CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-02-28 Transcript Raadsvergadering gemeenteraad Deventer 28 februari 2024

Raadsvergadering 28 februari 2024, gemeente Deventer23.938 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

TRANSCRIPT VAN DE RAADSVERGADERING VAN GEMEENTE DEVENTER d.d. 28 februari 2024

Opening De voorzitter: Ik wil u verzoeken om uw plaats in te nemen. Beste raadsleden, leden van het college, aanwezigen in de zaal en kijkers thuis, van harte welkom bij de raadsvergadering van 28 februari 2024. Van harte welkom. We hebben bericht van verhindering van mevrouw Zegel van GroenLinks en mevrouw Eekhuis van de PvdA. Daarmee zijn we als het goed is compleet op twee leden na. Dus 37 raadsleden. En volgens mij, klopt dat inderdaad. Ja. De agenda voert vandaag weer een breed scala aan onderwerpen, aan paar hamerstukken, maar ook debatstukken en dan nog diverse onderwerpen via de moties vreemd aan de orde. We gaan kijken hoever we komen, het zijn er best veel. We beginnen met een inspreker van de Stichting Gezond Water. Verder verwelkomen we vandaag een nieuw tijdelijk raadslid als vervanger van mevrouw Scholthof, die de fractie van het CDA afgelopen zondag heeft verlaten, tijdelijk vanwege haar zwangerschapsverlof. We gaan zo over tot de beëdiging. Maar eerst wil ik met u stilstaan, bij een verdrietiger bericht. Afgelopen maandag ontvingen wij bericht, dat oudraadslid Bram Emens is overleden. Dat was ook maandag trouwens, dat hij overleden is. We kregen daar direct bericht van. Ik wil graag daar even bij, met u bij stilstaan en ik verzoek u, om te gaan staan. Afgelopen maandag ontvingen we het bericht van, dat oud-raadslid Bram Emens is overleden.

Ik wil daar graag even bij stilstaan. In de raadsvergadering van 27 september heeft de raad afscheid genomen van Bram, raadslid voor Deventer Belang en nestor van de raad. September is nog niet zo lang geleden. Zijn vertrek uit de raad was geen keuze, niet zijn keuze, maar een noodzaak. Zijn gezondheid dwong hem daartoe. Bram was ziek en het raadswerk ging niet meer. Daarmee kwam een einde aan een lange tijd van actief raadslidmaatschap en actief zijn in de Deventer samenleving. Bij zijn afscheid zijn terecht, warme en mooie woorden gesproken. Brams overlijden kwam niet als een verrassing, maar toch raakt het ons. Met zijn overlijden nemen we definitief afscheid van een markant Deventenaar. Een sociaal bewogen man, die zich met ziel en zaligheid heeft ingezet voor de stad en vooral ook

2 voor haar inwoners. Vanaf deze plek wens ik zijn vrouw Rietje en zijn dochter Selma, alle sterkte toe. Ik vraag u om een minuut stilte in acht te nemen, ter nagedachtenis van Bram. Spreekrecht De voorzitter: Dames en heren, we gaan verder met de vergadering. Er is een vragenkwartier en er heeft zich een inspreker gemeld van de Stichting Schoon Water, de heer Lobée, secretaris. De insluit, de inspraak sluit zo schat ik in, wat aan bij de motie die laat op de avond aan de orde is, over het gebruik van vislood bij sportvissen. Mijnheer Lobée, u heeft vijf minuten de tijd. Mag ik u uitnodigen? De heer Lobée: Dank u wel voor de gelegenheid om hier in te spreken. Als het over vislood gaat, dan denken de meeste mensen aan dit soort loodjes. Kleine oh, ik zal hem niet stil gaan zetten, kleine gewichtjes. Maar het gaat niet alleen over die kleine gewichtjes, maar ook over dit soort gewichten, die gebruikt worden of dit soort gewichten. Dit is een voerkorf, die worden met name hier in de IJssel gebruikt. Wij hebben het verzoek gehad van Sportvisserij Nederland, om voerkorven te maken met een gewicht van driehonderdvijftig gram. Het is meer als een klein beetje, dat wil ik u even meegeven. Geachte raad van Deventer, dank dat Stichting Gezond Water u mag informeren over vislood. Ja. Herhalen van de boodschap, dat werkt vaak. Maar ik kan u meegeven, dat het wel vervelend is.

Helaas is dat nog steeds nodig. Drie eerdere verzoeken aan de gemeente Deventer over vislood hebben geleid tot, voor kennisgeving aannemen. Gaat er nu wat veranderen in Deventer? Want lood is gif. Het staat in de top tien van stoffen met ernstige gezondheidsrisico’s van de Wereldgezondheidsorganisatie. Het is een prioritaire, zeer zorgwekkende stof. Het geeft hersenletsel bij jonge kinderen en bij kinderen in de baarmoeder. Lood uit de botten van de moeder geeft baby's hersenschade voor de rest van hun leven. U moet dan denken aan IQ-daling en ADHD-achtige verschijnselen. Lood verontreinigt het water, de water- en landbodem en het huisvuil. Sportvissers die zelf loodgieten, vergiftigen hun buurt. Miljoenen watervogels sterven een ellendige dood door loodvergiftiging. Laat uw raad dat doorgaan? ZZS decentraal gaat over het beperken van de, van emissies van zeer zorgwekkende stoffen. De minimalisatieplicht voor zeer zorgwekkende stoffen, die van kracht is vanaf januari 2016 geeft aan, het gebruik beperken en emissie voorkomen. Die geldt zowel voor de gemeente Deventer als ook voor de sportvissers. Sportvissers zijn de grootste bron van lood in het water, ook de onnodigste. De brief van Sportvisserij Nederland toont aan, dat de sportvisserij niet wil veranderen. Een totaalverbod zou zinloos zijn en niet te handhaven.

Maar elk visloodje, dat niet in het water komt of dat niet in het water achterblijft, kan ik beter zeggen, hoeft er ook niet uit te worden gehaald. De sportvisserij handhaaft overigens zelf, de verboden voor vislood. Zoals in Utrecht, in Amersfoort, in Vlaardingen, in Helmond en in de wateren van Amstel, Gooi en Vecht. Dat is een waterschap bij Amsterdam in de buurt. Waarom met lood blijven vissen, als er meer als duizend alternatieven voor zijn? Omdat, ondanks alle informatie over vislood en de gevolgen daarvan, uw college in 2022 het visrecht voor de wateren in Deventer heeft uitgegeven, zonder aandacht voor vislood. Dit verzoek aan u. Laat uw college het visrecht in de gemeente Deventer aanpassen, met een verbod voor vislood. En voorkom daarmee verdere onnodige schade door dat vislood, voor de mens, voor de dieren, voor het milieu en voor het huisvuil. Dat wilde ik u meegeven. Ik kan u nog wijzen op een onderzoek van de Wageningse Universiteit dat aangeeft, dat door vislood schade aan Rode lijst-soorten ontstaat. En wij hebben ook folders over de giftigheid van lood. Daar wil ik het graag bij laten. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Lobée. Dan kijk ik even rond, of er nog vragen zijn over dit onderwerp, deze inspraak.

Niemand behoefte om te reageren? Nee? Dan dank ik u voor uw inspraak en dan gaan we later op de avond … De heer Lobée: Mag ik nog één vraag stellen? De voorzitter: U mag een vraag stellen, maar de vraag is, of u een antwoord krijgt op die vraag. De heer Lobée: Dat is meestal wel gebruikelijk, maar misschien niet in Deventer. Wij komen uit Zeeland, dat is ongeveer tweeënhalf uur rijden van hier. Wij willen graag ook een beetje op een fatsoenlijke tijd thuis zijn. Zou de raad de motie over het vislood, als eerste kunnen agenderen?

3 De voorzitter: Ik kijk even rond, wat is de reactie op de … Ja? Ja, ik zie verschillende berichten uit uw midden, maar … Dus we gaan eerst een benoeming doen, want we zullen dat doen. En dan doe ik de hamerstukken en dan zullen we de motie doen. Zullen we dat als eerste dan, deze als eerste motie vreemd behandelen? Oké. De heer Lobée: Perfect, dank u wel. De voorzitter: Ja, nee, want ik zie meer instemmende reacties voor, om dat voor de debatstukken te doen. Dus dan gaan we dat doen, anders heeft het ook niet zoveel zin. Oké, we, uw verzoek is gehonoreerd. Benoemingen 1.

Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging van mevrouw S.H. Molenaar-Braaksma (CDA)

De voorzitter: We gaan eerst over tot de benoeming. Dat, Teuni Scholthof is dus met zwangerschapsverlof gegaan. Vanaf deze plek, wensen we haar allemaal een goede zwangerschapsperiode van verlof. En dan ook een mooie periode daarna, dat gaan we allemaal wel horen. We hopen, dat we haar over zestien weken hier weer terugzien, in goede gezondheid. Tot die tijd zal Sanneke Molenaar-Braaksma het CDA-geluid in deze raad vertegenwoordigen of mede vertegenwoordigen, maar dan moet ze wel eerst worden toegelaten tot de raad. Daarvoor heeft ze geloofsbrieven overhandigd en die zijn bestudeerd door de Commissie Geloofsbrieven, bestaande uit de leden Visser, Jansen en Kaya. De heer Kaya was voorzitter. Mag ik u het woord geven, mijnheer Kaya, om de bevindingen van de commissie met ons te delen. De heer Kaya: Ja, dank u wel, voorzitter. Voor mevrouw Molenaar-Braaksma heeft de commissie zich met inachtneming van zowel, dat wat is beschreven in de Kieswet als in de Gemeentewet, gebogen over de door haar aangeleverde stukken met verklaringen. De commissie heeft de stukken gecontroleerd en in orde bevonden. Er is uit de stukken niets gebleken, dat een benoeming van mevrouw Molenaar-Braaksma tot lid van de gemeenteraad van Deventer, in de weg staat. Wij heten haar van harte welkom en wensen haar veel succes bij haar werkzaamheden voor onze raad. Tot zover, voorzitter.

De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Kaya. Dank voor het werk van de commissie en dan heffen we ook meteen de commissie op. Mevrouw Molenaar heeft aangeven de bevinding, of de eed te willen afleggen. Dus ik wil vragen of u naar voren wil komen, voor het afleggen van de eed. Dan verzoek ik u allen, om te gaan staan. U heeft aangegeven de eed te willen afleggen. Dat sluit af met, zo waarlijk helpe mij God almachtig. Ik zweer, dat ik om tot lid van de raad benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gun, gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer, dat ik om iets in het ambt te doen of na te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer, dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen, dat ik mijn plichten als lid van de raad naar eer en geweten zal vervullen. Mevrouw Molenaar-Braaksma: Zo waarlijk helpe mij God almachtig. De voorzitter: Van harte gefeliciteerd. Vergadering is even geschorst, zodat u allen haar even kunt feliciteren. Hamerstukken 2.

Benoeming plaatsvervangende leden van de Planadviesraad

De voorzitter: Dames en heren, wij gaan verder met de vergadering en gaan naar de hamerstukken. Dan beginnen we met de benoeming van de plaatsvervangende leden van de Planadviesraad. Zijn er leden van u, die daarover een stemverklaring willen afleggen? Dat is niet het geval. Kunt u zich allen vinden in dit voorstel? Dat is het geval. Dan heeft u aldus besloten.

4 3.

Bestemmingsplan Koerselmansweg 14 en Oerdijk 238

De voorzitter: Dan het bestemmingsplan Koerselmansweg 14 en Oerdijk 238. Iemand die daarover een stemverklaring wil afleggen? Niemand? Kunt u zich allen vinden in dit voorstel? Dat is het geval. Dan heeft u aldus besloten. 4.

Bestemmingsplan Combiplan Buitengebied Deventer 7

De voorzitter: Dan de bestemmingsplan Combiplan Buitengebied Deventer 7. Iemand die daarover een stemverklaring wil afleggen? Niemand. Kunt u zich allen vinden in dit voorstel? Dat is het geval. Dan heeft u aldus besloten. 5.

Bestemmingsplan Oostermaatsdijk 3

De voorzitter: Dan bestemmingsplan Oostermaatsdijk 3. Iemand die een stemverklaring wil afleggen? Niemand. Kunt u zich allen vinden in dit voorstel? Dat is het geval. Dan heeft u aldus besloten. 6.

Wegsleepverordening 2024

De voorzitter: Dan de Wegsleepverordening 2024. Iemand die een stemverklaring wil afleggen? De heer Van den Nieuwenhof, ga uw gang. De heer Van den Nieuwenhof: Ja, dank u wel, voorzitter. Nou, wij vonden als DeventerNU, vijfentwintig procent wat het nu extra gaat kosten, nog wel heel erg veel geld. Dus dat even genoemd hebbende. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Maar gaat u wel voorstemmen of stemt u tegen? De heer Van den Nieuwenhof: Ik stem wel voor, ja. De voorzitter: Verder geen stemverklaringen? Kunt zich allen vinden in dit voorstel? Dat is het geval. Dan heeft u aldus besloten. 7.

Suppletieaanvraag 2023 bommenregeling

De voorzitter: Dan de Suppletieaanvraag 2023 voor de bommenregeling. Stemverklaringen? Nou ja, geen redenen. Kunt u zich allen vinden in dit voorstel? Dan heeft u aldus besloten. 8.

Wijziging Gemeenschappelijke regeling PlusOV

De voorzitter: Dan de wijziging Gemeenschappelijke regeling PlusOV. Iemand die daarover een stemverklaring wil afleggen? Niemand. Kunt u zich allen vinden in dit voorstel? Dat is het geval. Dan heeft u aldus besloten. 9.

Financiële verordening Deventer 2024

De voorzitter: Dan de Financiële verordening Deventer 2024. Iemand die een stemverklaring wil afleggen? Niemand. Kunt zich vinden in dit voorstel? Dat is het geval. Dan heeft u aldus besloten. 10.

(Her)benoeming leden van de vertrouwenscommissie

De voorzitter: Dan de herbenoeming van de leden van de vertrouwenscommissie. Iemand die daarover een stemverklaring wil afleggen? Niemand. Dan kunt u zich allen vinden in het voorstel? Dan heeft u aldus besloten.

5 11.

Chw bestemmingsplan Snippergroen 2023 deel 2

De voorzitter: Dan het bestemmingsplan Snippergroen 2023 deel 2. Stemverklaring van de heer Van der Meulen, ga uw gang. De heer Van der Meulen: Ja, voorzitter, dank u wel. Ja, twee raadsvergaderingen geleden hadden we gedacht voor de laatste keer, tegen het Snippergroenbeleid te moeten stemmen. Maar dit is een restantje. Nou ja, wij stemmen tegen om de bekende reden, dat ja, mooi openbaar groen particulier grijs kan worden. Wij stemmen tegen. De voorzitter: Waarvan akte. Dan mevrouw Schmidt, ga uw gang. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik zal het niet zo lang houden als mijnheer Van der Meulen. De fractie van Deventer Sociaal zal tegenstemmen. De voorzitter: Dank u wel. Verder kunt u zich allen vinden in dit voorstel? Dat betekent, dat het voorstel is aangenomen. Met dien verstande, dat aangetekend wordt, dat de fracties van gemeente, GroenLinks en van Deventer Sociaal geacht hebben tegengestemd. Daarmee ronden we de hamerstukken af. Debatstukken 17

Motie vreemd: Voorkomen van verontreiniging oppervlaktewater door vislood (GL-D66)

De voorzitter: En komen we tot het eerste debatstuk. Dat wil zeggen, we gaan eerst naar de Motie vislood. Op uw verzoek. De heer Van der Meulen heeft het woord, om de motie toe te lichten. De heer Van der Meulen: Ja, dank u wel, voorzitter. Verrassing, dat we inderdaad zo snel aan de beurt zijn. Motie van D66 en GroenLinks en mede ingediend door de SP, door DENK en de PvdA. Ja, toen ik voor het eerst van de vislood problematiek hoorde, dacht ik ook van, ja, hoe kan dit nu een probleem zijn? Een visser die af en toe een stukje lood verliest in het water. Om wat voor een hoeveelheid gaat het dan? Dacht, dat valt eigenlijk best wel mee. Hoe kan dat nou een milieuprobleem veroorzaken? Nou, toen zijn we daar als fractie, ons verder in gaan verdiepen. Zijn aardig wat rapporten over geschreven. Toen schrokken wij ons toch wel een hoedje, om het zo maar even te zeggen. Want het gaat om enorme hoeveelheden lood, die vaak onbedoeld in onze plassen en sloten terechtkomen en verdwijnen in het milieu. Opgenomen worden door organismen, die daarin leven en uiteindelijk accumuleren in vogels, vissen en soms ook mensen. Lood is een gevaarlijke stof voor mens en dier, het heeft grote gevolgen voor het watersysteem. Niet voor niets is er ook een verbod op loden waterleidingen of loodhoudende verf.

