CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-11-10Transcript Raadsvergadering Begroting 2022 gemeenteraad Deventer

Raadsvergadering 10 november 2021, gemeente Deventer50.954 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Wat betreft die 70 procent kunnen we ook kijken hoe we er dit jaar mee om zijn gegaan. Want dat is ook een prestatie die in deze begroting staat en er hebben nog geen koppen gerold, volgens mij. Nou ja, omdat ik of GroenLinks zou komen met het amendement over prestaties ben ik ook gaan turven hoe vaak het woord prestatie in de begroting voorkomt. Dat was een hele klus. Het zijn er 210. Misschien wat meer of wat minder. Maar ik denk dat we ook in de raad en met het college een discussie moeten hebben van: wat zijn die verwachtingen bij een prestatie. De verwachting die ik heb bij deze prestatie. Dat het ook streefcijfers zijn. Of een inspanningsverplichting waarbij het zeker niet de bedoeling is om het college hier hard op af te rekenen. Maar waarbij het vooral een instrument is om goede en SMART geformuleerde prestaties in de begroting op te nemen. Zodat we bij de kwartaalrapportages goed geïnformeerd zijn over de werkzaamheid van het beleid en dat we ook tijdig kunnen bijsturen. En dat is het streven met dit amendement. De voorzitter: Mevrouw Van der Meer, u compenseert uw korte inleiding ruimschoots met de beantwoording van uw vragen. Dus alstublieft. Mijnheer Roetert, aan u het woord.

48 De heer Roetert: Dank u wel, voorzitter. De vragen zijn. Mijn vragen zijn wel al deels gesteld, maar ik wil het toch nog even formuleren. Het gaat voornamelijk over die percentages. Wanneer die verdeling anders in elkaar zit, houdt het dan in dat de prestaties niet gehaald is? De voorzitter: Mevrouw Van der Meer. Mevrouw Van der Meer: Ja, voorzitter. Volgens mij gaf ik net ook al aan. Op het moment dat die verhoudingen anders liggen, dan zou de prestatie bijgesteld moeten worden. Zeker wanneer dit structureel zou zijn. Maar dit is een prognose op basis van voorgaande jaren. De voorzitter: Een vraag van meneer Kleine Schaars volgens mij nog. Of was die beantwoord? De heer Kleine Schaars: Nee, die is nog niet beantwoord. De voorzitter: Aan u het woord. De heer Kleine Schaars: Ik heb eigenlijk geen vraag aan de indieners, maar meer aan de portefeuillehouder. Komt dit amendement niet een jaar te vroeg? De voorzitter: Dat is een vraag aan de portefeuillehouder. En als ik verder geen handjes meer zie, dan ga ik ook meteen door naar de portefeuillehouder. Mijnheer De Geest, aan u het woord. De heer De Geest: Ja, dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik moet eerlijk erkennen dat ik ook wel geworsteld heb met dit amendement. Want ik snap de behoefte van heldere realistische prestaties. Of in ieder geval doelstellingen. Het is maar net hoe je het noemt.

Soms is het ook bijna een semantische discussie. Maar prestaties vanuit de begroting, die snap ik ook vanuit de raad. Ook vanuit het advies van de auditcommissie. Dat willen wij ook om het goede gesprek met u te kunnen voeren als raad. Tegelijkertijd moeten we dit amendement op deze manier zo wel ontraden. En eigenlijk ook vooral omdat er dan ook sprake is van niet op voorhand realistische realiseerbare, maar ook vooral beïnvloedbare, factoren die u hier nu noemt. Ik denk dat mevrouw Schmidt het net al terecht zei. Het zijn prognoses vaak. En die zetten we nu om naar prestaties. En dat is best wel een lastige vanuit wat je daar dan mee kan. In hoeverre je daar ook echt op kan sturen. Want wij weten ook gewoon nog heel veel dingen niet op dit moment. En wij kunnen ook heel veel dingen niet beïnvloeden vanuit de nieuwe wet inburgering per 1 januari. De groepen die wij dan op dat moment tot ons zien komen en wat dat aan zwaarte en trajecten in percentages en verdelingen met zich mee brengt, dat moeten wij gewoon nog gaan zien. Daar zitten aannames in. Wat wij verwachten. Maar of dat dan ook aansluit op de praktijk straks, dat moeten we eigenlijk vanzelf op ons af zien komen. Wat niet wil zeggen dat we u daarin niet kunnen meenemen, want je wilt op begeven moment natuurlijk wel gaan kijken: waar staan we. Hoe werkt dit nou uit.

Dus ik kan mij wel voorstellen, maar dat is eigenlijk meer. Dat wil ik u gewoon toezeggen. Dat lijkt mij ook prima passen binnen onze standaardafspraken vanuit de P&Ccyclus. Dat we u goed meenemen in de kwartaalrapportages vanuit: waar staan we nu ten opzichte van wat we verwacht hadden. Maar dat is nog iets anders dan dit soort zaken zo in je programmabegroting opnemen. Want dat willen we u toch echt ontraden. De voorzitter: Mevrouw Van der Meer, er is u een toezegging gedaan. Wilt u reageren? Mevrouw Van der Meer: Ja, ik wil graag nog wel reageren. Ik ben allereerst wel blij met de toezegging. Ook al is die toezegging niet nodig, want inderdaad: wij worden goed meegenomen in de kwartaalrapportages. En we worden ook meegenomen in het hele traject in aanloop naar de wet inburgering. Maar specifieke prestaties zoals die nu is. Dat is eigenlijk een vraag aan de wethouder. Denkt u dat de prestatie zoals het nu staat in de begroting goed genoeg is om ons juist te informeren? Want volgens mij is de prestatie: we gaan uitvoering geven aan de wet inburgering. Dan staan altijd de seinen op groen.

49 De voorzitter: Hebben andere mensen nog vragen aan de portefeuillehouder? Want dan ga ik ze in één keer laten beantwoorden. Nee? Dan is het woord aan de portefeuillehouder. Mijnheer De Geest, aan u het woord. De heer De Geest: Ja, als u aan ons vraagt: is de huidige prestatie zoals die nu in de begroting staat helder genoeg. Ja, dat is lastig in te schatten. Dat is een vrij algemene. Dat klopt. Maar dat heeft ook te maken met de fase waarin we nu zitten natuurlijk. Maar los van het feit dat er een klein foutje staat, want er staat: per 1 juli wordt uitvoering gegeven aan de wet inburgering. Dat had 1 januari moeten zijn natuurlijk sowieso. Dus die kunt u nog wellicht amenderen. Maar dat is wel natuurlijk de situatie waarin we nu zitten. We geven uitvoering aan die wet. En we hebben gewoon te maken met een aantal groepen waarvan we uit die wettelijke taak begeleiding bieden en inburgering. Ja, dan zou u een andere formulering moeten kiezen in algemene zin als u hem scherper wilt zetten. Maar in ieder geval de vorm waarin u hem nu giet met bepaalde cijfers en percentages voor een traject wat we nog moeten doorlopen, dat ontraden we in ieder geval. Want ik denk ook dat meneer Kleine Schaars dat terecht zei. Dan ben je eigenlijk nu in deze fase nog te vroeg.

Dat zou je op een veel later moment pas goed kunnen inschatten wat dan die haalbare en soms ook beïnvloedbare percentages zijn. De voorzitter: Goed. Is hier genoeg over gesproken? Ja, ik zie niemand meer. Dan gaan wij door naar 8.2. Dat is de sporthal Bathmen ingediend door meneer Rosenkamp met mede-indieners mevrouw Zegel en meneer Haaxman. Mevrouw Zegel van GroenLinks en meneer Haaxman van Deventer Belang. Mijnheer Rosenkamp, geef ik u het woord. De heer Rosenkamp: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Met dit amendement herstellen we een foutje dat in de programmabegroting is geslopen. Want dat er een reservering wordt opgenomen voor die sportvoorziening, dat vinden we allemaal denk ik helemaal goed. Dat bleek ook wel uit de behandeling vorige week. Maar nu staat er een vrij fors bedrag als vrijgegeven investering in de begroting. En zonder dat de raad daar een besluit over heeft genomen. Het strookt trouwens ook niet met de antwoorden die we vorige week van de portefeuillehouder kregen in de sessie. En dit amendement repareert die kleine vergissing. Dank u wel. De voorzitter: Bedankt voor uw korte toelichting. Mevrouw Van der Mik, aan u het woord. Mevrouw Van der Mik: Ja, dank u wel. Bedankt VVD voor dit amendement. Want het maakt ons wel duidelijk waarom die discussie vorige keer zo ongelofelijk langs elkaar heen liep.

