2021-06-30 Transcript Raadsvergadering gemeenteraad Deventer (debat VJN)
Tekst van het document
16 helaas nog niet vanzelfsprekend. We dienen de motie Bankjes voor iedereen en de motie Speelaangelegenheden mede in, maar vragen aandacht voor de aangepaste speelgelegenheden. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Schmidt. Dan de heer Van der Meulen heeft een vraag. De heer Van der Meulen: Ja, ik was nog even aan het zoeken naar het antwoord op de vraag van de heer Schuring over het amendement en de motie voor het Burgerweeshuis, want u heeft daar helemaal gelijk in: we gaan veel te langzaam en we waren tot stilstand gekomen, maar dit brengt toch wel weer de versnelling op gang. Dus het gaat misschien niet zo snel als u zou willen, maar er wordt in ieder geval weer flink gas gegeven. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Nou, voorzitter, dat kan je natuurlijk van twee kanten bekijken. Aan de ene kant is het positief, dat heb ik ook gezegd, dat er vanuit de raad weer geprobeerd wordt om het proces sneller te laten verlopen, maar aan de andere kant we hebben nu de gelegenheid om gewoon een keuze te maken en nu na tien jaar praten over de club van de toekomst nu een besluit te nemen, maar het wordt weer doorgeschoven en het is niet klaar voor de begroting, de uitkomsten komen na de kerst, dus we kunnen er dan ook weer niks mee. Dus wat dat betreft, wij hadden het inderdaad liever sneller en beter gezien. Dank u wel, mijnheer Van der Meulen.
De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Schmidt. De heer Van den Nieuwenhof, DeventerNU. U heeft het woord. De heer Van den Nieuwenhof: Ja. Dank u wel, voorzitter. Allereerst dank en respect voor de wijze waarop het ambtelijk apparaat deze voorjaarsnota weer in elkaar heeft gezet en heeft gemaakt. Helemaal top. We hebben een klein, ja, toch wel een heel rot jaar achter de rug gehad. Veel mensen hebben ook het nieuwe nu, het nieuwe leven weer kunnen omarmen, misschien ook niet, maar wij wil ik toch even oproepen als dieptepunt het overlijden van onze collega uit de raad en zijn echtgenoot. Ik denk dat dat ook heel belangrijk is om dat even te memoreren en daar even over na te denken, want alles maar doorgaat, maar uiteindelijk gaat het natuurlijk ook om mensen. Maar wat klonk dat veel belovend: met lef en liefde voor Deventer. Heb je lef nodig om als coalitie te kunnen doen en te laten wat je wilt gezien de stemverhouding tussen de coalitie en oppositie? Hier zou meer aandacht voor moeten besteed met de volgende verkiezingen. Voelen wij ons op de juiste manier vertegenwoordigd? De manier waarop wij als overheid ons presenteren, sluit wat ons betreft als DeventerNU niet altijd goed aan bij de gewone burger c.q. man en vrouw. Met deze voorjaarsnota wordt alles weer strak en goed onderbouwd weergegeven.
Mijn fractie vraagt zich ook af waar de geringe structurele ruimte voor nieuw beleid vandaan komt waar de wethouder het over heeft in haar voorwoord. Samenwerkingsverbanden van bijvoorbeeld Topicus, Vitaal, Witteveen+bos en Saxion geven aan dat er wel degelijk veel wordt gedaan aan de toekomst van Deventer of wordt De Nieuwe Keizer de volgende Viking? Laten we meer omkijken naar Burgerweeshuis, wat de andere collega’s ook al vaak hebben genoemd. Is het opdringen van windturbines lef en liefde voor Deventer te noemen? Wanneer geeft het college eens toe aan de roep van de burger om de hondenbelasting af te schaffen? Ik had het ook net gehoord van Deventer Belang, dus die motie hebben wij ook ingediend. Helemaal goed. Nu in het serieuze Den Haag gesproken wordt blijkt dat bij fracties net als bij de fractie van ons toch te belangrijk is om ook te luisteren naar de hondenbezitters. Net als bij de Viking beschikt ook hierover willen we toch proberen om te zorgen dat de Viking, ja, het is wat het is, maar we willen wel proberen dat we … Even kijken. Nee, dat heb ik niet goed. Tot slot, voorzitter, vraagt mijn fractie om een gedurfde beslissing. Investeer het geld voor de bodycams en de problematiek op de Beestenmarkt in 2021. Volgens mij had de oproep van Tjeerd van der Meulen had dat ook gedaan van GroenLinks. Niet in ’22, maar in het jaar ’21, dus haal het naar voren.
Hiervoor heb je lef en liefde voor Deventer nodig. Dat was het. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, de heer Van den Nieuwenhof. Als er verder geen vragen zijn aan de heer Van den Nieuwenhof dan stel ik voor dat we naar het college gaan. Wethouder Grijsen, u heeft het woord. Mevrouw Grijsen: Ja. Voorzitter, dank. Voorzitter, geachte leden van de raad, dank voor alle beschouwingen ten aanzien van de voorliggende voorjaarsnota die u gedaan heeft. Het college heeft daar ook nog een aantal woorden aan te wijden. U heeft er allemaal op uw eigen wijze al bij stilgestaan. Het lange jaar, het lange anderhalf jaar
17 waarin we wat opgesloten zaten, waarbij het leven van alle Deventenaren en van ons allemaal dus gedomineerd werd door corona en het fijne van de huidige situatie waarin we door een snelle ontwikkeling van vaccins en een grote vaccinatiebereidheid van onze inwoners gelukkig weer teruggaan naar een wereld waar ruimte is voor ontmoeten, voor evenementen en ook voor samenzijn. Het college kijkt met heel veel bewondering naar de flexibiliteit en de veerkracht van de samenleving, de creativiteit van ondernemers en de saamhorigheid die Deventer en de dorpen hebben laten zien in deze moeilijke tijd. Binnen onze ambtelijke organisatie en eigenlijk ook door uw raad is heel veel werk verricht. Er zijn extra taken opgepakt, er zijn duidelijke prioriteiten gesteld en zeker als het gaat om het snel uitvoeren van inkomensregelingen. Ook naar de samenleving … Nu de samenleving zich weer opent willen we er staan. Voor u ligt een voorjaarsnota waarin we niet bezuinigen, en mevrouw Schmidt, dat hebben we ook al een aantal jaren niet meer gedaan, waarin we niet heroverwegen, maar staan voor onze taken richting de samenleving. De onzekerheid, en dat is even een wat vervelende situatie, over de inkomsten na het jaar 2022 maken we voor wat betreft structurele uitgaven even een pas op de plaats, de heer Ledeboer refereerde daar al aan, ondanks dat we incidenteel er best wel goed voorstaan.
Dat heeft een hele simpele reden: wij zijn gewoon verplicht een structureel sluitende begroting aan te leveren en worden daar ook op gecontroleerd door onze toezichthouder, even los van dat we daarover ook afspraken met elkaar maken. Betekent dus ook dat we als we het over het debat van vandaag hebben bij structurele vragen dan toch gaan vragen om een dekkingsvoorstel. Daar hoort wel een relevant nieuwtje bij: we hebben vandaag als college zijn we geïnformeerd over een brief die mevrouw Ollengren ons heeft doen toekomen. Die brief die gaat in op het nieuws wat enige tijd geleden is gepubliceerd dat er incidenteel zou worden bijgedragen voor alle tekorten in jeugd in het land. De brief die wij hebben ontvangen vandaag, en dat gaat dus over het geschil wat er was tussen Rijk en gemeenten, daar is een arbitragecommissie geweest, die heeft wijze woorden daaraan gewijd. Gelukkig heeft het kabinet in ieder geval aangegeven incidenteel tegemoet te willen komen aan de uitspraak van de arbitragecommissie en dat gaan ze bekend maken bij de komende septembercirculaire. Dat betekent dat er een extra bijdrage naar alle gemeenten komt bij de komende septembercirculaire.
