VTH beleid 2021-2022.pdf
Tekst van het document
Inhoud 1. Samenvatting 2. Ambities, doelen, visie 2.1 VTH beleid 2019-2021 2.2 Uitgangspunten voor het VTH beleid 2021-2022 2.2.1 Definiëring beleid 2.2.2 Algemene uitgangspunten VTH beleid 2.3 Relatie met overige beleidsvelden 2.4 Externe ontwikkelingen en nieuw beleid 3. Beleidscyclus 3.1 Monitoring 3.2 Evaluatie en verslaglegging 4. Beleidsthema’s 4.1 Evaluatie uitgangspunten VTH beleid 2019-2021 4.1.1 Risicogestuurde benadering 4.1.2 Vertrouwen waar het kan, controle waar het moet 4.1.3 De big 8-cyclus is de basis voor de beleidscyclus 4.1.4 Efficiënte en effectieve uitvoering VTH is richting gevend voor de ruimtelijke keten 4.1.5 Digitale dienstverlening is het uitgangspunt, ook bij toezicht en handhaving 4.1.6 Integrale aanpak 4.1.7 Integriteit van de gemeente(lijke organen) staat hoog in het vaandel. 4.2 Evaluatie uitgangspunten VTH beleid 2019-2021 4.2.1 Uitgangspunten vergunningen 4.2.2 uitgangspunten toezicht en handhaving 4.3 Uitgangspunten nieuw VTH beleid 2021-2022 4.3.1 Vergunningen 2.0 4.3.2 Toezicht en handhaving 2.0 4.3.3 Huisvesting buitenlandse werknemers 4.3.4 Implementatie Wet kwaliteitsborging 4.3.5 Invoering Omgevingswet 4.3.6 Themaonderzoeken Provincie 4.4 Risico methodiek 5. Beschrijving taakvelden 5.1 Wettelijke kaders 5.1.1 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht 5.1.2 APV 5.1.3 Bijzondere wetten 5.2 Interne en externe samenwerking 6.
Ambities 6.1 Vergunningen 2.0 6.1.2 Doelstellingen VTH beleid 2019-2021 6.1.2 Ambities nieuw VTH beleid 2021-2022 6.2 Toezicht en Handhaving 2.0 6.1.2 Doelstellingen VTH beleid 2019-2021 6.1.3 Ambities nieuw VTH beleid 2021-2022 6.3 Huisvesting Buitenlandse Werknemers 6.3.1 Ambities nieuw VTH beleid 2021-2022 6.4 Implementatie Omgevingswet en Wet Kwaliteitsborging 6.4.1 Ambities nieuw VTH beleid 2021-2022
VTH beleid 2021-2022
6.5 Themaonderzoeken Provincie 6.5.1 Ambities nieuw VTH beleid 2021-2022 7. Organisatie en capaciteit en middelen 7.1 Organisatie 7.1.1 Scheiding vergunningverlening, toezicht en handhaving 7.1.2 Bevoegdheden, taken en verantwoordelijkheden 7.1.3 Klachten- en bereikbaarheidsregeling 7.1.4 Kwaliteitszorg en kwaliteitsborging 7.2 Beschikbare capaciteit 8. Bijlagen 8.1. Risicoanalyse 8.2 Analyse van inzichten
VTH beleid 2021-2022
1. Samenvatting Voor u ligt het Vergunningen-, Toezicht- en Handhavings (VTH) beleid 2021-2022. Op 16 september 2019 is door de gemeenteraad het VTH beleid 2019-2021 vastgesteld. Dit beleid is in juli 2020 aangevuld met een Addendum. Dit nieuwe VTH beleid 2021-2022 voegt beide stukken samen en sluit aan bij de beleidscyclus en de invoering van de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging op 1 januari 2022. Dit beleidsplan geeft invulling aan onze wettelijke plicht om een dergelijk beleidsplan op te stellen en aan onze wens om de uitvoering van vergunningverlening, het houden van toezicht en het handhaven van de regelgeving meer vorm te geven. In de praktijk blijkt dat niet iedereen zich aan de regels houdt. Bewust en onbewust worden de regels en voorschriften om verschillende redenen niet nageleefd. Hierdoor wordt afbreuk gedaan aan de veiligheid en de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Bij de uitvoering van de toezicht- en handhavingstaak staat de menselijke maat centraal. We praten met elkaar en handelen niet uitsluitend naar de letter, maar vooral ook naar de geest van de wet. In dit beleidsplan zijn de kaders opgenomen. In de Uitvoeringsprogramma’s 2021 en 2022 worden deze kaders verder uitgewerkt. In dit beleidsplan worden de wettelijke kaders en de toelichting op de keuzes voor de uitvoering van het VTH-beleid beschreven.
Kort samengevat gaat het daarbij om de volgende strategische keuzes: • Wij willen de kwaliteit van de fysieke leefomgeving beschermen en waar mogelijk versterken. • De algemene doelstellingen van het beleid worden uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma. • Door middel van een risicomatrix wordt de prioritering van taken bepaald. Met dit beleid wordt de basis gelegd voor de integrale uitvoering van de wettelijke taken op het gebied van het omgevingsrecht. Het bevat een beschrijving van de taken en de prioriteiten op het gebied van vergunningen, toezicht en handhaving. De prioritering bepaalt de mate van toetsing, toezicht en handhaving. Om ervoor te zorgen dat het beleid aansluit op de ontwikkelingen in de samenleving, dus op de uitvoering en andersom, wordt gebruik gemaakt van de BIG-8 cyclus. Op 1 januari 2022 worden de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging van kracht. Dit heeft invloed op het VTH beleid. De gevolgen van deze ontwikkelingen zijn voor de uitvoeringstaken nog niet volledig inzichtelijk. Vandaar dat dit beleidsplan tot en met 2022 loopt.
VTH beleid 2021-2022
2. Ambities, doelen, visie Wij willen de kwaliteit van de fysieke leefomgeving beschermen en waar mogelijk versterken. Wij werken risico gestuurd en zetten in op naleving. De beschikbare capaciteit wordt gericht ingezet op aandachtsgebieden. In deze nota is het beleid voor Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving op het gebied van de fysieke leefomgeving voor de periode 2021-2022 vastgelegd. Onder de fysieke leefomgeving vallen de VTH-taken die voortvloeien uit wet- en regelgeving op het gebied van het omgevingsrecht. Het gaat dan over milieu, bouwen en ruimtelijke ordening. Het is een wettelijke verplichting (artikel 7.2 van het Besluit Omgevingsrecht, zie de bijlage) om het VTH-beleid in een nota vast te leggen. Adequaat VTH-beleid is flexibel en speelt in op actuele behoeftes. De samenleving verandert steeds sneller. Wij willen het VTH-beleid laten aansluiten bij de steeds veranderende wensen uit de politiek en samenleving. Er komen meer ambities en dat betekent dat we kritisch moeten kijken naar de optimale inzet van onze toezichthouders en handhavers. Wij vragen aan inwoners en bedrijven hun verantwoordelijkheid te nemen in de realisatie van een gewenste leefomgeving. Ook zullen wij intensiever samenwerken met externe partners als de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord (ODNHN, de Veiligheidsregio Noord-Holland Noord (VRNHN) en de politie.
2.1 VTH beleid 2019-2021 In de Strategische Visie 2020 staat opgenomen dat de gemeente Den Helder een gemeente wil zijn met goede en diverse werkmilieus, plezierige en veilige woonmilieus met een breed en kwalitatief goed voorzieningenniveau, een aantrekkelijk en levendig stadshart en een adequate infrastructuur. Dit sluit aan bij de ambities van de coalitie. Vertaald in de VTH visie is dat: Wij dragen bij aan een veilige, duurzame, schone en leefbare gemeente waarin iedereen prettig en gezond woont, werkt en recreëert.
De uitgangspunten uit het VTH beleid 2019-2021 zijn: Kwalitatief goede dienstverlening. De dienstverlening moet voor iedereen toegankelijk en begrijpelijk zijn. Vergunningen gaan we zoveel mogelijk digitaliseren, standaardiseren en vereenvoudigen. We gaan ervan uit dat wat inwoners zelf kunnen doen, zij dit ook doen. We stimuleren zelfredzaamheid bij inwoners en bedrijven. We proberen er samen uit te komen. Wij verwachten van Inwoners en bedrijven dat zij aanvragen zo compleet mogelijk indienen. Ingezet wordt op vooroverleg. Inwoners en bedrijven worden op deskundige en vriendelijke wijze gevraagd en ongevraagd van informatie voorzien. Medewerkers verstaan hun vak en er is ruimte voor ontwikkeling. Transparant en aanspreekbaar Wij verwachten veel van onze inwoners en bedrijven. Dit mogen zij ook van de gemeente verwachten. De gemeente is verantwoordelijk voor het tijdig afgeven van kwalitatief goede vergunningen en het inzetten van adequaat toezicht en handhaving. Degene die een vergunning krijgt moet ervan uit kunnen gaan dat deze stand houdt bij eventueel bezwaar en beroep. Wij verstrekken vergunningen die volstrekt helder, duidelijk, handhaafbaar en niet voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Ook de handhaving is transparant. De toezichthouders en handhavers zijn zichtbaar op straat en aanspreekbaar voor eenieder.
