CConstaterende datDen Helder
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport RKC quick-scan Duurzaamheidsbeleid gemeente Den Helder (Def).pdf

Raadscommissie Stadsontwikkeling en Beheer 1 september 2021, gemeente Den HelderBij agendapunt: 4: Voorstel met betrekking tot het Rekenkamerrapport Quick-Scan Duurzaamheidsbeleid13.920 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Samenwerking tussen de gemeente en stakeholders op specifieke duurzaamheidsgebied vindt daardoor plaats op min of meer regelmatige basis, maar meestal ook vrij ad hoc. Onder andere door het ontbreken van sturing vanuit het college en tijdgebrek bij ambtenaren valt het overleg met de stakeholders regelmatig stil. Samenwerking op specifieke beleidsdossiers Op verschillende beleidsdossiers en deelonderwerpen vindt er overleg plaats tussen de stakeholders en de gemeente. We noemen enkele voorbeelden: o

De gemeente werkt samen met de stakeholders op het gebied van de Regionale EnergieStrategie (RES) en Transitievisie Warmte (TVW). Over de RES was voor de zomer van 2020 heel veel contact tussen gemeente en stakeholders. Daarna is dat stilgevallen.

o

De Port of Den Helder krijgt ondersteuning vanuit de gemeente bij de waterstof-ontwikkelingen richting het Rijk (onder andere lobby). De haven is betrokken bij de ontwikkeling van een blauwe waterstoffabriek en vervult een rol bij windenergie op zee die in Den Helder aanlandt en op het gebied van maintenance windparken op zee.

o

Ook werken partijen samen op het gebied van het warmtenet. Daar is bijvoorbeeld naast HVC ook de marine bij betrokken. Voor de ontwikkeling van een duurzaam warmtenet in de gemeente was een duidelijke overlegstructuur opgezet met alle relevante stakeholders, maar de gemeente heeft naar aanleiding van een motie (M6.11 van 30 juni 2020) van de gemeenteraad bepaald uit dit overleg te treden. Den Helder kiest ervoor om ‘Den Helder als dé waterstofstad van Nederland te beschouwen en dit als kenmerk in de stadspromotie onder te brengen.

o

Richting inwoners zijn de Helderse Vallei en energie-coöperatie De eendracht belangrijke partners van de gemeente.

o

De woonvisie van de gemeente Den Helder is gemaakt met de hulp van betrokken partijen zoals woningcorporaties, zorginstellingen, zorgaanbieders, huurdersorganisaties en bewoners.

o

Met de Woonvisie als kader heeft de gemeente met de woningcorporaties prestatieafspraken gemaakt. Onderdeel van deze prestatieafspraken is het toewerken naar een woningvoorraad van woningcorporaties die in 2040 100% energie-neutraal is. Prestatieafspraken zijn gemaakt, maar

| Nota van bevindingen onderzoek duurzaamheid Den Helder

21

volgens betrokkenen eigenlijk overbodig omdat er vanuit Woningstichting een sterke motivatie is om te verduurzamen. Nog geen vaste samenwerkingsstructuur De samenwerking tussen gemeente en stakeholders vindt plaats op specifieke beleidsdossiers. Een vaste samenwerkingsstructuur voor verduurzaming is er niet. Voor de energietransitie is wel een poging gedaan om een vaste samenwerkingsstructuur op te zetten in de vorm van een Helders lokaal energie-akkoord dat door gemeente en betrokken stakeholders is opgesteld. Elke stakeholder is daarvoor gevraagd aan te geven wat de bijdrage is in de energietransitie van Den Helder. Een samenwerkingsstructuur was onderdeel van dat energie-akkoord. In raadsinformatiebrief RI18.0081 (2018) wordt aangekondigd dat het energieakkoord eind 2018 wordt gesloten. Ook op de website van de gemeente wordt het akkoord aangekondigd: ‘In 2020 wordt dit akkoord gepresenteerd aan de gemeenteraad van Den Helder. Vervolgens komt er een plan voor uitvoering.’5 Het energie-akkoord is momenteel door de gemeente ‘on hold’ gezet. Bedrijven en organisaties willen er wel mee verder, maar de positie van de gemeente is – op aandringen vanuit de raad – gewijzigd. De gemeente neemt een meer passieve rol aan in de warmtetransitie en verlegt de focus naar waterstof. Er vinden geen bijeenkomsten meer plaats in het kader van het energieakkoord.

Wel loopt het overleg tussen gemeente en stakeholders door op specifieke beleidsdossiers. Het college hecht groot belang aan goede samenwerking met stakeholders, maar ziet momenteel geen noodzaak om daarover een akkoord te sluiten. Stakeholders geven juist aan behoefte te hebben aan borging van de samenwerking op duurzaamheid, die breder zou moeten zijn dan het thema energietransitie. De huidige status van het energie-akkoord is niet bij alle betrokkenen bekend. Gemotiveerde stakeholders De stakeholders zijn gemotiveerd om mee te werken aan de verdere verduurzaming van Den Helder. Daarvoor is het gewenst dat de samenwerking beter wordt geborgd. Die samenwerking tussen gemeente en stakeholders is echt nodig om resultaat te boeken; de beïnvloedingsmogelijkheden en invloed van de gemeente is immers beperkt.

