2023-381 bijlage Reactienota zienswijzen Weseperstraat 7
Tekst van het document
2. Resultaat De gewenste ontwikkeling dient voor externe veiligheid beter onderbouwd te worden, voordat deze gerealiseerd kunnen worden. Hierna wordt de conclusie en/of aanbevelingen verder uitgewerkt.
3. Toetsing ontwerpbestemmingsplan 3.1 Toelichting bestemmingsplan Weseperstraat Deventer In paragraaf 5.10 van de toelichting van het bestemmingsplan is het milieuaspect externe veiligheid beschreven. Voor het inventariseren van externe veiligheidsrisico’s is een QuickScan (Beschouwen externe veiligheid Weseperstraat 7 te Deventer, kenmerk: 20220610-WND779-RAP-EV 2.0, d.d. 10 juni 2022) uitgevoerd. Een beoordeling van de externe veiligheidsrisico’s is in paragraaf 3.2 opgenomen. Voor de verantwoording van de hoogte van het groepsrisico is een document (kenmerk: 20220610WND779-NOT-VGR 1.0, d.d. 10 juni 2022) opgesteld. Een beoordeling van de verantwoording van de hoogte van het groepsrisico is in paragraaf 3.3 opgenomen en een beoordeling van de externe veiligheidsrisico’s langs het spoor zijn in paragraaf 3.4. opgenomen. Dit is een nieuw document t.o.v. de concept versie. Uit de QuickScan blijkt dat het plangebied alleen binnen het invloedsgebied van het spoor en het emplacement is gelegen. Dit strookt niet met de opmerking op pagina 56 van de toelichting bestemmingsplan Weseperstraat Deventer. Hier staat vermeld dat: “Ook bevinden zich binnen het invloedgebied van het plangebied geen inrichtingen die effect hebben”. Op basis van gemeentelijke beleid blijkt het plangebied binnen het invloedsgebied van het emplacement te liggen.
Dit is niet aangepast in de definitieve onderbouwing. Verder is niet helder waarom voor het spoor op basis van artikel 13 van het Bevi het groepsrisico moet worden verantwoord. Voor het spoor dient het groepsrisico op basis van artikel 8 Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) plaats te vinden. Waarschijnlijk wordt vanaf de 4e alinea onder het kopje “analyse” het emplacement bedoeld ondanks dat in de 1e alinea staat aangegeven dat er geen inrichtingen in de buurt liggen. Dit is niet aangepast in de definitieve onderbouwing.
3.2 Beschouwen externe veiligheid Weseperstraat 7 te Deventer In bijlage 9 van de toelichting op het bestemmingsplan heeft een inventarisatie van de risicobronnen in de omgeving van het plangebied plaatsgevonden.
3.2.1
Transportroutes
Het plangebied ligt niet in de 10-6 plaatsgebonden risicocontour (PR10-6) nog in een plasbrandaandachtsgebied (PAG) van het doorgaande spoor Deventer – Almelo/Zutphen. Het doorgaande spoor heeft op dit traject (30FD.8) geen PR10-6 en ook geen PAG (<3.500 KWE C3). In de onderbouwing staat dat dit door de ruimtelijk scheiding geen aandachtspunt is. De PR10-6 en het PAG worden bepaald door het aantal transporten en niet de ruimtelijk scheiding. Dit dient aangepast te worden in de onderbouwing. Dit is voldoende aangepast in de definitieve onderbouwing.
Reactienota zienswijzen ontwerp Chw Bestemmingsplan Weseperstraat 7 30
April 2023
Voor de beoordeling van het groepsrisico is gebruik gemaakt van de vuistregels uit de Handleiding Risicoanalyse Transport (HART). Dit is omgezet naar een RBM II berekening. Zie voor beoordeling paragraaf 3.4. Toetsing oriëntatiewaarde De toetsing aan de vuistregels 1 en 2 is correct uitgevoerd. In de tekst van vuistregel 3 wordt verwezen naar tabel 16 en 17 uit de HART, dit is een verschrijving in de HART. Er dient echter getoetst te worden aan tabel 1-19 en 1-20 en in het geval van deze casus specifiek tabel 1-20. Dienst aangepaste te worden in de definitieve onderbouwing. Voor vuistregel 3 is uitgegaan van de volgende kenmerken: Dit onderdeel is uit het document gehaald omdat een RBM II berekening is uitgevoerd. Dichtheid Voor de populatie is getoetst met een persoonsdichtheid van 80 personen per hectare. Deze informatie is verkregen uit de populatieservice. Uit een eigen inventarisatie (zie figuur 1) op basis van de BAG populatieservice van de EV-signaleringskaart ligt de populatie (incl. gewenste uitbreiding) op 148 personen per hectare voor de dagperiode en 109 personen per hectare voor de nachtperiode. Dit is hoger dan de gehanteerde populatiegegevens en geeft dan ook een andere uitkomst voor de toetsing aan vuistregel 3. Figuur 1: BAG populatieservice van de EV-signaleringskaart
Bovenstaande moet nog worden gecheckt door de Omgevingsdienst regio Nijmegen (ODRN) of dit is aangepast in de Safeti-NL berekening en daarnaast goed is meegenomen in de RBM II berekening. Afstand risicobron tot plangebied De gehanteerde afstand van 50 meter van risicobron tot plangebied is akkoord. Geen opmerkingen. Aantal transporten met stofcategorie A Het gehanteerde aantal transporten (410) van stofgroep A op het spoortraject 30FD.8 is akkoord. Geen opmerkingen Bebouwingsgebied De gekozen typering van het bebouwingsgebied als tweezijdige bebouwing, is akkoord. Geen opmerkingen. Conclusie toetsing oriëntatiewaarde Op basis van de bovenstaande kenmerken komt uit de toetsing van vuistregel 3 een overschrijding van de drempelwaarde. Hierdoor is voor het beoordelen van het groepsrisico het uitvoeren van een RBMIIberekening noodzakelijk. RBM II berekening is opgesteld. Toetsing 10% van de oriëntatiewaarde De vuistregels voor toetsing 10% van de oriëntatiewaarde heeft niet plaatsgevonden. Voor de volledigheid heeft de Omgevingsdienst IJsselland hier wel naar gekeken. Aan de vuistregels 1 en 2 wordt voldaan. Uit vuistregel 3 van deze toetsing blijkt dat er meer transporten met stofcategorie A plaatsvinden dan de drempelwaarde uit tabel 1-20. RBM II berekening is opgesteld.
Conclusie toetsing 10% van de oriëntatiewaarde Reactienota zienswijzen ontwerp Chw Bestemmingsplan Weseperstraat 7 31
April 2023
Ook uit de vuistregels voor de toetsing of 10% van de oriëntatiewaarde wordt overschreden blijkt dat een RBMII berekend moet worden uitgevoerd. RBM II berekening is opgesteld. Conclusie transportroutes Er dient aanvullend nog een RBMII-berekening te worden uitgevoerd. Aangezien voor eerder plannen op deze locatie reeds een RBMII-berekening is uitgevoerd, adviseren wij deze berekening aan te vullen met de eigenschappen van de huidige plannen. RBM II berekening is opgesteld. Deze moet nog worden gecheckt door de ODRN.
