2022-02-16 Transcript Raadsvergadering Gemeenteraad Deventer
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE GEMEENTERAAD VAN GEMEENTE DEVENTER d.d. 16 februari 2022
Raadsvergaderingtafel (fysiek)
De voorzitter: Dames en heren, goedenavond, hartelijk welkom bij de raadsvergadering van 16 februari 2022. Beste raadsleden, raadsvolgers, leden van het college, ambtelijke ondersteuning en kijkers thuis: van harte welkom bij deze raadsvergadering. We vergaderen vanavond hier plenair in een aantal kleinere sessies over … fysieke sessies debatteert u over de debatstukken en een aantal moties vreemd. We gaan later op de avond ook online vergaderen. Tussen de sessies vanavond door pauzeren we steeds vijf minuten om te zorgen dat u kunt wisselen van woordvoerder. Stand van zaken uitvoeringsagenda Toekomstbestendige bedrijventerreinen (TBBT) en project herstructurering (namens de fractie Deventer Sociaal nam raadsopvolger E.H. van Brink deel aan het debat in de raads(vergader)tafel)
De voorzitter: We starten vanavond met het raadsvoorstel stand van zaken uitvoeringsagenda Toekomstbestendige bedrijfsterreinen van biodiversiteit op bedrijventerreinen en de motie aandachtspunten intentieovereenkomst TBBT. Mevrouw Baher, mijnheer Schuring, wie van u mag ik het woord …? Mevrouw Baher, gaat uw gang. Zullen we motie voor motie doen, dat lijkt me het makkelijkste. Ja? Uitstekend, gaat uw gang. Mevrouw Baher: Ja, dank u wel voorzitter. Voorzitter, de eerste motie wordt ook mede ingediend door mevrouw Schmidt en de heer Aydin. Voorzitter, de omgeving van Bergweide is vooral stenig en bevat weinig groen. In een onderzoek naar bedrijventerreinen in Nederland blijkt dat maar één procent vergroend is en dat we in de afgelopen 120 jaar een biodiversiteitsverlies van 85 procent kennen. Wij vinden het belangrijk om naast alle opgaves ook expliciet aandacht te hebben voor de biodiversiteit, juist vanwege de urgentie. En wij denken dat het goed is dat bij de inrichting van groene ruimtes bewustere keuzes worden gemaakt ter bevordering van de biodiversiteit. En daarom vragen wij het college om samen met partijen bij de herontwikkeling of herinrichting van groene ruimtes aan te geven hoe zij met biodiversiteit als opgave omgaat en welke kansen zij ziet voor een meer biodivers groen
2 op terreinen te realiseren en te behouden en te kijken of de aanbevelingen in het rapportonderzoek naar vergroenen van bedrijventerreinen kunnen dienen als inspiratie en dit terug te koppelen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel mevrouw Baher voor toelichting. Zijn daar raadsleden die daarop willen reageren? De heer Zuijdam, VVD, gaat uw gang. De heer Zuijdam: Ja, dank u wel voorzitter. Ik ben wel benieuwd wat de indieners ervan vinden: we hebben het namelijk hier over een uitvoeringsagenda voor de toekomstige bedrijventerreinen waarin we gaan proberen te stimuleren om het allemaal een beetje op te knappen, waarin je gaat proberen om ondernemers mee te krijgen. En er gaan intentieovereenkomsten gemaakt worden en het ziet er een beetje naar uit dat we het hier onnodig ingewikkeld gaan maken. En hoe belangrijk biodiversiteit ook is, we staan ook voor een opgave om juist ruimte te gaan besparen. We willen dat er dertig procent meer inbreiding gaat komen. Is dat niet belangrijker zodat we gaan voorkomen dat we in buitengebieden dat we daar industrieterreinen gaan zitten maken? Ik denk dat dit juist heel erg belemmerend gaat werken op wat de uitvoeringsagenda voorstelt. De voorzitter: Mevrouw Baher, gaat uw gang. Mevrouw Baher: Voorzitter, er wordt sowieso meer waarde gecreëerd door de openbare ruimte aan te pakken.
En de openbare ruimte, daar zijn we zelf verantwoordelijke voor en u geeft eigenlijk precies het probleem weer want tijdens alle andere opgaves vervalt de opgave voor de biodiversiteit een beetje in het niet. En als je dan toch de openbare ruimte groen inricht dan vragen wij om bij die inrichting rekening te houden met biodiversiteit, wat de meerwaarde daarvoor is. Dus bijvoorbeeld voor biodiverse soorten te kiezen, inheemse soorten en dan verder te kijken wat voor effect dat als meekoppelkans voor klimaatadaptatie en gezondheid heeft. Dank u wel. De voorzitter: De heer Schuring nog ook een reactie daarop? De heer Schuring: Ja, misschien nog een aanvulling. Want de heer Zuijdam doet in zijn vraag suggereren alsof aandacht voor biodiversiteit op bedrijventerreinen voor ondernemers alsof dat iets is wat ondernemers ingewikkeld vinden. U noemt ook het woord ingewikkeld. Er is geen sprake van dat ondernemers dit ingewikkeld vinden en de motietekst is ook zo opgeschreven dat het niet is voorgeschreven hoe biodiversiteit meer aandacht krijgt maar dat het geagendeerd wordt en dat het met partijen wordt besproken hoe het kan. En er wordt niet voorgeschreven hoe het precies moet. De voorzitter: De heer Zuijdam. De heer Zuijdam: Ja, als ik daar nog even op mag reflecteren. Er staat inderdaad niet voorgeschreven hoe het moet, er staan ook geen enkele doelen in wat je zou willen.
Ik denk dat dit een overbodige motie wordt op die manier. De voorzitter: Goed. De heer Groothuis. De heer Groothuis: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, ook een beetje in aansluiting op de heer Zuijdam. Kijk, wij onderschrijven allemaal het belang hiervan maar is het nu nodig dat je … En er zijn niet echt regels maar dat je hier allerlei regeltjes voor gaat opstellen om ondernemers dit soort dingen te laten doen? Een vraag aan de indieners en aan mevrouw Baher: hebt u onvoldoende vertrouwen in ondernemers dat ze zelf niet het inzicht hebben en zichzelf ook gaan inspannen om dit soort zaken op een goede manier te regelen? De voorzitter: Mevrouw Baher.
3 Mevrouw Baher: Voorzitter, uit het rapport waaraan ik refereer blijkt dat het of niet op het netvlies van ondernemers staat gegraveerd of dat men wel goede ambities heeft maar gaandeweg het proces dat er niets aan gedaan wordt. En wij reguleren niet alleen, we vragen ook het college om hieraan te denken, te ondersteunen door meer informatie te geven, samen te werken en ook zelf het goede voorbeeld geven. En in het goede voorbeeld geven zit ook dat wij bij de inrichting van de groene ruimtes, de openbare ruimte waar we zelf overgaan, dat we ook zelf het goede voorbeeld daar gaan geven en daar die keuze gaan maken. Dank u wel. De voorzitter: De heer Ten Have. De heer Ten Have: Even aansluitend op het goede voorbeeld. Ik ken Deventer als een stad met een hoge ruimtelijke kwaliteit, een hoge aantrekkelijkheidswaarde, met name de binnenstad maar ook het buitengebied maar ook de randen. Dat daarin dingen, dat daar biodiversiteitverbeteringen kunnen is inherent aan elk project. Ik ken Deventer niet anders als een carrousel, onze eigen organisatie ken ik als een carrousel waar alle plannen langskomen. We hebben een eigen ecoloog en die met zeer veel nadruk en met zeer veel intentie elk plan begeleidt en beoordeelt.