Volgens mij, nou ja, kunnen we die discussie van de VVD van vorige week iets in een ander licht bezien. De voorzitter: Anderen? Of gaan we naar het college? Het college. Mijnheer De Geest, aan u het woord. De heer De Geest: Ja, voorzitter. Voorzitter, het college kan positief adviseren op dit amendement. Vrij logisch, want het is gewoon wat ons betreft ook, zo zien wij hem ook, een technische reparatie van iets wat in het verkeerde tabelletje staat. En inderdaad, dan snap ik ook zeer goed waar vorige week soms ook de verwarring wellicht zat. De uitleg zoals ik die gaf in de raadstafel vorige week, die staat. Het gaat om een reservering die dan in de goede tabel moet staan, waar u nog gewoon over besluit nadat wij bepaalde fases hebben doorlopen. Zoals ik vorige week ook geschetst heb. En dit amendement regelt dat, om dat in de goede tabel te zetten. Dus prima wat ons betreft. De voorzitter: Dank. Als er verder geen opmerkingen meer zijn, dan breken we een record. Nee. Duidelijk. U ook gefeliciteerd. Zo komen we er wel. Motie 8.3, dierenbuddy ter voorkoming van eenzaamheid en dierenleed. Ingediend door mevrouw Schmidt van Deventer Sociaal. Mevrouw Schmidt, aan u het woord. Mevrouw Schmidt: Ja, dank u wel, voorzitter. Voorzitter, de inzet van dierenbuddy’s is een laagdrempelige en preventieve vorm van ondersteuning.

De buddy’s ondersteunen mensen op het thuisadres bij de verzorging van hun huisdier en gaan mee naar een bezoek aan de dierenarts. De buddy’s volgen een training en worden

50 vervolgens voor een langere periode aan de hulpvrager gekoppeld. En waar nodig kunnen zij zes keer per week worden ingezet. Deze werkwijze is dus structureler van aard dan de inzet van een vrijwilliger die af en toe kan worden ingezet via bijvoorbeeld Deventer Doet. Door de inzet van buddy’s kunnen mens en dier langer van elkaars gezelschap genieten, voorkomen we eenzaamheid en onnodig dierenleed en onnodig duurdere plaatsing in het asiel. Onze fractie zou graag zien dat het college inventariseert of en op welke wijze de inzet van de dierenbuddy’s van toegevoegde waarde kan zijn voor onze kwetsbare inwoners en hun huisdieren. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Schmidt. Vragen aan mevrouw Schmidt over deze motie? Mevrouw Van der Mik. Mevrouw Van der Mik: Ik had de motie een beetje anders gelezen namelijk. En er gaan mij nu wat lichtjes branden. U ziet de dierenbuddy als een persoon die met de diereigenaar meegaat om de buddy van de eigenaar te worden om het dier goed te verzorgen? Mevrouw Schmidt: Ja. Mevrouw Van der Mik: Oké. Want ik was even in de veronderstelling dat de buddy het dier was. En dat het dier als een buddy bij mensen op bezoek kwam. En ook dat is een hele interessante. Maar dat staat dus niet in de motie? Mevrouw Schmidt: Nee, dat staat niet in de motie. Mevrouw Van der Mik: Dan is mij de motie iets helderder. Dank u wel.

De voorzitter: Volgens mij is het opgehelderd. Anderen die vragen hebben over deze motie? Mevrouw Nijman, aan u het woord. Mevrouw Nijman: Ja, een korte vraag, voorzitter. U zei heel kort iets over Deventer Doet. Ik heb inderdaad ook op de. Ik weet dat bij Deventer Doet ook matches worden gemaakt die gaan over het verzorgen van dieren. Kunt u iets meer aangeven waarom u dat onvoldoende vindt? Want ik zou het jammer vinden om iets op te tuigen wat we misschien al hebben. Dus even net iets scherper. De voorzitter: Mevrouw Schmidt, aan u het woord. Mevrouw Schmidt: Ja, dat kan ik. Want de inzet van Deventer Doet is niet altijd voor een langere periode. En de vrijwilligers van Deventer Doet worden ook niet één op één aan elkaar gematcht. In ieder geval niet zoals bij de dierenbuddy’s. En daarnaast wat het pluspunt is van de dierenbuddy’s, is dat de dierenbuddy’s een speciale training krijgen ook via de dierenbescherming die de vrijwilligers van Deventer Doet niet krijgen. De voorzitter: Is uw vraag hiermee beantwoord, mevrouw Nijman? Ik zie u knikken. Anderen die vragen hebben over deze motie? Nee. Dan gaan we richting het college. Meneer Rorink of meneer De Geest? Wie mag ik het woord geven? Wie is de woordvoerder dierenbuddy? De heer De Geest: Ik ben de woordvoerder dierenbuddy namens het college, voorzitter. De voorzitter: Aan de woordvoerder het woord.

De heer De Geest: Ben ik zelf ook een dierenbuddy. Dat is een hele. Ja, dat zou kunnen wellicht. De voorzitter: Een andere vraag.

51 De heer De Geest: Ja, daar kom ik zo op het einde nog wel op. Voorzitter. Ja, een sympathiek voorstel volgens mij van mevrouw Schmidt, wat ook gewoon wel aan kan sluiten op onze aanpak vanuit één tegen eenzaamheid. Waarin mensen dan in dit geval een persoon erbij krijgen, zoals ik hem begrijp, voor bij het huisdier. Kijk, op het moment dat u als raad deze motie aanneemt en aangeeft dat u hier waarde aan hecht om dit uit te zoeken, dan zullen we dat ook doen. Dan kunnen we dat ook doen. Zo wil ik hem ook eigenlijk even bij u parkeren. Die vraag die je altijd moet stellen hierbij is: is dit een initiatief waarbij de gemeente ook echt strikt noodzakelijk is. Dat kan ik op dit moment gewoon even niet overzien. Dat is misschien ook een onderdeel van de vraag die we zullen moeten stellen aan partners. Maar dat is ook de vraag die u uzelf moet stellen van: kan dit ook zonder de gemeente. Soms hoeft dat ook niet. Maar dat laat het college graag aan u. Wij kunnen het één en ander in kaart brengen voor wat betreft verschillende organisaties die hier in de stad vanuit de doelgroep er ook wat zicht op hebben en om dat in kaart te brengen. Dat vraagt natuurlijk wel wat zorgvuldig in kaart brengen, volgens mij. En het betrekken dus van partners. Dat vraagt dus ook tijd. En dan vraagt u in de motie om dat medio januari aan de gemeenteraad toe te sturen. En dat is voor ons wel lastig.

Wij kunnen dat wel in het eerste kwartaal van 2022 doen. Als u deze motie aan zou nemen. Maar de termijn zoals u nu in de motie noemt, dat vinden wij wel een hele complexe. De voorzitter: De tweede termijn, mevrouw Schmidt. Mevrouw Schmidt: Ja, dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik wil de wethouder meegeven dat een inventarisatie in dit geval niet heel erg ingewikkeld hoeft te zijn. De dierenbescherming, daar werken wij mee samen met het dierenasiel. En die rijden ook onze dierenambulances. De dierenbuddy’s zijn op dit moment in dertien andere gemeentes actief. Het was voor mij erg complex om van al die dertien gemeentes de informatie te zoeken, maar het moet voor een ambtenaar niet heel erg moeilijk zijn om even op te vragen van: hoe gaan andere gemeentes hiermee om. Want ik wil het college ook meegeven dat u gewoon als gemeente, dat wij als gemeente, heel veel ruimte hebben in hoe wij de dierenbuddy’s inzetten. Want geen van de dertien gemeentes die nu gebruik maken van de buddy’s zetten hem op dezelfde manier in. Dat gebeurd in overleg met de vraag die de gemeente stelt. En als het niet in januari komt ben ik best bereid om het dictum aan te passen. Om te zeggen: het eerste kwartaal. Maar natuurlijk het liefst zo snel mogelijk. De voorzitter: Dan wordt het dictum volgens mij aangepast en dat doet u samen met de griffie.

