CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

2023-07-19 Transcript Raadsvergadering Gemeenteraad Deventer 19 juli 2023

Raadsvergadering 19 juli 2023, gemeente Deventer37.027 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Het zal inderdaad geen verrassing zijn maar af en toe moet je ook met argumenten komen die je niet alleen van een architect hebt gehoord en ook op andere manieren tot je hebt gekregen. Maar dat ook een rapport als dit naar andere fracties kunnen gaan en het ook zullen begrijpen. De voorzitter: Oké. De heer De Niet. De heer De Niet: Dank u wel, voorzitter. Ik hoor de heer Evers twee dingen zeggen. Toch dat onderzoek op hetzelfde niveau brengen en alle feiten op tafel. Denkt u echt in drie maanden het onderzoek op hetzelfde niveau te kunnen brengen? De voorzitter: De heer Evers. De heer Evers: Ja en ik luister dadelijk ook graag eventjes naar de wethouder hoe zij daar tegenaan kijkt want we kunnen die onderzoeken op eenzelfde level krijgen. Maar zij kan misschien beter duiden hoever we dan precies gaan komen. Want dat is ook een belangrijk aspect voor ons dat we uiteindelijk ook alle feiten op tafel hebben en zo goed mogelijk een totaalafweging kunnen maken. De voorzitter: De heer De Niet. De heer De Niet: Dank u wel, voorzitter. Nou dan ben ik ook heel benieuwd naar de ronde truc die de wethouder gaat uithalen. Want ik weet niet of u het weet maar middel het onderzoek ... De verkenningsfase van het Burgerweeshuis is in februari 2022 gestart. Nou dat onderzoek hebben we, ik weet het nog vrij goed, een dag na de begroting kregen we de resultaten van dat onderzoek.

Die waren toen al even bekend bij het college, maar het college had ook vrij veel tijd nodig om er een plasje over te doen en er een besluit over te nemen. Dus dat zal hier niet anders gaan, al met al ruim negen maanden en daar zat op zich ook een zomerreces in. Maar we hebben nu, we zitten nu de dag voor het zomerreces en u denkt dat het college ditzelfde trucje voor dit plan, waar enorm veel haken en ogen aan zitten, veel meer dan uit de initiatieffase van het Burgerwees kwamen, uit Burgerhaven kwamen, dat het college in staat is om in drie maanden met een zomerreces, met een complexer plan een verkenningsfase uit te voeren die niet binnen de leidraad grote projecten past. In drie maanden? De voorzitter: De heer Evers.

49 De heer Evers: Zullen we het de wethouder vragen? Ik ben zeer benieuwd. De voorzitter: Gaat uw gang, de heer Muilerman. De heer De Niet: Dank u wel, voorzitter. Nog één andere vraag aan de heer Evers: wat zijn de feiten op tafel, welke feiten wilt u op tafel, wat moet er nu allemaal worden onderzocht? De voorzitter: De heer Evers. De heer Evers: De feiten op tafel is dat wij voor de twee onder één dak variant op dezelfde aspecten zoals we het Burgerweeshuis straks hebben een keus kunnen maken waarin we dus weten wat de investering gaat zijn in die twee onder één dak variant, wat de risico's zijn in dit twee onder één dak variant en wat het businessmodel zal zijn in die twee onder één dak variant. De voorzitter: De heer De Niet. De heer De Niet: Dank u wel. Bijzonder antwoord. Het is volstrekt onrealistisch om in zo'n korte termijn deze dingen op tafel te krijgen. Zeker wetend hoe lang we erbij Burgerhaven, wat relatief eenvoudig is, al mee bezig zijn. Dus ik, ja volstrekt onrealistisch. De voorzitter: De heer Muilerman. De heer Muilerman: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, zijn heel veel vragen gesteld die ook voor de andere indieners gesteld waren.

Maar dan word ik, moet ik misschien een vraag terugleggen want volgens mij hebben we vorige week bij de voorjaarsnota met een hele grote meerderheid ook de motie van GroenLinks, die ook niet voldeed in eerste instantie aan de leidraad grote projecten na aanpassing wel, mee ingestemd om dat voor te duwen. Daar bleek dus ook uit bijvoorbeeld Burgerhaven moet een nieuw PV worden opgesteld. Bouwkostenraming. Nou en die tijd die hebben we ook nodig. Dan kunnen we die tijd toch ook gebruiken om twee onder één dak nog verder te gaan verkennen. Want uit de eerste verkenning blijkt dus ja dat dus ook al positieve klanken vandaan komen. Ja wat misschien ook best veel mensen had verbaasd, wellicht mij ook maar dus ik snap niet waarom we dat niet ook een kans zouden geven als we toch die tijd nodig hebben voor Burgerhaven. De voorzitter: De heer Van der Meulen. De heer Van der Meulen: Ja dank. Ik stond hier eigenlijk voor vraag voor de heer Evers, maar ik zal deze vraag beantwoorden. Ja. De motie van vorige week, die voldeed volledig aan de leidraad grote projecten. Dus ik weet niet waar u daarmee op doelt. Want maar die kunt u zo meteen beantwoorden, maar u zegt van er zitten positieve kanten aan. Vier maanden geleden hebben we hier gestaan, te praten over Plan A en plan B. Plan B was pas aan de orde, dat dus samen-onder-één-dak als Plan A echt helemaal uit de klauwen liep.

