CConstaterende datDen Helder
Koppel je AI →
Document · PDF

Willem Alexanderhof Oost_Toelichting.pdf

Gemeenteraad 7 maart 2022, gemeente Den HelderBij agendapunt: 13: Voorstel tot het vaststellen van het Bestemmingsplan Willem Alexanderhof Oost18.280 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Willem Alexanderhof Oost Versie: vastgesteld Datum: 7 maart 2022

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Leeswijzer

4 4 4 6

Hoofdstuk2 Geldende planologische regelingen 2.1 Bestemmingsplan Julianadorp Oost 2011 2.2 Paraplubestemmingsplan Parkeren 2021 2.3 Paraplubestemmingsplan Kamerverhuur, woningsplitsing en Bed & Breakfast 2021

7 7 8 8

Hoofdstuk3 Beschrijving planontwikkeling 3.1 Inleiding 3.2 Bestaande situatie 3.3 Beoogde situatie

9 9 9 10

Hoofdstuk4 Beleidskaders 4.1 Inleiding 4.2 Rijksbeleid 4.3 Provinciaal en regionaal beleid 4.4 Gemeentelijk beleid

12 12 12 17 22

Hoofdstuk5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1 Inleiding 5.2 Bodem 5.3 Archeologie 5.4 Cultuurhistorie 5.5 Ecologie 5.6 Water 5.7 Akoestiek 5.8 Luchtkwaliteit 5.9 Externe veiligheid 5.10 Milieuzonering 5.11 M.e.r.-beoordeling 5.12 Verkeer en Parkeren 5.13 Kabels, leidingen, straalpaden en andere belemmeringen

26 26 26 27 28 30 33 37 37 39 42 45 47 49

Hoofdstuk6 Juridische planbeschrijving 6.1 Algemeen 6.2 Verbeelding 6.3 Planregels

51 51 51 51

Hoofdstuk7 Uitvoerbaarheid 7.1 Economische uitvoerbaarheid 7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

54 54 54

Willem Alexanderhof Oost Pagina 2 van 55

Toelichting

Willem Alexanderhof Oost Pagina 3 van 55

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding en doel

Op 19 december 2011 heeft de gemeenteraad van Den Helder het bestemmingsplan 'Julianadorp Oost 2011' vastgesteld. Onderdeel van het plangebied van dat bestemmingsplan is de locatie waar de nieuwe wijk Willem Alexanderhof wordt ontwikkeld. Voor een aantal delen van de nieuwe wijk Willem Alexanderhof was de concrete invulling op het moment van het opstellen van dat bestemmingsplan nog niet bekend. Om deze reden is voor enkele delen van het plangebied van het bestemmingsplan 'Julianadorp Oost 2011' een uit te werken bestemming opgenomen. Voor een groot deel van de nieuwe wijk Willem Alexanderhof is inmiddels een concrete invulling bekend. Het plan wordt in fases uitgevoerd. Voor een aantal delen van de uitwerkingsgebieden is reeds een uitwerkingsplan opgesteld: het noordelijk deel van uitwerkingsgebied 4 (fase 4.2); het zuidelijke deel van uitwerkingsgebied 4 en uitwerkingsgebied 1 (fase 2 en fase 3.1); Voor uitwerkingsgebied 2 en het grootste gedeelte van uitwerkingsgebied 3 is een bestemmingsplan (fase 4.1) opgesteld. Het voorliggende bestemmingsplan zorgt voor een nieuw planologisch kader voor fase 3.1, fase 3.2 en het oostelijk deel van fase 4.2. Het oostelijk deel van fase 4.2 is voor een gedeelte reeds uitgewerkt, maar omdat niet het gehele uitwerkingsgebied was meegenomen, is ook dit deel nu onderdeel van voorliggend bestemmingsplan.

Ook is een deel van fase 3.1 reeds uitgewerkt, maar om een logische en aansluitende bestemming te realiseren is ook dit deel nu onderdeel van voorliggend bestemmingsplan. Fase 6.0 betreft het gebied ten zuiden van de IJsbaan Julianadorp. Voor dit deel wordt in een separaat bestemmingsplan een nieuw planologisch regime vastgelegd. Met voorliggend bestemmingsplan wordt een nieuw juridisch-planologisch kader voor de woningbouwontwikkeling voor fase 3.1, 3.2 en 4.2 (deels) opgesteld.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied is gelegen aan de oostzijde van Julianadorp in de gemeente Den Helder. Aan de oostzijde en zuidzijde wordt het plangebied begrensd door de ontsluitingsweg de Zuiderhaaks. Deze weg verbindt Julianadorp met de ten oosten gelegen Rijksweg (N9). Het plangebied wordt aan de noord- en westzijde grotendeels begrensd door nieuwe woningbouw. Aan de westzijde van fase 3.2 zijn het Junior College en een sporthal aanwezig. De navolgende afbeeldingen tonen indicatief de ligging en de begrenzing van voorliggend plangebied.

Willem Alexanderhof Oost Pagina 4 van 55

Afbeelding: globale ligging plangebied (wit omcirkeld, bron: Google Earth)

Afbeelding: globale begrenzing van het plangebied (wit omkaderd, bron: Google Earth)

Voor de exacte ligging en begrenzing van het plangebied dient de digitale verbeelding behorend bij dit bestemmingsplan te worden geraadpleegd.

Willem Alexanderhof Oost Pagina 5 van 55

1.3

Leeswijzer

Voorliggend bestemmingsplan bestaat uit een digitale verbeelding, planregels en een toelichting. De digitale verbeelding en de planregels vormen samen het juridische toetsingskader voor ruimtelijke en functionele ontwikkelingen in het plangebied.

De bestemmingen zijn geometrisch bepaald en worden digitaal verbeeld en vastgesteld. Daarnaast zijn de bestemmingen voorzien van planregels ten aanzien van bouwen en gebruik. Deze regels bepalen de randvoorwaarden waarbinnen fase 3.1, fase 3.2 en het oostelijk deel van fase 4.2 van de woonwijk 'Willem Alexanderhof' kunnen worden gerealiseerd. Het bestemmingsplan gaat daarnaast vergezeld van voorliggende toelichting. De toelichting dient als onderbouwing van het plan en kent geen rechtstreeks juridisch bindende werking. De toelichting is als volgt opgebouwd: na dit inleidende hoofdstuk volgt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de geldende planologische regelingen. In hoofdstuk 3 wordt de voorliggende planontwikkeling beschreven aan de hand van de bestaande situatie en de geplande ontwikkeling. In hoofdstuk 4 wordt vervolgens ingegaan op de relevante, geldende ruimtelijke beleidskaders. In hoofdstuk 5 komen de verschillende relevante miloeu- en omgevingsaspecten aan bod, waarbij de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken worden uitgelicht. Hoofdstuk 6 bevat een toelichting op de regels van het bestemmingsplan. Hoofdstuk 6 gaat tenslotte in op de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

Willem Alexanderhof Oost Pagina 6 van 55

Hoofdstuk 2

Geldende planologische regelingen

In dit hoofdstuk worden de relevante planologische regelingen behandeld.

