CConstaterende datDen Helder
Koppel je AI →
Document · PDF

Vergunningverlening, toezicht en handhavingsbeleid 2019-2021, gemeente Den Helder.pdf

Raadscommissie Bestuur en Middelen 26 mei 2025, gemeente Den HelderBij agendapunt: 5: Voorstel voor een veegbesluit voor intrekking diverse verordeningen.25.764 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Vergunningverlening, Toezicht en Handhavingsplan 2019-2021

23

Doelgroep Spontane en bewust nalevers

Toelichting type overtreder Zij kennen de regels en leven die ook spontaan of bewust na ongeacht wel of geen inzet van toezicht en handhaving.

Goedwillende en onbewuste overtreder

Overtreedt per ongeluk de regels en is in de basis goedwillend, proactief en geneigd om de regels te volgen.

Onverschillig moet kunnen overtreder

Kent de regels. Heeft vaak een ‘moet kunnen’ en een onverschillige houding en neemt het niet zo nauw met het algemeen belang.

Calculerende overtreder

Leeft de regels na, omdat hij afgeschrikt wordt door controles en sancties. Neemt bewust risico.

Bewuste (structurele) overtreder

Iemand die willens en wetens overtreedt en daarbij bewust het risico neemt om gepakt te worden. Is moeilijk tot gewenst gedrag te bewegen. Maakt soms deel uit van een criminele organisatie, houdt zich bezig met fraude, oplichting of witwassen.

Helderse benadering en inzet instrumenten We zullen deze mensen zoveel mogelijk op een positieve manier benaderen en informeren over (nieuwe) regels, waarbij de focus ligt op argumenten en feiten en hen begeleiden in regelgeving (makkelijker maken bij de uitvoering van de geldende regels). Aanspreken/informeren en motiveren. Motiveren om de regels op te volgen, waarbij de focus ligt op gewenst gedrag en bewustwording van eigen gedrag (voorlichting). Bekendmaken met de geldende regels (infomeren). Inzet van positieve handhaving acties zoals belonen bij goed gedrag. Adviseren en gesprek met toezichthouder als lichte vorm van controle. Zichtbaar aanwezig zijn in de wijk door de Boa’s. Bekendmaken met het nut van geldende regels (infomeren). Zichtbaar aanwezig zijn in de wijken door de boa’s. Controleren en zo nodig bekeuren en/of vergroten van de voordelen bij gewenst naleefgedrag zoals minder controles (gesprek met toezichthouder). Informeren over de pakkans en sanctiedreiging en benadrukken van nadelen van niet-naleving. Zichtbaar aanwezig in de wijken door de boa’s. Intensief controleren en zo nodig bekeuren/ inzet bestuursrechtelijk handhaving. Inzetten van handhavingsinstrumenten zoals Bibob-onderzoek, sluiten van woningen, winkels en bedrijven die dekmantel zijn voor criminele activiteiten. Optreden met politie en justitie. Bekeuren en/of inzet bestuursrechtelijk handhaving.

Tabel 1.

4.1 Preventiestrategie, wat is dat? Het doel van een preventiestrategie is het voorkomen van overtredingen van wet- en regelgeving door inwoners, bezoekers en bedrijven. Met deze strategie kan de bewustwording bij deze groepen vergroot worden. Hiervoor wordt gebruikt gemaakt van instrumenten die het gedrag van mensen beïnvloeden waardoor naleving van de wet- en regelgeving op een positieve manier bevorderd wordt. Daarbij zoeken we steeds naar een balans tussen de verschillende strategieën. Vergunningverlening, Toezicht en Handhavingsplan 2019-2021

24

Voor mensen die onbewust overtredingen begaan, kan ondersteunend optreden of communicatie bijdragen aan naleving van de regels door deze groep. De meeste inwoners die bekend zijn met een regel zullen zich aan deze regel houden. Echter preventie helpt niet altijd. Een kleinere groep mensen overtreedt regels voor eigen gewin. Zij maken een afweging op basis van de pakkans en de sanctie om te bepalen of een overtreding loont. Voor de groep mensen die bewust en structureel de regels overtreden, is handhavend optreden de enige manier om te zorgen voor naleving van de regels. Gedurende deze beleidsperiode zullen er verschillende preventieprojecten worden uitgevoerd, waarbij ook rekening wordt gehouden met de soort overtreder. Voorlichting en communicatie Belangrijke instrumenten van de preventiestrategie zijn voorlichting en overleg, als wijze van toezicht. Via voorlichting en door een goed overleg probeert de gemeente te bereiken dat burgers en bedrijven regels (spontaan) na gaan leven. Wanneer burgers niet op de hoogte zijn van het beleid en de wet- en regelgeving is het ook moeilijk om ze na te leven. Uitleggen wat de regels zijn, waarom ze er zijn en op welke wijze de gemeente toezicht houdt is dan ook belangrijk. Hiervoor gebruiken we onze gemeentelijke website, maar ook social media zoals Facebook, Twitter.

De communicatie en voorlichting zal niet alleen betrekking hebben op voorlichting van nieuwe en bestaande wet- en regelgeving maar ook bijvoorbeeld op het informeren/stimuleren van onbewuste overtreders, het uitvoeren van handhavingsacties middels informatieverstrekking en het bekend maken van resultaten van de doorlopen acties. In deze beleidsperiode zal de gemeente het gebruik van communicatie en voorlichting verder intensiveren. We zullen nog meer dan nu contact zoeken met inwoners, bezoekers en ondernemers.

4.2 Toetsingsstrategie De gemeente heeft de taak om de verschillende belangen vanuit de verschillende disciplines te coördineren. Bij het aanvragen van vergunningen/ontheffingen wordt gewerkt met casemanagement: bij elke aanvraag wordt een behandelend ambtenaar toegewezen. Hierdoor beschikt de aanvrager over een vast aanspreekpunt. De casemanager draagt zorg voor het vragen van interne en externe adviezen en de verwerking daarvan in het uiteindelijke resultaat. Op deze manier ontstaat een integraal verleende of geweigerde vergunning of ontheffing met een deugdelijke en duidelijke motivering. Voor het beoordelen van vergunning- en ontheffingsaanvragen en meldingen aan de daarvoor bedoelde criteria worden afhankelijk van de risico’s verschillende werkniveaus gehanteerd. Hierbij worden de in tabel 2 opgenomen niveaus onderscheiden. In het uitvoeringsprogramma wordt het aanvangsniveau van de toetsing vastgelegd. Vanuit het principe ‘opbouwen van vertrouwen’ wordt vervolgens een werkniveau “op maat” bepaald: afhankelijk van het vertrouwen dat uit de eerste beoordelingen op aanvangsniveau blijkt, kan voor repeterende elementen het werkniveau worden verlaagd of verhoogd. In bijlage 3 is de wijze van vergunningverlening per VTH taak nader uitgewerkt.

Vergunningverlening, Toezicht en Handhavingsplan 2019-2021

25

Niveau

titel

Omschrijving

4 3

Score prioriteit Hoog Hoog

Integraal Representatief

2

gemiddeld

Intensief

1

laag

Beperkt

Controle door alle onderdelen diepgaand na te rekenen of meten Controle door alle onderdelen diepgaand en in onderlinge samenhang te toetsen/beoordelen. Van ieder te toetsen aspect wordt nagegaan of de uitgangspunten juist zijn en worden de uitkomsten gecontroleerd/nagerekend Controle door aantal representatieve onderlenen van de gegevens te controleren. Gecontroleerd wordt of de uitgangspunten op de stukken aangeleverd om het betreffende aspect te kunnen toetsen in de juiste vorm zijn. Van ieder te toetsen aspect wordt nagegaan of de uitgangspunten juist zijn en of de uitkomsten waarschijnlijk zijn. De belangrijkste aspecten worden gecontroleerd dan wel nagerekend Gecontroleerd wordt of de uitgangspunten kloppen, of de stukken voldoende informatie bevatten over de uitgangspunten en of de globale uitgangspunten op de stukken, aangeleverd om het desbetreffende aspect te kunnen toetsen, in voldoende mate en in samenhang zijn weergegeven om het aspect te kunnen toetsen Het onderdeel is volgens wet- en regelgeving niet relevant

0

Geen

Tabel 2.

