CConstaterende datDen Helder
Koppel je AI →
Document · PDF

Z2025-11-0104 - D2026-01-000882 - 20260121 - Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier fase 1A.pdf

Gemeenteraad 9 maart 2026, gemeente Den HelderBij agendapunt: 8: Voorstel tot het afgeven van een advies voor de omgevingsvergunning Dijkkwartier fase 1a.23.449 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Beschouwing Binnen relevante afstand van het projectgebied zijn geen bedrijfsfuncties met milieuhinderlijke activiteiten gelegen. Ook worden er met dit project geen bedrijfsfuncties mogelijk gemaakt en worden er geen bedrijven beperkt in de bedrijfsvoering met de ontwikkeling van het woongebied. Er is daarmee sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en bedrijven worden niet onevenredig in de bedrijfsvoering belemmerd.

Conclusie Het project is uitvoerbaar in relatie tot het aspect milieuzonering.

4.12 Mer-beoordeling Wettelijk kader Onderdeel van de beoordeling of een aanvraag om een BOPA volledig is, is een toets aan de regels over een milieueffectrapportage (hierna: mer). Dit gebeurd overeenkomstig paragraaf 16.4.2 van de Omgevingswet en afdeling 11.2 van het Omgevingsbesluit. Project-mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig Er kan bij een besluit worden beoordeeld of een project-mer-plichtig of merbeoordelingsplichtig is uit bijlage V van het Omgevingsbesluit, in samenhang met de artikelen 11.6 en 11.8 van het Omgevingsbesluit. Bijlage V heeft als eerste kolom de omschrijving van het project van de initiatiefnemer. In kolom 4 staan de besluiten genoemd waarvoor dan de merverplichtingen gelden. Het gaat dan om besluiten waarmee de toestemming voor het project wordt verleend. In het geval van een BOPA is dat de omgevingsvergunning. Het betreft dan overigens altijd een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit. Daarnaast kunnen de mer-verplichtingen nog gelden voor enkele bijzonder besluiten uit andere wetten, zoals de vergunning op basis van de Kernernergiewet. Of er voor het besluit een mer-plicht of een mer-beoordelingsplicht geldt, volgt uit de tweede en derde kolom. Als het project voldoet aan de voorwaarden van kolom 2, geldt een mer-plicht. In andere gevallen geldt een merbeoordelingsplicht, tenzij ook in kolom 3 nog voorwaarden staan.

Onder de Omgevingswet wordt er geen onderscheid meer gemaakt tussen een formele en vormvrije mer-beoordeling op grond van aangewezen drempelwaarden. Momenteel geldt er maar één mer-beoordelingsprocedure.

Sweco | Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier – Fase 1a Datum 21-01-2026

Versie D.05

Documentreferentie 20260121 - Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier fase 1A

51/66

Project-mer-beoordeling Betreffende Omgevingswet artikelen 16.43 en 16.88 én Omgevingsbesluit artikel 11.11 met betrekking tot nadere regels project-mer-beoordeling. Het bevoegd gezag neemt het resultaat van de beoordeling of sprake is van aanzienlijke milieueffecten, bedoeld in artikel 16.43, tweede lid, van de wet, met de bijbehorende motivering op in het besluit en, voor zover hier sprake van is, in het ontwerp van het besluit (artikel 11.11, lid 2 Omgevingsbesluit).

Beschouwing Het project valt in de categorie J11 “Stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen” in Bijlage V van het Omgevingsbesluit. Uit de tabel volgt dat er geen mer-plicht geldt voor alle gevallen van dit type projecten. Wel geldt er een mer-beoordelingsplicht voor de aanleg, wijziging of uitbreiding van dit type projecten. Deze mer-beoordeling is vormvrij. Bij de vormvrije mer-beoordeling dient het bevoegd gezag (college van B&W van de gemeente Den Helder) expliciet te beoordelen of zij het noodzakelijk acht om de mer-procedure te doorlopen. Er kunnen twee uitkomsten zijn:

• belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen niet uitgesloten worden → er dient een mer-procedure te worden doorlopen;

• belangrijke nadelige milieugevolgen treden niet op → er wordt gemotiveerd aangegeven dat geen mer-procedure wordt doorlopen. Het uitgangspunt bij deze beoordeling is: Nee, tenzij …. Dit uitgangspunt betekent dat er geen nadere mer nodig is, tenzij er sprake is van mogelijke ‘belangrijke nadelige gevolgen’ voor het milieu op basis waarvan een dergelijke procedure wel noodzakelijk moet worden geacht. Voor dit uitgangspunt is gekozen omdat het project conform het Omgevingsbesluit geen merbeoordelingsplicht heeft en daarom principieel ervanuit kan worden gegaan dat het geen nadelige milieugevolgen heeft. Het project dient conform Bijlage III van de Europese mer-richtlijn (2011/92/EU) te worden getoetst aan: 1. Kenmerken van de activiteit a: Omvang van het project b: Cumulatie met andere projecten c: Gebruik natuurlijke hulpbronnen d: Productie afvalstoffen e: Verontreiniging en hinder f: Risico op ongevallen 2. Plaats van de activiteit a: Bestaand grondgebruik b: Rijkdom aan en kwaliteit en regeneratievermogen natuurlijke hulpbronnen van het gebied c: Opnamevermogen milieu met aandacht voor specifieke gevoelige gebieden 3. Kenmerken van het potentiële effect a: Bereik van het effect b: Grensoverschrijdend karakter c: Orde van grootte en complexiteit effect d: Waarschijnlijkheid effect e: Duur, frequentie en omkeerbaarheid effect

Sweco | Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier – Fase 1a Datum 21-01-2026

Versie D.05

Documentreferentie 20260121 - Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier fase 1A

52/66

In Tabel 5, Tabel 6 en Tabel 7 is respectievelijk de toetsing opgenomen van bovenstaande criteria. 1. Kenmerken van het project Tabel 4 – Toetsing project aan criteria “kenmerken van het project”

Criterium

Beschrijving

Omvang van het project

Activiteit J11 van Bijlage V van het Omgevingsbesluit. Er gelden geen drempelwaarden. Een ‘vormvrije’ m.e.r.-beoordeling is nodig.

