2022-815-bijlage 3-Deelrapportage I - PvE Verfijningsonderzoek BWH 1pt2 integraal
Tekst van het document
Deelrapportage I - Programma van Eisen
Verfijningsonderzoek Burgerweeshuis Haveneiland Opdrachtgever: Gemeente Deventer Versie 1.2, 2 september 2022
Colofon Opdrachtgever: Project: Projectnummer: Auteur: Co-auteurs(s): Versie: Datum:
Gemeente Deventer Verfijningsonderzoek Burgerweeshuis Haveneiland R02 Dirk Eekma, Lowie Looijen (B&R advies) Peter Bijvoet (DGMR), Niels Kuenen (Enervisie), Serge van de Moesdijk (ArchitectenLab), Freek Ros (Burgerweeshuis),Roel Lichtenberg (VB Erfgoed & Architectuur) 1.2 2 september 2022
copyright © 4advies, 2022 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt, in enige vorm of op welke wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van 4advies, Arnhemseweg 10, 3817 CH Amersfoort.
Deelrapportage I - Programma van Eisen
Verfijningsonderzoek Burgerweeshuis Haveneiland
Inhoud
1
Inleiding
3
1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding verfijningsonderzoek Onderzoeksproces en opbouw rapportage Scope Leeswijzer Deelrapportage I - Programma van Eisen
3 3 4 4
2
Uitgangspunten en randvoorwaarden programma van eisen
6
2.1 2.2
Opdrachtgever en gebruiker Wettelijke voorschriften en regelgeving
6 9
3
Functioneel-ruimtelijk Programma van eisen
10
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10 3.11
Status en doel Scope van de ontwerpopgave Globale visie hoofdgebruikers Varianten getekend PvE Getekend PvE Gebouwconcept Beheer Architectuur Sociale veiligheid Beschrijving ruimteclusters en ruimten Aanpasbaarheid, flexibiliteit, multifunctionaliteit
10 10 10 11 13 16 19 19 20 21 30
4
Technische eisen
32
4.1 4.2 4.3
Eisen op gebouwniveau Eisen op ruimteniveau Eisen op elementniveau
32 45 45
5
Theatertechnische eisen
67
5.1 5.2 5.3
Algemene beschrijving Burgerweeshuis BRUT
67 67 73
Bijlagen b1
Ruimtestaat
b2
Tabel technische eisen
b3
Theatertechnisch concept
b4
Getekend programma van eisen
b5
Bouwhistorische verkenning
1
Inleiding
1.1
Aanleiding verfijningsonderzoek In januari 2022 heeft de raad van Deventer een besluit genomen over de ‘Initiatieffase huisvesting Burgerweeshuis’. In het onderzoek dat aan dit besluit ten grondslag ligt, zijn verschillende faseringsmogelijkheden onderzocht voor huisvesting van het Burgerweeshuis aan de Sint Olafstraat te Deventer. Met het raadsbesluit ging het project over van de initiatieffase naar de verkenningsfase, conform de gemeentelijke Leidraad grote projecten. Het raadsbesluit bevat een voorkeursscenario ‘In één keer over’ en een beoogde nieuwe locatie voor Burgerweeshuis, namelijk de Stiho-locatie (Sint Olafstraat 5). Uit het onderzoek van 4advies en dat van Berenschot is gebleken dat dit de beste locatie is voor een nieuw poppodium in Deventer. De gemeente heeft het pand nog niet verworven, maar wilde toch dit verfijningsonderzoek voor de Stiho-locatie laten uitvoeren. Met het onderzoek wil de gemeente zicht krijgen op een minimum- en een maximumvariant1), passend bij de Stiho-locatie en passend bij de modules die al in het faseringsonderzoek zijn onderzocht. Daarnaast wil de gemeente inzicht in de risico’s en kansen die zich voordoen.
1.2
Onderzoeksproces en opbouw rapportage Het verfijningsonderzoek is uitgevoerd in de periode februari tot en met juli 2022. Allereerst heeft VB Erfgoed & Architectuur een bouwhistorische verkenning uitgevoerd. De resultaten daarvan zijn gedeeld met een multidisciplinair team (zie verderop) dat onder aanvoering van 4advies een programma van eisen inclusief een getekend programma van eisen (een structuurontwerp waarin nog geen scherpe architectonische richting wordt gekozen) voor de twee varianten heeft ontwikkeld. Het functioneel, ruimtelijk en technisch PvE is opgesteld door 4advies i.s.m. B&R advies. Architecten_Lab heeft het getekend PvE opgesteld. Specialistische bijdragen zijn geleverd door DGMR (bouwfysica, akoestiek, brandveiligheid), Enervisie (installatietechnische eisen), het Burgerweeshuis (theatertechniek) en de gemeente Deventer (uitgangspunten). Daarnaast zijn de resultaten van een bouwhistorische verkenning (VB Erfgoed & Architectuur) opgenomen in deze deelrapportage. De werkzaamheden hebben geresulteerd in een rapportgage bestaande uit twee onderdelen: Deelrapportage I - Programma van Eisen Verfijningsonderzoek Burgerweeshuis Haveneiland Deelrapportage II - Financiële analyses Verfijningsonderzoek Burgerweeshuis Haveneiland (intern vertrouwelijk) Voorliggende Deelrapportage I beschrijft de huisvestingsbehoefte van het Burgerweeshuis.
De uitgangspunten en eisen gesteld vanuit de beoogd eigenaar van het gebouw, de gemeente Deventer, maken hier integraal onderdeel van uit. Het stuk vormt de basis voor de financiële analyses. 1)
In dit onderzoek zijn de varianten hernoemd: Variant 1 Grote zaal binnen en Variant 2 Grote zaal buiten.
Deelrapportage I - Programma van Eisen Verfijningsonderzoek Burgerweeshuis Haveneiland
3
Deelrapportage II is opgesteld op basis van het (getekend) programma van eisen en principe-oplossingen voor akoestiek, brandveiligheid en klimaatzoneringen. Het behelst stichtingskostenramingen voor de beide varianten inclusief een toelichting, toerekening van kosten aan de verschillende functies/gebruikers, ramingen van de energiekosten, een verkenning naar de kosten van verdere verduurzaming en een inventarisatie van subsidiemogelijkheden voor het bestaande gebouw.
1.3
Scope In het huidige pand van het Burgerweeshuis aan de Bagijnenstraat is ook BRUT2) gehuisvest. Als het Burgerweeshuis verhuist naar het Haveneiland, ligt het voor de hand dat ook BRUT dat pand verlaat, zodat het een nieuwe bestemming kan krijgen. Burgerweeshuis en BRUT zijn overtuigd van de meerwaarde van gezamenlijke huisvesting en willen deze continueren. De ruimtelijke kansen en mogelijkheden hiervoor op de STIHO-locatie zijn onderzocht. Daarnaast biedt de STIHO-locatie kansen voor huisvesting van STROOM. Ook de mogelijkheden hiervan zijn (globaal) onderzocht. De financiële consequenties voor eventuele huisvesting van BRUT en STROOM zijn eveneens in beeld gebracht.
1.4
Leeswijzer Deelrapportage I - Programma van Eisen In hoofdstuk 2 worden de uitgangspunten en randvoorwaarden – gesteld vanuit de opdrachtgever en wetgeving - voor het programma van eisen beschreven. In hoofdstuk 3 is het functioneel-ruimtelijk programma van eisen beschreven. Het gebouw wordt op hoofdlijnen beschreven, de scope van de ontwerpopgave wordt gegeven en er wordt een meer gebouwgerichte beschrijving van activiteiten in relatie tot bezoekers en medewerkers beschreven. Vervolgens wordt ingegaan op het ruimteprogramma op hoofdlijnen, het gebouwconcept , uitgangspunten ten aanzien van de architectuur (een moodboard is in deze fase nog niet opgesteld) en sociale veiligheid. Tot slot worden de eisen voor elk ruimtecluster beschreven. Hoofstuk 4 gaat in op de technische en bouwfysische eisen. Hoofdstuk 5 beschrijft de eisen aan theatertechnische installaties en inrichting. De volgende bijlagen maken onderdeel uit van deze rapportage: b1: Ruimtestaat: overzicht van de te realiseren ruimten. De nuttige oppervlakten zijn maatgevend. Afwijkingen zijn mogelijk, in overleg met de gebruiker. b2: Tabel van technische eisen: uitgangspunten per ruimte. De eisen t.a.v. akoestiek zijn opgesteld door DGMR.
