2023-05-17 Op weg naar een Visie Deventer 2040
Tekst van het document
Geopolitiek en bestuur • De Nederlandse economie raakt steeds meer verweven met het buitenland. Nederlandse producten worden naar steeds meer landen, over verdere afstanden, geëxporteerd en productieketens versnipperen en internationaliseren. • Er ontstaat een multipolaire internationale orde. Nieuwe, opkomende economieën zetten de westers-georiënteerde economische verhoudingen onder druk. Daarnaast zijn er steeds meer partijen die invloed uitoefenen op overheden, burgers en bedrijven, zoals non-profit organisaties, religieuze organisaties en multinationals. • Door de opkomst van de kenniseconomie en informatiewerkers worden data en kennis enorm belangrijk. Bedrijven of overheden die veel data in handen hebben en die data succesvol weten te ontsluiten hebben een sterke machts- en marktpositie. • Snelle technologische ontwikkelingen vergroten onze afhankelijkheid van landen met toegang tot de benodigde grondstoffen voor bepaalde technologische toepassingen, zoals China en Rusland. • Digitalisering en automatisering maken economische activiteiten minder plaatsgebonden en makkelijker te outsourcen naar andere landen. De concurrentie tussen regio’s en landen neemt hierdoor verder toe. Hierbij speelt de hoogte van de lonen een minder belangrijke rol dan in het verleden. Stabiliteit, opleidingsniveau en kwaliteit van leven maken het verschil.
• Door globalisering, economische crises en terroristische aanslagen staat het gevoel van economische en fysieke veiligheid onder druk. Dit zet druk op het draagvlak voor solidaire economische beginselen zoals een belastingstelsel gericht op inkomensnivellering. • We zijn steeds meer afhankelijk van complexe infrastructuren, bijvoorbeeld voor energievoorziening, vervoer en betaalverkeer. Cyberterrorisme kan daardoor een grote impact hebben. Ecologie en klimaat • Klimaatverandering en de noodzaak om minder afhankelijk te zijn van fossiele brandstoffen leidt tot een ingrijpende energietransitie; • Klimaatverandering leidt tot een groeiende vraag naar de ecosysteemdiensten waterberging, hoogwaterbescherming, groene (water)recreatie, verkoeling in de stad en koolstofvastlegging.
• • •
•
Door klimaatverandering krijgen we in Nederland steeds extremer weer en de zeespiegel stijgt steeds sneller. Dit brengt risico’s met zich mee voor cruciale infrastructuur en voorzieningen voor bijvoorbeeld drinkwater, energie en verkeer. Door toenemende vraag naar grondstoffen en door de wetgeving om klimaatverandering tegen te gaan wordt transport duurder. Verdere milieudegradatie, waterschaarste en tekorten aan grondstoffen of beschikbare vruchtbare grond kunnen leiden tot grotere maatschappelijke spanningen over de ecologische effecten van de agrarische productie en strijd om het gebruik van water: een zwembadje in de tuin of sproeien voor het groeien van gras of maïs. Het huidige Nederlandse klimaatbeleid kan leiden tot een zogenaamde duurzaamheidskloof. Vooral rijkere huishoudens profiteren van klimaatbeleid (zoals subsidies om een gasvrije woning te realiseren) en armere huishouden moeten een veel groter percentage van hun inkomen besteden aan dit soort verplichte maatregelen.
Financieel • Financiële instellingen gebruiken vaak openbare databronnen – zoals sociale media – in combinatie met hun eigen klantgegevens om bijvoorbeeld de kredietwaardigheid van klanten in te schatten of om op specifieke marketing toe te passen. Critici waarschuwen voor mogelijke discriminatie en inbreuk op privacy. • De coronacrisis legt pijnlijk bloot hoe de financiële wereld werkt: de macht ligt bij de financiers van bedrijven. • Technologische doorbraken zullen substantiële impact hebben op organisaties, consumenten en op markten waar de interactie tussen organisaties en consumenten plaatsvindt. Dit zijn: big data, cloud computing, dna-sequencing, energieopslag, geavanceerde robottechnologie, internet of things, kunstmatige intelligentie, mobiel internet, mobile payments, nanotechnologie en 3D-printing. • De bevolkingsgroei in Afrika en Azië biedt kansen voor groei van het Nederlands bedrijfsleven in sectoren als water, gas, agrifood en ICT, om problemen waar deze landen mee kampen op te lossen. • In een sterk geïnternationaliseerde wereld waarin veel verandert, verliezen mensen het gevoel van controle over hun geld en hun werk • Overheden tonen steeds meer interesse in true cost economics, waarbij kosten voor milieuen gezondheidsschade opgenomen worden in de prijs van producten.
True cost economics sluit aan bij het gedachtengoed van duurzaamheid en een circulaire economie.
Bijlage 7 Samenvatting Rapport Trendbureau Overijssel Toelichting In 2019 heeft het Trendbureau Overijssel trends beschreven ten behoeve van de provinciale verkiezingen. In het rapport is ook aangegeven wat het belang van de trends is voor decentrale overheden. In dit memo is een samenvatting van deze trends gegeven. Hieraan is een onderscheid toegevoegd tussen 17 opgaven en 3 obstakels om die opgave te realiseren.
Opgaven Vergrijzing Een aantal sectoren kunnen baat hebben bij de ‘silver economy’, denk aan toerisme en recreatie in de natuur en steden. Ook de bouw en de zorg kunnen inspelen op de toename van de groep (zeer) oude inwoners. Vergrijzing leidt tot een kleinere beroepsbevolking. De toekomstige oudere is echter vitaler en hoger opgeleid dan die van vorige. Ze zijn geëmancipeerd en kunnen allerlei maatschappelijke functies invullen. Dit betekent soms aanpassing van regels. Nu mogen bijvoorbeeld 70-jarigen geen bestuurder zijn bij vrijwillig vervoer omdat de verzekeraar deze groep niet meer wil verzekeren. Voldoende woningen bouwen Het traject Wonen en Voorzieningen is gericht op het versnellen van woningbouw. Volgens het Trendbureau is het tegelijkertijd belangrijk een strategie te ontwikkelen voor aanpassing van de bestaande woningvoorraad bij de veranderende woningvraag, zeker waar veel babyboomers de komende jaren de woningmarkt verlaten. Bewustwording en kennis zijn daarbij belangrijke elementen. Belevingseconomie Beleveniseconomie kent vier componenten. 1. Een educatieve ervaring. Mensen kunnen zelf iets doen of iets leren. 2. Een esthetische ervaring, die alle vijf de zintuigen prikkelt om de ervaring bijzonder en onvergetelijk te maken. 3. Entertainment altijd centraal. 4. Het is een moment om even te ontsnappen uit ons dagelijks leven.
Mensen besteden graag hun geld aan een mooie ervaring die ze met anderen delen. Door samen op een event te zijn en door een foto of filmpje te delen op sociale media. Dit is een ontastbare kwaliteit die verder gaat dan de aankoop van een product of dienst. Festivals en evenementen worden steeds meer bezocht. Voor de gemeente is van belang dat de werkgelegenheid in de sector Recreatie en Toerisme inmiddels groter is dan de landbouwsector. Behoud van aantrekkelijkheid van het landschap is daarom van groot belang. Verlies van privacy Uiteraard hebben decentrale overheden nauwelijks invloed op internationale bedrijven als Meta, TikTok en Google. De gemeente kan energie steken in decentrale meningsvorming en proberen hun burgers ‘data-wise’ te maken. Ook kan de gemeente ervoor zorgdragen dat hun eigen datahuishouding de privacy van burgers borgt of zich over de vraag buigen waarvoor zij big data primair zouden willen inzetten, tegen welke kosten en met welke partijen ze daarbij wil samenwerken. Veranderende landbouw In de landbouw- en agrofood sector, in de samenleving en in het beleid was er afgelopen jaar al veel aandacht voor de verduurzaming van voedselproductie en andere agrarische producten. De stokstofproblematiek heeft de belangstelling voor en de discussies over duurzame landbouw nog een extra impuls gegeven.