Veel te veel miljoenen zouden zou gaan kosten. Enorme bodemverontreiniging. Nou een hoop ellende. Dat blijkt nu allemaal niet het geval te zijn. Plan. A was eigenlijk best wel een realistisch plan, gaat misschien wat meer kosten. Moet worden uitgezocht. Aan het eind van het jaar weten we daar meer over. Plan A is op dit moment gewoon nog steeds plan dubbel A. Nu wil u die plannen op gelijkwaardig niveau brengen. U wil ze nou echt gaan vergelijken. U zegt van ja, er zitten een hoop positieve kanten aan, maar in het amendement waar uw naam ook onderstaat daar staat een uitgangspunt in: behoud van identiteit van de partijen waarom het gaat en eigen karakter. Er zitten twee brieven bij het onderzoek wat is aangeleverd van het Burgerweeshuis en ook van Bruut. Bruut zegt nou we zoeken wel iets anders. Dit plan dit strandt bij ons en Burgerweeshuis zegt nou, dit is voor ons een complete no go. Dus ik weet niet waarom u zo positief bent over met name omdat u het in het amendement zo strak heeft opgeschreven. Dat is best wel positief behoud van identiteit en eigen karakter. Dat u nu zegt van ja we moeten het verder onderzoeken en misschien komt er wel iets heel moois uit. Er zijn de partijen waarom het gaat die willen het niet. Ze willen het gewoon niet. De voorzitter: De heer Muilerman.

50 De heer Muilerman: Dank u wel, voorzitter. Ik snap de redenering van de heer Van der Meulen dat hij, en ik snap ook de redenering van Burgerweeshuis, maar we moeten met zijn allen wel zo redelijk zijn volgens mij dat wij zien dat wij in Deventer veel willen doen voor onze cultuursector, maar dat wij op dit moment zoveel dingen voor hebben liggen waardoor we misschien, stel wij gaan Burgerhaven laten doorgaan. Prima. Wat gaat er dan met onze Schouwburg gebeuren? Wij willen als dat toch ook een Schouwburg hebben? Nu gaat u de vraag stellen van ja ze mogen niet van elkaar afhangen. Het Burgerweeshuis mag niet lijden onder de Schouwburg. Dat snap ik maar we hebben maar een bepaalde pot met geld in onze gemeente en die moeten wel eerlijk verdelen, vind ik. Niet alleen Burgerweeshuis, niet alleen Schouwburg maar we hebben nog een veel grotere cultuursector. De voorzitter: De heer De Niet. De heer De Niet: Voorzitter. Ja, dank u wel. Ik ben het van harte eens met de heer Muilerman. Dat we over die vraag moeten hebben, daar moeten we het over hebben. Dat gaat niet met deze motie. Dan moeten we na de vakantie na dat zomerreces moeten we daar een fatsoenlijke WOB-procedure over hebben, moeten we beeldvorming hebben, moeten we horen wat de stad ervan vindt, wat insprekers ervan vinden, wat het Burgerweeshuis ervan vindt, wat de Schouwburg ervan vindt.

U zegt allemaal dingen, belangrijk, maar ik heb daar geen volledig beeld van. We hebben de stukken nog maar kort gekregen. Ze zijn nog niet geagendeerd. Zit nog geen behandelvoorstel bij. Wij moeten het daar als raad over hebben en dan moeten we het precies over de vraag hebben waar die u net aanstipt maar daar is een fatsoenlijke behandelprocedure voor nodig, daar is zorgvuldige besluitvorming voor nodig en dat gaat niet met deze motie. Dan moeten we gewoon na de zomer doen zoals het college op zich ook nog heeft voorgesteld. Volgens mij is dat de goede weg. Is dat ook, dat kost dan misschien iets meer tijd om die stappen te zetten. Maar dat is zorgvuldig en dan kunnen we ook goed richting meegeven als we kiezen wat u, waar u nu al een duidelijke voorkeur uit voor spreekt. Als we die kant op gaan samen-onder-ééndak, dan kunnen we daar ook een goede richting aangeven. Dat kan nu niet en nu krijgen we een onderzoek als we deze motie aannemen, wat zeer onzorgvuldig is waar iets uitkomt waarvan we achteraf zeggen van ja dat hadden we eigenlijk ook helemaal niet gewild. Dat bedoelden we helemaal niet. Nee nogal wiedes, we hebben geen enkel kader meegegeven aan het onderzoek. De heer Muilerman: Ja dank voorzitter. Daar wil ik ook wel op reageren. Dan gaan we dat dus na de zomer doen en dan zal misschien een meerderheid zeggen nou goed, dat gaan we doen na die WOB-procedure.

