2021-12-01 Transcript Raadsvergadering gemeenteraad Deventer
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE RAADSVERGADERING VAN GEMEENTE DEVENTER d.d. 1 december 2021
Opening fysieke vergadering De voorzitter: Dames en heren, goedenavond. Van harte welkom, beste raadsleden, bij de vergadering van de gemeenteraad van Deventer van 1 december. Welkom aan de raadsleden van het college, de ambtelijke ondersteuning, aanhang voor Jan Jaap, men welkom. We gaan beginnen. Ook de volgers thuis: van harte welkom. Opnieuw dwingt corona ons om, nou ja, een alternatieve behandeling. We zijn niet volledig hier in de raadzaal, een deel zit elders te kijken. Vanavond zullen we ook voor een deel van de vergadering, het andere deel van de vergadering, online doen. We gaan een aantal onderwerpen bespreken, maar mijn verzoek is om ondertussen 1,5 m afstand hier te houden en als je de zaal verlaat ook afstand te houden, zodat we veilig hier aanwezig kunnen zijn. We hebben eigenlijk dus twee vergaderingen. We starten met de raadzaal in een klein gezelschap. Met de woordvoerders wordt het bespreken van de onderwerpen die het debat vragen. Na deze besprekingen besluit de raad later op de avond plenair een digitale raadsvergadering. Waar concreet gaan de debatten over? Het eerste deel over één debat, het ontwikkelperspectief De KIEN, en een tweetal moties vreemd aan de orde. De fractie mag per onderwerp van woordvoerder wisselen. Dat betekent dus dat we tussen de onderwerpen door ook even vijf minuten pauzeren zodat er een wisseling kan plaatsvinden.
In vijf minuten tijd moet dat lukken. 1.
Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging nieuw raadslid PvdA + Afscheid de raadslid Kolkman
Afscheid raadslid Jan Jaap Kolkman De voorzitter: Maar voordat we dat gaan doen nemen we afscheid van een raadslid en beëdigen we een nieuwe raadslid. Graag richt ik een extra woord van welkom aan de heer Kolkman en zijn partner, en mevrouw Dijkshoorn. Van harte welkom. Fractie van de PvdA, raadsleden van andere fracties en vertegenwoordigers van het college: we gaan afscheid nemen van de heer Kolkman die schriftelijk aan mij heeft gemeld dat hij met zijn raadswerk wil stoppen. De kieswet en de uitslag van de verkiezingen van 2018 maakt vervolgens dat mevrouw Dijkshoorn daarmee is benoemd tot raadslid. Zij heeft die benoeming al aanvaardt en zal zo dadelijk de belofte afleggen. Eerst zullen we kort stilstaan bij het vertrek van de heer Kolkman. Ik geef graag mevrouw Sijbring als fractievoorzitter van de Partij van de Arbeid het woord.
2 Mevrouw Sijbring: Ja, dank u wel. Wat leuk om jullie nu allebei toe te mogen spreken, maar natuurlijk in het speciaal Jan Jaap afscheid neemt. Ik zal maar zeggen zoals het is: een gevleugelde uitdrukking van jou. Maar ik begin eerst met een gedichtje. Met sorry zei jij destijds niet: jij had gelijk en ik had het mis. Je zei vooral dat het belang van de Deventer samenleving groter dan je ego is. Dat slaat op drie jaar geleden. Toen hebben we afscheid van je genomen als wethouder en je verwelkomt als fractielid. De overstap was toen een moedig besluit van je dat je vooral in het belang van Deventer en van de PvdA hebt genomen. Daarna heb je drie jaar lang mogen ervaren hoe het is aan die kant van de bank te zitten. Ik heb de indruk dat dat niet helemaal gelukt is om daaraan te wennen, maar dat geeft niet. Nu verlaat je de Deventer politiek definitief. Mochten we niet zeggen zo net, maar het is toch zo. Bedankt namens de fractie, ik denk ook namens de hele raad, voor je inzet en je enthousiasme, en vooral je bevlogenheid. Ik heb onze eigen fractieleden gevraagd om jou in één woord typeren. Kijk ook even naar die leuke foto’s van jou die we vier jaar geleden van je gemaakt hebben. Ik heb ze gevraagd om jou te typeren in één woord, en dat woord dat is verwerkt, al die woorden tezamen zijn verwerkt in een woordenwolk. Dat is een bonte verzameling geworden.
Ga er maar even voor zitten. En dan moest ik zeggen: Hans … Goed zo. Al die woorden zijn verwerkt in deze woordenwolk. Daar staat in: passie, energie, slim, durf, direct, Deventer, Deventer DNA. En DNA kun je ook zien als de afkorting voor: Doorgaans Nogal Aanwezig. Enthousiast, een doorbijter, een rooie en een volksman. Die kun je ook samentrekken: de rooie volksman. Bedankt Jan Jaap namens ons allemaal, en daar horen natuurlijk rozen bij. De voorzitter: Dank je wel Jantien. Dan ga ik ook even enkele woorden tot je richten, Jan Jaap. Beste Jan Jaap, vandaag nemen we afscheid van jou als raadslid. Politiek nemen we dus afscheid van je. Binnengestormd in 2014, veel bereikt in je periode als wethouder, en in 2019 toegetreden tot het allerhoogste orgaan van deze gemeente: de gemeenteraad. In 2019 heb ik al veel lovende woorden tot je gesproken over een periode als wethouder, en ik ga die woorden niet nu allemaal herhalen. In de raad was je opstelling wat meer bescheiden dan in het college. Je was toch vooral een coach en nestor voor de fractie van de Partij van de Arbeid, maar bij vlagen zagen we in de raad toch weer je creativiteit, je drive en je visie. Dan ging iedereen weer even rechtop zitten voor deze ‘back…’, ja hè? Dat was het begrip wat jij introduceerde. Het heeft een iets andere betekenis gekregen dan velen dachten.
Een kwaliteit die je hebt is om haarscherp vraagstukken te analyseren en onderwerpen in logische blokken uiteen te laten vallen. Onnavolgbaar is hoe je vervolgens aan de hoofdlijn zoveel bijzinnen en subgedachten toevoegt dat de hoofdlijn zich onbedoeld kan ontwikkelen tot een triviale bijzaken, maar altijd stonden twee zaken bij jou voorop en onwrikbaar vast: het sociaaldemocratisch gedachtegoed. Twee zaken dus: het sociale en het democratische. Vandaag stop je in de politiek in Deventer, maar iets zegt mij dat je niet echt een punt zet maar een puntkomma. Bevlogen denkers, geboren sociaaldemocraten als jij zijn blijvers. Deventer zal daarvan kunnen en mogen blijven profiteren. Maatschappelijk, economisch wellicht vanuit je eigen bedrijf, en misschien toch ook wel weer eens in de politiek. Ik wil je hier namens het bestuur van de gemeente en namens de gemeenteraad een gemeenschap bedanken voor al je bijdragen. Dank je wel. De voorzitter: Ik geef graag aan Jan Jaap Kolkman het woord om nog een keer tot de gemeenteraad van Deventer te spreken. De heer Kolkman: Nog een keer, voorzitter. Dank. Heel kort, zoals jullie van mij gewend zijn.