De ontwikkeling van de landbouw heeft gevolgen voor het omgevingsbeleid van de gemeente. Het hangt samen met de realisatie van decentrale opgaven op het gebied van milieu, leefomgevingskwaliteit, natuur en klimaat. Sociaaleconomische ongelijkheid Sinds de industriële revolutie werd sociaaleconomische ongelijkheid steeds meer een thema. De opbouw van de verzorgingsstaat kan als een reactie daarop worden gezien. Tot de jaren tachtig verminderde daardoor de ongelijkheid en de effecten daarvan. Sinds de jaren negentig is de ongelijkheid weer groter geworden, en hebben grote groepen Nederlanders te maken met meer inkomensonzekerheid. De gemeente heeft slechts zeer beperkte mogelijkheden tot inkomenspolitiek. Toch kan wel op verschillende manieren rekening worden houden met deze trend bijvoorbeeld met het eigen belastinggebied of indirect waar het gaat om toegangsprijzen voor provinciale musea. De effecten van beleid kunnen voor verschillende inkomensgroepen anders uitwerken. Denk bijvoorbeeld aan de energietransitie, waarbij gewaarschuwd wordt voor relatief grote lasten voor minder draagkrachtigen, of het woonbeleid. Ook kunnen gemeenten, waterschappen en provincies ervoor kiezen om speciale
maatregelen te nemen voor minder draagkrachtigen, bijvoorbeeld als het gaat om de toegang tot cultuur, scholing, zorg of werk. Of om op zoek te gaan naar vernieuwende financieringsconstructies bij onder meer de energietransitie. Aanpassen aan klimaatverandering Klimaatadaptatie raakt de kern van het ruimtelijk beleid van de gemeente. Door klimaatadaptatie in te bedden in planvorming, ontwerp en onderhouds- en vervangingsregimes kunnen kosten relatief laag blijven. Vooral voor ruimtelijke adaptatie in steden en infrastructuur is het belangrijk tijdig te anticiperen. Maatregelen ter voorkoming van hittestress vragen meer groen en water in gemeenten. Ook het natuur- en landbouwbeleid zal rekening moeten houden met de klimaatverandering. Energietransitie De energietransitie heeft grote gevolgen hebben voor de ruimtelijke inrichting, wonen, industrie, landbouw en mobiliteit. Ook heeft het sociaaleconomische gevolgen. Iedere inwoners en elk bedrijf heeft ermee te maken. Onafhankelijk van het ambitieniveau van de gemeente, is het de energietransitie de komende jaren een belangrijke opgave van de gemeente. Kwetsbare wijken Tot een jaar of tien geleden bestond veel aandacht voor probleemwijken. Deze aandacht ging gepaard met overheidsinvesteringen. Komende jaren zal hernieuwde aandacht ontstaan voor de wijken, buurten en kernen waar sociale vraagstukken zich concentreren.
De grote opgave voor de gemeente is om alle sectorale opgaven in de wijken te integreren. De warmtetransitie kan niet los worden gezien van armoede, klimaatadaptatie en inrichting en onderhoud van de openbare ruimte. Vermindering van plant- en diersoorten De aandacht in het natuurbeleid van alleen kijken naar soorten, naar het kijken naar het totaal van planten en dieren in een gebied en naar factoren als klimaat, water en bodem. Ook wint de betekenis van de natuur voor de mens aan aandacht. Op grotere schaal ligt het inrichten en beheer van de natuurgebieden bij de provincie. De gemeente kan een enorme bijdrage leveren aan versterking van de biodiversiteit door natuurinclusief bouwen en natuurvriendelijk beheer van de openbare ruimte. Digitalisering Digitalisering is een veelomvattend proces. In veel opzichten is de digitalisering allang gerealiseerd in onze maatschappij. In de toekomst zullen echter nog veel meer technologische mogelijkheden ontstaan. Er zullen daarom steeds fundamentele discussies gevoerd moeten worden over wat we met digitalisering willen bewerkstelligen. Daarnaast zal de gemeente continu alert moeten zijn op kansen die de digitalisering biedt, maar ook op ontwikkelingen waarop de gemeente moet anticiperen.
Binnenstad en leegstand winkelpanden Een paar jaar geleden leek leegstand van winkelpanden een groot probleem dat onvermijdelijk zou leiden tot verkleining van het winkelgebied. Inmiddels is er in Deventer een transformatie ingezet waarbij winkelpanden andere invullingen hebben gekregen. Deze transformatie zal komende jaren doorgaan. Er zal een Binnenstad 2.0 ontstaan. Hierin werken ondernemers en gemeente samen. De bezoeker van de binnenstad is meer gericht op beleving en minder direct op kopen. Het aantrekkelijk houden van de binnenstad is daarom van groot belang. Participatiesamenleving De term ‘participatiesamenleving’ geeft aan dat de overheid meer van de eigen verantwoordelijkheid van de mensen uitgaat. Als reactie daarop vestigen velen nu de aandacht op de voorwaarden waaronder mensen hun eigen verantwoordelijkheid kunnen nemen. Het debat is een volgende fase ingegaan. Op het moment dat de focus van beleid minder op de zelfredzaamheid komt te liggen en er meer aandacht zal zijn voor de beperkingen van het denk- en doenvermogen van mensen, zal dit het beleid op tal van terreinen veranderen. Het gaat daarbij wellicht in eerste instantie om het sociale en gezondheidsbeleid, maar feitelijk raakt het hele handelen van de overheid ten opzichte van zijn burgers: die zal meer empathisch en minder afstandelijk zijn, minder gericht op regels en meer op
persoonlijke omstandigheden. Het gaat in feite om een nieuwe verbinding tussen inwoners waarbij systeem- en leefwereld dan dichter bij elkaar komen. De manier waarop participatie komende jaren vorm zal krijgen vraagt een continue reflectie op en evaluatie van beleidsprocessen en projecten. Dit heeft grote samenhang met de onderwerpen Polarisatie en Sociaaleconomische ongelijkheid. Robotisering Voor de gemeente is van belang dat de beroepsbevolking krijgt met automatisering te maken. Het is goed die daar optimaal op voor te bereiden, bijvoorbeeld in het onderwijs. Maar ook in het bijscholen van medewerkers waarvan hun baan verandert door robotisering. Daarnaast kan de Deventerse economie baat hebben bij de robotisering omdat de gemeente en de regio de technische industrie en kennis in huis heeft. Spanningen tussen Nederlanders met een Westerse en niet-Westerse achtergrond Er zijn vele mogelijke oorzaken die de spanningen tussen autochtonen en niet Westerse migranten kunnen vergroten, zoals bijvoorbeeld aanslagen en oorlogen die nieuwe vluchtelingen tot gevolg zullen hebben. Als mensen het idee hebben dat sprake is van oneerlijke concurrentie om werk of woonruimte kan dat ook tot meer spanningen leiden.
De door het SCP genoemde ‘balkanisering’ van de samenleving, waarbij mensen steeds meer in ‘bubbels’ van groepen met een eigen visie op de realiteit leven, kan eveneens tot toenemende sociaal-culturele spanningen leiden. In het verlengde hiervan speelt de krapte op de arbeidsmarkt die leidt tot het aantrekken van arbeidsmigranten. Het huisvesten hiervan is een grote opgave. Een ander probleem is toename van criminaliteit door groepen die zich niets meer gelegen laten aan principes binnen onze rechtstaat. De gemeenten heeft meerdere beleidsalternatieven als het gaat om spanningen tussen migranten en autochtonen. De gemeente kan proberen om actief de kloof tussen groepen te overbruggen. Ook kan de aanpak van de gemeente gericht zijn op handhaving en het in de gaten houden dat mensen niet radicaliseren. Circulaire economie Het begrip circulaire economie bestaat al enige tijd. De overheden willen Nederland in 2050 tot een circulaire economie maken. Maar daarmee is het nog niet gezegd dat er al veel circulaire productieketens zijn. De doorvertaling naar de praktijk begint te komen, maar de implementatie blijkt niet eenvoudig. Het PBL schat in dat op dit moment 4 tot 5% van de werkgelegenheid te relateren is aan circulair economische activiteiten, maar dat dit vooral activiteiten uit de traditionele, lineaire economie zijn.