Dan moeten alle partijen nog langer wachten maar we zouden ook kunnen zeggen van we gaan deze motie nemen we wel aan en wellicht blijkt wel na de zomer uit van ja twee onder één dak is misschien toch niet zo interessant en we gaan verder met Burgerhaven en Schouwburg. Ja die verkopen we maar. Ik zeg maar wat. De voorzitter: De heer Van der Meulen nog een keer. De heer Van der Meulen: Dank u. U had net inderdaad vraag gesteld over de Schouwburg van alsof die ja die is ook belangrijk. We hebben vorig jaar ook een voorstel ingediend samen met de heer De Niet en volgens mij ook met de mevrouw Schmidt over de Schouwburg van daar hebben we ook een plan B voor bedacht. Dat is weggestemd, maar wel heel erg interessant. Het element wat u net noemt van dat verkopen we dan maar, een deel daarvan komt in dat amendement terug. Moet u nog maar eens nalezen. Maar die zorgvuldige procedure. Ja wat ons betreft hoeven we over plan B hoeven we niet meer te spreken, moeten we praten over Plan A. Want dat was ook het uitgangspunt. Ik kijk naar die andere indieners want die zijn nog niet aan het woord geweest. Die hebben gezegd het plan A en plan B is pas interessant op het moment dat A gewoon gierend uit de klauwen loopt, dat het geen goed plan is om op Burgerhaven verder te gaan. Dan hebben we dit achter de hand en dat is toen gezegd na vier maanden gaan we kleur bekennen.

Nu wordt plan B toch weer een beetje opgehemeld en krijgt het een plusje erbij. Dat vinden we ja eigenlijk onwenselijk. De voorzitter: De heer Muilerman. De heer Muilerman: Dank u wel, voorzitter. U heeft een mooi script daarin volgens mij ook, volgens mij staat er nergens dat ik heb gezegd als het gierend uit de klauwen gaat lopen. Dus ja dat moet u dan maar even voor mij opzoeken. Maar zoals ik al eerder zei, we hebben die tijd tot totdat het PVE en bouwkostenraming van het Burgerweeshuis er is. Waarom zouden we het niet doen als er ook positieve klanken zijn? Als er geen positieve

51 klanken waren uit het onderzoek dan hadden we nu, dan had je inderdaad kunnen zeggen prima dan gaan we verder met Plan A. Maar dat is nu niet zo. De voorzitter: Mevrouw Schmidt. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Ja. Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik wil de indieners toch nog het volgende meegeven. Het is geen vraag, maar meer een opmerking. We kunnen nu onderzoeken blijven doen en blijven doen maar draagvlak hebben we alleen als alle partijen meedoen en op het moment dat twee belangrijke partijen nu al zeggen het is een heilloze weg voor ons, waarom gaan we dan op dit pad verder? Waarom zet u niet in op plan A? De voorzitter: Toch een vraag. De heer Muilerman. De heer Muilerman: Ja dank u wel mevrouw Schmidt. Wat is voor ons een heilloze weg? De voorzitter: Mevrouw Schmidt. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Op het moment dat het Burgerweeshuis en ‘…’ allebei zeggen dit is voor ons geen optie alles onder één dak. Waarom wilt u dat dan verder blijven onderzoeken? Alleen omdat u zich zorgen maakt om het overeind houden van de Schouwburg? Of omdat u echt bezorgd bent en omdat u echt een goede toekomst voor Burgerweeshuis wil? De voorzitter: De heer Muilerman. De heer Muilerman: Ja dank u wel. Ja k wil voor iedereen de goede toekomst. Dat staat buiten kijf. Nu ben ik even eenmaal van mijn à propos. Ja ben ik uw vraag helemaal kwijt.