Gelukkig wordt erin ook, of in Europa ook gewerkt aan een verbod op het vislood, maar dat duurt allemaal heel erg lang. Gelukkig besluiten steeds meer gemeenten, waterschappen of provincies zelf het heft in handen te nemen en een verbod in te stellen. En dat kan ook, want er is een goed alternatief beschikbaar. En dat is niet schadelijk voor het watersysteem, bijvoorbeeld steen, glas, we hebben er net al iets over gehoord. Dus het gaat er nu om van, waarom moeten we nu wachten als we weten, dat het slecht is voor ons watersysteem? We gaan erover als gemeente en wij kunnen als milieubewuste gemeente Deventer zelf in actie komen en een verbod instellen. Dat is even als eerste toelichting op mijn of op onze motie. De voorzitter: Dank u wel. Reacties vanuit de raad? Niemand. Ja, de heer Smeenk, ga uw gang. De heer Smeenk: Ja, voorzitter, dank je wel. Eigenlijk een vraag aan de heer Van der Meulen. Het is nu, dat verbod is wat mij betreft, een beetje een top down-dingetje zo van, nou, we zullen even zeggen, dat het niet mag. Ja, prima. Maar ik ben bang, dat heel veel mensen zich daar niet veel van aantrekken. En handhaving op het gebruik van lood, daar zie ik best wel een probleem. Is het niet beter om het college een opdracht te geven, om in overleg met visverenigingen, verkopers van de visspullen, de waterschappen, de grondeigenaren en andere

6 noem maar op stakeholders, zoals dat mooi heet, om vanuit een, vanuit die motivatie om hun te motiveren? En te proberen om het loodgebruik zo op die manier aan banden te krijgen, dat je het bottom up doet en niet top down naar beneden drukt zo van, je moet het maar even doen. Volgens mij, gaat dat niet werken. Dan komt toch het recalcitrante gedrag van heel veel mensen toch wel naar boven. Misschien bij mij ook wel. De voorzitter: De heer Van der Meulen. De heer Van der Meulen: Ja, dank u wel. Ik wist niet, dat de heer Smeenk ook visser is, maar, in zijn vrije tijd. En recalcitrant is. Dat wist ik trouwens wel, af en toe, maar … Nee, waar het om gaat, ja, handhaving hè of top down. Ja, nou ja, op landelijk niveau wordt er al gewerkt hè, met het ministerie en de sportvisserij om een ja, die hebben een convenant afgesloten jaren geleden al, om het gebruik te reduceren. Nou, uit diverse rapporten blijkt van, dat werkt niet. Dat, of onvoldoende in ieder geval. Het gebruik neemt maar mondjesmaat af, dus er zijn andere stimulansen nodig. Wij denken dat, we hebben wel wat positiever mensbeeld. Kijk, als je een verbod instelt, kun je zeggen van ja, dan moet je ook alles gaan handhaven. Het gaat erom, dat het een normerende werking heeft. Op het moment dat je zegt, als gemeente vinden we het milieu heel belangrijk.

En wij vinden, dat we van vissers verwacht, kunnen verwachten, dat als zij vissen, dat ze dan een alternatief gebruiken, wat gewoon in de winkel te koop is. Waarom kunnen we dat niet van hen vragen? Dat is het enige, waar het om gaat. Dus het is niet zozeer, top down. Het is gewoon, het is slecht voor het milieu, dus je verbiedt het. Dat is hetzelfde als het gooien van afval op straat, dat verbieden we ook. De voorzitter: Dan de heer Van Wijk, die wil erop doorgaan. De heer Van Wijk: Dank, voorzitter. Aanvullend op het antwoord, wil ik nog een tweede deel doen. Er zijn ook goede ervaringen met, dat het handhaven niet per se door de gemeente en de boa’s wordt gedaan, maar het handhaven door de visserijverenigingen zelf. Dat zij hun eigen leden erop aanspreken. Dan ga je als gemeente zelf in gesprek en ga je het handhaven op het handhaven. Daar hebben zij goede resultaten van. Dus ik maak mij niet zo zorgen over de handhaafbaarheid. Dank, voorzitter. De voorzitter: Oké, dank u wel. De heer Smeenk nog. De heer Smeenk: Ja, nou, daar wil ik dus eigenlijk best wel een beetje op aanhaken. Volgens mij is het dan heel goed, dat een, het college of net zo wat, dat je dan toch wel in gesprek gaat met die visvereniging hier in de buurt en omgeving, om de mensen echt bewust van te maken, dat het ook zo is.

En dat je ook de verkopers van je spullen ook bewust maakt, dat het spul ook niet meer te koop kom in deze omgeving. Dus ik denk, dat het een en-en verhaal moet zijn en niet alleen het verbieden van, maar dat is een mening. De voorzitter: Oké. Dan de heer Donkers. De heer Donkers: Ja, daar wil ik dan wel een vraag van maken. Heeft de heer Van Wijk of de heer Van der Meulen de moeite genomen, om met die visserijverenigingen en met die vissers in gesprek te gaan? Over de suggestie, die de heer Van Wijk doet. De voorzitter: De heer Van der Meulen. De heer Van der Meulen: De, sorry, het laatste stukje verstond ik niet, de suggestie … De heer Donkers: De heer Van Wijk vertelt, dat het mogelijk zou kunnen zijn, dat de visserijverenigingen zelf gaan handhaven. De heer Van der Meulen: Oh.

7 De heer Donkers: Dat roept dan de vraag op, of de moeite daarvoor is gedaan, om ze dat te vragen. De heer Van der Meulen: Nee, dank u wel, nu snap ik de vraag. Als antwoord op de heer Donkers. Wij hebben, als gemeente hebben wij pachtovereenkomsten met Sportvisserij Oost-Nederland en met IJssellandschap. Dus zo is het juridisch geregeld. Op het moment, dat wij als gemeente, het college in gesprek willen gaan met sportvisserij, dan gaat het via die pachtovereenkomsten. We hebben dus niet als college of als gemeente, hebben wij te maken met individuele vissers. De Sportvisserij, die geeft de visrechten, de visvergunningen uit. Dat zijn dus de partners, waar wij als gemeente mee spreken. Dus op het moment, dat wij het hebben over een verbod hè en dat is wat de motie opdraagt, om daar het, de overeenkomsten te actualiseren en het verbod in op te nemen. Dan komen we automatisch met hen in gesprek. De voorzitter: Mijnheer Donkers. De heer Donkers: Dus gewoon met een knuppel de deur in en zeggen vervolgens, in gesprek te willen gaan. Dat is interessant. Ik heb nog wel een andere vraag en dat gaat over de voorbeelden, die de heer Van der Meulen terecht gebruikt. Want mijn fractie deelt de zorgen, die lood heeft op het oppervlaktewater. Maar al die andere verboden, zoals op leidingen, of benzine of verf kwamen vanuit Brussel of Den Haag.

Simpelweg, omdat het dan eenduidige regelgeving is. Waardoor ook voor iedereen te volgen is, waar het vandaan komt. Dat het, regels niet verschillen als je vijf stappen verder doet in de uiterwaarden. Mijn vraag is of de heer Van der Meulen toch niet wil overwegen, om even te wachten tot 2024. Dan komt de Europese Commissie met wet- en regelgeving. Als die er niet is, dan spreken we elkaar eind 2024 weer. En dan is mijn fractie ook bereid om in te stemmen met een motie, als er tegen die tijd nog geen regelgeving is. Dat aanbod doe ik. De voorzitter: De heer Van der Meulen. De heer Van der Meulen: Ja. Ja, dank u wel voor het aanbod. U weet net als ik, hoe Europese regelgeving werkt. Het is hoogst onzeker of dat of daar, dit jaar nog over besloten wordt. Er komen eerst nog verkiezingen en het kan zomaar eens een andere wind gaan waaien. Daarbij komt, stel dat er wordt besloten, het moet geïmplementeerd worden, het moet uitgerold worden. Dan ben je zo vier tot zes jaar verder. Op het moment dat je zeker weet, dat iets slecht is voor het milieu, dan is er geen ja, eigenlijk geen optie om dan langer te wachten. Op het moment, dat wij nou als Deventer echt iets heel vreemds zouden doen door dit voor te stellen, dan denk ik van nou, dan zie ik wel iets in het voorstel van de heer Donkers, om te wachten. Maar talloze gemeenten zijn ons al voorgegaan.

Waterschappen zijn ons voorgegaan, omdat ze weten van, elk jaar wachten betekent een verslechtering van het milieu. Dus ik doe het aanbod aan de heer Donkers, om toch stoer te zijn, door te pakken. Als je milieubeleid serieus neemt, dan stem je nu in met een verbod. De voorzitter: De heer Smeenk, Ja, de heer Donkers nog een keer. De heer Donkers: Ja, met versnipperde regelgeving wordt het voor de inwoners niet duidelijker. Jammer dat deze, dit aanbod niet wordt aangenomen. De voorzitter: Oké. De heer Smeenk. De heer Smeenk: Ik wil me eigenlijk ook aansluiten, bij de woorden van de heer Donkers. Nou ja, nu die Europese regelgeving. Dan kun je in de tussentijd, kun je gelijk ook de stakeholders gaan benaderen in de tussentijd, tot die Europese wetgeving is. En dan kun je er ook beter een bottum up-verhaal van maken. Maar u wil dat niet, dus houdt het op. De voorzitter: Waarvan akte. De heer Van der Meulen nog een keer.

