2023-50 bijlage Chw Deventer, stad en dorpen, deel A evenemententerrein jan 2023 compressed
Tekst van het document
Chw Deventer, stad en dorpen, deel A evenemententerrein
Plantype: bestemmingsplan Naam: Chw Deventer, stad en dorpen, deel A evenemententerrein IMRO-idn: NL.IMRO.0150.Chw001Aevenementen-VG02 Procedurestatus: vastgesteld
vastgesteld bestemmingsplan Chw Deventer, stad en dorpen, deel A evenemententerrein
Inhoudsopgave
T oelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
5 Chw Deventer stad en dorpen, herstelbesluit 2
Inleiding Leeswijzer en planopzet Eerste tussenuitspraak en herstelbesluit VG01 Tweede tussenuitspraak en herstelbesluit VG02 Akoestisch onderzoek
7 7 8 8 12 14
Bijlagen bij de toelichting
17
Bijlage 1
Eerste tussenuitspraak plandeel A
19
Bijlage 2
Tweede tussenuitspraak plandeel A
29
Bijlage 3
Actualisatie evenementenbeleid Deventer (2017)
41
Bijlage 4
Actualisatie Akoestisch onderzoek
61
Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Hoofdstuk 3 Artikel 4
Hoofdstuk 4 Artikel 5
Hoofdstuk 5 Artikel 6 Artikel 7
Hoofdstuk 6 Artikel 8 Artikel 9
2
101 Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
Functieregels Agrarisch
Bouwregels Bouwregel-14
Dubbelbestemmingen Waarde - Archeologie - 2
103 103 123
125 125
127 127
129 129
Gebiedsaanduidingen
133
evenementenlocatie Roland Holstlaan geluidzone - industrie
133 135
Algemene regels
137
Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels
137 138
vastgesteld bestemmingsplan Chw Deventer, stad en dorpen, deel A evenemententerrein
Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12
Hoofdstuk 7 Artikel 13 Artikel 14
Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
139 141 142
143 143 145
3
vastgesteld bestemmingsplan Chw Deventer, stad en dorpen, deel A evenemententerrein
4
vastgesteld bestemmingsplan Chw Deventer, stad en dorpen, deel A evenemententerrein
Toelichting
5
vastgesteld bestemmingsplan Chw Deventer, stad en dorpen, deel A evenemententerrein
6
vastgesteld bestemmingsplan Chw Deventer, stad en dorpen, deel A evenemententerrein
Hoofdstuk 1 1.1
Chw Deventer stad en dorpen, herstelbesluit 2
Inleiding Het Chw bestemmingsplan Deventer, stad en dorpen, plandelen A, B, C en D zijn op 1 juli 2020 door de gemeenteraad vastgesteld. Tegen de plandelen A, B en C is beroep ingesteld. Tegen plandeel D is geen beroep ingesteld, dit plandeel is dan ook per 4 september 2021 onherroepelijk in werking getreden. Op 7 juli 2021 heeft de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een tussenuitspraak gedaan op de plandelen A, B en C en hierbij de gemeenteraad opgedragen binnen 20 weken na de uitspraak een aangepast bestemmingsplan te hebben vastgesteld. Bij besluit van 17 november 2021 heeft de gemeenteraad de drie plandelen van het bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Deventer, stad en dorpen" vastgesteld. Tegen de aanpassingen in plandeel A (evenemententerrein) heeft appellant een zienswijze naar voren gebracht over de wijze waarop de gebreken volgens de raad zijn hersteld. Tegen de plandelen B (Sluisstraat) en C (Winkelcentrum Colmschate) zijn geen zienswijzen naar voren gebracht. Met betrekking tot plandeel B heeft de Raad van State zelf in de zaak voorzien bij uitspraak van 13 juli 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:1978). Het bestemmingsplan betreffende plandeel B is vervolgens onherroepelijk geworden. Met betrekking tot plandeel C heeft de Raad van State zelf in de zaak voorzien bij uitspraak van 11 mei 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:1354).
Het bestemmingsplan betreffende plandeel C is vervolgens onherroepelijk geworden. Op 12 juli 2022 vond een zitting plaats over het herstelbesluit van plandeel A. Op 16 november 2022 heeft de Raad van State, afdeling bestuursrechtspraak een tweede tussenuitspraak gedaan inzake het Chw bestemmingsplan Deventer, stad en dorpen deel A, evenemententerrein (ECLI:NL:RVS:2022:3299). De uitspraak draagt de gemeente op om binnen 16 weken na 16 november 2022: 1. Alsnog met een geluidsonderzoek te onderbouwen dat bij een groot evenement met maximaal 15.000 bezoekers kan worden voldaan aan de daarvoor gestelde geluidsnormen in de planregels en zo nodig met een geluidsonderzoek een ander maximum aan het aantal bezoekers voor een groot evenement te stellen 2. Wijzigen van artikel 6.1 aanhef en lid 1a onder 4, 3e bullet. 3. Verwijderen artikel 1.57 van de planregels. Er dient een gewijzigd of nieuw besluit genomen te worden. Dit besluit hoeft niet voorbereid te worden met afdeling 3:4 Awb. Onderhavig herstelbesluit betreft het Chw bestemmingsplan Deventer, stad en dorpen deel A, evenemententerrein, planversie VG02. Dit besluit vervangt het Chw bestemmingsplan Deventer, stad en dorpen deel A, evenemententerrein, planversie VG01.
7
vastgesteld bestemmingsplan Chw Deventer, stad en dorpen, deel A evenemententerrein
1.2
Leeswijzer en planopzet In de toelichting van onderhavig bestemmingsplan wordt ingegaan op de tweede tussenuitspraak van plandeel A en het tweede herstelbesluit. Voor het overzicht wordt eveneens de eerste tussenuitspraak en het eersteherstelbesluit herhaald. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in de toelichting op de eerste tussenuitspraak, met het eerste herstelbesluit (panversie VG01) en de tweede tussenuitspraak met het tweede herstelbesluit (planversie VG02). Zoals in planversie VG01 al is opgemerkt, zijn de planregels, omwille van een op zichzelf leesbaar plan, integraal overgenomen uit het Chw bestemmingsplan Deventer, stad en dorpen. De begrippen en wijze van meten zijn volledig overgenomen. Voor de functieregels, bouwregels, dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen is een selectie gemaakt en zijn uitsluitend de op de betreffende locatie van toepassing zijnde planregels opgenomen. Ook is in planversie VG01 er voor gekozen om voor de verbeelding uitsluitend het plandeel waar het herstelbesluit betrekking op heeft aan te passen. Het plangebied is daarmee anders dan het plangebied van het Chw bestemmingsplan Deventer, stad en dorpen. Hiervoor is gekozen, omdat voor het overige deel van het Chw bestemmingsplan Deventer, stad en dorpen geen wijzigingen plaats hoeven te vinden naar aanleiding van de tussenuitspraak.
Echter zijn er na vaststelling van het Chw bestemmingsplan Deventer, stad en dorpen wel nieuwe bestemmingsplannen vastgesteld in het plangebied. Indien we dezelfde plangrenzen zouden hanteren zouden deze reeds vastgestelde en onherroepelijke bestemmingsplannen weer overschreven worden. Het uitknippen of overnemen van deze plangebieden is tijdrovend en het risico op het maken van fouten is groot. Het is om die reden dat daar niet voor is gekozen.
1.3
Eerste tussenuitspraak en herstelbesluit VG01
1.3.1
Eerste tussenuitspraak 7 juli 2021 Op 7 juli 2021 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) een tussenuitspraak (Bijlage 1 Eerste tussenuitspraak plandeel A) gedaan op het Chw bestemmingsplan Deventer, stad en dorpen, plandeel A (ECLI:NL:RVS:2021:1469). Tegen dit bestemmingsplan heeft een aanwonende van het evenemententerrein Roland Holstlaan beroep ingediend over de manier waarop het evenemententerrein in het bestemmingsplan was opgenomen. In de uitspraak komt naar voren dat de Afdeling het beroep van de bewoners op een aantal punten niet overneemt. Op onderstaande punten volgt de Afdeling het beroep van appellant: 1. Maximum aantal bezoekers evenementenlocatie De planregels bevatten geen beperkingen met betrekking tot het maximum aantal bezoekers voor grote evenementen. Bij een groot evenement mogen meer dan 10.000 bezoekers aanwezig zijn. Niet is onderbouwd wat het maximum aantal bezoekers is. Hierdoor is sprake van een onzorgvuldige onderbouwing. 2. Tijdsduur evenement De eindtijd van een evenement niet is bepaald. De maximale tijdsduur in dagen is voor evenementen wel vastgelegd in de planregels. Maar door het gebrek aan een eindtijd, kan een evenement tot in de nachtelijke uren plaatsvinden. Dit is niet onderbouwd.
