Rapportage deskresearch Handreikingen voor beleid onderzoek Voorzieningenniveau Den Helder (22092025).pdf
Tekst van het document
• TechYourFuture, expertisecentrum voor techniekonderwijs, en JetNet & TechNet verzamelden inzichten uit onderzoek naar de kenmerken en effecten van beroepsoriëntatie in het primair onderwijs. Zij stellen dat met vroege beroepsoriëntatie voorkomen wordt dat kinderen bepaalde richtingen bij voorbaat uitsluiten voor zichzelf, zoals nu vaak het geval is met techniek en ICT. • Bronnen: - Home - Techniek Tastbaar - Techniek Tastbaar MARITIEM in Harlingen - Techniek Tastbaar - Whitepaper beroepsoriëntatie Praktijkleren in het mbo •
•
Praktijkacademies bieden onderwijs waarbij de nadruk ligt op praktijkervaring. Onderwijs aan een praktijkacademie is bedoeld voor leerlingen voor wie de reguliere mbo-route te theoretisch of te snel is. Vaak gaat het hierbij om kwetsbare leerlingen. Een praktijkacademie biedt veel ruimte voor persoonlijke begeleiding. Onderwijs aan een praktijkacademie verkleint de kans dat de leerlingen zonder startkwalificatie het onderwijs verlaat en bevordert de doorstroom naar het reguliere mbo of naar werk. Het behalen van een certificaat of een praktijkverklaring vergroot het arbeidsmarktperspectief voor deze leerlingen. Een voorbeeld hiervan is ‘Mijn school’ van het Graafschap College: Mijn School een andere aanpak | Graafschap Andere inspirerende voorbeelden: het NJi heeft andere succesvolle aanpakken voor praktijkleren beschreven in Succesvolle-aanpakken-mbo-studenten-in-kwetsbare-posities.pdf.
Versterken inclusief werken Een manier van versterken van inclusief werken is inzet van onbenut arbeidspotentieel. Hierbij gaat het vaak om mensen die, om verschillende redenen, een afstand hebben tot de arbeidsmarkt. Een voorbeeld van een specifieke groep met afstand tot de arbeidsmarkt betreft statushouders. Dura Vermeer heeft een aanpak in het kader van Sociaal Return On Investment. • Bron: https://www.duravermeer.nl/over-dura-vermeer/social-return). • Zie voor andere voorbeelden: - Charterdocument-Statushouders-en-werk.pdf - SERmagazine nummer 3 - juni 2022 Een ander kenmerk van inclusief werken betreft het anders kijken naar en het organiseren van het werk, waardoor mensen met afstand tot de arbeidsmarkt bepaalde onderdelen van het werk van collega’s kunnen overnemen. Een voorbeeld hiervan is het Limburgse Zuyderland ziekenhuis. Hier wordt IHW 2.0 (Inclusief Herontwerp van Werk) bij de afdeling Medische Beeldvorming ingezet als een strategische aanpak om personeelstekorten aan te pakken. IHW 2.0, ontwikkeld door het Centrum Inclusieve Arbeidsorganisatie (CIAO), is een participatieve en methodische werkwijze die organisaties ondersteunt bij het duurzaam
Kurtosis
20 en inclusief herontwerpen van werk, met oog voor zowel werkenden als werkzoekenden, waarbij de behoeften van de organisatie centraal staan en tegelijkertijd rekening wordt gehouden met de mogelijkheden van mensen die (tijdelijk) niet kunnen participeren op de reguliere arbeidsmarkt. • Bronnen: - Samen voor de klant - Inclusief Herontwerp van Werk 2.0 | Centrum Inclusieve Arbeidsorganisatie)
Kurtosis
21
5. Slotbeschouwing 5.1 Voorzieningen en bevolkingssamenstelling De gemeente Den Helder staat als gevolg van demografische, economische en maatschappelijke veranderingen voor grote opgaven. De veranderende bevolkingssamenstelling, een krappe arbeidsmarkt, verschuivende woonvoorkeuren en technologische ontwikkelingen beïnvloeden in samenhang de toekomst van wonen, werken, leren en recreëren in de stad. In deze slotbeschouwing worden de resultaten van de trendanalyses en de literatuur in samenhang bekeken. Per thema worden de ontwikkelingen op het gebied van voorzieningen en bevolkingssamenstelling, de vestiging van huishoudens en de arbeidsmarkt in samenhang besproken. Daarbij wordt inzicht geboden in de kansen én knelpunten die voortvloeien uit actuele trends en beleidsthema’s. Wat betekent vergrijzing voor het voorzieningenaanbod? Hoe kan Den Helder aantrekkelijk blijven voor jonge huishoudens? En hoe sluit het onderwijs aan op de snel veranderende arbeidsmarkt? Deze en andere vragen komen in deze slotbeschouwing aan bod, met als doel richting te geven aan toekomstgericht en samenhangend beleid.
