CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-1184 Beeldkwaliteitsplan Steenbrugge dd 2021-04-19

Raadsvergadering 23 juni 2021, gemeente DeventerBij agendapunt: Grondexploitatie Steenbrugge11.261 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

STEENBRUGGE VERVOLG

• • • • • • • • • • • 1

puur s a l l a n d s l even

Beeldkwaliteit plan

Steenbrugge vervolg

• • • • • • • • • • • 2

puur sallands le v e n

Opdrachtgever: gemeente Deventer Ontwerp: Luc Bos Stedenbouwkundige Leusden, 19 april 2021

• • • • • • • • • • • 1

STEENBRU G G E VERVOLG

Beeldkwaliteitplan Voorlopig Ontwerp Stedenbouwkundig plan Steenbrugge vervolg aanvulling en vervolg op Beeldkwaliteitplan Voorlopig Ontwerp Stedenbouwkundig plan Steenbrugge Dorp document dd 8 oktober 2015 Status: Definitief

• • • • • • • • • • • 2

A STEENBRUGGE ALS GEHEEL

B

5

4.4 Gevels en daken 4.5 Voordeuren en vensters 4.6 Hemelwaterafvoer 4.7 Overgangen openbaar – privé a. Stoepzone b. Groene erfscheidingen c. Architectonisch ontworpen erfscheidingen d. Landschappelijk ontworpen erfscheidingen 4.8 Stabilizer Havezate 4.9 Ankerpunten

41 42 43 44 44 45 46 47 48 50

5 Kader beeldkwaliteit Zwermdorp 5.1 Inspiratiekader Zwermdorp 5.2 De groeiperiodes van het Zwermdorp 5.3 Steenbrugger palet

55 55 57 58

6 Regels beeldkwaliteit Zwermdorp 6.1 Groeiperiodes en nokrichg 6.2 Groeiperiode 6 en 7 6.3 Groeiperiode 9 6.4 Groeiperiode 10 6.5 Overgangen openbaar-privé 6.6 Stabilizer Hallehuizen 6.7 Ankerpunt Schuur

59 59 60 61 62 63 64 65

7 Kader beeldkwaliteit Zandweteringpark 7.1 Inspiratiekader Zandweteringpark 7.2 De groeiperiodes van het Zandweteringpark 7.3 Steenbrugger palet

67 67 69 70

1 Inleiding 2 Doel en opzet beeldkwaliteitsplan 3 Previsie en supervisie 3.1 Inleiding 3.2 werkwijze 4 Kader beeldkwaliteitplan 4.1 Stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteit 4.2 De groeiperiodes van Steenbrugge 4.3 Steenbrugger palet 4.4 Stabilizers, Ankerpunten en Erven 5 Natuurinclusief bouwen

7 7 7 7 9 11 11 15 17 19 21

STEENBRUGGE IN ONDERDELEN

23

1 Kader beeldkwaliteit Steenbrugge Dorp 1.1 inspiratiekader Steenbrugge Dorp 1.2 groeiperiodes Steenbrugge Dorp 1.3 Steenbrugger palet

25 25 27 28

2 Regels beeldkwaliteit Steenbrugge Dorp 2.1 Beeldkarakteristieken Steenbrugge Dorp 2.2 Entrees op de hoek 2.3 Overgangen openbaar/privé 2.4 Stabilizer Donjon

29 29 31 32 33

3 Kader beeldkwaliteit Buurtschappen 3.1 Inspiratiekader Buurtschappen 3.2 De groeiperiodes van de buurtschappen 3.3 Steenbrugger pallet

35 35 37 38

8 Regels beeldkwaliteit Zandweteringpark 8.1 Uitnodigingsdocument

71 71

Bijlagen – afzonderlijke documenten

73

4 Regels beeldkwaliteit Buurtschappen 4.1 Volume en compositie hoofdgebouwen 4.2 Bijgebouwen, aan- en uitbouwen 4.3 Steenbrugger palet

39 39 40 40

Bronvermelding

74

Colofon

75

• • • • • • • • • • • 3

INHOUDSOPGAVE

• • • • • • • • • • • 4

De werkwijze voor het architectonische ontwerp van de bebouwing in samenhang met het uit te werken inrichtingsplan openbare ruimte is een proces van previsie en supervisie (Deel A hoofdstuk 3). Als kader voor geheel Steenbrugge geldt het stedenbouwkundig plan Steenbrugge vervolg en het narratief (Deel A hoofdstuk 4). Daarnaast zijn voor geheel Steenbrugge doelstellingen en maatregelen in het kader van natuurinclusief bouwen van toepassing (Deel A hoofdstuk 5).

Deel A

De beeldkwaliteit wordt per deelgebied beschreven in deel B: Steenbrugge in onderdelen. Voor Steenbrugge Dorp zijn de regels beeldkwaliteit een aanvulling op het bestaande beeldkwaliteitplan Steenbrugge Dorp uit 2015; dit plan is mutatis mutandis van toepassing (Deel B hoofdstuk 1 en 2). De deelgebieden Buurtschappen, Zwermdorp en Zandweteringpark zijn uitgewerkt als stedenbouwkundig plan en als schetsontwerp openbare ruimte in het Stedenbouwkundig plan Steenbrugge vervolg. Op basis van die plannen en het narratief zijn voor deze gebieden kaders en regels voor de beeldkwaliteit opgesteld (Deel B hoofdstuk 3 tot en met 8).

• • • • • • • • • • • 5

Deel A Steenbrugge als geheel

Leeswijzer Dit beeldkwaliteitplan is van toepassing op het stedenbouwkundig plan Steenbrugge vervolg (zie afzonderlijke rapportage). Als zodanig is de toelichting op het stedenbouwkundig plan onlosmakelijk verbonden met dit beeldkwaliteitplan. Beide plannen zijn aanvullend op elkaar. De kaders en regels in dit beeldkwaliteitplan (Deel B) gelden als uitgangspunt voor de architectonische en landschappelijke uitwerking van het stedenbouwkundig plan.

2 Doel en opzet van het 3 Previsie en supervisie beeldkwaliteitsplan

Het voorliggende beeldkwaliteitplan is een instrument voor de architectonische uitwerking en inrichting openbare ruimte van het stedenbouwkundig plan voor Steenbrugge. Het is de ambitie om voor Steenbrugge als geheel een sterke ruimtelijke identiteit te ontwerpen met in ieder deelgebied een ruimtelijk boeiende openbare ruimte en een herkenbaar architectuurbeeld, afgewisseld met enkele bijzonder vormgegeven gebouwen: de zogeheten stabilizers.

Het doel van het beeldkwaliteit plan is het bieden van een kader voor inspiratie, referentie en toetsing van de uitwerking van het stedenbouwkundig plan, het ontwerp van de openbare ruimte en het ontwerp van de bebouwing. Uitgangspunt is dat alle ontwerpen en vormgeving in Steenbrugge worden ontwikkeld vanuit dit beeldkwaliteitplan. Het Verhaal van de groei van Steenbrugge, zoals beschreven in het narratief, is de inspiratiebron voor de uitwerking van het stedenbouwkundig plan, de inrichting van de openbare ruimte en de architectuur van de bebouwing. Kaders en regels zijn daarvan afgeleid en gelden als bindende ontwerpuitgangspunten. Dit beeldkwaliteitplan wordt vastgesteld door de gemeenteraad van de Deventer en vormt daarmee onderdeel van het welstandsbeleid van de gemeente Deventer.

De realiseringstermijn van Steenbrugge vervolg is circa vier tot zes jaar. Teneinde de ambities en bedoelingen van het plan gedurende deze termijn vast te houden en te bewaken is dit beeldkwaliteitplan opgesteld. De realisatie van Steenbrugge is gestart in 2017 met Steenbrugge Dorp, als eerste fase van ontwikkeling van Steenbrugge: een dorp van circa 400 woningen met regio specifieke kenmerken, geïnspireerd op de Sallandse Dorpen. Steenbrugge wordt een dorp met een eigen verhaal. Vanuit die ambitie is gekozen voor de zogeheten narratieve benadering. Narratief betekent verhalend. Het Verhaal van Steenbrugge, zoals beschreven in de afzonderlijk bijgevoegde bijlage van dit beeldkwaliteitplan, is de basis van het planconcept voor Steenbrugge en de uitwerking daarvan.

3.1 inleiding Steenbrugge vervolg bestaat uit deelgebieden die op verschillende wijzen worden ontwikkeld op basis van het stedenbouwkundig plan en het beeldkwaliteitplan. Dit betreft zowel projectmatige ontwikkeling als ontwikkeling door middel van particulier opdrachtgeverschap (PO), collectief opdrachtgeverschap (CPO), als door middel van een zogeheten uitnodigingsdocument. Iedere wijze van ontwikkelen van een deelgebied vraagt om een specifieke benadering van bouwplanbegeleiding. De projectmatig te ontwikkelen gebieden, te weten Steenbrugge Dorp, de Buurtschappen en delen van het Zwermdorp, worden ontwikkeld in een proces van previsie en supervisie. Voor de particuliere kavelontwikkeling, te weten particulier opdrachtgeverschap (PO) en collectief opdrachtgeverschap (CPO), geldt een bouwplanbegeleiding op basis van een kavelpaspoort met uitgangspunten en randvoorwaarden. Voor het deelgebied Zandweteringpark wordt te zijner tijd een proces van bouwplantoetsing en -begeleiding uitgewerkt in een zogeheten uitnodigingsdocument.

