatieven kijken we zowel naar de individuele kosten als naar maatschappelijke kosten. We weten dat de kosten hoog zijn en dat slimme financiering en subsidie nodig is. Voor alle oplossingsrichtingen kijken we naar de CO2-balans in de totale kringloop. In die kringloop moet steeds minder en uiteindelijk geen CO2 uitgestoten worden. We werken immers aan warmtesystemen die klaar zijn voor komende generaties.
Beschikbaar warmteaanbod in TJ in 2030
Beschikbaar warmteaanbod in TJ in 2030
aanbod 0
500
1000
1500
2000
2500
Geothermie
LT-Restwarmte
Biogas
Groengas
TEO
TEA
3000
Elektrificeren en aardgas Figuur 4.1 | Verwachte warmtevraag en verwacht warmte aanbod in 2030
16
Energievisie Deventer
Wij werken binnen het kader van de WGIW (Wet gemeentelijk instrumentarium
350
kton CO 2
Gebouwde omgeving
warmtetransitie) en zullen voor al onze werkzaamheden duidelijk maken wat de uitvoering van de wet voor ons betekent.
300
Bron klimaatmonitor.databank.nl CO 2 historische ontwikkeling
250
Grootste uitdagingen gebouwde omgeving De warmtetransitie is een grote, complexe, en kostbare opgave, die het afgelopen jaar is versneld onder invloed van verschillende factoren, waaronder de enorme stijging van de
28% reductie (2021)
200
150
55%
energieprijzen. 100
Met de trias energetica in het achterhoofd, ligt de focus de komende jaren op drie dingen:
50
1. Het beperken van de warmtevraag voor de totale gebouwde omgeving; 2. Het faciliteren en/of realiseren van collectieve (warmte) oplossingen waar mogelijk. 3. Het ondersteunen van inwoners en bedrijven bij het maken van keuzes voor een
95% 0 2010
2015
2020
2025
2030
2035
2040
2045
2050
individueel alternatief op aardgas. Figuur 4.2 | Totale CO2 emissies Deventer, historische ontwikkeling en doelstelling gebouwde omgeving
De snelle ontwikkeling van zowel de wettelijke kaders als de uitvoeringspraktijk van de warmtetransitie dwingt ons om scherp en anticiperend te kiezen welke rol wij als gemeente kiezen. Het staat vast dat de gemeentelijke rol de komende jaren groeit. Het rijk verlangt van ons een stevige rol in de realisatie van warmte-infrastructuur.
In 2030 moeten volgens het Landelijke Klimaatakkoord de eerste 1,5 miljoen woningen aardgasvrij zijn gemaakt. Voor Deventer betekent dat, dat in 2030 20% van de
4.2 DOELSTELLING 2030 EN DOELSTELLING 2050
woningvoorraad aardgasvrij is. Dat zijn 10.000 woningen.
In 2050 stoot de gebouwde omgeving geen CO2 meer uit. In 2030 is de CO2 uitstoot in Deventer teruggebracht van 220 kton naar 139 kton. Dat doen we door het aardgasgebruik
Op basis van ervaringen van afgelopen jaren, stellen we in de transitievisie warmte voor om
terug te brengen.
het doel wel in stand te houden, maar de weg ernaartoe aan te passen. We hebben gezien dat direct naar helemaal aardgasvrij vaak een (te) grote en kostbare stap is. We kijken daarom niet alleen naar het aantal woningen dat aardgasvrij is, maar ook naar de reductie van aardgas in de gebouwde omgeving met 20% ten opzichte van 2021 (klimaatakkoord). Deze reductie bereiken we zowel door woningen een aardgasvrij alternatief te bieden (een duurzaam warmtenet of groen gas) als met het isoleren van woningen.
Energievisie Deventer
17
4.3 TIENDUIZEND WONINGEN AARDGASVRIJ EN/OF 20% MINDER AARDGAS IN DE GEBOUWDE OMGEVING IN 2030 De mogelijkheden voor aardgasvrije warmtevoorziening verschillen per buurt of dorp. Is er een warmtebron aanwezig? Hoe goed zijn woningen geïsoleerd? Hoever kun je komen met isolatie? Wat zijn de individuele kosten en wat zijn de maatschappelijke kosten? En wat levert het op? Het zijn allemaal vragen die van belang zijn in het afwegen van wat de beste warmteoplossing is. Deze afwegingen zijn gemaakt in de Transitievisie Warmte die door de raad gewijzigd is vastgesteld op 24 mei 2023. Bovenstaande onzekerheden betekenen dat we voor een aantal wijken nog niet goed kunnen zeggen wat de beste oplossing is. Hoe dan ook is isoleren altijd de eerste en beste stap die je kunt zetten. In sommige wijken zal een afweging moeten worden gemaakt tussen de "meest
4.4 EEN STEVIGE ROL IN WARMTE-INFRASTRUCTUUR
duurzame" en "best betaalbare" oplossing. De laatste hoeft niet per se de meeste duurzame
In oktober 2022 heeft het kabinet de contouren van de Wet collectieve warmtevoorzieningen
te zijn, maar kan wel de voorkeur krijgen.