Net als de meesten van jullie … Ik wil het ook een beetje serieus doen, want het is ook een beetje de manier waarop ik ook wel ingebakken zit en de manier waarop ik volksvertegenwoordiger, wethouder, bestuurder, openbaar belangbehartiger wil zijn. Dus net als de meesten van jullie is het zo, denk ik dat ik politiek wil voeren en politiek benaderen op een wijze waarbij het gaat in de strijd om waarden. Dat doet ieder gelukkig op zijn eigen wijze. Korte speech, zou ik ervan maken. Want net als een vast deel van jullie vind ik ook dat we niet moeten geloven in de mythe dat emancipatie en kansen tot sociale stijging voor gewone mensen al geregeld is. Dat we in welvarende westerse landen in een kasteloze maatschappij leven waarin iedereen evenveel kans heeft om de sociale ladder te beklimmen. Was het maar waar. Het zou dan ook ontkennen dat heel veel mensen op dit moment in dit tijdsgewricht best boos zijn, en wat dat betreft ook hun onzekere banen, verslechterende levensomstandigheden, de kosten van klimaatmaatregelen, vooruitzicht dat hun kinderen het echt slechter zullen krijgen. Als
3 volksvertegenwoordigers, en dat is denk ik datgene wat ons ook bindt, moeten we onze bestuurders scherp houden als ze deze woede niet begrijpen, laat staan als ze de boosheid kunnen verwoorden. Dit vacuüm wordt immers te dankbaar opgevuld door rechtse populisten. Zij zeggen tegen de kiezer: u heeft groot gelijk om woedend te zijn. Wij zijn ook boos. Ik verwacht niet, overigens, dat de enigszins fascistoïde rechtse populisten na maart een plek in de raad van Deventer krijgen, zoals dat ook overigens het geval was in de dertiger jaren. Chapeau Deventer, dat biedt hoop. De Britse socialist Tony Benn zei ooit dat er voor sociale verandering twee dingen nodig zijn: de vlam van de brandende woede over het onrecht, en de brandende vlam van hoop voor een betere wereld. Het probleem is dat er op dit moment vooral de woede is. Die woede richt zich dan ook op immigranten en werklozen en niet te vergeten: tegen de overheid als legitieme, democratische gekozen kracht. Dus: woede zonder hoop. Aan ons, ik meen het oprecht, als volksvertegenwoordigers de uitdaging om bij ons handelen in Deventer die woede perspectief te geven door ons in te zetten voor maatschappelijke participatie, emancipatie, sociale stijging van gewone burgers. Ik heb dat in ieder geval naar beste weten geprobeerd in mijn handelen. Dat zal ook buiten de raden, de raad om, mijn handelen wel ongeveer bepalen.
Dus wat dat betreft: you ain’t seen nothing yet, zeg ik dan met een knipoog. Maar ik denk echt oprecht een voorstel aantal van jullie voor de getoonde kameraadschap, en ik verwacht … En ik dank ook een fors aantal andere mensen onder jullie voor de diversiteit aan meningen die hoort bij zo’n levende, democratische gemeenteraad. Dank jullie wel dat ik onderdeel van jullie mocht zijn, en dank je wel dat ik in dit gremium zo nu en dan komt mocht doen van mijn mening. De voorzitter: Dank je wel Jan Jaap. Het ga je goed, en we komen elkaar tegen. Beëdiging mevrouw Dijkshoorn als raadslid (PvdA) De voorzitter: Dan gaan we over tot de beëdiging van een nieuwe raadslid, mevrouw Dijkshoorn. Welkom, of welkom terug. U bent eerder lid geweest van de gemeenteraad. U heeft in aanvulling op de benoeming enkele schriftelijke verklaringen afgelegd. Die verklaringen zijn nodig om te kunnen controleren of u kunt toetreden tot de gemeenteraad van Deventer. Die zijn bestudeerd door de commissie geloofsbrieven. De commissie stond, staat onder voorzitterschap van de heer Smeenk en kent als leden mevrouw Schmidt en de heer Ledeboer. Ik geef graag het woord aan de heer Smeenk om zijn bevindingen, of de bevindingen van de commissie, met ons te delen. Mijnheer Smeenk, u heeft het woord. De heer Smeenk: Voorzitter, dank u wel.
Met inachtneming van de kieswet, met de voor u allen bekende artikelen V3 en V4, als ook bij u neem ik aan zeer bekende gemeentewetartikelen 10, 11, 13 en 15, heeft de commissie van de geloofsbrieven zich als ook vermeld in artikel 5A, u ongetwijfeld ook bekend, uit ons reglement van orde gebogen over de door mevrouw Dijkshoorn aangeleverde stukken met verklaringen. De commissie heeft de stukken gecontroleerd en in orde bevonden. Er is uit de stukken niets gebleken dat een benoeming van mevrouw Dijkshoorn tot lid van de raad in de weg staat. Bij deze. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Smeenk. Wij worden allemaal geacht de wet te kennen dus terecht dat u daarop wijst. Ik ontbind ook hier bij de commissie en ik dank de commissie voor het controleren van de benodigde documenten. Dan gaan we over tot benoeming en beëdiging van mevrouw Dijkshoorn. U heeft aangegeven de belofte te willen aanleggen, afleggen. U kunt blijven zitten wat mij betreft in dit geval. Ik zal zo de belofte voorlezen en dan kunt u afsluiten met: dat verklaar en beloof ik. Toch even, ja? Ja, laten we maar doen, ja, oké. Dan gaan we allemaal staan, ja. Toch een beetje echter, hè? Ja. Ja? We gaan allemaal staan. Ik verklaar dat ik, om tot raadslid benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd.
Ik verklaar en beloof dat ik, om iets ook met deze functie te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik beloof dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als raadslid naar eer en geweten zal vervullen. Mevrouw Dijkshoorn: Dat verklaar en beloof ik.
4 De voorzitter: Uitstekend, dank u wel. Van harte gefeliciteerd. Mevrouw Dijkshoorn: Dank u wel. (applaus). De voorzitter: Kleine schorsing even, verder geen changementen. Oké, dan gaan we verder met de raadsvergadering. We gaan even vijf minuten schorsen om te wisselen, 20:07 uur gaan we verder. (schorsing) 4.
Ontwikkelperspectief de KIEN (debat)
De voorzitter: Dames en heren, wij gaan verder met de vergadering. We heffen de schorsing op en gaan verder met de bespreking van het ontwikkelperspectief de KIEN. Uw raad heeft zich in de oordeelsvormende vergadering van verleden week in algemene zin positief uitgelaten over dit ontwikkelperspectief, maar er zijn wel drie amendementen ingediend op het raadsvoorstel. Dat betreft een amendement dictum raadsbesluit de KIEN, een amendement van GroenLinks, VVD en D66. Een amendement aanjaagrol gemeente als gebiedsregisseur om duurzaamheidsambities minima… Maximaal te houden, amendement van D66 en GroenLinks. En een amendement ontwikkeling volkstuinen van de fractie van de ChristenUnie. We starten met het onderwerp dic… Het amendement dictum. Dan geef ik het woord aan mevrouw Baher. Mevrouw Baher, GroenLinks, u gaat uw gang. Mevrouw Baher: Dank u wel voorzitter. Voorzitter, het amendement gaat over dictum van het ontwerpraadsbesluit bij de KIEN. Het gaat voornamelijk over het gedeelte en de voorstellen voor verdere uitwerking, et cetera. Het suggereert dat het tevens instemmen met het toekomstige uitwerking van de voorstellen. Wij vinden dat dat veel onduidelijkheid geeft en het verwarrend werkt. Daarom vinden de indieners dat dat gedeelte van het dictum weggelaten dient te worden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel.
Reacties van andere raadsleden? Een reactie vanuit het college. Wethouder Grijsen, u heeft het woord. Wethouder Grijsen: Voorzitter, dank. Voorzitter, het college kan zich voorstellen dat met deze wijziging het dictum vele malen helderder wordt, en kan positief adviseren op dit amendement. De voorzitter: Dank u wel mevrouw Grijsen. Is daarmee het amendement voldoende behandeld? Dat is het geval. Dan gaan we naar het amendement aanjaagrol gemeente. Wie kan ik het woord geven over dat amendement? De heer Schuring, D66. Gaat uw gang. De heer Schuring: Ja, dank u voorzitter. Dit amendement komt overigens voort uit steun voor het hele project, voor de KIEN. Het is alleen meer een accent dat we willen zetten. We staan landelijk en ook lokaal voor de opgave om de hele gebouwde omgeving in 2050 klimaat, energieneutraal te laten zijn. Zeker zo’n grote gebiedsontwikkeling als de KIEN moet daar ook aan bijdragen. De gebiedsontwikkeling die langer loopt dan de komende jaren, wellicht een jaar of tien, twaalf, dat is nog niet goed te voorspellen. We vinden het belangrijk dat tijdens die hele ontwikkelperiode de gemeente ook vanuit verantwoordelijkheid als gebiedsregisseur het thema duurzaamheid steeds voorop de agenda laat staan.
Dat is verder uitgewerkt in de strekking van het amendement, en we roepen de gemeente ook op om periodiek verslag te leggen over het succes om die duurzaamheidsambities te realiseren. Dat als toelichting. De voorzitter: Uitstekend, dank u wel mijnheer Schuring. Andere indieners nog die … Niet? Dan reacties vanuit de raad? Ja, de heer Groothuis, CDA, gaat uw gang.