Wanneer inwoners of bedrijven de regels niet naleven zullen wij hun hierop aanspreken. Gelijke gevallen worden gelijk behandeld. De gemeente wil transparant en helder toezicht houden. Dit betekent dat duidelijk is wat wel en niet is toegestaan. Maatwerk en ruimte waar het kan, strikt en duidelijk waar nodig Eenduidigheid betekent dat de gemeente bij geconstateerde overtredingen consequent en voorspelbaar handelt. Een eenmaal ingezet handhavingstraject zet de gemeente ook
VTH beleid 2021-2022
door. Vergelijkbare situaties handelt de gemeente op vergelijkbare wijze af. Hiermee wordt willekeur en rechtsongelijkheid voorkomen. Maar er is ruimte voor maatwerk. De focus ligt niet op beperken maar om er samen uit te komen. Afhankelijk van de houding en motieven van de overtreder(s) kunnen de juiste handhavingsmiddelen worden gekozen. Daarbij heeft de inzet van preventieve handhavingsmiddelen, zoals voorlichting, de voorkeur boven de repressieve (sanctionerende) handhavingsmiddelen.
2.2 Uitgangspunten voor het VTH beleid 2021-2022 Op 16 september 2019 is door de gemeenteraad het VTH beleid 2019-2021 vastgesteld. Dit beleid is in juli 2020 aangevuld met een Addendum. Dit nieuwe VTH beleid 2021-2022 voegt beide stukken samen en sluit aan bij de beleidscyclus en de invoering van de Omgevingswet en Wet Kwaliteitsborging op 1 januari 2022. Dit nieuwe VTH beleid is gebaseerd op dezelfde risico- en omgevingsanalyse als het VTH beleid 2019-2021. De doelen zoals gesteld in het Addendum worden geëvalueerd en waar nodig aangepast. Daarnaast worden ook nieuwe doelen opgenomen. De fysieke leefomgeving kent veel aspecten die impact kunnen hebben op de openbare ruimte en daardoor de kwaliteit van die omgeving kunnen beïnvloeden. Onder de fysieke leefomgeving vallen in ieder geval de VTH-taken die voortvloeien uit wet- en regelgeving op het gebied van het omgevingsrecht (bouwen, ruimtelijke ordening) en regelgeving op het gebied van de openbare ruimte, zoals de Algemene plaatselijke verordening Den Helder 2019 (APV) en bijzondere wetten zoals de Drank en Horecawet (DHW), de Opiumwet en de Wet op de kansspelen (Wok). Dit beleidsplan richt zich op de VTH-taken die voortvloeien uit het omgevingsrecht zoals dat in wetten en andere regelgeving is vastgelegd. De gemeente Den Helder heeft haar milieutaken ondergebracht bij de ODNHN.
De ODNHN is verantwoordelijk voor vergunningverlening, toezicht en handhaving van milieuwetgeving. Beleid voor het milieudeel wordt apart binnen de gemeente vastgesteld en maakt geen onderdeel uit van dit VTH beleid. 2.2.1 Definiëring beleid Ter definiëring van dit beleid wordt gebruik gemaakt van de termen vergunningen, toezicht en handhaving. In dat kader worden deze begrippen in deze nota als volgt gedefinieerd. Vergunningverlening In het omgevingsrecht wordt onder vergunningverlening verstaan het beoordelen en toetsen van aanvragen aan geldende landelijke,- provinciale,- en gemeentelijke wet- en regelgeving. Het resultaat moet een kwalitatief goed besluit zijn, eventueel onder voorwaarden en met voorschriften én binnen de geldende termijnen. Toezicht Toezicht is het uitvoeren van controles. Naar aanleiding van klachten of meldingen verzamelen we informatie om te beoordelen of wordt voldaan aan de gestelde eisen in wet en regelgeving. Toezicht omvat ook een meedenkende en adviserende rol. Om zo al in een vroeg stadium te voorkomen dat een strijdige situatie ontstaat. Door middel van aansporing, overreding of een waarschuwing kan worden bereikt dat de voorschriften alsnog worden nageleefd. Wanneer deze inspanningen niet leiden tot het gewenste effect gaan we over tot handhaving.
Handhaving Bij handhaving wordt gebruik gemaakt van de bestuursrechtelijke middelen die de gemeente, op grond van artikel 125 van de Gemeentewet, tot haar beschikking heeft. De handhavingsmiddelen zijn het opleggen van een (preventieve) last onder dwangsom, het toepassen van bestuursdwang, het opleggen van een bestuurlijke boete en het geheel of gedeeltelijk intrekken van een vergunning of ontheffing. Bestuursrechtelijke handhaving is, met uitzondering van de bestuurlijke boete, niet gericht op het straffen van de overtreder, maar op het opheffen van de strijdige situatie. Waar nodig kan met samenwerkingspartners echter besloten worden om, naast of in plaats van bestuursrechtelijk, ook strafrechtelijk op te treden. 2.2.2 Algemene uitgangspunten VTH beleid VTH beleid 2021-2022
De algemene uitgangspunten voor het VTH beleid zijn de volgende: Kwaliteitsniveau: Het kwaliteitsniveau van de dienstverlening vertaalt zich in een adequaat kennis- en kundeniveau van de medewerkers. Voor de uitvoering van de vergunning-, toezicht- en handhavingstaken zijn wettelijke kwaliteitseisen vastgelegd in de zogeheten Kwaliteitscriteria 2.1. De gemeente Den Helder voldoet aan deze kwaliteitseisen. De gemeente kiest voor een klantgerichte benadering, waarbij een goede (digitale) dienstverlening en een snelle en zorgvuldige afhandeling van de vergunningaanvragen centraal staan. Onze inwoners en bedrijven worden op een deskundige en vriendelijke wijze van informatie voorzien. Wij streven voortdurend naar verbetering van de dienstverlening aan onze klanten. Rechtszekerheid: Vergunningen worden tijdig verleend. Rechtszekerheid voor burgers en ondernemers is van groot belang. Wij streven naar vergunningen die helder, duidelijk en niet voor meerdere uitleg vatbaar zijn en de rechterlijke toets kunnen doorstaan. Ons uitgangspunt is verder het voorkomen van het van rechtswege verlenen van vergunningen als gevolg van overschrijding van wettelijke afhandelingstermijnen van aanvragen. Handhaving: Overtredingen die niet beëindigd worden, worden met bestuursrechtelijke middelen aan gepakt. Regels moeten worden nageleefd want ze dienen een doel.
Een burger moet erop kunnen vertrouwen dat de inzet van de gemeente het beëindigen van de geconstateerde overtreding is. Daarbij hanteren wij als uitgangspunt dat in alle gevallen inzet op toezicht en handhaving op een redelijke en proportionele manier plaats moet vinden. Waar mogelijk hanteren we maatwerk. Het algemeen belang versus privaat belang wordt in ieder proces zorgvuldig afgewogen. Gedeelde verantwoordelijkheid: Wij willen de eigen verantwoordelijkheid van burgers bij het oplossen van vraagstukken stimuleren. De vergunning-aanvragers zijn zelf verantwoordelijk voor het indienen van een correcte en complete aanvraag. Zij zijn zelf verantwoordelijk voor het creëren van draagvlak/acceptatie van de voorgenomen plannen bij belanghebbenden, zoals buren. Uiteraard kan de gemeente hierbij desgewenst adviseren. Risico gestuurd werken: De aanpak is gericht op het beschermen en verbeteren van de fysiek leefomgeving. De kern van het VTH-beleid is om de risico’s van het niet naleven van wetgeving en beleid op het vlak van de fysieke leefomgeving tot een minimum te beperken.
