2021-405 Topicus - Concept Masterplan
Tekst van het document
CARRÉ CAMPUS
TO P I C U S CONCEPT MASTERPLAN - NOVEMBER 2021
COLOFON
TOPICUS CARRÉ CAMPUS OPDRACHTGEVERS
Topicus Singel 25 7411 HW Deventer T: +31 (0)570 662 662 E: info@topicus.nl W: www.topicus.nl
Explorius Vastgoedontwikkeling B.V. Molendijk Noord 90a 7461JE Rijssen T: +31 (0)548 543 774 E: info@explorius.nl W: www.explorius.nl
ONTWERPERS Stedenbouw en architectuur:
Barcode Architects Scheepmakershaven 56 3011 VD Rotterdam T: +31 (0)10 425 66 50 E: info@barcodearchitects.com W: www.barcodearchitects.com
Landschapsarchitectuur:
Felixx Landscape Architects & Planners BV Gustoweg 45h 3029 AR Rotterdam T: +31 (0)10 273 30 28 E: felixx@felixx.nl W: www.felixx.nl
2 | TOPICUS CARRÉ CAMPUS | BARCODE ARCHITECTS & FELIXX
INHOUDSOPGAVE
Deel 1 | kaders Introductie
5
Weergave proces en stukken die als kader dienen
8
Omschrijving vraag programma Topicus
10
Analyse locatie en interpretatie
12
Deel 2 | uitwerking Ruimtelijk concept Masterplan
25
Stedenbouwkundige inpassing
28
Gebouwenenvelop (rooilijnen & hoogtes)
32
Richtlijnen bebouwing
34
Organisatie programma
48
Uitwerking maaiveld / landschap
54
Natuurinclusief & klimaatadaptief
68
Mobiliteit
74
Deel 3 | proces & vervolg Communicatie
78
Verwachting en vervolgstappen
84
BARCODE ARCHITECTS & FELIXX | TOPICUS CARRÉ CAMPUS | 3
LOCATIE IN DE STAD
4 | TOPICUS CARRÉ CAMPUS | BARCODE ARCHITECTS & FELIXX
INTRODUCTIE
Voor u ligt het concept masterplan voor de Carré Campus van Topicus. Dit betreft het gebied tussen de Brinkpoortstraat, Singelstraat, Singel en Keizerstraat. Het ligt binnen de centrumschil en aan het stationsplein. Topicus is momenteel op deze locatie gevestigd, maar de gebouwen zijn verouderd en toe aan een upgrade. Het is de ambitie om hier een dynamische campus te ontwikkelen waar ruimte is voor werken, wonen, leren en leisure. Een campus die zich passend voegt op deze prominente locatie op de rand van de historische binnenstad. Het document is opgebouwd uit twee delen. Deel 1 schets het proces en de kaders evenals de visie op de opgave en de locatie. Deel 2 geeft de richtlijnen en hoofduitgangspunten van het project weer. Deel 3 geeft een verslag van de overleggen die in deze fase hebben plaatsgevonden met stakeholders en omwonenden en geeft vervolgens aan hoe het proces verder wordt vormgegeven.
BARCODE ARCHITECTS & FELIXX | TOPICUS CARRÉ CAMPUS | 5
6 | TOPICUS CARRÉ CAMPUS | BARCODE ARCHITECTS & FELIXX
Deel 1 | kaders Weergave proces en stukken die als kader dienen Omschrijving vraag programma Topicus Analyse locatie en interpretatie Proces ontwerpteam
PROCES EN KADERS
KERNWAARDE VOOR HERONTWIKKELING TOPICUS LOCATIE. (Geformuleerd door Q-Team) 1. ENTREEZONE VAN DE HISTORISCHE STAD
A. Een omgeving met grote verschillen in schaal en sfeer. B. Samenhang door de dragende structuren: rand van de historische stad (vesting), spoorzone, singelpark en verkeersweg. C. Scherpe en duidelijke overgangen (binnenstad, Singelpark, stationsgebied, stadscampus) D. Stadssilhouet historische stad (Singelrand)
2. SCHARNIERPUNT IN DE GROENE PARKSINGEL
A. De grens van de verdedigde stad (tot 1875: water en wallen). B. Dubbel verdienmodel anno 1880: gronduitgifte en stadsverfraaiing C. Typologie van het Singelpark: pandsgewijzegewijzeopbouw met vrijstaande volumes in het groen, omzoomd door een verbindende groenstructuur. D. Geleding van buitenruimte (heldere overgangen en domeinen -publiek, collectief, privé) en van bebouwing naar buitenruimte (serres, tuinkamers, terrassen, balkons)
3. ENSEMBLE ALS SAMENSTEL VAN INDIVIDUELE PANDEN
A Morfologie, structuur en typologie van de 19e-eeuwse stadsuitleg; B. Doorlopende villastrook (Singel en Keizerstraat) C. Accent door publiek gebouw (kweekschool, als onderdeel van de doorlopende Singelwand) D. Herkenbaarheid en aanwezigheid historische bebouwing (villa’s, kweekschool)
Beeldkwaliteitsplan (mei 2021)
4. DOMINANTE EN GEVARIEERDE GROENE CONTRAMAL
A. Verschillende sferen buitenruimte: singelrand, boulevard, stadsstraat en achterstraat B. Asymmetrische straatprofielen (contrast in bebouwingswanden, verschillen in rooilijn, korrelgrootte en groenstructuur) C. Breed en rijk repertoire van aansluitingen gebouwen en tuinen op de openbare ruimte. D. Diversiteit in inrichting en gebruik buitenruimte: tuinen, kijktuinen, erven, binnenplein.
Topicuscarré Deventer Ontwikkelperspectief April 2020
Blok IX op de voormalige vesting Deventer Cultuurhistorische analyse
1 473|2021
Ontwikkelperspectief (april 2020)
Topicus is al enkele jaren bezig met het ontwikkelen van een visie voor de ontwikkeling van de Carré Campus. De eerste concrete visies en gedachtes zijn in april 2020 vertaald in het Ontwikkelperspectief wat in samenwerking tussen Topicus en de Gemeente Deventer tot stand is gekomen. Dit document gaf een bandbreedte aan voor de grootte van het programma en het gaf een aantal handvatten voor de beeldkwaliteit en uitstraling van de ontwikkeling. Dit document is in het voorjaar van 2021 behandeld in de gemeenteraad. Vanuit de raad werd aangegeven dat het
8 | TOPICUS CARRÉ CAMPUS | BARCODE ARCHITECTS & FELIXX
Kernwaarden Q-team (maart 2021)
Ontwikkelperspectief onvoldoende inzage gaf of de voorgestelde ruimtelijke kaders passend zijn op deze plek en is hiervoor aanvullend onderzoek gevraagd. Voor een project op deze prominente locatie in de stad is het van wezenlijk belang dat het ontwerp op een zorgvuldige manier tot stand komt. Derhalve is er door de raad een onafhankelijk kwaliteitsteam aangesteld. Dit team heeft een aantal kernwaarden geformuleerd, gebaseerd op een uitgebreide cultuurhistorische analyse, waarmee in hun optiek een inpassing van een ontwikkeling recht doet aan deze plek.
September 2021
Historische analyse (september 2021)
De afgelopen maanden heeft het ontwerpteam bestaande uit Barcode Architects en Felixx Landscape architects het plan ontwikkeld op basis van de voorliggende kaders. Hierin is ook de terugkoppeling op het Ontwikkelperspectief meegenomen. De voortgang van het ontwerp is in een serie workshops met het ontwerpteam, het kwaliteitsteam, en een afgevaardigde van de gemeente besproken en verder ontwikkeld. Het resultaat van deze workshops is het voorliggende document.
PROCES EN ACTOREN
p
groep t c e roj
p
cip a r ti
atie
Explorius Omwonenden Topicus
Klankbordgroep
Projectgroep Gemeente Deventer s
tie
c rea
Stichting Oud Deventer
Erfgoedvereniging Heemschut
Ontwerpteam Architects)
op s rksh wo
(Barcode Architects & Felixx Landscape
Rijksdienst voor cultureel erfgoed
...
afgevaardigde gemeente
Kwaliteitsteam
advies aan college afstemming
B. Dirrix (architectuur & stedenbouw) P. van der Vliet (landschapsarchitectuur) P. Meurs (cultuurhistorie)
Planadviesraad
BARCODE ARCHITECTS & FELIXX | TOPICUS CARRÉ CAMPUS | 9
AMBITIE TOPICUS
STATION NIEUW LEEUWENBRUG ca. 8.700m2 werken
CAMPUS CARRÉ ca. 16.400m2 wonen werken leren leisure
STADSCAMPUS De Kien
FILMHUIS mogelijk ca. 4000m2 meerdere zalen
WERKEN
+ WONEN +
10 | TOPICUS CARRÉ CAMPUS | BARCODE ARCHITECTS & FELIXX
LEREN
+ LEISURE
AMBITIE VAN TOPICUS
Het Carré integraal onderdeel van De Kien De Kien staat voor een gebied met innovatieve bedrijven die samenwerken en Deventer als ICT stad op de kaart willen zetten. Het doel is om 10.000 ICT-ers of mensen die op intensieve wijze met hoogwaardige ICT werken (ingenieurs, ontwerpers, enz.) naar Deventer te halen. De oude maak-industrie verdwijnt stapsgewijs uit Deventer, de nieuwe tech-enabled maakindustrie wordt nu opgezet om het ondernemersklimaat in Deventer veilig te stellen. De ICT Campus van Topicus is een essentieel onderdeel van De Kien en ook de concrete eerste fase in de realisatie van De Kien. Samen met Topicus en anderen zet Saxion een nieuwe ICT master in de markt. De drie pijlers zijn: 1) meer innovatief werk en werkers naar Deventer halen , 2) master ICT en 3) campusgerichte gebiedsontwikkeling in samenwerking met de Gemeente en Provincie. De ICT campus van Topicus omvat het hele gebied van Leeuwenbrug, Filmhuis en Carré en bevat ca. 29.100m2 BVO waarvan ruim 50% werken, 25% wonen, 10% leisure en leren en 15% is nog nader in te vullen in het Filmhuis. De Carré-ontwikkeling is de kern en de eerste fase van de ICT-campus van Topicus. Zo vormen De Kien, de ICT Campus Topicus en de Carré-ontwikkeling een drie-eenheid en zijn beleidsmatig en wat betreft ontwikkeling in de tijd verbonden.