De heer De Niet: Toch nog even ook vraag aan de heer Evers, want het is, in ieder geval, volgens mij kunnen we de conclusie, in ieder geval die conclusie van mij helder. Ik hoop dat die van u ook duidelijk is. Dat u met geen mogelijkheid die plannen op een vergelijkbaar niveau gaat krijgen. Dus de vraag is zeg maar volgens mij zitten in de huidige onderzoeken zitten op zich genoeg om uiteindelijk een besluit te kunnen nemen. Dus is laten we vooral nader naar het reces een fatsoenlijke behandeling doen en dus ook dat plan samen-onder-één-dak die verkennend onderzoek goed bespreken, goed bespreken met de stad, goed beeldvormend en goed oordeelsvormend bespreken. Ook hier in de raad zodat we ook dan een zorgvuldige keus kunnen maken in plaats van nu in een soort vervolg worden gerommeld. Want ja toch u was er toen nog niet bij, maar niet zo heel lang geleden hadden we hier een Viking die we wilden bouwen. Eén van de belangrijke dingen die uit het onderzoek is gekomen, is onduidelijke faseovergangen als een oorzaak van het drama wat bij de Viking is gebeurd. Geen heldere kaders. Dat is precies wat u met deze motie gaat doen. Een rommelige faseovergang en u stelt geen kader voor het vervolgonderzoek, dus u baart een nieuwe Viking. Een Viking 2.0 en volgens mij wordt een draak van een baby. De voorzitter: Goed. Dat is uw punt. De heer Evers.

De heer Evers: In reactie op de heer De Niet want hij stelt u eigenlijk voor wat hij ook verwijt want hij zegt laten we nou alles wat nu op tafel ligt, op tafel leggen, dan gaan we na de zomer een besluit overnemen. Maar dan gaan we dus op basis van die korte haalbaarheidsstudie een besluit nemen dat ook niet volledig onderbouwd is. Ik ben in ieder geval niet zover dat ik nu op basis van een korte haalbaarheidsstudie een besluit kan nemen voor een plan A of een plan B. Daar ontbreekt, daar ontbreekt te veel. De voorzitter: De heer De Niet. De heer De Niet: Dank u wel, voorzitter. Ja richting de heer Evers zou ik willen zeggen nou dat ja misschien moet ik je teleurstellen. Dat moment gaat nooit komen waarop u alle informatie heeft om die keuze te kunnen maken. Als u het plan samen-onder-één-dak op hetzelfde, echt op hetzelfde niveau, dus eind verkenningsfase wil brengen

52 als een Burgerweeshuis dan bent u anderhalf jaar verder. Dus u kunt kiezen anderhalf jaar wachten tot u een kunt besluit kan nemen. Is prima. Zegt u dat dan ook vooral tegen het Burgerweeshuis. Maak het ook duidelijk naar het college. Gaan we heel veel energie in twee plannen stoppen. Dan maken we dan een keuze. Nou prima. Mag u van mij doen. Maar dat is het realistisch verhaal. Het alternatief is dat u in september kunt u wel degelijk een keuze maken. Er ligt een initiatieffase samen-onder-één-dak. Als u daar voldoende in gelooft en voldoende aanknopingspunten voorziet om dat kansrijk te bestempelen, dan maakt u dan de keuze. We gaan voor samenonder-één-dak en Burgerweeshuis plan A zetten we in de koelkast. Zegt dat, kijk dan ook het Burgerweeshuis in de ogen. Legt dat ook uit in de stad, neem je verantwoordelijkheid en maak een keuze. De feiten liggen er voldoende om dat te doen, maar wel na een zorgvuldige behandeling van beide plannen na de zomer. De voorzitter: Goed. Mevrouw Visser. Mevrouw Visser: Ja. Er waren eerder vragen ook aan de andere indieners gesteld en er ligt nu, onderzoek van Burgerweeshuis blijkt dat er ook voor het Burgerweeshuis opnieuw huiswerk gedaan moet worden. Die plannen krijgen we hopelijk voor de begroting. Dat is vorige week hebben we gewoon dat met elkaar gezegd beetje vaart er achterhouden en daar staan wij ook nog steeds voor.

We weten niet wat die nieuwe kostenramingen, wat die nieuwe plannen opleveren en in de tussentijd kunnen we dit plan B wat ons betreft een stap verder brengen om te kijken wat dit, wat daar preciezere ramingen in zijn en meer is het niet. Ik zou heel graag nog even naar het dictum willen kijken dan over die fase en wat daar dan de juiste verwoording is. Maar ja, volgens mij is het niet meer of minder wat ons betreft dan dat. De voorzitter: De heer Van den Nieuwenhof. De heer Van den Nieuwenhof: Dank u wel, voorzitter. Nou ik had even zitten kijken bij 27-06 raadsmededeling gaat over resultaten haalbaarheidsonderzoek waar de heer Evers de hele tijd aan refereert en volgens mij dat het heel makkelijk. Beide programma van eisen van de nieuwe keizer en Burgerweeshuis volledig niet naast elkaar in het gebouw passen, staat er heel duidelijk. Dus ja voor mij hoeft die motie niet. Gewoon bouwen. Dank u wel. De voorzitter: Dat is een mededeling. Dan de heer Schuring. De heer Schuring: Ja, dank u voorzitter. De indieners zijn ook om een reactie gevraagd, dus ik voel me ook uitgenodigd om daar wat over te zeggen. Dit is natuurlijk een hele lastige. Ik wil toch een paar dingen zeggen wat hoe we vanuit mijn fractie toch deze hele stand van zaken wegen. Wij vinden het wel een goede zaak om nog even de tijd te nemen de komende maanden om nog een aantal dingen verder uit te zoeken.