2.3 Relatie met overige beleidsvelden In deze paragraaf wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste beleidsstukken die in relatie staan met het VTH-beleid. Coalitieakkoord Verbonden partijen De gemeente Den Helder beschikt over enkele strategische (uitvoerings-)organisaties, die op verschillende manieren op afstand van de gemeente staan, de zogenaamde verbonden partijen. Iedere organisatie staat op zichzelf en voor iedere organisatie zijn de vraagstukken van verschillende aard. Stedelijke vernieuwing Den Helder krijgt een toegankelijk, drukbezocht, levendig en veilig stadshart (inclusief Willemsoord) door te zorgen voor concentratie van stedelijke functies in het stadshart, een uitgaanscentrum met avond- en nachthoreca op Willemsoord. Handhaving en vergunningen
VTH beleid 2021-2022
Den Helder hanteert de slogan Handhaven waar het echt moet en toezicht houden daar waar het kan. Handhaven is geen doel op zich maar een middel om de openbare ruimte veilig en schoon te houden. Dat is en blijft uitgangspunt als het gaat om openbare orde en veiligheid. Tegen overlast en geweld bij evenementen wordt stevig opgetreden. Daarnaast zijn er situaties die meer vragen om tact en het gesprek aangaan waarbij handhaven, dus het feitelijk bestuurlijk sanctionerend optreden, pas als laatste middel wordt aangewend. Structuurvisie Den Helder 2025 Den Helder is een stad met ambities. De stad heeft veel te bieden. Aan de ene kant is Den Helder een werkstad, met de haven van Den Helder, de Marine, het vliegveld en de NAM als exponenten. Aan de andere kant kenmerkt Den Helder zich door rust, ruimte en natuurschoon. Samen met de unieke ligging aan de Noordzee en Waddenzee zorgt dit voor een aantrekkelijk woon- en leefklimaat en biedt het veel mogelijkheden voor toerisme en recreatie. Veiligheid Lokaal Integraal Veiligheidsbeleid 2019-2022 “Wat volgt, staat altijd in verband met wat eraan voorafging” Wij willen dat de burgers, ondernemers en bezoekers kunnen genieten van Den Helder en zich niet hoeven te ergeren aan overlast, verloedering en crimineel gedrag.
Vertaald naar ons veiligheidsbeleid betekent dit, dat we streven naar een verdere daling van het aantal misdrijven en overtredingen in de openbare ruimte en minder overlast en verloedering in wijken en buurten. Hoe willen we dit bereiken? We zetten in op een integrale aanpak op misdrijven, incidenten en de naleving van regels. Wij communiceren helder over veiligheid. Wij informeren burgers, ondernemers en bezoekers over hoe wij werken en hoe zij ons in onze aanpak kunnen versterken. Met de aanwezigheid van o.a. wijkagenten, wijkmanagers en handhavers in de buurt proberen we veiligheidsknelpunten vroegtijdig te signaleren en deze gezamenlijk met de buurt en onze partners aan te pakken. Integraal Toezicht- en Handhavingsbeleid 2021-2022 Met dit integraal toezicht- en handhavingsbeleid maken we duidelijk hoe we optreden tegen mensen die regels niet naleven. Door duidelijk te maken waarom, hoe en waarop wordt gehandhaafd kan de handhavingsorganisatie haar werk gericht doen. Het vaststellen van een integraal toezicht- en handhavingsbeleid vergroot de slagvaardigheid van het bestuur bij het afdwingen van naleving van wet- en regelgeving. De gemeente verwijst in haar besluiten naar dit plan en neemt daardoor sneller een eenduidig besluit.
Beleid Aanpak van de georganiseerde ondermijnende criminaliteit in Den Helder De onderwerpen waar de politie en de gemeente Den Helder zich op richten zijn: 1. Haven- en kustgebied 2. Bedrijven- en recreatieterreinen 3. Horeca 4. Hennep (en verdovende middelen in het algemeen) 5. Woon- en adresfraude 6. Outlaw Motor Gangs (OMG’s) Beleidsregels Damocles Hierin wordt beschreven wanneer panden of woningen gesloten worden en voor hoe lang bij het aantreffen van drugs (soft en hard). Horecabeleid “Veilig uitgaan regel je samen” Dit beleid geeft weer hoe dit in Den Helder wordt geregeld. Beleidskader Openbare ruimte in nieuw perspectief
VTH beleid 2021-2022
Het beleidskader Openbare Ruimte in nieuw perspectief stelt de kaders voor het beheer, onderhoud en vervangingsonderhoud in de openbare ruimte. Er wordt ingezet op 3 thema’s: 1. Gebiedsgericht werken 2. Beheerkwaliteit en beheerkosten 3. Ontschotten Evenementenbeleid Den Helder 2020 Den Helder is de afgelopen jaren steeds populairder geworden als evenementenstad. In het beleidskader Toerisme ‘Den Helder Bruist!” staat beschreven hoe de aanwezigheid van evenementen een belangrijk effect heeft op het imago en de aantrekkingskracht van Den Helder en hoe bezoekers aan evenementen koopkracht toevoegen aan de stad. In Den Helder wordt onderscheid gemaakt tussen vier categorieën evenementen: 0-, A-, B-, en C- evenementen. Wij sluiten hiermee aan bij de algemene richtlijnen en werkwijze van de Veiligheidsregio Noord-Holland Noord (NHN). Handhavingsbeleid kinderopvang Dit handhavingsbeleidsplan beschrijft de door de gemeente te hanteren richtlijnen voor en afspraken bij de handhaving van de kwaliteit van de kinderopvang. Aangegeven wordt welke Prioriteiten worden gesteld aan bepaalde kwaliteitsaspecten, welke handhavingsinstrumenten in welke situaties worden ingezet en welke termijnen worden gehanteerd voor herstel en herinspecties. Tevens worden de samenwerkingsafspraken tussen de gemeente en de toezichthouder (de GGD) beschreven.
Woonvisie Den Helder 2020-2025 De belangrijkste thema’s uit de woonvisie zijn: 1. Kwantiteit en kwaliteit: vraag-en aanbodgerichte nieuwbouw; passende programmering huur/ koop, prijssegment en woningtypologie op de juiste locaties, kwaliteitsverbetering van de bestaande woningvoorraad en woonomgeving, gemengde en veilige wijken, ruimte voor experimenten met nieuwe woonvormen. 2. Goed wonen voor iedereen: huisvesting doelgroepen: studenten, jongeren, ouderen, gezinnen, kwetsbare groepen, statushouders, werknemers, levensloopbestendige woningvoorraad, stedelijke en wijkgerichte voorzieningen die goed bereikbaar zijn, een aantrekkelijk stadshart. 3. Duurzaam wonen: energiebesparing en energietransitie in de bestaande woningvoorraad, energiezuinige nieuwbouw, duurzame woon- en leefomgeving. Helders perspectief “Van krimp naar groei” Het gaat goed met Den Helder. De stad knapt op en ontwikkelt zich veel terreinen positief. Duidelijk is ook dat er de komende jaren enkele duizenden vacatures te vullen zijn. Ook het woningaanbod, de omgeving, het onderwijs en voorzieningen bepalen of iemand ervoor kiest in Den Helder te werken.
Het programma Helders Perspectief omvat daarom een wervingscampagne, extra inzet op evenementen, een mobiliteitswinkel voor wie een (andere) baan in Den Helder overweegt, maatwerkvoorstellen voor potentiele nieuwe werknemers, nieuwe onderwijsprogramma’s die aansluiten op de regionale arbeidsmarkt. Duurzaamheidsbeleid Duurzaamheid en klimaatbestendigheid zijn belangrijke opgaven. Nieuwe wetgeving Op 1 januari 2022 treden de Omgevingswet (OW) en de Wet kwaliteitsborging (WKB) in werking. In de geest van die wet worden al de nodige activiteiten ontplooid. Met name op het gebied van participatie. In 2021 wordt gestart met het draaien van proefprojecten in het kader van de WKB
2.4 Externe ontwikkelingen en nieuw beleid De gemeente wordt geacht met haar VTH-beleid te reageren op actuele ontwikkelingen. Zodra er problemen ontstaan in de fysieke leefomgeving wordt dit direct opgepakt en waar nodig in beleid vastgelegd. Toezicht en handhaving moeten altijd een onderdeel zijn VTH beleid 2021-2022
in nieuw beleid. Zo wordt van tevoren inzichtelijk op welke wijze toezicht en handhaving uitgevoerd moet worden.
