2022-571 Woonzorgvisie okt 2022
Tekst van het document
WWW.DEVENTER.NL
Woonzorgvisie Gemeente Deventer OKTOBER 2022
Inhoud Voorwoord Woonzorgvisie ...........................................................................................................................................................................
3
Waarom willen we een woonzorgvisie? .............................................................................................................................................
4
1. De opgaven van de toekomst, feiten en cijfers ..................................................................................................................
5
2. Klaar voor de toekomst? Onze visie in drie lijnen ............................................................................................................
9
Uitdaging 1 Realiseren van voldoende passende en betaalbare huisvesting ......................................................................... Uitdaging 2 Realiseren van passende huisvesting en ondersteuning voor specifieke doelgroepen .................... Uitdaging 3
9 13
Leefbaarheid in wijken en dorpen behouden en bevorderen ................................................................................
18
Aandachtspunten voor het vervolg! .....................................................................................................................................................
22
Samenvattend ........................................................................................................................................................................................................
23
Woonzorgvisie gemeente Deventer
2
Voorwoord Woonzorgvisie Een groeiende groep senioren woont in onze wijken en dorpen. Ouderen willen graag zolang mogelijk zelfstandig blijven. Daarnaast kan de professionele zorg de vergrijzing niet bijbenen. Daardoor is het ook noodzakelijk dat ouderen zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen. Daarvoor is goede hulp en ondersteuning nodig. Behalve ouderen, zijn er ook andere kwetsbare groepen die in onze wijken en dorpen wonen. Denk aan mensen die beschermd hebben gewoond of een tijd dakloos zijn geweest door bijvoorbeeld psychische problemen. Of kwetsbare jongeren die niet kunnen terugvallen op hun ouders. Mede door de druk op de woningmarkt is het een grote uitdaging om enerzijds te zorgen voor voldoende huisvesting voor deze groepen en anderzijds te zorgen voor voldoende hulp en ondersteuning zodat deze groepen prettig kunnen wonen, leven en meedoen. Nu wordt er binnen de gemeente en in samenwerking met partners zoals woningbouwcorporaties, aanbieders van zorg en ondersteuning en bewoners al heel veel gedaan. Ik ben bijzonder trots op wat er dagelijks al voor elkaar wordt gebokst in onze mooie gemeente. Maar het is niet genoeg. Ons college vindt het van belang om de huisvesting en de zorg en ondersteuning nog meer in samenhang te benaderen. Door te werken vanuit een duidelijke visie op wonen en zorg, willen we snellere en grotere stappen kunnen maken.
Vandaar deze integrale woonzorgvisie. Deze woonzorgvisie is niet het startpunt maar hopelijk wel het versnellingspunt. De opgave is complex. Op onderdelen moeten we grote stappen zetten of versnellen. Het aanbrengen van meer samenhang tussen de verschillende programma’s helpt daarbij. We doen dit niet alleen maar samen met onze partners en onze inwoners die we ook hebben betrokken bij het opstellen van deze visie. Ik geloof in de kracht van de samenleving op wijk- en dorpsniveau. De samenleving in wijken en buurten versterken we zodat iedereen hier een plek kan houden of krijgen en mee kan doen. Naar elkaar omkijken en de juiste zorg en ondersteuning organiseren, daar draait het om. Samen zorgen voor een veilige, vertrouwde woonomgeving voor iedereen.
Liesbeth Grijsen wethouder
Woonzorgvisie gemeente Deventer
3
Waarom willen we een woonzorgvisie? We willen dat al onze inwoners goed wonen. Daarvoor hebben we een goed beeld nodig over hun toekomstige vraag. Zo kunnen we passende woningen en voorzieningen op de juiste plekken realiseren. En dit is actueel: gemeenten, corporaties en zorgorganisaties breken zich nu al het hoofd over het vinden van geschikte woningen voor verschillende doelgroepen. Denk aan senioren, mensen die uitstromen uit beschermd wonen en maatschappelijke opvang, statushouders en dak- en thuislozen. In de gemeente Deventer vinden we een separate visie op deze uitdagingen belangrijk. In deze woonzorgvisie brengen we dan ook de uitgangspunten uit het Verbindend Kader Sociaal Domein en de Omgevingswet vanuit de gemeente Deventer samen.
WELKE EFFECTEN BEOGEN WE? De woonzorgvisie wil de werelden van zorg en wonen bij elkaar brengen. Het is een kompas voor het behouden en versterken van een fijn woon- en leefklimaat in de gemeente Deventer. Van belang zijn zowel voldoende passende woningen alsook een prettige leefomgeving. Enerzijds om alle inwoners een plek te geven waar zij zich thuis voelen en kunnen wonen en leven op een manier zoals zij willen. Anderzijds om kwaliteit van leven te verhogen en daarmee de sociale samenhang in wijken en dorpen te versterken. Het ‘zorgen voor elkaar’ is een uitdaging waar we een antwoord op moeten vinden. Toenemende aantallen mensen doen een beroep op zorg, de capaciteit van ons zorgstelsel en professionals in zorg en welzijn neemt af. Tegelijkertijd sluit de visie aan bij het WOZO-programma: zelf als het kan, thuis als het kan, digitaal als het kan. Datzelfde geldt voor de samenhang met het programma ´Een thuis voor iedereen´ waar een prettige woonomgeving voor alle inwoners centraal staat. Ook voor hen met een specifieke behoefte.
HOE IS DE WOONZORGVISIE TOT STAND GEKOMEN? Deze visie is tot stand gekomen door gesprekken met onze inwoners, partners en collega’s. Alle verkregen data en informatie gaven ons de inzichten en besluiten zoals beschreven in de woonzorgvisie. Hieronder vindt u een korte weergave van de hulpbronnen: n
Analyse van bestaande documenten en databronnen (bijv. woonvisie, Wmo beleid, Verbindend kader Sociaal, omgevingsvisie/-wet)
n
Burgerraadpleging (betrokken burgers/ervaringsdeskundigen en wijkraden).
n
Raadpleging partners (woningbouwcorporaties en partners/aanbieders in sector zorg en welzijn)
n
Inbreng gemeenteraad en college gemeente Deventer.
LEESWIJZER We delen de woonzorgvisie op in een tweetal hoofdstukken: 1. De opgaven van de toekomst, feiten en cijfers. 2. Klaar voor de toekomst? Onze visie in drie lijnen. In het hele document benadrukken we de samenwerking tussen de betrokken partijen. Het gaat over de samenwerking tussen wonen en zorg, tussen inwoners en gemeente en tussen overheid en markt. De uitdagingen zijn groot, zoals te lezen is in deze visie. Door samen op te trekken en elkaar te versterken, bieden we de opgaven adequaat het hoofd. Naast onze visie geven we ook handvatten om aan de slag te gaan. Daarmee zetten we een stap van visie naar uitvoering, waarbij in de vorm van acties eerste stappen op weg naar onze ambitie benoemd staan.
Woonzorgvisie gemeente Deventer
4
1. De opgaven van de toekomst, feiten en cijfers De komende jaren kennen grote uitdagingen op het gebied van wonen en zorg. Hieronder enkele cijfers om de vraagstukken te duiden. NB: overal waar we spreken over senioren gaat het om de groep mensen van 65 jaar en ouder.
TOENEMENDE VRAAG NAAR HUISVESTING Het aantal inwoners neemt toe van 101.200 in 2021 naar een verwacht aantal van bijna 107.000 in 2035 (ABF Primos, 2021). Daarbij komt dat mensen in de toekomst steeds vaker alleen wonen. Deze ‘verdunning’ ontstaat grotendeels door het stijgende aantal thuiswonende senioren (alleenstaand). Dit betekent ook dat woningen van senioren minder vrij komen en dat er waarschijnlijk vaker senioren alleen in een woning wonen die wellicht niet passend is. De behoefte naar woningen zal stijgen van 47.000 woningen in 2021 naar ca. 54.000 woningen in 2035. Een stijging van 7.000 woningen. Naast de directe behoefte is er de ambitie om nog eens 4.000 extra woningen te bouwen in deze periode. In totaal heeft de gemeente Deventer dus plannen om 11.000 extra woningen te realiseren.