Waarom? Sowieso, het is ook door de andere al gezegd, moeten we voor het Burgerweeshuis nog een aantal dingen goed doorrekenen. Het is niet alleen de risicoanalyse over het dak die duurder is. Hoe pas je dat in de hele business case. Maar dat is ook een advies van de ‘…’ om die zaal niet naast maar in het pand te zetten. Wat betekent dat dan voor het hele programma? Wat betekent dat voor de financierbaarheid? Ik vind het logisch dat die vragen zijn gesteld en daar hebben we ook vorig vorige week het college toe opgeroepen om daar de komende tijd mee te komen en rond het najaar bij de begrotingsbehandeling, als het even kan of zo snel mogelijk daarna, met die analyse komen hier. Mijn grootste zorg is of onze grootste zorg is vanuit de fractie maar zie het ook bij de coalitiepartijen dat we als die informatie hebben, dat er dan weer nieuwe vragen komen. Ja oké. Als dit op tafel ligt maar moeten we dan van plan B ook niet dat en dat nog uitzoeken dat er vragen over plan B komen? Er zijn kritische kanttekeningen gemaakt over het dictum van de motie. De heer De Niet is daar heel uitgesproken over geweest. Dat het hele leidraad grote projecten het eigenlijk onmogelijk maakt om in dezelfde tijd, in een paar maanden tijd de kennis over die vragen die we nog moeten uitzoeken op hetzelfde kennisniveau te krijgen als de kennis die we hebben over Burgerweeshuis.

Ik denk dat eigenlijk de heer De Niet een reëel punt te pakken heeft. Maar dat neemt niet weg dat we een aantal maanden de tijd hebben om toch een aantal vragen die er nu liggen over plan B om die verder uit te zoeken. Vragen als de serieuze kritiek die Burgerweeshuis heeft geuit over plan B, zoals hoe ga je om bij plan B met die overlast 's nachts om half drie als die zaal leegkomt met die hele gebiedsontwikkeling die daar al die appartementen die daar komen? Hoe gaan, ik vind het een uitermate realistische vraag. Een reële vraag die ik uitgezocht zou willen zien. Of de vraag over kan het wel in dat grote pand die identiteit van die twee instellingen te houden? Nu is de analyse nee, dat is heel moeilijk. In scenario twee, drie en vier wordt het heel ingewikkeld. Maar ik hoor ook weer mensen zeggen ja maar misschien kan het toch

53 als je nog eens even hier en daarnaar kijkt. Nou mijn grote zorg is dat die vragen pas aan tafel komen de komende maanden in WOB-procedures. Dat we dan weer opnieuw gaan onderzoeken en dat daar het allerlaatste dat daar niet mee is gemoeid is het Burgerweeshuis. Want mijn fractie, ik denk dat we allemaal als raad, is er ons alles aan gelegen om eind dit jaar nu wel op de beste informatie die we dan hebben, die we dan beschikbaar kunnen krijgen om een knoop door te hakken. Voor mij is dat de grootste reden en voor mijn fractie de belangrijkste reden om dit voorstel nu aan ons voor te leggen. Misschien moeten we het dictum dus aanpassen over die fases in het grote projecten leidraad. Hoe heet het? Maar dat we eind dit jaar echt een besluit nemen op de informatie die we dan op tafel kunnen hebben. Nog eens een check van het commentaar op plan B. De laatste inzichten doorrekenen, dan hebben we ook alle informatie over plan A wat voor mijn fractie evident nog steeds plan A is. Misschien moeten we zelf zelfs al in december of in eind november op grond van de besluitvorming en inzichten die we dan hebben een plan C. of een plan D gaan ontwikkelen. Dat zien we dan wel. Eind dit jaar, nee maar dan is het plan A voor, dan is het een plan C voor hetgeen waar we geen besluit over kunnen nemen, voor de goede orde.