5.2 Communicatie en participatie Sinds 2019 is er communicatie-ondersteuning voor het programma Energieneutraal. De communicatie-inspanningen zijn er op gericht om bewoners en bedrijven te informeren, inspireren en te verleiden zelf aan de slag te gaan. Een terugkerende slogan die de gemeente Den Helder daarbij hanteert is ‘Zo maken we Den Helder stap-voor-stap duurzaam’ of ‘Zo maken we samen Den Helder stap-voor-stap duurzaam.’ Het uitgangspunt daarbij is dat particulieren zelf verantwoordelijk zijn voor de verduurzaming van hun woning. De gemeente wil daarbij een stimulerende en faciliterende rol spelen. Het programma energieneutraal treedt zo steeds meer naar buiten met persberichten, (bewoners-) brieven, artikelen in Stadsnieuws en op de website denhelder.nl of korte berichten op sociale media als Facebook en Twitter. De toegenomen communicatie wordt opgemerkt en positief gewaardeerd.

5

https://www.denhelder.nl/inwoner/product/den-helder-duurzaam

| Nota van bevindingen onderzoek duurzaamheid Den Helder

22

Daarnaast neemt de gemeente deel aan de Nationale Duurzame Huizen Route, ondersteunt de gemeente bij de uitvoering van de Woonlening en vinden er collectieve inkoopacties plaats. De informatieavonden over zonnepanelen die zijn georganiseerd, zijn goed bezocht. Bij het opstellen van de Transitievisie Warmte (TVW) wordt gesproken met (een kleine groep) actieve bewoners in twee wijken. Er leven vragen over hoge kosten van de warmtetransitie. Via het CitizenLab zal de TVW ook aan de inwoners worden uitgelegd. Ook staat er nog een enquête op de planning om te kijken aan welke info bewoners behoefte hebben. Tenslotte vindt er samenwerking plaats met bedrijventerreinen. Tijdens de interviews voor dit onderzoek is de verwachting uitgesproken dat een duidelijke routekaart en een actieve rol van de gemeente de bewonerscommunicatie zouden vergemakkelijken. Inwoners zijn verschillend, de een wil graag meedenken met visievorming, de ander wil praktische dingen doen. Sommigen willen iets met energie en anderen weer met groen. En er zijn mensen die een specifiek belang hebben van waaruit zij voor of tegen een beleidsvoornemen zijn. Het is van belang dat deelname van de samenleving geen ’participatie om de participatie is’ maar dat de deelname concreet is. Bewoners zijn veelal te druk om overal over mee te praten (en willen dat meestal ook niet).

Ook voor andere duurzaamheidsthema’s zoekt de gemeente Den Helder samenwerking met inwoners. Een voorbeeld daarvan is de adoptie van afvalbakken door bewoners.6 Een succesvol voorbeeld van samenwerking tussen inwoners en gemeente bij verduurzaming van de leefomgeving is het project Thuisduinen 2050. Het project is erop gericht om uitvoering te geven aan de omgevingsvisie die inwoners van Huisduinen enkele jaren geleden met de gemeente Den Helder hebben vastgesteld. Met Thuisduinen 2050 wil het dorp zelfvoorzienend en volledig duurzaam worden. Samen met studenten van InHolland, bedrijven en inwoners worden plannen ontwikkeld om die ambitie te realiseren. De wijze van aanpak is succesvol gebleken en de gemeente Den Helder wil de ‘Thuisduinen 2050-methodiek’ ook op andere plekken in Den Helder in gaan zetten.

6

https://denhelderactueel.nl/2020/01/bewoners-hebben-al-89-afvalbakken-geadopteerd/

| Nota van bevindingen onderzoek duurzaamheid Den Helder

23

Bijlage 1. Onderzoeksverantwoording B1.1 Geraadpleegde documenten Gedurende het onderzoek is gebruik gemaakt van de volgende bronnen: Beleidsdocumenten gemeente Den Helder o

Kadernota duurzaam en klimaatbestendig Den Helder (2015)

o

Duurzaamheidsagenda 2017-2020

o

Actieplan Energieneutraal (2018)

o

CO2-beleidsplan 2019-2022

o

Woonvisie Den Helder 2016-2020

o

Nota zonneparken

o

Ruimte voor Water. Beheerplan Riolering 2018-2022

o

Nota Inkoopbeleid gemeente Den Helder 2015

o

Mid term review Energie neutraal

o

Fietsvisie: Den Helder Fietsstad (2020)

Raadsinformatiebrieven o

Raadsinformatiebrief RI18.0081 (2018)

o

Raadsinformatiebrief Nr. RI19.0044 (2019): jaarrapportage afval 2018 gemeente Den Helder

o

Raadsinformatiebrief 2019-034399

o

motie M6.11

Artikelen o

Roadmap voor aardgasvrije én circulaire leefomgeving

Duurzaamheidsindices o

Nationale monitor duurzame gemeenten (rapport 2019)

o

Klimaatmonitor

o

gemeentelijke DuurzaamheidsIndex 2019 (www.gdi.databank.nl)

o

Afvalmonitor

Voor dit onderzoek hebben we gebruik gemaakt van de gegevens over energieverbruik en opwek uit de Klimaatmonitor van Rijskswaterstaat. De gegevens in de Klimaatmonitor wijken iets af van de gegevens waarmee de gemeente zelf rekent in het Actieplan enegieneutraal 2018.