Toetsingsmatrix Bouwbesluit 2012 Veel Wabo vergunningen dienen getoetst te worden aan de eisen uit het Bouwbesluit. De bouwbesluittoets kan in de aanvraagfase niet volledig worden uitgevoerd omdat er binnen de gemeente onvoldoende capaciteit aanwezig is. Daarom wordt gebruikt gemaakt van een toetsingsmatrix. De matrix bevat vijf niveaus van toetsing (niveau 0 t/m 4) die staan voor de intensiteit waarin een onderdeel wordt getoetst. Bij niveau 0 vindt er geen toetsing plaats. Niveau 4 wordt gebruikt wanneer toepassing wordt gegeven aan gelijkwaardige oplossingen op basis van artikel 1.3 van het Bouwbesluit 2012. De vijf niveaus van toetsing die binnen onze gemeente wordt gevolgd zijn omschreven in tabel 3. Het Bouwbesluit 2012 kent negen hoofdstukken. Binnen een hoofdstuk hebben de diverse artikelen vaak verschillende toetsingsniveaus. Deze niveaus kunnen verschillen naar gelang de gebruiksfuncties van het gebouw of de ruimte. Als voorbeeld hiervan kan gedacht worden aan het toetsen van de constructies bij een groot publieksgebouw (bijeenkomstenfunctie). Het toetsingsniveau van zo’n gebouw zal hoger zijn dan dat van een enkelvoudige eengezinswoning (woonfunctie) of een berging (risico gestuurde benadering).

Vergunningverlening, Toezicht en Handhavingsplan 2019-2021

26

Niveau 0 1

titel Geen Uitgangspuntentoets

2

Visueel toetsen

3

Representatief toetsen

4

Volledig toetsen

Omschrijving Gecontroleerd wordt of de uitgangspunten kloppen, of de stukken voldoende informatie bevatten over de uitgangspunten en of de globale uitgangspunten op de stukken, aangeleverd om het desbetreffende aspect te kunnen toetsen, in voldoende mate en in samenhang zijn weergegeven om het aspect te kunnen toetsen Gelijk aan niveau 1, waarbij ook gecontroleerd wordt of de uitgangspunten in praktijk kloppen Controle door de maatgevende onderlenen van de gegevens te controleren. Gecontroleerd wordt of de uitgangspunten op de stukken aangeleverd om het betreffende aspect te kunnen toetsen in de juiste vorm zijn. Van ieder te toetsen aspect wordt nagegaan of de uitgangspunten juist zijn en of de uitkomsten waarschijnlijk zijn. De belangrijkste aspecten (maatgevend) worden gecontroleerd dan wel nagerekend Controle door alle onderdelen diepgaand en in onderlinge samenhang te toetsen/beoordelen. Van ieder te toetsen aspect wordt nagegaan of de uitgangspunten juist zijn en worden de uitkomsten gecontroleerd/nagerekend

Tabel 3.

Ieder jaar worden deze toetsingsniveaus geëvalueerd. Er wordt dan onderzocht of er een bijstelling van de niveaus plaats moet vinden. Het kan dus voorkomen, dat de gemeente toch meer gegevens verlangt of op een hoger niveau toetst dan in de Toetsingsmatrix Bouwbesluit van de gemeente staat aangegeven. Te denken valt aan situaties waarbij derden de gemeente hiertoe verzoeken, het college zelf hiertoe besluit in verband met een gelijkwaardigheidsverzoek, bij een Rijks- of gemeentelijk monument of in bijzondere gevallen (bijvoorbeeld bij de bouw van een bepaald bouwwerk tegen een ander gebouw aan). Het aanpassen van de toetsingsniveaus kan zowel door een niveau te verhogen als een niveau te verlagen. Zulke aanpassing kunnen opgenomen worden in de uitvoeringsprogramma's. Als redenen om de niveaus bij te stellen kan gedacht worden aan: - Aanpassing beleidsdoelen; - Maatschappelijke ontwikkelingen; - Meer of minder intensief gebruik van gebruiksfuncties; - Wisselingen in capaciteit bij vergunningverlening.

4.3 Handhavingsstrategie De gemeente houdt toezicht op voorschriften, vergunningen of algemene regels en treedt handhavend op bij overtredingen. De handhavingsstrategie is primair gericht op het herstellen van de situatie, op het ontmoedigen van de overtreder of om recidive te voorkomen. Kortom het beëindigen en voorkomen van de illegale situatie. De handhavingsstrategie bestaat uit een toezicht- sanctie- en gedoogstrategie. Verschillende toezichthouders Het overgrote deel van de toezichthoudende taken wordt door toezichthouders van de gemeente uitgevoerd. Bijvoorbeeld toezicht op bouwwerkzaamheden en zaken die te maken hebben met het Vergunningverlening, Toezicht en Handhavingsplan 2019-2021

27

bestemmingsplan of horeca, het brandveilig gebruik van bouwwerken en het toezicht in/op de openbare ruimte. Een deel van toezicht wordt uitgevoerd door onze (veiligheids)partners zoals de Politie, Openbaar Ministerie, Veiligheidshuis en Regionaal Informatie en Expertise Centrum (RIEC). Voorts is het volledige takenpakket op het gebied van milieu- en bodemtoezicht ondergebracht bij de ODNHN. In opdracht van en uit naam van de gemeente worden door de ODNHN hiervoor de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving uitgevoerd. De GGD controleert alle kinderdagverblijven, naschoolse opvang, peuterspeelzalen en gastouders. De handhaving wordt echter uitgevoerd door de gemeente. Zie bijlage 4 voor en nadere omschrijving van de wijze van toezicht. Hoe houden we toezicht? Het toezichtproces is te verdelen in de volgende drie stappen: 1. Waarnemen: het verzamelen van informatie (op basis van meldingen, signalen, eigen waarnemingen en controlebezoeken) 2. Oordelen: het toetsen van waarnemingen aan de norm, vastgelegd in wet- en regelgeving. 3. Inzet passende vorm van toezicht: optreden bij iedere overtreding (zie de Sanctiestrategie, beschreven in paragraaf 4.3.2). Om effectief en doelmatig te werken is het nodig om verschillende vormen van toezicht te hanteren. Deze vormen van toezicht kunnen zowel aangekondigd als onaangekondigd plaatsvinden.

In bijlage 4 is ook beschreven hoe en welke vormen van toezicht de gemeente inzet per VTH-taakveld.

4.3.1 Toezichtstrategie Toezicht bestaat uit grofweg actief toezicht en passief toezicht. Actief toezicht vindt planmatig plaats en komt tot uiting in routinematig toezicht, projectmatig toezicht en toezicht op tijdelijke activiteiten. Voorbeelden van planmatig toezicht zijn de controles bij bouwtoezicht op te realiseren bouwwerken enwerkzaamheden en bij evenementen. Routinematige controles vinden plaats bij doorlopende activiteiten. Hierbij valt te denken aan controles in het kader van milieutoezicht bij bedrijven, DHW-controles en de ronden van de toezichthouder openbare ruimte/Boa in de wijken. Passief toezicht wordt ook wel ad hoc toezicht genoemd en vindt plaats naar aanleiding van klachten, meldingen, calamiteiten en handhavingsverzoeken. Klachten en meldingen van burgers en bedrijven vormen een waardevolle aanvulling op het actieve toezicht. Immers, het is onmogelijk voor toezichthouders om alle overtredingen binnen de gemeente te constateren. De beschikbare personele capaciteit wordt verdeeld over actief en ad hoc toezicht. Dit wordt in de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s vastgelegd. Voor klachten en meldingen die betrekking hebben op de openbare buitenruimte geldt het streven dat indieners binnen twee dagen bericht krijgen welke actie is of zal worden genomen.