De Afdeling wijst erop dat gebleken is dat de raad wel belang lijkt te hechten aan eindtijden voor evenementen, omdat de raad in juli 2019 een convenant met omwonenden heeft gesloten, waarin is opgenomen dat het op- en afbouwen van
8
vastgesteld bestemmingsplan Chw Deventer, stad en dorpen, deel A evenemententerrein
evenementen zoveel mogelijk tussen 8:00 en 24:00 uur plaats dient te vinden. In dit kader merkt de Afdeling ook op dat het de raad vrij staat om af te wijken van de afspraken over eindtijden in het convenant mits hij nader motiveert waarom hiervan wordt afgeweken. 3. Op- en afbouwwerkzaamheden Op- en afbouwwerkzaamheden en pauze-dagen zijn niet vastgelegd in de planregels. In het bestemmingsplan moet een maximaal aantal op- en afbouwdagen met maximale geluidbelasting worden bepaald, waarbij rekening wordt houden met omwonenden en mogelijke geluidshinder als gevolg van deze werkzaamheden. 4. Meldingsplicht/verplichting akoestisch onderzoek De raad moet nagaan of het noodzakelijk is dat organisatoren van evenementen in bepaalde gevallen van tevoren een geluidsonderzoek overleggen, opdat duidelijk is dat het te houden evenement kan voldoen aan de in de planregels opgenomen maximale geluidsbelasting voor evenementen. Zo nodig zou dit dan in het bestemmingsplan moeten worden gewaarborgd. Conclusie De conclusie in de tussenuitspraak luidt als volgt: De gemeenteraad is opdragen om binnen 20 weken na verzending van deze uitspraak: 1. in de planregels een maximum te stellen aan het aantal bezoekers voor een groot evenement; 2. te motiveren of de eindtijden voor evenementen moeten worden gewaarborgd in de planregels en daarover een regeling in de planregels op te nemen; 3.
te waarborgen wat de maximale duur en de maximale geluidsbelasting is bij op- en afbouwactiviteiten voor evenementen; 4. na te gaan of het noodzakelijk is dat organisatoren van evenementen in bepaalde gevallen van tevoren een geluidsonderzoek overleggen, opdat duidelijk is dat het te houden evenement kan voldoen aan de in de planregels opgenomen maximale geluidsbelasting voor evenementen en dit zo nodig in de planregels te waarborgen. Het gaat hierbij om een tussenuitspraak, wat betekent dat de gemeenteraad in de gelegenheid wordt gesteld om het onderdeel waarop het beroep slaagt te herstellen. Hieronder wordt ingegaan op het herstelbesluit waarin de opdracht van de Raad van State is uitgewerkt.
1.3.2
Eerste herstelbesluit 17 november 2021 Het Chw bestemmingsplan Deventer, stad en dorpen, deel A is met inachtneming van de eerste tussenuitspraak als volgt hersteld (planversie VG01). 1. Maximum aantal bezoekers groot evenement Het terrein dat in het bestemmingsplan is opgenomen met de aanduiding 'evenemententerrein Roland Holstlaan' heeft een oppervlakte van ruim 46.000m2. Gebruikelijk is om het maximaal toelaatbaar aantal personen voor evenementen te baseren op voor het publiek overblijvende netto terreinoppervlak na inrichting van het evenement en de plaatsing van objecten. Maximaal worden gemiddeld 2 personen per m2 toelaatbaar geacht. Hierbij geeft het Event Safety Instituut de volgende grenswaarden voor een veilige publieksdichtheid: Kijklocaties max 4,7 personen per m2; Rond bars en shops max 3 personen per m2 ; Overige gebieden max 2 personen per m2;
9
vastgesteld bestemmingsplan Chw Deventer, stad en dorpen, deel A evenemententerrein
Looproutes 0,5 tot 1,5 personen per m2. Uitgaande van een oppervlakte van 46.000 m2 zou het aantal bezoekers op het terrein, uitgaande van het gemiddelde van 2 personen per m2, 92.000 zijn. Indien 50% van het terrein ingericht wordt met objecten zoals podia en eetgelegenheden zou het netto terrein dat voor het publiek overblijft 23.000 m2 bedragen. Uitgaande van het gemiddelde van 2 personen per m2, zouden er 46.000 bezoekers op het terrein aanwezig kunnen zijn. Voor het stellen van een regel in het bestemmingsplan is echter niet uitsluitend gekeken naar de gehanteerde gemiddelden voor het aantal bezoekers per m2. De ervaringen met de evenementen die in de afgelopen jaren hebben plaatsgevonden zijn hierin meegenomen. Het aantal bezoekers van het stadsfestival was 10.000. Tijdens dit evenement waren er 4 grote podia/tenten/horeca aanwezig, wat veel oppervlakte in beslag neemt. Ook is niet het gehele terrein opengesteld voor bezoekers vanwege het inrichten van voldoende vluchtroutes aan de randen van het terrein. Gezien onder andere de infrastructuur van het terrein en de omgeving, de doorstroming van het verkeer, het (fiets)parkeren en de inrichting van het terrein zijn wij van mening dat het maximum aantal bezoekers tijdens een groot evenement niet meer dan 15.000 bezoekers kan zijn.
Bij een evenementenvergunning kan bepaald worden dat het maximum aantal bezoekers minder dient te zijn, bijvoorbeeld indien de inrichting van het evenement hiertoe aanleiding voor geeft. Het maximum van 15.000 bezoekers bij een groot evenement is opgenomen in de tabel zoals opgenomen in artikel 6.1 sub a onder 2. In het initiële akoestisch onderzoek was de categorie 'groot evenement' niet opgenomen. Omdat de gehanteerde geluidwaarde gelijk is aan een middelgroot evenement, 65 dB(A), was het niet noodzakelijk hier opnieuw een berekening voor uit te voeren. Zie ook paragraaf 1.5 Akoestisch onderzoek. 2. Eindtijden voor evenementen In het evenementenbeleid (Bijlage 3 Actualisatie evenementenbeleid Deventer (2017), zijn eindtijden van evenementen opgenomen: als de dag na het evenement een werkdag is wordt als eindtijd 23.00 uur aangehouden. Indien de volgende dag in het weekend valt (za en zo) of een feestdag is, wordt de maximale eindtijd 24.00 uur. Een uitzondering wordt gemaakt voor Koningsdag (maximale eindtijd 24.00 uur). Op het evenemententerrein Roland Holstlaan zal worden aangesloten bij de eindtijden uit het beleid. De eindtijden zijn in de planregels opgenomen in een nieuwe tabel, opgenomen in artikel 6.1, sub a onder 3.
Voor de geluidberekeningen is de eindtijd niet relevant, omdat momentane niveaus zijn berekend (en ook worden vastgelegd als grenswaarde) speelt de bedrijfsduur geen rol.
3. Maximale duur en de maximale geluidsbelasting bij op- en afbouwactiviteiten voor evenementen; Ervaring leert dat het opbouwen van een evenement maximaal 5 dagen duurt en het afbouwen circa 3 dagen. In totaal gaat het dan ook om een maximum van 8 op- en afbouwdagen per evenement. Veel van de evenementen betreffen meerdaagse evenementen, zoals de paaskermis, een circus en dergelijke. Het zal in de praktijk dan ook niet voorkomen dat er 43 eendaagse evenementen zullen plaatsvinden waarbij elk evenement 8 dagen op- en afbouwt.