Cumulatie met andere projecten

Het beoogde woningblok is onderdeel van een gebiedsontwikkeling met de naam Dijkkwartier. Voor de eerste twee fases van deze ontwikkeling zijn in 2024 een beeldkwaliteitsplan en masterplan opgesteld. Beide stukken zijn te vinden in respectievelijk Bijlage 1 en Bijlage 2. In het masterplan is de hoofdstructuur van fase 1 en 2 opgenomen en daarnaast beschrijft het beeldkwaliteitsplan de kernwaarden van het Dijkkwartier, die ervoor moeten zorgen dat er voldoende samenhang en kwaliteit kan worden gerealiseerd binnen het projectgebied van fase 1. Het project Dijkkwartier biedt de ruimte om gefaseerd circa 1.000 woningen en bijbehorende voorzieningen te realiseren. Dit worden woningen voor mensen uit Den Helder, maar ook voor nieuwe inwoners van de stad. Fase 1 en 2 van Dijkkwartier gaan respectievelijk over ongeveer 200 en 500 woningen, waarvan Dijkkwartier fase 1a een woonblok van maximaal 30 woningen betreft.

Gebruik natuurlijke hulpbronnen

Bij de aanleg van de voorgenomen activiteit zullen grondstoffen als hout, steen en andere bouwstoffen gebruikt worden. De voorgenomen activiteit betreft echter geen productieproces waarbij vervaardiging van producten centraal staat. Afgezien van de aanlegfase worden er weinig tot geen grondstoffen gebruikt. Er zijn geen andere natuurlijke hulpbronnen in het gebied aanwezig die invloed ondervinden van de voorgenomen activiteit.

Productie afvalstoffen

Bij de aanleg van de voorgenomen activiteit zal bouwafval tot de restproducten behoren. Er is geen sprake van productie van (gevaarlijke) afvalstoffen met nadelige milieugevolgen.

Verontreiniging en hinder

Verontreiniging: Tijdens de aanlegfase kan door bouwverkeer mogelijk een tijdelijke verslechtering van de luchtkwaliteit optreden (fijnstof, stikstof). Verkeersaantrekkende werking, als gevolg van de stijging van het aantal bewoners, kan in de gebruiksfase leiden tot verslechtering van de luchtkwaliteit. De woningen worden niet aangesloten op het gasnet, maar worden op een duurzame manier verwarmd. Hierdoor ontstaan bij de verwarming van deze woningen geen emissies van stikstof. Hinder: Tijdens de aanleg kan als gevolg van sloop- en bouwwerkzaamheden, het bouwverkeer en de aanlegwerkzaamheden verkeershinder en geluidhinder optreden. Zie voor luchtkwaliteit ook hoofdstuk 4.8 en het derde toetsingspunt (3. Kenmerken van het potentiële effect) hieronder. In het derde toetsingspunt is ook ingegaan op mogelijke effecten als gevolg van hinder.

Risico op ongevallen

Er wordt geen toename van het risico op ongevallen verwacht omdat er geen sprake is van een risicovolle inrichting.

Risico’s voor de menselijke gezondheid

De verandering in luchtkwaliteit en de geluidshinder in de aanlegfase is tijdelijk en vormt geen risico voor de menselijke gezondheid. In de gebruiksfase kan de toename in verkeer leiden tot risico’s voor de menselijke gezondheid, als de achtergrondwaarden voor luchtkwaliteit en geluid reeds hoog zijn. Zie voor luchtkwaliteit ook hoofdstuk 4.8 en het derde toetsingspunt (3. Kenmerken van het potentiële effect) hieronder.

Sweco | Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier – Fase 1a Datum 21-01-2026

Versie D.05

Documentreferentie 20260121 - Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier fase 1A

53/66

2. Plaats van het project Tabel 5 - Toetsing project aan criteria "plaats van het project"

Criteria

Beschrijving

Het bestaande grondgebruik

Op de te ontwikkelen locatie bevindt zich in de bestaande situatie een parkeerterrein en een grasveld.

De relatieve rijkdom aan, de kwaliteit en het regeneratie-vermogen van de natuurlijke hulpbronnen in het gebied

Onder natuurlijke hulpbronnen van het gebied wordt verstaan alle van nature aanwezige stoffen die van economisch nut kunnen zijn (zoals zoet water, delfstoffen, bos als houtleverancier).

Opnamevermogen milieu met aandacht voor wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, H/V richtlijngebieden, gebieden waar milieunormen worden overschreden, gebieden met hoge bevolkingsdichtheid, landschappelijk historisch cultureel of archeologische gebieden van belang.

Natuur

Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van een grondwaterbeschermingsgebied en is geen bos. In het projectgebied komen geen verdere bijzondere natuurlijke hulpbronnen voor. De bergingsmogelijkheid van zoet water neemt toe omdat de infiltratiemogelijkheid toeneemt.

Natura 2000 In hoofdstuk 4.14 staat beschreven dat er een voortoets is uitgevoerd naar de mogelijke effecten van het project op omliggende Natura 2000-gebieden. In de voortoets is geconcludeerd dat er geen significante negatieve effecten optreden als gevolg van de ontwikkeling van het gehele project Dijkkwartier fase 1a. Er is specifiek onderzoek gedaan naar aspecten geluid, onderwatergeluid/trillingen, licht en optiek. Er dienen mitigerende maatregelen te worden genomen om de effecten van impulsgeluid onderwater te verminderen, door bijvoorbeeld geluidsarm en trillingvrij te heien. Dit dient als voorwaarde voor de uitvoering van het project en wordt in een latere fase specifiek ingevuld. Soortenbescherming In hoofdstuk 4.14 staat beschreven dat er een verkennende natuurtoets en aanvullende soortentoets is uitgevoerd naar de mogelijke aanwezigheid van diverse soorten en de effecten van het project op deze soorten. Uit de verrichte soortenonderzoeken blijkt dat er geen effecten zijn van het project op aanwezige soorten. Natuurnetwerk Nederland (NNN) en gebieden met natuurwaarden buiten het NNN Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van het NNN. Ook bevinden zich geen NNN gebieden in de directe nabijheid van het projectgebied. Derhalve zijn er geen effecten te verwachten op het NNN. Het projectgebied ligt niet in een ganzenfoerageergebied en/of weidevogelleefgebied.