B1.2 Interviews Voor dit onderzoek zijn de volgende interviews afgenomen: o Interview met Anita in ’t Veld (programmamanager energieneutraal gemeente Den Helder) o

Groepsinterview met betrokken ambtenaren: Jeanine Schaart (communicatieadviseur duurzaamheid en omgevingswet), Bart Wijnands (adviseur energieneutraal gemeente Den Helder), Arja de Waal (projectleider concept-TVW), Ingmar Zwier (programmamanager invoering Omgevingswet)

| Nota van bevindingen onderzoek duurzaamheid Den Helder

24

o

Tweede groepsinterview met betrokken ambtenaren: Willem Stam (strategisch adviseur) en Floortje Mossou (adviseur Team Omgeving)

o

Interview gemeenteraadsleden: Frans Klut (D66)

o

Interview portefeuillehouder Remco Duijnker

o

Tweede interview gemeenteraadsleden: Kees Bazen (CDA), Sylvia Hamerslag (Behoorlijk Bestuur voor Den Helder & Julianadorp), Marije Boessenkool (GroenLinks), Pieter Blank (PvdA), Frans Klut (D66), Edwin Dasbach (VVD)

o

Interview met stakeholders: Andrea Van Santen (Port of Den Helder), Katelijne van Spronsen (De Helderse Vallei), Cees Wagemaker (HVC Group), Herman Verhagen (HVC Group)

B1.3 Normenkader rekenkameronderzoek duurzaamheid Den Helder en Texel Inleiding Dit normenkader wordt gehanteerd in de rekenkameronderzoeken naar duurzaamheid voor de gemeenten Den Helder en Texel. Door het gebruik van een normenkader zijn conclusies uit bevindingen door iedereen te trekken en is interpretatie niet afhankelijk van de onderzoekers. Het normenkader sluit aan op de onderzoeksvragen. Er is weergegeven aan welk criterium getoetst wordt. Er is aangegeven op grond van welke indicatoren we een resultaat constateren. In de bureaustudie en de interviews worden vragen gesteld waarmee wordt achterhaald of aan de criteria voldaan is. Het antwoord kan een volmondig ‘ja’ of ‘nee’ zijn, of het antwoord ligt in het midden. In dat geval geven we aan in hoeverre er aan de norm voldaan wordt en/of op welke onderdelen er niet voldaan wordt. In de nota van bevindingen geven wij dit met de kleuren van een stoplicht weer: de situatie voldoet niet aan de norm (onvoldoende) de situatie voldoet deels aan de norm (redelijk) de situatie voldoet aan de norm (goed)

Hoofdvraag: Hoe succesvol is het duurzaamheidsbeleid van de gemeenten Den Helder en Texel? Hoe is de uitvoering van het duurzaamheidsbeleid in de gemeenten Den Helder en Texel inhoudelijk vormgegeven en is deze uitvoering effectief? Onder het duurzaamheidsbeleid verstaan we de thema’s van de ‘Big 5’: o

Energietransitie

o

Klimaatadaptatie

o

Circulaire economie

o

Biodiversiteit

o

Duurzame mobiliteit

Bij deze hoofdvraag passen de onderstaande deelvragen.

| Nota van bevindingen onderzoek duurzaamheid Den Helder

25

Deelvraag 1 (kaders): Hoe is het duurzaamheidsbeleid inhoudelijk en procesmatig vormgegeven? Zijn de uitgangspunten en jaarlijkse bijstellingen voldoende concreet geformuleerd? Norm

onvoldoende

redelijk

goed

1.1

De gemeente beschikt over heldere doelen en ambities voor het duurzaamheidsbeleid

Er zijn geen doelen geformuleerd of de doelen zijn niet SMART.

Voor een deel van de thema’s zijn SMART doelen geformuleerd

Voor alle 5 de thema’s zijn SMART doelen geformuleerd.

1.2

Het beleid sluit aan bij landelijke en regionale doelstellingen

nee

deels

per thema is de link gelegd met landelijke en regionale kaders.

1.3

De organisatie en de uitvoeringsstructuur zijn helder vastgelegd.

nee

deels

ja

1.4

Het duurzaamheidsbeleid is voldoende geborgd binnen de ambtelijke organisatie o Ambtelijke apparaat (binnen de relevante beleidsvelden) heeft kennis van het duurzaamheidsbeleid en handelt in overeenstemming daarmee o Er is voldoende capaciteit om het duurzaamheidsbeleid tot uitvoering te brengen. o Er is voldoende budget om het duurzaamheidsbeleid uit te voeren.