5.2 Voorzieningen en bevolkingssamenstelling De toekomst van het voorzieningenniveau in een gemeente als Den Helder wordt in toenemende mate bepaald door demografische trends en veranderende bevolkingssamenstelling. De vergrijzing, ontgroening, migratie en groei van het aantal eenpersoonshuishoudens stellen nieuwe eisen aan de spreiding, aard en toegankelijkheid van voorzieningen. Deze ontwikkelingen leiden niet alleen tot druk op bestaande voorzieningen, maar vragen ook om visie op wat voorzieningen betekenen voor diverse doelgroepen én hoe zij bijdragen aan de leefbaarheid van wijken en buurten. De dubbele vergrijzing – meer ouderen die ook langer leven – maakt nabijheid van voorzieningen steeds belangrijker. Ouderen blijven langer zelfstandig thuis wonen en hebben vaker te maken met beperkte mobiliteit, wat de behoefte aan toegankelijke zorg, openbaar vervoer, winkels en recreatiemogelijkheden vergroot. Tegelijkertijd neemt het aantal mantelzorgers per oudere af, wat wijst op toenemende druk op informele netwerken. Toch kunnen ouderen ook bijdragen aan de vitaliteit van buurten, onder meer als gebruikers van buurtvoorzieningen en als dragers van sociaal kapitaal. Bij woonbeleid verdient het dan ook aandacht om te bepalen waar ouderen en andere groepen elkaar kunnen versterken. Voor jonge gezinnen en jongeren is een ander spanningsveld zichtbaar.
Door ontgroening neemt het absolute aantal jongeren af, wat een bedreiging is voor voorzieningen zoals scholen en sportaccommodaties. Dit terwijl het behoud van jonge gezinnen juist essentieel is voor de toekomstige arbeidsmarkt. Jongere huishoudens zijn bovendien belangrijk voor mantelzorg en vrijwilligerswerk. Het vertrek van jonge gezinnen vormt daarmee een gevaar voor zowel de arbeidsmarkt als het voorzieningenniveau in Den Helder. Aantrekkelijke woonomgevingen, toegankelijke kinderopvang, onderwijs, speelvoorzieningen en sociale veiligheid zijn dan ook cruciaal om deze groep te behouden. Ook migranten nemen een steeds belangrijkere plek in op de arbeidsmarkt. Zij zijn gemiddeld jonger en kunnen bijdragen aan het opvangen van tekorten in sectoren als zorg, logistiek en techniek. Tegelijk vraagt dit om specifieke voorzieningen zoals taalonderwijs en cultuursensitieve zorg. Het betrekken van migranten bij wijkontwikkeling en beleidsvorming versterkt onderlinge binding en toekomstbestendige gemeenschappen. Naast deze demografische aspecten spelen ook bredere maatschappelijke ontwikkelingen een rol: veranderend consumentengedrag, digitalisering, schaalvergroting en vercommercialisering hebben geleid tot een terugloop van voorzieningen, ook in stedelijke gebieden. Kwetsbare groepen — ouderen, mensen met lage inkomens en beperkte mobiliteit — worden hierdoor het hardst geraakt.
Wanneer voorzieningen verdwijnen of zich verplaatsen naar economisch sterkere gebieden, ontstaat het risico op 'gestapelde achterstanden', waarbij bereikbaarheid, gezondheid en participatie gelijktijdig onder druk komen te staan.