5 De heer Groothuis: Ja, dank u wel voorzitter. Ik denk dat wij allemaal onderschrijven dat dit op een goede manier moet gebeuren en duurzaam. We vragen ons wel een beetje af waarom dit nu hier zo expliciet aan de orde gesteld wordt, want als je kijkt wat er gebouwd wordt op het industrieterrein A1, dat zijn misschien fysiek wel veel grotere ontwikkelingen. Daar, en dat gaat denk ik ook allemaal volgens de regels en ook zo duurzaam mogelijk, maar mijn vraag is: waarom moet dit hier nu expliciet nog een keertje vastgelegd worden? De voorzitter: De heer Schuring. De heer Schuring: Ja, dank u voor de vraag. Overigens zeer dank, voorzitter de reden dat we dit voor deze gebiedsontwikkeling willen vastleggen, en overigens, u heeft helemaal een punt: die doelstelling van energieneutraal gebouwde omgeving geldt voor heel Deventer, geldt niet alleen voor de KIEN. Maar juist deze grote gebiedsontwikkeling waar we nu een ontwikkelperspectief voor vaststellen, wat ook eigenlijk de kaders geeft en de verwachtingen geeft van wat we verwachten van dit gebied, maar dat we zeker ook voor dit gebied dit juist even expliciet willen maken. Ik sluit niet uit dat we voor komende gebiedsontwikkeling met vergelijkbare amendementen. Misschien is het dan niet eens meer nodig, dan wordt het vanzelfsprekend om dit soort punten aandacht te geven. De voorzitter: De heer Donkers.
De heer Donkers: Dank u voorzitter. Ik heb een vraag over de inhoud van het dictum. Daarin staat dat de gemeente de duurzaamheidsinspanningen van de partners gaat monitoren, en dat rapporteert aan de raad. Hoe ziet de indiener dat voor zich? De voorzitter: De heer Schuring. De heer Donkers: Hoe ziet de indiener dat voor zich? Er staat letterlijk in de motie: de gemeente monitort de duurzaamheidsinspanningen van de partners en rapporteert de raad periodiek over de ervaring. Moet ik me dan voo… Wat wordt het plan? De voorzitter: De heer Schuring. De heer Schuring: Ja, ik zal een poging doen. Nou, wij stellen ons voor dat, of wij stellen ons voor: de hele gebiedsontwikkeling de KIEN zijn meerdere initiatiefnemers, van Topicus, Aventus, nou, meerdere partijen die allemaal projecten realiseren. Elk van die projecten die denkt na: hoe gaan we het, ons deelproject zo maximaal en zo duurzaam mogelijk doen? Want die intenties hebben ze gelukkig allemaal. Het lijkt ons goed om die ervaringen die al die initiatiefnemers doen om die met elkaar uitwisselen, die te ruilen, uit te wisselen, actief van elkaar te leren. Wij denken dat de gemeente als gebiedsregisseur daar een informatie uitwisselende rol kan spelen, dat houdt het woord gebiedsregisseur ook onder andere in. De voorzitter: Oké. De heer Donkers.
De heer Donkers: Als ik het dan goed begrijp moet een ondernemer straks periodiek rapporteren aan de gemeente of ze wel duurzaam genoeg zijn, omdat ze toevallig onder de KIEN vallen? De voorzitter: De heer Schuring. De heer Schuring: Nou, die initiatiefnemers die hebben sowieso met alle BEN-eisen te maken, dus duurzaamheidsinspanningen die zijn er al. Wij willen graag eigenlijk aan het college even overlaten hoe praktisch deze rol van gebiedsregisseur in samenspel met andere partners, hoe die wordt ingevuld. We vinden het nu ‘toch in het uitvoeringsrecht’ om daar hele specifieke spelregels in mee te geven in dit amendement.
6 De voorzitter: De heer Donkers, laatste keer. De heer Donkers: Ja toch, maar u maakt het namelijk wel specifiek in, of via de voorzitter, de heer Schuring maakt het namelijk wel specifiek in het amendement. Daar zit mijn zorg. Het punt dat bedrijven moeten voldoen aan geldende wet- en regelgeving, dat is volstrekt logisch. Wij kunnen in het omgevingsplan en in de vergunning kunnen we bepaalde eisen stellen. Volgens mij is dat ook het moment om te komen met aanvullende eisen als een meerderheid van de raad dat nodig acht in het omgevingsplan. Maar een actieve informatieplicht van bedrijven om de raad op de hoogte te houden van hun, van de manier waarop zij met duurzaamheid omgaan, dat is toch een beetje van de gekken? De voorzitter: De heer Schuring, laatste instantie. De heer Schuring: Nou, het woord actieve informatieplicht dat leest u niet in het amendement. Wij stellen ons ook helemaal niet voor dat de gemeente deze rol voor gebiedsregisseur heel voorschrijvend en directief gaat invullen. Het is juist op een aanjagende en faciliterende manier is dat bedoeld. Hoe dat precies gaat gebeuren de komende jaren laten we graag, nogmaals, wat ik net zei, aan de gemeente dat in samenspel met andere partners verder vorm te geven. De voorzitter: De heer Kleine Schaars heeft ook nog een … De heer Kleine Schaars: Ja, dank u voorzitter.
Ja, hele sympathieke, sympathiek voorstel, u kent het van ons. Waarbij een beetje mee zitten, en dat kan misschien mijnheer Schuring wat beter uitleggen want mijnheer Donkers worstelt daar ook mee. Dan staat er eigenlijk in dat de gemeente periodiek de raad moet rapporteren hoe succesvol en daarmee is. Wanneer vindt u dat men dan succesvol is? De bouwers moeten al voldoen aan de hoogste eisen. Wanneer, meten is weten, wanneer is het dan een succes? Of gaat de gemeente rapporteren en vindt u het dan niet goed? Wat gebeurt er dan? De voorzitter: De heer Schuring. De heer Schuring: Ja, dit zijn bijna allemaal, net als de vragen van de heer Donkers, bijna uitvoeringsgerichte vragen hoe we ons dat precies voor ons stellen. Wij willen dat ook graag aan het college laten om die gebiedsregisserende rol in te vullen, maar toch een poging om u een antwoord te geven. Kijk, we zullen zien dat de verschillende initiatiefnemers, de verschillende projectontwikkelaars, de een die zal misschien meer kiezen voor groene gevels, de ander meer voor CO2loos beton, dat is er allemaal tegenwoordig. Weer een ander zal voor houtskeletbouw gaan kiezen. Wij denken dat het goed is dat al die ervaringen van de partijen waar de gemeente ook een regisserende rol in vervult om die ervaringen op te halen, om die ook weer terug te leggen wij ons als raad.
Om te vertellen hoe het nu lukt om die duurzaamheidsambities, niet alleen de wettelijke maar wellicht ook de bovenwettelijke eisen, om daaraan te voldoen. We schrijven ook: rapporteer dan ook niet alleen de milieu en de … Sorry, de duurzaamheidseffecten, hoe die ook verder precies te definiëren zijn, maar geeft ook gelijk aan hoe het verder gaat met de voortgang van het hele gebied wat betreft het aantal woningen wat opgeleverd, aantal arbeidsplaatsen dat wordt opgeleverd. De frequentie van die rapportage laten we ook graag even aan het college hoe vaak dat nodig is. Kan halfjaarlijks, jaarlijks, dat laten we graag aan het college. Dat is wat ik erover kan zeggen als antwoord op uw vraag. De voorzitter: Daarvoor … De heer Kleine Schaars. De heer Kleine Schaars: Ja, met een omweg zo. Nou, maar goed. Nee, maar waar het mij … Ik trek het mij weer aan, die zegt: te rapporteren hoe het wettelijk gaat. Nou, dat wettelijke dat moeten ze, want dat zijn gewoon de eisen waar ze aan … Maar ook het bovenwettelijke. Daar zit mijn vraag een beetje. U wilt ze eigenlijk bovenwettelijke iets laten doen, en vervolgens doen ze niets bovenwettelijks. Wanneer vindt u het dan goed? En
7 wanneer is het niet goed? En wat moet dan vervolgens de gemeente doen volgens u? Want dat haal ik er niet uit. Ik vind dat u … U poogt zeg maar iets van kaders te stellen, maar doe dat dan af met een proefballonnetje, zo klinkt het een beetje. De voorzitter: Via de voorzitter vraagt de heer Kleine Schaars aan de heer Schuring.. De heer Schuring: Nou ja, ik denk dat ik hier eigenlijk voldoende over gezegd heb. U kiest uw eigen woorden over proefballonnen. Wij gaan niet heel erg voorschrijven, dat heb ik net als antwoord ook op de heer Donkers gezegd, op een directieve, voorschrijvende manier wat er boven bovenwettelijke eisen mogelijk is. We willen het gewoon graag ook aan de partijen laten om zelf te kijken wat daar mogelijk is boven het wettelijke. Als daar een soort wedstrijdje ontstaat tussen de initiatiefnemers van: wij willen er net nog een schepje bovenop, meer erbovenop dan anderen. Ik zou het alleen maar een mooie ontwikkeling zien die we graag gerapporteerd zien. De voorzitter: Zullen wij naar het college gaan? Reactie van de zijde van het college, wethouder Grijsen. Wethouder Grijsen: Voorzitter, dank u wel. Het college heeft een eerdere sessies beeldvormende en ook in de oordeelsvormende sessie aangegeven dat de partners in dit gebied enorm hoge ambities hebben als het gaat om duurzaamheid.