2)
BRUT heeft eerder dit jaar een naamswijziging doorgevoerd. De Nieuwe Oost, Performing & Publishing is een innovatieve netwerkorganisatie bestaande uit BRUT in Deventer (muziek), Theater a/d Rijn in Arnhem (theater en dans) en Wintertuin in Nijmegen (literatuur).
Deelrapportage I - Programma van Eisen Verfijningsonderzoek Burgerweeshuis Haveneiland
4
b3: Theatertechnisch concept: illustratie van de theatertechnische installatie van de grote zaal. b4: Getekend Programma van Eisen: inpassingstudie van het functioneel-ruimtelijk programma voor de twee varianten. b5: Bouwhistorische verkenning: onderzoek naar historie en monumentwaarden met betrekking tot architectonische en constructieve aspecten.
Deelrapportage I - Programma van Eisen Verfijningsonderzoek Burgerweeshuis Haveneiland
5
2
Uitgangspunten en randvoorwaarden programma van eisen
2.1
Opdrachtgever en gebruiker
2.1.1
Bestuurlijk en financieel In het bestuursakkoord 2022-2026 spreekt de gemeente Deventer uit dat cultuur van Deventer een aantrekkelijke en vitale stad maakt om te wonen, te werken én te verblijven. Kunst, cultuur en erfgoed zitten in het DNA van Deventer. Het draagt bij aan de identiteit van de stad en is van groot maatschappelijk en economisch belang. De ambitie is om Deventer als evenementenstad op de kaart te houden en meer aan te sluiten bij de behoeften van jonge inwoners. Die behoefte ligt onder andere bij goede voorzieningen. Een poppodium kan bijdragen aan de levendigheid van de stad en is een plek voor ontmoeting en verbinding. Een poppodium is er niet alleen voor jongeren, maar voor alle Deventenaren, voor de stad en de omliggende dorpen. Om het Burgerweeshuis een blijvende toekomst in Deventer te kunnen geven is vernieuwde huisvesting noodzakelijk. Dat kan op het Haveneiland en past binnen de ambitie om daar een levendig en functiedivers gebied van te maken. Het bestuursakkoord hanteert daarbij het volgende financiële uitgangspunt:”(…). Als de benodigde investeringen en exploitatiebijdragen uit de verkenningsfase niet significant afwijken (buiten uitzonderlijke prijsstijgingen) van de inzichten uit de initiatieffase, realiseren we De Nieuwe Keizer (de Schouwburg, red.) en het Burgerweeshuis.”
2.1.2
Exploitatie
2.1.2.1
Exploitatieplan Burgerweeshuis Het Burgerweeshuis heeft een nieuw exploitatieplan, gebaseerd op onder andere dit programma van eisen, opgesteld. Het maakt geen onderdeel uit van deze rapportage en is op te vragen bij het Burgerweeshuis.
2.1.2.2
Vastgoedexploitatieplan gemeente Deventer Om een goede exploitatiebegroting als gebouweigenaar te kunnen maken en hierbij de juiste afschrijvingstermijnen aan te kunnen houden zullen de principipes ten aanzien van de systeemkeuzes zoals voorgesteld in dit verfijningsonderzoek vertaald moeten worden in een ontwerp. Na het gereed komen hiervan kan de gemeente gerichter rekenen aan de kostprijsdekkende huur.
2.1.3
Locatie Het Stiho-gebouw bevindt zich aan de Sint Olafstraat 5 in Deventer. Uitgangspunt is dat het gehele perceel beschikbaar is voor de ontwikkeling en realisatie van het binnen dit onderzoek uitgewerkte plan.
Deelrapportage I - Programma van Eisen Verfijningsonderzoek Burgerweeshuis Haveneiland
6
2.1.4
Bestemmingsplan Voor de realisatie van het plan is een bestemmingsplanwijziging noodzakelijk. De te volgen procedure dient nog te worden bepaald. De procedure zelf vergt ca. 6 maanden exclusief de tijd die nodig is voor het uitvoeren van de benodigde onderzoeken.
2.1.5
Planschade Er wordt geen rekening gehouden met een planschadeovereenkomst i.v.m. mogelijke waardedaling van omliggende functies.
2.1.6
Stedenbouw Uitgangspunt voor het plan is dat de bestaande hal met de karakteristieke kap- en draagconstructie wordt gehandhaafd. Dit is in lijn met de resultaten van de bouwhistorische verkenning. De bestaande voorbouw met het voormalige kantoor kan, maar hoeft niet gehandhaafd worden. Er zijn op dit moment geen concrete stedenbouwkundige randvoorwaarden. De voorgestane ontwikkeling past binnen de ambities van het beeldkwaliteitsplan Havenkwartier (april 2012). Ruimtelijke inpassing van het plan dient te worden afgestemd met de stedenbouwkundige van de gemeente c.q. het Haveneiland. Daarbij dient te worden nagegaan op welke wijze het plan een bijdrage kan leveren aan een adequate stedenbouwkundige situatie.
2.1.7
Verkeer 2.1.7.1 Parkeren auto’s Er dient te worden voorzien in een adequate parkeervoorzieningen voor bezoekers. In het onderzoek is vastgesteld dat parkeerplaatsen voor bezoekers niet of slechts in zeer beperkte mate op het perceel kunnen worden gerealiseerd. Voor een bestemmingsplanwijziging is een verkeersonderzoek met een onderbouwing vereist. Daarbij dient te worden aangetoond op welke wijze de parkeervoorziening wordt ingevuld. 2.1.7.2 Parkeren fietsen Een fietsenstalling voor bezoekers dient op het perceel te worden gerealiseerd. 2.1.7.3 Laden en lossen Het rijden van (vracht)auto’s van en naar het Burgerweeshuis valt onder de indirecte geluidhinder. Aandachtspunt hierbij is de geluidbelasting op de gevels van (toekomstige) woningen. Dit aspect zal door het bevoegd gezag moeten worden meegenomen in het kader van een goede ruimtelijke planning. Gezien het gering aantal voertuigbewegingen van en naar het Burgerweeshuis, is de verwachting dat dit milieuaspect inpasbaar is. Vanuit ARBO-richtlijnen bezien is een inpandige laad-/losvoorziening gewenst. In het ontwerp dient te worden bepaald of deze ook vereist is vanuit milieuregelgeving.
Deelrapportage I - Programma van Eisen Verfijningsonderzoek Burgerweeshuis Haveneiland
7
2.1.7.4 Opstellen voertuigen op openbare weg Uitgangspunt is dat parkeren van voertuigen langer dan 6 m (zoals nightliners en vrachtwagens) op eigen perceel geschiedt. 2.1.8
Duurzaamheid
Uitgangspunt is het bestuursakkoord 2022-2026: “Voor een duurzame toekomst van Deventer maken we proactieve, realistische stappen om de klimaatdoelstellingen te halen en waar mogelijk te versnellen. Dat doen we in de maat met de wettelijk gestelde doelen en we sluiten aan op wat het Rijk doet. We willen stapsgewijs naar een ander energiegebruik en omschakelen naar niet-fossiele brandstoffen. Volgens het klimaatakkoord moet Nederland in 2050 95% minder broeikasgassen uitstoten dan in 1990. In 2030 moeten we op 55% reductie uitkomen.” Voor dit plan is uitgegaan van de wettelijke eisen die voor nieuwbouw gelden, dus een Bijna Energie Neutraal Gebouw (BENG). Het gebouw dient aardgasvrij te zijn. De mogelijkheden van plaatsen van zonnepanelen op dak(en) moeten worden benut
Daarnaast is inzichtelijk gemaakt wat de consequenties zijn van het verhogen van de ambities naar een Energie Neutraal Gebouw (ENG), bepaald volgens de in het Bouwbesluit voorgeschreven methode (NTA 8800). Voor gebouwen met een monumentaal karakter is dit niet in alle gevallen een realistische doelstelling. Zie verder Deelrapportage II. 2.1.9
BRUT en STROOM Sint Olafstraat 5 biedt kansen voor (aanverwante) partijen met een huisvestingsbehoefte, zoals BRUT en STROOM. De huisvestingsbehoefte van BRUT is opgenomen in dit Programma van Eisen. Voor het initiatief STROOM (waarin Burgerweeshuis en BRUT participeren) is als (voorlopig) uitgangspunt een vloeroppervlakte van 400 m2 BVO opgenomen in het ruimteprogramma en het getekend PvE. Het gaat om een multimediastudio, ontmoetingsruimte, werkplekken en bergingen.
