CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-2448 Beleidsplan Inzet op ondersteuning en geldzorgen

Raadsvergadering 1 december 2021, gemeente DeventerBij agendapunt: Beleidsplan Inzet op ondersteuning en geldzorgen (voorheen minimabeleid en schuldhulpverlening)9.435 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

INZET OP ONDERSTEUNING EN GELDZORGEN BELEIDSKADER MINIMAREGELINGEN EN SCHULDHULPVERLENING 2022

3

Ambitie

4

1. Inleiding Ambitie en doelstellingen Leeswijzer

5 6

2. Armoede en geldzorgen

7

3. Totstandkoming van dit beleidskader

10 10

3.1 Landelijke ontwikkelingen 3.2 Lokale bevindingen

4. Speerpunten Speerpunt 1. Preventie en Vroegsignalering Speerpunt 2. Laagdrempelige toegang Speerpunt 3. Ondersteuning bij geldzorgen Speerpunt 4. Dienstverlening op maat

13 14 15 16 18

5. Financieel kader en randvoorwaarden

23

6. Monitoring en sturing

26

7. Tijdsplanning

27

COLOFON

INHOUD

Voorwoord

Beleidskader minimaregelingen en schuldhulpverlening 2022 Tekst Gemeente Deventer Vormgeving Allison, Deventer Mail Telefoon

gemeente@deventer.nl 14 0570

VOORWOORD WETHOUDER DE GEEST “Samen gaan we armoede en geldzorgen te lijf” Met veel mensen in Deventer gaat het goed. Zij zijn gelukkig, hebben werk en inkomen en kunnen rondkomen. Maar dat is niet vanzelfsprekend. Zelfs in een rijk land als Nederland zijn er veel mensen die grote geldzorgen hebben, niet kunnen rondkomen en te maken hebben met problematische schulden. En dat heeft grote gevolgen voor hun leven, welzijn en toekomst. In tegenstelling tot wat je dan wel eens hoort, hebben de meeste van deze mensen geen schuld aan die omstandigheden. Het overkomt hen.

achterstand op die hen de rest van hun leven achtervolgt. En die achterstand verhoogt weer de kans op armoede. Deze negatieve spiraal moeten we doorbreken. In Deventer doen we al veel, zo geeft de recente evaluatie van het armoede- en minimabeleid aan. Daarbij was de inzet van veel organisaties en betrokkenen van groot belang, die samenwerking vind ik heel waardevol.

Als wethouder ben ik regelmatig in gesprek gegaan met vrijwilligers en cliënten van de bijvoorbeeld de voedselbank. Daar hoorde ik uiteenlopende redenen waarom mensen niet meer rond kunnen komen. Een ontslag, een te hoge hypotheek, een echtscheiding of het overlijden van een partner. Het zijn maar enkele voorbeelden van aanleidingen die een rol kunnen spelen bij armoede of problematische schulden.

De verhalen van mensen die leven met te weinig geld om rond te komen, raken mij iedere keer weer. Want het gaat niet alleen om te weinig geld. Het gaat om schaamte, stress, gezondheidsklachten en nog veel meer andere negatieve effecten. Met lef en liefde zet ik mij daarom in voor inwoners die het nodig hebben. Om te zorgen dat zij volwaardig kunnen meedoen, kansen krijgen en perspectief en toekomst hebben. We willen problemen voorkomen, de doelgroep nog beter bereiken en laagdrempelige hulp bieden, zoals u kunt lezen in dit beleidsplan. Zo dragen we verder bij aan de grote, maar noodzakelijke ambitie dat Deventer een gemeente wordt zónder armoede en geldzorgen.

Wat me altijd bijblijft uit de gesprekken, is de onnodige schaamte die er leeft. In gesprekken met mensen die het financieel moeilijk hebben of hebben gehad, is het altijd schrijnend om te horen hoe bezwaard ze zich voelden om hulp te aanvaarden. Maar ook hoe complex het allemaal kan zijn om uiteindelijk hulp te krijgen. Daarmee blijven problemen vaak onnodig voortduren of werden ze erger. Voor mij zijn deze verhalen een enorme drijfveer om te streven naar structurele verbetering en tijdige hulp voor mensen in armoede.

Rob de Geest Wethouder

Een groep die wat mij betreft extra aandacht verdient, zijn de kinderen. In arme gezinnen lijden de kinderen onder de armoede. Als we daar niets aan doen, lopen zij een

3

ONZE AMBITIE “Alle inwoners van Deventer (van jong tot oud) kunnen rondkomen en meedoen in de samenleving. Dit zonder dat zij stress ervaren van geldzorgen of (problematische) schulden”

Hoewel het beleidsplan zelf al

SPEERPUNT 1

SPEERPUNT 2

SPEERPUNT 3

SPEERPUNT 4

Preventie en vroegsignalering

Laagdrempelige toegang

Ondersteuning bij geldzorgen

Dienstverlening op maat

t

t

Kindregelingen

t

Besteedbaar inkomen

Schuldhulpverlening en inkomensbeheer

t

Actieve communicatie

Maatwerkbudget voor organisaties

t

Communicatie en beeldvorming

Een eenvoudige aanvraag

Minimaregelingen

t

Stress sensitieve dienstverlening

t

Samenwerking in de keten

t

t

DeltaView

Samenwerking banken

t

t

Life-events

Spreekuur in de wijk

t

t

Adviesgesprekken

t

schema. Zo kunt u als lezer in

t

geheel nog samengevat in dit

t

vrij kort en bondig is, is het

Bijzondere bijstand en 'de bedoeling'

een oogopslag zien wat onze ambitie is, welke speerpunten er zijn en welke acties daaraan verbonden zijn.

4

HOOFDSTUK 1

INLEIDING

Onze ambitie en doelstelling Als gemeente Deventer hebben we de ambitie en doelstelling dat:

Eind 2016 is het beleidsplan ‘Minimabeleid en schuldhulpverlening 2017-2020’ vastgesteld door de gemeenteraad van Deventer. Sindsdien zijn er veel stappen gezet op het gebied van armoede en schuldhulpverlening. Echter, de wereld om ons heen is ook veranderd. Denk alleen al aan de gevolgen van de coronacrisis en de Toeslagenaffaire. Maar ook het beeld rondom geldzorgen en de dienstverlening die nodig is om mensen hierbij te ondersteunen, is veranderd. Tal van onderzoeken laten zien wat de gevolgen zijn van chronische stress als gevolg van schaarste in geld en het hebben van financiële problemen. Al met al is het tijd om de balans op te maken. Wat gaat er goed en wat kan er beter? Hoe kunnen we onze (kwetsbare) inwoners nog beter ondersteunen als het gaat om armoede en geldzorgen?

“Alle inwoners van Deventer (van jong tot oud) kunnen rondkomen en meedoen in de samenleving. Dit zonder dat zij stress ervaren van geldzorgen en (problematische) schulden”. “We bieden ondersteuning en indien nodig inkomensondersteunende regelingen. We proberen schulden te voorkomen of in een zo vroeg mogelijk stadium op te lossen of beheersbaar te maken. Ook zetten we ons in om overerving van armoede tegen te gaan. We zorgen voor duurzame oplossingen en beseffen dat we hierbij ook de organisaties in de stad heel hard nodig hebben”.

Dat heeft geleid tot een hernieuwde ambitie en doelstelling, met bijhorende speerpunten (zie hiernaast).

HOOFDSTUK 1 5 INLEIDING

Waarom deze ambitie en doelstelling? Gezien alle landelijke en lokale ontwikkelingen is deze inzet nodig. Nog te veel gezinnen hebben geldzorgen en te veel kinderen groeien op in armoede. Wellicht kunnen we nooit alle armoede en schuldenproblematiek in Deventer oplossen, maar dat moet wel het uitgangspunt zijn: Deventer is een gemeente zonder armoede en geldzorgen. Dat gaan we bereiken door in te zetten op zowel inkomensondersteunende en participatiebevorderende regelingen, maar ook door ondersteuning en advies aan inwoners. Want naast de regelingen die een inwoner helpen is ook het streven om (daar waar mogelijk) de situatie dermate te verbeteren dat de regelingen wellicht niet meer of in mindere mate nodig gaan zijn. Leeswijzer Deze ambitie en doelstelling zijn voortgekomen uit een uitgebreide evaluatie van het huidige beleidsplan, gesprekken met inwoners, sessies met interne en externe betrokkenen en meerdere sessies met de gemeenteraad. Het beleidsplan is, inclusief deze inleiding, opgebouwd uit vijf hoofdstukken. In hoofdstuk 2 wordt het kernthema van het beleid toegelicht: armoede en geldzorgen. In hoofdstuk 3 schetsen we de landelijke ontwikkelingen en lokale situatie in relatie tot dit beleid. Hoofdstuk 4 introduceert de speerpunten voor de komende periode. Elk speerpunt wordt uiteengezet, waarbij de beoogde dienstverlening wordt omschreven.

