CConstaterende datDen Helder
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapportage deskresearch Handreikingen voor beleid onderzoek Voorzieningenniveau Den Helder (22092025).pdf

Raadscommissie Bestuur en Middelen 1 december 2025, gemeente Den HelderBij agendapunt: 4: Rekenkamerbrief onderzoek naar het voorzieningenniveau in Den Helder.11.749 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Toekomstgerichte voorzieningen in Den Helder: handreikingen voor beleid Verkennende deskresearch ter ondersteuning van de uitvoering van het Helders Perspectief 2.0 (2024-2027) en de ontwikkeling van de integrale strategische visie 2050

September 2025 Afra Ben Othman & Miriam Ligtvoet-Janssen

1

Inhoud Samenvatting ..................................................................................................................................................... 2 1. Inleiding .......................................................................................................................................................... 4

1.1 Achtergrond en vraagstelling ......................................................................................................................... 4 1.2 Aanpak ............................................................................................................................................................... 4 1.3 Leeswijzer .......................................................................................................................................................... 5 2. De impact van de bevolkingssamenstelling op het draagvlak voor voorzieningen ........................... 6

2.1 Inleiding ............................................................................................................................................................. 6 2.2 Ontwikkelingen................................................................................................................................................. 6 2.3 Inspirerende voorbeelden ............................................................................................................................. 10 3. Wonen met ruimte voor leven: verhuisdynamiek, leefbaarheid en woonvoorkeuren .....................12

3.1 Inleiding ........................................................................................................................................................... 12 3.2 Ontwikkelingen............................................................................................................................................... 12 3.3 Inspirerende voorbeelden ............................................................................................................................. 14 4. Een veranderende beroepsbevolking: kansen en uitdagingen in een krapper wordende arbeidsmarkt .....................................................................................................................................................16

4.1 Inleiding ........................................................................................................................................................... 16 4.2 Ontwikkelingen............................................................................................................................................... 16 4.3 Inspirerende voorbeelden ............................................................................................................................. 18 5. Slotbeschouwing ..........................................................................................................................................21 Bijlage 1 Samenvatting ambities Helders Perspectief 2.0 .........................................................................24 Bijlage 2 Samenvatting uitkomsten trendanalyse ......................................................................................25

Kurtosis

2

Samenvatting Inleiding Den Helder is een stad in ontwikkeling. Met het Uitvoeringsprogramma Helders Perspectief, waarvan het eerste traject liep in de periode 2018-2023 en de tweede uitvoeringsperiode loopt van 2024-2027, richt de gemeente zich op positieve veranderingen. Om meer zicht te krijgen op de wenselijke maatregelen voor het op peil houden/verbeteren van het voorzieningenniveau in Den Helder, is kennis nodig over relevante trends op de hiervoor genoemde thema’s. Daarbij is ook inzicht nodig in hoe de feitelijke uitgaven voor de gemeentelijke voorzieningen zich ontwikkelen. Immers de uitgaven die worden gedaan hebben effect op de omvang en de kwaliteit van de voorzieningen. In samenspraak met de fracties in de gemeenteraad, heeft de Helderse Rekenkamer door Kurtosis een onderzoek ‘Voorzieningenniveau Den Helder’ laten uitvoeren, dat uit twee fasen bestond. In fase 1 en fase 2 is een trendanalyse uitgevoerd naar relevante cijfermatige ontwikkelingen. Daarnaast is in fase 2 deskresearch uitgevoerd naar relevante landelijke ontwikkelingen en goede voorbeelden van (gemeentelijk) beleid. Hierin wordt de verbinding gelegd met het Helders Perspectief 2.0, het gemeentelijk programma dat inzet op versterking van werkgelegenheid, woningbouw en voorzieningen.

Tot slot is in fase 2 een interactieve sessie georganiseerd met betrokken ambtenaren waarin enerzijds is teruggeblikt op de effectiviteit van het Helders Perspectief, anderzijds is vooruitgeblikt op belangrijke ontwikkelkansen en uitdagingen voor de integrale strategische visie 2050. In deze rapportage worden de resultaten van de deskresearch gepresenteerd. Over de trendanalyse en de interactieve bijeenkomst wordt separaat gerapporteerd. Vraagstelling De centrale vraag die in deze rapportage wordt beantwoord luidt: • Wat zijn algemene, landelijke trends die relevant zijn voor de realisatie van de ambities van het Helders Perspectief? • Wat zijn praktijkvoorbeelden die Den Helder kunnen helpen om effectief in te spelen op landelijke ontwikkelingen? De centrale vraag is beantwoord door middel van deskresearch. Deze had het karakter van een quick scan. Dit is een compacte, verkennende analyse van een vraagstuk of situatie met als doel om in korte tijd een globaal overzicht te krijgen van relevante informatie, trends of knelpunten. In deze deskresearch lag de focus op drie thema’s: 1. Demografische ontwikkelingen en voorzieningen 2. Verhuisdynamiek en woonomgeving 3. Arbeidspotentieel en arbeidsmarkt

Samenvatting resultaten

1. Demografische ontwikkelingen en voorzieningen Demografische ontwikkelingen blijken van grote invloed op de spreiding, aard en toegankelijkheid van voorzieningen. Door vergrijzing, ontgroening en een toename van het aantal eenpersoonshuishoudens verandert niet alleen de samenstelling van de bevolking, maar ook de vraag naar specifieke voorzieningen. Ouderen wonen langer zelfstandig en hechten aan nabijheid van zorg, winkels en openbaar vervoer, wat bijdraagt aan het draagvlak voor buurtvoorzieningen. Voor jonge gezinnen vormen vooral een veilige, kindvriendelijke woonomgeving en aanwezigheid van scholen, speelplekken en betaalbare woningen doorslaggevende factoren bij hun vestigingskeuze. Door een afname van het aantal jongeren ontstaat het gevaar dat voorzieningen voor deze doelgroep verdwijnen, wat het risico op een vicieuze cirkel van vertrek en verschraling vergroot. Ook de groeiende culturele diversiteit vraagt om meer toegankelijke en in-

Kurtosis

3 clusieve voorzieningen, waaronder taalonderwijs en ontmoetingsplekken. Tot slot moet worden opgemerkt dat naast bevolkingsontwikkeling ook andere trends van invloed kunnen zijn op het voorzieningenniveau, zoals schaalvergroting. 2. Verhuisdynamiek en leefomgeving Het rapport laat zien dat verhuisdynamiek in Nederland vooral wordt gestuurd door de woonomgeving en persoonlijke omstandigheden, en veel minder door werkgelegenheid. De meeste verhuizingen vinden plaats binnen de eigen regio. Investeringen in leefkwaliteit – waaronder goede voorzieningen, aantrekkelijke openbare ruimte– zijn van wezenlijk belang om jonge huishoudens en kenniswerkers aan te trekken. De relatief lage woningprijzen in Den Helder vormen daarbij een kans. Tegelijkertijd is de stuurbaarheid van woonvoorkeuren beperkt; beleidsinspanningen zullen zich vooral moeten richten op groepen met hogere verhuisbereidheid, zoals jongeren, starters en hoger opgeleiden. 3. Arbeidspotentieel en arbeidsmarkt Op de arbeidsmarkt ziet Den Helder zich geconfronteerd met een dubbele uitdaging. Enerzijds leidt de uitstroom van ouderen en een beperkte instroom van jongeren tot structurele tekorten, vooral in sectoren als zorg, techniek en logistiek. Anderzijds bestaat er een aanzienlijk on(der)benut arbeidspotentieel, met name onder deeltijdwerkers, jongeren zonder startkwalificatie en statushouders.

Beleid gericht op inclusiviteit, praktijkleren, vroegtijdige beroepsoriëntatie en om- en bijscholing is noodzakelijk om deze groepen effectief te activeren. De opkomst van technologie en AI biedt zowel kansen als bedreigingen: terwijl bepaalde functies verdwijnen, ontstaan nieuwe in de sectoren energie, zorg en IT. Scholingsbeleid en een goede aansluiting tussen onderwijs en lokale economie zijn hierbij essentieel. De toekomst van het voorzieningenbeleid in Den Helder vraagt om een integrale aanpak, waarin wonen, werken, leren en recreëren in samenhang worden benaderd. Aanknopingspunten voor deze aanpak zijn gebiedsgericht beleid, gebruik van referentienormen en het benutten van lokale sterktes zoals maritieme bedrijvigheid. Slim anticiperen op demografische veranderingen en gericht investeren in leefkwaliteit, zorgt ook in de toekomst voor een aantrekkelijke, toegankelijke en leefbare stad voor alle inwoners.