Kurtosis
22 Gemeenten staan voor de uitdaging om hier op lokaal niveau regie op te voeren. Door gebruik te maken van referentienormen, participatieve processen en gebiedsgerichte programmering kunnen zij gericht sturen op een evenwichtig en toekomstbestendig voorzieningenaanbod. Er ligt een opgave om het voorzieningenniveau te versterken in samenhang met de ambities op het gebied van wonen, werken, leren en recreëren. Voor de inzet op het aantrekken van nieuwe bewoners én het behouden van bestaande doelgroepen is een inclusieve en integrale benadering nodig, waarin demografie en leefbaarheid hand in hand gaan.
5.3 Vestiging van huishoudens Een belangrijke ambitie van Den Helder is het vergroten van de werkgelegenheid. De literatuur wijst echter uit dat werk alleen niet de belangrijkste reden is voor mensen om te verhuizen, zeker niet over grotere afstanden. Verhuismotieven zijn in Nederland vooral woning- en woonomgeving-gerelateerd. Dit betekent dat Den Helder naast het creëren van banen vooral moet investeren in de woon- en leefkwaliteit, waaronder voorzieningen, om aantrekkelijk te zijn voor nieuwe bewoners. Mensen verhuizen vaker wanneer zij de ervaren leefbaarheid als laag beoordelen. Sterke voorzieningen, zoals een goed cultureel aanbod, een aantrekkelijke openbare ruimte, en basisvoorzieningen zoals winkels en scholen, dragen direct bij aan een hogere leefbaarheid en daarmee aan de vestigingskracht van de stad. Het streven om nieuwe bewoners aan te trekken is logisch, gezien de voorspelde bevolkingskrimp tot 2050 en de vergrijzingstrend die uit de data-analyse blijkt. Literatuur over woonvoorkeuren laat zien dat vooral jonge huishoudens, hoogopgeleiden en starters verhuisbereid zijn, zeker als er aantrekkelijke woonmilieus beschikbaar zijn. Den Helder heeft hier kansen, mede vanwege de relatief lage WOZ-waarden, die starters een instapmogelijkheid bieden op de koopwoningmarkt. De gemeente kan zich profileren als een plek waar jonge huishoudens ruim en betaalbaar kunnen wonen.
Daarnaast is de ambitie om in te zetten op hybride werken relevant. Door de coronapandemie zijn thuiswerkmogelijkheden structureel belangrijker geworden in woonkeuzes. In regio’s als Alkmaar hecht al 42% van de woningzoekenden waarde aan een werkkamer. Den Helder kan hierop inspelen door bij nieuwbouwprojecten aandacht te besteden aan woningen die geschikt zijn voor thuiswerken en door te zorgen voor goede digitale infrastructuur. In dit kader is ook het behoud van erfgoed van belang. Cultureel erfgoed heeft volgens de literatuur aantrekkingskracht op hoogopgeleiden en jonge gezinnen. Cultureel erfgoed verhoogt niet alleen de aantrekkelijkheid van de stad, maar ondersteunt ook het economisch profiel door het aantrekken van kenniswerkers en ondernemers. Dit sluit direct aan bij de ambitie om aantrekkelijk te zijn voor zowel bestaande bedrijven als nieuwe ondernemers. Uit de literatuur blijkt echter ook op dat de stuurbaarheid van woonvoorkeuren beperkt is. Veel verhuizingen vinden binnen de eigen regio plaats en de mobiliteit neemt sterk af naarmate mensen ouder worden. Dit betekent dat Den Helder zich vooral moet richten op groepen die daadwerkelijk verhuisbereid zijn: jongeren, starters en hoger opgeleiden.
Daarnaast vraagt het om investeringen op de lange termijn: aantrekkelijk zijn als woonstad betekent niet alleen de aanwezigheid van fysieke voorzieningen, maar ook werkgelegenheid en een aantrekkelijke leefomgeving. Samenvattend biedt Den Helder op een aantal punten duidelijke kansen die goed aansluiten bij de wensen van verhuisgeneigde doelgroepen. Tegelijkertijd vraagt het succes van deze strategie om een integrale en een duurzame aanpak, waarin woningbouw, werkgelegenheid en voorzieningen nauw met elkaar verbonden zijn.