In hoofdstuk 5 wordt er ingegaan op het financiële kader van de beoogde dienstverlening en de randvoorwaarden. In hoofdstuk 6 wordt vervolgens ingegaan op het onderdeel monitoring en sturing. Ten slotte wordt in hoofdstuk 7 op hoofdlijnen ingegaan op de tijdsplanning.

HOOFDSTUK 1 6 INLEIDING

HOOFDSTUK 2

ARMOEDE & GELDZORGEN Dit beleidsplan is gericht op mensen met geldzorgen. Hieronder vallen mensen die in armoede leven, maar ook mensen met geldzorgen. Wat zij met elkaar gemeen hebben, zijn de zorgen die gepaard gaan met deze schaarste.

2018 laten zien dat in de gemeente Deventer ongeveer 12% van alles huishoudens op een inkomen van maximaal 110% van het wettelijk sociaal minimum leven. Dat zijn gemiddeld 5.200 huishoudens. Geldzorgen vanuit schulden

Leven in armoede gaat vaak samen met het hebben van geldzorgen e/o schulden. Iemand die in armoede leeft heeft namelijk een grotere kans op het ontwikkelen van schulden, onder andere vanwege de beperkte buffer die beschikbaar is aan middelen om een financiële klap op te vangen. Tegelijkertijd kan het hebben van schulden of het deelnemen aan een schuldentraject er voor zorgen dat iemand (soms tijdelijk) de beschikking heeft over beperkte middelen, en daardoor in armoede komt te leven. Geldzorgen vanuit armoede We spreken van armoede als iemand gedurende een langere tijd niet de middelen heeft om te kunnen beschikken over de goederen en voorzieningen die in de samenleving als minimaal noodzakelijk gelden. Je kunt hierbij onderscheid maken tussen noodzakelijke kosten, zoals voedsel, ziektekosten, huur en kleding, en kosten om actief deel te kunnen nemen aan de samenleving, zoals het ontvangen van bezoek en bijvoorbeeld (sport)abonnementen (Armoede in kaart, 2019). Dit wordt ook wel het niet-veel-maar-toereikendbudget genoemd. Armoede in Nederland is een hardnekkig probleem. In 2017, tijdens een periode van hoogconjunctuur, leefden 939.000 personen (5,7%) in een huishouden met een inkomen onder de grens van het niet-veel-maar-toereikendbudget. Cijfers uit

In deze paragraaf gaan we in op de omvang van het aantal inwoners met schulden. Het gaat daarbij niet om hypotheken of studieschulden, maar om problematische schulden. We spreken hiervan indien iemand niet meer in staat om openstaande rekeningen te betalen zonder dat er nieuwe schulden ontstaan. Veelal wordt de richtlijn gebruikt dat deze schulden niet binnen drie jaar met het beschikbare inkomen kunnen worden afgelost. Mensen met dergelijke schulden kunnen in Deventer beroep doen op de gemeentelijke schuldhulpverlening van het Budget Adviesbureau Deventer (BAD). Uit onderzoek van het CBS blijkt dat eind 2020 ongeveer 614.270 huishoudens in Nederland geregistreerde schulden had. Dat is 7,6% van het totaal aantal huishoudens. Het percentage huishoudens met betalingsproblemen ligt hoger. In 2018 ging het om één op de vijf Nederlandse huishoudens met betalingsproblemen, omgerekend 1,35 miljoen huishoudens. Uit gegevens van het CBS blijkt dat eind 2020 8,6% van de huishoudens in Deventer (4.040) geregistreerde schulden had.

HOOFDSTUK 2 7 ARMOEDE & GELDZORGEN

Als we deze groep afzetten tegen het klantenbestand van het BAD begin 2021, bestaande uit 2.400 huishoudens dat gebruik maakt van een schuldregeling of budgetbeheer, ontstaat het vermoeden dat we in Deventer een grote groep inwoners niet weten te bereiken. Oorzaken

Steeds meer onderzoeken tonen aan dat geldzorgen stress veroorzaken. Langdurige stress leidt tot ineffectief gedrag, zoals impulsiviteit en moeite met plannen en organiseren. Deze factoren maken het moeilijker om goed te functioneren en goede beslissingen (voor de lange) termijn te nemen, wat de financiële problemen in stand kan houden, en daarnaast een negatieve invloed kan hebben op andere leefgebieden.

Er zijn meerdere factoren die bijdragen aan het ontstaan van financiële problemen. Op maatschappelijk niveau kunnen veranderingen in de samenleving op de lange termijn leiden tot lagere lonen en/of meer werkloosheid, en daarmee tot een terugval in inkomen. Denk hierbij aan conjuncturele ontwikkelingen, robotisering, globalisering, sociale ongelijkheid en individualisering.

Niet alleen het persoonlijk leed, maar ook de maatschappelijke kosten zijn hoog. Naast de middelen die uitgegeven worden aan voorzieningen vanuit het minimabeleid en trajecten in de schuldhulpverlening, zorgt armoede voor hogere zorgkosten, minder arbeidsparticipatie, meer onderwijsuitval, een hogere uitkeringsafhankelijkheid en een groter gebruik van ondersteuning op andere leefgebieden.

Op individueel niveau spelen zogeheten life-events een rol, zoals het krijgen van kinderen, maar ook het overlijden van een naaste, een echtscheiding of ontslag. Daarnaast kunnen verschillende andere factoren bijdragen aan het ontstaan van financiële problemen, zoals laaggeletterdheid, psychische problematiek en lichamelijke of cognitieve beperkingen (Inspectie SZW 2020).

Kinderarmoede

Naast persoonlijke oorzaken worden financiële problemen ook sociologisch bepaald. Dat wil zeggen dat de familie of wijk waarin je opgroeit van invloed kan zijn op iemands financiële situatie. Zo wordt er overerving gezien. Financiële problemen bij ouders hebben grote invloed op de kansen en het toekomstperspectief van hun kinderen. Gevolgen Het hebben van financiële problemen kent vaak meer gevolgen dan alleen het niet meer kunnen betalen van de rekeningen. Zo lopen mensen het risico om sociaal geïsoleerd te raken, doordat ze bijvoorbeeld over onvoldoende middelen beschikken om activiteiten te ondernemen. Dit kan tot schaamte leiden. Daarnaast hebben financiële problemen een negatief effect op de mentale en lichamelijke gezondheid.

Onderzoeken tonen aan dat kinderen die opgroeien in armoede: - vaak minder gezond opgroeien - door de stress (die ook zij door de situatie ervaren) minder goed presteren op school - niet dezelfde kansen krijgen om zich maximaal te ontplooien als leeftijdsgenootjes die niet in armoede opgroeien. - zelf een grotere kans hebben om later ook in armoede te leven (dit noemen we intergenerationele armoede) De afgelopen jaren is er steeds meer aandacht gekomen voor kinderarmoede en de gevolgen daarvan. Projecten vanuit het Rijk, zoals ‘Kansen voor Kinderen’ en ‘Sam&’, hebben al mooie resultaten bereikt. Desondanks blijft dit een groot punt van aandacht.

HOOFDSTUK 2 8 ARMOEDE & GELDZORGEN

Risicogroepen Hoewel dit beleidskader is gericht op iedere inwoner in Deventer die te maken heeft met geldzorgen, is er specifieke aandacht voor de volgende groepen: • Ruim 40% van de totale groep mensen in armoede zijn werknemers in loondienst en zelfstandigen. Het gaat dus niet alleen om mensen met een bijstandsuitkering. • Alleenstaande ouders leven vaker in armoede dan tweeoudergezinnen. Ook de omvang van het gezin is van invloed. Huishoudens met ten minste drie kinderen hebben veel meer kans om op te groeien in armoede dan huishoudens met één of twee kinderen. • De economische positie/economische afhankelijkheid van de vrouw loopt nog altijd achter op die van de man. Daardoor lopen vrouwen (bijvoorbeeld bij een scheiding) een groter risico op geldzorgen. • Wanneer armoede per levensfase wordt bekeken, blijkt dat de armoede onder kinderen het grootst is. Cijfers uit 2018 laten zien dat in Deventer 10,6% van de kinderen opgroeit in een gezin met een inkomen tot 120%. Dat gaat om 15% van de totale huishoudens in Deventer.

