CConstaterende datDen Helder
Koppel je AI →
Document · PDF

Recreatiewoningen Noorderduyn Van Foreestweg 2023_Toelichting_ (1).pdf

Gemeenteraad 22 april 2024, gemeente Den HelderBij agendapunt: 12: Voorstel tot het vaststellen van het bestemmingsplan recreatiewoningen Noorderduyn Van Foreestweg 2023.16.193 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

32

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Recreatiewoningen Noorderduyn Van Foreestweg 2023

Aantal verkeersbewegingen burgerwoningen Voor burgerwoningen wordt uitgegaan van het kengetal van het CROW; 7,8 tot 8,6 voertuigbeweging per woning per etmaal. Voor de 5 burgerwoningen wordt daarmee uitgegaan van 39 tot 43 voertuigbewegingen per etmaal. Totale verk eersgeneratie In totaal genereert de nieuwe situatie (120 vakantiewoningen en 5 burgerwoningen) op basis van de kengetallen dus maximaal 499 tot 575 voertuigbewegingen per etmaal, uitgaande van een volledige (100%) bezetting van de vakantiewoningen. Uitgaande van de gebuikelijke bezettingsgraden van de vakantiewoningen (80% voor de reguliere vakantiewoningen en 55% voor de groepsaccommodaties) kan worden uitgegaan van 378 tot 435 voertuigbewegingen per etmaal voor de vakantiewoningen en de burgerwoningen samen. 4.2.2

Ontsluiting van de recreatiewoningen

Zoals aangegeven in paragraaf 2.2.3 zal het vakantiepark aan de noordzijde worden ontsloten via de Van Foreestweg. Hier wordt via een nieuw te bouwen brug/dam met duiker een aansluiting voor het autoverkeer gerealiseerd. De bestaande ontsluiting voor het fietsverkeer aan de westzijde blijft gehandhaafd. Daar kunnen fietsers via de middengeleider de Van Foreestweg veilig kruisen.

Bij de totstandkoming van de ontsluiting zijn meerdere varianten verkend. Mede naar aanleiding van ingediende zienswijzen is gekozen voor de oostelijke ontsluiting. Ook daarbij wordt een aparte oversteek voor het fietsverkeer gerealiseerd. De Van Foreestweg wordt ter hoogte van de in- en uitrit in beperkte mate aangepast, waardoor het mogelijk wordt om een voldoende breed steunpunt in midden te maken. Dat middensteunpunt vestigt de aandacht van automobilisten op de nadering van de oversteek voor langzaam verkeer en biedt fietsers en voetgangers de mogelijkheid om in 2 fasen met een rustpunt in het midden veilig te kunnen oversteken. Het afslaand autoverkeer naar het vakantiepark en de overstekende fietsers blijven van elkaar gescheiden. In onderstaande schets is te zien hoe de aansluiting in overleg met de gemeentelijk verkeerskundige is uitgewerkt.

Toelichting (vastgesteld)

33

bestemmingsplan Recreatiewoningen Noorderduyn Van Foreestweg 2023

Zie in dit verband Bijlage 11 Verkeersonderzoek 18.03.2024. 4.2.3

Parkeren

Voor recreatiewoningen wordt in de Nota parkeernormen (zie 3.4.2 Nota Parkeernormen Den Helder 2017-2021) uitgegaan van 1,5 parkeerplaats per recreatiewoning. Voor de burgerwoningen langs de Van Foreestweg wordt uitgegaan van 1,6 tot 2 parkeerplaatsen per woning, afhankelijk van de inhoudsmaat. Voor woningen tot 350 m3 geldt een norm van 1,6 parkeerplaats per woning, voor woningen tot 450 m3 is dit 1,9 en voor woningen groter dan 450 m3 is dit 2,0 parkeerplaats per woning. Alle benodigde parkeerplaatsen worden op eigen terrein gerealiseerd.

4.3

Water

4.3.1

Beleid

Nationaal Water Programma 2022-2027 Het Nationaal Water Programma 2022-2027 is vastgesteld op 18 maart 2022. In het Nationaal Water Programma (NWP) 2022-2027 beschrijft de Rijksoverheid de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren en -vaarwegen. Het Nationaal Water Programma 2022–2027 geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. In het NWP komen het oude Nationaal Waterplan (voor beleid) en het Beheer- en ontwikkelplan voor de rijkswateren (voor beheer) samen. Daarnaast zijn het Programma Noordzee, de stroomgebiedbeheerplannen en de overstromingsrisicobeheerplannen onderdeel van het NWP. Hiermee geeft het programma invulling aan de Europese richtlijnen voor water. Het NWP beschrijft de nationale beleids- en beheerdoelen op het gebied van Klimaatadaptatie Waterveiligheid zoetwater en waterverdeling waterkwaliteit en natuur scheepvaart en de functies van de rijkswateren. Met het bouwen van vakantiewoningen op het terrein aan de Van Foreestweg worden geen Rijksbelangen op het gebied van de waterhuishouding geraakt. Watertoets Het Rijk, de provincies, gemeenten en waterschappen hebben in februari 2001 de "Startovereenkomst Waterbeheer 21ste eeuw" ondertekend.

Hierin is vastgelegd dat de betrokken partijen de "watertoets" toepassen op alle relevante ruimtelijke plannen met waterhuishoudkundige consequenties. In het Besluit ruimtelijke ordening is bepaald dat de betrokken waterbeheerders moeten worden geraadpleegd bij het opstellen van bestemmingsplannen en bij de voorbereiding van een omgevingsvergunning die in strijd is 34

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Recreatiewoningen Noorderduyn Van Foreestweg 2023 met het bestemmingsplan. De watertoets is een instrument om ruimtelijke plannen, zoals bestemmingsplannen en een omgevingsvergunning voor de activiteit "bouwen in strijd met het bestemmingsplan", te toetsen op de mate waarin rekening wordt gehouden met waterhuishoudkundige aspecten. Het gaat daarbij onder meer om aspecten als waterkwaliteit en waterkwantiteit (ruimte voor water) en veiligheid (bescherming tegen overstroming). 4.3.2

Beschouwing

Huidige situatie In de huidige situatie is het akkerland waar de recreatiewoningen worden gebouwd volledig onbebouwd. Het plan gaat uit van de bouw van recreatiewoningen met bijbehorende terrassen, verkeersontsluiting groen en water. Op het perceel worden grote waterpartijen en watergangen gerealiseerd met een gezamenlijk oppervlakte van circa 3 hectare. In de kop van Noord Holland is het plangebied een van de meest problematische gebieden met betrekking tot zoutoverlast. In de uitwerking van het watersysteem en ook bij de uitvoering van het grondwerk wordt dan ook zorgvuldig gekeken naar de mogelijke zoute kwel uit de ondergrond. Voorkomen wordt dat de aanliggende bollenvelden last krijgen van een te hoge zoutdruk door de ontwikkeling van het plan. De kavelsloot grenzend aan het bollengebied blijft behouden. Geohydrologisch onderzoek Door Loots Grondwatertechniek is een geohydrologisch onderzoek uitgevoerd (rapportage d.d. 11 oktober 2022, zie Bijlage 10 Geohydrologisch onderzoek 13.10.2022. In het onderzoek zijn de effecten op grondwaterstanden en -stromingen van het realiseren van de recreatiewoningen alsmede het toevoegen van circa 3 hectare water onderzocht. In het onderzoek is aangegeven dat het project hydrologisch gezien geen negatief effect heeft doordat in de bestaande situatie al het overtollig regenwater reeds relatief snel naar de sloot wordt afgevoerd.