Kurtosis
23 5.4 Arbeidsmarktontwikkelingen De trendanalyse laat zien dat Den Helder in de afgelopen jaren een groei van de beroepsbevolking en een toename van de arbeidsparticipatie heeft gekend. Tegelijkertijd wijst het literatuuronderzoek op ontwikkelingen die deze positieve trend onder druk kunnen zetten. De vergrijzing en ontgroening leiden tot een krimp van het beschikbare arbeidspotentieel, terwijl de groei van migranten en daarmee de toename van diversiteit vraagt om beleid dat gericht is op een inclusieve arbeidsmarkt. Dit sluit aan bij de daling van het aantal uitkeringen in Den Helder: hoewel dit positief is, blijft het van belang om moeilijk bemiddelbare groepen — zoals mensen met een arbeidsbeperking of een migratieachtergrond — in beeld te houden. De mismatch tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt is een terugkerend thema in zowel de trends als de literatuur. Waar de trendanalyse een forse stijging van openstaande vacatures signaleert (65% tussen 2018 en 2024), wijst de literatuur op een groot on(der)benut arbeidspotentieel. Vooral deeltijdwerkers die bereid en beschikbaar zijn om meer te werken vormen een latente bron van arbeidskracht, mits zij voldoende geprikkeld worden.
Dit vraagt om een andere inrichting van werk, met aandacht voor werkdruk, roostering en financiële aantrekkelijkheid — vooral in de sectoren waar de krapte het meest nijpend is, zoals zorg, techniek en dienstverlening. Ook de positie van jongeren komt naar voren als kwetsbaar. In de cijfers is een toename van jongeren in de WW zichtbaar, terwijl de literatuur duidt op het ontbreken van startkwalificaties bij een aanzienlijk deel van deze groep. Dit roept de vraag op of jongeren na het afronden van een opleiding over de juiste vaardigheden beschikken en of de deze vaardigheden goed aansluiten bij de eisen van de arbeidsmarkt en de behoeften van de lokale economie. Daarbij is het van belang om te bepalen of er een goede aansluiting is tussen het beroepsonderwijs en het lokale bedrijfsleven. Een sterke verbinding tussen onderwijs en sectoren als zorg, techniek, energie en maritiem is nodig. Tegelijkertijd is het belangrijk om ook de aantrekkelijkheid van vakmanschap te versterken, gezien de afnemende interesse van jongeren in praktische beroepen. Start daarom tijdig met het interesseren van jongeren voor de economisch belangrijke beroepen en voor beroepen met een groot tekort aan arbeidskrachten. Ten slotte speelt technologisering, met name de opkomst van AI, een rol.
Waar de gemeente inzet op innovatieve sectoren, laat de literatuur zien dat een groot deel van de huidige vaardigheden snel zal verouderen. Dit vereist permanente investeringen in om- en bijscholing, zowel voor huidige werkenden als voor jongeren. Technologisering is een bedreiging vanwege het verdwijnen van banen in onder meer administratieve beroepen. Tegelijkertijd biedt deze ontwikkeling ook kansen, bijvoorbeeld voor functies in de energietransitie en IT. Het is belangrijk om deze ontwikkelingen bij het regionale arbeidsmarktbeleid te betrekken. Zowel uit de kwantitatieve trends als uit de literatuur blijkt dat de arbeidsmarkt (structureel) verandert. Demografische druk, technologische ontwikkelingen, arbeidsmarktkrapte en het onbenut potentieel vereisen een samenhangend beleid. De Helderse ambities op het gebied van werken en leren sluiten inhoudelijk goed aan op deze uitdagingen. Een sterkere verbinding tussen onderwijs en arbeidsmarkt, inzet op inclusiviteit, herwaardering van vakmanschap en ondersteuning van scholing spelen een cruciale rol in een toekomstbestendige arbeidsmarkt in Den Helder.