Dus ik sluit aan bij de heer Groothuis: onze verantwoordelijkheid, we leggen dat neer, al die plannen komen langs, daar ligt een hoge mate van kennis op het gebied van versterkte biodiversiteit. En mijn vraag is: hebben jullie wel vertrouwen in ons eigen ambtelijke organisatie of dan wel het college? De voorzitter: Mevrouw Baher. Mevrouw Baher: Voorzitter, we hebben zeker wel vertrouwen alleen als ik kijk naar de antwoorden die gegeven zijn bij op de schriftelijke vragen omtrent de reclamemast, dan staat er: is de biodiversiteit als uitgangspunt meegegeven aan de exploitant? En dan zie je dat het antwoord is: met de initiatiefnemers zijn de duurzame ambities van Deventer betrokken bij de beoordeling, het thema biodiversiteit was daarbij geen zelfstandig criterium. Dus mijn vraag aan u: verkeert u in de veronderstelling dat de biodiversiteit als uitgangspunt wordt gehanteerd bij de inrichting van de openbare ruimte? De heer Ten Have: Ja, u stelt een wedervraag. Ik heb daar … Voor elk plan in Deventer weet ik dat er gewoon ongelooflijk veel aandacht is aan biodiversiteit en dat dat nog verder oploopt, dat nog meer kennis en verrijking en dat we meer kennis krijgen om onze inheemse gewassen en meer kansen als alleen maar uitheemse gewassen, ja, dat is gewoon zo en dat is Deventer kampioen in. Dus ik vind de motie echt volledig overbodig, sorry dat ik het zeg.
De voorzitter: Ja, maar daarmee is het ook helder. De heer Schuring nog even een reactie. De heer Schuring: Ja, nog een aanvulling ook. De heer Ten Have heeft helemaal gelijk, er is veel kennis en kunde bij de ambtelijke organisatie. Deze motie roept juist op om die kennis die beschikbaar is binnen de ambtelijke organisatie juist ook beschikbaar te stellen om met de partijen bij wie de herinrichting speelt, ondernemers, te kijken hoe je het beste in dat gebied kan doen om die biodiversiteit te versterken. Dus maak inderdaad gebruik van de royale aanwezige kennis in onze eigen organisatie, waar ook ik heel trots op ben. De voorzitter: Ja, we gaan niet … Ja, nou, nee, mevrouw Baher dan nog een keer. Mevrouw Baher: Voorzitter, de motie vraagt ook aan het college: hoe gaat u om met biodiversiteit als opgave? En ik wil van de portefeuillehouder wel weten of het waar is wat de heer Ten Have zegt dat dat een uitgangspunt is en dat we dat standaard hanteren. Dank u wel. De voorzitter: Uitstekend. Dan ga ik naar mevrouw Nijman.
4 Mevrouw Nijman: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, mijn vraag overlapt met van de heer Ten Have. Dus ik hoef die vraag niet opnieuw te stellen maar inderdaad wel behoefte om voor de afweging van de motie aan het antwoord op: hebben wij niet al in ons beleid dat we dit dus overal toepassen? Dat is eigenlijk het enige antwoord wat ik nog nodig heb om een goede afweging te kunnen maken in deze motie, voorzitter. De voorzitter: Iemand die behoefte om te reageren hierop? Dan de heer of … de heer Aydin. De heer Aydin: Ja, dank u wel voorzitter. Ik snap werkelijk waar niet waar de tegenstanders al die beren op de weg vandaan halen. Deze motie vraagt simpelweg om te kijken waar de kansen liggen voor biodiversiteit op dit bedrijventerrein. Het is niet overbodig en duidt al helemaal niet op onvoldoende vertrouwen, wat de PvdA-fractie betreft. Uiteraard los je dit niet met één motie op, daar zijn we het ook over eens maar dit is een goede stap in die richting om aandacht te vragen bij de ontwikkeling van dit bedrijventerrein. En daar wou ik het bij laten. Dank je wel. De heer Ten Have: Een korte reactie. Ik heb niet het woord beren op de weg gebruikt. De heer Aydin: Voorzitter. De voorzitter: Biodiversiteit, wou u zeggen? Dan zullen we … De heer Aydin: Beren op de weg was een metafoor voor, nou goed, anyway, voorzitter.
De voorzitter: Zullen wij naar het college gaan? Ja? Wethouder Rorink, gaat uw gang. De heer Rorink: Ja, voorzitter dank u wel. Voorzitter, zoals vaak is bij een onderwerp wat hier in de raad gespreksonderwerp is niet altijd één gelijk of één oplossing of één ja. Ik hoor diverse fractievertegenwoordigers opmerkingen maken die ik goed herken, zowel vanuit de indieners van de motie maar ook de fracties die zeggen: maar is dit nou de toppri… zou dit nou de topprioriteit moeten zijn als het gaat om revitalisering van bedrijventerreinen? Doen we dit niet al overal in Deventer? Moeten we nu extra regels toevoegen enzovoorts enzovoorts? Voorzitter, als het gaat om revitalisering van bedrijventerreinen, althans de start die deze gemeenteraad in dit college heeft gemaakt, dan is biodiversiteit op bedrijventerreinen niet de topprioriteit die we daar willen realiseren. Maar dat vraagt de motie ook niet. Wat de motie vraagt en hij zit hem qua college eigenlijk in de toon van de motie, dat is: agendeer dit onderwerp in de gesprekken die u als gemeente met de ondernemers, in dit geval aan de noordkant van Bergweide 4 heeft of 3. Nee, 4. Agendeer het en vraag eens, kijk eens, of dit onderwerp en hoe dit onderwerp bespreekbaar kan worden gemaakt. Zo vat het college deze motie op.
Als dat de bedoeling van de motie is dan gaan wij dit in wat ons betreft als u de motie aanneemt in de gesprekken inbrengen. En ik kan u in die zin ook geruststellen: een deel van die gesprekken gaan daar al over want vergroening de komende jaren van de omgeving van bestaande bedrijventerreinen is gewoon belangrijk en aantrekkelijk voor mensen die al daar werken. Daar wordt steeds meer aan gehecht dat we die omgeving vergroenen. En waarom zou je dan ook niet kijken en inzetten op die biodiversiteit? Dus het agenderen van het onderwerp is voor het college het belangrijkst op dit moment. Overigens, het rapport naar wordt verwezen, daar maken wij al gebruik van, niet bij TBBT revitalisering maar bij het klimaatadaptatieplan. Daar hebben wij delen van het plan in onderbouwd, juist met dit rapport. Dus het college kent het rapport, het college vindt dit ook een goed rapport. Dus het advies van het college aan de raad is: door deze motie te omarmen doen we volgens mij niks verkeerd en brengen we juist het onderwerp in gesprek. En wat eruit rolt, dat komt over een aantal maanden weer hier terug. De voorzitter: Uw voorzitter krijgt de indruk dat als de motie niet aangenomen wordt dat u het ook gewoon gaan doen, wethouder Rorink.
5 De heer Rorink: Tenzij de raad expliciet zegt: ga dat niet doen, want dan weet u hoe wij reageren. De voorzitter: Dank u wel. Is het voldoende helder voor iedereen? Kan iedereen zijn standpunt op grond van dit verhaal bepalen? Ja? De voorzitter: Dan gaan we naar de tweede motie en dat gaat over de aandachtspunten bij de intentieovereenkomst TBBT. De motie is ingediend door mevrouw Baher, GroenLinks en Jan Schuring, D66. En ook mede-ingediend door de Partij van de Arbeid. Mevrouw Baher, gaat uw gang. Mevrouw Baher: Dank u wel voorzitter. Voorzitter, uit de nulmeting bedrijventerreinen blijkt dat in het gebied Bergweide het energieverbruik van bedrijven ontzettend hoog is. Wij vonden het verbazingwekkend om te lezen dat van de 680 bedrijven, 610 geen geregistreerd energielabel hebben. En met de … Van de overige panden die wel een geregistreerd label hebben 34 procent een label D of lager, dat daar aanwezig is. Voorzitter, het voordeel van een energielabel is dat men direct ziet hoe energiezuinig of niet een pand is en in de toekomst kan zijn. Dus wij denken dat daar een grote winst behalen is. Verder staat in de nulmeting ook dat de verduurzamingspotentie groot is en dat er uitstekende randvoorwaarden aanwezig zijn om circulaire initiatieven te realiseren.
En wij zijn erachter gekomen dat de provincie hier ook behoorlijk mee bezig is en daar twee verschillende handreikingen voor heeft gemaakt, zowel voor bestaande bedrijventerreinen als voor nieuwe. En wij denken dat deze handreikingen enorme hulpmiddel kunnen zijn voor bedrijven die toch al aan de verduurzaming moeten doen gezien de verouderde panden. We vragen dus het college om bij de gesprekken over de intentieverklaring deze twee punten te benoemen en mee te nemen en te kijken van wat het oplevert. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank u wel mevrouw Baher. Reactie op dit voorstel. De heer Zuijdam. De heer Zuijdam: Ja, het zal weer niet verbazen, dank u voorzitter. Ook hier weer zien wij gewoon nodeloze verzwaringen van intentieverklaring en de gesprekken daarvan. Een energielabel gaat niet helpen om energie te besparen, dubbel glas wel. Waarom zou je een energielabel aanvragen als je weet dat je hele pand enkel glas heeft? We willen juist dat die bedrijventerreinen gerevitaliseerd worden, dat daarin geïnvesteerd wordt. Maak dat zo makkelijk mogelijk. Als men daarin gaat investeren gaan ze daar nieuwe panden neerzetten en dan gaan ze het opknappen, maar dan moet je een ondernemer geen regeltjes voor opleggen. Dat gaan ze wel uit zichzelf doen want ze willen energie besparen anders schieten ze in hun eigen voet. De voorzitter: Mevrouw Baher.