We hebben daar vandaag een bericht over ontvangen van een eerste indicatie voor incidentele bijdragen en die eerste indicatie die komt op een bijdrage van eenmalige 9,5 miljoen wat in het Gemeentefonds zal landen en wat daarmee niet geoormerkt is voor een bepaald doel. Het college gaat deze brief vandaag ook met u delen, dus we zullen die met de griffie ook delen dat die in het RIS kan worden geplaatst, en, ja, wij hadden vandaag ook een overleg: wat doen we nu met dit nieuws? We hebben ook wel eens andere situaties meegemaakt. Dat is niet om te relativeren, maar dat is even om aan te geven: we hebben ook wel eens gestaan voor debatten met elkaar waarin we al negatieve circulaires hadden en die hadden we ook met u gedeeld en toen zeiden we later met elkaar kijken wat er aan wensen ligt en laten we een zorgvuldig proces doorlopen richting het volgende moment dat we met elkaar gaan kijken naar de komende jaren. Dat zou dan de begroting zijn. Dus het college doet het voorstel om met u een zorgvuldig proces te doen richting de begroting en het college kan zich voorstellen, want normaal gesproken zouden wij de septembercirculaire niet bij de begroting betrekken, maar een dergelijk fors bedrag kunnen wij ons zeer voorstellen dat u dat zou willen investeren in Deventer.
Als we het hebben over hoe we normaal gesproken met elkaar werken, dan zeggen wij altijd: nou, geen dekking, dan hebben we met elkaar het gesprek: kunt u komen met een keuze om alsnog tot dekking te komen? Het college kan zich voorstellen als moties besproken worden vandaag en het gaat om een incidentele dekking en de raad is in meerderheid enthousiast over het doel wat met een dergelijke motie of amendement beoogt wordt, dat we dan de motie of amendement ter stemming laten brengen en dat we die dan betrekken bij de op te stellen begroting later dit jaar. We hebben met u afgelopen jaar belangrijke keuzes gemaakt … De heer Ledeboer: Even een interruptie. De voorzitter: Ja, de heer Ledeboer. De heer Ledeboer: Even goed snappen. De raad gaat over de begroting … Mevrouw Grijsen: Ja.
18 De heer Ledeboer: De raad stelt amendementen op en de raad stelt moties op. Op dit moment ligt er een pakket van voorstellen vanuit de raad richting de begroting, in de voorjaarsnota. Ik kan me niet goed voorstellen hoe we nu staande de vergadering alle voorliggende moties omwerken naar amendementen. Dat lijkt me echt voor een ander moment. Mevrouw Grijsen: Zal ik … De voorzitter: Ja. Mevrouw Grijsen: Zal ik het even opnieuw proberen te zeggen, voorzitter? Want kijk, wij werden vandaag geconfronteerd met een wat unieke situatie, er is al eerder gerefereerd vandaag: we hebben niet eerder zo’n positief jaarrekeningresultaat gehad. Daar hebben we u het voorstel voor gedaan zoals voorligt bij de voorjaarsnota. We hebben vandaag een indicatie gekregen van een fors bedrag wat incidenteel naar Deventer toekomt waarbij wij voorstellen dat we het betrekken bij de begroting. Vandaag spreekt de raad over moties en amendementen zoals nu voorliggen. Daar zitten een aantal moties en amendementen bij die niet voorzien zijn van een dekking.
Normaal gesproken zouden we dan met elkaar het gesprek hebben als het om incidentele dekking ook gaat: goh, hoe gaat u die dekking voorzien? Het college doet nu het voorstel om daar waar de raad positief is over moties en amendementen, maar geen incidentele dekking heeft geleverd die moties en amendementen wel ter stemming te brengen en dan kan het college die meenemen richting begroting, want dan is de dekking is dus eigenlijk geen probleem, zegt het college. De voorzitter: Mevrouw Sijbring heeft ook een interruptie. Mevrouw Sijbring: Ja, dank u wel. De vraag die net gesteld werd vond ik een goede. Nu ik uw antwoord hoor, denk ik toch we hebben ons natuurlijk voorbereid op een voorjaarsnota zoals die voorligt. Er zullen meerdere fracties zijn die misschien dingen hebben laten liggen vanwege de voorjaarsnota zoals die nu voorligt, dus ik zou het een onzorgvuldig proces vinden als we nu een beetje half zeg maar moties en amendementen erbij zouden betrekken bij deze nieuwe informatie. Dan stel ik toch voor dat we daar een zorgvuldig proces over organiseren, volgens mij was dat ook uw bedoeling, op weg naar die begroting om die extra middelen ook op een goede manier te verdelen, dat we ons daar ook op een goede manier op voor kunnen bereiden. Dus mijn voorstel zou zijn om niet vandaag iets half te doen. Dat versta ik een beetje in uw antwoord en dat zou ik heel erg jammer vinden.
Mevrouw Grijsen: Dat is volstrekt niet de bedoeling, mevrouw Sijbring. Het is alleen we hebben vandaag, zeg maar anderhalf uur geleden, geconcludeerd dat het ook een rare figuur zou zijn als wij nu met elkaar het gesprek zouden hebben over de intenties die u met uw moties uitspreek ten dat we zouden aangeven: we zien geen ruimte voor dekking, wetende dat die brief inmiddels bekend is, en die gaan we dus met u delen. Vandaar dat het college zoekt naar het goede gesprek over de intenties van de moties van vandaag. Ook het college heeft kunnen zien welke voorstellen, ideeën er ook vanuit de raad afgelopen tijd zijn gedaan en die afgevallen zijn bij deze voorjaarsnota simpelweg omdat we het investeringsbudget niet hadden, dus ook in, en dat is allemaal bijgevoegd bij de stukken, en dat zal ook meegenomen worden richting begroting dit najaar en die integrale afweging, dus het voorstel van het college is echt om u integraal af te laten afwegen bij de begroting alle onderwerpen die u zelf belangrijk vindt. Wat ik vooral probeer te zeggen is dat we vandaag vanwege ontbrekende incidentele dekking niet zullen zeggen: we hebben geen dekking, wetende dat dit bedrag eraan komt.
Mevrouw Sijbring: Mag ik dan … De voorzitter: Mag ik voorstellen dat we, niet ter plekke nu hoor, maar dat we met elkaar gewoon vandaag behandelen zoals we het hebben voorgenomen en dat we in het najaar in aanloop naar de begroting nog met elkaar daarover in gesprek gaan. Hoe dat er dan precies uitziet gaan we nu niet met elkaar bepalen, maar daar zullen wij over nadenken over hoe dat gaat. Ja? Uitstekend. Wethouder Grijsen, dan vervolgt u.
19 Mevrouw Grijsen: Ja. Dank u wel, voorzitter. Ik kan me inderdaad voorstellen dat dit nieuws verraste ons ook een beetje en het gebeurt niet zo vaak dat we dit positieve nieuws kunnen brengen, dus dat is ook wel weer fijn voor Deventer in ieder geval. Als ik terugkijk hebben we samen met u in het afgelopen jaar belangrijke keuzes gemaakt en processen gestart. Dan denk ik aan de discussie over wonen en voorzieningen waarin we met elkaar en met de samenleving bepalen hoe Deventer zich ontwikkelt. Dan denk ik aan de ontwikkelstrategie voor het A1 bedrijvenpark en toekomstbestendige bedrijventerreinen, de Kien, slim warmtenet, Zandweert, nieuwbouwschool de Marker en transformatie sociaal domein. We investeren, en ik denk dat we blijven investeren in Deventer en in onze samenleving, met het corona initiatieffonds en het afwegingskader corona helpen we economie en maatschappelijke organisaties om deze tijd door te kunnen gaan. Geld wat we vanuit het Rijk hebben gekregen voor het sociaal domein zullen we waar mogelijk inzetten om te helpen activiteiten weer op gang te brengen. We zijn trots op al onze vrijwilligers en willen door ontmoeten weer te stimuleren onze samenleving weer versterken. We zullen u natuurlijk daarover informeren.
Het werd al eerder gememoreerd door de heer Schuring: dit is de laatste voorjaarsnota van deze bestuursperiode en het college constateert dat we door een fijne samenwerking met de raad veel van de benoemde ambities voor Deventer hebben gerealiseerd met elkaar. Dit was niet mogelijk zonder de enorme inzet van onze ambtelijke organisatie. Veel dank voor deze inzet waardoor we ook vandaag met elkaar vooruit kunnen kijken. Het college ziet uit naar een mooi gesprek vandaag. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Grijsen namens het college. Dan is er nu gelegenheid voor een tweede termijn. Wie zou ik het woord kunnen geven? De heer Van der Meulen. De heer Van der Meulen: Ja. Dank u wel, voorzitter. Ik heb even wat er waren in de verschillende bijdragen waren ook wat vragen gesteld aan het college en ik weet niet of daar nu op gereageerd wordt. Die dus niet betrekking hebben om een motie, maar die betrekking hebben op, ja, meer in zijn algemeenheid. Of de wethouder daar ook nog op gaat reageren. Een van die vragen was bijvoorbeeld van de heer Kaya over Keti Koti en de viering morgen. We zagen inderdaad dat er vorig jaar een motie is aangenomen en we vroegen ons af … Wij vroegen ons ook af met de heer Kaya hoe daar invulling aan wordt gegeven. De voorzitter: Wethouder De Geest, kunt u daar iets over zeggen? De heer De Geest: Zeker, voorzitter.
