Ruimtelijke onderbouwing.pdf
Tekst van het document
Aan noordzijde bevindt zich een onderhoudsstrook tussen de geluidswal en de sloot die varieert tussen 3 en 5 meter en is voldoende voor het onderhoud langs de oevers. Waterkwaliteit Het hoogheemraadschap is verantwoordelijk voor de kwaliteit van het oppervlaktewater. Uitgangspunt is dat huishoudelijk afvalwater en hemelwater van schone oppervlakken gescheiden worden. In onderhavig project is de wasbak van de kantine en het toiletgebouw aangesloten op een septic tank, die loost op het
33/41
oppervlaktewater. Er is geen rioolaansluiting beschikbaar. Daarnaast kan het hemelwater direct worden afgevoerd worden naar de watergangen rondom het projectgebied. Conclusie Het plan is uitvoerbaar op het aspect water. Bij de uitvoering van de plannen dient rekening te worden gehouden met de eisen die het Hoogheemraadschap stelt.
4.6
Luchtkwaliteit
Het onderdeel luchtkwaliteit is geregeld in artikel 5.16 van de Wet milieubheer. In lid 1 is aangegeven dat bestuursorganen bij de uitoefening van de in het tweede lid bedoelde bevoegdheden of toepassing van voorschriften, welke uitoefening of toepassing gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit, gebruik van een of meer van de volgende gronden en maken daarbij aannemelijk dat aan de in bijlage 2 bij de Wm opgenomen grenswaarden kan worden voldaan. In 2015 is voor het motorcrossterrein een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is als bijlage 7 toegevoegd. Het doel van dit onderzoek was om te bepalen wat de effecten van de inrichting op de luchtkwaliteit in de directe omgeving is. Hierbij is getoetst aan de luchtkwaliteitseisen uit de Wet milieubeheer. Het betreft een onderzoek uit 2015. De uitgangspunten voor het onderzoek zijn sindsdien niet gewijzigd. Daarnaast zijn de achtergrondconcentraties sinds 2015 lager geworden, waardoor de uitkomsten uit dit onderzoek nog steeds gebruikt kunnen worden, zodat voldoende aannemelijk is gemaakt dat aan de grenswaarden uit bijlage 2 van de Wm wordt voldaan. De belangrijkste resultaten en conclusies beschreven uit het onderzoek van 2015 zijn hieronder nogmaals weergegeven.
Uit de resultaten blijkt dat er in de plansituatie van 2015 geen overschrijdingen van de grenswaarden plaatsvinden van de jaargemiddelde concentraties Stikstofdioxide (NO2), Fijn stof (PM10) en Fijn stof (PM2.5) NO2,,.PM10 en PM2.5. Hiermee voldoet het project aan de luchtkwaliteitseisen uit de Wet milieubeheer. Het onderzoek uit 2015 is nog steeds actueel, waardoor dit onderzoek in deze ruimtelijke onderbouwing gebruikt kan worden. De enige wijziging ten opzichte van het luchtkwaliteitsonderzoek heeft betrekking op een toename van het aantal verkeersbewegingen. In het luchtkwaliteitsonderzoek wordt namelijk een uitgangspunt van een verkeersaantrekkende werking van maximaal 100 personenauto's gehanteerd. In onderhavige aanvraag wordt echter uitgegaan van 150 personenauto's. Er is derhalve een toename van 50 personenauto's. Een dergelijke toename draagt echter in een zeer beperkte mate bij aan de luchtverontreiniging. Een significante verslechtering treedt namelijk pas op bij enkele honderden verkeersbewegingen. Een verdere toetsing aan de grenswaarden kan daarom achterwege blijven. Er wordt geconcludeerd dat het aspect luchtkwaliteit de uitvoering van het project niet belemmert. Uit het oogpunt van luchtkwaliteit is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefmilieu ter plaatse. De plannen zijn dan ook uitvoerbaar wat betreft het aspect luchtkwaliteit.
34/41
4.7
Cultuurhistorie en Archeologie
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting van een ruimtelijk plan worden beschreven op welke manier rekening wordt gehouden met de cultuurhistorische waarden in het plangebied. In het bestemmingsplan 'LUCHTHAVEN 2013' zijn de aspecten cultuurhistorie en archeologie onderzocht. Hiervoor is de informatiekaart Landschap en Cultuurhistorische van de provincie Noord - Holland gebruikt met betrekking tot cultuurhistorie. Hieruit blijkt dat binnen het projectgebied geen cultuurhistorische- en/of aardkundige waarden voorkomen. De kaart geeft ook geen historische punten of monumenten weer. Daarnaast wordt met onderhavige aanvraag geen bodemingrepen voorgesteld. Voor de ontwikkeling is daarom geen archeologisch onderzoek nodig.