Mevrouw Baher: Voorzitter, sinds 2015 geldt er al voor heel veel bedrijven een energielabelverplichting en er komt er nog een aan op 1 januari 2023 waarbij heel veel van deze panden richting label C moeten als, dat ligt dan aan de oppervlakte. En het is niet zo dat je onnodige regeltjes oplegt, je maakt mensen bewust en een label helpt ze om te bepalen waar ze nu staan en wat voor duurzaamheidsmaatregelen ze eventueel kunnen nemen om een beter label te krijgen of als ze opnieuw beginnen is het vooral de handreiking waar ik naar verwijs. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Oké, er zijn meer mensen. De heer Kleine Schaars, Deventer Belang. De heer Kleine Schaars: Ja, dank u voorzitter. Nou, ik begrijp de heer Zuijdam niet ‘…’ in dit verhaal want ik denk namelijk dat als je deze motie volgt en bedrijven naar een energielabel gaan dat het misschien als een extra uitdaging is om wel die energie te gaan besparen. Want die druppel om dat te doen, die voelen ze niet. Zij zitten vaak in een energiebelasting die vele malen lager is dan u en ik thuis hebben. Dus dit zou alleen maar kunnen helpen. We hebben laatst een bijeenkomst van de omgevingsdienst gehad, dat de potentie op bedrijventerrein zo enorm groot is en dat wij zelf als gemeente te weinig geld investeren in de omgevingsdienst om hierop te
6 controleren. Daar zou dit label toch die bedrijven alleen maar extra moeten aanzetten om nu echt iets te gaan doen. Dat zou toch geweldig zijn? Dan zou u zo’n motie toch gelijk moeten steunen? De voorzitter: De heer Zuijdam. De heer Zuijdam: Ja, daar wou ik inderdaad even op reageren. Kijk, we hebben het hier over die TBBT en dat is juist wat je wil stimuleren. En dat wil je zo makkelijk mogelijk maken zodat het ook gaat gebeuren. En op het moment dat er geïnvesteerd gaat worden, dan gaat dat gebeuren. Dan gaan mensen al isoleren en beter bouwen dan dat er veertig vijftig jaar geleden is gebeurd. Je wil juist dat die oude panden opgeknapt gaan worden. De voorzitter: De heer Kleine Schaars, nog een keer. De heer Kleine Schaars: Ja, voorzitter. Ik denk dat je dat integraal moet bekijken, dan kun je dit alleen maar meenemen. En u doet ‘…’ doen, volgens mij is dat niet zo slim. De voorzitter: Uitstekend. Anderen nog hierover? Dan de heer Aydin, Partij van de Arbeid. De heer Aydin: Ja, dank u wel voorzitter. Ik vraag me één vraag af aan de heer Zuijdam en dat is: hoe is het inzichtelijk maken van je energielabel en bewustwording nou ingewikkeld te noemen? Ben ik heel benieuwd naar.
Bewustwording van energielabel is toch geen ingewikkeld proces? Volgens mij is dat een simpel proces, zoals de heer Kleine Schaars net ook uitlegt, wat alleen maar kan helpen aan de bevordering van de energiebesparing. Ik ben heel benieuwd hoe dit ingewikkeld te noemen is. De voorzitter: De heer Zuijdam. De heer Zuijdam: Zoals ik al zei: een energielabel helpt niet te besparen. Dubbel glas wel. De voorzitter: De heer Schuring. De heer Schuring: Ja, ik wil dit onderwerp ook niet langer belasten dan nodig maar mag ik er wel op wijzen aan de heer Zuijdam dat juist als een ondernemer dubbel glas gaat nemen of andere maatregelen, dan stijg je in je energielabel. Dus het is niet het doel, het is een middel. Maar het is wel een middel wat leidt, zoals de heer Kleine Schaars ook al aangeeft, wat leidt tot bewustwording om juist de goede maatregelen te nemen. Om ook kosten te besparen en daarmee ook nog een hoger energielabel te krijgen. Dus u onderschat ondernemers, zo ingewikkeld is het niet. De voorzitter: Mijnheer Ten Have. De heer Ten Have: Ja, wat mij ook verbaast en daar sluit ik even wat bij aan is dat de stijging van de gasprijzen leidt op dit moment tot een geweldige investeringen in dat terrein.
Als je daar dan een labeltje omhoog moet komen om die druk die de VVD heeft laten liggen om die belastingen allemaal niet te doen op bedrijven, die kan nu heel mooi met een energielabel. Dus als dat … daar gaan die bedrijven aan werken. Of dan daar ook weer een motie voor nodig is, dat betwijfel ik. De stijging van de energieprijzen helpen veel beter. De voorzitter: Mevrouw Baher. Mevrouw Baher: Voorzitter, op dit moment worden met bedrijven gesprekken gevoerd om die intentieverklaringen op te stellen. En dit is alleen maar iets wat we mee zouden kunnen nemen en er bewustwording voor moet … Ja precies, agenderen en bewustwording moet ervoor komen. Dank u wel.
7 De voorzitter: Oké. Zullen we naar het college gaan? Ja? Wethouder Rorink. De heer Rorink: Ja, voorzitter dank u wel. Ik heb de vorige keer aan de raadstafel gezegd dat inderdaad de intentieovereenkomst die gesloten wordt is een intentieovereenkomst die de ondernemers opstellen. Waar wij bij zitten, waarin wij adviseren, waarin wij meedenken. Maar het is een verklaring, een samenwerkingsvorm van de ondernemers. En daar wil het college ook niet tussen gaan zitten. Dus als de motie gaat zeggen: gij zult en gij moet, dan zou het college nu zeggen wij ontraden deze motie. Maar dat staat, net als de vorige, staat hier niet. Hier staat: is het mogelijk om dit onderwerp te agenderen in de gesprekken bij de ondernemers nu ze bezig zijn met het opstellen van die intentieovereenkomst? Als dat de bedoeling van de motie is, want zo leest het college deze, dan kan dat, dan kunnen we dit onderwerp inbrengen. College is ook op de hoogte van het feit dat energielabels voor bedrijven inderdaad al sinds enige jaren een verplichting is en dat die wordt aangescherpt per in januari 2023. Maar wij willen nou juist niet die druk op die bedrijven leggen: joh, weet even dat dit er aan komt.
Wij willen ze in de gesprekken inbrengen zodat een aantal bedrijven en het hoeft niet meteen allemaal, zich bewust worden van het feit dat vroeg of laat zij in bestaande panden maatregelen kunnen treffen zodat zij ook richting die labelvereisten gaan zoals wij dat hier graag willen. Bij nieuwbouw, als we echt over revitalisering gaan praten en er wordt nieuw gebouwd, dan heb je ook te maken met de nieuwe bouwvoorschriften enzovoort enzovoort en met andere verleidingen. Dus het college vat dit op: breng dit in in de gesprekken. En in die zin kan het college over deze motie positief adviseren. De voorzitter: Dank u wel wethouder Rorink. Voldoende behandeld, deze motie? Ja? Dan heb ik voordat wij gaan schorsen even een punt van orde want we hebben een afspraak met elkaar dat publiek in de lounge zit, dat we één partijvertegenwoordiger per partij hebben dus één. En Partij van de Arbeid en Deventer Belang hebben twee raadsleden. Nou, dit kabinet is bezig met versoepelingen maar die zijn nog niet ingegaan, dames en heren. Maar goed, dit zijn onze eigen regels. Ik heb er geen bezwaar tegen maar ik wil wel even zeker … Want andere partijen zijn daar niet, die zitten hier niet omdat die zich wel houden aan die regels. Dus ik vind het prima om afspraken te maken dat het zo kan maar dan gaan we dat ook voor de rest van de avond zo doen. Dus ik wil even … Zullen we het zo laten? Ja? Oké.