Geen of slechts 1 van de deelvragen kan met ja beantwoord worden

Twee van de deelvragen kunnen met ja beantwoord worden

Alle drie de deelvragen kunnen met ja beantwoord worden

1.5

Binnen de 5 duurzaamheidsthema’s neemt de gemeente concrete maatregelen.

Nee

Ja, voor meerdere thema’s

Ja, voor alle thema’s

1.6

De raad heeft gebruik gemaakt van de mogelijkheid om op hoofdlijnen de kaders van het duurzaamheidsbeleid te bepalen.

nee

deels

ja

Beantwoording van deze deelvraag Deze deelvraag wordt beantwoord aan de hand van een bureaustudie van (beleids)documenten en tijdens interviews met: o

Ambtelijk aanspreekpunt duurzaamheid

o

Gemeenteraadsleden of wethouder

o

groepsinterview beleidsmedewerkers duurzaamheid en overig (met raakvlakken met klimaat, energie, mobiliteit, biodiversiteit, circulaire economie, inkoop)

Deelvraag 2 (inhoudelijke resultaten): Wat is de stand van zaken van het beleid? Waar staat de gemeente met betrekking tot de realisatie van doelen en ambities? Norm

onvoldoende

redelijk

goed

2.1

De gemeente is op weg om de ambities waar te maken of heeft al doelstellingen behaald. o Op basis van landelijke benchmarks

De gemeente scoort volgens de benchmarks onder het landelijk gemiddelde.

De gemeente scoort volgens de benchmarks conform het landelijk gemiddelde.

Volgens de benchmarks en op basis van info uit de gemeentelijke organisatie ligt de gemeente op koers om doelstellingen te bereiken.

2.2

De gemeente is op weg om de eigen ambities zoals vastgelegd in vastgesteld beleid waar te maken of heeft al doelstellingen behaald. o Op basis van landelijke benchmarks en op basis van al uitgevoerde (recente) evaluaties en bij de gemeente bekende feiten en cijfers

Geen van de gestelde doelen

Sommige van de gestelde doelen

Alle gestelde doelen

2.3

De gemeente bereikt het gewenste effect.

Vrijwel niet

Beperkt effect

Significant effect

2.4

De opgaven voor de komende tijd zijn in beeld

nee

Ja, voor enkele thema’s

Ja, voor alle thema’s

Beantwoording van deze deelvraag Deze deelvraag wordt beantwoord aan de hand van een bureaustudie op basis van landelijke duuraamheidsindices en tijdens interviews met: o

Ambtelijk aanspreekpunt duurzaamheid

o

Gemeenteraadsleden of wethouder

o

groepsinterview beleidsmedewerkers duurzaamheid en overig (met raakvlakken met klimaat, energie, mobiliteit, biodiversiteit, circulaire economie, inkoop)

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Den Helder

27

Deelvraag 3 (monitoring): Kent het beleid op onderdelen een model of modellen van monitoring en is dat effectief? Norm

onvoldoende

redelijk

goed

3.1

Voor alle 5 de thema’s hanteert de gemeente monitoringsinstrumenten en modellen o Wat wordt gemonitord, op welk niveau, hoe vaak, en door wie?

Er zijn geen monitoringsinstrumenten en geen -afspraken met de raad

Voor meerdere thema’s is een monitoringsinstrument en monitoringsafspraken met de raad.

Ja, voor alle thema’s zijn monitoringsinstrumenten en monitoringsafspraken met de raad

3.2

Het college en de gemeenteraad worden geïnformeerd over de voortgang van de uitvoering van de beleidsdoelstellingen.

Er wordt niet of nauwelijks geïnformeerd

Er wordt geïnformeerd, maar niet volgens de afgesproken frequentie of volgens het afgesproken format

Er op het juiste niveau gemonitord, door de juiste personen en volgens de afgesproken frequentie

3.3

De raad is in de gelegenheid gesteld om de resultaten van het uitgevoerde beleid tussentijds te controleren en de doelen/budget bij te stellen.

Nee

soms

Ja

3.4

De raad heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid om het beleid tussentijds bij te stellen (doelen/budget).

Geen gebruik gemaakt van gelegenheid

Soms gebruik van gemaakt, voor enkele thema’s

Wel gebruik gemaakt van gelegenheid, voor meerdere thema’s

Beantwoording van deze deelvraag Deze deelvraag wordt beantwoord aan de hand van een bureaustudie van beleidsdocumenten en raadsbrieven en tijdens interviews met: o

Ambtelijk aanspreekpunt duurzaamheid

o

Gemeenteraadsleden of wethouder

o

groepsinterview beleidsmedewerkers duurzaamheid en overig (met raakvlakken met klimaat, energie, mobiliteit, biodiversiteit, circulaire economie, inkoop)

