CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

2023-11-29 Beleidskader Wieg naar werk 6.0 2023-2026 (vastgesteld)

Raadsvergadering 29 november 2023, gemeente DeventerBij agendapunt: Beleidskader Van Wieg naar Werk 2023-202611.542 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Eigen verantwoordelijkheid van ouders en complexe echtscheidingen Professionals ervaren in de praktijk dat ouders hoge eisen stellen aan hun kinderen. Daarmee wordt de druk voor jeugdigen opgevoerd om aan deze standaarden te voldoen. Er lijkt bovendien minder tolerantie bij ouders te zijn voor gewone obstakels in het opgroeien en opvoeden van jeugdigen. Ouders lijken te verwachten dat de helpende hand wordt geboden en gaan op zoek naar oplossingen. De hulpverlening lijkt hierin mee te gaan en gaat over tot inzet van hulp. Er zijn veel complexe echtscheidingen, waar kinderen regelmatig de dupe van zijn. Er wordt daarbij een interventie op het kind gevraagd, terwijl de daadwerkelijke hulp en ondersteuning bij de ouders ingezet zou moeten worden. Basis op orde, armoede en stress Als er sprake is van een fijne en veilige leefomgeving, er voldoende inkomen in een huishouden is en er betekenisvolle relaties in het leven van een jeugdige opgebouwd kunnen worden, draagt dit bij aan een positief opvoedingsklimaat. Jeugdigen en ouders ervaren stress wanneer deze basis niet op orde is. Er zijn groepen in onze samenleving en gemeente die moeite hebben om deze basis op orde te krijgen en te houden. Ook andere invloeden zoals sociale media spelen een grote rol waardoor jeugdigen een maatschappelijk druk ervaren om aan een bepaald ideaalbeeld te voldoen.

Preventie en (preventieve) voorzieningen in buurten en wijken Effecten van preventie zijn moeilijk meetbaar; vaak is een lange adem nodig om te zien wat interventies/projecten opleveren (bijv. minder maatwerkvoorzieningen). Scholen/kinderopvang, consultatiebureaus, huisartsen, buurt- en wijkcentra zijn feitelijk de vind- en werkplaatsen waar inwoners en professionals elkaar kunnen treffen. Er kan gesignaleerd en mogelijke vroegtijdig gehandeld worden. In de gesprekken kwam naar voren dat juist centra waar jeugdigen elkaar kunnen ontmoeten op dit moment gemist worden in onze gemeente.

Verbinding onderwijs en jeugdhulp Van Wieg naar Werk – Beleidskader 2023-2026

Pagina 21

De afgelopen jaren is geïnvesteerd in de samenwerking tussen het onderwijs en de gemeente Deventer. Deze investering heeft in positieve zin haar vruchten afgeworpen. Scholen hebben vanuit passend onderwijs een eigen verantwoordelijkheid en zorgplicht voor hun leerlingen. De gemeente is niet verantwoordelijk voor de inhoud van het onderwijs maar wel verantwoordelijk voor het uitvoeren van de Jeugdwet. Hier wringt het soms omdat er over en weer verschillende verwachtingen en beelden zijn over de rollen en verantwoordelijkheden. Tot waar gaat de (pedagogische) verantwoordelijkheid van scholen en wanneer is jeugdhulp aan zet? En hoe vinden we elkaar in het grijze gebied daartussen. De highlights uit het digipanel Op de stelling ‘Ouders zijn in principe de eerstverantwoordelijken voor het opvoeden en opgroeien van hun kinderen’ zijn respondenten met en zonder kinderen bevraagd, en de respondenten die wel of geen ervaring hebben met jeugdhulp. Van deze twee groepen is het overgrote deel het met deze stelling eens. Op de stelling ‘Als iemand problemen ervaart met de opvoeding van zijn of haar kinderen, is het de taak van de overheid om ouders daarin te ondersteunen’ zijn respondenten met en zonder kinderen bevraagd, en de respondenten die wel of geen ervaring hebben met jeugdhulp. Van deze twee groepen is het overgrote deel het met deze stelling eens.

Het grootste deel van de respondenten met kinderen geeft aan dat het eigen netwerk betrokken is bij het opvoeden van de kinderen. Het eigen netwerk wordt ook het meest ingezet als er vragen, problemen of knelpunten in de opvoeding worden ervaren De respondenten waren het meest tevreden over het aanbod aan bibliotheken (92%), gevolgd door de basisscholen (90%) en sportfaciliteiten (87%). Het meest ontevreden zijn ze over de plekken in de openbare ruimtes waar jongeren met vrienden kunnen zijn (25%), gevolgd door de middelbare scholen (17%) en speelvoorzieningen en speeltuinen (17%). Respondenten met kinderen en zonder kinderen zijn het er over het algemeen over eens dat de ontwikkeling naar een meer individualistische maatschappij (50% en 54%, respectievelijk) en het toegenomen gebruik van mobiele telefoons, social media en andere digitale apparaten (beide 50%) de belangrijkste redenen zijn dat de vraag naar jeugdhulp is gestegen. Respondenten die ervaring hebben met jeugdhulp geven gemiddeld een 6,3 als rapportcijfer. Het overgrote merendeel (69%) van deze respondenten geeft jeugdhulp een voldoende, hoewel een redelijk groot deel ook geen mening heeft (10%). De 32 respondenten die hun antwoord toegelicht hebben, gaven vaak aan dat de lange wachtlijsten een grote rol speelden in het cijfer dat zij gegeven hadden (8 keer genoemd).