Ja? Dan laten we toe dat er publiek is en ook dat er soms meer vertegenwoordigers … Ja? Oké, de vergadering is geschorst voor vijf minuten. Schorsing Samen Sporten Maakt Sterk 2021-2030 namens de fractie CDA nam raadsopvolger M.H.J. Evers deel aan het debat in de raads(vergader)tafel)
De voorzitter: We vervolgen de vergadering. We gaan verder met het raadsvoorstel beleidskader Samen Sporten Maakt Sterk voor 2021-2030. Er zijn twee amendementen en twee moties ingediend, ik stel voor dat we ze bespreken in de volgorde zoals ze instaan in het informatiesysteem staan. De voorzitter: En dan starten we dus met het amendement Uitgangspunten duurzaamheid en energie Sportaccommodaties van de fractie van D66 en GroenLinks. Mevrouw Stegeman … O ja, u zat nu daar, ja, u heeft het woord. Mevrouw Stegeman: Dank u wel voorzitter. Ja. Hoewel onze fractie content is met de sportnota en de richtingen die daarin ingeslagen worden willen we een aanpassing voorstellen. En dat doen we om als raad in de lead te zijn bij het energieneutraler maken van onze gebouwen. Want voor de binnensportaccommodaties en clubhuizen die eigendom zijn van de gemeente geldt sinds 1 januari 2021 landelijke minimale eis van Bijna Energie Neutraal Gebouw, BENG. Wij willen echter voorstellen om daar ENG, energieneutraal, als uitgangspunt van te maken. We leggen dat ook uit in de toelichting. Dat heeft ermee te maken dat we hele grote energie- en klimaatopgaven hebben in Deventer. We weten hoe ingewikkeld het allemaal is en als er dan kansen liggen om zelf dat toch
8 betrekkelijk eenvoudig daar een stap in te zetten, dan moet de gemeente deze pakken naar onze mening. En we hebben ook een voorbeeldfunctie. Nou, verder zijn er natuurlijk ook gewoon kostenelementen die een rol kunnen spelen als je met die hogere energieprijzen waar we het over hebben kan het gedurende de looptijd, gebruikstijd, voordeliger worden, zeker met alle politieke onzekerheden die daarbij spelen kan dat gunstig uitpakken. Ja en ook als dat niet het geval is, wij gaan er wel vanuit, dat is het uitgangspunt. Als dat echt niet mogelijk is vanwege andere maatschappelijke doelstellingen dan moet dat inzichtelijk gemaakt worden. Dus wij vinden het belangrijk dat de raad hierin in de lead is. Dus ENG als uitgangspunt. De voorzitter: Dan nog een toelichting van mevrouw Zegel, GroenLinks. Mevrouw Zegel: Ja, dank u wel voorzitter. Voorzitter, in het beleidskader Samen Sporten Maakt Sterk en sportaccommodaties staat alleen in de bijlage wat de huidige wet- en regelgeving is. In het hele beleidsstuk zelf staat niets dus wij stellen geen kader daarmee maar wij kijken slechts naar een bijlage wat er nu de huidige norm is. Vandaar dat we dit in de beleidstekst opgenomen willen hebben. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Zegel. Reacties vanuit andere fracties. De heer Kleine Schaars, gaat uw gang. De heer Kleine Schaars: Ja, nou ben ik een beetje in verwarring.
We hebben destijds de raadstafel gehad en daar zei mevrouw Stegeman: ja, prima energieneutraal maar als het dan te veel geld kost mag het een tandje minder. Moet ik dit nou zien dat dit opgebouwd is, ja, dat tandje minder dat mag maar als je dan maar uitlegt waarom het een tandje minder is. En dan accepteert u dat het wat minder mag? Dus wat ik toen ook zei, nogmaals: u vindt dat heel Deventer van het gas af moet, u vindt dat er windmolens moeten komen en u wil er voor de zomer nog ik weet niet hoeveel miljoen extra uittrekken om de gemeentelijke gebouwen sneller energieneutraal te maken. En als nu de eerste ‘…’ ter sprake komt dan zegt u: als het niet helemaal past dan mag het een tandje minder. Moet ik hem zo lezen en als er dan maar staat waarom dan is het goed? De voorzitter: Mevrouw Stegeman. Mevrouw Stegeman: Ja, dank u wel voorzitter. Daar zijn we natuurlijk als raad zelf bij. Wij vinden het belangrijk dat we vooraf aangeven dat ons uitgangspunt energieneutraal is en als er inderdaad aanleidingen zijn om, als het echt heel erg uit de klauwen zou lopen, dan kan er een aanleiding zijn om dat niet te doen. Maar wij hebben hem nu andersom, wij hebben hem nu BENG en misschien kan het wel een tandje erbij. Maar dan zitten wij als raad altijd achteraan, daar moeten wij dan weer om vragen.
Terwijl hier hebben we aan de voorkant geregeld en als dat … En wij hebben er achterge… wij kunnen gewoon zeggen als uitgangspunt punt, maar duurzaamheid is iets meer dan alleen klimaat dus er kan zijn dat er maatschappelijke doelen dan niet behaald kunnen worden, daar zijn we dan als raad blij om dat daar dan over hebben. Maar dat is een betere discussie wat ons betreft dan achteraf gaan kijken: goh, misschien kan het wel een beetje meer. Wij doen liever vooraf de doelen duidelijk en dan … Dat is het eigenlijk, we draaien hem om inderdaad. De voorzitter: Ja, voldoende? Mijnheer Kleine Schaars nog. De heer Kleine Schaars: Ja, u goochelt een beetje. Eigenlijk zegt u dus: maar als het dan is en dan mag het minder en dan is het goed als maar uitgelegd is waarom. En dan niet wat de raad vindt maar wat D66 vindt. Dat vind ik even belangrijk. Mevrouw Stegeman: Hallo. Sorry, mijnheer Kleine Schaars, ik denk dat u ook heel goed weet dat dat … Als we dit amendement aannemen dat de raad daarover gaat. De voorzitter: De heer Evers.
9 De heer Evers: Ja, dank u wel voorzitter. Als CDA hebben wij een klein beetje moeite met dit amendement want we hebben het over sportbeleid, we hebben het over sportaccommodatiebeleid en waar … En die is op zich al ingewikkeld genoeg om die sportaccommodaties op een goede manier voor elkaar te krijgen, kost al een hoop geld. Waarom zouden we dit dossier nou belasten terwijl we met BENG toch al een behoorlijke duurzaamheidsambitie hebben? Waarom zou je in dit dossier dat nou zo belasten, waarom zouden we hier niet kunnen volstaan met te zeggen: we gaan in principe uit van BENG en als er kansen liggen in de individuele situaties die zich voordoen zouden we wellicht ook nog wat extra’s kunnen doen. Dan belasten we dit dossier minder erg dan dat we uitgaan van het verplicht zijn. De voorzitter: Mevrouw Nijman wil graag even iets aan toevoegen. Mevrouw Nijman: Nou, aan toevoegen, ik ben heel verbaasd dat mijnheer Evers met dit punt komt, voorzitter. Want wij belasten dan ook nog dit dossier met deze discussie. Volgens mij zouden verenigingen zijn heel blij als de gemeente dit gaat opnemen in zijn beleid want het levert hun duurzame en energiezuinige accommodaties op en daar plukken de verenigingen de vruchten van.
En volgens mij zou dat helemaal in het straatje van het CDA moeten passen, voorzitter, aangezien zij in coronatijd enorm en terecht gelobbyd hebben voor ondersteuning van de verenigingen bij allerhande maatregelen die uitgevoerd moeten worden. U voelt waar mijn hart ligt: ik steun dit van harte en ik ben een beetje verbaasd dat het CDA dit een belasting van het dossier sport noemt. Ik kan die niet plaatsen. De voorzitter: De heer Evers. De heer Evers: Ja, ik ben op zich niet zo ontzettend overtuigd dat het BENG of ENG de grote voordelen voor de sportvereniging nou per se met zich meebrengt. Ik denk als wij BENG op sportaccommodaties inbrengen dat wij op zich al grote energievoordelen voor die verenigingen behalen, dus ik vraag me af of dat van BENG naar ENG, of dat nou de grote voordelen voor de sportverenigingen brengt. Ik ben wel bang dat bij de ontwikkeling van nieuwe sportaccommodaties het tot vertraging kan gaan leiden omdat we op dat moment de financiën niet voor elkaar krijgen om die sportaccommodaties voor elkaar te krijgen. De voorzitter: Mevrouw Stegeman. Mevrouw Stegeman: Dank u wel voorzitter. Ik denk dat we juist geen vertraging hebben omdat wij van tevoren aangeven wat onze uitgangspunten zijn. En als daar in de voorbereiding blijkt dat daar grote problemen mee zijn, dan komt er een voorstel wat naar de raad komt om het toch anders te doen.