10
vastgesteld bestemmingsplan Chw Deventer, stad en dorpen, deel A evenemententerrein
Om overlast van op- en afbouw zoveel mogelijk te voorkomen is de regel gesteld dat het op- of afbouwen niet eerder mag starten dan 08.00 uur en niet later mag eindigen dan 22.00 uur. Met deze regel wordt voorkomen dat na afloop van een evenement er direct (in de nachtperiode) afgebouwd wordt. Voor evenementen waarbij versterkte muziek ten gehore wordt gebracht is sprake van een soundcheck. In de regels is opgenomen dat het soundchecken niet uitgevoerd mag worden eerder dan de dag voor de start van het evenement. Hiermee wordt voorkomen dat er gedurende alle opbouwdagen geluidsoverlast kan ontstaan. Ook wordt een beperking opgelegd voor de duur van een soundcheck, deze mag niet langer duren dan 2 uur. Het soundchecken heeft als doel om te toetsen of de maximale geluidsniveaus niet worden overschreden. Gedurende het soundchecken kan de geluidsbelasting incidenteel boven de maximale geluidsbelasting uitkomen, maar dit betreffen incidentele gebeurtenissen. Het geluid van de soundcheck mag de maximale voor het evenement bepaalde geluidsbelasting niet structureel overschrijden. Voor overige op- en afbouwdagen is opgenomen dat er geen versterkt geluid ten gehore mag worden gebracht die de norm van 65 dB(A) te boven gaat, waarbij deze norm gemeten wordt op 30 meter van de geluidsbron, en tevens gemeten loodrecht op de as van de speaker.
Deze norm voor achtergrondgeluid wordt standaard gehanteerd bij meldingsevenementen en categorie 1 evenementen (zoals opgenomen in afdeling 7 van de APV). Met de wijze van meten van deze norm wordt aangesloten bij de wijze van meten die wordt gehanteerd bij de evenementenlocaties waarvoor een evenementenprofiel is opgesteld (zie bijlage evenementenprofielen). Voor het evenemententerrein aan de Roland Holstlaan is (nog) geen evenementenprofiel opgesteld, het gebruik is vastgelegd in de regels van het bestemmingsplan. De regels over de op- en afbouw zijn opgenomen in artikel 6.1, sub a onder 4. 4. Verplichting tot overleggen geluidsonderzoek Bij het verlenen van de evenementenvergunningen wordt aan de organisatoren van geluidveroorzakende evenementen gevraagd een akoestisch rapport aan te leveren. In dit rapport dient aangetoond te worden dat het evenement voldoet aan de geluidsnormen zoals opgenomen in het bestemmingsplan. In het convenant dat is afgesloten met de omwonenden van het terrein is het aanleveren van een akoestisch onderzoek opgenomen als afspraak (artikel 3.1 van het convenant bepaalt: “Bij (muziek)evenementen (met versterkte muziek of geluid) moet de organisator een akoestisch onderzoek aanleveren. Uitgangspunt daarbij is dat moeten worden aangetoond dat de geluidsbelasting binnen de regels van het vigerende bestemmingsplan blijft.
Dit convenant is echter een privaatrechtelijke overeenkomst waarin de organisatoren van evenementen geen partij zijn. Om een organisator van het evenement te verplichten een akoestisch onderzoek aan te leveren zal dit op een andere manier geregeld moeten worden. In het bestemmingsplan is een bepaling opgenomen waarin is bepaald dat een geluidveroorzakend evenement slechts doorgang kan vinden indien uit akoestisch onderzoek is gebleken dat de in artikel 6.1 onder 2 genoemde geluidnormen niet worden overschreden. Het gaat hierbij om een voorwaardelijke verplichting. In de regel is niet opgenomen wie het akoestisch onderzoek aanlevert, dit zal in overleg met de gemeente en de organisator van het geluidveroorzakend evenement bepaald worden. In de praktijk zal het er op neerkomen dat aan de organisator gevraagd zal worden om een akoestisch onderzoek aan te leveren. Een geluidveroorzakend evenement kan een evenement zijn waarbij sprake is van versterkte muziek, maar ook andere, niet muzikale evenementen kunnen geluid veroorzaken, zoals motorgeluid. Daarom is een definitie opgenomen voor het begrip 'geluidveroorzakend evenement': een evenement waarbij (versterkt) geluid prominent aanwezig is en/of vermaak door middel van het produceren van versterkt
11
vastgesteld bestemmingsplan Chw Deventer, stad en dorpen, deel A evenemententerrein
(muziek) geluid een van de hoofddoelen is.
1.4
Tweede tussenuitspraak en herstelbesluit VG02
1.4.1
Tweede tussenuitspraak 16 november 2022 Tegen het herstelbesluit van 17 november 2021 heeft appellant een zienswijze naar voren gebracht. De standpunten van appellant en het verweer van de gemeente zijn op een zitting op 12 juli 2022 nader toegelicht. Op 16 november 2022 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) een tweede tussenuitspraak (Bijlage 2 Tweede tussenuitspraak plandeel A) gedaan op het Chw bestemmingsplan Deventer, stad en dorpen, plandeel A evenemententerrein (ECLI:NL:RVS:2022:3299). Op één punt dient de gemeente nader onderzoek te verrichten. Op twee punten is ter zitting tot overeenstemming gekomen tussen appellant en de gemeente, zoals ook is opgenomen in de tweede tussenuitspraak. Op de overige door appellant aangevoerde punten is geen aanpassing nodig. 1. Geluid Appellant voert aan dat de raad het maximum aantal bezoekers voor een groot evenement ten onrechte op 15.000 bezoekers heeft gesteld. Volgens hem is dit in strijd met het conserverende karakter van het plan en zijn de ruimtelijke effecten wat betreft [de natuur,] het geluid [en het verkeer] niet nader onderzocht. De Afdeling is van oordeel dat de raad ten onrechte geen onderzoek heeft gedaan naar de geluidbelasting van een groot evenement met een bezoekersaantal van maximaal 15.000 bezoekers.
Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat geen onderzoek is gedaan naar het muziekgeluid van het grote evenement in combinatie met stemgeluid van 15.000 bezoekers. Volgens de Afdeling is onduidelijk of de geluidbelasting van maximaal 65 dB(A) bij een groot evenement uitvoerbaar en daarmee dus ook handhaafbaar is. De Afdeling oordeelt dat het herstelbesluit op dit punt in strijd met artikel 3:2 van de Awb en niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid en in strijd met artikel 3:46 van de Awb niet afdoende is gemotiveerd. 2. Geluid tijdens op- en afbouwdagen, anders dan soundcheck Appellant stelt dat de toegestane geluidbelasting tijdens op- en afbouwwerkzaamheden in strijd is met de goede ruimtelijke ordening en de rechtszekerheid. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting zijn appellant en de raad overeen gekomen om artikel 6.1, aanhef en lid a, onder 4, 3e bullet, van de planregels als volgt te formuleren: "tijdens de overige op- en afbouwdagen ter plaatse van de gevels van de woningen versterkt (muziek) geluid en/of motorgeluid niet duidelijk hoorbaar mag zijn." De raad heeft het besluit in zoverre in strijd met artikel 3:2 van de Awb onzorgvuldig voorbereid. 3. Begrip "geluidveroorzakend evenement" Appellant voert aan dat de omschrijving van het begrip "geluidveroorzakend evenement" in artikel 1.57 van de planregels onvoldoende duidelijk is.