Andere mensen nog behoefte aan een tweede termijn? Nee. Dan gaan we door naar motie 8.4. Dat is de ondersteuning sportverenigingen bij uitvoering coronamaatregelen. Indiener: mevrouw Van der Mik van het CDA. En mede ingediend door mevrouw Zegel van GroenLinks. Geef ik mevrouw Van der Mik het woord. Mevrouw Van der Mik: Dank u wel, voorzitter. Nou, volgens mij spreekt de motie voor zich. We weten met zijn allen dat de coronamaatregelen sinds afgelopen zaterdag verscherpt zijn. Wellicht worden ze komende week wel weer verscherpt. Maar op dit moment zitten we in een realiteit waarin iedereen boven de achttien die wil sporten, zwemmen, voetballen, noem het maar op, zijn corona checkapp moet laten zien. En dat kost nogal wat mankracht. Dat kost ook wat geduld, volgens mij, voor de mensen. Want ik hoor en zie ook echt heel veel mensen boos zijn. Vervelende reacties. Dus verenigingen en vooral de vrijwilligers die daarvoor staan, die hebben het heel zwaar om dat allemaal te doen. En die kunnen wel een klein beetje hulp gebruiken. Wij vragen met deze motie om vanuit de gemeente, nou ja, samen met het Deventer sportbedrijf hierin te voorzien. Wij hebben dan als advies om bij wijze van spreken studenten voor te vragen om deze functie te vervullen waar dat niet met vrijwilligers kan. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van der Mik. Vragen aan? Mijnheer Kleine Schaars.

De heer Kleine Schaars: Ja, dank u. Nou, harstikke sympathiek. Volgens mij moet Deventer Belang dat woord langzamerhand ietsje anders voor gaan zoeken. Want iedereen begint dat te gebruiken. Het mooie is eraf, denk ik. Nee, onze vraag is eigenlijk aan de opsteller en de mede-indiener. Waarom niet gekozen is om dat breder te trekken. Ook niet bij maatschappelijke andere verenigingen. Dus veel meer dan alleen sportverenigingen.

52 De voorzitter: Mevrouw Van der Mik, aan u het woord. Mevrouw Van der Mik: Dat zou kunnen. Wij hebben dat neergezet omdat bij ons de vraag en de urgentie vanuit die sportverenigingen binnenkwam. Dus zo hebben we hem opgepakt. Je zou hem breder kunnen indenken. Aan de andere kant, sportverenigingen hadden al corona check voor kantines. Dus daar zat al wel iets. En dat is enorm uitgebreid. Terwijl volgens mij andere verenigingen daar. Ja, het kan. Ik weet het niet. De voorzitter: Ik zie een vraag. Heeft u nog behoefte aan een vervolgvraag? De heer Kleine Schaars: Ja, of ze misschien kunnen overwegen om dat dan aan te passen en het breder te trekken. Dan zouden wij hem heel erg graag willen steunen. De voorzitter: Mevrouw Van der Mik. Mevrouw Van der Mik: Volgens mij gaan we over tien minuten schorsen, dus dan kunnen we er prima over nadenken. De voorzitter: Besteed uw tijd aan iets goeds. Mevrouw Stegeman, aan u het woord. Mevrouw Stegeman: Ja, ik had inderdaad ook de vraag van waarom niet breder. Maar ik vroeg mij even af. Deze verenigingen kunnen geen beroep doen op de reguliere coronasteunmaatregelen? Want ik heb het gevoel dat er wel problemen zijn, maar dat het zit in de bemensing en niet zo zeer in de kosten die daarmee. Dus wat kunnen wij dan concreet? Waarom moeten wij daar als gemeente dan tussen zitten? Dat vraag ik mij dan even af. Ik snap het probleem wel.

Maar wat kunnen wij dan concreet, moeten wij daar als gemeente tussen gaan zitten. De voorzitter: Mevrouw Van der Mik. Mevrouw Van der Mik: Als gemeente hoeven we daar niet zelf tussen te zitten. Maar we kunnen heel goed een faciliterende rol spelen bij het voldoen aan vraag naar extra bemensing. Precies wat u aangeeft. De voorzitter: Dat is het antwoord waar u het mee moet doen. Mijnheer Kaya. De heer Kaya: Ja, ik zag ook in de motie dat er een beroep wordt gedaan aan studenten die bij het Deventer Sportbedrijf, dank je wel, zich bevinden. Weet u dan ook om hoeveel studenten het gaat? Want als er een tekort is aan studenten. Hoe wilt u dat dan gaan oplossen? Want vrijwilligers vinden is niet zo makkelijk. De voorzitter: Mijn technische vraag radar gaat af, maar die is hier niet relevant. Mevrouw Van der Mik. Misschien weet u het? Mevrouw Van der Mik: Nee. U leest de motie verkeerd. Wij vragen aan het Deventer Sportbedrijf om bijvoorbeeld met behulp van studenten in deze behoefte te voorzien. En die studenten zullen dat wellicht niet vrijwillig doen, maar voor een klein bedrag. En dat kleine bedrag, dat kan je ten goede laten komen aan. Dus dat zijn de kosten. En die kosten kun je incidenteel dekken. Daarom komen wij op extra kosten uit. De voorzitter: Dank. Ik ga naar mevrouw Zegel en daarna mevrouw Hamstra.

Mevrouw Zegel: Ja, dit is als reactie nog op de vraag van mevrouw Stegeman net. Ik was toevallig van de week bij Avior. En zij hebben een nieuwe sportkantine. De voorzitter: Mevrouw Zegel, als u zich beperkt tot uw vraag. De anekdote.

53 Mevrouw Zegel: Nee, nee. Ik ben mede-indiener en ik wil er graag antwoord op geven. Het is een bemoediging naar de vrijwilligers die zich inzetten voor die sportverenigingen. Die zijn tot over hun over belast nu met alle coronamaatregelen. En die moeten wij helpen. En daar ligt echt een urgentie bij die sportverenigingen. En als dat breder getrokken moet worden, dan moeten we daar zeker naar kijken. Maar er moet een steun komen. Een bemoediging vanuit wij als volksvertegenwoordiging die verenigingen gaan helpen. De voorzitter: Mevrouw Hamstra, aan u het woord. Mevrouw Hamstra: Ja, ik heb even een vraag. Want ik begreep dat er al MBO studenten zijn die bijvoorbeeld tegen betaling die taken uitvoeren. Dus in hoeverre is het een aanvulling of nieuw wat u vraagt? De voorzitter: Mevrouw Van der Mik, aan u het woord. Mevrouw Van der Mik: De coronaverscherpingen zijn pas sinds een week. Als dat afgelopen weekend is gebeurd is dat hartstikke mooi. En dan is dat, zou dat een aanvulling zijn op wat er gebeurd. Of tenminste, dan doen we misschien alle twee hetzelfde. Dan stellen wij iets voor wat wellicht al gebeurd. Als dat zo is, is het alleen maar mooi. De voorzitter: Wellicht kan het geen kwaad als we naar het college gaan. Die kunnen wellicht het antwoord geven op die vraag. Mijnheer De Geest. Volgens mij bent u weer. De heer De Geest: Nou, niet eens wellicht. Zeker weten.

De voorzitter: Nou, mooi. Aan u het woord. De heer De Geest: Ja, voorzitter. Ik durf het bijna niet meer te zeggen, maar een sympathiek voorstel inderdaad. En zo sympathiek dat we als college inderdaad daar ook al als gemeente daarmee aan de slag zijn gegaan. Want in het weekend van zes en zeven november, dat was dus het weekend waarin ook die uitbreiding plaatsvond voor wat betreft de coronacheck, is in samenwerking met het sportbedrijf dus ook personeel ingehuurd van beveiligingsbedrijven om de controle van de CTB, de corona toegangsbewijzen, om die uit te voeren bij de sporthallen in de gemeente Deventer. En op negen november hebben we als college ook gesproken over het instellen van een financiële regeling voor alle sportverenigingen om extra inzet voor die controle op CTB, om dat te bekostigen. En die tegemoetkoming, die wordt dan gefinancierd uit extra middelen die we als gemeente krijgen of hebben ontvangen vanuit de veiligheidsregio voor de controle van dergelijke coronapassen. We moeten dat nog verder uitwerken op korte termijn, hoe dat er precies uit gaat zien. Dan moet u denken in een orde van grote van een bedrag van bijvoorbeeld duizend euro die we aan een vereniging kunnen geven zodat ze mensen, in dit geval studenten bijvoorbeeld, kunnen inhuren.

