2021-11-10Transcript Raadsvergadering Begroting 2022 gemeenteraad Deventer
Tekst van het document
De heer Kaya: Ja, voorzitter, allereerst wil ik mevrouw Van der Meer bedanken voor de compliment over onze schriftelijke vraag, die wij hebben gesteld over dit problematiek namelijk, de huisvesting van de arbeidsmigranten. Het was chic geweest als de Partij van de Arbeid ook met ons deze motie hadden mee ingezet, want mijn vraag aan de fractie van de Partij van de Arbeid is: waar waren zij de afgelopen jaren, toen dit problematiek er al heel lang dus was? Want volgens mij is dit niet van nu, dit probleem, dit probleem bestaat nu al volgens mij jaren en waar waren zij toen? De voorzitter: Het woord is aan mevrouw Leget. Mevrouw Leget: Ja, dank u wel, voorzitter. Waar wij waren? Wij waren in de wijk en wel in de Rivierenwijk en onlangs in Voorstad en het staat u vrij om altijd aan te haken, dus u kent ons, dus daar bent u vrij in om dat te doen. Het is wel zo, dat in de afgelopen periode, de omwonenden hebben aangegeven dat het in de laatste maanden een probleem is, wat boven het hoofd groeit. Dus ik ben het met u eens als u zegt: dit probleem is niet nieuw, maar wat er wel nieuw is, is dat het probleem ons nu boven het hoofd groeit, de afgelopen maanden. Het stijgt, het neemt hand over hand toe. Nu is het moment om in te grijpen. De voorzitter: Oké, wij gaan terug naar de motie. Wie heeft er een vraag over de motie? Eerst de heer Ledeboer daarna mevrouw Nijman.
Mijnheer Ledeboer? De heer Ledeboer: Het is een, het verhaal is duidelijk en ik denk dat iedereen de zorg deelt. Ik denk dat daar de discussie niet over hoeft te gaan. Het is belangrijk en door mijnheer Kaya eerder goed geadresseerd punt, waar aandacht en zorg voor is. Maar die zorg wordt opgepikt door het college door geld in de begroting ter beschikking te stellen. Wij zitten hier over de begroting aan tafel en ik begrijp niet en daar moet ik toch even helder antwoord op geven, waar het wantrouwen naar uw eigen college vandaan komt dat hij, dat geld dat beschikbaar wordt
15 gesteld, niet op de juiste manier wordt ingezet? Ik snapt niet waar die motie, gekoppeld aan de begroting, vandaan komt, terwijl in de begroting het geld gereserveerd staat? De voorzitter: Mevrouw Leget, aan u het woord. Mevrouw Leget: Ja, dat heb ik zojuist ook aangegeven. Er mist in de begroting een integraal plan van aanpak op de drie gebieden, namelijk huisvesting, ondermijning en malafide uitzendbureaus, die op dit moment werkzaam zijn in Deventer. En daar voldoet, wat onze fractie betreft, deze begroting nog een aanvulling. De voorzitter: Ik ga naar mevrouw Nijman. Mevrouw Nijman-Visser: Ja, dank u, voorzitter. Een deel van mijn vraag is al beantwoord. Mijn vraag, die nog openstaat is: heel lang was het postcodebeleid afdoende om dit in de greep te houden. Heeft u ook het idee dat, u zegt, handhaving staat met handen in het haar, heeft u ook het idee dat wij te weinig middelen hebben om te handhaven of gaat het om de hoeveelheid handhavers? En mijn andere vraag bij de motie is: dit gaat heel erg uit vanuit het negatieve. Het is een probleem. Doelt u met het maken van een visie ook op de positieve kant, want we hebben de arbeidskrachten ook nodig en ze verdienen ook bescherming en degelijke huisvesting? De voorzitter: Mevrouw Leget, aan u het woord. Mevrouw Leget: Ja, om met dit laatste te beginnen, dat zeker natuurlijk.
De mensen leven in onze ogen, nou, ik kan wel zeggen, gewoon erbarmelijke omstandigheden, veel te veel mensen in te kleine woningen met weinig faciliteiten, waardoor zij hun behoefte soms op andere plekken moeten doen, buiten, in het groen, bij spelende kinderen. Tijdens de rondleiding, vorige week in Voorstad, was ook iemand van Handhaving aanwezig. Daarbij werd aangegeven dat er een koppeling mist met het handhavings- en uitvoeringsbeleid, dus dat ze ook soms, dat zij met handen, dat ze gebonden zijn, zeg maar, in het stellen van prioriteiten en ik kreeg de indruk dat er ook te weinig capaciteit was. Nou, ik denk dat dat voldoende antwoord is op uw vraag. De voorzitter: Tot slot nog een vraag van mevrouw Van der Meer en dan gaan wij rusting richting het college. Mevrouw Van der Meer. Mevrouw Van der Meer: Dank, voorzitter. Dan, bij het laatste roept het toch wel de vraag op waarom de PvdA bij de voorjaarsnota over de motie Extra capaciteit verdeeld heeft gestemd? De voorzitter: Wellicht kan Mevrouw Leget dat nog beantwoorden. Mevrouw Leget: Ja, ik kan natuurlijk niet aangeven van waarom er verdeeld is gestemd.
Wat ik wel aan kan geven, is dat dit probleem nu hand over hand toeneemt en mij in ieder geval en onze fractieleden de afgelopen maanden veel problemen bereiken, problemen, die omwonenden heel concreet aan kunnen geven, aan kunnen wijzen waar het gebeurt, waarbij de Handhaving aangeeft: ja, het is voor ons heel erg moeilijk, wij staan aan de voordeur en mensen lopen soms aan de achterdeur er weer uit. Dus om nogmaals de urgentie aan te geven: wij zitten nu in november, de voorjaarsnota was een half jaar geleden. Dit probleem groeit ons boven het hoofd. De voorzitter: Toch nog een vraag van mevrouw Schmidt, aan u het woord. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Dank u wel, voorzitter. Geen vraag, wij zijn mede-indiener en er werd net een vraag gesteld over of deze problematiek nieuw is en waarom wij er nu iets aan zouden moeten doen. Deze problematiek is niet nieuw, want 10 jaar geleden liepen wij al rond in de Voorstad met onze partij en toen was de overbewoning achter het station al een probleem. Wat wij zien, is dat corona vooral de reden is waarom mensen nu in de problemen komen, omdat er heel vaak een koppeling is tussen werk en huisvesting en op het moment dat het werken stopt, stopt de huishouding ook, de huisvesting ook en kunnen mensen geen kant op. En wij zijn blij dat
16 het college nu extra geld vrij heeft gemaakt, maar wij vinden het wel belangrijk, als wij als raad ook gewoon vinger aan de pols kunnen houden en gewoon ook kunnen volgen, wat er gebeurt en bij kunnen sturen op het moment dat wij dat nodig vinden. Daarom dienen wij deze motie mede in. Dank u wel De voorzitter: Dan stel ik inderdaad voor dat wij naar het college gaan. Mijnheer König, aan u het woord. Mag ik u uitnodigen om een goed voorbeeld te geven aan uw mede-collegeleden en het kort en bondig te houden eerst. De heer König: Ja hoor, daar kunt u van op aan. Dank u wel, voorzitter. Het college is erg positief over deze motie, omdat de erkenning van de problematiek, maar goed, die zit ook in de motie of in de begroting zelf, omdat wij het natuurlijk zelf ook aangegeven hebben geld te zullen uittrekken, willen uittrekken voor een betere aanpak van die problematiek, met name in de Rivierenwijk, maar het speelt ook in andere buurten. Ik maak er wel een kritische kanttekening bij: er zitten een paar concrete aandachtspunten in, in het dictum, punt B, de aanpak van malafide uitzendbureaus. Daar zijn we volop mee bezig. Wij zoeken daar ook de grens in op, want wat wij zien is dat het uitzendbureaus een soort hiphopbeleid voeren, steeds weer ergens anders verschijnen. We kijken nu, wij zoeken echt de grens op om te kijken of we het ook structureel kunnen aanpakken.