• • • • • • • • • • • 7

• • • • • • • • • • • 6

1 Inleiding

Previsie heeft als doel een deelgebied op basis van dit beeldkwaliteitplan te ontwikkelen in dialoog met de ontwikkelende partijen en de architecten. De dialoog is een proces dat bestaat uit ontwerpen en toetsen in een viertal stappen van steeds verdere concretisering van de bouwplannen. De eerste stap in het proces is een startoverleg in het supervisieteam. In dit overleg wordt informatie en uitleg gegeven over het beeldkwaliteitplan. Tevens worden de intenties van de opgave besproken. Daarna start het ontwerpproces. Het toetsen gebeurt tijdens het ontwerpproces op de momenten van schetsontwerp (tweede stap: SO), voorlopig ontwerp (derde stap: VO) en definitief ontwerp (vierde stap: DO). Daarna worden, na instemming en schriftelijk advies van het supervisieteam aan de PAR, de bouwplannen vrijgegeven aan de planadviesraad (PAR) van de gemeente Deventer. De beoordeling van de bouwplannen vindt in eerste instantie plaats door het supervisieteam. Door de ontwikkelaar kan rechtstreeks contact worden opgenomen met het supervisieteam voor een afspraak met betrekking tot de toelichting en presentatie door de projectarchitect (eventueel met ondersteuning van de ontwikkelaars) op de woningontwerpen. Advies is om de stappen te communiceren; te beginnen met een startover-

leg en vervolgens het ontwerp in de stap van het schetsontwerp. De stappen zijn van belang om de woningontwerpen, het inrichtingsplan openbare ruimte en de reeds goedgekeurde bouwplannen die een relatie hebben met het woningontwerp, goed op elkaar af te stemmen. Onder schetsontwerp en voorlopig ontwerp wordt verstaan: situatietekening, bouwmassa’s, plattegronden, geveltekeningen, materialen en kleuren van de belangrijkste bouwmaterialen, beeldbepalende details, erfafscheidingen en principe keuzes met betrekking tot invulling van het energieconcept en natuurinclusief bouwen. In de stap van het definitief ontwerp is een bemonstering van de te gebruiken materialen vereist. Voor stedenbouwkundige beoordeling is het van belang om de bouwmassa’s in schetsmaquette (schaal 1:500) en/of digitaal in SketchUp aan te leveren, zodat de ontworpen bouwblokken kunnen worden beoordeeld in relatie met de omliggende woningen. Na akkoord op het voorlopig ontwerp (VO) door het supervisieteam kunnen de woningen verder worden uitgewerkt naar een definitief ontwerp (DO). Het DO zal door het supervisieteam worden beoordeeld naar aanleiding van de presentatie door de projectarchitect. Het supervisieteam

zal akkoord op het definitief ontwerp voorzien van een advies voor de planadviesraad Welstand. Alleen met een positief advies van het supervisieteam gaan de plannen door naar de PAR. Veelal, maar niet op voorhand, is de behandeling van het plan in de PAR dan een “hamerstuk”. Bij twijfel of een bouwplan in voldoende mate aan het beeldkwaliteitplan voldoet zal het supervisieteam (of door haar vertegenwoordiger) ruggespraak plegen met de rayonarchitect van de planadviesraad Welstand. Het supervisieteam kan gemotiveerd afwijken van het beeldkwaliteitplan in haar advisering aan de welstand. Na akkoord op het definitief ontwerp van het supervisieteam mag de projectarchitect, met ondersteuning van supervisor, de ontwerpen bij Adviesraad Welstand presenteren. De ontwikkelende partij plant in samenspraak met de coördinator welstand het overleg met de planadviesraad in. Op basis van het akkoord van de planadviesraad Welstand, kan de verkoopdocumentatie worden samengesteld en de omgevingsvergunning voor de bouw van de woningen worden aangevraagd.

• • • • • • • • • • • 9

• • • • • • • • • • • 8

3.2 werkwijze

4 Kader beeldkwaliteitplan

Verwijzing naar rapportage Stedenbouwkundig plan Een beschrijving van de planologische en stedenbouwkundige uitgangspunten van het stedenbouwkundig plan Steenbrugge vervolg is opgenomen in de afzonderlijk rapportage. Nevenstaande plankaart is een weergave van het stedenbouwkundig ontwerp. Het ontwerp van de hoofdstructuur en de hoofdopbouw van de openbare ruimte per deelgebied zijn beschreven in de rapportage van het stedenbouwkundig plan. Het ontwerp voor de inrichting van de openbare ruimte wordt in samenhang met de architectonische ontwerpen van de bebouwing verder uitgewerkt. De typeringen van de openbare ruimte en de beoogde karakteristieken zijn verwoord en verbeeld in het Schetsontwerp Openbare ruimte; zoals deze is opgenomen in de rapportage van het Stedenbouwkundig plan. Voor de architectonische uitwerking is deze ruimtelijke context van belang voor de overgangen openbaar/privé en de wijze waarop de woningen een relatie hebben met de openbare ruimte.

Ruimtelijke typering Steenbrugge Steenbrugge is te typeren als een dorp met uitbreidingsgebieden. De deelgebieden zijn ruimtelijk herkenbaar. De vormgeving van de deelgebieden is gebaseerd op de kenmerken van het bestaande landschap ter plaatse en geïnspireerd op regiospecifieke kenmerken van het Salland. De voor Steenbrugge gebruikte kenmerken van het Sallandse landschap zijn: 1. Het reliëf van het landschap; het zogeheten wasbordpatroon; deze wordt benut in het landschapsplan voor Steenbrugge. 2. Het Dorp als kern van Steenbrugge; een compact bebouwd gebied als herkenbare entiteit. 3. De Brink als het hart van Steenbrugge; deze symboliseert het ontstaan van het Steenbrugge. 4. Herkenbare buurten om de kern; te weten: Buurtschappen, Zwermdorp en Zandweteringpark. 5. Landschappelijke elementen maken onderdeel uit van de buurten om de kern: het Sallands Bosje als natuurbelevings- en speelbos, de begraafplaats als wandelgebied en het Zandweteringpark als natuurpark en recreatiegebied.

6. Verbondenheid met het omringende landschap is vormgegeven door zichtrelaties naar de omgeving en rafelige landschappelijke randen. 7. Het ommetje als recreatieve wandeling tussen landschap en woonomgeving. Deelgebieden De opgave voor Steenbrugge vervolg bestaat uit vier deelgebieden, daarvan is Steenbrugge Dorp de kern. De deelgebieden zijn: 1. Dorp West (1a) en Dorpsrand Oost (1b); dit is de afronding van Steenbrugge dorp 2. Buurtschappen 3. Zwermdorp 4. Zandweteringpark-oostzijde met clusters van bebouwing

2

3 1a Dorp bestaand

1b 4

• • • • • • • • • • • 11

• • • • • • • • • • • 10

4.1 Stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteit

In noord-zuid richting zijn twee structuurelementen ontworpen: A – de lijn vanuit Keizerslanden, via de centraal gelegen Brink, naar het open landschap ten noorden van de Wechelerweg B – de lijn vanuit het Zandweteringpark aan de oostzijde van het dorp, langs een bestaande houtwal naar het open landschap ten noorden van de Wechelerweg. De hoofdstructuur van de route door Steenbrugge wordt begrensd door zowel woongebieden als groengebieden, zoals het Sallands bosje en de begraafplaats. De route gaat om en deels door het dorp.

De ruimtelijke kenmerken van de deelgebieden van Steenbrugge zijn: - De kern van Steenbrugge, het dorp, is ruimtelijk besloten met op bepaalde plekken zichtlijnen en doorzichten naar de randen. - De ruimtelijke opbouw van de buurtschappen is daarentegen transparant en verweven met de omgeving. - Het Zwermdorp heeft een ruimtelijk besloten kerngebied en veel randlengte, welke is georiënteerd op het omringende landschap, zoals het Zandweteringpark en het Sallands bosje. - De bebouwing in het Zandweteringpark is sterk verweven met het landschap van het Zandweteringpark.