Het college verwacht dat de partners in het gebied daar zelfs voor zouden kunnen lopen de gemeente. Het college heeft ook aangegeven dat wij de indruk hebben, wij zijn ook partner in de KIEN, dat onze partners in het gebied zelfs ambitieuzer zijn als dat wij ons nu realiseren. Maar het amendement vraagt ons nu om op een hele praktische wijze hier een soort ambassadeursrol te gaan vervullen, kennis en ervaring te delen en periodiek de raad te informeren. Het college heeft al eerder toegezegd periodiek de raad te willen informeren over gebiedsontwikkeling, economische ontwikkeling, et cetera. Daar zouden we dit dan aan toevoegen, waarbij we dus in die periodieke informatiesessies over de KIEN ook het aspect duurzaamheid zullen betrekken en u dan ook op een hele praktische wijze zullen informeren. Dus het college kan positief adviseren over dit amendement. De voorzitter: Uitstekend, dank u wel. De heer Donkers. De heer Donkers: Dank van de portefeuillehouder voor het beantwoording, voor de reactie.
Begrijp ik het dan goed dat er dus een elec … een lineair komt aan uw voortgangsrapportages, met alle respect? Maar dat er van een gebiedsregisseurrol of iets dergelijks dat er geen sprake is? Ik vraag het omdat het, kijk, het heeft iets potsierlijks dat je met de meest ambitieuze bedrijven, een van de meest ambitieuze bedrijven van Nederland zit, prachtige bedrijven, die je vervolgens een soort van de les gaat lezen. Ik zou daar echt voor willen waken, dat lijkt mij bijzonder ongemakkelijk. De voorzitter: Wethouder Grijsen. Wethouder Grijsen: Ja voorzitter, de heer Donkers suggereert dat wij onze partners de les zouden gaan lezen, dat zou absoluut niet aan de orde zijn. Het college heeft al eerder aangegeven dat onze partners wellicht nog veel ambitieuzer zijn op het gebied van duurzaamheid als de gemeente zelf. De gemeente kan wel een rol vervullen in het uitwisselen van informatie. De gemeente vervult nu, zeker als het gaat om gebiedsontwikkeling, ook al een regisserende rol. Die zouden we dus in die zin uit kunnen breiden als het nodig is om daar informatie te wisselen. Het amendement vraagt ons dan om periodiek de raad informeren en dat zouden we ook al doen. De voorzitter: De heer Donkers.
De heer Donkers: Ja, misschien voor de duidelijkheid: het was niet dat het college suggereert de les te gaan lezen aan die bedrijven, dat heb ik het college niet horen roepen, maar dat was wel de strekking hoe ik het amendement heb geïnterpreteerd. Het is inderdaad een vrij vaag amendement, dat geeft indiener ook toe, maar
8 dan heb ik nu ongeveer door wat het college met dit amendement gaat doen en ben ik in staat om een stem uit te brengen. Dank voorzitter. De voorzitter: Uitstekend, dank u wel. Verder geen … Ja, de heer Schuring nog. De heer Schuring: Ja, toch nog, want de reactie van de heer Donkers die roept toch op om hier nog even op te reageren. Voor de herhaling nogmaals: dit amendement was zeker niet bedoeld om het voor te schrijven, het is vooral ervaringen uitwisselen. Ik weet niet waar u uit leest dat wij zouden willen voorschrijven, directief, een soort de les willen gaan lezen. Dat staat er niet in, u kunt het er niet in lezen, het staat er niet. Maar dat nog voor de duidelijkheid. De voorzitter: Oké, voldoende. Dan sluiten we de behandeling van dit amendement, en gaan we naar het amendement ontwikkeling volkstuinen. Dat amendement wordt ingediend door de ChristenUnie, maar mede ingediend door fractie Deventer Belang en fractie Deventer Sociaal. Mevrouw Nijman, u heeft het woord. Mevrouw Nijman: Dank u wel voorzitter. Voorzitter, in de KIEN gaan we geen volkstuinen ontwikkelen, het gaat om het volkstuinencomplex wat onderdeel uitmaakt van het stuk. In de raadstafel is een goed gesprek hierover gevoerd. Met de KIEN en met dit ontwikkelperspectief gaan we een groot gebied ontwikkelen. Het is een mooie ontwikkeling en het is ook een langlopende ontwikkeling.
Met dit amendement zou ik graag het ontwikkelperspectief een stukje duidelijker willen maken. Ik wil daarin vastleggen, bevestigen, wat er in de raadstafel ook met elkaar gedeeld is. Voorzitter de gemeente heeft als taak in alle ontwikkelingen die zij doet om daarin ook het perspectief van de bewoners mee te nemen. Wij zijn in deze ontwikkeling van de KIEN bij uitstek de partij die het bewonersperspectief in kunnen brengen. Voorzitter we gaan met hele mooie partijen samenwerken maar voor hun is dat geen automatisme om dan een participatietraject op te zetten. Dat is onze rol als regisseur van dit traject. Voorzitter de gemeente heeft hoge ambities met dit ontwikkelperspectief en ik zou graag die hoge ambitie ook op participatie willen zien. Dit amendement draagt daar een stukje aan bij. In het ontwikkelperspectief wordt over het deel van de volkstuinen heel eenzijdig gesproken over woningbouw. In de raadstafel is mij duidelijk geworden waarom het college dat belangrijk vindt en ik herken dat ook wel. Alleen vind ik het te vroeg om in een ontwikkelperspectief zo eenzijdig de focus te leggen op woningbouw. Dit stukje ligt immers niet alleen in de KIEN, dit stukje gebied ligt vooral in Voorstad. Dan heb je ook beide perspectieven te borgen. Dat is aan de raadstafel ook gewisseld maar wij zijn niet de enige partij die werken aan deze ontwikkeling. Nergens ligt dit verder vast.
Wij kunnen niet verwachten van een Topicus, van een Tauw, van een ROC, van alle partijen die betrokken zijn bij de KIEN dat zij elke raadstafel na gaan luisteren. Ik wil dat dit vastgelegd wordt in het stuk. Daar voorziet het amendement in. De heer König: Dank u wel mevrouw Nijman. Zijn er andere indieners die nog … Mevrouw Hamstra Partij van de Arbeid. U bent niet mede-indiener? Andere mede-indieners nog? Nee helder genoeg. Dan mevrouw Hamstra Partij van de Arbeid. Mevrouw Hamstra: Dank u wel voorzitter. De Partij van de Arbeid is een beetje in de war. Als wij kijken naar participatie waar we vorige week over gehad hebben, dan vindt Partij van de Arbeid het belangrijk dat de corporatie als partner in de planvorming gezien wordt en dat het resultaat van de samenwerking met het college, met de gemeente en de andere partners zwaar zal wegen in de besluitvorming. Wij zijn in de veronderstelling dat op dat vlak ook een toezegging zit van de wethouder. Een andere toezegging die de PvdA heeft gehoord is de onderzoeksvraag die overgenomen zou worden door het college: Hoe kan gebiedsontwikkeling de wijk Voorstad en de KIEN versterken in brede zin vanuit het perspectief van natuurontwikkeling, het versterken van de sociale cohesie, ontmoeting, recreatie en woningbouw. Dat gezegd hebbende, zien we dat niet terug in het RIS, waar de toezeggingen van de wethouder staan.