16% 12% 8% 4% 0% 2021
2025
2030
Ontwikkeling van de bevolking
2035
2040
2045
2050
Ontwikkeling van de huishoudens
Figuur 1 | Ontwikkeling bevolking en huishoudens t.ov. 2021 Deventer (ABF - Primos)
AANTAL (ZELFSTANDIG WONENDE) SENIOREN STIJGT De aankomende jaren vindt er een dubbele vergrijzing plaats. De groep oudere inwoners wordt steeds groter als aandeel van de totale bevolking. Daarbij komt dat mensen ook steeds ouder worden. Het aantal oudere inwoners (80+) neemt toe van 4.600 in 2020 naar 7200 in 2035 en 10.200 in 2050. Over de gehele periode een stijging van +121%. Daarbij is in de gehele zorgsector de beweging zichtbaar dat inwoners niet langer worden toegeleid naar zorg in een instelling, maar andersom: de zorg wordt zoveel als mogelijk georganiseerd in de eigen omgeving van de inwoner (extramuralisering). Zo is de verwachting dat de capaciteit van intramurale verpleeghuiszorg gelijk blijft of mogelijk zelfs afneemt, terwijl het aantal senioren met een zorgbehoefte toeneemt. Dit vraagt om woningen die geschikt zijn voor deze doelgroep. De verwachte toename van het aantal thuiswonende senioren (65+) tussen 2020 en 2040 bedraagt ca. 7.600.
Woonzorgvisie gemeente Deventer
5
Een specifieke aandoening die de komende jaren zal toenemen is dementie. Naar verwachting zal het aantal mensen met dementie in de gemeente stijgen van 1.600 in 2020 naar 2.900 in 2040. Dit vraagt naast huisvesting (met name doorstroom naar kleinere woningen en geclusterde woningen) om een passende sociale infrastructuur om deze groeiende groep mensen zo lang mogelijk thuis te kunnen laten wonen. Noaberschap, de sociale basis en sterke mantelzorgstructuren zijn hierin belangrijk.
Levensloopbestendige woning
Woning
Woongroep
Thuishuis
Woonzorgcomplex
Mantelzorgwoning
Moderne hofjes
Verzorgingshuis 3.0
Verpleeghuis
Zorgbehoefte
Wmo
Zvw
Wlz - extramuraal
Wlz - intramuraal
Figuur 2 | Vormen van huisvesting tussen woning en verpleeghuis
BEHOEFTE AAN BETAALBARE HUISVESTING VOOR KWETSBARE DOELGROEPEN De toename van het aantal senioren is van invloed op de huisvestingsvraag. Deze groep heeft eigen, specifieke woonwensen- en behoeften, dit zal merkbaar zijn in de toekomstige vraag naar (type) woningen. Het zal ook zichtbaar zijn in het wijk-/straatbeeld en de behoefte die er is aan ondersteuning en zorg in de wijken en dorpen. In alle dorpen en wijken wordt de toename van senioren merkbaar, veel mensen zullen senioren kennen die in de eigen wijk of buurt wonen. Daarbij zullen verschillen tussen dorpen en wijken (blijven) bestaan. Maar het is van belang om hier in de vorm van integrale gebiedsvisies keuzes in te maken. In het figuur hieronder is het percentage senioren (65+) per wijk/dorp zichtbaar gemaakt. Hoe donkerder de kleur van het gebied, hoe hoger het percentage senioren. Zo is zichtbaar dat met name in de dorpskernen een hoger percentage senioren woont (Bathmen, Diepenveen, Lettele). In stad Deventer bevindt de concentratie zich met name in Colmschate-Zuid en Borgele/Platvoet.
Figuur 3 | Percentage van senioren (65+) per wijk/dorp
Woonzorgvisie gemeente Deventer
6
In dit tweede figuur hieronder is zichtbaar in hoeverre de woningen zijn aan te passen om langer zelfstandig thuis wonen mogelijk te maken (tegen een maximale investering van €10.000). Er wordt duidelijk dat er behoorlijke verschillen zitten per wijk. Zoals de legenda duidelijk maakt zijn er in de donkergekleurde gebieden procentueel minder ‘aanpasbare woningen’ dan in de licht gekleurde gebieden. Zo zijn woningen in het centrum en het centrum gemiddeld genomen minder goed aan te passen dan woningen in Diepenveen of De Hoven.
Figuur 4 | Aanpasbaarheid van woningen om langer zelfstandig thuis wonen mogelijk te maken
Speciale aandacht verdienen de huishoudens waarin een 55+’er woont met een ADL-beperking (beperking op algemene dagelijkse levensverrichtingen). Van deze groep woonden er in 2019 ca. 311 huishoudens in een niet geschikte woning (CBS Microdata, 2019). De verwachting is dat dit aantal in 2035 is gestegen naar 396 huishoudens. Voor deze groep is er behoefte aan extra, geschikte woonruimten. Op dit moment woont het grootste deel van deze huishoudens in een (sociale) huurwoning, in deze sector bevindt zich dus de voornaamste opgave. Een indicator dat er behoefte is aan dergelijke kleine, levensloopbestendige woningen is de constatering dat veel 75+ huishoudens de verhuisbeweging maken naar meergezinswoningen (appartementen of flatwoningen), in plaats van eengezinswoningen. Daarnaast hebben we in het kader van wonen met zorg te maken met andere doelgroepen. Het gaat dan met name om kwetsbare jongeren die zelfstandig wonen en door verschillende problematieken begeleiding nodig hebben bij het zelfstandig wonen (situaties waarbij er jeugdzorg is met verblijf 16-18 jaar als jongeren 16 jaar en ouder) en uitstromers vanuit beschermd wonen of maatschappelijke opvang. Voor deze groepen geldt dat ook zij in toenemende mate zelfstandig wonen in de wijk, mogelijk met begeleiding (op afstand). Dit vergroot de behoefte aan beschikbaarheid van betaalbare woningen.
Woonzorgvisie gemeente Deventer
7
Zo is het een gegeven dat mensen die uitstromen uit beschermd wonen of vanuit de maatschappelijke opvang ca. 60 personen per jaar1 meestal alleen een uitkering hebben en alleenstaand zijn. Voor deze groep is het belangrijk dat er voldoende woningen beschikbaar zijn onder de lage aftoppingsgrens (€633,25). Voor 25% van deze groep zijn woningen nodig die vallen onder de kwaliteitskortingsgrens (€422,46), dit betreffen de jongeren tot en met 23 jaar oud. Hoe de huidige verhouding tussen koop- en huurwoningen eruitziet en hoe dit van invloed is op de woonzorgopgave wordt nader toegelicht bij uitdaging 1. Daarbij is de verwachting dat de taakstelling voor het bieden van huisvesting in onze gemeente aan statushouders de aankomende jaren fors zal stijgen. We gaan er vanuit dat we de komende jaren gemiddeld 130 statushouders per jaar van huisvesting zullen voorzien. Dit leidt tot een verwachte behoefte aan woningen van 100 woningen. De behoefte betreft hierbij wederom met name (kleine) betaalbare sociale huur. De uitdaging voor het vinden van passende en betaalbare huisvesting voor al deze kwetsbare doelgroepen wordt extra op scherp gezet door een oververhitte woningmarkt, waarin de doorstroming stokt.
1
Bron: onderzoek bureau HHM naar toekomstige behoefte aan beschermd wonen in de centrumgemeente Deventer.
Woonzorgvisie gemeente Deventer
8
2. Klaar voor de toekomst? Onze visie in drie lijnen Het ontwikkelen van een goede woonzorgvisie resulteert voor de gemeente Deventer in drie uitdagingen. In dit hoofdstuk zoomen we hierop in. Door de Deventer visie op deze uitdagingen expliciet te maken, is de verwachting een goed antwoord te kunnen bieden op de knelpunten en opgaven die de aankomende jaren op ons af gaan komen. 1. Realiseren van voldoende passende en betaalbare huisvesting. 2. Realiseren van passende huisvesting en ondersteuningvoor specifieke doelgroepen. 3. Leefbaarheid in wijken behouden en bevorderen. Het eerste thema betreft het realiseren van voldoende passende en betaalbare huisvesting. Dit is doelgroepoverstijgend en een thema dat nauw verwant is aan de algemene woonbehoeften en -knelpunten in de gemeente. In de tweede uitdaging wordt de opgave en visie expliciet gemaakt voor enkele specifieke doelgroepen. Wat is betreffende wonen, ondersteuning en zorg voor deze inwoners van onze gemeente van belang om goed te organiseren. Ten slotte wordt er in de derde uitdaging ingegaan op het belang van, en de visie op, de samenhang en leefbaarheid in wijken en dorpen. Thema’s als draagkracht, veiligheid, ontmoeten en voorzieningen staan hierbij centraal.