2.1

Bestemmingsplan Julianadorp Oost 2011

Voor de gronden van voorliggend bestemmingsplan geldt het bestemmingsplan Julianadorp Oost 2011. Dit bestemmingsplan is door de gemeenteraad van Den Helder vastgesteld op 19 december 2011. Het voorliggende bestemmingsplangebied valt binnen gronden met de bestemming Groen, Water, Verkeer-Verblijf, Woongebied-uit te werken en uitwerkingsgebieden en uitgewerkte woongebieden (als onderdeel van uitwerkingsplannen die onderdeel uitmaken van het moederplan Julianadorp Oost 2011). Omdat het voorliggende bestemmingsplan ook niet uit te werken bestemmingsplannen omvat en wijzigt, kan geen uitwerkingsplan worden opgesteld. Er worden op sommige plekken aan de randen van het plangebied wijzigingen aangebracht in de groen-, wateren verkeersbestemmingen. Dit om het plan goed af te stemmen op het door de gemeente opgestelde stedenbouwkundige plan van het gebied. Het voorliggende bestemmingsplan is desalniettemin zoveel mogelijk opgesteld in lijn met de randvoorwaarden van de uitwerkingsgebieden. In de uitwerkingsgebieden geldt een bouwverbod. Dit bouwverbod kan worden doorbroken door een (of meerdere) uitwerkingsplan op te stellen. Voorwaarde is dat wordt voldaan aan de randvoorwaarden. Artikellid 20.2.1 bepaalt hierover het volgende:

Met toepassing van het in artikel 3.6, lid 5 van de Wet ruimtelijke ordening bepaalde, werken burgemeester en wethouders de in lid 20.1 omschreven bestemming uit met inachtneming van de volgende regels: a. Het maximum te realiseren wooneenheden mogen niet meer bedragen dan binnen de afzonderlijke wro-zone-uitwerkingsgebied 1 tm 6 staat aangegeven middels de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’; b. voor gebouwen geldt een maximum goot- en bouwhoogte zoals aangeduid met de aanduiding ‘maximale goot- en bebouwingshoogte (m)’; c. Voldaan moet worden aan de parkeernorm conform bijlage B; d. er mag geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; e. Burgemeester en wethouders kunnen in het uitwerkingsplan een regeling opnemen die hen bevoegd verklaart ontheffing te verlenen voor het overschrijden van het maximum aantal woningen met niet meer dan 10% van het binnen de aanduiding wro-zone-uitwerkingsplan genoemde maximum aantal woningen mits het totaal aantal toegestane woningen binnen de wro-zone-uitwerkingsplan 1 tm 6 niet wordt overschreden. f. de geluidsbelasting op de gevels van woningen mag maximaal 48 dB Lden bedragen vanwege wegverkeerslawaai van de weg Zuiderhaaks. Ad a.

Voor voorliggend plangebied (uitwerkingsgebied 3.1, 3.2 en 4.2 (deels)) zijn in totaal maximaal 260 woningen voorzien. Er worden 317 woningen gepland binnen alle uitwerkingsgebieden binnen het bestemmingsplan Julianadorp Oost 2011. Voorliggend bestemmingsplan Willem Alexanderhof Oost maakt 229 woningen mogelijk. Ad b. Aan de maximale hoogtes wordt voldaan. Willem Alexanderhof Oost Pagina 7 van 55

Ad c. Getoetst wordt aan de geldende gemeentelijke parkeernormen. In paragraaf 5.12 wordt hier nader op ingegaan. Ad d. voorliggend bestemmingsplan maakt een woonwijk mogelijk waarbij een balans wordt gevonden tussen alle genoemde aspecten. Ad e. Zie onder a. Ad f. Er is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidsbelasting als gevolg van de Zuiderhaaks. Zie hiervoor paragraaf 5.7.

Het bouwverbod kan naast het vaststellen van een of meerdere uitwerkingsplannen ook worden doorbroken door het vaststellen van een bestemmingsplan. Voorliggend bestemmingsplan maakt gebieden met woonbebouwing mogelijk waarbinnen nog enige flexibiliteit mogelijk is met betrekking tot situering van woningen, straten, parkeerplaatsen, groen en water. Dit is in lijn met de eerdere uitwerkingsplannen die zijn opgesteld voor andere delen binnen het plangebied van bestemmingsplan Julianadorp Oost 2011. Met voorliggend bestemmingsplan wordt het bouwverbod uit het vigerende bestemmingsplan doorbroken, zodat er omgevingsvergunningen voor het bouwen kunnen worden aangevraagd. Er worden meer woningen mogelijk gemaakt dan met het bestemmingsplan Julianadorp Oost 2011 waren gepland. Dit wordt deels veroorzaakt door de veranderde markt sinds 2011: er is meer vraag naar woningen.

2.2

Paraplubestemmingsplan Parkeren 2021

Het Paraplubestemmingsplan Parkeren 2021 is op 27 september 2021 vastgesteld door de gemeenteraad van Den Helder. De bedoeling van het paraplubestemmingsplan is dat in ieder deel van de gemeente Den Helder bij (bouw)ontwikkelingen in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien. In voorliggend bestemmingsplan is een regeling opgenomen waarmee wordt geregeld dat bij aanvragen voor omgevingsvergunningen voor het bouwen of afwijken van het bestemmingsplan wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform het geldende parkeerbeleid van de gemeente Den Helder.

2.3 Paraplubestemmingsplan Kamerverhuur, woningsplitsing en Bed & Breakfast 2021 Op 9 juni 2021 is het paraplubestemmingsplan Kamerverhuur, woningsplitsing en Bed & Breakfast 2021 vastgesteld. Met dit paraplubestemmingsplan is een gemeentedekkende planologische regeling gemaakt waarin de Woonvisie Den Helder 2016-2020 en de nota 'Beleid huisvesting tijdelijke werknemers Den Helder 2019' op onderdelen zijn verwerkt. In dit beleid zijn onder andere kamerverhuur en woningsplitsing opgenomen, die met dit paraplubestemmingsplan planologische vertaling hebben gekregen. Ook is er een regeling voor bed & breakfast opgenomen. De regelingen uit dit paraplubestemmingsplan zijn verwerkt in de regels van voorliggend bestemmingsplan.

Willem Alexanderhof Oost Pagina 8 van 55

Hoofdstuk 3

3.1

Beschrijving planontwikkeling

Inleiding

In Julianadorp Oost wordt de nieuwe woonwijk Willem Alexanderhof ontwikkeld. De realisatie van Willem Alexanderhof vindt plaats in een aantal verschillende fasen. Dit bestemmingsplan heeft betrekking op fase 3.1, fase 3.2 en het oostelijk deel van fase 4.2.

3.2

Bestaande situatie

Het plangebied van Willem Alexanderhof voor fase 3.1, fase 3.2 en het oostelijk deel van fase 4.2 is in de huidige situatie onbebouwd braakliggend terrein. De ontwikkeling sluit aan op de noordwestelijk gelegen woningbouwontwikkeling van fase 1.0, fase 2.0, fase 4.1 en het westelijk deel van fase 4.2. Fase 1.0 en 4.1 zijn inmiddels gebouwd. Het westelijk deel van 4.2 is in aanbouw. Een deel van de overige zuidelijker gelegen gronden worden voorbelast. Wanneer de grond van deze percelen ter voorbelasting verplaatst wordt naar zuidelijker gelegen gronden, worden de noordelijke percelen bouwrijp gemaakt. Vanuit de noordelijke rand wordt dit deel van Willem Alexanderhof dan ook gebouwd.

De navolgende afbeeldingen geven het zicht weer op de verschillende fases, vanaf de Zuiderhaaks.

Afbeelding: zicht op fase 3.2

Willem Alexanderhof Oost Pagina 9 van 55

Afbeelding: zicht op fase 3.1

Afbeelding: zicht op fase 4.2

3.3

Beoogde situatie

Stedenbouwkundige opzet In de beoogde situatie wordt het plangebied omgevormd tot deelgebieden van de nieuwe woonwijk Willem Alexanderhof. Het plangebied van voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op drie uitwerkingsgebieden, te weten: uitwerkingsgebied 4, 5 en 6. Van uitwerkingsgebied 4 betreft het alleen het oostelijke deel. Willem Alexanderhof bestaat uit verschillende kleine buurten met ieder een eigen karakter en opzet. Inmiddels zijn 4 buurten (fasen) gerealiseerd of in aanbouw. De twee volgende buurten komen ten oosten van de huidige bebouwing in Willem Alexanderhof. Deze twee buurten liggen tegen de Zuiderhaaks aan en zijn georiënteerd op het landschap. Alle straten zijn zichtlijnen richting de Koegraspolder. Tussen de twee buurten bevindt zich een stevige groenstructuur die aan de noordzijde geheel autovrij is en waar veel woningen op georiënteerd zijn. Dit groen sluit aan op de reeds vastgelegde groenstructuur in Willem Alexanderhof. Verder sluit de buurt nauwgezet aan op de omgeving en worden overal duidelijke voor- en achterkanten gecreëerd. Dit stimuleert de sociale interactie op straat en sluit aan bij de opbouw van de oude dorpskern. In de buurt komt veel groen in de vorm van bomen, gazon, kruidig gras en vaste planten. Dit groen wordt ook ingezet als waterinfiltratie gebieden. Al het water dat in de openbare ruimte valt, wordt geïnfiltreerd in dit groen.