Kurtosis
24
Bijlage 1 Samenvatting ambities Helders Perspectief 2.0 In 2018 is 'Helders Perspectief 'Van Krimp naar Groei'( 2018-2023) opgesteld. Met dit uitvoeringsprogramma is samen met relevante partners, zoals onderwijs, ondernemers en de Koninklijke Marine, ingezet op het versterken van de arbeidsmarkt, waarbij met name is ingezet op het vervullen van vacatures. Vanaf 2024 wordt uitvoering gegeven aan het programma Helders Perspectief 2.0 (2024-2027). Dit uitvoeringsprogramma is erop gericht om een toename van de werkgelegenheid, verbeterde voorzieningen een dynamischer stadsleven, een stijging van het aantal inwoners, nieuwe woningen en een toename van de economische bedrijvigheid te realiseren. Hiervoor wordt samengewerkt met partnerorganisaties vanuit de sectoren recreëren, wonen, werken en leren. De ambities van het Helders Perspectief 2.0 vallen in 4 thema's uiteen: 1. Wonen: het aanbieden van een aantrekkelijk woningaanbod in koop- en huursector (zowel corporatie- als vrije sector) met passende prijzen voor de Helderse inwoners. Daarbij is ook aandacht voor starters, hybride werken en duurzaamheidsinitatieven. 2. Werken: met aandacht voor: • Zorgen voor een goed en aantrekkelijk vestigingsklimaat, het faciliteren van lokale bedrijvigheid voor de kernsectoren scheepsbouw, offshore, havengerelateerde bedrijvigheid en logistiek, onderhoud en inspectie, marine en energietransitie.
Daarbij is ook aandacht voor het optimaal benutten van bedrijventerreinen • Bieden van een mix aan voorzieningen in centrumgebieden, zoals een combinatie horeca, detailhandel, diensten en wonen 3. Leren: • Aansluiting onderwijs op toekomstige arbeidsmarkt en gericht op sectoren maritiem, technologie, energie, zorg, toerisme en agri • Samenwerking tussen het mbo en het bedrijfsleven, inzet op eigentijds onderwijs met ontmoeting en praktijkgericht leren • Het vervullen van de vraag naar mbo-geschoold personeel in de sectoren zorg, maritiem, energie en techniek 4. • • • • •
Recreëren, waarbij wordt ingezet op: de sociaal-maatschappelijke waarde van recreatie en toerisme, zoals het aanbieden van (voorzieningen die aansluiten op de behoefte van de inwoners het behoud van cultuur en erfgoed het vergroten van het draagvlak voor natuur door inzet op recreatie en toerisme de economische waarde door versterking van het stedelijk toerisme die bijdraagt bij aan behoud van voorzieningen de gezondheidswaarde, zoals zorgen voor een beweegvriendelijke openbare ruimte
De bovengenoemde thema's hebben een gemeenschappelijke ambitie, namelijk het aantrekken van potentiële bewoners op basis van bepaalde demografische kenmerken zoals leeftijd, inkomen en specifieke regio’s of wijken.
Kurtosis
25
Bijlage 2 Samenvatting uitkomsten trendanalyse Uit de trendanalyse ‘De feiten op een rij’ komen de volgende relevante ontwikkelingen naar voren, samengevat per thema.
Demografische ontwikkelingen • • • •
Tussen 2018 en 2024 is er sprake van een beperkte bevolkingsgroei van 1,2% (t.o.v. 3% in de regio Kop van Noord-Holland en 4% in de arbeidsmarktregio Noord-Holland Noord). De verwachte bevolkingsdaling in de periode 2024-2050 bedraagt 9%, terwijl er in de regio Kop van Noord-Holland en Noord-Holland Noord een (lichte) groei wordt verwacht. Er is een positief migratiesaldo: de bevolking groeit met name door arbeidsmigranten en statushouders. Er is sprake van een beperkte ontgroening en een sterke vergrijzing. Het aantal 75-plussers is in Den Helder tussen 2018-2024 toegenomen met bijna 30%.