A B

e

d c

a

b

Buurtschappen

Zwermdorp Dorp a Dorp

bestaand

Dorp b

B Zandwetering

A Structurerende landschappelijke elementen en bestaande ondergrond Steenbrugge

Hoofdstructuur routes en doorzichten naar het landschap

De deelgebieden

• • • • • • • • • • • 13

• • • • • • • • • • • 12

De ruimtelijke hoofdstructuur van Steenbrugge Het raamwerk van primaire ruimtes van Steenbrugge is sterk verbonden met de bestaande ondergrond van het landschap. De hoofdstructuren van de ondergrond zijn: a de oostwest gerichte Zandwetering, b de ribbel van het wasbord waarop de begraafplaats en Steenbrugge Dorp is gelegen, c de wadi, d de zone van de buurtschappen, e de Wechelerweg.

Uit het Verhaal: de groeiperiodes van Steenbrugge

• • • • • • • • • • • 14

Groeiperiode 1 De oorspronkelijke situatie van Steenbrugge

Groeiperiode 2 De eerste bebouwing van Steenbrugge aan routes

Groeiperiode 3 Verdere groei dorp en ontstaan van Havezate met 1e koetshuis, Donjon en Hallehuizen

Groeiperiode 5 Dorp wordt voltooid en de twee delen van de Havezate worden verbonden

Groeiperiode 6 Eerste zwermbebouwing in de erven; bij Hallehuizen ontstaat bebouwing en hofje

Groeiperiode 7 Erven worden uitgebreid en verspreid in agrarisch landschap grote boerderij en schuren

Groeiperiode 9 Langs westelijke rand Sallands bosje ontstaan houtbouw woningen

Groeiperiode 10 Open middengebied van bebouwing westzijde wordt opgevuld door de “vrijzinnigen”

Groeiperiode 11 Twee heuvels aan zuidzijde begraafplaats worden bebouwd: “het nog niet vertelde verhaal van Steenbrugge”

Groeiperiode 4 Dorp tekent zich af; Havezate wordt uitgebreid en 2e koetshuis gebouwd

Groeiperiode 8 Planmatige uitbreiding van de erven tot buurtschappen: strokenbouw en straatjes

De narratieve benadering Het stedenbouwkundig ontwerp van Steenbrugge is geïnspireerd op het verhaal van Steenbrugge (het narratief). Het verhaal, dat handelt over de groei van Steenbrugge als Sallands dorp met uitbreidingen, is verwoord en verbeeld in het beeldkwaliteitplan van Steenbrugge dorp uit 2015. Daar staat de groei van het Dorp beschreven. De verdere groei van Steenbrugge naar een woonwijk van circa 1200 woningen is beschreven in een afzonderlijk bijlage bij dit beeldkwaliteitplan. Dit verhaal heeft als doel de geest van het plan over te dragen. In het verhaal wordt verteld over het onderliggende landschap van Steenbrugge en over de groei en transformaties van de bebouwing. Aan de ontwikkeling liggen allerlei gebeurtenissen van menselijk handelen ten grondslag, die typisch zijn voor Steenbrugge. Dit zou je kunnen benoemen als de culturele component van Steenbrugge. Hierin ligt de verklaring van het ontstaan en de groei en krijgt Steenbrugge betekenis en identiteit. Dit is voor ontwerpers het vertrekpunt van het denken over het plan en ontwerpvoorstellen vinden hierin hun oorsprong.

Groeiperiodes In de narratieve benadering is de verhaallijn in de groeiperiodes bindend en de opmaat voor de uitwerking. De verhaallijn komt tot uitdrukking in de groeiperiodes en de stabilizers. Stabilizers zijn bijzondere gebouwen met een betekenis; dit zijn bijvoorbeeld de in Steenbrugge Dorp gerealiseerde School en het Coöperatiegebouw. De verhaallijn met stabilizers voor Steenbrugge vervolg, zoals de Donjon en de Havezate, is samengevat in nevenstaande kaartjes van de groeiperiodes van Steenbrugge. Op deze groeiperiodes is het Steenbrugger palet gebaseerd. Met dit palet wordt beoogd de “organische groei” van Steenbrugge beleefbaar te maken in kleurgebruik. Daarbij gaat het om de conceptuele kracht van het verhaal; in de precieze verdeling van de groeiperiodes is gemotiveerd nuance aan te brengen.

Kader voor de ontwikkeling De groeiperiodes van Steenbrugge zijn het kader voor de uitwerking en realisatie van het stedenbouwkundig plan in landschappelijk en architectonisch ontwerp van de openbare ruimte en bebouwing. Steenbrugge is gegroeid in 11 periodes. De groeiperiodes zijn herkenbaar in het plan in de vorm van kleurgebruik: het Steenbrugger pallet (4.3). Daarop worden de keuzes van kleur en materiaal van de gevelstenen gebaseerd. In de loop van de ontstaansgeschiedenis van Steenbrugge, zoals in het verhaal is beschreven, zijn er bijzondere gebouwen en plekken benoemd (zie 4.4). Dit zijn de stabilizers, ankerpunten en erven. Het doel is deze bijzondere gebouwen en plekken herkenbaar vorm te geven. Dit zijn de beelddragers van de identiteit van Steenbrugge. Het verhaal van de groei van Steenbrugge is als bijlage bij dit beeldkwaliteitplan gevoegd.

• • • • • • • • • • • 15

4.2 De groeiperiodes van Steenbrugge

2

12

2

100 .36.

13

9.

14

0.

RGB

RG B

7 8

. 119 19. 1 B

dak

dak

119

RG

RGB 68. 68. 68

RGB

165.

Periode 9 Hout (of vergelijkbare uitstraling) in kleuren naturel of zwart

140.

133

Periode 10 Keuze uit periode 2 tot en met 8

Groeiperiode 6 Groeiperiode 7

Periode 11 één kleur nader te bepalen

Groeiperiode 8 Groeiperiode 9

Afbeelding kleurenwaaier

Groeiperiode10 Groeiperiode 11

6

Steenbrugger palet

• • • • • • • • • • • 17

3

36

4.39

19 B RG

4

RGB 65.3

.93 17 3.1 .63.50

RGB 139

Groeiperiode 5

8

Groeiperiode 4

5

B

Groeiperiode 3

RG

Groeiperiode 2

.69

De groeiperiodes van Steenbrugge zijn afleesbaar in het Steenbrugger palet. De kleuren van dit palet zijn referentie voor de hoofdkleur van de materialisatie van de gebouwen. In het kader van de realisatie van Steenbrugge Dorp zijn deze keuzes reeds gemaakt voor de periodes 2, 3, 4 en 5; kleur en type gevelsteen zijn hiermee bepaald. Voor de periodes 6, 7 en 8 is de kleur van palet bepalend; in de uitwerking wordt materiaal en type steen nog bepaald. Periode 9 betreft de noordelijke randzone van het Zwermdorp; hiervoor geldt hout in naturel of zwart (of vergelijkbare uitstraling, zoals cape cod) als uitgangspunt. Voor periode 10 geldt keuze uit periodes 2 tot en met 8. Periode 11 is nog niet ingevuld; dit betreft de bebouwing in het Zandweteringpark: één kleur en voor alle bebouwing. De kleuren voor het dak gelden naar keuze licht of donkergrijs voor alle periodes.

5.6 9

• • • • • • • • • • • 16

4.3 Steenbrugger palet

4.4 Stabilizers, Ankerpunten en Erven

Stabilizers

18 19 22

1. Chirigijnhuis

8. T-boerderij

2. Wachtershuis

9. Villa

23

15

17

16

• • • • • • • • • • • 18

7

4 24

11 21 De beelddragers van Steenbrugge vertellen “het verhaal”. Deze gebouwen en openbare ruimtes zijn herkenbaar vormgegeven. Door middel van kleur, vorm, materiaalgebruik en lettering wordt verwezen naar de regio specifieke context van het Salland, zoals dat is beschreven in het verhaal. Deze gebouwen en plekken vormen herkenningspunten voor de bewoners en geeft op die wijze identiteit en verbondenheid.

10. Coöpertaiegebouw

4. Herberg

11. Hofje

5

3

2

3. Kerk

1. Chirurgijnhuis 2. Wachtershuis 3. Kerk 4. Herberg 5. Maalderij 6. Vakschool 7. Dorpsschool 8. T-boerderij 9. Villa 10. Coöperatiegebouw 11. Hofje 12. Bouwmeester 13. Entreegebouw west 14. Enreegebouw oost

Ankerpunten gebouwen en omgeving: 18. Boerderij Sallands Bosje 19. Schuren 20. Bijgebouwen 21. Schuur Zwermdorp

oorspronkelijk erf 18. Boerderij Sallands Bosje

nog te realiseren: 15. Donjon 16. Havezate 17. Hallenhuizen

19. Schuren

10

Erven gebouwen en omgeving: oorspronkelijk erf 22. Erf Buurtschap 1,2 23. Erf Buurtschap 5 24. Erf Buurtschap 6

22. Erf Buurtschap 1,2

6 9 1

5. Maalderij

12. Bouwmeester

15. Donjon

12

8

13

20. Bijgebouwen

6. Vakschool

13. Entreegebouw west

7. Dorpsschool

14. Entreegebouw oost

23. Erf Buurtschap 5

16. Havezate

14

Stabilizers gerealiseerd en in uitwerking

17. Hallenhuizen

21. Schuurj Zwermdorp Ontwerpopgave Steenbrugge vervolg

24. Erf Buurtschap 6

• • • • • • • • • • • 19

20

Voor geheel Steenbrugge zijn de Stabilizers, Ankerpunten en Erven aangeduid op de kaart. De stabilizers 1 tot en met 14 zijn gerealiseerd in Steenbrugge Dorp. Voor Steenbrugge vervolg is de opgave Stabilizer 15, 16 en 17; alsmede de Ankerpunten 18 tot en met 21 en de Erven 22, 23 en 24 vorm te geven. Op de Erven zijn de opstallen leidend en de inrichting van de openbare ruimte ondersteunend aan het beeld.