8 De heer Van der Meulen: Ja, dit is natuurlijk een beetje flauw hè, versnipperde regelgeving. We hebben het hier over Deventer en we hebben het hier over onze oppervlaktewateren, die verontreinigd worden door vislood. Dat is een acuut probleem. Nu gaan we opeens wachten op Europa, dat is nog allemaal heel onzeker. Op het moment, dat wij weten, dat staat vast, dat zullen de heren Smeenk en Donkers ook met mij eens zijn, dat er een milieuprobleem is, dan kunnen we nu actie ondernemen. En dus Europa, die legt ons geen strobreed in de weg, om zelf een verbod op te stellen. En natuurlijk in samenspraak met de vissers. De vissers geeft het alleen maar duidelijkheid op het moment, dat wij zeggen van, hier doen we het niet. Die versnipperde regelgeving waar de heer Donkers op doelt, ja, die is er al, want we werken al diverse gemeenten met verboden voor nou, vissen met lood. Dus laten we ons daarbij aansluiten, dan wordt het minder versnipperd. De voorzitter: Uitstekend. Ik stel voor, dat we naar de zijde van het college gaan. Wethouder Van Essen. De heer Van Essen: Ja, voorzitter, dank u wel. In reactie op de motie geeft het college graag mee, dat zij een sterke voorkeur heeft om dit boven lokaal of Europees te regelen, zoals enkele fracties ook al aangeven. Dat zit ook in de pijplijn. Werd ook al aangeven, dat de Europese commissie daar dit jaar ook een besluit over neemt.

Tot die tijd is, omdat natuurlijk verkoop ook gewoon doorgaat, is handhaafbaarheid een aandachtspunt. Maar het is technisch echter wel mogelijk, om dit bij nieuwe pachtovereenkomsten of verlenging daarvan, vast te leggen. Daarmee geeft het college ook graag mee, dat het wat ons betreft, oordeel raad is om over deze motie te stemmen. De voorzitter: Uitstekend. Dan zou mijn voorstel zijn, om te gaan stemmen. Kan dat? Of is er behoefte aan een tweede termijn? Ja? Dan gaan we stemmen. Yes. De motie is aangenomen met vierentwintig stemmen voor, dertien stemmen tegen. Tegen hebben gestemd Gemeentebelang en VVD. Motie is aangenomen. -

Verzoek vanuit de raad.

Mevrouw Te Boekhorst: Dank u, voorzitter. Met mij zijn een aantal mede-raadsleden vanmiddag op een heel mooi werkbezoek geweest, bij een kindcentrum in Deventer. En zij zijn bezig om een rolstoelschommel te faciliteren voor kinderen met een beperking, die in een rolstoel zitten. Omdat ze niet kunnen schommelen op dit moment op de schoolpleinen, die zij hebben. Daarvoor hebben ze ontzettend veel geld bij elkaar gezameld, maar net niet genoeg. Ze hebben, door een flinke tegenvaller komen ze nu niet helemaal uit. Nu komen ze met het verzoek bij de gemeente, om toch dat laatste zetje te geven. Dus met mij denk ik, hoop ik mede-raadsleden het verzoek aan het college, om te kijken of ze in gesprek kunnen gaan met deze organisatie. Om toch eventueel nog een klein bedrag te kunnen vrijmaken, om deze schommel te faciliteren. De voorzitter: Wethouder Duursma, kan u daar iets over zeggen? Mevrouw Te Boekhorst: Voorzitter, nog de vraag vanuit de zaal, het gaat ongeveer om achtduizend euro. De voorzitter: Wethouder Duursma, ga uw gang. Mevrouw Duursma: Dank u wel, voorzitter. Ik was vanmiddag bij het bezoek en ik heb inderdaad gezien, wat het vraagstuk is. Er is inderdaad een heleboel geld door allerlei bedrijven ingezameld. Dit heeft te maken met de ondergrond, waar dit, deze schommel dan op geplaatst zou worden.

Waarvan ze dachten, het kan gewoon op de bestaande ondergrond, maar dat bleek niet te kunnen. Dat is het vraagstuk. Ik ben bereid, om daar in ieder geval over in gesprek te treden en aan uw raad terug te melden, hoe we dat zouden kunnen oplossen. De voorzitter: Uitstekend. Nou, beetje buiten de orde, maar wat mij betreft, klaar zo. Ja? Ja, ik doe ook maar wat, ja. We waren best lekker bezig, ja hè, vond ik ook wel ja.

9 12.

Integraal Huisvestingplan Onderwijs 2024-2040

De voorzitter: Dan gaan we over naar de debatstukken, het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2024-2040. Er is verschillende keren over gesproken in uw raad en vandaag gaan we daarover besluiten. Er zijn twee amendementen en twee moties. En ja, dat was wel aangekondigd bij de voorzitter. U had een vraag. Mevrouw Te Boekhorst, ga uw gang. We gaan nu wel serieus over dat amendement en de moties en we beginnen met twee amendementen. Het eerste amendement is het amendement Extra budget IHP van GroenLinks. De heer Jansen zal dat amendement toelichten. De heer Jansen: Nou, dat biedt perspectief, als we er zo in gaan zitten deze wedstrijd. Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, samen met de ChristenUnie, Deventer Sociaal en de SP willen we graag een amendement indienen, om een budget voor de uitvoering van de actielijnen te verhogen. Het leest ook in het amendement. Het wordt nu volgens dat in het raadsvoorstel, honderdvijfentwintigduizend. Wij willen daar tweehonderdvijfentwintigduizend van maken, zodat ook versneld het onderzoek naar het binnenklimaat van onze basisscholen, waarvan algemeen bekend is, dat het binnenklimaat in onze klaslokalen vaak heel slecht is. Dat is al een, al langere tijd natuurlijk een probleem, maar we willen graag zo snel mogelijk aan de slag. Daarom willen wij graag dit extra geld beschikbaar stellen. De voorzitter: Dank u wel.

Reacties uit de raad? De heer Kaya. De heer Kaya: Ja, voorzitter, misschien zullen andere raadsleden deze vraag ook gaan stellen. Maar die honderdduizend euro, waar is dat uit, waar bestaat dat uit? Hoe komt u bij dat bedrag? De voorzitter: De heer Jansen. De heer Jansen: Nou, er moet natuurlijk nog een offerte worden aangevraagd en dergelijke hè. Wordt nu aangekondigd in het IHP, om dat te gaan uitvoeren. Dus we zitten nog vrij vroeg. Maar wij hebben gedacht, dat de honderdduizend ja, het kan, wat u wil. Als u honderdtien of honderdtwintig of iets minder, daar kunnen we natuurlijk over praten. Het bedrag is in bepaalde mate arbitrair. Maar we willen graag het college de ruimte bieden, om hiermee aan de slag te gaan, zo snel mogelijk uit te voeren. En zoals ook in het amendement staat, als natuurlijk, het liefst willen we dat natuurlijk zo goedkoop mogelijk uitgevoerd hebben, dat onderzoek. Maar alles wat overblijft, natuurlijk terugstorten naar de algemene middelen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Kaya. De heer Kaya: Ja, voorzitter. Dan zou ik van de wethouder ook willen horen, of dit bedrag … De voorzitter: Ik heb zomaar het vermoeden, dat de wethouder hier ook iets over gaat zeggen. De heer Hoogenberg. De heer Hoogenberg: Dank u wel, voorzitter. Inderdaad, aansluitend op de vraag van de heer Kaya, anders had ik hem zelf gesteld.

Maar inderdaad, u noemt die of de heer Jansen noemt die honderdduizend euro. En u, de heer Jansen zegt het zelf ook al even, als er wat overblijft, dan vloeit dat wel weer terug naar de algemene middelen. Maar we hebben dus geen idee, of die honderdduizend euro voldoende is. Ja, als er wat overblijft, dan kan het terug. Maar wat als we tekort komen, wat als het twee ton blijkt te zijn, wat gaan we dan doen? De voorzitter: De heer Jansen.