Dat kan ik, want dan pak ik ook even de motietekst van vorig jaar erbij. Volgens mij was dat trouwens 2019, dus dat is ondertussen alweer twee jaar geleden. Die motie, voorzitter, is ook uitgevoerd, want er werd gevraagd in het dictum: de organisatoren van een jaarlijkse herdenking Keti Koti te helpen bij het vinden van ingangen naar verschillende vormen van ondersteuning en het vlaggenprotocol aan te houden zoals die bij elke landelijke herdenking geldt. Als ik bij die eerste begin, daar hebben wij … Dit is de …Ja, ik zie de heer Kaya nee schudden. Dit is de strekking letterlijk van de motietekst uit 2019. Bij die eerste geldt dat wij geen verzoeken hebben gekregen voor financiële ondersteuning. Wij hebben natuurlijk wel ook gewoon meegedacht met bijvoorbeeld het Hillesum centrum bij de herdenking van Keti Koti in 2019. Ik was er zelfs overigens ook toen namens het college bij. Voor wat betreft het tweede punt in het dictum vraagt u als raad op basis van de motie om aan te haken bij het landelijk vlaggenprotocol, en in het landelijk vlaggenprotocol zit geen Keti Koti. Dus ja dan is die uiteindelijk daarbij uitgevoerd, want we zijn daarmee aangehaakt op het landelijk vlaggenprotocol. De voorzitter: Dank u wel, wethouder De Geest. Sorry. De heer Kaya: Voorzitter, mag ik daarop reageren? Of mag dat niet? Ja, dat komt door die stomme schermpjes. Dank je wel.
Nee, heel slim van dit college om dit zo te beantwoorden. Ik zou heel graag willen dat we gaan kijken met z’n allen naar een mogelijkheid om alsnog morgen een vlag te hijsen ter herdenking van Keti Koti, want nou ja we moeten onze ogen niet sluiten voor deze zwarte bladzijde in onze geschiedenis. Misschien kom ik dan straks wel met een motie vreemd als dat dan zou moeten. Ik wil daar niet naartoe gaan, maar ik hoop dat het college met de toezegging als we dat zouden willen gaan doen dat we dat zeer op prijs zullen stellen. Dank je wel.
20 De voorzitter: Ik stel voor dat dit later op de avond even nog wordt besproken, want ik heb wel even behoefte om daarover met het college te overleggen, want het landelijk vlaggenprotocol schrijft het niet voor, maar er is natuurlijk altijd de discretiebevoegdheid van uw voorzitter. De heer Van der Meulen. De heer Van der Meulen: Ja, dank u wel. In het dictum staat niet om aan te sluiten bij het landelijk vlaggenprotocol, maar om het vlaggenprotocol aan te houden zoals het bij elke landelijke herdenking geldt. Dus ja, dat is … De voorzitter: Ja, het moet geen symbolische discussie … De heer Van der Meulen: Het is natuurlijk een kwestie van woorden, maar … De voorzitter: Ja, precies. De heer Van der Meulen: Hijs gewoon die vlag morgen. De voorzitter: Nou ja, maar dat is … De heer …: Voorzitter, als ik hierop mag aanvullen nog even … De voorzitter: Ja, waarbij het wat mij betreft de vraag is of de Hollandse driekleur nou de gepaste vlag is. Dus dat is precies het punt waar ik ook even over wil spreken. Ik vind, maar dat doe ik iedere keer bij het afwegen van gaan we nu, we krijgen regelmatig verzoeken om de vlag te hijsen voor van alles en nog wat of de brug aan te lichten. Iedere keer is ook de afweging: is het helder en wat kunnen we qua communicatie doen om duidelijk te maken waar deze vlag voor gehesen wordt? Want anders wordt het ook een rare vertoning.
Dus ik zal daarover nog even overleggen met het college en dan laat ik … Wethouder De Geest. De heer De Geest: Ja, nog even een korte aanvulling op wat u al terecht zegt, voorzitter, maar dat is ook vooral … Dit is ook niet bedoeld als flauw op de vraag van de heer Kaya, want Keti Koti zoals wij dat toen ook hebben aangegeven bij die motie dat nemen we ook zeer serieus, vandaar ook dat we u hebben geïnformeerd over hoe we de motie meenden uit te voeren. Dat is dus ook aan u gerapporteerd begin 2020, dus dat ziet u ook in het RIS terug bij uw motie. Daar staat ook opgenomen hoe wij in ieder geval aan die punten zoals de raad vanuit uw motie aan het college heeft gevraagd hoe we dat hebben uitgevoerd. De voorzitter: Uitstekend. Dat was overigens wel een van de weinige vragen. Een ander verzoek heeft u zelf gedaan rondom de Beestenmarkt, maar daar ligt wel een voorstel toe en het lijkt me het meest passend om het daar te behandelen. Verder heb ik geen vragen genoteerd, mijnheer Van der Meulen, maar u misschien wel. De heer Van der Meulen: Nee, klopt. Dat is inderdaad die vragen van onze fractie die komen bij de moties aan de orde. De voorzitter: Oké. Uitstekend. Andere kwesties nog voor de tweede termijn? Is dat niet het geval? Ja, de heer Kleine Schaars, Deventer Belang.
De heer Kleine Schaars: Nou, ik wou eigenlijk het college een compliment geven in de wethouder, de portefeuillehouder mevrouw Grijsen vult dus exact aan wat in mijn hele betoog eruit kwam: voor goede plannen in deze raad is altijd geld beschikbaar. Nou, dank. De voorzitter: U wou nog even doorgaan met uw vertoning. Ja, mevrouw Schmidt. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik heb twee vragen gesteld. Een over de ontwikkeling van de knarrenhofjes en een over de ontwikkeling van de woonwagenstandplaatsen.
21 De voorzitter: Wethouder De Geest. De heer De Geest: Dat klopt, voorzitter. Dat waren inderdaad nog twee vragen die van mevrouw Schmidt kwamen. Ik zal eerst even met de woonwagens beginnen, want u had het daarover van dat daar te weinig gebeurt kennelijk en dat dat, nou, niet naar uw tevredenheid is had ik een beetje uit uw bijdrage. Maar we hebben u daarover op 8 juni de beantwoording op uw schriftelijke vragen doen toekomen waarbij we ook hebben aangegeven dat wij daar een beleid op hebben gemaakt, conform ook de uitspraak van het College van de Rechten van de Mens, want college en raad hebben in 2018 ook gewoon onderkend dat dat gewoon verbetering behoefde, dat we die positie ook gewoon erkenden en respecteren en dat ook vormgeven in het uitbreiden van het aantal standplaatsen. Dat hebben we dan ook aangegeven dat dat in ieder geval leidt in 2021 tot drie standplaatsen erbij die aan de voorraad worden toegevoegd en nog elf ook daarbij op diverse andere locaties ook op relatief korte termijn, dus in de loop daarna. Dus wij zijn ook wel degelijk aan het uitbreiden conform de afspraken zoals we die hebben gemaakt met de raad, dus ja in die zin dit zijn de afspraken, ook vanuit de woonvisie, ook vanuit het beleidskader specifiek voor woonwagens en de standplaatsen. Dus we doen eigenlijk wat we met u hebben afgesproken.
Mevrouw Schmidt-Versteeg: Voorzitter, mag ik daarop reageren? Het kan u niet verbazen, wethouder, dat wij niet tevreden zijn over de voortgang die er tot nu toe is gemaakt, want als we kijken naar wat er tot nu toe is gerealiseerd, dan is dat één extra plaats, terwijl er eigenlijk achtentwintig plaatsen uit het laatste onderzoek naar boven kwamen dat er achtentwintig plaatsen minimaal nodig zijn. U kunt nu wel verwijzen naar plekken die er misschien nog moeten komen, maar daarmee onderkent u niet de problematiek die er op dit moment is. Ook met die drie plekken die we nu gaan realiseren op korte termijn en die elf die er dan nog bijkomen hebben we niet voldoende plekken voor alle aanvragen die er op dit moment liggen. Dus wat ik van u verwacht, is dat u daar een stapje bovenop doet, want het is niet dat wij dat alleen graag willen, u bent dat gewoon wettelijk verplicht naar aanleiding van de uitspraken van het Europese Hof van de Rechten van de Mens is dit gewoon een verplichting. Vorige maand heeft de staatssecretaris de gemeentes die nog niet toe zijn gekomen aan het realiseren van alle standplaatsen ook op de vingers getikt en nog een keer duidelijk meegegeven dat daar nu haast mee gemaakt moet worden. U kunt wel verwijzen: ja, we hebben al iets gedaan, maar het feit is dat er tot nu toe vanaf 2018 maar één plek bij is gekomen. De voorzitter: Wethouder De Geest.