Het project heeft een positief effect wat betreft klimaatadaptatie, doordat het oppervlaktewater in relatie tot verhard oppervlak significant toeneemt wordt het effect op het waterpeil in de sloot gehalveerd na extreme regen. In het onderzoek zijn ook de effecten van het nieuwe vakantiepark op de grondwaterstanden van omliggende percelen onderzocht. De effecten bij het vakantiepark ten westen van de projectlocatie is het effect op de grondwaterstand verwaarloosbaar en heeft geen negatieve effecten. aan de (zuid)westzijde ligt een bloembollenveld. In de zomer is er nagenoeg geen effect op de grondwaterstand, in de winter is er minder dan 0,05 m verlaging van de grondwaterstand (geohydrologisch verwaarloosbaar). Effecten op deze bloembollen zijn nagenoeg zeer klein. In het diepe watervoerend pakket (watervoerende laag 2) zorgt het project voor een verwaarloosbare reductie (<0,01 m) van de stijghoogte bij de bloembollen. Doordat de stijghoogte (in zeer kleine mate) afneemt onder de bloembollen is er sprake van minder kwel en zoutdruk. Het project heeft een zeer klein positief effect op de zoutdruk (minder schade door zout).

Voor verbetering van bloembollen is een infiltratievoorziening in de vorm van een wadi (gevoed door daken nabijgelegen woningen) toegevoegd, waarbij 1,5 m³/dag (gemiddeld) neerslag infiltreert in de maanden oktober tot maart (circa 700 m² verhard oppervlakte loost in deze wadi). In het bos ten oosten van de projectlocatie zakt de grondwaterstand circa 0,05~0,1 m door de wijziging in de zomer. In het natte seizoen zakt de grondwaterstand meer, namelijk circa 0,2 m. Dit heeft invloed op het groen. Om dit effect op te vangen zal in de watergang aan de oostzijde van het nieuwe vakantiepark een waterremmende slootbodem toegepast moeten worden. Deze slootbodem bestaat uit een kleilaag (0,3 m dik). Geconcludeerd is dat, met toepassing van de genoemde maatregelen (een waterremmende slootbodem aan de oostzijde en een wadi aan de westzijde) er een acceptabel (geo)hydrologisch effect van toepassing is. Verharding en bebouwing Op grond van de regels van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier is een vergunning verplicht afhankelijk van de toename van bebouwing/verharding. Toelichting (vastgesteld)

35

bestemmingsplan Recreatiewoningen Noorderduyn Van Foreestweg 2023 Bij een verhardingstoename tussen de 800 m² en 2.000 m² moet 10% van het te verharden oppervlak gecompenseerd worden. Bij een verhardingstoename van meer dan 2.000 m2 is er maatwerk nodig voor de compensatie. In geval van het vakantiepark wordt meer dan 2.000 m2 verharding en bebouwing toegevoegd. In de huidige situatie is er ongeveer 4.200 m2 verhard gebied, dat wordt circa 21.725 m2 een toename van ruim 17.000 m2. Voor de woningen geldt dat het hemelwater dat op het dak valt wordt geloosd op het aanwezige (of nog te graven) oppervlaktewater of infiltreert in de bodem. Het riool wordt daarmee niet verder belast. In de huidige situatie is er ongeveer 1.500 m2 oppervlaktewater (sloten) aanwezig. Dit wordt in de nieuwe situatie uitgebreid naar circa 3 hectare. In het bestemmingsplan is het water ook bestemd als "Water" zodat de realisatie van het water ook juridisch geborgd is. De beoogde watercompensatie is met het Hoogheemraadschap afgestemd en akkoord bevonden. Waterkwaliteit Het bestemmingsplan maakt geen ontwikkelingen mogelijk die van negatieve invloed kunnen zijn op de waterkwaliteit. Hemelwater Om het zoetwaterpeil waar mogelijk aan te vullen zal het hemelwater worden afgekoppeld van het rioolstelsel.

Hemelwater van de daken van de nieuwe woningen zal infiltreren in de bodem en/of worden geloosd op het vele oppervlaktewater op het terrein. Op deze manier wordt ook het riool ontlast. 4.3.3

Overleg met Hoogheemraadschap

Het geohydrologisch onderzoek alsmede de waterhuishoudkundige aspecten zijn ter beoordeling voorgelegd aan het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Het Hoogheemraadschap heeft op 21 november 2022 per mail aangegeven dat de waterpartijen die worden gerealiseerd ruim voldoende compensatie bieden voor de beoogde verhardingstoename. Het Hoogheemraadschap heeft gevraagd wat de diepte en breedte van de watergangen zijn die worden gerealiseerd en hoe het onderhoud van de waterlopen wordt geborgd. Bij brede waterlopen is varend onderhoud de beste optie. 4.3.4

Conclusie

Uit bovenstaande tekst kan worden opgemaakt dat de toename van bebouwing en verharding gecompenseerd kan worden door de toevoeging van open water. Daarnaast zijn de geohydrologische effecten van het project onderzocht. Daaruit blijkt dat met toepassing van een tweetal maatregelen er geen negatieve effecten op de waterhuishouding verwacht kunnen worden. Op waterhuishoudkundig punt is het plan uitvoerbaar.

4.4

Bodem

Kader Met het oog op een goede ruimtelijke ordening dient in geval van ruimtelijke ontwikkelingen te worden aangetoond dat de bodem geschikt is voor het beoogde functiegebruik. In het algemeen geldt dat verontreiniging van de bodem (grond en grondwater) moet worden voorkomen. Uitgangspunt is dat de bodem schoon is en dat dat zo moet blijven (zorgplicht). Voor vervuilde bodems geldt dat deze functiegericht en kostenefficiënt gesaneerd moeten worden. Voorwaarde is dat hierbij geen verspreiding van of ontoelaatbare blootstelling aan verontreiniging optreedt. De Wet bodembescherming geeft regels voor bodemverontreiniging, waarvan sprake is als het gehalte van een stof in de grond of in het grondwater de voor de stof geldende streefwaarde overschrijdt. Onderzoek dient gedaan te worden wanneer initiatieven uitgaan van bodemroerende activiteit, dan wel functies mogelijk maken waarbij dezelfde mensen gedurende een langere periode minstens 2 uur per dag op de betreffende gronden verblijven. Onderzoek Door ZVS Milieutechniek is een indicatief bodemonderzoek uitgevoerd, zie Bijlage 2 Verkennend bodemonderzoek 18.02.2021. Het bodemonderzoek is uitgevoerd met een beperkte onderzoeksinspanning en is indicatief van karakter. In het veld is een beperkte inspanning ten opzichte van de NEN 5740 die past bij het gegeven 36