Dus er zit geen vertraging op de lijn, dat zit er allemaal in de uitvoering en die komt weer terug bij de raad. En wij verwachten dat gezien de ontwikkelingen die er nu zijn, dat ENG helemaal niet zo grote … Maar het kan anders uitpakken, maar dat dat niet zo’n groot verschil zal zijn en dat het juist zoals mevrouw Nijman aangeeft gedurende de levensduur van het pand juist een voordeel zal zijn. De voorzitter: Uitstekend, zullen we het hierbij la… Wilt u nog reageren mijnheer Evers? Gaat uw gang. De heer Evers: Ja, we doen nu net alsof het verschil tussen BENG en ENG eigenlijk heel erg klein is en dat het relatief eenvoudige kansen zijn om te benutten. Maar als dat verschil zo klein is hoeven we er ook niet altijd zo ontzettende ingewikkelde discussie te maken. Volgens mij zijn die verschillen namelijk groter dan u nu in dit amendement doet voorkomen. De voorzitter: Iemand nog te reageren? Zullen wij het college … Ah kijk, mevrouw Sipman. Mevrouw Sipman: Dank u wel voorzitter. Ja, nog een vraag aan de indieners want hoe zit het met bestaande accommodaties? Gaan we die dusdanig renoveren dat ze dan vervolgens ENG halen of is het ook een optie als
10 dat een voordeligere optie is, gaan we gewoon zeggen dan bouwen we een locatie nieuw voor zo’n vereniging dus in plaats van het renoveren? En het even … We hebben ook vragen gesteld aan de hand van de energiekosten want het is heel goed om de vaste lasten van de verenigingen juist laag te houden want dat betekent dat er veel meer geld kan zitten in het sporten op zich, goede training en goede begeleiding. Dus daar zit ons punt niet, maar even zoekend: hoe pakt dit dan uit? De voorzitter: Is dat een vraag voor het college misschien? Of is dat … Mevrouw Stegeman: Toelichting. We hebben met opzet de tekst in ons amendement precies zo gehouden als ook in de wetgeving. Dus we hebben … Wij zitten verder niet te morrelen aan hoe het anders moet met bestaande en niet bestaande accommodaties. De voorzitter: Mevrouw Sipman? Nee? Oké. Mevrouw, wilt u even uw microfoon … De heer Evers. De heer Evers: Ja, misschien nog een aanvullende vraag aan de indieners.
We hebben het natuurlijk over de energiekosten van verenigingen maar als wij een flink duurder pand moeten bouwen dan zullen we op de een of andere manier die kosten ook in de exploitatie van die verenigingen door moeten … En ik vraag me af of de indieners die verhouding weten: als we dus duurder bouwen hoeveel extra exploitatiekosten moeten we dan bij die vereniging in rekening brengen en verhoudt zich dat wel tot de energiebesparing die behaald wordt? Mevrouw Zegel: Kijk, dat is precies de bedoeling. De voorzitter: Maar de vraag is … De heer Evers: Nee, de vraag was anders. Mevrouw Stegeman: Ik denk dat we dat in de, als ik nog even mag toelichten, in onze toelichting in het amendement goed hebben uitgelegd. Wij denken dat in veel gevallen en dat zal wat wij verwachten dat dat nog vaker zal voorkomen door de stijgende energieprijzen en de betere duurzame bouwmethoden zullen die extra bouwkosten waarschijnlijk in de toekomst meevallen en dus zal de, hoe zeg je dat, die afre… die balans sneller doorslaan naar dat het goedkoper is op de lange termijn als je meerekent wat het op lange termijn de beheerskosten betekenen. Dus wij verwachten dat dat … Maar goed, dat is dus, dat weten wij ook niet, dat verwachten we. Maar daarom is er ook een exit clausule om even met mijnheer Kleine Schaars … De heer Evers: Maar daar zit precies ons probleem.
We doen dit op verwachtingen, we weten niet wat die extra bouwkosten zijn en wat dat de verenigingen in de exploitatie gaat kosten, we weten niet wat het voordeel van energie is. Dus waarom dat dan als een zware verplichting in dit dossier erin brengen in plaats van te zeggen: nou, we nemen een inspanningsverplichting op in de situatie die zich voordoet om te kijken wat op dat moment het beste is. De voorzitter: Mevrouw Sipman wil reageren op de heer Evers, begrijp ik. Mevrouw Sipman: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, in het, naar aanleiding … In de richting van het stellen van de schriftelijke vragen heb ik ook contact gehad met een specialist juist op dit gebied en die geeft aan: als je goed met energiebesparende maatregelen aan de slag gaat kan een club dat, als je dat goed organiseert met een goede financiering en dergelijke, merkt een club dat in het eerste jaar al meteen op hun eigen vaste lasten en op hun begroting. Dus de effecten kunnen wel degelijk op zeer korte termijn heel groot zijn. De voorzitter: Ik ga even naar de heer Smeenk want die zit al een tijd te wachten.
11 De heer Smeenk: Maar ik heb alle geduld, voorzitter. Ja, ik vind dit meer een punt, prima dat je het inbrengt, maar dat hoort meer thuis bij het gemeentelijk vastgoed. Daar zijn we mee aan het verduurzamen dus lijkt me een prima punt om daar dan bij aan te haken dat het in dit dossier eigenlijk niet thuishoort. En ja, het is ook zo: het blijft bij de gemeente om zoveel mogelijk clubgebouwen en dergelijke naar de verenigingen over te zetten dus op een gegeven moment is dat ook geen gemeentevastgoed meer maar dat moet natuurlijk dan wel energie… of bijna energieneutraal opgeleverd worden, dat ben ik het mee eens. Maar ik vind dit, ik kan ook wel een klein beetje met de heer Evers meegaan dat dit eigenlijk niet in dit dossier thuishoort maar gewoon in het dossier maatschappelijk verduurzamen van maatschappelijk vastgoed. De voorzitter: Uitstekend. Mevrouw Nijman nog en dan gaan we naar het college. Mevrouw Nijman: Ja, voorzitter dank u wel. Ja, als de reactie op de heer Evers de vraag van de heer Evers waarom zouden we dit doen en de reactie van de heer Smeenk zou ik zeggen: omdat je als gemeente best een stukje ambitie mag hebben. Volgens mij hebben we een hele uitgebreide discussie gehad over verduurzamen van maatschappelijk vastgoed en zijn we daar niet heel goed uitgekomen. Dus de gemeente mag af en toe best lef en ambitie tonen.
En ik zal echt niet vragen dat we als gemeente het onmogelijke gaan doen en daarom ben ik ook blij met het voorstel zoals die er is maar iets meer ambitie en we stellen kaders vast tot aan 2030. Dan zijn de bouwtechnieken alweer dusdanig veel verder dat ik niet met de kennis van 2022 ga zeggen: nou, laten we het vooral niet doen. Laten we die uitdaging maar aangaan. De voorzitter: Ik stel voor dat we naar het college gaan. Wethouder De Geest. De heer De Geest: Ja, dank u wel voorzitter. Voorzitter, ik denk dat de discussie die hier door de raad wordt gevoerd al past bij datgene wat ik ook bij de raadstafel had aangegeven toen werd gevraagd kunt u even toezeggen dat we in het stuk opnemen dat we daar van BENG ENG maken. Toen heb ik ook gezegd: dat is een politieke keuze. Want dat heeft natuurlijk wel implicaties en daar moet u het dan ook zelf over moeten hebben dus dat zult u moeten amenderen. Nou, dat is gebeurd inderdaad wat het amendement wat hier voorligt. En ik heb er toen ook al wat dingen bij gezegd over als je dat heel strak en hard opneemt, echt in beton giet het moet zo zijn, het moet ENG zijn, dat je moet opletten dat je daarmee ontwikkelingen die ook heel hard nodig zijn, een nieuwe sporthal bouwen bijvoorbeeld zoals we dat op dit moment op twee locaties doen, dat je dat niet blokkeert.