Gezondheid Door in te zetten op armoede en geldzorgen, bevordert dit ook de gezondheid van inwoners. Zowel de gevolgen van chronische stress als de gezondheid in de zin van voeding en sporten. Positievere en veiligere leefomgeving in gezinnen Stress veroorzaakt veel spanningen. Spanning tussen ouders, en tussen ouders en kinderen. Inzet op ondersteuning en regelingen i.h.k.v. geldzorgen heeft daarin een positieve bijdrage. Dat zal ook merkbaar zijn bij de gezinscoaches die gezinnen bijstaan. Door de stress en andere gevolgen van armoede en geldzorgen weg te nemen, ontstaat er ruimte om te werken aan de andere leefgebieden. Ruimte om te werken aan stappen richting betaald werk en het aanpakken van persoonlijke problematiek.

Armoedebeleid en samenhang sociaal domein Zoals ook in voorgaande is weergegeven, hebben armoede en geldzorgen gevolgen voor het gehele leven van een inwoner. En zo werkt deze problematiek door in andere onderdelen en terreinen binnen het sociaal domein. Inzetten op het voorkomen van armoede en geldzorgen heeft dus ook effect op meer terreinen en facetten binnen het Sociaal Domein. Zo draagt het onder andere ook bij aan: Kansengelijkheid Bij volwassenen; het volwaardig mee kunnen doen in de maatschappij en tegengaan van sociaal isolement. Bij kinderen: mee kunnen doen met leeftijdsgenootjes / jezelf maximaal kunnen ontwikkelen

HOOFDSTUK 2 9 ARMOEDE & GELDZORGEN

HOOFDSTUK 3

TOTSTANDKOMING VAN DIT BELEIDSKADER De inhoud van het beleidskader is gebaseerd op landelijke ontwikkelingen en lokale bevindingen op basis van een uitgevoerde evaluatie en gesprekken met (interne en externe) betrokkenen en diverse gesprekken met de gemeenteraad.

in Nederland zal toenemen. Onder de bekende risicogroepen, maar ook minder bekende groepen, zoals zzp’ers en flexwerkers met weinig financiële reserves. De coronacrisis heeft laten zien dat iedereen in de financiële problemen terecht kan komen. Ook is de urgentie om mensen met schulden sneller te helpen toegenomen.

3.1 Landelijke ontwikkelingen Op landelijk niveau spelen diverse ontwikkelingen die van invloed zijn op de gemeentelijke dienstverlening voor inwoners met geldzorgen. Toeslagenaffaire In de kinderopvangtoeslagaffaire zijn duizenden ouders in de problemen geraakt, doordat zij ten onrechte door de Rijksbelastingdienst als fraudeur werden aangemerkt en ontvangen toeslagen moesten terugbetalen. Naar aanleiding van het onderzoek Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvang-toeslag (december 2020), waaruit ‘ongekend onrecht’ bleek, is er besloten om de getroffen ouders te compenseren. Deze gebeurtenis laat het belang zien van (ruimte voor) maatwerk, waarbij er oog is voor de individuele situatie en de bedoeling van de wet. Coronacrisis De coronapandemie die in 2020 in Nederland ontstond heeft diepe sporen achtergelaten. De economische, sociale en gezondheidsgevolgen zijn zichtbaar en voelbaar. De verwachting is dat het aantal mensen met financiële problemen

Om de Nederlandse economie tijdens de pandemie overeind te houden waren heeft de overheid gezorgd voor verschillende steunmaatregelen, zoals de tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW), de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) en de regeling Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK). Deze maatregelen zijn uitgekeerd op basis van vertrouwen met een beperkte toets vooraf. Een dergelijke werkwijze bespaart capaciteit en kosten in de uitvoering en kan als voorbeeld dienen voor andere regelingen. Landelijk Actieplan Brede Schuldenaanpak Het Landelijk Actieplan Brede Schuldenaanpak, bestaande uit diverse maatregelen, is door de overheid opgezet om armoede en schulden beter te kunnen voorkomen en verhelpen. De ambities uit het actieplan hebben onder andere geleid tot (wijzigingen van) wetten en/of introductie van regelgevingen. De wijziging van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) heeft als specifiek doel de bevordering van vroegsignalering, tezamen met de explicitering dat dit de verantwoordelijkheid van de gemeente is. Zo heeft de gemeente per 2021 de wettelijke taak gekregen om opvolging te geven aan meldingen van betalingsachterstanden van de vaste lasten, zoals de zorgverzekering en de energienota.

HOOFDSTUK 3 10 TOTSTANDKOMING vAN DIT BELEIDSKADER

De inhoud van de nieuwe Wet vereenvoudiging beslagvrije voet heeft als doel om ook voor inwoners met schulden een minimum inkomen te borgen. Onder andere zal het proces van beslaglegging beter worden gecoördineerd en wordt de beslagvrije voet, het gedeelte van het inkomen waar schuldeisers geen beslag op mogen leggen, verhoogd naar 95% van de bijstandsnorm. Anderzijds heeft deze aanpassing van de wet er ook toe geleid dat inwoners altijd 5% moeten aflossen, waar voorheen (bijv. bij uitkeringsgerechtigden) soms geen aflossing plaats vond omdat de afloscapaciteit nihil was. Ook wordt er, in lijn met de onderzoeksbevindingen over de effecten van schaarste, meer rekening gehouden met het doen-vermogen van mensen en snelheid van de doorlooptijden. Met de wijziging van de wet wordt het mogelijk gemaakt om, in geval van een aanvraag schuldhulpverlening, de uitvraag naar (financiële) gegevens aan de klant zo veel mogelijk te beperken.

3.2 Lokale bevindingen In de aanloop naar dit beleidskader voerden we een evaluatie uit van het ‘Minimabeleid en schuldhulpverlening in Deventer 2017-2020’. Daarnaast hebben er gesprekken plaatsgevonden met inwoners die te maken hebben met geldzorgen, en hebben er bijeenkomsten plaatsgevonden met uitvoerende medewerkers, scholieren (via het project Speaking Minds), maatschappelijke organisaties in Deventer en de cliëntenraad. Ook zijn er meerdere sessies met de gemeenteraad geweest, waarin zij aan heeft gegeven welke punten zij met name van belang vindt. In onderstaande paragrafen staan de belangrijkste inzichten vanuit de evaluatie en is de kern van de gegeven adviezen omschreven. Preventie 1. Zorg voor een plek waar mensen met financiële vragen terecht kunnen. 2. Het Geldfit spreekuur wordt als laagdrempelig en zeer waardevol ervaren. Er wordt geadviseerd om dit ook in andere wijken in te zetten.

3. Het BAD is een partij die niet alleen schuldhulpverlening en budgetbeheer aanbiedt, maar ook inwoners via adviesgesprekken ondersteunt voordat er sprake is van schulden. 4. Er zijn kansen op het gebied van communicatie om (verdere toename van) geldzorgen te voorkomen, bijv. door actievere communicatie van de regelingen en het versturen van een informatiefolder naar jongeren die 18 jaar worden. Aanvraag 1. Uit de evaluatie blijkt dat het moeilijk is om de doelgroep te bereiken. De aanvraag voor minimaregelingen zo eenvoudig mogelijk te maken kan helpen. 2. Betrokkenen vinden het van belang dat de inwoner de weg weet te vinden en niet terechtkomt in een wirwar aan formulieren. 3. Het is onwenselijk dat inwoners op meerdere plekken hun financiële situatie moeten toelichten en dat de gemeente gegevens uitvraagt die ze zelf al hebben. 4. Onder betrokkenen bestaat nog steeds het beeld dat de wachttijd bij het BAD lang is. Als een klant al de stap heeft durven zetten om hulp te zoeken en in de actiestand staat, zou hij snel geholpen moet worden. Beoordeling 1. De beoordeling baseren op een inkomensgrens is ingewikkeld voor ZZP’ers en ongeschikt voor inwoners in een schuldhulpverleningstraject. 2.

Geadviseerd wordt om in sommige gevallen het daadwerkelijk te besteden budget mee te nemen in de beoordeling, en daarnaast oog te blijven houden voor eenvoud en snelheid van de beoordeling. 3. De armoedeval wordt door betrokkenen genoemd als aandachtspunt. De stap naar (ander) werk loont niet altijd, er zijn mensen die minder overhouden, omdat alle regelingen wegvallen. 4. Geadviseerd wordt om, in lijn met de procedure van de coronasteunmaatregelen, vertrouwen een plek geven in de aanvraagprocedure.