UITDAGING 1
Realiseren van voldoende passende en betaalbare huisvesting WAAROM? De opgave begint met het realiseren van voldoende passende en betaalbare huisvesting. Op basis van het woningmarktonderzoek is een woonbehoefte zichtbaar, waaraan op dit moment onvoldoende kan worden voldaan. In lijn met landelijke ontwikkelingen is er dus de noodzaak om voldoende huisvesting te kunnen bieden, door een combinatie van nieuwbouw, maar vooral ook door het optimaal benutten van bestaand vastgoed. Immers met alleen nieuwbouwen gaat het niet lukken om onze opgaven en ambitie voor de komende periode te realiseren. Bij het realiseren van voldoende huisvesting, is het van belang om specifiek oog te hebben voor betaalbare huisvesting. Immers steeds meer zien we dat het voor mensen lastig betaalbaar is om te gaan of te blijven wonen in Deventer. Dat geldt zowel voor specifieke, kwetsbare doelgroepen als voor bijvoorbeeld starters op de woningmarkt.
WAT DOEN WE AL? Uiteraard staat het realiseren van voldoende passende en betaalbare huisvesting hoog op de agenda. Dit komt onder meer terug in onze woonvisie. De huidige verhouding tussen huur- en koopwoningen in de gemeente is 44,5% (huur) om 55,5% (koop). Van het totaal aantal woningen hebben we in de gemeente Deventer 30% sociale huurwoningen, een verhouding die voldoet aan de beoogde 30%-norm van sociale huurwoningen per gemeente. Het is van belang te blijven anticiperen op bevolkingsontwikkelingen. We hebben daarbij oog voor de spreiding van de (sociale) huurwoningen in de gemeente. Bij het bouwen van nieuwe woningen hanteren we steeds het gemeentebrede streefpercentage van 30% sociale huurwoningen als uitgangspunt. Daarbij kijken we ook naar gemengde en inclusieve wijken waar verschillende typen woningen beschikbaar zijn. Een spreiding van huur- en koopwoningen zorgt voor een goede verdeling van draagkracht en -last in de wijken en dorpen.
Woonzorgvisie gemeente Deventer
9
Huur corporatie (2020) Gemeente Deventer
30%
Wijk 1 Binnenstad
29%
Wijk 2 De Hoven
12%
Wijk 3 Zandweert
30%
Wijk 4 Voorstad
33%
Wijk 5 Borgele / Platvoet
58%
Wijk 6 Keizerslanden
53%
Wijk 7 Rivierenwijk en Bergweide
30%
Wijk 8 Colmschate-Noord
17%
Wijk 9 Colmschate-Vijfhoek
12%
Wijk 10 Colmschate-Zuid
19%
Wijk 11 Diepenveen
19%
Wijk 12 Schalkhaar
19%
Wijk 13 Okkenbroek
0%
Wijk 14 Lettele
4%
Wijk 15 Bathmen
11%
Tabel 1 | Percentage huurwoningen van woningcorporatie per wijk/dorp
Er zijn plannen voor nieuwbouw van 11.000 woningen in de gemeente Deventer om aan de behoefte te voldoen. Nieuwbouw in de vrije huursector zal als zwaartepunt hebben huur tot ongeveer €1.000 per maand. Binnen deze voorraadgroei is er behoefte aan een aandeel van zowel sociale als vrijsector huurwoningen. Nieuwbouw in de vrije huursector zal als zwaartepunt hebben huur tot ongeveer €1.000 per maand. We gaan er vanuit dat de uitbreiding gespreid plaatsvindt over de stad. Hierdoor komt de 30%-norm in enkele wijken mogelijk dichterbij en gaat het hoge percentage in andere wijken wellicht naar beneden. Dit doen we om een betere spreiding van sociale huurwoningen binnen de gemeente Deventer te realiseren. Naast het realiseren van nieuwbouw wordt er ingezet op de mogelijkheid om op korte termijn flexwonen mogelijk te maken. Onder flexwonen verstaan we doorgaans flexibele, kleine woningen die bedoeld is voor mensen die snel huisvesting nodig hebben. Bepaalde groepen inwoners hebben er baat bij om snel een start te maken aan een nieuwe wooncarrière. Voor andere groepen is het juist belangrijk dat er een vaste oplossing komt in de woonvraag. Vanuit de bestaande samenwerking met woningcorporaties is het belangrijk om de focus op slimme, levensloopbestendige woningen te continueren.
Hieronder verstaan we woningen die geschikt zijn of eenvoudig geschikt te maken zijn voor bewoning tot op hoge leeftijd, ook in geval van fysieke handicaps of chronische ziekten van bewoners.
WAT MOETEN WE NOG MEER DOEN? 1.1 NIEUWBOUW Zoals op de vorige pagina te lezen wordt er in de gemeente en regio al volop ingezet op nieuwbouw, om op deze manier te voldoen aan de nijpende vraag naar woningen. Het verkennen van impulsen aan het versnellen van de nieuwbouw (zowel sociale huur als particuliere verhuur en koop) is hierin een constant punt van aandacht. Ook in de aankomende jaren ontwikkelen we mogelijke nieuwbouwprojecten zoveel als mogelijk in samenspraak met onze inwoners. Bij deze nieuwbouw is het belangrijk om oog te hebben voor de benodigde voorraad vanuit de behoeften die naar voren zijn gekomen in onze opgaven. Bij het realiseren van nieuwbouwplannen kijken we steeds naar onze ambitie om gemeentebreed 30% sociale huurwoningen beschikbaar te hebben en te houden. En daarnaast streven we naar gemengde en inclusieve wijken (met diverse typen woningen en daarmee bewoners) creëren.
Woonzorgvisie gemeente Deventer
10
1.2 CREATIEVE BLIK OP (BESTAAND) VASTGOED Voor de komende jaren is het cruciaal om meer oog te hebben voor nieuwe doelgroepen en nieuwe concepten, om te voldoen aan de uitdagingen van passend en betaalbaar huisvesten. Hierbij is het zaak om creatief en pragmatisch naar mogelijk nieuwe concepten te kijken, zowel vanuit nieuwbouw als vanuit de transformatie van bestaand vastgoed. Samen met partners die kennis en kunde hebben op het gebied van vastgoed, denken we out of the box denken en doen we wat nodig is voor onze inwoners. Bij nieuwbouw gaat het zowel om de samenwerking met woningbouwcorporaties als met projectontwikkelaars. Voor bestaand vastgoed gaat het om ontwikkelaars en investeerders maar ook om samenwerking met bijvoorbeeld particuliere verhuurders. Ook zorgaanbieders kunnen hierin het voortouw nemen samen met projectontwikkelaars, waarbij het dan belangrijk is om ook ons als gemeente in een vroegtijdig stadium te betrekken. Zo zorgen we er samen voor dat we concepten ontwikkelen die zo breed mogelijk toepasbaar zijn, mogelijk breder dan de scope van de betrokken zorgaanbieder. Het is onze uitdaging om scherp te zijn op de dynamiek tussen projectontwikkelaars en de maatschappelijke doelstellingen, om vanuit de verschillende belangen het gezamenlijk belang voorop te stellen.
Hierbij denken we bijvoorbeeld aan de maatschappelijke doelstelling van een evenwichtige spreiding van kwetsbare doelgroepen over de wijken en dorpen. Maar ook het aanpassen van bestemmingsplannen om bestaand vastgoed te transformeren naar een woonbestemming (eventueel voor specifiek benoemde doelgroepen) kan hierbij van belang zijn. 1.3 DOORSTROOM BEVORDEREN, SPECIFIEKE AANDACHT VOOR SENIOREN Los van nieuwbouw is het met name belangrijk om de bestaande stenen goed te benutten. Eén van de mogelijkheden om dit te doen is het stimuleren van doorstroom. Er is een grote groep senioren (65+) die nu relatief groot woont. Zo zijn er senioren die alleen of als huishouden zonder kinderen wonen in een relatief grote eengezinswoning. Deze woningen zijn niet altijd passend voor de behoefte van de senioren (te groot). Het is daarom zaak om met name oudere inwoners te laten doorstromen naar passende, levensloopbestendige woningen, waarin met zoveel mogelijk eigen regie langer thuis gewoond kan worden. Daarbij is het belangrijk om oog te hebben voor de wensen van senioren om doorstroom te bevorderen. Het is namelijk bekend dat senioren meer bereid zijn om te verhuizen wanneer de woning zich bevindt in of nabij de wijk waar zij nu wonen. Goede voorzieningen en/of mogelijkheid om te verplaatsen naar voorzieningen (mobiliteit) vormen hierbij ook belangrijke speerpunten.