3.2.2
Inrichtingen
Het voorgenomen plan ligt volgens het Bevi niet in het invloedsgebied van een nabijheid gelegen risicobedrijf. Ten zuiden op ongeveer 35 meter ligt de inrichtingsgrens van het spooremplacement Deventer van ProRail. De meest risicovolle handeling worden ter hoogte van de Amstellaan verricht. Het bijbehorende invloedsgebied reikt niet tot het plangebied. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet verandert het invloedsgebied (tegen die tijd aandachtsgebied genoemd) van het emplacement. Rondom het gehele emplacement komt een brandaandachtsgebied van 30 meter en een explosieaandachtsgebied van 200 meter te liggen (vergelijkbaar met het doorgaande spoor). Wanneer de plannen onder de Omgevingswet worden aangevraagd, zal dit consequentie hebben voor de toetsing van de externe veiligheidsrisico’s (meer hierover in hoofdstuk 7). Op basis van de Omgevingsvisie externe veiligheid Deventer 2015 heeft de gemeente een invloedgebied gedefinieerd van 300 meter rondom de inrichtingsgrens van het emplacement. Voor plannen binnen deze zone moet het groepsrisico worden beoordeeld. Door het bureau Kragten is een groepsrisicoberekeing met het programma Safeti-NL uitgevoerd. De bijbehorende PSU-file is opgevraagd en beoordeeld door de ODRN (zie hoofdstuk 5). Uit de berekening blijkt dat het groepsrisico licht toeneemt, maar dat de ontwikkeling de oriëntatiewaarde niet overschrijdt.
Conclusie inrichtingen
Op basis van het BEVI zijn er geen inrichtingen in de omgeving die invloed hebben op het plangebied. In het eigen beleid van de gemeente heeft het emplacement een verantwoordingsplicht van het groepsrisico tot 300 meter van de inrichtingsgrens. Uit een uitgevoerde Safeti-NL berekening blijkt dat het groepsrisico licht toeneemt, maar dat de ontwikkeling de oriëntatiewaarde niet overschrijdt. In lijn met het BEVI is een verantwoording van het groepsrisico gewenst. Zie hiervoor paragraaf 3.3 3.2.3
Overige geïnventariseerde risicobronnen
De overige geïnventariseerde risicobronnen (buisleidingen en (water)wegen) zijn geen belemmering voor de gewenste ontwikkeling.
3.2.4
Advies Omgevingsdienst Regio Nijmegen
Op 27 september 2022 hebben wij een advies ontvangen van de Omgevingsdienst Regio Nijmegen (ODRN) over de groepsrisicoberekening die is gemaakt met het rekenprogramma SAFETI-NL. Uit dit advies kan het volgende worden geconcludeerd:
• • •
•
De gemaakte risicoanalyse geeft inzicht in de veiligheidsrisico’s door transport van gevaarlijke stoffen en het emplacement ter hoogte van de ontwikkellocatie Weseperstraat; De toets aan de vuistregels is niet toereikend. Advies is om een RBM II berekening uit te voeren om vast te stellen of 10% van de oriëntatiewaarde wordt overschreden; Voor het emplacement is gebruik gemaakt van een bestaand rekenmodel welke is opgesteld door Aviv. Informatie over dit model is erg summier. Bronvermelding ontbreekt en dient te worden toegevoegd; De ontwikkellocatie is toegevoegd in het model. Onduidelijk of dit al door Aviv is gedaan of door Kragten. Ook niet bekend op welke gegevens dit is gebaseerd. Daarnaast wordt de populatie niet meegenomen in de berekening;
Reactienota zienswijzen ontwerp Chw Bestemmingsplan Weseperstraat 7 32
April 2023
• • •
•
De groepsrisicoberekening welke wordt weergegeven in Afbeelding 5 kan niet worden beoordeeld op basis van de aangeleverde rapportage; Er wordt niks vermeld over het plaatsgebonden risico, enkel over het invloedsgebied. Onduidelijk waaraan getoetst is. De ontwikkeling aan de Weseperstraat maakt onderdeel uit van meerdere ontwikkelingen binnen het Karwei-kwadrant in Deventer. In de rapportage wordt hier geen aandacht aan besteed. Bij de bepaling van het groepsrisico dient er ook rekening te worden gehouden met deze ontwikkelingen binnen het Karwei-kwadrant. De gemaakte risicoanalyse geeft onvoldoende inzicht in de veiligheidsrisico’s en dient te worden aangepast.
Het volledige advies van de ODRN is als bijlage 1 toegevoegd aan dit document. Er is aangepaste Safeti-NL berekening opgesteld. Deze zal nog door de ODRN moeten worden gecheckt of bovengenoemde punten uit paragraaf 3.2.4. zijn meegenomen.
3.3 Verantwoording hoogte groepsrisico In bijlage 10 van de toelichting op het bestemmingsplan is een verantwoording van het groepsrisico beschreven. Om te kunnen bepalen of de verantwoording de juiste diepgang heeft zal eerst antwoord op het groepsrisico moeten worden gegeven. Spoor Voor het spoor is hiervoor de ontbrekende RBMII-berekening noodzakelijk. In de verantwoording van het groepsrisico ontbreekt dan ook de onderbouwing waarom een beperkt of volledige verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk is. In hoofdstuk 3 staat op pagina 5 dat: “als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over het water, dient binnen de planlocatie rekening te worden gehouden met het onderstaande scenario”, dit is niet juist en dient aangepast te worden in de definitieve versie. Deze opmerking is aangepast in de definitieve onderbouwing. Inrichting Hoewel het Bevi formeel geen toetsingskader betreft, is vanuit het gemeentelijke beleid hier wel aan getoetst. Ad 1) de genoemde dichtheid van personen is lager dan de uitkomst van onze eigen berekening (zie opmerking 3.2 over de HART toets). Verder wordt gesproken over de ontwikkeling van 37 appartementen/woning terwijl in de toelichting van de ruimtelijke onderbouwing wordt gesproken over 38 appartementen/woning.
Verder is niet helder waardoor de dichtheid in de dagperiode in de huidige situatie veranderd van 36 pers/ha wijzigt naar 29 pers/ha in de toekomstige situatie. Dit is tekstueel aangepast in de definitieve onderbouwing. Of de gewijzigde dichtheid ook goed is meegenomen in de Safeti-NL berekening en RBM II berekening moet nog worden gecheckt door de ODRN. Ad 2) uit de groepsrisicoberekening blijkt dat het groepsrisico toeneemt, maar met minder dan 10%. De ODRN moet de uitgevoerde Safeti-NL berekening nog controleren. Ad 3 t/m 5) akkoord. Ad 6) geeft geen beeld van de voor- en nadelen van de gewenste ontwikkeling, dient beter worden onderbouwd. Voldoende aangepast Ad 7) dient beter onderbouwt te worden. Voldoende aangepast Ad 8) niet alleen toxisch scenario uitwerken, maar ook scenario’s plasbrand en explosie uitwerken. Daarbij specificeren van de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp in de inrichting(en). Wat staat er al in de omgevingsvergunning milieu? Is aangepast daarbij wordt verwezen naar Ad 9 Ad 9) niet alleen toxisch scenario uitwerken, maar ook scenario’s plasbrand en explosie uitwerken en welke mogelijkheden zijn er of maakt het plan mogelijk. Dit punt moet nog worden gecheckt door de Veiligheidsregio IJsselland Reactienota zienswijzen ontwerp Chw Bestemmingsplan Weseperstraat 7 33
April 2023
In hoofdstuk twee onder het kopje “transport over het spoor” wordt gesproken over twee plangebieden. Welke beide plangebieden worden hier bedoelt? Verder wordt op pagina 7 gesproken over bestaande bebouwing. Dit lijkt haaks te staan op de ontwikkeling die in de toelichting is gegeven over de plannen. Hierin staat vermeld dat de bestaande bebouwing wordt gesloopt. Zie ook de opmerkingen van de Veiligheidsregio IJsselland over deze punten. Graag documenten hierop aanpassen. Deze opmerkingen zijn aangepast in de definitieve onderbouwing.