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Recreatiewoningen Noorderduyn Van Foreestweg 2023 oppervlak en strategie ‘grootschalig onverdacht’ uitgevoerd. Het terrein is in gebruik voor teelt van bloembollen. Het gebruik van bestrijdingsmiddelen is in de bovengrond vastgesteld. Hier komen geringe verhogingen aan heptachloorepoxide, chloordaan en drins in voor. De gehalten geven geen aanleiding om te veronderstellen dat sterk verhoogde gehalten in de grond voorkomen. In zowel de boven-, de ondergrond en het grondwater zijn verder geen overschrijdingen van de geanalyseerde stoffen uit het standaard pakket aangetroffen. De kwaliteit van de grond en grondwater lijkt planontwikkeling niet in de weg te staan. In het kader van de toekomstige aanvraag van een omgevingsvergunning moet de onderzoeksopzet worden gecompleteerd tot een verkennend onderzoek conform de NEN 5740. Rekening gehouden moet worden met het feit dat de toepassing van (licht verontreinigde) grond aan beperkingen onderhevig is. Indien bij planontwikkeling grond vrijkomt en niet op de onderzoekslocatie kan worden verwerkt, dient de grond te worden voorzien van een kwaliteitsverklaring conform het Besluit bodemkwaliteit, dan wel te worden aangeboden aan een erkende verwerker. Op dit moment is het resultaat van het onderzoek naar PFAS volgens het tijdelijke handelingskader geen belemmering voor afzet daarvan.

Door ZVS Milieutechniek is aanvullend onderzoek uitgevoerd met boringen, zie Bijlage 3 Tankvalonderzoek 16.08.2021. Aanleiding van het aanvullende onderzoek waren de bevindingen van een historisch onderzoek waaruit is gebleken dat in de jaren '50 een tankval over het momenteel voor bollenteelt in gebruik zijnde terrein gesitueerd is geweest. Dit betrof een 4 meter diepe gracht met een hoge wal ernaast. Deze is omstreeks 1960 gedempt, naar wordt aangenomen met gebiedseigen grond. Om zekerheid te krijgen of de bodem ter hoogte van dit deel van het terrein anders van kwaliteit is, zijn aanvullend een drietal boringen tot 4,0 meter diepte binnen de situering van de voormalige tankval uitgevoerd. Uit het aanvullende onderzoek is gebleken dat de onderzochte grond licht verontreinigd is. Deze verhogingen staan de planontwikkeling echter niet in de weg. De conclusie van het bodemonderzoek van februari 2021 zijn hiermee ongewijzigd. Conclusie Het bestemmingsplan is in relatie tot het aspect bodem uitvoerbaar.

4.5

Ecologie

4.5.1

Wet natuurbescherming

Op basis van wetgeving is bepaald dat ruimtelijke initiatieven geen (onevenredige) nadelige effecten mogen hebben op eventueel voorkomende beschermde flora en fauna. Ten behoeve van de bescherming van ecologische waarden is sinds 1 januari 2017 de Wet natuurbescherming van toepassing. Onder de Wet natuurbescherming vervallen de tabellen 1, 2 en 3 uit de Flora- en faunawet waarin de beschermde soorten zijn opgenomen. Tevens zijn er circa 200 soorten niet langer beschermd en worden enkele bedreigde soorten toegevoegd. De soortenbescherming binnen de Wet natuurbescherming is opgedeeld in de volgende beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten. Voor alle beschermde soorten geldt een ontheffingsplicht. Het bevoegd gezag (de provincie) kan voor de soorten die zijn opgenomen in het 'beschermingsregime andere soorten' vrijstellingsbesluit nemen en hierin onderscheid maken tussen meer en minder strikt beschermde soorten. 4.5.2

Ecologisch onderzoek soortbescherming

Door ecologisch bureau Blom is een ecologisch onderzoek uitgevoerd, zie Bijlage 4 Ecologisch onderzoek 03.08.2022. Aan de hand van een veldbezoek is vastgesteld of er beschermde plant- en diersoorten aanwezig zijn. Geconcludeerd is dat dit niet het geval is.

Toelichting (vastgesteld)

37

bestemmingsplan Recreatiewoningen Noorderduyn Van Foreestweg 2023

Afbeelding: schematische weergave onderzoek sresultaten ecologisch onderzoek 4.5.3

Ecologisch onderzoek stikstofdepositie

Voor de ontwikkeling is een stikstofonderzoek uitgevoerd, zie Bijlage 7 Stikstofonderzoek 22.02.2024 en Bijlage 8 AERIUS projectberekening 26.02.2024. Berekend is het maatgevend jaar, het jaar (2024) waarin de beoogde situatie plaatsvindt. De bemesting/beweiding van het agrarisch perceel vervalt door de ontwikkeling, daarmee mag gesaldeerd worden. De beoogde situatie en de aanlegfase hebben een lagere emissie dan de referentiefase. Het voortzetten van het huidige agrarische gebruik zou schadelijker zijn dan het planvoornemen. De AERIUS-Calculator berekent de stikstofeffecten op omliggende Natura 2000-gebieden. De berekening in de AERIUS-Calculator heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven de 0,00 mol/ha/jr. Door het wegvallen van de bemesting op het landbouwperceel is er een afname te zien in de depositie te Duinen Den Helder-Callantsoog. De voorgenomen nieuwe ontwikkeling is daarmee niet vergunningsplichtig in het kader van de Wet natuurbescherming, aangezien op voorhand mogelijke significante negatieve effecten kunnen worden uitgesloten. 4.5.4

Conclusie

Het bestemmingsplan is in relatie tot het aspect flora en fauna uitvoerbaar.

4.6

Cultuurhistorie en archeologie

4.6.1

Wettelijk kader

Op 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988, samen met enkele andere wetten op het gebied van de bescherming van cultureel erfgoed, samengevoegd tot de Erfgoedwet. Ten aanzien van het ruimtelijk domein regelt deze wet de omgang met rijksbeschermde gebouwde en archeologische monumenten en de beschermde stads- en dorpsgezichten. De Erfgoedwet werkt door in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro). 4.6.2

Informatiekaart landschap en cultuurhistorie provincie

In en rond het plangebied zijn overeenkomstig de Informatiekaart landschap en cultuurhistorie van de provincie Noord-Holland geen cultuurhistorische waardevolle elementen te verwachten.

38

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Recreatiewoningen Noorderduyn Van Foreestweg 2023

4.6.3

Archeologisch onderzoek

Ter plaatse van het plangebied geldt ingevolge het bepaalde in het geldende bestemmingsplan Duinzoom 2013 voor een deel een archeologische dubbelbestemming. Door bureau Transect is een archeologisch bureau onderzoek uitgevoerd, zie Bijlage 5 Archeologisch onderzoek 18.10.2022. Daarin is vastgesteld dat de archeologische verwachting in het plangebied afhangt van de landschappelijke ondergrond en de aanwezigheid van cultuurhistorische elementen: Op basis van het bureauonderzoek kan worden gesteld dat het plangebied een middelhoge archeologische verwachting heeft op archeologische resten en/of sporen uit de periode Mesolithicum en Neolithicum. In de omgeving van het plangebied zijn vondsten uit deze periodes bekend. Archeologische resten en/of sporen uit deze periode worden verwacht in de top van het dekzand, dat in de omgeving van het plangebied rond-6,85 m NAP (7,15 -Mv) is aangetroffen. Vanwege de aanwezigheid van de Atlantikwall in het plangebied is de archeologische verwachting op sporen uit de Tweede Wereldoorlog hoog. De Atlantikwall zelf is al verdwenen, maar in de ondergrond kan de bijbehorende antitankgracht nog aanwezig zijn. Restanten van de gracht kunnen vanaf onder de bouwvoor aanwezig zijn (exacte diepte onbekend, vermoedelijk vanaf 40 à 60 cm -Mv). De locatie van de antitankgracht is in bijlage 12 weergegeven.