De voorgenomen werkzaamheden hebben geen effect op beschermde gebieden met natuurwaarden buiten het NNN.

Landschappelijke, cultuurhistorische en archeologische waarden In hoofdstuk 4.3 is nader ingegaan op het archeologisch bureauonderzoek wat is uitgevoerd. Er is sprake van in situ behoud van de potentieel aanwezige archeologische waarden. Indien er wél bodemingrepen >35 cm zullen plaatsvinden dient door middel van een vervolgonderzoek te worden achterhaald óf er archeologische waarden aanwezig zijn in de oppervlakkige puinlaag. Dit kan voorafgaand aan de bouw uitvoering worden uitgevoerd. Er worden daarom geen negatieve effecten verwacht. Bodemkwaliteit In hoofdstuk 4.2 is nader ingegaan op het historisch bodemonderzoek wat is uitgevoerd. Hieruit blijkt dat de bodem plaatselijk licht tot sterk verontreinigd kan zijn, en dat een verkennend onderzoek nodig kan zijn indien bodemingrepen plaatsvinden. Dit vervolgonderzoek kan voorafgaand aan de bouw uitvoering

Sweco | Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier – Fase 1a Datum 21-01-2026

Versie D.05

Documentreferentie 20260121 - Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier fase 1A

54/66

worden uitgevoerd. De conclusies uit het vooronderzoek staan niet (financieel) in de weg om een omgevingsvergunning voor de ruimtelijke bouwactiviteit te verlenen. Er worden daarom geen negatieve effecten verwacht. Water(veiligheid) In hoofdstuk 4.5 is nader ingegaan op de analyses die zijn uitgevoerd naar waterberging- en compensatie en naar de effecten op waterveiligheid. Uit de analyses blijkt dat er geen formele watercompensatie conform de Waterschapsverordening van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier nodig is omdat er sprake is van een afname van verharding. Ook blijkt er voldoende waterberging te worden gecreëerd in het projectgebied. Ook blijkt dat het project geen nadelige effecten heeft op de stabiliteit en andere faalmechanismes van de naastgelegen primaire waterkering. Negatieve effecten op de waterbelangen zijn niet te verwachten.

Luchtkwaliteit In hoofdstuk 4.8 is ingegaan op luchtkwaliteit. Uit de analyse blijkt dat er geen negatieve effecten te verwachten zijn vanuit het project op de luchtkwaliteit in de omgeving, of vanuit de omgeving op de nieuwe functies van het project.

Verkeer In hoofdstuk 4.10 is ingegaan op het aspect verkeer. Uit de analyse blijkt dat het project Dijkkwartier fase 1a geen negatieve invloed heeft op het verkeer op het omliggend verkeersnetwerk (de Kanaalweg, de Prins Hendriklaan en het kruispunt Kanaalweg-Weststraat (N250)).

Geluid In hoofdstuk 4.6 is ingegaan op de analyse die is uitgevoerd naar akoestiek. Uit de analyse blijkt dat de geluidswaarden op de gevels – met uitzondering van de noordelijke gevel – hoger zijn dan de standaardwaarde van 53 dB maar lager dan de wettelijke grenswaarde van 70 dB. Vanwege deze overschrijding is het conform artikel 5.78 Bkl noodzakelijk om geluidbeperkende maatregelen te treffen. Bij het aanvragen van de omgevingsvergunning activiteit bouwen dient een analyse te zijn uitgevoerd welke bron- en/of overdrachtsmaatregelen mogelijk zijn en of deze doeltreffend zijn. Hierbij wordt onder andere ingegaan op de geluidsreductie, de kosten en de ruimtelijke inpassing van de maatregelen. Er worden echter geen negatieve milieueffecten verwacht.

Omgevingsveiligheid In hoofdstuk 4.9 is ingegaan op de omgevingsveiligheid. Het projectgebied is niet gelegen binnen een invloedsgebied van transportroutes met gevaarlijke stoffen, risicovolle inrichtingen of buisleidingen waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Het project introduceert geen nieuwe risicobron en heeft geen invloed op de bestaande veiligheidsniveaus.

3. Kenmerken van het potentiële effect Tabel 6 - Toetsing project aan criteria "kenmerken van het potentiële effect"

Criteria

Beschrijving

Het bereik van het effect (geografische

Effecten als gevolg van stikstofdepositie kunnen op enkele kilometers van het projectgebied effect hebben op Natura 2000-gebieden. Overige potentiële effecten als gevolg van hinder en verontreiniging zullen lokaal optreden, in of direct

Sweco | Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier – Fase 1a Datum 21-01-2026

Versie D.05

Documentreferentie 20260121 - Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier fase 1A

55/66

zone en grootte van de getroffen bevolking)

aangrenzend aan het projectgebied. Hinder voor omwonenden beperkt zich tot de woningen rondom het projectgebied en mogelijk in beperkte mate tot woningen langs aan/-afvoerroutes.

De aard van het effect

De effecten zijn beperkt en lokaal van aard. De effecten komen met name voort uit de wijziging in de verkeerssituatie als gevolg van het gewijzigde gebruik en de effecten van de geluidbelasting op de gevels.

Grensoverschrijdende karakter van het effect

Uit de beschrijving van het bereik van de potentiële effecten blijkt dat de beperkte effecten die optreden lokaal van aard zijn. Er is geen sprake van grensoverschrijdende effecten.