• • • • • • • • • • • 20

nestmogelijkheid huismus

inbouwkast vleermuizen

gevelbeplanting

groene gevel

De wereld verstedelijkt en de stad neemt dus steeds meer ruimte in. Tot voor kort had de bouw weinig aandacht voor natuur. Om het verlies van biodiversiteit tegen te gaan, heeft de gemeente Deventer de ambitie om natuurinclusief te ontwerpen en bouwen in de duurzame ontwikkelingen in Steenbrugge. Gebouwen bieden veel kansen om de biodiversiteit van Deventer te vergroten. Door relatief simpele en goedkope ingrepen toe te passen kunnen gebouwen een volwaardige plaats in een stedelijk ecosysteem innemen. Denk aan nestplaatsen voor vogels of vleermuizen, groene daken of gevels.

vogelvide

bijen steen

groen dak woning

groen dak woning

doorgang egels in hekwerk

huiszwaluwnest

groen dak op berging extensief

groen dak op berging intensief

Aangezien elk project net even anders is, is maatwerk vereist. Er is een checklist Natuur Inclusief Bouwen opgesteld. De checklist bevat een lijst van maatregelen die kunnen worden toegepast. Elke maatregel heeft een bepaalde puntentoekenning. Het accent zal daarbij liggen op de zogenaamde ‘Ambassadeursoorten’ zoals in de Werkwijze Ecologie Deventer genoemd: Huismus, gierzwaluw en muurplanten.

Er is een checklist met tabel puntensysteem Natuur Inclusief Bouwen Steenbrugge opgesteld die zal worden gehanteerd als uitgangspunt voor de planontwikkeling in Steenbrugge. Deze lijst wordt als losse bijlage bij dit beeldkwaliteitplan opgenomen. De maatregelen in het kader van natuurinclusief bouwen zijn op te vatten als extra laag in de plankwaliteit. De maatregelen moeten voldoen aan de checklist. In overleg met het supervisieteam, wordt op onderdelen ruimte geboden om af te wijken van de regels van het beeldkwaliteitplan ten behoeve van de Natuurinclusieve maatregelen zoals een groen dak.

• • • • • • • • • • • 21

5 Natuurinclusief bouwen

Inspiraties en voorbeelden voor natuurinclusief bouwen

• • • • • • • • • • • 23

• • • • • • • • • • • 22

Deel B Steenbrugge in onderdelen

Deel B

1 Kader beeldkwaliteitplan Steenbrugge Dorp

Steenbrugge Dorp De opgave voor Steenbrugge Vervolg omvat de afronding van Steenbrugge Dorp op twee locaties. Eén locatie ligt aan de noordwestzijde van het dorp. Hier heeft het dorp een natuurlijke begrenzing tegen de rand van het Sallands Bosje en de laan naar Diepenveen. Met deze locatie wordt verbinding gemaakt met de noordelijk gelegen nog te ontwikkelen buurtschappen. De andere locatie is gesitueerd aan de oostzijde van het dorp. Deze locatie bestaat uit een open zone tegen de begraafplaats Steenbrugge. Met deze locatie zal het dorp wordt afgerond. Daarnaast wordt een centraal in het dorp gelegen voetgangersverbinding met de begraafplaats gemaakt in het verlengde van de bestaande groene straat in het dorp.

Uit het Verhaal Rond de stad Deventer zijn in de loop van de geschiedenis een reeks kleine kernen ontstaan. Ook zij hadden baat bij de handelsbetrekkingen van de stad en de haven. Steenbrugge is één van deze kernen en maakt een bijzonder onderdeel uit van deze reeks. Bijzonder vanwege de ligging in het landschap aan de noordzijde van de Zandwetering, die als groenblauwe gordel het stedelijk gebied begrensd. Daarmee neemt Steenbrugge een ruimtelijk zelfstandige positie in en ontwikkelde zich in de tijd als entiteit.

Buurtschappen

Zwermdorp Dorp a Dorp

bestaand Dorp b

Zandwetering

Inspiratie Sallands Dorp

• • • • • • • • • • • 25

• • • • • • • • • • • 24

1.1 Inspiratiekader Steenbrugge Dorp

1.2 De groeiperiodes van het Dorp

15 4 11

7 3

10

• • • • • • • • • • • 26

1

Groeiperiode 1 Op een heuvellandschap zijn twee boerderijerven met akkers en weiden gelegen. Een tweetal handelspaden kruisen elkaar op de centrale zandrug als verbinding tussen de boerderijen en naar Deventer.

Groeiperiode 4 Woningen worden in rijen gebouwd rond grote binnenterreinen. Het dorp groeit behoorlijk. De Bouwmeester (12) vestigde zich met als taak het karakter van het dorp te behouden. Hij initieert de realisatie van een entreegebouw (13) aan de voet van de grote heuvel.

9

5

8

Groeiperiode 2 Twee vissersbroers vestigen zich nabij het kruispunt van de routes. Een arts bouwt het Chirurgijnhuis (1). Een boer maakt een Wachtershuis (2) aan het pad naar het bos. De eerste bewoners nemen het initiatief een kerk (3) te bouwen. Veel handelsreizigers overnachten in de Herberg (4), die door de boerenfamilie wordt gebouwd.

12

13

6

14 Groeiperiode 5 In deze periode wordt in het dorp gebouwd op de ruime binnenterreinen en de laatste kavels worden uitgegeven. Een tweede entreegebouw (14) wordt aan de oostzijde op initiatief van de burgemeester gebouwd; met als argument dat wie weet in de toekomst nog een ontsluiting nodig is op de Raalterweg.

Groeiperiode 3 Steenbrugge is in trek: “gemoedelijke plek”; “mensen willen je helpen”. De graanboer bij de begraafplaats laat de Maalderij (5) bouwen: het bekende Steenbrugger oerbrood. De bouwactiviteiten gaan voorspoedig. Besloten wordt een Vakschool (6) op te richten. Aan de oostzijde van het dorp wordt een Dorpsschool (7) gebouwd. Vaklieden uit Steenbrugge bouwen de boerderij “De Heuvel” (8). Op het kruispunt van de routes ontstaat een Brink. Daaraan wordt de Villa (9) gebouwd. Daarnaast verschijnt het Corporatiegebouw (10) en wordt het Hofje (11) gebouwd. Om indringers vanuit het westen te weren wordt een wake ingesteld onder leiding van Don Jon; later zal het gebouw naar hem worden genoemd: de Donjon (15) Aan de oostzijde worden woningen gebouwd op enige afstand van de begraafplaats van Springer.

• • • • • • • • • • • 27

2

2. Regels beeldkwaliteit Steenbrugge Dorp

1.3 Steenbrugger palet

Voor de ontwikkeling van beide gebieden west en oostelijk van het dorp is als kader integraal van toepassing het Beeldkwaliteitplan Steenbrugge dd 8 oktober 2015 (in de bijlage als afzonderlijk document opgenomen).

Groeiperiode 3

Dorpsrand Oost

voortuinzone, voordeuren/luifels blokcompositie gevel

spelaanleiding en ontmoeting

dorpsrand

organisch gevormde ruimte

de school- stabilizer

hoek met garage als huisje en tuinmuur

3

85.6

Dorp NW 11 7. 9

RGB

63.50 B RG

RGB 139.

.13 40 5.1

9.69

Groeiperiode 5

Groeiperiode 2

Groeiperiode 3

B

19 3.

Groeiperiode 5: Daas Stadstuinen, Voeg Remix 200 (Destijds eerst omschreven, ook bijgevoegde foto, nu uit handel), later in Fase 1CD: Nelissen Lerno, Voeg Bruil E2100

In dit beeldkwaliteitplan “Steenbrugge Vervolg” zijn deze regels beeldkwaliteit aangevuld en op de kaartjes aangegeven voor de nieuwe deelgebieden van het Dorp; te weten de delen Noordwest en Dorpsrand-Oost (zie aanduiding luchtfoto).

Groeiperiode 4

3

Groeiperiode 4

Groeiperiode 5

Dorpsrand Oost

RG

Groeiperiode 4: Daas Hamar, VZ535WF, Voeg Remix 300

groene straat; biodiversiteit

Uitgangspunt voor afronding Steenbrugge Dorp zijn de gerealiseerde beeldkarakteristieken van Steenbrugge Dorp; zoals deze ter illustratie in nevenstaande foto’s zijn te zien en als samenvatting zijn opgenomen (pg 30).