Op een luchtfoto uit de Tweede Wereldoorlog ontbreken aanwijzingen voor andere sporen uit de Tweede Wereldoorlog zoals schuttersputten. Dit zegt echter niet dat geen andere sporen of structuren aanwezig kunnen zijn, de luchtfoto is immers een momentopname. Voor wat betreft de periode Bronstijd-Nieuwe Tijd is de archeologische verwachting verder laag. Het veen dat in de omgeving van het plangebied plaatselijk bewoond is geweest in de periode Bronstijd-Middeleeuwen, is op basis van boringen uit de omgeving en historische kaarten zeer waarschijnlijk al geërodeerd ter plaatse van het plangebied. Het plangebied lag rond 800 na Chr. namelijk in het zeegat Heersdiep, waardoor het daarvoor aanwezige veen geërodeerd is. Er zijn geen aanwijzingen dat de daarna afgezette wad- en kwelderafzettingen bewoonbaar zijn geweest in de omgeving van het plangebied. De Polder Koegras waar het plangebied deel van uitmaakt is pas in 1818 ingepolderd, en pas rond 1900 verscheen de eerste bebouwing in het noorden van het plangebied. In het archeologisch bureau onderzoek is het volgende advies opgenomen: Voorgesteld wordt om ter plaatse van de antitankgracht en de voormalige Atlantikwall (inclusief een bufferzone van 25 m ten noorden en ten zuiden ervan) een dubbelbestemming archeologie op te nemen. Aan deze zone kunnen de vigerende onderzoeksgrenzen van 50 m2 en dieper dan 35 cm -Mv worden gekoppeld.

Op basis van het bureauonderzoek is deze zone dus verkleind ten opzichte van de huidige zone in het archeologiebeleid van de gemeente Den Helder. De bufferzone is

Toelichting (vastgesteld)

39

bestemmingsplan Recreatiewoningen Noorderduyn Van Foreestweg 2023 voorgesteld om eventuele onnauwkeurigheden in de historische luchtfoto en de historische kaarten in de ligging van de antitankgracht en Atlantikwall uit te sluiten, en om eventuele militaire sporen/elementen langs de Atlantikwall en gracht planologisch te beschermen. Voor de rest van het plangebied wordt eveneens een dubbelbestemming archeologie aanbevolen. Op basis van een boring in de omgeving wordt geadviseerd de onderzoeksgrens te verruimen tot 500 m2 en dieper dan -6,35 m NAP (de aangetroffen diepteligging van het dekzand met een buffer van 50 cm). Gezien de geplande verstoringsdiepte wordt de top van het dekzand niet bereikt met de voorgenomen ingrepen. De ingrepen vormen dan ook geen bedreiging voor eventuele archeologische resten en/of sporen in de top van het dekzand. Hiervoor wordt dus geen vervolgonderzoek geadviseerd.

Ter plaatse van de antitankgracht en voormalige Atlantikwall zijn een waterpartij en recreatiewoningen gepland. De geplande waterpartij ligt parallel aan de antitankgracht en overlapt deze deels. Met de voorgenomen werkzaamheden is de kans aanwezig dat de restanten van de antitankgracht en de afgetopte Atlantikwall en eventuele bijbehorende sporen of elementen worden verstoord. Daarom wordt voor dit deel van het plangebied (inclusief de bufferzone van 25 m) een vervolgonderzoek geadviseerd. Dit vervolgonderzoek kan het beste worden uitgevoerd als een karterend/waarderend proefsleuvenonderzoek, dat wordt aangevuld met boringen op de diepe plekken van de antitankgracht. Met het graven van een profielsleuf kan het dwarsprofiel van de antitankgracht worden geregistreerd en gewaardeerd. Ook kunnen eventuele andere sporen en structuren uit de Tweede Wereldoorlog hiermee worden opgespoord, die met een booronderzoek niet goed kunnen worden gewaardeerd. Wel kan met behulp van boringen op de diepe punten van de gracht informatie over de opbouw van de antitankgracht worden verkregen waar het vanuit praktische overwegingen te diep is om te graven. In de omgeving is de antitankgracht immers tot minstens 3,2 m -Mv aangetroffen.

Voor het uitvoeren van dit gecombineerde vervolgonderzoek is op voorhand een Programma van Eisen (PvE) noodzakelijk, waarin de wijze van onderzoek en randvoorwaarden zijn vastgelegd. Dit PvE dient voor aanvang van de onderzoekswerkzaamheden te zijn goedgekeurd door het bevoegd gezag. Het archeologisch vervolgonderzoek kan in de fase van de omgevingsvergunning bouwen worden uitgevoerd. Gezien al zand in het plangebied verwacht wordt, is de verwachting dat weinig zetting optreedt als gevolg van extra ophogingen. De ophogingen worden archeologisch gezien daarom niet als verstorend

40

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Recreatiewoningen Noorderduyn Van Foreestweg 2023 aangemerkt. In het voorliggende bestemmingsplan zijn dubbelbestemmingen opgenomen ter bescherming van eventuele archeologisch waardevolle resten. Daarbij is het advies uit het archeologisch onderzoek als basis gebruikt.

Conclusie Uit het uitgevoerde bureau onderzoek blijkt dat voor een klein deel van het plangebied archeologisch vervolgonderzoek nodig is. Dat kan worden gedaan in het kader van de omgevingsvergunning voor het bouwen. In het bestemmingsplan is dit geborgd door het toevoegen van archeologische dubbelbestemmingen. Daarmee is het bestemmingsplan voor wat betreft het punt archeologie uitvoerbaar. 4.6.4

Cultuurhistorisch onderzoek

Ter voorbereiding op de ontwikkeling van 120 recreatiewoningen op de projectlocatie Noorderduyn in Julianadorp is door Natasja Hogen Erfgoedadvies een cultuurhistorische verkenning uitgevoerd, zie Bijlage 6 Cultuurhistorisch onderzoek Atlantikwall 10.11.2022. In het kader van het onderzoek is archiefen literatuuronderzoek verricht naar de Atlantikwall in Julianadorp, en is contact gezocht met het Atlantikwall Centrum in Huisduinen. Op 8 november 2022 zijn de projectlocatie en directe omgeving daarnaast bezocht. Het voorliggende rapport dient als inspiratiedocument en onderlegger voor de ontwikkeling van het stedenbouwkundig/inrichtingsplan voor Noorderduyn. Het onderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de Richtlijnen Bouwhistorisch Onderzoek (2009), opgesteld door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Stichting Bouwhistorie Nederland. De Atlantikwall is een ruim vijfduizend kilometer lange verdedigingslinie die Nazi-Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog aanlegde langs de westkust van de bezette gebieden in West-Europa, van de grens tussen Spanje en Frankrijk tot aan de Noordkaap in Noorwegen. De linie liep in Nederland langs de Noordzeekust, en daarmee langs Julianadorp, waarbij de linie hier grotendeels gericht was op het verdedigen van het Verteidigungsbereich Den Helder en militair vliegveld De Kooij.