Ook het punt C, is wat mij betreft, een belangrijke nieuwe wet, die ook kaders gaat geven, die ons gaan helpen, maar punt A, daar aarzel ik wel en dat is niet omdat ik niet tot een visie wil komen, want ik hecht er zeer aan dat wij dat, die problematiek die zoveel omvattend is, wij kunnen niet zonder arbeidsmigranten, maar de manier waarop wij in onze samenleving omgaan met arbeidsmigranten, dat is soms echt schandalig, dus wij willen daar echt wel een goede aanpak, maar ik kan u niet beloven dat die in februari klaar is. Als u echt van mij een goede visie en goede aanpak wil hebben en daar ga ik vanuit, dan hebben wij daar meer tijd voor nodig, maar ondertussen zijn we wel bezig, dus het is niet zo, dat wij zeggen: nou, voorlopig maken wij alleen papier en dus gebeurt er niets. Nee, wij zijn volop bezig en extra capaciteit voor handhaving en we hebben extra middelen, maar tijd voor om daar echt een integrale aanpak te ontwikkelen kost gewoon wat meer tijd en ik denk dat we die tijd moeten nemen. Dat zou mijn advies aan de raad zijn. De voorzitter: Dank, mijnheer König. Behoefte aan een tweede termijn? Mevrouw Leget. Mevrouw Leget: Ja, dank u, voorzitter. Even een vraag aan de portefeuillehouder in deze: hoeveel tijd denkt het college hiervoor nodig te hebben? De voorzitter: De portefeuillehouder.
De heer König: Mijn voorstel zou zijn om, in lijn met wat u eigenlijk ook vraagt, om te zorgen dat wij voor de voorjaarsnota die zaak geregeld hebben, in ieder geval die visie klaar hebben, want dan kunnen wij ook kijken of er inderdaad extra middelen nog ten opzichte van het budget dat we nu uittrekken, nog nodig zijn en dan kunt u daar in de voorjaarsnota een besluit over nemen. Dus zo rond de zomer moet dat zeker klaar zijn. De voorzitter: Mevrouw Nijman. Mevrouw Nijman-Visser: Dank u wel, voorzitter. Ik zou het college nog de suggestie willen doen om bij B vooral niet alleen te lezen: pak malafide uitzendbureaus aan, maar misschien gebruik goede voorbeelden juist, want er zijn een aantal goede in Nederland. Nou, laat zien hoe het beter kan. Mijn vraag is nog: wij hebben volgens mij al een bouwsteen in de maak voor die visie, namelijk: u moet voor 1 januari een visie hebben op mensenhandel. Hoe hangt dit hiermee samen? En mijn tweede vraag raakt eraan, want we hebben meer beleidsterreinen, voorzitter, waarin wij een koppeling maken met het uitvoeringsplan Handhaving, waarin wij het beleid vaak wel hebben, maar dan het misgaat in het uitvoeringsplan Handhaving.
Hoe kunnen wij dat bij deze dan voorkomen, want het postcodebeleid op verkameren hebben wij al jaren, werkte in eerste instantie goed, hoe voorkomen wij nu dat we hier een stukje beleid gaan voeren, maar vervolgens dus alsnog de mist ingaan in de uitvoering? Want dat zou ik zonde vinden, dat verdient de buurt niet en dat verdient de migrant niet.
17 De voorzitter: Ja, allereerst voor dat ik het woord geef aan de portefeuillehouder, wil ik de portefeuillehouder vragen om alleen de vragen die betrekking hebben op de motie te beantwoorden, want u stelt een aantal vragen op een aantal beleidsterreinen en wij bespreken vanavond of vandaag de motie en niet de alomvattende problematiek. De portefeuillehouder. Portefeuillehouder. Dan richt ik mij ook inderdaad even op dat laatste punt. We hebben extra geld voor handhaving, wij zijn tot nu toe vooral bezig met meldingen en dan komen er meldingen en dan gaan we daar op af en daar is altijd capaciteit voor, maar we willen veel meer naar voren en dus veel meer preventief gaan werken en daar ook de handhavingscapaciteit voor inzetten. De extra middelen die nu uitgetrokken worden voor meer capaciteit voor handhaving maakt ook dat we die slag naar voren kunnen maken. De voorzitter: Mijnheer Kaya, voor de tweede termijn. De heer Kaya: Ja, voorzitter, vraag aan de heer König, gaat over: wat voegt deze motie dan toe, dan wat u dan al doet, heeft deze motie dan wel zin? De voorzitter: De portefeuillehouder. De heer König: Voorzitter, het college beschouwt het als een steun in de rug en een oproep om in ieder geval een integrale visie te maken, want dat, nou ja, waren wij wel mee bezig, maar de raad vraagt er nadrukkelijk om.
Als de motie niet wordt aangenomen, dan gaan wij op dezelfde toer door, maar als hij wel wordt aangenomen, dan is het ook goed. De voorzitter: Dank. Ik kijk mevrouw Leget aan. Het college deed wat suggesties: komt er nog een wijziging van de motie? Mevrouw Leget: Ja, het punt 1.A willen wij het college meer tijd voor geven, namelijk voor de zomervakantie te komen met een visie, voor de voorjaarsnota, sorry. De voorzitter: Voorjaarsnota en dat zult u afstemmen met de griffie, wat erin zit. Duidelijk. Sluit ik dit blok af. Over 5 minuten gaat uw vergadering verder. Dat is 15:30 uur. Dan geef ik u even een plaspauze. En dan gaan we verder met de programma’s Leefomgeving en Milieu en Duurzaamheid. Draag ik het voorzitterschap weer over aan de heer König en schors ik uw vergadering. Dank. Programma 3 Leefomgeving De voorzitter: Akkoord. Wij gaan verder met onze vergadering en kom ik toe aan programma 3 Leefomgeving en programma 4 Milieu en Duurzaamheid. Er zijn drie amendementen en twee moties ingediend bij deze twee programma’s. En wij beginnen met de motie Fietsparkeren Deventer Centrum. Wie kan ik het woord geven? Mijnheer Van der Meulen, gaat uw gang. De heer Van der Meulen: Ja, nu doet hij het. Dank u wel, voorzitter. Ja, fietsparkeren.
Wij hebben samen met D66 een motie geschreven, mede-ingediend ook door het CDA en ChristenUnie over het fietsparkeren in de binnenstad en ik wilde beginnen met een korte passage uit onze eigen programma Fiets: “Er is al met al behoefte aan meer stallingsbeleid van de binnenstad en dat is er, al lijkt het structureel te weinig plekken te zijn op strategische locaties in het centrum, waar je al dan niet bewaakt je fiets kan stallen”. Wij hebben natuurlijk twee bewaakte fietsenstallingen, bij de HEMA en het Lamme van Dieseplein, maar geen plekken om je elektrische fiets op te laden. Bij de Lamme van Dieseplein hebben wij natuurlijk het probleem dat de bovenste verdieping slecht wordt gebruikt, weinig wordt gebruikt, de toegankelijkheid laat daar te wensen over. Dan hebben we natuurlijk de bewaakte plekken, wij hebben heel veel functies toegevoegd, maar niet in dezelfde mate, denk bijvoorbeeld aan
18 MIMIK en Eicas, Nieuwe Markt, maar goed, we hebben dus in Deventer een probleem met het fietsparkeren en wat de motie beoogt, is een, moet ik hem er even bij pakken, hij staat er, totaal overzicht … De voorzitter: Uw tijd is voorbij, mijnheer Van der Meulen. De heer Van der Meulen: De minuut is voorbij? De voorzitter: Ja. De heer Van der Meulen: Maar gelukkig u kunt het daar lezen. De voorzitter: Wij zitten in een gezelschap dat kan lezen, dus dat helpt, maar het is misschien voor de anderen ook een waarschuwing, teveel inleiding helpt niet, zal ik maar zeggen. De heer Van der Meulen: Nou, ik wil toch nog één korte aantekening van liefst inderdaad amendementen, dat zei mevrouw Gijsen net ook heel terecht, alleen hier vonden wij het heel moeilijk om daar een amendement van te maken, omdat in de begroting de fietsvoorzieningen wel zijn genoemd, die zijn in het voorportaal terechtgekomen voor iets van 4 miljoen euro, alleen er ontbreekt een concrete actie en daarom hebben wij gekozen voor de vorm van een motie, zodat we een plan maken en bij een volgend besluitmoment, voorjaar 2022, een concreet vervolg kunnen geven. De voorzitter: Uitstekend. Dank u wel. Even kijken nog, van de andere indieners? Mevrouw Stegeman.