Prioriteiten stellen Prioritering van taken is niet bedoeld om een bepaalde volgorde in de controles/toezicht aan te geven. Het is dus niet zo, dat eerst de hoge prioriteiten worden gecontroleerd, daarna de prioriteit gemiddeld en ten slotte de prioriteit laag. Prioritering bepaalt de intensiteit van het toezicht (zie tabel 4). Voorop staat dat de gemeente op alle prioriteiten toezicht houdt. De intensiteit van het toezicht is echter verschillend. Overigens betekent dit niet dat er voor het bestuur geen keuzevrijheid meer bestaat; wel heeft het maken van andere keuzes gevolgen voor de beschikbare capaciteit. Bij taken met een hoge prioriteit geldt ook Vergunningverlening, Toezicht en Handhavingsplan 2019-2021

28

nog dat gemeente keuzes maakt welke taken zij in een jaar actief oppakt. De keuzes staan vermeld in de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s. Mate van prioriteit Hoge prioriteit Gemiddelde prioriteit

Lage prioriteit

Toelichting Het toezicht op naleving van de regels vindt actief of programmatisch plaats en kan ook projectmatig worden opgepakt. In het kader van vergunningverlening zal hier sprake zijn van een intensief of representatief toetsingsniveau. Het toezicht vindt minder intensief en vooral steekproefsgewijs plaats, dan wel door gebiedsgerichte controles. Afhankelijk van het thema wordt op een passende manier opgetreden In het kader van vergunningverlening zal hier sprake zijn van een beperkt toetsingsniveau: beoordeling op basis van (algemene) uitgangspunten. Het toezicht vindt niet actief plaats. In principe wordt alleen naar aanleiding van meldingen toegezien op naleving van de regels. Toezicht wordt ook projectmatig of thematisch uitgevoerd. In het kader van vergunningverlening zal hier sprake zijn van een marginaal toetsingsniveau of zal zelfs geen toetsing plaatsvinden.

Tabel 4.

Is een taak geprioriteerd als zijnde “laag”, dan zal er op deze taak geen actief toezicht worden gehouden. De gemeente treedt alleen op bij externe meldingen (piepsysteem) of via thema en project toezicht. Er wordt bijvoorbeeld geen of slechts steekproefsgewijs toezicht gehouden bij kleine bouwwerken die vergunningsvrij zijn of indien de vergunningenverlening in de categorie “niet risicovol” valt. Bij toezicht op het gebruik van bestaande gebouwen wordt, afhankelijk van waargenomen naleefgedrag, een beperkt aantal projectmatige controles uitgevoerd. Overtredingen met een lage prioriteit worden in elk geval wel geregistreerd in de administratiesystemen Squit en/of in Inproces. Mocht hieruit blijken dat een aanvankelijk laag geprioriteerde taak: - vaker voorkomt dan ingeschat, of - een groter risico heeft dan gedacht doordat het aantal overtredingen groter is dan ingeschat, of - uit ervaring blijkt dat het toezicht houden op een bepaalde taak een grotere bijdrage levert aan de ruimtelijk kwaliteit van de gemeente, dan zal deze taak een hogere prioritering krijgen of projectmatig of thematisch opgepakt worden. Dit zal verwerkt worden in de uitvoeringsprogramma’s. Een andere systematiek wordt gevolgd bij toezicht op het brandveilig gebruik van gebouwen.

Voor het bepalen van de risico’s en het stellen van prioriteiten op dit gebied wordt gebruik gemaakt van de landelijk methode PREVAP. Met deze methode worden bouwwerken op basis van onder andere de functies en de omvang van het bouwwerk, het aantal aanwezige personen en hun mate van zelfredzaamheid ingedeeld in een viertal prioriteitsklassen. Op basis hiervan volgt een planning van het toezicht in het kader van brandveilig gebruik waarbij gebouwen met de grootste kans op het voorkomen van risico’s vaker gecontroleerd zullen worden. Toezicht naar aanleiding van klachten Het uitgangspunt bij het in behandeling nemen van klachten is dat deze door een belanghebbende ingediend moet zijn en voorzien moeten van een motivering. Indien een klacht onvoldoende gemotiveerd is, wordt aan de klager gevraagd om de ontbrekende informatie aan te vullen. Indien de ontbrekende

Vergunningverlening, Toezicht en Handhavingsplan 2019-2021

29

informatie niet tijdig wordt aangeleverd, kan dit leiden tot het buiten behandeling stellen van de klacht op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Anonieme klachten of klachten van personen die onbekend willen blijven worden aangemerkt als melding. Afhankelijk van de geschatte ernst van de situatie kan vervolgens overwogen worden alsnog de melding in behandeling te nemen. Indien de klager anoniem wenst te blijven, wordt hem meegedeeld dat zijn klacht hierdoor mogelijk alleen ter kennisname wordt aangenomen. De anonimiteit van de klager kan namelijk bij een juridische procedure alsnog in geding komen. Daarnaast kan het zijn dat hij in deze procedure door de rechter wordt opgeroepen.

4.3.2 Sanctiestrategie Handhaven is het optreden bij overtredingen van wet- en regelgeving, gericht op het vergroten van veiligheid en verminderen van overlast. Bij elke overtreding moet worden afgewogen welke sanctie passend is voor dat concrete geval. Een sanctie is een straf of maatregel die wordt toegepast als rechtsregels worden overtreden. Door de sanctie wordt de overtreder gedwongen om de overtreding te stoppen of soms wordt hij gestraft voor het begaan van de overtreding. De wijze waarop dat gebeurt, is afhankelijk van de aard van de overtreding, de omstandigheden hieromtrent en het gedrag van de overtreder in het verleden. In deze paragraaf wordt onze sanctiestrategie omschreven: wanneer treedt de gemeente handhavend op en welke instrumenten worden daarbij ingezet. Hoe treedt de gemeente op bij overtredingen? Om naleving van de regelgeving af te dwingen heeft de gemeente Den Helder verschillende handhavingsinstrumenten tot haar beschikking, dit zijn zowel bestuursrechtelijke als strafrechtelijke instrumenten. Strafrechtelijke handhaving kan alleen toegepast worden door de politie en de Boa’s. Bij strafrechtelijke handhaving wordt gehandeld namens het Openbaar Ministerie en dus niet het college van B&W. Strafrechtelijke handhaving op andere werkvelden dan de APV en de Wegenverkeerswet, dient veelal in samenwerking met externe partners als de politie plaats te vinden.

Met bestuursrechtelijke handhaving wil onze gemeente normconform gedrag afdwingen door de inzet van bestuursrechtelijke maatregelen. Deze maatregelen bestaan uit het opleggen van een last onder dwangsom, het uitvoeren van bestuursdwang, het intrekken van de vergunning, het opleggen van een bestuurlijke boete en de bestuurlijke strafbeschikking (zie bijlage 6 voor een toelichting op deze begrippen). Bij overtredingen van de Wabo vindt handhaving plaats middels verschillende bestuursrechtelijke handhavingsinstrumenten. Voordat handhaving opgestart wordt, dient dan eerst getoetst te worden of de overtreding kan worden gelegaliseerd. In tabel 5 is het stappenplan weergegeven dat binnen de gemeente als uitgangspunt genomen.

Vergunningverlening, Toezicht en Handhavingsplan 2019-2021

30

Aantal stappen

Omschrijving stappen

Stappenplan Regulier

3

Versneld

2

Direct

1

De 3 gebruikelijke stappen (waarschuwingsbrief, zienswijzemogelijkheid, besluit worden doorlopen) Stap 1 uit het reguliere stappenplan wordt overgeslagen. Bij de eerste constatering van de overtreding wordt stap 2 ingezet (nemen voorgenomen besluit). Stap 1 en 2 uit het reguliere stappenplan worden overgeslagen. Bij de eerste constatering van de overtreding volgt direct stap 3 (nemen besluit). Bij spoedeisend belang (acuut gevaar/onherstelbare schade) wordt eerst opgetreden en achteraf het besluit op schrift gesteld.

Tabel 5.

De juridische handhavingscapaciteit is beperkt waardoor de hoeveelheid handhavingszaken die opgepakt kunnen worden gelimiteerd wordt. Ook hier wordt daarom gebruikt gemaakt van prioriteitstelling (zie tabel 6). Bij het bepalen van de prioriteit waarmee een handhavingszaak wordt opgepakt wordt gebruikt gemaakt van de prioriteitenberekeningen. In beginsel wordt de juridische handhavingscapaciteit ingezet op taken met een hoge prioriteit. Voor taken met een lage prioriteit is maar weinig capaciteit beschikbaar. Vanwege de voorbeeldfunctie van de gemeente, wordt extra kritisch naar eventuele overtredingen van de eigen organisatie gekeken. Mate van prioriteit Hoge prioriteit

Gemiddelde prioriteit Lage prioriteit

Toelichting Snel optreden is noodzakelijk, omdat de overtreding op korte of lange termijn veiligheid- en gezondheidsrisico’s kan opleveren. De overtreding direct leidt tot ernstige aantasting van de ruimtelijke kwaliteit, nautische infrastructuur openbare orde en de leefomgeving of een combinatie van deze factoren. (twee stappen, bij een acute situatie één stap) Optreden is noodzakelijk omdat de overtreding direct of indirect leidt tot aantasting van de ruimtelijke kwaliteit, nautische infrastructuur, openbare orde en leefomgeving. (twee of drie stappen) De overtreding leidt tot een geringe aantasting van de ruimtelijke kwaliteit, nautische infrastructuur, openbare orde, leefomgeving of een combinatie van deze factoren. Of de overtreding levert geen substantiële risico’s op, of slechts risico’s die de overtreder zelf kunnen treffen. (drie stappen)

Tabel 6.