De heer De Geest: Ja, voorzitter, die plekken heb je niet van de een op de andere dag gerealiseerd, maar u heeft inderdaad gelijk als u zegt: wij hebben die plicht. Dat hebben we ook onderkend met elkaar als college en raad en daarom hebben we ook gezegd: dat gaan we dus nu ook systematisch toevoegen. Daar zijn we dus ook mee bezig. Ik ben ook op de hoogte van inderdaad de enorme behoefte die hiervoor geldt. Je regelt het liever gisteren dan vandaag of morgen, maar dat vraagt wel tijd en voorbereiding en dat hebben we ook in die vragen aan u uiteengezet wat daar ook soms de afwegingen zijn om ook de locaties aan te wijzen, de exploitatie ook rond te krijgen, maar ook gecombineerd met natuurlijk omgevingsdiscussie, want je moet ook de goede locaties uitzoeken. Dat is net als bij woningbouw best complex, dus dat heb je simpelweg niet zo een twee drie voor elkaar, maar die noodzaak die voelen wij. Daarom hebben wij ook gezegd: die uitbreiding gaat er komen en Deventer is dus ook een van de gemeentes in Nederland die ook die uitbreiding doet. Er zijn ook gemeentes, en daar gaat uw opmerking volgens mij vooral over als u het heeft over op de vingers tikken, de gemeentes die eerder inkrimpen dan wel niet uitbreiden. In Deventer breiden we dit uit zoals we dat ook met de raad hebben afgesproken. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Voorzitter, nog één keer dan. U zegt: we breiden het uit.
Maar laten we even wel wezen: we zijn hier vanaf 2018 mee bezig, dat is bijna deze hele collegeperiode, en de plannen die u nu voorlegt zijn plannen die onze periode gewoon gaan overstijgen. Dus ja, we zijn blij met de inzet tot nu toe, maar daar mag wel een stapje bovenop. Wij missen dat gevoel van urgentie. Dat is het punt wat ik wilde maken. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Volgens mij is dat volstrekt duidelijk geworden, mevrouw Schmidt. Dank u wel. Anderen nog?
22 De heer De Geest: Voorzitter, er waren nog … De voorzitter: Ja. De heer De Geest: Een vraag bij. Afsluitend, dat gevoel van urgentie dat delen wij zeker en daarom zetten we ook bijvoorbeeld woonwagens in het plan voor Steenbrugge bijvoorbeeld. Dat is ook laatst aan de raad gepresenteerd. Dan wat betreft u had het over collectieve woonvormen, oudere woonvormen … Woonvormen voor ouderen. Nou, daar zijn verschillende vormen in. CPO onder andere, vroeg u ook naar. U verwees naar het concept van de knarrenhof. We doen op dat vlak verschillende dingen. U heeft als raad kennis genomen en ook al ingestemd met een aantal plannen bijvoorbeeld wat betreft de GITA locatie, speeltuinlocatie met betrekking tot wat er gebeurt met Solis en Rentree. Dat is bijvoorbeeld ook specifiek voor ouderen in combinatie van een woonzorg. Daar maken we echt meters in. De Van Hetenstraat hebben dat inzicht voor natuurlijk ook voor woonzorg ook specifiek voor de doelgroep ouderen en dan heb je natuurlijk nog de concepten rond CPO waar de knarrenhof een voorbeeld van is, want dat is een voorbeeld in dit geval vanuit de stichting Knarrenhof. Daar hebben we u over geïnformeerd dat we daar vier locaties voor hebben aangewezen die we daarvoor in ieder geval geschikt achten.
Dus dan hebben we het over Wittenstein waar we binnenkort wat nader over kunnen informeren ook, dan hebben we het over Hagervoorde bij Schalkhaven waarvan we hebben gezegd dat dat maatschappelijke initiatieven zoals dit kunnen, maar dan gaat het ook over de tuinen van Zandweert en wederom over Steenbrugge. Dat zijn locaties waar CPO in kan en waarbij dit soort initiatieven dus ook een plek krijgen en daarin ook gewoon al eigenlijk aangewezen zijn als: dat kan daar. Dat gaat dus niet in een marktrace of tegen de markt opbieden, die combinaties kunnen daar dus ook gewoon meedoen en we begeleiden ze daar ook in. Daar heb ik ook recent over gesproken bijvoorbeeld met Knarrenhof en we denken daarin ook met ze mee, want ook het college heeft dat aangegeven in die raadsmededeling aan u als raad dat wij dat ook een waardevolle woonvorm vinden om kansen te bieden in Deventer. Dat is alleen even zo, knarrenhof is al snel de verzamelterm hiervoor. Er zijn dus verschillende initiatieven actief in Deventer op dit vlak. De voorzitter: Oké. Dan laten we het daarbij wat mij betreft. Afsluitend nog. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Ja. Dank u wel, voorzitter. Nou, voorzitter, ik ben blij dat er in ieder geval een positieve ontwikkeling is, maar ik wil afrondend de opmerking maken: we praten al heel lang en in geklets kun je niet wonen. Dank u wel. De voorzitter: Anderen nog? Niemand? Ja.
Mijnheer Smeenk, gaat uw gang. De heer Smeenk: Voorzitter, dank u wel. Ja, we hebben nu toch nog wat tijd over, dus ik eigenlijk nog wel een vraag: hoe staat het met de nieuwbouw van de vmbo-school die op de rol staat? De voorzitter: Wethouder Rorink. De heer Rorink: Ja, voorzitter. Dank u wel. Ik had het lampje al een tijdje branden, want ik wist dat die vraag gesteld was door mijnheer Smeenk namens Gemeentebelang. U wordt op uw wenken bediend. Aanstaande dinsdag is in het college een B&W nota en een bijbehorende raadsmededeling waarin de laatste ontwikkelingen van de vmbo-school, maar ook van de sporthal zeg maar wordt weergegeven. Dat loopt goed. We liggen op schema. We hebben met alle partijen die daarbij betrokken zijn zijn we nu zover dat we een intentieovereenkomst willen gaan tekenen waarin ook de financiering van alles wat daar gebeurt door iedereen wordt gedeeld. Wij gaan u als het dan goed is als het college daar een akkoord op geeft aanstaande dinsdag dan krijgt u ook in de loop van volgende week die raadsmededeling waarin u alle hoofdlijnen en details die we kennen kunnen lezen. De voorzitter: Dank u wel. Voldoende? Ja? Anderen nog? Zo niet, dan stel ik voor dat we dit eerste blok afsluiten. Dan gaan wij om 15 uur 55 beginnen met blok 2, sociaal domein, hier in deze raadszaal. Tot zo direct. Oh ja, dan
23 geef ik nog even de commissie van uitgeleiden. Oké, ik begrijp van de griffier als u gewoon netjes anderhalve meter aanhoudt mag u gewoon in willekeurige volgorde de zaal verlaten. Blok 2
Domein Sociaal: Programma’s 7, 8 en 9
Programma 7: De voorzitter: Beste raadsleden, leden van het college, ambtelijke ondersteuning en kijkers thuis, van harte welkom bij het vervolg van de behandeling van de voorjaarsnota. U bent aangekomen bij de behandeling van de programma’s in het sociaal domein. Concreet zijn dat de programma 7, 8 en 9. Daarvoor hebben we tijd tot tien over vijf vanmiddag. Er zijn zes moties ingediend, twee bij elk programma. Ik stel voor om te beginnen we gewoon maar met programma 7: Inkomensvoorzieningen en Arbeidsmarkt. Iedere indiener van een motie heeft zoals in de beschrijving van de behandeling is beschreven één minuut de tijd om zijn of haar motie in te leiden en dan kunnen we daarna overgaan tot het stellen van vragen. De eerste die we gaan bespreken is de motie Onderzoek uitrol Geldfit-preekuur van de Partij van de Arbeid. Mevrouw Leget, u heeft het woord. Mevrouw Leget: Dank u wel, voorzitter. Het spreekuur van Geldfit vindt op dit moment elke woensdagochtend plaats in de bibliotheek van de Keizerlanden en iedereen met een financiële vraag kan langskomen. Het doel is dan ook dat de inwoners met een passende oplossing of antwoord de deur uitgaat. Doordat er veel verschillende partijen aanwezig zijn, kan er heel snel worden geschakeld.