Mevrouw Stegeman: Ja, in aanvulling op mijnheer Van der Meulen, we denken dat dit nodig is, die inventarisatie, om de koppelkansen, die wij zien in de binnenstad te gebruiken en het fietsparkeren raakt namelijk aan allerlei domeinen en wij moeten nu weten wat er nodig is. Het is prima ook om op een hoger niveau het parkeren te bekijken, maar wij moeten die inventarisatie maken om te weten waar wij de investeringen straks kunnen doen. Wij hebben heel veel informatie, het zijn allemaal losse stukjes. Wij willen graag één actueel overzicht van wat er nodig is. Dat is, denk ik, wat ik nog even wilde aanvullen. De voorzitter: Dank u wel, dan mevrouw Nijman. Mevrouw Nijman-Visser: Ja, dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Goed om hier dan toch de motie flink toe te lichten. Mevrouw Nijman-Visser: Ja, nee, kijken en wat ik nog aan wil vullen op beiden, want ik hoef inderdaad niet in herhaling te vallen, is: wij hebben geen fietsbeleidsplan meer.
Eigenlijk past het ook niet in het meerjarig beleidsplan, ja, van mij mag één van beiden, het is aan de wethouder waar hij het in kwijt wil of terug naar een fietsbeleid of het in het meerjarenparkeerbeleid opnemen, vind ik ook goed, maar wij moet hier iets mee en ja, de kansen liggen voor het oprapen maar ik heb nu het gevoel dat wij her en der dingen aan het proberen zijn, die nu op een punt zijn, dat wij moeten zeggen: oké, dit werkt, dit werkt niet, dit is een goede plek, dit is geen goede plek, knopen doorhakken en gaan met die fiets. De voorzitter: Oké. Het CDA nog behoefte om ook toelichting te geven? Nee, oké. Dan, sorry, reactie op de indieners. Ja. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Dank u wel, voorzitter. Een hele sympathieke motie. Mijn vraag is eerder aan de wethouder en raakt aan wat mevrouw Nijman net zegt. Wij zijn de afgelopen jaren ontzettend druk geweest met allerlei bereikbaarheidsconclaven: klaveren, fietsplannen, parkeerplannen en onze angst is, deze motie ligt er nu, er komt er straks nog één van de VVD. Onze angst is dat wij straks allerlei plannen gaan zitten schrijven en dat
19 iedereen langs elkaar gaat werken, dus wat wij graag van het college zouden willen, is een idee van hoe wij dit het beste kunnen bundelen, zodat het voor iedereen overzichtelijk blijft, waar wij mee bezig zijn, want wij vrezen dat als we al deze moties vandaag gaan aannemen, dat wij straks ondersneeuwen in informatie en dat wij geen enkele Deventenaar helpen met een goede fietsparkeervoorziening in de binnenstad. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Ledeboer, VVD. De heer Ledeboer: Dank u wel voor de grote eer, die mij wordt toegeschoven voor een amendement van Gemeentebelang. Dat komt mij goed toe, ik vind het wel interessant onderwerp, maar het amendement waar u op doelt, doet nou juist waar u om vraagt. Die samenhang, het gebrek aan losse flodders, dat zit nou juist in dat amendement en dat is wel een amendement, dus wat wel meteen geconcretiseerd is, waar dit natuurlijk een oproep is om iets te gaan doen, is dat het mogelijk maken om het te doen. Dus het is de vraag die u stelt, zit in wezen in dat amendement al opgelost, dus ik zie het niet als een aantal naast elkaar staande dingen, volgens mij valt het ene keurig in het andere. De voorzitter: Mevrouw Schmidt. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Nou ja, voorzitter, dat zien wij anders, want wij zien vooral het voorstel voor het mobiliteitsplan, wat straks dan nog komt.
Daar zien wij vooral de nadruk op parkeren van auto’s en minder op de fiets en wij zouden graag zien, dat wij meer investeren in fietsparkeren in plaats van meer gaan investeren in parkeren voor auto’s. De voorzitter: Mevrouw Eltink. Mevrouw Eltink: Ja, hij doet het. Daar wil ik graag even op reageren, want als u naar het amendement kijkt, dan ziet u dat eigenlijk … De voorzitter: Wij zijn nu bezig met het amendement … Mevrouw Eltink: Ja, maar, daar wordt evenveel gewicht gegeven als aan auto, als fiets. Daar is geen onderscheid gemaakt, het gaat daar meer om de totaalbundeling. De voorzitter: Oké, nou dit punt hebben wij dan voor daarstraks al gehad. Mijnheer Van der Meulen. De heer Van der Meulen: Ja, het was geen vraag aan mij, maar ik wil toch wel even gaan reageren op mevrouw Schmidt, want wat in deze motie staat, is eigenlijk heel smart geformuleerd, staan een aantal punten opgesomd van wat wij graag willen en redelijk op de korte termijn uit te zoeken en ook redelijk op de korte termijn op te lossen. Dat beoogt deze motie. Het mobiliteitsplan, waar wij zo meteen over praten, wel ingewikkeld om dat hier uit elkaar te houden, dat beoogt, volgens mij, veel meer, dus op het moment dat, u heeft het over ondersneeuwen van informatie, daar ben ik dus bang bij bij het amendement en niet bij de motie. Maar goed, dat is het natuurlijk mijn verdediging van de motie.
De voorzitter: Dan mevrouw Stegeman. Mevrouw Stegeman: Ja, in aanvulling daarop, zoals ik het nu zie, de verhouding tussen deze twee elementen, maar wij zullen dat straks dan in detail bespreken, is dit een inventarisatie van wat nodig is en dus en dat er straks in het amendement veel meer gesproken wordt van hoe wij daar dan integraal mee om kunnen gaan en waarbij wij het dan ook heel erg belangrijk vinden dat die fiets daar inderdaad niet in ondersneeuwt in dat grote geweld van autoparkeren et cetera. Dus het zou goed in elkaar kunnen vallen, als wij het dan nog wel misschien een definitiekwesties van wat waar en hoe, maar wij zien dat niet bijten, wij zien wel de noodzaak, ook voor deze motie,
20 omdat wij de inventarisatie van wat nodig is, dat zit niet per se in een mobiliteitsplan, dat is meer het hoe en dit is wat aan de hand is, de behoeftemeting, dus zo zou ik hem willen framen. De voorzitter: Nog even mevrouw Schmidt en dan ga ik naar de heer Aydin. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Ja, dank u wel, voorzitter. Voorzitter, wij zijn het inhoudelijk helemaal niet oneens en wij zitten op dezelfde lijn. Wij zijn alleen bang dat we straks weer heel veel dingen naast elkaar gaan doen, terwijl we juist graag voor de integraliteit willen gaan. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Schmidt. Dan de heer Aydin, Partij van de Arbeid. De heer Aydin: Dank u wel, voorzitter. Ja, de PvdA-fractie is ook positief over deze motie. Wij willen meer mensen op de fiets, dus het is ook logisch om voortvarend te werk te gaan met parkeerplekken voor fietsers. Ik vraag mij wel één ding af: wat is de reden dat 24 maart als deadline is opgenomen in de motie? Gewoon even nieuwsgierig naar, is daar een specifieke reden voor of? De voorzitter: Mijnheer Van der Meulen. De heer Van der Meulen: Ja, hele goede vraag. Goed gezien. Volgens mij wordt op 23 maart, wordt de nieuwe raad geïnstalleerd en nou, het zou mooi zijn als het dan klaar is. De voorzitter: Input voor de volgende coalitiebesprekingen, begrijp ik. Dan gaan wij naar reactie van de zijde van het college, de heer Rorink.
De heer Rorink: Ja, dank u wel, voorzitter. Eén minuut? Want volgens mij, voorzitter, begon hier ongemerkt en onbedoeld en soms bedoeld twee, een motie en amendement door elkaar te lopen, die over de parkeermobiliteit komt zo meteen nog. Voorzitter en ik ben ook de raad erkentelijk voor het feit dat zij, zeg maar, als het gaat om uitvoering van het programma Fiets en dit onderdeel fietsparkeerplekken, mij behoorlijk ontzorgen en stimuleren om zo snel mogelijk tot die uitvoering over te gaan. En tegelijkertijd maak ik deze opmerking, omdat wij over de inhoud van deze motie, college, en u als raad, niet verschillen. Ook wij vinden dit al jaren een belangrijk onderwerp en ook wij willen nu de inkt op het papier van het programma Fietsers opgedroogd, willen wij en zijn wij op zoek naar plekken in die stad en u wordt ook op uw wenken bediend, want u heeft van ons informatie gekregen in de vorm van een raadsmededeling, als het gaat om het vierde Stadsarrangement, waarin een aantal projecten in de binnenstad, zeg maar, worden geactiveerd en waar ook met name dit een goede plek kan krijgen, namelijk waar zijn geschikte plekken om fietsparkeren, in welke vorm dan ook of het bewaakt is of onbewaakt of het met, zeg maar voorzieningen voor elektrische fietsen is of zonder, op een rij worden gezet. Dus over de inhoud zijn wij het eens.