Toepassen Interventiematrix en sancties De gemeente Den Helder sluit zoveel mogelijk aan bij de Landelijke Handhaving Strategie (LHS versie 1.73) bij het inzetten van handhavingsinstrumenten bij Wabo toezichtstaken. Bij de LHS worden vergelijkbare situaties hetzelfde aangepakt. De beoordeling van een overtreding vindt plaats op basis van een aantal criteria. Die criteria zijn gebaseerd op de zwaarte van de overtreding en het gedrag van de overtreder. Deze beoordeling is samengevat in de zogenoemde interventiematrix, die is terug te vinden in

3 Zie voor de complete uitwerking van de LHS de website van Infomil .

Vergunningverlening, Toezicht en Handhavingsplan 2019-2021

31

bijlage 5. De uitkomst van de beoordeling bepaalt met welke mate van prioriteit de overtreding wordt aangepakt. Uit de praktijk blijkt dat de LSH minder goed geschikt is voor bijvoorbeeld handhavingstaken in de openbare ruimte en bij situaties waarbij sprake is van gevaar voor de openbare orde. Vaak is handhaving in dat soort gevallen gebaat bij een korte doorlooptijd en daardoor direct handhavend opgetreden moet worden. Op dat moment zoeken toezichthouders zelf naar de meest passende aanpak om de overtreding ongedaan te krijgen of te stoppen. Er wordt dan wel gewerkt volgens het principe van de LHS, maar dan op de Helderse manier. Voor een aantal taakvelden zoals kinderopvang, horeca en op grond van de Opiumwet zijn aparte handhaving strategieën vastgelegd in apart beleid. Ook in deze beleidsstukken wordt rekening gehouden met het gedrag (al dan niet bewust) van de overtreder. Begunstigingstermijn – hoogte dwangsom De hoogte van dwangsommen en de lengte van de begunstigingstermijn waarna deze dwangsom van kracht wordt zijn vastgelegd in de ‘Beleidsregels begunstigingstermijnen en dwangsommen’. Daarbij is onderscheidt gemaakt naar verschillende overtredingen waarbij de omstandigheden van het geval zijn meegenomen.

De lengte van een begunstigingstermijn is onder andere gebaseerd op de tijd die nodig is om de overtreding ongedaan te maken en de mate van gevaarzetting voor de omgeving. Bij het bepalen van de hoogte van de dwangsom wordt onder andere gekeken naar de zwaarte van de overtreding, de mate van economisch gewin en de mate waarin deze een financiële prikkel vormt. In principe worden de vastgestelde begunstigingstermijnen in handhavingsbeschikkingen niet verlengd. Bij gegronde redenen kan een begunstigingstermijn worden verlengd of opschort. Dit kan bijvoorbeeld zijn wanneer de overtreder aangeeft om gegronde redenen meer tijd nodig te hebben om de overtreding op te heffen. In dat geval wordt een concrete redelijke termijn gegeven waarbinnen de opgelegde last alsnog uitgevoerd moet worden. Het indienen van bezwaar of instellen van beroep schort de werking van de handhavingsbeschikking niet op. Dit betekent dat de bezwaarmaker bij de rechtbank een verzoek om een voorlopige voorziening moet indienen om bijvoorbeeld te voorkomen dat dwangsommen verbeuren. De begunstigingstermijn zal in de regel niet enkel worden opgeschort omdat een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend. De bestuursrechter kan beslissen de begunstigingstermijn te schorsen tijdens bezwaar/ beroepsprocedures.

Wanneer de begunstigingstermijn wordt verlengd, is dit een besluit waartegen voor alle belanghebbenden bezwaar en beroep openstaat.

4.3.3. Gedoogstrategie De gemeente Den Helder gedoogt in beginsel niet. Volgens vaste jurisprudentie zijn bestuursorganen in beginsel - behoudens hele bijzondere omstandigheden - verplicht om handhavend op te treden. Voor de gemeente Den Helder is daarom handhaving de regel, gedogen de uitzondering. In de jurisprudentie worden als bijzondere omstandigheden genoemd waarbij gedogen toegestaan zou kunnen worden onder de volgende voorwaarden:

Vergunningverlening, Toezicht en Handhavingsplan 2019-2021

32

1. bij uitzondering, bijvoorbeeld indien: - handhaven zou leiden tot aperte onbillijkheid (overmacht, overgangssituatie, zicht op legalisatie, tijdelijke overtreding, experiment, disproportionaliteit, nieuwe wet- en regelgeving); - het te beschermen belang is evident beter gediend met gedogen (rekening houden met derdebelang); 2. mits tevens beperkt in omvang en/of tijd; 3. alsmede expliciet en na een zorgvuldige, kenbare belangenafweging; 4. alsmede aan controle onderworpen. Op grond van bovenstaande criteria blijkt duidelijke dat gedoogbeschikking alleen in uitzonderingssituaties worden verleend. Het niet (kunnen) aanpakken van alle overtredingen binnen de gemeente vanwege prioriteitstelling in toezichtstaken op grond van de risicoanalyse valt niet onder “gedogen‟. Het is onmogelijk om alles te handhaven. Een evenwichtig handhavingsbeleid leidt tot inzet van de handhavingscapaciteit om die zaken te handhaven die prioriteit hebben. Als daardoor bepaalde overtredingen niet actief gehandhaafd worden, is er geen sprake van gedogen. In bijlage 5 wordt de sanctiestrategie verder toegelicht.

Vergunningverlening, Toezicht en Handhavingsplan 2019-2021

33

5. Van Beleid naar uitvoering 5.1 Inleiding In hoofdstuk 1 is al kort aangegeven welke relatie deze nota heeft met het VTH-uitvoeringsprogramma. Vanuit het principe van een lerende organisatie zal regelmatig moeten worden teruggekeken op zaken als de effectiviteit van de nalevingstrategie in de praktijk en de mate van doelbereiking. Ook is er een wettelijke plicht het gemeentebestuur te voorzien in verslaglegging over de resultaten van de handhavingsinspanningen. In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de wijze van programmeren, uitvoeren, monitoren en verslagleggen.

5.2 Programmering Het in hoofdstuk 3 geformuleerde doel, de jaarlijkse operationele doelen uit de uitvoeringsprogramma’s, de gestelde prioriteiten in zowel dit beleidsstuk als de programma’s en de budgetten uit de programmabegroting vormen het kader voor programmering van de vergunningverlening, toezichts- en handhavingsactiviteiten. Deze programmering komt tot uiting in het jaarlijks op te stellen VTHuitvoeringsprogramma, dat bestuurlijk wordt vastgesteld. In dit programma wordt aangegeven welke activiteiten met welke capaciteit in het betreffende uitvoeringsjaar worden uitgevoerd. Deze programma’s worden aangevuld met de incidentele bestuurlijke prioriteiten en het geconstateerde naleefgedrag van voorgaande jaren. Er kan ook gekozen worden een meer jaarlijks programma op te stellen. In het uitvoeringsprogramma worden de volgende wettelijk verplichte elementen opgenomen: - de voorgenomen uit te voeren handhavingsactiviteiten voor het komende jaar; - de te realiseren productie in termen van controles c.q. handhavingsacties; - de relatie met het gestelde handhavingsdoel en prioriteiten.