Ook was een aantal respondenten niet tevreden met hoe lastig het was om de weg te vinden naar de juiste instantie of persoon (5 keer genoemd) en de bureaucratie die het proces vaak in de weg zit (bijv. omdat over behandelplannen overlegd moest worden met de gemeente; 5 keer genoemd). De oplossingen van het digipanel Het digipanel heeft ook aangegeven welke oplossingen zij zien om de toegenomen vraag naar jeugdhulp te verminderen. De respondenten is gevraagd om aan te geven in hoeverre ze het eens waren met een aantal voorgestelde oplossingen. Ook bij deze vraag zijn beide groepen het over het algemeen met elkaar eens. Zo vinden zowel respondenten met als zonder kinderen dat we beter moeten leren omgaan met tegenslagen en teleurstellingen (90% en 92%, respectievelijk), gevolgd door stoppen met overal de beste in willen zijn (86% en 81%) en dat ouders meer tijd en aandacht aan hun kinderen besteden (81% en 88%). Ook voor scholen en de gemeente zien beide groepen een grotere rol in het vinden van oplossingen: volgens vier vijfde van beide groepen (81% en 80%, respectievelijk) zou op school meer aandacht besteed moeten worden aan welzijn en volgens ruim driekwart (78% en 76%) zou de gemeente bij jeugdhulp meer in moeten zetten op preventie.

Beide groepen zien het niet als een oplossing als de politie mensen beter in de gaten gaat houden (29% en 34%) en zijn daar zelfs het meest op tegen (31% en 25%).

Van Wieg naar Werk – Beleidskader 2023-2026

Pagina 22

Waar de groepen het meest van mening over verschillen is de rol van de huisarts, die volgens twee derde van de respondenten zonder kinderen (69%) meer tijd moet nemen voor het gesprek, een stelling waar slechts de helft van de respondenten met kinderen (49%) het mee eens is. Hetzelfde geldt voor de rol van de overheid, maar hier is het patroon omgedraaid: bijna de helft van de respondenten met kinderen (45%) vindt dat de overheid meer moet inzetten op de zelfredzaamheid van mensen, terwijl slechts een derde van de respondenten zonder kinderen (33%) het hiermee eens is en ook een derde (32%) oneens. Ook vindt een klein deel van de respondenten van beide groepen (4% van de respondenten met en 3% van de respondenten zonder kinderen) dat er helemaal geen oplossingen nodig zijn en ongeveer een derde (28% van beide groepen, 216 respondenten in totaal) dat er andere oplossingen nodig zijn. De rest (68% en 69%, respectievelijk) had verder geen aanvullingen. Er is niet geturfd door hoeveel respondenten die verschillende andere oplossingen genoemd werden. In plaats daarvan worden hier de aspecten en thema’s benoemd die opvallen en vaak voorkomen in de suggesties. Een aspect dat regelmatig genoemd wordt is de coördinatie tussen instanties, zoals huisarts, jeugdzorg en gemeente. De samenwerking is soms onvoldoende, waardoor problematiek onbekend blijft of de aanpak traag gaat.

Een tweede punt is preventie. Dit gaat over verschillende dingen: pesten voorkomen, maar ook zorgen voor voldoende beweging en gezonde voeding (op school) zijn hier onderdeel van. Ook het voorkomen van schulden en Van Wieg naar Werk – Beleidskader 2023-2026

Pagina 23

armoedebestrijding is een aspect. Als derde punt hebben kinderen en jongeren behoefte aan contact maken. Buurthuizen, (laagdrempelige) activiteiten voor jongeren, voorzieningen en plekken waar jongeren contact kunnen maken worden gezien als mogelijke oplossing. Daarnaast wordt het geven van de ruimte aan kinderen en jongeren om de maatschappij te ontdekken vaak genoemd. Luisteren naar wat kinderen en jongeren nodig hebben en de mens centraal laten zijn is daarbij van belang. Verder wordt een breed scala aan oplossingen af en toe genoemd. Grotendeels overlappen deze met de oorzaken: de prestatiedruk, de tijd die de ouders hebben, invloed van social media. Een aantal respondenten vindt dat er strenger opgetreden dient te worden tegen jongeren.

