CConstaterende datDen Helder
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2022 BW 07-09-2021 .pdf

Gemeenteraad 3 november 2021, gemeente Den HelderBij agendapunt: 5: Voorstel tot het vaststellen van de Programmabegroting 2022, Investeringen 2022 en meerjarenraming 2023-202549.785 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 6

Open einderegelingen BUIG en 3D's

100%

16.000.000

50%

8.000.000 grove inschatting risico van 4 jaar tekort € 4.000.000. In dit tijd moet ombuiging mogelijk zijn. Voor de BUIG is een egalisatiereserve ingevoerd.

Tegenvallende uitkering gemeentefonds

100%

9.040.000

50%

4.520.000 Uitkering gemeentefonds is sterk afhankelijk van uitgaven Rijk, verplichte uitgaven bij deel van deze uitkering en economische ontwikkeling. Uit de recente schattingen van het effect van de herziening van de uitkering van het gemeentefonds komt een gering voordeel naar voren. Uitgangspunt is bij een negatieve herziening een bedrag vanaf 2023 met € 15 per inwoner. Maximale risico voor 4 jaar is € 5.040.000. Aangevuld met overige risico's Algemene uitkering van € 1 miljoen per jaar. De kans van het daadwerkelijk optreden van een dergelijke korting lijkt klein

Gemeentelijke heffingen Totaal Totaal risico's

100%

150.000

80%

120.000

39.355.278

16.525.689

341.654.278

23.295.254

Effect foute taxatie panden

4.1.2 Risico's Exploitatie Willemsoord BV

De leningenportefeuille van Willemsoord bv is ondergebracht bij de gemeente (raadsbesluit 28 september 2020). Daarmee is het risico van stijgende variabele rente voldoende ondervangen. Een ander risico voor Willemsoord bv is de omvang van de kosten van onderhoud voor het in stand houden van de monumenten. Door de bijdrage die de gemeente beschikbaar stelt voor deze onderhoudskosten en de verhoogde bijdrage van het Rijk voor het onderhoud van rijksmonumenten (van 50 naar 60% van de noodzakelijke kosten) is dit risico voor het grootste deel ondervangen. Willemsoord BV draagt niet de kosten voor het onderhoud van de gebouwen 66 en 72 (voorziene stadhuis). Voor de andere gebouwen die in economisch eigendom zijn bij Willemsoord bv wordt een meerjarig onderhoudsplan uitgevoerd.

NV Port of Den Helder

Op 16 september 2019 besloot de gemeenteraad een financiële bijdrage aan Port of Den Helder (PoDH) te verstrekken voor het onderhoud en beheer van bruggen, sluizen, vaarwegen en sommige kades die voor PoDH onrendabel zijn, maar een breder maatschappelijk belang hebben omdat het voorzieningen van algemeen nut zijn (RB19.0090). Met een bijdrage van in totaal € 14,4 miljoen aan onderhoudswerken en een aandelenuitgifte van € 3 miljoen moet PoDH tot en met 2028 binnen randvoorwaarden in staat zijn om de haven zelfstandig te exploiteren en te onderhouden. Eind 2020 heeft de raad van commissarissen met een brief de aandeelhouder bericht dat de perspectieven voor 2021 er niet rooskleurig uitzien en dat aanvullende financiële middelen noodzakelijk zijn. Dit komt o.a. door tegenvallende scheepsbewegingen en uitblijvende grondtransacties die de omzetcijfers drukken. Ook blijkt de eerder door de raad beschikbaar gestelde bijdrage van € 14,4 miljoen voor (publieke) onderhoudswerken op onderdelen te laag ingeschat. Samen met de aandeelhouder is gezocht naar een oplossing om de financiële gevolgen hiervan te kunnen opvangen.

In de kadernota 2022 is hiervoor aandacht gevraagd en is een bedrag van € 5 ton aan exploitatiebudget beschikbaar gesteld voor enerzijds een onderzoek/heroriëntatie van de bedrijfsvoering van PoDH (€ 2,5 ton) en anderzijds een extra bijdrage in de onrendabele investeringskosten (€ 2,5 ton). De conclusie is dat de bedrijfsvoering van PoDH op korte termijn een extra investeringsimpuls nodig heeft van ca. € 5,6 miljoen om de komende jaren goed door te komen. Vanuit dit gegeven worden in 2022 investeringen gepland aan diverse (publieke) voorzieningen, zoals een extra bijdrage in de renovatie van de van Kinsbergenbrug, de aanleg van de openbare weg, riolering en verlichting op Kooyhaven, de constructie en kadeterrein van Het Nieuwe Werk en het vervangen van damwanden. De kapitaallasten van deze werkzaamheden komen op per 2023 en daarmee is rekening gehouden in de begroting en meerjarenraming.