HOOFDSTUK 3 11 TOTSTANDKOMING vAN DIT BELEIDSKADER

Aanbod

Samenwerking

1. Uit de evaluatie komt naar voren dat er in de gemeente Deventer al veel is aan dienstverlening en regelingen. 2. Er wordt o.a. tevredenheid geuit over de dienstverlening van het BAD, St. leergeld, de zomerschool, het jeugdeducatiefonds en de activiteiten van Rechtop!. 3. Er wordt geadviseerd succesvolle projecten als gemeente goed te faciliteren gedurende een lange(re) periode. Dat vraagt om structurele subsidiekeuzes, en het uitputten van bestaande projecten in plaats van nieuwe te ontwikkelen.

1. Uit de evaluatie blijkt dat de samenwerking tussen externe maatschappelijke partners en vrijwilligers goed verloopt. Men kent elkaars regelingen en na een doorverwijzing vindt er een check plaats of de overdracht goed is gegaan. 2. Geadviseerd wordt om de samenwerking uit te breiden en extra te benutten. Denk hierbij aan woningbouwverenigingen die weten wat er speelt in de wijk en leraren die een vertrouwensband hebben met de kinderen.

Maatwerk

De Raad heeft zich tevens uitgesproken over welke 3 onderdelen zij hierin het belangrijkste vinden: 1. Ruimte voor maatwerk 2. Bereiken van de doelgroep 3. Wijze van aanvragen (toegankelijkheid)

1. Uit de evaluatie blijkt dat de huidige inrichting van het beleid het lastig maakt om maatwerk te bieden. Met name op het gebied van bijzondere bijstand. 2. Het is voor inwoners soms niet duidelijk waarop de beoordeling van een aanvraag bijzondere bijstand is gebaseerd. Geadviseerd wordt om voor duidelijke richtlijnen te zorgen, waardoor het enerzijds voor inwoners vanaf het begin duidelijk is waar zij recht op hebben, en anderzijds beoordelaars de ruimte hebben en het vertrouwen krijgen om maatwerk toe te passen indien nodig. 3. Soms wordt er door betrokkenen alleen naar de eigen taak en budgetafspraken gekeken, waardoor het voor kan komen dat er geen oplossing komt voor een lastige situatie, terwijl er wel meerdere professionals bij betrokken zijn. Een soort noodfonds zou hierbij kunnen helpen.

Prioritering Raad

Integraal 1. Kijk breed naar welk aanbod het meest passend en helpend is. Soms is dat geld, gericht op het tijdelijk wegnemen van geldzorgen, en soms wat anders, zoals begeleiding om de oorzaken van de geldzorgen aan te pakken. 2. Geadviseerd wordt om ook na toekenning van een regeling breed te blijven kijken. Soms zijn er bijvoorbeeld praktische bezwaren, waarom iemand uiteindelijk geen gebruik maakt van een toegekende regeling.

HOOFDSTUK 3 12 TOTSTANDKOMING vAN DIT BELEIDSKADER

HOOFDSTUK 4

SPEERPUNTEN

a

a

a

a

Speerpunt 1

Speerpunt 2

Speerpunt 3

Speerpunt 4

We zetten ons in om inwoners proactief en zo vroeg mogelijk te bereiken.

Regelingen en ondersteuning zijn vindbaar en toegankelijk.

De regelingen en ondersteuning zijn passend bij de vraag van de inwoner.

We hebben oog voor de persoonlijke situatie van de inwoner.

HOOFDSTUK 4 13 SPEERPUNTEN

Vanuit de gestelde ambitie en op basis van de landelijke ontwikkelingen, lessen uit de evaluatie en meegegeven adviezen van betrokkenen zijn voor de komende periode de volgende speerpunten opgesteld. Gezien de breed gedeelde tevredenheid met het reguliere aanbod, zijn deze speerpunten met name gericht op aanvulling en aanscherping. 1. Doorontwikkeling van de werkwijze t.a.v. preventie en vroegsignalering van armoede en schulden. 2. Een laagdrempelige toegang tot ondersteuning. 3. Ondersteuning gericht op het wegnemen van geldzorgen. 4. (Stress sensitieve) Dienstverlening op maat waarbij er rekening gehouden wordt met ieders eigen situatie. In de volgende paragrafen wordt duidelijk gemaakt waarom er gekozen is voor deze speerpunten en wat dit zal betekenen voor de dienstverlening.

SPEERPUNT 1 We zetten ons in om inwoners proactief en zo vroeg mogelijk te bereiken. Doorontwikkeling van de werkwijze t.a.v. preventie en vroegsignalering van geldzorgen.

Waarom? Het ondersteunen bij armoede en schuldenproblematiek is net zo belangrijk als de preventie en vroegsignalering ervan. Qua schuldenproblematiek laten onderzoeken zien dat mensen vaak jaren wachten voor ze de stap naar de schuldhulpverlening (durven te) nemen. De problematiek (ook op andere leefgebieden) is dan al omvangrijk geworden en de schuldenlast hoog. Hoe eerder we daarom met onze inwoners met geldzorgen in contact komen hoe beter. Anderzijds weten we dat geldzorgen vaak overgaan van generatie op generatie. Dat willen we doorbreken; goede voorlichting kan daarbij helpen.

Het doel We streven er naar om zo vroeg mogelijk in contact te komen met inwoners die geldzorgen of (beginnende) schuldenproblematiek hebben, om grotere problemen te voorkomen. Daarnaast zetten we in op preventie, bijvoorbeeld door het verstrekken van informatie om geldzorgen te voorkomen. Praten over geld(zorgen) moet normaler worden. Op dit moment is er helaas nog steeds een groot taboe rondom armoede en geldzorgen en mensen ervaren hoge drempels om hulp te vragen. Door als gemeente zelf meer aandacht te geven aan dit onderwerp willen we dat taboe doorbreken. Daarmee is het uiteindelijke doel dat we hiermee grotere problematiek en zwaardere ondersteuning kunnen voorkomen. Wat gaan we hiervoor doen? 1. Adviesgesprek Het is voor inwoners nu al mogelijk om via het Team Fit (onderdeel van het BAD) of het Geldfit Spreekuur een adviesgesprek aan te vragen. Bijvoorbeeld om een budgetplan op te stellen of om samen naar de beschikbare inkomensvoorzieningen te kijken. Dit gaan we verder uitbreiden, door onder andere meer te communiceren over de adviesgesprekken. We zorgen waar mogelijk voor een actieve benadering; zo worden inwoners die een aanvraag voor een persoonlijke lening doen bij de Kredietbank Salland op deze mogelijkheid gewezen. 2. Adviesgesprekken vanuit bijzondere bijstand (pilot) Bijzondere bijstand is een vergoeding van noodzakelijke kosten.

Met behulp van de draagkracht-berekening bepalen we of een inwoner hier aanspraak op kan maken. Daarbij kijken we naar de individuele omstandigheden en persoonlijke financiële situatie. De aanvraag voor bijzondere bijstand kan in sommige gevallen ook een signaal zijn van geldzorgen. In die gevallen willen we graag zo vroeg mogelijk ondersteuning bieden aan de inwoner. In een pilot van 35 aanvragen nodigen we inwoners waarvan de aanvragen aan een aantal criteria voldoen uit voor een adviesgesprek. Dit zijn: 1. Aanvragen boven de € 250,-. Dit is namelijk hoger dan het gemiddeld verstrekte bedrag (in 2020: € 203)

HOOFDSTUK 4 14 SPEERPUNTEN

2. Inwoners die een herhaalde aanvraag bijzondere bijstand doen 3. Aanvragen voor de specifieke kostensoorten; zorgkosten en inrichtingskosten Tijdens dit gesprek wordt de aanvraag bijzondere bijstand besproken, maar wordt er ook met de inwoner gekeken of er wellicht nog andere inkomensvoorzieningen zijn waar hij/zij gebruik van kan en wil maken. De insteek is om mogelijke geldzorgen of financiële problemen tijdens deze gesprekken te kunnen signaleren. Als dat het geval is, kan het BAD al vroegtijdig ingeschakeld worden. Deze pilot doen we met 35 aanvragen, om na te gaan wat hiervan de uitkomsten en ervaringen zijn. We bevragen hierbij zowel de consulenten als de inwoners voor input.