Ik kan wel zeggen namens het college, dat als ik in het vierde Stadsarrangement binnenkort mee wordt genomen is in feite de motie, wat ons betreft, overbodig, zonder dat wij van inhoud verschillen. En ten slotte, voorzitter, een opmerking ook over de datum, 24 maart, ik begrijp nu de argumentatie, die eronder ligt en die kan ik best volgen, maar even voor de goede orde, november en december kun je bijna vergeten, als het gaat om heel invulling aan te geven, dan hebben we nog januari, februari, want zo rond 1 maart moeten dan de bevindingen bij het college zelf liggen. Mijn voorstel is als u daar van maakt: neem het mee in de voorjaarsnota, dan zouden wij aan uw wensen kunnen voldoen. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Rorink. Reactie? Ja, mevrouw Stegeman. Mevrouw Stegeman: Ja, ik hoor nog een ‘als’: “Als wij dat opnemen”. Klopt dat? De voorzitter: Wethouder Rorink.
21 De heer Rorink: Ja, voorzitter, dat is inderdaad Twents, dus met ondertiteling was het misschien wat duidelijker geweest. Ik heb gezegd dat de motie in onze zin overbodig is, omdat wij dit gaan doen, misschien ben ik daar dan heel duidelijk in, wij gaan dit doen in het vierde Stadsarrangement en over de tijdspanne heb ik als laatste een opmerking gemaakt. De voorzitter: Dank u wel. Andere nog? Wat betekent dit voor de indieners? Op het verzoek van het college, is het aanleiding om nog eens naar de termijn te kijken? Mevrouw Stegeman: Wij overleggen hier nog over. De voorzitter: Dan horen wij daar op terug. Dank u wel. Dan gaan wij naar het mobiliteitsplan Binnenstad en periferie. Een amendement van Gemeentebelang, VVD, CDA, PvdA en Deventer Belang. En ik begin bij mevrouw Eltink, vermoed ik. Mevrouw Eltink: Dank u wel, voorzitter. Nou, één minuut, dus we moeten het even kort houden. Nou, net in de discussie werd al aangegeven, we moeten dingen overzichtelijk houden, dingen bundelen, wij sneeuwen onder in dingen en daar is dit amendement nou juist voor bedoeld.
Er spelen zoveel zaken op het gebied van mobiliteit, parkeren, bereikbaarheid en dan praten wij zowel over als parkeren is fietsen, als auto’s, laat het heel duidelijk zijn, dat wij gemeend hebben, dat het goed is dat er een plan komt, waar dat overzicht integraal komt, want voor heel veel mensen is eigenlijk door de bomen het bos niet meer te zien, wat dat betreft, met alle ontwikkelingen die er ook nog aankomen, is het goed om daar een helder beeld van te krijgen, wat integraal is, dus waar zowel auto, als fietsparkeren inzitten, maar ook een stukje bereikbaarheid, want dat is ook een onderdeel van het verhaal en nu heb ik nog drie seconden, dus ja, dat is het. De voorzitter: Er zijn meer indieners, dat helpt. Wie kan ik vervolgens het woord geven? De heer Ledeboer. De heer Ledeboer: Wat dit amendement doet, is eigenlijk een vervolgvertaling geven aan de ambitie die wij als raad eigenlijk heel breed hebben uitgesproken om opnieuw na te denken over de binnenstad. Dat binnenstad 2.0 is in wezen het samen denken met partijen in de stad. Dus ook de ondernemers, ook de bewoners. Daarom hebben we ook heel nadrukkelijk hierin staan dat we een aantal partijen gewoon in positie willen brengen om ook constructief mee te doen. Dat zijn de bewoners, ondernemers, vastgoedeigenaren, fietsersbond.
Juist om die breedte van het gesprek in de stad ook te betrekken in de gemeentelijke planvorming. Zodat je niet naast elkaar werkt en dan tegen elkaar in, met alle weerstand die je daarmee oproept, maar juist in de geest die is ook ontstaan in die plannenmakerij in de binnenstad 2.0, om dat door te vertalen in de knoop die er gewoon al jaren ligt op hoe om te gaan met bereikbaarheid en parkeren en fietsparkeren in de binnenstad. Dus dat is eigenlijk de essentie van wat hier ligt. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Ledeboer. Andere indieners nog, of niet-indieners? Mevrouw Stegeman. Mevrouw Stegeman: Ja. Nou, ik vind het gewoon heel goed om dat integraal te bekijken. Ik denk dat daar … Ik spreek even voor onszelf, maar dat we daar best wij daar wel behoefte aan hebben. Maar ik ben wel een beetje aan het zoeken naar hoe breed en hoe smal is dat dan. Want als ik denk aan een mobiliteitsplan, dan zit daar meer bij dan … Want als ik hoor wat jullie nu zeggen, is het een beetje parkeren plus, om het even oneerbiedig te zeggen. Maar als je het hebt over een mobiliteitsplan, dan zit daar ook bij de kwaliteit van de wegen, de veiligheid, de duurzaamheid, nou noem maar op. En dan haal je wel weer heel veel van stal.
Is dat jullie bedoeling? Dus ik ben een beetje aan het zoeken naar … Het klinkt mooi om het integraal te doen, maar hoever gaat dat dan, en schiet het dan niet hoog over? Dat is mijn angst. Verder goed idee. De voorzitter: Mevrouw Eltink.
22 Mevrouw Eltink: Ja, we hebben het ook mobiliteitsplan genoemd, omdat niet alleen parkeren daarbij centraal staat, of dat nou auto- of fietsparkeren is, maar ook de bereikbaarheid. Want dan kunnen we allerlei plannen bedenken en parkeergelegenheden ergens maken, een stukje bereikbaarheid is daar ook een essentieel onderdeel van, en … Dus ja, daardoor wordt het wel wat breder. En ja, tuurlijk, als je wat gaat aanleggen, want dat zal ongetwijfeld gaan gebeuren in de toekomst, zul je ook een stukje duurzaamheid en dat soort zaken mee moeten nemen, dat is duidelijk. De voorzitter: De heer Ledeboer. De heer Ledeboer: Ik denk dat u even moet kijken, eigenlijk meer in het kader van het bereikbaarheidsconclaaf wat we een jaar of tien geleden gedaan, dat is ook heel sterk uit de samenleving zelf gekomen. Dat hebben we eigenlijk als raad alleen maar omarmd, daar hebben we zelf niet aan meegeschreven. Dat geeft je een kader, nog steeds, waar we nog steeds op door kunnen bouwen, waarbij grote beslissingen die over de Welle of over de Van Oldenielstraat, die vallen nog steeds in dat denkkader. Daarmee creëer je gemeenschappelijk denken. Op basis daarvan kun je doorbouwen. Dat ontslaat de gemeente op geen enkele manier van de verantwoordelijkheid die ze heeft om in alle taken die in de Omgevingswet al zitten opgesloten om die gewoon mee te wegen, dat is onze taak.
Maar het is alleen als je door deze Gordiaanse knoop die het al jaren is, heen wilt komen, zul je een gemeenschappelijk platform moeten organiseren, en dat is dit. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van der Meulen. De heer Van der Meulen: Ja, dank u wel. Ja, ik sloeg ook even aan op mevrouw Eltink, die zei van een stukje duurzaamheid. Dan denk ik altijd van, ja, een stukje duurzaamheid. Wat is dat dan? Maar mijn vraag, laat ik dat aan alle indieners stellen. Want integraal mobiliteitsplan, dat klinkt natuurlijk hartstikke mooi. Maar een plan dat houdt ook altijd in van bepaalde oplossingen. Dus mijn vraag is eigenlijk van, ja, wat is nou de definitie van een integraal mobiliteitsplan. Wat krijgen we dan bij de voorjaarsnota? Is dat dan een plan met alleen de problemen, of is dat ook een plan … Of ook de oplossingsrichting hè. En wat zijn daarbij dan ook de uitgangspunten? Van gaan we uit van een autovrij Welle? Bijvoorbeeld van, daar kun je een plan voor maken. De heer De Boer noemde al, ja, inderdaad dat hangt dan samen met de Van Oldenielstraat. Dus inderdaad van, ja, wat is het uitgangspunt? Misschien is dat dan een stukje duurzaamheid, de autovrije Welle? Dat weet ik dus niet.