Dus dat maakt het de Partij van de Arbeid wat in de war is. We zouden graag willen weten van de wethouder of het inderdaad wel toegezegd is en per ongeluk niet opgenomen is in het
9 RIS. Dat zal ook mede ons afweging bepalen ten aanzien van het amendement. Misschien is het wel goed als het inderdaad schriftelijk geborgd wordt voor alle partners en voor iedereen in de ontwikkelvisie. De heer König: Uitstekend dank voor deze toelichting. Kunnen we … De heer Schuring nog. De heer Schuring: Ik heb toch ook over de … Wij hebben in de fractie beste even over zitten piekeren over dit amendement. Want het staat er allemaal ook sympathiek op, vreselijk dezelfde term. Dit is ook eigenlijk in lijn met het gesprek wat we vorige week in de raad hebben gehad. Maar de vraag waar we toch een beetje mee zitten is wat dit amendement toevoegt aan de toezeggingen die vorige week zijn gedaan. Want de wethouder heeft ook aangegeven: er wordt ecologisch onderzoek gedaan vooraf om het beter in kaart te brengen, dat doe je om het ook mee te wegen. Dat is dan de natuur-ontwikkel-belang zeg ik maar even. Er vindt een open gesprek plaats met de corporatie en oprichting om in een verkenning te komen om te kijken wat er verder mogelijk is, dat is niet een dwang en de uitkomst daarvan is nog open. Mijn vraag aan mevrouw Nijman is wat dit amendement eigenlijk toevoegt aan die toezeggingen en als die toezeggingen al zijn, is dit niet een beetje overbodig of komt het voort uit gebrek aan vertrouwen dat we het anders niet gebeurt? Daar zaten wij een beetje mee te worstelen.
Kunt u daar eens op reageren? De heer König: Mevrouw Nijman. Mevrouw Nijman-Visscher: Voorzitter daar wil ik graag op reageren want daar heb ik natuurlijk ook over nagedacht. Punt één is dat de toezeggingen die vorige week dus gedaan zijn niet vastliggen. Dus u moet band terugluisteren mijnheer Schuring om de toezegging terug te vinden. Dat heeft niks te maken met dat ik deze wethouder niet vertrouw want ook als ik met de ondersteunende ambtenaren praat hoor ik dit terug. Dan draai ik hem om: wat is er dan op tegen als we dit allemaal vinden om het ook op te nemen in het stuk zodat het voor iedereen duidelijk en eenduidig is? Met name omdat wij hier volgend jaar niet mee klaar zijn. Niet in maart voor de verkiezingen, niet in juni vlak na de verkiezingen. Mijnheer Schuring dit is ook bedoeld om voor onszelf eenduidig en duidelijk vast te leggen. Zowel de mede-ontwikkelaars voorzitter als bewoners mogen rekenen op klare taal en duidelijke communicatie. Laten we daar dan als gemeente als regisseur van de KIEN in elk geval het goede voorbeeld geven. Dus zeker geen wantrouwen maar goed vastleggen wat wij met elkaar bedoelen. De heer König: Uitstekend. Mijnheer Groothuis. De heer Groothuis: Dank u wel voorzitter. De heer König: De her Schuring wou nog reageren mijnheer Groothuis. De heer Schuring: Korte reactie naar aanleiding van de reactie van mevrouw.
Dit roept eigenlijk de vraag op hoe gaan we om als raad met toezeggingen van het college? Dat vind ik eigenlijk nog een relevantere vraag dan … Want u heeft een punt, je kan het dus ook wel opnemen want je legt vast wat al is toegezegd. Die toezeggingen zijn ook wat waard dus ik zit daar mee te worstelen. De heer König: Mijnheer Groothuis. We gaan zo naar het college. Mijnheer Groothuis. De heer Groothuis: Dank u wel voorzitter. Als de wethouder nu in deze vergadering zou herhalen wat ze vorige week gezegd heeft en toegezegd heeft is dan dit amendement nog nodig? De heer König: Mevrouw Nijman? Mevrouw Nijman-Visscher: Voorzitter wij hebben de goeie gewoonte dat de voorzitters van de raadstafel toezeggingen herhalen en dat ze daarmee worden vastgelegd op een voor iedereen vindbare plek. Dat is niet gebeurd en daarmee kan ik dus niet zeggen dat er een toezegging is. Ik was zelf niet bij de raadstafel dus ik moet
10 hem dan terugluisteren. Dus op het moment dat de toezegging herhaald wordt, want dan zal die dezelfde lading hebben als wat hier staat. Want dit is bijna een woordelijke weergave van wat er in de raadstafel gewisseld is. Maar mijn voorwaarde is dan dat het op een voor iedereen vindbare plek, of je nou burger, leek, raadslid, of medeontwikkelende partner bent. Voor iedereen moet het helder zijn. Mevrouw Baher. Mevrouw Baher: Voorzitter, niet zozeer een vraag aan de indiener van het amendement maar meer voor het college. Of het college de meerwaarde van dit amendement ook ziet? Juist om die duidelijkheid te scheppen in plaats van versnipperd informatie in het systeem zelf. Dus daar ben ik wel heel erg benieuwd naar. Dank u wel. De heer König: Dat lijkt me een passend moment om naar het college te gaan. Wethouder Grijsen. Mevrouw Grijsen: Voorzitter dank. Voorzitter het college snapt de zorg die u heeft voor hoe wij omgaan met gebiedsontwikkeling in de KIEN in het algemeen. Voor de volkstuinlocatie in het bijzonder. Wij hebben daarover enkele keren met elkaar gesproken. Zowel op beeldvormend als oordeelsvormend. Dit collegelid is nog voor de zomer ook bij een van de bewoners van het gebied op bezoek geweest. Waar het college wat mee worstelt is hoe we met elkaar omgaan in dit soort situaties. Het college is vrij helder geweest in de beantwoording van alle vragen op dit gebied.
Dat is nu via de band terug te luisteren en ik schat in vanaf volgende week in transcript want dat wordt altijd ongeveer een week later weergegeven in de vergaderingen of sorry, in het RIS. Het college heeft in de vergadering vorige week inderdaad de opdracht die mevrouw Hamster geformuleerd heeft omarmd. Heeft ook gezegd dat dit het uitgangspunt wordt voor ontwikkeling van de volkstuinlocatie. Daarbij noemde u vorige week ook nog kwaliteit van leven naast alle andere punten die u zojuist herhaalt heeft. College heeft vorige week ook toegezegd dat onze ambitie is om alle partijen, zeker daar waar het gaat om volkstuincomplex, zeer serieus te nemen, op een goeie manier met elkaar in gesprek te gaan. NS heeft ook al aangegeven daar zeer toe bereid te zijn. Met elkaar goede manier van samenwerking te ontwikkelen u daarover te informeren, dat is ook vorige week gezegd. Daarnaast is in het RIS geplaatst een raadsmededeling, het mededeling nummer 2021, 326. Op 23 november 2021 daar staat vrijwel al die punten ook in op schrift. Het college snapt de goede intenties, mist in het amendement de initiatiefnemer. Want het is niet de gemeente die voorop gaat maar het is altijd de initiatiefnemer, waar wij goede afspraken mee maken en die wij ook helpen in dit soort processen, maar die missen we.
Maar het college vindt het vooral wat ingewikkeld om op deze manier met elkaar het gesprek te voeren in raadstafels, zaken toe te zeggen en dan vervolgens dat nog een keer weer bevestigt te willen zien in amendementen. Dus vandaar vindt het college dit amendement overbodig. De heer König: Helder dank u wel. Mevrouw Nijman. Mevrouw Nijman-Visscher: Voorzitter met de beste wil van de wereld, als de wethouder de toezeggingen hier letterlijk kan herhalen, wat is er dan op tegen om het in het ontwikkelperspectief op te nemen? Dus de vraag van mevrouw Baher is niet beantwoord. Voorzitter ik heb zeker vertrouwen in de wethouder en hoe ze dit wil aanpakken maar we hebben ook een aantal slechte ervaringen met ontwikkelingen waarin een ontwikkelaar zegt: ja ik ga participatie, ja ik zal dit, ja ik zal dat. Dat wij vervolgens toch via allerlei bijeenkomsten bewoners teleurgesteld horen zijn. Want participatie betekent wij kregen een brief door de brievenbus. Dan vind ik dat wij als gemeente de belangen van onze bewoners goed moeten borgen. Was die toezegging gewoon vindbaar geweest in het RIS was dit niet nodig geweest. Hij is niet vindbaar in het RIS en de raadsmededeling waar mevrouw Grijsen naar verwijst is tweeledig: het eerste deel werd ik blij van het tweede deel werd ik verdrietig van.