Maar eind dit jaar is voor mij, en ik denk voor alle coalitiepartijen evident, moeten we een besluit nemen. Dat is de belangrijkste ambitie die spreekt uit dit amendement. De voorzitter: Dank u wel. Tot mijn zijde of die dat ook zo zien. Het was een motie hè? De heer Evers. De heer Evers: Ja, volgens mij verwoord de heer Schuring het heel goed. Dit is waar we richting eind van het jaar naartoe gaan. De voorzitter: De heer De Niet. De heer De Niet: Voorzitter, ik wil nog even reageren op de heer Schuring, want er zitten best wel waardevolle dingen in, zoals hij dat nu zegt. Dus ik snap best dat we die tijd goed kunnen benutten om ook om nog meer dingen uit te zoeken, om nog een beter beeld te krijgen van het plan samen-onder-één-dak. Er zitten veel haken en oog aan maar dat is heel wat anders dan wat in dit dictum van deze motie staat. De voorzitter: De heer Schuring. De heer Schuring: Ik heb net ook mevrouw Visser horen zeggen misschien moeten we nog eens even kijken de indieners van dit voorstel naar de precieze formulering van het dictum. De intentie gaat er om eind dit jaar alles op tafel en laten we alles uit de kast halen om eind dit jaar een besluit te kunnen en niet te kunnen, te moeten nemen. De voorzitter: De heer Van der Meulen.

De heer Van der Meulen: Laat ik beginnen om te zeggen dat ik dat heel erg positief vind van alle indieners dat ze inderdaad aan het eind van dit jaar een besluit gaan nemen, dat we een besluit gaan nemen, wat het besluit ook wordt. Volgens mij moeten we kiezen voor plan A en niet de hele tijd dat vergelijken. Maar we nemen in ieder geval een besluit. Als we dat afspreken, ik zie knikkende gezichten voor het eind van het jaar kunnen we een besluit nemen want op een gegeven moment je kunt inderdaad ook plan E bedenken of plan F maar dat moeten we niet doen. We hebben Plan A en daar moeten we vanuit gaan en dat was ook de afspraak vier maanden geleden. Dus laten we daar ons op focussen en de vraag dan nog wel even aan de indiener, hoofdindiener van kunt u ook leven met onzekerheden? Want op een gegeven moment kun je blijven onderzoeken totdat je een ons weegt. Maar je moet op een gegeven moment een knoop doorhakken. Het Burgerweeshuis zit daar al ongeveer tien jaar op te wachten. De voorzitter: De heer Evers. De heer Evers: Ja. Voorzitter. Deze indiener kan leven met onzekerheden, loopt op dit moment de Vierdaagse. Het is elk uur maar afwachten hoe je er weer voorstaat. Dus het blijft onzeker. De voorzitter: We hebben goede hoop dat u het eind van deze week via gladiola weet te bereiken. Zullen we naar de zijde van het college gaan? Wethouder Duursma.

54 Mevrouw Duursma: Dank, voorzitter. Als ik kijk naar deze motie en dan blijf ik af van waar dit in de leidraad zit want als ik kijk naar haveneiland dan zit dat inderdaad in de verkenningsfase en daar moeten we opnieuw gaan kijken en rekenen maar dat hoort bij deze fase waar we in zitten. Als ik kijk naar de motie die nu voorligt, dan is die voor ons uitvoerbaar en dan zie ik hem in het licht, zoals wij in eerste instantie vanuit het college twee onder één dak hebben gepresenteerd. Dus dat raadsvoorstel. Dan betekent het dat je het brengt op het niveau van de initiatieffase. Die onderzoeken die wij, want u heeft toen gevraagd om een verkort onderzoek, als je echt wilt vergelijken of überhaupt dit kan, dan heb je extra onderzoeken nodig. Volgens mij staat dat ook in de raadsmededeling die wij hebben gestuurd. Die onderzoeken zullen wij dan gaan doen en zorgen dat die bij u komen. Volgens mij kan dat gelijktijdig met de uitkomsten van de fase waarin haveneiland zit. De voorzitter: De heer De Niet. De heer De Niet: Dank u wel, voorzitter. Op zich blij met deze duiding van de wethouder maar ik constateer dat u, dat het college dan ook niet, dus niet als niet realistisch ziet om de plannen op hetzelfde niveau te brengen? Dat is niet aan de orde? De voorzitter: Mevrouw Duursma. Mevrouw Duursma: Ik heb precies gezegd wat ik heb gezegd.

Zorg dat het op het niveau komt van het eind van de initiatieffase. Want dat was ons voorstel in eerste instantie en dat is waar wij het naartoe opwerken. De voorzitter: De heer De Niet. De heer De Niet: Dank u wel. Helder antwoord. Kunt u toch nog even hier in deze zaal zeggen welke onderzoeken gaat u dan doen tot in deze fase? De voorzitter: Wethouder Duursma. Mevrouw Duursma: Dan heeft u bijvoorbeeld over een audio-onderzoek, kunnen bijvoorbeeld gelijktijdig in dat pand een housefeest en een opera, noem maar wat voorbeelden. Ik weet niet of we een opera gaan doen. Je moet zeker weten dat dit kan en je moet ook heel erg goed kijken als je naar de bezoekersstromen kijkt hoe loopt dat dan? Hoe gaat het met omwonenden? Al dat soort dingen zijn nog niet onderzocht, die horen nog bij deze fase. De voorzitter: De heer De Niet. De heer De Niet: Dank u wel. Duidelijk. Dan nog één laatste vraag aan mevrouw de wethouder of het college. Wat betekent dat voor de behandeling? Wanneer zijn die onderzoeken dan ongeveer beschikbaar en wat betekent dat voor de behandeling van deze voorstellen in de raad? Is het haalbaar om dan inderdaad bij de begroting of in ieder geval voor het eind van het jaar een knoop door te hakken? De voorzitter: Wethouder Duursma.