Maar belangrijk daarbij ook van, wat is nou de tijdshorizon? Van, je wilt dan een oplossing voor … Is dat over een jaar? Wil je dan de mobiliteit verbeteren? Of over tien jaar of twintig jaar? Dus dat zijn de vra… Of wat verwachten we nu van een integraal mobiliteitsplan? De voorzitter: Mevrouw Eltink. Mevrouw Eltink: Ja. Nou dat we alles niet in één keer op kunnen lossen, dat is duidelijk. Maar in dat plan moet wel een richting zitten. En er zullen een aantal zaken zijn die wij op korte termijn kunnen oplossen. Maar een aantal zaken, zoals bijvoorbeeld een Welle, die op een langere termijn opgelost kunnen worden. We hebben nu niet een klinkklare oplossing liggen dat je zegt van, dat gaan we doen en dan kunnen we het autovrij maken. Dus het is belangrijk om voor ons allemaal ook in beeld te krijgen van, wat speelt er nou allemaal? En dat is bij veel mensen, merk ik, toch best onduidelijk. Wat weten we al? We weten ook al wel een heleboel. Wat weten we nog niet? En we weten een aantal dingen, ja, die gewoon met de ontwikkelingen die gaande zijn, een Kien die eraan komt, een aantal andere zaken, dat wij naar de toekomst toe over een aantal dingen beslissingen moeten gaan nemen. En om daar een goed overzicht van te krijgen, en ook om te kijken wat eventueel nog mist, dat je daar ook gericht op in kunt zetten om dat uit te zoeken.
De voorzitter: Nog even een reactie, mijnheer Van der Meulen?
23 De heer Van der Meulen: Ja, dus wat u betreft zit er dus wel … Is het een plan met een oplossing voor onder andere een autovrije of autoluwe Welle? Mevrouw Eltink: Nou dat is niet gezegd. Je kunt … Uiteindelijk hebben wij als doel dat het autoluw wordt. Alleen ik kan op dit moment niet aangeven wanneer dat gaat gebeuren, omdat dat wel van een aantal factoren afhangt, wat u ook weet, die wij nog zomaar niet opgelost hebben. De heer Van der Meulen: Dus dan is het een on… De voorzitter: Ik probeer iedereen het woord te geven, want anders dan … De heer Ledeboer wacht al een tijdje. Hij komt … De heer Ledeboer: Ja, we moeten uitkijken dat we niet in een hele rare discussie komen over een autoluwe Welle. We hebben die autoluwe Welle gewoon als raad vastgesteld. We hebben de raad … We hebben er een beslissing over genomen in het mobiliteitsconclaaf. Dus die keuze hebben we al gemaakt. Dus het is niet een poging om allemaal keuze te heroverwegen. Er komen een heleboel grote opgaven in de binnenstad komen naar ons toe. De Kien. Ook als je dus een ander parkeerregime doet, het verdringen van parkeren in de schilwijken, daar moet je een antwoord op geven.
Wat gebeurt er op de Worp, wat gebeurt in het Sluiskwartier? Het is gewoon even groter kijken, dat je niet in die ad hoc oplossingen terecht komt, maar gewoon even erboven gaat hangen, wat is er aan de hand en hoe tackelen we dat? De voorzitter: Mevrouw Stegeman. Mevrouw Stegeman: Ja. Dank u wel, voorzitter. Als ik het nu zo hoor, dan klinkt het meer als dat we op iets kortere termijn het parkeerbeleid voor de binnenstad fiets- en auto-inclusief moeten maken. En dat we dan voor de iets langere termijn een echte mobiliteitsvisie moeten maken, want anders denk ik dat we twee keer niks krijgen. Zo klinkt het voor mij. De voorzitter: Even kijken. Mevrouw Nijman. Mevrouw Nijman-Visscher: Nou, ik heb nog aanvullend één vraag over. Op dit moment werken wij volgens mij met een meerjarenparkeerbeleid. Dat heeft volgens mij heel veel losse ingrediënten van wat nu verstaan wordt onder een mobiliteitsplan. Wat is het verschil tussen het meerjarenbeleidsplan zoals we het nu hebben, meerjarenparkeerplan? Waarbij in mijn fractie al werd gezegd, hé, we bespreken elk jaar het meerjarenparkeerprogramma. Dus dat is al één verschil. Maar wat is volgens de indieners het verschil? Moeten we … Betekent dat eigenlijk een upgrade van ons meerjarenparkeerprogramma? De voorzitter: Mevrouw Eltink? Of de heer Ledeboer? Mevrouw Eltink: Ja, het MPP is vorige week aan de orde geweest, zoals u weet.
En dat was een beleidsarm stuk, dus daar kon je in dat opzicht niet zo heel veel mee. En hier zit wel een stuk beleid natuurlijk in dit plan wat we willen hebben dat dat erin verwerkt wordt. En ja, dat is één van de dingen. Maar ook, het MPP dekt nog niet de hele lading, laat ik het zo zeggen. Dat is maar een onderdeel van het hele gebeuren. Want wat net ook genoemd werd. De effecten in de schilwijken, al dat soort zaken, daar zullen we toch nader naar moeten kijken. En ja, als een soort paraplu het eroverheen hangen en dat het voor iedereen ook duidelijk is, en om het ook overzichtelijk te houden. Want dat merk je heel vaak, dat het overzicht bij een heleboel mensen ontbreekt. En als we goede beslissingen willen nemen, is het wel belangrijk dat we een goed overzicht hebben. De voorzitter: Uw voorzitter is zo langzamerhand benieuwd naar de reactie van het college. Mag ik daar naartoe gaan? Wethouder Rorink.
24 De heer Rorink: Ja, voorzitter, dank u wel. Voorzitter, het college kan zich voorstellen dat rondom mobiliteit, en daar horen allerlei zaken bij als OV, autogebruik, fiets-, voetganger, maar ook parkeren en onderhoud parkeergarages en dat soort zaken, dat u daar regelmatig zeg maar stukken van het college krijgt. En als u dat in een redelijk korte termijn krijgt en dan ook nog in een coronatijd, dat u op enig moment zegt, zie ik nog wel door al die bomen die mij worden voorgelegd het hele bos nog wel? Dus in dat kader vindt het college dit amendement helemaal niet verkeerd. Ik kan mij goed voorstellen, als u aan het college vraagt, zou u op een redelijke termijn ons een soort paraplu kunnen aanreiken waarin, wat de heer Ledeboer ook zegt, terecht, zaken als bereikbaarheidsconclaaf van toentertijd nog steeds de basis is voor een aantal zaken die we hier in Deventer regelen, zodat u beter in staat bent om dus de onderwerpen die we u voorleggen te ordenen en de dwarsverbanden te zien. Als u denkt, of als u sommigen van uw raad denken, hier komt een totaal nieuw mobiliteitsbeleidsplan waar we weer tien jaar mee verder kunnen, zo heeft het college dit amendement niet gelezen. Wij lezen het voor de redelijk korte termijn, zodat u beter in staat bent en beter in positie wordt gebracht om het totale overzicht met daaraan hangende deeloverzichten goed te doorzien.
De voorzitter: Dank u wel, wethouder Rorink. Roept dat nog vragen op bij de indieners? Schept dat ook duidelijkheid voor de andere … Nee, mevrouw Stegeman. Mevrouw Stegman: Ja, het is mij nog niet heel helder van wat wij dan krijgen, dat blijft nog boven de markt hangen. De voorzitter: Wat, wat … Hoe kunnen we u helpen? Wat wilt u nog meer weten dan? Want … Mevrouw Stegeman: Ja, ik zie niet wat we dan als input … Wat het product dan wordt. Ik … Ja, het is mij niet helder. Waar houdt dit gebied op? Waar houdt … Wat is het meer dan parkeerinventarisatie? Ja, ik zie het niet voor me, het spijt me. De voorzitter: De heer Van der Meulen. De heer Van der Meulen: Ja, en dat in aansluiting daarop van, is het … Een vraag aan de wethouder. Van is het dan een verzameling? Ja, het wordt ook wel eens een satéprikker genoemd van al het bestaande wat we hebben. Dat we dat op een rij zetten en, nou ja, dat we dan een totaalpakket hebben waar we dan mee door kunnen. En waarom hangt daar dan een bedrag van €40.000 aan vast? De voorzitter: Wethouder Rorink. De heer Rorink: Ja, voorzitter, het amendement is niet van het college. Het amendement wordt door de raad ingediend. En ik heb zojuist geprobeerd duiding te geven aan wat het college denkt te lezen in dit amendement.