12
vastgesteld bestemmingsplan Chw Deventer, stad en dorpen, deel A evenemententerrein
Ter zitting zijn appellant en de raad het erover eens geworden dat artikel 1.57 van de planregels kan worden geschrapt, omdat het leidt tot onduidelijkheid. De raad heeft het besluit in zoverre in strijd met artikel 3:2 van de Awb onzorgvuldig voorbereid. Conclusie over herstelbesluit De conclusie in de tweede tussenuitspraak luidt als volgt: De gemeenteraad is opdragen om binnen 16 weken na verzending van deze uitspraak: 1. alsnog met een geluidsonderzoek te onderbouwen dat bij een groot evenement met maximaal 15.000 bezoekers kan worden voldaan aan de daardoor gestelde geluidsnormen in de planregels en zo nodig met behulp van een geluidsonderzoek een ander maximum aan het aantal bezoekers voor een groot evenement te stellen; 2. artikel 6.1, aanhef en lid a, onder 4, 3e bullet, van de planregels te wijzigen; 3. artikel 1.57 van de planregels te verwijderen. De raad dient de Afdeling en de andere partij de uitkomst mee te delen en een gewijzigd of nieuw besluit zo spoedig mogelijk op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken en mee te delen. Het door het college te nemen gewijzigde of nieuwe besluit behoeft niet overeenkomstig afdeling 3.4 van de Awb te worden voorbereid.
1.4.2
Tweede herstelbesluit Het Chw bestemmingsplan Deventer, stad en dorpen, deel A evenemententerrein is met inachtneming van de tweede tussenuitspraak als volgt hersteld (planversie VG02). 1. Geluid Aan de hand van een nieuw akoestisch onderzoek is aangetoond dat er bij het organiseren van een groot evenement met 15.000 bezoekers voldaan kan worden aan de geluidnormen zoals opgenomen in het bestemmingsplan. Hierbij zijn voor het organiseren van muziekevenementen met dance-muziek wel beperkingen aanwezig. Het aantal van 15.000 bezoekers in combinatie met muziekgeluid is uitvoerbaar. Het aantal bezoekers hoeft naar aanleiding van het uitgevoerde onderzoek niet bijgesteld te worden. Zie verder paragraaf 1.5 Akoestisch onderzoek.
2. Geluid tijdens op- en afbouwdagen, anders dan soundcheck Artikel 6.1, aanhef en lid a, onder 4, 3e bullet, van de planregels zijn in onderhavig bestemmingsplan als volgt gewijzigd. De zin "tijdens de overige op- en afbouwdagen geen versterkt geluid ten gehore gebracht mag worden die de norm van 65 dB(A) te boven gaat, waarbij deze norm gemeten wordt op 30 meter van de geluidsbron" is gewijzigd in "tijdens de overige op- en afbouwdagen ter plaatse van de gevels van de woningen versterkt (muziek) geluid en/of motorgeluid niet duidelijk hoorbaar mag zijn."
3. Begrip "geluidveroorzakend evenement"
13
vastgesteld bestemmingsplan Chw Deventer, stad en dorpen, deel A evenemententerrein
Artikel 1.57 van de planregels is geschrapt. De overige begripsbepalingen zijn hiermee vernummerd (artikel 1.58 wordt 1.57 en zo verder).
1.5
Akoestisch onderzoek
1.5.1
Akoestisch onderzoek 2016 & 2021 Bij het vaststellen van het bestemmingsplan "Digitalisering analoge bestemmingsplannen" op 1 juli 2016 is een akoestisch onderzoek uitgevoerd (Tauw, Projectnummer 1228371, 22 januari 2016), waarop de gebruiksregels in dat bestemmingsplan waren gebaseerd. Bij het eerste herstelbesluit is dit akoestisch onderzoek geactualiseerd (Tauw, Projectnummer 1283511, september 2021). Voor het onderbouwen van het tweede herstelbesluit is er voor gekozen om een nieuw akoestisch onderzoek te laten uitvoeren welke zich richt op de gevolgen van het toelaten van en groot evenement met maximaal 15.000 bezoekers.
1.5.2
Akoestisch onderzoek 2023 Om onderhavig herstelbesluit te onderbouwen is een nieuw akoestisch onderzoek uitgevoerd, waarbij onderzoek is gedaan naar de gevolgen van een groot evenement met 15.000 bezoekers (zie DGMR, M.2022.1372.00.R001, xx januari 2023, bijlage xxx) Bevindingen groot evenement In het akoestisch onderzoek is een groot evenement gemodelleerd waarbij sprake is van 1 podium. Het publieksvlak heeft een grootte waarin zich 15.000 bezoekers kunnen bevinden, uitgaande van 2,5 persoon per m2. Gekeken is naar een speelrichting in zuid-westelijke richting, waarbij sprake is van dance-muziek. Ook is gekeken naar de manier van luidsprekeropstellingen. Tevens is rekening gehouden met het stemgeluid van 15.000 bezoekers. Uit het onderzoek blijkt dat ter plaatse van de gekozen beoordelingspunten tijdens het organiseren van een groot evenement met muziek- en stemgeluid een langtijdgemiddelde beoordelings-niveau (LAr,LT) wordt bereikt van maximaal 62 dB(A) gedurende de dagperiode op 1.5 mv+ en 65 dB(A) gedurende de avond- en nachtperiode op 5.0 mv+. Hiermee wordt voldaan aan de geluidsgrenswaarden die zijn opgenomen in onderhavig bestemmingsplan, namelijk 65 dB(A). Het verschil tussen de dB(A) en dB(C) waarde ter plaatse van Front of House op 25 meter recht voor het podium bedraagt 13 dB en voldoet hiermee ook aan maximaal toegestane verschil van 15 dB.
Naast het berekenen van een evenement waarbij sprake is van muziekgeluid, is ook een berekening gemaakt van een evenement waarbij uitsluitend sprake is van stemgeluid. Uit het onderzoek blijkt dat er in die situatie een langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) wordt bereikt van maximaal 52 dB(A) gedurende de dagperiode op 1.5 mv+ en 54 dB(A) gedurende de avond- en nachtperiode op 5.0 mv+ (punt 10 Pekelharingweg 2A). Deze resultaten passen binnen geluidsgrenswaarden die zijn opgenomen in onderhavig bestemmingsplan, namelijk 65 dB(A). Voor de volledigheid is in het rapport ook een berekening gemaakt van de effecten van een groot evenement op het omliggende natura-2000 gebied Rijntakken. Hierbij wordt in het rapport opgemerkt dat gekeken moet worden naar het 24-uursgemiddeld equivalente geluidsniveau (LAeq,24uur) in plaats van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT). Uit de resultaten blijkt dat tijdens een groot evenement waarbij sprake is van muziek- en stemgeluid
14
vastgesteld bestemmingsplan Chw Deventer, stad en dorpen, deel A evenemententerrein
een 24-uursgemiddeld equivalent geluidsnviveau (LAeq,24uur) wordt bereikt van maximaal 62 dB(A). Hiermee is sprake van een overschrijding van de geluidsgrenswaarde die geldt volgens de natuurbeschermingswetvergunning van 55 dB(A). De overschrijding bedraagt maximaal 7 dB. Om te kunnen voldoen aan de geluidsgrenswaarden die gelden volgens de natuurbeschermingswet-vergunning zijn organisatorische maatregelen nodig. Het beperken van de duur van de muziek of het beperken van het zendniveau behoren daartoe tot de mogelijkheden. Bij een gelijkblijvend zendniveau [een LAeq van 89 dB(A) op 25 meter voor het podium] zal de duur van de muziek moeten worden teruggebracht van 8 uur naar maximaal 100 minuten (1 uur en 40 minuten). Er gelden dan geen restricties aan het stemgeluid. Dat kan 8 uur aanwezig blijven.
Conclusie Conclusie uit het onderzoek is dat, met inachtneming van een aantal beperkingen/uitgangspunten, kan worden voldaan aan de gestelde geluidsnormen in het bestemmingsplan. Deze beperkingen / uitgangspunten betreffen: de positie van het podium op het evenemententerrein: achterzijde langs noordoostgrens van terrein; de speelrichting van het podium: in zuidwestelijke richting; de muziekstijl: maximaal dancemuziek; de richtingskarakteristiek van de luidsprekers: pas beschreven technieken toe; het zendniveau van de luidsprekers (volume): maximaal 89 dB(A)|102 dB(C) op 25 meter voor het podium (FoH); het aantal bezoekers: maximaal 15.000; het volume van het stemgeluid: met stemverheffing spreken is mogelijk; de duur van het evenement: maximaal 100 minuten speelduur muziek met bovengenoemde zendniveaus. Langere duur van muziek is mogelijk door het beperken van het zendniveau. De mate waarin is inzichtelijk. In het akoestisch onderzoek wordt aangegeven dat het voor een juiste beoordeling van de te verwachten geluidsniveaus van belang is om vooraf te weten welke podiumposities, richtingen, luidsprekertechnieken, exploitatievorm, muziekstijl (geluidsvolume en genre) per evenement wordt toegepast.