Aantrekken van talent | WWLL-filosofie Topicus wil groeien en wil Talent naar Deventer trekken. Talent is schaars en wordt schaarser. Een innovatief werkklimaat en modern ondernemerschap van Topicus zijn vereist om het gevecht om talent te winnen. In dit werkklimaat raken Werken, Wonen, Leren en Leisure met elkaar versmolten. Topicus hanteert als uitgangspunt voor haar vestigingsbeleid dan ook deze WWLL-filosofie waarbij de werkgever een rol heeft op al deze 4 terreinen. Deze verdere integratie van functies zorgt voor een aantrekkingskracht van jong talent zodat er een optimaal innovatieve campusatmosfeer ontstaat. Innovatief woonmilieu Belangrijk onderdeel in de behoeftespecificatie is het woonmilieu wat Topicus wil kunnen aanbieden om talent te binden. De tijd van de kantoorwerker die om 09.00 komt en om 17.00 weer met de auto uit de stad rijdt, is voorbij. Dit heeft gevolgen voor het woonmilieu, omdat mensen zelf de tijd om te werken kiezen en zelf kiezen waar dit is. Beneden in de bieb, of op een dag wat rustiger op je verdieping. Interessant is om verschillende woon-werkomgevingen te creëren voor individuen, grotere team en voor kleine teams. Specifiek daarbij passend is een variatie aan sferen die comfort bieden en inspiratie geven.
Dit kan zijn van friendsgroup kamers op de woonverdiepingen waar men lokaal uit bed stapt en gelijk samen achter de computer kruipt, tot huis-werkkamers,
koffiecorner werkplekken, salonburo’s, stille bunker plekken, open landschappen, moderne lichte ruimten en klassieke hoge ruimten. Naast deze werkplekken worden een rijk palet aan verschillende gemeenschappelijke ruimtes, meeting rooms en sociale ontmoetingsplekken aangeboden zowel binnen als buiten. De werken woonomgeving raken met elkaar verweven. Flexibiliteit De gebouwen zijn flexibel van opzet en staan altijd mix-use en interactie voor. De functies versterken elkaar en de gebouwen kunnen reageren op toekomstige veranderingen binnen het fluïde WWLL-concept. De campus is hiermee toekomstbestendig en er ontstaat een dynamisch stukje stad wat zich passend moet voegen in de historische omgeving.
BARCODE ARCHITECTS & FELIXX | TOPICUS CARRÉ CAMPUS | 11
SITE
12 | TOPICUS CARRÉ CAMPUS | BARCODE ARCHITECTS & FELIXX
BARCODE ARCHITECTS & FELIXX | TOPICUS CARRÉ CAMPUS | 13
ONTWIKKELING VAN DE LOCATIE
1880
1890
1940
1960
1990
2000
2010
2018
Locatie ligt ter plaatse van de vestingwerken
Villa’s hoek Keizersingel wordt vervangen door bank
De parksingel met villabebouwing wordt aangelegd
Kantoren Leeuwenbrug & schouwburg gerealiseerd
Deventer is een stad met een grote historische gelaagdheid zoals mooi wordt omschreven in het Beeldkwaliteitsplan Deventer Binnenstad. Het carré van Topicus heeft de kans om deze gelaagdheid te versterken. De locatie is gelegen aan de noordzijde van het centrum, buiten de Middeleeuwse kern. De locatie ontstond nadat de vesting was gedempt (18880) en er een parkachtige singel werd ontwikkeld met aangrenzend een lint van villa’s. De structuur van de singel liep door tot aan hotel de Keizer (1890). Op het bouwblok van de
14 | TOPICUS CARRÉ CAMPUS | BARCODE ARCHITECTS & FELIXX
De driehoek van de schouwburg wordt bebouwd
Singel wordt weer doorgezet over het stationsplein
Vernieuwing van de bebouwing Brinkpoortstraat
Singel is weer verdwenen van het stationsplein
Topicus locatie werden op de ene helft 5 villa’s gebouwd en werd de andere helft beschikbaar gesteld aan de Rijkskweekschool.
zichtbaar in de huidige situatie. Op de driehoek werd de stadsschouwburg met aangrenzend het filmhuis en woningbouw gerealiseerd.
Zowel de locatie als de inrichting van de Singel zijn daarna volop veranderd. In de jaren 20 van de vorige eeuw werd de singel ter plaatse van de huidige schouwburg gedempt en bebouwd. In de jaren 80 en 90 volgde een verdere stadsvernieuwing met op het carré de sloop van twee villa’s op de hoek van de Keizerstraat Singel en de sloop van de vleugel van de Rijksleerschool. De vervangende nieuwbouw is
In de afgelopen decennia is de singel ter plaatse van het stationsplein flink van karakter verschoten. Van een bebouwde wig met aan weerszijde singel (1990), tot het doorlopen van de Singel (2010), naar de huidige situatie. Voor een verdere toelichting naar de ontwikkeling van de locatie zie ook de cultuurhistorische analyse van SteenhuisMeurs van september 2021.
ONTWIKKELING VAN DE LOCATIE
1870 | Ontmanteling van de Brinkpoort
1872 | Aanleg Keizerstraat
1870 | Ontmanteling van de Brinkpoort
1879 | De locatie voordat deze werd bebouwd.
ca. 1900 | De groenstructuur loopt voor de locatie door
ca. 1900 | De Leeuwenbrug
1990 | Keizerstraat ca 1950 | Singel
1990 | Singelstraat
BARCODE ARCHITECTS & FELIXX | TOPICUS CARRÉ CAMPUS | 15
HUIDIGE STATUS VAN DE LOCATIE De huidige status van de locatie is zeer introvert en versteend met een centrale entree in het midden van het bouwblok aan het parkeerterrein. De gebouwen zijn met elkaar verbonden door een later toegevoegde laagbouw. Er staan enkele waardevolle gebouwen waaronder het Kweekschoolgebouw. De huidige opzet sluit niet aan bij de uitstraling van een campus die Topicus voor ogen heeft. Er ligt een kans om een entree van de stad te maken die past bij Deventer en bij deze plek.
16 | TOPICUS CARRÉ CAMPUS | BARCODE ARCHITECTS & FELIXX
KANSEN VOOR DE ONTWIKKELING
Leeuwenbrug
voormalige kweekschool
voormalige gymzaal
voormalig bankgebouw
kantoor Topicus
Schouwburg
restaurant Ayami Filmhuis
terrein van Topicus
Aan de hand van vier kernwaarden is de locatie geanalyseerd. Deze kernwaarden omschrijven de essentie van de locatie. Vanuit deze waarden volgen vervolgens de randvoorwaarden van het masterplan: 1. 2. 3. 4.
Entreezone van de historische stad Scharnierpunt in de groene parksingel Ensemble als samenstel van individuele panden Dominante en gevarieerde groene contramal
Op de volgende pagina’s worden vanuit de kernwaarden de randvoorwaarden omschreven.
BARCODE ARCHITECTS & FELIXX | TOPICUS CARRÉ CAMPUS | 17
1 | ENTREEZONE VAN DE HISTORISCHE STAD
Singelpark
locatie stadscampus
beschermd stadsgezicht
ED CA UCA WO MPU TIE NIN S GEN
station
voormalig kazerneterrein
Heldere demarcatie van verschillende structuren
Levendigheid aan het stationsplein
De rand van de historische stad wordt leesbaar, bijdrage aan het vergroenen van het stationsplein.
Divers en gemixte functies met een duidelijke entree/voorkant aan het plein op de locatie. Het project gaat programmatisch de verbinding aan met de dynamiek van het station en de stadscampus.
Versterken van de route binnenstad - station
Versterken van een fijnmazig netwerk
Met name de hoeken zijn belangrijke schakels in de route van het station naar de binnenstad. Hotel De Keizer is hiervan een goed voorbeeld. We zien kansen om een architectonische verbijzondering te maken met een actieve plint op de hoek Keizerstraat / Singel en op de hoek Singelstraat / Brinkpoortstraat.