Hiervoor werd ten noorden van Julianadorp, in oost-westelijke richting, de Südlinie aangelegd, later gevolgd door de Neue Südlinie ten zuiden van Juliandorp, lopend van de kust tot aan het Noord-Hollands Kanaal. De Neue Südlinie liep daarnaast dwars over de huidige projectlocatie Noorderduyn. De tankgracht is inmiddels grotendeels verdwenen. Op het recreatiepark Keizerskroon bevinden zich nog twee fragmenten, evenals ten zuidwesten van de kruising van de Rijksweg/N9 en de Schoolweg. Op de projectlocatie zijn geen sporen meer te zien van het verloop van de tankgracht. Bij de totstandkoming van het schetsplan is rekening gehouden met deze historische structuur door ter plaatse van de voormalige tankgracht een watergang te realiseren die de voormalige loop van de tankgracht volgt, zie onderstaande afbeelding.

Toelichting (vastgesteld)

41

bestemmingsplan Recreatiewoningen Noorderduyn Van Foreestweg 2023

Afbeelding: schetsplan van het vakantiepark met in geel de contouren van het plangebied, in rood de contouren van de tank gracht, en in paars de contour van de wal ten noorden van de tank gracht. In oranje de gebieden waarin zich lichte geschutsonderdelen hebben bevonden. Met twee blauwe pijlen zijn de restanten van de tank gracht in recreatiepark Keizersk roon aangeduid (bron: cultuurhistorisch onderzoek ) Conclusie Het bestemmingsplan is in relatie tot het aspect cultuurhistorie uitvoerbaar.

4.7

Geluid

In de Wet geluidhinder zijn geluidsnormen voor wegverkeerslawaai, railverkeerslawaai en industrielawaai opgenomen. Wanneer er een nieuwe geluidsgevoelige functie wordt gerealiseerd op een locatie waar momenteel geen geluidsgevoelige functie aanwezig of toegestaan is en deze locatie binnen de geluidszones van industrie, rail- of wegverkeer valt dient middels een akoestisch onderzoek onderzocht te worden of de geluidniveaus in relatie tot de geluidgevoelige functie aanvaardbaar zijn. Beschouwing Het bestemmingsplan gaat uit van het realiseren van recreatiewoningen en vier burgerwoningen aan de Van Foreestweg. Recreatiewoningen zijn niet geluidgevoelig, nieuwe burgerwoningen wel. De planlocatie ligt aan de Van Foreestweg in Julianadorp. Dit is een 50 km/uur-weg. Daarnaast vormt de ontsluitingsweg langs/over het perceel een relevante bron voor de geluidssituatie van het plan. Deze weg is niet formeel onderdeel van een 30 km/u zone, maar een snelheid van 30 km/u is daar wel representatief. De afstand tussen de nieuwe woningen en de (rand van de) Van Foreestweg is circa 35 meter. Voor nieuwe geluidgevoelige functies zoals woningen geldt een voorkeurgrenswaarde van 48 dB. Er is een akoestisch onderzoek uitgevoerd, zie Bijlage 9 Akoestisch onderzoek 16.11.2022. Uit het onderzoek blijkt dat de hoogste geluidsbelasting ten gevolge van het verkeer op de Van Foreestweg 48 dB is.

Deze geluidsbelasting komt voor op de voorgevels van de twee dichtst bij de weg gesitueerde nieuwe woningen. De maximale geluidsbelasting ter plaatse van de bestaande woning is 47 dB. Met een maximale geluidsbelasting van 48 dB wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde. Het nader onderzoeken c.q. treffen van geluidsbeperkende maatregelen is voor deze situatie daarom niet nodig. Uit het akoestisch onderzoek volgt dat de verwachte geluidsbelasting van de ontsluitingsweg ter plaatse van de woningen van het plan maximaal 44 dB is. Daarmee wordt voldaan aan de voorkeurgrenswaarde van 48 dB en de grenswaarde van 55 dB voor een akoestisch acceptabel woon- en leefklimaat. In het akoestisch onderzoek is tenslotte de gecumuleerde geluidbelasting berekend. Deze gecumuleerde geluidbelasting is maximaal 54 dB. Daarmee wordt voldaan aan de grenswaarde voor een akoestisch acceptabel woon- en leefklimaat. Het treffen van geluidsbeperkende maatregelen voor het geluid van het wegverkeer is voor dit plan niet nodig. De vier nieuwe woningen kunnen volgens plan worden gerealiseerd.

42

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Recreatiewoningen Noorderduyn Van Foreestweg 2023 Conclusie Bij de nieuwe woningen aan de Van Foreestweg wordt voldaan aan de voorkeurgrenswaarde van 48 dB. Er is geen hogere waarde procedure Wet geluidhinder nodig. Het plan is voor wat betreft het aspect geluid uitvoerbaar.

4.8

Luchtkwaliteit

Wet milieubeheer / Wet luchtkwaliteit Sinds 15 november 2007 zijn de belangrijkste bepalingen over luchtkwaliteitseisen opgenomen in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Omdat titel 5.2 handelt over luchtkwaliteit staat deze ook wel bekend als de 'Wet luchtkwaliteit'. Specifieke onderdelen van de wet zijn uitgewerkt in Amvb's en ministeriële regelingen. De wetgeving kent een dubbele doelstelling: 1. De overheid wil een belangrijke impuls geven aan het treffen van maatregelen zodat in ons land de Europese normen worden gehaald; 2. De overheid wil er ook voor zorgen dat er meer mogelijkheden zijn om projecten door te laten gaan. Dat was nodig om dat in het verleden veel plannen door de rechter werden stilgelegd vanwege het niet halen van de normen. De Wet luchtkwaliteit vereist een genuanceerde toetsing of koppeling tussen (ruimtelijke) besluiten en de gevolgen voor de luchtkwaliteit. Een ruimtelijk plan is in overeenstemming met de Wet luchtkwaliteit als de planvorming niet leidt tot een overschrijding of een verdere overschrijding van de luchtkwaliteitsnormen. Projecten die 'niet in betekenende mate bijdragen' aan de concentraties, hoeven niet meer afzonderlijk getoetst te worden aan de grenswaarden voor de buitenlucht. Voor projecten die wel in betekenende mate bijdragen aan de concentratie is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) relevant.

Amvb Niet In Betekenende Mate en Regeling Niet In Betekenende Mate (NIBM) De Amvb NIBM en Regeling NIBM bevatten criteria waarmee kan worden bepaald of een project van een bepaalde omvang wel of niet als "in betekenende mate" moet worden beschouwd. NIBM- projecten kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het geplande project NIBM bijdraagt, kan toetsing van de luchtkwaliteit achterwege blijven. Er is een onderscheid gemaakt tussen grote en kleine ruimtelijke projecten. Een project is klein als het slechts in geringe mate (ofwel 'niet in betekenende mate') leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. De grens ligt bij een verslechtering van maximaal 3% van de grenswaarden voor de luchtkwaliteit. Een verslechtering van maximaal 3% komt overeen met een nieuwbouwproject van 1.500 woningen of 100.000 m² kantoorvloeroppervlak. Grotere projecten kunnen worden opgenomen in het NSL-programma, mits ook overtuigend wordt aangetoond dat de effecten van dat project worden weggenomen door de maatregelen van het NSL. Beschouwing Zoals aangegeven is in paragraaf 4.2 Verkeer en parkeren moet voor de huidige situatie worden uitgegaan van maximaal 80 voertuigbewegingen per etmaal.