De gemeente komt op tal van terreinen de circulaire economie tegen: het afvalbeleid, de deeleconomie, de bouw, de inrichting van de openbare ruimte en inkopen door de overheid. DE gemeente kan ervoor kiezen om actief mee te werken aan de realisering van een circulaire lokale economie. In de praktijk blijkt het echter nog niet zo eenvoudig te zijn om daarin als gemeente een rol met toegevoegde waarde te vervullen. Tekorten op de arbeidsmarkt Er zijn op dit moment tekorten op de arbeidsmarkt die aandacht van de overheid vergen. Er zijn goede redenen om te denken dat de tekorten groter worden. Hoeveel last we daarvan krijgen en de overheid daaraan moet doen is moeilijk te bepalen. De arbeidsmarkt heeft het karakter van een varkenscyclus kent: er komen tegenbewegingen door onder meer robotisering, arbeidsmigratie of loonsverhoging. Overheden hebben beperkte mogelijkheden om tekorten op de arbeidsmarkt tegen te gaan aangezien deze gestuurd worden door de economische conjunctuur. Een van de mogelijkheden voor provincie en gemeenten is om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt aan een baan te helpen via afspraken met bedrijven en via (bij- of om-) scholing, een andere is om de regio aantrekkelijker te maken voor werkenden.
Daarnaast kan worden geprobeerd de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt te verbeteren, onder meer door het aanbod van opleidingen op elkaar te laten sluiten. Met de aanwezigheid van de technische universiteit en verschillende hogescholen in de regio liggen hier kansen. De vraag is vervolgens wel hoe je afgestudeerde daarna in de regio houdt.
Obstakels Het verdwijnen van de waarheid – fake news Ondanks de groeiende digitale afhankelijkheid, stijgt het inzicht en de weerbaarheid van burgers ten opzichte van onbetrouwbare informatie niet even hard. De mediawijsheid van burgers blijft achter. Zo overschatten Nederlandse jongeren hun vermogen om de kwaliteit en betrouwbaarheid van online nieuwsberichten goed te beoordelen. De coronacrisis illustreert dat verschillende waarheden ontstaan in afgesloten ‘bubbels’. De gemeente kan burgers en bedrijven langs verschillende lijnen ondersteunen om technologisch burgerschap verder vorm te geven. Bijvoorbeeld door onder inwoners kennis te vergroten over het functioneren en de risico’s van de (digitale) nieuwsvoorziening. Dit kan via het onderwijs, via programma’s voor volwassenen die de schoolleeftijd voorbij zijn, en door het entameren van maatschappelijk debat. Dat kan bijvoorbeeld met bibliotheekbeleid. Maar ook door de voorwaarden in stand te houden voor een vitaal en geschakeerd medialandschap. De Nederlandse democratie heeft behoefte aan een divers palet aan onafhankelijke media, die zich houden aan de gebruikelijke professionele standaarden die een garantie vormen voor betrouwbaarheid en kwaliteit. Dat kan bijvoorbeeld door het ondersteunen van lokale en regionale media (online en offline).
Toegenomen complexiteit van de samenleving Voor de gemeente is de complexiteit toegenomen met de decentralisatie van Rijkstaken naar lagere overheden en de gevolgen van de netwerksamenleving. De trend die is ingezet met het overdragen van de taken in het sociale domein naar gemeenten zet zich voort. De energietransitie en duurzaamheidsopgave voegen daar een nieuwe dimensie aan toe. Daarnaast speelt de implementatie van de Omgevingswet. De complexiteit van de opgaven wordt versterkt door de (hoge) verwachtingen die inwoners hebben van de overheid en het toegenomen vermogen van inwoners om zelf zaken te organiseren. Dit laatste gaat ook gepaard met uitsluiting, ongelijkheid en inperking van de solidariteit. Er is in toenemende mate sprake van perspectiefongelijkheid. Samen met een flexibelere arbeidsmarkt en toenemende onzekerheid over werk, inkomen, pensioen en zorg leidt dit bij belangrijke groepen inwoners tot onvrede over de maatschappij en de politiek. Voor gemeenten geldt daarnaast dat zij, naast een grotere rol in de aanpak van ingewikkelde maatschappelijke problemen, financiële vraagstukken hebben. Dit vergroot de complexiteit van de opdracht voor het lokaal bestuur. De complexiteit uit zich ook in het grote aantal partijen op verschillende niveaus waarmee de overheid moet samenwerken.
Maatschappelijke polarisatie De gemeente krijgt te maken met steeds meer gepolariseerde meningen onder inwoners en meer schuring tussen bevolkingsgroepen. Bestuurders, volksvertegenwoordigers en ambtenaren treden op als ‘geweten’, verbinder en als procesbegeleider bij de discussie tussen bevolkingsgroepen. De gemeente kan investeren in democratische gemeenschapsvorming, in lessen over democratie en rechtstaat of nieuwe vormen van leiderschap.
Bijlage 8 Samenvatting Trendrapport Gemeente Deventer 2022 1 Demografie De bevolking van Deventer groeit. Het is echter onzeker hoelang deze groei aan zal houden. In het sterkste groeiscenario heeft Deventer in 2035 109.000 inwoners. Waar meer duidelijkheid over is, is de vergrijzing. De bevolking wordt ouder. Inwonersaantal
Vergrijzing
2 Veiligheid 2.1 Traditionele criminaliteit In Deventer zien we een dalende trend van ‘traditionele’ criminaliteit. De misdaad die hieronder valt is gedaald van 922 in misdrijven 2020 naar 841 in 2021. Een daling van 9%. De daling geldt niet voor alle ‘traditionele’ misdrijven. Een toename was zichtbaar bij inbraak in woningen, zakkenrollerij en geweld. Er zijn geen aanwijzingen dat traditionele criminaliteit of verharding van criminaliteit toe zal nemen.
2.2 Ondermijning Het besef is gegroeid dat ondermijning een groot maatschappelijk probleem is. De urgentie voor de aanpak ervan neemt toe. Dit vergt een langjarige aanpak en lange adem, waarbij ingezet wordt op het terugdringen van de internationale rol van Nederland op de drugsmarkt, het versterken van de strafrechtketen, maar ook op een sociaal-preventieve aanpak en het wegnemen van de voedingsbodem voor ondermijning in de samenleving. Het thema ondermijning is in 2018 al gesignaleerd. Over dit thema zijn geen actuele cijfers en/of indicatoren beschikbaar.
3 Duurzaamheid 3.1 Energie Voor Deventer kunnen de doelen in het Klimaatakkoord als volgt worden vertaald: • In 2030 zijn 10.000 woningen verduurzaamd en aardgasvrij; • Voor de opwek van duurzame elektriciteit maakt Deventer onderdeel uit van de regio WestOverijssel en draagt bij aan het realiseren van de opgave die door het Rijk in het kader van de Regionale Energiestrategie wordt opgelegd. In de RES is ook voor Deventer een kwantitatieve doelstelling vastgelegd; • Er is een energieplan opgesteld dat alle doelstellingen vertaalt in maatregelen. Afgelopen twee jaar is een aantal ontwikkelingen in gang gezet die een stevig fundament leggen onder dit Energieplan. Twee belangrijke daarvan zijn: o het project Fossielvrij en Betaalbaar Wonen (FBW) waarin woningcorporaties, netbeheerders en de gemeente samenwerken met het oog op verduurzaming van het corporatiebezit; o een aantal grote projecten, zoals aanleg Slim Warmtenet in Zandweerd en aanleg Biogasleiding van Oxe naar Kloosterlanden en bedrijventerrein A1. Verduurzaming en de energietransitie vormen de ruimtelijke opgave voor de komende jaren. Denk hierbij aan windmolens, zonnepanelen, vergroening, (snel)fietspaden en circulaire bouw. Deze opgave ligt vooral op lokaal niveau. De nieuwe omgevingswet biedt de mogelijkheid om eigen lokale normen te stellen en om initiatiefnemers te verbinden met belanghebbenden.