Kurtosis

4

1. Inleiding 1.1 Achtergrond Den Helder is een stad in ontwikkeling. Met het Uitvoeringsprogramma Helders Perspectief, waarvan het eerste traject liep in de periode 2018-2023, richt de gemeente zich op positieve veranderingen. Dit betreft onder meer een toename van de werkgelegenheid en het op peil houden en verbeteren van het voorzieningenniveau. Om de ambities van dit programma te realiseren wordt door tal van organisaties samengewerkt. Bevolkingsontwikkelingen zijn van invloed op het draagvlak voor de Helderse voorzieningen. Naar verwachting krijgt Den Helder de komende jaren te maken met bevolkingskrimp, die gepaard gaat met vergrijzing en ontgroening. Daarnaast zorgen ontwikkelingen op de arbeidsmarkt voor druk op het voorzieningenniveau. Vacatures zijn moeilijk te vervullen en de omvang van de (werkzame) beroepsbevolking staat onder druk als gevolg van de demografische ontwikkelingen. Om meer zicht te krijgen op de wenselijke maatregelen voor het op peil houden/verbeteren van het voorzieningenniveau, is kennis nodig over relevante trends op de hiervoor genoemde thema’s. Daarbij is ook inzicht nodig in hoe de feitelijke uitgaven voor de gemeentelijke voorzieningen zich ontwikkelen. Immers de uitgaven die worden gedaan hebben effect op de omvang en de kwaliteit van de voorzieningen.

In samenspraak met de fracties in de gemeenteraad, heeft de Helderse Rekenkamer door Kurtosis een onderzoek laten uitvoeren, dat uit twee fasen bestond. Fase 1 (“de feiten op een rij”) van dit onderzoek bestond uit het in beeld brengen van relevante trends ten aanzien van onder meer bevolking, arbeidsmarkt en gemeentelijke uitgaven. Doel van deze fase was richting te geven aan de uitwerking van wenselijke maatregelen. Daarnaast vormde fase 1 de basis van de verdiepingsslag in fase 2 van het onderzoek (“gerichte verdieping”), waarin de verbinding is gelegd met de ambities in het Uitvoeringsprogramma 2.0 van het Helders Perspectief uit 2024. De inzichten uit zowel fase 1 als fase 2 geven richting aan de nieuw te formuleren integrale strategische visie 2050. De verdieping in fase 2 bestond uit twee onderdelen: 1. deskresearch waarin algemene, landelijke trends en praktijkvoorbeelden in beeld zijn gebracht die relevant zijn voor de realisatie van de ambities van het Helders Perspectief 2. houden van een interactieve bijeenkomst met programmaleiders en ambtenaren over de effectiviteit van het Helders Perspectief sinds 2018 en de basis te leggen voor de beleidspijlers van het Helders Perspectief voor de periode tot 2050. In fase 2 wordt de verbinding gelegd met de ambities in het Uitvoeringsprogramma 2.0 van het Helders Perspectief uit 2024.

De Rekenkamer heeft de onderzoeksopzet voor fase 1 en de focus van fase 2 afgestemd binnen de ambtelijke organisatie en met vertegenwoordigers van de fracties in de gemeenteraad. Hieronder gaan we in op de vraagstelling en de aanpak voor onderdeel 1 van fase 2 (deskresearch).

1.2 Vraagstelling en aanpak De centrale vraag die in de deskresearch wordt beantwoord luidt: • Wat zijn algemene, landelijke trends die relevant zijn voor de realisatie van de ambities van het Helders Perspectief? • Wat zijn praktijkvoorbeelden die Den Helder kunnen helpen om effectief in te spelen op landelijke ontwikkelingen? Voor de beantwoording van de centrale vraag is de volgende aanpak gehanteerd. We hebben deskresearch uitgevoerd naar relevante kwalitatieve ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op de ambities van het Helders Perspectief en praktijkvoorbeelden die, in het licht van de gevonden ontwikkelingen in de

Kurtosis

5 trendanalyse, een bijdrage kunnen leveren aan de effectiviteit van het Helders Perspectief. Deze deskresearch had het karakter van een quick scan. Hiermee wordt een beknopt en gericht onderzoek bedoeld dat snel inzicht geeft in een bepaald vraagstuk. In de quick scan besteden we aandacht aan de volgende thema’s: 1. Demografische ontwikkelingen: de impact van vergrijzing en de bevolkingskrimp op de draagkracht voor voorzieningen enerzijds en het beroep op voorzieningen anderzijds. Daarbij is ook gekeken naar de behoefte aan voorzieningen: specifieke behoeften aan voorzieningen van verschillende bevolkingsgroepen, in het bijzonder jongeren en, vanwege de vergrijzing, ouderen. 2. Vestigingscriteria: factoren die bepalend zijn voor huishoudens bij de keuze om zich ergens te vestigen. 3. Ontwikkelingen arbeidspotentieel en arbeidsmarkt en arbeidspotentieel: algemene trends die van belang zijn voor relevante sectoren van het Helders Perspectief 2.0. Per thema hebben we inspirerende voorbeelden (‘best practices’) van ervaringen en succesvolle aanpakken uit andere gemeenten in beeld gebracht. Dit zijn voorbeelden die ingezet kunnen worden voor het ombuigen van ontwikkelingen die uit de trendanalyse en de deskresearch naar voren komen in relatie tot de ambities van het Helders Perspectief 2.0.

1.3 Leeswijzer In elk van de volgende hoofdstukken worden per thema de algemene, landelijke trends beschreven. Elk hoofdstuk sluit af met een aantal inspirerende voorbeelden. Het rapport sluit af met een slotbeschouwing waarin de kwantitatieve trends, de algemene landelijke ontwikkelingen en de ambities van het Helders Perspectief samen komen. In bijlage 1 is een samenvatting van de ambities van het Helders Perspectief opgenomen. Bijlage 2 biedt een overzicht van de belangrijkste kwantitatieve trends, zoals in kaart gebracht in zowel fase 1 als fase 2.

Kurtosis

6

2. De impact van de bevolkingssamenstelling op het draagvlak voor voorzieningen 2.1 Inleiding De beschikbaarheid, nabijheid en toegankelijkheid van voorzieningen staat in toenemende mate onder druk. Demografische ontwikkelingen zoals vergrijzing, ontgroening, migratie en huishoudensverdunning zorgen voor verschuivingen in de vraag naar voorzieningen, zowel op wijk-, gemeente- als regioniveau. Tegelijkertijd spelen ook andere ontwikkelingen een rol in het voorzieningenniveau, bijvoorbeeld in buurten waar kwetsbare doelgroepen wonen. In dit hoofdstuk wordt verkend hoe bevolkingssamenstelling samenhangt met het draagvlak voor maatschappelijke en commerciële voorzieningen. Daarnaast wordt gekeken welke verschillen er zijn tussen regio’s en doelgroepen, en hoe gemeenten – mede via burgerparticipatie, gebiedsgericht beleid en inspirerende voorbeelden – kunnen anticiperen op deze veranderingen. Daarbij is er specifieke aandacht voor de rol van jonge gezinnen, ouderen en migranten als gebruikers én dragers van het voorzieningennetwerk.

2.2 Ontwikkelingen 2.2.1 Voorzieningenniveau onder druk door demografische ontwikkelingen…., De omvang en de samenstelling van de Nederlandse bevolking verandert. Voor 2050 is het landelijke beeld dat geschetst wordt ‘Drukker, diverser en dubbelgrijs’. 1 Op de toekomstige bevolkingsomvang zijn migratiesaldo, geboorte en levensverwachting van invloed. Op dit moment wordt de bevolkingsgroei in Nederland geheel veroorzaakt door buitenlandse migratie.2 De samenstelling van de bevolking verandert door3: • toename van het aandeel ouderen, waarbij met name het aandeel 80-plussers een belangrijke rol speelt. De toename hiervan de komende jaren hangt af van de toename van de levensverwachting; • toename van het aandeel personen met een migratieachtergrond, waardoor in Nederland de culturele diversiteit toeneemt. • afname van het aandeel personen in de werkzame leeftijd, die maar deels kan worden opgevangen door migratie; • verdunning van huishoudens, doordat hoge migratie en vergrijzing leiden tot een sterke groei van het aantal eenpersoonshuishoudens. Relatief veel migranten vormen een eenpersoonshuishouden en ouderen leven langer zelfstandig. Een toename of afname van de bevolking of van het aantal huishoudens is van directe invloed op het draagvlak van voorzieningen.