VTH beleid 2021-2022
3. Beleidscyclus Omdat de samenleving beweegt, is het belangrijk dat de gemeente mee beweegt. Daarom moet regelmatig de gang van zaken tegen het licht worden gehouden. Op deze wijze is het mogelijk te zien of beleid en uitvoering doelmatig en doeltreffend zijn. De beleidscyclus geeft de relatie tussen het maken van beleid en het evalueren ervan weer. Dit is zichtbaar gemaakt in de Big-8 cyclus
De Big-8 cyclus maakt het proces van beleid maken, het uitvoeren en het evalueren inzichtelijk. In dit hoofdstuk wordt op deze punten verder ingegaan. Jaarlijks wordt een uitvoeringsprogramma VTH gemaakt. De basis voor de uitvoering ligt in dit beleidsplan.
Het uitvoeringsprogramma geeft: • een inschatting van de hoeveelheden vergunningen en meldingen; • inzicht in de handhavingsactiviteiten voor het komende jaar; • aan welke handhavingsacties en controles er worden uitgevoerd; • de relatie met de gestelde ambities en doelen uit het beleidsplan weer.
3.1 Monitoring Door regelmatig na te gaan of en in hoeverre het gevoerde beleid effectief is en of de doelstellingen worden gehaald, is bijsturing mogelijk. Om verantwoording te kunnen afleggen over de inspanningen en resultaten zijn verschillende gegevens nodig. Deze gegevens moeten periodiek opvraagbaar zijn voor zowel management doeleinden als voor periodieke verantwoording aan het bestuur. Voor alle taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving wordt gebruik gemaakt van SquitXO dat een integrale behandeling van omgevingsdossiers mogelijk maakt. De gegevens worden gebruikt als input voor de jaarlijkse beleidsevaluatie en het uitvoeringsprogramma.
3.2 Evaluatie en verslaglegging De beleidscyclus van Big-8 geeft aan dat jaarlijks een verantwoording van het al of niet behalen van de beleidsdoelstellingen wordt gemaakt en een evaluatie van het beleid. Deze verantwoording vindt plaats door middel van een evaluatieverslag VTH.
VTH beleid 2021-2022
4. Beleidsthema’s De wet- en regelgeving op het gebied van VTH is omvangrijk en het is onmogelijk om overal op in te zetten. Het doel is risico’s voor de leefomgeving zoveel mogelijk te beperken. Hiervoor maken we onderbouwde keuzes ten aanzien van wat we doen en hoe we dat uitvoeren. Op die manier wordt de beschikbare capaciteit zo effectief en efficiënt mogelijk benut. Veiligheids- en gezondheidsrisico’s zijn daarbij zwaar wegende elementen. De uitgangspunten van het VTH beleid 2019-2021 plus Addendum zijn: Risicogerichte benadering Vertrouwen waar het kan, controle waar het moet De big-8 cyclus is de basis voor de beleidscyclus Efficiënte en effectieve uitvoering VTH is richting gevend voor de ruimtelijke keten Digitale dienstverlening is het uitgangspunt, ook bij toezicht en handhaving Integrale aanpak Integriteit van de gemeente(lijke organen) staat hoog in het vaandel In het nieuwe VTH beleid 2021-2022 worden de uitgangspunten van het VTH beleid 20192021 tegen het licht gehouden en aangepast waar nodig.
Voor het VTH beleid 2021-2022 zijn de uitgangspunten: Vergunningen 2.0 Toezicht en handhaving 2.0 Huisvesting buitenlandse werknemers Implementatie Wet kwaliteitsborging Invoering Omgevingswet Themaonderzoeken Provincie Hieronder wordt elk van de thema’s verder uitgewerkt, daarna wordt ingegaan op de impact van de thema’s op de werkvelden en de hiermee samenhangende prioritering.
4.1 Evaluatie gemeenschappelijke uitgangspunten VTH beleid 20192021 4.1.1 Risicogerichte benadering De beschikbare personele en financiële middelen voor de uitvoering van de VTH–taken zijn beperkt. Dit betekent dat in de taakuitvoering keuzes gemaakt moeten worden. Vergunningverlening, toezicht en handhaving worden daarom risicogericht benaderd. Dit betekent dat mede op basis van een inschatting van risico’s de prioriteiten worden bepaald. Bij het maken van keuzes in de taakuitvoering wegen veiligheid en gezondheid zwaar. Ook leefbaarheid, duurzaamheid en omgevingskwaliteit wegen mee. Daarnaast krijgen signalen van inwoners en bedrijven een plaats bij het bepalen van prioriteiten. Op dit moment bepaalt de naleving van de noodverordeningen Covid-19 de mate waarop wij toezichthouden en handhaven. De risicogerichte benadering heeft als grootste zwaartepunt de volksgezondheid. Aanbeveling: De risicogerichte benadering is de uitkomst van de risicoanalyse. Hierin worden de prioriteiten bepaald en de inzet. Deze benadering zal ook in het VTH beleid 2021-2022 worden opgenomen. 4.1.2 Vertrouwen waar het kan, controle waar het moet De gemeente Den Helder vertrouwt erop dat de inwoners en bedrijven de verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen omgeving en activiteiten. Handhaven gebeurt dan ook vanuit vertrouwen. Loslaten waar het kan en focussen op zaken die echt belangrijk zijn.
De meeste inwoners en bedrijven kunnen deze verantwoordelijkheid aan. Maar daar waar dit niet het geval is en leidt tot (onacceptabele) risico’s zal handhavend worden opgetreden. Aanbeveling: maakt onderdeel uit van de toezicht en handhavingsstrategie. Eigen verantwoordelijkheid is ook in het VTH beleid 2021-2022 een belangrijk uitgangspunt. 4.1.3 De big-8 cyclus is de basis voor de beleidscyclus
VTH beleid 2021-2022
De gemeente pakt vergunningverlening, toezicht en handhaving op basis van het big-8 principe, planmatig en cyclisch op. Dit resulteert in een jaarlijkse evaluatie en uitvoeringsprogramma. De raad wordt minimaal 1 x per 6 maanden geïnformeerd over de stand van zaken. Aanbeveling: maakt onderdeel uit van de beleidscyclus zoals bepaald in de Bor en Mor. Het zal geen uitgangspunt meer zijn in het VTH beleid 2021-2022. 4.1.4 Efficiënte en effectieve uitvoering VTH is richting gevend voor de ruimtelijke keten Een efficiënte en effectieve uitvoering VTH draagt bij aan de ruimtelijke kwaliteit van Den Helder. Zo zal bij alle nieuwe ruimtelijke plannen voortaan rekening moeten worden gehouden met de uitvoerbaarheid van toezicht en handhaving. Handhaving zal vooraf meer worden betrokken bij de planvorming. Door bewoners meer te betrekken bij het ontwikkelen van ruimtelijke kwaliteit zal dit ook meer tot de verbeelding en verantwoordelijkheid spreken. Aanbeveling: dit is een belangrijk uitgangspunt en zal ook in het nieuwe VTH beleid 20212022 worden meegenomen. 4.1.5 Digitale dienstverlening is het uitgangspunt, ook bij toezicht en handhaving Om inwoners beter van dienst te kunnen zijn, worden aanvragen zoveel als mogelijk digitaal afgehandeld.
Alleen als blijkt dat een aanvraag niet compleet is of als blijkt dat er vragen bij de inwoners zijn die digital niet kunnen worden afgehandeld, wordt een vooroverleg ingepland. Ook de beoordeling van de aanvraag door derden wordt digitaal uitgezet. Aanbeveling: optimale digitale dienstverlening is een organisatie brede aanpak. Digitale dienstverlening op het gebied van vergunningen zal daarin worden meegenomen. Het zal geen uitgangspunt meer zijn in het VTH beleid 2021-2022 4.1.6 Integrale aanpak Waar mogelijk worden zowel initiatieven als handhavingszaken integraal opgepakt. Op deze wijze worden alle relevante aspecten in samenhang bezien en behandeld. Samenwerking met interne en externe partners is hierbij essentieel. Aanbeveling: Er wordt samengewerkt met interne partijen als vergunningverlening en externe partijen als de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord en de Veiligheidsregio Noord-Holland Noord. Het zal geen uitgangspunt meer zijn in het VTH beleid 2021-2022. 4.1.7 Integriteit van de gemeente(lijke organen) staat hoog in het vaandel Om te voorkomen dat er druk wordt uitgeoefend op het bestuur en de werknemers van de gemeente Den Helder om akkoord te gaan met een aanvraag, wordt aandacht besteed aan de importantie van integriteit. Aanbeveling: Den Helder heeft in 2020 als een van de drie pilotgemeenten meegedaan met de quickscan weerbaarheid.
Naar aanleiding van de uitkomsten is een plan van aanpak opgesteld waarin onder andere het actualiseren van het Bibob-beleid, de inventarisatie van kritische processen en functies en bewustwording is opgenomen. Er is gekozen om de regie bij HRM te beleggen. Het zal in het nieuwe VTH beleid 2021-2022 geen uitganspunt meer zijn.