Het college ziet ook en ik zie ook in ieder geval in de tekst zoals die hier is aangeleverd dat u zich dat ter harte heeft genomen in hoe het hier geformuleerd is, want ik lees hier eigenlijk gewoon: ENG, tenzij. Dat tenzij is iets wat je zult moeten beargumenteren maar dat snap ik ook want dat is voor u afwegingen als raad op het moment dat u keuzes maakt in termen van een ontwikkeling die we mogelijk willen maken en de bijbehorende financiering zodanig dat we ook geen dingen blokkeren. En daarmee biedt het voldoende ruimte maar ook een opgave in wat we aanleveren natuurlijk aan informatie aan u, maar dat kan, want dat doen we bijvoorbeeld bij een sporthal in Bathmen ook al heb ik eerder al met u besproken, dat biedt voldoende ruimte voor ons hiermee te werken en het op deze manier zo in het beleidskader te laten opnemen. Dus vanuit die uitleg en ook vanuit het feit dat ik merk dat de raad hierin ook gewoon in ieder geval de opstellers hebben meegenomen wat ik ze al eerder heb meegegeven kunnen we het positief adviseren op dit amendement. De voorzitter: Dank u wel. Leidt dat nog tot verdere vragen? Posities helder? De voorzitter: Dan stel ik voor dat we naar de volgende moties gaan en dat is de … Sorry, motie, niet maar een amendement: de doorontwikkeling beleidskader van de fractie van het CDA. De heer Groothuis heeft … De heer Evers: Ja, dank u wel voorzitter.
Als CDA zijn wij blij met het beleidskader sport en de manier waarop het is samengesteld. Toch menen we dat de beleidskaders op sommige punten wat strakker geformuleerd zouden kunnen worden en we zien ook dat dat in samenwerking met sportverenigingen de komende jaren ook nog iets meer tot stand zou kunnen komen. Vandaar dit amendement waarin we zeggen: ja, het is nog wel een
12 beleidskader wat op sommige punten iets strakkere kaders en richtingen had kunnen hebben. Om dit nou voor negen jaar vast te stellen, laten wij nu verankeren dat wij over drie jaar een stevige evaluatie voeren van dat sportbeleid en dan op dat moment ook kijken of we bepaalde kaders en nog wat duidelijker moeten en kunnen vaststellen. Bijvoorbeeld de samenwerking met andere sociale termijnen, jeugd en Wmo is zo’n voorbeeld. Dus vandaar dit amendement. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Evers. Reactie vanuit andere partij? De heer Smeenk. De heer Smeenk: Ja, voorzitter, een vraagje aan het CDA. Ik vind hem een beetje negatief geformuleerd, dit punt. U gaat er eigenlijk al, zoals het hier staat, al vanuit dat de kaders niet voldoen en dat ze aangescherpt moeten worden, doelstellingen niet goed zijn, maar er is toch volgens mij een heel proces met verenigingen en dergelijke doorlopen dus er zullen best wel missers in zijn maar is het niet handiger om daarbij een woordje toe te voegen waarbij mogelijk aangescherpte kaders en doelstellingen zijn opgenomen? Dan maak je hem wat positiever en ik vind hem nu vrij negatief gericht ook richting de mensen die hem opgesteld hebben waaronder de verenigingen.
De voorzitter: Mijnheer Evers, wilt u nog reageren? De heer Evers: Nou, die negatieve tensie zit er niet in want we zijn als CDA ook steeds heel positief geweest over dat we dit beleidskader nu ook hebben. We denken wel dat we over drie jaar echt wat, daarom dat we hem wat zwaarder aanzetten, echt wel een stevige herijking in ieder geval moment moeten hebben. Maar het woordje mogelijk daaraan toevoegen, dat hoeft niet echt het grootste probleem te zijn. De voorzitter: Anderen nog? Mevrouw Stegeman, D66. Mevrouw Stegeman: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, ik snap het CDA wel dat je, nou ja, het is een plan voor een lange, of een kader voor een lange periode, daar wil je natuurlijk af en toe even kijken hoe het ervoor staat. Maar ik meen me te herinneren dat de wethouder daar ook al een toezegging op had gedaan. En misschien dat de termijn niet beviel, was dat een te lange termijn waar dit over ging? Of heb ik … Vergis ik mij hierin? De voorzitter: De heer Evers. De heer Evers: Nee, het gaat niet zozeer om de termijn. De toezegging is dat we dit sportbeleidskader regelmatig evalueren. Wij zouden iets steviger willen verankeren dat het iets meer is dan evalueren maar dat we ook tussentijds tot een herijking op een aantal kaders zouden kunnen komen. Dus we zetten hem iets zwaarder aan. De voorzitter: Mevrouw Nijman. Mevrouw Nijman: Ja, dank u wel voorzitter.
En de toezegging van de wethouder in de raadstafel, dat ging ook vaak, was steeds over het uitvoeringsplan. Dus het uitvoeringsplan gaan we mee bezig, daarmee kijken we elk jaar terug, kijken we elk jaar vooruit. Maar een uitvoeringsplan stellen wij als raad niet vast dus dan moeten wij uit de mededelingenlijst of uit de raadsmededeling moeten wij dan halen: dit vraagt ook bijstelling van het kader. En dan is een termijn van, nou, tot 2030 waarop we best wat ambitie mogen hebben zoals ik net al zei, dat wordt een hele handige vanavond, dan is dat echt een heel lange termijn, voorzitter. Dus het pleidooi is om na drie jaar ook om als raad even in positie te brengen: nou, hoe loopt het? En dan zijn die uitvoeringsplannen jaarlijks heel fijn maar die stellen wij niet vast. Vandaar het amendement. De voorzitter: Mevrouw Stegeman. Mevrouw Stegeman: Ja, nou daar ben ik het … Wat u zegt ben ik het helemaal mee eens. Ik had hem iets anders geïnterpreteerd aan de raadstafel maar ik ben het helemaal eens dat we als raad in positie moeten zijn. Dus zeker.
13 De voorzitter: Oké. Mevrouw Schmidt. Mevrouw Schmidt: Ja, dank u wel voorzitter. Voorzitter, de toezeggingen van de wethouder in de raadstafel waren wat ons betreft niet voldoende. We leggen dit beleid voor jaren vast en ja, op het moment dat we dit vaststellen geeft de raad het eigenlijk uit handen en ligt het allemaal bij het college. En met dit beleid regeren we natuurlijk ook over ons eigen graf. Dus wij vinden het ongepast om dit zo voor negen jaar vast te gaan stellen zonder dat we de raad daar op enig moment weer in positie brengen. En we hadden het amendement mede ingediend maar helaas zijn we er niet bij opgezet dus vandaar nog even. De voorzitter: Ja, we hebben afgesproken dat … Als u zo laat, ik had het even kunnen melden maar er zijn inderdaad partijen, ik zal dat bij de volgende motie even doen. Nog behoefte van anderen om te reageren? Ja. Mevrouw Leget, gaat uw gang. Mevrouw Leget: Ja, dank u wel voorzitter. Nou, zoals we ook al eerder hebben aangegeven is de Partij van de Arbeid blij met dit beleidskader. We hebben ook aangegeven het wenselijk te vinden om een evaluatieperiode af te spreken met elkaar en de toevoeging om het positief te maken en het woordje mogelijk toe te voegen, dat onderschrijven wij. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Uitstekend. Zullen we naar het college gaan? Wethouder De Geest. De heer De Geest: Dank u wel voorzitter.
Voorzitter, om even te beginnen met iets waar net al naar verwezen werd: de termijn van tot 2030, negen jaar om en nabij. Dat is natuurlijk, dat komt wel voort ook uit de wens van de sportverenigingen die hieraan bijgedragen hebben om het wel over die lange termijn te laten gaan want dat geeft ze ook gewoon een bepaalde zekerheid, in ieder geval voor wat je met elkaar als kader hebt afgestemd. Niettemin, kaders kun je tussentijds natuurlijk inderdaad altijd bijstellen, daar gaat u zelf als raad ook over, u stelt nu een kader vast en u kunt natuurlijk altijd ook weer kaders bijstellen op initiatief maar ook het college daar natuurlijk toe uitnodigen. Evaluatie is daar vaak wel natuurlijk het startpunt in en ik heb dat in de raadstafel ook aangegeven. Want om even misverstand te voorkomen, er werd net naar verwezen, ik heb gezegd dat in relatie tot de uitvoeringsplannen zullen we altijd terugblikken naar het vorige jaar. Dat is even de kortere termijn, een korte terugblik: hoe hebben we vorig jaar gedaan ten opzichte van wat we met elkaar hebben afgesproken? Maar ik heb ook aangegeven: over vier jaar gaan we echt gewoon evalueren.