(WCW) bekend gemaakt. Deze zorgt voor een fundamentele wijziging in de ontwikkeling en exploitatie van warmtenetten. Het uitgangspunt van de nieuwe warmtewet is dat de warmte-
In de onderstaande tabel is een prognose gegeven van de ontwikkelingen tot 2030.
infrastructuur in publieke handen komt. In ieder geval voor de warmtenetten met meer
Aardgasverbruik gebouwde omgeving Aardgasverbruik gebouwde omgeving (temperatuur gecorrigeerd) (temperatuur gecorrigeerd)
dan 1500 aansluitingen. Deze publieke entiteit kan samenwerking zoeken met commerciële
70
De gemeente Deventer richt daarom een gemeentelijk warmte(netwerk) bedrijf op. Deze
60
entiteit moet in werking treden net voor of na de inwerkingtreding van de WCW per 1 januari
50
2025. Ook bestaande warmtenetten moeten op termijn kunnen worden opgenomen in deze
partners of coöperaties, maar moet altijd voor meer dan 50% aandeelhouder zijn.
entiteit. In het oprichtingstraject onderzoeken we vormen van mede-aandeelhouderschap
40
door commerciële of andere publieke partijen, en verkennen we medezeggenschap van onder
30
andere woningcorporaties en wijkbewoners.
20
Deventer heeft 6 warmtenetten die op dit moment in eigendom zijn van Ennatuurlijk. Het
10
warmtenet in Keizerslanden en het warmtenet in de Deltabuurt zijn met respectievelijk ca.
0 2009
2011
2013
2015
2017 64
2019
2021
2023
2025
2027
doelstelling
2029
1200 en ca. 800 aansluitingen de grootste warmtenetten van Deventer. Deze komen volgens de nieuwe warmtewet niet verplicht in publieke handen. Dat geldt ook voor de overige netten met een relatief klein aantal aansluitingen. Het is een beleidskeuze om dit wel of niet
Figuur 4.3 | Opgave 20% van de woningen aardgasvrij à 10.000 woningen aardgasvrij
in publieke handen te nemen. Die keuze hangt ook af van de strategie die Ennatuurlijk gaat
à 15 miljoen m3 aardgas
hanteren. Vooralsnog doen zij daar geen uitspraken over.
18
Energievisie Deventer
4.5 WARMTEBRONNEN
4.7 VERDUURZAMEN (EIGEN) MAATSCHAPPELIJK VASTGOED
Deventer heeft naast de Rioolwaterzuiveringinstallatie (RWZI) geen andere evidente,
De gemeente is eigenaar van vastgoed en heeft een belangrijke voorbeeldrol in het
makkelijk beschikbare warmtebronnen. Er zijn hier geen bedrijven met grote hoeveelheden
verduurzamen daarvan. De raad heeft in juli 2023 de portefeuillestrategie en het
restwarmte waarmee woningen verwarmd kunnen worden. Toch willen we alle mogelijke
investeringsprogramma vastgesteld. In de portefeuillestrategie is een prioritering
bronnen wel in beeld brengen. We zien drie bronnen die de moeite van een nader onderzoek
aangegeven waar op maatschappelijk vastgoed de komende periode verduurzaamd wordt.
waard zijn.
Dit is het kader om programmatisch sturing te geven aan de verduurzaming van ons
n
Groen gas of biogas, afkomstig van mestvergisting bij lokale agrarische bedrijven.
maatschappelijke vastgoed. Hiermee kunnen wij verantwoorde keuzes maken, waarbij wij
Technisch is dit goed mogelijk. De financiering ervan is niet altijd eenvoudig. Een obstakel
zoeken naar een optimale balans tussen financieel en maatschappelijk rendement. Dit draagt
wordt vaak gevormd door de kosten en de ruimtelijke inpasbaarheid van ondergrondse
bij aan de voorbeeldfunctie die wij willen innemen in de verduurzamingsopgave.
infrastructuur. Bij projecten zal er met bredere blik gekeken moeten worden naar de n
n
benodigde transportleidingen.