Luchthaven Den Helder BV

De luchthaven bevindt zich in een transitieperiode: inkomsten gerelateerd aan de olie- en gaswinning nemen af.

En de inkomsten uit activiteiten gerelateerd aan windenergie op zee zijn nog onvoldoende om het gat te dichten. Deze situatie duurt naar verwachting tot minstens ca 2030. Daarnaast had de coronacrisis een negatieve invloed op de bedrijfsvoering van Den Helder Airport: minder vliegbewegingen en minder passagiers per vlucht door de coronamaatregelen. Om de financiële risico's te beheersen, is Den Helder Airport in gesprek met het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) over de hoogte van de afdracht voor het civiel medegebruik van de luchthaven. De overeenkomst dient medio 2022 te worden geactualiseerd. Per 1 januari 2023 wordt de verkeersleiding defensie overgenomen door de “Verkeersleiding Nederland”. Met defensie zullen tijdelijk afspraken moeten worden gemaakt om de periode vanaf medio 2022 tot 1 januari 2023 te overbruggen. Omdat de onderhandelingen met de nieuwe luchtverkeersleider over een nieuwe gebruiksovereenkomst nog moeten worden gestart is het vooralsnog onzeker wat de uitkomst hiervan zal zijn en welk effect dit heeft op de exploitatie van DHA CV. Door ook de fixed wing capaciteiten van de luchthaven breder in te zetten, vindt verdere diversificatie van de dienstverlening plaats.

Het in 2020 gestarte gesprek met stille vennoot CHC over de omzetting van de cvstructuur van Den Helder Airport naar een bv-structuur om de risicoverdeling tussen de vennoten meer gelijk te trekken, heeft geen verder vervolg gekregen.

Schadeclaims en planschade

In deze paragraaf treft u een overzicht van de tegen de gemeente Den Helder ingediende schadeclaims en de risico’s die er bestaan op planschades. Planschade is financiële schade die een persoon of bedrijf lijdt als gevolg van een planologische maatregel. Zo’n maatregel is in de meeste gevallen een wijziging van het bestemmingsplan of een omgevingsvergunning voor het afwijken van een bestemmingsplan. Schadeclaims en planschades waarvan het verwachte effect op de begroting 2022 minder is dan € 75.000 zijn buiten beschouwing gelaten. Ook zijn twee schadeposten voor de gemeente weergegeven namelijk het pand Middenweg 172-174 en het zwembad. De gemeente wil die schade verhalen op een wederpartij maar als dat niet lukt zal de gemeente naar verwachting zelf de kosten moeten dragen. Schadeclaims Aanbesteding onkruidbestrijding Er is een vordering naar aanleiding van de doorlopen aanbestedingsprocedure Veeg- en onkruidbeheer. Na gunning van de opdracht is door de rechter vastgesteld dat de winnende inschrijver de opdracht niet gegund had mogen worden. In 2019 is de aansprakelijkheid van de gemeente, jegens een lid van de combinatie (de combinatie bestaat uit meerdere aannemers die gezamenlijk hadden ingeschreven), die de opdracht niet gegund had gekregen, definitief komen vast te staan.

Dit was aanleiding voor een ander lid van dezelfde combinatie om de gemeente ook aansprakelijk te stellen en de gemeente hiertoe te dagvaarden. De gemeente heeft aansprakelijkheid erkend jegens dit andere lid van de combinatie. Om de hoogte van de schade vast te stellen, is de combinatie in 2021 een schadestaatprocedure gestart bij de rechtbank Noord-Holland. De combinatie vordert € 1.368.278 aan schade. Middenweg 172-174 In januari 2019 heeft de rechtbank geoordeeld dat de gemeente onrechtmatig heeft gehandeld jegens de voormalig gebruiker van het pand, gevestigd aan de Middenweg 172-174. Dit door in het najaar van 2017 de onderhandelingen met hem over de aankoop van het pand Middenweg 172-174 te staken. Vanwege dit vonnis heeft de voormalig gebruiker de gemeente in maart 2020 aansprakelijk gesteld voor € 1.738.000. Deze claim is door de gemeente betwist. Het hoger beroep tegen dit vonnis loopt nog. In een andere procedure heeft de rechtbank in september 2019 geoordeeld dat de gemeente de overeenkomsten met de voormalig gebruiker van het pand aan de Middenweg 172-174 terecht heeft opgezegd en dat de gemeente rechtmatig heeft ontruimd. De voormalig gebruiker is door de rechtbank veroordeeld tot circa € 392.000 aan kosten voor onder meer ontruiming, verschuldigde gas, water en elektriciteit en proceskosten.