En dat betekent ook dat ze in ieder geval tot het einde van het jaar, want daar voorziet het budget wat we nu in ieder geval hebben gekregen in, tot het einde van het jaar daarin kunnen faciliteren. En wat daarna komt moeten we even weer zien. Ook in overleg met de veiligheidsregio. Of daar weer nieuwe middelen komen. Maar daar kunnen we u natuurlijk van op de hoogte houden op dat moment. Dan zijn we al wel wat verder in de tijd. Want er zijn nog ongeveer zeven weekenden waarin sportverenigingen met name hun wedstrijden spelen waar dit van toepassing is. Maar op dit moment eigenlijk is er dus gewoon ook al in voorzien. In die zin is het een ondersteuning van datgene wat we volgens mij gezamenlijk belangrijk vinden. Het ondersteunen van verenigingen met dit soort lastige maatregelen. Het oordeel daarover laten we aan u, maar dan heeft u in ieder geval de toelichting erbij wat er gebeurd. De voorzitter: Ik zie u knikken mevrouw Van der Mik. Mevrouw Van der Mik, aan u het woord. Mevrouw Van der Mik: Nou, dank u wel voor het antwoord. Ik kreeg nog een verzoek van andere fracties om mogelijk die motie te verbreden. Kan de wethouder daar enigszins een zinnige suggestie bij geven?

54 De voorzitter: Wellicht voor het algemene beeld. Wat bedoelt u met, wat is de breedte hierin? Mevrouw Van der Mik: Het wordt verbreed naar algemene verenigingen en niet alleen sport, maar meerdere verenigingen die ook met die corona checkapp te maken hebben. Maar wellicht niet tegen dezelfde problematiek aanlopen als dat nu de sportverenigingen aan lopen. Maar daar heb ik onvoldoende inzicht in. Wellicht heeft de voorzitter of de portefeuillehouder dat wel. De voorzitter: Dank. Ik ga naar de portefeuillehouder. Aan u het woord. De heer De Geest: Of het zinnig is laat ik aan u. Ik ga het proberen. Nee, we kijken ook breder. Dus het is ook in eerste instantie nu even gericht op sportverenigingen, omdat dat natuurlijk ook de nieuwe maatregelen betrof. Maar het is ook niet zo dat we dan niet kijken naar welke vrijwilligers of organisaties, buurthuizen bijvoorbeeld, ook cultuurvoorzieningen, of die ook nog tegen extra problemen aan lopen. Waar bijvoorbeeld ook een dergelijke bijdrage van toepassing zou kunnen zijn. Daar kijken we wel degelijk naar. De voorzitter: Dank. Nog afsluitend op de tweede termijn ga ik even het rondje af. Mevrouw Schmidt, u had nog een vraag? Gelukkig. Dan ga ik naar meneer Smeenk en daarna meneer Rosenkamp. Mijnheer Smeenk. De heer Smeenk: Ja, voorzitter. Dank u wel.

Heeft het ook niet een beetje met onbekendheid bij verenigingen te maken? Dat ze met de vraag bij jullie terecht zijn gekomen, omdat die vergoeding en alles er is bij de gemeente. Misschien moet er vanuit de gemeente dan een duidelijkere communicatie over komen. De voorzitter: En stelt u die vraag aan de indiener of aan het college? De heer Smeenk: Die stel ik eigenlijk aan het college. De voorzitter: Duidelijk, dank. Mijnheer Rosenkamp. De heer Rosenkamp: Ja, dank u wel, voorzitter. Uitgedaagd door meneer Kleine Schaars. Een hele aardige, degelijke, geschikte, jofele, aangename, aantrekkelijke, aardige, behagelijke, bekoorlijke, middellijke, bevallige, charmante, geschikte, gracieuze, hupse, liefelijke, lieftallige, minzame, plezierige, vriendelijke, welwillende en sympathieke motie die van harte kan rekenen op onze ondersteuning. Zeker als die wordt uitgebreid naar andere vrijwilligers en verenigingen. De voorzitter: Het wordt heel erg tijd voor het avondeten. Ik ga nog voor de beantwoording van de vragen van Gemeente Belang nog één keer naar het college. En dan stel ik voor dat we richting avondeten gaan. De heer De Geest: Ja, voorzitter. Vanzelfsprekend dat we daar natuurlijk helder over moeten communiceren en zullen communiceren met verenigingen. Of het dan sportverenigingen zijn of andersoortige. Het is kort dag. Het is afgelopen weekend voor het eerst gedaan.

We zijn het nog aan het uitwerken zoals ik ook zei. Zodra dat helder is zullen we daar natuurlijk ook actief op communiceren. De voorzitter: Dank. Dan concludeer ik dat we deze hebben afgerond. En dan stel ik voor te gaan schorsen voor het diner. Dan schors ik de vergadering tot kwart over zeven en wens ik u smakelijk eten. Dames en heren, ik heropen uw vergadering. En wij vervolgen de behandeling van de programma’s zeven, acht en negen. Ik meld u graag nog dat motie 8.4, dat is de motie over ondersteuning sportverenigingen bij uitvoering coronamaatregelen, is aangepast en als het goed is aangepast in het RIS staat. Wij gaan verder met motie 8.5. Dat is de motie: combifunctionarissen en extra ondersteuning sportverenigingen van mevrouw Van der Mik. Mede ingediend door GroenLinks en DeventerNU. Daar ontbreken de namen nog even van, maar dat zal later worden toegevoegd, denk ik. Geef ik mevrouw Van der Mik het woord.

55 Mevrouw Van der Mik: Dank u wel, voorzitter. Voordat ik het vergeet. De SP wilde ook graag mede indienen. Deventer Sociaal. Excuus, excuus. Deventer Sociaal. Het is echt heel dramatisch. De voorzitter: Mevrouw Van der Mik. Mevrouw Van der Mik: Ik begin gewoon opnieuw. Dank u wel, mijnheer de voorzitter. We hebben het vlak voor de vergadering al geprobeerd. Maar Deventer Sociaal zou ook graag mede in willen dienen. Deze motie roept hopelijk niet zoveel commentaar op als mijn verspreking. Bij de voorjaarsnota hebben we een vergelijkbare motie ingediend. En na toezegging van de wethouder weer ingetrokken. Naar aanleiding van de raadsmededeling die ons vorige week is toegekomen waren wij toch van mening om alsnog de motie in aangepaste vorm, want met meer informatie, in te dienen. En deze kunt u zien. Wij willen graag wat meer informatie over hoe die gelden nu beschikbaar zijn. En we zijn blij dat het college aangeeft dat de zorgen gedeeld worden en dat naar een oplossing gezocht wordt. En zouden dat graag ook op lange termijn bestendigd willen zien in beleid. En daar dient deze motie voor. De voorzitter: Dank, mevrouw Van der Mik. Zijn er vragen aan mevrouw Van der Mik over deze motie? Mevrouw Leget, aan u het woord. Mevrouw Leget: Ja, dank u wel, voorzitter. Even een vraag aan mevrouw Van der Mik.

In de vierde bullet van het dictum wordt gesproken over de voorjaarsnota 2022 en de heroverweging. Daar zou ik nog wel graag iets meer over willen weten. Want leidt dat in uw optiek dan niet tot vertraging? Want als ik de raadsmededeling lees, dan ligt het college wel op koers. Gaan we dan niet wachten op? Kan het college niet beter slagvaardig uitvoering geven aan het voorstel? De voorzitter: Een aantal vragen van mevrouw Leget aan mevrouw Van der Mik. Mevrouw Van der Mik, aan u het woord. Mevrouw Van der Mik: Dank u wel, voorzitter. Nou, wat ons betreft niet. Tenminste, als ik de raadsmededeling zo interpreteer, dan geeft de wethouder in die raadsmededeling nou juist aan dat er een bredere heroverweging plaats gaat vinden in dat tweede kwartaal 2022. Het leek mij heel handig om daar slim op aan te sluiten. Want het interesseert me eigenlijk niet zo zeer of de ondersteuning van die vereniging plaatsvindt door middel van combinatiefunctionarissen die daarvoor ingezet worden of dat die op een andere manier middels coaching of verenigingsondersteuners in die FTE inzet heroverweging hun plek vinden. Dus dat is de reden dat ik hem daar heb opgenomen. Als het eerder plaats kan vinden is het helemaal prima. Maar ik ging met die raadsmededeling er vanuit dat dit het tijdspad was die te bewandelen was. De voorzitter: Vervolgvraag van mevrouw Leget. Mevrouw Leget: Ja, dank u wel.