Naast de hoofdstructuren ontstaat er een fijnmazig netwerk wat informele verbindingen aan gaat met de omgeving. Het carré kent hiermee een mate van doorwaadbaarheid. De doorwaadbarheid met filmhuis en stadsschouwburg is belangrijk als in de toekomst ook deze locatie kan worden betrokken.
18 | TOPICUS CARRÉ CAMPUS | BARCODE ARCHITECTS & FELIXX
PARKSINGELSTRUCTUUR | 2
Beschermd stadsgezicht
5m
19m
17m 5m 19m
32m 37m
12m
13m
15m 11m
11m 11m
De rand van de historische stad aan de noordzijde wordt gevormd door de 19de eeuwse parksingelstructuur. Het carré is onderdeel van deze structuur; een lint van villa’s aan de Singel waar het groen tussendoor stroomt. Zoals zichtbaar in de historische analyse liep de singelstructuur voorheen door tot aan hotel de Keizer. Dit verklaart de bestaande villa’s aan de Keizerstraat. Het doorlopen van de structuur is nu niet goed meer leesbaar omdat de singel niet meer door loopt en ook twee villa’s op de hoek Keizerstraat/ Singel zijn vervangen door het voormalig bankfiliaal.
Versterken van de Parksingelstructuur Het is de ambitie om de structuur van de Parksingel te versterken en daarmee recht te doen aan het beschermd stadsgezicht. Stedenbouwkundige kenmerken van de structuur: • • • • • •
samenhang groene buitenruimte en de bebouwing dynamiek van de massa verspringende rooilijnen typische parcelering van de bebouwing volumes als samengestelde elementen groene voorzones van de bebouwing
Eigentijdse interpretatie
De hoek Keizerstraat / Singel anno 1900
De huidige situatie hoek Keizerstraat / Singel
De nieuwe inpassing bouwt voort op de aanwezige kwaliteiten van de plek, maar doet dit wel op een eigentijdse manier die past bij een inpassing van de 21ste eeuw. Er ontstaat daarmee een samenspel tussen het bestaande en het nieuwe en er ontstaan verschillende tijdlagen in de stad. Deze strategie volgt de aanpak zoals omschreven in het beeldkwaliteitsplan Deventer Binnenstad: ‘Nieuwe gebouwen met een eigentijdse uitstraling zijn zeker mogelijk, zolang het ontwerp zich voegt in het ritme en de sfeer van de omliggende stad. Ingrepen komen voort uit en refereren aan hun omgeving. Zo kan de historische kwaliteit en identiteit worden geborgd, terwijl er ook ruimte voor nieuwe interpretaties en oplossingen ontstaat.’
BARCODE ARCHITECTS & FELIXX | TOPICUS CARRÉ CAMPUS | 19
3 | ENSEMBLE EN SAMENHANG
De opbouw van het blok kent historisch gezien samenhang. Het uitgangspunt is om voort te bouwen op de logica van de plek met enerzijds de representatieve zijde van villa’s aan de Singel en anderzijds het ensemble van de kweekschool (zie ook de naastgelegen afbeelding met de historische verkaveling van het bouwblok). Kenmerken van het bestaande idioom van de bebouwing van de 19de eeuwse schil worden ingezet als drager van de identiteit en op een eigentijdse manier vertaald naar de nieuwe bebouwing. Met de toevoegingen ontstaat er een mix van oud en nieuw die het unieke karakter van de plek versterkt.
Historische verkaveling van de locatie
Tweeledig karakter van de locatie goed afleesbaar
Parcelering en opbouw • •
•
De Parksingel wordt gekenmerkt door vrijstaande villa’s met een voortuinzone. Aan de Singelstraat / Brinkpoortstraat ontstaat er juist een ensemble van meer aanééngesloten gebouwen Volumes kennen een rijkheid met samengestelde elementen, elegante verhoudingen, versprongen rooilijnen, en platiciteit door terugtrappende volumes (setbacks).
Rijkheid overgangen binnen buiten •
•
Samenspel van groen en gebouw zorgt voor rijkheid in de overgangen van binnen naar buiten. De overgang wordt geregeld door middel van een breed palet van architectonische middelen zoals hekken, voortuinen, trappen en opgetilde begane grond. Door deze elementen wordt de overgang driedimensionaal.
Samengesteld volume van de Kweekschool
Samenspel van groen en gebouw
Geleding met verhoogde plint en setback
Voortuinzone aan de Singel
Diepte en reliëf in de gevels
Hekwerken werken samen met de architectuur
Rijke detaillering • • •
Rijke en verfijnde detaillering Werken met textuur en belijning Zorgvuldige beëindiging van de volumes
Bovenstaande elementen zijn verder uitgewerkt in een aantal richtlijnen voor de bebouwing in deel 2 van dit concept masterplan.
20 | TOPICUS CARRÉ CAMPUS | BARCODE ARCHITECTS & FELIXX
GROENE EN GEVARIEERDE CONTRAMAL | 4
Diversiteit aan sferen
Heringerichte Keizerstraat
Vernieuwde Singel
Rondom het Carré zijn verschillende sferen in de omliggende straten (contralmal). Uitgangspunt is om deze verschillende sferen te vieren en per straat (boulevard, woonstraatje, Singel, stadstraat) zorgvuldig te reageren met het ontwerp. Dit is in de huidige situatie niet het geval. Integendeel, nu is de aansluiting op de contramal zeer gesloten. Er geen entree’s aan de buitenzijde van het blok en door slagbomen is het terrein afgesloten van de omgeving. Bordjes met verboden toegang voor onbevoegden versterken momenteel het gevoel van een afgesloten enclave in de stad. - zie ook het onderstaande diagram.
Sin
at
St ad s
tra
at
ge l
izer stra
P
Brinkpoorstraat
Singelstraat
tra
leva
ns
at
Bou
Wo o
rd K e
P
Levendige plint De invulling van de plint en de aansluiting op de contramal is hier cruciaal. Het is de ambitie om levendigheid in de plint te brengen, en diversiteit aan te brengen in de overgangen van de campus naar de openbare ruimte.
BARCODE ARCHITECTS & FELIXX | TOPICUS CARRÉ CAMPUS | 21
22 | TOPICUS CARRÉ CAMPUS | BARCODE ARCHITECTS & FELIXX
Deel 2 | uitwerking Aansluiting op de context en overzicht Gebouwenenvelop (rooilijnen & hoogtes) Ruimtelijk concept Masterplan Organisatie programma Materialisatie & uitstraling gebouwen Uitwerking maaiveld / landschap Natuurinclusief & klimaatadaptief Logistiek, beheer & fasering Communicatie
AANSLUITING OP DE CONTEXT
24 | TOPICUS CARRÉ CAMPUS | BARCODE ARCHITECTS & FELIXX
HOOFDCONCEPT | PRINCIPE EN INPASSING IN DE VILLASTRUCTUUR
Van introvert en aaneengekoekte massa..
Uitgangspunt is het maken van een doorwaadbare structuur met losse volumes passend bij de omliggende stedelijke structuur. In de huidige situatie in het carré is deze structuur slecht afleesbaar. De gebouwen zijn aan elkaar gekoekt door een éénlaags volume in het midden van het carré met hierin ook de centrale entree. Dit leidt ertoe dat er een introvert geheel is ontstaan waarbij de gebouwen geen relatie meer aangaan met de omgeving. Als de gebruiker eenmaal binnen is via de centrale entree ervaart deze niets meer van de omgeving en vice versa. Dit leidt
...naar op zichzelf staande volumes in een groene setting
ertoe dat de omliggende straatjes doods aanvoelen. En dat individuele gebouwen niet meer als individuele gebouwen functioneren. De entree van de Kweekschool aan de Singel is bijvoorbeeld niet meer in gebruik waardoor er een discrepantie is ontstaan tussen de logica en opzet van de stedelijke structuur en het eigenlijke gebruik van het carré. Het is onze ambitie om voor het carré weer een ruimtelijke opzet te maken die aansluit bij de plek. Losse volumes in een groene setting vormen hier een doorwaadbaar geheel. Er
ontstaat een familie van gebouwen met een duidelijke eigen entree, levendigheid in de plint en een open en aantrekkelijke uitstraling naar de omgeving. Het wordt duidelijk dat hier het dynamische weefsel van de binnenstart begint. In het hart van het gebied ontvouwt zich een verrassende en doorwaadbare groene binnenwereld die van meerwaarde is voor zowel de gebruikers van het carré als voor de omwonenden.
BARCODE ARCHITECTS & FELIXX | TOPICUS CARRÉ CAMPUS | 25
IMPRESSIE VANUIT DE SINGEL Indicatieve verbeelding van de volumes aan de Singel
26 | TOPICUS CARRÉ CAMPUS | BARCODE ARCHITECTS & FELIXX
OVERZICHT RUIMTELIJK CONCEPT MASTERPLAN
De bestaande gebouwen en waardevolle bomen (waar mogelijk) zijn het startpunt van de interventie.
De parksingelstructuur zet zich door. Kenmerkend hiervoor is de verweving van groen en gebouw, en de schaal, elegantie en ritme van de bebouwing.
Aan de Singelstraat en Brinkpoortstraat ontstaat een stedelijk emsemble refererend naar het complex van de voormalige Kweekschool.
In het hart van het Carré ontstaat een groene, weelderige en informele binnenwereld in contrast met de meer formele buitenzijde van het blok.