3.2 Landbouw Trends van de afgelopen decennia zijn een afname van het aantal bedrijven en schaalvergroting. Het agrarisch areaal neemt nauwelijks af. Er is ook sprake van verbreding van bedrijfsactiviteiten. Deze trends zullen tot 2040 doorgaan. De grote onzekerheid daarbij is de invloed van de stikstofaanpak. Leidt dat tot verdere vermindering van het aantal bedrijven én totale agrarische areaal? Of neemt ook het totale landbouwareaal af? 3.3 Klimaatadaptatie Klimaatadaptatie, aanpassen aan klimaatverandering, is het proces waardoor samenlevingen de kwetsbaarheid voor klimaatverandering verminderen of juist profiteren van de kansen van een veranderend klimaat. Er is wetenschappelijke consensus dat het klimaat verandert. Welke gevolgen dat heeft voor Deventer is onzeker. Wel geeft een financiële prognose aan dat de schade als gevolg van klimaatverandering tot 2050 oploopt tot een ordegrootte van enkele honderden miljoenen euro’s. Het is in ieder geval verstandig en urgent om bij de inrichting van de stad rekening te houden met meer neerslag, droogte en hitte. 3.4 Biodiversiteit
De trend van een afnemende soortenrijkdom blijft actueel. Vier jaar geleden was er over de gehele linie al sprake van een afname van de biodiversiteit en was er een daling van het aantal plant- en diersoorten waarneembaar. Maar daarnaast is er, met name door aangepast maaibeheer, op sommige plekken ook sprake van voorzichtig herstel.
4 Digitalisering Digitalisering is een veelomvattend proces. In veel opzichten is de digitalisering allang gerealiseerd in onze maatschappij. In de toekomst zullen echter nog veel meer technologische mogelijkheden ontstaan. Er zullen daarom steeds fundamentele discussies gevoerd moeten worden over wat we met digitalisering willen bewerkstelligen. In het strategisch informatieplan Deventer 2020 - 2023 is rekening gehouden met vier externe ontwikkelingen die op ons als gemeente afkomen: - Meer technologische ontwikkelingen, die elkaar steeds sneller opvolgen. Dit heeft grote impact op de maatschappij en daarmee ook op de gemeente. Om voorbereid te zijn moeten we begrijpen wat de kansen en de gevaren van deze ontwikkelingen zijn. - Vergrijzing en ontgroening: door meer ouderen en steeds minder jongeren ontstaat er krapte op de arbeidsmarkt. Digitalisering en verschuiving van activiteiten kan een deel van deze krapte oplossen. - De participatie samenleving: initiatieven komen steeds meer bij inwoners te liggen en de inwoners beschikken over alle benodigde informatie – alle informatie is immers op internet te vinden - en hebben verstand van zaken. Ze verwachten met de gemeente op gelijke voet te kunnen samenwerken, zowel in de digitale wereld als face to face. - Data wordt steeds belangrijker.
Onze samenleving verwacht dat we onze data beschikbaar stellen en dat we data gebruiken bij het onderbouwen van onze besluiten. Technologische ontwikkelingen zorgen ervoor dat de fysieke, digitale en menselijke werelden samen komen. Dat heeft consequenties voor de manier waarop we met informatie om moeten gaan. Er is steeds meer informatie. Deze informatie kan steeds sneller worden uitgewisseld en verwerkt en is voor steeds meer mensen en apparaten beschikbaar. Deze trend zal naar verwachting de komende tijd urgent zijn. Ook de robotisering is in sommige sectoren al diep doorgedrongen, maar sommige ontwikkelingen op dit vlak staan daarentegen nog aan het begin van hun ontwikkeling. Zo lijken de snelheid waarmee automatisch rijden en het gebruik van 3D-printers worden gerealiseerd, nog te worden onderschat. Vanwege de steeds toenemende snelheid van technologische ontwikkelingen is het moeilijk voorspelbaar wat de gevolgen ervan zullen zijn voor Deventer. Laat staan dat we weten hoe we daar als gemeente op moeten of kunnen anticiperen. 5 Economie 5.1 Winkels en kantoren De landelijke trend is een afname van winkel- en kantorenoppervlakte. In Deventer is met name op gebied van winkels een andere trend zichtbaar. Er is relatief weinig leegstand. Klaarblijkelijk is de aantrekkingskracht van Deventer sterker dan van omringende steden en dorpen.
Investeren in de binnenstad blijkt te lonen en dat zal de komende tien jaar naar verwachting niet anders zijn.
5.2 Arbeidsmarkt en economische structuur Huidige tekorten op de arbeidsmarkt, met name in de sectoren agrarisch, ICT en techniek, zullen de komende decennia met name voor ICT, techniek en zorg, groter worden. Beschikbaarheid van personeel is voor een bedrijven een belangrijk criterium om zich ergens te vestigen. Daarnaast groeit de variatie in de ontwikkeling van het aantal banen. De verwachting is gunstig voor steden met een grote industriële sector, veel zakelijke dienstverlening, specialisatie in dienstensector en een belangrijke zorgsector.
Deventer behoort tot de middenmoot van de G-32 gemeenten als het gaat om banenontwikkeling. De positie van de laagopgeleide beroepsbevolking in Deventer is het minst gunstig; het werkloosheidspercentage onder hen is het hoogst en ligt bovendien hoger dan het landelijk percentage. 6 Wonen De woningmarkt staat volop in de belangstelling. Hoe zorgen we ervoor er voldoende (betaalbaar) aanbod van woningen (nieuwbouw en bestaande bouw) is? Hoe zorgen we voor een goed functioneren van de woningmarkt (doorstroming, doelgroepen)? De meeste G32-steden hebben groeiende bevolking en achterblijvende woningbouwproductie. Sterk wijzigende bevolkings- en huishoudenssamenstelling leidt tot vraag welke woningen waar nodig zijn in de toekomst. Het aantal huishoudens zal toenemen. Dit wordt bijna volledig verklaard door de toename van het aantal (oudere) alleenwonenden. De Deventer woningmarkt wordt krapper. Twee derde van de woningvoorraad bestaat uit eengezinswoningen. Het vraagstuk van wonen is belegd in het traject Wonen en Voorzieningen. 7 Mobiliteit Bereikbaarheid wordt belangrijker, door geografische opschaling, het pendelen naar werk vanuit de woonplaats en toenemende verkeersbewegingen vanuit andere motieven. Minder snel dan in het verleden blijft het aantal auto’s en het aantal afgelegde kilometers toenemen. Ook het treinverkeer blijft toenemen, net als de fietsbewegingen.
Het autobezit neemt nog steeds licht toe in Deventer. Het aantal in- en uitstappende treinreizigers op station Deventer neemt toe. Elektrisch vervoer is ook in Deventer aan een opmars bezig.