Het college hoeft er niet specifiek op te wachten. Dat is wat u zegt. Want dan zouden we slagvaardigheid missen. De voorzitter: Mevrouw Van der Mik. Mevrouw Van der Mik: Nee, dat is zeker niet mijn intentie om te wachten. Nee. De voorzitter: Anderen die vragen hebben aan mevrouw Van der Mik over deze motie? Nee. Dan stel ik voor dat we naar de reactie gaan van het college. Ik geef het woord aan meneer De Geest. De heer De Geest: Ja, dank u wel, voorzitter. Voorzitter, het college kan prima uit de voeten met deze motie en adviseert dan ook positief om inzichtelijk te maken welke ondersteuning sportverenigingen ontvangen uit de gelden van het sportakkoord. De hoogte van de middelen. En hoe sportverenigingen hier gebruik van maken. Het

56 college kan de verdeling van het aantal FTE, zal de verdeling van het aantal FTE heroverwegen bij vaststelling van een nieuwe visie op de inzet van de combinatiefunctionarissen voor het jaar 2023. Dus dat is in het komende jaar dan ook. Want de nieuwe visie zal worden opgesteld samen met de lokale stuur- en adviesgroep combinatiefuncties. Dat gebeurd nadat bekend is hoe en onder welke voorwaarden de regeling combinatiefuncties door het Rijk zal worden voortgezet voor 2023. En dat zal naar verwachting in het vierde kwartaal van 2022 bekend worden. En de huidige regeling van het Rijk die loopt tot eind 2022. De visie van de gemeente op de inzet van de combinatiefunctionaris en ook de verdeling van het aantal FTE, dat loopt tot het einde van de landelijke regeling. Dat is ook de reden dat de heroverweging van de verdeling niet plaatsvindt voor de voorjaarsnota 2022. In 2022 kunnen we de adequate ondersteuning bieden aan sportverenigingen, omdat de incidentele middelen vanuit het sportakkoord lopen tot en met dat hele jaar 2022. Na het vaststellen van het beleidskader: samen sporten maakt sterk 2020-2030. Waar we op dit moment natuurlijk aan werken. Wat u binnenkort dan ook weer ziet verschijnen in de nieuwe uitgewerkte versie.

In het voorjaar van 2022 wordt een uitvoeringsplan opgesteld waarin de uitkomsten van dit onderzoek, zoals u dat eigenlijk vraagt, verschillende zaken die u in kaart gebracht wilt hebben, worden opgenomen. En in het uitvoeringsplan leggen we vervolgens ook de verbinding met het nieuw vast te stellen mantelzorg- en vrijwilligersbeleid. Dus volgens mij kunnen wij ook gewoon leveren wat u hier vraagt conform uw motie. De voorzitter: Dank. Ik ga het college niet begrenzen tot één minuut. Maar dit was een vrij uitgebreide reactie. Roept de reactie van het college nog een tweede termijn op? Nee. Dan gaan wij door met amendement 8.6. En dat is de sporthal in Bathmen en dan de initiatieffase. Indiener is mevrouw Zegel van GroenLinks. En deze wordt mede ingediend door meneer Rosenkamp van de VVD. Geef ik mevrouw Zegel het woord voor de toelichting. Aan u het woord. Mevrouw Zegel: Dank u wel. En meneer Van den Nieuwenhof van DeventerNU. Het lijkt zo simpel en overzichtelijk. Een sporthal. Maar er gaat wel erg veel geld naartoe. En waarom is er zoveel begroot? En waarom is er al voor een variant gekozen? Maar toch nog niet, want daar gaat de raad nog over. Er wordt alleen alvast door gewerkt en op voorbereid. Voor nu bij de begroting val de sporthal onder meedoen, programma 8. En qua duurzaam, verduurzamen, kan er ook naar een ander domein gekeken worden.

Dat is de leefomgeving of voor financiën. Hoe simpel is het dan nog? Hoe leg ik mijn rol als raadslid uit aan onze inwoners? Op straat wordt er nog steeds veel gesproken over de Viking. Geen voorbeeld waar je als raad trots op bent. Maar we hebben er echt van geleerd. En een raadsonderzoek leidde tot een advies waaruit de leidraad is gekomen. Door te werken via de leidraad is er een groot samenspel. Gemeenteraad, college, ambtenaren en derde partijen werken met spelregels om elkaar scherp te houden op verschillende rollen en verantwoordelijkheden. Samen kom je gedragen verder. Over de nut en noodzaak van de sporthal zijn we het wel eens. Ik heb maar een minuut, dus ik ga gauw mijn laatste zin vertellen nog. U heeft de toelichting ook kunnen lezen in het amendement. De intentie van het amendement is nadrukkelijk niet om het project te vertragen. Wel om samen verantwoordelijkheid te nemen. De voorzitter: Dank u, mevrouw Zegel. Zijn er vragen? Mevrouw Hamstra, aan u het woord. Mevrouw Hamstra: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, toch een paar vragen aan u. Op wat voor manier. Wat zijn de risico’s die als kenmerken geoormerkt kunnen worden? Hoe is er dan sprake van een complex besturings- en uitvoeringsproces? En op wat voor manier is er hier dan sprake van politieke gevoeligheid? Ik noem nu drie van de kenmerken die bij grote projecten horen.

De voorzitter: Drie vragen van mevrouw Hamstra. Aan u het woord, mevrouw Zegel. Mevrouw Zegel: Op het moment dat er al aan één van de kenmerken wordt voldaan, dan is het al het advies om de leidraad te gaan volgen. Eén van de risico’s is, zoals op dit moment, dat de bouwmaterialen ongelofelijk duur zijn. Schaars zelfs. Dat kan een enorm risico zijn als we dat op dit moment gaan doorzetten. Net zo goed als de energieprijzen. Dus ja, hoe gaan we het dan aanpakken. En waarom doen we wat.

57 De voorzitter: Behoefte aan een vervolgvraag, mevrouw Hamstra? Mevrouw Hamstra: Nou, ik heb niet echt antwoord gekregen. Maar ik doe het er wel mee. De voorzitter: Dank. Mevrouw Zegel: Wat wilt u dat ik zeg, mevrouw Hamstra? Want dan zeg ik dat. De voorzitter: Mevrouw Zegel, u weet hoe het werkt. Mevrouw Zegel, ik geef u het. Mevrouw Zegel: Sorry, voorzitter. Ik zal u even aankijken. Want ik vraag me af wat mevrouw Hamstra wil horen. De voorzitter: Ik geef u het woord, mevrouw Hamstra. Mevrouw Hamstra: Nou, ik vroeg ook naar op wat voor manier is er dan sprake van een complex besturings- en uitvoeringsproces. En is er sprake van politieke gevoeligheid? Maar u zegt: één kenmerk is al genoeg. Dus, ja. Goed. Dan heb ik het wel. Dank u wel. De voorzitter: Oké. Mevrouw Stegeman, aan u het woord. Mevrouw Stegeman: Ja, dank u. Ja, ik vroeg mij even af. Het is wel een leuk voorbeeld van duurder wordende materialen. Maar is dat een reden om dan niet door te gaan? Dus ik vind dat niet meteen een reden om daar een complex groot project van te maken. Dus dat zal toch ook moeten gaan om andere risico’s. Want anders maken we het nodeloos ingewikkeld en veranderd het uiteindelijk niet. De voorzitter: Dat is een constatering, mevrouw Stegeman. Heeft u ook nog een vraag aan? Mevrouw Stegeman: Ik heb aan mevrouw Zegel gevraagd: vindt u dat een aanleiding.

Duurder wordende materialen, vindt u dat een aanleiding om daar een groot complex project van te maken? De voorzitter: Dank. Mevrouw Zegel. Mevrouw Zegel: Ja, dank u, voorzitter. Ik denk dat dit één van de aanleidingen is om met elkaar in gesprek te zijn en te blijven en met elkaar een gedragen besluit te maken. Want als er materialen vijf keer duurder worden, dan wordt een sporthal kan ook heel veel duurder worden. En hoe leg je dat uit in de samenleving. En daarvoor hebben we die leidraad. Om in ieder geval met elkaar gedragen verder te komen. De voorzitter: Ik zie uw hand naar de knop gaan, mevrouw Stegeman. Aan u nog een keer het woord. Een vervolgvraag? Mevrouw Stegeman: Ja, dank u wel. Ik snap dat als het duurder wordt. Wij hebben toch ook reguliere checks en balances? Voldoen die dan niet denkt u? De voorzitter: Mevrouw Zegel, aan u het woord. Mevrouw Zegel: Ja, dank u, voorzitter. Ja, die voldoen op het moment dat we ze op tijd krijgen en op tijd kunnen ingrijpen. Maar daar moeten we juist samen mee. We moeten gewoon duidelijk samen hierin verder. Het gaat om. Het kan best complex worden. En het hoeft helemaal niet complex te zijn. Want we willen gewoon. Niemand wil dit vertragen. We willen allemaal dat het verder gaat. En we willen eigenlijk dat het zo snel mogelijk af is. Maar om dat te doen moet je dat samen doen.