Voor de nieuwe situatie (5 burgerwoningen en 120 recreatiewoningen) is dit maximaal 380 ritten. De ontwikkeling zorgt daarmee voor een toename van maximaal 300 voertuigbewegingen per etmaal. Aan de hand van de NIBM tool is berekend dat het project daarmee kan worden beschouwd als "niet in betekenende mate", zie onderstaand.

Toelichting (vastgesteld)

43

bestemmingsplan Recreatiewoningen Noorderduyn Van Foreestweg 2023

Feitelijke luchtkwaliteit Op de website www.atlasleefomgeving.nl is de feitelijke luchtkwaliteit ter plaatse bekeken. De actuele concentratie stikstofdioxide in het plangebied aan de Van Foreestweg en de ruime omgeving bedraagt circa 19 μg/m3. Dit wordt door het RIVM beoordeeld als 'goed'. In 2021 was de concentratie circa 8 μg/m3. Deze waarde ligt onder de advieswaarde van de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO). In alle gevallen wordt voldaan aan de wettelijke grenswaarde van 40 μg/m3 De actuele concentratie fijn stof PM10 bedraagt 8,2 μg/m3. Dit wordt door het RIVM beoordeeld als 'goed'. In 2021 was de concentratie circa 13,9 μg/m3. Deze waarde ligt onder de advieswaarde van de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO). In alle gevallen wordt voldaan aan de wettelijke grenswaarde van 40 μg/m3. Conclusie Het bestemmingsplan is in relatie tot het aspect luchtkwaliteit uitvoerbaar.

4.9

Externe veiligheid

Algemeen Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving als gevolg van gebruik en opslag van gevaarlijke stoffen bij bedrijven, het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het water, het spoor en door buisleidingen. De risicobenadering externe veiligheid kent twee begrippen om het risiconiveau van transport en aanwezigheid van gevaarlijke stoffen in relatie tot de omgeving aan te geven. Deze begrippen zijn het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats in de omgeving van een transportroute of inrichting bevindt, overlijdt door een ongeval met het transport van gevaarlijke stoffen op die route of binnen die inrichting. Plaatsen met een gelijk risico kunnen door zogenaamde risicocontouren op een kaart worden weergegeven. Voor nieuwe situaties is voor kwetsbare objecten (bijvoorbeeld woningen) de grenswaarde voor het PR gesteld op een niveau van 10-6/jr. Voor beperkt kwetsbare objecten (bijvoorbeeld bedrijven) is dit een richtwaarde. Het GR geeft aan wat de kans is op een ongeval met tien of meer dodelijke slachtoffers in de omgeving van de beschouwde transportroute of inrichting. Het aantal personen dat in de omgeving van de route of inrichting verblijft, bepaalt daardoor mede de hoogte van het GR.

Risicovolle inrichtingen Voor risicovolle inrichtingen is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van toepassing. Voorbeelden van deze risicovolle bedrijven zijn LPG-tankstations, ammoniakkoelinstallaties en chemische fabrieken. Het Bevi is opgesteld om de risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden

44

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Recreatiewoningen Noorderduyn Van Foreestweg 2023 blootgesteld vanwege risicovolle bedrijven te beperken. De normstelling van het Bevi richt zich zowel op vergunningverlening als ruimtelijke ordening. Indien een ruimtelijk plan de aanleg, bouw of vestiging van een kwetsbaar of een beperkt kwetsbaar object in het invloedsgebied toelaat, dient tevens het groepsrisico te worden verantwoord. Externe veiligheid transport In het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), dat per 1 april 2015 in werking is getreden, heeft het Rijk het beleid vastgelegd met betrekking tot de afweging van veiligheidsbelangen die een rol spelen bij het vervoer van gevaarlijke stoffen. In het besluit zijn regels opgenomen voor het realiseren van (beperkt) kwetsbare objecten binnen de zogeheten basisnetafstanden van een transportroute voor gevaarlijke stoffen. Deze basisafstanden zijn vastgelegd in de Regeling Basisnet. Het besluit is onder meer van toepassing op omgevingsbesluiten, zoals het vaststellen van een bestemmingsplan. Buisleidingen Voor buisleidingen waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd, is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) van toepassing. Op grond van het Bevb geldt voor de aanleg, bouw of vestiging van een kwetsbaar object dichtbij dergelijke buisleiding, een grenswaarde van 10-6 per jaar voor het plaatsgebonden risico.

Voor beperkt kwetsbare objecten geldt deze waarde als richtwaarde. Indien een ruimtelijk plan de aanleg, bouw of vestiging van een kwetsbaar of een beperkt kwetsbaar object binnen het invloedsgebied van een buisleiding toelaat, dient tevens het groepsrisico te worden verantwoord. Beschouwing De bestemmingswijziging naar recreatiewoningen maakt geen nieuwe risicovolle activiteiten mogelijk. De ontwikkeling bevindt zich op grote afstand van inrichtingen (> 1 km) en transportroutes (circa 1,5 km) waar gevaarlijke stoffen worden opgeslagen danwel vervoerd. Het plangebied ligt in ieder geval niet binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Een nadere beoordeling is niet noodzakelijk.

Afbeelding: Risicobronnen in de omgeving (bron: www.atlasleefomgeving.nl) Conclusie

Toelichting (vastgesteld)

45

bestemmingsplan Recreatiewoningen Noorderduyn Van Foreestweg 2023 Het bestemmingsplan is in relatie tot het aspect externe veiligheid uitvoerbaar.

4.10

Milieuzoneringen

Kader Bedrijven zijn milieubelastende bestemmingen die hinder ten opzichte van milieugevoelige bestemmingen (waaronder wonen) kunnen veroorzaken. Om deze hindersituaties te voorkomen dient er bij ruimtelijke plannen, waarin milieubelastende en milieugevoelige bestemmingen in elkaars nabijheid mogelijk worden gemaakt, in principe uit te worden gegaan van scheiding van functies. Hiertoe zijn in de VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering (2009; hierna te noemen B&M) richtafstanden opgesteld. In deze handreiking wordt afstanden, zogeheten milieuzoneringen, tussen bedrijfsactiviteiten en milieugevoelige functies aangegeven waarmee wederzijdse hinder voorkomen wordt. Zo zorgt de milieuzonering ervoor dat nieuwe bedrijven op een passende afstand ten opzichte van woningen worden gesitueerd en dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bestaande bedrijven worden gepland. Beschouwing De nabijheid van bestaande vakantieparken zal niet voor belemmeringen zorgen voor de vestiging van een nieuw vakantiepark in de directe nabijheid. Recreatiewoningen zijn geen hindergevoelige objecten. De nieuwe woningen en de herbestemming van de agrarische bedrijfswoning zorgen echter wel voor hindergevoelige objecten. Voor recreatieparken (met keuken, milieucategorie 3.1) moet overeenkomstig de VNG richtafstanden rekening worden gehouden met een afstand van 50 meter tot woningen (vanwege geluid).