3.4 Externe veiligheid spoor Dit is een nieuw document t.o.v. de concept versie. Over dit stuk heb ik verder geen opmerkingen. Het is nog even wachten op de uitkomst van de ODRN i.v.m. de toetsing aan de RBM II berekening.
4. Advies Veiligheidsregio Op 10 oktober 2022 heeft de Veiligheidsregio IJsselland (VRIJ) hun advies uitgebracht. Zij adviseren over de zelfredzaamheid, bereikbaarheid en bestrijdbaarheid het volgende:
•
•
•
•
De aanvrager duidelijkheid te laten geven over de afstand tussen het spoor en de nieuw te bouwen woningen. In de ‘Beschouwing externe veiligheid’ wordt aangegeven dat het spoor op 30 meter van het plangebied ligt. Verderop in het document wordt aangegeven dat het plangebied op circa 30 meter van het emplacement ligt. Deze afstand van 30 meter is precies de afstand die wordt aangehouden voor het plasbrandaandachtsgebied (PAG) en het brandaandachtsgebied. In de huidige situatie is er formeel geen sprake van een PAG omdat het aantal transporten met brandbare vloeistoffen over dit deel van het spoor onder de norm ligt. In de praktijk liggen deze aantallen veel hoger; door de aanleg van het derde spoor Duitsland wordt er meer vervoerd via Deventer. Deze situatie is tijdelijk maar duurt inmiddels enkele jaren en zal ook nog enkele jaren duren. Daarnaast geldt vanaf 1 januari 2023 de Omgevingswet. Onder deze wet geldt voor het hele Basisnet, waar dit spoor ook onderdeel van is, een brandaandachtsgebied van 30 meter. Binnen dit gebied kan de gemeente bouwkundige maatregelen voorschrijven bij nieuwbouw van o.a. woningen. De datum van aanvraag voor een omgevingsvergunning bepaalt hierbij of de aanvraag beoordeeld moet worden volgens de Omgevingswet of niet. De VRIJ sluit niet uit dat deze aanvraag onder de Omgevingswet valt.
Daarom adviseert de VRIJ om de aanvrager duidelijkheid te laten geven over de afstand tussen de woningen en het spoor en of en welke maatregelen er genomen gaan worden inclusief onderbouwing. Zolang niet duidelijk aangetoond is dat de woningen op meer dan 30 meter van zowel het doorgaande spoor als het emplacement vallen, adviseert de VRIJ ervan uit te gaan dat de woningen deels hierbinnen vallen en de bouwkundige maatregelen die onder de Omgevingswet van toepassing zijn voor te schrijven; aangepast in definitieve onderbouwing De woningen parallel aan het spoor te laten voorzien van een vluchtroute die van het spoor afgericht is. In de toelichting van het bestemmingsplan wordt aangegeven dat de woningen aan de kant van het spoor gericht zijn naar het spoor. Aan de achterzijde is een binnentuin gepland. Het is niet duidelijk of deze binnentuin naast de onderdoorgang aan de kant van het spoor ook een toegang heeft die van het spoor af ligt. Daarom adviseert de VRIJ om de aanvrager hier duidelijkheid over te laten geven en indien nodig te voorzien in een extra vluchtroute vanuit de binnentuin; Dit punt is geen invulling aan gegeven. Gezien ontwerp al ter inzage ligt kan de verbeelding hierop niet meer worden aangepast.
Het glasoppervlak in de gevels gericht naar het spoor te laten beperken of zo uit te laten voeren dat de schadelijke effecten van dit glas bij een BLEVE op het spoor beperkt blijven. Dit kan bijvoorbeeld door scherfwerend glas toe te passen; Dit punt is niet uitgewerkt in de definitieve onderbouwing De woningen parallel aan het spoor zodanig in te laten delen dat de slaapkamers zo min mogelijk aan de kant van het spoor liggen. Wanneer mensen liggen te slapen zijn ze extra kwetsbaar. Daarom is het beter dat de slaapkamers binnen de woning zo ver mogelijk van het spoor af liggen.
Reactienota zienswijzen ontwerp Chw Bestemmingsplan Weseperstraat 7 34
April 2023
•
•
•
•
Het is beter om ruimten waar de bewoners minder aanwezig zijn (badkamer, keuken e.d.) zoveel mogelijk aan de kant van het spoor te situeren; Is niet goed te beoordelen gezien er nog geen plattegrondtekening is van de indeling van de woningen. Uit de toelichting is op blz. 16 enigszins op te maken dat de slaapkamers aan de achterzijde, dus zo ver mogelijk van het spoor, worden gesitueerd. In de bijgevoegde stukken wordt er verder niet over gesproken. Geen kleinschalige kinderopvang toe te staan in de woningen. Volgens de regels van het bestemmingsplan (9.4) mag dit onder bepaalde voorwaarden wel. Vanwege de kwetsbare doelgroep en de risico’s voor deze locatie adviseert de VRIJ dit gebruik hier niet toe te staan; In de definitieve regels is kinderopvang eruit gehaald Alle woningen te laten voorzien van afsluitbare mechanische ventilatie. Zo kunnen de bewoners bij een incident met giftige stoffen op het spoor of een (grote) brand in de omgeving veilig binnen schuilen. Dit type ventilatie is onder de Omgevingswet verplicht; Dit punt is uitgewerkt in de definitieve onderbouwing De omgeving in te richten op de gevolgen van wateroverlast bij hevige regenbuien.
Mogelijke maatregelen zijn het aanpassen van de drempelhoogte van de nieuwe woningen en rekening houden met wateroverlast bij de aansluitingen van elektriciteit; Er zijn maatregelen opgenomen in de definitieve onderbouwing om wateroverlast te voorkomen. Er wordt daarbij niet direct gesproken over drempelverhoging. De bewoners voor te laten lichten over de risico’s die zij lopen en wat zij bij een incident zelf kunnen doen; Er wordt aangegeven dat er aandacht voor is maar kan pas in uitvoer worden gebracht als er ook daadwerkelijk mensen gaan wonen.
Daarnaast roept de ‘Verantwoording hoogte groepsrisico’ van Kragten een aantal vragen op. Zo wordt er in hoofdstuk 2 gesproken over ‘beide plangebieden’ en op blz. 7 wordt gesuggereerd dat er niet alleen sprake is van nieuwbouw maar ook van verbouw van bestaande bebouwing. Dit komt niet overeen met de inhoud van het bestemmingsplan en werkt verwarrend. Het zou goed zijn als de tekst inhoudelijk wordt gecorrigeerd zodat de verschillende documenten met elkaar in overeenstemming zijn. Dit punt is aangepast in de definitieve onderbouwing Het volledige advies van de VRIJ is als bijlage 2 toegevoegd aan dit document.