8 Inclusieve gemeente 8.1 Zorg Sinds de decentralisaties in 2015 is door gemeente de beweging gemaakt naar de juiste zorg op de juiste plek. De actuele accenten in het verbeteren van de verzorgingsstaat zijn onder meer: meer aandacht voor het voorveld van de Wmo, preventie, samenwerking in de wijk en sociale veerkracht. Het aantal mensen van tachtig jaar of ouder stijgt de komende decennia sterk en dat zal gepaard gaan met een eveneens sterke groei van het aantal ouderen die goede zorg, welzijn, ondersteuningen woningen nodig hebben in wijk, buurt en kern. 8.2 Groeiende kansenongelijkheid Op vele terreinen is de toenemende kansenongelijkheid zichtbaar, zeker ook wat betreft gezondheid, levensverwachting en gezonde levensjaren. Inwoners met een lage sociaaleconomische status (SES) leven ten opzichte van de inwoners met een hoge sociaaleconomische status gemiddeld acht jaar korter en maar liefst vijftien jaar minder in goed ervaren gezondheid. Daarbij is de groep lage SES ook nog eens bovengemiddeld geraakt door de coronacrisis. Toenemende ongelijkheid is op vele terreinen zichtbaar: op de woningmarkt, in het onderwijs, op de arbeidsmarkt, in koopkracht (problematische schulden, armoede) en in gezondheid, levensverwachting en armoede. In Deventer zet groeiende ongelijkheid door, vergelijkbaar met het landelijke beeld.
De coronapandemie heeft een deel van deze ongelijkheid in de samenleving zichtbaarder gemaakt. Als
basis in beleid komt steeds nadrukkelijker de focus op ‘gezond opgroeien’ te liggen. Vanuit de visie dat als kansen gelijk zijn, er sprake zal zijn van minder ongelijkheid en meer sociale cohesie.
Bijlage 9 Visie Maastricht=Deventer 2040 Onderstaande visie zou de visie van Deventer kunnen zijn. Het opstellen heeft niet veel meer dan een uur gekost. Het is namelijk de recent vastgestelde visie van Maastricht, waarin uitsluitend de namen zijn veranderd. Een visie die tot stand is gekomen na een zeer uitgebreide maatschappelijke dialoog. Is dit iets wat wij als Deventer zoeken?
B9.1 Waar willen we naartoe? Deventer wil in 2040 een gezonde stad zijn waar welvaart en welzijn met elkaar in balans zijn. Een stad met een vitale samenleving, een krachtige economie, een aantrekkelijke leefomgeving en levendige cultuur. In een gezonde stad wordt samengewerkt, want iedereen heeft elkaar nodig. Dat is een forse ambitie vanuit de urgentie dat de stad écht socialer, saamhoriger, veiliger, inclusiever, groener, innovatiever, fitter en dus gezonder moet worden. Dat willen we aanpakken door middel van zes verbindende thema’s te weten: inclusieve stad, woonstad, kennisstad, ontmoetingsstad, groene stad en netwerkstad. Onderstaand worden deze verbindende thema’s nader uitgewerkt en ontstaat het toekomstbeeld voor de stad die we in 2040 willen zijn
B9.1.1 De inclusieve stad Deventer De inclusieve stad vraagt om kansen voor elke Deventenaar, met daarin een cruciale rol voor het onderwijs. De aanpak van de ‘mismatch’ tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt en de verhoogde arbeidsparticipatie maken dat iedereen meetelt en meedoet in de samenleving. Deventer vergrijst, maar verjongt tegelijkertijd. Betaalbare, levensloopbestendige woningen in verschillende buurten zorgen voor een gezonde mix van leeftijden en levensstijlen. De laatste fysieke barrières, zoals de spoorzone, worden geslecht. Deventer is een compacte stad met aandacht voor veiligheid en leefbaarheid van de inwoners, waar woonbuurten verbonden zijn met voorzieningen en ontmoetingsplekken via veilige, gezonde fiets-, loop- en ov-verbindingen. Daardoor kunnen we ons richten op ‘minder maar beter’, met aantrekkelijke levensvatbare wijkcentra die letterlijk voor iedereen bereikbaar zijn met een aanbod op het gebied van gezondheidszorg, onderwijs, sport-, cultuur- en winkelvoorzieningen. In 2040 draagt iedereen eraan bij om onze stad vorm en inhoud te geven. Dat doet iedereen door zijn of haar talenten en kwaliteiten te benutten. Onze samenleving is niet statisch, maar juist voortdurend in beweging. We gunnen elkaar de ruimte en helpen elkaar bij het bereiken van onze doelen.
We zijn een Sallandse én een internationale stad, waarin mensen van verschillende culturen zich thuis voelen. Deventer weet zich van andere steden te onderscheiden als een stad met een hoge kwaliteit van leven, wonen en ontspannen. Mensen komen er graag en de sfeer is goed. In 2040 spelen onze buurten en wijken een belangrijke rol bij het tegengaan van tweedeling. Door een goede mix van voorzieningen en woningen voor verschillende doelgroepen, leefstijlen en leeftijden is de veerkracht versterkt. De binnenstad en sociaal kwetsbare buurten krijgen daarbij extra aandacht. We werken gericht aan een stad die veilig en leefbaar is voor iedereen. Sociale, culturele, economische en fysieke aspecten worden in samenhang aangepakt. Ook het versterken van de weerbaarheid vinden we belangrijk. Onze werkwijze is hierop aangepast en heeft er mede toe geleid dat de sociale cohesie in wijken en buurten is toegenomen en inwoners alert zijn op, en weerbaar tegen, ondermijning. Theoretisch of praktisch opgeleid, in 2040 hebben jongeren goede mogelijkheden om zich in Deventer en de omliggende regio te ontplooien. Deventer blijft regionaal onderscheidend voor wat betreft stedelijk wonen. Niet alleen omdat dit voorziet in een behoefte, maar ook omdat Deventer een compacte stad is en ruimte voor nieuwbouw beperkt.
Dat betekent dat het optimaliseren van het gebruik van de bestaande woningvoorraad en het herbestemmen van niet-woongebouwen voorop staat. Nieuwbouw is vooral aan de orde als niet op andere wijze aan de vraag kan worden voldaan of als dit een bijdrage levert aan de gewenste doorstroming.
Cultuur verbindt: ons rijk en divers cultuuraanbod is van grote betekenis voor de vitaliteit en levendigheid van Deventer. Dit aanbod is afgestemd op inwoners, bezoekers en op verschillende doelgroepen. Cultuurbeleving vindt niet alleen plaats op de officiële podia en op de Brink en het Grote Kerkhof maar ook op onverwachte plaatsen in de stad. Geïnspireerd door het concept positieve gezondheid besteden we in Deventer in 2040 veel aandacht aan een actieve gezonde leefstijl. Deventenaren van alle leeftijden en alle doelgroepen bewegen en sporten meer. Dit bevordert ook ontmoeting voor iedereen. Samen- en zelfredzaamheid is in Deventer het uitgangspunt van onze zorg en ondersteuning. Dit maakt mogelijk dat mensen zoveel mogelijk zelf de regie houden over hun leven. We hebben aandacht voor sociale kwetsbaarheid en eenzaamheid. Technologische ontwikkelingen en digitalisering maken het mogelijk om meer aandacht aan preventie te besteden
B9.1.2 De woonstad Deventer De woonstad Deventer is in 2040 een stad waar iedereen zich thuis kan voelen. Inwoners van Deventer hebben verschillende woonwensen en woonbehoeftes. Deventer wil een stad zijn met een diversiteit aan passende woon- en leefomgevingen voor alle doelgroepen, variërend van wonen te midden van stedelijke hectiek tot wonen in het groen. Deventer is een stad die zich kenmerkt door een mix van woonsferen en van levendigheid. Er is een betere balans tot stand gebracht tussen de woningvraag en het woningaanbod. Dit vraagt om betaalbare woningen voor iedereen. Leefbaarheid en veiligheid staan hoog in ons vaandel. Deventer is een stad met vitale en gemengde wijken en voldoende diverse en hoogwaardige voorzieningen die aansluiten op de behoeftes van onze inwoners en gebruikers van deze voorzieningen. Met de mogelijkheden die de gemeente heeft willen we in Deventer alle doelgroepen een passend thuis bieden. We streven naar kansengelijkheid. Passende huisvesting en een toekomstbestendige woningvoorraad dragen bij aan het welzijn van de inwoners van Deventer. Zowel voor de huidige als de nieuwe inwoners, jong en oud, kansrijk en kwetsbaar, tijdelijk en vast, huurders en kopers, starters en doorstromers Samenwerking met verschillende partijen - o.a.