5.3 Uitvoering conform kwaliteitseisen Door het Rijk zijn landelijke kwaliteitscriteria voor de VTH-taken geformuleerd, het zogenoemde basiskwaliteitsniveau. Deze kwaliteitscriteria stellen eisen aan de (werk)processen en geven aan waar gemeenten minimaal aan moeten voldoen voor het uitvoeren van de VTH-taken (werken volgens de Big-8 cyclus). Deze eisen gelden ook voor deskundigheid en beschikbaarheid van medewerkers bij de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving. Hierbij gaat het om het vereiste opleidings- en ervaringsniveau van medewerkers en om de minimaal vereiste beschikbaarheid van ervaren deskundigen. Daarnaast stellen de kwaliteitscriteria een aantal organisatorische voorwaarden, zoals de aanwezigheid van een piketregeling en een functionele scheiding tussen vergunningverlening en toezicht en handhaving. De gemeente Den Helder heeft hiervoor de Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht gemeente Den Helder vastgesteld. De kwaliteitseisen zijn binnen de gemeente als volgt ingevuld: Deskundigheid Medewerkers van de gemeente Den Helder die belast zijn met vergunningverlening, toezicht of handhaving kunnen hun taak adequaat vervullen als zij over voldoende deskundigheid beschikken. Deze deskundigheid is gebaseerd op zowel opleiding als ervaring.

Gelet op de krapte in de arbeidsmarkt is het Vergunningverlening, Toezicht en Handhavingsplan 2019-2021

34

niet altijd mogelijk om te voldoen aan deze kwaliteitscriteria. Hier wordt wel zoveel mogelijk aan gewerkt, ook door de samenwerking op te zoeken met de regiogemeenten. Bereikbaarheids- en beschikbaarheidsregeling Om bereikbaar te zijn voor spoedeisende meldingen buiten kantoortijden heeft de gemeente een zachte piketregeling in geval van calamiteiten en ongewone voorvallen. Voor het melden van milieu- klachten en overlast zoals stank of lawaai kunnen burgers en bedrijven contact zoeken met de ODNHN. De ODNHN heeft eigen piketregeling en een milieumeldpunt dat dag en nacht bereikbaar is. Scheiding vergunningverlening, toezicht en handhaving In de organisatorische opbouw zijn de onderdelen vergunningverlening, toezicht en handhaving op persoonsniveau van elkaar gescheiden. Daarbij is er bij alle drie onderdelen een functionele scheiding aangebracht. Medewerkers van de verschillende disciplines, zoals de juridische en technische plantoetsers en vakspecialisten op het gebied van constructies, bodem, geluid etc. opereren zelfstandig onder eigen verantwoordelijkheid ten opzichte van elkaar. Eenieder draagt daardoor onafhankelijk op basis van eigen oordeelsvorming bij aan de totstandkoming van de vergunningen, het houden van toezicht en de handhaving van wet- en regelgeving. In Den Helder is op bestuursniveau geen sprake van functiescheiding.

Binnen het college van Den Helder is er één portefeuillehouder vergunningverlening en handhaving (niet wettelijke taken). De taken op het gebied van openbare orde en veiligheid zijn een bevoegdheid van de burgemeester.

5.4 Monitoring en evaluatie Het monitoren, rapporteren en evalueren van de uitvoering van het VTH-beleid is een wettelijke eis uit het Besluit Omgevingsrecht. Hoewel het monitoren, rapporteren en evalueren van de VTH-cyclus het sluitstuk is van dit VTH-plan 2019-2021, betekent dat zeker niet het einde van onze inzet. We willen leren van de uitkomsten van de evaluatie, zodat we onze VTH-plannen en de uitvoering daarvan steeds meer op een hoger niveau kunnen brengen. Er geldt ook een wettelijke verplichting om met een geautomatiseerd systeem ons uitvoeringsprogramma en onze doelstellingen te monitoren. In het VTH-uitvoeringsprogramma hebben we geschat hoeveel tijd en capaciteit nodig is om al die meldingen, acties en klussen uit te voeren. Dit hebben we per ‘grote’ activiteit gedaan. Onze systemen zullen zijn zo gebouwd worden dat we de actuele stand van de urenmatrix op elk moment kunnen meten. Hoe komen we aan die actuele gegevens? Die komen uit 2 softwareprogramma’s namelijk: 1. Inproces - dit programma gebruiken we voor het meten van de actuele stand van het aantal meldingen. 2. Excel - voor het bijhouden van de uren die worden besteed aan onze VTH-taken, gebruiken we het programma ‘Excel’. Elke medewerker registreert hierin de tijd die hij/zij besteed aan een taak.

Om goed te kunnen monitoren zijn er alleen tijdschrijfcodes aangemaakt die precies overeenkomen met de taken in het uitvoeringsprogramma

Op basis van de verzamelde gegevens kunnen uitvoeringprogramma’s en dit VTH-beleid geëvalueerd worden. Wettelijk dient deze evaluatie toe te zien op: Vergunningverlening, Toezicht en Handhavingsplan 2019-2021

35

 ons uitvoeringsprogramma;  onze werkwijzen; en  onze doelen. Door de gegevens uit de softwareprogramma’s te combineren, kunnen we op een redelijk eenvoudige manier zien of ons VTH-plan volgens planning verloopt. Minimaal twee keer per jaar worden de tussenresultaten verwoord in de viermaandelijkse managementrapportage (marap). Blijkt uit de gegevens dat de planning uitloopt op een bepaald onderdeel, dan kunnen we op tijd ons programma of onze capaciteit aanpassen. Maar het kan ook zo zijn dat de behoefte ontstaat om het beleid of beleidsdoelen opnieuw te bekijken. Dat nemen we dan mee in de analyse voor het volgende VTH-plan. De evaluatie van de uitvoeringsprogramma’s van de jaren 2019-2021 vormt vervolgens weer de basis voor de actualisatie van het strategisch VTH-beleid voor de jaren 2022-2026.

5.5 Hoe en wanneer rapporteren we de gemeenteraad? We zijn verplicht om onze gemeenteraad te rapporteren over onze werkzaamheden. Deze verplichting staat in artikel 7.7 van het Besluit omgevingsrecht. De vragen die daarbij beantwoord moeten worden zijn:  Hebben we uitgevoerd wat we hebben beloofd in het uitvoeringsplan?  In hoeverre hebben deze activiteiten bijgedragen aan het bereiken van de gestelde doelen (de strategieën uit hoofdstuk 5)?  Hebben we onze doelen bereikt (doelstellingen uit hoofdstuk 3)?  Hebben we de activiteiten uitgevoerd volgens onze prioriteitenstelling (prioriteiten uit hoofdstuk 4)? De gemeenteraad ontvangt twee keer per jaar een rapportage. De eerste keer is aan het eind van het voorafgaande jaar/ begin van het jaar in de vorm van het door het college vastgestelde VTHuitvoeringsplan. Overigens kan een uitvoeringsplan ook voor meerdere jaren worden vastgesteld. De tweede rapportage volgt een paar maanden later en betreft een cijfermatige evaluatie van alles wat wij én onze partners hebben uitgevoerd in het voorgaande jaar.

Vergunningverlening, Toezicht en Handhavingsplan 2019-2021

36

BIJLAGE 1. Omgevings- en probleemanalyse Den Helder is een havenstad. De Marine is er gevestigd, er is visserij en offshore-industrie. Daarnaast bestaat de gemeente Den Helder voor een groot deel uit landelijk gebied met vooral bollenteelt. Naast de stad Den Helder zijn er nog de kernen Huisduinen en Julianadorp. Na de naoorlogse uitbreidingsplannen van de wijken Nieuw Den Helder en De Schooten zijn de uitbreidingsplannen in de vorige eeuw vooral in het zuiden van de gemeente, bij Julianadorp (Drooghe Weert) gerealiseerd. Ook nu nog vindt de uitbreiding met name plaats in Julianadorp in de wijk Willem Alexanderhof en ’t Laar. De gemeente kenmerkt zich ook door de aanwezigheid van vliegveld De Kooy, het industrieterrein Kooypunt en de ligging aan zee met vooral bij Julianadorp veel kustrecreatie in de vorm van campings en recreatiewoningen.