En alleen ga je misschien sneller, maar met elkaar komen we verder en kunnen we het ook uitdragen aan de samenleving. Ik denk dat dat heel erg belangrijk is.

58 De voorzitter: Eerst een vraag van meneer Emens en daarna van mevrouw Van der Mik. Mijnheer Emens, aan u het woord. De heer Emens: Voorzitter. Mevrouw Zegel zegt in feiten. In feiten moet je zulk soort projecten stopleggen. Want als je alleen een argumentatie hebt voor duurder wordende materialen. Dan zeg je in feiten: dan moet je het stop zetten. Wat we met zijn allen willen in feiten eigenlijk, willen we een goede sportvoorziening hebben in Bathmen op begeven moment. En als dat zou vijf euro kost, tien euro of acht miljoen. Op dat moment is dat de discussie of jij die gelden vrijgeeft om iets te doen. Het hoeft niet specifiek met grote projecten. We hebben met zijn allen gezegd: in Bathmen moet een sporthal komen. Hebben we niks met duurder wordende materialen te maken. Want dan ga je een discussie beginnen. Moet ik dat nou wel uitvoeren. Moet ik dat nou wel uitvoeren. Een beetje een onzinnige discussie, vind ik. Dan kan je net zo goed nou alle projecten die lopen stil leggen. En pas aan de orde laten komen over twee jaar wanneer dat ding gebouwd wordt, bij wijze van spreken. In dit geval de sporthal. Een deel van het nieuwe stadhuis. Ik noem maar een voorbeeld. De voorzitter: Reactie? Meneer Rosenkamp reageert. Mijnheer Rosenkamp, aan u het woord. De heer Rosenkamp: Ja, als mede-indiener, voorzitter.

We hebben allemaal bij de Viking gezien of bij MIMIK gezien hoe erg het mis kan gaan. En dat heeft niks te maken met of we nou met elkaar afspreken dat we een ambitie hebben om ergens een gebouw neer te zetten. Maar als een gebouw twee of drie of vijf keer duurder wordt en vooraf hebben we bedacht met elkaar, dan heb je natuurlijk ook automatisch als raad het over de fundamentele vraag: ga je door met zo’n project. Of gaan we de ambities toch maar iets terugschroeven. Moet het gebouw kleiner worden of goedkoper worden. Volgens mij is dat heel wezenlijk en is het precies waar wij voor zitten in deze zaal. Om op dat soort moeilijke momenten toch knopen door te hakken. De voorzitter: Mevrouw Van der Mik, een vraag aan de indieners? Mevrouw Van der Mik: Dank u wel. Ik hoor meneer Rosenkamp hele rare dingen zeggen. Blijft nog steeds mijn vraag overeind staan aan de indieners wat de leidraad dan precies voor meerwaarde geeft in specifiek dit project. Want volgens mij, wat meneer Rosenkamp aangeeft, heeft ook met algemene checks and balances te maken. Dus wat geeft die leidraad in deze situatie voor meerwaarde voor dit project? De voorzitter: Mijnheer Rosenkamp. De heer Rosenkamp: Nou ja, we hebben allemaal heel duur lesgeld en leergeld betaald met de Viking. En één van die adviezen is: zet nou dingen die wat ingewikkeld dreigen te worden, zet daarvoor die leidraad in.

Dat is precies wat dit amendement beoogt. Wij vermoeden dat het ingewikkelder wordt dan even een sporthalletje neerzetten met de huidige stand van zaken. Ik heb liever dat we achteraf zeggen: nou, dat was misschien toch wel iets fors, dan dat we over een jaar of twee ons achter het hoofd krabben en met een sporthal van 25 miljoen zitten. De voorzitter: Anderen? Mevrouw Zegel, wilt u een toevoeging doen? Mevrouw Zegel: Ja, nog een kleine toevoeging. Want we worden wel betrokken in de vorm van consulteren, maar dat is niet echt zorgvuldig. Ik wil gewoon dat wij als raad echt in positie worden gesteld om met elkaar. Want we willen echt hetzelfde. Maar met elkaar zorgvuldig die kaders te geven en te blijven controleren. We moeten alleen onze kader stellende en controlerende rol heel duidelijk maken. De voorzitter: Vervolgvraag van mevrouw Van der Mik. Aan u het woord.

59 Mevrouw Van der Mik: Dank u wel, voorzitter. Nou, waarom ik de vraag ook stel is ook omdat. We hebben nog de wens voor een sporthal in Keizerslanden. We hebben nog een wens voor een sporthal in Schalkhaar. Tenminste, de mensen in Schalkhaar hebben die wens. Er liggen nog wat meer wensen die waarschijnlijk ook wat meerdere miljoenen gaan kosten en die ook tegenvallers zouden kunnen kennen. Gaan we daar ook allemaal een leidraad aan zetten? En is dan het instrument niet of een instrument wat we uitgekleed gaan weergeven en dus niet zo serieus nemen als we zouden. Of een instrument wat ons nodeloos veel tijd oplevert. Wat is uw mening daarover? De voorzitter: Mijnheer Rosenkamp. De heer Rosenkamp: Volgens mij, voorzitter, moet je dit instrument inzetten wanneer het gepast is. En dat is precies het amendement. We vinden het op dit moment gepast in deze. En wellicht ook nog in toekomstige projecten, maar dat zien we dan wel. Maar we hebben het nu specifiek over sportvoorziening Bathmen. De voorzitter: Anderen? Mevrouw Hamstra, aan u het woord. Mevrouw Hamstra: Toch twee dingen. Ik hoor mevrouw Zegel zeggen dat het anders niet zorgvuldig, dat het zorgvuldig moet en dat we het samen moeten doen. Maar daarmee wekt u toch nu de suggestie dat dat in de reguliere projecten niet zorgvuldig zou zijn en dat we het dan niet samen doen.

Kunt u daar een toelichting op geven? Kan ik hem ook omdraaien? Dat zijn namelijk andere argumenten. De voorzitter: Dit wordt een korte toelichting, want dat is in principe niet over de motie die nu voor ons ligt. Dan gaan we andere projecten gaan we reseceren. Mevrouw Zegel, aan u het woord. Mevrouw Zegel: Ik kan wel een reactie geven. Nee. Dat is de korte. En het andere antwoord is: je maakt expliciete besluitmomenten die je met elkaar vaststelt. En dat is de leidraad. Dus die expliciet die je daarin stelt. De voorzitter: Mevrouw Nijman, aan u het woord. Mevrouw Nijman: Ja, voorzitter. Dank u wel. Terecht dat erom gevraagd wordt, want we hebben die leidraad grote projecten echt ontwikkeld daarvoor. Ik heb eigenlijk geen vraag voor de indieners, maar wil wel even aangeven dat het altijd een. Er zijn zes factoren en het is altijd een weging van die zes of je de leidraad inzet. En daarmee moet je voorkomen dat je hem te snel inzet. Maar je moet soms ook even scherp naar mekaar durven zijn van: zouden we hem hier niet inzetten. Want iets wat niet complex lijkt, kan complex worden. Voor deze situatie vind ik de afweging wel mager en zou ik hem niet inzetten. Maar ik vind het volledig terecht dat fracties elkaar daarin scherp houden. De voorzitter: Mijnheer Smeenk, aan u het woord. De heer Smeenk: Ja, voorzitter.