Om doorstroming te bevorderen, zoeken we ook naar manieren om financiële belemmeringen zoveel mogelijk weg te nemen. Er zijn verschillende groepen senioren met eigen woonbehoeftes: n
Zo zijn er senioren met een koopwoning die zelf in staat zijn om te verhuizen, mits er voldoende passende woningen voor hen zijn. Te denken valt aan appartementen of kleine woningen in bijvoorbeeld hofjes in hun eigen wijk.
n
Mensen met een relatief beperkte beurs die wonen in een koopwoning, die niet volledig geschikt is voor levenslang blijven wonen, maar die met enkele aanpassingen wel geschikt te maken is. Denk bijvoorbeeld aan verbouwen waardoor bad- en slaapkamer op begane grond mogelijk zijn.
n
En er is de groep die huurt van de corporatie en die door de corporatie gestimuleerd kan worden tot passend wonen.
Woonzorgvisie gemeente Deventer
11
Meerderheid staat open voor meer
Bereidheid van ouderen om te verhuizen neemt toe.
Behoefte aan veiligheid,
Behoefte aan woonvormen tussen
Behoefte aan diversiteit en (cultuur)
ontmoeting en voorzieningen.
thuis en verpleeghuis.
trekken voor een aangepaste woonvorm.
Bron: ING, ANBO, PBL
Figuur 5 | Woonwensen van senioren (bron: ING, ANBO, PBL)
HOE GAAN WE DIT DOEN? n
We maken afspraken met ontwikkelaars over spreiding en diversiteit van woningaanbod. We streven in onze gemeente naar inclusieve wijken en dorpen. Dit doen we onder meer door een streefpercentage te hanteren van 30% aan sociale huurwoningen per dorp/wijk. Hierbij realiseren we ons dat dit niet in alle dorpen/wijken passend is, in die gevallen wijken we beargumenteerd af van het streefpercentage. Daarbij houden we zo veel als mogelijk rekening met een mix van woningen binnen een wijk om te voorkomen dat we over een aantal jaren eenzelfde scheve verdeling tussen buurten (binnen wijken en dorpen) zien. Ook voor de doelgroep die behoefte heeft aan huur in het middensegment besteden we aandacht om te zorgen dat juist voor senioren doorstroom mogelijk wordt.
n
We maken afspraken met de woningbouwcorporaties over het vergroten van de verhuisbereidheid van huurders. Woningbouwcorporaties zien namelijk dat mensen vooral willen blijven wonen in de huidige woning en dat verhuisbereidheid minimaal is. Dat maakt dat de corporaties inspanningen op dit onderdeel als weinig effectief zien. In de prestatieafspraken geven we hier nader invulling aan. Een denkrichting is het proactief aanrijken van alternatieve woonopties voor scheefhuurders.
n
We creëren woningruimte door creatief gebruik te maken van bestaand vastgoed zoals kantoren en winkelpanden maar ook onderzoeken we mogelijkheden van woningdelen (zie ook uitdaging 2 voor woningdelen bij specifieke doelgroepen).
Woonzorgvisie gemeente Deventer
12
UITDAGING 2 Realiseren van passende huisvesting en ondersteuning voor specifieke doelgroepen WAAROM? Waar in de vorige uitdaging de nadruk lag op passende en betaalbare huisvesting, ligt bij deze uitdaging de focus vooral op het creëren van geschikte huisvestingsmogelijkheden voor specifieke doelgroepen. Om deze uitdaging te duiden zoomen we in op een drietal groepen, namelijk senioren, uitstroom beschermd wonen/ maatschappelijke opvang en jongeren.
WAT DOEN WE AL? Als gemeente doen we verschillende dingen om de passendheid van huisvesting te vergroten. Als het gaat om passendheid valt enerzijds te denken aan de aanpassing van woningen (fysieke passendheid) en anderzijds om het toeleiden naar woningen (financieel en beschikbaarheid van woningen). De gemeente vergoedt bepaalde woningaanpassingen vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Het gaat hierbij zowel om kleine aanpassingen (handgrepen in de badkamer en het weghalen van drempels in de woning) als grotere aanpassingen (verbouwingen in badkamers of keukens wanneer inwoners ernstige fysieke beperkingen hebben waardoor zij anders niet kunnen blijven wonen). Woningaanpassingen zorgen ervoor dat inwoners langer thuis kunnen blijven wonen. De gemeente vraagt een eigen bijdrage voor het doen van deze aanpassingen. Niet elke aanpassing wordt vergoed. We hanteren het stappenplan van de Centrale Raad van Beroep. Voor specifieke doelgroepen is er bijzondere bemiddeling. Mensen die dringend behoefte hebben aan een sociale huurwoning maar hierop lang moeten wachten of niet in aanmerking komen, kunnen toch in aanmerking komen om daarmee doorstroom vanuit zorginstellingen te bevorderen. Dit hebben we afgesproken met woningbouwcorporaties. De afgelopen jaren is bijzondere bemiddeling een belangrijk instrument geweest om deze specifieke doelgroepen snel te kunnen helpen.
Bijzondere bemiddeling bestaat naast de urgentieregeling van woningbouwcorporaties. De urgentieregeling betreft mensen die met spoed een woning nodig hebben. Het optimaal en doeltreffend inzetten van bijzondere bemiddeling vraagt om aandacht. Het aantal woningen dat ingezet wordt voor bijzondere bemiddeling blijft achter bij de afgesproken aantallen.
Woonzorgvisie gemeente Deventer
13
Samen met woningbouwcorporaties en particuliere huurders houden we in beeld welke zorgaanbieders met verblijf zich (willen) vestigen in onze gemeente. Door hierover samen te overleggen, zorgen we ervoor dat aanbieders zich niet zomaar in onze gemeente vestigen dan wel dat we passende woningen hiervoor beschikbaar stellen. Een specifieke groep betreft de statushouders die in de gemeente Deventer (gaan) wonen. Hier hebben wij en onze partners nadrukkelijk aandacht voor, zowel voor wonen (huisvesting) als voor participatie. Idealiter spreiden we deze doelgroep over de stad, wijken en dorpen om zo participatie en integratie te bevorderen.
WAT MOETEN WE NOG MEER DOEN? 2.1 KEUZES MAKEN OMTRENT WONINGAANPASSINGEN De verwachting is dat het beroep op woningaanpassingen vanuit de Wmo de komende jaren toeneemt. Het aantal senioren dat thuis blijft wonen neemt toe, hun zorgbehoefte waarschijnlijk ook. Een toenemend beroep op de Wmo voor de aanpassingen van woningen vraagt om een duidelijke visie. De budgetten voor Wmo stijgen naar verwachting niet verder, dat leidt tot een spagaat tussen wat vanuit publieke middelen en vanuit eigen middelen betaald moet worden. Dit vraagt om keuzes. 2.2 GEBRUIK VAN BIJZONDERE BEMIDDELING OPTIMALISEREN Bijzondere bemiddeling is bedoeld om mensen die uitstromen uit een zorginstelling of die dreigen dakloos te worden, snel te kunnen huisvesten met passende vormen van begeleiding. Het feit dat er door een onafhankelijke partij (het bijzonder zorgteam) wordt gewerkt aan de begeleiding en toets of de betreffende burger zelfstandig kan wonen is belangrijk. In de praktijk blijkt er bij zorgaanbieders een hobbel te bestaan om gebruik te maken van bijzondere bemiddeling. Zorgaanbieders vinden zichzelf geen verhuurder en bij het concept van bijzondere bemiddeling worden zij hiertoe wel gedwongen. De woning komt immers op naam van de zorgaanbieder te staan en wordt na een afgesproken periode ‘omgeklapt’ naar de huurder zelf.
Daarmee ligt er een risico op niet betalen van huur bij de zorgaanbieders. Om de uitstroom uit zorginstellingen te vergroten, is het van groot belang om goede afspraken te maken over bijzondere bemiddeling. Zo kan deze constructie meer worden toegepast. Het is daarnaast zinvol om te verkennen of de groep aanbieders die hiervan gebruik maakt verbreding behoeft. 2.3 BETERE AANSLUITING TUSSEN WONEN BIJ EEN ZORGINSTELLING EN THUIS WONEN (UITSTROOM BEVORDEREN, PRETTIG WONEN IN DE WIJK) Inwoners ervaren een drempel bij de doorstroom van wonen bij een zorgaanbieder naar zelfstandig wonen. Er is een relatief groot gat tussen 24/7 zorg en volledig zelfstandig wonen in de wijk. Het continueren van begeleiding voor een afgebakende periode en met dezelfde contactpersoon, helpt om mensen succesvol zelfstandig te laten wonen. Ook aan betere beschikbaarheid van informatie over zelfstandig wonen is behoefte. Er is dus zeker in de eerste fase na de uitstroom behoefte aan (de beschikbaarheid van) ambulante begeleiding en de aanwezigheid van 24/7 bereikbaarheid. De behoefte aan intensiviteit en vorm van begeleiding wordt per cliënt op maat afgestemd.