Daarnaast moet hij de kosten van kunstopslag van circa € 10.000 per maand betalen, zolang de kunst opgeslagen ligt. Ook tegen dit vonnis loopt hoger beroep. Op 6 april 2021 werden genoemde hoger beroepsprocedures in een zitting bij het Gerechtshof Amsterdam behandeld. Deze zaken staan nu voor arrest. De executie van de kunstcollectie, die de gemeente had aangezegd om de openstaande vordering van de gemeente op de voormalig gebruiker van Middenweg 172174 te voldoen, vindt in afwachting van de arresten nog niet plaats. Een mediationtraject is gestart om te kijken of een minnelijke oplossing tussen partijen mogelijk is. Vanwege de verschillende lopende hoger beroepsprocedures wordt het risico voorlopig als PM-post begroot. Schade aan zwembad ‘Het Heersdiep’ Na oplevering van zwembad ‘Het Heersdiep’ zijn diverse gebreken (o.a. scheurvorming in bassins en perronvloeren) geconstateerd. Het herstel hiervan is complex en kostbaar. De gemeente heeft de aannemerscombinatie aansprakelijk gesteld en er is een pro forma procedure aanhangig gemaakt bij de Raad van Arbitrage voor de Bouw (RvA). Deze procedure is vervolgens op de parkeerrol gezet. Partijen zijn in 2019 met elkaar in gesprek gegaan over een oplossing en er is gestart met een gezamenlijk onderzoek naar het herstel en de kosten daarvan. Dit onderzoek is nog niet afgerond.

Een deel van de gebreken (buffervaten) is inmiddels hersteld door de gemeente. De kosten hiervan zijn € 115.078. De hoogte van de overige schade is nog niet bekend. Op dit moment kan daarom de totale schade niet exact worden ingeschat. Momenteel vindt overleg plaats met de aannemerscombinatie om te bekijken of de zaak zonder tussenkomst van de RvA opgelost kan worden. De verwachting is dat de omvang van de kosten van het herstel van de bassins en perronvloeren gedurende het minnelijke traject inzichtelijk worden, zodat deze daarin of - indien een minnelijke

oplossing niet mogelijk blijkt - in de procedure bij de RvA meegenomen kunnen worden. Als de kosten niet verhaald kunnen worden op de aannemerscombinatie die het zwembad heeft gerealiseerd dan loopt de gemeente een fors financieel risico. Het risico wordt vooralsnog op ca. € 500.000 begroot. Arbeidsrechtelijke geschillen De gemeente is in het ongelijk gesteld in een procedure rondom disciplinair strafontslag. De omvang van het bedrag, dat de gemeente naar aanleiding daarvan moet vergoeden, is nog niet inzichtelijk. Daarnaast loopt er een gerechtelijke procedure met 3 oud-medewerkers. De omvang van hun claim is hoger dan € 75.000, maar de gemeente heeft in dit dossier een sterke juridische positie, zodat het financiële risico laag wordt ingeschat. Planschade Ten gevolge van diverse bestemmingsplanprocedures en omgevingsvergunningen, bestaat er een (doorlopend) risico op planschade. Het is niet mogelijk om op voorhand uitspraken te doen over de hoogte van het mogelijke schadebedrag, maar het risico op planschade wordt momenteel op zeer gering ingeschat. Besluiten op aanvragen omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder b, c of g van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, leveren de gemeente een risico van planschade op. Een inschatting hiervan leidt tot een risico van maximaal € 250.000.