Ik denk ook dat we moeten oppassen dat we niet alle projecten met het gebouw hier achter, de Viking of de MIMIK, gaan lopen vergelijken om alles in leidraad grote projecten te gaan verwerken, omdat we overal risico’s en beren op de weg zien. De voorzitter: Ik stel voor dat we naar het college gaan. De portefeuillehouder. Mijnheer De Geest, aan u het woord. De heer De Geest: Ja, voorzitter. Dank. Voorzitter, wij ontraden als college dit amendement. Bij de sporthal Bathmen worden de normale stappen en fases toegepast van projectmatig werken en van risicomanagement. En dat geldt ook voor de besluitvorming door uw raad. Dat betekent dus ook dat u als raad een voorlopig ontwerp met kostenschatting en later ook een definitief ontwerp met kostenraming en risico’s en beheersmaatregelen ter besluitvorming krijgt voorgelegd. En dat heb ik u ook eerder al aangegeven. Dus daar waar mevrouw Zegel zegt:

60 we worden alleen geconsulteerd. Nee, dat was vorige week een moment om te kijken hoe u tegen variant 2B aankeek. Ik heb toen ook aangegeven dat u gewoon nog expliciet besluitvorming voorgelegd krijgt voor een aantal andere fases met de bijbehorende informatie die u daarbij nodig heeft voor zo’n besluit. Dus voorzitter, de raad die kan daarmee dus ook gewoon haar kader stellende rol, maar ook haar controlerende rol met betrekking tot de uitwerking van dat scenario 2B gewoon uitvoeren, daar een besluit over nemen, en daar ook op bijsturen als dat nodig is. Dat kunt u ook gewoon. Dat blijft. En daar verandert de leidraad dan ook niets aan en voegt er niets aan toe. Wees ook zuinig op het gebruik van de leidraad, zou ik zeggen. Die is ook lang niet altijd van toepassing, ondanks dat één van de indicatoren die u noemde in uw bijdrage, substantiële financiële gevolgen, dat dat er eentje is die hier van toepassing is. Maar dan, en dat werd net ook gezegd, geldt het wel voor meer projecten. Waar trek je dan die grens. Het college wil u dan ook voorstellen, want dat is natuurlijk ook iets wat u wel vaker zegt volgens mij als raad. En dat hoor ik ook in de discussie hier. Dat wanneer wij dat geëvalueerd hebben, hoe werkt dat nou met die leidraad. Wat valt daar nou wel en niet onder. Dat we daar dan dat gesprek ook voeren vanuit: wat is nou een project wat daar echt onder zou vallen.

Voor dit project zien we dat niet voor ons en achten we het ook niet noodzakelijk. Maar laten we dat gesprek voeren bij die evaluatie. Deze ontraden we. De voorzitter: Dank aan het college. Tweede termijn, mevrouw Zegel. Aan u het woord. Mevrouw Zegel: Ja, dank u wel, voorzitter. Volgens mij gaat de raad over welke projecten ze onder de leidraad grote projecten wilt doen. En vandaar ook dat ik het bij deze voorstel. U heeft het al over de 2B variant. Daarover heeft u ons geconsulteerd. Maar wij hebben niet diep daarover in gesprek kunnen gaan. Dat volgt nog, zegt u. Maar we gaan er wel op voorhand alvast mee aan de gang. We gaan het voorbereiden. Dat heeft u zo gezegd. En ik wil daar wel over wegen, dat overwegen van: misschien moeten we wel nadenken of dit de juiste grote is. Ik heb in de consulterende sessie ook gevraagd van: als we nu bijna energieneutraal gaan bouwen, waarom niet energieneutraal. Of waarom niet nog een stapje hoger. En dat soort stappen, die kun je in die leidraad wel oppakken. Daar heb je iedere keer expliciete keuzemomenten. En nu zijn we geconsulteerd. We vinden allemaal die nut en nootzaak. Die zien we allemaal zitten. Ik ben bang dat dit nu te snel gaat en heel voortvarend, omdat het in 2025 klaar moet zijn. We willen dat allemaal. Maar ik wil, en mijn mede indieners ook, en GroenLinks wil dat vooral. We moeten zorgvuldig zijn.

En laten we ons nou niet laten verleiden van: het is simpel. Het valt allemaal wel mee. Het is behoorlijk wat geld. En 10 procent afwijking is gewoon een miljoen of meer. De voorzitter: Uw punt is volgens mij helder. Anderen die behoefte hebben aan een tweede termijn? Nee? Dan sluiten wij de behandeling van dit amendement af. Dat was amendement 8.6. En dan gaan wij door met amendement 9.1 in programma 9 en dat is jeugd. Mijnheer Korendijk, u heeft een amendement ingediend voor de evaluatie afwachten preventie jeugd. Aan u het woord. De heer Korendijk: Dank u wel, voorzitter. Het college stelt voor om ruim drie miljoen euro te steken in de voortzetting van dertien preventieprojecten in 2023 en 2024. Dat stelt het college voor zonder dat er een uitgebreide evaluatie ligt over de afgelopen jaren. De raad wordt dus gevraagd om ja te zeggen tegen deze projecten zonder dat we weten of deze projecten wel het gewenste effect hebben. Daarom is het voorstel van de VVD en ook Gemeente Belang. Deventer Belang, sorry. Ik hoop dat ze hem nog steunen. Om eerst de evaluatie af te wachten van de projecten voordat we het geld vrijgeven. De voorzitter: Dank. U steunt nog steeds, mijnheer Kleine Schaars? De heer Kleine Schaars: Dat is, denk ik, in het kader van door de bomen het bos niet meer zien. Maar wij steunen nog steeds.

De voorzitter: Zijn er vragen aan meneer Korendijk over dit amendement? Mevrouw Nijman, aan u het woord.

61 Mevrouw Nijman: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik vraag me af of meneer Korendijk redenen heeft om te twijfelen aan de effectiviteit van die projecten. Of is het een principekwestie, dat we niet opnieuw besluiten. Dat we niet opnieuw besluiten als er nog geen evaluatie ligt. Of zijn er zorgen over de uitvoering van de projecten? De voorzitter: Mijnheer Korendijk. De heer Korendijk: Er zijn geen zorgen per se dat de projecten niet werken. Het gaat met name over: we zetten nu al geld vast voor. Eigenlijk besluiten we nu al dat projecten doorgaan zonder dat we echt weten of het werkt. Want u kunt waarschijnlijk ook niet zeggen dat het werkt. Maar u kan ook niet vertellen dat het niet werkt. Dus laten we eerst consulteren of ze werken. En dan kunnen we een beslissing nemen of we het doorzetten, ja of nee. De voorzitter: Eerst meneer Roetert. Mijnheer Roetert. De heer Roetert: Dank u wel, voorzitter. Verspreken qua partijen gebeurd vaker, maar daar moet u zich niet teveel zorgen over maken. Wat ik even graag wil vragen is: u stelt dat er eerdere projectperiodes moeten worden vergeleken. Heeft u er rekening mee gehouden dat we de afgelopen twee jaar wat anders zeiden. Dat we ander soortige periodes hebben gehad door middel van de corona. Dat we wellicht daar op een andere manier naar moeten kijken als u gaat vergelijken. De voorzitter: Mijnheer Korendijk.

De heer Korendijk: Voorzitter, wij gaan natuurlijk niet zelf die evaluatie uitvoeren. Dus ik ga ervanuit dat het college daar zeker rekening mee houdt bij de evaluatie van de projecten. Dank u wel. De voorzitter: Dank. Mevrouw Schmidt. Mevrouw Schmidt: Dank u wel, voorzitter. Het is niet zo zeer een vraag aan de indieners, maar wel aan de wethouder. Wat is het effect op de projecten als we dit amendement aannemen? De voorzitter: Dank. Mevrouw Zegel. Aan u het woord. Mevrouw Zegel: Ik denk: dank, mevrouw Zegel. Ik was even in de war. Mijnheer Donkers, u was heel snel. En we doen het al zo snel vandaag. De voorzitter: Zeker. Mevrouw Zegel: Voorzitter, ik snap heel goed wat meneer Korendijk bedoelt en beoogt met dit amendement. Waar ik bang voor ben is de continuïteit van projecten. Soms zijn projecten ongelofelijk goed en weten we van: eigenlijk zouden ze zelfs een standaard moeten worden en niet als project door moeten gaan. Ik wil de continuïteit van projecten niet tegen gaan. En in hoeverre houdt dit amendement daar rekening mee? Heeft meneer Korendijk daar rekening mee gehouden? De voorzitter: Mijnheer Korendijk, aan u het woord. De heer Korendijk: Voorzitter, bij een goede beleidscyclus hoort gewoon evaluatie. En uit evaluatie blijkt of het project wel of niet werkt.

En als een project uitzonderlijk goed presteert, dan moet het gewoon onderdeel worden van de normale beleidscyclus. En dat komt dan uit die evaluatie. En dat kunnen we dan besluiten. En ik zie niet in hoe een evaluatie, zeg maar, dat tegen zou kunnen houden. Eerder nog bevorderen. De voorzitter: Mevrouw Van der Mik, aan u het woord.