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Den Helder

28

Deelvraag 4 (samenwerking)*: Hoe verloopt de samenwerking tussen gemeente en stakeholders in de gemeente? Norm

onvoldoende

redelijk

goed

4.1

De gemeente werkt waar mogelijk samen met externe partners** die actief zijn om duurzaamheid te realiseren. (als eigen doel of als onderdeel van hun bedrijfsvoering)

nee

soms

altijd

4.2

Bij het opstellen van het beleid zijn stakeholders betrokken geweest

nee

Ja, voor sommige thema’s

Ja, voor alle thema’s

4.3

De gemeente faciliteert waar mogelijk externe partners* die actief zijn om duurzaamheid te realiseren.

nee

soms

Ja

4.4

Er zijn concrete afspraken (doelstellingen en/of maatregelen) vastgelegd met externe partners* op het vlak van duurzaamheid.

nee

Soms, met enkele partijen

Ja

4.5

Er is een overlegstructuur met externe partners, zowel generiek als specifiek voor overeengekomen afspraken.

De structuur bestaat niet of functioneert in de praktijk niet

De structuur bestaat en functioneert

De structuur bestaat en functioneert en deelnemers hebben het gevoel dat het meerwaarde heeft.

4.6

De gemeente houdt zich aan de gemaakte afspraken en doelstellingen

nee

soms

ja

*

Alleen van toepassing op Den Helder.

** Onder externe partners wordt verstaan bewoners(groepen), bedrijven, instellingen (bijv. scholen) en [maatschappelijke] organisaties (bijv. sportverenigingen) waarmee de gemeente samenwerkt of mogelijk kan samenwerken. Beantwoording van deze deelvraag Deze deelvraag wordt beantwoord aan de hand van een bureaustudie van beleidsdocumenten en raadsbrieven en tijdens interviews met: o

Ambtelijk aanspreekpunt duurzaamheid

o

Gemeenteraadsleden of wethouder

o

Groepsinterview beleidsmedewerkers duurzaamheid en overig (met raakvlakken met klimaat, energie, mobiliteit, biodiversiteit, circulaire economie, inkoop)

o

Groepsinterview met externe partners

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Den Helder

29

Bijlage 2. Landelijke en regionale kaders Voor de vijf onderzochte duurzaamheidsthema’s (Big Five) in dit onderzoek zijn de kaders en doelstellingen grotendeels op (inter)nationaal of provinciaal niveau bepaald. In deze bijlage zijn kort een aantal voor gemeentelijk duurzaamheidsbeleid relevante beleidskaders genoemd.

B2.1(Inter)nationale kaders Energietransitie In 2015 is in het internationaal Klimaatakkoord Parijs afgesproken de opwarming van de aarde te beperken tot maximaal 2 graden ten opzichte van het pre-industriële niveau, met het streven een maximale temperatuurstijging van anderhalve graad. In onder andere het Energieakkoord (2013), de Klimaatwet (2019) het Klimaatakkoord (2019) wordt de Nederlandse ambitie – energieneutraal en aardgasloos in 2050 – verder uitgewerkt. Het Nederlands Klimaatakkoord is de invulling van de Klimaatwet en is een vervolg op het Energieakkoord dat in 2020 afloopt. Inzetten op enerzijds energiebesparing en anderzijds opwekking van duurzame energie gaan daarbij hand in hand. Belangrijke landelijke ambities zijn: o

2050: Energieneutraal en aardgasloos

o

2050: 95% minder broeikasgassen in 2050 dan in 1990

o

2030: 49% minder broeikasgassen dan in 1990

o

1,5% energiebesparing per jaar

o

14 % hernieuwbare energie 2020 en 16% in 2023

Klimaatadaptatie Ook al gaat het ons lukken de opwarming van de aarde tot een maximum van 2 graden te beperken, dan nog zullen we ons moeten voorbereiden op de gevolgen van een onvermijdelijke klimaatverandering (zoals wateroverlast, hittestress, droogte en de gevolgen van overstromingen). In het Nationaal Deltaprogramma 2015 zijn de nationale Deltabeslissingen opgenomen: o

in 2050 is Nederland zo klimaatbestendig als mogelijk ingericht.

o

In de deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie is vastgelegd dat 'klimaatbestendig en waterrobuust inrichten uiterlijk in 2020 onderdeel is van het beleid en handelen’ van overheden.

De implementatie van deze plannen zijn nadrukkelijk een gezamenlijke verantwoordelijkheid van Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten. In het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie is het tijdpad opgenomen: uiterlijk in 2019 moesten de kwetsbaarheden in beeld gebracht zijn via een stresstest. Aansluitend wordt een risicodialoog gevoerd met stakeholders om te komen tot een uitvoerings- en investeringsagenda. Deze moet uiterlijk in 2020 klaar zijn. Circulaire Economie Het streven naar een circulaire economie draagt bij aan de bescherming van natuurlijke hulpbronnen en het beperken van klimaatverandering. In een circulaire economie worden producten en grondstoffen na gebruik weer ingezet om nieuwe waarden te genereren. Op landelijk niveau zijn ambities gesteld in o.a. het Rijksbrede programma Circulaire Economie en het Grondstoffenakkoord. Concreet zijn de doelstellingen:

o

2050 Nederland volledig circulair in 2050 en in 2030 50% minder gebruik van primaire grondstoffen

o

2020: 75% bronscheiding van het huishoudelijk afval en maximaal 100 kg restafval per inwoner per jaar. (Inzameling van bedrijfsafval is geen gemeentelijke verantwoordelijkheid. Vereisten daarvoor zijn opgenomen in de Wet Milieubeheer.)