2.1.10
Ontwikkelstrategie Haveneiland Uitgangspunt is een gebiedsontwikkeling met een gemengd woon-werkgebied. Deze visie is vastgelegd in het door het college vastgestelde Ontwikkelbeeld Bergweide 3,4 en Havenkwartier dat als concept is besproken op de raadstafel d.d. 7 juli 2022. De groene zones zijn aangemerkt als woon/werkgebied. De paarse delen hebben een gemengde werkbestemming. Een eventuele keuze voor een ander uitgangspunt (met bijvoorbeeld een uitbreiding van het woongebied richting de locatie) kan leiden tot zwaarder eisen aan het gebouw van het Burgerweeshuis, met name ten aanzien van geluidsisolerende maatregelen.
Deelrapportage I - Programma van Eisen Verfijningsonderzoek Burgerweeshuis Haveneiland
8
2.2
Wettelijke voorschriften en regelgeving Voor het gebouw zijn de eisen die gesteld worden door de overheid, nutsbedrijven en brandweer van toepassing. Ook het Handboek voor toegankelijkheid (laatste druk) is van toepassing. Van de in dit programma van eisen genoemde NENnormen moet worden uitgegaan van de meest recente versies inclusief eventuele wijzigingsbladen.
Deelrapportage I - Programma van Eisen Verfijningsonderzoek Burgerweeshuis Haveneiland
9
3
Functioneel-ruimtelijk Programma van eisen
3.1
Status en doel Het Programma van eisen is geschreven ten behoeve van de ontwikkeling van een ontwerp door de architect en de technisch adviseurs in een traditioneel proces. Het is de bedoeling dat het door de ontwerpende partijen in overleg met de opdrachtgever en de toekomstige gebruiker(s) wordt uitgewerkt in het ontwerp en vervolgens wordt gerealiseerd. Het PvE bestaat uit een functioneel-ruimtelijk, technisch en getekend deel. In het getekend PvE wordt de inpassing van het functioneel-ruimtelijk programma in het bestaande gebouw en op het perceel onderzocht. Inpassing van de belangrijkste (publieks)functies en adequate logistieke oplossingen vragen bijzondere aandacht. Het gaat nadrukkelijk nog niet in op de architectonische verschijningsvorm en materialisatie.
3.2
Scope van de ontwerpopgave De scope van de ontwerpopgave betreft het interieur, het exterieur, de technische installaties en de bij het gebouw horende buitenruimte (inclusief eventuele ingrepen in de openbare ruimte aan de voorzijde) van de (ver)bouw van het Burgerweeshuis. De huisvestingsbehoefte van BRUT en STROOM (globaal) is eveneens gedefinieerd. Voor aanvang van de ontwerpfase dient een besluit te worden genomen over de vraag of BRUT en STROOM onderdeel van de projectscope uitmaken.
3.3
Globale visie hoofdgebruikers
3.3.1
Burgerweeshuis In de businesscase van het Burgerweeshuis worden visie, missie, kernwaarden en toekomstige programmering uitgebreid omschreven. Resumerend: In de toekomstige situatie zal het Burgerweeshuis kunnen excelleren in programma waar ze nu al sterk in is. Ze profileren zich op het gebied van internationaal aanbod, nachtcultuur, talent op het podium en ze zorgen dat unieke buitenkansen en grote artiesten in Deventer zijn te zien. En van klein tot groot sterk in kwaliteit. Doordat ze met een 675 capaciteit in de grote zaal toegang hebben tot ander programma, verwachten ze de gemiddelde bezetting van deze activiteiten met 20% te laten stijgen. De combinatie van meer activiteiten in de grote zaal en een hogere bezettingsgraad leidt tot een stijging van 70% inpandige betaalde bezoekers. Opkomende acts uit het nationale en internationale circuit programmeren ze in de kleine zaal. Met de schaalbaarheid en flexibiliteit aan zalen weten ze in te spelen op de diversificatie van het poppubliek en acts en kunnen daardoor makkelijk inspelen op trends en ontwikkelingen.
Samen met andere speelplekken en festivallocaties in de stad zorgen ze voor een volwaardige keten in de podiumkunsten Daarnaast weten ze het totale verblijf van de bezoekers te verlengen door goede faciliteiten te bieden zoals een aangenaam klimaat, een foyer om te chillen, voldoende toiletvoorzieningen en een aantrekkelijk horecaconcept.
Deelrapportage I - Programma van Eisen Verfijningsonderzoek Burgerweeshuis Haveneiland
10
3.3.2
BRUT BRUT maakt onderdeel uit van de BIS instelling De Nieuwe Oost. Deze instelling wordt vanuit Rijk en provincie gesubsidieerd en voor een klein deel vanuit de gemeente. De huisvesting van BRUT bij het BWH is wenselijk vanuit een versterking van de popcultuur, maar niet per se noodzakelijk. BRUT is een productiehuis en ontwikkelplek voor makers die de stap zetten naar een professionele en zelfstandige beroepspraktijk en is de verbindende factor in een muzikale infrastructuur die de maker vooropstelt. Samen met een netwerk aan partners en opdrachtgevers zetten zet het productionele, marketinggerichte, financiële en netwerkgerichte- pilaren onder de maker zodat de meest buitengewone ideeën met een goed plan het juiste publiek bereiken. Veelal samen met partners brengt BRUT makers in contact met publiek door middel van muziekreleases, festivals, concerten en kennisdeling evenementen. Daarnaast organiseert BRUT genre-specifieke ontwikkeltrajecten voor een bredere groep makers, zoals Nieuwe Electronische Waar en De Nieuwe Notie, en stimuleert het kennisdeling met, onder andere, het Feedback Café en World Domination. Het team, bestaande uit 7/8 vaste werknemers en een aantal ZZP’ers, werkt gedurende de week op kantoor aan hun trajecten en projecten. Er wordt geregeld overleg gepleegd, veelal met makers en partners uit Overijssel, Landsdeel Oost en de rest van Nederland.
Daarbij vinden er op wekelijkse basis repetities, residenties, podcastopnames, kleine try-outs of coaching sessies plaats, dit niet zelden ook in de weekenden. In de toekomstige situatie wil BRUT nog beter kunnen inzetten op intensievere artistieke begeleiding van makers door middel van artistieke werksessies, residenties en ontwikkeling van live-performances. Door in de huisvesting rekening te houden met specifieke wensen rondom met name de residenties, biedt BRUT nieuwe kansen aan beloftevolle makers, verhoogt zij de kwaliteit van haar output en draagt het verder bij aan de ontwikkeling van de (oost) Nederlandse popsector. Voor BRUT is het van belang dat zij nauw in contact kan staan met haar makers en netwerk. Dat doen ze met de makers in de vorm van overleggen en creatieve werksessies, maar ook door kleine residenties, podcasting en interne try-outs. Gezamenlijke huisvesting met Burgerweeshuis (en STROOM) biedt kansen voor nauwe samenwerking met bijvoorbeeld de programmeur, technici etc.
3.4
Varianten getekend PvE Er zijn twee varianten voor het getekend PvE ontwikkeld en het functioneelruimtelijk PvE sluit hierop aan: 1. Grote zaal binnen de hal 2. Grote zaal buiten de hal De ruimtebehoefte in Bruto Vloeroppervlakte (BVO) is in eerste instantie bepaald door de Nuttige Oppervlakten (NO) van de benodigde ruimten te bepalen en deze te vermenigvuldigen met een geschatte factor BVO/NO. Het werkelijke BVO kan/zal hiervan afwijken in verband met de inpassing van functies in het bestaande gebouw en de uitbreidingen. Zie 3.5.
Deelrapportage I - Programma van Eisen Verfijningsonderzoek Burgerweeshuis Haveneiland
11
3.4.1
Variant 1: grote zaal binnen De belangrijkste functies van het Burgerweeshuis zijn: Grote zaal gesitueerd binnen de bestaande hal, box in box constructie met een capaciteit van 675 tot maximaal 735 bezoekers Kleine zaal, referentiespectrum: dance spectrum met een capaciteit van 275 tot maximaal 300 bezoekers Foyer annex café (hierna: foyer) gericht op (licht) (on)versterkte muziek en horeca met een aangenaam verblijfsklimaat, goede logistieke verbindingen en bijbehorende faciliteiten waaronder toiletten en lockers Kleedkamers Kantoren Facilitaire ruimten Producersruimte en popoefenruimten De belangrijkste functies van BRUT zijn: Repetitieruimte ten behoeve van residenties, met theatertechnische voorzieningen Kantoren Vergader-/lunchruimte voor medewerkers De totale BVO voor het Burgerweeshuis bedraagt in deze variant 2.166 m2. Zie ruimtestaat in bijlage 1.