Dit doet zich voor op wijkniveau, waar veranderingen in de bevolking, zoals huishoudensverdunning, het draagvlak van (buurt)voorzieningen (zoals winkels en buurten) onder druk zetten.4, 5 Ook de bevolkingssamenstelling op gemeente- en regioniveau speelt een rol bij het draagvlak van voorzieningen, zoals bioscopen en ziekenhuizen. De verandering in het aantal huishoudens speelt hierin een minder grote rol dan de verandering in het aantal inwoners. Daarbij is met name de absolute groei of krimp van verschillende gebruikersdoelgroepen van belang, en niet zozeer de relatieve verschuiving in de onderlinge verhoudingen tussen deze doelgroepen. Zo kan een toename van het aantal ouderen juist zorgen voor het behoud van voorzieningen in de buurt, ondanks een daling van het totaal aantal inwoners. 6 1

publ.nidi.nl/nidi-cbs-2020-bevolking-2050-in-beeld Staatscommissie demografische ontwikkelingen 2050. Gematigde groei. Rapport van de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050. Den Haag: 2025 3 publ.nidi.nl/nidi-cbs-2020-bevolking-2050-in-beeld 4 KAW.nl/Ruimte Zat in de Stad 5 pbl.nl/demografische_ontwikkelingen-2010-2040 6 pbl.nl/demografische_ontwikkelingen-2010-2040 2

Kurtosis

7 2.2.2 … maar effecten verschillen per regio en ook andere factoren spelen een rol De ontwikkelingen ten aanzien van migratie en vergrijzingen verschillen regionaal. Sommige regio's ervaren als gevolg van de demografische ontwikkelingen meer druk op voorzieningen dan andere. De aanpak van deze druk vraagt om inzet van zowel regio’s als gemeenten.7: • Gemeenten zijn cruciaal voor het concreet maken van beleid rond bevolkingsgroei of -krimp. Zo zorgen zij voor voldoende en passende woningbouw (ook gericht op doorstroming), bepalen zij waar voorzieningen komen of behouden blijven en voeren zij sociaal beleid, inclusief integratie en arbeidsmarktparticipatie van migranten. Daarbij is het belangrijk dat gemeenten hun eigen demografische data gebruiken ten behoeve van lokaal maatwerk bij migratie en vergrijzing. • Regio’s spelen een strategische rol in het verdelen van groei over Nederland. Zo coördineren zij woningbouw, maken zij afspraken over de regionale arbeidsmarkt, stemmen zij migratieopvang, onderwijsvoorzieningen en zorgcapaciteit af én zorgen zij ervoor dat dat de bevolkingsgroei zich niet te veel concentreert in een paar stedelijke gebieden. Hierbij worden landelijke richtlijnen gehanteerd. Hoewel demografische ontwikkelingen dus van invloed zijn op het draagvlak voor voorzieningen, is een relativering op zijn plaats ten aanzien van de mate van invloed.

Er zijn namelijk ook andere ontwikkelingen die een rol spelen in de draagvlak voor voorzieningen. Een aantal voorbeelden zijn 8: • Het veranderend keuzegedrag van gebruikers/ consumenten; • Een grotere mobiliteit van gebruikers/ consumenten (waardoor voorzieningen op iets grotere afstand een minder groot probleem zijn); • Conjuncturele ontwikkelingen (bestedingsruimte en bestedingsbeslissingen van consumenten) • Technologische ontwikkelingen (denk aan internet); • Ontwikkelingen in beleid, regelgeving en financiering. 2.2.3 Verschraling voorzieningenniveau in stedelijk gebied met risico op stapeling In vergelijking met 20 jaar geleden is het voorzieningenniveau in veel woonplaatsen verschraald. Dit betreft bijvoorbeeld de detailhandel, waarbij de afname van voorzieningen zich sterker voordoet in de nietstedelijke gebieden dan in de stedelijke gebieden.9 Desalniettemin is er ook in de stedelijke gebieden een teruggang van publieke voorzieningen te zien. Hierbij gaat het zowel om (openbare) buitenruimtes (straten, pleinen en parken), als binnenruimtes waar mensen elkaar tegenkomen (winkels, cafés, bibliotheken, kantoren en scholen).

De toegang tot deze voorzieningen staat volgens de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur onder druk als gevolg van schaalvergroting, toenemend gebruik van voorzieningen vanuit winstoogmerk ( vercommercialisering) en de dringende behoefte aan bouwlocaties, waardoor voorzieningen naar de rand van gemeenten verdwijnen 10. Een voorbeeld van die schaalvergroting betreft de concentratie van huisartsenzorg op een beperkt aantal plekken in een aantal regio’s omwille van doelmatigheid. Dit soort essentiële maatschappelijke voorzieningen komen zodoende op steeds grotere afstand te liggen, soms tientallen kilometers verderop. Doordat tegelijkertijd busdiensten stukje bij beetje verder worden ingeperkt, raken mensen in toenemende mate afhankelijk van de auto. Voor mensen die niet (langer) over een auto beschikken, zoals ouderen of scholieren, is dit des te meer een probleem. 11 Naast het aantal voorzieningen verandert de aard van publieke voorzieningen. Bij de inrichting van openbare ruimten ligt de focus steeds meer op het gebruik van die ruimtes door welvarende burgers. Omdat dit minder mogelijkheden biedt voor de ontmoeting van verschillende doelgroepen, vormt dit een risico voor het welzijn van bepaalde (meer kwetsbare) doelgroepen, omdat deze ontmoetingen bijdragen aan 7

Staatscommissie demografische ontwikkelingen 2050. Gematigde groei. Rapport van de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050. Den Haag: 2025 8 pbl.nl/demografische_ontwikkelingen-2010-2040 9 lisa.nl/nieuws_40 10 rli.nl/toegang tot de stad 11 Raad voor de leefomgeving en infrastructuur, Raad voor het Openbaar Bestuur en Raad voor Volksgezondheid en Samenle-

ving. Elke regio telt! Een nieuwe aanpak van verschillen tussen regio’s. Den Haag, 2023.

Kurtosis

8 het gevoel ergens thuis te horen. Wanneer diversiteit van voorzieningen afneemt (en verder weg liggen), vermindert de leefbaarheid en wordt het minder aantrekkelijk om ergens te gaan wonen. 12, 13 Stapeling van verschraling van voorzieningen is vooral een risico voor de meest kwetsbare doelgroepen (mensen met een lagere sociaaleconomische positie en een groter dan gemiddelde kans op gezondheidsproblemen). Door hun omstandigheden zijn zij afhankelijk van de kwaliteit van hun directe leefomgeving. De bereikbaarheid van potentieel werk, voorzieningen en vertrouwde sociale netwerken is essentieel. Er doet zich ‘urbanisatie van armoede’ voor; kwetsbaren komen ook bij verhuizingen telkens weer in de minst aantrekkelijke buurten terecht en steeds verder van de centraal stedelijke gebieden. Er ontstaan nieuwe buurten met (gestapelde) achterstanden en kwetsbare groepen bewoners met meer gezondheidsklachten. Dit komt doordat juist in deze buurten voorzieningen verdwijnen of zich verplaatsen naar economisch vitalere delen van de stad. 14, 15 2.2.4 Voorzieningen voor diverse bevolkingsgroepen nader bekeken

Ouderen De aanwezigheid van zorg is een belangrijke voorziening voor ouderen. De professionele zorg staat onder druk, onder meer vanwege de toenemende zorgvraag. Hierbij gaat het zowel om de vraag naar lokale als regionale zorgvoorzieningen (van thuiszorg tot ziekenhuizen). Twee ontwikkelingen zijn hierin van belang16: • Vooral de toename van het aantal oude ouderen (85-plussers) leidt tot een toenemende behoefte aan zorgvoorzieningen, zoals zorgsteunpunten in wijken, buurten en dorpen. • Ouderen blijven langer zelfstandig thuis wonen, mede als gevolg van het scheiden van wonen en zorg en de sluiting van verzorgingshuizen. Tegelijkertijd loopt de groei van de informele zorg geen niet parallel met de groei van het aantal 75-plussers. Waar in 2018 tegenover elke oudere die mantelzorg ontvangt nog bijna 5 gevers van mantelzorg waren, zullen dit er in 2040 nog slechts 3 zijn. 17 De druk op mantelzorg is ook het gevolg van de toename van het aantal eenpersoonshuishoudens onder ouderen, met name 75-plussers.18 De groei van het aantal eenpersoonshuishoudens onder ouderen zorgt daarnaast voor een toenemende druk op de woningvoorraad. Doorstroming naar voor zelfstandig wonende ouderen geschikte woningen (bijvoorbeeld: gelijkvloers, of wonen met (zorg)diensten) kan de druk voor andere groepen op de woningmarkt verminderen.