Woonzorgvisie gemeente Deventer
14
2.4 ONTWIKKELING VAN NIEUWE CONCEPTEN VOOR KWETSBARE DOELGROEPEN, UITSTROOM BESCHERMD WONEN/MAATSCHAPPELIJKE OPVANG Naast de inzet van bijzondere bemiddeling, is het goed na te denken over nieuwe vormen van wonen. We zetten als gemeente in op het onderzoeken van de volgende concepten: n
Housing First Waarbij iemand die dakloos is een huis inclusief begeleiding krijgt in plaats van naar de reguliere opvang gaat. Housing First kunnen we zien als het verlengde van Bijzondere Bemiddeling. Belangrijke randvoorwaarde hierbij is dat er voldoende woningen beschikbaar zijn voor de toepassing van dit concept. De gemeente moet hiervoor investeren in langdurige intensieve begeleiding voor deze doelgroep. Dit levert uiteindelijk een besparing in opvangkosten op. Ook draagt Housing First bij aan succesvol zelfstandig wonen en kwaliteit van leven van de betreffende inwoners. In de regio zijn we het concept van Housing First aan het verkennen, eind 2022 verwachten we een advies.
n
Wonen bij particulieren Een vorm van wonen die mogelijk relevant is voor met name (economisch) daklozen die geen woning kunnen vinden. Deze vorm is ook interessant voor jongeren die met enige aandacht toch zelfstandig kunnen wonen. Concepten als Onder de Pannen en Kamers met Aandacht richten zich op specifieke doelgroepen. Het mes snijdt aan twee kanten: zonder het toevoegen van extra woningen is er een oplossing voor woonvraagstukken van andere inwoners. Bovendien is er een stuk sociale aanspraak tussen de persoon die zijn/haar woning beschikbaar stelt en de gehuisveste. Ook woningbouwcorporaties experimenteren met woningdelen (meerdere huurders die gezamenlijk een eengezinswoning huren) voor jongeren om daarmee meer mogelijkheden te bieden aan woningzoekenden in de krappe woningmarkt. We vinden het belangrijk om hierbij oog te hebben voor de voor- en nadelen van dit woningdelen.
2.5 ONTWIKKELING VAN NIEUWE CONCEPTEN VOOR KWETSBARE DOELGROEPEN, KWETSBARE JEUGDIGEN/JONGEREN Eerder in dit stuk benoemden we kamers met aandacht, waarbij we huisvesting voor kwetsbare jongeren op een alternatieve manier invullen. Ook onderzoeken we of het concept van woningdelen een oplossing kan zijn (voor een kortere periode) om jongeren makkelijker te huisvesten. Ook andere concepten waarbij (kwetsbare) jongeren samen in een complex wonen met reguliere jongeren (bijvoorbeeld studentenhuisvesting), bieden kansen voor zoel extra huisvesting als het beroep op ‘zorgen voor elkaar’ (zie ook uitdaging 3) handen en voeten te geven. In Deventer hebben we als uitgangspunt: het normale leven versterken. Wanneer jeugdigen om wat voor redenen dan ook niet in het eigen gezin kunnen opgroeien, laten we hen wel graag in Deventer opgroeien en wonen. Met ouders in de nabijheid. Als jeugdigen niet bij hun eigen ouders kunnen opgroeien, zijn er verschillende mogelijkheden zoals een pleeggezin, gezinshuis, behandelgroep of leefgroep. Specifiek voor jeugdigen tussen de 6 en 12 jaar is er behoefte aan passende woonvoorzieningen. Deze jeugdigen willen we zoveel mogelijk regulier in een laten wijk wonen, met bijvoorbeeld een gezinsouder.
Voor de ontwikkeling van concepten als gezinshuizen of leefgroepen is het nodig om goede afspraken te maken met de woningbouwcorporaties, om zo passende locaties te vinden. Dit onderdeel kan worden meegenomen in een de integrale gebiedsvisie (onderdeel 3.1) en/of het totale aanbod van wonen en zorg (zie hieronder). 2.6 WOONCOACH INZETTEN Op het moment dat huisvesting beschikbaar is, is het voor sommige inwoners nog steeds lastig om de stap naar zelfstandig (blijven) wonen te zetten. Een wooncoach kan hierin behulpzaam zijn. Een wooncoach geeft informatie, adviseert over bijvoorbeeld financiële (on)mogelijkheden van een verhuizing. Ook kan een wooncoach aanspreekpunt zijn voor inwoners en buren. Een wooncoach lijkt op een cliëntondersteuner, maar dan met specifieke expertise. In de gemeente Voorst en Zwolle zijn positieve ervaringen met een wooncoach voor kwetsbare inwoners. De gemeente Rheden werkt met een wooncoach specifiek voor senioren.
Woonzorgvisie gemeente Deventer
15
2.7 SAMENWERKING ZOEKEN MET ‘WERK EN INKOMEN’ Waar we hierboven inzetten op het ontwikkelen van nieuwe woonconcepten en het organiseren van doorstroom naar zelfstandig wonen, is het ook raadzaam om te investeren in het op peil krijgen van inkomen van degenen die huisvesting zoeken. Met name voor jongeren is zelfstandig wonen vaak lastig, omdat hun inkomen beperkt is en het aanbod aan studio’s/kleine woningen anderzijds ook minimaal is. Bovendien wordt bij jongeren vaak een beroep gedaan op ouders om bij te springen als het inkomen niet voldoende is. Dat is voor sommige jongeren een grote drempel, zeker als de relatie tussen jongere en ouders verstoord is. In dat geval zou het mogelijk moeten zijn om meer maatwerk te leveren en bijvoorbeeld (tijdelijk) het inkomen van jongeren te verhogen. Zo maken we wonen mogelijk en voorkomen daarmee op langere termijn dakloosheid met alle gevolgen van dien (bijv. schooluitval/ niet kunnen werken /psychische problemen) te kunnen voorkomen. De kostendelersnorm wordt per 1 januari 2023 gewijzigd. Dit zorgt ervoor dat, als er sprake is van een inwonend kind van 21 tot 27 jaar, de uitkering niet wordt verlaagd van de volwassene. Op dit moment is het mogelijk om op basis van ‘bijzondere omstandigheden’ af te zien van het toepassen van de kostendelersnorm. Het opvangen van een jongere die dakloos is, valt daaronder.
Op deze manier wordt het mogelijk voor een volwassene met een uitkering, om een jongvolwassene een kamer te verhuren, met behoud van uitkering. 2.8 INZICHT IN EN REGIE OVER VERSCHILLENDE CONCEPTEN VAN WONEN Zoals blijkt uit deze woonzorgvisie zijn er veel verschillende vormen van wonen voor verschillende doelgroepen mogelijk en is het wenselijk om ook een aantal nieuwe concepten te ontwikkelen. Om goed zicht te houden op welke vormen van wonen er zijn, voor welke doelgroepen deze geschikt zijn en welke behoeften er zijn stellen we een ‘woonzorgcoördinator’ bij de gemeente. Dat vergroot de samenhang tussen wonen en zorg op het gebied van het beleid binnen de gemeente. De afstemming met woningbouwcorporaties en/of particuliere partijen (ontwikkelaars) wordt door een coördinator beter gestroomlijnd omdat niet ieder voor zich (vanuit elk beleidsterrein) zich meldt, maar doordat er samenhang ontstaat. Bovendien kan een woonzorgcoördinator de regie nemen op de verschillende ontwikkelingen uit de woonzorgvisie en kan zij partijen uit het veld van zorg en wonen aan elkaar verbinden (match-functie).