3.4.2
Variant 2: grote zaal buiten In deze variant wordt de grote zaal in nieuwbouw naast de bestaande hal gerealiseerd. Het wordt een box in box constructie met een capaciteit van 675 tot maximaal 735 bezoekers. De zaal krijgt een hoogte die gangbaar is voor concertzalen van deze omvang en wordt voorzien van een balkon voor publiek. De schaalbaarheid en zichtlijnen naar het podium zullen daardoor naar verwachting verbeteren ten opzichte van een zaal binnen de bestaande hal. Het oppervlak van de grote zaal is groter dan bij een zaal zonder balkon. De overige functies worden in het bestaande gebouw gesitueerd. De totale BVO voor het Burgerweeshuis bedraagt in deze variant 2.290 m2.
3.4.3
BRUT De ruimtebehoefte van BRUT bestaat uit 6 kantoorwerkplekken, 2 flexwerkplekken, een vergader-/lunchruimte met pantry voor medewerkers en artiesten, een repetitieruimte en een berging. Het totale Nuttig Oppervlak bedraagt 162 m2 en het Bruto Vloeroppervlak 235 m2. De Nieuwe Oost en het Burgerweeshuis maken passende afspraken over gezamenlijk(e) ruimtegebruik/programmering.
Deelrapportage I - Programma van Eisen Verfijningsonderzoek Burgerweeshuis Haveneiland
12
3.4.4
Totale ruimteprogramma Het totale Bruto Vloeroppervlak bedraagt afgerond 2.400 m2 voor variant 1 en 2.520 voor variant 2, conform de ruimtestaat (bijlage 1). Inclusief het oppervlakte van STROOM bedraagt het BVO 2.800 resp. 2.920 m2.
3.5
Getekend PvE Het getekend PvE is ontwikkeld op basis van inpassing van het functioneelruimtelijk programma (de ruimtestaat en de in dit hoofdstuk beschreven functieeisen) binnen het bestaande Stiho-pand en mogelijke uitbreidingen. Daarbij is er – in dialoog met Burgerweeshuis – naar gestreefd het programma zo goed als mogelijk in te passen. De getekende oppervlakten wijken voor een aantal ruimten af van de ruimtestaat. Het ontwerp dient te worden uitgewerkt in de geest van zowel het functioneel-ruimtelijk als het getekend PvE. Karakteristieken en aandachtspunten voor het ontwerp worden hierna per variant beschreven.
3.5.1
Variant 1 Grote zaal binnen Karakteristieken en aandachtspunten voor ontwerp: Algemeen: zie 3.6.2 gebouwconcept vanuit perspectief bezoeker. Grote zaal: wordt verdiept aangelegd in verband met de benodigde vrije hoogte. Aandachtspunten zijn het overbruggen van het hoogteverschil tussen maaiveld en zaalvloer en de zichtlijnen. Kleine zaal: aandachtspunt is de ligging van de zaal aan de gevel onder de bestaande kap, hierdoor is de hoogte aan één kant beperkt. Mogelijk de bespeling een kwartslag draaien. Foyer/café: zie 3.6.2. De bar is gekoppeld aan de keuken. De precieze situering, ook in relatie tot de entree en de naastgelegen trap, is een aandachtspunt in verband met een goede bereikbaar en vlotte doorstroom van bezoekers. Kleedkamers: positionering van de lift is een aandachtspunt; deze ligt in het openbare gebied en dat is bij gebruik door artiesten niet gewenst. Kantoren: aan de voorzijde van het gebouw gesitueerd en voorzien van daglicht. Facilitaire ruimten horeca: bierkoeling bij voorkeur dichter bij de verschillende bars situeren. Bevoorrading bij voorkeur via entree aan kade mogelijk maken. Facilitaire ruimten diverse: achteruit indraaien van vrachtwagens en nightliners vraagt om adequate verkeerskundige oplossing. Producers- en popoefenruimten: bereikbaar via separate entree aan de kade.
BRUT: de repetitieruimte is vanaf de hoofdentree, via het niet geklimatiseerde deel, goed bereikbaar, ook voor bezoekers (kleine uitvoeringen). STROOM: op de begane grond in de laagbouw waarin het initiatief nu al tijdelijk is gehuisvest. Mogelijk kan de indeling worden gehandhaafd. Aanvullend is ruimte op de verdieping opgenomen (nieuwbouw).
Deelrapportage I - Programma van Eisen Verfijningsonderzoek Burgerweeshuis Haveneiland
13
3.5.2
Buitenruimten: fietsenstallingen liggen nabij de entree aan het plein aan de zijkant. Direct bij de entree kan een terras op het zuiden worden gerealiseerd. Erfgoedaspecten: bij deze uitwerking resteert in de rechterzijde van een hal een onbebouwde strook. De lichtstraat is beperkt te ervaren vanuit dit deel. Aan de waterzijde resteert eveneens een korte strook, waarin een klein deel van de lichtstraten kan worden ervaren. Het handhaven van een deel van de bestaande insteekvloer van de hal (hoge monumentwaarde) is lastig. Bruto Vloeroppervlakten (incl. verrekeningen verkeers-, installatie- en constructieoppervlakte): o Burgerweeshuis PvE: 2.234 m2 (68 m2 meer dan inschatting in ruimtestaat; m.n. veroorzaakt door benodigde verkeersruimte) o Burgerweeshuis ‘overruimte’: 374 m2 o BRUT: 230 m2 o STROOM: 400 m2 o Totaal: 3.238 m2
Variant 2 Grote zaal buiten Karakteristieken en aandachtspunten voor ontwerp: Algemeen: zie 3.6.2 gebouwconcept vanuit perspectief bezoeker. Grote zaal: op maaiveld naast de bestaande hal. Aandachtspunt is de vormgeving van het balkon teneinde optimale zichtlijnen te realiseren. Kleine zaal: in het hart van de bestaande hal en ontsloten vanuit de geklimatiseerde foyer. De hoogte van de hal wordt vrijwel optimaal benut. Foyer/café: bar centraal in de foyer. Aandachtspunt is de vorm van de foyer; bij uitwerking in het ontwerp kan voor een meer compact (minder langgerekt) volume worden gekozen. Kleedkamers: positionering van de lift is een aandachtspunt; deze komt op de begane uit in het openbare gebied en dat is bij gebruik door artiesten niet gewenst. Kantoren: kantoren Burgerweeshuis aan voorgevel, met daglicht. Kantoren BRUT op de verdieping; daglichttoetreding vanuit lichtstraten. Facilitaire ruimten horeca: gunstig gesitueerd naast keuken. Bevoorrading via entree aan zijkant en foyer. Facilitaire ruimten diverse: achteruit indraaien van vrachtwagens en nightliners vraagt om adequate verkeerskundige oplossing. Producers- en popoefenruimten: BRUT: de repetitieruimte is vanaf de hoofdentree, via het niet geklimatiseerde deel, goed bereikbaar, ook voor bezoekers (kleine uitvoeringen).
STROOM: op de verdieping in nieuwbouw; indirect daglicht via binnengevels en direct daglicht via lichtstraten. Buitenruimten: fietsenstallingen liggen nabij de entree aan het plein aan de zijkant. Direct bij de entree kan een terras worden gerealiseerd, maar hiervoor is minder ruimte dan in variant 1 en aandachtspunt is de bezonning in relatie tot de grote zaal. Erfgoedaspecten: bij deze uitwerking is één van de lichtstraten van voor tot achter te ervaren, onderbroken door tussenverdiepingen. Langs de
Deelrapportage I - Programma van Eisen Verfijningsonderzoek Burgerweeshuis Haveneiland
14
3.5.3
waterzijde zijn delen van alle lichtstraten zichtbaar. Het erfgoed wordt hierdoor beter ervaren dan in variant 1. Het handhaven van een deel van de bestaande insteekvloer van de hal (hoge monumentwaarde) is lastig. Bruto Vloeroppervlakten (incl. verrekeningen verkeers-, installatie- en constructieoppervlakte): o Burgerweeshuis PvE: 2.223 m2 (67 m2 minder dan inschatting in ruimtestaat m.n. door efficiënte inpassing met relatief weinig verkeersruimten) o Burgerweeshuis ‘overruimte’: 694 m2 o BRUT: 230 m2 o STROOM: 400 m2 o Totaal: 3.547 m2
Evaluatie varianten Variant 1 Grote zaal binnen: Het gevraagde ruimteprogramma van Burgerweeshuis en het facultatieve programma van BRUT en STROOM zijn volledig inpasbaar binnen de bestaande bebouwing, zonder nieuwe volumes toe te voegen. Er is daarenboven sprake van circa 375 m2 ‘buiten programmatisch’ vloeroppervlakte. De grote zaal zal verdiept worden aangelegd, maar heeft ook dan te weinig hoogte voor een balkon. De zichtlijnen voor het publiek zullen daardoor naar verwachting acceptabel zijn, maar minder goed zijn dan bij variant 2. Nadeel van deze variant ten opzichte van variant 2 is dat de karakteristieke kapconstructie met lichtstraten niet in zijn geheel is te ervaren. Dat doet in zekere mate afbreuk aan de beleving van de bijzondere dakconstructie met lichtstraten. V&B kent hieraan een hoge monumentwaarde toe schrijft in dit kader het volgende in de bouwhistorische verkenning (zie bijlage 5): “De stalen dakconstructie is bijzonder omdat deze uniek en zeldzaam is in haar verschijning. De constructie, bedacht door ir. Pannekoek is op een aantal plaatsen in Nederland gebouwd. De enginering en het pionierende karakter van het ontwerp en de uitwerking genereren een meerwaarde voor dit bouwwerk. In Nederland zijn in deze periode een aantal van dergelijke hallen gebouwd.