De bebouwing voegt zich in materialisatie naar de bestaande omgeving waardoor er een coherent stadsbeeld ontstaat.
Er ontstaat een dynamische campus met een mix van Wonen Werken Leren en Leisure. De hoekgebouwen begeleiden de route stad - station.
BARCODE ARCHITECTS & FELIXX | TOPICUS CARRÉ CAMPUS | 27
WAAR BOUWEN WE OP VOORT Behouden en versterken •
•
•
• • •
Bestaande gebouwen komen weer vrij te staan door de aanbouwen van 1990 te slopen. Dit betreft de laagbouw in het hart van de locatie die momenteel de verbinding legt tussen Kweekschool en Gymzaal en de aanbouw van twee lagen die tegen de Kweekschool is geplaatst. Voor de gymzaal zijn er over tijd een flink aantal aanpassing geweest aan het gebouw. Zo is het dak opgehoogd en is het entreevolume aan de zuidzijde van de gymzaal gesloopt en vervangen door een groter volume. Aan het binnenterrein grenst nu nog de verbindende laagbouw die zal worden gesloopt. Deze staat koud tegen zowel het hoofdvolume als het entreevolume noordzijde. Aan de Brinkpoortstraat heeft de gymzaal nu een zeer gesloten uitstraling. Bij de uitwerking van het masterplan zal worden onderzocht hoe oud en nieuw hier samen een nieuw ensemble kunnen vormen. Met name de plasticiteit van het ensemble en de kenmerkende kapvormen en draairichtingen zullen hierin worden meegenomen. Behouden van groen waar mogelijk, in ieder geval de monumentale Lindeboom in het hart van het carré. Voor de Plataan aan de Brinkpoortstraat wordt gekeken of het mogelijk is om deze in te passen of te vervangen door een inheemse soort. De voormalige hoofdentree van de Kweekschool wordt weer in gebruik genomen. Behouden en/ of versterken van overgangen en waardevolle muurtjes en hekwerken. Het binnengebied is zeer versteend.
Grote kans om dit meer te vergroenen.
Afgewaardeerd •
•
Het bankgebouw op de hoek Keizerstraat / Singel is niet passend met de korrelgrootte en uitstraling van de villabebouwing aan de parksingel en wordt gesloopt. De vleugel aan de Brinkpoortstraat uit 1990 heeft een ruimtelijke organisatie die niet bruikbaar is en heeft bovendien een uitstraling die niet passend is op deze plek en wordt gesloopt.
28 | TOPICUS CARRÉ CAMPUS | BARCODE ARCHITECTS & FELIXX
Waardevolle elementen te behouden Waardevolle elementen buiten de site Ontwerpintentie waardevol, huidige uitvoering zeer matig Afgewaardeerde elementen Nadere studie nodig in fase masterplan
WAAR BOUWEN WE OP VOORT
Aanbouwen verwijderen
Volume bankgebouw verwijderen
Reclameaanduiding te overheersend
Aanbouwen verwijderen
Volume Brinkpoortstraat verwijderen
Gebouw zeer gesloten en introvert
Behoud volume Kweekschool inclusief muurtjes
Kans vergroenen van het binnengebied
Kans Ensemble beeindiging daken
Behoud monumentale Lindeboom
Kans meer openen van de gevel gymzaal
Kans impuls geven aan de contramal in levendigheid en groen BARCODE ARCHITECTS & FELIXX | TOPICUS CARRÉ CAMPUS | 29
WAT VOEGEN WE TOE
Zorgvuldige inpassing versterkt het bestaande
Parksingelstructuur
De nieuwbouw die aan de locatie wordt toegevoegd is erop gericht de bestaande stedelijke structuren te versterken. Er ontstaat een samenspel van bestaande bebouwing, nieuwe bebouwing en de groene buitenruimte.
Aan de Singel ontstaan er drie samengestelde volumes met breedtes en korrelgroottes die aansluit bij de Parksingelstructuur. •
We onderscheiden hierin de volgende zones: • De zone Parksingelstructuur • De zone Ensemble aan de Brinkpoortstraat en Singelstraat • De zone van de groene binnenwereld.
• • • •
•
•
30 | TOPICUS CARRÉ CAMPUS | BARCODE ARCHITECTS & FELIXX
De massa is dynamisch door het springen in hoogte, het springen van de rooilijnen en wisselende breedte en korrelgroottes van de gebouwen. Doorzichten onthullen de groene binnenwereld. Uitnodigende, royale en levendige begane grond met per gebouw een herkenbare entree. Op de hoek van de Keizerstraat/ Singel een hedendaagse villa maakt leesbaar dat de parksingelstructuur de hoek om vouwt. In het midden een samengesteld volume uit twee delen met een verspringende rooilijn waardoor een korrelgrootte ontstaat die past bij de villa’s. Er ontstaat een semi-publieke voortuinzone die door middel van in de architectuur geïntegreerde hekwerken, trapjes hoogteverschillen en muurtjes een prettige verblijfsplek aan het stationsplein maakt. Door setbacks ontstaan er groene terrassen wat zorgt voor een levendig beeld aan het stationsplein.
WAT VOEGEN WE TOE
Ensemblezone Brinkpoortstraat / Singelstraat
Groene binnenwereld met steegjes
De gebouwen aan de Brinkpoortstraat en Singelstraat werken samen als een ensemble.
In het hart van het plan ontstaat een groene binnenwereld. Deze binnenwereld is doorwaadbaar.
•
•
•
• •
De gebouwen vormen tezamen een wandbebouwing aan de Brinkpoortstraat / Singelstraat. Gebouwen staan in de rooilijn. Er is een rijkheid in de opbouw van de volumes. Met kappen (in verschillende draairichtingen) en setbacks kennen de bestaande gebouwen een bijzondere beëindiging en sterke plasticiteit. De gootlijn verspringt in hoogte wat de lengte van het ensemble breekt en het geheel een menselijke maat en ritmiek geeft. Rijkheid in het materiaalgebruik geeft differentiatie aan het ensemble en geeft de volumes een duidelijke geleding. In de volgende fase wordt de samenhang en balans tussen de volumes verder onderzocht.
• • • • • •
De monumentale Lindeboom krijgt een prominente plek in het hart van het plan. Voor de overige bomen (onder andere de Plataan in de Brinkpoortstraat) wordt gekeken of deze in is te passen. Inrichting kent een flexibele padenstructuur en kan daarmee nog reageren op ontwikkelingen in het plan en in de toekomst. Zorgvuldige aansluiting van de padenstructuur op de contramal. Het is de ambitie om een groene binnenwereld te maken. Hiervoor moeten de juiste condities worden gecreeërd: Percentage bebouwd is maximaal 60%. Van deel onbebouwd is minimaal 50% groen. Daken zijn nadrukkelijk onderdeel van de visie van de groene binnenwereld.
BARCODE ARCHITECTS & FELIXX | TOPICUS CARRÉ CAMPUS | 31
26.50 m
KORRELGROOTTE 15.50 m
17.50 m
15.50 m
26.50 m 26.50 m
Goothoogtes en beeindiging volumes De gebouwen kennen in basis een hoogte van 4 of 5 lagen. Er wordt geleding aangebracht in de volumes door middel van een verbijzondering van de laatste lagen. Naar de randen toe worden door middel van setbacks of door verandering van het materiaal de volumes genuanceerd. In naastgelegen diagram is per gebouw de gootlijn aangegeven. In de richtlijnen (p34) wordt dit verder toegelicht. Er zijn twee volumes die afwijken van de hoogte van 4 of 5 lagen. Dit betreffen het volume in het midden in de groene zone (7 lagen) en deels één van de volumes aan de singel (7 lagen). Aan de singel is het doel om een dynamische bouwmassa te realiseren, met verspringende rooilijnen en samengestelde volumes. Dit volume in het midden vergt nog nadere uitwerking in de volgende fase (zie ook de paarse ster in de overzichtstekening).
26.50 m
15.50 m
17.50 m
15.50 m
15.50 m
15.50 m
15.50 m
15.50 m
17.50 m
17.50 m
26.50 m 24.50 m
Aanzicht Singel
15.50 m 26.50 m
13.00 m 24.50 m
11.00 m
26.50 m
24.50 m 26.50 m 15.50 m
24.50 m 13.00 m 11.00 m
15.50 m
13.00 m
11.00 m 15.50 m 13.00 m 11.00 m
Aanzicht Keizerstraat
26.50 m 24.50 m
17.50 m 15.50 m
26.50 m
13.00 m 24.50 m
26.50 m
14.50 m
ca 14.00 m
14.50 m
ca 14.00 m
14.50 m
ca 14.00 m
14.50 m
ca 14.00 m
24.50 m 17.50 m 17.50 m
26.50 m
15.50 m 24.50 m 15.50 m
13.00 m 13.00 m
17.50 m 15.50 m
Parcelering De breedte van de panden (parcelering) is per zone verschillend en wordt bepaald door de ritmiek van de parksingel of door historische opzet van de kavel. In de singelzone is de breedte wisselend tussen minimaal 11 en maximaal 15 meter. De rooilijn van naastgelegen panden kent sprongen van minimaal 0,75 meter. In de ensemblezone kennen de gebouwen een grotere breedte.