Onder andere vruchtdragende bomen en kruidige bermen dragen bij aan een betere biodiversiteit in de buurt. Programma Het woonprogramma voor het bestemmingsplan is als volgt: Fase 4.2 (uitwerkingsgebied 4): 23 woningen Fase 3.1 (uitwerkingsgebied 4 en 5): 84 woningen Fase 3.2 (uitwerkingsgebied 5 en 6): 122 woningen In totaal staan er 229 woningen in dit bestemmingsplangebied gepland. Dit aantal woningen wordt ook mogelijk gemaak in dit bestemmingsplan. Om flexibiliteit te bieden kunnen de woningen binnen de verschillende woonbestemmingen worden uitgewisseld, zolang het totaal van 229 niet wordt overschreden.

Ruimtelijke structuur De plannen voor Willem Alexanderhof voorzien in een duidelijke waterstructuur. Deze is voor een Willem Alexanderhof Oost Pagina 10 van 55

groot deel reeds gerealiseerd, in verband met de kwantitatieve compensatie opgave vanuit voorgaande fasen. De reeds gerealiseerde watergangen blijven met de beoogde ontwikkeling van onderhavige deelgebieden grotendeels gehandhaafd en hier wordt verder op voort gebouwd. De watergangen vormen tevens de basis voor de groenstructuur in het plangebied. Een belangrijke pijler binnen deze fasen is de groene as, lopend van west naar oost. Binnen het plangebied worden nieuwe ontsluitingswegen aangelegd. Het noordelijke deel dat binnen fase 4.2 valt, ontsluit via de Prinses Margrietstraat en de Prins Clauslaan op de Zuiderhaaks. Aan de zuidzijde (fase 3.1 en 3.2) zullen vooral via de Akkerbouwstraat ontsluiten op de Zuiderhaaks. Parkeren wordt deels op eigen terrein (eigen kavel of parkeerkoffers) en deels op openbaar terrein (parkeren langs de weg) voorzien.

Willem Alexanderhof Oost Pagina 11 van 55

Hoofdstuk 4

4.1

Beleidskaders

Inleiding

In dit hoofdstuk zijn de belangrijkste beleidsdocumenten op rijks-, provinciaal-, regionaal- en lokaal niveau samengevat, voor zover deze documenten relevant beleid en/of besluiten omvatten ten aanzien van dit bestemmingsplan. Voor wat betreft de beleidsonderbouwing voor de regelingen zijn zijn opgenomen met betrekking tot kamerverhuur, woningsplitsing en bed & breakfast wordt verwezen naar de toelichting van paraplubestemmingsplan 'Kamerverhuur, woningsplitsing en Bed & Breakfast 2021' met IMRO-nummer NL.IMRO.0400.611BSPWONEN2021-VST1.

4.2

Rijksbeleid

4.2.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kan worden ingespeeld op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden.

Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050, brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Het Rijk wil sturen op- en richting geven aan- nationale belangen. Die komen samen in vier prioriteiten: I. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; II. Duurzaam economisch groeipotentieel; III. Sterke en gezonde steden en regio's; IV. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Het kabinet heeft een aantal voorlopige NOVI-gebieden uitgekozen. Het Rijk is van plan om hier samen met de regio, met aandacht voor de brede ruimtelijk-fysieke opgaven: een extra impuls te geven aan grote transities, passend bij NOVI-prioriteiten; extra steun te geven aan de aanpak van grote, integrale fysieke opgaven, die heel belangrijk zijn voor Nederland. NOVI-gebieden zijn, voortbouwend op bestaande interbestuurlijke samenwerkingstrajecten, instrumenten waarbij overheden meerdere jaren verbonden zijn en toewerken naar de echte gezamenlijke uitvoering van de verschillende opgaven. Deze gebieden zijn onderdeel van de Omgevingsagenda’s die per landsdeel worden opgesteld. Bij de NOVI-gebieden zoomen we met prioriteit in op de relatief concrete transities in de acht gebieden.

Willem Alexanderhof Oost Pagina 12 van 55

De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het een gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Betekenis voor het bestemmingsplan Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een NOVI-gebied. De ontwikkeling voorziet in de duurzame stedelijke ontwikkeling van een deel van de grotere ontwikkeling Willem Alexanderhof. Voor dit deel waren 10 jaar geleden al plannen om woningbouw te realiseren.

IN de huidige tijd is de behoefte aan woningen alleen maar groter geworden. Dit zorgt ervoor, naast dat het bijdraagt aan een sterk en gezonde dorpskern en regio, het landelijk gebied wordt ontlast van verstedelijking. Dit creëert ruimte in het landelijk gebied voor andere toekomstbestendige ontwikkelingen. De ontwikkeling past daarmee binnen de prioriteiten van de NOVI betreffende sterke en gezonde steden en regio's. Het is niet in strijd met de doelstellingen uit het NOVI.

4.2.2

Besluit algemene regels omgevingsrecht

De juridische borging van de nationale belangen vindt plaats in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Een aantal regelingen is 'getrapt' vastgelegd. Dit wil zeggen dat de provincies, gemeenten en hoogheemraadschappen verplicht zijn dit beleid nader uit te werken. In het Barro wordt een aantal projecten die van nationaal belang zijn genoemd en met behulp van digitale kaartbestanden exact ingekaderd. Het gaat om de volgende projecten: Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote rivieren, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Ecologische hoofdstructuur, erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte). Aan elk soort project wordt een set regels gekoppeld waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen.

De bedoeling is dat belemmeringen die de realisatie van de genoemde projecten zouden kunnen frustreren of vertragen door het Barro op voorhand onmogelijk worden gemaakt. Het Barro brengt ook met zich mee dat gemeenten die een bestemmingsplan opstellen dat raakt aan een belang van één van de projecten in het Barro, nauwkeurig de regelgeving van het Barro moeten controleren. Het Barro vormt daarmee een dwingende checklist bij de opstelling van bestemmingsplannen. Betekenis voor het project Het voorliggende bestemmingsplan raakt niet aan de aangewezen nationale belangen. De beleidsruimte van de gemeente bij het opstellen van dit bestemmingsplan wordt derhalve niet beperkt. Het bestemmingsplan voldoet aan de regels uit het Barro.

Willem Alexanderhof Oost Pagina 13 van 55

4.2.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geeft regels waar concrete ruimtelijke projecten aan moeten voldoen. Zo is in artikel 3.1.6 van het Bro de ladder voor duurzame verstedelijking verankerd. De Ladder voor duurzame verstedelijking (Ladder) is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik, met een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Het doel is een zorgvuldig gebruik van de ruimte en het tegengaan van overprogrammering en de negatieve ruimtelijke gevolgen van leegstand.

Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. Zowel voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen binnen als buiten bestaand stedelijk gebied moet de behoefte worden beschreven. Uitgangspunt voor de wijziging is dat met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik, een nieuwe stedelijke ontwikkeling in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd.