o

2025: maximaal 30 kg restafval per inwoner per jaar in 2025. Afvalscheiding moet uiteindelijk richting de 100%.

o

Duurzaam inkopen door overheden

Biodiversiteit De Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn vormen het Europese kader voor bescherming van biodiversiteit in de Europese Unie. Ze vereisen dat EU-lidstaten bepaalde handelingen die schadelijk zijn voor vogels en andere aangewezen dier- en plantensoorten verbieden. De Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn schrijven voor dat lidstaten beschermingszones aanwijzen ten behoeve van het Europese Natura 2000netwerk, het netwerk van beschermde natuurgebieden dat moet zorgen voor de bescherming van de biodiversiteit in de EU. Nederland heeft de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn geïmplementeerd in de wetgeving. In Nederland is sinds 1 januari 2017 is de nieuwe Wet Natuurbescherming in werking getreden. Die verplicht iedereen zorg te dragen voor alle (inheemse) planten en dieren in Nederland. In (naar verwachting) 2021 gaat de Wet natuurbescherming op in de Omgevingswet. Daarmee biedt de Omgevingswet straks mogelijkheden om regels te stellen en maatregelen te treffen voor de bescherming van de natuur. De Wet milieubeheer (Wm) is de belangrijkste milieuwet en bepaalt welk wettelijk gereedschap kan worden ingezet om het milieu te beschermen. Nog niet alle milieuwetten zijn in de Wet milieubeheer ondergebracht. De belangrijkste 'losse' wetten zijn: de Wet Geluidhinder, de Waterwet, de Wet bodembescherming en de Meststoffenwet.

Deze wetten zullen net zoals de Wet natuurbescherming en de Wet milieubeheer opgenomen worden in de Omgevingswet. In de natuurambitie ‘Nederland Natuurpositief’ (2019) beschrijft het kabinet in grote lijnen het natuurbeleid voor de komende jaren, tot 2025. Een belangrijke omslag in het denken daarin is: natuur hoort midden in de samenleving thuis en niet enkel in beschermde natuurgebieden. Daarnaast wordt de ambitie uitgesproken om natuurbeleid te verbinden met andere grote maatschappelijke opgaven van dit moment. Denk bijvoorbeeld aan kringlooplandbouw, energietransitie, uitbreiding van woongebieden, ontwikkeling van infrastructuur en minder uitstoot van stikstof. Duurzame mobiliteit Gemeenten hebben te maken met verschillende duurzaamheidsaspecten van mobiliteit. Denk bijvoorbeeld aan het stimuleren van (duurzaam) elektrisch vervoer, het stimuleren van fietsgebruik en het verduurzamen van mobiliteitsgedrag (makkelijk switchen tussen modaliteiten, reistijden, zuinige rijstijl, minder reizen, etc). In het Klimaatakkoord zijn voor het thema mobiliteit de volgende voor gemeenten relevante afspraken gemaakt: o

Duurzame inkoop eigen wagenpark (lichte voertuigen emissieloos in 2030, zware voertuigen zoveel mogelijk emissieloos in 2030)

o

Duurzame inkoop doelgroepenvervoer (zoveel mogelijk emissieloos in 2025, uiterlijk in 2030 zonder emissies)

o

emissieloos vervoer uiterlijk in 2030 als voorwaarde bij inkoop van opdrachten

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Den Helder

31

Daarnaast zijn in de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL) afspraken gemaakt over de uitrol van publieke laadinfrastructuur, waarvoor gemeenten in 2020 plaatsingsbeleid moeten hebben vastgesteld.

B2.2 Regionale kaders In 2050 wil de provincie Noord-Holland klimaatneutraal en circulair zijn. Energie Ook bij de Provincie Noord-Holland staat Energietransitie hoog op de beleidsagenda en wordt hier via verschillende lijnen aan gewerkt. Het beleid van de provincie is gericht op energiebesparing, meer energie duurzaam opwekken en het beter benutten van restwarmte van bedrijven. Voor het opstellen van de Regionale Energiestrategie (RES) valt de Den Helder binnen de RES-regio Noord-Holland Noord. Deelregio Kop van Noord-Holland bestaat uit gemeenten Den Helder, Hollands Kroon, Schagen en Texel. Klimaatadaptatie De provincie heeft de nationale doelstelling om in 2050 klimaatbestendig te zijn overgenomen. Circulaire economie o

Het beleid voor circulaire economie is vastgelegd in de Actieagenda Circulaire Economie 20172020 (vastgesteld in 2017). Voor de periode 2021-2025 wordt een nieuwe actieagenda opgesteld, die de actieagenda 2017-2020 vervangt. Noord-Holland heeft de nationale doelstellingen voor circulaire economie overgenomen.