13.00 m
Aanzicht Singelstraat
17.50 m ca 14.00 m
32 | TOPICUS CARRÉ CAMPUS | BARCODE ARCHITECTS & FELIXX
12.00 m
11.00 m
Aanzicht Brinkpoortstraat
ca 14.00 m
14.50 m
ca 14.00 m
14.50 m
17.50 m
17.50 m
17.50 m
17.50 m
ca 14.00 m
17.50 m
12.00 m
14.50 m 11.00 m
Brinkpoortstraat gezien vanaf de hoek Singelstraat
12.00 m
11.00 m 11.00 m m 17.50
Onbebouwde ruimte Voor het gehele plot geldt dat maximaal 60% wordt bebouwd. Voor de inrichting van de onbebouwde ruimte geldt dat maximaal 50% wordt verhard zodat er genoeg ruimte is om te vergroenen. De breedte van de doorgangen varieert wat afhankelijk is van de hoogte van de naastgelegen bebouwing en de zichtlijnen op maaiveld. Het volume in de groene zone heeft aan de noordzijde over de onderste twee lagen een setback waardoor vanaf de Keizerstraat een zichtlijn ontstaat naar het pleintje. Ook het volume aan de Singelstraat heeft op de begane grond een setback om de visuele verbinding tussen de Singelstraat en het pleintje te versterken.
17.50 m
14.50 m
12.00 m
Aan de Brinkpoortstraat zien wij een hoogte van 4 bouwlagen, met in de rooilijn ca. 14,5m hoogte, en terugliggend ten opzichte van de rooilijn een extra laag als passend. Dit is goed in verhouding met de hoogte van ca. 14m van de bestaande bebouwing aan de overzijde van de Brinkpoortstraat. Zoals ook in de bovenstaande diagram aangegeven, is de geleding van het volume hier belangrijk. Met de voorgestelde hoofdmassageleding vinden wij dit voorstel uit stedenbouwkundig oogpunt een passende invulling voor de Brinkpoortstraat. Het voorstel sluit aan bij de bouwlagen zoals omschreven in het ontwikkelperspectief: een bouwhoogte van 3 bouwlagen kantoren of 4 woonlagen. Ook wordt in het ontwikkelperspectief aangegeven dat terugliggend ten opzichte van de rooilijn een extra bouwlaag denkbaar is. In ons voorstel komen de vier woonlagen in de rooilijn hoger uit dan de omschreven 11,5m in het ontwikkelperspectief. Dit heeft twee redenen. Ten eerste willen wij een plint maken van 4,5 meter hoogte zodat deze ook in de toekomst flexibel te gebruiken is. Het gebouw krijgt daardoor kwaliteit en toekomstwaarde. Ten tweede is het conform de minimale vrije verdiepingshoogte in het bouwbesluit niet mogelijk om 4 woonlagen binnen de genoemde hoogte van 11,5 meter te realiseren.
In zoverre is het ontwikkelingsperspectief innerlijk tegenstrijdig omdat 4 woonlagen niet mogelijk zijn bij een bouwhoogte van 11,5 meter. Gevolg is dat de bouwhoogte in de rooilijn aan wordt gepast van 11,5 naar 14,5m.
OVERZICHT ZONES EN VOLUMES
Singelzone (15-26m) Ensemblezone (11-17m) Groene zone (17-24m) doorsteek breedte doorsteek plotlijn rooilijn ingang volumeopbouw in studie aansluiting gymzaal in studie
24 -26 m
4,0 -
6,0 m
5m
0m
m
6-7
16
5-7
3L 4-5
x6 m
5,0 -7, 0m
-20 m
23 -25 m
16
ma
L 6,0 -8 ,0m
m
-18
m
B
4-5G+ L
4,5m
m
B
30
2,5-
L
4-5G+ L
BG
4-5 + L
(B 7-8 G m niv ea u)
n4 5m
mi
n1
BG
6-7 + L
2m
n1
202
mi
4-5G+ L
5,5 m
B
L
mi
m
3,5 -
4-5
1115
4,5 -
10 -12 m
6,5 m
kelder
18
BG+
4-5L
parcelering voortuinzone begane grond +1m aantal bouwlagen
BARCODE ARCHITECTS & FELIXX | TOPICUS CARRÉ CAMPUS | 33
RICHTLIJNEN BEBOUWING | GELEDING Geleding van de bouwmassa De gebouwen hebben een heldere opbouw met een plint, een middeldeel en een top wat volgt uit de opbouw van de gebouwen in de 19de eeuwse schil. De plint is uitnodigend en heeft een open karakter, maar de gebouwen landen wel duidelijk op het maaiveld. In de plint heeft de materialisering diepte en textuur waardoor het een menselijke maat krijgt. De plint heeft een minimale hoogte van 4,5m voor flexibilieit van het gebruik naar de toekomst. De top onderscheidt zich van het gebouw en is duidelijk afleesbaar. De gebouwen hebben een eigen uitstraling en karakteristiek maar vormen tezamen wel één geheel. Samen vormen ze een eigentijdse toevoeging aan het ensemble van de binnenstad.
Geleding met verhoogde plint en setback
Onderscheidt in textuur in de plint
Eigentijdse interpretatie van geleding
Geleding met verhoogde plint en setback
Onderscheidt in textuur in de plint
Eigentijdse interpretatie van geleding
Principe dakvormen De dakvormen zijn een belangrijk onderdeel van de inpassing in de Parksingelstructuur. Het dak wordt in de gebouwen op een moderne manier geïnterpreteerd zodat het dak ook functioneel kan worden ingezet voor klimaatadaptatie, energieopwekking en biodiversiteit. Ze vormen een onderdeel van het daklandschap en kappenlandschap van de binnenstad – waarin nieuw gebruik (groen, beleefbaarheid, verduurzaming) een plek krijgt. We zien de volgende types als mogelijk om het dak te onderscheiden:
Top
Top
Top
Mid
Mid Mid
+
+
Plint
Plint
1) Onderscheidend gevelconcept & materiaalgebruik Door middel van een verandering aan textuur en materialisatie boven de gootlijn wordt het dak onderscheiden van de romp.
+
+
1. Onderscheidt in gevel/textuur Plint
2. Groene setbacks
3. Groene setbacks +
4. Zadeldak
Top
Top
Top
+
+ met groene setbacks 2) Werken Mid
Mid
Het dak wordt onderscheiden van de romp door middel van+ het terugzetten van de bouwmassa boven de gootlijn Plint
3) Zowel materiaalverandering als setback
Mid
+ Plint
Plint
Punten 1 en 2 worden gecombineerd om het dak duidelijk te onderscheiden van de romp en plint.
4) Verwijzing naar kapvorm Een zadeldak sluit aan op de bestaande bebouwing en en duidt het begin van het dak ook aan. 34 | TOPICUS CARRÉ CAMPUS | BARCODE ARCHITECTS & FELIXX
Heldere opbouw van de gebouwen
onderscheidend materiaal
RICHTLIJNEN BEBOUWING | GELEDING Indicatieve verbeelding van de volumes aan de Singel
BARCODE ARCHITECTS & FELIXX | TOPICUS CARRÉ CAMPUS | 35
RICHTLIJNEN BEBOUWING | OVERGANGEN Rijkheid in overgang binnen-buiten Kenmerkend voor de bebouwing aan de parksingel is de samenhang tussen de groene buitenruimte en de bebouwing. De overgangen tussen binnen en buiten zijn zacht door het maken van onder andere tuinkamers, loggia’s, setbacks & dakterrassen. Er ontstaat een unieke beleving van binnenuit, maar tevens ontstaat er ook afstand en privacy naar de omliggende gebouwen door het maken van deze tussenlaag.
9
Zones De gebouwen reageren per zone anders. Aan de parksingel kennen de gebouwen eerst een voortuin zone. De begane grond is opgetild. Door setbacks ontstaat er ook een zachte overgang en levendige uitstraling naar het stationsplein. Aan de Singelstraat / Brinkpoortstraat staan de gebouwen direct aan de openbare stoep. Het hoekgebouw heeft een opgetilde begane grond zodat er afstand ontstaat naar de openbare ruimte. Entrees zijn geplaatst in loggia’s in het volume en geven daarmee diepte naar de straat. Door setbacks wordt op de verdiepingen afstand gecreëerd naar de straat en de omwonenden. In de groene binnenwereld zijn de gebouwen in de plint open waardoor de grenst tussen binnen en buiten wordt vervaagd.