(huurders)belangengroepen, particuliere verhuurders, corporaties, ontwikkelende partijen, maatschappelijke instellingen en kennisinstellingen - is daarbij essentieel. Het realiseren van voldoende en passende woningen is immers waar het om draait. Met woningcorporaties worden bijvoorbeeld meerjarige prestatieafspraken over verschillende thema’s gemaakt en met andere marktpartijen wordt de samenwerking per project ingevuld. Samen met de onderwijs- en kennisinstellingen zetten we ons in voor voldoende woongelegenheid voor studenten. Woningbouwinitiatieven worden in samenspraak met bewoners ontwikkeld en er wordt ruimte gegeven voor initiatieven vanuit bewoners. De gemeente en haar samenwerkingspartners kunnen niet alles zelf. Daarom zullen wij ons blijven inzetten op passende regelgeving en financiën om de opgave van Deventer woonstad waar te kunnen maken. Ruimte in regelgeving en passende financiële ondersteuning door het rijk zijn essentieel voor het realiseren van onze doelen. Voor zover de beperkingen of mogelijkheden buiten de directe invloedssfeer van het gemeentelijk (woon)beleid liggen, blijven we als gemeente - in goede samenwerking met woningcorporaties, kennisinstellingen en de regio – dan ook maximaal inzetten op medewerking, regelgeving en financiering vanuit het rijk om deze opgave waar te maken.
Met zijn flexibele karakter geeft de woonprogrammering ruimte aan de behoefte van zowel huidige als nieuwe inwoners en draagt bij aan behoud en versterking van de aantrekkelijkheid van Deventer als woonstad en aan vitale en leefbare wijken. Zo blijft Deventer flexibel om in te spelen op nieuwe, nu nog onbekende ontwikkelingen. Er is in 2040 sprake van een dynamische woningmarkt met voldoende mogelijkheden voor doorstroming. Dit draagt bij aan de aantrekkelijkheid van Deventer en het vestigingsklimaat voor bedrijvigheid in onze stad. Bouwen voor de doorstroming is belangrijk omdat dat ervoor zorgt dat woningen in de bestaande woningvoorraad vrijkomen. En door meer betaalbare starterswoningen zorgen we voor meer doorstroming uit de kamervoorraad en worden afgestudeerden behouden voor de stad, hetgeen bijdraagt aan een goed vestigingsklimaat voor bedrijven. Duurzaam ruimtegebruik staat bij het invullen van de woonopgave voorop. In 2040 is het gebruik van de bestaande woningen en het herbestemmen van gebouwen geoptimaliseerd. Alternatieve energiebronnen worden grootschalig ingezet en er zijn grote stappen gezet in de richting van een volledig circulaire bouweconomie. Langer thuis wonen is de wens van veel van onze oudere inwoners
en daarom onderdeel van ons beleid. Bij de verduurzaming van de bestaande woningvoorraad wordt in alle buurten rekening gehouden met sociaaleconomische vraagstukken waaronder betaalbaarheid en spreiding van kwetsbare groepen. Woonruimteverdeling en herbestemming staan voorop bij het voorzien in de woningbehoefte, maar nieuwbouw kan niet worden gemist omdat alleen dan volledig aan de vraag kan worden voldaan en de gewenste doorstroming in de bestaande woningvoorraad kan worden behaald. Energieneutraal bouwen en woningen die energie produceren zijn de norm. Nieuwbouw is gericht op wensen en behoeften van zowel doorstromers als starters, complementaire woonproducten en vernieuwende woonvormen zoals bijvoorbeeld groepswonen voor ouderen en collectief particulier opdrachtgeverschap. Gemeentelijke regelgeving, bijvoorbeeld via een lokale verordening betaalbare woningbouw is een nuttig hulpmiddel gebleken om betaalbaarheid te bevorderen. Verdergaande vergrijzing, het langer zelfstandig wonen van ouderen, mensen die zorg en/of ondersteuning nodig hebben, specifieke groepen zorgvragers, de komst van nieuwe doelgroepen, meer inkomensonzekerheid en een grotere druk op de betaalbaarheid leiden niet alleen tot een behoefte aan meer woningen, maar vooral aan andere woningen zoals bijvoorbeeld levensloopbestendige en woonzorgwoningen.
In 2040 is er balans tussen de vraag naar en het aanbod van levensloopbestendige woningen. Daarbij zijn er ook voldoende mogelijkheden voor ouderen om binnen de eigen woonbuurt door te stromen. Primair gaat het dan om de betaalbaarheid, toegankelijkheid en arrangementen met zorg- en dienstverlening. Daarnaast, of om dit te bereiken, zijn ook maatregelen buiten de woonsfeer noodzakelijk: meer inkomenszekerheid en passende werkgelegenheid. Een gezonde stad bestaat uit vitale en sterke wijken en buurten waar de veiligheid en leefbaarheid op peil is. In 2040 willen we een sociaal en ruimtelijk ongedeelde stad met veerkrachtige wijken en buurten zijn. Deze worden gebiedsgericht aangepakt door een integraal afgestemde inzet van nieuwbouw, woningverbetering en woonruimteverdeling. Het beter spreiden van de nieuwbouw van sociale huurwoningen over alle buurten van de stad is daarvoor een voorwaarde. Bereikbaarheid en mobiliteit spelen daarin ook een belangrijke rol. Voetgangers, het openbaar vervoer, de fiets en de fiets krijgen prioriteit boven de auto. De woonfunctie van de binnenstad hebben we in 2040 verder versterkt bijvoorbeeld door herbestemming van niet woongebouwen en het tegengaan van speculatie door regulering van opkoop door beleggers van woningen.
Ook blijven we inzetten op meer en een meer divers woningaanbod voor verschillende doelgroepen en het inzetten op een goede balans tussen de voorzieningen voor diegenen die in de stad wonen en werken en voorzieningen gericht op bezoekers. Het terughoudend omgaan met splitsen en omzetten van bestaande woningen en vooral inzetten op grootschalige studentenhuisvesting draagt bij aan de verdere volwassenwording van Deventer als studentenstad en aan een goede balans tussen tijdelijke en meer permanente bewoners in bestaande (woon-)buurten. Voor sterke en vitale wijken is balans in woonruimteverdeling van belang. Het slim combineren van woningonderhoud, woningverbetering en verduurzaming biedt kansen, zowel op het vlak van het proces als de techniek en de financiering. Spreiding van doelgroepen door gerichte nieuwbouw, woningaanpassing en/of woonruimteverdeling draagt bij aan de vitaliteit van buurten en wijken en versterkt de sociale cohesie in Deventer. Als onderdeel van een gebiedsgerichte benadering kan dit bijdragen aan een meer evenwichtige samenstelling van woningen en inwoners. Voor het bereiken van een gezonde stad is ook de balans houden tussen verdichten en vergroenen cruciaal. Daar waar Deventer groeit door te verdichten – we zijn en blijven een compacte stad – blijft onze stad leefbaar door voldoende groen.
Niet alleen voor beleving en recreatie, maar ook om mogelijkheden te bieden die helpen de gevolgen van klimaatverandering tegen te gaan (klimaatadaptatie). Alleen door goede regionale samenwerking kunnen we in 2040 een compleet palet aan woonmilieus bieden binnen een aantrekkelijke leefomgeving. Ook dat is belangrijk voor de aantrekkelijkheid van Deventer als woonstad. Samenwerking en goede verbindingen via openbaar vervoer met de gemeenten in de regio zijn dus essentieel om ons doel van een goede woonstad te verwezenlijken.