5. Vormvrije m.e.r.-beoordeling Weseperstraat 7 te Deventer In paragraaf 2.4 van bijlage 11 “vormvrije m.e.r.-beoordeling” is het aspect externe veiligheid beschreven. Over het aspect externe veiligheid worden met name de effecten van de risicobronnen in de omgeving op het plan beschreven, terwijl hier de effecten van het plan op de omgeving beschreven moeten worden. Het gaat hier niet om de realisatie van risicobronnen in het plangebied, maar wel om het realiseren van kwetsbare objecten nabij risicobronnen en welk effect heeft dit op de risicobronnen. Dit dient aangepast te worden in de onderbouwing. Dit stukje tekst is niet aangepast in de definitieve onderbouwing
6. Regels ontwerpbestemmingsplan In de regels ontwerpbestemmingsplan Chw Bestemmingsplan Weseperstraat 7 staan ook voor externe veiligheid relevante artikelen opgenomen. In hoofdstuk 1 “inleidende regels” zijn in de sub artikelen 1.9 (beperkt kwetsbaar object), 1.36 (groepsrisico), 1.41 (kwetsbaar object), 1.48 (plaatsgebonden risico), 1.51 (risicobron) voor externe veiligheid relevante begrippen opgenomen. Deze begrippen komen overeen met de huidige wet/regelgeving rond externe veiligheid. Met de komst van de omgevingswet komen enkele van deze begrippen te vervallen of wordt er een brede diversiteit in kwetsbare gebouwen en locaties gebruikt. Om de regels meer toekomst bestendig te laten zijn is het wellicht een optie om de begrippen (beperkt) kwetsbaar object te veranderen in (beperkt) kwetsbaar gebouw en ook de begrippen zeer kwetsbaar gebouw, (beperkt) kwetsbare locatie op te nemen in de begrippen. Hiervoor kunnen dan de beschrijving Reactienota zienswijzen ontwerp Chw Bestemmingsplan Weseperstraat 7 35
April 2023
uit bijlage VI uit het Besluit kwaliteit leefomgeving worden gehanteerd. Dit is niet aangepast in de definitieve onderbouwing Voor het begrip risicobron (artikel 1.51) adviseren wij hier te overwegen om dit meer toekomst bestendig te maken. Hiervoor zou een begrip als “voor externe veiligheid relevante risicobronnen” kunnen worden opgenomen. Als toelichting voor dit begrip zou de volgende omschrijving kunne worden gehanteerd: een voor externe veiligheid relevante risicobron, betreft een activiteit welke één of meerder effecten (brand, explosie en/of gifwolk) heeft op de omgeving. Dit is niet aangepast in de definitieve onderbouwing In de regels ontwerpbestemmingsplan Chw bestemmingsplan Weseperstraat 7 staat in artikel 3.2.1 vermeld dat ter plaatse van de functie wonen toegestaan kan worden dat de woning als zorgwoning wordt gebruikt. Door deze functie toekenning is het mogelijk minder zelfredzame personen te huisvesten. Wanneer dit een structureel karakter heeft, vraagt dot een andere verantwoording van het groepsrisico. Dit is uit de definitieve versie gehaald In de regels ontwerpbestemmingsplan Chw bestemmingsplan Weseperstraat 7 staat in artikel 9.4.1 vermeld dat het gebruik van ruimten voor kleinschalige kinderopvang binnen een (bedrijfs)woning is toegestaan.
In artikel 9.4.2 is een uitzondering gemaakt voor situaties waar de (bedrijfs)woning geheel of gedeeltelijk ligt binnen: a. een beschermingszone van een hoofdtransportaardgasleiding; b. een veiligheidszone van een lpg-vulpunt; c. een veiligheidszone van een munitieopslag; d. een straal van 160 meter vanaf gronden met de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf risicobron'; e. een jaargemiddelde magneetveld langs hoogspanningslijnen hoger dan 0,4 microtesla (µT). Voor externe veiligheid zijn het emplacement en de spoorlijn eveneens risicobronnen. Wij adviseren om ook het emplacement en de spoorlijn op te nemen in de lijst met risicobronnen. In relatie tot de artikelen 3.2.1 en 9.4.1 is het realiseren/mogelijk maken van de opvang van minderzelfredzame personen nabij risicobronnen niet gewenst. Daarnaast worden onder de Omgevingswet gebouwen waar de opvang van kinderen en/of 24-uurszorg plaatsvindt, aangemerkt als zeer kwetsbare gebouwen. Voor deze gebouwen gaan dan extra maatregelen gelden (zie verder hoofdstuk 7). Dit onderdeel is uit de definitieve versie gehaald In bijlage 1 van de regels wordt in het hoofdstuk “gevaar” een toelichting gegeven voor het begrip gevaar behorende bij de te hanteren richtafstanden. Hier wordt ook het begrip Bevi genoemd.
Wij adviseren ook hier te overwegen om dit meer toekomst bestendig te maken door te verwijzen naar bijvoorbeeld: “voor externe veiligheid relevante risicobronnen”. Deze tekst is niet aangepast in de definitieve versie
7. Omgevingswet Naar verwachting treedt op 1 januari 2023 de Omgevingswet (OW) in werking. Voor de basisnetroutes geldt dat deze in de omgevingswet een brand- (30 meter) en explosieaandachtsgebied (200 meter) krijgen. Voor de milieubelastende activiteit “emplacement” geldt dat deze onder de omgevingswet een vergelijkbaar brand- en explosieaandachtsgebied krijgen als het spoor (zie figuur 2). Wanneer onder de OW een aanvraag wordt ingediend voor deze ontwikkeling zal rekening moeten worden gehouden met deze aandachtsgebieden. In een omgevingsplan moet de gemeente binnen deze aandachtsgebieden rekening houden met het groepsrisico. De gemeente voldoet hieraan door in het aandachtsgebied geen beperkt kwetsbare, kwetsbare (waaronder woningen) en zeer kwetsbare gebouwen (waaronder een basisschool) toe te laten, en ook geen beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties. Bij zeer kwetsbare gebouwen is de gemeente verplicht binnen een aandachtsgebied een voorschriftengebied aan te wijzen. Een gemeente kan in die gevallen ook besluiten om slechts een deel van een aandachtsgebied aan te wijzen als voorschriftengebied. In deze voorschriftgebieden moet in ieder geval worden voldaan aan de voorschriften uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Het gaat hierbij om bouwkundige maatregelen ten aanzien van het brandwerend en explosiewerend bouwen.
Reactienota zienswijzen ontwerp Chw Bestemmingsplan Weseperstraat 7 36
April 2023
Mocht het aandachtsgebied niet worden aangewezen als voorschriftengebied (m.u.v. zeer kwetsbare gebouwen) dan gelden de maatregelen niet. Overigens moet dan nog wel worden gekeken naar andere maatregelen (b.v. aardenwal, vluchtwegen van de bron af, risicocommunicatie, enz.) om de personen in het gebouw/locatie te beschermen tegen een mogelijk incident met een risicobron.
Figuur 2: Aandachtsgebieden Omgevingswet rond “Karwei kwadrant” (bron: EV-signaleringskaart).
Op basis van de huidige kengetallen over de spoorlijn blijkt dat er naast brandbare vloeistoffen ook brandbare gassen worden vervoerd. Gezien momenteel wordt gewerkt aan het actualiseren van het Basisnet, zal voor een goede afweging de nieuwe kengetallen van de basisnetroutes moet worden afgewacht. Uit recente gegevens over transporten met gevaarlijk stoffen op de spoorlijnen rond Deventer, blijkt dat er naast brandbare gassen en vloeistoffen ook toxische gassen en zeer toxische vloeistoffen worden vervoerd. Daarnaast valt op dat er ook meer transporten plaatsvinden dan het maximale aantal transporten wat op basis van het basisnet is vastgelegd.