Bij geluidveroorzakende evenementen dient voorafgaand aan het evenement aangetoond worden dat de in het bestemmingsplan opgenomen geluidnormen niet worden overschreden (artikel 6.1, lid, onder a sub 6). Een organisator zal dan ook een akoestisch onderzoek moeten aanleveren. In de communicatie met de organisator zal aangegeven worden dat in dat betreffende onderzoek de hierboven genoemde aspecten zoals podiumpositie, richting, techniek en dergelijk worden opgenomen. Aan de hand van het akoestisch onderzoek van DGMR kan aan de organisator vooraf aangegeven worden welke BBT-voorzieningen in acht moeten worden genomen. Genoemde maatregelen gelden voor het organiseren van een groot evenement waarbij sprake is van muziekgeluid en stemgeluid. Voor evenementen waarbij geen sprake is van muziekgeluid kunnen zonder meer voldoen aan de gestelde geluidnormen in het bestemmingsplan. Geconcludeerd wordt dat de geluidbelasting van maximaal 65 dB(A) bij een groot evenement uitvoerbaar en daarmee dus ook handhaafbaar is.
15
vastgesteld bestemmingsplan Chw Deventer, stad en dorpen, deel A evenemententerrein
16
vastgesteld bestemmingsplan Chw Deventer, stad en dorpen, deel A evenemententerrein
Bijlagen bij de toelichting
17
vastgesteld bestemmingsplan Chw Deventer, stad en dorpen, deel A evenemententerrein
18
vastgesteld bestemmingsplan Chw Deventer, stad en dorpen, deel A evenemententerrein
Bijlage 1 Eerste tussenuitspraak plandeel A
19
Uitspraak 202004842/1/R3
ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1469
Datum uitspraak
7 juli 2021
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 1 juli 2020 heeft de raad van de gemeente Deventer het bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Deventer, stad en dorpen deel A" vastgesteld. Het plan voorziet voor het grootste deel van de gronden in een actuele planologisch-juridische regeling. Daarnaast voorziet het plan onder meer in een uitbreiding van de gebruiksfuncties van de agrarische gronden van het evenemententerrein Roland Holstlaan ten behoeve van extensieve dagrecreatie. [appellant] woont aan de [locatie] te Deventer tegenover het evenemententerrein Roland Holstlaan. Hij kan zich niet verenigen met de uitbreiding van de gebruiksfunctie van de agrarische gronden en de planregels over evenementen op dit evenemententerrein.
Volledige tekst 202004842/1/R3. Datum uitspraak: 7 juli 2021 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Tussenuitspraak met toepassing van artikel 8:51d van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) in het geding tussen: [appellant], wonend te Deventer, appellant, en de raad van de gemeente Deventer,
Uitspraak 202004842/1/R3
1
verweerder. Procesverloop Bij besluit van 1 juli 2020 heeft de raad het bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Deventer, stad en dorpen deel A" vastgesteld. Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld. De raad heeft een verweerschrift ingediend. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 30 april 2021, waar [appellant], bijgestaan door mr. M. Bekooy, advocaat te Deventer, en de raad, vertegenwoordigd door ing. S. Hendriks-Klaver en E.M. Busman MSc, zijn verschenen. Overwegingen 1. Artikel 8:51d van de Awb luidt, voor zover thans van belang: "Indien de bestuursrechter in hoogste aanleg uitspraak doet, kan hij het bestuursorgaan opdragen een gebrek in het bestreden besluit te herstellen of te laten herstellen." INLEIDING 2. Het plan voorziet voor het grootste deel van de gronden in een actuele planologischjuridische regeling. Daarnaast voorziet het plan onder meer in een uitbreiding van de gebruiksfuncties van de agrarische gronden van het evenemententerrein Roland Holstlaan ten behoeve van extensieve dagrecreatie. 3. [appellant] woont aan de [locatie] te Deventer tegenover het evenemententerrein Roland Holstlaan. Hij kan zich niet verenigen met de uitbreiding van de gebruiksfunctie van de agrarische gronden en de planregels over evenementen op dit evenemententerrein. TOETSINGSKADERS 4.
Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. De Afdeling stelt niet zelf vast of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, maar beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. 5. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen in de uitspraak van 20 juni 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW8858, ligt het op de weg van de raad om te beoordelen of een bestemming die evenementen op een bepaalde locatie toestaat vanuit ruimtelijk oogpunt acceptabel is. Ook dient de raad over het toegestane aantal evenementen per jaar, de soorten evenementen en de maximale bezoekersaantallen regels te stellen voor zover dit uit het oogpunt van ruimtelijke aanvaardbaarheid op een locatie van belang is. Deze beoordeling is een andere dan die op grond waarvan, in een concreet geval, voor een evenement al dan niet een vergunning wordt verleend.
UITBREIDING GEBRUIKSFUNCTIES AGRARISCHE GRONDEN TEN BEHOEVE VAN EXTENSIEVE DAGRECREATIE 6. [appellant] kan zich niet verenigen met de uitbreiding van de gebruiksfuncties van de
Uitspraak 202004842/1/R3
2
agrarische gronden van het evenemententerrein Roland Holstlaan ten behoeve van extensieve dagrecreatie. [appellant] voert aan dat het gebruik van de desbetreffende gronden voor extensieve dagrecreatie zijn woon- en leefklimaat aantast, omdat hij in het verleden overlast heeft ondervonden bij het gebruik van de gronden vanwege geluidsoverlast door het vliegen met drones en het rijden met radiografisch bestuurbare auto’s. De omstandigheid dat in de begripsomschrijving van het begrip "extensieve dagrecreatie" niet-gemotoriseerde recreatieve activiteiten zijn uitgesloten doet daar niet aan af, aldus [appellant]. [appellant] stelt dat het handhaven van deze planregel in de praktijk namelijk niet mogelijk is. Verder wijst [appellant] erop dat uit de nota van zienswijzen volgt dat de desbetreffende gronden door middel van een hekwerk zullen worden afgesloten en dus niet toegankelijk zijn voor extensieve dagrecreatie. Volgens [appellant] is het hekwerk ten onrechte niet door middel van een voorwaardelijke verplichting in de planregels verzekerd, waardoor de gronden ten onrechte wel vrij toegankelijk zullen zijn. 6.1. De raad stelt in zijn verweerschrift dat met het bestreden plan verschillende plannen samen zijn gevoegd en dat het gelet hierop onvermijdelijk is dat op enkele locaties planologische mogelijkheden zijn verruimd en op andere locaties de mogelijkheden juist zijn beperkt.