Dat maakt dat het dus altijd heel nauw komt, wat lees je erin? Ik wil in duidelijke taal dat mensen weten waar ze bij ons aan toe zijn. De heer König: Dat heeft u duidelijk gemaakt. Nog reacties van andere raadsleden? Nog behoefte aan tweede termijn? Nee duidelijk, voldoende behandeld dit amendement. Dan gaan we weer schorsen voor vijf minuten. Dan tien over half negen wordt de vergadering vervolgt. De vergadering is geschorst.
11 Moties vreemd aan de orde 5.
Motie vreemd – Meten is weten: monitoring diversiteit en inclusie (GroenLinks) (debat)
De heer König: Dames en heren wij vervolgen onze vergadering. We gaan verder met de motie vreemd aan de orde, de motie Meten is weten: monitoring diversiteit en inclusie. Motie van GroenLinks. Ik geef mevrouw Van der Meer het woord om de motie nog even toe te lichten. Gaat uw gang mevrouw Van der Meer. Mevrouw Van der Meer: Dank u wel voorzitter. Diversiteit en inclusie zijn actuele thema’s voor de overheid. Denk maar aan de toeslagenaffaire of alle maatregelen als gevolg van de covid-pandemie. De kern van de discussie gaat vaak over gelijkwaardigheid. Mensen willen gezien en gehoord worden voor wie ze zijn, wat ze kunnen toevoegen met hun talenten en niet voor wat ze niet kunnen of niet zijn. Ook de Gemeente Deventer houdt zich bezig met deze thema’s. Zowel met een extern diversiteitsbeleid als het interne doel om zich te kenmerken door diversiteit. Met deze motie vragen wij om door middel van monitoring meer inzicht te geven of wat er binnen de eigen organisatie wordt gedaan ook echt werkt. Met zowel kwantitatieve als kwalitatieve indicatoren. Meten is weten. Wij vragen het college het charter diversiteit te ondertekenen. Wat naast een sterk signaal daar de samenleving ook toegang geeft tot ondersteuning bij het streven naar een inclusieve werkomgeving waar alle werknemers tot hun recht komen.
Ongeacht leeftijd, levensfase, seksuele voorkeur, arbeidsvermogen, geslacht of herkomst. Deze motie wordt ook nog mede-ingediend door diverse partijen: D66, Denk en Deventer Sociaal. De heer König: Dank u wel mevrouw Van der Meer. Zijn er mede-indieners die nog een toelichting willen geven? Dat is niet het geval. Reacties van de raad. Mijnheer Groothuis, CDA, gaat uw gang. De heer Groothuis: Dank u wel voorzitter. Voor het CDA leest deze motie toch een beetje als een gedetailleerde werkinstructie voor de gemeentesecretaris. Ik denk dat iedereen in deze zaal de doelstellingen van mevrouw Van der Meer onderschrijft maar wat dat betreft hebben we eigenlijk twee punten. A: waarom is het nodig om dit zo gedetailleerd vast te leggen? Ik denk ook dat een gemeentesecretaris, of degene die de ambtenaren aanstuurt, daar een bepaalde vrijheid in moet hebben. Ik ben er ook van overtuigt dat dat in Deventer op een goede manier gebeurt. Daar wil ik graag een reactie op en het tweede punt is van een iets andere orde. Als je kijkt naar de arbeidsmarkt op dit moment, die is gewoon heel erg krap. Gemeenten, althans deze gemeente denk ik ook, de mensen die wij willen die liggen gewoon niet voor het oprapen.
Dus maak je op deze manier het beleid op het gebied van HR, maak je dat niet ingewikkelder en kan dat voor de gemeente ook wel eens een keer slecht uitpakken? Dat zijn twee punten waar ik graag een reactie op wil. De heer König: Uitstekend. Dan mevrouw Van der Meer. Mevrouw Van der Meer: Dank voorzitter en dank de heer Groothuis voor deze vragen. Ik vind wat wij voorschrijven in deze motie helemaal niet zo gedetailleerd en dat er nog heel veel ruimte is voor verdere uitwerking. Dus dat ten eerste. Ten tweede wat betreft krappe arbeidsmarkt is juist een inclusieve werkomgeving iets wat een werkgever aantrekkelijker kan maken zodat je juist ook nieuwe talenten kan aanboren en dat je ook moet nadenken over hoe je mensen benadert die op dit moment nog geen interesse hebben om bij een gemeente te werken. Dus zodoende kan deze motie ook nog, of de uitvoering van de motie, helpen om meer mensen aan te spreken zodat we al die openstaande vacatures kunnen opvullen. De heer König: Mijnheer Groothuis heeft u behoefte om te reageren? De heer Groothuis: Met name op dat eerste punt. Want wij lezen het toch wel als een vrij gedetailleerde aanpak. Wij onderschrijven het doel hoor, daar ligt het gewoon niet aan.
Maar ik pleit er toch voor om ook vertrouwen te hebben in deze organisatie dat dat op een goede manier gebeurt en dat dat niet allemaal weer gedetailleerd gerapporteerd hoeft te worden. Heb vertrouwen in deze organisatie.
12 De heer König: Uitstekend. Mevrouw Van der Meer nog? Mevrouw Van der Meer: Dank voorzitter als het mag. Wij verschillen van mening over de mate van details. Ik denk dat er echt nog wel ruimte is voor verdere uitwerking. Maar dat wij eigenlijk al ons beleid gewoon wel willen controleren en toetsen of het werkt. Daarvoor is nou eenmaal wel monitoring nodig. De heer König: Mevrouw Nijman. Mevrouw Nijman-Visscher: Dank u wel voorzitter. Het is een motie waar ik veel in herken. Een prettig en veilig werkklimaat dat gun ik iedereen, zeker bij de gemeente. Dus ik kan ook helemaal voorstellen dat we het onderdeel maken van het medewerkerstevredenheidsonderzoek. Mijn moeite zit hem er even bij, en daar zit ook mijn vraag, als ik even doorkijk op wat de charter allemaal biedt gaat het inderdaad heel erg op de cijfertjes in. Maakt dat het werkklimaat veiliger of kan dat het werkklimaat ook minder veilig maken? Want je vraagt nogal wat van mensen om privacygevoelige informatie te geven. Niet in alle situaties wil je aangenomen worden op basis van je etniciteit of juist op basis van je religie. Hoe ziet u dat? Een vraag voor de wethouder straks: ik kan mij herinneren dat we een soortgelijke discussie eerder hebben gevoerd. Wat wordt er in de gemeente op dit moment al mee gedaan? Want wij hebben dit onderwerp eerder aan de hand gehad. De heer König: Gaan we zo vragen.
Mevrouw Van der Meer nog een reactie op mevrouw Nijman? Mevrouw Van der Meer: Zeker. Wat betreft de kwantitatieve indicatoren of dat ook kan leiden tot een grotere mate van onveiligheid. Ik denk wanneer je uitsluitend in zal zetten op de cijfers, dat dat inderdaad zou kunnen leiden tot onveiligheid. Dus het vraagt ook echt een zorgvuldige uitwerking over met welke doelen ga je bepaalde informatie ophalen. Het is ook de vraag of je echt alle informatie moet ophalen, of je alle diversiteitskenmerken ook wil gaan registreren, of dat je het moet toepassen op welk doel de gemeentelijke organisatie ook wil bereiken wat betreft diversiteit. Maar daarom is ook uitdrukkelijk in deze motie om een combinatie te maken met juist die medewerkerstevredenheidsonderzoeken waar je vraagt naar of mensen vinden dat de omgeving gelijkwaardig is of dat zij zich veilig voelen. Want het gaat echt om de combinatie tussen kwantitatief en kwalitatieve indicatoren. De heer König: Oké mijnheer Schuring. Nee, dan de heer Kleine Schaars. De heer Kleine Schaars: Ik denk dat mijnheer Groothuis het net zojuist al heel duidelijk zei: het gaat ook om vertrouwen. Of dan deze motie niet overbodig is en of je dit nu al zo al zou willen doen.