Hierbij wordt opgemerkt dat deze planschade doorgaans wordt verlegd naar de vergunninghouder/initiatiefnemer. Voor planschade die het gevolg kan zijn van andere gewijzigde (bestemmings-)plannen wordt een bedrag van € 100.000 geraamd. Nadeelcompensatie Er is een verzoek om nadeelcompensatie ontvangen van een omwonende van de coffeeshops in de Koningstraat. Verzoeker claimt naar aanleiding van de verleende exploitatievergunningen voor de coffeeshops en verschillende verleende bouwvergunningen aan de coffeeshops schade te hebben geleden ten bedrage van € 618.542. Het kan voorkomen dat gemeentelijk handelen of gemeentelijke besluitvorming rechtmatig is maar wel schade veroorzaakt. In bepaalde gevallen moet die schade worden vergoed. Dat vloeit voort uit het beginsel van de gelijkheid voor de openbare lasten ofwel het égalitébeginsel. De hoogte van de compensatie, de zogeheten nadeelcompensatie, moet in zo’n geval redelijk zijn. De vergoeding dekt dus niet de volledige schade. Het verzoek om nadeelcompensatie is geweigerd. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en deze procedure loopt nog. Om die reden wordt het risico voorlopig als PM-post begroot. Z​aken die aanhangig zijn bij de verzekeraar van de gemeente Er lopen diverse claims van bedrijven en particulieren tegen de gemeente ten gevolge van verzilting van het oppervlaktewater.

Ook zijn er een aantal claims tegen de gemeente als gevolg van letselschade. Voornoemde bedragen zijn exclusief wettelijke rente en dit is de stand van zaken op 23 juli 2021.

Grondexploitatie

Willem Alexanderhof en Vinkenterrein zijn projecten waarin de gemeente actieve grondpolitiek bedrijft met de daarbij horende grondexploitatie. Er zijn voor deze exploitaties voorzieningen getroffen, gebaseerd op de nog te maken kosten en verwachte toekomstige opbrengsten. Geen van de aanwezige risico’s in het project zijn zodanig concreet en onvermijdbaar dat we hiervoor nu een (aanvullende) voorziening moeten treffen. We lopen voor grondexploitaties echter altijd risico's​ op onvoorziene financiële tegenvallers. Deze risico's​ zijn gerelateerd aan de nog te realiseren kosten en opbrengsten. Grootste risico’s schuilen in de opbrengstenkant van de projecten. De opbrengsten zijn later in de tijd gefaseerd dan de investeringen. Een groot deel van de investeringen doen we vooraf (verwervingen, bouwrijp maken en dergelijke) om het mogelijk te maken grond te verkopen en opbrengsten te realiseren. Vertraging in het project en hierdoor het later realiseren van de opbrengsten heeft dan ook een negatief effect op het resultaat van het project. Het ontwikkelrisico schatten we in op een bedrag van € 1.901.000. Dit bedrag is lager dan voorgaande jaren. Willem Alexanderhof betreft een langdurige exploitatie en het risico neemt meer af doordat de nog te maken kosten en opbrengsten ieder jaar lager worden.

Het project Vinkenterrein betreft een relatief korte exploitatie waardoor de risico's minder groot zijn. Ook is er reeds een ontwikkelovereenkomst gesloten waarbij afspraken zijn gemaakt over kosten en opbrengsten.

Leningen en garantstellingen

We lopen risico met de instellingen waaraan we een lening hebben verstrekt of waarvoor we een garantie hebben afgegeven. We riskeren een financiële tegenvaller als zij niet aan de aflossing- en/of renteverplichtingen kunnen voldoen en we daarop door de geldverstrekker worden aangesproken. Eind 2020 hebben we een totaalbedrag van € 47.700.000 aan geldleningen verstrekt. Daarnaast hebben we eind 2020 waarborgen verstrekt van in totaal € 86.000.000. Het totaal aan verstrekte leningen en risico’s waaruit het risicobedrag wordt bepaald bedraagt € 133.700.000. Daarnaast zijn garanties afgegeven aan het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Het gaat om een

bedrag van € 170.000.000. De systematiek van achtervang houdt in dat risico’s met betrekking tot sociale woningbouw worden opgevangen door het WSW (de sector zelf). Pas in laatste instantie kan de gemeente worden aangesproken. Die wordt dan verplicht een renteloze lening te verstrekken. Het risico beperkt zich dan ook tot de mogelijke rentederving. Dit risico is zeer klein en daarom niet in een risicobedrag vertaald. Op 1 maart 2019 is het Beleidskader weerstandsvermogen en risicomanagement gemeente Den Helder in werking getreden. In dit beleidskader staan onder andere de kaders voor risico’s, risico-inschatting, risicomanagement en de berekening en toelichting op de risico’s.

Gemeentelijke heffingen

Voor de gemeentelijke heffingen in het algemeen zitten de risico's vooral in wijziging van wetgeving en wijzigingen van beleid als gevolg van politieke beslissingen en rechterlijke uitspraken door de belastingrechter. Hierdoor kunnen de opbrengsten van heffingen anders uitpakken. Daarnaast geldt speciaal voor de onroerende zaakbelasting (OZB) dat de waardering van grote incourante objecten een risico blijft voor de opbrengsten van de OZB. Deze maken een relatief groot deel uit van de totale waarde onroerende zaken in de gemeente. Verder geldt dat voor 2022 ook nog enig risico in afwijkende opbrengsten kan ontstaan indien de coronacrisis ook in 2022 voortduurt.