Door sloop zijn er nog enkele overgebleven, het pand aan de st Olafstraat in Deventer is er een van.” Om alle ruimten goed toegankelijk te maken en waar nodig te voorzien van daglicht, zijn relatief veel gangen nodig. Anders dan in variant 2 kan deze verkeersruimte niet worden benut voor activiteiten/evenementen. Voordeel van deze variant is dat het plein aan de zuidzijde van het gebouw niet wordt bebouwd. Het kan worden benut voor buitenevenementen. Mogelijk kan een beperkt aantal parkeerplaatsen voor bezoekers worden gerealiseerd, maar de noodzaak om te voorzien in een substantieel aantal bezoekersparkeerplaatsen op een nabij gelegen locatie zal blijven. Variant 2 Grote zaal buiten: De grote zaal wordt naast de bestaande bebouwing gerealiseerd. Voordeel hiervan is dat een zaal met een gebruikelijke hoogte kan worden gerealiseerd, waarbij wordt uitgegaan van een balkon. De zichtlijnen kunnen hierdoor worden geoptimaliseerd en bij kleinere publieksaantallen kan het balkon worden afgesloten, waardoor een intiemere setting ontstaat. De backstageruimten kunnen goed worden ingepast in de bestaande bebouwing, waardoor een efficiënte logistieke
Deelrapportage I - Programma van Eisen Verfijningsonderzoek Burgerweeshuis Haveneiland
15
oplossing ontstaat voor de belangrijkste functies (grote en kleine zaal en horeca). Het gevraagde ruimteprogramma van Burgerweeshuis en het facultatieve programma van BRUT en STROOM zijn verder volledig inpasbaar binnen de bestaande bebouwing. Er is daarenboven sprake van circa 700 m2 ‘buiten programmatisch’ vloeroppervlakte, die voor een deel wordt benut als verkeersruimte voor bezoekers om van daaruit via de foyer / het café de zalen en andere functies te bereiken. De ruimte heeft een dusdanige maat en schaal dat deze kan worden benut als multifunctionele ruimte voor verschillende activiteiten/evenementen van de gebruikers of eventuele derden. Een duidelijke meerwaarde ten opzichte van variant 1. De karakteristieke kapconstructie met lichtstraten is goed te ervaren. Enerzijds doordat vanaf de hoofdentree de route voor bezoekers in de lengterichting onder een lichtstraat doorloopt. Anderzijds doordat deze route aan de oostzijde van het pand (waterzijde) de lichtstraten in dwarsrichting kruist. De belevingswaarde van een poppodium in dit karakteristieke gebouw is daardoor beter dan bij variant 1. Het plein aan de zuidzijde van het gebouw wordt voor een deel bebouwd met de nieuwe grote zaal. Daardoor is daar geen ruimte voor buitenevenementen of bezoekersparkeerplaatsen.
Artist impressions getekend PvE De in het getekend PvE (bijlage 4) opgenomen artist impressions dienen te worden voorzien van kanttekeningen. Zoals hierboven reeds aangegeven is de kapconstructie (met name bij variant 1) niet overal goed te beleven. Bij de impressies zijn gezichtspunten gekozen van waaruit de lichtstraten en kap het best waarneembaar zijn. In werkelijkheid kan het beeld hiervan afwijken. Vanuit de nieuw in te bouwen volumes is de kap niet of slechts beperkt waarneembaar. Het getekend PvE is een inpassings- en vormstudie. Er is bij de impressies van het getekend PvE gestreefd naar het presenteren van een neutraal beeld ten aanzien van de materialisatie. Het detailniveau van de impressies is echter beperkt; het zijn geen uitgewerkte gerenderde beelden. Een wit vlak duidt dus op een nog niet bepaalde afwerking. Het houten dakbeschot van de kap wordt behouden en niet vernieuwd. In hoofdstuk 3.8 worden de te hanteren uitgangspunten met betrekking tot architectuur en beleving beschreven en wordt een aanzet gedaan voor de gewenste materialisatie.
3.6
Gebouwconcept Het gebouw is logisch ingericht voor de verschillende gebruikers (publiek, artiesten, medewerkers). De routing is helder, waarbij wordt gestreefd naar korte looplijnen voor een optimale bedrijfsvoering. De verschillende gebruikers zitten elkaar niet in de weg.
3.6.1
Gebouwconcept in relatie tot getekend PvE ArchitectenLab heeft een getekend PvE voor de beide varianten ontwikkeld, waarbij het functioneel-ruimtelijk PvE is ingepast binnen het huidige gebouw en een uitbreiding (zie bijlage 2).
Deelrapportage I - Programma van Eisen Verfijningsonderzoek Burgerweeshuis Haveneiland
16
De relaties tussen de ruimteclusters worden hierna in relatie tot het getekend PvE beschreven vanuit het perspectief van: bezoekers van concerten, dance-avonden en evenementen; verschillende soorten goederen; artiesten en hun crew; medewerkers BWH en BRUT. 3.6.2
Gebouwconcept vanuit perspectief bezoeker Bezoekers genieten van de optimale belevingswaarde van de zalen, met o.a. goede zichtlijnen richting het podium. Er zijn goede faciliteiten op het gebied van horeca en sanitair. Variant 1 Grote zaal binnen: De publieksentree bevindt zich aan de zijkant van het gebouw, aan het plein en nabij de plek waar de fietsenstallingen zich bevinden. Gezien de ligging op het zuiden, leent deze kant zich goed voor een terras. Bezoekers komen binnen in de niet geklimatiseerde ruimte en van daaruit in foyer/café. De zalen en andere verblijfsruimten worden bereikt vanuit de geklimatiseerde zone. De niet geklimatiseerde ruimte kan worden benut voor onder andere lockers en een ticketautomaat. Variant 2 Grote zaal buiten: Er zijn twee publieksentrees; één aan de zijkant op een vergelijkbare plek als in variant 1. De andere entree ligt aan de Sint Olafstraat. Voor bezoekers die te voet komen (openbaar vervoer, auto elders geparkeerd) is dit een logischere plek om het gebouw binnen te komen. Zij betreden eerst de niet geklimatiseerde ruimte. Deze functioneert in deze variant als een soort stationshal met daaraan ‘kiosken’ met eigen entrees: foyer/café, ruimten van BRUT, popoefenruimten en kantoren. Voor beide varianten: In de foyer bevindt zich een ontvangstplek voor een gastvrouw/gastheer die kan worden gecombineerd met de bar.
Ook is er in de foyer ruimte voor een plek voor merchandising. Veiligheidscontrole vindt plaats direct achter de entree bij danceavonden (en risicovollere events) door middel van aanwezig security personeel. Er is geen (bewaakte) garderobe.