Ik heb ook deze portefeuillehouder een paar jaar geleden bij een schrikbarend horen zeggen hoeveel mensen uit deze organisatie gingen uittreden en dat die toch eigenlijk niet zag hoe hij toch het gemeentelijk ambtenaar bestand op peil zou kunnen houden. Er was broodnodig verjonging nodig. Denkt de portefeuillehouder niet dat dit mogelijk tot problemen zal leiden als wij dit ook nog gaan toepassen zodat we misschien wel verkeerd gemeten … Wat de heer Groothuis zei: gaan we dan niet te veel eisen stellen? Zijn we dan niet blij dat we eigenlijk voldoende mensen kunnen vinden? De heer König: Dat is een vraag voor het college dus daar komen we zo op terug. Mevrouw Leget. Mevrouw Leget: Dank u wel voorzitter. Ik probeer me dan toch nog even een goed beeld te vormen in aansluiting op de eerdere sprekers over het tweede bullet van het dictum. Het eerste aandachtspunt. U bracht net een nuancering aan, daar kunnen keuzes gemaakt worden. U gaf ook aan dit vraagt nog om een uitwerking. Maar het staat er wel vrij stellig. Ik bedoel trouwens het tweede aandacht, ik zei het wel goed. Als je het helemaal in kaart wil brengen, de samenstelling van het bestaande personeelsbestand op alle onderdelen, hoe ziet u dat voor zich? Want ik kan me ook voorstellen dat als je hier net komt werken dat je helemaal geen behoefte hebt aan ook bepaalde vragen.
Hoe breed moet ik het lezen? Want het is een vrij duidelijke stelling die u daar neemt.
13 De heer König: Mevrouw Van der Meer. Mevrouw Van der Meer: Ik moet het even op me in laten werken. Want ik ben ook aan het zoeken waar die stelligheid staat dat alles geregistreerd moet worden. Ik denk dat daar echt nog keuzes in gemaakt moeten worden en dat deze motie deze ruimte ook laat. Uit dit debat lijkt ook al wel dat we allemaal verschillende ideeën hebben over wat diversiteit is. Ik denk dat ook de organisatie zelf daarover moet hebben: wat zij daaronder verstaan en daar ook nog naar moeten kijken. Dus het is geen oproep en ik zie dat ook niet in de motie terug, dat alles geregistreerd moet worden. De heer König: De beelden daarover verschillen begrijp ik. Het zit hem denk ik in de woorden in kaart brengen. Dat roept denk ik de verwarring, klopt dat mevrouw Leget? Mevrouw Leget: Dat klopt en de toevoeging van alle onderdelen die er in het vervolg van het dictum staan. Dat roept bij onze fractie in ieder geval de vraag op: is dit haalbaar? En wat is het nut en de noodzaak om het allemaal in kaart te brengen en te monitoren? Dat wou ik meegeven. En de privacy. De heer König: Mevrouw Van der Meer nog. Mevrouw Van der Meer: Dank voorzitter. Wat betreft het nut en de noodzaak is dat we nu geen beeld hebben hoe divers ons personeelsbestand is. Wat betreft de privacy is het: ja het mag op het moment dat je duidelijke doelen hebt.
Kenmerken zoals gender, leeftijd en arbeidsbeperking worden al wel geregistreerd en leveren ook geen problemen met de AVG op. Wat betreft bijvoorbeeld culturele diversiteit: wanneer dit een duidelijk doelstelling is van de organisatie mag dit ook geregistreerd worden. De heer König: Laatste keer mevrouw Leget. Mevrouw Leget: Want ik hecht wel veel waarde bijvoorbeeld aan het medewerkerstevredenheidsonderzoek, dat zou dan toch voldoende moeten kunnen zijn lijkt mij dan? De heer König: We gaan even naar mijnheer Rosenkamp. Dan kom ik daarna weer bij Schuring. De heer Rosenkamp: Dank u wel voorzitter. Volgens mij wil iedereen hier in de raadszaal hetzelfde en dat is een gemeentelijke organisatie waar iedereen zich welkom voelt en met plezier werkt en wordt afgerekend op zijn of haar kwaliteiten. Dat vind ik ook benauwende van deze motie, alle goede bedoelingen ten spijt, maar het is echt het nieuwe hokjes-denken waarin mevrouw Van der Meer verzeild is geraakt. We gaan mensen zitten turven op geaardheid of huidskleur of achternaam of afkomst of … Wat je dan ook maar bon ton vindt om mensen op af te vinken.
Ik vind het een hele gevaarlijke tendens ook omdat ik denk wat ga je dan met die uitslagen doen? Zijn we straks te zwart of zijn we te blank of te wit, zijn er te veel hetero’s of te weinig homo’s in dienst? Zijn er te veel mensen met een christelijke achtergrond of te weinig mensen met een islamitische achtergrond? Zijn er te veel van dit of te veel van dat? Daarom voorzitter heb ik eigenlijk maar één vraag want ik ben een VVD’er en overtuigd liberaal en één van onze liberale principes is gelijkwaardigheid tussen mensen en dat veronderstelt dat alle mensen zijn uniek en geen mens is gelijk, en gelukkig niet. Maar niemand is meer dan een ander of minder dan een ander, we zijn allemaal gelijkwaardig. Daarom heb ik maar één vraag en die is voor de wethouder: of hij vindt dat de gemeente Deventer iedereen gelijkwaardig behandeld? Dank u wel. De heer König: Uitstekend die vraag komen we zo op terug. Mijnheer Schuring? De heer Schuring: Het is toch een beetje een aanvulling op het antwoord van mevrouw Van der Meer op de vraag van mevrouw Leget. We hebben met elkaar wel een diversiteits-ambitie. Die zul je ergens in moeten vatten. Ook als reactie op de heer Rosenkamp: iedereen is gelijk maar we hebben niet allemaal gelijke kansen en vertrek. Je
14 wil toch ook kijken hoe we die diversiteit vorm moeten geven? Nogmaals in het dictum hier wordt dit niet gedefinieerd naar huidskleur, sekse, noem maar op allemaal. Het is juist een beetje de kunst hoe we dat moeten gaan doen. Dat is vrij open hier opgeschreven. Dat wil ik nog als aanvulling op de beantwoording van mevrouw Van der Meer geven. De heer König: Mevrouw Leget en daarna mevrouw Schmidt. Mevrouw Leget: Daarom even in aanvulling op wat u aangeeft: daarom hecht ik ook meer waarde aan de medewerkerstevredenheidsonderzoek waarin je kijkt naar het welbevinden van de medewerkers binnen een organisatie, dan aan een voorkant allerlei data gaan verzamelen over herkomst en achtergronden van mensen. De heer König: Mevrouw Schmidt. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Dank u wel voorzitter. Voorzitter even in reactie op mijnheer Rosenkamp: volgens mij is de bedoeling van deze motie niet wat u nu beschrijft. Wat we wel weten is dat de gemeente niet inclusief en niet werken bij de gemeente voor niet iedereen even vanzelfsprekend is. Die kansen moeten wel geboden worden. In die richting zoeken wij het ook met steun voor onze motie en wij hechten waarde aan natuurlijk het gevoel van de medewerkers. Maar we vinden het ook belangrijk als wij zeggen dat Deventer een inclusieve gemeente is, dat ons eigen ambtenarenapparaat ook inclusief moet zijn. Daarvoor moeten we alle drempels wegnemen.
Dat inzicht kunnen we krijgen door dit soort onderzoeken te doen. Wat voor ons ook doorslaggevend was om deze motie te steunen is dat onze eigen werkgroep inclusiviteit van Deventer, hier zelf ook om gevraagd heeft. In principe zou het gebeuren, het is alleen op de lange baan geschoven. Tot zover even. De heer König: De heer Rosenkamp. De heer Rosenkamp: Dank u wel voorzitter. Mevrouw Schmidt veronderstelt nu wel een aantal zaken en ik had dan ook wel graag wat meer aankleding willen hebben bij deze motie. Welk probleem zijn we nu aan het oplossen? Want als ik de raadsmededelingen er op nasla, en technische vragen die over dit onderwerp zijn gesteld, het eigenlijk geen probleem … Doen we het hartstikke goed, is dit een onderwerp dat volop de aandacht heeft, en terecht. U zegt wel dat u niet wil gaan zitten turven maar de titel van de motie is nota bene: Meten is weten. Dus ik voel me een beetje op het verkeerde been gezet. De motieven van de motie, de intenties die ondersteun ik van harte maar de manier waarop vind ik een gotspe. De heer König: Uw voorzitter is geneigd om zo langzamerhand richting college te gaan. Vindt u dat goed? Wethouder Verhaar. De heer Verhaar: Dank u voorzitter. Ik zal eerst even antwoord geven op de vragen die gesteld zijn richting college.