Huishoudens • • •
Het aantal huishoudens in Den Helder is licht gegroeid (met ruim 3,5% in de periode 2018-2024) Van de verschillende huishoudtypen is vooral het aantal eenpersoonshuishoudens toegenomen (met 10%). Daarbinnen is met name een groei zichtbaar van het aantal 65+-huishoudens. Huishoudens in Den Helder hebben gemiddeld minder te besteden dan huishoudens van omliggende gemeenten. Dat blijkt ook uit het aandeel huishoudens met een inkomen van 120% onder het sociaal minimum.
Wonen •
•
•
•
•
• • • •
Kurtosis
In de periode 2018-2024 is de woningvoorraad in Den Helder gegroeid met 2,7%. Dit is een bescheidener groei dan gemiddeld in de regio Kop van Noord-Holland en de Woondeal-regio Noord-Holland Noord. De grootste groei is te zien bij corporatiewoningen (ruim 20%). Het gemiddelde jaarlijkse aandeel toevoegingen aan de woningvoorraad (door sloop en functiewijzingen van gebouwen) ligt in Den Helder lager dan in de Woondeal-regio Noord-Holland Noord, terwijl het aandeel onttrekkingen (bijvoorbeeld door sloop) iets hoger ligt. Meergezinswoningen worden met name bewoond door eenpersoonshuishoudens. Er is een toename te zien van 75-plushuishoudens in eengezinswoningen. Het aandeel 75-plussers in eengezinswoningen ligt in 2023 4 %-punt hoger dan in 2018.Dit is mogelijk het gevolg van beperkte doorstroming op de woningmarkt. Woningeigenaren zijn het meest tevreden met hun woning (93% van de woningeigenaren is in 2024 tevreden met de woning, tegen 78% van de bewoners van corporatiewoningen). Sociale huurders zijn het minst tevreden met de woonomgeving (bijna 77%, terwijl dit bij huiseigenaren en huurders van een particuliere woning ongeveer 89% is in 2024). Het aandeel van de netto-woonlasten van het inkomen (woonquote) is voor huurders van corporatiewoningen redelijk constant en is in Den Helder vergelijkbaar met de gemiddelde woonquote in de Kop van Noord-Holland en Noord-Holland Noord.
Voor alle huishoudtypen valt de woonquote binnen de categorie ‘vaak nog betaalbaar’ (woonquote van 25-35%). WOZ-waarde van koopwoningen is relatief laag ten opzichte van de Kop van Noord-Holland en Noord-Holland Noord. Het aantal scheefwoners in corporatiewoningen is toegenomen; betaalbare woningen zijn daardoor minder beschikbaar voor lagere inkomens. Het aantal personen behorend tot de doelgroep ‘aandachtsgroepen huisvesting’ (waaronder ouderen, vergunninghouders en arbeidsmigranten) is toegenomen. De groei in Den Helder is vergelijkbaar met die in de Woondeal-regio Noord-Holland Noord. Ouderen vormen de grootste aandachtsgroep.
26 Onderwijs •
•
• • •
Ten opzichte van het schooljaar 2018-2019 is het aantal leerlingen/studenten (12-24 jaar) in Den Helder in schooljaar 2023-2024 met 7% gedaald. Dit is het gevolg van de daling van het aantal jongeren. Tegelijkertijd is ook het aandeel jongeren dat, bijvoorbeeld vanwege een tussenjaar of uitstroom naar de arbeidsmarkt toegenomen. Leerlingen uit Den Helder kiezen vaker voor een praktijkgerichte opleiding (praktijkonderwijs of vmbo) dan leerlingen uit de regio Kop van Noord-Holland en de arbeidsmarktregio Noord-Holland Noord. Het aantal mbo-leerlingen is tussen schooljaar 2018-2019 en schooljaar 2023-2024 met 17% gedaald, wat een sterkere afname is dan gemiddeld in de Kop van Noord-Holland en Noord-Holland Noord. Binnen het hoger onderwijs wordt vooral gekozen voor een hbo-opleiding. Het aantal studenten nam tussen 2018-2019 en 2023-2024 eerst toe, om vervolgens weer te dalen. Logischerwijs daalt met het aantal onderwijsdeelnemers ook het aantal geslaagden. Het percentage geslaagden met een startkwalificatie is toegenomen.