Met het investeringsprogramma is in beeld welke middelen nodig zijn om in 2030 minstens
Aquathermie IJssel: warmte uit IJsselwater, mogelijk toepasbaar in het centrum of in
55% CO2 reductie te realiseren ten opzichte van 1990 en daarmee op koers te liggen naar
Zandweerd.
een netto nul CO2-uitstoot in 2050. Ondanks dat een aanzienlijk deel van de investering
Geothermie, hoge- of lage temperatuur warmte, afkomstig uit grondlagen op grote diepte
onrendabel is, conformeren wij ons hiermee aan de klimaatwetdoelstellingen en nemen onze
(tot maximaal 2000 meter). In 2023 is een onderzoek gestart in samenwerking met
verantwoordelijkheid.
Provincie Overijssel, Vitens en Waterschap DOD. De klimaatwetdoelstellingen zijn gericht op energiebesparingen en CO2-reductie. Maar
4.6 FACILITEREN VAN INWONERS EN BEDRIJVEN IN ISOLEREN
verduurzaming is meer. Zo gaat het ook over te nemen maatregelen met betrekking tot
Het isoleren van woningen en bedrijfsgebouwen is een enorme opgave waarvoor de
klimaatadaptatie, natuurinclusiviteit en circulariteit. De portefeuillestrategie geeft ook aan hoe
gebouweigenaren zelf het initiatief moeten nemen en die ze zelf moeten financieren. Welke
wij hiermee omgaan. Bij renovatie van maatschappelijk vastgoed is het streven om zo dicht
maatregelen kan ik het beste nemen? Waar te beginnen? Wie kan dit uitvoeren? En hoe ga
mogelijk bij ENG te komen. Hierbij gelden de kaders die de raad in juli 2023 heeft meegegeven.
ik dat betalen? Het zijn vragen waar bijna alle huis- of pandeigenaren tegenaan lopen. En de antwoorden op deze vragen lopen vaak uiteen.
4.8 NORMEN VOOR NIEUWBOUW Deventer heeft een forse nieuwbouwopgave. De wettelijke norm is nu de BENG-norm
We faciliteren inwoners en bedrijven met kennis, oplossingsrichtingen, de ontheffing
(Bijna Energie Neutrale Gebouwen) in het bouwbesluit. We weten dat ook deze woningen
waarmee natuurvriendelijk geïsoleerd kan worden en soms met subsidie. Het doel van al deze
in 2050 helemaal energieneutraal moeten zijn. Met de nieuwbouwopgave in gedachte,
maatregelen is het isoleren van je eigen woning of pand zo eenvoudig mogelijk te maken.
is het verstandig om nu al in te spelen op de energie neutrale toekomst. We weten dat energieneutraal de norm wordt. We weten ook dat de kosten hoger liggen dan de BENG norm. Maar ook dat er dan vóór 2050 een verbouwing nodig is om wel energieneutraal te zijn. ENG bouwen ligt (nog) niet vast in het bouwbesluit en is niet wettelijk afdwingbaar. Wij willen daarom met corporaties, projectontwikkelaars en bouwers blijven innoveren en investeren om te streven naar ENG, mits dit de haalbaarheid en betaalbaarheid van de woningbouwopgave niet in de weg zit.
Energievisie Deventer
19
5 Industrie en bedrijven 5.1 LANGE TERMIJNPERSPECTIEF EN GROOTSTE UITDAGINGEN Deventer beschikt over een groot aaneengesloten gebied met bedrijven in de directe nabijheid van de binnenstad, de woonomgeving, de snelweg en het water. Bedrijven draaien op termijn op duurzame elektriciteit uit zon en wind of energie uit aardwarmte, groene waterstof en biogas. De grondstoffen voor productie van materialen komen uit biomassa, reststromen en -gassen. De restwarmte gebruikt de industrie zelf of levert die aan kantoorgebouwen of woningen. De industrie is dan naast gebruiker van energie ook producent en buffer van energie. Bedrijven leveren in 2030 een belangrijke bijdrage aan de energietransitie. Bedrijfsprocessen zijn energiezuiniger gemaakt en van aardgas overgegaan op elektriciteit, waterstof of biogas. Vrachtvervoer op diesel is vervangen door wagens op elektriciteit, groengas of waterstof. Door middel van zonnepanelen op daken en boven parkeerplaatsen voorzien bedrijven deels in hun eigen energiebehoefte. Een stabiele energie-infrastructuur met voldoende capaciteit is een randvoorwaarde voor
Een innovatieve maakindustrie, met steeds lagere CO2-emissies, draagt bij aan onze welvaart,
de financiële gezondheid en verduurzaming van bedrijven. Dat geldt ook voor economische
ons welzijn en werkgelegenheid.
groei door het aantrekken van nieuwe bedrijven. Zowel op korte als lange termijn bestaat de grootste uitdaging uit het oplossen van de netcongestie (zie paragraaf 3.5).