Als iemand niet meer uit zijn administratie komt zijn de vrijwilligers van de thuisadministratie aanwezig om hierbij ondersteuning te bieden en bij vragen over de belastingaangifte is een sociaal raadslid aanwezig. Het zou wat ons betreft heel wenselijk zijn als er in tenminste één wijk een extra spreekuur van Geldfit gerealiseerd kan worden. Voor dit jaar zou dat wat ons betreft nog gefinancierd kunnen worden uit de huidige onderbesteding op de minimagelden en/of bijzondere bijstand. Voor daarna zou in kaart moeten worden gebracht hoe dit verder uitgerold kan worden, waartoe deze motie. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Leget, dank u wel. Dan is er gelegenheid om vragen te stellen. Mevrouw Schmidt. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Ja. Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, de fractie van Deventer Sociaal staat op zich heel positief tegenover deze motie. Wij hebben alleen één vraag aan de fractie van de PvdA: in deze motie wordt al een, ja, een claim gelegd zeg maar op middelen die nu over zijn gebleven in het minimabeleid, de bijzondere bijstand. We gaan vlak na het reces komt het nieuwe voorstel vanuit het college voor het nieuwe minimabeleid in Deventer. Wij zouden graag zien dat we deze claim op de middelen nu niet doen, maar dat we die afweging maken in het najaar.
Dus ik zou het verzoek aan de PvdA-fractie willen doen om die zin uit het dictum te halen, dan houden we gewoon ruimte om in het najaar de discussie zorgvuldig te voeren en leggen we nog geen claim op middelen, omdat we ook nog niet weten wat er verder nog voor voorstellen komen. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Leget, wilt u daarop reageren? Mevrouw Leget: Ja, graag. Voorzitter, bedoelt mevrouw Schmidt ermee te zeggen dat de visie is om nu niet voor een extra locatie te kiezen van Geldfit, maar dit uit te stellen voor dit jaar? Mevrouw Schmidt-Versteeg: Als ik uw motie en het dictum goed begrepen heb, vraagt u om een nadere uitwerking bij de begroting voor dit plan. Er staat niet in dat we nu meteen gaan beginnen met locaties ergens. Mijn punt is dat we in het najaar na het reces dus ook het nieuwe minimabeleid gaan bespreken en dat we dan ook kunnen beslissen welke middelen we vrij gaan maken voor Geldfit en of er eventueel locaties bijkomen. Ik ben niet tegen de uitrol van meer locaties, maar het gaat mij er puur om dat we nu al een claim leggen op de onderbesteding van de bijzondere bijstand en dat vind ik net … Vind ik te vroeg, omdat we in het najaar het nieuwe minimabeleid gaan beoordelen. Dan vind ik dus dat we een betere afweging zouden kunnen maken. Dat is mijn enige probleem hiermee, want u doet nu net alsof we deze motie vandaag aannemen dat er morgen een nieuwe
24 locatie is, maar zo staat het niet in uw motie. Als dat zo was, had u mijn zegen gelijk gehad, want ik wil het ook heel snel, alleen ik wil wel een zorgvuldige afweging maken. De voorzitter: Uitstekend. Mevrouw Leget nog? Mevrouw Leget: Ja. Dank u wel, voorzitter. De bullet van het dictum gaat uit om het geld nu in te zetten, in 2021, dus nu gelijk van start te gaan. Wat u voorstelt dat zit zeker in het dictum en dat gaat voor de aankomende jaren. De voorzitter: Mevrouw Van der Meer, u wilt hierop reageren? Mevrouw Van der Meer: Graag, voorzitter. Want het gaat volgens mij specifiek over de derde bullet van het dictum en daarin de tweede zin: en of de kosten daarvan uit onderbesteding uit onderbesteding minimagelden en/of bijzondere bijstand betaald kunnen worden. Want GroenLinks is het helemaal eens met Deventer Sociaal dat we nog geen voorschot moeten nemen op de herijking van het minimabeleid wat betreft structurele gelden. De voorzitter: Mevrouw … Even kijken. Ik zie mevrouw Nijman. Sorry, ik kom zo terug. Mevrouw Nijman-Visscher: Dank u wel, voorzitter. Nou, ik denk dat als een middel zich bewezen heeft zoals Geldfit wat we allemaal al jaren kennen en waar we allemaal, nou ja, dat kan ik niet zeggen voor iedereen, maar waar ik zelf wel positief over ben en het blijkt voor Deventer heel passend dat ik er absoluut geen moeite mee heb om dat te versterken.
Dat vind ik het mooie aan de motie en inderdaad de zoektocht is even: hoe zetten we dat zo snel mogelijk in? Wat mij betreft vind ik het wel belangrijk dat er een link is met het nieuwe minimabeleid. Wat we nu meteen kunnen regelen dat regelen we meteen, dus wat mij betreft, ik weet nu niet meer of het de eerste of de derde bullet is, want bij mij is het de eerste bullet, die 2021 die middelen, maar ik zou hem graag zo structureel mogelijk in willen zetten en daarvoor vind ik die link met het minimabeleid wel heel belangrijk. Dat is dus ’22 en verder. Maar steun voor het bestendigen van Geldfit. De voorzitter: Mevrouw Stegeman. Mevrouw Stegeman: Ja. Dank u wel, voorzitter. Ja, vanuit D66, ja, zouden we toch wel graag dit mee willen nemen in het totale minimabeleid en het kunnen afwegen. Hoe enthousiast wij ook zijn over Geldfit, maar er zijn ook andere dingen die we daarbij moeten afwegen. Dus we vragen ons af of we dit er nu moeten uittrekken. De voorzitter: Mevrouw Leget, wat betekent dit voor uw motie? Mevrouw Leget: Nou, als ik alles beluister dan sluit het een het ander niet uit. In het eerste dictum stellen we: er is nu sprake van onderbesteding, zet dat geld dan ook nu dit jaar nog in voor een extra Geldfit-spreekuur. De tweede en de derde bullet gaat uit van: breng dan in kaart wat er nodig is voor de verdere uitrol.
Dus volgens mij sluiten de motie prima aan bij de wensen van de raad. De voorzitter: Zullen we even aan het college vragen hoe er naar gekeken wordt? Even kijken. Wethouder De Geest of? Ja? De heer De Geest: Dat klopt, voorzitter. Ja, voorzitter, de meerwaarde van het Geldfit-spreekuur, maar dat zei mevrouw Leget net zelf ook al in haar bijdrage, die blijkt ook uit de evaluatie die we u als raad hebben doen toekomen en die we recent ook met u besproken hebben in een aantal sessies. Ook de aangehaalde urgentie rondom wat Geldfit voor mensen kan doen die wordt door het college gedeeld. Dus dat is ook iets wat je eigenlijk al wel ziet in dit soort tijden: dit is ook gewoon een preventieve maatregelen in coronatijd natuurlijk ook iets waarmee ook gewoon mensen goed kunnen adviseren, maar ook gewoon waarschijnlijk veel ellende kunnen helpen voorkomen. Daar is het Geldfit-spreekuur gewoon heel nuttig in. We zijn ook bekend met hun wens om breder uit te willen rollen, maar dat is inderdaad iets, en dat wordt ook door anderen wel gezegd, voor inderdaad
25 een bredere afweging. Dat moeten we ook in kaart brengen. Maar het college kan positief adviseren op wat hier gevraagd wordt in de motie en dat komt dan eigenlijk denk ik ook door de splitsing die daarin wordt aangebracht, in ieder geval zoals ik hem dan hier nu lees, en dat is eigenlijk de onderbesteding die we hebben voor 2021 die zou je kunnen inzetten voor een extra locatie waarvan je zegt: daar willen we het spreekuur dan organiseren. Dat past ook bij wat ik net schetste vanuit, nou ja, toch ook wel kijken wat je nog breder aan bereik kan hebben vanuit dat effect wat dat toch heeft. Dat andere deel dat is het deel voor na ’22 dat moet je goed en integraal met elkaar afwegen in het totaal van het minimabeleid wat we met u gaan bespreken, maar dat vraagt volgens mij de motie ook in de volgende twee bullets om dat inzichtelijk te maken wat dat betekent. Dat gaan we ook zeker doen, dat kunnen we dan ook meenemen en dat kunt u dan als raad ook gewoon volgens mij integraal afwegen. Dus vanuit die duiding zo, en volgens mij hoorde ik dat net ook zo zeggen door mevrouw Leget, kan het college positief adviseren op deze motie. De voorzitter: Mevrouw Stegeman. Mevrouw Stegeman: Ja, dank u wel. Dank u wel, wethouder ook, voor de toelichting.