Mevrouw Nijman vraagt: wat wordt er nu al gedaan aan diversiteit en inclusie? U herinnert zich de pilot anoniem solliciteren die een aantal jaar geleden is uitgevoerd. De conclusies die we uit die pilot hebben getrokken anoniem solliciteren schrikt mensen af was een van de duidelijke uitkomsten. Mensen willen namelijk graag vertellen wie ze zijn en waarom, dat belangrijk is voor hun functie. Maar wat we er ook uit hebben geleerd is dat je met een andere manier van werven wel degelijk in een diversere pool je lijntjes kunt uitleggen voor de benadering van potentiële kandidaten. Een andere manier van werven dus. U herinnert zich wellicht ook de campagne: geen zin in gezeik, of juist wel zin in gezeik heette die geloof ik. De Kleine Schaars verwijst daar denk ik naar, die specifiek gericht was op het werven van een jonge doelgroep bij de gemeente. Heeft een zeer succesvolle campagne overigens geweest. Het is ook van belang om te melden dat wij in deze krappe arbeidsmarkt, waar mijnheer Groothuis het ook over heeft, een recruiter in huis hebben. Wij hoeven dus niet naar recruiting bureaus om daar een opdracht neer te leggen. Wij hebben een eigen recruiter in dienst die al die verschillende kanalen en benaderingswijzen kan laten zien. Een aantal voorbeelden ken ik, heb ik gezien van andere dan gebruikelijke wijzen om mensen te werven. Dat is volgens ons beeld succesvol.
Mijnheer Rosenkamp
15 vraagt: wordt iedereen nu al gelijk behandeld door de gemeente? Op het oog mijnheer Rosenkamp, in principe is het natuurlijk al ja, daar is uiteraard het antwoord ja op. Verder kan ik dat hooguit vaststellen met het blote oog. Dus wie worden er aangenomen? Zijn dat mannen of vrouwen? Zijn ze jonger of ouder? Dat is wat ik kan zien. Ik hou daar geen turflijstjes van bij. Hetzelfde geldt voor kansen op doorstroming in de organisatie, het solliciteren naar hogere functies. Ook daarvan zie ik dat er zowel mannen als vrouwen worden gepromoveerd, zowel jongere mensen als oudere mensen worden gepromoveerd. Dus mijn indruk is ja. Dan naar de motie. Want het ondertekenen van het charter, dat is het eerste punt wat gevraagd wordt. Dat stond gewoon al bij ons op de rol. Het eerstvolgende moment dat dat kan is 21 maart en dat zullen wij doen. Voor overige punten: wij willen best een plan maken voor het monitoren van aspecten van diversiteit en inclusiviteit, maar dat kost wel tijd. Dus of we dat echt al bij de eerste kwartaalrapportage van volgend jaar zou kunnen rapporteren, dat durf ik u niet te zeggen. Wij steken daarbij vooral ons licht op bij de Gemeente Utrecht, want we hoeven het wiel niet opnieuw uit te vinden. Zij hebben samen met het CBS al een barometer culturele diversiteit ontwikkeld.
Een van de aspecten, en dat zeggen verschillende critica van deze motie ook al, is natuurlijk dat we heel scherp moeten kijken naar wat willen we allemaal weten en niet weten? Wij gaan echt niet maatje van de kous bevragen bij mensen over hoe ze in het leven staan en wat hun achtergronden en voorkeuren zijn. Dat kan niet en dat willen wij ook echt niet. Dus over een aantal gegevens zullen we discussie aan moeten gaan. Mevrouw Van der Meer zegt dat dat al wel kan bij gender. Volgens mij is er meer fluïditeit dan man en vrouw als je het over gender hebt. Ik voel me daar ongemakkelijk als we daar mensen zouden moeten bevragen. Dus er zitten in dat onderzoek ook beperkingen. Enfin ik zei we zullen ons licht opsteken bij de Gemeente Utrecht die al met dit bijltje heeft gehakt. Dan het medewerkerstevredenheidsonderzoek: dat voeren we elke twee jaar uit en het is geen probleem om daar dan met die kanttekening die ik zonet noemde, ook vragen over diversiteit en inclusiviteit in op te nemen of, voor zover ze er al in staan, ze aan te scherpen. Volgens ons, we kunnen ook nog kijken eventueel of meldingen bij de vertrouwenspersoon die wij hebben, of die ook over inclusiviteit gaan. Zo een algemene uitvraag kunnen wij doen om een indruk te krijgen.
Wat ik ook goed begrijp uit de motie is dat het niet een streven is om met de kennis die we hebben ervoor te gaan zorgen dat we die en die met een overbodige kleur gaan ontslaan en die en die met een niet gewenste religie ook naar huis sturen. Dat is niet de bedoeling volgens mij. Het gaat om het weten. Dat is denk ik de intentie van de motie. Het college kan met de aantekeningen die ik maak, positief adviseren. De heer König: De heer Schuring. De heer Schuring: Dank u voorzitter. Nog even een vraag aan de portefeuillehouder. U gaf aan dat u gebruik makend van de ervaringen in Utrecht wil komen tot een plan van aanpak. Zeg ik dat goed? Kunt u nog iets specifieker zijn wat dat plan van aanpak beoogt in kaart te brengen of uit te werken? Wat is er klaar als dat plan van aanpak is uitgevoerd? Of kunnen we wellicht ook toch even goed kijken naar de tekst van de motie denk ik dan. Maar graag toch een toelichting daarop. De heer König: Wethouder Verhaar. De heer Verhaar: De motie vraagt om in kaart te brengen, monitoren en evalueren. Wij weten dat de gemeente Utrecht daar een instrument voor heeft ontwikkeld. Dat zullen wij raadplegen en aan de hand daarvan zullen we kijken hoe we het gaan aanpakken. Hoe je het gaat aanpakken, dat noemen wij in de volksmond een plan van aanpak. Mijnheer Schuring. De heer König: Mevrouw Nijman. Mevrouw Nijman-Visscher: Dank u wel voorzitter.
Ik ben even aan het zoeken in het verhaal van de wethouder of de wethouder hier echt toegevoegde waarde in ziet. Hij zegt: ik adviseer positief. Maar wat levert het ons dan op? Een veiligere organisatie? Of een meer diverse organisatie? Wat levert ons dit meer op dan de dingen die we al doen?
16 De heer König: Wethouder Verhaar. De heer Verhaar: De dingen die je doet dat zijn de inspanningen om een doel te bereiken. Maar of je dat doel ook bereikt, dat kun je alleen maar met monitoren, evalueren zien. Dus dat is volgens het college eventueel de toegevoegde waarde van het aannemen van deze motie. Mevrouw Nijman-Visscher: Heel kort voorzitter. Dat doen we nu dus niet? Begrijp ik dat dan goed? De heer König: Wethouder Verhaar. De heer Verhaar: Dat doen we nu dus niet. De heer König: Andere vragen nog? Discussie nog? Niet? Dan schors ik de vergadering en gaan we later vanavond stemmen over deze motie. Ik schors de vergadering tot tien over negen en dan gaan we verder met de motie inpassing bestaande bomen in het pleinenplan. Ik zie u zo dadelijk weer terug. 6.
Motie vreemd – Inpassing bestaande bomen in pleinenplan (GroenLinks-Deventer Belang-VVDDeventer Sociaal) (debat)
De heer König: Dames en heren ik hef de schorsing op. We vervolgen onze vergadering en gaan verder me het bespreken van de tweede motie vreemd aan de orde. Die is ingediend door de fractie van Deventer Belang, VVD, GroenLinks en Deventer Sociaal en heeft als titel inpassing bestaande bomen in pleinenplan. Ik geef het woord aan de heer Kleine Schaars. De heer Kleine Schaars: Dank u wel voorzitter. Eigenlijk is het van de zotte dat we hier zitten om dit te bespreken. De motie spreekt ook voor zich. Mijn fractie is eigenlijk al heel blij, en dan spreek ik maar even voor mijn fractie Deventer Belang, dat er eindelijk iets gebeurt aan het plein. Niet dat wij voor dit plan gestemd hebben omdat wij vonden dat het te grof was en te duur en eigenlijk veel meer van hergebruik gebruik moest maken. Bij hergebruik horen ook bestaande bomen. Het is raar vinden wij dat je bestaande bomen die al zo meedragen aan de doelstellingen die wij met zijn allen hier afspreken in deze raad, dan nu in aanmerking komen om dan toch maar te kappen, want het staat zo mooi. We halen deze weg en er komen prachtige nieuwe bomen voor terug, meer, maar dat duurt dan vervolgens wel dertig veertig jaar voordat je hetzelfde bereikt als wat er nu staat. Dus onze uitgangspunten zouden anders moeten zijn. Wij hebben hier de vraag gesteld met de VVD en met GroenLinks in november.