Tegelijkertijd moeten deze geschikte woningen er wel zijn en moeten senioren bereid zijn om ernaartoe te verhuizen. Ouderen hebben een voorkeur om in de buurt te blijven wonen van bekenden en niet te verhuizen naar een geheel nieuwe omgeving; naarmate mensen ouder worden, is er een grotere wens om te verhuizen naar een complex. Daarin kunnen geclusterde woonvormen voor ouderen voorzien, zoals hofjes, seniorenflats en serviceflats met gezamenlijke ontmoetingsruimtes. 19 Niet alleen de woning zelf is van belang voor geschikt wonen, maar ook de nabijheid/bereikbaarheid van de zogenaamde ‘triple A’: ALDI/Albert Heijn, arts en apotheek. Uit het WoON-onderzoek 2024 blijkt dat oudere huishoudens vaker dan andere leeftijdsgroepen winkels binnen een afstand van 500 meter van de woning (respectievelijk 46% van de 65+-paren en 59% van de alleenstaande 65-plussers). 20 Daarnaast zijn

12

rli.nl/toegang tot de stad Mandemakers J. ea. Leefbaarheid onder de loep. Analyse en verdieping Leefbaarometer meting 2022. Amsterdam: Atlas Research/In.Fact.Research, 2024 / Leefbaarometer 14 GGD-en Haaglanden, Hollands Midden, Rotterdam en Zuid-Holland Zuid, Provincie Zuid-Holland. Voorzieningenniveau voor een gezonde leefomgeving. Handreiking voor gemeenten, GGD’ en provincie. Den Haag: 2025 15 volkshuisvestingnederland.nl/Hyperconcentratie van armoede in wijken 16 CPB.nl/ Vergrijzingsstudie 'Zorgen om morgen' 17 pbl.nl/toekomstverkenning mantelzorg aan ouderen in 2040 18 Staatscommissie demografische ontwikkelingen 2050. Gematigde groei. Rapport van de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050. Den Haag: 2025 19 ministeriebzk/Monitor Ouderenhuisvesting 2020 20 Ministerie van VRO. Tussen wensen en wonen. Resultaten van het WoonOnderzoek Nederland 2024. Den Haag: Ministerie van VRO, 2025 13

Kurtosis

9 vrijetijdsvoorzieningen, een toegankelijke woonomgeving en toegankelijk openbaar vervoer essentieel. 21 Oudere huishoudens, naast middelbare paren en paren met kinderen, vaker dan gemiddeld hechten aan de nabijheid van een plek met veel groen en water. Van de paren en alleenstaanden van 65 jaar en ouder wil circa een derde zo’n plek tot 500m van de woning. 22 De noodzaak van deze voorzieningen in de leefomgeving van 75-plussers draagt bij aan het draagvlak van allerlei buurtvoorzieningen, zoals winkels. Dit geldt zowel voor plattelandskernen (waar het aandeel ouderen sterk zal toenemen) als voor stadsbuurten waar het aantal ouderen sterk zal toenemen. 23

Jonge gezinnen en jongeren Gemiddeld in Nederland is er sprake van ontgroening. Dit betekent dat de behoefte aan voorzieningen voor met name jongeren en jonge gezinnen afneemt. Hierbij gaat het om de vraag naar onderwijs en andere jeugdvoorzieningen (speelruimtes, opvang, jeugdgezondheidszorg, cultuur & vrije tijd, sportaccommodaties/-verenigingen). Hierin schuilt het risico van een vicieuze cirkel: minder jongeren, betekent minder budget voor bijvoorbeeld scholen, waardoor scholen verdwijnen en gemeenten/wijken minder aantrekkelijk worden voor gezinnen met kinderen. 24 Voorzieningen die jonge gezinnen aantrekken om in een bepaalde stad of wijk te gaan wonen, hebben veelal betrekking op het vergemakkelijken van het dagelijks leven en het bijdragen aan het welzijn van ouders en kinderen. Voor (jonge) gezinnen zijn de grootte van een woning, een kindvriendelijke woonomgeving en stabiliteit en veiligheid belangrijke redenen waarnaar gekeken wordt bij verhuizen25. Een kind- en gezinsvriendelijke omgeving is een open, schone, uitdagende en veilige omgeving. Daarin zijn er genoeg pleintjes, veldjes, speeltoestellen, waar jong en oud zich kunnen vermaken en elkaar kunnen ontmoeten, en speelruimtes of jongerenontmoetingsplekken, waar kinderen en jongeren ongestoord spelen of 'hangen'.

26 Voorzieningen gericht op jeugd dragen bij aan verschillende aspecten van de ontwikkeling van jongeren. Omdat jongeren over relatief veel vrije tijd beschikken, is het voor de gemeente belangrijk om het aanbod van voorzieningen hierop af te stemmen. Het gaat hierbij om vrijetijdsvoorzieningen die jongeren stimuleren om samen te komen, plezier te maken en aandacht voor elkaar te hebben. Naast het bevorderen van contact tussen jongeren met gedeelde interesses, dragen dergelijke initiatieven ook bij aan hun (persoonlijke) ontwikkeling.27 Jongeren (13-24 jaar) geven zelf aan vaak in de stad of in een park af te spreken met vrienden. Plekken die jongeren aanmoedigen om met elkaar af te spreken, maken de stad aantrekkelijk voor jongvolwassenen. Daarnaast zijn sporten, uitgaan en shoppen populaire vrijetijdsbestedingen voor jongeren.28.

Migranten Een toenemend aantal migranten in de wijk en de stad betekent een toenemende vraag naar specifieke winkels en andere voorzieningen gericht op allochtonen; van islamitische scholen tot Poolse delicatessenwinkels. Door de geringere mobiliteit en actieradius van migranten betekent dit tevens een grotere vraag naar en gebruik van vrijetijds- en groenvoorzieningen in de nabije woonomgeving. Dit effect wordt enerzijds versterkt door het toenemende aantal oudere migranten (van de eerste generatie), maar anderzijds gecompenseerd door het gedrag (de grotere mobiliteit en actieradius) van de tweede en derde generatie allochtonen.29 Een verdere verschuiving in de verhouding allochtonen-autochtonen (bijvoorbeeld in de steden of in bepaalde stadswijken) heeft door een verschuiving in de vraag naar verschillende producten 21

beteroud.nl/seniorvriendelijke woonomgeving Ministerie van VRO. Tussen wensen en wonen. Resultaten van het WoonOnderzoek Nederland 2024. Den Haag: Ministerie van VRO, 2025 23 pbl.nl/demografische_ontwikkelingen-2010-2040 24 pbl.nl/demografische_ontwikkelingen-2010-2040 25 Waar Willen Jonge Gezinnen Wonen, PBL 26 Nji.nl/Kind- en gezinsvriendelijke wijken 27 Nji.nl/belang van vrijetijdsvoorzieningen 28 teamalert.nl/jongeren en vrije tijd 29 pbl.nl/demografische_ontwikkelingen-2010-2040 22