Biodiversiteit o

Programma Natuurontwikkeling 2020-2024 van de provincie Noord-Holland

Duurzame mobiliteit o

Perspectief Fiets (Provincie Noord-Holland) en Actieprogramma Fiets 2019-2021

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Den Helder

32

Bijlage 3. Lokaal Duurzaamheidsbeleid Energietransitie De gemeenteraad van Den Helder heeft de ambitie voor de energietransitie bepaald in een in juli 2016 aangenomen motie: vóór 2040 wil Den Helder een 100% energieneutrale gemeente zijn. Vervolgens is een duurzaamheidsagenda opgesteld voor de periode 2017-2020, die in 2017 door de raad is vastgesteld en dient als handvat voor het doel van 100% energieneutraal in 2040. In de duurzaamheidsagenda is toegelicht wat bedoeld wordt met energieneutraal: ‘Energieneutraal houdt in dat de energie die gebruikt word binnen de gemeente hernieuwbaar opgewekt wordt binnen de gemeentegrens, in samenwerking met andere gemeenten of uit eigendom van de gemeente. Verder is er bij voorkeur geen gebruik van fossiele brandstoffen omdat deze niet hernieuwbaar zijn en een hoge CO2-uitstoot hebben. Daarnaast is de gemeente circulair op het gebied van biomassastromen.’ In de duurzaamheidsagenda 2017-2020 zijn de volgende sub- en tussendoelen opgenomen: o

Energiebesparing van 2% per jaar bevorderen. (nationale doel: 1,5% besparing per jaar)

o

14% energieneutraal in 2020 door duurzame energieproductie te verhogen. ‘Dit betekent 349 TJ besparen en 497 TJ hernieuwbaar opwekken in 2020.’ Het kan hierbij gaan om wind- of zonneenergie maar ook om energie uit biomassa’

o

16% energieneutraal in 2023

o

50% energieneutraal in 2030

o

100% energieneutraal in 2040

o

De gemeentelijke oraganisatie gaat voor 2% energiebesparing per jaar en het behalen van een energielabel C voor 2023.

Middels een motie heeft de gemeenteraad die laatste doelstelling voor de gemeentelijke organisatie zelf nog verder aangescherpt. Voor de gemeentelijke organisatie geldt nu de doelstelling om een jaarlijkse energiebesparing te realiseren van gemiddeld 5% en in 2023 wil de gemeente Den Helder het vastgoedbezit gemiddeld van energielabel C hebben voorzien. Als lange-termijndoel wil gemeente Den Helder het gemeentelijk vastgoed in 2030 voorzien van label A. Om dit te bereiken hanteert de gemeente de systematiek van de CO2-prestatieladder en is een CO2-beleidsplan 2019-2022 opgesteld, met als doelstellingen voor 2022: o

Scope 1 doelstelling (gas en brandstoffen) 10% reductie in 2022 ten opzichte van 2018

o

Scope 2 doelstelling (elektra en zakelijke kilometers) 5% reductie in 2022 ten opzichte van 2018

In de Woonvisie Den Helder 2016-2020 is verduurzaming van de bestaande voorraad een belangrijk speerpunt. De doelstellingen voor energiebesparing in de Woonvisie (in 2020 tenminste 20% van de energiebehoefte van Den Helder vervullen met duurzame energie en in 2050 50%) zijn ingehaald door de duurzaamheidsagenda. In maart 2015 is de Nota zonneparken vastgesteld die de kaders aangeeft voor de realisatie van zonneparken in Den Helder

Klimaatadaptatie In de Kadernota duurzaam en klimaatbestendig Den Helder (2015) onderschrijft de gemeente Den Helder de landelijke doelstelling om in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust te zijn. De gemeente

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Den Helder

33

ondertekende de landelijke Intentieverklaring Ruimtelijke Adaptie op 9 oktober 2014. Om te zorgen dat de stad in 2050 klimaatbestendig is, streeft de gemeente ernaar om klimaatbestendig en waterrobuust inrichten uiterlijk in 2020 integraal onderdeel te laten zijn van het beleid en handelen. In Ruimte voor Water. Beheerplan Riolering 2018-2022 zijn daarvoor maatregelen opgenomen: o

‘De komende periode wordt het afkoppelen doorgezet.’

o

‘De voorkeursvolgorde voor verwerking van hemelwater is ‘lokaal bergen / infiltreren / afvoeren’. Infiltreren van regenwater zal niet overal in Den Helder mogelijk zijn vanwege een matige bodemopbouw of matige grondwaterstanden. We zoeken naar innovatieve oplossingen om geheel of deels aan de voorkeursvolgorde te voldoen.’