De raad stelt dat het medegebruik van agrarische gronden ten behoeve van extensieve dagrecreatie op alle gronden met een agrarische functie mogelijk is, zowel in de stad als in het buitengebied. De onderhavige locatie ligt nabij en sluit zelfs aan op het buitengebied, waaronder de uiterwaarden van de IJssel, aldus de raad. Deze gronden worden nu al gebruikt voor extensieve dagrecreatie zoals wandelen, fietsen en vissen. De raad stelt dat deze activiteiten geen overlast veroorzaken. In dat kader stelt de raad ook dat het bieden van mogelijkheden voor extensieve dagrecreatie aansluit bij de ambities van de gemeente Deventer en verwijst daarbij naar het lokale gezondheidsbeleid en de Omgevingsvisie. 6.2. Aan de gronden van het evenemententerrein Roland Holstlaan is onder meer de bestemming "Agrarisch" toegekend. Artikel 4.1, van de planregels luidt: "Ter plaatse van de functie Agrarisch is toegelaten: a. grondgebruik ten dienste van de uitoefening van een agrarisch bedrijf zoals genoemd in artikel 1.7 onder a, b, e, f en g; b. het weiden van vee en het verbouwen van gewassen anders dan in het kader van de uitoefening van een agrarisch bedrijf, met dien verstande dat volkstuincomplexen niet zijn toegelaten; c.
extensieve dagrecreatie; met de daarbij behorende voorzieningen." Artikel 1.52, van de planregels luidt: "Extensieve dagrecreatie: niet-gemotoriseerde recreatieve activiteiten, zoals wandelen, fietsen, skaten, paardrijden, vissen, zwemmen, natuurobservatie en natuurspeelplaatsen." 6.3. Uit het verhandelde ter zitting is gebleken dat de angst van [appellant] zit in de mogelijke en in het verleden ervaren overlast van drones en radiografisch bestuurbare auto’s. In de begripsomschrijving van het begrip "extensieve dagrecreatie" in artikel 1.52 van de planregels staat expliciet dat enkel niet-gemotoriseerde activiteiten zijn toegestaan. Als niet wordt voldaan aan deze voorwaarde kan [appellant] desgewenst een verzoek om handhaving indienen bij het bevoegd gezag. Kwesties van handhaving kunnen niet in deze procedure,
Uitspraak 202004842/1/R3
3
maar in een handhavingsprocedure aan de orde worden gesteld. Het betoog faalt. 6.4. Voor zover [appellant] betoogt dat er een voorwaardelijke verplichting voor een hekwerk moet worden opgenomen in het bestreden plan, overweegt de Afdeling als volgt. Op de zitting is gebleken dat er op dit moment om het evenemententerrein een hekwerk staat en dat de gronden van het evenemententerrein in eigendom zijn van de gemeente Deventer. De Afdeling ziet in wat [appellant] heeft aangevoerd geen aanleiding voor het oordeel dat de raad een voorwaardelijke verplichting voor het hekwerk rondom het evenemententerrein had moeten opnemen. [appellant] wil een voorwaardelijke verplichting voor een hekwerk opdat overlastgevende activiteiten op het evenemententerrein worden voorkomen. In de nota van zienswijzen stelt de raad dat het evenemententerrein buiten de georganiseerde evenementen in principe niet vrij toegankelijk is en dat het terrein is afgesloten en afgesloten blijft door middel van een hekwerk. De raad stelt verder dat de toevoeging van de functie extensieve dagrecreatie op deze locatie niet zal leiden tot overlast en hij daarom geen reden ziet om een voorwaardelijke verplichting voor een hekwerk in het bestreden plan op te nemen.
Op de zitting heeft de raad toegelicht dat hij het niet noodzakelijk acht voor de aanvaardbaarheid van het plan om een voorwaardelijke verplichting op te nemen over het hekwerk rondom het evenemententerrein Roland Holstlaan, omdat bij illegale activiteiten op het evenemententerrein een verzoek tot handhaving kan worden ingediend. Het gaat daarom volgens de raad te ver gaat om een voorwaardelijke verplichting voor een hekwerk in de planregels op te nemen. Op grond van deze argumenten heeft de raad in redelijkheid kunnen afzien van het opnemen van een voorwaardelijke verplichting ten aanzien van een hekwerk om het evenemententerrein. Het betoog faalt. PLANREGELING FUNCTIEAANDUIDING "OVERIGE ZONE - EVENEMENTENLOCATIE ROLAND HOLSTLAAN" 7. [appellant] voert aan dat de planregels van de functieaanduiding "overige zone evenementenlocatie Roland Holstlaan" rechtsonzeker zijn en volgens hem onder andere moeten worden aangevuld met de gemaakte afspraken in het convenant van 17 juli 2019 dat is gesloten tussen de bewoners en de gemeente Deventer. 8.
De raad stelt in zijn verweerschrift dat de planregels voor het evenemententerrein zijn overgenomen uit het vorige bestemmingsplan voor deze locatie, omdat er geen omstandigheden zijn die hebben geleid tot het wijzigen van de situatie ter plaatse en dat er dus ook geen aanleiding is geweest tot het opnieuw onderzoeken van de aanvaardbaarheid van de planregels. 9. Aan de gronden van het evenemententerrein Roland Holstraat is onder meer de functieaanduiding "overige zone - evenementenlocatie Roland Holstlaan" toegekend. Artikel 270.1, van de planregels luidt: "Ter plaatse van de gebiedsaanduiding evenementenlocatie Roland Holstlaan is, naast de andere daar toegelaten functies, toegelaten: a. evenementen; 1. het gebruik van het evenemententerrein mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de woonsituatie, de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de
Uitspraak 202004842/1/R3
4
parkeersituatie. 2. verder geldt het volgende: 3. in aanvulling op het bepaalde in 270 onder 2 mag het verschil tussen de gemeten dB(C) waarde en de gemeten dB(A) waarde op maximaal 25 meter afstand van de luidsprekers maximaal 15 dB(A) bedragen." Artikel 270.2, van de planregels luidt: "a. Ter plaatse van de aanduiding 'evenementenlocatie Roland Holstlaan' gelden de volgende regels: 270.2.1 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer dan 3 m bedragen." Artikel 1.15, van de planregels luidt: "Evenement: een publieke activiteit met een tijdelijk, plaatsgebonden en van het reguliere gebruik afwijkend karakter, plaatsvindend in de openlucht, binnen gebouwen of in tijdelijke onderkomens en in het algemeen bedoeld ter ontspanning en/of vermaak, waaronder begrepen commerciële, culturele, religieuze, recreatieve en/of sportieve of daarmee gelijk te stellen activiteiten zoals markten, braderieën, beurzen, kermissen, festiviteiten, wedstrijden, bijeenkomsten, festivals, en dergelijke, al dan niet in combinatie met ondergeschikte horeca." Maximum aantal bezoekers 10. [appellant] voert aan dat in artikel 270.1 van de planregels ten onrechte het maximum aantal bezoekers bij een groot evenement niet is begrensd. 10.1.
Uit artikel 270.1, aanhef en lid a, onder 2, van de planregels volgt dat een groot evenement maximaal 1 evenementdag per jaar mag duren en dat het maximaal aantal toegestane bezoekers meer dan 10.000 personen per dag mag zijn. De planregels bevatten geen beperkingen met betrekking tot het maximum aantal bezoekers voor grote evenementen. Op de zitting heeft de raad erkend dat er ten onrechte geen maximum aan het aantal bezoekers voor een groot evenement is gesteld. Gelet op het vorenstaande is het besluit wat betreft artikel 270.1, aanhef en lid a, onder 2, van de planregels in zoverre in strijd met artikel 3:2 van de Awb niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid. Het betoog slaagt. Tijdsduur evenement 11. [appellant] voert aan dat in de planregels ten onrechte de eindtijd van een evenement niet is bepaald. Volgens [appellant] kan hij hierdoor niet alleen gedurende de dag- en avondperioden, maar ook in de nachtperiode worden blootgesteld aan de maximale geluidbelasting, waardoor een goed woon- en leefklimaat hierdoor niet is gewaarborgd. [appellant] stelt dat er ten onrechte geen maximale tijdsduur en eindtijden van evenementen in de planregels zijn opgenomen.
In dit kader wijst [appellant] ook op de uitspraak van de Afdeling van 1 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1496, waaruit volgens hem volgt dat een bestemmingsplan voor evenementen waarin de maximale duur en de eindtijden van evenementen ontbreken ontoereikend gemotiveerd is. 11.1. In artikel 270.1, aanhef en lid a, onder 2, van de planregels is opgenomen hoe lang een groot, middelgroot en klein evenement mogen duren, namelijk 8 uur, 8 uur respectievelijk 12
Uitspraak 202004842/1/R3
5
uur en 12 uur. De maximale tijdsduur in dagen is voor evenementen dus wel vastgelegd in de planregels. In zoverre faalt het betoog. 11.2. De Afdeling stelt vast dat de raad niet heeft toegelicht waarom het niet nodig zou zijn om eindtijden voor evenementen in de planregels op te nemen. De raad heeft zich er geen rekenschap van gegeven dat het plan er niet aan in de weg staat dat evenementen, vanwege het ontbreken van een eindtijd ook in de nachtelijke uren kunnen plaatsvinden. Daarbij wijst de Afdeling erop dat gebleken is dat de raad wel belang lijkt te hechten aan eindtijden voor evenementen, omdat de raad in juli 2019 een convenant met omwonenden heeft gesloten, waarin in artikel 3, lid 3.4, is opgenomen dat het op- en afbouwen van evenementen zoveel mogelijk tussen 8:00 en 24:00 uur plaats dient te vinden. In dit kader merkt de Afdeling ook op dat het de raad vrij staat om af te wijken van de afspraken over eindtijden in het convenant mits hij nader motiveert waarom hiervan wordt afgeweken. Gelet op het vorenstaande is het besluit wat betreft artikel 270.1, aanhef en lid a, onder 2, van de planregels in zoverre in strijd met artikel 3:2 van de Awb niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid en in strijd met artikel 3:46 van de Awb niet afdoende gemotiveerd. In zoverre slaagt het betoog. Op- en afbouwwerkzaamheden 12.