Betekenis voor het project Nieuwe stedelijke ontwikkeling Om te bepalen of sprake is van een Ladderpichtige ontwikkeling, is allereerst van belang of sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan een ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid onder i van het Besluit ruimtelijke ordening. Volgens dit artikel wordt als stedelijke ontwikkeling bedoeld: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.'

Voor wonen geldt dat voor nieuwe woningbouwlocaties vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. Dit blijkt uit jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State in onder andere een uitspraak van 18 november 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:3542). Omdat in het voorliggende geval sprake is van een toename aan woningen die de 12 overstijgt, is de ontwikkeling aan te merken als stedelijke ontwikkeling en dient te worden getoetst aan de in de Ladder voor duurzame verstedelijking gestelde eisen. Ligging binnen bestaand stedelijk gebied Bestaand stedelijk gebied wordt in het Bro als volgt gedefinieerd: "bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur".

Het voorliggende plangebied kan worden aangemerkt als bestaand stedelijk gebied. Het is gelegen binnen een bestaand stedenbouwkundig stelsel van wegen, water en groen dat is ingericht om als woongebied te worden ingevuld. De bestemming is een uit te werken woonbestemming.

Behoefte wonen Voor de zomer van 2020 is door de vier gemeenteraden van de kop van Noord-Holland het Regioakkoord 'De Kop Groeit' vastgesteld. In dit document is een woonakkoord opgenomen om

Willem Alexanderhof Oost Pagina 14 van 55

minimaal 5.000 woningen in de Kop te realiseren tot 2030. Uitgangspunt hierbij is 'sterke kernen, goede voorzieningen'. De uitwerking heeft plaatsgevonden in het ‘Convenant regionale samenwerkingsafspraken woningbouw van de Kop van Noord-Holland 2020-2030’. Deze is op 10 november 2020 geaccepteerd door Gedeputeerde Staten van Noord-Holland. In dit convenant zijn de ambities van de vier gemeenten opgenomen.

Er is sprake van één kwantitatief en kwalitatief regionaal vraaggestuurd woningbouwprogramma tot 2030. Met deze overeenkomst willen de regio en de provincie de actieve regionale samenwerking rondom woningbouw vervolgen, zodat er een optimale ruimtelijke ontwikkeling van de woningvoorraad en -markt in de kop van Noord-Holland is. Hiervoor hebben de partijen afspraken gemaakt over de woningbouwplannen in programma(‘s) die aansluiten bij de vraag naar nieuwbouwwoningen en woningtypen in de regio Kop van Noord-Holland. De partijen erkennen de aparte status van de gemeente Texel. Hier wordt voornamelijk gebouwd voor de lokale woningbehoefte. Het convenant gaat deel uitmaken van een regionaal woonakkoord. In dat akkoord maken de gemeentes aanvullende afspraken over onder andere ambities en mogelijke locaties om buitenstedelijk te bouwen. Dit volgt uit de Woonagenda 2020 - 2025 (zie 4.3.3). Naast concrete afspraken over de ambities en nieuwbouwprogrammering tot 2030 (kwantitatieve afspraken) is een kwalitatief afwegingskader vastgelegd. Het betreft een adaptieve werkwijze. Met een werkwijze van adaptief programmeren wordt gewerkt aan een optimale balans tussen vraagen aanbod van woningen. Deze werkwijze biedt ruimte voor de voorgenoemde ambities van de regio en de mogelijkheid om flexibel in te spelen op actuele ontwikkelingen.

Door middel van monitoring kan het programma tijdig worden bijgesteld, zodat er continu gewerkt wordt aan de juiste hoeveelheid woningbouwplannen in de Kop van NoordHolland. Tegelijkertijd worden de langetermijnambities in het oog gehouden: het realiseren van minimaal 5.000 extra woningen in de kop tot 2030.

Kwantitatief In kwantitatieve zin is het basisvertrekpunt de Bevolkingsprognose Noord-Holland 2019-2040 opgesteld door de provincie. Als volgende vertrekpunt wordt rekening gehouden met planuitval (30%). Dit betreft plannen in programma die door externe redenen toch geen doorgang vinden. Bij de derde richtwaarde wordt de anticipatie schil gehanteerd. In bijlage 4 van het Convenant is het totaalprogramma weergegeven. De getoonde lijsten betreffen een ‘vertreklijst’. Hiermee wordt voldaan aan de provinciale regels. Gedurende de looptijd van het convenant zal er adaptief geprogrammeerd worden. Dit zal gaan resulteren in mutaties van de getoonde vertreklijst. De actuele lijst is gedurende de looptijd te raadplegen op de website www.plancapaciteit.nl. Op deze website is 'Julianadorp Oost/Alexanderhof' opgenomen. In totaal staan er 350 woningen op deze website opgenomen voor uitwerkingsgebieden. Het voorliggende bestemmingsplan maakt 229 woningen mogelijk. Als alle uitwerkingsgebieden binnen het bestemmingsplan Julianadorp Oost 2011 bij elkaar worden opgeteld, blijft dit aantal beneden de 350 geprogrammeerde woningen. Er wordt hiermee voldaan aan de kwantitatieve behoefte.

Kwalitatief In paragraaf 4.3.3 wordt de Woonvisie van Den Helder behandeld. Uit deze paragraaf blijkt dat het woonprogramma dat met voorliggend bestemmingsplan wordt beoogd aansluit bij de Woonvisie. Er is daarmee aansluiting bij de kwalitatieve behoefte van Den Helder.

Conclusie Uit het voorgaande blijkt dat er een behoefte is aan woningbouw, zowel kwantitatief als kwalitatief, Willem Alexanderhof Oost Pagina 15 van 55

waaraan met voorliggende planontwikkeling tegemoet wordt gekomen. Omdat hiermee de behoefte wordt aangetoond, wordt voldaan aan de ladder voor duurzame verstedelijking.

4.2.4

Deltaprogramma 2018

Het Deltaprogramma 2018 is op Prinsjesdag 2017 verschenen en bevat voor het eerst een Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie: een gezamenlijk plan van gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk dat de aanpak van wateroverlast, hittestress, droogte en de gevolgen van overstromingen versnelt en intensiveert. Het is een grote en langdurige opgave om Nederland op heel veel plaatsen anders in te richten, om zo de toenemende schade door wateroverlast, hitte, droogte en overstromingen te verminderen. Deze opgave verschilt bovendien van plaats tot plaats. Dit deltaplan behelst de aanpak om te werken aan deze grote, locatiespecifieke opgave. Daarbij doet dit deltaplan recht aan de belangrijkste aanbevelingen uit de evaluatie van de Deltawet, door integratie van opgaven en participatie van niet-overheden, maatschappelijke organisaties en burgers te stimuleren en de slagkracht op lokaal en regionaal niveau te vergroten met een voorstel voor governance. Dit moet leiden tot een langjarige en planmatige aanpak van wateroverlast, hittestress en droogte en het beperken van de gevolgen van overstromingen.

Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie Het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie is onderdeel van het Deltaprogramma. Net als de andere deltaplannen wordt het jaarlijks geactualiseerd. De deltacommissaris doet daar ieder jaar een voorstel voor. Met dit Deltaplan Ruimtelijke adaptatie geeft de regering ook invulling aan de genoemde moties van de Tweede Kamer.

Ruimtelijke adaptatie grijpt onder meer in op de manier waarop we onze woningen en bedrijven bouwen en onze tuinen en openbare ruimte inrichten, de wijze waarop we onze infrastructuur aanleggen, in stand houden en beheren, en de manier waarop we landbouw bedrijven en de natuur inrichten. Het Deltaprogramma Ruimtelijke adaptatie stelt hiervoor een gestandaardiseerde stresstest op, die vanaf 1 januari 2018 beschikbaar is. Het doel is om het proces van ruimtelijke adaptatie te versnellen en minder vrijblijvend te maken, op basis van afspraken over de doelen, de werkwijze en de monitoring van de uitvoering. Daarvoor wordt de methodiek van 'weten, willen, werken' gehanteerd conform de werkwijze die in 2014 in de deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie is afgesproken: in beeld brengen wat de kwetsbaarheden zijn (weten), vervolgens ambities formuleren (willen) en aan de slag gaan om onze leefomgeving klimaatbestendig en waterrobuust te maken (werken).