10 De heer Jansen: Nou, aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kunnen we zeggen, dat dit voldoende is. Het is, kijk, weet u, het is een onderzoek hè? Dus dit is al vrij ruim begroot, is onze inschatting. Dus er zal ongetwijfeld geld overblijven. Maar als u denkt, dat we geld tekort komen. Wij willen ook gewoon graag, dat het college vaart kan maken, dat met een acuut probleem in onze klaslokalen. We willen gewoon geen tijd meer verliezen. Als dan B&W weer terug moet komen van, we komen weer wat geld tekort, dat vinden we gewoon zonde. We willen graag het vertrouwen geven aan B&W, dat ze hier zorgvuldig mee omgaan met het geld, waar ze, waar we hen toestemming zou, voor zouden willen geven. En dat ze wat over is, terugstorten. Wat overigens, ook gebruikelijk is hoor. Dus in die zin, is het helemaal niet heel erg nieuw, maar … De voorzitter: De heer Hoogenberg. De heer Hoogenberg: Heb ik nog een kleine vervolgvraag over de dekking. Is er ook nog gekeken naar andere potjes, waar mogelijk wat uitgehaald kan worden? Want de algemene middelen, ja, dat is toch vrij eenvoudig. De voorzitter: De heer Jansen. De heer Jansen: Nou, wij vonden de suggestie van B&W, om het te dekken uit de algemene middelen, wat we, ook met andere potje doet, vonden wij wel nou, niet eenvoudig, vonden we wel aanvaardbaar. Maar als u het eenvoudig vindt, dat is aan u dan.

De voorzitter: CDA, de heer Evers, ga uw gang. De heer Evers: Dank u wel, voorzitter. Ja, CDA maakt ons zorgen ook over dat binnenklimaat. Maar in dit IHP wat we nou net gaan vaststellen, staan vijf pijlers. Maar er staan ook zeven speerpunten voor de korte termijn. Eigenlijk zat ik nog eens goed na te lezen. Een van die speerpunten is, dat we op zoek gaan naar quick wins voor duurzame en fijne scholen, frisse gymzalen. Dat is volgens mij nou precies, waar dit amendement op toeziet. Er is geld om onderzoek te doen. Een van die quick wins die benoemd zijn, gaat over dit binnenklimaat. Dus ik vraag me af, wat dit amendement toevoegt aan de plannen, die het college in dit IHP al presenteert. De voorzitter: De heer Jansen. De heer Jansen: Wij willen graag, dat B&W zo snel mogelijk, versneld aan de slag gaat met dit onderzoek. Daarvoor willen wij dus extra middelen beschikbaar stellen, om versneld aan de gang te kunnen. De voorzitter: De heer Evers. De heer Evers: Ja, ik lees dat in het woord quick win. Maar ik hoor graag de wethouder, wat zij onder een quick win verstaat. De voorzitter: Dan de heer De Niet. De heer De Niet: Dank u wel, voorzitter. Ja, wij hebben, dit amendement dienen we samen in natuurlijk met de heer Jansen. En even inderdaad, zoals het er nu staat in het IHP gaan we, wordt dit pas in 2025 opgepakt.

En komt het college, want het college heeft ook geld nodig om dit te doen, met, bij de Voorjaarsnota met extra geld en met extra middelen. En ja, samen met GroenLinks delen wij die zorgen over dat binnenklimaat en vinden wij het belangrijk, om dat naar voren te halen. Omdat, dat gezond binnenklimaat heeft direct een relatie met ook een gezonde leeromgeving en een goede leeromgeving. Dus laten we daar niet mee wachten en laten we dat zo snel mogelijk doen. Het college kan daarmee nu aan de slag, direct aan de slag, als we dit amendement aannemen. Dan kan er bij de Voorjaarsnota eventueel nog wel een correctie plaatsvinden als we ontdekken, dat het of te veel of te weinig is.

11 De voorzitter: Dank u wel. De heer Kamphuis. De heer Kamphuis: Dank u wel, voorzitter. Ja, in het verlengde van de heer Evers, vragen wij ons ook eigenlijk af, wat dit amendement toevoegt, maar om een andere reden. Volgens mij weten heel veel scholen prima, wat er aan de hand is met het binnenklimaat. Men zijn er in het recente verleden gewoon soms ook andere prioriteiten gesteld. Dus ik vraag me af, of wij een ton moeten gaan uitgeven samen met mijn fractie, om scholen te vertellen, wat ze al weten. En om ze iets aan te gaan sporen, waarvoor ze toch al aan worden gespoord. De voorzitter: De heer Jansen. De heer Jansen: Ja. Ja, dat vraagt u zich af, ja. Ja, daar zijn wij het niet mee eens, we zijn de indieners van dit amendement. Wij zien wel degelijk een rol in die, ook wel in die aanjagende functie, die de gemeente kan hebben soms, om problemen aan te kaarten, bespreekbaar te maken. We kunnen diep duiken in de geschiedenis, wie nou, welk geld op het verkeerde moment heeft uitgegeven en dergelijke. Dat is best complex in het onderwijsveld. Dus ik zou denken van, laten we alsjeblieft gewoon oog hebben voor de kinderen, die ook nu in die klaslokalen zitten. Die kinderen die daar nu in zitten, de slechte lucht inademen, die moeten we ook gewoon daar maximaal voor inzetten. Dat verdienen ze ook, vinden de indieners van dit amendement. De voorzitter: Oké. De heer De Niet.

De heer De Niet: Ja, in aanvulling dan daarop, zou ik richting de heer Kamphuis willen zeggen. Inderdaad, het gaat niet alleen om het vaststellen, dat er een probleem is en dat is inderdaad wel bij veel scholen wel duidelijk, maar ook in beeld brengen wat de quick wins zijn, wat de snelle oplossingen zijn. Daar hebben die scholen over het algemeen denk ik, een minder duidelijk beeld van. Dat is ook wat ons betreft, onderdeel van dat onderzoek. De voorzitter: Dank u wel. De heer Kamphuis nog en dan de heer Kaya. De heer Kamphuis: Nee, dank u wel, voorzitter. Een hele korte reactie. Ik denk, dat de scholen heel goed weten wat de oplossingen zijn, wat de quick wins zijn, maar dat er gewoon bewust andere keuzes zijn gemaakt. Maar daar verschillen we denk ik, over van mening. Dank u wel. De voorzitter: Oké. De heer Kaya. De heer Kaya: Ja, voorzitter. Ik wil natuurlijk niet zeggen, dat wij niet voor die kinderen zijn, dat die kinderen op scholen niet frisse lucht moeten inademen. Maar ik vraag me af of dat geld, wat dat uitmaakt om het te versnellen. Die begrijp ik even niet. Want dus als er een ton extra zou komen, dan gaat het veel sneller? De voorzitter: De heer Jansen. De heer Jansen: Ja. Ja, dan trek je het onderzoek naar voren. En ook, komt het dus, komt het ook eerder in de maatregelen, die daarin worden opgesomd in dat rapport, komen ook eerder in beeld.

Dan kun je, heb je een jaar winst. Nou, dat is een leerjaar. Ik wil gewoon geen tijd verliezen. Dat is zonde om ieder jaar, leerjaar wat je hier verliest, dat is gewoon zonde. En we weten het allemaal, dus we moeten gewoon eens een keertje doorpakken. De voorzitter: De heer Van Wijk. De heer Van Wijk: Dank, voorzitter, even korte reactie op collega Kamphuis. Er wordt gesteld, dat scholen precies weten wat er aan de hand is. Ik durf ook wel, tegenovergestelde te beweren. Of dat nou feitelijk is, die stelling, vraag ik me sterk af. Ik denk, dat er heel veel scholen zijn, die niet precies weten hoe slecht of hoe goed hun klimaat is. Er is wel wat in het rapport of IHP wat over opgenomen. Als we het echt hebben over normen als frisse scholen, moet er echt wat gebeuren en wat de indieners ook pogen te doen. Wij zijn er natuurlijk als onderwijspartij

12 D66, ook heel erg voor, echt zo snel mogelijk op orde brengen. Dus ik vind, ik wil even dat argument tegenspreken. Ik weet uit eigen werkervaring, dat dat vaak niet bekend is. Vooral met de nieuwe normen. De voorzitter: Uitstekend, dank u wel. Zullen wij naar de zijde van het college gaan? Ja, mevrouw Duursma. Mevrouw Duursma: Dank, voorzitter. Ik denk dat iedereen wil, dat de scholen fris zijn voor de kinderen. Ik denk dat dat ook in het IHP, nadrukkelijk is opgenomen als speerpunt drie, de quick wins duurzame en fijne scholen en frisse gymzalen. Dat betekent dat in het IHP staat, dat wij een plan van aanpak opzetten in 2024 en de uitvoering in 2025 start. Als wij hier een onderzoek naar doen, dan zouden we dat moeten uitbesteden. Want als de afspraken die wij in het IHP hebben gemaakt met het onderwijs, ook in de volgorde die het onderwijs daarin belangrijk vindt. Dus dit is een proces van onderhandelen geweest, ook de wijze waarop we dit hier hebben opgeschreven. Het is dus niet zo in ons, in de ogen van het college, dat we hier niets aan doen. We vinden het belangrijk, daarom staat het hier ook. De vraag is alleen en daar wringt wat ons betreft, wat het college betreft de schoen, om dit op dit moment naar voren te halen. Wij zouden dit soort dingen moeten, voor het IHP afgewogen worden bij de Voorjaarsnota.