4. Deltaview DeltaView is een systeem, ontwikkeld door onze eigen organisatie, dat de signalen die we van vaste lasten partijen krijgen over betalingsachterstanden, vertaald en weergeeft op de kaart van Deventer. Daardoor wordt het voor de hulpverleners inzichtelijk in welke buurten veel schuldenproblematiek is of ontstaat en waar zich de zogenoemde stapeling van schulden bevindt. DeltaView wordt enerzijds ingezet als instrument om de wettelijke taak aan vroegsignalering door het BAD goed en efficiënt uit te voeren en anderzijds door nieuwe aanpakken te verkennen. Een voorbeeld hiervan zijn de pilotgroepen waarbij de methodiek van Mobility Mentoring toegepast wordt. (Bij de uitvoering en doorontwikkeling van Deltaview wordt continu getoetst wat er i.h.k.v.

3. Life-events Verschillende Life-events kunnen bijdragen aan het ontstaan van financiële problemen, omdat er vaak van alles verandert, zowel privé als financieel. Bijvoorbeeld wanneer iemand achttien jaar wordt, samen gaat wonen, gaat trouwen of met pensioen gaat. (Hierbij hebben we ook oog voor de eerder genoemde risicogroepen). Goede voorlichting over wat er gaat veranderen en wat je eventueel kan/moet regelen kan hierbij helpen. De komende jaren willen we daar als gemeente nog meer op inspelen. Zo zal er ingezet worden op voorlichting in de vorm van een folder per post aan inwoners wanneer zij 18 jaar of 66 jaar (pensioengerechtigde leeftijd) worden, of wanneer er sprake is van bijvoorbeeld inschrijving in de gemeente, een geboorte of huwelijk.

de AVG toegestaan is.)

5. Samenwerking met de keten Het vraagstuk rondom de preventie, vroegsignalering en de oplossing voor armoede en schuldenproblematiek kunnen we als gemeente niet alleen beantwoorden. Het maatschappelijk middenveld is daarin minstens zo belangrijk. Toch ontmoeten we elkaar niet altijd periodiek. Daar gaan we verandering in brengen. Door per kwartaal bijeenkomsten te organiseren over (kinder)armoede en geldzorgen. Om kennis te delen, bewustzijn te creëren en acties uit te zetten, bijvoorbeeld over de signalering van geldzorgen. Maar ook om te stimuleren dat organisaties (met of zonder tussenkomst van de gemeente) meer met elkaar gaan samenwerken. Zoals het voorbeeld dat Kinderhulp, Voedselbank en St. Leergeld in de zomer van 2021 samen heb gezorgd voor het verstrekken van de zomerpretpakketten.

Daarnaast zullen er periodiek bijeenkomsten georganiseerd worden in de wijken over specifieke onderwerpen, zoals pensioen en volwassenheid. Hiervoor wordt de samenwerking gezocht met het Sociaal Team. Ook kunnen inwoners thema’s aandragen waar zij graag meer informatie over zouden ontvangen. (Bij de daadwerkelijke vormgeving en uitvoering zal getoetst worden wat i.h.k.v. de AVG toegestaan is.)

HOOFDSTUK 4 15 SPEERPUNTEN

6. Stress sensitieve dienstverlening Een belangrijke ontwikkeling wanneer het gaat over de gevolgen van langdurige stress, is stress sensitieve dienstverlening. Juist door in de dienstverlening rekening te houden met de effecten van stress, zoals hierboven genoemd, kunnen we inwoners met geldzorgen beter helpen. Door bijvoorbeeld aanvraagprocedures overzichtelijk en zo kort mogelijk te houden, trajecten in de schuldhulpverlening op te knippen in kleine stapjes en (zoiets simpels) als een afspraakherinnering sturen. De afgelopen jaren zijn hier in Deventer (bij het BAD maar ook vanuit Inzet op maat) de eerste stappen in gezet. Daar gaan we ook vanuit het beleidsplan Armoede en schuldhulpverlening meer op inzetten. Dat doen we door: - De (aanvraag)procedures, brieven, folders etc. waar nodig aan te passen. - Medewerkers (blijvend) de scholen zodat zij volgens deze methodiek het goede gesprek met de inwoner kunnen voeren. 7. Communicatie en beeldvorming Om de beeldvorming rondom geld, armoede en geldzorgen te verbeteren gaan we als gemeente hier ook zelf meer informatie over geven om zo het gesprek aan te gaan met onze inwoners. Dit is een van de onderdelen van het communicatieplan dat opgesteld wordt.

SPEERPUNT 2 Regelingen en ondersteuning zijn vindbaar en toegankelijk Een laagdrempelige toegang tot ondersteuning.

Waarom? Het komt vaak voor dat mensen liever niet of pas laat hulp zoeken voor ondersteuning bij hun geldzorgen. In veel gevallen speelt schaamte, om te bekennen dat het niet lukt om de eigen financiën te managen, hierbij een grote rol. Maar

ook een gebrek aan vaardigheden en/of kennis over de verschillende ondersteuningsmogelijkheden en aanvraagmethodes draagt hieraan bij. Het doel Door de toegang tot ondersteuning laagdrempeliger te maken en zo veel mogelijk te faciliteren bij het doen van een aanvraag, hopen we dat meer mensen de stap zetten naar hulp voor hun geldzorgen en deze stap eerder zetten. Wat gaan we hiervoor doen? 1. Spreekuur in de wijk Inwoners met financiële vragen kunnen niet alleen terecht bij het BAD in het stadhuis, maar ook bij een Geldfit spreekuur in de wijk. De medewerkers van verschillende organisaties (o.a. Sociaal Raadslieden, Sociaal Team en het BAD) zijn aanwezig bij dit spreekuur en kunnen een inwoner informatie en advies geven op allerlei vragen rondom geldzorgen. Dat kan een vraag zijn over bijv toeslagen of een brief van de uitkeringsinstantie waar vragen over zijn. Ook kunnen zij uitleg geven over de mogelijkheden van minimaregelingen,ondersteuning bieden bij het doen van een aanvraag of aan de hand van een budgetplan een voorzieningencheck doen. Vanwege het succes van dit spreekuur zal zo´n spreekuur op een tweede locatie gestart worden. 2. Samenwerking banken De Voedselbank, Kledingbank en Speelgoedbank zijn een project gestart voor \gezamenlijke huisvesting. Daarmee worden al deze regelingen voor inwoners vindbaar op 1 plek.

Tevens zijn ook andere partijen, zoals het BAD en het Geldfit Spreekuur en Team Inkomensondersteuning hier periodiek aanwezig voor vragen e/o advies aan inwoners. 3. Een eenvoudige aanvraag (pilot) Het is voor een inwoner die meerdere minimaregelingen wil aanvragen niet langer nodig om op meerdere plekken zijn/haar financiële situatie toe te lichten. Ook wordt hierbij meer gebruik gemaakt van reeds beschikbare informatie. Zo zullen uitkeringsgerechtigden een beschikking ontvangen dat hen toegang verleent tot

HOOFDSTUK 4 16 SPEERPUNTEN

de verschillende regelingen op basis van de toekenningsinformatie van de uitkering. Inwoners die geen bijstandsuitkering ontvangen, kunnen zo’n beschikking ontvangen nadat hun draagkracht is berekend bij één van de deelnemende organisaties. Om erachter te komen wat er voor nodig is om deze nieuwe werkwijze zo effectief mogelijk in te zetten, zal dit de vorm krijgen van een pilot. 4. Actieve communicatie We zetten in om de doelgroep actief te informeren over de verschillende voorzieningen en maken duidelijk wat de aanvraagprocedure is. Denk hierbij aan het versturen van folders naar inwoners die eerder gebruik hebben gemaakt van een van de voorzieningen, maar ook aan periodieke informatie in de lokale krant en het informeren van (potentiële) verwijzers.

SPEERPUNT 3 De regelingen en ondersteuning zijn passend bij de vraag van de inwoner Ondersteuning gericht op het wegnemen van geldzorgen.

Waarom? We zijn ons ervan bewust dat we niet alle financiële problemen en gepaarde geldzorgen bij inwoners kunnen voorkomen. De cijfers rondom armoede en schulden liegen er niet om, en tonen dat het aantal inwoners met geldzorgen in Deventer omvangrijk is. Gezien de nadelige consequenties hiervan, vinden we het van belang om deze inwoners (extra) ondersteuning te bieden bij het wegnemen van de geldzorgen.