Intensiteit en complexiteit effect

Verontreiniging/hinder Verontreiniging/hinder als gevolg van aanlegfase Tijdens de aanlegfase kan er geluidshinder ondervonden worden van de bouwwerkzaamheden. Ook kan tijdelijk de luchtkwaliteit verslechteren door bouwen sloopwerkzaamheden en bijhorend verkeer. Het bouwverkeer zal voornamelijk via de Westerweg en de Kanaalweg komen aanrijden. Dit zijn twee grotere gebiedsontsluitingswegen, waardoor de hinder(ervaring) wordt beperkt. Er dienen daarnaast mitigerende maatregelen te worden genomen om de effecten (impulsgeluid onderwater) op het naastgelegen Natura 2000-gebied Waddenzee te verminderen, door bijvoorbeeld geluidsarm en trillingvrij te heien. Dit dient als voorwaarde voor de uitvoering van het project en wordt in een latere fase specifiek ingevuld. Verontreiniging/hinder in de gebruiksfase Tijdens de gebruiksfase wordt er geen hinder verwacht. Er zijn geen negatieve effecten van de toename van verkeer op het omliggende verkeersnetwerk. Er is geen luchtverontreiniging: het project is NIBM. Er geldt een geluidsbelasting op de gevels van het nieuwe gebouwd die hoger is dan de standaardwaarde en lager dan de maximaal toelaatbare waarde. Er dient onderzocht te worden of maatregelen effectief en doelmatig zijn. Dit kan in een vervolgfase worden onderzocht. Omdat de geluidsbelasting lager is dan de maximaal toelaatbare waarde worden ze als niet significant geacht.

Overige milieu- en omgevingsaspecten Uit de analyse van alle omgevingseffecten blijkt dat er geen significante nadelige effecten te verwachten zijn als gevolg van het project Dijkkwartier fase 1a. Er zijn op twee overige aspecten een mogelijk vervolg nodig: (1) er is mogelijk sprake van een beperkte bodemverontreiniging, waarbij bij bodemingrepen nader onderzoek kan uitwijzen óf er een verontreiniging aanwezig, en het project niet zorgt voor een verslechtering van de situatie. (2) er is mogelijk sprake van archeologische waarden in de ondergrond, waarbij bij bodemingrepen >35 cm onder maaiveld nader onderzoek nodig óf er waarden aanwezig zijn. De twee aspecten betreffen geen grote nadelige effecten voor het omliggende milieu. De effecten kunnen eventueel verholpen worden na nader onderzoek voorafgaand aan de uit te voeren werkzaamheden, indien dit nodig wordt geacht. Dit staat echter een vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit niet in de weg.

De waarschijnlijkheid van het effect

In de aanlegfase zullen niet-significante effecten (hinder, bodem/archeologie) optreden. Er worden mitigerende maatregelen getroffen om de effecten op het naastgelegen Natura 2000-gebied Waddenzee te reduceren. In de gebruiksfase zullen niet-significante effecten (geluid) optreden.

De duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect

De aanlegfase zal ongeveer 1-1,5 jaar in beslag nemen. De effecten die in deze fase optreden zijn tijdelijk en worden daarom niet significant geacht. In de gebruiksfase zijn er geen belangrijke effecten te verwachten. De geluidbelasting van het wegverkeer is lager dan de maximaal toelaatbare waarde, en daarom wordt dit als niet significant geacht.

Sweco | Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier – Fase 1a Datum 21-01-2026

Versie D.05

Documentreferentie 20260121 - Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier fase 1A

56/66

Conclusie Gezien de omvang van de activiteiten en de te verwachten effecten, zijn nadelige gevolgen voor het milieu uit te sluiten. Er is daarom geen nader onderzoek in een mer noodzakelijk. Het project is uitvoerbaar in relatie tot het aspect mer.

4.13 Kabels en leidingen Wettelijk kader In een ruimtelijk plan dienen planologisch relevante kabels en leidingen te worden opgenomen. Deze kunnen beperkingen opleggen aan het gebruik in de omgeving. Planologisch relevant zijn hoofdsnutsvoorzieningen, zoals waterleidingen aardgasleidingen, hoogspanningsleidingen, afvalwaterleidingen en dergelijke. Indien dergelijke leidingen in het projectgebied voorkomen zullen deze als zodanig bestemd moeten worden, inclusief de bufferzone die vrijgehouden moet worden van bebouwing ter bescherming van de leiding.

Beschouwing Binnen de projectbegrenzing bevinden zich de volgende kabels en leidingen: -

Een vrijverval rioleringsbuis die wordt beheerd door de gemeente Den Helder; Dit betreft waarschijnlijk een gecombineerd rioolstelsel waarin zowel afvalwater vanuit huizen als hemelwater wordt afgevoerd. De afvoerrichting is westelijk. - Een waterleiding die wordt beheerd door PWN. Dit betreft waarschijnlijk geen stelsel voor huisaansluitingen die niet van regionaal belang is (geen watertransportbuis). Figuur 15 biedt een weergave van de huidige situatie met betrekking tot kabels en leidingen. Gezien de beoogde ontwikkelingen binnen het projectgebied zullen beide leidingen verlegd moeten worden om de continuïteit van de dienstverlening te garanderen en mogelijke verstoringen te voorkomen. Hiervoor zullen afspraken worden gemaakt de respectievelijke beheerders van de leidingen. De rioleringsbuis kan mogelijk worden vervangen door een tijdelijke persriolering. De waterleiding dient mogelijk tijdelijk in het zuidelijk kabel- en leidingentracé onder het voetpad worden gelegd. Bij de herprofilering van de Kanaalweg na realisatie van Dijkkwartier fase 1 en fase 2 kan een definitief tracé voor beide leidingen worden gerealiseerd. Hierover is reeds afstemming geweest met het team openbare ruimte van de gemeente. Het overleg zal worden voortgezet na de BOPA en voor de aanvraag voor de bouwtechnische omgevingsvergunning.