Groeiperiode 2

Groeiperiode 2: Daas Krypton, zonder zwarte stenen, VZ588WF, Voeg Remix 300

kopgevel als voorgevel met voordeur en tuinmuur

B

RG

9. . 11 119

119

RGB 68. 68. 68

Kleurenpallet Steenbrugge Dorp

kleur stenen Steenbrugge Dorp Dorp Steenbrugge in aanbouw stvz 2020

• • • • • • • • • • • 29

Voor de afronding van het Dorp gelden dezelfde regels als voor het Dorp, zoals gerealiseerd in de eerste fase. De toe te passen steen dient hetzelfde te zijn als de stenen die zijn toegepast in het gerealiseerde dorp. Indien deze stenen niet meer leverbaar zijn, is een vergelijkbaar alternatief na overleg en goedkeuring van het supervisieteam mogelijk. De toegepaste stenen zijn:

Groeiperiode 3: Daas Basstad VW560WF, Voeg Remix 300

2.1 Steenbrugge Dorp

Dorp Noordwest

16

• • • • • • • • • • • 28

Voor Steenbrugge als geheel is een kleurenpallet van toepassing voor de hoofdkleuren van de gevels en het dak. Het palet voor Steenbrugge Dorp bestaat uit de volgende zes kleuren: donkerbruin, grijs/beige, donkerrood, grijs/blauw, grijs en antraciet. Voor de gevels zijn vier kleuren toegedeeld vanuit de tijdsperioden uit het Verhaal. Voor het dak zijn twee kleuren van toepassing op plekken afhankelijk van de stedenbouwkundige situatie. Voor de Stabilizer Donjon geldt eveneens het kleurenpallet en de groeiperiode.

8

Ornamenten met regionale betekenis (pg 43 bkp 2015)

9

Vensters: historisch sallands dorp (pg 46 bkp 2015)

Het doel is om het Dorp af te ronden met twee deelgebieden waarbij de

- gulden snede

beeldkarakteristiek van het gerealiseerde deel uitgangspunt is, tenein-

- kruisroedes,

de een volledig samenhangend dorpsbeeld te maken als voortzetting

- diepe neggen

van het bestaande.

- rollagen 10 Voordeuren (pg 47 bkp 2015)

1

Blokcompositie (pg 40 bkp 2015)

- entree met omkadering van brede lijst en/of luifel

- bebouwing is geen van beeld seriematige woningbouw, geen

- buitenlamp naast de voordeur

repetitie van gevels 2

Verspringingen in rooilijn (pg 40 bkp 2015)

- Zinken mastgoot m.u.v. stabilizers

- dorps beeld met korte blokken, max. 4 woningen naast elkaar, bij

- Ronde hwa regenpijp van naturel zink voorgevel en achtergevel

• • • • • • • • • • • 30

meer dan 4 woningen naast elkaar subtiele verspringingen in rooi-

lijn, goot- en nokhoogte 3 4

6

- herkenbare onderdelen woningblok (bv dakkapel, topgevel)

- Groen meeontworpen erfscheiding

Entree (zie pg 39, 40 bkp 2015)

- Bergingen naturel hout of zwart, horizontale beplanking

- kopgevels direct in zicht en niet direct grenzend aan privéterrein

- Zijde direct grenzen aan openbaar gebied in metselwerk 14 Aan-en uitbouwen (pg 50 bkp 2015)

Afwisseling in nok- en goothoogte (pg 40 bkp 2015)

- Architectonische vormgeving aansluiten op hoofdgebouw

- sterk aanbevolen

- Opties integraal meeontwerpen

verdichting > kleur/materiaalgebruik Steenbrugger pallet; eerste toepassing gevel en dak is uitgangspunt Stabilizers (14 stuks pg 43, 52 t/m 59 bkp 2015) - eigen expressie gebaseerd op het narratief met aanduiding in lettering en/of symbool

Kopgevels met voordeur

13 Bijgebouwen (pg 50 bkp 2015)

- in de kopgevel

4 groeiperiodes (pg 42 bkp 2015)

De visuele relatie vanuit de woningen met de openbare ruimte is in verband met de sociale veiligheid van belang. In bijgaande kaart is de oriëntatie van de woningblokken op de openbare ruimte aangegeven. Op bepaalde hoeksituaties op de koppen van bouwblokken is een voorgeveluitstraling vereist door een woningentree te maken en één of meerdere vensters. Op bijgaande kaart zijn de situaties met voorgeveluitstraling en entree’s in de kopgevel aangeduid.

12 Overgang openbaar / privé (pg 48 bkp 2015) - Bouwkundig meeontworpen erfscheiding

- organisch groei:; de groei van het dorpslint door uitbreiding en

7

m.u.v. stabilizers

Accentuering (pg 40 bkp 2015)

minimaal 1 venster op iedere woonlaag 5

11 Hemelwaterafvoer (pg 47 bkp 2015)

2.2 Entrees op de hoek

• • • • • • • • • • • 31

Samenvatting Beeldkarakteristieken Steenbrugge dorp

15 Opgaande topgevels - Optie 1: Afdekking met zink 16 Dakoverstek - Optie 2: Ruim dakoverstek 17 Gevelpan - Optie 3: Beëindiging met gevelpak 18 Tussenmuur / brandmuren - Bij langere bloklengte

Kopgevels met voordeur

2.4 Stabilizer Donjon lage haag 0,60 hoog, beuk

• • • • • • • • • • • 32

De ruimtelijke relatie tussen privé en publiek domein is van invloed op de belevingswaarde en het gevoel van geborgenheid en herbergzaamheid. In Steenbrugge Dorp streven we een dorpse, informele sfeer na. Daarbij past een tactiele benadering van de invulling van de overgangselementen tussen privé en openbaar domein. Op basis van de typering en het karakter van de openbare ruimte zijn soorten erfscheidingen bepaald. Op bijgaande facetkaarten zijn deze vastgelegd voor de nog te ontwerpen delen Dorp NW en Dorpsrand-Oost. De navolgende beschrijving is van toepassing op de beide nog te ontwerpen delen van het Dorp. In het stedenbouwkundig plan wordt onderscheid gemaakt in situaties waarin de erfscheiding, gezien de invloed op de kwaliteitsbeleving van de openbare ruimte, in samenhang met de gevels van de woningen wordt ontworpen. Deze bestaan uit bouwkundig ontworpen erfscheidingen, i.c. tuinmuren, en uit groen-ontworpen erfscheidingen (bijvoorbeeld houten delen en hagen). De erfscheidingen aan de tuinzijde van de woningen bestaan uit groene erfafscheidingen in twee typen: aan de zijde van de voortuin als beplanting een haag van beuk in hoogte van 60 cm en aan de zijde van de achtertuin als groen scherm van 1,80 mt hoogte in de vorm van donkergroen / zwart gecoat hekwerk met klimop (hedera).

groen scherm 1,80 hoog hekwerk met klimop, per kavel 1 onderdoorgang tbv egels architectonisch ontworpen erfafscheiding

Stabilizers zijn de verbijzonderingen in het dorp. In Steenbrugge Dorp zijn 14 stabilizers gerealiseerd; in de afronding van het dorp komt in het dorp er nog een 15e bij: de Donjon in de noordwesthoek bij de entree van Steenbrugge vanuit Diepenveen. De stabilizer Donjon is beschreven in het verhaal en ontleend hier aan de architectonisch expressie. Het gebouw dient een aanduiding van naam in de vorm van belettering en/of symbool uit het Verhaal te krijgen.

Dorp noordwest

In het deelgebied Dorpsrand Oost is aan de zijde van de begraafplaats een architectonisch ontworpen erfscheiding vereist omdat een openbaar voetpad in een brede groenzone langs deze zijde is gesitueerd. In dat opzicht is dit geen achterzijde van de woningen, maar is er sprake van een tweede voorzijde. De tuinen zijn als het ware patio’s. De woningblokken worden als blokken met alzijdige kwaliteit vormgegeven.

De Don Jon uit het narratief: Aan de westelijke kant van de steilrand bij het bos wordt een gebouw ter verdediging van het dorp gebouwd. Indringers vanuit het westen zijn meerdere malen via de laan van Steenbrugge het dorp binnen getrokken. Dit moet afgelopen zijn en daarom wordt een wake ingesteld onder leiding van Don Jon. Waarnaar later het gebouw vernoemd werd.