B9.1.3 De kennisstad Deventer De kennisstad laat zien dat Deventer niet alleen talent weet aan te trekken, maar ook vast te houden. Deventer is een stad waar veranderingen beginnen en doorgroeien, waar innovatie plaatsvindt en mensen initiatief nemen. De mondiale ‘war on talent’ maakt dat het principe ‘mens volgt werk’ al lang is omgedraaid: bedrijven vestigen zich daar waar de werknemers zijn. Bevolkingsgroei is geen doel op zichzelf, het stoppen van de braindrain wel. Deventer weet steeds beter mensen te binden die onze universiteitsstad en innovatieve maatstad mee vormgeven. Groei die daar het gevolg van is faciliteren we op een gezonde manier. Onderwijs en onderzoek vinden in Deventer de ruimte en het klimaat om kwalitatief verder te groeien en, waar mogelijk, onderling samen te werken aan baanbrekende producten, presentaties en innovaties. We gaan op een creatieve en innovatieve manier om met de kansen en ontwikkelingen die zich voordoen. In 2040 brengen we kennis- en maakindustrie steeds beter bijeen. Dit draagt bij aan nieuwe kennis- en samenwerkingsvormen en duurzamere verdienmodellen. De diverse campussen, zoals De Kien, De Gasfabriek en S-park, en ook onze onderwijs-, onderzoeks- en kennisinstellingen spelen hierin een centrale rol. We werken aan een circulaire economie, waarbij het denken en werken in kringlopen en duurzame ketens centraal staan.
Digitalisering en de energie en duurzaamheidstransities hebben nieuwe impulsen gegeven aan de lokale en regionale economie en arbeidsmarkt. De genoemde campussen zijn in 2040 tot bloei gekomen als dé plek waar wordt gewerkt aan gezondheid gerelateerde innovatie en is bovendien getransformeerd tot een aantrekkelijk werk- en verblijflocatie voor zowel grote organisaties alsook kleinere startups. Naast economische effecten hebben het benutten van de opgedane kennis (valorisatie) en praktische toepassing van onderzoek ook steeds vaker een maatschappelijk effect. Zo leveren zij een bijdrage aan innovatie die bruikbaar is voor de inwoners en de publieke gezondheid. Mensen, bedrijven, ondernemers, creatieve makers, onderwijs- en kennisinstellingen en andere organisaties zoeken samen met de gemeente naar oplossingen voor de vraagstukken die zich aandienen. Inwoners en ondernemers zijn gemotiveerd om maatschappelijke impact te creëren. Hierbij hoort een lokale overheid die innovatieve initiatieven uit markt en samenleving stimuleert en omarmt. Voor de toekomstbestendigheid van onze stad en regio is het aantrekken en vasthouden van jongvolwassenen, kenniswerkers, studenten, arbeidsmigranten en creatieve makers van levensbelang voor de vitaliteit van de werkgelegenheid, bedrijven en kennisinstellingen.
B9.1.4 De ontmoetingsstad Deventer De ontmoetingsstad gaat over de stad die voelt als een plein dat een warm en veilig welkom biedt aan iedereen die wil genieten van zijn schoonheid en dynamiek. Er is een gezonde balans tussen inwoners en bezoekers, die samen genieten van cultuur, horeca, winkels en de monumenten. Ze zorgen voor een duurzame ontwikkeling van de ontmoetingsstad. Iedereen is welkom, maar kwaliteit gaat boven kwantiteit en door bezoekmotieven toe te voegen is het aandeel verblijfsgasten substantieel toegenomen ten opzichte van het dagtoerisme. Ontmoeting geeft ruimte aan verbinding en is cruciaal voor onze samenleving. Niet alleen voor mensen die elkaar al kennen, maar ook voor nieuwe en onverwachte kansen. In 2040 heeft Deventer zich verder ontwikkeld als ontmoetingsstad. We hebben een goede balans bereikt tussen levendigheid en leefbaarheid, tussen inwoners en bezoekers. Technologie is onlosmakelijk verbonden met het dagelijks leven in de stad. Onlineverbindingen en toepassingen maken het mogelijk om ons leven aangenamer te maken. Natuurlijk spelen ook in Deventer de social media een belangrijke rol bij vorming van bubbels van gelijkgestemden. Tegelijkertijd kan digitalisering ook zorgen voor ethische dilemma’s en leiden tot kloofvorming of kinderen die minder buiten spelen.
Daarom zijn fysieke ontmoeting, bewegen, cultuur maken en deze beleven nodig om mensen bij elkaar te brengen en onderling contact en dialoog te stimuleren. Dit draagt tevens bij aan het voorkomen van eenzaamheid en isolement en het bevorderen van de veiligheidsbeleving. Cultuur en cultureel erfgoed zijn niet alleen een visitekaartje van onze stad en daarmee een cruciaal onderdeel voor een aantrekkelijk ontmoetings- en vestigingsklimaat. Met de vele culturele organisaties, kunstvakopleidingen en creatieve industrie vormt het ook een economische sector die steeds belangrijker wordt. In onze stad hebben we een aantal bijzonder
aantrekkelijke ontmoetingsplekken die ons economisch sterk maken. De Kien en de omgeving rond het station hebben zich ontwikkeld en zijn tot bloei gekomen. Op deze plekken hebben zich veel nieuwe bedrijven, onderwijsinstellingen en regionale voorzieningen gevestigd en er is sprake van een aantrekkelijke en levendige werk- en leefomgeving. We hebben meer contact gekregen met de IJssel. De oevers, die toch al worden aangepakt in het kader van de hoogwaterveiligheid, zijn uitnodigende wandelroutes en bruisende ontmoetingsplekken geworden. Broedplaatsen, ateliers en vrijplaatsen bieden ruimte aan sociaal-maatschappelijke, culturele en economische initiatieven die de stedelijke dynamiek versterken. In buurten dragen wijkcentra bij aan de levendigheid die nodig is om een aantrekkelijk vestigings- en leefklimaat te blijven bieden aan inwoners en bedrijven. Onze binnenstad heeft een ontwikkeling doorgemaakt. Het gastvrije karakter is gebleven en de monumentale binnenstad blijft een magneet voor inwoners en bezoekers. We scheppen ruimte voor de eigen inwoners om de stad te blijven omarmen. Door slim gebruik te maken van technologie en nieuwe concepten te ontwikkelen, zijn ondernemers erin geslaagd om een grote slag te maken van de koopeconomie naar de belevingseconomie.
Dat heeft geleid tot meer functiemenging in de winkelstraten: naast traditionele winkels wordt het straatbeeld meer divers gekleurd met allerlei nieuwe invullingen en mengvormen op het gebied van horeca, cultuur, evenementen, maakindustrie, wonen en studeerplekken. Door de vitaliteit die dit uitstraalt willen mensen onze stad blijven bewonen en bezoeken. In 2040 kenmerkt Deventer zich door diversiteit. Niet alleen voor wat betreft plekken voor ontmoeting, maar ook voor wat betreft men - sen die elkaar ontmoeten. De aanwezigheid van een groot aantal organisaties, bedrijven en instellingen op het gebied van onderzoek, onderwijs, cultuur, gezondheid, maakindustrie draagt hieraan bij. Mensen en hun onderlinge interacties maken nieuwe initiatieven en activiteiten mogelijk en dragen zo bij aan een gezonde stad.
B9.1.5 De groene stad Deventer De groene stad zorgt voor schone lucht en een robuuste stadsnatuur die goed verbonden is met het magnifieke ommeland. Deventer is verrijkt en verbonden met groen en water, waardoor temperatuur en hoogwaterstanden worden getemperd. Hete pleinen zijn boomrijke, verkoelende ontmoetingsplekken, steeds meer parkeerplaatsen worden perken en er zijn wandelroutes ontstaan met verblijfsplekken langs de verbrede IJssel, die wordt omarmd en niet meer de rug toegekeerd. De stad nodigt uit tot bewegen en ontmoeten. Met gezonde inwoners die goed voor zichzelf en elkaar zorgen. Een groene stad die hard op weg is om klimaatneutraal te worden, met verkeer dat geen CO2-uitstoot meer kent. Deventenaren en bezoekers genieten van het groen in de stad en waarderen de natuur rondom Deventer. Het is vanzelfsprekend geworden om in Deventer de aanwezigheid van flora en fauna te stimuleren op de plekken waar dat kan. Mensen doen mee in eigen tuin, organisaties en bedrijven doen mee op daken en eigen terrein en de gemeente doet mee in de openbare ruimte. Zeker sinds de coronacrisis hebben we geleerd hoe belangrijk een groene openbare ruimte is en hoe deze bijdraagt aan onze gezondheid en welbevinden. Mensen zijn veel meer in de buitenlucht gaan bewegen, met name door te wandelen en te fietsen in de stad en regio.