Arbeidspotentieel • • •
De beroepsbevolking is gegroeid, met een stijgende netto-arbeidsparticipatie. De toename van de netto-arbeidsparticipatie is met name zichtbaar bij hoger opgeleiden. Er is een daling zichtbaar van het aantal personen met een uitkering. Dit betreft het aantal werkloosheidsuitkeringen en bijstandsuitkeringen. Het aantal arbeidsongeschikten is vrijwel gelijk gebleven. De inkomende pendel is in Den Helder groter dan de uitgaande. Meer mensen werken in Den Helder en wonen buiten de stad dan andersom. In de hele COROP-regio Kop van Noord-Holland laat de pendel een negatief saldo zien.
Arbeidsmarkt • •
•
Het aantal banen in Den Helder is stabiel gebleven; in de arbeidsmarktregio Noord-Holland Noord ligt het aantal vacatures in k3-2024 40% hoger dan in k3-2018. Uit de spanningsindicator blijkt dat er sprake is van grote krapte in 7 van de 12 beroepsklassen (k32024): beroepen zorg en welzijn (1), openbaar bestuur, veiligheid en juridische beroepen (2), dienstverlenende beroepen (3), transport en logistieke beroepen (4), ICT-beroepen (5), technische beroepen (6) en commerciële beroepen (7). De vraag naar hogeropgeleiden neemt toe. Dit blijkt uit de groei van het aandeel vacatures in beroepen met niveau 3 en 4. De groei is het sterkst voor beroepsniveau 4 van 17% in het derde kwartaal 2018 naar 25% in k3-2024). Het aandeel vacatures voor beroepen met niveau 1 is gedaald van 20% in k3-2018 naar 11% in k3-2024.
Recreatie en toerisme •
•
•
Het aantal vestingen in de sector recreatie en toerisme groeide in de periode 2019 – 2023 sterker dan de groei van het aantal banen. Er was sprake van een groei van het aantal banen van 4,6% en een groei van het aantal vestigingen met bijna 29%. Daarmee groeide het aantal banen in de Den Helder iets minder sterk dan gemiddeld in de regio Kop van Noord-Holland en de arbeidsmarktregio NoordHolland Noord, terwijl het aantal vestigingen gemiddeld sterker groeide. Tussen 2019 en 2023 nam het aantal gasten in de COROP-regio Noord-Holland Noord toe met 16% en het aantal overnachtingen met bijna 21%. Daarbij zijn vooral vakantiewoningen en kamperen in trek. Zowel het aantal gasten als het aantal overnachtingen is na de coronapandemie hoger dan voor de pandemie. De groei van het aantal overnachtingen zorgt ook voor een (beperkte) toename van de toeristische druk, uitgedrukt de toeristische intensiteit het aantal overnachtingen per 100 inwoners per dag) en de toeristische dichtheid (het gemiddeld aantal overnachtingen per dag per vierkante kilometer).
Gemeentelijke uitgaven •
Kurtosis
Het totaal aan gemeentelijke uitgaven ligt in 2023 29,5% hoger dan in 2018. In 2023 bedroegen de gemeentelijke uitgaven bijna € 270.000.000,- .
27 • •
•
Kurtosis
Met een omvang van ruim € 121.700.000 komen de meeste uitgaven voor rekening van het taakveld sociaal domein. In Den Helder liggen de gemiddelde uitgaven lager. In 2018 lagen vooral de uitgaven voor ‘Verkeer, vervoer en waterstaat’, ‘Economie’ en ‘Volkshuisvesting, leefomgeving en stedelijke vernieuwing’ lager, terwijl dat in 2023 met name gold voor ‘Bestuur en ondersteuning’. Voor Den Helder geldt dat de feitelijke uitgaven de begrote uitgaven overschrijden. Het saldo tussen feitelijke en begrote uitgaven is het grootst bij ‘Sociaal domein’.