Dat is ook de reden, dat wij deze motie niet ontraden of dit amendement ontraden. Excuus. De voorzitter: Oké, heldere positie van het college. Reacties nog, tweede termijn? Niemand? Dan gaan we … Ja, de heer … De heer Jansen: Ja, ik was ook wel benieuwd, of het college bereid is om een beetje mee te denken, om toch te proberen het proces te versnellen. Dat we wel versneld of zo snel mogelijk in ieder geval, met dat onderzoek aan de gang kunnen. Of het college daar handvatten voor ziet of dat zij zegt, nou ja, als u dat wil, dan moeten we zelf een oplossing bedenken of zelf geld extra fiatteren. De voorzitter: Wethouder Duursma. Mevrouw Duursma: Als je dit wilt binnen de bestaande capaciteit van de organisatie, dan betekent het keuzes maken. Dus dan moeten we echt gaan veranderen. Als je hier een bureau op zet en dan krijg je alleen een rapport naar de quick wins. Dan doe je alleen een rapport hè, dan betekent het nog niet oplossen. Als je hier een bureau op zet, dan betekent het, dat we daarvoor op dit moment geld zouden moeten hebben, wat wij op dit moment niet in onze begroting hebben zitten. Dus dat, daar maakt, daar wringt voor ons de schoen. De voorzitter: De heer Jansen nog een keer, ja. De heer Jansen: Ja, ik begrijp dat het, dat ontraden, dat blijft staan. Maar nou, ik ben wel benieuwd, hoe dat in de raad ligt.

Begrijp wel … De voorzitter: Nou, daar heb ik een oplossing voor. De heer Jansen: Nou ja, ja, maar als dat eenmaal is gebeurd, dan is het weer te laat. Dus ik ben, kijk, weet je, ik ben natuurlijk, ik wil ook graag, dat we dat binnenklimaat eens een keertje versneld aanpakken. Dus als er draagvlak is, om zo'n voorstel op B&W die extra ruimte nu versneld te bieden, dan, dat zou natuurlijk wel een kans zijn die we denk ik, niet moeten laten passeren. Ik zie, dat er iemand … De voorzitter: De heer Van Wijk nog. Ja. De heer Van Wijk: Ja, dank, voorzitter. Ik probeer de vraag wat korter en anders te beantwoorden. Zijn er andere mogelijkheden, om dit versneld toch te laten plaatsvinden? We hebben het over geld, maar volgens mij kan de raad daarover gaan. Maar is er een andere vorm dan dit amendement, om dit wel in die snelheid te krijgen? De voorzitter: Wethouder Duursma.

13 Mevrouw Duursma: Dank, voorzitter. Nou, je hebt een onderzoek nodig naar die quick wins. Dan blijft nog steeds staan, dat de verantwoordelijkheid voor het binnenklimaat, een verantwoordelijkheid van de scholen is. Dus ook het, ook de investeringen die daarbij horen, moeten de scholen doen. Zo hebben we het op dit moment in Nederland geregeld. In het IHP staat, dat wij in een bepaalde volgorde dit soort dingen willen uitvoeren, dat wij ook het onderzoek naar die quick wins willen doen. Dat is feitelijk al een tegemoetkoming aan de scholen. De voorzitter: De heer Van Wijk en dan gaan we afronden. De heer Van Wijk: Ja, laatste vraag, voorzitter, dank. Maar we kunnen in de prioritering, dit toch ook naar voren halen of staat hij als eerste? Ik hoor hier, een wat ander antwoord. De voorzitter: Wethouder Duursma. Mevrouw Duursma: Nee, hij staat als punt drie in het IHP. Dus niet als eerste. De voorzitter: Oké. Ik stel voor, dat we gaan stemmen. Ja? Laten we dan … De heer Jansen: Dan zou ik alvast willen aankondigen, een korte schorsing na deze behandeling. Eventjes, even kort te schorsen. De voorzitter: U wilt nu schorsen? De heer Jansen: Nee, daarna. Na de, want we hebben nog een amendement en een motie, toch? Dus dan, als dat nodig is, straks een schorsinkje. Oké. De voorzitter: Dus we gaan eerst sowieso de andere motie behandelen.

We gaan nu naar de motie of nee, sorry, het amendement IHP – kinderopvang van de PvdA. De heer Hoogenberg. De heer Hoogenberg: Dank, voorzitter en ere wie ere toekomt. Dit amendement is met veel dank aan de bevlogenheid van fractiegenoot Lauraine van den Berg, tot stand gekomen. Aan mij het genoegen, om hem hier in te brengen. In het IHP voor het Deventer onderwijs 2024-2040, hoofdstuk twee, pagina negenentwintig wordt in de actiepunten benadrukt, dat de gemeente altijd kijkt naar mogelijkheden om in en rond schoolgebouwen, ook huisvesting van netwerkpartners in de kinderopvang, zorg, cultuur, sport en welzijn mogelijk te maken. Daarnaast kan de gemeente door nieuwe afspraken over huisvesting van maatschappelijke netwerkpartners in schoolgebouwen, huisvesting voor kinderopvang voorfinancieren als daar langdurige huurovereenkomsten tegenover staan. Deze op zichzelf staande actiepunten stemmen ons uiteraard tevreden. Maar, hoewel de gemeente al zeer actief in gesprek is met de onderwijs- en kinderopvangpartners, zouden wij graag zien dat er vastgelegd wordt, dat de gemeente in deze gesprekken niet alleen bij nieuwbouw, maar ook bij bestaande bouw meedenkt, over de positie van de kinderopvang. In samenspraak met de onderwijs- en kinderopvangpartners wordt waar mogelijk, de realisatie van de kinderopvang in of rond bestaande schoolgebouwen ondersteund.

Vanuit de wens die positie te verankeren in de gesprekken, dienen wij dit amendement in. Deze wordt mede ingediend door de fracties van de SP en Deventer Sociaal. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Hoogenberg. Reacties uit de raad. De heer Kamphuis, ga uw gang. De heer Kamphuis: Dank u we, voorzitter. Ja, even een korte vraag. Het amendement gaat alleen over de kinderopvang, terwijl in het dictum een heel rijtje staat met mogen, zorg, sport, et cetera. Waarom alleen kinderopvang en niet de rest ook? De voorzitter: De heer Hoogenberg.

14 De heer Hoogenberg: Dat is een goede vraag. Daar kunnen we voor kiezen, maar ik denk dat dat niet haalbaar is. En dat het op dit moment het best haalbaar is, om voor de kinderopvang te kiezen. Daarom hebben wij die afweging ook gemaakt. De voorzitter: Kamphuis. De heer Kamphuis: Dank u wel, voorzitter. Ben ik benieuwd, wat de wethouder daarop te zeggen heeft. Daar gaan we vast op reageren. De voorzitter: Uitstekend. Ja, nog, ja. De heer Hoogenberg: Als dat zo blijkt te zijn, dan zijn we uiteraard bereid om het aan te passen naar alle maatschappelijke partners. Laat daar geen misverstand over bestaan. De voorzitter: Ja, de flexibiliteit is groot vanavond. Ja. Verder geen punten vanuit de raad? Dan gaan we naar de zijde van het college. Wethouder Duursma, ga uw gang. Mevrouw Duursma: Dank, voorzitter. Het is zo dat op dit moment, de kinderopvang vaak huurt van de school, waar ze in gevestigd zijn. En dat betekent dus, dat het hele gebouw op dit moment onderwijshuisvesting is en dat op het moment, dat die school groeit het zomaar kan zijn, dat de kinderopvang wordt verzocht weer plaats te maken voor een volle klas. Dit amendement doet daar wat aan, doet in ieder geval wat aan de positie.