Van Wieg naar Werk – Beleidskader 2023-2026

Pagina 24

Bijlage 3 - 10 beschermende factoren van het NJI 10 Beschermende factoren24 Aan de hand van theorie en onderzoek kunnen we verschillende beschermende factoren benoemen die bijdragen aan een positieve ontwikkeling van jeugdigen. Deze bieden tegenwicht aan risico’s waaraan zij worden blootgesteld. Het is belangrijk dat er binnen het gezin, in de kinderopvang, op school én in de wijk voor deze factoren aandacht is. 1.

2. 3.

4. 5.

6.

7.

8.

9.

10.

Sociale binding Bij sociale binding gaat het om warme, ondersteunende relaties die een kind heeft met het gezin, zijn vriendengroep, school en de wijk. De basis hiervoor wordt al op jonge leeftijd gelegd. Kansen voor betrokkenheid Kinderen en jongeren moeten kansen krijgen om een concrete, betekenisvolle en gewaardeerde bijdrage te leveren aan familie, school en gemeenschap. Prosociale normen Voor een gezonde ontwikkeling van jeugdigen is het nodig dat kinderen opgroeien in een omgeving waarin duidelijke normen en waarden voor positief gedrag uitgedragen en nageleefd worden. Regels en grenzen moeten voor kinderen duidelijk zijn. Erkenning en waardering voor positief gedrag Om hun sociaal gedrag te versterken is van groot belang dat kinderen en jongeren erkenning en waardering krijgen voor positief gedrag zodat ze dit gedrag in de toekomst zullen herhalen. Steun van belangrijke volwassenen in de omgeving Steun van volwassenen levert een belangrijke bijdrage aan het welbevinden van kinderen en jongeren. Het gaat om volwassenen die direct (bijvoorbeeld door emotionele steun te bieden en rolmodel te zijn) of indirect (door ouders te helpen bij de opvoeding) een bijdrage leveren aan het welbevinden van jeugdigen.

Constructieve tijdsbesteding Constructieve tijdsbesteding van jeugdigen gaat over kansen die geboden worden vanuit het gezin en de gemeenschap om in hun vrije tijd deel te kunnen nemen aan bijvoorbeeld creatieve activiteiten (muziek, theater) en jeugdprogramma’s (zoals sport, clubs of verenigingen). Het gaat vooral om activiteiten die jongeren in contact brengen met volwassenen die hen aanmoedigen en ondersteunen bij het ontwikkelen van hun talenten en vaardigheden. Competenties Voor een positieve ontwikkeling hebben jeugdigen sociale, emotionele en gedragsmatige vaardigheden nodig. Het gaat dan om vaardigheden als het kunnen oplossen van problemen met anderen, het kunnen uiten en beheersen van gevoelens en het gepast reageren op kritiek. Cognitieve vaardigheden Bij cognitieve vaardigheden kan onderscheid gemaakt worden tussen algemene cognitieve vaardigheden zoals logisch en analytisch denken en specifiek cognitieve vaardigheden, zoals lees- en rekenvaardigheden, die belangrijk zijn voor schoolsucces. Schoolmotivatie Bij schoolmotivatie gaat het om betrokkenheid van de jeugdigen bij leeractiviteiten, binding met school, prestatiemotivatie en positieve verwachtingen ten aanzien van eigen succes. Schoolmotivatie wordt beïnvloed door onder meer ouderlijke attitudes, ouderbetrokkenheid en aanmoediging.

Daarnaast zijn normen en waarden uitgedragen door de gemeenschap en de vriendengroep van groot belang. Positieve identiteit Positieve identiteit gaat om hoe jeugdigen zichzelf zien. Het gaat om hun eigenwaarde, positieve verwachtingen over de toekomst en persoonlijke effectiviteit. Hoe meer geloof in persoonlijke effectiviteit, des te hoger zijn de doelen die jeugdigen voor zichzelf stellen en des te groter de motivatie om deze doelen te bereiken.

24 Tekst ontleend aan de uitgave van het NJi, Wat werkt bij het bevorderen van een positieve

ontwikkeling? De top 10 beschermende factoren en handvatten voor jeugdbeleid. Van Wieg naar Werk – Beleidskader 2023-2026