En ik denk te lezen, namens het college, dat wij hier inderdaad een samenhang gaan aanbrengen aan de verschillende deelonderwerpen. U mag het een satéprikker noemen. U kunt het ongeveer vergelijken met wat mevrouw Stegeman ook een half jaar, drie kwart jaar geleden heeft gevraagd met betrekking tot, wat doen we nu allemaal op het gebied van fiets? Zo leest het college dit, zodat u dit gemakkelijker bij elkaar kunt brengen. De voorzitter: Die duiding, geeft die nog reactie bij de indieners? De heer Ledeboer: Ik denk dat het inderdaad netjes is om de vraag aan ons te stellen en niet aan het college? Want het is een amendement van Gemeentebelang, VVD en een heleboel andere indieners. De essentie is dat wij als raad goed in positie worden gebracht om over een heleboel complexe informatie die op ons afkomt, gewogen een afweging te maken. Maar niet alleen wij, maar dat ook de partners in de stad, want dat is eigenlijk wel de essentie, meegenomen zijn in dat proces. Dat wij dus niet alsmaar met overvallen, met nieuwe informatie of schijnbaar nieuwe informatie, mensen op de kast jagen, waardoor alle processen ook heel moeizaam worden.
25 Terwijl als het een gemeenschappelijk gedragen idee is, en daarom moeten ze er heel nadrukkelijk bij betrokken worden. Dus als u een vraag heeft over de invulling, is het niet een satéprikker van gemeentelijke plannetjes, maar is het de combinatie van de satéprikker van gemeentelijke plannetjes gematcht aan de satéprikker van de bewonersplannetjes, de binnenstadmanagementplannetjes, de fietsersbondplannetjes. Je hebt een heleboel partijen die zich heel druk maken over die stad. Breng die bij elkaar, dat geeft je een goed beeld. Daar komt … Dat moeten we extern laten schrijven, denk ik. Dat niet één van de partijen dat schrijft, maar iemand brengt dat bij elkaar. En dat vraagt gewoon voorbereidingstijd en geld, en daar komt die €40.000 vandaan. De voorzitter: Is dit voldoende voor dit moment? Dan heeft dit debat geholpen om het scherp te krijgen. Misschien niet voor iedereen voldoende, maar het is wel goed om die duiding … Want het is natuurlijk belangrijk dat we hetzelfde beeld hebben wel. Dus daar was dit debat denk ik functioneel voor. Ik ga met uw goedvinden door naar het volgende amendement, en dat is het startbudget ten behoeve van het 100.000 plus bomenplan. Deventer Belang, de heer Kleine Schaars, heeft het woord. De heer Kleine Schaars: Ja. Dank u, voorzitter. Ik denk dat dit amendement voor zich spreekt.
We hebben in het voorjaar bij de voorjaarsnota unaniem een plan aangenomen, 100.000 plus bomenplan. En dan komt er helaas niets. En als ik nu net de beraadslaging over amendementen en moties heb gehoord, dan gaan hier meer bomen en wouden heen en weer door deze raad dan dat er buiten staan of in de stad. Dat is natuurlijk jammer. En het is eigenlijk ook jammer dat dit amendement nodig is. Dat als wij als raad unaniem iets opdragen, dit college, dat dit college niet zelf met een voorstel en de handschoen oppakt en ermee aan de gang gaat. Als dat dan niet kan, dan moeten wij als raad een amendement als deze indienen en €100.000 startbudget gaan organiseren, zodat dit wel van de grond af komt. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Kleine Schaars. Reactie? Mevrouw Schmidt. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Ja. Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, we staan er niet bij, maar we zijn medeindiener bij deze motie. We vinden het heel belangrijk dat moties uit deze raad worden opgepakt en uitgevoerd, en helemaal als het gaat om bomen. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Van der Mik. Mevrouw Van der Mik: Dank u wel, voorzitter. De fractie van het CDA heeft even de vraag wat er precies met dat startkapitaal beoogd wordt door Deventer Belang om daarmee te gaan doen? We begrijpen de frustratie dat een voorjaarsnotamotie niet op geld wordt gezet.
Tegelijkertijd, goede plannen daar is altijd geld voor te vinden. Dus als er dadelijk een goed plan uit rolt, kan ik me voorstellen dat daar de budgetten ook weer bij gevonden worden wanneer ze noodzakelijk zijn. Maar nu wordt er 100.000 incidenteel gereserveerd. Voor wat? Wat gaat u daar precies … Want welke opdracht geeft u precies het college daarvoor mee? De voorzitter: De heer Kleine Schaars. De heer Kleine Schaars: Nou, volgens mij lag die opdracht bij de motie van de voorjaarsnota al, was hij eigenlijk heel duidelijk. En het college legt hem gewoon naast zich neer. Dus als u daarnaar teruggaat, dan staat ook dat het college daar gewoon mee aan de slag moet, dat ze moeten gaan zoeken naar financiering. Hebben ze niet gedaan. En we krijgen alleen een motie, het kan niet, want in de openbare orde dan gaan onze kosten zover omhoog. Nou dat zijn dingen … Ga terug naar af, kom met een goed voorstel naar de raad, kom met … Zoek met ons draagvlak. Je kunt een prachtig mooi plan van aanpak maken die andere gemeentes al gedaan hebben in Nederland, en dan kun je het bijna kopiëren en dan kan dit college aan de slag. En als zij met een vijfjarenplan komen om dit uit te voeren, vind ik het ook goed. De voorzitter: De heer Van Swigchem, Gemeentebelangen.
26 De heer Van Swigchem: Ja. Dank u wel, mijnheer de voorzitter. We zijn met zijn allen natuurlijk dit voorjaar met die prachtige motie geconfronteerd. En 100.000 bomen is natuurlijk een bijzonder loffelijk streven waar we eigenlijk alleen maar positief over kunnen zijn. Maar als je er goed over na gaat denken dan komt bij mij toch wel een beetje naar boven van, want ik heb ook de mededeling van het college gelezen, waar het hem aan schort als het dan niet doorgaat. En eigenlijk is de vraag aan mijnheer Kleine Schaars, kunnen we ook terug van 100.000 naar een behapbaar deel waar wel mogelijkheden in zijn waar je ook mee uit de voeten kan. Want ik denk dat het grootste deel van de raad misschien niet helemaal in de gaten heeft dat zo’n echt 100.000 bomenplan miljoenen kost, en als we dat echt goed willen doen. En wie bereiken we dan eigenlijk? Want we bereiken vooral die mensen die dan een mooi stukje tuin hebben en daar een huis voor hebben gekocht. Dat kost wel heel veel tegenwoordig, dat snap ik. Maar vervolgens die ene boom ook wel kunnen betalen. En al die mensen op een flat en een balkonnetje in een appartementje, hebben niks aan een 100.000 bomenplan. Dus waar leggen we dan die grens. Dat is toch wel een ding waar we ons even goed moet… Ware het niet dat we het een hele sympathieke oplossing vinden. De voorzitter: Dan gaan we naar de heer Kleine Schaars.
De heer Kleine Schaars: Ja, nou ben ik toch helemaal verbaasd. Ik val … De voorjaarsnota. Volgens mij heeft Gemeentebelang ingestemd, dat was een unanieme motie. Heeft u toen niet opgelet? Bent u nu wakker geworden? Heeft u van de week naar tv gekeken? Heeft u over klimaatadaptatie gehoord? Heeft u over hittestress gehoord? Mijnheer Van Swigchem, elke boom die deze stad plant, of het een particulier is en wij helpen hem erbij, helpt een verbeterd leefklimaat in deze stad te maken. Ik begrijp dat u daarop terug wilt komen. De voorzitter: Mijnheer Van Swigchem. De heer Van Swigchem: Dat heb ik net gezegd, het is een heel sympathiek plan. We hebben daar ook … Maar de reikwijdte van het plan is wellicht ook juist de valkuil van het hele plan. Want die 100.000 bomen … Om aan u een idee te geven, wij hebben 70.000 bomen op dit moment in de gemeente. Daar willen we er 100.000 aan toevoegen. Dat wordt dus inderdaad … Daarstraks had u het over de skyline van Deventer. Dat wordt dan een bos. Hartstikke mooi. En nogmaals, echt, ik wou dat het kon. Maar ik heb mijn twijfels of dit haalbaar is en of we daar dan die €100.000 voor nodig hebben om dat te onderzoeken. De voorzitter: Mevrouw Stegeman. Mevrouw Stegeman: Ja, ik ben … Ik ben wel heel erg verbaasd over wat hier nu gebeurt. Dus ja, het zou toch fijn zijn als daar eerder over nagedacht was. Ja. De voorzitter: Mevrouw Schmidt.