Kenmerken Donjon Dit gebouw markeert de meest westelijke “punt” van het Sallands Dorp. Vanaf de laan naar de boerderij Steenbrugge vormt dit gebouw het oriëntatiepunt. Tevens vormt dit gebouw een soort tegenhanger van de Havezate, die aan de oostzijde van de steilrand is gelegen. Het gebouw wordt in het verhaal van Steenbrugge ‘Donjon’ genoemd. Gerefereerd wordt naar een verleden waar het gebouw betekenis had als fort en verdedigingswerk. Het gebouw heeft een robuust karakter, met kleinere vensters. Het gebouw is gebouwd in periode 3; de steenkeuze is vastgelegd in Steenbrugge Dorp. Het gebouw heeft een programma van 18 appartementen. De hoofdbouw is robuust en kent een veelhoekig volume, met flauw hellende dakvlakken. De hoofdentree is gelegen aan de zijde van de binnenhof. De verbinding met het parkeerplein is via een zichtlijn.

Dorpsrand oost

• • • • • • • • • • • 33

LEGENDA

2.3 Overgangen openbaar/privé

3 Kader beeldkwaliteit buurtschappen 3.1 Inspiratiekader Buurtschappen

De referentie voor de buurtschappen is het Sallandse erf dat is uitgegroeid tot een buurtje.

Buurtschappen

Zwermdorp Dorp a Dorp

bestaand Dorp b

Zandwetering

Uit het Verhaal In de noordelijke zone groeien de vier boerderijerven uit tot een samenhangend stelsel van wegen en woonclusters. Er wordt een noordelijke ontsluitingsweg aangelegd, waardoor een nieuwe ring alle vier de woonclusters in Steenbrugge ontsluit. Kenmerkend voor het plan van uitleg voor de boerderijerven is een centrale ruimte met een open relatie met de omgeving: gericht op het bos en gericht op de open groene zone in noordzuid richting. Gerefereerd wordt aan buurtschappen uit het Salland. De bebouwing reageert sterk op de hoogtelijnen van het landschap. Een voorbeeld hiervan is de waaiervorm van een aantal wooneenheden. In de lengterichting zijn ze tegen één van de heuvels van het landschap gebouwd, waardoor terrasvormige tuinen ontstaan. Vanuit de centrale ruimte wordt de groene wig beleefd. Langs de oprijlaan van het landgoed wordt ook gebouwd en ook langs de wadizone worden korte bouwblokken gerealiseerd.

• • • • • • • • • • • 35

• • • • • • • • • • • 34

Buurtschappen In de buurtschappen is de bouwsteen voor de verkaveling het regelmatige bouwblok en de vrijstaande objecten. Het ruimtelijke schema van de buurtschappen is rationeel en planmatig. Daarbij is transparantie naar de omgeving een belangrijk doel. Dit komt tot uiting in de zichtlijnen en de doorzichten.

Inspiratie Sallandse erven

Groeiperiode 3

Groeiperiode 4

Groeiperiode 5

Hoofdhuis van de Havezate

Torengebouw wordt aan-

Hoofdhuis Havezate en torenge-

en torengebouw verrijst. Langs

gebouwd; tevens ontstaat

bouw worden aan elkaar verbonden

de oprijlaan wordt koetshuis

tweede koetshuis.

door tussenlid.

• • • • • • • • • • • 37

• • • • • • • • • • • 36

3.2 De groeiperiodes van de buurtschappen

gebouwd.

Groeiperiode 6

Groeiperiode 7

Groeiperiode 8

Ontstaan van agrarische bebouwing op erven.

Uitgroei van de erven en verspreid in het landschap ontstaat

De erven worden planmatig uitgebreid tot buurtschappen.

agrarische bebouwing.

3.3 Steenbrugger palet

4. Regels beeldkwaliteit buurtschappen

.63.50

2

cha

36

ppe

12 2

100 .36.

n

0. 13 9. 14

Groeiperiode 3

B

7

RG

6

urts

RGB

.69

RGB 139

3

4

RGB 65.3

B RG

.69

voo

5

B

RG

rH

ave zat e

.9 17 3.1 19

3

4.39

r Bu

Volume De woningblokken worden als één massa en als compositorische eenheid ontworpen. Een blok bestaat maximaal uit 6 á 9 woningen. De positie en rooilijn van ieder bouwblok is in het stedenbouwkundig plan bepaald op basis van ruimtelijke kenmerken van de plek. Daarbij is een landelijk beeld en organische groei (groeiperiodes) van woningen in een compacte setting het uitgangspunt.

8

19. B1

dak

. 119

119

RG

dak

RGB 68. 68. 68

Groeiperiode 4 Groeiperiode 5 Groeiperiode 6 Groeiperiode 7

Afbeelding kleurenwaaier

Groeiperiode 8

Het kleurenpalet voor de buurtschappen bestaat uit de kleuren: groeiperiode 6: rood/paars; groeiperiode 7: ossenrood en groeiperiode 8: kiezelgrijs. Voor de gevels zijn drie kleuren toegedeeld vanuit de tijdsperioden uit het Verhaal. Voor het dak zijn twee kleuren, grijs en rood, van toepassing op plekken afhankelijk van de stedenbouwkundige situatie. De Havezate is weliswaar in de buurtschappen gelegen, maar is ontstaan in de groeiperiodes van het Dorp; te weten in de groeiperiodes 3, 4 en 5. Voor de Havezate gelden de bij die groeiperiodes horende regels van het Dorp betreft kleur en materiaalgebruik en steenkeuze.

Voor alle woningen in de buurtschappen geldt dat een kap op het woningblok verplicht is. De Havezate valt hier niet onder; dit is een stabilizers met een eigen verhaal (zie hoofdstuk 4.8). Voor de oorsprong van de buurtschappen; in casu de erven, zoals aangeduid op de kaart (zie ook hoofdstuk 4.9) geldt dat geen enkel bouwblok hetzelfde is en dat er is geen uniformiteit is. De “uitbreidingen” van de erven naar buurtschappen bestaan uit woningblokken met een afwisselend beeld en meer repetitie van hoofdvorm. De verschillen in de afwisseling kunnen zowel groot als klein zijn; bijvoorbeeld in kleur en type steen, compositie van de gevel, toepassing luifel, lettering. Twee woningblokken naast elkaar zijn verschillend in vormgeving om “de lengte” te doorbreken en afwisseling te bereiken.

max. 1 laag met kap - - - - - aanduiding erf Blokken met maximale bouwhoogte van één bouwlaag met kap

Het streven is een samenhangende ruimtelijke kwaliteit met herkenbare plekken in de buurtschappen te bereiken. Uitgangspunten zijn: éénduidige hoofdvorm en kap als beeldbepalend element. Daarbij is aandachtspunt het mogelijk toepassen van principe van “uithollen en doorschieten” van de kap; wat bij de “oorsprong” van de buurtschappen op de erven wel verplicht is. Als referentie naar agrarische bebouwing op de erven is combinatie van metselwerk en hout een mogelijkheid; bijvoorbeeld: 1 - begane grond volledig metselwerk 2 - 1e verdieping minimaal 30% hout

Bouwhoogte Maximaal één bouwlaag met kap is verplicht in de “waaier” langs de oostzijde van de centrale Noord-zuid gerichte groenzone en deels verspreid in het plangebied zoals aangeduid op bijgaande kaart. Deze bouwhoogtebeperking geldt minimaal voor de aangegeven plekken. Het doel van deze beperking in bouwhoogte is een evenwichtige ruimtelijke opbouw te creëren en afwisseling in bloklengtes. Op meerdere plekken is deze beperkte bouwhoogte voorstelbaar teneinde een afwisseling in bouwmassa’s te bereiken; overeenkomstig het beoogde ruimtelijk beeld van een erf.

• • • • • • • • • • • 39

voo

85

RGB

165.

140.

133

• • • • • • • • • • • 38

4.1 Volume en compositie hoofdgebouwen

Bijgebouwen Bijgebouwen als schuren en bergingen zijn van invloed zijn op de belevingswaarde van de openbare ruimte. Veelal zijn deze gebouwtjes gesitueerd in de privétuinen van de woningen. In het stedenbouwkundig plan is de positie aangeduid zoals deze correspondeert met de getekende woningblokken. In principe grenzen berging nooit direct aan het openbaar gebied. Indien dit toch het geval is, dan dienen de bergingen te worden uitgevoerd als bijgebouw en onderdeel te zijn van de ontwerpopgave van de woningen. De uitvoering van bergingen met begroeid dak draagt bij aan de natuurdoelstellingen en aan het vasthouden van water.

Aan- en uitbouwen Een woongebied is niet statisch. Het streven is een levend woongebied te maken waarin bewoners kunnen aanpassen afhankelijk van hun woonwensen. Het is uitgangspunt om in situaties waarin dit kan worden voorzien, dit integraal wordt ontworpen met het woningontwerp. Dit kan dan als optionele aanbouw of uitbouw worden aangeboden. Hetzelfde geldt voor uitbouwen als dakkapellen. Uitbouwen voor de voorgevelrooilijn zijn slechts beperkt toegestaan afhankelijk van de stedenbouwkundige situatie. De aanbouwen dienen qua architectonische vormgeving aan te sluiten op het hoofdgebouw. De optionele aan- en uitbouwen bij voorkeur integraal ontwerpen met het woningontwerp; dit geldt ook voor dakkapellen.