8. Conclusie externe veiligheid Het onderdeel externe veiligheid dient op de volgende punten aangepast/verbetert te worden.
1. In paragraaf 5.10 van de toelichting bestemmingsplan Weseperstraat Deventer dient onder het kopje analyse vermeld te worden dat het plangebied op basis van het gemeentelijke beleid binnen het invloedsgebied van het emplacement is gelegen; punt is niet aangepast. 2. Verder is niet helder waarom voor het spoor op basis van artikel 13 van het Bevi het groepsrisico moet worden verantwoord. Voor het spoor dient het groepsrisico op basis van artikel 8 Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) plaats te vinden; punt is niet aangepast. 3. Verder adviseren wij het verantwoorden van het groepsrisico van het emplacement op basis van het beleid van de gemeente Deventer aparte te verwoorden in de onderbouwing; punt is niet aangepast. 4. Uitleg van PR10-6 en PAG van het spoor is niet juist en dient in definitieve versie aangepast te worden; Dit punt is aangepast 5. Toetsing groepsrisico spoor zoals verwoord in de QuickScan (Beschouwen externe veiligheid Weseperstraat 7 te Deventer) dient plaats te vinden op basis van tabel 1-20 uit de HART; Dit punt is aangepast 6. Dichtheid van personen per hectare zoals verwoord in de QuickScan (Beschouwen externe veiligheid Weseperstraat 7 te Deventer) voor toetsing vuistregel 3 te laag. Hierdoor uitkomst vuistregel 3 niet akkoord en het uitvoeren van de RBMII-berekening noodzakelijk.
De noodzaak voor het uitvoeren van een RBMII-berekening volgt ook uit de HART en vuistregels voor de toetsing of 10% van de oriëntatiewaarde wordt overschreden. Wellicht dat gebruik kan worden
Reactienota zienswijzen ontwerp Chw Bestemmingsplan Weseperstraat 7 37
April 2023
gemaakt van al eerder uitgevoerd RBMII-berekening (zie ook opmerkingen ODRN over dit punt); Punt is aangepast. RBM II berekening is uitgevoerd. ODRN moet nog wel checken of RBM II berekening goed is uitgevoerd 7. Voor het emplacement is gebruik gemaakt van een bestaand rekenmodel welke is opgesteld door Aviv. Informatie over dit model is erg summier. Bronvermelding ontbreekt en dient te worden toegevoegd; Dit moet nog worden gecheckt door de ODRN 8. De ontwikkellocatie is toegevoegd in het model. Onduidelijk of dit al door Aviv is gedaan of door Kragten. Ook niet bekend op welke gegevens dit is gebaseerd. Daarnaast wordt de populatie niet meegenomen in de berekening; Uit documentatie blijkt dat dit punt is aangepast. Moet nog wel gecheckt worden door ODRN 9. De groepsrisicoberekening welke wordt weergegeven in Afbeelding 5 kan niet worden beoordeeld op basis van de aangeleverde rapportage; RBM II en Safeti opnieuw uitgevoerd aangeleverd met rekenbestand. Moet nog worden gecheckt door de ODRN 10. Er wordt niks vermeld over het plaatsgebonden risico, enkel over het invloedsgebied. Onduidelijk waaraan getoetst is; moet nog worden gecheckt door de ODRN 11. De ontwikkeling aan de Weseperstraat maakt onderdeel uit van meerdere ontwikkelingen binnen het Karwei-kwadrant in Deventer. In de rapportage wordt hier geen aandacht aan besteed.
Bij de bepaling van het groepsrisico dient er ook rekening te worden gehouden met deze ontwikkelingen binnen het Karwei-kwadrant; Uit documentatie blijkt dat dit punt is aangepast. Moet nog wel gecheckt worden door ODRN 12. De gemaakte risicoanalyse geeft onvoldoende inzicht in de veiligheidsrisico’s en dient te worden aangepast; moet nog worden gecheckt door de ODRN 13. Bijlage 10 “verantwoorden hoogte groepsrisico” staat in hoofdstuk twee onder het kopje “transport over het spoor” wordt gesproken over twee plangebieden. Welke beide plangebieden worden hier bedoelt? Verder wordt op pagina 7 gesproken over bestaande bebouwing. Dit lijkt haaks te staan op de ontwikkeling die in de toelichting is gegeven over de plannen. Hierin staat vermeld dat de bestaande bebouwing wordt gesloopt. Zie ook de opmerkingen van de Veiligheidsregio IJsselland over deze punten. Graag documenten hierop aanpassen. Punt is aangepast. 14. In bijlage 10 “verantwoorden hoogte groepsrisico” staat in hoofdstuk drie op pagina 5 dat: “als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over het water, dient binnen de planlocatie rekening te worden gehouden met het onderstaande scenario”, dit is niet juist en dient aangepast te worden in de definitieve versie; 15.
Bijlage 10 “verantwoorden hoogte groepsrisico” staat in hoofdstuk drie op pagina 8 onder ad 1 de genoemde dichtheid van personen vermeld, deze is lager dan de uitkomst van onze eigen berekening (zie opmerking 3.2 over de HART toets); Is aangepast. Moet nog wel worden gecheckt door de ODRN of dit goed is meegenomen in de berekeningen. 16. Verder wordt gesproken over de ontwikkeling van 37 appartementen/woning terwijl in de toelichting van de ruimtelijke onderbouwing wordt gesproken over 38 appartementen/woning. Is aangepast. Moet nog wel worden gecheckt door de ODRN of dit goed is meegenomen in de berekeningen. 17. Verder is niet helder waardoor de dichtheid in de dagperiode in de huidige situatie veranderd van 36 pers/ha wijzigt naar 29 pers/ha in de toekomstige situatie; Is aangepast. Moet nog wel worden gecheckt door de ODRN of dit goed is meegenomen in de berekeningen 18. Bijlage 10 “verantwoorden hoogte groepsrisico” staat in hoofdstuk drie op pagina 9 onder ad 6 geeft geen beeld van de voor- en nadelen van de gewenste ontwikkeling, dient beter worden onderbouwd; is aangepast. 19. Bijlage 10 “verantwoorden hoogte groepsrisico” staat in hoofdstuk drie op pagina 9 onder ad 7 dient beter onderbouwt te worden; is aangepast.
Reactienota zienswijzen ontwerp Chw Bestemmingsplan Weseperstraat 7 38
April 2023
20. Bijlage 10 “verantwoorden hoogte groepsrisico” staat in hoofdstuk drie op pagina 9 onder ad 8 niet alleen toxisch scenario uitwerken, maar ook scenario’s plasbrand en explosie uitwerken. Daarbij specificeren van de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp in de inrichting(en). Wat staat er al in de omgevingsvergunning milieu; is aangepast. 21. Bijlage 10 “verantwoorden hoogte groepsrisico” staat in hoofdstuk drie op pagina 9 onder ad 9 niet alleen toxisch scenario uitwerken, maar ook scenario’s plasbrand en explosie uitwerken en welke mogelijkheden zijn er of maakt het plan mogelijk; Dit punt moet worden gecheckt door de veiligheidsregio 22. Op basis van het advies van de veiligheidsregio dient in de toelichting ook een afweging te worden gemaakt waarom de woningen op de betreffende plek worden toegestaan. Alleen toetsing aan de hoogte van het groepsrisico is niet voldoende; Dit punt is niet aangepast 23. De VRIJ vraagt duidelijkheid te geven over de afstand tot het doorgaande spoor i.v.m. te treffen veiligheidsmaatregelen; Is aangepast 24. De VRIJ vraagt duidelijkheid te geven over de woningen parallel aan het spoor i.v.m. vluchtroutes die van het spoor afgericht zijn en indien nodig te voorzien in een extra vluchtroute vanuit de binnentuin; Punt is niet aangepast.