Kurtosis

10 en diensten ook consequenties voor het draagvlak van bestaande buurt- en stedelijke voorzieningen, waarnaar de vraag afneemt.30 Naast culturele voorzieningen kunnen migranten (en statushouders) gebaat zijn bij voorzieningen en initiatieven die hun participatie in de samenleving bevorderen. Maatschappelijke begeleiding in de vorm van (taal)lessen kan niet alleen helpen om de nieuwe omgeving beter te begrijpen, maar ook om sociale contacten te leggen en een netwerk op te bouwen. Hierdoor zullen migranten zich meer betrokken voelen bij de samenleving.31, 32

2.3 Inspirerende voorbeelden Gebruik van referentienormen Steeds meer gemeenten stellen referentienormen op om op een consistente manier te kunnen bepalen of en welke voorzieningen nodig zijn voor hun inwoners. Deze normen bieden houvast bij het beoordelen van de benodigde voorzieningen en helpen om doelgericht keuzes te maken en deze te verantwoorden. Daarnaast kunnen referentienormen worden gebruikt om per wijk inzichtelijk te maken wat de behoefte is aan voorzieningen. Op deze manier dragen ze bij aan een effectievere inzet van middelen en een gerichte beleidsontwikkeling. • Bronnen: - Voorzieningenniveau Gezonde Leefomgeving, Referentienormen Den Haag - handreiking_voorzieningen_voor_een_gezonde_leefomgeving.pdf Programmaplan maatschappelijke voorzieningen De gemeente Zwolle heeft een Programmaplan maatschappelijke voorzieningen opgesteld met als doel om de strategische opgaven en de sectorale ambities te vertalen naar het wenselijke voorzieningenaanbod in de wijken en de ruimtevraag in de toekomst. De ambitie is om te komen tot een voorzieningenaanbod dat: • Een antwoord biedt op de toekomstige behoeftes en zich ontwikkelende maatschappelijke opgaves in de wijken. In die zin beoogt het programma een trendbreuk te realiseren, waarbij de maatschappelijke opgave centraal staat, voordat de vertaling naar fysiek plaatsvindt.

• Slimmere en betere huisvestingsoplossingen biedt door multifunctionaliteit, efficiënter ruimtegebruik, flexibiliteit en optimale randvoorwaarden voor inhoudelijke samenhang en samenwerking Om deze ambities te realiseren worden diverse instrumenten ingezet, zoals een afwegingkader, factsheets met onder relevante ontwikkelingen per buurt, een leefstijlenkwadrant en een waaier sociaal domein om de typering van de maatschappelijke opgave per wijk te typeren • Bron: Programmaplan Maatschappelijke Voorzieningen Zwolle Actieve burgerparticipatie (Actieve) burgerparticipatie in beleidsvorming leidt tot diensten die nauwkeuriger aansluiten op lokale wensen. • Digitale participatieplatforms over voorzieningen. De gemeente Utrecht gebruikt het platform ‘Utrecht denkt mee’ om inwoners te betrekken bij vragen over wijkvoorzieningen. Burgers kunnen ideeën aandragen en stemmen op voorstellen voor nieuwe of verbeterde voorzieningen. Inwoners worden betrokken door middel van online enquêtes, polls, ideeënrondes. • Burgerbegroting. Inwoners beslissen zelf over de besteding van (een deel van) het gemeentelijke budget, bijvoorbeeld voor het behoud of verbeteren van lokale voorzieningen. Burgers participeren door middel van buurtbijeenkomsten, pitches en stemrondes. • Bronnen: 30

pbl.nl/demografische_ontwikkelingen-2010-2040 vluchtelingenwerk.nl/maatschappelijke begeleiding 32 movisie.nl/wegwijzer sociaal netwerk 31

Kurtosis

11 -

Burgermacht op eigen kracht? Denk mee over Utrecht Burgerbegroting Waalwijk

Jeugdvriendelijke leefbare buurten In de wijk Liendert in Amersfoort wordt een wijkplan uitgevoerd rondom 9 aandachtspunten met elk hun eigen zogenaamde kernaanpak. Dit heeft tot doel de oorzaken van kansenongelijkheid aan te pakken en te zorgen voor meer samenhang en samenwerking in de buurt. Eén van de kernaanpakken betreft het realiseren van een leefbare omgeving, onder meer door ontmoetingsmogelijkheden voor jongeren te vergroten. • Bronnen: - Wijkplan Kansrijk Liendert | Gemeente Amersfoort - Leefbare omgeving Kansrijk Liendert | Gemeente Amersfoort Bewegen voor jong & oud Een beweegvriendelijke leefomgeving draagt bij aan de mentale en fysieke gezondheid van ouderen. Daarnaast kan een beweegvriendelijke omgeving ontmoeting tussen leeftijdsgroepen bevorderen,. In Nijmegen is een Beweegtuin in de buitenlucht van de wijk Hatert gerealiseerd met beweegtoestellen en oefeningen. Senioren en anderen kunnen zelfstandig, maar ook onder begeleiding van fysiotherapeuten, aan hun lichamelijke gezondheid en conditie werken. De Beweegtuin is openbaar en gratis en is naast beweging ook gericht op ontmoeting. • Bron: Hoe openbare ruimte ouderen zowel kansen biedt als belemmert – Allesoversport.nl) • Andere inspirerende voorbeelden zijn te vinden in: - CROW_Magazine_Beweegvriendelijke_Omgeving-1.pdf - Hoe richt je een beweegvriendelijke omgeving in? – Allesoversport.nl

Kurtosis

12

3. Wonen met ruimte voor leven: verhuisdynamiek, leefbaarheid en woonvoorkeuren 3.1 Inleiding De keuze om te verhuizen – en vooral waarheen – wordt in Nederland vooral bepaald door persoonlijke omstandigheden, voorkeuren en de kwaliteit van de leefomgeving. Mensen verhuizen meestal over korte afstand, binnen hun eigen regio of gemeente. Factoren zoals gezinsvorming, gezondheid en de beleving van leefbaarheid in de buurt spelen daarbij een grotere rol dan werk of studie. Hoogopgeleide jongeren trekken naar de Randstad, maar gezinnen en ouderen kiezen juist vaker voor omliggende regio’s. Tegelijkertijd groeit het besef dat wonen meer is dan alleen een huis: een aantrekkelijke woonomgeving vraagt ook om voorzieningen, bereikbaarheid, veiligheid en gemeenschapszin. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de verhuisbewegingen van verschillende doelgroepen, de relatie tussen leefbaarheid en de factoren die bijdragen aan een aangename woonomgeving. Daarnaast worden inspirerende voorbeelden aangereikt voor het versterken van leefkwaliteit, doorstroming op de woningmarkt en het creëren van betrokken gemeenschappen.

3.2 Ontwikkelingen 3.2.1 Verhuizingen vooral over korte afstand Verhuisafstanden zijn over het algemeen kort: de meeste verhuizingen vinden plaats binnen de gemeente en, voor zover er buiten de gemeente verhuisd wordt, binnen de regio. Het grootste deel van de verhuizers verhuizen binnen dezelfde lokale woningmarkt. Ongeveer driekwart van de verhuizingen vindt binnen een straal van 10 km plaats. Verhuizingen over grotere afstanden (>30 km) komen minder vaak voor. 33, 34 Er is een verschil tussen bevolkingsgroepen naar verhuisafstand en naar het soort regio waarin huishoudens zich vestigen: • Universitair afgestudeerden verhuizen vaker over lange afstand. Er zijn twee duidelijke pieken te herkennen in de binnenlandse migratie bij universitair geschoolden: - Tussen 18 en 20 jaar (transitie naar hoger onderwijs) - Rond de leeftijd van 25 (transitie naar arbeidsmarkt) Bij leeftijdsgenoten zonder universitair diploma was het patroon minder uitgesproken en was er enkel een kleine piek zichtbaar rond de leeftijd van 21, wanneer jongeren uit huis gaan. 35 • Jongeren verhuizen vooral naar de steden en de Randstad, terwijl gezinnen (tussen de 30 en 40 jaar) en 60-plussers juist de Randstad verlaten en zich vestigen in omliggende regio’s (m.n. 60-plussers).