Conclusie Het project is uitvoerbaar in relatie tot het aspect kabels en leidingen. Er worden afspraken met respectievelijke beheerders van de kabels en leidingen worden gemaakt over een mogelijke verlegging van de leidingen. Dit proces wordt voorafgaand aan de aanvraag omgevingsvergunning activiteit bouwen doorlopen. Gebleken uit het overleg met de gemeente is dat het verleggen uitvoerbaar is.

Sweco | Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier – Fase 1a Datum 21-01-2026

Versie D.05

Documentreferentie 20260121 - Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier fase 1A

57/66

Figuur 15 - Kabels en leidingen rondom en in het projectgebied

4.14 Ecologie Wettelijk kader Op basis van wetgeving is bepaald dat ruimtelijke initiatieven geen (onevenredige) nadelige effecten mogen hebben op eventueel voorkomende flora en fauna. In de Omgevingswet staan beschermingsregels voor de Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten. Onder andere de soortenbescherming, gebiedsbescherming en de bescherming van houtopstanden zijn in de Omgevingswet geregeld. De wet geeft uitvoering aan de verplichtingen van de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De verantwoordelijkheid voor het natuurbeleid is binnen de wet grotendeels neergelegd bij de provincies. De rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het natuurbeleid van grote wateren en internationaal beleid. Voor wat betreft de soortenbescherming geldt dat deze binnen de Omgevingswet is opgedeeld in de volgende beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten. Voor alle beschermde soorten geldt een ontheffingsplicht. Het bevoegd gezag (de provincie) kan voor de soorten die zijn opgenomen in het ‘beschermingsregime andere soorten’ vrijstellingsbesluit nemen en hierin onderscheid maken tussen meer en minder strikt beschermde soorten.

In de omgevingsverordening van de provincie Noord-Holland is voor de volgende soorten vrijstelling opgenomen in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen: Aardmuis, Gewone bosspitsmuis, Ondergrondse woelmuis, Bastaardkikker, Gewone pad, Ree, Bosmuis, Haas, Rosse woelmuis, Bruine kikker,

Sweco | Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier – Fase 1a Datum 21-01-2026

Versie D.05

Documentreferentie 20260121 - Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier fase 1A

58/66

Huisspitsmuis, Tweekleurige bosspitsmuis, Dwergmuis, Kleine watersalamander, Veldmuis, Dwergspitsmuis, Konijn, Vos, Egel, Meerkikker en de Woelrat.

Beschouwing Er is in 2024 een voortoets uitgevoerd om te bepalen of er nadelige effecten optreden op omliggende Natura 2000-gebieden, zie Bijlage 13. Ook is er voor Dijkkwartier fase 1 en fase 2 een Verkennend natuuronderzoek uitgevoerd in 2022, zie Bijlage 14. Daaropvolgend is voor een aantal soorten een aanvullend onderzoek uitgevoerd in 2024, zie Bijlage 15. Zie voor een beschouwing van de stikstofeffecten hoofdstuk 4.6. Voortoets 2024 Omdat het projectgebied dichtbij Natura 2000-gebieden ligt is een voortoets uitgevoerd (Sweco, 09-04-2024). In de voortoets is gekeken of er directe of indirecte nadelige effecten zijn van de projectontwikkeling Dijkkwartier fase 1 en fase 2 op deze omliggende Natura 2000-gebieden. Er is specifiek onderzoek gedaan naar aspecten geluid, onderwatergeluid/trillingen, licht en optiek die mogelijk van effect zijn op het Natura 2000-gebied Waddenzee. Er dienen mitigerende maatregelen te worden genomen om de effecten van impulsgeluid onderwater te verminderen, door bijvoorbeeld geluidsarm en trillingvrij te heien. Dit dient als voorwaarde voor de uitvoering van het project en wordt in een latere fase specifiek ingevuld. In de voortoets is geconcludeerd dat er geen significante negatieve effecten optreden als gevolg van de ontwikkeling van Dijkkwartier, gegeven bovenstaande voorwaarde. Dit betreft zowel de dijkversterking als de woningbouw.

De voortoets is opgenomen in bijlage 13 van deze BOPA. In de voortoets is ook een onderzoek naar stikstof gedaan. Dit onderzoek is niet meer relevant en actueel. Het gaat in de bijlage 13 alleen om de directe effecten. Deze waren er voor heel Dijkkwartier niet met de voorwaarde, dus ook niet voor fase 1a alleen. Verkennend natuuronderzoek 2022 In 2022 is er een verkennend natuuronderzoek uitgevoerd om te bepalen in hoeverre het projectgebied geschikt is voor verschillende soorten (Sweco, 20-102022). Dit onderzoek is uitgevoerd voor Dijkkwartier fase 1 en fase 2. Uit het verkennend natuuronderzoek blijkt dat het niet kan worden uitgesloten dat het project Dijkkwartier fase 1 en fase 2 nadelige effecten kan hebben op Natura 2000-gebieden, zoals verstoring door geluid, licht en trillingen, en een toename van stikstofdepositie. Daarnaast blijkt uit het verkennend natuuronderzoek dat er ter plekke van Dijkkwartier fase 1 en fase 2 aanvullend onderzoek nodig is naar de verblijfplaatsen van vleermuizen en er een broedvogelcontrole binnen het broedseizoen moet plaatsvinden bij werkzaamheden. Voor de overige soorten is er geen aanvullend onderzoek nodig. Aanvullend onderzoek 2024 Er is een aanvullend soortgericht onderzoek (Noordkop Groen, 15-10-2024) uitgevoerd naar de aanwezigheid van een aantal soorten waarvoor het projectgebied Dijkkwartier fase 1 en fase 2 mogelijk geschikt is.