Gezien ontwerp al ter inzage ligt kan de verbeelding hierop niet meer worden aangepast 25. Het glasoppervlak in de gevels gericht naar het spoor te laten beperken of zo uit te laten voeren dat de schadelijke effecten van dit glas bij een BLEVE op het spoor beperkt blijven. Dit kan bijvoorbeeld door scherfwerend glas toe te passen; Dit punt is niet uitgewerkt in de definitieve onderbouwing 26. De woningen parallel aan het spoor zodanig in te laten delen dat de slaapkamers zo min mogelijk aan de kant van het spoor liggen; Is niet goed te beoordelen. Uit toelichting blijkt wel dat de slaapkamers aan de achterkant komen te liggen dus zover mogelijke van het spoor. Is verder niet uitgewerkt in de stukken 27. Geen kleinschalige kinderopvang toe te staan in de woningen. Volgens de regels van het bestemmingsplan (9.4) mag dit onder bepaalde voorwaarden wel. Vanwege de kwetsbare doelgroep en de risico’s voor deze locatie adviseert de VRIJ dit gebruik hier niet toe te staan; punt is aangepast en uit de regels gehaald. 28. Alle woningen te laten voorzien van afsluitbare mechanische ventilatie. Zo kunnen de bewoners bij een incident met giftige stoffen op het spoor of een (grote) brand in de omgeving veilig binnen schuilen. Dit type ventilatie is onder de Omgevingswet verplicht; Is aangepast 29. De omgeving in te richten op de gevolgen van wateroverlast bij hevige regenbuien.
Mogelijke maatregelen zijn het aanpassen van de drempelhoogte van de nieuwe woningen en rekening houden met wateroverlast bij de aansluitingen van elektriciteit; Er zijn maatregelen opgenomen in de definitieve onderbouwing om wateroverlast te voorkomen. Er wordt daarbij niet direct gesproken over drempelverhoging 30. De bewoners voor te laten lichten over de risico’s die zij lopen en wat zij bij een incident zelf kunnen doen; Kan pas worden uitgevoerd als woningen zijn gebouwd en er mensen komen te wonen. In de tekst is er wel aandacht voor 31. In paragraaf 2.4 van bijlage 11 “vormvrije m.e.r.-beoordeling” is het aspect externe veiligheid beschreven. Over het aspect externe veiligheid worden met name de effecten van de risicobronnen in de omgeving op het plan beschreven, terwijl hier de effecten van het plan op de omgeving beschreven moeten worden. Het gaat hier niet om de realisatie van risicobronnen in het plangebied, maar wel om het realiseren van kwetsbare objecten nabij risicobronnen en welk effect heeft dit op de risicobronnen. Dit dient aangepast te worden in de onderbouwing; punt is niet aangepast 32.
In de “regels ontwerpbestemmingsplan Chw Bestemmingsplan Weseperstraat 7” in hoofdstuk 1 “inleidende regels” zijn in de sub artikelen 1.9 (beperkt kwetsbaar object), 1.36 (groepsrisico), 1.41 (kwetsbaar object), 1.48 (plaatsgebonden risico), 1.51 (risicobron) voor externe veiligheid Reactienota zienswijzen ontwerp Chw Bestemmingsplan Weseperstraat 7 39
April 2023
relevante begrippen opgenomen. Deze begrippen komen overeen met de huidige wet/regelgeving rond externe veiligheid. Met de komst van de omgevingswet komen enkele van deze begrippen te vervallen of wordt er een brede diversiteit in kwetsbare gebouwen en locaties gebruikt. Om de regels meer toekomst bestendig te laten zijn is het wellicht een optie om de begrippen (beperkt) kwetsbaar object te veranderen in (beperkt) kwetsbaar gebouw en ook de begrippen zeer kwetsbaar gebouw, (beperkt) kwetsbare locatie op te nemen in de begrippen. Hiervoor kunnen dan de beschrijving uit bijlage VI uit het Besluit kwaliteit leefomgeving worden gehanteerd; punt is niet aangepast 33. Voor het begrip risicobron (artikel 1.51) adviseren wij hier te overwegen om dit meer toekomst bestendig te maken. Hiervoor zou een begrip als “voor externe veiligheid relevante risicobronnen” kunnen worden opgenomen. Als toelichting voor dit begrip zou de volgende omschrijving kunne worden gehanteerd: een voor externe veiligheid relevante risicobron, betreft een activiteit welke één of meerder effecten (brand, explosie en/of gifwolk) heeft op de omgeving; punt is niet aangepast 34. In de regels ontwerpbestemmingsplan Chw bestemmingsplan Weseperstraat 7 staat in artikel 3.2.1 vermeld dat ter plaatse van de functie wonen toegestaan kan worden dat de woning als zorgwoning wordt gebruikt.
Door deze functie toekenning is het mogelijk minder zelfredzame personen te huisvesten. Wanneer dit een structureel karakter heeft, vraagt dot een andere verantwoording van het groepsrisico; is aangepast 35. In de regels ontwerpbestemmingsplan Chw bestemmingsplan Weseperstraat 7 staat in artikel 9.4.1 vermeld dat het gebruik van ruimten voor kleinschalige kinderopvang binnen een (bedrijfs)woning is toegestaan. In artikel 9.4.2 is een uitzondering gemaakt voor situaties waar de (bedrijfs)woning geheel of gedeeltelijk ligt binnen: a. een beschermingszone van een hoofdtransportaardgasleiding; b. een veiligheidszone van een lpg-vulpunt; c. een veiligheidszone van een munitieopslag; d. een straal van 160 meter vanaf gronden met de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijfrisicobron'; e. een jaargemiddelde magneetveld langs hoogspanningslijnen hoger dan 0,4 microtesla (µT). punt is aangepast/eruit gehaald 36. Voor externe veiligheid zijn het emplacement en de spoorlijn eveneens risicobronnen. Wij adviseren om ook het emplacement en de spoorlijn op te nemen in de lijst met risicobronnen. In relatie tot de artikelen 3.2.1 en 9.4.1 is het realiseren/mogelijk maken van de opvang van minderzelfredzame personen nabij risicobronnen niet gewenst. Daarnaast worden onder de Omgevingswet gebouwen waar de opvang van kinderen en/of 24-uurszorg plaatsvindt, aangemerkt als zeer kwetsbare gebouwen.
Voor deze gebouwen gaan dan extra maatregelen gelden (zie verder hoofdstuk 7); is aangepast/eruit gehaald 37. In bijlage 1 van de regels wordt in het hoofdstuk “gevaar” een toelichting gegeven voor het begrip gevaar behorende bij de te hanteren richtafstanden. Hier wordt ook het begrip Bevi genoemd. Wij adviseren ook hier te overwegen om dit meer toekomst bestendig te maken door te verwijzen naar bijvoorbeeld: “voor externe veiligheid relevante risicobronnen”. Punt is niet aangepast Opsteller/ datum: Naam Tel. Nr. Mailadres Datum advies
P. Oldersma 06-25776937 22 maart 2023
Bijlagen: Reactienota zienswijzen ontwerp Chw Bestemmingsplan Weseperstraat 7 40
April 2023
1. Advies Veiligheidsregio IJsselland.
Reactienota zienswijzen ontwerp Chw Bestemmingsplan Weseperstraat 7 41
April 2023
Reactienota zienswijzen ontwerp Chw Bestemmingsplan Weseperstraat 7 42
April 2023
Reactienota zienswijzen ontwerp Chw Bestemmingsplan Weseperstraat 7 43
April 2023
Reactienota zienswijzen ontwerp Chw Bestemmingsplan Weseperstraat 7 44
April 2023
Omgevingsdienst Regio Nijmegen Afdeling Vergunningverlening
ADVIES EXTERNE VEILIGHEID
Weseperstraat Deventer
Reactienota zienswijzen ontwerp Chw Bestemmingsplan Weseperstraat 7 45
April 2023
Datum: Kenmerk: Auteurs:
1.