Praktisch gezien wordt in de komende jaren steeds kritischer gekeken naar de effecten van ruimtelijke plannen. Nieuwe ontwikkelingen worden gebouwd voor de komende decennia. In toenemende mate wordt toegezien op dat er in ontwikkelingen in een grote mate van zelfredzaamheid is meegenomen. Vanuit het waterbeheer wordt getoetst of hemelwater niet wordt afgewenteld op de benedenstroomse/ naastgelegen gebieden en dat voor een prettig leefklimaat wordt gezorgd. Dat klinkt misschien erg voor de hand liggend, toch is er een duidelijke verandering aanstaande. Het in kaart brengen van de gevolgen van klimaatverandering (weten) kan door middel van een stresstest. De gemeenten moeten klimaatstresstesten gaan uitvoeren om beter grip te krijgen op die materie én sinds 2020 moet klimaatadaptatie in het gemeentelijke beleid zijn verankerd. In de afgelopen decennia is onderzoek gedaan naar effecten van verharding en bewezen is dat water en groen daar een essentiële rol in hebben bij het creëren van een gezonde leefomgeving. Van belang is daarom dat er in een stenige omgeving genoeg groen en water komt om hittestress/ opwarming van stedelijk gebied te temperen.

Betekenis voor het project Willem Alexanderhof Oost Pagina 16 van 55

In het planontwerp is rekening gehouden met de gevolgen van klimaatadaptatie. Met het Hoogheemraadschap HHNK is overleg gevoerd over de wijze van watercompensatie. Er worden sloten aangebracht en de openbare stukken groen fungeren in natte omstandigheden als wadi's. Ook worden straten en parkeerkoffers ingericht met funderingen waarin water gebergd kan worden. In paragraaf 5.6 wordt nader ingegaan op het wateraspect en het overleg met het HHNK.

4.3

Provinciaal en regionaal beleid

4.3.1

Omgevingsvisie NH2050

De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is een voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Tegelijkertijd is duurzame economische ontwikkeling een voorwaarde voor het kúnnen investeren in een prettige leefomgeving. Omdat het leefbaar houden van de provincie ook vraagt om grote investeringen in bijvoorbeeld het landschap, natuurontwikkeling en de transitie naar een duurzame energiehuishouding. In haar sturingsfilosofie gaat de provincie uit van het principe ‘lokaal wat kan, regionaal wat moet’, gelet op de diversiteit aan regio’s, om ruimte te bieden aan maatwerk en om vorm te kunnen geven aan een wendbare samenleving. Hierbij staat de opgave centraal. Dat bepaalt de wijze van sturing en samenwerking. Naast de leidende hoofdambitie kent de omgevingsvisie de volgende ambities: Een klimaatbestendig en waterrobuust Noord-Holland. Het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Dit betreft bodem, water, lucht, omgevingsveiligheid, geluidbelasting en (ontwikkelingen in) de ondergrond. Het vergroten van de biodiversiteit in Noord-Holland. Een duurzame economie, met innovatie als belangrijke motor. Vraag en aanbod van woon- en werklocaties beter met elkaar in overeenstemming brengen.

Inwoners en bedrijven van Noord-Holland kunnen zichzelf en producten effectief, veilig en efficiënt verplaatsen waarbij de negatieve gevolgen van de mobiliteit op klimaat, gezondheid, natuur en landschap steeds nadrukkelijk meegewogen worden. Het benoemen, behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en cultuurhistorie. Noord-Holland is in 2050 als samenleving volledig klimaatneutraal gebasseerd op (een maximale inzet op opwekking van) hernieuwbare energie. Betekenis voor het bestemmingsplan Met voorliggend bestemmingsplan wordt een actuele invulling gevonden voor het gebied waarvoor in 2011 al een eerste aanzet is gedaan. De woningbouwontwikkeling waarbij oog is voor klimaatadaptatie past past binnen dit beleid.

Willem Alexanderhof Oost Pagina 17 van 55

4.3.2

Omgevingsverordening NH2020

De Omgevingsverordening NH2020 is vastgesteld op 22 oktober 2020 en in werking getreden op 17 november 2020. In de Omgevingsverordening NH2020 zijn regels samengevoegd op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water. De provincie wil met de omgevingsverordening ontwikkelingen, zoals woningbouw en de energietransitie, mogelijk maken en zet in op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in Noord-Holland. De provincie zoekt naar een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. De belangrijkste ambities voor Noord-Holland, zoals omschreven in de Omgevingsvisie, zijn verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Holland.

Betekenis voor het bestemmingsplan Voor nieuwe stedelijke ontwikkeling geldt volgens de omgevingsverordening dat deze in overeenstemming moeten zijn met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 4.2.3. Verder zijn vanuit de Omgevingsverordening NH2020 geen specifieke regels van toepassing voor het plangebied. De ontwikkeling van de woningen past binnen de regels van de omgevingsverordening.

4.3.3

Woonagenda 2020 - 2025

De Woonagenda is de uitvoeringsagenda van het woonbeleid van de provincie Noord-Holland voor de komende vijf jaar. De Woonagenda volgt uit en past binnen de randvoorwaarden van het provinciaal ruimtelijk beleid, zoals beschreven in de provinciale Omgevingsvisie NH2050 en het coalitieakkoord ‘Duurzaam doorpakken’. Vanuit het provinciaal én regionaal belang dat de woningmarkt goed functioneert en het wonen optimaal bijdraagt aan het versterken van de kwaliteiten van Noord-Holland, maakt deze agenda de inzet en bijdrage van de provincie daaraan concreet. De provincie wil ruimte bieden voor woningbouw, uitgaande van zorgvuldig ruimtegebruik. De speerpunten richten zich op een woning voor iedereen: a. b. c. d.

Adaptief en vraaggestuurd programmeren. Productie op peil: aanjagen woningbouwproductie. Kwalitatief, betaalbaar en divers woningaanbod. En tevens richt het zich op gezond, duurzaam en toekomstbestendig wonen in een aantrekkelijke provincie.

Richtinggevende principes zijn o.a.: I.

De vraag is leidend. De regionale programmeringen worden bepaald op basis van gegronde onderbouwing van vraag, aanbod en het kwalitatieve en kwantitatieve verschil daartussen voor nu en in de toekomst. II. Er zijn snel meer woningen nodig. De provincie zet in op het versnellen van de woningbouwproductie en helpt gemeenten hierbij door voortzetting van het Uitvoeringsprogramma Binnenstedelijk Bouwen en Versnellen Woningbouw. III. De woningmarkt heeft structureel meer flexibiliteit en betaalbare opties voor alle verschillende doelgroepen van woningzoekenden nodig. Betekenis voor het bestemmingsplan De woningen die met voorliggend plan worden mogelijk gemaakt komen tegemoet aan de grote vraag naar woningen.

Willem Alexanderhof Oost Pagina 18 van 55

4.3.4

Woondeal Noord-Holland Noord

Op 8 juli 2021 hebben de provincie, 18 gemeenten en marktpartijen de Woondeal Noord-Holland Noord ondertekend. In deze woondeal is afgesproken dat in de regio Alkmaar, de kop van Noord-Holland en Westfriesland tot 2030 ongeveer 40.000 extra woningen te bouwen op binnenstedelijke locaties en rond OV-knooppunten. Dit aantal is meer dan volgens de berekeningen voor de regio nodig is. In de woondeal is onder meer een overzicht van concrete maatregelen opgenomen waarvoor de hulp van het rijk wordt gevraagd. Benoemd wordt dat het van belang is om de steden hun eigen karakter te laten houden en tegelijk flexibel in te spelen op de groei van inwoners. Den Helder is één van de locaties waar meer grootschalige ontwikkeling moet plaatsvinden.