Begrijp ik daaruit dat u nu zegt dat u voor wat er nog over is of zeg maar de onderbesteding van de minimagelden dat u die bij voorkeur dus aan deze Geldfit-spreekuren zou willen uitgeven boven andere bestedingen die er mogelijk zouden zijn? De voorzitter: Wethouder De Geest. De heer De Geest: Nou ja, het is wij moeten ook even inzichtelijk maken wat dat precies betekent financieel, maar wij hebben gewoon onderbesteding binnen een aantal posten binnen het minimabeleid. Dat hebben we u ook al eens eerder aangegeven. Daaruit zou dit gewoon kunnen. Dat sluit andere keuzes ook niet per definitie uit op voorhand, maar dit is een verwachting. Dus het is ook wel een aanname, maar dat is ook wel een beetje een aanname op basis van ervaring ondertussen dat we hier wat overhouden wat we hiervoor zouden kunnen inzetten. Vandaar dat we het verzoek ook snappen om wel alvast te starten op een extra locatie, maar wel voor die bredere opgave dat moet je wel volgens mij gewoon breed afwegen tussen allerlei andere keuzes voor die versterking van het minimabeleid zoals we dat ook in gesprek met u doen. De voorzitter: Even kijken. Mevrouw Van der Mik. Mevrouw Van der Mik: Ja. Dank u wel, voorzitter. Wij zijn mede-indiener en toch had ik nog even een vraag ook aan de wethouder. In deze motie hebben we aangevraagd om het voor de begrotingsbehandeling aan de raad voor te leggen.
Ik kan me voorstellen dat dit tegelijkertijd met het bespreken van het minimabeleid voorgelegd kan worden. Ik weet niet of dat tijd technisch mogelijk is, want dan zou het ook recht doen aan de bedenkingen die de andere, nou ja, woordvoerders hierover hebben uitgesproken. De voorzitter: Wethouder De Geest. De heer De Geest: Nou ja, dat komt al vrij kort na de zomer natuurlijk uw kant op, dus dat is wel kort dag ten opzichte van nu. Dat vind ik lastig om dat nu even helemaal te overzien, maar ik snap u wens. We zullen kijken hoe we dat op een manier kunnen doen zodat u dat goed inzichtelijk heeft op moment dat we die bespreking ook hebben met elkaar. Maar hoe dat er dan precies uitziet dat moeten we even kijken wat haalbaar is in de tijd natuurlijk, want wij willen dat al na de zomer natuurlijk bij u neerleggen in concept. De begroting zit nog een tikkeltje later. Maar wellicht valt dat goed aan elkaar te sluiten, maar dat gaan wij even bekijken. De voorzitter: Uitstekend. Anderen nog? Mevrouw Sipman. Mevrouw Sipman: Ja. Dank u wel, voorzitter. Ja, wij zouden toch ook inderdaad graag gekoppeld willen zien aan het minimabeleid om juist die integrale afweging goed mogelijk te maken.
26 De voorzitter: Ja, oké. De heer De Geest: Dat gaf ik ook zojuist aan, voorzitter, dat we dat doen. Ja. De voorzitter: Mevrouw Schmidt. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Voorzitter, waarom ik hier bedenkingen bij heb, is omdat onze fractie ook al jaren bedenkingen heeft bij het feit dat wij structureel geld overhouden in de bijzondere bijstand. Nu dus dit geld een op een zo te bestemmen voor Geldfit, terwijl we eigenlijk met elkaar de discussie niet hebben gevoerd hoe het kan dat wij structureel jaar op jaar een onderbesteding hebben in de bijzondere bijstand. Dus die discussie zou ik graag willen voeren. Daarnaast kunnen we dan besluiten over Geldfit. Maar goed, de suggestie die nu wordt gedaan daar kunnen wij wel mee leven. We komen er op terug bij het nieuwe minimabeleid. De voorzitter: Oké. Anderen nog? Ja, mijnheer Schoemans. De heer Schoemans: Ja. Dank u wel, voorzitter. Heel kort. Wij kunnen ons prima vinden in de interpretatie die de wethouder geeft aan dit voorstel. Als het zo uitgevoerd zou worden, kunnen wij ons daar prima in vinden. De voorzitter: Mevrouw Leget, is het nog aanleiding voor u om de motie nog even op dit punt van mevrouw Van der Mik aan te passen of zegt u: laten we zo? Mevrouw Leget: Sorry. We laten de motie zo staan. De voorzitter: Uitstekend. Is ie voldoende behandeld? Dat is het geval.
Dan gaan wij door naar de tweede motie bij dit programma en dat is de motie van Extra bijverdiensten bij bijstandsuitkering. Mevrouw Van der Mik, mevrouw Schmidt. Mevrouw Van der Mik om te beginnen. Mevrouw Van der Mik: Sorry, ik had mijn lampje aan en dat hoor ik u ineens niet meer zo goed. Ja, volgens ons spreekt de motie redelijk voor zich. Het gaat hier om mensen in de bijstand. Mensen in de bijstand hebben al niet zo heel veel te besteden. Iedereen weet dat de bijstandsuitkering laag is. Daar hebben we gelukkig minimaregelingen voor. Daar hebben we het net in de vorige sessie ook al enigszins over gehad. Die minimaregelingen gaan we met elkaar bespreken, maar minimaregelingen heb je recht op als je, nou ja, onder een bepaald niveau zit. Deze mensen hebben daar recht op. Tegelijkertijd willen we graag dat mensen uit de bijstand komen en aan het werk komen. Op het moment dat mensen aan het werk komen dan gaan ze geld verdienen en als ze meer geld gaan verdienen wordt dat geld ingehouden op de bijstand. Wat wij graag zouden willen is dat we gaan onderzoeken of dat extra geld wat ze verdienen voor een deel ook bij de mensen terug kan blijven vloeien zodat zij ook echt daadwerkelijk in hun portemonnee voelen dat het loont om te werken.
Dat staat volledig los van de intrinsieke waarde die wij vinden aan het hebben van werk, want we zijn absoluut overtuigd dat het het belangrijkste is van werk dat mensen weer ritme krijgen en het gevoel hebben mee te kunnen doen in die samenleving, maar een deel financiële beloning hoort daar onzes inziens ook bij en op dit moment is dat heel lastig om voor elkaar te krijgen, zo niet onmogelijk. Van een paar praktische casuïstieken heb ik zelfs begrepen dat de maandelijkse toelages zelfs naar beneden gaan omdat vakantiegeld nog niet mee worden genomen. Daar kan de gemeente niks aan doen, maar het zijn wel feiten en dat demotiveert om aan het werk te gaan. Daarom deze motie. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Schmidt, wilt u daar nog iets op toelichten? Mevrouw Schmidt-Versteeg: Ja. Dank u wel, voorzitter. Aansluitend op de punten die mevrouw Van der Mik al heeft gemaakt: ook de fractie van Deventer Sociaal vindt de weg naar werk de beste manier om uit de bijstand te komen. Er zijn in het minimabeleid hebben we ook al gevraagd om een nadere uitwerking van de grens voor armoederegelingen. Die zit nu op 110 tot 120 procent. Een optie zou kunnen zijn om dat 130 procent van het
27 minimumloon te maken en aansluitend vinden we het belangrijk dat deze optie ook zorgvuldig wordt onderzocht zodat we bij het nieuwe minimabeleid in het najaar een goede afgewogen keuze kunnen maken. Dank u wel. De voorzitter. Uitstekend. Vragen van anderen? Mevrouw Nijman, ChristenUnie. Mevrouw Nijman-Visscher: Ja. Dank u wel, voorzitter. Ik zit even te dubben of het inderdaad een vraag is, want ik heb de motie goed besproken met mevrouw Van der Mik. Wat ik vooral belangrijk vind aan deze motie is dat heel vaak wordt gezegd: ja, wij hebben die ruimte al in onze discretionaire bevoegdheid en we maken daar als gemeente best wel gebruik van. Toch blijven wij die verhalen horen van iemand die inderdaad een afstand heeft tot de afstandsmarkt, nooit een volledige baan zal kunnen hebben een keer wat extra’s krijgt en daardoor inderdaad dan meteen een verrekening met zijn uitkering krijgt. Vooral dat stukje vinden wij gewoon heel erg jammer als ChristenUnie, ook omdat je een stukje inclusiviteit in de samenleving daarmee in de weg zit. Nou, we hoeven niet terug naar allerlei gesubsidieerde banen, maar dat er gewoon dat het werk wat je levert gewaardeerd wordt, dat vinden wij wel heel erg belangrijk.