Buiten de projectbegrenzing van Dijkkwartier fase 1a zijn waarnemingen gedaan van nestplaatsen, daar zijn de volgende conclusies aan verbonden:

Sweco | Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier – Fase 1a Datum 21-01-2026

Versie D.05

Documentreferentie 20260121 - Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier fase 1A

59/66

-

-

-

-

-

Voor de sloop is een vergunning flora en fauna-activiteit nodig voor het vernietigen een jaarrond beschermde nestplaats van 5 huismussen, en dienen er compenserende maatregelen genomen te worden. Dit geldt niet voor Dijkkwartier fase 1a. Voor de sloop is een vergunning flora en fauna-activiteit nodig voor het vernietigen een jaarrond beschermde nestplaats van een gierzwaluw, en dienen er compenserende maatregelen genomen te worden. Dit geldt niet voor Dijkkwartier fase 1a. Voor de sloop is een vergunning flora en fauna-activiteit nodig voor het vernietigen een jaarrond beschermde nestplaats van een spreeuw, en dienen er compenserende maatregelen genomen te worden. Dit geldt niet voor Dijkkwartier fase 1a. Kap van bomen en verwijderen van bosschages dient buiten broedseizoen en na controle door ecoloog uitgevoerd te worden. Dit geldt niet voor Dijkkwartier fase 1a. Het is uitgesloten dat er vleermuizen een verblijfsplaats hebben in het Dijkkwartier. De conclusie dat vleermuizen uitgesloten zijn in de bomen is ook bevestigd.

Conclusie Uit de voortoets blijkt dat het masterplan Dijkkwartier geen significante negatieve effecten heeft op omliggende Natura 2000-gebieden. Er kan derhalve worden gesteld dat Dijkkwartier fase 1a ook geen significante negatieve effecten heeft op de omliggende Natura 2000-gebieden. Voorwaarde is dat er mitigerende maatregelen worden genomen om de effecten van impulsgeluid onderwater te verminderen in het Natura 2000-gebied Waddenzee, door bijvoorbeeld geluidsarm en trillingvrij te heien. Dit dient als voorwaarde voor de uitvoering van het project en wordt in een latere fase specifiek ingevuld. Uit de verrichte soortenonderzoeken blijkt dat er binnen de projectbegrenzing van Dijkkwartier fase 1a geen nestplaatsen zijn gevonden. Verder is er ook geen sprake van bomen of bosschages die gekapt moeten worden. De waargenomen nestplaatsen vallen buiten de projectbegrenzing van Dijkkwartier fase 1a en hebben derhalve geen effect op de beoogde ontwikkeling. Daarmee is uitvoerbaar het project in relatie tot het aspect ecologie.

4.15 Bezonning en privacy Privacy De ontwikkeling van fase 1a is het startpunt van de ontwikkeling Dijkkwartier. De opgave met het Dijkkwartier is de realisatie van een substantieel aantal woningen met een kwalitatief hoogwaardig woonmilieu toe te voegen aan Den Helder. Hiermee wordt de stad met de zee te verbonden. In meerdere documenten is deze ontwikkeling terug te vinden. Fase 1a past binnen de eerder vastgestelde kaders. Onder andere in de Omgevingsvisie Den Helder, dat door de gemeenteraad in 2023 in vastgesteld. Bij het nieuwe gebouw dat met deze onderbouwing mogelijk wordt gemaakt, is zoveel mogelijk rekening gehouden met de privacy en het uitzicht van de bewoners van het naastgelegen woonblok. De afstand tussen de gevels van het nieuwe gebouw en het bestaande woonblok bedraagt circa 11 meter, wat in een stedelijke omgeving, zoals het Dijkkwartier straks zal zijn, als aanvaardbaar kan worden beschouwd. Met het project wordt de ruimtelijke kwaliteit van het gebied

Sweco | Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier – Fase 1a Datum 21-01-2026

Versie D.05

Documentreferentie 20260121 - Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier fase 1A

60/66

vergroot. Hoewel er in de nieuwe situatie enige vorm van aantasting van privacy is, is het gebouw passend bij de ontwikkeling van Dijkkwartier. De aantasting is niet onevenredig. Wel kan in de verdere uitwerking van het gebouw van fase 1a en bij de technische bouwaanvraag gekeken worden naar maatregelen om de aantasting zo klein mogelijk te houden.

Bezonning Een wezenlijk onderdeel bij nieuwbouw is wat de effecten zijn van schaduwwerking op de omgeving. De bezonning is voor mensen een wezenlijk onderdeel van een goed woon- en leefklimaat. Voldoende zonlicht en schaduw zijn aspecten van de fysieke leefomgeving (artikel 2.1 Omgevingswet). Hierdoor is het een onderdeel van de taak van de gemeente voor het evenwichtig toedelen van functies aan locaties (artikel 2.4 en 4.2 Omgevingswet) in het omgevingsplan. Bij planontwikkelingen kan dan ook een bezonningsstudie vereist worden. Voor voorliggende aanvraag is een bezonningsstudie uitgevoerd. Deze is bijgevoegd in bijlage 16. Uit het onderzoek blijkt dat er sprake is van vermindering van toetreding van daglicht. In de wintertijd is de impact het grootst. Alleen na 12 uur is er voor korte tijd zonlicht op de voorgevel aanwezig. Voor een uur lang ontvangt de gevel volledige bezonning. Daarna doet de schaduw zijn intrede totdat de gevel om 15:00 uur volledig in de schaduw valt. Daardoor ontvangen de twee noordelijk gelegen appartementen in de winter minder zonlicht dan de twee zuidelijk gelegen appartementen. In de zomertijd is de impact weliswaar groot, maar de noordelijke appartementen profiteren wel van de avondzon. Op 21 juni is er van 12:00 uur tot 15:00 volledige bezonning. Om 18:00 uur hebben de noordelijke appartementen volledige bezonning en de zuidelijke beperkt.