Betekenis voor het bestemmingsplan De voorliggende woningbouwontwikkeling op een binnenstedelijke locatie past binnen het doel van de Woondeal.

4.3.5

Regioakkoord De Kop Groeit!

Voor de zomer van 2020 is door de vier gemeenteraden van de Kop van Noord-Holland het regioakkoord 'De Kop Groeit' vastgesteld. Dit werd al aangehaald in paragraaf 4.2.3 bij de ladderonderbouwing. In het regioakkoord is een woonakkoord opgenomen om minimaal 5.000 woningen in de Kop te realiseren tot 2030. Het wordt van belang geacht dat de woningbouwproductie wordt versnelt. Ten aanzien van Den Helder is aangegeven dat met name in deze gemeente nog volop mogelijkheden zijn om binnenstedelijk door te gaan met ontwikkelen.

Betekenis voor het bestemmingsplan De voorliggende woningbouwontwikkeling draagt bij aan het doel om extra woningen te realiseren in een verhoogd tempo.

4.3.6 Convenant regionale samenwerkingsafspraken woningbouw van de Kop van Noord-Holland 2020-2030 In paragraaf 4.2.3 is het convenant reeds behandeld. In het Convenant zijn de ambities van de gemeenten Den Helder, Hollands Kroon, Schagen, Texel opgenomen. Er is sprake van één kwantitatief en kwalitatief regionaal vraaggestuurd woningbouwprogramma tot 2030. Met het convenant beogen de vier Kopgemeenten en de provincie Noord-Holland een actieve regionale samenwerking woningbouw te continueren ten behoeve van een optimale ruimtelijke ontwikkeling van de woningvoorraad/-markt van de regio Kop van Noord-Holland. Hiervoor hebben de partijen afspraken gemaakt over de woningbouwplannen in programma(‘s) die aansluiten bij de vraag naar nieuwbouwwoningen en woningtypen in de regio Kop van Noord-Holland.

Betekenis voor het bestemmingsplan Uit de ladderonderbouwing blijkt reeds dat de voorliggende ontwikkeling voldoet aan het convenant.

Willem Alexanderhof Oost Pagina 19 van 55

4.3.7

Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur 2018 -2023

In het Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur (PMI) staan alle projecten die de provincie in voorbereiding en uitvoering heeft ter verbetering van de provinciale infrastructuur. Het PMI is een voortschrijdend zesjarenprogramma dat jaarlijks wordt herzien.

Betekenis voor het bestemmingsplan Het plangebied wordt in het PMI niet direct genoemd, maar voldoet aan de algemeen gestelde ambities uit het plan, zoals een goede bereikbaarheid. Door de ligging van het plan aan de Zuiderhaaks die via de Schoolweg op korte afstand in verbinding staat met de Rijksweg N9 is er een goede bereikbaarheid en kunnen zowel Den Helder als de zuidelijker gelegen steden als Alkmaar gemakkelijk worden bereikt.

4.3.8

Waterprogramma (2016 - 2021)

Het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) heeft samen met de provincie, LTO, natuurorganisaties, PWN, kennisinstituten en Rijkswaterstaat de gezamenlijke doelen en opgaven van het Waterprogramma geïdentificeerd. Vervolgens zijn deze doelen en opgaven met zeventig betrokken organisaties, waaronder de gemeenten, uitgewerkt. De komende jaren staat het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier voor de taak het beheergebied klimaatbestendig te maken, toegespitst op de thema's waterveiligheid, wateroverlast, watertekort, schoon en gezond water en crisisbeheersing. Deze thema's zijn in dit Waterprogramma nader uitgewerkt.

Waterveiligheid Voor waterveiligheid volgt het waterprogramma de benadering van meerlaagsveiligheid, opgenomen in het Nationale Waterplan. Sterke waterkeringen blijven bepalend voor de waterveiligheid. Het nieuwe landelijke veiligheidsbeleid is gebaseerd op een risicobenadering. De kans op een overstroming en de mogelijke gevolgen bepalen het gewenste veiligheidsniveau. Er wordt daarom gekozen voor een andere manier van toetsen, ontwerpen en gegevensbeheer. Het hoogheemraadschap past het beheer, het onderhoud en de vergunningverlening aan, onderzoekt de functie van regionale- en overige waterkeringen bij de waterveiligheid en steunt innovatieve oplossingen. Intussen gaat het hoogheemraadschap door met het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) en continueert ze het programma om de boezemkades te versterken.

Wateroverlast Wateroverlast is schadelijk, maar niet levensbedreigend. De komende periode ontwikkelt het hoogheemraadschap een basisniveau voor de preventie en wordt gezamenlijk werk gemaakt van gevolgbeperking. De flexibele besturing van het systeem wordt vergroot en verbeterd en er wordt een schaderegeling afgesproken. Waar mogelijk neemt het hoogheemraadschap het groot onderhoud van stedelijk water over van gemeenten. De adviesrol in de ruimtelijke ordening wordt versterkt, om verbeteringen in het watersysteem te kunnen koppelen aan ruimtelijke ontwikkelingen. Het programma Wateropgave wordt afgerond, waardoor het risico op wateroverlast beperkt wordt.

Zoet water Zoet water wordt kostbaar en minder vanzelfsprekend. De kans op zoet watertekort wordt in de Willem Alexanderhof Oost Pagina 20 van 55

komende jaren groter, onder invloed de klimaatverandering. Het hoogheemraadschap zorgt daarom voor een duurzame en eerlijke verdeling van het zoet water met de huidige infrastructuur. Dat wordt gedaan door duurzaam beheer van de beschikbare hoeveelheid schoon zoet water. In de planperiode wordt een programma opgesteld voor het uitwerken van de voorgenomen strategie.

Schoon en gezond water Voor schoon en gezond water worden lopende uitvoeringsprogramma's en beheersactiviteiten voortgezet. In overleg met de partners zijn maatregelen bepaald voor de Kaderrichtlijn Water (KRW), waarvoor een resultaatverplichting is aangegaan. Het hoogheemraadschap werkt nauw samen met de gemeenten in het gebied en met PWN aan een doelmatig en duurzaam afvalwaterketenbeheer. Er wordt stevig ingezet op innovaties die hieraan bijdragen, op effectgericht werken en op bronaanpak.

Crisisbeheersing Als het toch dreigt fout te gaan moet het hoogheemraadschap klaar staan. Daarom wordt er samen met de partners voor gezorgd dat daadkrachtig kan worden gehandeld bij een (dreigende) crisis. Daarnaast worden watergerelateerde risico's uitgewerkt in risicoprofielen, worden zogenoemde hotspots benoemd en opgenomen in de Waterrisicokaart. Het vereiste kwaliteitsniveau van de crisisbeheersingsorganisatie wordt bepaald op grond van het maatschappelijk aanvaardbare schadeprofiel. Ook wordt een actieve bijdrage geleverd aan het Coördinatieplan overstromingen van de veiligheidsregio's.

Betekenis voor het bestemmingsplan Voor voorliggend project is overleg gepleegd met het HHNK. Dit wordt behandeld in paragraaf 5.6.

4.3.9

Keur van het Hoogheemraadschap

De Keur is een speciale verordening van het Hoogheemraadschap waarin de regels voor het beheer, gebruik en onderhoud van waterstaatswerken zijn opgenomen. Particulieren, bedrijven en andere overheden zijn verplicht zich aan de Keur te houden. De huidige Keur is in september 2016 vastgesteld.