In gemengd gebied is deze richtafstand één categorie lager, namelijk 30 meter. De Van Foreestweg kan worden beschouwd als een gemengd gebied aangezien er zowel burgerwoningen als diverse functies (bedrijven, recreatievoorzieningen) zijn gevestigd. Bij "kampeerterreinen, vakantiecentra, e.d. (met keuken)" is geluid de bepalende factor voor de richtafstand. Aangenomen mag worden dat het hierbij vooral gaat om de voorzieningen die bij een vakantiepark horen zoals een zwembad en horeca, en niet de recreatiewoningen zelf. In geval van Noorderduyn worden alleen recreatiewoningen gebouwd, zonder algemene voorzieningen (die geluid produceren) zoals een zwembad en horeca. De bestaande bedrijfswoning aan de Van Foreestweg 10c is onderdeel van de ontwikkeling en wordt omgezet naar een burgerwoning. In de nabijheid van de de recreatiewoningen zijn twee burgerwoningen gelegen: Van Foreestweg 8 en Van Foreestweg 12. In geval van de Van Foreestweg 8 ligt het bestemmingsvlak waar de nieuwe recreatiewoningen zijn toegestaan op minimaal 56 meter van de bestaande burgerwoning. De recreatiewoningen zelf zullen op ruim 60 meter afstand gebouwd. Bij de Van Foreestweg 12 ligt de uiterste bestemmingsgrens op circa 64 meter. Aan de richtafstand van 30 meter kan in beide gevallen ruimschoots worden voldaan. Conclusie Het bestemmingsplan is in relatie tot het aspect milieuzonering uitvoerbaar.

4.11

Spuitzones

Inleiding Op het kadastrale perceel 4127, dat aan de zuidwestzijde grenst aan het perceel van het geprojecteerde vakantiepark is op grond van het geldende bestemmingsplan Duinzoom 2013 'grondgebonden agrarische bedrijfsvoering, met uitzondering van glastuinbouwbedrijven' mogelijk. Volgens de begripsbepalingen van het geldende bestemmingsplan wordt hieronder verstaan: 'een agrarische bedrijfsvoering, die hoofdzak elijk niet in gebouwen plaatsvindt'. Het bestemmingsplan maakt dus grondgebouwen agrarische bedrijfsvoering mogelijk waarbij gewasbeschermingsmiddelen gebruikt zouden kunnen worden. De beoogde recreatiewoningen zijn een 'gevoelige functie', waarvoor moet worden bepaald of de aanwezigheid van de agrarische gronden leidt tot een goed woon- en leefklimaat bij de recreatiewoningen, en of door de bouw van de recreatiewoningen het agrarische bedrijf in haar bedrijfsvoering zou kunnen worden beperkt. Door adviesbureau Prommenz is onderzoek gedaan.

46

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Recreatiewoningen Noorderduyn Van Foreestweg 2023 Wettelijk kader Er bestaan geen wettelijke bepalingen voor de minimaal aan te houden afstanden tussen percelen waarin met gewasbeschermingsmiddelen kan worden gespoten en nabijgelegen gevoelige functies. Uit de algemene jurisprudentielijn van de Raad van State blijkt dat een afstand van 50 meter tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt in algemene zin niet onredelijk wordt geacht. Het gaat hierbij met name om gewasbeschermingsmiddelen die bij de fruit- en bollenteelt worden gebruikt waarbij sprake is van een hoge mate aan drift (het verwaaien van spuitvloeistof tijdens de toediening van gewasbeschermingsmiddelen). Een kleinere afstand is mogelijk mits goed onderbouwd. Zo accepteerde de Raad van State in zaak nr. 201506413/1/R2 (uitspraak van 4 mei 2016) een spuitzone van 10 meter tussen een fruitboomgaard en twee burgerwoningen. Daarnaast mag de teler niet in zijn bedrijfsvoering worden geschaad. Locatiespecifiek Tussen het plangebied en de agrarische gronden is een watergang gelegen waardoor vanwege de teeltvrije zone geen gewasbeschermingsmiddelen mogen worden toegepast langs de watergang.

Uitgangspunt in de verkaveling van de nieuwe situatie is het realiseren van een licht glooiende driftwerende groenzone van 15 meter breed (op eigen terrein) op het zuidoostelijk deel van het plangebied, grenzend aan het aangrenzende agrarische perceel. De driftwerende groenzone/haag wordt minimaal 1,5 meter hoog en zal bestaan uit inheemse wintergroene soorten zoals de olijfwilg, vlinderstruik en kleine pinus cultivars. Ook kunnen meidoorn, duindoorn, sleedoorn, vlier en liguster toegepast worden. Met name meidoorn, duindoorn en sleedoorn zijn fijn vertakte struiken die ook zonder blad in de winter vrij dicht blijven en zodoende een goede driftreducerende werking hebben. De realisatie van de 15 meter brede zone is geborgd door op de planverbeelding een zone aan te duiden (met een breedte van 20 meter) waarbij in de planregels bepaald dat in deze zone een groene zone van 15 meter moet worden gerealiseerd. Deze 20 meter brede zone ligt ook buiten het bouwvlak, zodat in deze zone geen vakantiewoningen gebouwd mogen worden. Ten westen van het vakantiepark ligt (op gemeentegrond) een fietspad met bijbehorende bermen. De hieraan toegekende verkeers- en verblijfsbestemming heeft een breedte van 10 meter. De afstand tussen de vakantiewoningen en het agrarisch perceel ten westen van het perceel waar dit bestemmingsplan betrekking op heeft bedraagt daarmee minimaal 30 meter.

Toelichting (vastgesteld)

47

bestemmingsplan Recreatiewoningen Noorderduyn Van Foreestweg 2023

Hoofdstuk 5 5.1

Uitvoerbaarheid

Financiële uitvoerbaarheid

In het kader van artikel 3.1.6. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient de financieel-economische uitvoerbaarheid van het plan te worden aangetoond. Dit bestemmingsplan betreft een particulier initiatief. De kosten voor het opstellen van het bestemmingsplan alsmede de bijbehoren leges zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Voor de gemeente zijn aan onderhavig plan geen financiële consequenties verbonden. Het plan is hiermee economisch uitvoerbaar. Met initiatiefnemer wordt een anterieure overeenkomst gesloten. Het opstellen van een exploitatieplan is niet nodig als de anterieure overeenkomst gesloten is.