2.9 BEHOUD VAN VOLDOENDE VOORZIENINGEN VOOR DOELGROEPEN DIE NIET ZELFSTANDIG KUNNEN WONEN Naast de ontwikkeling van woonconcepten, ondersteuning voor inwoners die zelfstandig wonen en de noodzaak tot passende huisvesting is het van belang om te blijven zorgen voor voldoende voorzieningen voor groepen mensen die niet zelfstandig kunnen wonen. Juist door het aanbieden van intramurale voorzieningen voor zware doelgroepen, ontstaat rust in wijken en dorpen. De uitspattingen blijven zo relatief beperkt. Voor doelgroepen die nergens gehuisvest kunnen worden, is te overwegen om samen met het zorgkantoor te zoeken naar een beperkt aantal ‘maatwerkwoningen’ waar mensen ‘onaangepast’ kunnen wonen. Door deze doelgroepen juist ruimte te geven aan de rand van de samenleving, ontstaat in dorpen en wijken rust voor andere kwetsbare groepen. Ook bij de doelgroep die gebruik maakt van ‘onaangepast wonen’ ontstaat zo rust om hun leven te leven zoals dat voor hen passend is. 2.10 PARTICULIERE VERHUURDERS AANSPREKEN, GOED VERHUURDERSCHAP We horen nog te vaak van inwoners dat zij wonen bij een particuliere verhuurder die een zeer hoge borg vraagt of die bij een verhuizing ‘onvoldoende meewerkt’. Het is belangrijk om te verkennen op welke manier de gemeente hierin een waardevolle bijdrage kan leveren, om verhuizen voor deze kwetsbare groepen te vergemakkelijken.
Ook landelijk, vanuit het rijk, wordt er gekeken hoe hier betere afspraken over te maken zijn met particuliere verhuurders.
Woonzorgvisie gemeente Deventer
16
Waar we in deze woonzorgvisie nauw samenwerking zoeken met de woningbouwcorporaties en waar we afspraken kunnen en willen maken met projectontwikkelaars op het gebied van nieuwbouw, zien we ook uitdagingen voor de toekomst om te investeren in de relatie met particuliere verhuurders die in onze gemeente actief zijn. Door middel van bijvoorbeeld een keurmerk voor verhuurders of een loket voor inwoners waar zij zich kunnen melden met signalen over verhuurders, kunnen we onze inwoners steunen (zo nodig met maatwerk rondom inkomen, zie ook punt 6 uit hoofdstuk 2) en verhuurders aanspreken op de verantwoordelijkheid die ook zij hebben in het kader van voldoende betaalbare huisvesting.
HOE GAAN WE DIT DOEN? n
We nemen als gemeente regie in het structureel inbedden van de samenwerking tussen zorg en wonen. Dat wil zeggen: tussen de wereld van ondersteuning, welzijn en zorg en de wereld van woningbouwcorporaties en -ontwikkelaars. De noodzaak is helder en er is de wil om samen te werken. Een basis voor de structurele, versterkte samenwerking is gelegd in de vorm van het platform Wonen, Welzijn en Zorg (deelnemers hierin zijn betrokkenen vanuit organisaties/initiatieven rond wonen, welzijn en zorg). Hierop nemen we door middel van de woonzorgcoördinator meer regie.
n
We stellen een woonzorgcoördinator aan. Deze coördinator bundelt de behoefte vanuit verschillende doelgroepen (vanuit de gemeente) en zorgaanbieders en bespreekt dit met de woningbouwcorporaties.
n
We onderzoeken de beleidsmogelijkheden rond de afweging van het vergoeden van woningaanpassingen (Wmo). We nemen de opties om een bovengrens te stellen aan kosten van woningaanpassingen en de inzet van een verhuisvergoeding, mee in de afweging. Het is hierbij van belang om goed te onderzoeken wat juridisch gezien de (on)mogelijkheden zijn.
n
We geven in samenspraak tussen de collega’s van wonen en zorg nader inhoud aan begrippen door met woningbouwcorporaties een concrete invulling te geven aan begrippen als ‘levensloopbestendige woningen’. We maken specifiek en meetbaar wat er wordt bedoeld met de verschillende relevante begrippen. Hierin nemen we leidende definities (bijv. vanuit de beslisboom ‘Langer zelfstandig thuis wonen’ van Aedes) als eerste uitgangspunt.
n
We maken nieuwe afspraken over bijzondere bemiddeling in de gemeente Deventer, om de regeling te optimaliseren. Zo geven we de regeling doelgerichter en effectiever vorm. De vraag is voor welke doelgroep(en) bijzondere bemiddeling het meeste effectief is en welke rol woningbouwcorporatie en zorgaanbieder hebben ten opzichte van elkaar en van de huurder.
n
We starten met de inzet van een wooncoach. De wooncoach richt zich op het bevorderen van verhuizingen en op succesvolle nieuwe matches van specifieke doelgroepen in een wijk, ten behoeve van doorstroming. In samenspraak met corporaties brengen we focus aan en maken we hierover afspraken. Dit leggen we vast in de prestatieafspraken.
n
We stellen vast dat we beschikbaarheid creëren voor het huisvesten van minimaal 130 ‘nieuwe’ statushouders per jaar. Daarbij gaan we er vanuit dat dit leidt tot ongeveer 100 woningen op jaarbasis. Indien de vraag lager uitvalt, benutten we deze beschikbare woonruimte voor het huisvesten van overige kwetsbare doelgroepen. In de prestatieafspraken wordt bovenstaande nader uitgewerkt.
n
We ontwikkelen een checklist voor zelfstandig wonen voor cliënten die uitstromen uit beschermd wonen of maatschappelijke opvang. De checklist geeft handvatten voor wat er allemaal geregeld moet worden bij de overstap en waar er ondersteuning beschikbaar is. Dit helpt cliënten om gemakkelijker zelfstandig te wonen en partijen die ondersteuning bieden (wonen en zorg gescheiden) ook bij het goed invullen van hun rol en verwachtingen naar andere betrokken partijen.
Woonzorgvisie gemeente Deventer
17
n
We maken afspraken rondom werk en inkomen om wonen voor kwetsbare groepen toegankelijker te maken. De aangepaste regeling rond de kostendelersnorm, per 1 januari 2023, draagt hier al aan bij.
n
We maken afspraken met het zorgkantoor over de beschikbaarheid van intramurale voorzieningen voor specifieke doelgroepen (bijvoorbeeld Wlz-GGZ, combinatie LVB en GGZ, voldoende verpleeghuisplekken). Zo blijven er voor inwoners met een intensieve zorgvraag voldoende mogelijkheden bestaan om in Deventer te blijven wonen. Verhuizen naar een intramurale voorziening kan druk in wijken en dorpen wegnemen. De omvang van de groep in de wijk groeit makkelijker als de zwaarte enigszins beperkt blijft.
n
We maken afspraken met particuliere verhuurders over goed verhuurderschap. Met grote particuliere verhuurders maken we afspraken in navolging van prestatieafspraken over de huisvesting van kwetsbare doelgroepen. We maken bijvoorbeeld afspraken over de hoogte van borg, over het aantal maanden huur dat vooraf betaald moet worden en over het melden van overlast. Zo kan er al in een vroegtijdig stadium ondersteuning ingezet kan worden om escalatie en/of overlast te voorkomen.
n
We bieden kennis aan onze inwoners en werken aan bewustwording over wat de verschillende ontwikkelingen op het gebied van wonen en zorg van onze inwoners gaat vragen. Denk aan het voorbereiden op het aanschaffen van hulpmiddelen, het betrekken van een geschikte woning, maar ook wat het inhoudt om mantelzorger of ‘noaber’ te zijn voor (kwetsbare) inwoners in de omgeving.
UITDAGING 3 Leefbaarheid in wijken en dorpen behouden en bevorderen WAAROM? In bovenstaande punten ging het om de hoeveelheid woningen, type woningen en betaalbaarheid daarvan, daarbij ligt de focus vooral op het individu dat een woning zoekt. Daarnaast is ook de samenhang in en samenstelling van een wijk van groot belang. Hoe zorgen we ervoor dat een buurt echt een buurt is en dat mensen niet alleen op zichzelf wonen, maar juist ook omzien naar elkaar? We zien een verschil tussen buurten en wijken in de stad Deventer onderling maar ook in relatie tot de dorpen die ook tot onze gemeente behoren en waar veelal de gemeenschapszin groter is.