Vergunningverlening, Toezicht en Handhavingsplan 2019-2021

37

1. Probleemanalyse Vergunningverlening De probleemanalyse van vergunningverlening betreft een analyse van aantal en soort van te verwachten diverse (omgevings)vergunningen en meldingen/ontheffingen. Wabo In onderstaande tabellen is het aantal en de soort vergunningen weergegeven voor 2018. Wabo Vergunningen Bouw DCMR advies Afwijking bestemmingsplan (los) Brandveilig gebruik Rijksmonument Inrit Kap Reclame Gem. monument Sloop (beschermd)

Aantal 2018 354 26 9 11 2 15 85 14 0 0

Principeverzoeken

81

Meldingen - Sloop - Brandveilig gebruik

128 14

Tabel 7. Aantal aangevraagde omgevingsvergunningen/-meldingen Den Helder 2018

APV en bijzondere wetten De APV-producten zijn te verdelen in evenementenvergunningen, horecavergunningen (exploitatie, terras, openingstijden), vergunningen voor kansspelen, parkeervergunningen en overige vergunningen APV (zoals standplaatsen en ontheffing rijden op het strand). In 2018 gaat het om de volgende aantallen: Soort vergunning / ontheffing Aantal 2018 Aanwezigheid 3 Artikel 35 51 Drank- en horeca 20 Exploitatie 44 Ontheffing sluitingsuur (los) 1 Overige vergunningen / ontheffing Evenementen 205 Omzetting 3 Ontheffing RVV 33 Overige ontheffingen 6 Standplaatsen 3 Tijdelijke verhuur 21 Ontheffing strandslagen/strandopgang 130 Tabel 8. Aantallen vergunningen APV en bijzondere wetten Den Helder 2018 Vergunningverlening, Toezicht en Handhavingsplan 2019-2021

38

De verwachting is dat deze aantallen stabiel zullen blijven in de jaren 2019-2022. Met name bij de evenementenvergunning is de laatste jaren sprake van een hogere eis aan de veiligheidsmaatregelen en meer complexiteit en afstemming met andere diensten bij de toetsing. Bij de horecavergunning is er meer aandacht gekomen voor integriteit. Bij iedere aanvraag wordt onderzoek gedaan naar de achtergronden van de ondernemer en de wijze van financieren van de onderneming, op grond van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob, zie ook hierna). Drank- en Horecawet Iedere onderneming die alcoholische dranken tegen betaling verstrekt moet voldoen aan de bepalingen uit de Drank- en Horecawet. Zowel verstrekkers waar ter plaatse kan worden genuttigd als slijterijen hebben een vergunning nodig op grond van de Drank- en Horecawet. Supermarkten en cafetaria’s, waar je niet ter plaatse mag nuttigen, hebben geen vergunning op grond van de Drank- en Horecawet nodig, wel moeten deze bedrijven ook aan de wet voldoen. Als een nieuwe leidinggevende wordt aangesteld dan moet deze worden bijgeschreven op het aanhangsel bij de D&H-vergunning, nadat de toets ten aanzien van het levensgedrag heeft plaatsgevonden. De horecazaken hebben naast de Drank- en Horecawetvergunning ook een exploitatievergunning op grond van de APV nodig en soms ook een kansspelvergunning.

Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) De Wet Bibob geeft bestuursorganen de mogelijkheid om de integriteit van personen met wie ‘zaken worden gedaan’ (onder andere aanvragers van vergunningen) te toetsen. Hiervoor dient de aanvrager een uitgebreid formulier met persoonlijke en financiële gegevens bij de aanvraag in te dienen. Dit vergt een intensieve en specialistische (financiële) kennis. Op dit moment wordt de Wet Bibob voornamelijk toegepast op horecagerelateerde vergunningen, maar ook op Wabo-vergunningen. De gemeente Den Helder heeft de uitwerking van deze wet vastgelegd in het Bibob-beleid.

Toezicht en handhaving Den Helder De activiteiten van toezicht en handhaving zijn onder te verdelen in bouwen en ruimtelijke ordening, brandveiligheid, milieu en openbare ruimte. Bouwen en RO Het toezicht voor het taakveld bouwen en ruimtelijke ordening is onder te verdelen in toezicht op naleving en handhaving van: - Het verbod om te bouwen/slopen/wijzigen van gebruik zonder omgevingsvergunning; - verleende omgevingsvergunning voor bouwen/gebruiken; - de omgevingsvergunning/ melding voor sloopactiviteiten om de veiligheid te garanderen en ter bescherming van de nabijgelegen gebouwen; - de kwaliteit van bestaande gebouwen op brandveiligheid en constructieve veiligheid; - het gebruik van bouwwerken overeenkomstig de bestemming. In 2018 hebben de toezichthouders Wabo in totaal controles uitgevoerd voor 410 vergunningen, waarvan ongeveer 311 dossiers feitelijk in dat jaar konden worden afgeschouwd. Daarnaast is er toezicht gehouden op 17 sloopmeldingen. Na afronding van het toezicht zijn de dossiers van deze zaken via basisadministratie gebouwen (Bag) naar het archief gegaan. Vergunningverlening, Toezicht en Handhavingsplan 2019-2021

39

Soort controle Vergunning Afschouwen Handhaving (illegaal) Klacht Basisadministratie gebouwen (Bag) Overig Totaal

Aantal 410 207 195 200 311 105 1428

Tabel 9. Aantal controles in Den Helder in 2018

Daarnaast zijn in 2018 195 controles uitgevoerd in verband met handhavingsdossiers. Dit zijn gevallen waarbij bestuurlijke handhaving in de vorm van een waarschuwing, last onder dwangsom of bestuursdwang ingezet wordt om naleving van wet- en regelgeving af te dwingen. Dit zaak kan zijn opgestart na een verzoek om handhaving, of wanneer een bezoek van de toezichthouder Wabo of een aanwijzing niet het gewenste resultaat had en aanleiding gaf tot een juridische vervolgstap. Ook is in 2018 objectgericht toezicht gehouden op de huisvesting van seizoenarbeiders bij de agrarische bedrijven. Toezicht bij slopen waren met name controles op de verwijdering van asbest. Dit vanwege de hoge gezondheidsrisico’s die ondeskundige verwijdering van asbest met zich meebrengt. De meeste klachten die de gemeente ontving in 2018 betroffen de bouw van illegale bouwwerken. Veel van de klachten worden door de klager direct aan de gemeente geadresseerd en worden niet eerst met de betrokken buurtbewoners besproken. Brandpreventie In de gemeente Den Helder zorgen de toezichthouders brandveiligheid voor de taakuitvoering op het gebied van de brandpreventie. Deze taak richt zich naast de controle op de bouw- en gebruiksfase van bouwwerken ook op het toezicht van bedrijven waarvoor een vergunning brandveilig gebruik is verleend.

De toezicht- en handhavingstaak ten aanzien van brandpreventie richt zich op: - Voorlichting aan burgers en bedrijven ter vergroting van het brandveiligheidsbewustzijn en daarmee tot vergroting van de zelfredzaamheid; - Toezicht en handhaving op brandveiligheidsvoorschriften uit het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken, het Bouwbesluit, het Activiteitenbesluit, Brandveilig Gebruik en Basishulpverlening Overige Plaatsen en de Omgevingsvergunning gebruik, zowel bij nieuwbouw en bestaande bouw alsook bij evenementen. De Veiligheidsregio heeft een adviesrol op het gebied van brandpreventie. Den Helder heeft echter voldoende expertise in huis om de advisering ook zelf te doen. Daarom wordt slechts bij zeer complexe gevallen de Veiligheidsregio benaderd voor een second opinion. Het houden van dit soort toezicht is van groot belang voor het zeker stellen van een (brand)veilige samenleving. In de praktijk zal moeten blijken of de eisen die gesteld zijn bij vergunningverlening ook daadwerkelijk aanwezig zijn. De gemeente is het bevoegd gezag als het gaat om de handhaving van de brandveiligheid. De toezichthouders brandveiligheid van team Openbare Orde en Veiligheid (OOV) houden zich bezig met deze controles van nieuwbouw en bestaande objecten. Aan de hand van geconstateerde overtredingen brengen de medewerkers van OOV advies uit over het vervolgtraject.