Bij de aanleg van nieuw verhard oppervlak moeten compenserende voorzieningen worden aangelegd, die ten doel hebben de versnelde afstroming van neerslag tegen te gaan. Het hoogheemraadschap bepaalt welke compenserende voorzieningen toelaatbaar zijn en het verbindt hieraan in de watervergunning voorschriften die noodzakelijk zijn voor de instandhouding en goede werking van die voorzieningen. Het hoogheemraadschap kan hiervoor ook algemene regels of beleidsregels vaststellen. Het doorlopen van het proces van de watertoets kan het proces vergemakkelijken.

Betekenis voor het bestemmingsplan In paragraaf 5.6 wordt nader ingegaan op het aspect water in relatie tot dit plan.

Willem Alexanderhof Oost Pagina 21 van 55

4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1

Structuurvisie Den Helder 2025

In 2007 heeft de gemeenteraad van Den Helder in de Strategische Visie 2020 aangekondigd dat een Structuurvisie zou worden opgesteld als één van de overkoepelende ruimtelijke beleidskaders. In de Strategische Visie was namelijk geconstateerd dat ruimtelijke ingrepen en voorwaarden nodig zijn om de strategische doelen uit de Visie te bereiken. De Structuurvisie is geen nieuw plan voor de stad, maar een kader waar alle bestaande plannen zijn samengebracht. Het geeft een overzicht over wat er ruimtelijk in ontwikkeling en in uitvoering is in de stad.

Met de Structuurvisie wordt beoogd om sturing te geven aan en samenhang aan te brengen in de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen in de periode tot 2025 in de gemeente Den Helder. De Structuurvisie geeft daarmee hoofdlijnen van het toekomstig ruimtelijk beleid voor de gemeente aan en verschaft planologische duidelijkheid aan het eigen gemeentebestuur, haar bewoners, andere overheden en overige partijen. De Structuurvisie is kaderstellend voor bestemmingsplannen en het gemeentelijk beleid op uitvoeringsniveau.

Betekenis voor het bestemmingsplan De structuurvisie is vooral gericht op de stad Den Helder en in de visie werd nog uitgegaan van een bevolkingsafname en een afname aan het aantal te bouwen woningen. Inmiddels zijn we bijna 10 jaar verder en is de woningmarkt veranderd. De structuurvisie moet derhalve in het licht van de economische crisis worden gezien.

4.4.2

Omgevingsvisie Julianadorp

De Omgevingsvisie Julianadorp vormt een gezamenlijk beeld van bewoners, ondernemers, maatschappelijke partijen en diverse overheden over de toekomst van Julianadorp. De omgevingsvisie geeft richting aan de acties van allerlei partijen in het gebied, waarvan de gemeente er slechts één is. Bewoners, ondernemers en allerlei initiatiefnemers krijgen onder de nieuwe Omgevingswet zoveel mogelijk ruimte voor eigen initiatieven. Bindende regels voor allerlei activiteiten in de fysieke leefomgeving zijn terug te vinden in het omgevingsplan, welke op basis van deze visie wordt opgesteld. De omgevingsvisie bestaat onder meer uit een analyse van Julianadorp met een verkenning van het dorp in de toekomst. Er staan opgaven op verschillende gebieden opgenomen die uitmonden in een visie met hoofdrichtingen en een aanzet tot uitvoering.

Op het gebied van wonen worden een aantal zaken geconstateerd. Het aantal huishoudens neemt toe met naar verwachting 25 tot 30 huishoudens per jaar tot 2028. Aan deze constatering is opgenomen dat de groei de komende jaren is op te vangen in de wijk Willem Alexanderhof en de woningbouw op 't Laar/Noorderhaven. Er is vraag naar woningen voor jongeren en ook levensloopbestendige woningen. Locaties dichtbij voorzieningen hebben de voorkeur. Een van de opgaven die is opgenomen is het omgaan met klimaatverandering door het geven van ruimte aan water en het vasthouden ervan.

De woonbuurten die op dit moment in ontwikkeling zijn (Willem-Alexanderhof, Noorderhaven) bieden voor de komende jaren ruimte voor de vraag naar eengezinswoningen, vanuit Julianadorp en van buitenaf. Als visie/hoofdrichting is opgenomen: 'Julianadorp versterkt de woonkwaliteit door

Willem Alexanderhof Oost Pagina 22 van 55

duidelijker onderdeel van de onderliggende structuur van groen en water te worden en nieuwe ontwikkelingen hierop voort te laten bouwen'. Dit is tevens een van de aanzetten die zijn opgenomen: 'Het Willem Alexanderhof is ontwikkelt als nieuwe woonbuurt van Julianadorp, met een dorpse, groene uitstraling'.

Betekenis voor het bestemmingsplan De ontwikkeling van het Willem Alexanderhof is onderdeel van de Omgevingsvisie voor Julianadorp. Sociale eengezinswoningen voor jonge gezinnen en levensloopbestendige patiowoningen zijn onderdeel van de planontwikkeling en daarmee is het passend in de Omgevingsvisie Julianadorp.

4.4.3

Woonvisie Den Helder 2020-2025

Op 2 november 2020 heeft de gemeenteraad van Den Helder de Woonvisie Den Helder 2020-2025 vastgesteld. Prognoses van de Provincie Noord-Holland geven aan dat de Kop van Noord Holland de komende tien jaar staat voor een beperkte groei, zowel in inwoners als huishoudens. De economische groei als gevolg van de afgelopen jaren is de voornaamste oorzaak van de groei in Daarna (na 2030) gaat dat, voor zover nu bekend is, over in een daling. De leeftijd en samenstelling van huishoudens verandert als gevolg van vergrijzing en verdunning.

Kern en koers van deze woonvisie worden uitgewerkt in de volgende thema’s: 1. Kwantiteit en kwaliteit: vraag-en aanbodgerichte nieuwbouw; passende programmering huur/ koop, prijssegment en woningtypologie op de juiste locaties, kwaliteitsverbetering van de bestaande woningvoorraad en woonomgeving, gemengde en veilige wijken, ruimte voor experimenten met nieuwe woonvormen. 2. Goed wonen voor iedereen: huisvesting doelgroepen: studenten, jongeren, ouderen, gezinnen, kwetsbare groepen, statushouders, werknemers, levensloopbestendige woningvoorraad, stedelijke en wijkgerichte voorzieningen die goed bereikbaar zijn, een aantrekkelijk stadshart. 3. Duurzaam wonen: energiebesparing en energietransitie in de bestaande woningvoorraad, energiezuinige nieuwbouw, duurzame woon- en leefomgeving. Kwantiteit en kwaliteit Het tekort aan nieuwbouwwoningen in de provincie, met name in de regio Amsterdam, drijft de prijzen op en heeft effecten op de woningmarkt in Noord Holland Noord. De druk op de woningmarkt vanuit het zuidelijke deel van de provincie zal tot een grotere behoefte leiden in de regio’s Alkmaar, West Friesland en voor een deel ook in de Kop van Noord-Holland. In Den Helder stijden de verkoopprijzen van woningen en tegelijkertijd neemt het aanbod aan koopwoningen af.

De regio Noord Holland Noord heeft een propositie bij het Rijk neergelegd om in het achterblijvende aanbod aan nieuwbouw te voorzien en tegelijkertijd de bereikbaarheid te verbeteren. De verwachte toename van banen in de sectoren energie, maritiem en techniek vragen om anders te kijken naar de woningbehoefte en meer flexibiliteit in te bouwen in de woningbouwprogrammering. Om ruimte te geven aan de economische ambities heeft de regio Kop van Noord-Holland als doel gesteld om tot 2030 een nieuwbouwprogramma van 5.000 woningen te realiseren. Deze woningen worden gerealiseerd in het stadshart van Den Helder, Nieuw Den Helder en Julianadorp. In Julianadorp wordt buitenstedelijk bouwen niet uitgesloten. Maar ook op andere plekken wordt plannen voorbereid. Den Helder wil gemengde wijken waar jong en oud zich thuis voelen. Woondiversiteit wordt geboden door het invullen van een midden- en hoger koopsegment en er wordt gezorgd voor een goede spreiding van het wonen voor bijzondere doelgroepen zoals statushouders en tijdelijke werknemers.