Dan ga je ook echt kijken vanuit de afspraak, het kader wat hier is vastgesteld, de doelstellingen: wat is daarin bereikt? Hoe staan we ervoor? En volgens mij hebben we dat ook in het stuk opgenomen, daar heb ik toen ook naar verwezen, maar we merken dat dat kennelijk in de opmaak ergens verloren is gegaan, dat zinnetje, dat zit er dus niet meer in. Dat zat er wel in en dat ging over vier jaar. Ik heb het ook gezegd vorige keer maar dat zinnetje zat in een eerdere versie wel. Een manier om dat terug te krijgen is inderdaad een amendement, dat zou bijvoorbeeld kunnen maar ik heb toen ook bewust van gezegd vier jaar, want dat is belangrijk dat je het wel even een periode laat werken zo ook met de verenigingen in hoe dat loopt. Daar zit natuurlijk ook nog wel bij dat het amendement nu heel erg suggereert dat je op voorhand en de heer Smeenk verwees er ook al naar, op voorhand natuurlijk dan naar bijstelling moet, aanscherping van kaders, ja, dat weet je niet. We moeten eerst gewoon dan wel even met een stevige evaluatie kijken van wat komt daaruit. Leidt dat tot conclusies dat dingen anders moeten, want misschien is dat helemaal niet nodig. Dus in de gedachte zoals ik net al schetste een evaluatie na vier jaar: zeker en als u dat wilt toevoegen in het stuk, dan kan dat, dan is het ook weer hersteld.
Maar wel even met in gedachten dat dat dan een woordje als eventuele of mogelijke bijstelling, dat zou wel heel handig zijn, simpelweg omdat je anders heel erg vooruitloopt op het resultaat, de uitkomst van een dergelijk evaluatie. Dus als u dat op die manier zou kunnen oppakken voor wat betreft het amendement, zeg ik tegen de indieners, dan zouden wij positief kunnen adviseren. De voorzitter: Het woord is aan de indieners. Mevrouw Schmidt.
14 Mevrouw Schmidt: Ja, dank u wel voorzitter. Voorzitter, ik wil graag van de wethouder weten: wat maakt het verschil tussen drie en vier jaar? Is dat onoverkomelijk als we drie jaar zeggen in plaats van vier jaar? De voorzitter: Wethouder De Geest. De heer De Geest: Nee, dat is niet onoverkomelijk maar ik denk dat je dingen gewoon ook de tijd moet geven en vier jaar is in ieder geval een raadsperiode. We beginnen ermee te werken dan laat je het in ieder geval daarmee een tijdlang draaien. Dus dat is gewoon even … Maar vaak waarom vier jaar gehanteerd wordt voor zoiets. Dat ene jaar, is dat onoverkomelijk? Nee. De voorzitter: De heer Evers nog. De heer De Geest: Dat andere punt blijft wel staan wat het betreft vooruitloop op resultaten zoals het ook in het amendement staat. Dat heb ik natuurlijk net ook opgemerkt. De heer Evers: Maar voorzitter, deze argumentatie van de wethouder is misschien juist wel reden om voor drie jaar te kiezen om niet weer net voor de verkiezingen de volgende keer met deze evaluatie bezig te zijn maar dat we dat na drie jaar doen, dan hebben we daar rust en tijd voor om dat goed te evalueren. Dus als het niet veel uitmaakt dan zouden we toch graag aan die drie jaar vastgehouden.
De voorzitter: En wat doet u met de suggestie van het college om mogelijk toe te voegen of eventueel? Ja? De heer Evers: Ik kijk even naar mijn onze mede-indiener, maar daar hebben we geen probleem mee. De voorzitter: Uitstekend. Is het voldoende behandeld wat u betreft? Dan krijgen we dus een licht gewijzigd amendement nog even voor de scherpte. De voorzitter: Maar dan kunnen we door naar de volgende motie. Dat is de motie Aangepast sporten. Mevrouw Zegel, u heeft het woord. Mevrouw Zegel: Ja, dank u wel voorzitter. Met onze mede-indieners, de Partij van de Arbeid, ChristenUnie, CDA en Deventer Sociaal. In het beleidskaders Samen Sporten Maakt Sterk, sport- en accommodatiebeleid, daar staat aangepast sporten benoemd, punt. Met daarbij wel een kanttekening dat er niet voldoende specialisten bij alle verenigingen zijn. Dat heeft mij tot denken gebracht en in gesprek weer gebracht met de nodige specialisten die ik op dit punt wel ken maar die overal bekend zijn. Want we hebben met elkaar ook het inclusie-manifest ondertekend en daar zijn meerdere partijen bij aanwezig geweest en daarmee hebben we gezegd dat we zoveel mogelijk ons best doen om alle drempels weg te halen om iedereen mee te kunnen laten doen. En zo ook met sporten.
En dat heeft me ertoe gebracht om met deze motie te komen omdat we niet een duidelijk kader in het stuk zelf hebben maar wel de vraag te stellen om dit in het jaarlijkse uitvoeringsprogramma op te nemen en concreet daar ook aandacht aan te besteden, aan de trainers en specialisten want die zorgen voor dat maatwerk. Maar dat maatwerk is ook nodig om die trainers en specialisten te maken, de kennisuitwisseling slim te organiseren omdat dat nu niet altijd slim gaat en dit ook te monitoren. En dat heeft de sportploeg, dat is het derde bullet, die heeft de expertise en er zijn meerdere partijen die dat hebben die altijd geraadpleegd kunnen worden. Maar betrek ze er vooral ook bij. Dus dat is in het kort wat deze motie behelst. De voorzitter: Dank u wel mevrouw Zegel. Mevrouw Stegeman. Mevrouw Stegeman: Ja, dank u wel. Nou, fijn dat er aandacht is voor aangepast sporten. Ik heb eigenlijk twee, ja, twee vragen. Eerste is: vraag u om een specifieke uitwerking van dit onderwerp, dus vraagt u om iets extra’s of vraagt u om het te beschrijven? En wat betekent dat qua uitvoeringskosten?
15 De voorzitter: Mevrouw Zegel. Mevrouw Zegel: Ja, de specifieke uitwerking, dat is het inderdaad. Ik vraag specifiek ernaar om in het uitvoeringsprogramma dit op te nemen omdat dit niet als duidelijk kader wordt gegeven maar wel benoemd wordt als in het stuk van we vinden het wel belangrijk. En ik wil daar wel een duidelijk statement van maken: ik wil dat dit standaard wordt, met name omdat we dat inclusie-manifest ook met elkaar hebben ondertekend en omdat het gewoon belangrijk is. Eigenlijk overstijgt het zoveel verschillende domeinen dat je ook kan zeggen dat gezondheid en welzijn, dat valt daar ook allemaal onder, dat is heel erg belangrijk. Dus vraag ik de specifieke uitwerking extra? Ja, mogelijk wel. Dat ik het wil beschrijven? Ja, graag. Wat de extra kosten zijn? Nou, dat hoeft niet. Want bij sport en bewegen, daar is 95 procent wordt gedaan door vrijwilligers. Het zijn allemaal vrijwilligers die dat doen dus er is een klein beetje ondersteuning misschien nodig vanuit Deventer Doet, die al betrokken is, vanuit het sportbedrijf of vanuit de provincie waar nu ook aandacht voor is. Dus ik vraag alleen maar: wees er alert op en doe dat. De voorzitter: Mevrouw Schmidt. Mevrouw Schmidt: Ja, dank u wel voorzitter. Aanvullend op de reactie van mevrouw Zegel. We hebben met z’n allen het inclusieve manifest ondertekend, Deventer zonder drempels.