4.8
Externe veiligheid
Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. Het toetsingskader wordt gevormd door verschillende besluiten en documenten (Bevi, Bevb, Bevt). Risico's zijn inzichtelijk gemaakt op de risicokaart die per provincie wordt bijgehouden. In figuur 12 is voor de locatie een uitsnede van de risicokaart opgenomen. Ten noorden van het plangebied op ongeveer 100 meter afstand van de tijdelijke crossbaan is een buisleiding gelegen. Ook zijn een aantal buisleidingen aan de oostzijde van de Industrieweg. Het plangebied ligt binnen de invloedssfeer van de buisleidingen. Echter, gezien het gebruik van het terrein, de afwezigheid van objecten waarin personen langdurig verblijven en de zeer beperkte personendichtheid in de omgeving van de buisleidingen, zal in dit geval geen sprake zijn van een relevant risico. Een sportterrein wordt beschouwd als een beperkt kwetsbaar object. Dit houdt ook in dat het tijdelijke motorcrossterrein een beperkt kwetsbaar object is. Realisatie van een motorcrossterrein geeft hierdoor geen belemmeringen ten aanzien van deze buisleidingen.
35/41
Figuur 13. Uitsnede risicokaart (2018)
Het projectgebied ligt aan de oostzijde voor een deel in de BEVI zone van de buiten het projectgebied gelegen inrichting van de NAM. In het bestemmingsplan Kooypunt is hiervoor een regeling opgenomen die geen nieuwe kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten toestaat. Het betreffende deel van het projectgebied betreft evenwel niet het eigenlijke motorcrossterrein, maar alleen de toegangsweg en een deel van de parkeerterrein. Dit deel is geen beperkt of kwetsbaar object. In dit opzicht wordt dus niet van het bestemmingsplan afgeweken. Ook heeft dit deel in het vigerende plan al een verkeersbestemming. Het terrein is gelegen tegen een bestaand spoortracé. Er vindt geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over dit tracé. Het motorcrossterrein zelf is geen risicovolle bron voor de omgeving, waardoor de activiteit ook geen extra belemmering geeft aan de omgeving. Geconcludeerd kan dan ook worden dat het aspect externe veiligheid geen belemmeringen vormt voor het ingebruik nemen van het terrein als motorcrossterrein.
4.9
Kabels en leidingen
In (de omgeving van) het projectgebied kunnen kabels en leidingen aanwezig zijn die beperkingen opleggen voor de bouwmogelijkheden in het projectgebied. Hierbij valt te denken aan hoogspanningsverbindingen, waterleidingen en straalpaden. Bij leidingen, zoals gas-, water- en rioolpersleidingen, volgen deze belemmeringen uit het zakelijk recht. Bij hoogspanningsverbindingen gaat het om veiligheid en gezondheid. De beperkingen bij straalpaden zijn van belang voor het goed functioneren van de straalpaden. Door het projectgebied lopen drie gebiedsaanduidingen, te weten 1. Geluidszone - industrie 1; 2. Geluidszone - luchtvaart 50ke; 3. Vrijwaringszone - Radar.
36/41
De eerste twee aanduidingen 'Geluidszone - industrie' en 'Geluidszone - luchtvaart 50ke' hebben betrekking op ontwikkelingen van nieuwe geluidsgevoelige objecten. Het project stelt geen nieuwe geluidsgevoelige functies voor en vormt daarom geen belemmering. Gebiedsaanduiding 'Vrijwaringszone - Radar' heeft betrekking op het beschermen van de veiligheid van het luchtverkeer. Met dit project is slechts sprake van het legaliseren van een reeds bestaande situatie. Er worden geen nieuwe bouwplannen voorgesteld die een eventuele opstakel voor het luchtverkeer vormen. Verder lopen er geen kabels -en leidingen door het projectgebied die een eventuele belemmering voor het project vormen. Het aspect kabels en leidingen vormt hierdoor geen belemmering voor de uitvoering van de plannen.
4.10 MER (Milieu effect rapportage) verantwoording In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, dient alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden, waarbij onderzocht dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten. Per 7 juli 2017 is de regelgeving voor de MER en m.e.r.-beoordeling gewijzigd met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor de ontwerp-bestemmingsplanfase moet een m.e.r-beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.
Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde komt moet de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie opstellen, waarbij ook mitigerende maatregelen mogen worden meegenomen. Het bevoegd gezag dient binnen zes weken na indienen een m.e.r.-beoordelingsbesluit af te geven. Een vormvrije m.e.r.-beoordelingsbeslissing hoeft echter niet gepubliceerd te worden. In de bijlage van het Besluit m.e.r. is in categorie (D43) de aanleg, wijziging of uitbreiding van permanente raceen testbanen voor gemotoriseerde voertuigen opgenomen. De drempelwaarde voor een formele m.e.r.-beoordeling in het Besluit m.e.r. ligt op een oppervlakte van 5 hectare of meer en een openstelling van acht uren of meer per week. Het betreft in dit geval een tijdelijke crossbaan, maar wordt wel via een definitieve planologische procedure mogelijk gemaakt. De openstelling is minder dan acht uren per week. De oppervlakte van de locatie bedraagt 4,26 hectare, de ruimtelijke ontwikkeling ligt daarmee onder de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r. en is daarmee niet rechtstreeks planm.e.r.-, projectm.e.r. of m.e.r.-beoordelingsplichtig. De beoogde ontwikkeling blijft onder de drempelwaarde. Dit betekent wel dat een zogenaamde 'vormvrije
37/41
m.e.r.-beoordeling' noodzakelijk is. Hiervoor is een beoordelingsnotitie opgesteld die als bijlage 9 bij deze toelichting is gevoegd. Uit de notitie blijkt dat de uitgevoerde (milieu) onderzoeken geen aanleiding geven om een planm.e.r.-, projectm.e.r. of m.e.r.-beoordelingsplicht uit te voeren. Er worden geen negatieve effecten verwacht.