3.6.3
Gebouwconcept vanuit perspectief goederen De laad- en losvoorziening is overdekt en inpandig. Deze biedt tevens ruimte voor het kortstondig parkeren van goederen. De goederen moeten via goede verbindingen naar de juiste plaats worden gebracht. Het is van belang dat met name de podia en de laad- en losvoorziening zo kort mogelijke en efficiënte verbindingen hebben. Hierdoor wordt het mogelijk de kosten voor personele inzet van de crew van artiesten en die van medewerkers van het Burgerweeshuis te minimaliseren. Uitgangspunt is dat zij zo weinig mogelijk hoeven te tillen. Hiertoe wordt een platform op podiumniveau gerealiseerd. Hoogteverschillen tussen de vloer van het voertuig en het platform worden overbrugd met een goederenheffer die wordt geïntegreerd in het platform. Dit in verband met voertuigen (bestelbusjes) met een lagere laadvloer. Daarnaast dient er een hellingbaan in het
Deelrapportage I - Programma van Eisen Verfijningsonderzoek Burgerweeshuis Haveneiland
17
backstagegebied te worden gerealiseerd om het hoogteverschil tussen podium/backstageniveau en maaiveld te overbruggen. Doordat de voorziening overdekt en inpandig is, wordt er zoveel mogelijk gewerkt buiten de weersinvloeden en wordt bovendien geluidsoverlast naar omliggende functies beperkt. De kleinste netto doorgangsbreedte van alle gangen en trappen is 1.200 mm. De netto doorgangsbreedte van enkelvleugelige deuren is 900 mm en van tweevleugelige deuren minimaal 2.000 mm. De tweevleugelige deuren naar de podia moeten een minimale doorgangsbreedte van 2.200 mm hebben in verband met riserdelen. De dimensionering van gangen en deuren moet afgestemd worden op het transport van decors en theatertechnische installaties. Zie ook beschrijving laad- en losvoorziening onder. Beheer van de toegang van de laad- en losvoorziening wordt uitgevoerd door middel van een video-intercom. De vormgeving en inpassing van de entree voor laden en lossen vergt zowel functioneel als visueel bijzondere aandacht. 3.6.4
Gebouwconcept vanuit perspectief artiesten en hun crew Artiesten hebben onder andere fijne podiumfaciliteiten, kleedkamers en backstage. Naast de backstageruimte, kleedkamers en zalen, gebruiken de artiesten en hun medewerkers de artiestenfoyer voor en na optredens als ontmoetingsruimte. Deze ruimte heeft een pantry en – indien mogelijk - een uitpandige rookruimte. Artiesten en crew maken gebruik van de hoofdentree of de goederenentree. De goederenentree geeft zonder kruising met publieksstromen, toegang tot de bovengenoemde ruimten. De kleedkamers liggen nabij het podium van de grote zaal. Vanuit de kleedkamers moeten de podia van de grote zaal en de kleine zaal worden bereikt zonder kruising van het publiek.
3.6.5
Gebouwconcept vanuit perspectief medewerkers
3.6.5.1
Kantoormedewerkers en vrijwilligers Medewerkers en vrijwilligers doen hun werk onder goede arbeidsomstandigheden. Zij maken gebruik van de hoofdentree of de goederenentree. Het kantorencluster is verderop beschreven.
3.6.5.2
Medewerkers bij producties De medewerkers bij producties bestaat uit professionals en vrijwilligers. De volgende functies/werkzaamheden worden onderscheiden: Bedrijfsleider (bij grotere producties + assistent bedrijfsleider) Stagemanager (bij grotere producties) Technici: werkzaam in de zalen, muziekcafé, backstage Beveiliging: werkzaam bij entree en zalen Gastvrouw/heer: werkzaam in foyer (bij kaartjesautomaat, lockers) Horeca: werkzaam in zalen, foyer, facilitaire ruimten Schoonmaak: werkzaam in hele gebouw (is na afloop van producties, vaak de volgende ochtend)
Deelrapportage I - Programma van Eisen Verfijningsonderzoek Burgerweeshuis Haveneiland
18
Bij events worden de betreffende medewerkers gebrieft in de foyer en/of de pauzeruimte.
3.7
Beheer Binnen de beschreven functioneel-ruimtelijke kaders, dient bij de keuze voor ontwerpoplossingen te worden gestreefd naar minimalisatie van exploitatiekosten zoals met betrekking tot: Onderhoud aan gebouw en installaties; Energie; Schoonmaak.
3.8
Architectuur
3.8.1
Imago en externe uitstraling Het Burgerweeshuis is een culturele kernvoorziening in de gemeente Deventer en onlosmakelijk verbonden met het monumentale gebouw aan de Bagijnenstraat. Met een verhuizing naar het Haveneiland kiest het Burgerweeshuis welbewust voor een nieuw avontuur. De locatie aan de rand van het stadscentrum en de bestaande industriehal appelleren aan de functie en het imago van creatieve broedplaatsen. De utilitaire uitstraling van de hal kan het imago van het Burgerweeshuis ontwikkelen en vice versa. Het Burgerweeshuis dient een nieuw, eigen gezicht op het Haveneiland te krijgen. Het Haveneiland is nog ‘onaf’; hierdoor wordt de bezoeker/maker uitgenodigd om zelf initiatief te ontplooien: ‘je bent hier welkom en we staan open voor jouw ideeën’.
3.8.2
Interne beleving Uitdaging in het ontwerp is het benutten van de kwaliteiten van de bestaande hal: het industriële, vrijdragende ‘pannekoekdak’ met de lichtstraten. Met name de entreezone en de foyer die wordt gecombineerde met het café biedt daartoe kansen. Binnenin het gebouw is het voor de bezoeker duidelijk dat hij zich in een poppodium in een karakteristiek gebouw bevindt. De zalen van BWH, repetitieruimte BRUT, popoefenruimten en facilitaire ruimten dienen om verschillende redenen als besloten volumes te worden vormgegeven. Voor de kleedkamers en kantoren liggen er wellicht kansen in een semi-open setting onder de kap. Het gebouw heeft een heldere lay-out. Vanuit het entreegebied is het duidelijk waar de bezoeker heen kan. Stijgpunten en vluchtwegen dienen herkenbaar te zijn, evenals publiek toegankelijke en niet-publiek toegankelijk ruimten. BHW heeft een voorkeur voor organische volumes binnen de hal. De nieuwe volumes sluiten aan bij de bestaande hal: rauwe randjes, niet gepolijst. Ventilatiekanalen, kabelgoten en luchtbehandelingskasten mogen in het zicht. Deze zijn onderdeel van de ‘fabriek’. Verstoring van de beleving van de lichtstraten in de kap is echter niet wenselijk. Eenmaal binnen in de zalen betreedt de bezoeker een nieuwe wereld. De beleving binnen de zalen wijkt af van die in de hal. Elementen als de bars, evt. balkonrand
Deelrapportage I - Programma van Eisen Verfijningsonderzoek Burgerweeshuis Haveneiland
19
en wandafwerkingen worden zorgvuldig vormgegeven en afgewerkt. Robuust, met materialen die een kras of veeg kunnen hebben en op lange termijn hun kwaliteit bijhouden. Liever underlayment en massieve deuren dan glasvlies en HPL. De vloeren in de zalen zijn geschikt voor popzalen en goed te reinigen (bijv. VEKA o.g.). De inrichting moet in overleg met de gebruiker worden uitgewerkt, opdat de artiesten en de medewerkers (professional en vrijwilliger) van het Burgerweeshuis trots zijn op het gebouw en daar graag in werken.
3.9
Sociale veiligheid
3.9.1
Binnen Ten behoeve van het waarborgen van de sociale veiligheid in met name de publieksruimten en de voor het publiek toegankelijke verkeersruimten gelden de volgende eisen: Goede zichtlijnen, nissen en onoverzichtelijke sprongen en hoeken zoveel mogelijk vermijden; Voorkomen van doodlopende gangen; Toezicht in alle publieks- en verkeersruimten, waaronder (nood)trappenhuizen, waar nodig met camera’s; Er moeten zodanige voorzieningen worden getroffen, dat wordt voorkomen dat het publiek ongeautoriseerd het niet-publiekstoegankelijke deel van het gebouw kan betreden. Dat heeft betrekking op zowel de kantoren, keuken, etc. als de backstage ruimten voor artiesten en hun crew.
3.9.2
Buiten Vanuit het oogpunt van sociale veiligheid dient in het ontwerp aandacht te worden geschonken aan de mogelijkheid voor informeel toezicht door personeel, passanten en gebruikers. Waarborgen van veiligheid door: Goede binnen- en buitenverlichting, ook bij de fietsenstallingen; Duidelijke inrichting, ingangen, uitgangen, richtingen van routes, alternatieve vluchtmogelijkheden. Cameratoezicht op eigen terrein en de buitengevels van het gebouw. Gezien de ligging op een locatie zonder – vooralsnog – noemenswaardige woonfuncties, is specifiek aandacht nodig voor veilige (fiets)routes richting de Industrieweg. Voorzieningen hiervoor zijn geen onderdeel van het PvE.
3.9.3
Nooduitgangen Het poppodium moet zijn voorzien van de wettelijke verplichte vluchtwegen en nooduitgangen. De mogelijkheid van misbruik door het publiek moet zoveel mogelijk worden voorkomen (het binnenlaten van mensen via de nooduitgang).