WAT DOEN WE AL? We zetten in op een samenleving waarin iedereen mee kan doen. We hebben bijvoorbeeld het programma Meedoen als belangrijke anker voor ons Wmo-beleid. Onlangs stelden we het beleidskader ‘Goede voorzieningen in de buurt (’22-’30) vast. Daarin beschrijven we dat we algemene voorzieningen als wijkcentra, buurthuizen maar bijvoorbeeld ook accommodaties als speeltuinen graag behouden in wijken en dorpen te behouden. Ze vergroten de leefbaarheid. Sterke wijken en dorpen vragen om een goede sociale infrastructuur. Deze vastgestelde visie geeft ons als gemeente de ruimte, maar ook de opdracht om duurzaam te investeren in dit type voorzieningen. We zien verbindingen met ons gezondheidsbeleid en de omgevingsvisie. Binnen de gemeente Deventer zijn gezondheid en een gezonde samenleving centrale thema’s in de omgevingsvisie. Vanuit de omgevingsvisie en ons gezondheidsbeleid richten we ons op het bevorderen van een gezonde leefstijl. Dit doen we onder andere door betekenisvol (vrijwilligers) werk te stimuleren, goede sociale contacten te bevorderen, en door het belang te benadrukken van veerkracht en zelfmanagement, sport en bewegen, sociale veiligheid en prettig wonen.
Woonzorgvisie gemeente Deventer
18
Vanaf 1 januari 2022 werken we met Voor elkaar teams (VET) die in iedere wijk actief zijn. Deze teams zijn laagdrempelig toegankelijk en hebben een rol bij het behouden, stimuleren en opbouwen van buurtnetwerken. Inwoners kunnen met allerlei vragen bij de VET teams terecht. De VET teams zijn daarmee de oren en ogen van de buurt. We gaan gebiedsgericht ontwikkelen in vier wijken. Vanuit de gebiedsgerichte visie kijken we naar wonen (ruimtelijke ordening), infrastructuur en ondersteuning (voorzieningen in de wijk). Door dit integrale perspectief komen we tot nieuwe vormen van wonen en zorg. We maken zo bovendien inwoners meer eigenaar van de ontwikkelingen die in hun wijk plaatsvinden. We hebben meer actieve deelname van inwoners nodig om de opgaven die op ons af komen te kunnen beantwoorden. Een rol hierin zien we ook weggelegd voor Platform Informele Zorg. Dit platform bestaat uit 15 organisaties die zich bezighouden met vrijwillige zorg/hulpverlening. Het streven is om deze zorg en ondersteuning zo goed als mogelijk te organiseren in de wijken en dorpen. Met behulp van het platform wordt het goed mogelijk om de verbinding te maken tussen formele en informele vormen van zorg en ondersteuning. Dit is hard nodig om de leefbaarheid op pijl te houden in de wijken en dorpen.
WAT MOETEN WE NOG MEER DOEN? 3.1 VANUIT INTEGRALITEIT EEN GOEDE VISIE OP WIJKEN EN DORPEN ONTWIKKELEN Om meer integraal beleid te maken op het gebied van wonen en zorg, moeten we kijken naar vitale wijken en dorpen. Dus als we bijvoorbeeld een nieuwbouwproject of sloop-/nieuwbouw (herbouw) doen, kijken we behalve naar wonen ook naar sociale infrastructuur: hoe betrekken we inwoners, hoe zorgen we voor participatie? Daarbij hebben we oog voor spreiding van voorzieningen en inclusieve wijken en dorpen. Het is daarom van belang om bij zowel nieuwbouw als revitalisering van wijken en dorpen aandacht te hebben voor een goede mix van koop en huurwoningen. Ook belangrijk is om te voorkomen dat concentraties van doelgroepen zich in bepaalde wijken en dorpen vestigen. Zo hebben we eerder in dit document (uitdaging 1) gesteld dat we het streefpercentage van 30% hanteren aangaande het percentage van sociale huurwoningen per wijk/dorp. Dit draagt bij aan overige doelstellingen van de gemeente, zoals het bevorderen van integratie en sociale cohesie. Er is veel geschikte data en informatie beschikbaar om te kunnen sturen op de bovenstaande punten, zowel externe bronnen als binnen de gemeentelijke organisatie (o.a. Kennis & Verkenning). Naast aandacht voor woningen en type woningen in een wijk geldt dat ook aandacht voor de toegankelijkheid belangrijk is.
Denk aan hoge stoepen en grote drempels. Bij herinrichting van wijken en dorpen is het van belang om hiermee rekening te houden. Ook de aanwezigheid van zorg (huisarts, apotheek, 24-uurszorg) is een belangrijke factor. Gezien de toename van mensen met dementie in de thuissituatie zijn ‘dementievriendelijke wijken’ belangrijk. Het gaat hierbij om oriëntatie, herkenbaarheid en veiligheid. Bathmen zet hierin waardevolle stappen (‘Dementievriendelijk Bathmen’). Het doel van de integrale dorp- en wijkvisies is een goede aansluiting bij de eigen dynamiek in de wijk of het dorp. Vanuit een integraal perspectief op wonen, vitaliteit, welzijn en zorg ontwikkelen we een wijk-/dorpsspecifieke visie en aanpak. Zo zetten we vervolgens de goede stappen. Belangrijk is om aandacht te hebben voor het verschil in dynamiek en opgaven tussen Deventer stad en de dorpen. De dorpen, die ook onderling van elkaar verschillen in ‘cultuur’ en schaalgrootte, kennen op verschillende punten andere opgaven, kwetsbaarheden en uitdagingen dan in de stad Deventer. Daarbij zijn bepaalde krachten (bijv. het noaberschap) in dorpen meer aanwezig. In de context van de dorpen is het omzien naar elkaar al meer ingebed, maar ook hierin is het van belang om dit te behouden en waar nodig te versterken. Dit is mogelijk door bijvoorbeeld het aansluiten/stimuleren van inwonersinitiatieven.
Woonzorgvisie gemeente Deventer
19
3.2 NIEUWE VORMEN VAN WONEN ONTWIKKELEN WAARBIJ ‘OMZIEN NAAR ELKAAR’ CENTRAAL STAAT In het vorige hoofdstuk hebben we ingezoomd op de ontwikkeling van nieuwe concepten van wonen, waarbij meer woningen voor kwetsbare inwoners ontstaan. Het is belangrijk om te zoeken naar woonconcepten waarin ‘omzien naar elkaar’ en sociale samenhang naar voren komt. Voorbeelden hiervan zijn hofjes voor senioren en collectief particulier opdrachtgeverschap. Ook bijvoorbeeld ‘magic mix’, waarbij vragers en dragers gezamenlijk in een complex wonen en aandacht hebben voor elkaar. Met verschillende van deze initiatieven wordt in Deventer al geëxperimenteerd, het is zaak om dit goed te monitoren. 3.3 MEER REGIE OP VOORZIENINGEN, SCHAARSE MIDDELEN OPTIMAAL INZETTEN We schreven al dat er meer inzicht en regie gewenst is op het gebied van woonvoorzieningen. Daarnaast is het belangrijk om ook samen met aanbieders van zorg en ondersteuning te kijken wat er in iedere wijk gebeurt en welke overlap daartussen bestaat. Nu bieden soms meerdere aanbieders dichtbij elkaar eenzelfde programma aan voor inwoners uit de wijk, maar richten zij zich bijvoorbeeld op een net andere doelgroep. Door meer samenwerking op te zoeken en waar mogelijk te werken over doelgroepen heen, kunnen met minder of gelijkblijvende inspanningen meer mensen worden geholpen. Dat is nodig gezien de uitdagingen van de toekomst.
De gemeente neemt hierin een regierol, maar de bereidheid tot samenwerking moet ook echt komen van aanbieders van zorg en ondersteuning. 3.4 STIMULEREN VAN DRAAGVLAK BIJ BURGERS EN INZETTEN OP PREVENTIE Een draagkrachtige wijk en langer zelfstandig wonen vragen om draagvlak bij burgers en professionals die in een wijk werken. Communicatie over veranderingen in de samenleving en de noodzaak voor inwoners om zelf regie te nemen is van groot belang! De gemeente kan hierin faciliteren door bijvoorbeeld actief aan de slag te gaan met communicatie (wijkgericht door middel van VET-teams). Daarnaast kunnen we preventie stimuleren door bijvoorbeeld burgerinitiatieven te stimuleren en/of preventief aanbod van zorgaanbieders te financieren. Dit komt ook al naar voren in ons huidige Wmo-beleid. Participatie en enthousiasme vanuit inwoners is cruciaal om de (bestaande en nog te komen) opgaven het hoofd te bieden. Op dit moment worden er al heel veel mooie initiatieven ontwikkeld door inwoners in onze gemeente (bijv. dementievriendelijk Bathmen); dit gaan we stimuleren en versterken. 3.5 AANDACHT VOOR DESTIGMATISERING EN ACCEPTATIE Alle hierboven geschetste ontwikkelingen leiden ertoe dat er mogelijk meer kwetsbare mensen wonen in de wijk. Dat betekent dat steeds meer mensen met ‘anders dan anders’ gedrag wonen.