Bij de Vergunningverlening, Toezicht en Handhavingsplan 2019-2021

40

besluitvorming worden alle belangen, waaronder ook het belang van de brandveiligheid, afgewogen. De brandveiligheidmedewerkers van OOV zorgen ervoor dat de brandweer goed geïnformeerd wordt over de genomen handhavingsmaatregelen. Zij kunnen dan de benodigde maatregelen nemen ten aanzien van de repressieve brandbestrijding. Het administratieve bestand van de toezichthouders brandveiligheid (First Watch) bevat ongeveer 1200 objecten. Het gaat hier om inrichtingen die vallen onder hoofdstuk 6 en 7 van het Bouwbesluit 2012. Deze inrichtingen zijn onder te verdelen in vergunningplichtige, meldingplichtige en overige bouwwerken, ook wel met "algemeen gebruik" aangeduid. Niet alle inrichtingen worden elk jaar gecontroleerd. Aan de hand van het gebruik wordt bepaald hoe vaak de inrichting gecontroleerd wordt. De toezichthouders brandpreventie hebben in 2018 totaal 759 controles uitgevoerd bij bedrijven/inrichtingen/ instellingen. Bij 466 controles was de brandveiligheid in orde, in 49 situaties was sprake van een minimaal gebrek. Bij 230 controles werd bij de eerste controle niet voldaan aan de brandveiligheidsvoorschriften, waarna de gebruiker hierover middels een brief in kennis is gesteld en een hercontrole is ingepland. Bij 28 van de 230 voldeed het gebouw ook bij de 2 de controle niet aan de brandveiligheidsvoorschriften.

Deze dossiers zijn doorgestuurd naar de juridisch medewerkers om dit verder bestuursrechtelijk op te pakken. In totaal zijn in 2018 548 zaken afgerond. Daarnaast hebben de toezichthouders brandveiligheid controles uitgevoerd in het kader van verleende vergunningen (bij nieuwbouw). Illegale Hennepkwekerijen Nog steeds worden in de gemeente Den Helder illegale hennepkwekerijen ontdekt, hoewel er een afnemende trend is waargenomen (in 2018 circa 6 ontmantelingen). De illegale hennepkwekerijen zijn vaak gehuisvest in woningen en zorgen hier voor brandgevaarlijke situaties, maar komen ook in bedrijfspanden voor. De toezichthouders brandveiligheid en Wabo zijn vaak betrokken bij het ontmantelen van deze brandgevaarlijk kwekerijen. Milieu Toezicht en handhaving op milieugebied richt zich op bedrijfsgebonden activiteiten en activiteiten die buiten de grenzen van bedrijven plaatsvinden (overige activiteiten), zoals het lozen van afvalwater, afvaldumpingen, gevelreiniging, geluidsoverlast etc. Klachten kunnen over alle milieu gerelateerde activiteiten gaan terwijl handhavingsverzoeken over het algemeen over bedrijfsactiviteiten betreffen. Bedrijfsgebonden activiteiten In 2019 zijn er 29 vergunningplichtige bedrijven in Den Helder maar vele andere bedrijven vallen ook onder de werking van de Wet milieubeheer.

Het toezicht op de bedrijven met milieurelevante activiteiten wordt door de ODNHN uitgevoerd. Dit gebeurt op basis van een vastgestelde prioriteringssystematiek waar een controlefrequentie per type inrichting uit volgt en een jaarlijkse planning van te bezoeken bedrijven. Overige activiteiten Hieronder vallen:  het lozen van afvalwater bij gevelreiniging en het lozen van grondwater. Deze activiteiten leiden nauwelijks klachten omdat zij direct zichtbaar zijn voor toezichthouders en er – indien nodigopgetreden kan worden.

Vergunningverlening, Toezicht en Handhavingsplan 2019-2021

41

het ten gehore brengen van muziek in horeca-inrichtingen en bij evenementen. Ten aanzien van dit aspect worden er met enige regelmaat klachten omtrent geluidsoverlast ontvangen.

In 2018 zijn in Den Helder 35 initiële controles uitgevoerd. Hieruit volgde een aantal hercontroles en eventueel sanctiecontroles. Daarnaast worden controles bodembescherming uitgevoerd en zo nodig geluidscontroles. In 2018 zijn 5 milieuklachten behandeld. Algemene plaatselijke verordening (APV), de Afvalstoffenverordening en Bijzondere wetten APV en Afvalstoffenverordening De Algemene plaatselijke verordening (APV) omvat samen met de Afvalstoffenverordening een veelheid aan gemeentelijke regels. Een groot deel van de regels zijn zogenoemde 'vangnetartikelen'. Indien burgers bij problemen in de openbare buitenruimte er onderling niet uitkomen, kan worden teruggevallen op de regels uit de APV. De gemeente kan dan in het laatste geval op basis van deze regels sturend optreden. Voor burgers zijn overtredingen in de openbare ruimte veelal goed waarneembaar, zoals hondenpoep (daar waar een opruimplicht geldt), verkeerd aangeboden huisvuil en parkeeroverlast. Er worden veelal dan ook om APV gerelateerde zaken door burgers geregeld bij de gemeente melding gemaakt. Hierdoor ontstaat een goed beeld waar burgers zich aan ergeren.

Het gaat om de volgende overtredingen:  Verkeerd aanbieden van afval (huishoudelijk afval en grofvuil)  Rijgedrag (op de stoep rijden van fietsen en scooters)  Hondenpoep  Niet teruggebrachte winkelwagentjes in het openbaar gebied  Voertuigen op de stoep  Campers/aanhangers/caravans die langer dan drie dagen op de openbare weg  Evenementen (geluidoverlast) (taak ODNHN)  Geluidoverlast horeca binnenstad (taak ODNHN)  Overlast door personen of groepen  Drank en drugsgebruik op straat  Foutparkeren Het merendeel van de klachten zijn van terugkerende aard. Inwoners kunnen hun meldingen m.b.t. openbare ruimte digitaal indienen (o.a. via de makkelijk melden app en onze eigen website). Een groot deel van deze meldingen wordt door de toezichthouder openbare ruimte/ Boa in behandeling genomen. In 2018 zijn 2.280 meldingen in behandeling genomen door toezichthouders. De meesten daarvan betroffen zaken die betrekking hadden op verkeer en parkeren, afval en rommel en overlast door personen. Op het gebied van overlast (hanggroepen/jeugd) zijn tijdens de 115 controles in totaal 284 overtredingen geconstateerd. In totaal zijn 335 jongeren uit de anonimiteit gehaald en zijn 229 waarschuwingen gegeven. 29 Personen hebben een bekeuring ontvangen en 22 personen hebben gekozen voor een Halt-traject in plaats van een bekeuring.

Tevens zijn twee personen aangehouden in samenwerking met de politie. In 2018 zijn in totaal 1064 interventies gepleegd, bestaande uit 583 sancties (bekeuringen) en 481 waarschuwingen. Wel moet worden opgemerkt dat waarschuwingen/vriendelijke verzoeken zoals ‘afstappen van een fiets op een voetpad dat verder leeg is’ niet altijd worden genoteerd. Vergunningverlening, Toezicht en Handhavingsplan 2019-2021

42

Drank en Horecawetgeving Het toezicht op de naleving van de Drank- en Horecawet wordt uitgevoerd door de toezichthouders Drank en Horeca. Het toezicht bestaat uit controles bij alcoholverstrekkers en evenementen. In 2017 heeft een ‘mysteryshop-onderzoek’ plaatsgevonden waardoor inzicht werd gegeven in het naleefgedrag van alcoholverstrekkers ten aanzien van de leeftijdsgrenzen voor alcohol. In 2018 zijn er in totaal 201 inspecties uitgevoerd in het kader van de Drank en Horecawet. Taak Reguliere controles

leeftijdsgrensinspectie

Horeca/Slijterijen Paracommercie Evenementen Detailhandel (o.a. supermarkten en snackbars) Horeca Paracommercie evenementen Detailhandel (supermarkten, slijterijen en snackbars)

Totaal aantal inspecties

Aantal controles 76 24 20 11 8 22 40 201

Tabel 10. Aantal inspecties op het gebied van drank en horeca in 2018

Kinderopvang Alle locaties in Den Helder worden gescreend of zij voldoen aan alle wettelijke eisen. Indien een overtreding geconstateerd wordt, wordt hierop gehandhaafd. Ook wordt in Den Helder elke gastouder wordt gescreend waar dit landelijk gemiddeld slechts 8% is.