Mevrouw Schmidt-Versteeg: Ja. Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, nou ik val zo wat van verbazing van mijn stoel door de redenatie van mijnheer Van Swigchem dat mensen die in een flat wonen geen boom kunnen kopen en daar dan ook geen profijt van kunnen hebben. Volgens mij, mijnheer Van Swigchem, ongeacht waar wij bomen plaatsen en of die betaald worden door ons, door een particulier of door wie dan ook, hoe te meer bomen wij in onze gemeente hebben, hoe te meer iedereen daarvan profiteert, dus ook mensen in een flat. Dus ik hoor een heleboel woorden, maar ik hoor geen uitleg waarom Gemeentebelang nu in één keer de keutel intrekt en eigenlijk zijn steun voor deze motie intrekt De voorzitter: De heer Van Swigchem. De heer Van Swigchem: Ik wou u alleen maar meegeven dat wij … Of het een haalbaar iets wordt om daar €100.000 voor te trekken, want daar hebben we het uiteindelijk over. Wij zijn nog steeds voor een goed bomenplan, dat mag wat ons betreft ook geld kosten. Maar nog steeds de vraag, en dat was de vraag ook aan mijnheer Kleine
27 Schaars, waar ligt de reikwijdte, waar gaan we meer akkoord en waar liggen die grenzen van het hele verhaal? En wij zullen ons zeker nog beraden over of we hierin meegaan. Dat heb ik helemaal niet durven beweren. Maar er zitten wel veel haken en ogen aan volgens mij. De voorzitter: Mag ik u voorstellen naar de zijde van het college te gaan, ja. Wethouder Rorink. De heer Rorink: Ja, voorzitter, dank u wel. Voorzitter, u weet, het college vindt de heer Kleine Schaars een zeer respectabel raadslid en maakt altijd goede punten hier in de raad. Alleen hij maakte nu een opmerking die mij wel triggert en waar ik graag met hem het gesprek over aan ga. Het college neemt deze motie heel serieus. Het college legt deze motie niet naast zich neer. Ik heb een raadsmededeling hier even snel opgezocht van 26 oktober, voorzitter, die wij aan de raad richtten namens college. En ik lees daar even een zin uit voor waar het mee begint. Het college staat positief ten opzichte van dit plan en heeft al globaal onderzoek laten doen, enzovoort, enzovoort, enzovoort. Waarmee wij aangeven dat de intentie van dit plan door ons wordt omarmd. Naast de 130.000 bomen die wij in Deventer hebben, zouden wij de komende jaren er nog 100.000 bomen wellicht bij kunnen krijgen. Maar dat is niet van vandaag op morgen gerealiseerd. Zo bedoelt de heer Kleine Schaars dat ook niet.
Alleen de discussie die nu gaat ontstaan en de opmerkingen die hij daarbij maakt, lijkt het alsof wij zeg maar op korte termijn dit zouden moeten realiseren. Daar zitten heel veel haken en ogen aan. De heer Kleine Schaars, en misschien kom ik hem daarmee tegemoet, hoeft aan ons niet eens die €100.000 te vragen, want in het programma leefomgeving zijn we al bezig en gaan we ook verder met het in kaart brengen, letterlijk en figuurlijk, waar kunnen we deze bomen in de toekomst planten? Waar kunnen we ze niet planten? Wie kan dat doen? Particulieren? Hoe wordt dat gefinancierd? We hebben u daarover bericht. En het enige waar ik vrij duidelijk in ben op dit moment als het om financiering gaat, dat is dat het college zegt, het planten zelf en of het er nou de eerste honderd zijn of de eerste vijfhonderd, daar hebben wij geen financiële middelen voor binnen het huidige budget. Dat zal een nieuw gesprek met de raad gaan vragen en met het college wat dan op dat moment daarover gaat. Maar wij staan in principe positief in dit plan. Dus … De voorzitter: Helder. Reactie nog van de heer Kleine Schaars, lijkt mij. De heer Kleine Schaars: Ja. Nou triggert de wethouder mij ook, want hij zegt, ja, als dat dan geld is voor de eerst honderd of vijfhonderd bomen. Nou, volgens mij heb je die dan gelijk met die ton. Dus ja, u kunt aan de gang zegt u eigenlijk.
De voorzitter: Maar voor de scherpte, dit geld is maar voor het plan van aanpak en niet voor de eerste vijfhonderd bomen. Zo begrijp ik toch het amendement? De heer Kleine Schaars: Nee, het is en-en. En dat was ook bij de motie in het voorjaar ook. Ga ook in gesprek, kijk of je met particulieren iets kan doen, zoek naar middelen. De provincie heeft dingen. Plant een boom. Er zijn heel veel … En dat onderzoek daarnaar, dat zie ik nergens, die financiering. Dat onderzoek dat mis ik, en dat plan van aanpak dat had ik ook graag gezien. De voorzitter: Wethouder Rorink nog. De heer Rorink: Voorzitter, toen de motie bij de voorjaarsnota is aangenomen, zijn wij onmiddellijk na de vakantie en volgens mij al in de vakantie aan het werk gegaan. En dat is het resultaat ook dat wij in beeld hebben kunnen brengen voor u als raad, hoe die financiering in elkaar zit. Wat stelt de provincie beschikbaar, aan wie stellen ze dat beschikbaar? Namelijk aan particulieren. Maar zij moeten vanuit de gemeente medewerking hebben op het moment dat we het op gemeentelijke grond gaan plaatsen. En dat hebben we dus in twee maanden tijd in beeld gebracht, omdat u daarnaar vraagt. En nu gaan we volgende stappen met elkaar zetten.
Ik zeg alleen heel duidelijk hier, wij willen graag samen met u verder blijven optrekken om te kijken, wat zijn nou de voorbereidingen voor de eerste boomplantdagen als het gaat om deze motie. We hebben nog geen geld voor die eerste bomen, laat staan
28 voor enkele honderden. Dat is een volgend gesprek. Maar wij het volgens mij gewoon eens over het feit dat we met nadere informatie bij u komen wat we nu aan vervolgstappen kunnen doen en wanneer we dat kunnen doen. En daar houdt u ons ongetwijfeld scherp in. De voorzitter: De heer Kleine Schaars. De heer Kleine Schaars: Daar kom ik straks nog op terug. Ik ga er even rustig over nadenken wat de wethouder nu net gezegd heeft. De voorzitter: Lijkt me goed, dan horen wij van u. Dank u wel. Dan gaan we naar de motie renovatie skatebaan Vliegend Hert. Partij van de Arbeid, D66, ChristenUnie, Deventer Sociaal. Wie van de Partij van de Arbeid? Mevrouw Hamstra, ga uw gang. Mevrouw Hamstra-De Jong: Yes. Droom van een skater. Je wilt cruisen, grinden, trucjes op de grond, in een bol, waveramps, spines en halfpipes. Nieuwe skatemogelijkheden groot en klein, variatie voor beginners en pro’s. Bezig zijn met het ontwikkelen van de skills buiten met je vrienden, actief en gezond. We zien het effect van goede voorzieningen voor de jeugd in de openbare ruimte. De console wordt neergelegd en de jeugd trekt erop uit. We zien hoe enorm succesvol de nieuwe skatebaan is en hoe dat een positief effect heeft op gedrag. Op de skatebaan helpen kinderen de ouderen en andersom. En dat is wat wij willen, gezond, positief gedrag in een positieve omgeving.
Petitieschrijvers de jeugd van Deventer, die hebben gisteren … Heeft gisteren een vraag voorgelegd aan het wijkteam, en dat heeft positief gereageerd op de renovatie van de skatebaan en €10.000 ter beschikking gesteld. Dus ik zou zeggen, steunen maar die motie. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Hamstra. Reactie, de heer Ledeboer. De heer Ledeboer: Ik ben erg blij dat het wijkteam het plan heeft omarmd, want dat is ook precies de bedoeling van een wijkbudget. Als de wijk beslist dat iets belangrijk is, daar hebben we dat geld voor gedelegeerd bij die wijkteams. Ik vind het echt heel naar aan dit voorstel dat wij een greep doen in het wijkteambudget om als raad iets te beslissen over het hoofd van het wijkteam heen. Dus ik vind het fantastisch dat het wijkteam beslist wat het beslist. Maar ik zou als raad iedereen echt ten stelligste willen ontraden om als raad een greep te doen in het wijkteambudget, want daarmee blaas je in wezen dat hele principe van dat wijkteambudget op. Dus ik zou zeggen van, leg het terug bij het wijkteam. Als ze het belangrijk vinden dan financieren alles, zeker als er geld over is. Maar als zij beslissen €10.000 eraan uit te geven, dan is het dus €10.000. En voor mij is dan vervolgens de motie overbodig. De voorzitter: Mevrouw Nijman. Mevrouw Nijman-Visscher: Ja, voorzitter, dank u wel. Als mede-indiener van deze motie.