Het doel De instrumenten in ons huidige ondersteuningsaanbod bestaan zowel uit wettelijke als gemeentelijke regelingen. De komende periode blijven we, met de hierna toegelichte instrumenten, inzetten op het creëren van financiële rust en stabiliteit. Hierbij wordt gekozen voor ‘uitputten’ en structureel aanbieden van bestaande regelingen, in plaats van het ontwikkelingen van nieuwe regelingen. Wat gaan we hiervoor doen? 1. Minimaregelingen Inwoners van de gemeente Deventer met een beperkt inkomen kunnen aanspraak maken op verschillende inkomensondersteunende regelingen, zoals • de collectieve zorgverzekering via Salland Verzekeringen, • vrijstelling van gemeentelijke belastingen, • bijzondere bijstand en • individuele inkomenstoeslag. Daarnaast ontvangen een aantal van onze maatschappelijke partners gemeentelijke subsidie, specifiek voor ondersteuning van inwoners die leven in armoede. Dit is onder andere Rechtop! die via vouchers en activiteiten, participatie stimuleert. Op basis van de positieve ervaringen met het aanbod en de behoefte om duurzame keuzes te maken, is het onze intentie om hier de komende 5 jaar mee door te gaan. 2. Kindregelingen Zoals eerder genoemd groeien er in Deventer helaas nog kinderen op in armoede en heeft onderzoek laten zien dat zij minder gezond opgroeien en niet altijd dezelde kansen krijgen om zichzelf maximaal te ontwikkelen.

Belangrijk in de ondersteuning is dat we enerzijds de specifieke kindregelingen hebben die ‘nu’ iets betekenen voor kinderen (zoals kunnen sporten of op schoolreisje mee kunnen gaan). Dat zorgt er immers voor dat kinderen mee kunnen doen met leeftijdsgenootjes.

HOOFDSTUK 4 17 SPEERPUNTEN

Anderzijds willen we dat kinderen ook de kans krijgen om zich maximaal te ontwikkelen, die ondersteuning is meer op de langere termijn. En minstens zo belangrijk is dat de (gezins)situatie waarin een kind opgroeit structureel verbetert; dat gaat vaak samen met ondersteuning van de ouders. De aantal projecten die de afgelopen jaren in Deventer zijn gestart, hebben hun meerwaarde en belang laten zien. Die projecten gaan we een structurele plek geven of laten behouden in Deventer. Projecten en partijen die inzetten op het ‘nu’ iets kunnen betekenen en een structurele plek krijgen/behouden: • St. Leergeld Deventer door middel van het kindpakket. • De Voedselbank Deventer met het fruitproject. • Kinderhulp met het zomerpretpakket of een vergelijkbaar project. Projecten en partijen die zich inzetten voor de ontwikkeling van kinderen: • IMC Basis, middels projecten op meerdere basisscholen in Deventer • Het Jeugd Educatie Fonds, die ondersteuning biedt aan scholen waar een groot deel van de kinderen in armoede opgroeit. Scholen kunnen via het JEF extra inzetten op de ontwikkeling van deze kinderen. Om de situatie van kinderen ook structureel te verbeteren zetten we naast deze projecten en regelingen ook in op de onderlinge samenwerking van partijen, zodat zij gezinnen beter kunnen ondersteunen.

Bovendien zijn ook andere vormen van ondersteuning (zoals de genoemde adviesgesprekken) instrumenten om (samen met de inwoner) te werken aan structurelere oplossingen.

Uitgangspunt: Saneringskrediet Qua schuldregeling is het saneringskrediet het uitgangspunt. Middels een lening van de Kredietbank Salland worden alle schuldeisers in een keer afgekocht en houdt de inwoner nog 1 schuld en 1 aflossing over. Het is bovendien helder wanneer de schuldregeling afgerond is, namelijk als het krediet helemaal is afbetaald. Voor alle partijen is dit positief: voor de klant brengt dit rust en overzicht in zijn situatie, de schuldeiser ontvangt het afkoopbedrag en kan het dossier sluiten en het BAD hoeft geen periodieke hercontroles (zoals bij een schuldbemiddeling) uit te voeren, wat werk bespaard. Eind mei 2020 is (destijds vanwege corona) besloten het rentepercentage bij de Kredietbank Salland te verlagen. Dit percentage wordt niet meer verhoogd naar het eerdere niveau.

Ondernemers Het BAD heeft al jaren een samenwerking met het GROS en het Ondernemershuis als het gaat om schuldhulpverlening aan ondernemers/zzp’ers. Ten tijde van de coronacrisis is deze samenwerking geïntensiveerd door het grote aantal vragen en ondernemers met geldzorgen door wegvallende inkomsten. Deze intensieve en positieve samenwerking wordt de komende jaren verder versterkt.

3. Schuldhulpverlening en inkomensbeheer Mensen vinden het belangrijk om (op termijn) van hun schulden af te komen, maar dagelijkse rust en stabiliteit zijn nog belangrijker. Het regelen van leefgeld en het afwenden van de dreiging van deurwaarders moet eerst gebeuren. Pas dan kunnen we mensen effectief ondersteunen op andere leefgebieden. In principe wordt er altijd ingezet op een minnelijke schuldregeling. Alleen als schuldeisers niet akkoord gaan met een minnelijk traject, wordt de klant toegeleid naar de Wet sanering natuurlijke personen (Wsnp).

HOOFDSTUK 4 18 SPEERPUNTEN

Doorlooptijden verkorten

SPEERPUNT 4

Om inwoners sneller uit hun schuldensituatie te helpen en perspectief te bieden, streven we er naar om de doorlooptijden in de schuldhulpverlening zo kort mogelijk te houden. De afgelopen jaren zijn daar (door onder andere de inzet van de scrummethodiek) al stappen in gezet. Die lijn zetten we door. Ook gaan we met de grootste schuldeisers collectief schuldregelen. Dat betekent niet meer per klant met de afzonderlijke schuldeisers onderhandeld hoeft te worden. De schuldeisers krijgen periodiek een overzicht van nieuwe klanten, hun openstaande schulden en een schuldregelingsvoorstel. De schuldeisers verifiëren het schuldenoverzicht en gaan in de meeste gevallen direct akkoord met het voorstel. Dit scheelt veel (doorloop)tijd. Hierbij is wel de kanttekening dat het BAD bij het tot stand brengen van een schuldregeling afhankelijk is van veel factoren, waaronder ‘de traagste schuldeiser’. Zeker in het begin zullen ook niet alle schuldeisers aangesloten zijn bij collectief schuldenregelen. Inkomensbeheer Wanneer een inwoner tijdelijk niet zijn eigen inkomen kan beheren, kan budgetbeheer ingezet worden. Budgetbeheer kan zorgen voor rust en meer stabiliteit in de (financiële) huishouding.

We hebben oog voor de persoonlijke situatie van de burger Dienstverlening op maat waarbij er rekening gehouden wordt met ieders eigen situatie.

Waarom? Uit de landelijke ontwikkelingen en de evaluatie van het beleid komt het belang en de behoefte van maatwerk naar voren. Vanuit het huidige systeem blijkt het lastig om maatwerk toe te passen. Het doel Binnen de verschillende regelingen en voorzieningen (meer) rekening houden met de bedoeling van verschillende regelingen en de individuele situatie en behoeften van inwoners. Dit sluit bovendien ook aan bij de ingezette visie vanuit Inzet op Maat. Wat gaan we hiervoor doen?

Soms is het noodzakelijk om langdurige ondersteuning te bieden, bijvoorbeeld wanneer de problematiek groter is. In die gevallen wordt beschermingsbewind ingezet. Het uitgangspunt is dat inkomensbeheer alleen ingezet wordt wanneer nodig en voor de duur die nodig is; niet langer en niet korter. Op het gebied van beschermingsbewind wordt er met interne en externe bewindvoerders gewerkt aan een convenant beschermingsbewind. Dit is onder andere gericht op de samenwerking met de schuldhulpverlening.

1. Maatwerkbudget voor organisaties (pilot) Bij de verstrekking van een subsidie aan een maatschappelijke organisatie zal ook een budget beschikbaar gesteld worden om maatwerk te kunnen bieden door de betreffende subsidiepartner. Dit budget geeft betrokken professionals de mogelijkheid verder te kijken dan de eigen kaders en te doen wat er nodig is met het oog op de bedoeling van regelingen. Het gaat hierbij om kleine interventies op individueel niveau; bij structurele of grotere problematiek is dit maatwerkbudget niet geschikt. Vanuit een pilot wordt er ervaring opgedaan met de toepassing van dit maatwerkbudget.