Parken en lommerrijke pleinen zijn populair en worden door alle bevolkings- en leeftijdsgroepen gebruikt als ontmoetings- en recreatieplek. In Deventer is de leefomgeving schoner geworden. Inwoners en bezoekers maken minder gebruik van de auto. Verkeer kent geen CO2-uitstoot meer en bezoekers komen het liefst met het openbaar vervoer naar Deventer. Mensen die de auto pakken, parkeren deze op een P&R- of P&W-locatie. Onze bedrijven en industrieën zijn schoner gaan produceren. Daarnaast zijn we zuinig op onze natuur en groengebieden en zorgt circulair grondstoffengebruik ervoor dat we zwerfafval onder de knie hebben gekregen.
Mede vanwege de wettelijke doelstellingen is de energie- en duurzaamheidstransitie een motor voor verandering en vernieuwing gebleken. In 2040 heeft Deventer belangrijke mijlpalen behaald in het worden van een duurzame en klimaat neutrale stad. Dat geldt voor de gemeentelijke organisatie al in 2030. De regionale energiestrategie heeft ertoe geleid dat in Deventer woningen en andere gebouwen veel energiezuiniger zijn. We koppelen vraagstukken rondom de energietransitie aan
sociale en economische vraagstukken en ambities. Zo zijn veel sociale woningen als eerste verduurzaamd, waardoor juist voor de gemiddeld meer kwetsbare doelgroepen de energierekening is gedaald en het wooncomfort gestegen. Dit heeft een directe bijdrage geleverd aan het bestrijden van armoede en het verbeteren van gezondheid en welzijn. Ook zijn er diverse plekken in de stad waar duurzame energie wordt opgewekt. Dat gebeurt veelal door zonnepanelen, die we zoveel mogelijk in het bebouwde, stedelijke gebied van Deventer hebben gefaciliteerd. Er zijn diverse maatregelen genomen om ons beter voor te bereiden op extreme weersomstandigheden. Ook daarom is onze leefomgeving veel groener geworden en beter aangepast aan hittestress en hoosbuien. We nemen maatregelen om ruimte te geven aan de IJssel die we omarmen en niet meer de rug toekeren. Ten noorden en ten zuiden van de historische binnenstad zijn natuurgebieden toegevoegd om zo de hoogwaterstanden van de IJssel te kunnen opvangen en die als buffer gecontroleerd kunnen overstromen.
B9.1.6 De netwerkstad Deventer De netwerkstad zorgt voor een gezonde balans tussen eigen identiteit en de noodzakelijke schaalgrootte om een positie te verwerven in de regio, landsdeel Oost en de Euregio. We kunnen niet alles zelf, daarvoor zijn we als Deventer te klein. De provincies Overijssel Gelderland bieden met zijn steden, landschap en universiteiten een fantastisch vestigings- en verblijfsklimaat voor bewoners, bedrijven en bezoekers. Zeker omdat in 2040 de verbindingen zijn verbeterd. Alleen met een hoogwaardig systeem van openbaar vervoer kunnen we optimaal profiteren van elkaars voorzieningen, innovaties, bedrijfslocaties, woonkansen en cultuuraanbod, zonder het allemaal zelf te hoeven bouwen en te doen. Door gezamenlijke agendavorming en lobby met onze (Eu)regionale partners – waaronder de provincies, Apeldoorn, Zutphen, Zwolle, de DOWR- en Cleantechgemeenten - en door samenwerking met bedrijven, onderwijs- en kennisinstellingen worden ambities beter gerealiseerd. Zowel in Nederland als de EU. Hierdoor kan de aantrekkelijkheid van onze stad en de regio zich steeds verder ontwikkelen. De campussen en stedelijke werklocaties werken als motor voor duurzame economische ontwikkeling.
De samenwerking in de regio vormt een duurzaam fundament voor brede welvaart en voor onze kenniseconomie, waar kennisinstellingen, bedrijven, culturele en maatschappelijke organisaties samen met overheden hun krachten bundelen en samenwerken aan de groei van onze regio én aan het oplossen van actuele maatschappelijke vraagstukken.
B9.2 De rol van de gemeentelijke overheid Deventer is niet van de gemeente, maar van de gemeenschap. Het samenwerken aan de gezonde stad is in het belang van iedereen die betrokken is bij die samenleving. ➔ Leidende principes Het stadsbestuur organiseert en faciliteert de samenwerking en ondersteunt en stimuleert de gewenste ontwikkeling als de stad daarom vraagt. Dat doen we met de volgende leidende principes: • We werken integraal en als één overheid aan vraagstukken voor onze inwoners en onze stad, • We investeren in relaties en werken samen in meerdere rollen met onze inwoners en onze partners, • We besteden bijzondere aandacht aan onze kwetsbare inwoners en gebieden, stellen daarbij de leefwereld centraal, • We werken over onze stads- en landsgrenzen heen, • We werken financieel solide. ➔ Brede welvaart
Een integrale ontwikkeling van een gezonde stad laat zich niet alleen meten in economische doelstellingen. Natuurlijk is het hebben van werk een belangrijke voorwaarde om mee te doen in een samenleving. Maar een gezonde stad gaat ook over het uitbannen van armoede en over goed onderwijs als de belangrijkste motor voor sociale mobiliteit. ➔ Over veiligheid, luchtkwaliteit, gendergelijkheid, en gemeenschapszin. Al deze aspecten bepalen onze brede welvaart en zijn door de Verenigde Naties in 2015 vastgelegd in de zogenaamde sustainable development goals (SDG), oftewel duurzame ontwikkelingsdoelstellingen. Duurzame ontwikkelingsdoelstellingen (SDG) Net als een aantal andere gemeenten in Nederland gebruikt Deventer de SDG’s als basis voor het in kaart brengen en monitoren van onze voortgang in het verwezenlijken van onze ambitie: de gezonde stad.
Bijlage 10 Voorportaal investeringen (in begroting 2022) De lijst bestaat nu uit de volgende onderwerpen. • Wonen en voorzieningen • Gebiedsprogramma Centrumschil inclusief de Kien Parkeeropgave Centrumschil (capaciteitsuitbreiding mits noodzakelijk); Haveneiland en ondernemerskavels; Projecten binnenstad Cultuurvoorzieningen • Gebiedsprogramma Keizerslanden Capaciteitsvergroting kruisingen Oldenielstraat (bereikbaarheidsconclaaf); Rijbaanverdubbeling Oldenielstraat (bereikbaarheidsconclaaf); • Poort van Deventer Infrastructuur rondom Poort van Deventer Hoogwaardig openbaar vervoer • Digitalisering en smart city • Energietransitie en warmtetransitie • IHP scholen en gymzalen • Programma Fiets • Verduurzaming gemeentelijk vastgoed • Verkabeling hoogspanningsnet Diepenveen • Vervanging dak Scheg • Sporthal Bathmen • 3e brug (bereikbaarheidsconclaaf); • Waterveiligheid en maatregelen IJssel (richting 2050); • Vergroten capaciteit/ vervanging sluiscomplex;
Deze lijst is niet volledig. Bovendien lopen de mate van realisme en de mogelijke realisatietermijn van deze projecten sterk uiteen. Voor de meeste van deze projecten is wel een kostenraming gemaakt. De nauwkeurigheid daarvan verschilt per project.