Voor mij is de motie dan ook, en dat is misschien meer een vraag aan het college dan, voor mij is de motie ook echt bedoelt om dat stuk beter vorm te geven in onze minimaregelingen, want minimaregelingen hebben altijd de sfeer in zich van handje ophouden, maar dat we ook daarin dus laten zien dat we mensen die hier hun best doen om mee te doen dat we dat gewoon echt waarderen als gemeente. Dus dat zit voor mij ook echt in deze motie en ik hoop dat de wethouder ook aan kan geven dat dat inderdaad een … Dat daar mogelijkheden zijn en dat we die beter gaan beschrijven en benutten. De voorzitter: Dat horen we zo van het college. Ik ga eerst even naar mevrouw Stegeman. Mevrouw Stegeman: Dank u wel, voorzitter. Ja, vanuit D66 we vonden dit heel interessant klinken, want we willen inderdaad ernaartoe dat mensen meer inkomen krijgen en dat inderdaad niet het handje ophouden. Dus het klinkt heel sympathiek, maar we vragen ons wel af of dit gewoon werkt of wij als gemeente dit moeten doen en dat dat niet erg ingewikkeld wordt, want dat is wel een bedenking van het heel ingewikkeld maken en het is al zo ingewikkeld wat we allemaal hebben. Of dit niet naast de andere regelingen en ook naast mensen die dan geen bijstand hebben, maar een WIA of een andere uitkering of dit niet heel erg complex wordt. Als die zorgen weggenomen kunnen worden, dan zou dat heel fijn zijn.
Dus ik weet niet of ik dat aan jullie moet vragen of aan de wethouder, maar dat is voor ons wel een bedenking hierbij. De voorzitter: De heer Kleine Schaars. De heer Kleine Schaars: Ja, nou standaard zegt Deventer Belang dat is wel een sympathieke motie, maar deze is nog wel zeer ernstig nodig. Dan heb ik gezien dat ergens in Zoetermeer, en misschien kan de portefeuillehouder daarop reageren, in Zoetermeer werken ze met een soort vrijstelling tot 1200 euro. Zou zoiets mogelijk zijn dat we dat kunnen koppelen aan op deze manier uitvoering geven aan deze motie? De voorzitter: Komen we zo op terug bij het college. Dan mevrouw Van der Meer. Oh, mijnheer Schoemans, gaat uw gang. De heer Schoemans: ik zit in den blinde hoek, maar dat maakt niet uit. Dank u wel, voorzitter. Op korte … De voorzitter: Het is gelukkig geen dode hoek. Dat is … De heer Schoemans: Een dode … Nee, niet de dode hoek. Dat laten we nog even. Nee, deze motie is op zich sympathiek. Wij begrijpen de reden, al vind ik het wel een beetje lastig met de zin specifiek voor mensen in de bijstand met beperkte arbeidscapaciteit.
Aan de andere kant, en dat is onze grote zorg, het is niet alleen een complex verhaal waarvan je je inderdaad af kunt vragen of dat niet eerder landelijk geregeld moet worden, maar het is ook wellicht iets wat financiële consequenties heeft of kan hebben voor de gemeente waar ik eigenlijk eerst eens meer over wil weten. Want je kunt nu wel een hele sympathieke motie ondersteunen, maar als dat iets doet
28 met de begroting, al hebben we net gehoord dat dat blijkbaar allemaal anders is, dan nog vind ik dat je wellicht even pas op de plaats moet maken. Dus ik zou graag eerst de wethouder willen horen voordat ik hier verder een mening over geef. De voorzitter: Oké. Dan mevrouw Van der Mik Mevrouw Van der Meer: Mag ik daar toch even kort een reactie op geven? Want wat mijnheer Schoemans vraagt, is eigenlijk precies wat wij ook vragen. Zoek het uit, reken het uit en kijk wat de consequenties zijn en neem dat voorstel mee met het minimabeleid en dan kunnen we van daaruit een integrale afweging maken. Nog even reagerend op mevrouw Stegeman: ja, het is complex, maar de uitvoering zit hier bij de gemeente. Ik ben het helemaal met u en met mijnheer Schoemans eens dat we het beter en liever landelijk zouden geregeld zouden hebben, maar ik zit nou eenmaal in de gemeenteraad en niet in de Tweede Kamer en dus doen wij hier een voorstel om daar waar het mogelijk is, daar waar hier in Deventer mogelijkheden zijn in Deventer te regelen wat er te regelen valt. De voorzitter: Uitstekend. Dan mevrouw Van der Meer nog. Mevrouw Van der Meer: Dank, voorzitter. Ja, GroenLinks is het ook helemaal eens met dat er bijverdiend moet kunnen worden in de bijstand.
Het liefst hebben we ook dat dit landelijk geregeld wordt, maar omdat we mogelijk nog heel lang moeten wachten op een nieuwe regering en dat het dan nog de vraag is of ze deze last ook op zullen pakken, kunnen we inderdaad het beste onderzoeken wat wij lokaal kunnen regelen. Dus wat dat betreft zijn we het helemaal eens met deze motie, met nog wel twee kleine vragen voor de indieners. Want de gemeenten waar dit al geïmplementeerd is, hebben ruimere minimaregelingen dan Deventer heeft en mevrouw Schmidt gaf net al antwoord, maar misschien ook voor mevrouw Van der Mik: bent u dan ook bereid voor het verruimen van de criteria voor de minimaregelingen? Een andere vraag is misschien ook meer een zorg dat is dit niet gedekt gaat worden uit het participatiebudget waarbij we begeleiding geven voor de mensen die in de bijstand zitten. Vindt u dat ook? De voorzitter: Wie van de indieners? Mevrouw Van der Mik. Mevrouw Van der Mik: Ja, dat is precies de reden waarom wij dat graag gekoppeld willen zien aan de minimaregelingen, omdat zolang als ik die consequenties niet goed in beeld kan krijgen, kan ik ook nu niet toezeggen van dat alle minimaregelingen maar verruimt moeten worden.
Die discussie zou ik heel graag in september/oktober met elkaar willen voeren, want de vraag is ook: gaat het om alle minimaregelingen? Gaat het om een gedeelte? Willen we het getrapt doen? Maar daar gaat het nu niet over, maar ik ben met u eens: het moet in samenhang met dat gedeelte moet het besproken worden. Het tweede gedeelte ... Mevrouw Van der Meer: Het tweede gedeelte ging over het participatiebudget. Dat we dat niet gaan gebruiken om de financiële consequenties van deze motie te dekken wanneer we dat besproken hebben bij het minimabeleid. Mevrouw Van der Mik: Ik zou daarvoor eerst een voorstel en de financiële consequenties willen zien en dan kunnen we daarna kijken hoe en of we dat willen gaan dekken. De voorzitter: Mevrouw Schmidt nog even. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Dat geldt ook voor onze fractie, voorzitter. Juist daarom vragen we om dit zorgvuldig onderzoek zodat we in het najaar een afgewogen keuze kunnen maken wat we uit welk potje gaan betalen.
29 De voorzitter: Zullen we eens even naar … Oh, mevrouw Nijman. Even een reactie van het college. Wethouder De Geest. Oh nee, wethouder Walder. Excuus. De heer Walder: Ja. Dank u wel, voorzitter. Ja, vanachter plexiglas lijken we allemaal op elkaar. Bijverdienen in de bijstandsuitkering is een heel interessant onderwerp. Goed dat dit aangesneden wordt. Het college gaat ook graag met het onderwerp aan de slag. Het kan een veelbelovend instrument zijn ook in het activeren van mensen en laten zien dat werk loont, en dat is volgens mij ook de hoofdgedachte waarom de indieners dit onderwerp aansnijden. Er zijn wel een paar dingetjes met deze motie. Juridisch, het eerste punt: er wordt eigenlijk een focus gelegd in de eerste bullet in het dictum om dit toe te passen voor mensen met een beperkte arbeidscapaciteit. Zoals wij hem nu inschatten is dat juridisch niet uitvoerbaar om die afbakening te maken, dat de ene parttimewerker wel compensatie krijgt en de andere niet, ik wou daar aandacht voor vragen, maar ook daarbij even: waarom deze afbakening? Want juist ook de mensen zonder arbeidsbeperking, die dus eigenlijk die we toe willen werken naar een fulltime baan daarvoor is het natuurlijk een harstikke goed middel, instrument, mogelijk, om bij een 25 procentaanstelling al te laten zien: zo loont werken.