29-03-2023 W.Z23.102286.01 Rosa de Witte en Mark Geurts
Aanvraaggegevens:
Bevoegd gezag: Aanvrager: Contactpersoon: Tel.nr.: E-mail: Datum aanvraag ontvangen: 2.
Gemeente Deventer Omgevingsdienst IJsselland Peter Oldersma 0625776937 p.oldersma@odijsselland.nl 09-03-2023
Omschrijving adviesaanvraag:
Beoordeling RBMII en Safeti-NL berekening Weseperstraat Deventer
3.
Bijbehorende documenten:
Beoordeelde documenten: 1. Kragten, Beschouwing externe veiligheid Weseperstraat 7 te Deventer, project WND779, d.d. 16-11-2022 2. PSU-file: 2022.10.19 Weseperstraat Deventer.psu Referentiedocumenten: 1. Regeling Basisnet 2. Besluit externe veiligheid transportroutes 3. RIVM, Handleiding Risicoanalyse Transport, versie 1.2, d.d. 11-01-2017 Software 1. Safeti-NL 8.5 2. RBMII v2.3 4.
Beschrijving situatie
Er zijn plannen voor het realiseren van appartementen en woningen aan de Weseperstraat te Deventer. De locatie ligt binnen 200 meter van de spoorlijn Deventer - Deventer-Oost waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Daarnaast ligt de locatie binnen het invloedsgebied van spoorwegemplacement Deventer waar handelingen met gevaarlijke stoffen plaatsvinden. Voor de geplande herontwikkelingen zijn de externe veiligheidsrisico’s berekend. In september 2022 is er door de ODRN een eerdere beoordeling gegeven (kenmerk W.Z22.107077.01, d.d. 27-09-2022). Na beoordeling zijn aanpassingen doorgevoerd. Dit advies geeft een beoordeling van de aangepaste berekeningen en bijbehorende rapportage.
5.
Beoordeling QRA
Transport over het spoor (RBMII-berekening) De uitkomsten van de RBMII berekening worden plausibel bevonden. Naar grote orde komt dit overeen met de uitkomsten van eerdere berekeningen die vorig jaar op verzoek van de OD voor dit spoortraject in Deventer zijn uitgevoerd. Ook de invoer van de populatie ter plaatse en de transportgegevens lijkt correct te zijn gebeurd. Het ziet er kortom goed uit. Emplacement (Safeti-NL-berekening) Reactienota zienswijzen ontwerp Chw Bestemmingsplan Weseperstraat 7 46
April 2023
Er is een nieuw model aangeleverd met titel 2022.10.19 Weseperstraat Deventer. Geadviseerd wordt om deze titel ook op te nemen in het pdf rapport zodat het duidelijk is welk model bij het rapport hoort. Het is goed dat er in het rapport nu inzicht wordt gegeven in hoe de populatiegegevens zijn bepaald. Echter komen de getallen in de tekst niet overeen met de ingevoerde populatiegetallen in het model. Zo wordt er aangegeven dat er 34 appartementen en 4 woningen beoogd zijn. Met een bezettingsgraad van 2,4 betekent dit 46 personen in de dag en 91 in de nacht. In het model vind ik de woningen terug en 33 appartementen. Appartement 34 lijkt te ontbreken? Het is onduidelijk wat ’54 nieuw’ is. Daarnaast is het onduidelijk hoe de ingevulde populatiecijfers zijn bepaald. Zo heeft ‘Woningen 1,2,34’ een ‘Population’ van 4,8 en heeft ‘Appartementen 1,2,3, 4,12,13,14,15,24,25’ een ‘Population’ van 12. Hier zou je volgens de eerder genoemde bezettingsgraad andere getallen verwachten. 6.
Conclusie
De gemaakte risicoanalyse geeft inzicht in de veiligheidsrisico’s door transport van gevaarlijke stoffen en het emplacement ter hoogte van de ontwikkellocatie Weeseperstraat. Transport over spoor De RBMII berekening is akkoord. Emplacement Het nieuw aangeleverde model geeft inzicht in het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico is niet van toepassing bij het emplacement. Bij de bepaling van het groepsrisico is meer inzicht gegeven in de populatiegegevens. Het is echter nog steeds niet helemaal duidelijk hoe de populatiecijfers zijn bepaald. Gezien het om relatief kleine aantallen gaat wordt er niet verwacht dat aanpassing hiervan tot een ander groepsrisico zal leiden. De gemaakte RBMII en Safeti-NL berekeningen zijn akkoord.
Reactienota zienswijzen ontwerp Chw Bestemmingsplan Weseperstraat 7 47
April 2023
Veiligheidsregio IJsselland Postbus 1453 8001 BL Zwolle
Datum: Kenmerk: Doorkiesnummer: Onderwerp:
Omgevingsdienst IJsselland De heer Peter Oldersma p.oldersma@odijsselland.nl
Zwolle 4 april 2023 088 – 119 7937 advies externe veiligheid ontwikkeling woningen Weseperstraat Deventer (Karweilocatie)
Beste meneer Oldersma, Op 23 maart 2023 heeft u ons om een vervolgadvies gevraagd over de ontwikkeling van woningen aan de Weseperstraat in Deventer. Hierbij ontvangt u mijn reactie. Deze is gebaseerd op: artikel 13, lid 3 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); artikel 9 van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); artikel 10 Wet veiligheidsregio’s (Wvr) . Advies Ik adviseer u om een overleg in te (laten) plannen tussen gemeente, omgevingsdienst, ontwikkelaar en veiligheidsregio. De aangepaste stukken laten nog de nodige vragen op het gebied van externe veiligheid onbeantwoord. Mocht zo’n overleg niet haalbaar zijn dan adviseer ik u om: de gevels en de daken van de woningen die binnen 30 meter van het spoor vallen (het brandaandachtsgebied onder de Omgevingswet) van onbrandbaar materiaal uit te laten voeren. Voor de gevels betekent dit dat de gevelconstructie moet voldoen aan brandklasse A2 volgens NEN-EN 13501-1. Het dak moet voldoen aan de NEN 6063 ; de woningen parallel aan het spoor te laten voorzien van een vluchtroute die van het spoor afgericht is. In de toelichting van het bestemmingsplan wordt aangegeven dat de woningen aan de kant van het spoor gericht zijn naar het spoor. Aan de achterzijde is een binnentuin gepland.