HOOFDSTUK 4 19 SPEERPUNTEN

2. Aansluiten bij het besteedbaar inkomen (pilot) In het vorige beleid werd er gekeken naar het inkomen wat iemand (op papier) verdient en/of naar de uitkering die iemand ontvangt om te bepalen of er gebruik gemaakt kan worden van de minimaregelingen. De ervaringen van de afgelopen jaren leren ons dat het kijken naar het daadwerkelijk te besteden budget net zo belangrijk is/belangrijker is. We zien dat er een groep mensen is die een hoger inkomen hebben, maar feitelijk beschikken over een lager besteedbaar inkomen dan het bijstandsniveau. Op basis van dat beleid komen zij dan veelal niet voor bijzondere bijstand en minimaregelingen in aanmerking. Dit hangt ook samen met het begrip armoedeval. Bij de armoedeval leidt een hoger inkomen tot een lagere bestedingsruimte. Dit kan plaatsvinden op het moment dat een inwoner vanuit een uitkering gaat werken of van matig betaald naar beter betaald werk wisselt. Het inkomen wordt dan weliswaar hoger, maar door de huidige strakke lijnen van toekenning/afwijzing van regelingen, kan hierdoor het besteedbaar inkomen toch lager worden.

Als voorbeeld

Er zijn meerdere manieren waarop (meer) recht gedaan kan worden aan het besteedbaar inkomen zoals: Optie 1. Verhogen van de inkomensgrenzen De grenzen voor regelingen variëren nu tussen de 100-120% van de bijstandsnorm. Een mogelijkheid om de doelgroep te vergroten is de inkomensgrenzen te verhogen naar bijvoorbeeld 130%. Optie 2. Toepassen van staffels Hierdoor voorkom je de strakke lijn tussen wel/geen recht op een regeling maar wordt er meer gewerkt met een glijdende schaal. Het recht op een regeling neemt hierbij langzaam af. Bijvoorbeeld: - met een inkomen tot 110% is 100% recht - bij een inkomen tot 120% is recht op 50% - met een inkomen tot 130% is recht op 25% van de regeling. Optie 3. Normbudgetten Het SCP heeft normbudgetten vastgesteld om voor verschillende huishoudtypen aan te geven wat het minimumbudget zou moeten zijn om rond te kunnen komen. Door deze budgetten toe te passen op de betreffende inwoner, krijg je een persoonlijke beoordeling van het besteedbaar inkomen.

Een alleenstaande ouder met een inkomen van 110% van de bijstandsnorm ontvangst naast de toeslagen van de Belastingdienst ook het kindpakket vanuit St. Leergeld en sport zelf door middel van de coupon van Rechtop. Door een andere baan gaat de ouder meer verdienen per maand. Hierdoor is het inkomen gestegen naar 130% van de bijstandsnorm, een mooie ontwikkeling. Maar door wegvallen van de minimaregelingen, blijft er onder aan de streep minder te besteden over; de kosten voor de sport en muzieklessen van de kinderen evenals de eigen sportschool moeten nu zelf bekostigd worden.

HOOFDSTUK 4 20 SPEERPUNTEN

Van deze drie mogelijkheden is het verhogen van de inkomensgrens het meest ‘eenvoudig’, maar dan blijven er nog steeds groepen buiten de boot vallen. De derde optie sluit weliswaar echt aan bij de individuele situatie van een inwoner maar is arbeidsintensief en heeft een langere doorlooptijd. Vandaar dat veel gemeenten om ons heen (toch) kiezen voor de eerste of tweede optie. Maar als Deventer willen we écht onderzoeken hoe we het besteedbaar inkomen (en daarmee onze inwoners) het meeste recht doen, dat het uitgangspunt/speerpunt is. Daarom gaan we via een uitgebreide pilot ervaring opdoen. Ervaring met de verschillende mogelijkheden en berekeningen van het besteedbare inkomen. Met name ook voor specifieke groepen, waaronder inwoners met schulden en ZZP’ers. Deze pilot wordt nader uitgewerkt in een projectplan en de uitkomsten van die pilot vormen de basis voor de definitieve uitwerking van ’aansluiten bij het besteedbare inkomen’. Uitzondering Voor inwoners met een uitkering vanuit de Participatiewet is al aangetoond dat zij een beperkte draagkracht hebben, en zal met het oog op snelheid en intensiteit van de beoordeling, de toekenning op basis van het inkomen (op papier) blijven plaatsvinden.

3. Bijzondere bijstand: werken vanuit de bedoeling Bij de bijzondere bijstand gaan we uit van de principes van ‘de omgekeerde toets’, daarmee laten we vaste richtlijnen (zoals het aantal vergoeding voor fysiotherapie) in basis los en sluiten we aan bij de vraag van de klant en de algemene richtlijnen van de bijzondere bijstand. Dat zijn in basis de volgende vier vragen: 1. Doen de kosten zich voor? 2.Zijn de kosten in het individuele geval noodzakelijk? 3.Vloeien de kosten voort uit bijzondere individuele omstandigheden? 4.Kunnen de kosten voldaan worden uit de aanwezige middelen?

Als voorbeeld Het huidige beleid rondom de bijzondere bijstand schrijft voor dat de gemeente maximaal 8 fysiotherapiebehandelingen vergoed. Als een inwoner (op basis van het advies van de fysio) 12 behandelingen nodig heeft, worden de overige 4 niet vergoed. Het uitgangspunt in het nieuwe beleid wordt dat we aansluiten bij wat nodig is. Dat zijn in dit geval dan 12 fysiobehandelingen.

HOOFDSTUK 4 21 SPEERPUNTEN

Elke vraag is een aanvraag Het uitgangspunt is dat elke vraag voor bijzondere bijstand als aanvraag in behandeling genomen wordt. Dat betekent dat een inwoner altijd een besluit ontvangt. verstrekken op basis van vertrouwen Daarnaast zal in een pilot onderzocht worden om aanvragen tot bepaald bedrag (bijv. € 100 - € 150) niet strak te toetsen aan de hand van de vier criteria van de bijzondere bijstand, maar zal op basis van vertrouwen het gevraagde bedrag verstrekt worden. Het moet wel gaan om bijzondere kosten. Vanaf een tweede aanvraag zal de consulent altijd in gesprek gaan met de aanvrager om de noodzaak van de aanvraag te beoordelen maar ook om te bespreken wat er speelt bij de inwoners, zoals of hij/zij wel goed verzekerd is of dat er misschien geldzorgen zijn. Indien nodig kan de persoon dan verwezen worden naar bv. Het BAD voor een adviesgesprek. Bovenstaande moet ervoor zorgen dat de drempel voor het aanvragen van bijzondere bijstand verlaagd gaat worden, maar ook dat de gemeente inzicht krijgt in gezins- en financiële situatie van de aanvrager. vermogensgrens Bij de beoordeling van de bijzondere bijstand wordt van het aanwezige banksaldo tot een bedrag ter hoogte van 2,5 maal de van toepassing zijnde bijstandsnorm buiten beschouwing gelaten. Dit is conform het huidige beleid. Een alleenstaande ouder is in deze qua norm gelijkgesteld aan gehuwden.

Echter wordt in een pilot onderzocht hoe om te gaan bij berekening vermogen/draagkracht voor aanvragen van inwoners die bijvoorbeeld niet in aanmerking komen voor kwijtschelding gemeentelijke belastingen. Beleidsregels De kaders voor de bijzondere bijstand zijn vastgesteld in Beleidsregels. Deze zullen aangepast worden op basis van dit beleidsplan.

HOOFDSTUK 4 22 SPEERPUNTEN

HOOFDSTUK 5

FINANCIEEL KADER EN RANDVOORWAARDEN MINIMAREGELINGEN Reguliere regelingen en projecten Rechtop!* Salland Gemeentepolis* Delta View Geldfit Overige projecten Subtotaal

Gem. aantal

Begroting

2022

2023

2024

2025

1596 pers. 3172 pers.

€ 400.862 € 810.139

€ 414.582 € 800.425 € 225.000 € 79.410 € 115.347 € 1.634.764

€ 425.436 € 880.467 €€ 79.410 € 115.347 € 1.500.660

€ 439.804 € 889.273 €€ 79.410 € 115.347 € 1.523.834

€ 452.475 € 902.612 €€ 79.410 € 115.347 € 1.549.844

€ 115.347

Bijzondere bijstand Bijzondere bijstand regulier* Bijz. bijstand bewindvoering* Individuele inkomenstoeslag Subtotaal

8641 verstr. 1225 pers. 1183 pers.

€ 734.033 € 1.770.364 € 449.111

€ 668.544 € 1.430.894 € 449.111 € 2.548.549

€ 708.076 € 1.502.439 € 449.111 € 2.659.626

€ 747.608 € 1.524.975 € 449.111 € 2.721.694

€ 787.141 € 1.547.850 € 449.111 € 2.784.102

Kansen voor kinderen Stichting Leergeld* Overige kindregelingen Subtotaal

1661 pers. 852 pers.