4.2
Evaluatie uitgangspunten VTH beleid 2019-2021
4.2.1. Evaluatie uitgangspunten vergunningen Initiatiefnemers worden er op gewezen en gestimuleerd om overleg met belanghebbenden te voeren om draagvlak voor de activiteit te krijgen. Bij de behandeling van aanvragen staat adequate en professionele dienstverlening voorop. De klanttevredenheid blijft daarbij van groot belang. De vergunningen die worden verleend geven rechtszekerheid doordat ze tijdig (niet van rechtswege) zijn verleend en de rechterlijke toets kunnen doorstaan.
VTH beleid 2021-2022
Bij vergunningaanvragen wordt zo ver mogelijk actief meegedacht in mogelijkheden en oplossingen om, rekening houdend met de initiatiefnemer én de omgeving, activiteiten mogelijk te maken. Er wordt niet meer informatie gevraagd dan nodig is voor het beoordelen van de aanvraag. Vergunningen en ontheffingen zijn begrijpbaar voor eenieder. Bovenstaande uitgangspunten zijn nog steeds relevant en zullen worden meegenomen in de nieuwe uitgangspunten voor het beleid 2021-2022.
4.2.2. Evaluatie uitgangspunten toezicht en handhaving Toezicht en handhaving dienen ter voorkoming van gevaar, hinder en overlast. De grondslag van toezicht en handhaving is positief. Er wordt niet alleen gekeken naar wat niet mag, maar ook naar wat wel mogelijk is. Natuurlijk neemt dit niet weg dat de gemeente doorpakt daar waar dit nodig is. Naleving wordt bevorderd door de inzet van diverse middelen en een combinatie van preventieve (communicatie, overleg, voorlichting, vergunningverlening, toezicht) en repressieve instrumenten. Preventieve instrumenten hebben de voorkeur boven repressieve. Correct gedrag is de norm, zowel voor de gemeente als voor burgers. Er wordt niet geaccepteerd dat medewerkers worden geconfronteerd met (verbale) agressie of geweld. Bij dergelijke incidenten wordt altijd aangifte gedaan. Een goede naleving van wet- en regelgeving staat centraal. Naleving gaat om gedrag van mensen en bedrijven. Ingezet wordt daarom op effectieve manieren van gedragsbeïnvloeding. Hier wordt ook mee geëxperimenteerd; Toezicht tijdens de realisatiefase wordt op maat afgestemd op het gedrag van de aannemer. Op basis van ervaringen met specifieke aannemers wordt er een toezichtstrategie bepaald; Gebiedsgericht en wijkgericht aanpakken van overlast.
Op basis van informatie van meldingen van inwoners, politie, eigen waarnemingen en informatie uit onze datasystemen, voeren de toezichthouders openbare ruimte/orde hun werkzaamheden uit. Wij willen daarbij aanwezig zijn op ‘hotspots’ / hot times’; daar waar de kans op overtredingen groter is om zo de overlast aan te kunnen pakken. De uitgangspunten toezicht en handhaving zijn nog steeds relevant en worden meegenomen in de nieuwe uitgangspunten voor het beleid 2021-2022. Het laatste uitgangspunt Gebiedsgericht en wijkgericht aanpakken van overlast wordt meegenomen in het Integraal Toezicht- en Handhavingsbeleid 2021-2022
4.3 Uitgangspunten nieuw VTH beleid 2021-2022 In dit nieuwe beleidsdocument worden de uitgangspunten van het VTH beleid 2019-2021 samengevoegd en aangevuld. 4.3.1 Vergunningen 2.0 Risico gestuurd Het is onmogelijk bij alle initiatieven, activiteiten en aanvragen vooraf te toetsen of te controleren en zo alle risico's van niet-naleving in te perken. Bovendien sluit dat niet uit dat er alsnog overlast optreedt, of dat zich een ongeluk of een ramp voordoet. Wij moeten dus keuzes maken. De risico's van het niet naleven van regels worden afgewogen tegen de inspanning die daarvoor bij zowel de gemeente als de initiatiefnemers en/of aanvragers nodig is. Welke mate van risico aanvaardbaar is en welke prioriteit wordt gesteld is een bestuurlijke keuze. “Hoe hoger het risico hoe hoger de inspanningen op goede naleving”. Het bepalen van de risico’s wordt gemaakt op basis van: Het naleefgedrag van de gebruikers van de leefomgeving. De mogelijke effecten voor de veiligheid (openbare ruimte, constructie van gebouwen, brandveiligheid en gebruik gebouwen met een publieksfunctie), gezondheid, ruimtegebruik en/of schade voor het milieu.
VTH beleid 2021-2022
De ontvangen klachten en meldingen. Professioneel De dienstverlening van de gemeente moet voor iedereen toegankelijk en begrijpelijk zijn. Overbodige kaders, procedures, brieven en indieningsvereisten worden geschrapt indien deze niet noodzakelijk zijn. Vergunningen gaan we zoveel mogelijk digitaliseren, standaardiseren en vereenvoudigen. Ingezet wordt op vooroverleg voordat een aanvraag wordt ingediend. Aanvragers kunnen rekenen op deskundig advies van de medewerkers, die zich blijven ontwikkelen en hierin worden gestimuleerd. Ze zijn betrokken bij hun werk, de organisatie en elkaar. Wij voldoen aan de eisen die gesteld zijn in de kwaliteitscriteria 2.2. Wij handelen alle aanvragen binnen de gestelde termijnen af. Onze vergunningen zijn begrijpelijk en van hoog niveau. Wij leveren maatwerk waar dit kan. Wij zetten in op vooroverleg. Er wordt meegedacht aan mogelijkheden en oplossingen. Wij zijn een betrouwbare overheid. Wij benaderen bedrijven, instellingen, particulieren en overheden vanuit het principe dat iedere partij vertrouwen verdient. Wij bereiden ons voor op de invoering van de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging. Eigen verantwoordelijkheid We gaan ervan uit dat wat inwoners/bedrijven zelf kunnen doen, dit ook door hen zelf wordt gedaan. Waar noodzakelijk ondersteunen wij hen. We proberen er samen uit te komen.
Oplossingen die in gezamenlijkheid worden gevonden hebben de voorkeur boven de oplossingen die zijn afgedwongen. Wij verwachten een complete aanvraag. Wij verwachten dat bedrijven, instellingen en particulieren hun eigen verantwoordelijkheid voor de naleving van regels oppakken. 4.3.2 Toezicht en handhaving 2.0 Vertrouwen Wij houden toezicht op basis van vertrouwen en samenwerking. Wij handhaven alleen als het strikt noodzakelijk is. Wij handelen als er sprake is van het niet naleven van wet- en regelgeving. Wij handelen ter voorkoming van gevaar, hinder en overlast. Wij zetten in om er samen uit te komen. Gelijke situaties worden gelijk behandeld. Maatwerk is het uitgangspunt. Wij stellen ons waar mogelijk flexibel op en denken mee aan oplossingen en mogelijkheden. Ieder project krijgt een toezichtstrategie op maat. Wij gedragen ons correct en dat verwachten we ook van de ander. Wij zijn voorbereid op de invoering van de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging. Effectieve en efficiënte toezicht en handhaving door vooraf mee te denken Om de schaarse capaciteit zo effectief en efficiënt mogelijk in te zetten is het belangrijk dat vooraf kan worden meegedacht over toezicht en handhaving. Ieder beleidsplan waar toezicht en/of handhaving onderdeel van uitmaakt, krijgt een aparte paragraaf toezicht en/of handhaving.