Het is ondanks mijn eerdere verzoek nog steeds niet duidelijk of deze binnentuin naast de onderdoorgang aan de kant van het spoor ook een toegang heeft die van het spoor af ligt. Daarom adviseer ik u om de aanvrager hier duidelijkheid over te laten geven en indien nodig te voorzien in een extra vluchtroute vanuit de binnentuin; het glasoppervlak in de gevels gericht naar het spoor te laten beperken of zo uit te laten voeren dat de schadelijke effecten van dit glas bij een BLEVE op het spoor beperkt blijven. Dit kan bijvoorbeeld door scherfwerend glas toe te passen;
Reactienota zienswijzen ontwerp Chw Bestemmingsplan Weseperstraat 7 48
April 2023
•
•
•
•
•
de woningen parallel aan het spoor zodanig in te laten delen dat de slaapkamers zo min mogelijk aan de kant van het spoor liggen. Wanneer mensen liggen te slapen zijn ze extra kwetsbaar. Daarom is het beter dat de slaapkamers binnen de woning zo ver mogelijk van het spoor af liggen. Het is beter om ruimten waar de bewoners minder aanwezig zijn (badkamer, keuken e.d.) zoveel mogelijk aan de kant van het spoor te situeren; geen kleinschalige kinderopvang toe te staan in de woningen. Ik heb bij de aangepaste stukken de regels die bij het bestemmingsplan horen niet ontvangen. Ik kan daarmee ook niet controleren of regels waarin de kinderopvang wordt toegestaan, zijn aangepast n.a.v. mijn eerdere advies; alle woningen te laten voorzien van afsluitbare mechanische ventilatie. Zo kunnen de bewoners bij een incident met giftige stoffen op het spoor of een (grote) brand in de omgeving veilig binnen schuilen. Dit type ventilatie is onder de Omgevingswet verplicht. Uit de stukken blijkt onvoldoende of dit ook daadwerkelijk zo wordt toegepast; de omgeving in te richten op de gevolgen van wateroverlast bij hevige regenbuien. Mogelijke maatregelen zijn het aanpassen van de drempelhoogte van de nieuwe woningen en rekening houden met wateroverlast bij de aansluitingen van elektriciteit.
Ook van dit advies is onvoldoende duidelijk of dit wordt overgenomen en op welke manier; de bewoners voor te laten lichten over de risico’s die zij lopen en wat zij bij een incident zelf kunnen doen;
Daarnaast worden onder andere in de Verantwoording hoogte groepsrisico van Kragten de nodige algemeenheden op het gebied van (externe) veiligheid genoemd zonder specifiek in te gaan op het plangebied. Zo wordt bijvoorbeeld gesproken over een brandweerzorgnorm en dat de uitruktijd verschilt voor een beroepskorps en een vrijwillig korps. Er wordt niet aangegeven welke van de twee type korpsen in Deventer is en wat dit voor de uitruktijd en daarmee de bestrijdbaarheid betekent. Ook wordt er bijvoorbeeld aangegeven dat er haaks op elkaar staande vluchtwegen nodig zijn die van de bron afgericht zijn. Er wordt niet aangegeven of deze vluchtwegen er ook daadwerkelijk komen en waar dan. In de toelichting op het bestemmingsplan is dit niet terug te vinden. Verder valt op dat er gesproken wordt over regionale brandweer / Veiligheidsregio. De regionale brandweer bestaat sinds 2014 niet meer. Alles bij elkaar geven de aangepaste stukken niet de indruk dat er op het gebied van externe veiligheid een afgewogen besluit is genomen. In de stukken is onvoldoende terug te vinden of eerdere adviezen zijn overgenomen en op welke wijze. Ook een motivatie waarom eerdere adviezen niet zijn overgenomen ontbreekt. Planomschrijving De planlocatie ligt in de wijk Voorstad-Oost.
Het gebied wordt aan de oost- en zuidkant begrensd door de Wesperstraat, in het westen door de oude machinefabriek van ZandhuisZwart en in het noorden door Bouwbasic. In de huidige situatie staan hier bedrijfspanden. Deze staan (deels) leeg. Het plan is om hier woningen te ontwikkelen; zowel appartementen als grondgebonden woningen. In totaal gaat het om 38 woningen. Risicobronnen In het zuiden ligt op 30 meter van het plangebied het doorgaande spoor. Hierover worden gevaarlijke stoffen vervoerd. Ook ligt hier het spoorwegemplacement waar treinen met gevaarlijke stoffen staan opgesteld. Scenario’s Over het spoor worden alle typen gevaarlijke stoffen vervoerd. Daarom zijn verschillende scenario’s relevant voor het plangebied; een incident met giftige stof, een BLEVE en een plasbrand. Bij het scenario van een plasbrand gaat het om een incident met een ketelwagon met brandbare vloeistoffen. De brandbare vloeistof stroomt door het incident grotendeels uit, vormt een plas en
Reactienota zienswijzen ontwerp Chw Bestemmingsplan Weseperstraat 7 49
April 2023
ontsteekt. De brand is kort en hevig en kan secundaire branden in de omgeving veroorzaken. De effecten zijn schade en (dodelijke) slachtoffers in de omgeving. Bij een BLEVE ontstaat door een incident op het spoor brand waarbij een ketelwagon met LPG is betrokken. Door de brand lopen de druk en temperatuur in de ketel op. De ketel bezwijkt, het LPG komt vrij en ontsteekt. Er ontstaat een drukgolf en een grote vuurbal. De effecten hiervan zijn hittestraling, overdruk en scherfwerking. Dit zorgt voor (dodelijke) slachtoffers, schade en brand in de omgeving. Bij een incident met een giftige stof ontstaat een giftige wolk. Deze trekt over het plangebied. De aanwezigen in het plangebied krijgen het advies om binnen te schuilen, ramen en deuren te sluiten en de ventilatie af te sluiten. Zo kunnen ze veilig schuilen totdat het gevaar geweken is. Bij een hevige bui waarbij 70 – 140 mm valt in twee uur is de waterdiepte op de Veenweg en Weseperstraat meer dan 30 cm (gegevens van de klimaateffectatlas). Ook in de tunnel aan de Veenweg zal overlast ontstaan door zo’n bui. Als de straat onvoldoende ruimte heeft om de neerslag ter plekke te bergen dan stroomt het water af naar andere locaties. Dit kunnen ook gevoelige objecten of locaties zijn. Het water kan gebouwen instromen of belangrijke doorgangswegen onbegaanbaar maken.
Bij meer dan 15 cm water op straat komt de bereikbaarheid voor de hulpdiensten in de knel. Denk aan stoepranden die niet meer zichtbaar zijn, drijvende putdeksels, water in de uitlaten van de voertuigen enz. Voor deze locatie geldt dat er 30 cm water kan komen te staan; de straten op deze locatie zijn dus niet meer bruikbaar voor de voertuigen van de hulpdiensten Voor dit advies heb ik mij beperkt tot de zaken die relevant zijn voor de (externe) veiligheid. Dit advies heb ik afgestemd met de Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR) en de Politie Oost Nederland, district IJsselland. Ik ontvang graag een reactie op dit advies en adviseer u en/of initiatiefnemer graag in de verdere procedure(s). Afsluiting Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Voor vragen en opmerkingen kunt u contact opnemen met mevrouw Ellen Kilian, bereikbaar op 088 – 119 7937 of via email op risicobeheersing@vrijsselland.nl. Ook uw volgende adviesaanvragen kunt u sturen naar risicobeheersing@vrijsselland.nl. Hoogachtend, Namens het dagelijks bestuur, drs. A.D.J. Mengerink, directeur veiligheidsregio/commandant brandweer Voor deze,
drs. S.H.Th.M. Weitenberg, teamleider Risicobeheersing
Reactienota zienswijzen ontwerp Chw Bestemmingsplan Weseperstraat 7 50
April 2023