[appellant] voert aan dat het maximum aantal dagen dat een evenement mag duren met inbegrip van de op- en afbouwwerkzaamheden en pauze-dagen ten onrechte niet is vastgelegd in de planregels. Volgens [appellant] wordt hij hierdoor dus ook langer aan de maximale geluidbelasting blootgesteld dan gedurende de in het plan bij recht bepaalde 43 dagen per jaar. 12.1. Artikel 270.1, aanhef en lid a, onder 2, van de planregels bevat geen beperkingen met betrekking tot het aantal dagen van op- en afbouwwerkzaamheden en de maximale geluidsbelasting van deze dagen. Omdat er gelet op wat is overwogen onder 11.2 geen eindtijden aan de evenementen zijn opgenomen in de planregels, is ook niet duidelijk of in ieder geval de afbouwactiviteiten voor evenementen tot in de nachtelijke uren mogen plaatsvinden. Daarbij wijst de Afdeling erop dat gebleken is dat de raad wel belang lijkt te hechten aan de tijden voor op- en afbouwwerkzaamheden gelet op artikel 3, lid 3.4, van het convenant waarin is opgenomen dat het op- en afbouwen van evenementen zoveel mogelijk tussen 8:00 en 24:00 uur plaats dient plaats te vinden. In dit kader merkt de Afdeling ook op dat het de raad vrij staat om af te wijken van de afspraken over eindtijden in het convenant mits hij nader motiveert waarom hiervan wordt afgeweken.
Het is daarnaast ook niet duidelijk of het geluidniveau dat gepaard gaat met het op- en afbouwen van evenementen hoger mag zijn dan de toegestane geluidniveaus in de planregels. Op de zitting heeft de raad toegelicht dat als het aantal op- en afbouwdagen van het aantal evenementdagen moet worden afgehaald er bijna geen evenementdagen meer overblijven. In dit kader merkt de Afdeling op dat de raad zou kunnen bezien of het aantal evenementdagen hetzelfde zou kunnen blijven, maar er wel een maximaal aantal op- en afbouwdagen met maximale geluidbelasting wordt bepaald, waarbij rekening wordt houden met omwonenden en mogelijke geluidshinder als gevolg van deze werkzaamheden. Gelet op het vorenstaande is het besluit wat betreft artikel 270.1, aanhef en lid a, onder 2, van de planregels in zoverre in strijd met artikel 3:2 van de Awb niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid en in strijd met artikel 3:46 van de Awb niet afdoende gemotiveerd.
Uitspraak 202004842/1/R3
6
Het betoog slaagt. Meldingsplicht en extra regels omtrent de podiumopstelling en geluidsystemen 13. [appellant] voert aan dat ten onrechte geen voorwaardelijke verplichting in de planregels is opgenomen voor een meldingsplicht die ertoe strekt dat een organisator voorafgaand aan een evenement met behulp van een akoestisch onderzoeksrapport van een deskundige dient aan te tonen dat wordt voldaan aan de maximale geluidbelasting. Verder stelt [appellant] dat er ten onrechte regels ontbreken over de podiumopstelling, geluidsystemen en de opstelling van de subwoofers voor middelgrote en grote evenementen. Hij wijst hierbij op de uitspraak van de Afdeling van 1 juli 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1496, waaruit volgens hem blijkt dat de podiumopstelling ruimtelijk relevant is en daarom in de planregeling moeten worden betrokken. 13.1. Ten aanzien van het betoog van [appellant] over de meldingsplicht overweegt de Afdeling als volgt. De Afdeling stelt vast dat uit de planregels niet volgt dat organisatoren van evenementen voorafgaande aan het evenement een geluidsrapport moeten overleggen om inzichtelijk te maken dat zij kunnen voldoen aan de in de planregels opgenomen maximale geluidsbelasting.
Op de zitting is gebleken dat er op dit moment geen duidelijkheid over is in hoeverre er in het kader van een evenementenvergunning wel van tevoren een geluidsonderzoek voor het desbetreffende evenement moet worden opgesteld en overgelegd. Mocht dit niet het geval zijn, dan zou pas tijdens het evenement in het kader van het toezicht, al dan niet na klachten van appellant of anderen, duidelijk worden of met de gekozen opzet de planregels kunnen worden nageleefd. Dat is onwenselijk, zowel voor de organisatoren en deelnemers als voor de derden die overlast ondervinden. De raad moet daarom nagaan of het noodzakelijk is dat organisatoren van evenementen in bepaalde gevallen van tevoren een geluidsonderzoek overleggen, opdat duidelijk is dat het te houden evenement kan voldoen aan de in de planregels opgenomen maximale geluidsbelasting voor evenementen. Zo nodig zou dit dan in het plan moeten worden gewaarborgd. Het betoog slaagt in zoverre. 13.2. Ten aanzien van de stelling van [appellant] dat er planregels moeten worden gesteld over de podiumopstelling, geluidsystemen en de opstelling van subwoofers, overweegt de Afdeling als volgt. In artikel 270.1, aanhef en lid a, onder 2, van de planregels is de maximale geluidbelasting voor verschillende evenementen opgenomen.
Een eventueel verplicht geluidsonderzoek als bedoeld in 13.1 zal uitwijzen of met de te gebruiken geluidsapparatuur bij een evenement en de opstelling van deze geluidsapparatuur kan worden voldaan aan de in de planregels gestelde maximale geluidsbelasting. Gelet hierop heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt gesteld dat het plan zich niet leent om voorschriften aan de geluidapparatuur te stellen, maar dat dergelijke voorschriften in de evenementenvergunning kunnen worden opgenomen. Het betoog faalt in zoverre. CONCLUSIE 14. Met het oog op een spoedige beslechting van het geschil zal de Afdeling de raad opdragen om binnen 20 weken na verzending van deze uitspraak: - met inachtneming van wat is overwogen onder 10.1 alsnog in de planregels een maximum te stellen aan het aantal bezoekers voor een groot evenement; - met inachtneming van wat is overwogen onder 11.2 alsnog te motiveren of de eindtijden voor evenementen moeten worden gewaarborgd in de planregels en daarover een regeling in
Uitspraak 202004842/1/R3
7
de planregels op te nemen; - met inachtneming van wat is overwogen onder 12.1 alsnog in de planregels te waarborgen wat de maximale duur en de maximale geluidsbelasting is bij op- en afbouwactiviteiten voor evenementen; - met inachtneming van wat is overwogen onder 13.1 na te gaan of het noodzakelijk is dat organisatoren van evenementen in bepaalde gevallen van tevoren een geluidsonderzoek overleggen, opdat duidelijk is dat het te houden evenement kan voldoen aan de in de planregels opgenomen maximale geluidsbelasting voor evenementen en dit zo nodig in de planregels te waarborgen. De raad dient de Afdeling en de andere partij de uitkomst mee te delen en een gewijzigd of nieuw besluit zo spoedig mogelijk op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken en mee te delen. Het door het college te nemen gewijzigde of nieuwe besluit behoeft niet overeenkomstig afdeling 3.4 van de Awb te worden voorbereid. 15. Voor zover [appellant] op de zitting heeft gevraagd of er een voorlopige voorziening kan worden getroffen voor het evenement dat staat gepland op 4 juli 2021, waarbij verplicht wordt gesteld dat na moet worden gegaan of voor dat evenement wordt voldaan aan de maximale geluidsnormen op grond van artikel 270.1, aanhef en lid a, onder 2, van de planregels, overweegt de Afdeling dat zij geen aanleiding ziet om een voorlopige voorziening te treffen voor dit evenement.