Er wordt meegedacht bij de totstandkoming van de nieuwe Omgevingsvisie en het Omgevingsplan. 4.3.3 Huisvesting buitenlandse werknemers Samen met de gemeenten uit de Kop (Schagen, Hollands Kroon en Texel) en de Provincie Noord-Holland wordt onderzoek gedaan naar geschikte locaties, zowel binnenstedelijk als buitenstedelijk, voor (logies) voorzieningen. Buitenlandse werknemers zijn belangrijke werknemers voor onder andere de agrarische sector in Den Helder. Fatsoenlijke huisvesting is hierbij essentieel. Om de doelgroep in kaart te brengen is informatie nodig. VTH beleid 2021-2022
Registreren, in BRP of op een andere manier, is belangrijk. De aanpak van overlast wordt opgenomen in het nieuwe Integraal Toezicht- en handhavingsbeleid 2021-2022. Locatieonderzoek zowel binnenstedelijk als buitenstedelijk Registratie Controle of huisvesting voldoet aan wet- en regelgeving 4.3.4 Implementatie Wet kwaliteitsborging De Wet Kwaliteitsborging (WKB) treed per 1 januari 2022 in werking voor gevolgklasse 1 bouw. Hierdoor vervallen taken op het gebied van vergunningverlening en toezicht en handhaving bij de gemeente. In 2021 wordt een impactanalyse uitgevoerd naar de impact van de invoering van de wet op de gemeente en wordt gestart met het draaien van proefprojecten. In kaart brengen personele en financiële gevolgen WKB Vergroten kennis WKB Draaien van proefprojecten
4.3.5 Invoering van Omgevingswet. Op 1 januari 2022 treed de Omgevingswet in werking. Met deze wet worden verschillende wetten en AMvB’s samengevoegd tot 1 wet. De gemeente moet één Omgevingsvisie en één Omgevingsplan opstellen voor het gehele grondgebied van de gemeente. Het opstellen van de omgevingsvisie moet uiterlijk 1-1-2024 gereed zijn. Het opstellen van een definitief omgevingsplan moet voor 1-1-2029 gereed zijn. Meedenken bij de totstandkoming van de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan. Een omgevingstafels opzetten voor integrale aanpak voor initiatieven. De processen afstemmen op de Omgevingswet. Vergroten kennis Omgevingswet. 4.3.6 Themaonderzoeken Provincie De Provincie zet ook themaonderzoeken uit bij de gemeente. Onderstaand de onderzoeken die vallen onder dit VTH beleid. RVS in zwembaden; Brandveiligheid zorginstellingen; Illegaal gebruik agrarische (op)stallen; Evenementen en omgevingswet; Platte daken; Gevelbeplating (Provincie inventariseert op verzoek van het Rijk) Niet alle gemeenten worden uitgenodigd om mee te werken met de themaonderzoeken. De uitkomsten moeten wel door alle gemeenten worden overgenomen.
4.4 Risico methodiek De middelen die beschikbaar zijn voor het uitvoeren van de acties zijn niet oneindig. De beschikbare middelen (zoals vastgelegd in de Kadernota) worden zo ingezet dat zij effectief en efficiënt de risico’s beperken en de beleidsdoelen worden gerealiseerd. Dit gebeurt door prioriteiten te stellen op basis van een inventarisatie en weging van risico’s. Dit betekent niet dat er uitsluitend wordt ingezet op deze prioriteiten. Het betekent wel dat de grootste inspanning gericht is op deze prioriteiten. Het is onmogelijk om alle risico’s uit te sluiten en om overal en altijd toezicht te houden op de naleving van wet- en regelgeving. Daarom worden in deze beleidsplan keuzes gemaakt in wat wel en wat niet gedaan wordt. Voor de risicoanalyse (zie de bijlage) is gebruik gemaakt van het landelijk risicomodel. Risico = negatief effect x de kans dat dit effect voorkomt Het gaat om de ongewenste gevolgen van een activiteit (het negatieve effect) en de kans dat deze zich bij niet naleven van de wet- en regelgeving zullen voordoen. Van alle activiteiten is de kans bepaald dat dit voorkomt en dit wordt vervolgens afgezet tegen de ernst van de gevolgen daarvan. De risicoanalyse resulteert in een matrix waarin de
VTH beleid 2021-2022
omvang van het risico van de verschillende activiteiten inzichtelijk is gemaakt, zowel voor vergunningverlening als voor toezicht en handhaving.
VTH beleid 2021-2022
5. Beschrijving taakvelden Dit hoofdstuk geeft een beknopt overzicht van de verschillende wettelijke kaders waarmee het VTH-beleid te maken heeft. Daarnaast wordt beknopt aangegeven met welke interne en externe partners we, op gebied van VTH taken, samenwerken.
5.1 Wettelijke kaders 5.1.1 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht In de Wabo is opgenomen voor welke zaken een omgevingsvergunning nodig is. Bij de toetsing van een aanvraag worden de wettelijke (indienings-)eisen uit de Wabo, het Besluit omgevingsrecht (Bor) en de ministeriële regeling omgevingsrecht (Mor) en overige wet-en regelgeving gehanteerd. Er zijn twee vormen van toezicht op grond van de Wabo. - Ten eerste is er toezicht op de uitvoering van de verleende vergunningen, ontheffingen en meldingen. - Daarnaast vindt toezicht plaats in de gebouwde omgeving. Als bij het toezicht een overtreding wordt vastgesteld, kan tot handhaving worden overgegaan. Bij toezicht wordt op dezelfde regels getoetst als bij de vergunning. Daarnaast wordt ook, op basis van meldingen en handhavingsverzoeken, toegezien op illegale bouw. 5.1.2 APV De Algemene plaatselijke verordening Den Helder 2019 (APV) is het instrument waarin de gemeente regels vastlegt ten aanzien van openbare orde en veiligheid. Activiteiten in de APV vinden veelal in de openbare ruimte plaats. Op basis van de APV wordt ook een vergunning, toestemming of ontheffing verleend. 5.1.3 Bijzondere wetten Vergunningen: Er worden ook vergunningen verleend op basis van andere wetten dan de Wabo.
Deze vergunningen worden verleend op grond van bijzondere wetten of bijzondere lokale regelgeving, bijvoorbeeld Drank- en Horecavergunningen. Toezicht en Handhaving: Wanneer vergunningen op grond van bijzondere wetten zijn verleend, vindt hier ook controle op plaats.
5.2 Interne en externe samenwerking Om de VTH-taken te kunnen uitvoeren is samenwerking met interne en externe partners noodzakelijk. De belangrijkste partners zijn: -Veiligheidsregio Noord-Holland Noord (VRNHN) De gemeente beschikt over eigen brandspecialisten. Alleen de wettelijke taken worden afgenomen bij de VRNHN. -Omgevingsdienst Noord-Holland Noord (ODNHN) De ODNHN voert naast de basistaken ook enkele plustaken voor de gemeente uit. Deze taken liggen op het gebied van vergunningverlening en toezicht/ handhaving met betrekking tot milieubeheer. Het bevoegd gezag ligt bij de gemeente. De ODNHN is een Gemeenschappelijke Regeling waar Den Helder deel van uitmaakt. De ODNHN heeft de taken voor Den Helder uitgewerkt in het VTH Strategie 2021-2023. De acties staan in het Uitvoeringsprogramma. -Politie Noord-Holland en Openbaar Ministerie Met de politie en het Openbaar Ministerie (OM) wordt op specifieke onderwerpen samengewerkt, zoals bij evenementen en ondermijnende criminaliteit. De samenwerking met deze partijen is vastgelegd in het Lokaal Integraal Veiligheidsbeleid 2019-2022 en de beleidsnota’s op het gebied van aanpak ondermijnende criminaliteit.
VTH beleid 2021-2022
-Provincie Noord-Holland De provincie houdt toezicht op de gemeentelijke monumentenzorg en interbestuurlijk toezicht op de VTH taken. Daarnaast wordt intensief samengewerkt op het vinden van locaties voor (logies) voorzieningen om buitenlandse werknemers (legaal) te huisvesten. -GGD Het toezicht op de kinderopvang is uitbesteedt aan de GGD. Onder kinderopvang vallen alle kinderdagverblijven, de buitenschoolse opvang, gastouderbureaus en gastouderopvang. Het wettelijk kader voor de toezicht en handhaving voor kinderopvang wordt gevormd door de Wet kinderopvang (Wko) en de daarbij behorende beleidsregels. De verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de kinderopvangvoorzieningen ligt nadrukkelijk bij de houder (c.q. exploitant) van deze voorzieningen voor kinderopvang. De GGD houdt voor de gemeente Den Helder toezicht op de kwaliteit van de kinderopvangvoorzieningen. De gemeente Den Helder oefent de handhaving hierop uit. Daarnaast draagt de gemeente Den Helder zorg voor de registratie in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK) en draagt zij zorg voor de jaarlijkse verantwoording van haar taken aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het toezicht op de gemeente Den Helder bij de uitvoering van haar taken wordt uitgeoefend door de Inspectie van het Onderwijs.
-RIEC Met het RIEC Noord-Holland (Regionale Informatie en Expertise Centrum) is er een convenant met daarin afspraken over de bestuurlijke en geïntegreerde aanpak van ondermijning (georganiseerde criminaliteit, bestrijding handhavingsknelpunten en de bevordering van integriteitsbeoordelingen). -Interne samenwerking Vergunningverlening, toezicht en handhaving spelen een belangrijke rol in de uitvoering van beleid. De wens is om in alle beleidsplannen een handhavingsparagraaf op te nemen. Een dergelijke paragraaf maakt inzichtelijk dat is nagedacht over handhaving van dit beleid en de verhouding van maatregelen ten opzichte van andere beleidsvelden.