Dit blijft zo tot zonsondergang. Hoewel de voorgenomen ontwikkeling leidt tot een toename van schaduwwerking op de gevels van locatie B, is deze toename niet onevenredig. Uit de bezonningsstudie blijkt dat er, ondanks een vermindering van zonuren, nog steeds sprake is van toetreding van zonlicht gedurende de dag en in verschillende seizoenen, zowel aan de voor- als achterzijde van de woningen. Daarmee blijft een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gewaarborgd. Bovendien draagt het bouwplan aantoonbaar bij aan een verbetering van de omgevingskwaliteit door een hoogwaardige stedenbouwkundige invulling en past het binnen de eerder vastgestelde beleids- en planologische kaders. Gelet op deze omstandigheden kan worden geconcludeerd dat de schaduwwerking niet leidt tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat.

Conclusie Privacy en uitzicht vormen geen belemmering voor het project. De aantasting van de privacy is niet onevenredig.

Sweco | Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier – Fase 1a Datum 21-01-2026

Versie D.05

Documentreferentie 20260121 - Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier fase 1A

61/66

5

Financiële uitvoerbaarheid

In dit hoofdstuk wordt de wijze van bekostiging van het initiatief beschreven. Uitgangspunt is dat de kosten die gemaakt worden voor het opstellen van een buitenplanse omgevingsplan activiteit voor rekening komen van de initiatiefnemer.

Kostenverhaal Voor de realisatie van 1a is Woningstichting de grondeigenaar en de opdrachtgever. Gemeente geeft derhalve geen grond uit. Wel worden, op basis van het bij deze vergunningaanvraag behorende woningprogramma, nog financiële afspraken gemaakt tussen gemeente en Woningstichting, over kostenverhaal en nadeelcompensatie. Tevens worden voor het in behandeling nemen van en de procesbegeleiding kosten gerekend. Deze worden verrekend via de leges.

Nadeelcompensatie Voor iedere buitenplanse omgevingsplan activiteit wordt een overeenkomst nadeelcompensatie gesloten op basis van art. 4.5 Awb. Dit proces is gaande.

6

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Inleiding In dit hoofdstuk is het voorstel opgenomen voor de volgende stap in de participatie voor zowel fase 1a. Doel is om alle betrokkenen eenduidig en compleet te informeren over het vervolgtraject voor de BOPA voor fase 1a. Betrokkenen zijn: bestuurders en betrokken werkapparaat (ambtenaren, projectleiders, beleidsmakers, communicatiemensen). Fase 1a betreft de realisatie van maximaal 30 appartementen in één gebouw, ter hoogte van de Postbrug. De ontwikkeling van dit gebouw is gestart met als doel een start bouw eind 2026. Voor fase 1 en fase 2 zijn gesprekken gaan tussen de gemeente Den Helder en HHNK aangaande het realiseren van de versterkte waterkering en het bouwplan. Hierover is nog geen overeenstemming bereikt, wat een voorwaarde is voor het starten van de planologische procedure voor het wijzigen van het Omgevingsplan.

Wettelijk kader Artikel 7.4 van de Omgevingsregeling schrijft voor dat aangegeven moet worden of derden bij de voorbereiding van de aanvraag zijn betrokken en – als dat het geval is – hoe zij zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. De Omgevingswet stimuleert vroegtijdige participatie. In sommige gevallen is het verplicht om participatie te doen en om aan te geven wat de resultaten daarvan zijn geweest (motiveringsplicht). Uit de nota van toelichting bij dit artikel volgt dat er geen aanvullende eisen gesteld mogen worden aan participatie (mag niet voorschrijven hoe het moet). De gemeente Den Helder heeft wel een hulpmiddel, zie onderstaand.

Sweco | Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier – Fase 1a Datum 21-01-2026

Versie D.05

Documentreferentie 20260121 - Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier fase 1A

62/66

De gemeenteraad kan gevallen aanwijzen waarvoor wél verplichte participatie geldt. Voor de BOPA’s waarvoor de gemeenteraad participatie verplicht stelt, is documentatie over participatie een aanvraagvereiste. Lijst van gevallen van verplichte participatie gemeente Den Helder Er is sprake van verplichte participatie door de initiatiefnemer als indieningsvereiste bij het aanvragen van een omgevingsvergunning, zoals bedoeld onder artikel 5.21 lid 2b Omgevingswet, wanneer het initiatief valt binnen één van de volgende gevallen: • De bouw van meer dan 10 wooneenheden. Indien het project gelegen is buiten de bebouwde kom en het om niet grondgebonden woningen gaat geldt dit ook voor minder dan 10 wooneenheden. • De functiewijziging van onbebouwde gronden/terreinen, indien tevens extra bebouwing wordt toegevoegd. Beleidsregels beoordeling toereikendheid participatie omgevingsvergunning en omgevingsplanwijziging De gemeente Den Helder heeft een hulpmiddel om de toereikendheid van participatie bij omgevingsvergunningen te beoordelen. Volgens deze beoordelingssystematiek valt deze aanvraag onder intensief participeren (11 tot en met 15 punten). Bij deze score is het vereist dat de initiatiefnemer een brede groep betrokkenen heeft geïnformeerd en een openbare gelegenheid heeft geboden voor betrokkenen om te participeren.

Participanten hebben actieve ruimte gekregen om bij te dragen, bijvoorbeeld door ideeën en alternatieven aan te dragen en deze zijn meegenomen in de afwegingen rondom het initiatief. De initiatiefnemer heeft teruggekoppeld aan de participanten wat er met de informatie uit het participatietraject is gedaan.