Pagina 25

Bijlage 4 - Onderwerpen aanpalend aan jeugd en onderwijs In paragrafen 3.1. tot en met 3.2. is beschreven hoe gewerkt wordt aan de activiteiten die vanuit het programma Jeugd en Onderwijs geïnitieerd worden. In deze paragraaf stippen wij kort aan dat jeugd ook raakvlakken heeft met andere beleidsterreinen. Jeugd en onderwijs heeft niet the lead, maar werkt nauw samen met de andere programma’s op de volgende onderwerpen. Preventie P8 In het Preventieplan Sociaal Domein is een groot aantal activiteiten benoemd waarmee we de komende jaren preventie in Deventer verder willen versterken. Dat doen we om samenhang aan te brengen en ons gezamenlijk te richten op de maatschappelijke opgaven van nu: bestaanszekerheid vergroten, kansengelijkheid vergroten en gezond leven gemakkelijker maken. Dat doen we door de onderlinge samenwerking vanuit het sociaal domein, de leefomgeving en veiligheid te versterken en om ons te richten op het zoveel mogelijk faciliteren van bewoners en partners die preventieactiviteiten uitvoeren in de wijken en dorpen van Deventer Buurt en andere (wijk)voorzieningen P8 Buurtvoorzieningen worden gezien als een belangrijke sociale basis voor inwoners, dus ook voor jeugdigen. Deze sociale basis wordt versterkt door de uitgangspunten opgenomen in het beleidskader ‘Goede voorzieningen in de buurt’.

De basis wordt op orde gebracht, er komen ontmoetingsplekken van en voor bewoners en er wordt gekeken hoe maatschappelijke opgaven gekoppeld kunnen worden aan deze voorzieningen. Vanuit jeugd en onderwijs wordt ingebracht dat er een kentering is in de behoefte van jeugdigen voor voorzieningen/accommodaties. In het verleden was deze behoefte veel minder groot dan op dit op moment. Armoede P7 Om mee te kunnen doen in de samenleving is het voorkomen van schulden en armoede essentieel. De komende 4 jaar wordt ingezet op het voorkomen van kinderarmoede en wordt gestart met een project ter verbetering van de economische zelfstandigheid van eenoudergezinnen. Gezondheid P8 Een gezonde leefstijl kan een basis leggen voor gezond opgroeien. Er is aandacht voor initiatieven die een gezonde leefstijl bevorderen, Deventer is een Jongeren Op Gezond Gewicht gemeente, informatie over alle activiteiten voor een gezonde leefstijl zijn snel en makkelijk te vinden. Alle jeugdigen in Deventer, kunnen los van het inkomen van hun ouders, deelnemen aan sportactiviteiten. In de openbare ruimte is aandacht voor sport en beweegmogelijkheden. In het beleidskader Samen Sporten maakt sterkt wordt door ons gezien als een belangrijke sociale en sportieve basis. Gezondheid raakt op allerlei manier aan het jeugdbeleid, de trekker van het gezondheidsbeleid is programma Meedoen en Sport.

Laaggeletterdheid P8 In Nederland hebben 2,5 miljoen mensen van 16 jaar en ouder moeite met lezen, schrijven en/of rekenen. Vaak hebben zij ook moeite met digitale vaardigheden. Dat staat gelijk aan 18%, dus ongeveer 1 op de 6 mensen in Nederland. Daarvan hebben bijna 1,8 miljoen mensen tussen de 16 en 65 jaar moeite met taal en/of rekenen. Meer dan de helft van deze groep is autochtoon. Laaggeletterden hebben grote moeite mee te doen in de samenleving, ook al proberen ze dat te verbloemen vanwege een groot gevoel van schaamte. In het onderwijs wordt gewerkt aan basisvaardigheden (taal, rekenen & geld of digitale vaardigheden). Beleid op laaggeletterden wordt vormgegeven door het programma Meedoen. Vanuit het programma jeugd en onderwijs wordt daaraan bijgedragen door het leesplezier te vergroten van jeugdigen (onderdeel van het Aanvalsplan Laaggeletterdheid). De Deventer Leescoalitie organiseert in 2023 de Deventer week van het Leesplezier gevuld met activiteiten die lezen leuk maken voor kinderen en hun ouders. Veilige omgeving P1

Van Wieg naar Werk – Beleidskader 2023-2026

Pagina 26

In het coalitieakkoord wordt gesteld dat er aandacht nodig is voor de samenwerking tussen veiligheid, welzijn en zorg. Een sociaal veilige leefomgeving is belangrijk, ook in en om scholen. Het gebruik van middelen (alcohol en drugs) en geweldsincidenten vragen aandacht. Jongeren moeten weerbaarder gemaakt worden tegen verschillende soorten drugs en tegen de financiële verleiding van drugs. Cultuur P5 Cultuur vormt een onderdeel van de Deventer basis infrastructuur. De uitwerking en uitvoering van het cultuurbeleid, ook waar het jeugdigen aangaat, is belegd bij programma Cultuur en Erfgoed. Vanuit dit programma zal in de komende 4 jaar aandacht zijn voor een lokale educatieve agenda en het op orde houden van culturele instellingen zoals de bibliotheek in wijken en kernen van Deventer.

Van Wieg naar Werk – Beleidskader 2023-2026

Pagina 27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13493520/2