62 Mevrouw Van der Mik: Dank u wel, voorzitter. Kan meneer Korendijk aangeven wat de reden is dat hij in 2022 die evaluatie plaats wil laten vinden? Want als ik naar de projecten kijk, dan vragen die niet per definitie dan om een evaluatie. Ik kan me ook voorstellen dat sommige projecten inderdaad liever een duur van vier of vijf jaar hebben alvorens je ze evalueert. Dus wat is de behoefte aan het jaar 2022 om te evalueren anders dan financieel gedreven? Want er is wel een financiële wijziging heeft er plaatsgevonden. De voorzitter: Mijnheer Korendijk, aan u het woord. De heer Korendijk: Een paar jaar geleden heeft het college deze projecten voorgesteld aan ons. Daar heeft toen in de begroting hebben we daar voor gestemd. En dan vind ik het niet meer dan logisch dat je als raad zegt als er nog een keer om geld gevraagd wordt van: komt u eens met een evaluatie. En als uit de evaluatie blijkt van dat het voor x projecten toch nog te vroeg komt, dan vind ik dat ook goed. Maar ik kan mij niet voorstellen dat je na twee of drie jaar helemaal niks zou kunnen zeggen over de effectiviteit van de projecten. En als je er echt niks over kan zeggen, dan kun je jezelf afvragen of zo’n project wel doorgezet zou moeten worden. De voorzitter: Mevrouw Leget, aan u het woord. Mevrouw Leget: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik zou nog wel een slag dieper willen gaan.

Want het college geeft namelijk aan dat deze projecten zichzelf in principe terug verdienen. En daardoor tot minder uitgaven leiden in het jeugdhulpbudget. En dat de projecten worden stopgezet als ze tussentijds niet het gewenste effect hebben. Dus ik vraag mijn vraag aan u: lijkt dit voorstel dan niet enorm vertragend? Wij willen toch een slagvaardig college? De voorzitter: Mijnheer Korendijk, aan u het woord. De heer Korendijk: Dank, voorzitter. De roep. Er staat al, zeg maar, ook in de beantwoording van uw vragen dat het college sowieso bezig gaat met een evaluatie. Dus die evaluatie gaat sowieso komen. Dus in die zin verandert dit amendement daar niks aan. En daarnaast. Wat ik zo mooi vind. Wij hebben die projecten ooit ingesteld met een bepaald doel. En dan is het juist mooi als je alle projecten naar elkaar zet en dan over alle projecten, zeg maar, een integraal beeld kan geven. Want als je het per project afzonderlijk weer gaat kijken, dan heb je de overkoepelende doelen weer niet in het oog. Ik besef me dat ik heel ambtelijk nu ga reageren. De voorzitter: Dat is toch de ambtenaar in u, mijnheer Korendijk. Mevrouw Leget, is het ambtelijke antwoord van meneer Korendijk voor u voldoende? Mevrouw Leget: Het antwoord is voldoende. Mijn zorg blijft staan. Dank u wel. De voorzitter: Dank u, mevrouw Leget. Mevrouw Stegeman, aan u het woord. Mevrouw Stegeman: Ja, dank u wel.

Ik denk dat bij dit soort trajecten we ook het college de ruimte moeten geven om daar ook. Tuurlijk willen we evalueren. Maar als dingen niet werken, dan gaat het vaak over in andere projecten. Dus ik heb juist de behoefte om dat niet allemaal apart te gaan evalueren. Dus laat dat gewoon ook waar het, bij de uitvoering. En ga niet daar nu bij voorbaat al. En wat ook nog een nadeel is, is dat je als je het nu niet los laat of door laat gaan, dan geeft het ook heel veel onzekerheid. En daarom is er nu volgens mij ook afgesproken. Of het idee is ook om dat door te laten lopen. Ook om die onzekerheid uit die projecten te halen. Dus ja, ik zou zeker niet dat nu allemaal weer overkoepelend willen gaan evalueren. Dat lijkt mij alleen maar belemmerend werken voor het goede werk wat er wel gebeurd. De voorzitter: Behoefte aan een reactie, mijnheer Korendijk? Ja, aan u het woord. De heer Korendijk: Ja, goede projecten hoeven zich niet zorgen te maken. Want het geld staat er nog. Dat gaat ook niet weg. Dus als uit de evaluatie blijkt dat het project goed functioneer, dan gaat het door. Het enige is als er

63 projecten tussen zitten die niet functioneren of we bepaalde projecten hebben die juist extra geld nodig hebben voor andere projecten, dan kunnen we dat juist bij die evaluatie bespreken. Dus ik denk dat projecten die niet functioneren zich zorgen zouden moeten maken. Maar projecten die gewoon goed functioneren hoeven zich wat mij betreft geen zorgen te maken. Het is ook niet dat we dan nieuw geld moeten vinden. Het geld gaat niet weg. Het staat alleen als reservering erin. En dan moet er alleen nog akkoord op komen van de raad. De voorzitter: Mevrouw Van der Mik, aan u het woord. Mevrouw Van der Mik: Hoor ik u nou zeggen dat de raad dus uiteindelijk erover gaat of een project wel of niet functioneert? En welke kaders, oftewel welke prestatieafspraken, hangt u dan op aan het wel of niet functioneren van een preventief project? Want zoals mevrouw Leget al aangeeft. Heel veel preventieve projecten verdienen zich op hele andere terreinen terug. Dus waaraan hangt u dan dus die beslisboom op of een project wel of niet functioneert? De voorzitter: Mijnheer Korendijk, aan u het woord. De heer Korendijk: Ja, voorzitter. Het college voert de evaluatie uit. En op basis van de evaluatie kunnen wij ons oordeel vellen. De voorzitter: Dank. Ik zie u knikken, mevrouw Van der Mik. Ik stel voor dat we richting het college gaan. Meneer Rorink, als ik mij niet vergis.

Mijnheer Rorink, aan u het woord. De heer Rorink: Ja, voorzitter. Dank u wel. Voorzitter, los van dit amendement en onderwerp werd ik heel erg warm van de woorden van mevrouw Stegeman. Die een vurig pleidooi hield om wat meer vertrouwen in de uitvoering te hebben die ze bij het college neerleggen. Waarvoor dank, mevrouw Stegeman. Fijn. Even alle gekheid op een stokje. In theorie, in theorie, zou de VVD gelijk hebben met dit amendement als je inderdaad, als het over deze projecten gaat, kunt zeggen: wij zijn nu ruim of bijna drie jaar onderweg. En wij vragen nieuw geld als college om nog twee jaar deze projecten voort te zetten, waar wij in geloven. Dan zou het heel terecht zijn dat u als raad zegt: nou, college. Leg ons maar eens eerst even voor: hoe waren nou de ervaringen van die eerste drie jaar. Helaas is dat niet het geval. En dat komt, op het moment dat wij de projecten zijn gaan opstarten nadat u het geld beschikbaar heeft gesteld. Dat was de eerste trouwens van Hugo de Jonge. Toen wilden wij samen juist met de partners in het veld, de GGD, de scholen, zorgaanbieders, wilden wij die projecten bemensen. Nou, toen brak corona uit. En toen hebben wij gezien dat een flink aantal van die projecten niet de prioriteit van de GGD, de scholen en zorgaanbieders en jeugdhulpverleners waren. Dus dat heeft een tijd op zich laten wachten.

En eigenlijk zijn pas de eerste, zeg maar, twee jaar geleden echt gaan starten. Maar er zijn er ook één of twee bij die pas een jaar geleden zijn gestart. Dus wij hebben nog nauwelijks, zeg maar, projecten die 1,5 of 2 jaar draaien, waardoor je, zeg maar, evaluaties kunt loslaten waar u ook wat mee kunt. Die ook zorgvuldig zijn. Dat is één van de redenen dat wij als college hebben gezegd: het zou goed zijn om bij de gelden die weliswaar niet gelabeld zijn voor de jeugd, maar die we wel binnen hebben gekregen, een deel daarvan te reserveren voor twee jaar voortzetting van deze projecten. Twee keer over 1,5 miljoen euro. Neemt u van mij aan: deze projecten zijn standaard elke maand bij mij op de tafel in het portefeuillehouders overleg. En dan gaan wij ook elke maand kijken: welke projecten lopen goed. Welke projecten hebben wat bijsturing nodig. Welk project, en dan praat ik in enkelvoud, loopt wat minder. Dus wij volgen dit goed. Ik volg dit goed namens het college als portefeuillehouder. En mijn advies aan u als raad zou zijn om op basis van de argumenten die ik net noemde dit amendement zo niet aan te nemen. Geef ons nog een vervolg hiervan, zodat wij bijvoorbeeld in 2022 bij die projecten die we zijn gestart en die dan 2,5 tot 3 jaar lopen wel met een goede evaluatie kunnen komen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://deventer.notubiz.nl/document/10831218/1/2021-11-10_Transcript_Raadsvergadering_Begroting_2022_gemeenteraad_Deventer