En we zeggen allemaal tegen elkaar dat het allemaal heel erg belangrijk is maar op het moment dat er dan nieuw beleid wordt geformuleerd wordt het benoemd maar daar blijft het dan ook bij. En volgens ons is het belangrijk om juist het inclusief sporten wel mee te nemen in dit soort uitvoeringsprogramma’s. Het moet gewoon standaard tussen de oren zitten en dat is nu nog niet. En we geven voor de normale sporten geven we middelen uit, daar zorgen we dat er combinatiefunctionarissen zijn, er wordt van alles voor opgericht, allemaal prima. Maar het inclusieve sporten blijft er nog een beetje bij hangen. Dus het is wel belangrijk dat we dit benoemen en ook gewoon uitschrijven: wat verwachten wij met elkaar? Wat willen wij met elkaar? Waar willen wij over een bepaalde periode zijn? Dus met die gedachte hebben wij deze motie ingediend omdat we het echt belangrijk vinden dat wij het ook echt in de uitvoering gaan doen en dat het niet alleen bij mooie woorden blijft. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Sipman. Mevrouw Sipman: Ja, dank u wel voorzitter. Vraag ook aan de indieners, want in Deventer doen we al best heel veel op het gebied van inclusief sporten. Dus als we deze motie aannemen, wat doen we dan extra? De voorzitter: Mevrouw Zegel. Mevrouw Zegel: Ja, dat is een mooie vraag.
Nou, volgende week kunt u naar het beweegplein, ik zou dat zeker doen, daar staan de specialisten ook en vraag hen ook vooral wat we dan extra doen. Want wat we extra zouden kunnen doen is zorgen dat er aandacht is om meer te bundelen, vereniging overstijgend in plaats van dat de verenigingen allemaal naar hun eigen bonden gaan. Dus dat anders organiseren. En daar moet je misschien wel vanuit meedoen, waar sportbeleid uiteindelijk ook onder valt, maar om te zeggen: hé, kunnen we dat beleidsoverstijgende voordeel wat we ervan hebben als mensen sporten, om dat ook op die manier op te pakken. De voorzitter: Mijnheer Smeenk. De heer Smeenk: Ja, ik heb nog een … Dank u wel voorzitter. Ik heb nog een vraag bij het eerste bullet. Specifieke aandacht te besteden aan trainers en specialisten, ja, in welke vorm aandacht? Een aai over de bol, een schop onder de kont? Hoe bedoelt u dit? Is dit bedoeld om, nou ja, aandacht besteden … Opleiden, het trainen van trainers, het coachen van trainers en specialisten, of hoe moet ik hem lezen? Ik lees hem nu wel heel algemeen. De voorzitter: Mevrouw Zegel.
16 Mevrouw Zegel: Ja, daar heeft u gelijk in. Schoppen mag niet, dat is geweld. Aaien over de bol zou ik ook mee uitkijken als ik u was in deze tijd. Maar dat er in het beleidsstuk staat dat er te weinig specialisten en trainers zijn, dat is eigenlijk de aandacht die wij hiermee vragen: kijk daarnaar hoe je dat wel kunt bereiken. En dat is maatwerk. Aan wie ik het wil sturen vraagt Siri, maar … De voorzitter: Zullen we naar het college gaan? Ja? Wethouder De Geest. De heer De Geest: Ja, dank u wel voorzitter. Voorzitter, ja, vrij simpel eigenlijk want ik, het college leest deze motie als een oproep om hier aandacht aan te besteden in het uitvoeringsplan. Dat is er nog niet, dat moeten we nog uitwerken. Dus logischerwijs, wat daar dan in komt te staan en hoe concreet je de dingen gaat maken en welke onderdelen er dan in zitten, dat volgt eigenlijk in dat uitvoeringsplan. Maar u vraagt hier eigenlijk als raad op voorhand om dat in ieder geval daar echt een onderdeel van uit te laten maken. Hadden we dat gedaan zonder deze motie? Misschien wel, maar u heeft nu in ieder geval volgens mij als u deze tekst zo bij ons neerligt en als u hem aanneemt daar nog weer gewoon specifiek extra aandacht voor gevraagd. Dan kan het ook niet aan de aandacht ontsnappen en waarschijnlijk was dat ook al niet gebeurd.
Maar vanuit die intentie, want zo lees ik de motie ook gewoon vooral, vergeet dit niet en werk dit ook gewoon nader uit in het uitvoeringsplan, kan het college hier gewoon positief over adviseren. De voorzitter: Uitstekend. Voldoende dan? Ja? De voorzitter: Dan stel ik voor dat we naar de volgende motie gaan en dat is de motie Sporten in de directe omgeving ingediend door Groen… Nee sorry, door de ChristenUnie. Mevrouw Nijman, u heeft het woord. Mevrouw Nijman: Ja, dank u wel voorzitter. In het beleidskader Samen Sporten Maakt Sterk zit in de analyse een stukje over dat steeds meer mensen informeel sporten op hun eigen plek op hun eigen manier zonder van een grote accommodatie gebruik te maken. En in de rest van het stuk komt dat eigenlijk niet terug en dat snap ik ook want dit beleidskader focust zich op de ondersteuning aan verenigingen en de accommodaties en voorzieningen die zij nodig hebben. Dus in die zin snap ik dat maar die analyse triggerde me wel en met name het feit dat we zeker in coronatijd hebben gezien dat mensen dat ook als heel prettig hebben ervaren en daardoor sporten en bewegen, ja, makkelijk is, toegankelijk is, nou, eigenlijk alles wat we willen.
En hoe mooi zou het zijn als we dat toch kunnen stimuleren en motiveren dat mensen dat ook blijven doen en dat we dat als gemeente toch ook een beetje faciliteren? In de raadstafel hebben we het erover gehad dat dat eigenlijk het terrein van leefomgeving is en op dit moment loopt er een enquête vanuit het programma leefomgeving naar dit onderwerp. En dan niet specifiek naar sporten maar wel naar spelen en de inrichting van openbare ruimte. En nou kan ik me zomaar voorstellen dat daar conclusies uitkomen waarvan leefomgeving zegt: ja, dat is voor sport. En sport, nou, misschien bij het uitvoeringsplan er misschien wel naar kijkt maar misschien ook niet. En dat zou ik een gemiste kans vinden dus vandaar mijn voorstel om de uitkomsten van die conclusie laten bekijken door zowel leefomgeving als sport en dat ze ook met elkaar concluderen: wat hoort bij jou en wat hoort bij mij en hoe gaan we dit doen? En ik vind dat we op Keizerslanden een heel mooi voorbeeld hebben waar de sportverenigingen de beweegroute in het park hebben aangelegd en daar ook een stukje, nou, sporttips bij geven. Naar dat soort verbindingen ben ik op zoek en ik zou het zonde vinden als we die laten liggen. En vandaar deze motie. De voorzitter: Dank u wel mevrouw Nijman. De heer Smeenk. De heer Smeenk: Ja, voorzitter, de uitleg is langer als de motie. Dus ja, prima, helemaal goed, het is helemaal duidelijk nu.
Ik heb nog een vraag over de tweede bullet: de raad hierover te informeren bij de begroting in 2022. U bedoelt bij de begrotingsbehandeling voor de begroting 2023 in november 2022? Ik kan niet zo goed lezen vandaag dus. De voorzitter: Mevrouw Nijman.
17 Mevrouw Nijman: Dan ben ik daar misschien dan wel iets te kort door de bocht gegaan, voorzitter. Mijn gedachte was inderdaad: geen idee wat er uit die enquête komt, geen idee welke budgetten daarmee gemoeid zijn en in welk programma, maar tegen de begrotingsbehandeling eind dit jaar voor de komende jaren weten we vast meer. Dus als u die aanpassing, die kan ik wel doen. De voorzitter: Dank voor deze verheldering, ja. Als er verder geen … Ja. Mevrouw Leget. Mevrouw Leget: Ja, dank u wel voorzitter. Nou, u gaf het al even aan heel in het kort maar ik zal wel iets meer uitleg willen hebben wat u bedoelt met dat het voor verenigingen een mooie kans is om ook het sporten in de openbare ruimte te faciliteren. De voorzitter: Mevrouw Nijman. Mevrouw Nijman: Ja, voorzitter, dat kan op 1001 manieren. Het mooiste voorbeeld zelf vind ik Keizerslanden maar er zijn ook meer voorbeelden waarbij een sportvereniging op zijn terrein of in de directe omgeving van het terrein een wat groter sporttoestel heeft staan, die ‘…’ rekken, de kunstgrasvelden die dan bij een vereniging horen maar ook buiten verenigingstijd gebruikt kunnen worden.