VTH beleid 2021-2022
6. Ambities Voor de periode 2021-2022 heeft de gemeente Den Helder ambities vastgesteld voor de VTH-taken. Deze ambities worden in het Uitvoeringsprogramma 2021 en 2022 verder uitgewerkt.
6.1 Vergunningen 2.0 De bouwplantoetsing wordt afgehandeld door het Team Omgeving. De casemanagers van dit team streven naar een goede en vlotte afhandeling van de vergunningsaanvraag. De casemanagers toetsen de aanvraag aan het Bouwbesluit, bestemmingsplannen, welstand en de bouwverordening. De toetsing bestaat in de praktijk uit verschillende onderdelen: de algemene beoordeling, de constructieve veiligheid, de brandveiligheid en de toetsing van overige aspecten, zoals b.v. de energiewaarden of technische eisen voor installaties. Enkele van deze onderdelen worden geheel of gedeeltelijk extern getoetst bij de VRNHN of de ODNHN. Voor de toetsing van de constructieve veiligheid wordt deskundigheid ingehuurd. In de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is aangegeven waaraan de aanvraag omgevingsvergunning bouwen moet voldoen wil deze leiden tot een vergunning. In artikel 2.10 lid 1a van de Wabo is aangegeven, dat bij de aanvraag omgevingsvergunning voor bouwen het aannemelijk moet worden gemaakt dat de ingediende aanvraag voldoet aan het Bouwbesluit. De toetsing aan het Bouwbesluit zal met ingang van 01 januari 2022 veranderen. De toetsing en het toezicht zullen dan worden uitgevoerd door gecertificeerde bedrijven (Wet kwaliteitsborging (WKB)). Na invoering van de WKB heeft de gemeente alleen de bevoegdheid om de ruimtelijke vergunning te verlenen.
Hierbij wordt getoetst op het bestemmingsplan, welstand, milieu en monumenten etc. De gemeente blijft het bevoegd gezag en komt pas in beeld bij eventuele handhavingskwesties. Een andere ontwikkeling is dat de bouwsector bepaalt welke materialen er worden toegepast, zolang het maar binnen de uitgangspunten valt. Dit wordt verwerkt op de “werktekeningen”. Hierdoor is een nauwkeurige toets door gemeente bij omgevingsvergunningaanvragen voor de activiteit bouwen niet uit te voeren. De Wabo zelf geeft hierover aan dat “aannemelijk gemaakt moet worden dat er aan de regelgeving wordt voldaan”. Zoals al werd opgemerkt kan de bouwbesluittoets in de aanvraagfase niet volledig worden uitgevoerd. Ook is het zo dat de gemeenten niet voldoende capaciteit hebben om een volledige toets aan het Bouwbesluit uit te voeren. In gezamenlijkheid (gemeenten en Vereniging Bouw- en Woningtoezicht) is een toetsingsmatrix ontworpen. De matrix bevat vijf niveaus van toetsing (niveau 0 t/m 4) die staan voor de intensiteit waarin een onderdeel wordt getoetst. In de praktijk is er ook nog een niveau 0 mogelijk. Dit betekent, dat er niet getoetst wordt. De vijf niveaus van toetsing zijn als volgt omschreven: Niveau
Score prioriteit
titel
Omschrijving
4
Hoog
Integraal
3
Hoog
Representati ef
Volledig toetsen. Alles wordt in samenhang gecontroleerd. Gecontroleerd wordt of de uitgangspunten op de stukken, aangeleverd om het betreffende aspect te kunnen toetsen, in de juiste vorm zijn. Van ieder te toetsen aspect wordt nagegaan of de uitgangspunten juist zijn en worden de uitkomsten gecontroleerd / nagerekend. In de praktijk zal toetsen op niveau 4 voorkomen wanneer de kwaliteit van de aanvraag dan wel de veronderstelde weigeringsgrond aanleiding geeft tot het zwaarder toetsen. Representatief toetsen. Controle van de maatgevende onderdelen. Gecontroleerd wordt of de uitgangspunten op de aangeleverde stukken om het betreffende aspect te kunnen toetsen in de juiste vorm zijn. Van ieder te toetsen aspect wordt
VTH beleid 2021-2022
2
gemiddel d
Intensief
1
laag
Beperkt
0
Geen
nagegaan of de uitgangspunten juist zijn en of de uitkomsten aannemelijk zijn. De maatgevende berekeningen worden gecontroleerd dan wel nagerekend. Niveau 3 is het niveau van toetsen voor voorschriften met betrekking tot veiligheid en gezondheid, met name van kwetsbare groepen. Het bepalen van wat de belangrijkste berekeningen zijn blijft een taak van de toetser. Welke aspecten moeten worden nagerekend wordt bepaald op basis van de resultaten van de visuele toets. Visueel toetsen. Kloppen de uitgangspunten en lijken de uitkomsten aannemelijk. Gecontroleerd wordt of de uitgangspunten op de stukken die zijn aangeleverd om het betreffende aspect te kunnen toetsen in de juiste vorm zijn. Bij ieder te toetsen aspect wordt nagegaan of de uitgangspunten juist zijn en of de uitkomsten aannemelijk zijn. Het is mogelijk om op basis van een aannemelijke uitkomst: - een vergunning te verlenen - nadere gegevens te vragen - een aanvullende buitencontrole voor te schrijven. Een vergunning weigeren op basis van een niet aannemelijke uitkomst zal vrijwel altijd in strijd zijn met het zorgvuldigheidsbeginsel. Indien een uitkomst niet aannemelijk is, zal een berekening altijd gecontroleerd / nagerekend moeten worden. Of er wordt een verzoek om aanvullingen gedaan. Uitgangspuntentoets.
Bevatten de stukken voldoende informatie over de uitgangspunten? Gecontroleerd wordt of de globale uitgangspunten op de stukken in voldoende mate en in samenhang zijn weergeven. Niveau 1 geeft in beginsel minimale invulling aan de taak van de toetsende instantie. Het kan worden toegepast op voorschriften waarvan de kans dat niet wordt voldaan zeer gering is en de gevolgen indien niet wordt voldaan eveneens zeer gering zijn, met andere woorden: als het risico (= kans x effect) gering wordt geacht. Feitelijk is niveau 1 niet meer dan het beoordelen of alle stukken beschikbaar zijn die nodig zijn om de aanvraag (voor een bouwactiviteit) inhoudelijk te kunnen behandelen (de ontvankelijkheidstoets). Niet beoordelen of aan een voorschrift wordt voldaan. Het onderdeel is volgens wet- en regelgeving niet relevant
Landelijke tendens is dat er steeds meer vergunningsvrij mag worden gebouwd. De overheid treedt hierbij terug en de aanvrager/bedrijfsleven wordt hierbij zelf verantwoordelijk om aan het Bouwbesluit te voldoen. De wetgever heeft qua risico inschatting bij de vergunningsvrije activiteiten bepaald, dat de risico’s bij deze activiteiten beperkt zijn. In de artikelen 2 en 3 van Bijlage II van het BOR is bepaald voor welke werken geen omgevingsvergunning activiteit bouwen benodigd is. Bij de invoering van de Wabo is de regelgeving van vergunningsvrij gewijzigd. Door de complexiteit hiervan heeft dit geleid tot meer informatieverstrekking richting de burgers. Voorafgaande aan het indienen van omgevingsvergunningen worden steeds meer principeverzoeken ter beoordeling voorgelegd aan de gemeente. De gemeente hecht veel belang aan brandveiligheid en heeft 2 brandspecialisten en een controleur brandveiligheid in dienst. Een groot deel van de aanvragen worden door getoetst. De VRNHN toetst alleen die aanvragen waartoe zij verplicht zijn. Dit zijn de meer complexe aanvragen (zorginstellingen, kinderdagverblijven en of gebouwen waar minder zelfredzame mensen aanwezig zijn), aanvragen waar een niet standaard gelijkwaardige oplossing wordt toegepast en op het gebied van externe veiligheid. Er zijn goede werkafspraken gemaakt met de VRNHN.