En wij denken, dat wij deze wijziging, omdat wij ook het belangrijk vinden om de totale leerlijnen bij elkaar te houden en dus de kinderopvang in de scholen te houden, dat wij dat daarmee kunnen omarmen. Dan was er nog een vraag over, moet je dat dan nou niet met alle posities doen van alle partijen, die er staan? Eigenlijk speelt dit alleen bij de kinderopvang. De voorzitter: Uitstekend, helder antwoord. Verder geen reacties uit de zaal? Oké. Dan gaan we door naar de moties en dan beginnen we met de motie Schoolpleinen vergroenen van GroenLinks, de heer Jansen. De heer Jansen: Ja, voorzitter, dank. De schoolpleinen. Het groene schoolplein is ook al eerder voorbij gekomen en ook bij de Raadstafel. Daarom willen wij namens SP en de ChristenUnie of nee SP en Deventer Sociaal ook een voorstel indienen, om in kaart te brengen, hoe groen de schoolpleinen nu eigenlijk zijn. Er is een, misschien wel een nou nee, ik zie vaak best wel wat schoolpleinen, die heel veel tegels in zich hebben. Op en waarvan je denkt, nou, daar kan misschien wat groen bij. Nou, en bij de Raadstafel werd al gezegd van, ja, alle scholen die al een groen schoolplein willen, die hebben al zoiets. Nou, dat was dus een beetje een gesprek of een, misschien wel een ander beeld bij mij. Dus nou, mooie middenweg om in kaart te brengen, hoe groen de schoolpleinen eigenlijk zijn.

En daar nou, zo snel mogelijk over, ons in te lichten en dan kijken we, hoe we daarmee verder gaan. De voorzitter: Dank voor de toelichting. Vanuit de zaal vragen over deze motie? Mevrouw Te Boekhorst. Mevrouw Te Boekhorst: Dank u, voorzitter. Ja, ik vroeg me wel af. In hoeverre zijn wij als gemeente aan bod, in hoeverre bepalen wij wat er op schoolpleinen gebeurt? Hoe scholen hun schoolpleinen inrichten. En, nou ja, in hoeverre heeft deze motie dan uiteindelijk invloed? We kunnen wel gaan onderzoeken wat er mogelijk is, maar als de school uiteindelijk zelf bepaalt, wat ze op hun schoolplein neerzetten, dan hebben we weinig om op in te zetten, toch? De voorzitter: De heer Jansen. De heer Jansen: Nou, laten we inderdaad de lead bij de scholen zelf liggen, leggen. Want ja, goed, hoewel formeel het misschien wel niet van hun is. Maar los van die eigendomskwestie kun je ook gewoon samenwerken. De scholen, die hebben ook best vaak, nou, die moeten in eerste instantie lesgeven. Dat is ook heel goed, dat ze

15 vooral met lesgeven bezig zijn. Wat overigens ook in, op groene schoolpleinen heel goed kan, buiten leslokaal en dergelijke. Dus dat is pedagogisch gezien, ook wel aan te raden. Maar laten we gewoon elkaar opzoeken samen, of we hier niet gewoon samen een duwtje in de goede richting kunnen geven. Soms zijn scholen ja, begrijpelijk dus met andere dingen bezig, die eerst moesten. Binnenklimaat bijvoorbeeld of nou, andere lessen. Ja, volgens mij, wij hebben natuurlijk ook al als gemeente ook natuurlijk wel, ook wel wat belangen om wat meer aan hittestress bijvoorbeeld te doen hè. Dus en dat is natuurlijk niet de eerste core business van de school. Maar als wij nou vanuit het gemeentelijk belang, wat meer groen op het schoolplein kunnen krijgen, dan kunnen wij de temperatuur in de stad of in de platteland ook verlagen. Dus dan heb je een win-win situatie. Iedereen voor, volgens mij. De voorzitter: Ok. Lijkt me helder, ja. Mevrouw Te Boekhorst, nog een reactie? Mevrouw Te Boekhorst: Ja, ik ben het helemaal eens met dit antwoord. Maar het blijft mijn vraag, wat onze positie hierin is. Dus ik ben benieuwd, wat reactie daarvan, van het … De voorzitter: Wij gaan die vraag voorlezen, voorleggen, ja. De heer Zuijdam. De heer Zuijdam: Voorzitter, het derde punt van het dictum heeft de indiener het over, het faciliteren van die scholen.

Wat verstaat u daaronder? Moeten daar ook niet bepaalde middelen bij geborgd worden? De voorzitter: De heer Jansen. De heer Jansen: Ja, klopt. In het speelbeleidsplan, dat heeft wethouder Elferink een paar maanden geleden naar de raad gebracht. Daarin wordt ook de positie van schoolpleinen genoemd. Dus de gemeente heeft ook daar zelf budgetten voor en dergelijke. Dus het kan niet gratis, nee. De voorzitter: De heer Zuijdam. De heer Zuijdam: Voorlopig zie ik nog geen dekking in uw motie staan, zult u dat toch daarin moeten beschrijven. De heer Jansen: Ja, maar als u niet alleen bij punt drie had gelezen, maar ook bij punt één, daar gaat het over in kaart brengen. Dus dat hoeft niet per se heel veel geld te kosten. De voorzitter: De heer Zuijdam nog een keer. De heer Zuijdam: Dank u, voorzitter. Het woord faciliteren. Daar vroeg ik naar, wat ziet u daarin? Want met name als ik iets wil gaan faciliteren, dan moet ik gaan helpen, dat het ook uitgevoerd gaat worden. En daar horen bepaalde middelen bij. Dan hebben we het niet over alleen maar een plannetje maken. Dank u, voorzitter. De voorzitter: Uitstekend. De heer Jansen nog? De heer Jansen: Nee, ik wou de heer Zuijdam gelijk geven, inderdaad. Faciliteren, dat gaat soms over ook over geld, maar het hoeft niet per se allemaal geld te kosten. Ook faciliteren kan soms, gratis zijn. De voorzitter: Uitstekend. De heer Kaya.

De heer Kaya: Ja, voorzitter, in de lijn van mevrouw Boekhorst. Slaan wij niet helemaal een beetje door met al die groene schoolpleinen, met de modderige laarzen die naar huis komen? Heeft de heer Jansen wel eens met de ouders gepraat, over de wassen die ze moeten gaan plegen? Nee, maar even een serieuze vraag. Slaan wij niet door met die schoen, die groene schoolpleinen? De voorzitter: Dat is geen retorische vraag. Nou, de heer Jansen.

16 De heer Jansen: Laat ik het, makkelijkste vraag beginnen. Ik ben zelf ook zo’n ouder, dus ik heb ook al met mezelf gesproken. Nee, ik vind ook een beetje, dat deze vraag een beetje doorslaat, eerlijk gezegd. Het is volgens mij algemeen bekend, dat groene schoolpleinen, een tal van onderwerpen. Ik heb ze op geprobeerd te sommen in de motie, een positieve bijdrage leveren aan onze kinderen, aan ons pedagogisch klimaat, aan het tegengaan van hittestress. Nee, we slaan niet door. De voorzitter: Uitstekend. De heer Kamphuis. De heer Kamphuis: Voorzitter, dank u wel. Er zijn scholen, die hebben inderdaad hele groene schoolpleinen. Er zijn scholen, die hebben dat niet. Die doen dat heel bewust, omdat dat slijtage voorkomt in een gebouw, extra smeerderij en schoonmaakkosten. Er zijn scholen, die kunnen het niet doen, omdat ze het gebouw niet in eigendom hebben. Bijvoorbeeld scholen in de binnenstad. Waarvoor zijn we deze motie nog aan het doen? Want volgens mij hebben de scholen het al gedaan, die het willen doen. Dus wie gaan we nu motiveren? Hebben ze erom gevraagd, dat we ze moeten helpen? De voorzitter: De heer Jansen. De heer Jansen: Laat ik beginnen, met u gelijk geven in uw constatering, dat sommige scholen het niet kunnen hè. Omdat ze een te klein schoolplein hebben of iets dergelijks. Hoewel de scholen in de binnenstad grotendeels wel in eigendom zijn, maar goed.

Dus ik wil helemaal niemand een groen schoolplein door de strot duwen. Het is ook trouwens niet de bedoeling, om hier alle schoolpleinen tot een natuurgebied te verklaren. Een mooi stapje voorwaarts, zou ook al leuk zijn. Dus wat extra groen toevoegen, waar mogelijk. Dus je hoeft niet meteen enorme groenpartijen toe te voegen, ook kleine stapjes zijn welkom. Daarom, daarvoor is deze motie bedoeld om in kaart te brengen, wat de kansen zijn. En om dan te kijken of we ook daarna, stapjes misschien in de goede richting kunnen zetten. De voorzitter: De heer Kamphuis. De heer Kamphuis: Ja, voorzitter, dank u wel. Ja, ik blijf erbij, ik heb het idee, dat er al een enorme stap voorwaarts is gezet, dat er al een beweging aan de gang is. En dat we nu een motie indienen om een beweging in gang te zetten, die er al is voor zoveel mogelijk. ‘…’ De voorzitter: We stoppen zo. We gaan naar de zijde van het college. Wethouder Duursma, ga uw gang. Mevrouw Duursma: Het is zo dat in het IHP staat, dat wij vanaf 2026 gaan kijken naar de schoolpleinen en eventueel ook groene schoolpleinen. Dus de, dus het staat als een van de aandachtspunten in het IHP genoemd. En zoals de heer Jansen deze motie verwoordt, breng ik kaart wat er op dit moment al is. En dat, in oktober dit jaar. Dat zouden wij prima kunnen uitvoeren.