38/41
Hoofdstuk 5
Uitvoerbaarheid
Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheidsaspecten van een ontwikkeling. In dat verband wordt onderscheid gemaakt tussen de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid.
5.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
De maatschappelijke uitvoerbaarheid heeft als doel om aan te tonen dat de beoogde ontwikkeling maatschappelijk draagvlak heeft en dat de procedures op een goede manier worden doorlopen. Voor het tijdelijke motorcrossterrein is eerder een tijdelijke vergunning aangevraagd en verleend door de gemeente. 3 belanghebbenden hebben bezwaar aangetekend tegen deze vergunning. De vergunning is vanwege procedure fouten vernietigd. De procedurefout wordt met deze procedure hersteld. Voor het aanvragen van de omgevingsvergunning, waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan wordt de uitgebreide procedure uit de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) gevolgd. De procedure hiervoor is opgenomen in artikel 2.12 eerste lid sub a onder 3 van de Wabo. Binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag moet het college van burgemeester en wethouders beslissen over het verlenen van de vergunning. Tijdens deze periode moet de aanvraag zes weken ter visie worden gelegd, waarbij de mogelijkheid aan een ieder wordt geboden voor het indienen van zienswijzen. Na de bekendmaking van het besluit kan door belanghebbenden die een zienswijze hebben ingediend beroep worden ingesteld. De ruimtelijke onderbouwing is getoetst door de Omgevingsdienst NHN. Het advies is opgenomen als bijlage 10 van deze ruimtelijke onderbouwing.
Het project is in maart 2020 voorgelegd aan de provincie in het kader van het vooroverleg. Omdat het om een bestaande baan is en tijdelijk zal zijn, is hier volgens de provincie geen bezwaar tegen. Wel was er een vraag over de onderbouwing van de termijn. Deze is nu opgenomen in de beschrijving van de aanvraag, zoals verwoord in hoofdstuk 2.2. Ook is het project beoordeeld door het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier in het kader van de Watertoets, zoals beschreven in hoofdstuk 4.5. Het betreft een uitgebreide procedure, echter voor een beperkte tijd. Er wordt een permanente baan gerealiseerd binnen de gemeente Hollands Kroon. Hiervoor wordt op dit moment een milieueffectrapport en een bestemmingsplan opgesteld. De grond is inmiddels door de initiatiefnemers aangekocht. Hiermee kan gegarandeerd worden dat na het beoogde tijdelijke gebruik er een definitief einde komt aan het gebruik van de tijdelijke baan. Deze garantie kon in 2017 nog niet worden gegeven.
39/41
5.2
Economische uitvoerbaarheid
Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, (woning)bouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd. Voor dit project wordt geen bouwplan in de zin van artikel 6.2.1 Bro mogelijk gemaakt. Het vaststellen van een grondexploitatieplan is daarom niet noodzakelijk. Het terrein is inmiddels ingericht als motorcrossterrein en kan reeds als zodanig worden gebruikt. Er is geen aanleiding te veronderstellen dat de economische uitvoerbaarheid in het geding is.
40/41
Hoofdstuk 6
6.1
Afweging en Conclusies
Aanleiding
Deze ruimtelijke onderbouwing dient ter afweging voor het verlenen van een omgevingsvergunning ex artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 van de Wabo, waarmee het tijdelijk motorcrossterrein in afwijking van het bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt.
6.2
Afweging
Het project is niet strijdig met de relevante beleidsuitgangspunten op zowel rijks- als provinciaal en gemeentelijk niveau en veroorzaakt geen conflicten met de sectorale wet- en regelgeving. In de beoogde situatie is ook sprake van een verantwoorde milieusituatie.
6.3
Conclusie
Het verlenen van een omgevingsvergunning voor het project is in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening. Aan het bevoegd gezag wordt gevraagd om voor de wedstrijddagen een grenswaarde voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau ter plaatse van de gevels van de woningen van derden vast te stellen op 52 dB(A) voor een wedstrijddag. Alle motoren moeten worden voorzien van een transponder voor het Mylaps systeem. In dit systeem worden alle gemaakte crossminuten bijgehouden. De crossminuten van de kleine baan dienen handmatig te worden geregistreerd.
41/41