VTH beleid 2021-2022
6.1.2 Doelstellingen VTH beleid 2019-2021 In het VTH beleid 2019-2021 en het aanvullend Addendum zijn de volgende doelstellingen opgenomen: 1) 95% van de reguliere Wabo-vergunningen en meldingen wordt binnen de wettelijke termijn afgehandeld. Toelichting: in sommige gevallen hebben aanvragers meer tijd nodig om extra aanvullingen aan te leveren of dient er nog gewacht te worden op advisering van derden. In dat geval wordt de termijn met wederzijds goedvinden verlengd zodat de vergunning uiteindelijk mogelijk toch nog verleend kan worden. Het doel is derhalve behaald als aanvragen waarvan de termijn wederzijds verlengd moet worden en het aantal vergunningen dat van rechtswege is ontstaan minder is dan 5%.
2) 97% van de verleende Wabo- vergunningen blijf in stand bij bezwaar en beroep. Toelichting: Deze doelstelling is behaald wanneer het aantal beschikkingen waartegen een ingediend bezwaarschrift gegrond wordt bevonden (inclusief de zaken waarvan het besluit wordt herzien naar aanleiding van een bezwaarschrift) plus het aantal beschikkingen waarop een (hoger) beroepschrift gegrond wordt bevonden ten opzichte van het jaarlijks (verwachte) aantal vergunningen minder is dan 3%.
Doelstelling 1 wordt meegenomen in het nieuwe VTH beleid 2021-2022. Doelstelling 2 wordt aangepast. De gedachte is dat als men goed begrijpt wat de vergunning inhoud, er minder bezwaar en beroep wordt aangetekend. 6.1.3 Ambities nieuw VTH beleid 2021-2022 1) 95% van de aanvragen omgevingsvergunning wordt binnen de gestelde termijn afgehandeld 2) De vergunningen zijn begrijpelijk (B1 niveau) voor alle aanvragers. 3) Alle casemanagers voldoen aan de kwaliteitscriteria 2.1. 4) Wij motiveren een vooroverleg voor alle aanvragen van een omgevingsvergunning die een grote impact hebben op de omgeving. 5) Alle casemanagers zijn voorbereid op de WKB.
6.2 Toezicht en Handhaving 2.0 Nalevingsstrategie: Indien toezicht niet leidt tot beëindiging van de overtreding is de gemeente in beginsel verplicht om hiertegen op te treden. Handhaving kan zowel bestuursrechtelijk als strafrechtelijk. Strafrechtelijk optreden moet in samenwerking met externe partners als de politie of het Openbaar Ministerie plaatsvinden. In dit beleidsplan wordt uitgegaan van bestuursrechtelijke handhaving. Hieronder verstaan we het afdwingen van het naleven van (wettelijke) regels door de inzet van juridische/bestuursrechtelijke maatregelen. Dit zijn: - een last onder dwangsom; - bestuursdwang; - het intrekken van de vergunning; - de bestuurlijke boete en de bestuurlijke strafbeschikking. Er is onvoldoende capaciteit om overal toezicht op te houden en te handhaven. Er moeten keuzes worden gemaakt. Deze keuzes worden gemaakt op basis van: - Landelijke Handhavingsstrategie (LHS) De LHS is in 2014 vastgesteld en komt voort uit de wens om de organisatie en uitvoering van VTH taken te verbeteren. Daarnaast wordt beoogd om een gelijk speelveld te creëren voor natuurlijke personen en rechtspersonen voor wie bepaalde voorschriften gelden. De samenleving mag ervan uit gaan dat handhavers zo optreden dat het rechtsgevoel wordt gerespecteerd en de leefomgeving veilig, schoon en gezond blijft.
Afhankelijk van de situatie kan op basis van de LHS weloverwogen gekozen worden welk instrument ingezet wordt. Om de strategie van sanctie-instrumenten te bepalen wordt in de LHS enerzijds naar het gedrag van de overtreder gekeken en anderzijds naar de ernst van de overtreding. Bewust gemaakte overtredingen met ernstige gevolgen worden zwaarder aangepakt, bijvoorbeeld met een mix van bestuursrechtelijke en strafrechtelijke middelen. Bij de inzet van strafrechtelijke middelen is nauwe samenwerking met politie en Openbaar Ministerie vereist. VTH beleid 2021-2022
De LHS hanteren wij als uitgangspunt bij onze Helderse handhavingsstrategie. Onderstaande tabel geeft aan hoe wij dat doen. Doelgroep
Toelichting type overtreder
Spontane en bewust nalevers
Zij kennen de regels en leven die ook spontaan of bewust na ongeacht wel of geen inzet van toezicht en handhaving.
Goedwillen de en onbewuste overtreder
Overtreedt per ongeluk de regels en is in de basis goedwillend, proactief en geneigd om de regels te volgen.
Onverschill ig moet kunnen overtreder
Kent de regels. Heeft vaak een ‘moet kunnen’ en een onverschillige houding en neemt het niet zo nauw met het algemeen belang.
Calculerende overtreder
Leeft de regels na, omdat hij afgeschrikt wordt door controles en sancties. Neemt bewust risico.
Bewuste (structurele) overtreder
Iemand die willens en wetens overtreedt en daarbij bewust het risico neemt om gepakt te worden. Is moeilijk tot gewenst gedrag te bewegen. Maakt soms deel uit van een criminele organisatie, houdt zich bezig met fraude, oplichting of witwassen.
Helderse benadering en inzet instrumenten We zullen deze mensen zoveel mogelijk op een positieve manier benaderen en informeren over (nieuwe) regels, waarbij de focus ligt op argumenten en feiten en hen begeleiden in regelgeving (makkelijker maken bij de uitvoering van de geldende regels). Aanspreken/informeren en motiveren. Motiveren om de regels op te volgen, waarbij de focus ligt op gewenst gedrag en bewustwording van eigen gedrag (voorlichting). Bekendmaken met de geldende regels (informeren). Inzet van positieve handhaving acties zoals belonen bij goed gedrag. Adviseren en gesprek met toezichthouder als lichte vorm van controle. Zichtbaar aanwezig zijn in de wijk door de BOA’s. Bekendmaken met het nut van geldende regels (infomeren). Zichtbaar aanwezig zijn in de wijken door de boa’s. Controleren en zo nodig bekeuren en/of vergroten van de voordelen bij gewenst naleefgedrag zoals minder controles (gesprek met toezichthouder). Informeren over de pakkans en sanctiedreiging en benadrukken van nadelen van niet-naleving. Zichtbaar aanwezig in de wijken door de boa’s. Intensief controleren en zo nodig bekeuren/ inzet bestuursrechtelijke handhaving. Inzetten van handhavingsinstrumenten zoals Bibobonderzoek, sluiten van woningen, winkels en bedrijven die dekmantel zijn voor criminele activiteiten. Optreden met politie en justitie.
Bekeuren en/of inzet bestuursrechtelijk handhaving.
De nalevingstrategie bestaat uit drie onderdelen: - een preventiestrategie; - een toetsingsstrategie; - een handhavingsstrategie. Deze laatste wordt onderverdeeld in: o een toezichtstrategie; o
een sanctiestrategie;
o
een gedoogstrategie.
Preventiestrategie: Het doel van een preventiestrategie is het voorkomen van overtredingen van wet- en regelgeving door inwoners, bezoekers en bedrijven. Door gebruik te maken van
VTH beleid 2021-2022
instrumenten die het gedrag van mensen beïnvloeden wordt naleving van de wet- en regelgeving op een positieve manier bevorderd. We zetten daarom steeds meer in op: - voorlichting; - informeren en adviseren; - er samen uitkomen Toezichtstrategie We maken onderscheid tussen vier toezichtvormen: • Toezicht op de verleende (bouw) vergunningen Wij houden integraal toezicht waarbij het opheffen van de overtredingen het uitgangspunt is. Door in gesprek te gaan met de overtreder proberen we de bewoners en ondernemers uit te leggen wat gewenst is en te wijzen op hun eigen verantwoordelijkheid. Alle verleende omgevingsvergunningen en ingediende meldingen kunnen door de toezichthouders worden gecontroleerd. Gezien de aantallen moeten hier prioriteiten in worden gesteld. • Toezicht naar aanleiding van klachten en meldingen Meldingen komen zowel telefonisch, digitaal als persoonlijk binnen. Ze worden ingeboekt in het zaaksysteem InProces. Er kan ook anoniem worden gemeld. Dat gebeurt via MMA, waar de gemeente inzage in heeft. Het overgrote deel van de klachten heeft betrekking op bouwwerkzaamheden in de onmiddellijke omgeving van de melder. Veelal is de klacht/melding terug te brengen tot de vraag of er wel een vergunning is afgegeven voor de activiteiten die daar plaatsvinden of hebben plaatsgevonden. De toezichthouders nemen contact op met de melder en beoordelen de situatie ter plaatse.