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

5.2.1

Participatie

In de periode van maart 2021 tot juli 2023 is door de initiatiefnemers met bewoners/gebruikers van omliggende percelen gesproken over de voorgenomen bouw van de recreatiewoningen. Daarbij is aan de hand van het verkavelingsplan toegelicht waar de voorgenomen ontwikkelingen uit bestaan. Gesproken is met bewoners van aangrenzende percelen aan de Van Foreestweg 8-12 (woningen), Park Strandslag Julianadorp, VVE Keizerskroon, vertegenwoordigers van het aangrenzende volkstuinencomplex 'Oogduyne' en de pachter van de agrarische gronden (bollen) ten westen van het perceel waar de recreatiewoningen gebouwd worden. Over het algemeen waren de reacties positief. Naar aanleiding van gemaakte opmerkingen of geuite zorgen is in het definitieve plan op onderdelen aangepast: de afstand tot nabij gelegen woningen is vergroot, de entree/ontsluiting van het park aan de zijde van de Van Foreestweg is aangepast en aan de zijde van het agrarisch perceel is op eigen terrein van Noorderduyn een 15 meter brede driftwerende groene zone ingepast. 5.2.2

Vooroverleg

Het concept van het ontwerpbestemmingsplan is op 20 oktober 2023 aan diverse betrokken adviesinstanties en -organen toegezonden in het kader van het overleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening. Binnen de gestelde termijn hebben de gemeenten Texel en Hollands Kroon gereageerd. Beide gemeenten gaven aan geen opmerkingen te hebben op het voorontwerp bestemmingsplan. Verder zijn er geen reacties binnengekomen. Het vooroverleg heeft niet geleid tot aanpassingen van het bestemmingsplan. 5.2.3

Ontwerpbestemmingsplan - zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 15 december 2023 tot en met 25 januari 2024 ter inzage gelegen. Alle stukken zijn raadpleegbaar geweest op www.ruimtelijkeplannen.nl. Binnen genoemde termijn heeft eenieder zienswijzen (zowel schriftelijk als mondeling) naar voren kunnen brengen tegen het ontwerpbestemmingsplan. Er zijn 5 zienswijzen ingediend. Naar aanleiding van de zienswijzen heeft ten aanzien van de verkeersontsluiting een nadere afweging plaatsgevonden. Er was bezwaar tegen de voorgestelde ontsluiting voor het autoverkeer aan de westzijde van het vakantiepark, waar ook de huidige fietsontsluiting is. Gevreesd werd voor verkeersonveilige situaties en hinder. Naar aanleiding daarvan is het bestemmingsplan gewijzigd, waarbij de ontsluiting voor het autoverkeer verplaatst naar de oostzijde van het vakantiepark. In paragraaf 2.2.3 is de nieuw gekozen verkeersoplossing beschreven. 5.2.4

Vaststelling en beroep

Na vaststelling van het bestemmingsplan kan binnen 6 weken na bekendmaking door belanghebbenden beroep worden ingediend bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

48

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Recreatiewoningen Noorderduyn Van Foreestweg 2023

Hoofdstuk 6

Juridische planbeschrijving

Artikel 3 Recreatie - 3 Het bestemmingsplan gaat uit van de realisatie van maximaal 120 recreatiewoningen, waarbij in de planregels een maximum aantal groepaccommodaties van 13 is bepaald. De exacte plek van de vakantiewoningen is niet met bouwvlakken vastgelegd omdat deze plek in de verdere uitwerking van het bouwplan wat kunnen wijzigen. Wel is de maximale goot- en bouwhoogte vastgelegd. De groepsaccommodaties zijn aan de oostzijde gepositioneerd en aangeduid. Daarmee is verzekerd dat deze niet op andere plekken gerealiseerd kunnen worden. Bijbehorende bouwwerken (aanbouwen, bijgebouwen, overkappingen) bij recreatiewoningen zijn op grond van het Besluit omgevingsrecht niet vergunningsvrij. Daarom is in dit bestemmingsplan een regeling voor bijgebouwen opgenomen. De ontsluiting van het autoverkeer wordt gerealiseerd aan de zijde van de Van Foreestweg. Deze plek is op de planverbeelding vastgelegd door middel van een functieaanduiding, zodat voor omwonenden zekerheid kan worden geboden waar deze ontsluiting wordt gerealiseerd. In de zuidwesthoek van het vakantiepark is een aanduiding opgenomen voor een driftwerende groene zone, omdat ten westen hiervan een agrarisch perceel is waar gewasbeschermingsmiddelen gebruikt kunnen worden op grond van het geldende bestemmingsplan.

Om de nieuwe vakantiewoningen hiertegen te beschermen wordt een driftwerende groenblijvende groenzone gerealiseerd met een breedte van minimaal 15 meter. De groenvoorzieningen (struiken, bomen, etc) krijgen een hoogte van minmaal 1,5 meter. Artikel 4 Tuin De tuinen bij de te realiseren burgerwoningen aan de zijde van de Van Foreestweg (4 nieuwe woningen en één bedrijfswoning die wordt omgezet naar burgerwoning) zijn bestemd als Tuin. De bestaande schuur bij de huidige bedrijfswoning is circa 83 m2 groot en past qua goot- en bouwhoogte ook binnen de regels van dit bestemmingsplan. Artikel 5 Water Het nieuw te graven water alsmede het bestaande water dat behouden blijft is bestemd als Water. Op deze wijze is verzekerd dat het benodigde open water (circa 3 hectare) dat als compensatie van de toename van bebouwing en verharding wordt aangelegd ook daadwerkelijk wordt gerealiseerd. De watergangen op het terrein zijn op de planverbeelding vrij nauwkeurig ingetekend op basis van het meest recente schetsontwerp. Omdat in de nadere uitwerking van het terrein de exacte ligging van het water nog zou kunnen wijzigen is in Artikel 12 Algemene afwijkingsregels voorzien in een regeling dat het beloop en de begrenzing van het water in beperkte mate (maximaal 5m) kan wijzigen, als de definitieve terreininrichting daartoe aanleiding geeft.

Voorwaarde daarbij is dat het totale wateroppervlakte niet kleiner wordt maar tenminste gelijk blijft. Op deze wijze is er wat flexibiliteit in de verdere planvorming maar zijn de waterhuishoudkundige belangen (in dit geval voldoende oppervlaktewater) in voldoende mate verzekerd. Artikel 6 Wonen De woningen langs de Van Foreestweg (burgerwoningen) zijn bestemd als Wonen. De plek van de nieuw te bouwen woningen is met een bouwvlak vastgelegd. Ook zijn de maximale goot- en bouwhoogte op de verbeelding weergegeven. Artikel 7 Verkeer - verblijf De (verkeers)ruimte rondom de burgerwoningen aan de Van Foreestweg is bestemd als Verkeer verblijf. Hiermee is bepaald dat deze ruimte een openbaar toegankelijk karakter heeft en dat deze gronden een verkeersfunctie hebben als ontsluiting van het vakantiepark en andere omliggende percelen. De auto ontsluiting van het vakantiepark wordt gerealiseerd aan de oostzijde van het vakantiepark. De plek van de auto ontsluiting is op de planverbeelding aangeduid. Artikel 8 Waarde - archeologie 1

Toelichting (vastgesteld)

49

bestemmingsplan Recreatiewoningen Noorderduyn Van Foreestweg 2023 Uit het uitgevoerde archeologische onderzoek is gebleken dat voor de antitankgracht en Atlantikwall een archeologische dubbelbestemming moet worden aangehouden waarbij nader onderzoek nodig is bij ingrepen over een oppervlakte van 50 m2 en meer en dieper dan 0,35 meter onder maaiveld. Deze maten zijn in de betreffende archeologische dubbelbestemming gehanteerd. Artikel 9 Waarde - archeologie 2 Uit het uitgevoerde archeologische onderzoek is gebleken dat voor de rest van het plangebied een archeologische dubbelbestemming moet worden aangehouden waarbij nader onderzoek nodig is bij ingrepen over een oppervlakte van 500 m2 en meer en dieper dan 6,35 meter onder NAP. Deze maten zijn in de betreffende archeologische dubbelbestemming gehanteerd.

50

Toelichting (vastgesteld)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.denhelder.nl/api/v1/meetings/2122/documents/22152