Mevrouw Duursma: Voor het eind van het jaar zullen deze onderzoeken eindresultaten bij u beschikbaar zijn, zodat u ergens een knoop over kunt doorhalen. De voorzitter: De heer De Niet, laatste instantie. Dan ga ik door naar de heer Van der Meulen. De heer De Niet: Wat is dan, we krijgen nu de onderzoeken aan het eind van het jaar, maar als we een paar onderzoeken eind van het jaar krijgen dan kunnen we nog geen knoop doorhakken want dan kunnen we ze pas in 2024 behandelen. Dus wanneer krijgen we die onderzoeken? De voorzitter: Wethouder Duursma.

55 Mevrouw Duursma: Ik heb een inspanningsverplichting gegeven om ze voor de begroting te geven. Die inspanningsverplichting wil ik ook hier gestand doen. Ik kan het niet garanderen dat het ervoor is, maar het zal rond die tijd klaar zijn. De voorzitter: De heer Van der Meulen. De heer Van der Meulen: Nou is in ieder geval positief dat we inderdaad bij de begroting hier dus weer ten volle over kunnen praten en ook echt een knoop kunnen doorhakken. Dat heel positief. De voorzitter: Ik wil hier heel precies zijn. Dit is niet wat wethouder Duursma zei. De heer Van der Meulen: De wethouder zei dat we onderzoeken voor de begroting, dat ze daar… De voorzitter: De wethouder zei dat ze een inspanningsverplichting zou doen om te kijken hoever ze zou kunnen komen voor de begrotingsbehandeling. Dat is iets anders dan dat de stukken voor de begrotingsbehandeling hier liggen. De heer Van der Meulen: Nee oké dat dat klopt. Maar elke partij kan natuurlijk stukken agenderen voor een begrotingsbehandeling. Dat is niet altijd afhankelijk van de stukken die het college aanlevert. De voorzitter: Het gaat hier, even voor de scherpte. Het gaat hier over de resultaten van de onderzoeken. Laten we daar nou heel precies over zijn en daar geen spelletje mee spelen. De wethouder heeft aangegeven een inspanningsverplichting aan te hebben gegaan. Dat heeft ze vorige week ook gemeld.

Dat ik me daar geen discussie over hebben. Anders gaan we daar op elkaar op woorden vangen. Dat lijkt me niet verstandig. De heer Van der Meulen: Oké. Prima. Vraag voor de scherpte over dan de fases, want het was mij toch nog niet helemaal duidelijk, want als ik het goed begrijp samen-onder-één-dak, dat zit op dit moment nog niet in een fase. Maar met de motie wordt hij tot het eind van de initiatieffase gebracht. Heb ik dat goed begrepen? De voorzitter: Wethouder Duursma. Mevrouw Duursma: Dank u, voorzitter. Ja dat heeft u goed begrepen. De voorzitter: De heer Van der Meulen. De heer Van der Meulen: Dat is dus anders dan in het amendement of in de motie staat, daar staat in dezelfde fase. Dus dat wordt dan waarschijnlijk aangepast. De voorzitter: De heer Schuring. De heer Schuring: Zoals ik daarstraks ook al zei laten we even kijken, een korte schorsing als indiener, hoe we de formulering moeten hebben. Maar ik zit dan nu te denken als zodanig planmatig uit te werken zodat deze op het niveau van de initiatieffase kan worden gebracht en eind dit jaar besluitvorming mogelijk te maken. De voorzitter: U krijgt een schorsing van vijf minuten om de tekst aan te passen. Dames en heren, ik verzoek uw plekken in te nemen. De heer Schuring, u krijgt het, dames en heren, wilt u uw plaatsen innemen? We gaan verder met de vergadering en de heer Schuring krijgt het woord.

Dames en heren, de heer Schuring heeft het woord om even toe te lichten wat het resultaat is van de schorsing. De heer Schuring: Wordt gevraagd of ik het wil zeggen. Als het goed is, is het doorgegeven. Het is. Ingrid heeft het verwerkt. Misschien kan er worden geprojecteerd al. Dan staat als het goed is nu… De voorzitter: Mag ik even vragen, de vergadering staat nog op geschorst. Ja we kunnen weer verder.