Huishoudens die uit de Randstad wegtrekken, verhuizen vaak naar omliggende regio’s, met name naar de regio’s Lelystad, Alkmaar, Den Bosch en Ede. 36, 37 • Internationale migranten vestigen zich in het algemeen in de grote steden, omdat daar de kans op werk het grootst is. Asielzoekers starten vaak in landelijk gebied, maar verhuizen na het verkrijgen van de asielstatus vaak naar grotere gemeenten. 38 3.2.2 Leefbaarheid woonomgeving speelt een belangrijke rol in verhuiswens 33

Staatscommissie demografische ontwikkelingen 2050. Gematigde groei. Rapport van de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050. Den Haag: 2025 34 pbl.nl/verhuismotieven en verhuisbewegingen 35 cbs.nl/de-invloed-van-opleiding-en-gezinssituatie-op-verhuisgedrag-van-personen 36 Staatscommissie demografische ontwikkelingen 2050. Gematigde groei. Rapport van de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050. Den Haag: 2025 37 Ministerie van VRO. Tussen wensen en wonen. Resultaten van het WoonOnderzoek Nederland 2024. Den Haag: Ministerie van VRO, 2025 38 Staatscommissie demografische ontwikkelingen 2050. Gematigde groei. Rapport van de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050. Den Haag: 2025

Kurtosis

13 Verhuismotieven zijn de afgelopen twee decennia nauwelijks veranderd. Werkgerelateerde verhuizingen doen zich in Nederland maar beperkt voor. Dit komt mede doordat er kleine regionale verschillen zijn (in vergelijking met andere landen).39 Wat betreft werkgerelateerde verhuismotieven speelt ook het thuiswerken dat zijn intrede heeft gedaan tijdens de coronapandemie een beperkte rol. Mensen zijn de sociale contacten dichtbij en hun woonomgeving tijdens de pandemie meer gaan waarderen. Maar als ze toch verhuizen, om andere redenen dan specifiek thuiswerken, dan kan ruimte voor thuiswerken een belangrijke factor zijn.40 In regio’s als Alkmaar hecht al 42% van de woningzoekenden waarde aan een werkkamer.41 De belangrijkste redenen om te verhuizen zijn gelegen in en verandering in de samenstelling van het huishouden of vanwege de wens van woonomgeving of van woning te veranderen, omdat deze niet meer goed aansluit bij de woonbehoefte. Dit leidt met name tot verhuizingen over korte afstanden <10 km). Aan verhuizingen over grotere afstanden (>30 km) liggen vaak wel werk-, studie- of familiegerelateerde motieven ten grondslag.42 Verder neemt de verhuisgeneigdheid toe bij een hogere leeftijd in combinatie met een verslechterende gezondheid. Gezonde ouderen verhuizen in veel mindere mate vanwege de woning of woonomgeving.

Ouderen hebben minder vaak een besliste verhuiswens dan jongere huishoudens.43 In de keuze voor een andere woonomgeving speelt de kwaliteit van de woonomgeving/leefbaarheid een duidelijke rol. Mensen willen vaker verhuizen als ze een lage ervaren leefbaarheid hebben. Mensen verhuizen vaker wanneer zij de ervaren leefbaarheid als laag beoordelen. Dit is het geval bij mensen die de leefbaarheid pas recent als laag ervaren, maar nog sterker bij mensen die de leefbaarheid al langdurig als laag ervaren. Hoe langer de leefbaarheid dus laag is, hoe sterker de verhuiswens. 44 Sterke voorzieningen dragen direct bij aan een hogere leefbaarheid en daarmee aan de vestigingskracht van de stad. Uit onderzoek blijkt dat vier stedelijke voorzieningen een rol spelen 45: • De aanwezigheid van een rijke diversiteit van consumentengoederen en –diensten, zoals winkels, scholen en cultureel aanbod (podiumkunsten, musea; met name hoger opgeleiden); • De esthetische uitstraling en de fysieke locatie van een stad. Hierin speelt cultureel erfgoed een rol; • De aanwezigheid van wat economen goede lokale publieke goederen noemen, zoals veiligheid en openbare ruimte; • Het gemak en de snelheid waarmee men zich in een stad kan bewegen. Het gaat daarbij vooral om de bereikbaarheid van werkgelegenheid en voorzieningen.

‘Quality of life’ speelt vooral een rol in de keuze van woonlocatie bij hoogopgeleiden/kenniswerkers (zowel binnen- als buitenlandse). Universitair geschoolden vestigen zich in belangrijke mate in grote steden in de Randstad. Vanaf het 30e levensjaar echter verhuizen velen naar nabijgelegen voorsteden. Verhuizingen van hoogopgeleiden vanuit de Randstad terug naar de (semi-)periferie blijken (leeftijd 35) relatief schaars te zijn.46 Daarnaast is deze quality of life een belangrijke factor in de vestiging van kennisbedrijven. Bedrijven hebben belang bij het aantrekken van hoogopgeleide werknemers of kenniswerkers, die iets te kiezen hebben en zich bij voorkeur vestigen op plekken waar het leven aangenaam is. Vooral hightechnology bedrijven, die minder aan traditionele kostenfactoren gebonden zijn, geldt dat quality of life een steeds belangrijkere overweging is geworden bij de keuze voor een bedrijfslocatie. 47

39

pbl.nl/verhuismotieven en verhuisbewegingen pbl.nl/gevolgen thuiswerken 41 Ministerie van VRO. Tussen wensen en wonen. Resultaten van het WoonOnderzoek Nederland 2024. Den Haag: Ministerie van VRO, 2025 42 pbl.nl/verhuismotieven en verhuisbewegingen 43 cbs.nl/verhuizingen oudere huishoudens 44 sociaalplanbureaugroningen.nl/verhuisintentie en ervaren leefbaarheid 45 Duijn M van en Rouwendal J. Cultureel erfgoed en het vestigingsgedrag van huishoudens. In: S. van Dommelen en C-J Pen. Cultureel erfgoed op waarde geschat. Economische waardering, verevening en erfgoedbeleid. Den Haag: Platform 31, 2013, pp 45-52 46 cbs.nl/de-invloed-van-opleiding-en-gezinssituatie-op-verhuisgedrag-van-personen 40

47 Luttik J ea. Landschap als blinde vlek. Een verkenning naar de relatie tussen ruimtelijke factoren en het vestigingsgedrag van

buitenlandse bedrijven. Wageningen: WUR 2009

Kurtosis

14 Met het oog op het verlichten van de druk op de overbelaste woningmarkt in de (Rand)stad wordt regelmatig gewezen op de beschikbare ruimte in andere delen van het land. Dit zou tevens kunnen bijdragen aan het behoud van het voorzieningenniveau in meer perifere gebieden. Het is echter de vraag in hoeverre het mogelijk is om daadwerkelijk invloed uit te oefenen op woonvoorkeuren. Huishoudens van 30 jaar en ouder verhuizen relatief weinig, en als zij dat doen, blijven zij doorgaans binnen de eigen regio, in de nabijheid van stedelijke voorzieningen en werkgelegenheid. De effectiviteit van het sturen van woonvoorkeuren is daarmee naar verwachting beperkt.48

3.3 Inspirerende voorbeelden Havenkwartier Deventer De herontwikkeling van het Havenkwartier Den Helder is een (succesvol) voorbeeld van uitnodigingsplanologie.49 Dit heeft geleid tot de ontwikkeling van een levendige stadswijk met behoud van het industrieel karakter en van realisatie van nieuwe woningen, creatieve bedrijvigheid en horeca • Bron: Over het Havenkwartier | Havenkwartier Deventer Leefbaarheidsfonds De provincie Groningen steunt via het Leefbaarheidsfonds initiatieven die bijdragen aan de leefkwaliteit in dorpen en kleine steden, zoals dorpshuizen, sportclubs en culturele evenementen. • Bron: Loket Leefbaarheid Nationaal Programma Groningen | SNN) Marketing Eemsdelta Marketing Eemsdelta houdt zich bezig met de regiopromotie van Eemsdelta, toeristische informatievoorziening, evenementencommunicatie en projecten. De promotie van dit deel van de provincie Groningen moet uiteindelijk bijdragen aan de economische ontwikkeling van de toeristisch recreatieve sector en daarmee aan de werkgelegenheid en de leefbaarheid in het gebied. De stichting Marketing Eemsdelta wordt gefinancierd door Nationaal Programma Groningen (NPG) en gemeente Eemsdelta. • Bron: Marketing eemsdelta - De website van marketingeemsdelta! Knarrenhof Knarrenhof® is de combinatie van de hofjes van vroeger met het gemak van heden. Dit woonconcept is bedoeld voor mensen 19 tot 109 jaar.