1
6 0m
rijbaan
fietspad
stoep
voortuinzone
doorsteek
Principe aansluiting en opbouw Singelzone
9 11 11
2 rijbaan
fietspad
stoep
doorsteek
Principe aansluiting en opbouw Ensemblezone
A
C 344
m2
6
5
N
KE
WER
B
binnenplein
0 36 | TOPICUS CARRÉ CAMPUS | BARCODE ARCHITECTS & FELIXX
Principe aansluiting groene zone
gymzaal
stoep
rijbaan/fietspad
stoep
RICHTLIJNEN BEBOUWING | OVERGANGEN
Opgetilde buitenruimtes: Toegankelijke dakterrassen met minimaal 50% groen (9)
Opgetilde buitenruimtes: Teruggezette gevel met geïntegreerd groen (10)
Opgetilde buitenruimtes: Loggia’s en verdiepte balkons voor de woningen (11)
Binnengebied: Aansluiting op padenstructuur (5)
Binnengebied: Groen loopt tot aan de gevel (6)
Binnengebied: Tuinkamers met directe verbinding met het groen (7)
Binnengebied: Opgetilde begane grond loopt als veranda binnengebied in (8)
Randen: Aansluiting Singelzone (1)
Randen: Aansluiting Singelstraat/ Brinkpoortstraat (2)
Randen: Overgang naar steegjes (3)
4. Randen: Aansluiting terras (4)
BARCODE ARCHITECTS & FELIXX | TOPICUS CARRÉ CAMPUS | 37
RICHTLIJNEN BEBOUWING | ALZIJDIGHEID & PRIVACY Alzijdigheid & oriëntatie Gebouwen zijn alzijdig van uitstraling en consequent ontworpen zodat er geen achterkanten ontstaan. Wel reageren de gebouwen subtiel en specifiek naar de omgeving. Zo kan bijvoorbeeld de uitstraling van het volume naar het binnengebied subtiel verschillen van de uitstraling naar Singel. De gebouwen hebben ook ramen aan de steegjes (ogen op de straat) zodat er sociale controle ontstaat. Daarnaast is de functie in het gebouw niet dominant voor de uitstraling. Naar de toekomst toe moet een flexibel gebruik van het gebouw mogelijk zijn en het is daarom niet wenselijk om een duidelijk woongebouw en een duidelijk kantoorgebouw te maken. Privacy en inkijk Privacy is een belangrijk onderdeel van binnenstedelijke verdichting om zorgvuldig mee om te gaan zodat de impact van inkijk zo min mogelijk is. Dit geldt voor binnen het plangebied, maar vooral ook in de relatie naar de omgeving en de omwonenden. Hiervoor worden een aantal middelen ingezet:
Open-dicht verhouding De balans tussen openheid en privacy wordt geregeld door een zorgvuldige verhouding tussen open en dichte geveldelen. De nieuwe volumes sluiten aan bij de mate van geslotenheid bij de omliggende bebouwing. Waar mogelijk wordt directe inkijk vermeden door het slim positioneren van ramen. Ook wordt gebruikt gemaakt van screens zoals Braziliaans metselwerk of verticale lamellen waardoor wel daglicht wordt doorgelaten, maar inkijk wordt verminderd. Buitenruimtes Buitenruimtes worden uitgevoerd als loggia’s, dakterrassen en verdiepte balkons en worden daarmee onderdeel van het volume. Hierdoor ontstaat er meer afstand. Positie kernen Kernen worden slim gepositioneerd waardoor inkijk in tuinen van de omliggende bebouwing tot een minimum wordt beperkt. Dit geldt met name voor het centrale volume. De kern is hier naar de oostzijde geschoven zodat de ruimtes in het gebouw geörienteerd zijn op het centrale pleintje en niet op de naastgelegen tuinen. Kernen zijn niet afleesbaar in de gevel. 38 | TOPICUS CARRÉ CAMPUS | BARCODE ARCHITECTS & FELIXX
Alzijdige uitstraling van de blokken; geen achterkanten maken Speciale aandacht gevel ten behoeve van inkijk in naastgelegen tuinen Positie van de kern stuurt de oriëntatie van het gebouw Entrees
RICHTLIJNEN BEBOUWING | ALZIJDIGHEID & PRIVACY
Referentie open dicht verhouding en alzijdigheid
Functie is niet dominant in de uitstraling
Functie is niet dominant in de uitstraling
Referentie lamellen voor privacy
Referentie Braziliaans metselwerk voor privacy
Referentie buitenruimtes als onderdeel van de gevel
BARCODE ARCHITECTS & FELIXX | TOPICUS CARRÉ CAMPUS | 39
RICHTLIJNEN BEBOUWING | MATERIAAL, KLEUR & SAMENHANG Een samenspel van bakstenen en witte volumes Nieuwe volumes kennen een materialisatie en uitstraling die niet detoneert met de context, maar juist meegaat in de kleur en uitstraling van de historische binnenstad. De kenmerken van de historische bebouwing worden doorgezet in de nieuwe volumes, echter wordt dit wel vertaald naar een eigentijdse invulling van deze waarden. In de directe context zien we een dominant gebruik van twee verschillende hoofdmaterialen. Enerzijds zijn dit volumes met een rijke detaillering en hoofdmateriaal baksteen. Anderzijds zien we volumes met een sterke horizontale belijning met hoofdmateriaal witte stuc of gekeimde baksteen. De nieuwe inpassing sluit aan bij deze kleurentinten zodat er een coherent geheel ontstaat.
Hoekgebouwen De hoekgebouwen zijn belangrijke punten om de parksingel goed door te zetten en zullen meegaan in de overwegend bakstenen architectuur van de parksingel. Er ontstaat hiermee samenhang in het carré tussen de nieuwe hoekvolumes en de bestaande kweekschool en villa’s aan de Keizerstraat. Het hoekvolume Brinkpoortstraat / Singelstraat gaat tevens een relatie aan met de naastgelegen gymzaal.
Eisen voor nieuwbouw in beschermd stadsgezicht zoals omschreven in het ontwikkelperspectief: “In de bebouwingswanden zijn de eeuwen
tot een min of meer traditionele vormgeving, in
afleesbaar. Dit vormt een essentieel en
andere gevallen tot een zeer modern, eigentijds
karakteristiek element van de binnenstad.
ontwerp. Essentieel is dat het pand in een
Samen met de overige volumes ontstaat er op het carré een gebalanceerd beeld van de twee materiaalpaletten. In het hart van het plan is een lichte materialisering wenselijk wat het contrast met de groene binnenwereld versterkt en ook zorgt voor meer licht en lucht in de binnenwereld.
Nieuwe architectonische ontwerpen moeten
goede, harmonische relatie staat tot de naaste
daarom geen herhaling van het oude zijn.
omgeving. De context is dus het uitgangspunt en
Wanneer nieuwbouw (of verbouw) zich op een
de randvoorwaarde voor toekomstige ingrepen.
eigentijdse, vanzelfsprekende wijze voegt in de
Kennis van de (historisch) architectonische
bestaande gevelwand zal zij deel uit gaan maken
kwaliteitskenmerken is daarbij van wezenlijk
van de omgeving. Zo kan een nieuwe, eigentijdse
belang. Zij vormt als het ware de ‘onderlegger’
kwaliteit worden toegevoegd en worden erfgoed
voor het nieuwe ontwerp en kan gehanteerd
De materialisatie van de omgeving wordt niet alleen op basis van materiaaltype doorgezet. Textuur, detaillering en diepte van de gevel zijn belangrijke aspecten en worden gebruikt om de samenhang tussen oud en nieuw te versterken. In de volgende fase zullen deze architectonische kwaliteitskenmerken verder worden uitgediept en vertaald naar een beeldkwaliteitsplan.
en moderne traditie met elkaar verzoent. Om
worden als instrumentarium bij het ontwerpen.
dat te bereiken moeten nieuwe ontwerpen
Het spreekt vanzelf dat dit aspect van ‘weven’ en
wel bepaalde kenmerken uit de omgeving
harmonisch integreren van oud en nieuw hoge
overnemen. In sommige gevallen zal dat leiden
eisen stelt aan het niveau van het bouwplan.
Gebalanceerd materiaalpalet
40 | TOPICUS CARRÉ CAMPUS | BARCODE ARCHITECTS & FELIXX
RICHTLIJNEN BEBOUWING | MATERIAAL, KLEUR & SAMENHANG
Palet 1: rodere baksteen, kleurvariatie, rijke textuur
Palet 2: Lamellen, wit, Baksteen, licht, rijke textuur, fijne detaillering
BARCODE ARCHITECTS & FELIXX | TOPICUS CARRÉ CAMPUS | 41
AANZICHTEN
Indicatieve verbeeldingen van het samenspel van oud en nieuw
Singelstraat
Brinkpoortstraat
42 | TOPICUS CARRÉ CAMPUS | BARCODE ARCHITECTS & FELIXX
AANZICHTEN
Singel
Keizerstraat
BARCODE ARCHITECTS & FELIXX | TOPICUS CARRÉ CAMPUS | 43
HOEK SINGELSTRAAT / BRINKPOORTSTRAAT
44 | TOPICUS CARRÉ CAMPUS | BARCODE ARCHITECTS & FELIXX
BARCODE ARCHITECTS & FELIXX | TOPICUS CARRÉ CAMPUS | 45
BEZONNINGSSTUDIE - bestaande situatie De getoonde tijdstippen laten zien dat de schouwburg aanzienlijke schaduw projecteert op de Keizerstraat en op het Stationsplein als gevolg van zijn grote massa; dit in contrast met de schaduw geprojecteerd door de villa’s en kweekschool, die minder schaduwlast produceren als gevolg van hun kleinere footprint, lagere hoogte en tussengelegen steegjes. De bezonning op het binnenplein van het carré krijgt weinig schaduwlast in maart en juni, ook al wordt dit nu gebruikt als parkeerplaats.