56 De heer Schuring: Als het goed is, komt er nu te staan als het dictum van de eerste zin. iPad erbij pakken. Nou, het is makkelijkst als die geprojecteerd wordt, dan kan iedereen het zien. Zal ik jullie anders maar zeggen wat het is geworden. Het eerste dictum is dan, het eerste bullet van het dictum, het andere blijft gelijk, voorafgaand aan de begrotingsbehandeling 2024 ook de variant twee onder één dak zodanig planmatig uit te werken, zodat deze op het niveau van het eind van de initiatieffase wordt gebracht. Punt. De voorzitter: Dank dat is helder. Dan de heer De Niet. De heer De Niet: Ja dank u wel, voorzitter. Ik zou, er staat ook nog in de tweede de raad, of het derde punt van de raad vindt, staat ook nog iets over dingen op hetzelfde niveau brengen als de verkenningsfase. Dat staat er vrij expliciet. Twee, misschien kunt u dat ook, ja volgens mij is het correct om die gewoon helemaal te laten vallen. Maar ja dat is aan de indieners natuurlijk. Naar daar staat nog precies eenzelfde formulering. De heer Schuring: Ik kijk even naar de mede-indiener maar ik denk dat er niks misgaat als we die bullet het gewoon schrappen om misverstanden te voorkomen, anders moeten we die ook gaan herformuleren. Medeindieners kijk allemaal, die bullet schrappen? Marcel, de heer Evers? Schrappen is altijd het makkelijkste is mij geleerd.

Schrijven is schrappen, dus komt nooit wat van dat schrijven. De voorzitter: Derde bullet? De heer Schuring: De raad vindt het volgende. De raad vindt het volgende, staat de eerste: het is wenselijk, et cetera. Dan de derde de resultaten van beide onderzoeken, die hele bullet schrappen. De voorzitter: Die bullet wordt geschopt. Uitstekend. Ja. Akkoord. Stel voor dat we overgaan tot stemming en ik geef de gelegenheid om een stemverklaring af te leggen. Mevrouw Zieverink. Mevrouw Zieverink: Dank, voorzitter. Ja. Vanuit Deventer Belang hebben wij allang kleur bekend. Dus wij vinden, wij zullen tegen deze motie stemmen. Maar we doen ook wel een oproep aan alle indieners en mensen die hier op mee gaan stemmen om ook vooral eens kleur te gaan bekennen. Trekt die angel eruit. Neem gewoon een besluit. Dat is waarvoor we hier zitten en houd op met het verlengen van het ene onderzoek naar het andere onderzoek. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Schmidt. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Ja. Dank u wel, voorzitter. Onze fractie zal ook tegen deze motie stemmen en ik wil eigenlijk de discussie die we een paar agendapunten geleden hebben gevoerd over Lettele en daar wordt geprobeerd om ons te overtuigen met de argumenten dat het heel belangrijk is voor Lettele en dat er heel veel mensen geparticipeerd hebben en heel veel mensen mee gesproken hebben.

Dat argument wil ik nu voor Burgerweeshuis maken. Het Burgerweeshuis wacht al tien jaar. We hebben heel veel mensen meegepraat hebben, er heel veel mensen geparticipeerd, hebben mensen zelfs geprotesteerd. Dus ja waarom wel voor Lettele en niet voor Burgerweeshuis? Ik vind het een beetje vreemd hoe dit op deze manier gaat. De voorzitter: De heer De Niet. De heer De Niet: Dank u wel, voorzitter. Ja ik ben ook wel vrij veel debat ingegaan. Ik ben wel heel blij dat de motie, die echt heel beroerd was, in ieder geval iets minder beroerd is geworden. Iets beter verteerbaar. Op zich ook blij met de duiding van de wethouder. Maar daarmee is hij volgens mij ook wel redelijk overbodig geworden en ja, er zit wel een verkeerde intentie achter. Wat wij wel hebben gehoord, is dat alle partijen zich hebben uitgesproken dat ze voor het eind van een jaar een keuze zullen maken en daar zullen we ze aan houden. De voorzitter: Dank u wel. Andere stemverklaring nog? Niemand. Dan gaan we over tot stemming over de motie. De stemming is geopperd. De moties aangenomen met 24 stemmen voor, 13 stemmen tegen. Tegen hebben gestemd ChristenUnie, Deventer Sociaal, GroenLinks, Deventer Belang, SP, Deventer Nu en DENK.

57 Sluiting De voorzitter: Daarmee, dames en heren, zijn we het einde gekomen van deze avond. We hebben afgesproken dat we de andere moties op een later moment zullen behandelen. Dat horen we dan graag te zijner tijd. Wens u nu een heel goede zomer, een heel goed reces. Laad lekker op en er is nog gelegenheid voor een borrel op de tweede etage van de lounge. Een hele goede zomer allemaal. Dank u wel. Vergadering is gesloten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13027687/1