In de Knarrenhof worden mensen van 45 jaar en ouder en maximaal twee bewoners jonger dan 45 gehuisvest. Doel is een levendige gemeenschap waar men elkaar kent en helpt. • Bron: Het Knarrenhof Concept - Samen comfortabel wonen - Stichting Knarrenhof) Doorstroming woningmarkt dankzij verhuiscoaches senioren Verhuiscoaches helpen 55-plussers die willen verhuizen van hun ruime sociale huurwoning naar een huurwoning die beter past. Om iedereen in Gelderland van een passende woning te voorzien, is goede doorstroming essentieel. Heel wat 55 plussers in een eengezinswoning (sociale huur, vrije huursector of koop) ervaren nu belemmeringen om te verhuizen, terwijl juist hun doorstroming naar een passende woning lange verhuisketens op gang helpt. Inmiddels is er voor 1.000 senioren een passende woning gevonden. • Bronnen: - Actieplan wonen verhuisverhaal; 21 600 119 Verhuiscoaches actieplan Wonen - Passende woning voor 1.000 senioren dankzij verhuiscoaches)

48 pbl.nl/stuurbaarheid van woonvoorkeuren 49 Bij uitnodigingsplanologie wordt, anders dan in bestemmingsplannen het geval is, niet van te voren limitatief benoemt wat mag en wat niet,

maar wordt juist niets op voorhand uitgesloten. Bij uitnodigingsplanologie bepalen overheden op hoofdlijnen waar ruimtelijk wel of geen veranderingen gewenst zijn met het oog op lange termijn prognoses en te beschermen waarden. Het is planologie waarbij overheden zich uitnodigend en faciliterend opstellen tegenover initiatiefnemers (Bron: SAB | Omgevingswet uitgelicht: uitnodigingsplanologie).

Kurtosis

15 -

Meer inspirerende voorbeelden: Werken aan doorstroming van senioren - Platform31 | Kennis en netwerk voor stad en regio

Dynamiek sociale nieuwbouwbuurten In de gemeente Utrecht zijn lessen getrokken uit de realisatie van de nieuwbouwwijk Leidsche Rijn. Het bouwen van woningen alleen is niet voldoende is om een leefbare en hechte gemeenschap te creëren. Het is belangrijk om bij stedelijke ontwikkeling en woningbouwprojecten meer aandacht te besteden aan de sociale aspecten van buurten. De vier belangrijkste leerpunten zijn: • Bewonersparticipatie • Sociale cohesie • Langetermijnvisie • Samenwerking tussen partijen • Bron: Stenen maken nog geen buurt)

Kurtosis

16

4. Een veranderende beroepsbevolking: kansen en uitdagingen in een krapper wordende arbeidsmarkt 4.1 Inleiding De arbeidsmarkt staat voor een dubbele transitie. Enerzijds verandert de samenstelling van de beroepsbevolking fundamenteel door vergrijzing, ontgroening en toenemende culturele diversiteit. Anderzijds nemen structurele knelpunten zoals arbeidsmarktkrapte, mismatch tussen vraag en aanbod, en on(der)benut arbeidspotentieel toe. De uitstroom van ouderen uit de arbeidsmarkt en de beperkte instroom van jongeren leiden tot grote tekorten in onder meer de zorg, techniek en dienstverlening. Tegelijkertijd blijft de arbeidsmarkttoetreding van verschillende groepen – waaronder jongeren zonder startkwalificatie, deeltijdwerkers en statushouders – achter. In dit hoofdstuk worden deze demografische en structurele ontwikkelingen geschetst en verbonden met maatschappelijke trends als technologisering en de noodzaak tot herwaardering van vakmanschap. Aan de hand van inspirerende praktijkvoorbeelden – van vroegtijdige beroepsoriëntatie tot praktijkleren en versterken inclusief werken – worden oplossingsrichtingen geschetst voor een duurzame, veerkrachtige en toegankelijke arbeidsmarkt.

4.2 Ontwikkelingen 4.2.1 Vergrijzing van en toename van de culturele diversiteit op de arbeidsmarkt Demografische ontwikkelingen bepalen in belangrijke mate de omvang en de samenstelling van de beroepsbevolking. Belangrijke demografische ontwikkelingen in dit kader zijn50: • De leeftijdsopbouw van de bevolking verandert, waardoor het aandeel van de werkzame beroepsbevolking binnen de totale bevolking kleiner wordt. Enerzijds is er sprake van dubbele vergrijzing: het aandeel ouderen in de bevolking neemt toe en ouderen worden gemiddeld steeds ouder. Dit betekent uitstroom uit de werkzame beroepsbevolking, tegelijkertijd betekent dit een groter beroep op werkenden om betaalde arbeid met mantelzorg te combineren. Anderzijds is er sprake van ontgroening (het aandeel jongeren in de bevolking daalt), waardoor de instroom van jongeren onvoldoende is om de uitstroom van ouderen te compenseren. • De ‘natuurlijke’ bevolkingsgroei (geboorte minus sterfte) neemt af. Immigratie is de belangrijkste oorzaak van bevolkingsgroei. De verwachting is dat dit ook in de toekomst het geval zal zijn. Dit betekent dat de culturele diversiteit van de beroepsbevolking zal toenemen. Onder meer politieke beleid maakt deze ontwikkeling onzeker. 4.2.2 Veel on(der)benut arbeidspotentieel Er is sprake van on(der)benut arbeidspotentieel. Dit doet zich voor bij de volgende groepen 51: 1.

Personen zonder betaald werk die recent naar werk hebben gezocht én daarvoor direct beschikbaar zijn (werklozen). 2. Personen zonder betaald werk die recent naar werk hebben gezocht, maar niet direct beschikbaar zijn. Of andersom: personen zonder betaald werk die niet recent hebben gezocht, maar wel direct beschikbaar zijn (semi-werklozen). 3. Personen met betaald werk in deeltijd, die meer uren willen werken en daarvoor direct beschikbaar zijn (onderbenutte deeltijdwerkers). Van bovenstaande groepen is de groep onderbenutte deeltijdwerkers het grootst. Van de totale Nederlandse werkzame beroepsbevolking werkt bijna de helft (47%) in deeltijd (peilmoment k1- 2025). Hiervan

50 51

Kurtosis

werk.nl/demografische ontwikkelingen werk.nl/onbenut arbeidspotentieel

17 zou ongeveer 11% meer willen werken en is daarvoor ook direct beschikbaar. 52 Tegelijkertijd moeten hierbij enkele kanttekeningen worden geplaatst: circa een derde hiervan betreft scholieren en studenten. Wanneer hun inzetbaarheid buiten beschouwing wordt gelaten bedraagt het extra aantal in te zetten fte circa 70.000. 53 Naar opleidingsniveau is de grootste onderbenutting te vinden bij de volgende beroepsgroepen: • Laagopgeleid (geen startkwalificatie): schoonmakers • Middelbaar opgeleid (mbo 2-4, havo/vwo bovenbouw): verzorgenden • Hoogopgeleid (hbo of wo): sociaal werkers, groeps- en woonbegeleiders Belangrijke stimuli om deeltijdwerkers te motiveren meer uren te werken zijn financiële prikkels, vermindering van de werkdruk en passende werktijden. 54 4.2.3 Kwetsbare positie jongeren op de arbeidsmarkt Ten opzichte van 2023 is de instroom van jongeren in de WW (nieuwe uitkeringsgerechtigden) met 13% toegenomen. Jongeren werken in conjunctuurgevoelige sectoren en hebben een minder stabiele positie op de arbeidsmarkt dan werknemers van hogere leeftijd met vaste contracten. Dit komt doordat zij naast hun studie of opleiding werken en daarom vaak flexibele of nul-uren contracten hebben. Minimaal 13% van de jongeren die in Noord-Holland in de WW stromen hebben geen startkwalificatie, dit kan grote impact hebben op het duurzame arbeidsperspectief.