Willem Alexanderhof Oost Pagina 23 van 55

Goed wonen voor iedereen Den Helder wil een stad zijn waar het goed wonen is voor iedereen, ongeacht leeftijd, inkomen, opleiding, werk of achtergrond en of het om tijdelijk of permanent wonen gaat. Er wordt gestuurd op meer balans in de samenstelling van de bevolking op deze kenmerken. Naast voldoende woningen in de sociale huur en -koop wordt ingezet op een toenemend aandeel middenhuur/-koop en op nieuwbouw in het duurdere segment in bijzondere woonmilieus. Hiermee maken we Den Helder aantrekkelijker voor mensen met wat hogere inkomens die, als gevolg van de ontwikkeling van werkgelegenheid in de maritieme, energie- en technieksector, in Den Helder willen komen wonen.

Duurzaam Wonen Den Helder wil in 2040 een energie-neutrale gemeente zijn. Jaarlijks wil de gemeente een energiebesparing realiseren van 2%, ook in de woningvoorraad. Dit richt zich in eerste instantie vooral op de bestaande woningvoorraad die in Den Helder relatief oud is en waardoor daar veel winst is te behalen. Duurzaam wonen vraagt ook om een omgeving die klimaatadaptief, circulair, natuurinclusief en met vergroting van de biodiversiteit wordt vormgegeven en onderhouden. De focus wordt gelegd op de gevolgen voor de gezondheid van inwoners van verstening (hittestress, overmatige neerslag), en op de gezondheid van het systeem (ziekten in flora en fauna, ongedierte e.d.). Voldoende kwalitatief groen werkt positief uit op het welbevinden en het gemoed van mensen.

Energie-neutrale nieuwbouw (Nul op de Meter-woning) is voor ontwikkelaars en bouwers nog niet rendabel genoeg. In de basis worden de landelijke duurzaamheidseisen van het Bouwbesluit en die volgens BENG (Bijna Energie Neutrale Gebouwen) gevolgd. De gemeente stelt zich hierbij afhankelijk van landelijk beleid zodat een gelijk speelveld wordt gecreërd op het gebied van nieuwbouwwoningen voor ontwikkelaars in de regio. Gasloze nieuwbouw is de verplichte norm volgens de wet Voortgang Energietransitie. Samen met de Provincie, waterschap en netbeheerders werkt de gemeente aan een regionaal plan voor verduurzaming van de gebouwde omgeving die groener, circulair en klimaat-adaptief is. In het kader van het Wijkgericht werken investeert de gemeente in het duurzaam inrichten van de woon- en leefomgeving volgens de principes van klimaat-adaptief en natuur-inclusief inrichten en beheren.

het college het concept Masterplan Stationgsgebied vastgesteld. Aan het eind van het jaar wordt het definitieve Masterplan aan de gemeenteraad voorgelegd, nadat participatie heeft plaatsgevonden. Heerhugowaard wil een vitale stad zijn, waar het prettig wonen, werken, ondernemen, opgroeien, studeren en verblijven is. In het gemeentelijk economisch beleid wordt een 'gezonde economische positie" voor de gemeente nagestreefd. Om zo'n stad te worden, zal Heerhugowaard zich verder moeten ontwikkelen tot een stedelijk knooppunt: een volwaardig, meer complete stad in de regio, een prettige plek om groen-stedelijk te wonen en een belangrijk voorzieningencentrum. Ruimtelijke ontwikkelingen rondom het OV-knooppunt hebben in dat kader prioriteit gekregen. Goede verbindingen zijn voorts van belang voor de attractiviteit van het woonklimaat in Heerhugowaard en directe omgeving, en vormen de randvoorwaarde voor het bereikbaar houden van werk en voorzieningen, ook voor bezoekers van de regio.

Betekenis voor het bestemmingsplan Het voorliggende bestemmingsplan maakt een diversiteit aan woningen mogelijk. Er worden sociale huurwoningen gerealiseerd, koopwoningen in het midden- en hoger koopsegment en ook levensloopbestendige patiowoningen. Dit sluit aan bij de kwalitatieve behoefte en de wens van Willem Alexanderhof Oost Pagina 24 van 55

meer balans in de samenstelling van de bevolking. Voor wat betreft de duurzaamheidseisen zullen de woningen wordne gerealiseerd volgens de landelijke eisen en wordt veel aandacht besteed aan aan het waterbergend vermogen van de wijk en het voorkomen van hittestress door de realisatie van water en groen in combinatie met wadi's. Het voorliggende bestemmingsplan is derhalve niet in strijd met de woonvisie.

4.4.4

Nota Parkeernormen Den Helder 2017 - 2021

De Nota Parkeernormen Den Helder is opgesteld om richting te geven aan de omgang met parkeren. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient namelijk te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid om parkeerproblematiek te voorkomen. Vanuit het Paraplubestemmingsplan Parkeren 2021 (zie 2.2) wordt verwezen naar deze nota. In paragraaf 5.11 wordt een parkeerbeschouwing weergegeven waarin wordt getoetst aan de nota.

Willem Alexanderhof Oost Pagina 25 van 55

Hoofdstuk 5

5.1

Milieu- en omgevingsaspecten

Inleiding

De gevolgen voor de milieu- en omgevingskwaliteit vormen een belangrijke afweging bij het al dan niet toelaten van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. In dit hoofdstuk komen de voor het project relevante milieu- en omgevingsaspecten aan bod.

5.2

Bodem

5.2.1

Toetsingskader

Wet bodembescherming Het doel van de Wet bodembescherming (Wbb) is in de eerste plaats het beschermen van de land- of waterbodem zodat deze nu en in de toekomst kan worden benut door mens, dier en plant. Via de Wbb heeft de Rijksoverheid de mogelijkheid algemene regels te stellen voor de uitvoering van werken, het transport van stoffen en het toevoegen van stoffen aan de bodem. Ontwikkelingen kunnen pas plaatsvinden als de bodem, waarop deze ontwikkelingen gaan plaatsvinden, geschikt is of geschikt is gemaakt voor de beoogde functie. Bij nieuwbouwactiviteiten dient de bodemkwaliteit door middel van onderzoek in beeld te zijn gebracht. In het algemeen geldt dat nieuwe bestemmingen bij voorkeur op een schone bodem dienen te worden gerealiseerd.

Besluit bodemkwaliteit Het doel van het Besluit bodemkwaliteit (2008) is de bodem beter te beschermen en meer ruimte te bieden voor nieuwe bouwprojecten. Ook geeft het besluit gemeenten en provincies meer verantwoordelijkheid om de bodem te beheren.

Wabo, Wbb en Woningwet Op grond van de Wabo geldt een uitgestelde inwerkingtreding van de omgevingsvergunning bij een redelijk vermoeden van ernstige bodemverontreiniging. Voorts geldt ten aanzien van de bodem dat de Woningwet gemeenten verplicht in hun bouwverordening voorschriften omtrent het tegengaan van bouwen op verontreinigde bodem op te nemen. Die voorschriften moeten in elk geval betrekking te hebben op het verrichten van onderzoek naar aard en mate van verontreiniging van de bodem en de aard, omvang en opbouw van het op te stellen onderzoek.

5.2.2

Onderzoek

(Water)bodem- en asbestonderzoek In het kader van de woningbouwontwikkeling binnen Willem Alexanderhof, is een bodem- en waterbodemonderzoek uitgevoerd voor het gehele ontwikkelgebied. Fase 3.1 en fase 3.2 en fase 4.2 zijn hier onderdeel van. Dit verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek is uitgevoerd door Antea Group (22-01-2018, Bijlage 1). Willem Alexanderhof Oost Pagina 26 van 55

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.denhelder.nl/api/v1/meetings/1779/documents/17861