€ 898.757

€ 779.350 € 175.500 € 954.850

€ 814.775 € 175.500 € 990.275

€ 850.200 € 175.500 € 1.025.700

€ 885.625 € 175.500 € 1.061.125

€ 1.472.210 € 498.692 € 1.970.902

€ 1.454.348 € 498.692 € 1.953.040

€ 1.454.348 € 498.692 € 1.953.040

€ 1.454.348 € 498.692 € 1.953.040

Nieuw beleid Collectief schulden regelen (systeem) Bijeenkomsten Implementatiekosten Uitvoeringskosten pilots Subtotaal

€ 15.000 € 20.000 € 77.600 € 120.000 € 232.600

€ 15.000 € 20.000 € 12.600 € 120.000 € 167.600

€ 15.000 € 20.000 €€€ 35.000

€ 15.000 € 20.000 €€€ 35.000

Totale kosten

€ 7.341.664

€ 7.271.201

€ 7.259.268

€ 7.383.111

Financieel kader minimabeleid PM7 Aanvullende middelen nodig Totaal autonome groei Totaal toename doelgroep (nieuw beleid)

€ 7.149.515 € 192.149 €€ 189.744

€ 7.131.653 € 139.548 € 40.940 € 534.144

€ 7.131.653 € 127.615 € 82.290 € 542.156

€ 7.131.653 € 251.458 € 124.053 € 550.288

Uitvoering dienstverlening Budget Adviesbureau Deventer (PM8) Inkomensondersteuning Subtotaal

€ 498.692

*Deze bedragen zijn inclusief de verwachtte autonome groei en groei door toename van de doelgroep.

HOOFDSTUK 5 23 FINANCIEEL KADER

Onderbouwing / uitgangspunten Autonome groei en groei door beleidsplan In het financieel overzicht is ook de autonome groei inzichtelijk gemaakt. We zien namelijk dat de regelingen (over het algemeen genomen) een stijgende lijn laten zien, zowel door veranderingen in de doelgroep als in bereik. Ook zonder aanpassing van het beleid zal er naar verwachting een stijgende lijn te zien zijn. Daarnaast zullen er door dit beleidsplan en de inzet op bijvoorbeeld communicatie ook inwoners bereikt worden, die nu al recht hebben op een regeling maar daar geen gebruik van maken. De evaluatie van het huidige kader heeft namelijk laten zien dat de regelingen niet volledig benut worden, onder meer door onbekendheid van de regelingen. Een groot deel van de regelingen zijn zogenoemde ‘open-eindregelingen’, wat inhoudt dat wanneer een inwoner voldoet aan de gestelde kaders hij/zij recht heeft, ongeacht het vooraf begrote budget. Stichting Leergeld en de gemeentepolis zijn voorbeelden van dergelijke regelingen.

t

Door verruiming van de inkomensgrenzen/aansluiten bij het besteedbaar inkomen verwachten we dat de potentiële doelgroep 25-30% groter wordt, deze stijging is verwerkt in het financieel kader. Het is niet te verwachten dat een dergelijke stijging al in het eerste jaar van het nieuwe beleidskader zichtbaar wordt. Dit hangt nauw samen met communicatie en bekendheid van regelingen en de wijzigingen die daarin plaats gaan vinden. Daarom wordt een langzame stijging van het gebruik verwacht over de komende jaren. ierbij wordt de inschatting gemaakt van een stijging van 10% in 2022, 15% in 2023, 20% in 2024 en 25% in 2025. De ontwikkeling van dit beleidsonderdeel zal goed gemonitord worden, eind 2023 zal daar een eerste evaluatie van gedaan worden.

Kansen voor Kinderen Het Rijk heeft structureel middelen toegekend aan gemeenten voor het bestrijden van kinderarmoede. In Deventer is er voor gekozen om een deel van deze kosten in te zetten voor de dekking van de kosten van beschermingsbewind. Het restant is voor meerdere projecten ingezet. Gezien er de afgelopen jaren incidentele middelen op dit onderdeel over waren zijn er ook projecten gefinancierd, waarvoor tot nu toe geen structurele dekking is, maar die vanaf komend beleidsplan wel een structurele plek hebben binnen het minimabeleid. Hieronder bijvoorbeeld het zomerpretpakket en de leergangen voor IMC Basis. Gemeentepolis Een eventuele stijging van het gebruik van de gemeentepolis (vanwege verruiming van de inkomensgrenzen) zal op zijn vroegst pas per 2023 zichtbaar worden. Gezien de ingangsdatum van het beleidskader (1-2022) is het niet mogelijk om voor 2022 nog wijzigingen in de polis door te brengen. Salland moet wijzigingen al eind van de zomer verwerken ter voorbereiding van hun nieuwe polissen. Bijzondere bijstand Bij bijzondere bijstand speelt naast inkomen en vermogen ook het vraagstuk of de inwoner kosten heeft waarvoor bijzondere bijstand verstrekt kan worden. In het beleidsplan is uitgeschreven hoe we hier de komende jaren invulling aan willen geven (veel meer passend bij de individuele situatie van de klant).

Desondanks maakt dat het onderbouwen van de verwachte stijging minder nauwkeurig. Uitvoeringskosten Het beleidsplan en de wijzigingen in regelingen en dienstverlening heeft gevolgen voor de uitvoering; niet alleen vanwege een andere manier van werken, maar ook omdat de verwachting is dat we meer inwoners gaan bereiken. Een en ander vraagt om beschikbare capaciteit van de uitvoerende teams. Aan de andere kant is de inzet ook om processen efficiënter in te richten waardoor dat leidt tot tijdsbesparing in de uitvoering ervan.

HOOFDSTUK 5 24 FINANCIEEL KADER

Voor de pilots die gevoerd gaan worden (rondom onder andere de adviesgesprekken en het besteedbaar inkomen) wordt nu 2 fte extra uitvoering gerekend. Daarnaast zal een externe partij gevraagd worden om tot een nieuw formatiecalculatiemodel te komen, zodat we na afloop van de pilot een goede inschatting kunnen maken van het aantal uren dat nodig is met de daarbij behorende uitvoeringskosten. Randvoorwaarden Implementatieplan Dit beleidsplan is op hoofdlijnen een weergave van de ambitie en speerpunten. Om het beleidsplan daadwerkelijk tot uitvoering te brengen volgt er een implementatieplan. Daarin wordt nader uitgewerkt hoe bepaalde speerpunten en pilots in de praktijk uitgevoerd gaan worden. Scholing medewerkers Op een aantal onderdelen vraagt het nieuwe beleid ook om een andere vorm van dienstverlening. Van medewerkers in de uitvoering kan niet verwacht worden dat zij van de een op de andere dag hun dienstverlening aan de burger aan kunnen passen. Het is belangrijk dat zij hierin de juiste scholing en begeleiding krijgen. Hierbij valt te denken aan onder andere de scholing “Omgekeerde Toets” en intervisie. Met de betreffende teammanagers wordt samengewerkt aan het opleidingsplan. Communicatieplan Een belangrijk onderdeel is de communicatie. Hoe zorgen we ervoor dat onze inwoners en maatschappelijke organisatie/toeleiders ook kennis hebben van het nieuwe beleidsplan.

Daarbij valt te denken aan informatiebrieven en aanpassingen van de gemeentelijke website. Samen met de afdeling communicatie wordt dat onderdeel van dit beleidsplan uitgewerkt in een communicatieplan.

HOOFDSTUK 5 25 FINANCIEEL KADER

HOOFDSTUK 6

MONITORING EN STURING Om de ambitie, doelstellingen en bijbehorende speerpunten goed te volgen, zullen de effecten en resultaten periodiek gemonitord worden. Want we willen met die nieuwe beleidsplan o.a. • meer mensen bereiken met onze regelingen • inwoners met geldzorgen eerder bereiken om zo eerder te kunnen ondersteunen en te voorkomen dat de problematiek groter wordt. • een goede klanttevredenheid over de dienstverlening. Dit doen we op de volgende manieren: Kwantitatieve monitoring en sturing • Doelstellingen zoals doorlooptijden, percentage bereik doelgroep, aantal aanvragen/afwijzingen. • Monitor Sociaal Domein • Daarnaast gaan we specifiek inzoomend op regelingen ook de bestandsontwikkeling bijhouden. Dat doen we voor interne regelingen (zoals de bijzondere bijstand) op kwartaalniveau. Voor externe regelingen (zoals Stichting Leergeld en Rechtop) doen we dit jaarlijks. Deze informatie is bovendien ook nodig om de formatie en uitvoeringskosten te kunnen monitoren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10816754/1