21 december 09:00
21 december 12:00
21 december 15:00
21 maart 09:00
21 maart 12:00
21 maart 15:00
21 juni 09:00
21 juni 12:00
21 juni 15:00
46 | TOPICUS CARRÉ CAMPUS | BARCODE ARCHITECTS & FELIXX
BEZONNINGSSTUDIE - nieuwe situatie
21 december 09:00
21 december 12:00
21 december 15:00
21 maart 09:00
21 maart 12:00
21 maart 15:00
21 juni 09:00
21 juni 12:00
21 juni 15:00
De aangetoonde tijdstippen laten zien dat de impact van de bebouwing op de Brinkpoortstraat en Singelstraat minimaal is in maart en juni,en verwaarloosbaar is in december in vergelijking met de bastaande situatie. De gebouwen aan de Singel hebben voornamelijk impact op het Stationsplein omdat de lage zonnestand van de avond hun schaduw naar het noordoosten projecteert. De diagonale oriëntatie van het carré zowel als de geparceleerde gebouwen hebben verder als effect dat de schaduwlast van de nieuwe bebouwing ook minimaal effect heeft op zichzelf. De bezonning op het binnenplen en gevels blijft dus rijk.
BARCODE ARCHITECTS & FELIXX | TOPICUS CARRÉ CAMPUS | 47
PROGRAMMA & FLEXIBILITEIT Topicus hanteert als uitgangspunt voor haar vestigingsbeleid de WWLL-filosofie: een werkklimaat waarin Werken, Wonen, Leren en Leisure met elkaar versmolten raken. De werkgever heeft een functie op al deze 4 terreinen en deze terreinen zijjn vereist voor een aantrekkingskracht van jong talent een verdere integratie zodat er een optimaal innovatieve campusatmosfeer ontstaat. De verschillende programma onderdelen moeten daarbij in balans zijn. Hiervoor is de verhouding aangehouden zoals deze wordt geadviseerd in het document Metromix opgesteld door het College van Rijksadviseurs voor een gemengd 100 zakendistrict waarbij er ca. 40 procent wonen, ca. 40 procent werken en ca. 20 voorzieningen 80 voor wordt gesteld. Een deel van 42,2% het programma Wonen wordt ondergronds gerealiseerd. Een ander belangrijk uitgangspunt is om de verschillende 60 programmasegmenten niet te clusteren, Flex wonen 6,2% maar juist te mixen op de locatie zodat er een evenwichtige40balans van functies ontstaat. Werken
mix programm
WO N
FL N KE
R
WE
LE
N
NE O W
EN
N KE
R
RE
fle x
WE
AL SC
RK
N RE
P
U E-
EN
ISU
RE
Nieuw voorstel
Werken Topicus
3.772 m2
22,22 %
Flex
610 m2
3,59 %
Scale-up
569 m2
3,35 %
Kweekschool
1.276 m2
7,52 %
Lifestyle
982 m2
5,78 %
Wonen
6.984 m2
41,13 %
Souterrain (werken Topicus)
1.086 m2
6,40 %
1.718 m2
10,12 %
Le i
su
re
20% voorzieningen 4,7% 6, 0%
% 7,8 % 2,0
en Ler p le-u Sca
en Werk
16.977 m2
Topicus Living
Werken De Leeuwenbrug 6.399m2 42,2%
8.000 m2
Flex
1.347m2
8,2%
Werken
4.765m2
29,1%
Scale-up
330m2
2,0%
Leren
1.276m
2
7,8%
Leisure
980m2
6,0%
Techniek / fietsparkeren
769m2
4,7%
15.866m2
100%
Flex werken
Liv
ing
8,2%
, 2%
29,1%
42
totaal
Overzicht verdeling programma
40% kantoren
48 | TOPICUS CARRÉ CAMPUS | BARCODE ARCHITECTS & FELIXX
totaal
100 %
EN
RK
WE
LE
LE
De verdeling van functies over de locatie in 20 diagram is een eerste naastgelegen Scale-up 2,0%aanzet. Dit Leren wordt in de volgende fase verder 7,8% uitgewerkt. De Leisure 6,0% balans en de grootte van het programma zijn wel 4,7% 0 uitgangspunten.
EN
N WO
EX N WO
WE
ISU
31,1%
40% wonen
EN
PROGRAMMA & FLEXIBILITEIT
Een levendige mix van wonen, werken, leren en leisure. Het programma
BARCODE ARCHITECTS & FELIXX | TOPICUS CARRÉ CAMPUS | 49
EEN DYNAMISCHE PLINT
ETSPLAN TOPICUS CAMPUS
NDEN GROENE OASE | PLATTEGROND
Sin ge l
e
TR
AN
Sc E-
FIC
e M/
FIT
m
GY
NE
SS
BIK EN E TR AN
CE RE
IU
M
terras en koffie
ST
AU
RA
NT
ES
fic
e
OF
Of
HO LO US BB ING Y
K
HO LO U S BB ING Y
L
ing
CIA
OR
HO LO US BB ING Y
fic
ER
DIT
UP
OF
FIC
ES
HO LO US BB ING Y
Liv
Of
Br ink po ort str aa t
ing
fic
e
Liv
in ple n aa nb e jz Si
MM
AU
CE
Of
CO
OR
Kei zers traa t
EN
e
uitnodigende groene binnenwereld
E
W
HO LO U S BB ING Y
Fle x
BIK
AL
EX
Gy
ale -u
p
FL
SC
CO E LLE CT CO IV LIV MM RO ING ON OM
re
ILL
isu
CH
tyl
E
Lif es
FF
fic
CA
Le
US
Of
PIC
ing
TO
Fle x
bestaande en nieuwe architectuur maken identiteit
uitnodigende groene binnenwereld
HO LO U S BB ING Y
Liv
Sin ge lst raa t
Ed u
ca
tio
n
ontmoeten en educatie
BIK EN E TR AN
CE
auditorium / flexruimte
Topicus Campus | D
ape architects & planners
Een levendige activering in de plinten is van cruciaal belang voor het maken van de campus waarbij ook de buitenruimte wordt geactiveerd.
50 | TOPICUS CARRÉ CAMPUS | BARCODE ARCHITECTS & FELIXX
EEN DYNAMISCHE PLINT
BARCODE ARCHITECTS & FELIXX | TOPICUS CARRÉ CAMPUS | 51
FLEXIBILITEIT & TOEKOMSTWAARDE De ambitie voor de campus is om een ontwerp te maken wat flexibel en adaptief is. Traditioneel wordt per gebouw één functie geplaatst, maar voor de Topicus campus is het de ambitie om in één gebouw meerdere functies te plaatsen. Dit vraagt flexibele gebouwen waarmee het programma van wonen en werken met elkaar kan worden versmolten, maar dient ook om schommelingen in het programma op te vangen. Dit stelt eisen aan de opzet van de gebouwen, bijvoorbeeld aan de hoogtes en de installaties, maar stelt ook eisen aan de functieomschrijving van de gebouwen in het bestemmingsplan. Op de naastgelegen pagina zijn hiervoor enkele indelingen geschetst die een mogelijke uitwerking kunnen zijn.
Toekomstbestendig Bijkomstig voordeel van deze flexibele opzet is dat de gebouw ook naar de toekomst toe waardevol blijven. De gebouwen zijn ook los van elkaar te gebruiken zijn en kunnen wisselen van functie. Goed voorbeeld hiervan zijn de gebouwen aan de Singel waar niet alleen meer wordt gewoond, maar panden ook zijn getransformeerd naar kantoren. In de toekomst kan het zijn dat Topicus niet meer de gebruiker van de gebouwen is en ook dan moeten de gebouwen van meerwaarde zijn voor de stad. Het is daarmee dus geen maatpak voor Topicus. Ieder gebouw moet individueel kunnen functioneren en heeft een eigen entree en adres.
100
80
41,13 %
Wonen
60
5,78 %
Lifestyle
10,12 % Kweekschool
7,52 % 3,35 % 3,59 % 6,40 %
40
Scale-up Flex in (werken Topicus) 20
22,22 %
Werken Topicus 0
gescheiden programma
gemixt programma
52 | TOPICUS CARRÉ CAMPUS | BARCODE ARCHITECTS & FELIXX
Traditionele opzet waarbij de verschillende programmaonderdelen gescheiden zijn per gebouw.
LIVING
LIVING
WERKEN
LEISURE
Uitgangspunt is om programma te verweven in de gebouwen. De verschillende programma's maken gebruik van dezelfde ontsluiting. Er ontstaan cross-relaties tussen de gebouwen.