Het wijkteam heeft natuurlijk meerdere dingen waar ze mee bezig zijn. En deze inschatting is normale orde van grootte, waarbij het wijkteam ook zegt, kan dat wel, kan dat niet. Daarbij hebben we als gemeente ook gezegd dat we het ook belangrijk vinden dat bewoners zich verantwoordelijk voelen voor die speelplekjes. Wat niet wil zeggen dat zij, als het om dit soort plekken gaat, de enige zijn die aan de lat staan. Dus volgens mij hebben de bewoners nu de stap gezet die zij kunnen zetten, en wordt nu van de raad een commitment gevraagd om ook te zeggen, help ons om die volgende stap te zetten. Want dit is wel een plek die door bewoners … Waar toezicht gehouden gaat worden, die netjes gehouden wordt. En dat is ook iets wat in het wijkteam wel daarbij betrokken is. De voorzitter: De heer Ledeboer. De heer Ledeboer: Mijn punt is ook niet zo zeer het doel of de … Laat ik zeggen het goede doel van wel of geen skateplek. Mijn zorg is dat de bekostiging wordt gehaald uit het wijkteambudget. En ik vind, dat is nou de essentie
29 dat als je raad zegt, wij schuiven een stuk van onze verantwoordelijkheid dragen wij af aan een wijkteam, dat het dan geen pas geeft om als raad vervolgens te zeggen, voordat het jaar voorbij is. Dit is gewoon … Het boekjaar is nog niet gesloten. Dat we gewoon in dit lopende boekjaar gewoon een greep doen in het wijkteambudget. Ik vind het heel raad. De voorzitter: Goed, geen discussie over het doel, maar meer over het principe. Mevrouw Nijman-Visscher: Nou ja, mag ik daar één … De voorzitter: Ja, nog even mevrouw Nijman. Mevrouw Nijman-Visscher: In de bullet staat heel nadrukkelijk het overschot. Dus dat betekent dat wij die greep pas kunnen doen als het boekjaar wel afgelopen is. En blijkbaar, maar dan zou ik het inderdaad ook even moeten checken, volgens mij gebeurt het bijna elkaar jaar dat er wijkteambudgetten over zijn, en die stromen terug naar de algemene middelen. En dat is zonde als er zo’n goed doel ligt. De voorzitter: De heer Van der Meulen. De heer Van der Meulen: Ja, een vraag in het verlengde van, hoe groot is het overschot van het budget? Dat is een vraag aan de indieners. En tweede vraag is eigenlijk het volgende van, het gaat hier nou om het op te knappen en hoe dat het beste gedaan kan worden. Ik ken deze skatebaan van vijf jaar geleden toen ik daar kwam voor een werkbezoek vanwege de nieuwe skatebaan die er nu is. En het was toen al vervallen.
En we kunnen hem nu gaan opknappen, maar hoe waarborgen we het onderhoud? Dat we niet over vijf jaar weer budget moeten vrijspelen om hem op te knappen. Dus hoe is structureel het onderhoud geregeld? De voorzitter: Mevrouw Hamstra. Mevrouw Hamstra-De Jong: Ja, dat zijn goede vragen. Ik begreep dat in heel Deventer het overschot vijf ton is. Wat het bij dat wijkteam specifiek is, dat weet ik even niet. En wat was er nog meer voor vraag? Het onderhoud. De heer Van der Meulen: Het onderhoud, ja. Mevrouw Hamstra-De Jong: Daar heb ik ook geen antwoord op, op de lange termijn. En hoe die opgeknapt wordt? Ja, opgeknapt, maar dat er misschien ook delen die weg zijn gehaald weer terugkomen. Hoe die opgeknapt moet worden, dat wordt afgestemd met de gebruikers, dat staat in het dictum De voorzitter: De heer Emens wilde ook graag het woord voeren. De heer Emens: Ja, voorzitter, de discussie snap ik voor een deel en voor een deel snap ik het ook niet. Voor ons, alles wat we op de openbare weg zetten, in dit geval is het een openbaar stukje grond, is structureel onderhoud voor de gemeente Deventer zelf. Dus dan allang gemeente Deventer had of de baan weg moeten halen of moeten repareren.
Maar nou ik dat allemaal hoor over het overschot in de wijkteams, misschien moeten we, nu niet, te zijner tijd even kijken, op een gegeven moment daarop gaan kijken hoe het kan dat de wijkteams zoveel geld over hebben. Op de één of andere manier heeft dat met de wijk dan niet gefunctioneerd. Dat vind ik het zonde geld. Dan kunnen we net zo goed zeggen, nou vijf ton nog over, er moet minder geld naar de wijkteams of meer naar de wijkteams. Dus laten we daar in principe een keer een discussie over voeren. En ik snap niet waarom dat ding onderhouden moet worden uit het wijkteambudget. Normaal moet de gemeente Deventer dit doen, het staat op openbare grond. En volgens mij heeft men vijf jaar geleden volgens mij ook de verplichting op zich genomen om het te onderhouden.
30 De voorzitter: Dat zullen we straks even vragen aan de portefeuillehouder hoe dat zit met onderhoud van dit soort onderwerpen. Wie nog? Mevrouw Schmidt. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Ja. Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, als mede-indiener, met deze motie is absoluut niet bedoeld om een greep te doen uit middelen van het wijkteam. Deze motie is opgesteld op verzoek. Het zou bijna een motie uit de motiemarkt kunnen zijn, zo moet u het zien. En voorzitter, wij denken juist precies de andere kant op. We hebben bijna elk jaar een overschot bij de wijkteams. En het zou ons een heel goed idee lijken om elk jaar of elke twee jaar, het is een beetje hoeveel er overblijft, te kijken of we dat geld wat overblijft niet terug laten stromen naar de algemene middelen, maar in een wijk eens iets bijzonders te doen waar normaal het wijkteam met het budget wat ze jaarlijks te besteden hebben, niet aan toekomen. Dus als we deze motie aannemen, zou dat wat ons betreft een mooi precedent kunnen zijn voor de toekomst. Dank u wel. De voorzitter: Dan ga ik naar mevrouw Eltink en daarna naar mevrouw Van der Mik. Mevrouw Eltink: Ja. Dank u wel, voorzitter. Ja, ik zit toch een beetje met dat geld van die wijkteams. Want als het zo omarmd wordt door het wijkteam, waarom stellen ze dan niet het hele bedrag beschikbaar? De voorzitter: Ja, dat weten wij niet hier.
Mevrouw Eltink: Dat hebben … De voorzitter: Mevrouw Van der Mik. Mevrouw Van der Mik: Dank u wel, voorzitter. Ook wij zijn mede-indiener. Sommige projecten zijn prima door het wijkteam te dragen. Sommige projecten zijn wat groter dan het wijkteam zomaar kan dragen, en dan is het goed om dat bovenregionaal zeg maar aan te besteden. Volgens mij is dat precies wat we hier hebben gedaan. En we hebben het bij de voorjaarsnota hebben we een hele mooie motie aangenomen waarin we speelplekjes gaan heroverwegen, kijken hoe we die goed kunnen onderhouden en kijken hoe we die op een goede manier levensvatbaar kunnen krijgen met medewerking van de omstanders en stichting Tevreden. Dus ik zou zeggen, volgens mij zijn we in alle gemakken voorzien of gaan we voorzien. De voorzitter: Anderen nog? Mevrouw Stegeman. Mevrouw Stegeman: Ja, voor ons ook als mede-indiener. Voor ons was het belangrijk … Wij zien … Ik zie het in mijn eigen buurt, of in mijn eigen wijk, ik zie het in de binnenstad, dat … Het is vaak die €10.000 is ongeveer de limit waar wijkteams tot kunnen gaan. En we hebben met deze motie juist geprobeerd om zo snel mogelijk nu hier actie te kunnen ondernemen. En het zit op geen enkele manier volgens mij in de weg met wat er verder is afgesproken. Dus laten we alsjeblieft meters maken. De voorzitter: Zullen we naar het college gaan? Ja? Wethouder Rorink.