Deelrapportage I - Programma van Eisen Verfijningsonderzoek Burgerweeshuis Haveneiland
20
3.10
Beschrijving ruimteclusters en ruimten
3.10.1
Grote zaal (binnen en buiten hal) Hoofdgebruik: In de grote zaal zal de (sub)top van de internationale acts en de top van de nationale bands, dj’s en producers in Deventer staan. Capaciteit De grote zaal is gedimensioneerd op een reguliere bezetting van 675 en een piekbezetting van 735 bezoekers. De aantallen zijn exclusief het personeel van artiesten en het Burgerweeshuis in de zaal en artiesten op het podium. Het publiek heeft vanaf alle posities overwegend goed zicht over het grootste deel van het podium. Gezien de inpassing in de hal, is de hoogte beperkt. Een goede positionering van entrees, bars, trap en eventuele hoogteverschillen is essentieel om de publiekscapaciteit en -beleving te optimaliseren. Hiertoe dienen tijdens het ontwerp uitgebreide zichtlijnenstudies te worden uitgevoerd. Entrees De entree(s) van de grote zaal bevindt/bevinden zich zo ver mogelijk achterin, om te voorkomen dat publiek zich ophoopt vlak voor het podium, waardoor congestie kan ontstaan. Alle entrees zijn voorzien van sluisdeuren, zodat verstoring door invallende lichtbundels uit de aanpalende ruimten wordt voorkomen. Tevens wordt hiermee geluidsoverlast naar omliggende ruimten zo veel als mogelijk voorkomen. Balkon (alleen bij grote zaal hoog) Het balkon wordt vanuit de zaal ontsloten (getekend PvE).
Ontsluiting via de foyer is ook mogelijk, indien een goede integrale oplossing voor overige programmaonderdelen mogelijk is. Het balkon moet afgesloten kunnen worden, zodat bij minder grootschalige activiteiten de publiekscapaciteit wordt gereduceerd, hetgeen bijdraagt aan een intiemere sfeer. Het balkon wordt uitgevoerd als staantribune met treden van tenminste 0,95 m diep; borstwering op elke trede met een hoogte van ca. 1 meter. Op de treden kunnen losse stoelen worden geplaatst. In het ontwerp dienen specifieke zichtlijnstudies te worden uitgevoerd, om de hoogte en positionering van de treden te bepalen. Vloer Met het oog op sfeer en zichtlijnen kan de vloer van de zaal met tredes worden uitgevoerd. In dat geval dient met name rekening te worden gehouden met de toegankelijkheid voor mindervaliden. In het ontwerp dienen specifieke zichtlijnstudies te worden uitgevoerd, om de hoogte en positionering van de treden te bepalen. Plafond De bouwkundige draagconstructie moet integraal worden ontworpen met de theatertechnische voorzieningen en gebouwinstallaties. Het primaat ligt bij de theatertechnische installaties.
Deelrapportage I - Programma van Eisen Verfijningsonderzoek Burgerweeshuis Haveneiland
21
Hoogte Voor hijs-/ophangvoorzieningen en lichtspots is ca. 1,60 m nodig. De benodigde vrije ruimte tussen podiumvloer en (de hoogst opgehangen) onderkant lichtspots bedraagt minimaal 4 meter. De bevestigingshoogte voor de theatertechnische installaties boven het podiumniveau is dan minimaal 5,6 meter (zaal zonder balkon). De netto hoogte tussen vloerniveau en bouwkundig plafond bedraagt (afhankelijk van de precieze podiumhoogte) dan minimaal 6,6 meter. Bij de zaal met balkon wordt uitgegaan van een netto zaalhoogte tussen vloer en bouwkundig plafond van minimaal 9 m. De precieze hoogte dient te worden bepaald op basis van de zichtlijnenstudie. De hijsvoorziening moet te benaderen zijn met een genie. Podium De afmetingen van het podium, inclusief zijpodia en geluidsinstallatie, zijn 7/8 m diep en 14 m breed. De netto breedte van het podium excl. zijpodia bedraagt ca. 10 m. De zijpodia worden afgescheiden van het podium door middel van gordijnen en/of coulissen. De hoogte dient te worden bepaald aan de hand van zichtlijnen en zal circa 1,001,10 meter bedragen. Achtertoneel/bergruimte podium Deze ruimte wordt gebruikt voor het opbergen van geluids- en lichtapparatuur en het prepareren en klaarzetten van sets bij optredens. Deze ruimte kan achter of naast het podium liggen en is hiermee direct verbonden middels een dubbele deur.
Artiesten komen op het podium door een eenvoudig te openen (enkele) deur. Muziek en Video De zaaltafel techniek bevindt zich midden voor het podium en, vanaf het podium gemeten, op circa 2/3 van de zaal, in elk geval niet onder het balkon (bij grote zaal hoog) in verband met de akoestiek en vormt geen obstakel naar de bars. Horeca De horeca is een belangrijk onderdeel van het Burgerweeshuis en is mede bepalend voor de uitstraling, sfeer en waardering van het publiek. In de zaal bevinden zich 2 bars, ieder met een lengte van ca. 5,4 m, in principe gepositioneerd langs lange zijde en achterzijde van de zaal. Op het balkon (alleen grote zaal hoog) bevindt zich een bar met een lengte van 4 meter. Voor de horecapunten gelden de volgende uitgangspunten: Optimaal bereikbaar voor het publiek; Zichtlijnen niet belemmeren; Het zijn afhaalpunten en geen hangplekken, dus voor publiek zicht vanaf de bars op het podium zoveel als mogelijk voorkomen; Direct zicht voor personeel van de zaalbar op het podium; Goed bereikbaar voor het personeel; Directe verbinding of korte looplijnen met de horeca-opslag achter de bar; Afsluitbaar. Voor het wegzetten van glazen moeten planken in de zaal worden geïnstalleerd.
Deelrapportage I - Programma van Eisen Verfijningsonderzoek Burgerweeshuis Haveneiland
22
Karakter/sfeer Voor de grote zaal staat de ‘clubfunctie’ voorop. De zaal moet spannend zijn, comfortabel en vertrouwd, waardoor deze uitnodigt tot een langer verblijf. De zaal heeft een eigen karakter en is geen rechthoekige ‘doos’ zoals veel zalen die de afgelopen decennia in Nederland zijn gebouw. Bijzondere aandachtspunten zijn: Zichtlijnen; met name in de zaal zonder balkon Vormgeving en verlichting bars Afwerking wanden en vloer Detaillering balkonhekken Onderhoud De zaal zal intensief worden gebruikt door grote groepen mensen. De grote zaal moet daarom eenvoudig te reinigen zijn. Waterbestendige materialen zijn daarbij het uitgangspunt. Vloer en plinten zijn uit een stuk (bak) en er zijn schrobputjes voorzien in de vloer. 3.10.2
Kleine zaal Hoofdgebruik In de kleine zaal komen de opkomende acts uit het nationale en internationale circuit, talent op het podium en nieuwe lokale danceconcepten te staan. Capaciteit De kleine zaal is gedimensioneerd op een reguliere bezetting van 275 personen en een piekbezetting van 300 personen. De aantallen zijn exclusief het personeel van artiesten en het Burgerweeshuis in de zaal, maar exclusief artiesten op het podium. Het publiek heeft vanaf alle posities overwegend goed zicht over het grootste deel van het podium. Een goede positionering van entree, bar, trap en eventuele hoogteverschillen is essentieel om de publiekscapaciteit en -beleving te optimaliseren. Hiertoe dienen tijdens het ontwerp uitgebreide zichtlijnenstudies te worden uitgevoerd. Entree De entree van de kleine zaal bevindt zich zo ver mogelijk achterin, om te voorkomen dat publiek zich ophoopt vlak voor het podium, waardoor congestie kan ontstaan. De entree is voorzien van sluisdeuren, zodat verstoring door invallende lichtbundels uit de aanpalende ruimten wordt voorkomen. Tevens wordt hiermee geluidsoverlast naar omliggende ruimten zo veel als mogelijk voorkomen. Vloer Met het oog op sfeer en zichtlijnen kan de vloer van de zaal met tredes worden uitgevoerd. In dat geval dient met name rekening te worden gehouden met de toegankelijkheid voor minder validen. Plafond
Deelrapportage I - Programma van Eisen Verfijningsonderzoek Burgerweeshuis Haveneiland
23
De bouwkundige draagconstructie moet integraal worden ontworpen met de theatertechnische voorzieningen en gebouwinstallaties. Het primaat ligt bij de theatertechnische installaties. Hoogte De bevestigingshoogte voor de theatertechnische installaties is ca. 3,5-4,0 meter. De vrije ruimte tussen podiumvloer en lichtophanging is circa 3,0 meter. De theatertechnische installaties moeten middels een genie of d.m.v. hijsvoorzieningen gesteld en vervangen kunnen worden. Podium Het podium meet ca. 5x8 meter. De hoogte van het podium dient te worden bepaald aan de hand van zichtlijnen en zal naar verwachting minimaal 0,8 m zijn. Plafond Het plafond is voorzien van de benodigde voorzieningen ten behoeve van de lichten geluidinstallatie. Karakter/sfeer De kleine zaal dient intiem, gezellig en multifunctioneel te zijn. Bij een kleiner bezoekersaantal moet deze sfeer behouden blijven. Het is meer een club- dan een concertzaal met bij voorkeur geen strakke rechthoekige vorm. Onderhoud Vergelijkbaar met de grote zaal. Horeca In de kleine zaal dient een bar van ca. 3,6 strekkende meter aanwezig te zijn. De eisen aan de bar zijn gelijk aan die voor de grote zaal. 3.10.3
Foyer met café c.a. De foyer is de centrale ruimte in het gebouw waaromheen alle publieksfuncties georganiseerd zijn. Het hoofdgebruik is: Café: overdag en ’s avonds op dagen zonder (grote) programmering en na afloop van concerten; Bij concerten en dance-activiteiten: verkeer van en naar de zalen, ‘lucht happen’, praten, hangen, zitten, zien en gezien worden; Bij evenementen: mogelijkheden voor presentaties; De ruimte moet ruim opgezet zijn en ruimte en licht ademen. Eventuele overruimte in de bestaande hal wordt zoveel mogelijk benut om het oppervlakte en volume van de foyer te optimaliseren. Bij voorkeur daglicht via de gevel en een directe verbinding met een buitenterras (aan het water). Bij concerten en dance-activiteiten heerst er relatieve rust in de foyer.