4.3 Steenbrugger palet

4.4 Gevels en daken

Steenbrugger palet Het kleurenpalet is het kader voor de ontwikkeling van de buurtschappen. Voor de periodes 6,7 en 8 worden de definitieve keuzes voor type stenen, aan de hand van bemonstering, gemaakt in de eerste bouwplanontwikkeling van de buurtschappen. Die keuze is dan tevens het uitgangspunt / referentie en regel voor de overige bouwplannen in de buurtschappen.

Gevels Groeiperioden zijn uitgangspunt voor de keuze en toepassing van kleur. De buurtschappen zijn gegroeid in 3 tijdsperioden, zoals beschreven in het Verhaal. Iedere groeiperiode is herkenbaar door kleurgebruik van de hoofdmassa. De Stabilizer Havezate is hiervan uitgezonderd. In hoofdstuk 3.3 is de kleurverdeling over Steenbrugge Buurtschappen aangeduid. Deze afwisseling van kleuren in voornamelijk metselwerk (minimaal circa 80%) en/of deels keim- en stucwerk van de gevels zorgt voor een herkenbaar beeld van variatie binnen een thema verspreid over de Buurtschappen. Dezelfde kleuren komen op verschillende plekken terug, zoals de buurtschappen organisch zijn gegroeid.

Het kleurenpalet van toepassing voor de hoofdkleuren van de gevels en het dak. Het palet is weergegeven onder 3.3 en bestaat uit de kleuren: periode 6: rood/paars; periode 7: ossenrood en periode 8: kiezelgrijs. Voor de gevels zijn drie kleuren toegedeeld vanuit de tijdsperioden uit het Verhaal. Voor het dak zijn twee kleuren, licht- en donkergrijs, van toepassing op plekken afhankelijk van de stedenbouwkundige situatie. Materiaalgebruik Voor de keuze van materialen geldt als criterium dat het verouderingsproces van het materiaal leidt tot veredeling. Hiermee wordt bedoeld dat “hoe ouder hoe mooier” van toepassing is. Metselstenen van gebakken materialen is dan ook uitgangspunt. Voor detaillering geldt zorgvuldige en duurzame details. Toepassing van ornamenten met regionale betekenis uit het Salland is aan te bevelen.

Toepassing > gebruik van handvorm baksteen (beeld van ruwe textuur). > textuurverschillen door steenkeuze kan worden ingezet door bijvoorbeeld de begane grond te laten afwijken van de tweede bouwlaag. Ook door ander metselverband of ander voegwerk kan verschil worden gemaakt.

Daken Het dakenlandschap is een belangrijke factor in de belevingskwaliteit van de openbare ruimte van de buurtschappen. Door bijvoorbeeld verschillen in goothoogte van de blokken ontstaat een interessant ruimtelijk beeld. De kleur en het materiaal van de daken is hierin van grote invloed. Voor de daken is het uitgangspunt een donkere kleur in verschillende tinten: bijvoorbeeld lichtgrijs of antraciet. De keuze voor toepassing van de kleuren is niet gebonden aan de groeiperioden maar is afhankelijk van de harmonie met de kleur van het woningblok en stedenbouwkundige context. Uitgangspunt is keramische pannen in matte tint (geen geglazuurde pannen) Verschillen kunnen worden gemaakt door de keuze van type pannen. Dakkapellen en dakramen zijn beeldbepalende elementen voor de architectonische kwaliteit van het woningblok. Deze elementen zijn een integraal onderdeel van de ontwerpopgave, ook al kunnen deze in een later stadium worden aangebracht. In dat geval is het een optioneel element.

Zonnepanelen In Steenbrugge wordt het gebruik van zonnecollectoren gestimuleerd. De zonnepanelen spelen een belangrijke rol in het beeld. Veelal zijn deze panelen zwart van kleur. Mede om die reden is het van belang voor dakvlakken in het zicht van de openbare ruimte te kiezen voor een donkere kleur van de daken. Uitgangspunt voor de zonnepanelen is de kleur volledig zwart/antraciet. Aluminium opsluitrandjes zijn niet toegestaan.

• • • • • • • • • • • 41

• • • • • • • • • • • 40

4.2 Bijgebouwen, aan- en uitbouwen

4.6 Hemelwaterafvoer

Uitstraling en elementen woningentree De voordeur van een woning is representatief en functioneel. Het binnenkomen en bezoek ontvangen is een dagelijks patroon van bewoners. De gevoelswaarde die de voordeur als entree daarbij oproept geeft een gevoel van verwelkoming. De voordeur is meer dan alleen een deur, het is een entree met symboolwaarde. In functioneel opzicht is een entree een plek waar je even stilstaan om de sleutel te zoeken, je tas even te kunnen neerzetten of aan te bellen. Het is een plek van de eerste begroeting, ontvangst en een praatje maken.

Hemelwaterafvoeren als goten en pijpen zijn van grote invloed op het beeld van de gevel. De vorm van de hemelwaterafvoer moet de volumewerking van het woonblok versterken en moet zichtbaar zijn aan de buitenkant. De dakgoot is niet alleen functioneel maar vervult ook een rol als decoratief element aan de gevel. Het is typerend en karakteristiek voor de woningblokken in de buurtschappen. Verplicht is toepassen van een gecoate, niet uitlogende zinken mast- of bakgoot en regenpijp (of van vergelijkbare kwaliteit in materiaal en beeld) aan de voor- en achterzijde van de woning. Een omtimmerde goot is niet toegestaan. Voor de stabilizer en de ankerpunten geldt een keuze passend bij het architectonisch concept.

Verschillende elementen kunnen een entree betekenis geven: deze vormen het overgangselement van de privé naar de openbare ruimte. De voordeur grenst aan een stoepzone of een kleine voortuin. Voorbeelden van elementen zijn: een luifel, plantenbak, verlichting, raam in het deurvlak, bovenlicht of lijst. Om de voordeur van gewenste kwaliteit te verkrijgen is het verplicht minstens twee van bovengenoemde voorbeelden toe te passen. Voordeuren in kopgevel Door de plaatsing van de woonblokken zijn in bepaalde situaties koppen in het zicht ontstaan welke een voorgeveluitstraling dienen te krijgen voor een levendig beeld van de openbare ruimte. Dit wordt gerealiseerd door entrees en vensters te maken. Op bijgaande kaart is aangegeven op welke plekken een voorgeveluitstraling is vereist

* in overleg alternatief mogelijk

voorbeeld zinken bakgoot

• • • • • • • • • • • 43

• • • • • • • • • • • 42

4.5 Voordeuren en vensters

voorbeeld kopgevel met vensters en voordeur

Kopgevels met voordeuren en vensters

door een woningentree te maken en één of meerdere vensters. Als alternatief is op de aangegeven plekken minimaal twee vensters en blindnis mogelijk in overleg met supervisieteam. Bij alle overige woningen geldt dat bij kopgevels duidelijk in het zicht van de openbare ruimte minstens één venster op elke verdieping dient te komen. Verbijzondering van een kopgevel op bepaalde plekken door middel van bijvoorbeeld een schoorsteen, een bijzonder metselwerk of ander sierelement wordt sterk aanbevolen.

Vensters Vensters zijn onderdeel van de totaalcompositie van de gevel. Het zijn de ‘ogen’ van het huis. Harmonie en balans zijn belangrijke criteria voor een evenwichtige compositie. De kaders van vensters in de voorgevel dienen verticaal gericht te zijn. De kaders beginnen laag bij de grond. Het contact van binnen de woning naar buiten is hierin belangrijk. Samenhang tussen de vormgeving van de vensters op de begane grond en de verdieping is verplicht.

voorbeeld zinken mastgoot

voorbeeld kopgevel met vensters en blindnis

b. Groene erfscheiding Om zowel een groen als een rustig straatbeeld te evenaren is een hagenplan opgesteld tussen het openbaar- en het privégebied. Aan de voorzijde van de woning is een haag van 60 cm de eis. Een haag van 1,20 mt hoogte is vereist op vier plaatsen; te weten op de erfgrens rondom de centraal gelegen “agrarische bebouwing” op de erven. Bij de achterzijden grenzend aan parkeerhoven/-koffers of paden wordt een begroeid hekwerk in donkergroene kleur van 180 cm geplaatst. Evenals op de erfgrens van achtertuinen van de op de kaart aangegeven woningen.

a. Stoepzone De stoepzone is onderdeel van de overgangszone tussen binnen en buiten. Rondom de erven is dit het uitgangspunt. De stoepzone is een privé zone voor de woning. Deze moet ingericht kunnen worden met bijvoorbeeld een zitje of plant- en bloembakken. De stoepzone is een verblijfsplek, waardoor het zal dienen als een plek om te ontmoeten en bezoek te ontvangen. De stoepzone heeft een duidelijk herkenbare en andere uitstraling dan de openbare ruimte. Dit wordt gedaan door het toepassen van ander materiaal, kleurstelling en bestratingsverband. De stoepzone is onderdeel van het inrichtingsplan van de kavel en dient evenals de erfscheidingen te worden mee ontworpen met de woning. De stoepzone dient als zodanig in stand te blijven; instandhouding wordt opgenomen in de koopovereenkomst van de ontwikkelaar.