Participatie tot heden Door Zeestad is in vanaf 2021 de volgende participatie uitgevoerd voor fase 1 en fase 2 van het plan Dijkkwartier: De communicatiestrategie voor het Dijkkwartier is in 2022 vastgesteld door de Stuurgroep Dijkkwartier. De strategie kent verschillende onderdelen, afhankelijk van de doelgroep. Het doel en de aanpak van communicatie met bewoners is gericht op: Toegankelijke en begrijpelijke informatie, Duidelijke kaders van participatie, Continu sentiment peilen. Communicatie experts van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, Woningstichting Den Helder, gemeente Den Helder en Zeestad vormen samen de Werkgroep Communicatie Dijkkwartier. In samenwerking en afstemming wordt invulline gegeven aan de communicatiedoelstellingen. Kort na het vaststellen van de communicatiestrategie is de werkgroep Communicatie de buurt rondom het toekomstig Dijkkwartier in getrokken, met informatie en koffie, met als doel te peilen wat er leeft in de buurt. Gevolgd door een openbare informatiebijeenkomst, lancering website en online bezoekerscentrum. Een aantal bewoners heeft zich ingeschreven voor deelname aan de Klankbordgroep; in een bepaalde frequentie komt de groep bijeen o.b.v. Zeestad en bespreekt hoe onder meer het proces, de planning en de communicatie eruit ziet. Het is ook het gremium waar continue het sentiment kan worden gepeild.

In het najaar van 2022 is (online en offline) gepeild waar inwoners van Den Helder behoefte aan hebben in de openbare ruimte van het Dijkkwartier, 600 respondenten. De resultaten zijn verwerkt en medio 2023 zijn 40 bewoners in

Sweco | Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier – Fase 1a Datum 21-01-2026

Versie D.05

Documentreferentie 20260121 - Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier fase 1A

63/66

een werkatelier dieper ingegaan op de behoeftes die inwoners naar voren hebben gebracht. In het najaar is een werkatelier voor 40 experts georganiseerd waarbij op onderwerpen als woonprogramma, stedenbouw & architectuur, placemaking, ontwikkelstrategie en duurzaamheid centraal stonden. De activiteiten worden afgewisseld met een nieuwsbrief in de buurt en verspreid via de socials. En ook in 2024 is opnieuw een bewonersinformatieavond georganiseerd en komt de klankbordgroep met regelmaat bijeen. De visual biedt een weergave van de verschillende participatiemomenten en vormen.

BOPA Vanwege het nog lopende proces voor fase 1 en fase 2, en gezien de urgentie om de bouw van fase 1a te starten eind 2026, wordt voor fase 1a deze omgevingsvergunning BOPA aangevraagd. Dit kan omdat fase 1a in zijn geheel gelegen is buiten het grondgebied van HHNK en buiten de dubbelbestemming Waterstaat. Fase 1a is wel in zijn geheel gelegen in de vrijwaringszone van de waterkering. In het plan van fase 1a wordt uiteraard wel geanticipeerd op de realisatie van het totale bouwplan van fase 1 (en mogelijk fase 2). In die zin is fase 1a toekomstbestendig.

Participatie fase 1a Op dinsdag 4 november is een inloopbijeenkomst georganiseerd van 17.00 tot 19.30 uur, wederom in het stadhuis. De aanpak lijkt enigszins op de voorgaande jaren: • Toelichting op het stedenbouwkundig plan fase 1; • Presentatie van het voorlopig Ontwerp van gebouw 1a, eerste woonblok; • Extra ruimte aandacht is er voor de processen en planning; Terugblik: bij het indienen van de aanvraag is het de bijeenkomst circa 2 weken geleden. Opnieuw is de bijeenkomst goed bezocht. Er wordt gedacht aan ongeveer 150 personen. De bevindingen zijn als volgt: - Presentatie eerste woongebouw door WSDH: mooi gebouw, heel praktische vragen als vanaf wanneer te huur, welke prijsklasse, aantal kamers, wanneer start de bouw, etc. - Presentatie in het algemeen: Nu het eerste woongebouw getoond is, kwamen er vragen over het hele plan, zoals: komen er koopwoningen, wanneer komen volgende gebouwen. Maar ook: hoe wordt het parkeren opgelost? Merkbaar was dat de aanwezigen bekend waren met het project Dijkkwartier en enthousiast over de toevoeging van dit project aan het centrum van Den Helder. - Algemeen: er zijn geen (kritische) opmerkingen op schrift gekregen, wel vragen over waar mensen zich kunnen aanmelden voor informatie. De organisatoren zagen veel bekende gezichten, maar toch ook circa 4050% nieuwe bezoekers.

Er zijn bij de participatiebijeenkomst geen punten opgehaald, waarop het plan zou moeten worden aangepast.

Sweco | Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier – Fase 1a Datum 21-01-2026

Versie D.05

Documentreferentie 20260121 - Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier fase 1A

64/66

Vooroverleg In het kader van Dijkkwartier is meerdere malen contact geweest met de provincie Noord-Holland en het HHNK. Voor BOPA fase 1a is tweemaal een gesprek geweest tussen HHNK. Hieruit volgt een positief advies dat met de gemeente is gedeeld op 25-11. Met de provincie is specifiek voor fase 1a geen overleg meer geweest, gezien het niet raken van belangen.

7

Conclusie

De omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) en de aanvraag tot wijzigen van het omgevingsplan dient te leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). De vraag is of voorliggend initiatief leidt tot een situatie waarbij er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Om dit te kunnen beoordelen zijn, met behulp van deze ruimtelijke onderbouwing, alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten (en voor zover betrekking hebbend op het initiatief) nader onderzocht en afgewogen. Alle belangen en relevante aspecten integraal afwegend, kan er worden geconcludeerd dat sprake is van (ETFAL) en dat er geen sprake is van ruimtelijke belemmeringen die het beoogde bouwplan in de weg staan. Hiermee is het initiatief aanvaardbaar. De vergunning voor de BOPA, de vrijwaringszone en archeologie kunnen worden verleend.

Sweco | Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier – Fase 1a Datum 21-01-2026

Versie D.05

Documentreferentie 20260121 - Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier fase 1A

65/66

Bijlagen

19 HCVA 210 Dijkkwartier ontwerp fase 1a 20251118 20 Berekening geluidwering gevels

Sweco | Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier – Fase 1a Datum 21-01-2026

Versie D.05

Documentreferentie 20260121 - Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier fase 1A

66/66

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.denhelder.nl/api/v1/meetings/2350/documents/26572