55 Door krapte op de arbeidsmarkt is het makkelijker voor jongeren om vaker te wisselen van baan. Het wisselen van baan heeft meer dan bij oudere generaties werknemers te maken met het feit dat jongeren allerlei mijlpalen, waaronder ouderschap en een vaste baan, uitstellen. Volwassenheid, in de zin van toenemende verantwoordelijkheden, laat steeds langer op zich wachten. Deels door maatschappelijke omstandigheden – zoals de wooncrisis –, deels omdat jongeren minder haast mee hebben. Vrijheid en beperkte verantwoordelijk zijn voor veel jongeren aantrekkelijk. 56 4.2.4 Toenemend tekort aan vakmensen Het aantal mbo-studenten is de afgelopen 5 jaar gedaald met 10%. Dit komt onder andere door een krimp in het voortgezet onderwijs. Ook zijn er minder mbo-gediplomeerden die doorstuderen binnen het mbo. De daling is vooral te zien in de beroepsopleidende leerweg en beroepsbegeleidende leerweg. Tegelijkertijd is het aantal mbo-vacatures met 10% gestegen. In de regio Noord-Holland Noord zal de krapte het sterkst toenemen in de sector Specialistisch vakmanschap; het aantal mbo-vacatures voor deze sector zal stijgen, terwijl de arbeidsmarkttoetreding van mbo-gediplomeerden zal afnemen.57 Het merendeel van de Nederlanders (82%) herkent het tekort aan vakmensen in hun eigen omgeving.

Het tekort aan vakmensen wordt met name gevoeld in de bouw en installatie, de gezondheidszorg, de energievoorziening en de horeca. De verwachting is dat het tekort in de toekomst zal verergeren, aangezien jongeren minder interesse lijken te tonen in praktische beroepen en vaker een voorkeur hebben voor kantoorbanen en opleidingen op hbo- of universitair niveau.58 Praktisch onderwijs wordt minder gewaardeerd dan theoretisch onderwijs. Theoretisch opgeleiden en ouders van havo- en vwo leerlingen lijken minder bekend met mbo-opleidingen en geven vaker de voorkeur voor doorstroom naar havo of hbo. Zij menen dat hbo-opleidingen in beter aanzien staan en betere carrièremogelijkheden biedt. Een groot deel van de vakmensen ervaart dat jongeren moeilijk te enthousiasmeren zijn voor praktische beroepen en vindt dat ze achtergesteld worden in arbeidsvoorwaarden in vergelijking met theoretische beroepen. 59

52

cbs.nl/deeltijdwerkers esb.nu/onbenut arbeidspotentieel 54 esb.nu/onbenut arbeidspotentieel 55 werk.nl/Regioschets basiscijfers jeugd Noord-Holland Noord 56 Youngworks.nl/jongeren op de arbeidsmarkt 57 werk.nl/Regioschets basiscijfers jeugd Noord-Holland Noord 58 weekvanhetvakmanschap.nl 59 weekvanhetvakmanschap.nl 53

Kurtosis

18 4.2.5 Technologisering Onder technologisering vallen de ontwikkeling van robots, automatisering, digitalisering en de ontwikkeling van artificial intelligence (AI) als ook de toepassingen van deze technologieën in het werk. 60 Ten aanzien van AI worden de volgende trends gesignaleerd: • Bestuurders van grote Nederlandse bedrijven verwachten in toenemende mate dat AI banen gaat vervangen. Waar vorig jaar nog slechts 6% dit voorzag, is dat nu 19%. Met name functies in de R&D, klantenservice en IT-afdelingen worden volgens hen getroffen. Ondanks deze zorgen zien bestuurders daarin tegelijk ook een kans voor versnelling van innovatie. 61 • De verwachting is dat in 2030 wereldwijd een derde van alle banen nog mensenwerk betreft, zo blijkt uit een onderzoek van het World Economic Forum. Daarnaast is de verwachting dat ruim één op de vijf banen van vorm zal veranderen. Dit betreft de ontwikkeling van nieuwe banen voor technologiegerelateerde functies (specialisten in big data, AI- en machine learning-experts, en software- en applicatieontwikkelaars) en functies gerelateerd aan de groene transitie (waaronder milieutechnici en ingenieurs in hernieuwbare energie). Tegelijkertijd zullen banen verdwijnen, met de grootste daling onder administratieve en secretariële functies. Netto wordt een banengroei van 9% verwacht.

Tot slot zal naar verwachting een groot deel van de huidige vaardigheden van werknemers tussen 2025 en 2030 verouderd zijn. Dit betekent dat ingezet moet worden op om- en bijscholing om te voorkomen dat werknemers geen of een slechte aansluiting op de arbeidsmarkt hebben. 62

4.3 Inspirerende voorbeelden Versterking maritieme sector Smart Delta Drechtsteden en Dordrecht Inland Seaport zijn voorbeelden van initiatieven waarin door samenwerking en promotie van het maritieme bedrijfsleven het vestigingsklimaat wordt verbeterd en de arbeidsmarkt en het voorzieningenniveau worden versterkt. • De regio Drechtsteden, bestaande uit zeven gemeenten, ondersteunt actief het regionale scheepsbouwcluster dat is gegroeid rond de kruising van belangrijke waterwegen. Specifiek richt Smart Delta Drechtsteden zich op de versterking van de maritieme maakindustrie (scheepsbouw en -onderhoud, vervaardiging van staal- en aluminiumconstructie en hightech toepassingen, inclusief kennisaanbod. • Smart Delta Drechtsteden is een initiatief van de uitvoeringsorganisatie ‘Deal Drechtsteden’. Deze organisatie is verantwoordelijk voor de promotie, acquisitie en verbetering van het vestigingsklimaat voor de maritieme bedrijven in de regio Drechtsteden. Dit doet de organisatie door bedrijven te helpen bij het vinden van een ideale locatie, het stimuleren van innovatie en leggen van verbindingen tussen maritieme bedrijven. • Een ander voorbeeld betreft de ontwikkelingen rondom Dordrecht Inland Seaport. De gemeente Dordrecht en Havenbedrijf Rotterdam werken samen om woningbouw in Maasterras te combineren met groei van de zeehaven.

Met slimme ruimtelijke oplossingen, duurzame logistiek en overgangszones wil de stad een balans vinden tussen leefbaarheid en economische kracht. Ondanks uitdagingen zoals de havenspoorlijn blijft de ambitie overeind: een toekomstbestendige stad waar wonen en werken samenkomen. • Bronnen: - Smart Delta Drechtsteden cherishes maritime industry | SWZ - Dordrecht zoekt balans tussen havenuitbreiding en woningbouw - Deal Drechtsteden - Dordrecht Inland Seaport | Port of Rotterdam - Dordrecht versnelt gebiedsontwikkeling met programma van eisen – DMI-ecosysteem

60

Roeters A ea. De veranderende wereld van werk. Een verkenning van de kwaliteit van werk in de toekomst. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau, 2021 61 nieuws.ing.nl 62 UvA.nl

Kurtosis

19 Beroepsoriëntatie in het basisonderwijs/onderbouw voortgezet onderwijs Om jongeren te interesseren voor een technische of technologische opleiding en daarmee de kans te vergroten dat ze later kiezen voor beroep in de techniek of de technologie, is het belangrijk om leerlingen al op jonge leeftijd kennis te laten maken met beroepen in deze sectoren. Uit onderzoek zou namelijk blijken dat leerlingen tussen de 7 en 14 jaar al kiezen binnen welk gebied hun toekomstige carrièremogelijkheden liggen. Op een jonge leeftijd technologie/techniek ervaren en beleven heeft dus impact. Initiatieven die zich hierop richten zijn: • Techniek Tastbaar: dit is een doe- en beleef-event in de techniek voor jongeren in de leeftijd van 1014 jaar en hun ouders. Bij ieder event worden circa 25 regionale technische MKB-bedrijven geacquireerd die elk een leuke en interessante doe-activiteit bedenken die te maken heeft met hun specifieke bedrijfsactiviteit. Door echt zelf met deze activiteit aan de slag te gaan kunnen leerlingen en ouders ervaren wat techniek is en door de informatie die de bedrijven daarover geven leren de leerlingen en hun ouders over de vele toepassingen van techniek. In 2024 is specifiek voor de maritieme sector een event georganiseerd in Harlingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.denhelder.nl/api/v1/meetings/2265/documents/25841