Circulaire economie Volgens de Kadernota duurzaam en klimaatbestendig Den Helder (2015) heeft Den Helder de nationale afvaldoelstellingen (VANG) onderschreven. In de praktijk zijn deze doelstellingen te hoog gegrepen voor Den Helder, zoals aangegeven in de Raadsinformatiebrief Nr. RI19.0044 (2019). Daarin staat:: ‘De verwachting is dat na de algehele invoering van restafval op afstand - en maatwerk in de binnenstad - de grens van 200 kg restafval per persoon per jaar wordt doorbroken en we uiteindelijk op weg gaan richting de 160/170 kg. De door de overheid aangegeven doelstelling van 100 kg per jaar en 75% bronscheiding is voor Den Helder binnen afzienbare tijd nog een brug te ver, maar we zetten alles op alles – we komen van ver - de komende jaren op een acceptabel niveau te komen.’ Op de website van de gemeente Den Helder is geen afvalbeleidsplan beschikbaar. In de Woonvisie Den Helder 2016-2020 toont Den Helder ambitie op het gebied van een circulaire leefomgeving: ‘Nieuwbouw kan tegenwoordig niet alleen energieneutraal (bijv. nul-op-de-meter), maar ook energiepositief worden gebouwd en ook circulair bouwen (vooraf nadenken hoe materialen na sloop worden hergebruikt, vastgelegd in een gebouwenpaspoort) is mogelijk.

[…] de gemeente wil actief onderzoeken welke kansen en uitdagingen hier liggen voor Den Helder.’ Aan die doelstelling uit de Woonvisie heeft de gemeente samen met Platform 31 vorm gegeven. In de Schouten en Schepenenbuurt in Den Helder werkte de gemeente samen met platform 31 aan een Roadmap Circulariteit. Hierin is gekeken hoe bij de verduurzaming van de wijk ook het thema circulariteit meegenomen kon worden. (Artikel: Roadmap voor aardgasvrije én circulaire leefomgeving). Aan de pilot is geen vervolg gegeven. In de Nota Inkoopbeleid gemeente Den Helder 2015 is opgenomen dat het van belang is om ‘in alle fasen van het inkoopproces op zoek te gaan naar kansen op duurzame, innovatieve oplossingen, zo mogelijk in samenspraak met het bedrijfsleven. Vooral bij die inkopen waarbij dit substantieel kan bijdragen aan de duurzaamheiddoelen van de organisatie. De gemeente Den Helder bevordert duurzaam ondernemerschap in de hele keten en heeft oog voor sociale doelen.’

Biodiversiteit De Leidraad Bestendig beheer gemeentelijke groenvoorzieningen (2011) is van toepassing op de uitvoering van werkzaamheden in de gemeentelijke groenvoorzieningen. Het betreft de uitwerking van het beheer in het kader van de Flora- en faunawet. De Flora- en faunawet is sinds 2002 van toepassing. Het is een kaderwet betreffende de duurzame instandhouding van wilde planten en dieren in Nederland.

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Den Helder

34

Handelen volgens deze leidraad draagt bij aan de verankering van de Flora- en faunawet in het gemeentelijke beleid en de besluitvorming over beheer. Door te handelen volgens de gedragscodes bestendig beheer, behorende bij deze leidraad, wordt schade aan de lokale populaties van beschermde dieren en planten voorkomen of tot een minimum beperkt. De Leidraad bij de ‘Gedragscode Flora- en Faunawet - Ruimtelijke Ontwikkeling en Inrichting’ van Vereniging Stadswerk Nederland (2013) is van toepassing op de voorbereidende en uitvoerende werkzaamheden bij de ontwikkeling en inrichting van ruimtelijke projecten door de gemeente Den Helder. Deze leidraad is een nadere uitwerking van de gedragscode ruimtelijke ontwikkeling in het kader van de flora- en faunawet.

Duurzame mobiliteit Op het gebied van duurzame mobiliteit heeft de gemeente Den Helder in 2019/2020 fietsbeleid opgesteld. Doelstelling van het fietsbeleid is om het beste en veiligste voor de fietser te realiseren. In de eerste helft van 2020 wordt dit beleid afgerond.’ (Raadsinformatiebrief 2019-034399) Daarnaast stimuleert de gemeente elektrisch rijden door het plaatsen van laadpalen. Er zullen ‘10 laadpalen voor elektrische voertuigen in de openbare ruimte geplaatst worden, waaronder voor het stadhuis. Ook zullen elektrische voertuigen parkeervoordeel in het stadshart ervaren door 10 parkeerplaatsen uitsluitend voor elektrische voertuigen op gunstige locaties,’ zo staat in het Actieplan Energieneutraal (2018). Via raadsinformatiebrief RI19.0098 is de raad geïnformeerd over de uitgangspunten van het laadpalenbeleid. In het CO2-beleidsplan 2019-2022 zijn doelstellingen opgenomen om de mobiliteit van medewerkers van de gemeentelijke organisatie te verduurzamen. ‘Om het aantal afgelegde kilometers met privéauto’s terug te dringen is bekeken welke mogelijkheden er zijn om dit te realiseren. Dit heeft tot de doelstelling geleid om de komende jaren de CO2-uitstoot met 1% te reduceren.’

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Den Helder

35

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.denhelder.nl/api/v1/meetings/1747/documents/16305