• • • • • • • • • • • 45

• • • • • • • • • • • 44

4.7 Overgangen openbaar – privé

Stoepzones

LEGENDA lage haag 0,60 hoog, beuk of liguster haag, 1,20 hoog, beuk om centrale elementen van de erven groen scherm 1,80 hoog hekwerk met klimop met 1onderdoorgang voor egels per kavel

samenhang tuinmuur met gevel

muur en hedera

d. Landschappelijk ontworpen erfscheidingen De landschappelijk ontworpen erfscheidingen liggen aan het openbaar gebied dat bijvoorbeeld bestaat uit openbaar groen, wadi of parkgroen. Het is een beeldbepalend onderdeel in de buurtschappen en dient daarom landschappelijk ontworpen te worden in samenhang met het inrichtingsplan openbare ruimte. Er moet gezocht worden naar een landschappelijke oplossing die eenheid en samenhang tot stand brengt en aansluit bij het omringende landschap. In het inrichtingsplan openbare ruimte wordt dit verder uitgewerkt.

Architectonisch ontworpen erfafscheidingen

muur en liguster

voorbeeld architectonisch ontworpen erfscheiding

De erfscheiding op particulier terrein is een gemengde haag en bestaat uit een mengsel van ten minste vier soorten. Daarbij wordt in groepen van drie tot zeven stuks per soort geplant. De hagen bestaan uit minimaal twee rijen planten op de erfgrens en 50 cm daarbinnen. Het mengsel waaruit vier worden gekozen is: meidoorn, veldesdoorn, gele kornoelje, krentenboompje, gewone sering, liguster en haagbeuk. Eventueel kan worden gemengd met een inheemse roos; zoals hondsroos of egelantier.

Landschappelijk ontworpen erfscheidingen

voorbeeld landschappelijke haag

• • • • • • • • • • • 47

• • • • • • • • • • • 46

c. Architectonisch ontworpen erfscheidingen Perceelgrenzen die aangrenzend zijn tussen het openbaar en privé en die opvallend zijn voor het straatbeeld dienen te worden meegenomen in de architectonische uitwerking van de bebouwing. Voor het gehele plan en in het bijzonder bij de stabilizers geldt dat de erfscheiding geen afbreuk mag doen aan de beleving van het gebouw als geheel. De architectonisch ontworpen erfscheiding moet bestaan uit een bouwkundig element van een gemetseld muurtje van ten minste 70 cm hoogte in combinatie met hekwerk en begroeiing. Het metselwerk dient hetzelfde te zijn als dat van de woningen. De met de woning mee ontworpen erfscheiding heeft een totale hoogte van 180 cm. Indien een berging op de erfgrens staat wordt deze in het metselwerk meegenomen, zodat een eenheid in beeld ontstaat. Enkel een groene erfscheiding is op de aangegeven plaatsen niet toegestaan. De instandhouding van de ontworpen erfscheiding wordt opgenomen in de koopovereenkomst.

Kenmerken De Havezate is een bekende sallandse typologie voor een landgoed. Het gebouw complex op deze plaats bestaat uit twee hoofdelementen: het hoofdhuis en het torenhuis. Zo kan het hoofdhuis bestaan uit een langwerpig volume met geprononceerde koppen in de vorm van trapgevels. Het torenhuis is wellicht een robuust gebouw met een verticale geleding en een kap. Deze gebouwen dateren uit periode 3. In periode 4 en 5 zijn aanbouwen gemaakt die het complex tot een samenhangend geheel maken, zoals bijvoorbeeld een u-vorm. Het complex is ruimtelijk verbonden met het Sallands landschap in noordelijke richting via een zichtlijn; de vroegere oprijlaan van de havezate. De Havezate heeft ruimtelijk een centrale positie in het stedenbouwkundig plan: op de kop van de wadi en het oostelijk deel van de ring. De twee koetshuizen zijn gesitueerd aan de voormalige oprijlaan. De architectuurstijl van de koetshuizen vertoont overeenkomst met die van de Havezate uit periode 4 en 5. Het programma omvat 24 appartementen. Het karakter van de Havezate De essentie van de Havezate is dat het in de loop van de groeiperiodes is ontwikkeld tot één samenhangend complex. Dit zou op onderstaande wijze het karakter en de ontstaansgeschiedenis kunnen zijn, zoals in de schets is te zien. De groeiperiodes zijn duidelijk afleesbaar.

Gebouwen groeiperiode 3 - bestaat uit twee van elkaar gescheiden volumes, beide als ‘footprint’ ongeveer even groot - het karakteristieke deel van het hoofdhuis heeft een zadeldak met trapgevel, vensters zijn klein en verticaal gericht. Vier verdiepingen hoog, waarbij de bovenste verdieping een volledige woning heeft. - het torengebouw bestaat uit twee te onderscheiden delen. Het linkerdeel heeft vier verdiepingen en een plat dak. Het rechterdeel, de toren, bestaat vijfverdiepingen met een flauw dak. - vensters zijn smal en verticaal gericht. - eerste Koetshuis, als bijgebouw van de Havezate vertoont dit huis architectonische overeenkomst met de Havezate Aanbouw groeiperiode 4 - volume vertoont gelijkenis met het linker bijgebouw uit periode 3; gevelindeling overeenkomstig periode 4 kenmerken - het gebouw heeft vier verdiepingen en een plat dak - tweede koetshuis wordt in zelfde periode gebouwd als torengebouw van de Havezate en dat is zichtbaar in de detaillering van het koetshuis Tussenbouw groeiperiode 5 - is het tussenlid van de hoofdbouw en het bijgebouw - volume bestaat uit drie verdiepingen met een plat dak

Groeiperiode 3 Groeiperiode 4 Groeiperiode 5

Openbaar-privé De hoofdentree van zowel de hoofdbouw als bijgebouw zijn aan de achterzijde gelegen. De hoofdentree van het karakteristieke complex bevindt zich op de noord-zuid gerichte zichtlijn vanaf de Wechelerweg. Het eigen terrein, direct om het gebouwencomplex, en de openbare ruimte aan de voorzijde van de Havezate wordt ingericht met als referentie de tuin van een voormalige havezate.

Uit het verhaal: Een bijzondere ontwikkeling is toch wel dat een heerschap zich wil vestigen met zijn familie aan de rand van het gehucht dicht nabij de oostelijke bosrand. Hij laat een landgoed, havezate genoemd, bouwen met een oprijlaan met prachtige bomen naar de Wechelerweg. Hij bezit een groot stuk grond. Het complex bestaat uit twee gebouwen. In de bijgebouwen, de koetshuizen, staan zijn paarden en hier wonen ook zijn medewerkers. Vanuit het landgoed ontstaat in zuidelijke richting een pad naar de oostwest route.

• • • • • • • • • • • 49

• • • • • • • • • • • 48

4.8 Stabilizer Havezate

4.9 Ankerpunten Bijgebouwen erf

Boerderij, schuren en bijgebouwen Aan het einde van de groene wig op de overgang naar het open Sallandse landschap is een cluster van agrarische gebouwen gelegen uit periode 7. Deze gebouwen vormen samen met het bestaande erf aan de Wechelerweg een landschappelijke eenheid.

Boerderij aan het Sallands Bosje Als referentiebeeld voor de grote boerderij tegen de bosrand is bijgaand inspiratiebeeld van appartementen in twee bouwlagen.

Schuren In aansluiting op de beoogde agrarische sfeer kan bijgaand referentiebeeld dienen. Dit zijn patiowoningen als blok en een flauw hellend dak, waardoor plaatselijk een tweede verdieping mogelijk is. De materialisatie moet worden gezocht in de sferen van het boerenerf. De totale massa vertoont de kenmerken van een grote schuur.

Bijgebouwen Aan de Wechelerweg naast het bestaande erf is het ambitiebeeld voor de kavelbebouwing een agrarisch bijgebouw, zoals een schuur met dakoverstek.

Aan de oostzijde is een tweetal grote schuren gesitueerd. Dit zijn patiowoningen bestaande uit 1 bouwlaag. Deze blokken liggen als het ware vrij in de ruimte van de groene wig en op de grens van de oostelijk gelegen buurtschap. Als ontwerpopgave voor de landschappelijke eenheid ligt hier een verpozings- en recreatieve plek te maken in het tussengebied in de groene wig. Daarmee wordt de bestaande boerderij met erf onderdeel van de landschappelijke opgave. Aan de oostzijde van het bestaande erf ligt een tweetal bijgebouwen van het totale erf. Deze bijgebouwen zijn onderdeel het ensemble agrarische gebouwen. Dit betreft twee particulier te ontwikkelen kavels.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10241887/1