Dus de inhoudelijke afbakening snap ik niet, maar hij is juridisch wel niet haalbaar. Het verkennen, het inzichtelijk maken van: wat kan dit doen? Wat kan dit betekenen? Hoe zou zo’n systeem eruitzien? Wat zijn de plussen en de minnen en de risico’s? Dat doen we graag, die verkenning. Echter, de motie vraagt erom in het eerste dictum om met een voorstel naar de raad te komen om dit gewoon te gaan doen, maar het college weet nog helemaal niet of we hier wel met een voorstel naar de raad willen komen, want we hebben nog niet gezien: wat zijn de effecten? Is het werkbaar? Is het effectief? In een eerste grove berekening op schriftelijke vragen van de twee indieners hebben we berekend dat het ook wel 3 miljoen zou kunnen kosten. Is dat te veel? Is dat te weinig? Ja, net als het rijksbeleid, de terechte koppeling wordt ook gelegd dat je niet met lokale lapmiddelen eigenlijk, nou, een soort tweevoud in rijksbeleid moet gaan zitten oplossen. Dat zijn vragen die het college eerst beantwoord wil zien en op een positieve manier … Met een positieve uitkomst voordat wij met een voorstel naar de raad willen gaan. Dus daarom wou ik wel even zeggen dat het onderwerp interessant is. De verkenning en het gesprek aangaan met de raad: graag, maar het is echt nog te snel om zoals in de eerste bullet staat om dat we daar ook met een voorstel over naar de raad komen om dat mogelijk te gaan maken.
De voorzitter: Even kijken. Mevrouw Schmidt toch nog even. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Voorzitter, ik zou tegen de wethouder willen zeggen: gebruik alle mogelijkheden die u heeft en ook de groepen die u nu benoemt die niet benoemd staan in de motie en vervang het woord voorstel voor een onderzoek. Volgens mij zijn we dan rond. De voorzitter: Mevrouw Van der Mik. Mevrouw Van der Mik: Ja, we hebben met deze motie bij uitstek niet gepoogd om iets wat volgens de wet of juridisch niet haalbaar is neer te zetten, dus als … Wij dachten het hiermee juist beter in te kunnen kaderen. Als dat in de uitwerking een averechts effect heeft, is dat natuurlijk helemaal niet de bedoeling, dus dan kunnen we prima dat stukje arbeidsbeperking eruit halen. Het was ook mijn intentie om een voorstel te hebben en niet een raadsvoorstel, dus als dat verwarring wekt kunnen we daar prima een onderzoek van maken. De voorzitter: Uitstekend. Zou het dan ook onderdeel kunnen zijn van die bredere evaluatie van het minimabeleid die voor dit najaar toch al gepland staat? Of is dat niet logisch? Ja, ik … De heer De Geest: Ja, dan … De voorzitter: Probeer even te kijken, omdat de raad eigenlijk wat meer informatie wil voordat …
30 De heer De Geest: Het gaat over het snijvlak van twee portefeuilles. Dan denk ik: ja, het heeft ook raakvlakken daarmee natuurlijk vanuit minimavoorzieningen. Dus ja, daar ontkom je niet helemaal aan dat dat met elkaar te maken heeft. Ja. De voorzitter: Is het … De heer De Geest: Maar we moeten even kijken hoe we dat aan elkaar koppelen zodanig dat die informatie op de juiste momenten bij de raad ligt. De voorzitter: Oké. Even kijken. Wie? Mijnheer Rosenkamp. De heer Rosenkamp: Ja. Dank u wel, voorzitter. Eigenlijk de kanttekeningen die de wethouder maakt en het huiswerk wat mevrouw Van der Mik en anderen indienen nog te doen staat, dan kunnen wij de basisgedachte wel ondersteunen: doe in ieder geval onderzoek en verken de mogelijkheden en kom terug met de resultaten naar de raad en dan praten we verder. Als het in de tijd wat lastig wordt om dat direct te koppelen aan het minimabeleid, dan beschouwen we het als los onderwerp wat ons betreft. Dus in aangepaste versie zien we graag tegemoet en kan het rekenen op onze steun. De voorzitter: Uitstekend. Indieners, u kijkt nog even naar de motie? Voldoende voor dit moment? Ja? Oh, ik zie nog mevrouw Leget. Mevrouw Leget: Ja, nog een kleine opmerking van onze kant. Wij sluiten als het dictum wordt aangepast conform het voorstel van de portefeuillehouder dan kunnen wij ons daarin vinden. Dan zullen wij de motie van harte steunen.
De voorzitter: Dank u wel. Even kijken. Ik kom uit bij mevrouw … Nee, bij de heer Schoemans. De heer Schoemans: Die het gras net voor de voeten weggemaaid is, want ik had exact dezelfde formulering in gedachte als mevrouw Leget. Dus bij dezen. De voorzitter: Verder nog? Niemand? Dan stel ik voor dat we dit even afwachten en dan komen we later in de stemmingen nog terug. Eventueel dus met een aangepast voorstel. Programma 8: De voorzitter: Dan gaan wij naar programma 8 en kom ik bij de motie Inzet op preventie. Mevrouw Leget, u heeft het woord. Mevrouw Leget: Dank u wel, voorzitter. Voorkomen is beter dan genezen. Onze maatschappij is voor veel mensen steeds complexer geworden. Het lukt helaas niet iedereen meer om veranderingen bij te kunnen houden. Wij willen dat iedereen de kans krijgt en houdt op een leven waar iemand mee kan doen in de maatschappij. Daar waar dat nog niet helemaal lukt, wil je iemand helpen, omdat niet mee kunnen doen in veel gevallen leidt tot het gevoel mislukt te zijn, tot eenzaamheid, tot ziekte. Het college heeft aangegeven om op de onderbesteding bij Wmo, de zes ton, voor de helft de aankomende drie jaar incidenteel in te zetten voor preventie. Heel mooi. Daarmee zijn we echt op de goede weg.
Hiermee kan in de wijken en dichtbij de mensen op soms creatieve wijze een oplossing worden gezocht voor problemen van iemand dat vrij eenvoudig is op te lossen, maar een zorgvraag gaat vooromen of vertragen. Wij gaan met deze motie graag een stapje verder door deze incidentele middelen structureel in te zetten op het moment dat deze preventie werkt en dat het college voorbereiding gaat treffen voor de structurele inzet op preventie voor na 2024. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Stegeman.
31 Mevrouw Stegeman: Ja. Dank u wel, voorzitter. Nou, helemaal super om op preventie in te zetten, maar ik vraag mij even af wat dit toevoegt aan wat wij toch doen en hoe urgent … Ja, preventie is urgent, begrijp me goed, maar is dit niet te vroeg om nu al te zeggen dat we over drie jaar dit structureel gaan doen, terwijl we nog niet weten wat de precieze uitkomsten zijn, want het team Voor elkaar is bezig met het ambitiedocument en het uitwerken van de doelstellingen et cetera. Volgens mij doen we aan monitoring en zou ik graag die resultaten willen zien. Tenzij u denkt dat het uitwerken daarvan langer dan drie jaar duurt, weet ik niet precies wat er nu extra gebeurt en waarom wij nu al ja moeten zeggen over wat er in 2024 gebeurt. Dus dat is even de vraag die ik daarbij heb, hoe positief ik natuurlijk ook zit in de preventie. De voorzitter: Mevrouw Leget. Mevrouw Leget: Ja. Dank u wel, voorzitter. Er wordt heel veel gedaan op preventie, denken wij, op dit moment. De teams Voor elkaar worden ook gefaciliteerd van informatie in die zin. Hiermee wordt nog drie ton beschikbaar gesteld om in te zetten daar waar nodig. Daar is eigenlijk is dat nog een daar willen wij zeg maar als fractie meer sturing aan geven, laten we het zo zeggen.