Dat vraagt iets van een buurt maar ook van aanbieders van zorg en ondersteuning. De gemeente kan samen met zorgaanbieders inzetten op communicatie in brede zin (destigmatisering). Daarnaast is het belangrijk dat ook zorgaanbieders aanspreekbaar zijn, bijvoorbeeld via VET-teams die als ogen en oren van een wijk fungeren. Wanneer inwoners het idee hebben dat zij hun signalen gehoord en serieus genomen worden, ontstaat steeds meer begrip en acceptatie in een wijk. Hierin is mogelijk ook een rol weggelegd voor buurthuizen en ontmoetingscentra. 3.6 SAMENWERKING TUSSEN INFORMELE EN FORMELE (BEROEPSMATIGE) ONDERSTEUNING STIMULEREN Bij onze uitdagingen hebben we gezien dat het potentieel aan professionals afneemt. Er is krapte op de arbeidsmarkt en ook het aantal mantelzorgers neemt de komende jaren af. Dat vraagt om andere oplossingen, bijvoorbeeld op het gebied van technologie. Maar ook samenwerking tussen formele en informele zorg is belangrijk. Het ondersteunen van vrijwilligers (informele zorg) met professionele deskundigheid is van belang om vrijwilligers te behouden.
Woonzorgvisie gemeente Deventer
20
HOE GAAN WE DIT DOEN? n
We creëren integrale visies op wijken en dorpen, in relatie tot wonen, vitaliteit, welzijn en zorg. We nemen hierin de regie. Het duurzaam verstevigen van de samenwerking tussen wonen en zorg in de wijken en dorpen is daarbij het belangrijkste speerpunt. Deze opgave betreft samenwerking tussen en met de partners. Daarnaast gaat het ook over de interne samenwerking in de gemeentelijke organisatie. In deze opdracht heeft wederom de ‘woonzorgcoördinator’ een belangrijke rol.
n
We faciliteren woonconcepten waarbij het omzien naar elkaar en sociale samenhang inherent is aan het type woonvorm. Deze typen woonvormen zijn goed denkbaar voor zowel specifieke kwetsbare doelgroepen, als juist ook in het gemixt wonen. Hierbij kan onder meer gedacht worden aan mantelzorgwoningen.
n
We gaan experimenteren met het ‘hofjes-concept’ voor senioren en met het woonconcept ‘Magic Mix’. Hierbij brengen we in kaart of dit type initiatieven zorgen voor minder beroep op Wmo en dus het verwachte effect zichtbaar is.
n
We gaan aan de slag met burgerparticipatie door actief inwoners te betrekken bij initiatieven rond wonen en zorg en burgerinitiatieven te stimuleren. We noemen hierbij de initiatievencoach van de provincie als te verkennen richting om deze ambitie te ontplooien.
n
We zorgen voor heldere communicatie en campagne omtrent destigmatisering/inclusiviteit Zo dragen we bij aan de acceptatie en een zachte landing van kwetsbare doelgroepen in de wijk. We zorgen ervoor dat VET-teams toegankelijk en aanspreekbaar zijn. Ook de wooncoach vervult een belangrijke rol bij het zelfstandig (gaan) wonen van kwetsbare inwoners. Met name bij inwoners die potentieel overlast veroorzaken kan een wooncoach helpen om in gesprek met de buurt te gaan/blijven. De wooncoach maakt ‘anders dan anders’ gedrag bespreekbaar en daarmee meer geaccepteerd. Ook de herstelacademie van Vriendendiensten kan een rol spelen door het thema destigmatisering op een ludieke wijze in wijken, dorpen en buurten onder de aandacht te brengen. Vanuit de gemeente ondersteunen we dit initiatief en zullen we samen met hen en de wooncoach zoeken naar mogelijkheden om hierin duurzaam op te investeren.
n
We versterken de samenwerking tussen informele en formele zorg en ondersteuning voor onze inwoners. Dit doen we al door initiatieven/vormen als het Platform Informele Zorg vanuit Deventer Doet te faciliteren, stimuleren en te blijven versterken. Hier is het Wmo-beleid al op gericht, de aankomende jaren blijven we hierin investeren.
n
We ontwikkelen een kader voor het verbeteren van toegankelijkheid (leefomgeving) van wijken/dorpen en openbare ruimten. Te denken valt aan een soort checklist met elementen die belangrijk zijn bij het aanpassen van wijken, dorpen en buurten. Als dit kader gereed is doen we een quick-scan per wijk, waarbij we de score op de checklist in relatie tot de doelgroep die in een specifieke wijk of dorp woont afzetten. Op basis daarvan maken we afwegingen in welke wijken/dorpen aanpassingen gewenst zijn om toegankelijkheid te vergroten en daarmee een bijdrage te leveren aan participatie en zelfredzaamheid van inwoners.
Woonzorgvisie gemeente Deventer
21
Aandachtspunten voor het vervolg! De uitdagingen en visie zoals in deze woonzorgvisie beschreven vragen om het constant in verbinding staan met onze partners en inwoners. Niet alleen tijdens het schrijven van de woonzorgvisie, maar zeker ook in de uitwerking naar het spoorboekje en het vervolgproces. De voorliggende, precaire uitdagingen vragen met klem om urgentie en samenwerking. Tijdens de sessies met onze partners (onder meer woningcorporaties, welzijnsorganisaties en zorgaanbieders) was deze urgentie merkbaar en deelden we kritische noten met elkaar. Dat er veel winst te behalen is in de dynamiek tussen de werelden van overheid, zorg en woningcorporaties werd hierin duidelijk. De opmerkingen en vragen vanuit deze sessies zijn grotendeels verwerkt in deze visie. Ten behoeve van de verdere uitwerking en implementatie van de visie nemen we hier enkele belangrijke noten op. Deze punten gelden als extra aandachtspunten en kritische succesfactoren, voortgekomen uit de verbinding met onze partners: n
Zoek de verbinding in kennis en kunde: ‘Waarom maken organisaties bepaalde keuzes? Welke afwegingen zitten daarachter?’. In dat kader geven woningcorporaties aan dat zij geholpen zijn door meer zicht te hebben op de verschillende opgaven in de zorg. De woonzorgvisie geeft hier een overzicht van, maar er is behoefte aan meer diepgang, meer cijfers en vooral; meer dialoog met de organisaties die hierin werkzaam zijn. Vice versa geven ook zorgaanbieders dat aan op grond van een aantal eerste kengetallen die door woningbouwcorporaties zijn geschetst. Belangrijke kanttekening hierbij is wel dat praten over cijfers belangrijk is om begrip te krijgen voor elkaars uitgangspunten. Maar dat het in beeld krijgen van exacte cijfers geen doel op zich moet worden. Het risico bestaat dan dat er te veel en lang wordt gepraat over details die slechts beperkte invloed hebben op de keuzes die gemaakt moeten worden.
n
De visielijnen uit de woonzorgvisie worden onderschreven door de partners. Het knelt echter bij de vraag: ‘hoe rollen we deze visielijnen uit en vliegen we deze nog ambitieuzer met elkaar aan? Hoe houden we de energie erin?’. Vanuit het recente verleden is duidelijk dat de wil er is om dit samen op te pakken, het ontbreekt soms aan doorzettingskracht/-macht. In de visie hebben we daarom opgenomen graag te willen werken met een woonzorgcoördinator. Een gemeentelijke functie die bijdraagt aan de interne (ambtelijke) ontkokering en bovenal consequent de werelden van wonen en zorg in de gemeente Deventer samenbrengt. Een kritische factor, zo wordt opgemerkt, is hierbij om deze gesprekken en samenwerking op ‘alle niveaus’ tot stand te laten komen. Op het niveau van de professionals, maar de voornaamste groeiruimte bevindt zich op het bestuurlijk niveau. Dit gegeven maakt dat de functie van woonzorgcoördinator een functie moet zijn met een stevig mandaat en bestuurlijke doorzettingskracht. Daarnaast dient het gesprek / de verbinding tussen partners en gemeente ook op bestuurlijk niveau meer tot stand te komen. De urgentie is helder, de gezamenlijke opgaven in de werelden van wonen en zorg vragen om actie en verbinding tussen bestuurders.