In Deventer streven we ernaar dat ook de industrie in Deventer in 2030 de CO2-uitstoot heeft gereduceerd met 55% ten opzichte van 1999. Voor 2050 is het streven om als gemeente bij te
Veel Deventer bedrijven werken aan innovatieve oplossingen voor hun eigen
dragen aan de landelijke ambitie van nul netto CO2-uitstoot.
energievoorziening. Als gemeente werken we zoveel mogelijk mee aan het benutten van innovatieve kansen.
De onderstaande figuur 5.1 laat zien dat de CO2-uitstoot vanuit de Deventer bedrijven sinds 2010 met ongeveer de helft is afgenomen. De sluiting van een aantal veel energie
5.2 DOELSTELLING 2030 EN DOELSTELLING 2050
gebruikende bedrijven heeft daar zeker aan bijgedragen. Daarmee ligt het doel voor 2030
In het Nationaal Klimaatakkoord staat dat ‘wij in 2050 een Nederland voor ons zien met
nu al binnen handbereik, al hebben we nog geen inzicht in het post-corona energiegebruik.
een bloeiende, circulaire en mondiaal toonaangevende industrie, waar de uitstoot van
Overigens moeten we ons realiseren dat de invloed van de gemeente op het energieverbruik
broeikasgassen nagenoeg nul is.’ Er staat ook in dat we een land voor ons zien waar
van bedrijven beperkt is. Daarom moeten we, zowel voor onszelf als voor de bedrijven, steeds
vernieuwende bedrijven en initiatiefnemers graag willen produceren en innoveren.
duidelijk maken wat onze rol is.
20
Energievisie Deventer
Sinds eind 2022 is er op A1 Bedrijvenpark sprake van netcongestie. Nieuwe aanvragen voor 180
kton CO 2
grootverbruik aansluitingen komen op een wachtlijst en er ontstaat pas ruimte in 2029.
Industrie en bedrijven
Hierdoor is per direct de maatschappelijke en economische urgentie ontstaan om dit zo snel
160
Sluiting Akzo Nobel 140
CO 2 historische ontwikkeling
120
Bron klimaatmonitor.databank.nl
Sluiting Roto Smeets
De gevolgen van de netcongestieproblematiek kunnen worden verminderd door de
10 0
Corona lockdown
80
mogelijk aan te pakken.
ontwikkeling van Smart Energy Hubs (SEH). Door onderling afspraken te maken over
51% reductie (2021)
elektriciteitsgebruik, het inventariseren van koppelkansen rondom de bedrijfsvoering en
55%
60
het gezamenlijk uitwisselen, opwekken en opslaan van beschikbare energie creëert een
40
bedrijventerrein zijn eigen aansluitruimte.
20
95%
0 2010
2015
2020
2025
2030
2035
2040
2045
Smart Energy Hub
2050
De kern van een Smart Energy Hub is een slim ontworpen Figuur 5.1 | Totale CO2 emissies Deventer, historische ontwikkeling en doelstelling
regelsysteem dat de opwek,
Industrie en bedrijven
opslag en het gebruik van duurzame energie regisseert. Een lokaal netwerk koppelt
Naast het terugdringen van de CO2-uitstoot is ons tweede doel het oplossen van de
opwek direct aan gebruik,
netcongestie. Dat is een randvoorwaarde voor een robuuste en duurzame energievoorziening
waardoor het hoofdnet wordt
voor bedrijven en industrie. Samen met netbeheerders, bedrijven en het DEP zetten we in
ontzien – zonder dat daarvoor
op het slim koppelen van vraag en aanbod van (groene) elektriciteit en de ontwikkeling van
extra netaansluitingen of
intelligente energienetwerken, voorzien van batterijen (smart energy hubs) met bedrijven.
netverzwaringen nodig zijn en er
Waar mogelijk en nuttig wordt waterstof, biogas of groen gas daarbij ingezet.
zelfs netcapaciteit vrijkomt. De ongelijktijdigheid van aanbod en
5.3 NETCONGESTIE EN SMART ENERGY HUBS
vraag kan worden opgevangen
Op bedrijventerreinen is de impact van netcongestie groot. Daarom trekken wij samen op met
door opslag in batterijen en door
de netbeheerders om de verzwaring van het elektriciteitsnet te versnellen en daarin goede