WERKRUIMTE
LIVING
WERKEN LIVING FLEX
LEISURE
WERKEN
LEISURE
WM
WM
WM
VERWEVENHEID VAN WONEN EN WERKEN
WM
WM
hoge entree lobby
WM
WM
WM
WM
WM
1. Een ruimere entree waarin ook plek is voor werkplekken en community
ook te gebruiken als FLEX/ gemeenschappelijke COLLECTIVEwoonkamer/ flex werkplek
WM
werkruimte per verdieping als
2. Per verdieping een gedeelde huiskamer ingericht met werkplekken
Belangrijk onderdeel in de behoeftespecificatie is het woonmilieu wat Topicus wil kunnen aanbieden om talent te binden. De tijd van de kantoorwerker die om 09.00 komt en om 17.00 weer met de auto uit de stad rijdt, is voorbij. Dit heeft gevolgen voor het woonmilieu, omdat mensen zelf de tijd om te werken kiezen en zelf kiezen waar dit is. Beneden in de bieb, of op een dag wat rustiger op je verdieping. Interessant is om verschillende woon-werkomgevingen te creëren voor individuen, grotere team en voor kleine teams. Specifiek daarbij passend is een variatie aan sferen die comfort bieden en inspiratie geven. Dit kan zijn van friends-group kamers op de woonverdiepingen waar men lokaal uit bed stapt en gelijk samen achter de computer kruipt, tot huis-werkkamers, koffiecorner werkplekken, salonburo’s, stille bunker plekken, open landschappen, moderne lichte ruimten en klassieke hoge ruimten. Naast deze werkplekken worden een rijk palet aan verschillende gemeenschappelijke ruimtes, meeting rooms en sociale ontmoetingsplekken aangeboden zowel binnen als buiten. De werk- en woonomgeving raken met elkaar verweven.
verlengstuk van de woonruimte
Gebouw heeft één gedeelde kern voor living en werken
3. Toevoegen van een werkverdieping aan de woongebouwen waar de bewoners van het blok kunnen werken
werkplekken aan de daktuin, flexibele vergaderplekken
BARCODE ARCHITECTS & FELIXX | TOPICUS CARRÉ CAMPUS | 53
UITWERKING BUITENRUIMTE Indicatieve verbeelding sfeer en uitstraling van de binnenwereld
Multifunctioneel landschap Verschillende factoren oefenen grote druk uit op onze leefomgeving: van veranderende klimatologische omstandigheden, het verbeteren van de biodiversiteit, tot het herdefiniëren van de organisatie van stedelijke en landelijke gebieden. Om te voldoen aan de veranderingen die deze elementen met zich meebrengen, 54 | TOPICUS CARRÉ CAMPUS | BARCODE ARCHITECTS & FELIXX
wordt de inrichting van het Topicusperceel in de binnenstad van Deventer niet ingericht als een statische monofunctionele omgeving voor een beperkte doelgroep maar wordt de buitenruimte benaderd als een dynamisch multifunctioneel landschap: uitnodigende, aantrekkelijke landschappelijke ervaringen worden verenigd met intelligent functionerende systemen.
Voor carré campus Topicus worden de buitenruimtes ontwikkelt en ontworpen zodat deze invulling geven aan actuele en relevante thema’s en tegelijkertijd krachtige onderscheidende plekken creëren.
MULTIFUNCTIONEEL LANDSCHAP
klimaatadaptatie De landschapsinrichting transformeert het gebied tot een groene oase in de stenige binnenstad. Het vele groen en aandacht voor goede opvang, gebruik en afvoer van regenwater draagt aan de klimaatbestendigheid van het gebied.
hittestress en luchtzuivering De groeninrichting en het behoud van de bestaande bomen voorkomen hittestress. Luchtzuiverende planten en struiken zetten overdag CO2 om in zuurstof en zorgen hierdoor voor een gezond verblijfsklimaat.
natuurinclusief en biodivers Aanplant van divers en gelaagd groen op maaiveld, en op de diverse daken zorgt voor een aantrekkelijke biotoop voor insecten, vlinders en vogels. Het verhoogt de biodiversiteit én zorgt voor een aantrekkelijk beeld.
gezonde omgeving Gevarieerd en eetbaar groen, sport- en ontspanningsaanleidingen en buitenwerken ontmoetingsplekken zorgen voor een gezonde woon-, werk en leeromgeving. Deze inrichting draagt bij aan ontspanning én productiviteit.
sociaal netwerk Een netwerk van paden en divers geprogrammeerde ontmoetingsplekken verankeren de ontwikkeling in zijn omgeving en stimuleren de sociale interactie tussen de campusgebruikers, bewoners en bezoekers.
bestemming in de stad De voorgestelde ingrepen dragen bij aan een groene en gezonde uitstraling die de Topicuscampus een herkenbare en onderscheidende identiteit verleent. Het geheel maakt het gebied tot een bestemming in de stad.
BARCODE ARCHITECTS & FELIXX | TOPICUS CARRÉ CAMPUS | 55
UITWERKING BUITENRUIMTE
56 | TOPICUS CARRÉ CAMPUS | BARCODE ARCHITECTS & FELIXX
UITGANGSPUNTEN EN PRINCIPES
Sin
Sin
tra ge ls po
or
tst raa
t
Groene oase in de stad De inrichting van de Topicuscampus kenmerkt zich als een groene oase in de stad, een plek voor rust en ontmoeting. De bebouwing bevindt zich grotendeels aan de randen van het perceel. Doordat de bebouwing uit verschillende losse volumes bestaat zijn er aan elke zijde van het perceel meerdere openingen tussen de gebouwen. Door deze openingen tussen de gebouwen ontstaan er er vanuit de aangrenzende straten aantrekkelijke doorzichten naar het binnengebeid en opbaart het rijke groene karakter van het binnenterrein zich tot de omliggende trottoirs.
Br
ink
Kei ze
ink
rstr a
at
Sin Br
Kei ze
rstr a
at
Sin
ge ls
tra
at
ge l
at
ge l
po
or
tst raa
t
Verbonden netwerk Het terrein wordt als een openbaar toegankelijk terrein ingericht. Aan alle vier de zijden van het perceel worden tussen de verschillende gebouwen toegangen voor langzaamverkeer voorzien. Deze paden ‘slingeren’ zich door het groene maaiveld en verbinden binnen het perceel de diverse gebouwen en hun entrees. Dit netwerk van paden verbreedt zich op enkele plaatsen tot divers geprogrammeerde ontmoetingsplekken. Het padennetwerk verbindt de ontwikkeling met zijn omgeving en stimuleert de sociale interactie tussen de campusgebruikers, bewoners en bezoekers.
BARCODE ARCHITECTS & FELIXX | TOPICUS CARRÉ CAMPUS | 57
UITWERKING BUITENRUIMTE
Sin
Br
ink
Kei ze
rstr a
at
Sin
ge ls
tra
at
ge l
po
or
tst raa
t
Representatieve voorzone De bebouwing aan de zijde van de Singel en de Keizerstraat maakt onderdeel uit van de historische singelstructuur. De gebouwen aan deze straten staan min of meer los op het perceel en hebben allen een representatieve voorzone. Voor de Topicus campus geldt ook dat dit principe wordt gehanteerd voor de hoekpanden aan de Singel en de panden aan de Keizerstraat. De voorzone kent een heldere overgang tussen de openbare ruimte en het eigen terrein. Veelal is dit vormgegeven met een laag muurtje en/of trasparant hekwerk. Achter deze afscheiding is de ruimte representatief en enigszins formeel ingericht met statige bloeiende planten of lage struiken. Soorten die regelmatig terugkomen in deze voorzones zijn onder andere Rhododendrons en Hortensia’s.
58 | TOPICUS CARRÉ CAMPUS | BARCODE ARCHITECTS & FELIXX
AANSLUITING OP OPENBARE RUIMTE
Sin
Sin
tra ge ls po
or
tst raa
t
Gebouwen aan de straat Voor de gebouwen aan de Singelstraat en Brinkpoortstraat geldt een ander principe dan voor de Singel en Keizerstraat. In de Singelstraat en Brinkpoortstraat grenst de bebouwing direct aan de openbare ruimte. Bij de bestaande woonbebouwing in deze straten leidt dit veelal tot een aaneengesloten bebouwingswand. Voor de gebouwdelen van de Topicuscampus in deze straten geldt ook dat deze met hun gevel direct aan de openbare ruimte staan. Lange aaneengesloten wanden worden echter voorkomen door het reserveren van ruimte tussen de verschillende bouwdelen voor de toegang tot, en het zicht op, het groene binnenterrein.
Br
ink
Kei ze
ink
rstr a
at
Sin Br
Kei ze
rstr a
at
Sin
ge ls
tra
at
ge l
at
ge l
po
or
tst raa
t
begroeide tuinmuur circa 3,0 m hoog afscheiding maximaal 1,5 m hoog
Overgang naar gebouwen aan Keizerstraat Op eigen terrein grenst het Topicusperceel aan de zij- en achtererven van de te handhaven villa’s aan de Keizerstraat en Brinkpoortstraat. In de huidige situatie bestaat deze overgang uit een circa 3,0 meter hoge tuinmuur begroeid met een bladhoudende klimop. Dit principe wordt ook doorgezet bij het achterperceel van de Chinees (Keizerstraat 41) waar momenteel nog geen groene afscheiding bestaat. Om de ruimtelijkheid vanaf het straatbeeld te garanderen worden de eerste delen van deze erfafschiedingen vanaf de openbare ruimte tot aan de achterzijde van de villa gevels, als een maximaal 1,5 meter hoge afscheiding ingericht.
BARCODE ARCHITECTS & FELIXX | TOPICUS CARRÉ CAMPUS | 59
UITWERKING BUITENRUIMTE De groene oase Het openbaar toegankelijke binnenterrein wordt ingericht als een weelderige groene oase en zal functioneren als een collectieve tuin voor de aangrenzende bebouwing. Het groen loopt in het meerendeel van de gevallen helemaal door tot aan de gevels en de raampartijen. Alleen daar waar toegangen tot de gebouwen zijn gesitueerd of terrasruimte grenst aan de gevel raakt de verharding de bebouwing. De beplanting bestaat uit meerdere lagen waaronder, bloemrijk gras, een gevarieerde