Op de zitting is gebleken dat het evenement al is gepland en de kaarten al zijn verkocht. De Afdeling acht het uit het oogpunt van de rechtszekerheid niet aanvaardbaar dat dat evenement wordt belast met extra verplichtingen. 16. In de einduitspraak zal worden beslist over de proceskosten en de vergoeding van het betaalde griffierecht. Beslissing Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: draagt de raad van de gemeente Deventer op: - om binnen 20 weken na de verzending van deze tussenuitspraak, met inachtneming van wat is overwogen onder 10.1, 11.2, 12.1, 13.1 en 14 de daar omschreven gebreken in het besluit van de raad van de gemeente Deventer van 1 juli 2020 te herstellen, en; - de Afdeling en de andere partij de uitkomst mede te delen en een gewijzigd of nieuw besluit zo spoedig mogelijk op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken en mede te delen. Aldus vastgesteld door mr. F.C.M.A. Michiels, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S.M.W. van Ewijk, griffier. Het lid van de enkelvoudige kamer is verhinderd de uitspraak te ondertekenen. De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen. Uitgesproken in het openbaar op 7 juli 2021 867
Uitspraak 202004842/1/R3
8
vastgesteld bestemmingsplan Chw Deventer, stad en dorpen, deel A evenemententerrein
28
vastgesteld bestemmingsplan Chw Deventer, stad en dorpen, deel A evenemententerrein
Bijlage 2 T weede tussenuitspraak plandeel A
29
ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3299
Datum uitspraak
16 november 2022
Inhoudsindicatie
Bij tussenuitspraak van 7 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1469, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de raad van de gemeente Deventer opgedragen binnen 20 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van de raad van 1 juli 2020, waarbij het bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Deventer, stad en dorpen deel A" is vastgesteld, te herstellen. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak onder 10.1 overwogen dat de planregels ten onrechte geen beperkingen bevatten met betrekking tot het maximum aantal bezoekers voor grote evenementen. Daarnaast heeft de Afdeling onder 11.2 van de tussenuitspraak overwogen dat de raad zich er geen rekenschap van heeft gegeven dat het plan er niet aan in de weg staat dat evenementen, vanwege het ontbreken van een eindtijd ook in de nachtelijke uren kunnen plaatsvinden. In dit kader merkt de Afdeling ook op dat het de raad vrij staat om af te wijken van de afspraken over eindtijden in het convenant, mits hij nader motiveert waarom hiervan wordt afgeweken.
Volledige tekst 202004842/2/R3. Datum uitspraak: 16 november 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Tussenuitspraak met toepassing van artikel 8:51d van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) in het geding tussen: [appellant], wonend te Deventer,
1
appellant, en de raad van de gemeente Deventer, verweerder. Procesverloop Bij tussenuitspraak van 7 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1469 (hierna: de tussenuitspraak), heeft de Afdeling de raad opgedragen binnen 20 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van de raad van 1 juli 2020, waarbij het bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Deventer, stad en dorpen deel A" is vastgesteld, te herstellen. Deze uitspraak is aangehecht. Bij besluit van 17 november 2021 heeft de raad het bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Deventer, stad en dorpen deel A, evenemententerrein" vastgesteld. [appellant] heeft, daartoe in de gelegenheid gesteld, een zienswijze over de wijze waarop de gebreken volgens de raad zijn hersteld naar voren gebracht. De raad en [appellant] hebben nadere stukken ingediend. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 12 juli 2022, waar de raad, vertegenwoordigd door ing. S. Hendriks-Klaver en M. Koops-Hollegien, is verschenen. [appellant], bijgestaan door M. Bekooy, advocaat te Deventer, heeft via een videoverbinding aan de zitting deelgenomen. Overwegingen De tussenuitspraak 1. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak onder 10.1 overwogen dat de planregels ten onrechte geen beperkingen bevatten met betrekking tot het maximum aantal bezoekers voor grote evenementen.
Daarnaast heeft de Afdeling onder 11.2 van de tussenuitspraak overwogen dat de raad zich er geen rekenschap van heeft gegeven dat het plan er niet aan in de weg staat dat evenementen, vanwege het ontbreken van een eindtijd ook in de nachtelijke uren kunnen plaatsvinden. In dit kader merkt de Afdeling ook op dat het de raad vrij staat om af te wijken van de afspraken over eindtijden in het convenant, mits hij nader motiveert waarom hiervan wordt afgeweken. Verder heeft de Afdeling onder 12.1 van de tussenuitspraak overwogen dat artikel 270.1, aanhef en lid a, onder 2, van de planregels ten onrechte geen beperkingen bevat met betrekking tot het aantal dagen van op- en afbouwwerkzaamheden en de maximale geluidsbelasting van deze dagen. Omdat er gelet op wat is overwogen onder 11.2 geen eindtijden aan de evenementen zijn opgenomen in de planregels, is ook niet duidelijk of in ieder geval de afbouwactiviteiten voor evenementen tot in de nachtelijke uren mogen plaatsvinden. Tot slot heeft de Afdeling onder 13.1 van de tussenuitspraak overwogen dat er op dit moment geen duidelijkheid is in hoeverre er in het kader van een evenementenvergunning
2
van tevoren een geluidsonderzoek voor het desbetreffende evenement moet worden opgesteld en overgelegd. De raad moet daarom nagaan of het noodzakelijk is dat organisatoren van evenementen in bepaalde gevallen van tevoren een geluidsonderzoek overleggen, opdat duidelijk is dat het te houden evenement kan voldoen aan de in de planregels opgenomen maximale geluidsbelasting voor evenementen. Opdracht in de tussenuitspraak 2. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling de raad opdracht gegeven om met inachtneming van wat is overwogen onder 10.1 van de tussenuitspraak alsnog in de planregels een maximum te stellen aan het aantal bezoekers voor een groot evenement. Ook heeft de Afdeling de raad opdracht gegeven om met inachtneming van wat is overwogen onder 11.2 alsnog te motiveren of de eindtijden voor evenementen moeten worden gewaarborgd in de planregels en daarover een regeling in de planregels op te nemen. Verder heeft de Afdeling de raad opdracht gegeven om met inachtneming van wat is overwogen onder 12.1 alsnog in de planregels te waarborgen wat de maximale duur en de maximale geluidsbelasting is bij open afbouwactiviteiten voor evenementen.
Tot slot heeft de Afdeling in de tussenuitspraak de raad opdracht gegeven om met inachtneming van wat is overwogen onder 13.1 na te gaan of het noodzakelijk is dat organisatoren van evenementen in bepaalde gevallen van tevoren een geluidsonderzoek overleggen, opdat duidelijk is dat het te houden evenement kan voldoen aan de in de planregels opgenomen maximale geluidsbelasting voor evenementen en dit zo nodig in de planregels te waarborgen. 3. Onder 14 van de tussenuitspraak heeft de Afdeling de raad opgedragen de geconstateerde gebreken in het besluit van 1 juli 2020 te herstellen. Herstelbesluit 4. Naar aanleiding van de tussenuitspraak heeft de raad bij besluit van 17 november 2021 het bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Deventer, stad en dorpen deel A, evenemententerrein" vastgesteld. Dit besluit is ingevolge artikel 6:19, eerste lid, van de Awb ook onderwerp van het geding. Het beroep van [appellant] is van rechtswege gericht tegen dit besluit. 5. In het onderstaande zal de Afdeling aan de hand van de door [appellant] naar voren gebrachte zienswijze beoordelen of de raad met het besluit van 17 november 2021 heeft voldaan aan de opdrachten in de tussenuitspraak. Ingetrokken beroepsgrond 6.