Vergunningverlening, Toezicht en Handhavingsplan 2019-2021

43

Bijlage 2. Risicoanalyse Met het maken van de nota “Meer (Dan) Handhaving” in 2006 is in het kader van de risicogerichte benadering ervaring opgedaan met het maken van een analyse van de risico's die activiteiten in Den Helder met zich meebrengen. De in de nota “Meer (Dan) Handhaving” opgenomen prioritering is gebaseerd op deze risicoanalyse. Inmiddels is deze analyse enigszins gedateerd en is voor dit beleidsstuk een nieuwe analyse gemaakt. Voor het uitvoeren van de nieuwe risicoanalyse is opnieuw gebruik gemaakt van een landelijk geaccepteerd risicomodel van het voormalige ministerie van Justitie. Dit model gaat uit van de definitie: Er wordt gebruik gemaakt van de methodiek risico = negatief effect x kans, waarmee een mogelijk risico wordt berekend. Hierbij worden de volgende vragen gesteld: - Hoe groot is de kans dat een regel of voorschrift wordt nageleefd? - Hoe groot zijn de effecten op de leefomgeving bij niet naleving? Deze methodiek is een gangbare landelijke risicobeoordelingsmethode, die door veel overheidsorganen wordt toegepast en is gebaseerd op de methode “Programmatisch handhaven – Gids voor gemeenten, waterschappen en provincies” van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV). Het model zorgt ervoor dat voor alle te onderscheiden activiteiten (feitelijk de overtredingen) de kans wordt bepaald dat er iets gebeurt.

Dit wordt dan weer afgezet tegen de ernst van de gevolgen daarvan (het effect). Ter bepaling van de kans is gebruik gemaakt van de zogenoemde Tafel van Elf. De risicoanalyse resulteert in een lijst, waarin de omvang van het risico van de verschillende activiteiten inzichtelijk zijn gemaakt. Effect categorieën In het model zijn 7 effect categorieën gedefinieerd om het effect van een (potentiële) overtreding te bepalen. Het gaat daarbij om de volgende categorieën: 1. Fysieke veiligheid In welke mate draagt het voldoen aan de voorschriften bij aan de fysieke veiligheid/zijn de gedragsvoorschriften bedoeld om de fysieke veiligheid te beschermen? 2. Schade aan de volksgezondheid In welke mate draagt het voldoen aan de voorschriften bij aan de bescherming van de volksgezondheid/zijn de gedragsvoorschriften bedoeld om de volksgezondheid te beschermen? 3. Natuurschoon In welke mate draagt het voldoen aan de gedragsvoorschriften bij aan bescherming van het natuurschoon en in welke mate zijn de gedragsvoorschriften bedoeld om het natuurschoon te beschermen? 4. Financieel-economische schade Hoe groot is de financieel-economische schade voor de gemeenschap/voor de gemeente als de bedoelde groepen de voorschriften overtreden? 5.

Kwaliteit sociale leefomgeving In welke mate draagt het voldoen aan de voorschriften bij aan de kwaliteit van de sociale leefomgeving/zijn de gedragsvoorschriften bedoeld om de kwaliteit van de sociale leefomgeving te beschermen? 6. Gevaar openbare orde. In welke mate draagt het voldoen aan de gedragsvoorschriften bij aan de bescherming van de openbare orde en in welke mate zijn de gedragsvoorschriften bedoeld om de openbare orde te beschermen? Vergunningverlening, Toezicht en Handhavingsplan 2019-2021

44

7. Schade aan het bestuurlijke of gemeentelijke imago Hoe groot is de politiek-bestuurlijke afbreuk als de voorschriften uit dit thema niet worden nageleefd? In de systematiek wordt per handhavingsthema aan de negatieve effecten een waarde toegekend aan de hand van een 5-puntsschaal: 1 = heel klein 2 = klein 3 = gemiddeld 4 = groot 5 = heel groot Kans Ten aanzien van de vraag hoe groot de kans is dat een regel of voorschrift wordt nageleefd, wordt in de risicoanalyse ook de kans op niet spontane naleving betrokken. Immers, als de kans op spontane naleving heel groot is, is het risico bij een mogelijk gevaarlijke situatie gering. In de beoordeling hiervan in de matrix wordt de volgende weging aan de kans op naleving gegeven: 1 = goed naleefgedrag, weinig kans op overtredingen 2 = gemiddeld naleefgedrag (niet goed, niet slecht) 3 = slecht naleefgedrag, grote kans op overtredingen. Opgemerkt wordt dat de inschatting van zowel de probleem- en risicoanalyse een momentopname is. Deze analyse zal regelmatig worden getoetst op actualiteit, aangezien zowel problemen als naleefgedrag in de tijd veranderen.

Vergunningverlening, Toezicht en Handhavingsplan 2019-2021

45

Bijlage 2a. Risicomatrix Vergunningverlening

Vergunningverlening, Toezicht en Handhavingsplan 2019-2021

47

Vergunningverlening, Toezicht en Handhavingsplan 2019-2021

48

Vergunningverlening, Toezicht en Handhavingsplan 2019-2021

49

Vergunningverlening, Toezicht en Handhavingsplan 2019-2021

50

Bijlage 2b. Risicomatrix Toezicht en Handhaving

Vergunningverlening, Toezicht en Handhavingsplan 2019-2021

51

Vergunningverlening, Toezicht en Handhavingsplan 2019-2021

52

Vergunningverlening, Toezicht en Handhavingsplan 2019-2021

53

Vergunningverlening, Toezicht en Handhavingsplan 2019-2021

54

Vergunningverlening, Toezicht en Handhavingsplan 2019-2021

55

Bijlage 3. Wijze van vergunningverlening Omgevingsvergunning Aanvragen om omgevingsvergunning op grond van de Wabo kennen verschillende aspecten waaraan getoetst kan worden. Afhankelijk van de prioriteit wordt er meer of minder diepgaand getoetst. Zo heeft een dakkapel in de prioriteitenmatrix een lage prioriteit toegekend gekregen en zal deze dus minder diepgaand getoetst worden. Een aanvraag voor de bouw van een zorginstelling scoort een hoge prioriteit. Een dergelijke aanvraag zal dus diepgaander getoetst worden. Toetsing aan ruimtelijke ordening/bestemmingsplan Bij iedere aanvraag om omgevingsvergunning dient altijd getoetst te worden of deze past binnen het vigerende bestemmingsplan. Past de aanvraag niet maar geldt er een binnenplanse afwijking mogelijkheid dan kan een vergunning over het algemeen verleend worden. Andere met het bestemmingsplan strijdige plannen dienen te worden aangemerkt als een vergunningaanvraag om af te wijken van ruimtelijke regels. Dit kan ertoe resulteren dat voor die aanvraag een uitgebreide, en dus langere, procedure moet worden doorlopen. Het merendeel van de afwijkingen van de regels van bestemmingsplannen vallen echter onder de reguliere (normale) procedure van de Wabo. Alle afwijkingen worden individueel beoordeeld en getoetst. Wel wordt gestreefd naar meer uniformiteit in de beoordeling.

Toetsing aan welstand Een aanvraag voor de activiteit bouwen dient tevens beoordeeld te worden of het voldoet aan de eisen uit de Welstandsnota. Dit geldt niet voor vergunningsvrije bouwwerken. Op dit moment wordt hiervoor gebruik gemaakt van de advisering van de onafhankelijke Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. In het coalitieakkoord is opgenomen dat deze commissie opgeheven dient te worden. Op het moment van vaststelling van dit beleidsstuk wordt er dan ook een voorstel gemaakt om op een andere wijze de omgevingskwaliteit te garanderen. Bouwtechnische toetsing/Bouwbesluit 2012 Het Bouwbesluit 2012 geeft landelijk geldende regels voor de technische eisen waaraan bouwwerken dienen te voldoen. In 2019/ begin 2020 zal de Landelijke Toetsmatrix Bouwbesluit 2012 (LTB) worden uitgewerkt om te dienen als leidraad bij het toetsen van vergunningaanvragen aan het Bouwbesluit 2012. Het LTB is speciaal ontwikkeld om te kunnen differentiëren in toetsintensiteit per onderdeel van het Bouwbesluit, naar gelang het bouwwerktype en de risico’s die daarbij zijn voorzien. De LTB-methodiek biedt de ruimte om als gemeente een toetsniveau op de verschillende onderdelen vast te stellen, op basis van de eigen risico-inschattingen, naleefgedrag en beschikbare capaciteit. Toetsing aan Bouwverordening Een aantal bouwregels zijn lokaal en daardoor opgenomen in een vastgestelde bouwverordening.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.denhelder.nl/api/v1/meetings/2234/documents/24529