Deelrapportage I - Programma van Eisen Verfijningsonderzoek Burgerweeshuis Haveneiland
24
In/om de foyer bevinden zich de volgende functies/ruimtes: Caféfunctie c.a. kaartjesautomaten ontvangstplek omkleedruimte medewerkers publieksvloer merchandising lockers toiletten Hierna worden deze functies/ruimtes beschreven. Café-functie c.a. Indien ingericht met banken en/of tafels met stoelen biedt het café ruimte aan circa 50 zitplaatsen. Banken tegen de muren nemen relatief weinig plek in beslag. Ingeval van hoge zaalbezettingen moeten losse tafels en stoelen eenvoudig opgeborgen kunnen worden in de meubelberging. Tevens kan het café een belangrijke inkomstengenerator zijn. Daarvoor is het belangrijk dat het publiek na afloop van de concerten in de zalen worden uitgenodigd om langer in het café te verblijven. In het café dient een flinke bar van ca. 5,4 strekkende meter aanwezig te zijn. De eisen aan de bar zijn gelijk aan die voor de zalen. Achter of nabij de bar zijn de horecaopslag, de bereidings- en de spoelkeuken gelegen, deze ruimtes zijn alleen toegankelijk voor het personeel. Belangrijkste functies van de bereidingskeuken zijn het bereiden van daghappen en hapjes voor klanten (2 shifts van maximaal 50 personen) en van maaltijden voor max. 40 medewerkers en artiesten. Kaartjesautomaten Dag- en avondverkoop tickets. Veiligheidscontrole vindt plaats bij hoofdentree. Werk-/ontvangstplek overdag Werkplek overdag (bijv.
publi) Ontvangst van bezoekers, leveranciers, artiesten Omkleedruimte medewerkers Ten behoeve van het (horeca)personeel. Deze ruimte is gescheiden van de artiestenruimten. Merchandising Merchandising vindt bij voorkeur plaats vanuit een mobiele stand in de foyer. Hiervoor dienen stroomvoorziening en belichtingsmogelijkheden aanwezig te zijn. Lockers
Deelrapportage I - Programma van Eisen Verfijningsonderzoek Burgerweeshuis Haveneiland
25
De garderobe voor het publiek bestaat uit lockers van verschillende afmetingen voor jassen en tassen. Er is geen bewaakte garderobe waarin jassen worden opgehangen. De lockers worden bij voorkeur verspreid. Toiletten Het sanitair voor de zalen ligt aan de foyer. Uitgangspunten voor de verdeling zijn: reguliere maximale capaciteit grote zaal is maatgevend (675 bezoekers) 1 toilet per 30 bezoekers (22 toiletten) reguliere wc’s: 16 urinoirs: 6 Vloer De vloer moet zodanig zijn vormgegeven dat een vlotte doorstroming van grote publieksstromen mogelijk is. Plafond In het plafond moeten voorzieningen voor geluid en monitoren worden gerealiseerd. Hoogte Nog te bepalen in relatie tot inpassing in de hal. Aandachtspunt is creëren van geborgenheid voor de caféfunctie i.r.t. de hoogte. Muziek en video Er zijn beperkte mogelijkheden voor muziek en video in de foyer. Onderhoud Vergelijkbaar met de grote zaal. 3.10.4
Kleedkamers c.a. De bestaande voorzieningen zullen zoveel mogelijk worden gehandhaafd. Artiestenruimte (tevens vergaderruimte) De artiestenruimte is de centrale ruimte in het artiestendomein. Deze ruimte heeft een pantry en geeft direct toegang tot de kleedkamers. De in de buitenlucht gelegen rookruimte voor artiesten is goed bereikbaar. De artiestenruimte wordt voor verschillende doeleinden gebruikt: als ontmoetingsruimte waar artiesten en hun medewerkers voor en na optredens kunnen eten, napraten en borrelen; bij afwezigheid van artiesten wordt deze ruimte gebruikt door medewerkers voor vergaderen en pauzeren. Daglichttoetreding is een vereiste.
Deelrapportage I - Programma van Eisen Verfijningsonderzoek Burgerweeshuis Haveneiland
26
Kleedkamers Er zijn 3 kleedkamers voor artiesten. De kleedkamers zijn uitgerust met een koelkast, grimetafels en spiegels. De verdere inrichting bestaat uit een tafel met stoelen en zitbank(en). De sfeer in de kleedruimtes is woonkamerachtig, bij voorkeur met daglichttoetreding. In verband met mogelijk gebruik van mindervaliden, moet in één kleedkamer rekening worden gehouden met aangepaste voorzieningen. De podia van de beide zalen dienen door de artiesten te kunnen worden bereikt zonder publieksstromen te kruisen. Het niveauverschil tussen de kleedkamers en de podia is maximaal één verdieping. Sanitair artiesten Het sekseneutrale sanitair is gescheiden van de kleedkamers. Er dient te worden voorzien in toiletten, wastafels en douches. De doucheruimte heeft een droog (omkleed-) en een nat (was-) gedeelte, die gedeeltelijk van elkaar zijn gescheiden. In het droge gedeelte moeten voorzieningen als een zitgelegenheid, een mogelijkheid voor het ophangen en neerleggen van kleding en een spiegel zijn opgenomen. Afhankelijk van de ruimtelijke inpassing kan dit deel in twee blokken worden gesplitst. Rookruimte De artiesten hebben, als dat inpasbaar is, een in de buitenlucht gelegen rookruimte ter beschikking. Kantoor tourmanager De tourmanager kan beschikken over een minikantoorruimte, die is ingericht met een bureautafel en een stoel. 3.10.5
Kantoren De kantoren van BWH hebben 10 werkplekken, onderverdeeld in 3 clusters voor medewerkers die veel aan één plek gebonden zijn. De ruimte heeft een open uitstraling met akoestische scheidingen. Uitgangspunt is dat het deel met de werkplekken zodanig wordt ontworpen dat het in de toekomst anders kan worden ingedeeld. Daarnaast is er een flex-kantoor dat met 6 werkplekken; in principe 4 werkplekken bestemd voor BWH en 2 voor BRUT. BRUT beschikt over een kantoor met 6 werkplekken, onderverdeeld in 2 clusters. De ruimte heeft een open uitstraling met akoestische scheidingen. Een standaard kantoorwerkplek bestaat tenminste uit een bureau met bureaustoel, een computer, een telefoon, een ladenblok en een archiefkast. Een flexplek is kleiner; deze bestaat uit een bureau met bureaustoel, computer en telefoon. Tevens bevinden zich werkplekken in de volgende ruimten: Ontvangstplek (zie Foyer) Werkplaats techniek 1 werkplek t.b.v. productieleiding/theatertechniek