Dus wat het college betreft, is dit een goed uitvoerbare motie en daarmee labelen we hem positief. De voorzitter: Dank u wel. De heer Kaya. De heer Kaya: Volgens mij staat er ook iets met faciliteren van, schoolpleinen. De voorzitter: Mevrouw Duursma. Mevrouw Duursma: Er staat, dat wij daar samen met de scholen naar gaan kijken, ja. Maar dat is, ja, maar dat doen wij op sommige momenten ook, afhankelijk van wat voor soort schoolplein het is. Dat betekent dat met name op het moment, dat je het hebt over schoolpleinen die ook openbare speelruimte zijn, dat we daar op een andere manier naar kijken dan naar schoolpleinen, die niet een openbare ruimte zijn.

17 De voorzitter: Ja. Voldoende behandeld, deze motie? Ja. Dan gaan we naar de motie VVE-plaatsingen. De heer Hoogenberg, u heeft het woord. De heer Hoogenberg: Dank, voorzitter. En inderdaad, wederom geldt hier ook, met veel dank aan mijn fractiegenoot Lauraine van den Berg is deze motie tot stand gekomen. De kinderopvanglocaties staan onder druk, veelal door een personeelstekort of een tekort aan plaatsen. In de praktijk betekent dit, dat kinderen die ondersteuning nodig hebben bij hun ontwikkeling, het risico lopen die ondersteuning onvoldoende of niet te krijgen. Uit onderzoek blijkt, dat goede voor- en vroegschoolse educatie effectief werkt om achterstanden terug te dringen, voordat kinderen naar de basisschool gaan. Maar nog steeds laat de organisatie van de VVE in Nederland, te wensen over. Om te voorkomen dat juist die kinderen, die die ondersteuning zo hard nodig hebben straks tussen wal en schip belanden, dienen wij deze motie in. Met deze motie dragen wij het college op, om in de gesprekken die de gemeente voert met kinderopvanglocaties, het onderwerp van VVE-plaatsen en het aannamebeleid met betrekking tot deze VVE-plaatsen nadrukkelijk te behandelen. En hierin als gemeente actief aan te sturen, op het realiseren van voldoende VVE-plaatsen en een aannamebeleid, dat het snel plaatsen van kinderen met een VVEindicatie faciliteert.

Mede indieners van deze motie zijn de SP, Deventer Sociaal en Gemeentebelang. De voorzitter: Dank u wel. De heer Kamphuis. De heer Kamphuis: Voorzitter, dank u wel. Als ik deze motie zo lees met mijn fractie samen hebben wij zoiets van, hoort deze wel bij het IHP? Want het gaat over aannamebeleid, over plaatsen. Maar een plaats is niet per definitie, een stuk, een gebouw of steen. We praten we ook over personeel, wat er moet werken, et cetera. Dus wat ons betreft, is het een beetje twijfelachtig, of dit überhaupt in het IHP thuishoort. De voorzitter: De heer Hoogenberg. De heer Hoogenberg: Dank, voorzitter en ook bedankt voor de vraag, verwachte vraag. In alle eerlijkheid zou ik zeggen, die twijfel heb ik ook gehad. Hoort dit wel in het IHP thuis? Maar wij vinden dit zo urgent, dat je, wij hebben dit haakje naar het IHP maar gewoon aangenomen, om deze motie erin te krijgen. De voorzitter: Dat is wel een eerlijk antwoord, hè? De heer Kamphuis: Dat is een heel eerlijk antwoord, daar hou ik wel van. Ik ben uiteraard, voorzitter, ben ik benieuwd wat de wethouder ervan zegt. Ik vraag me alleen dan wel af, of alleen deze motie wel voldoende kapstok biedt. Met dat ene haakje. Want je praat niet alleen over plaatsen in de zin van gebouwen, maar ook een veel bredere problematiek. Dus los je die problematiek hier wel mee op? De voorzitter: De heer Hoogenberg.

De heer Hoogenberg: Dan zal ik het moeten intrekken en aan straks gedurende de vergadering, als motie vreemd moeten indienen, denk ik. De voorzitter: Die ontsnappingsroute, die is er altijd. We gaan naar het college, mevrouw Duursma. Mevrouw Duursma: Het blijft een ingewikkeld vraagstuk, of dit bij het IHP hoort. Wat mij betreft, wat het college betreft is het geen probleem, om hem aan het IHP te hangen. Dus volgens mij, dit ligt zo erg in de lijn van ook het rijke IHP, wat we hier, beleidsrijke IHP, wat we hier met elkaar behandelen. En ik hoop, vaststellen. Maar, dat het voor mij geen probleem is. En als ik kijk naar de VVE-plaatsingen. Zoals jullie weten is, hebben wij in Deventer een uitgebreide indicatie van VVE. Met andere woorden, vijfentwintig procent van de kinderen krijgen hier een VVE-indicatie. Er zijn wachtlijsten bij de kinderopvang. Dat betekent op dit moment, dat niet alle kinderen, meestal kunnen we ze wel geplaatst krijgen, als ouders dat willen hè. Want als ouders niet een plaatsing op een kinderdagverblijf willen, dan gaat het, dan gebeurt het niet. Meestal krijgen we de kinderen wel geplaatst, maar

18 lang niet altijd voor de voltallige uren. Dat lukt dan over het algemeen, binnen een half jaar wel. Maar dat betekent dus, alhoewel we er niet over gaan, deze motie, die voel ik als een steun in de rug, om mij wat steviger op te stellen richting de kinderopvang. Dus in die zin, omarmen wij de motie. De voorzitter: Dank u wel. Levert dat nog het tweede termijn op? Nee? Dan stel ik voor, dat we even gaan schorsen. Vijf minuten, mijnheer Jansen? Ja? Vijf minuten schorsing en zo weer verder. De heer Jansen: Dank u wel, voorzitter. Het is een motie Quick wins en duurzame en fijne scholen, frisse gymzalen geworden. Hij staat denk ik nog niet in het RIS, maar ik zal eventjes voorlezen of hij komt misschien ook wel op het scherm. Maar ik zal even het dictum voorlezen. Oh kijk, dan hoef ik hem niet meer voor te lezen. Dank je wel. Ter vervanging van het amendement, ja. De voorzitter: Voor de goede orde, we hebben het over het extra budget IHP. Dat is het amendement, dat dus nu een motie wordt. De heer Jansen: Moet ik nog voorlezen? Of, we kunnen ook. Of we kunnen, gaat wel goed zo komen, hè? De voorzitter: Even een reactie vanuit het college? Wethouder Duursma bestudeert de kleine lettertjes nog even. Mevrouw Duursma: Dank, voorzitter. Ja, we zijn, dat heeft u waarschijnlijk al wel gemerkt.

Het is best ingewikkeld om te kijken van, hoe moet dit dan? Want wij kunnen alleen maar versnellen als we daar geld voor krijgen, omdat we daar een onderwerp, een onderzoeksbureau moeten gaan inschakelen. Als we het zelf moeten gaan doen, dan betekent het een prioritering met andere punten. En dat is wat het, wat wij als college niet willen. Dus daar zit de ingewikkeldheid voor het college. Ik kan wel in gesprek gaan met het onderwijs, want ook om deze planning is met het onderwijs afgestemd. Dus in die zin, zou ik best het gesprek willen voeren. Maar ik weet nog niet, hoe ik hier handen en voeten aan moet geven, voorzitter. Dus dat blijft voor mij een ingewikkelde, ook deze motie. En dat staat los van, hoe belangrijk ik dit vind. De heer Jansen: Ik wou nog eventjes zeggen, dat D66 ook mede-indiener is. De voorzitter: Ja, dat is, waarvan akte. Maar de facto, ontraadt u nog steeds deze motie. Mevrouw Duursma: Ik kan niet versnellen, als ik geen geld heb. Dat is feitelijk het verhaal. De voorzitter: Dus het gaat niet over de inhoud, maar over het budget. Ja. Oké. Leidt dat nog tot reacties uit de zaal? Nee? Dan gaan we naar de stemmingen. Dan beginnen we voor de goede orde, met het amendement Positie Kinderopvang.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13892486/1