Onderhoud kapitaalgoederen

Meten is weten. Asfalt Wij beheren in totaal ruim een miljoen vierkante meters asfalt. Voor de asfaltwegen wordt om het jaar een inspectie uitgezet. Vanuit deze inspectie worden de keuzes gemaakt waar we aan de gang gaan. Daarbij kijken we naar factoren als veiligheid, ontsluitingsfunctie en acceptabele hinder. Half-verharding Wij beheren ruim 2,5 miljoen vierkante meter half-verharding. Ook voor de elementenverharding (bestrating) wordt om het jaar een inspectieprogramma uitgezet. In samenhang met andere werken zoals rioleringsvervanging, vervanging van de ondergrondse infra, vervanging van het groen of verbetering van de verkeerssituaties voeren wij werkzaamheden uit. Verder spelen we in op de gebiedsgerichte aanpak. Door een samenhang van werkzaamheden zorgen we voor een efficiënte aanpak van het nodige onderhoud. Hiermee willen wij onderhoudsniveau van de kapitaalgoederen op peil houden. Wij zijn ons er van bewust dat het nog wat jaren duurt voordat we het gewenste niveau van duurzaam en klimaatbestendig onderhoud hebben bereikt. Civiele kunstwerken Wij beheren 158 civiele kunstwerken. De civiele kunstwerken worden om de vijf jaar geïnspecteerd. In 2020 heeft opnieuw een inspectie plaats gevonden. Door areaaluitbreiding en een aantal kunstwerken waarvan het einde van de levensduur in zicht is, zal nagedacht worden waar de hoogste prioriteit ligt.

Door inventief te renoveren verlengen wij de levensduur van de houten bruggen. Straatmeubilair Het straatmeubilair is onlangs geïnspecteerd. Daar waar mogelijk halen we overbodige parkeerpaaltjes uit de openbare ruimte. Datzelfde doen we met overbodige verkeersborden. Verder werken we aan uniformiteit van banken en fietsenrekken. Deze nemen we op in de Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR). In 2021 willen wij de LIOR laten vaststellen. Hiermee besparen we uiteindelijk op het beheer van het straatmeubilair. Openbaar groen Op basis van de vastgestelde werkpakketten is een kostenberekening gemaakt voor het onderhoud aan de gemeentelijke groenvoorziening. Volgens deze berekening zijn voor het regulier onderhoud van openbaar groen (exclusief begraafplaats) onvoldoende financiële middelen beschikbaar. Met de door de raad extra beschikbaar gestelde gelden voor het onderhoud kunnen we dit onderhoud actief aanpakken. Wij beheren in totaal 404 hectare openbaar groen. Dit bestaat uit 94 hectare heesters, 21 hectare bos, 280 hectare gras en 22.000 geregistreerde straat-, laan- en parkbomen. Algemeen Er is gewerkt aan het actualiseren van de beheerplannen. In 2020 zijn de acht nieuwe beheerplannen voor 5 jaar vastgesteld. We maken een jaarlijkse up-date om te kijken of de beheerplannen nog steeds actueel zijn.

Het gaat hierbij om de volgende beheerplannen: Spelen Groen Bomen Wegen Kunstwerken Verkeer Openbare verlichting Water Hiermee zijn onze kapitaalgoederen geheel in beeld gebracht. Er is een planning voor het wegwerken van het aandachtspunten bij het onderhoud. Vervolgens wordt het reguliere onderhoud volgens schema uitgevoerd.

Een financiële paragraaf maakt onderdeel uit van de beheerplannen.

Open-eindregeling BUIG en 3D's De gemeenten zijn sinds 2015 verantwoordelijk voor de uitvoering van de taken op het gebied van de Jeugdzorg, Wet

maatschappelijke ondersteuning en Participatie. De specifieke bedragen die de gemeente daarvoor ontvangt via de Algemene uitkering zijn nog slechts voor een klein deel afzonderlijk aangegeven. Daarnaast ontvangt de gemeente voor de bekostiging van de bijstand (Wet BUIG) specifieke middelen. Om grote fluctuaties in de bijdrage voor de BUIG op te vangen stellen we in deze begroting voor om een aparte reserve in te stellen. Deze regelingen hebben het karakter van open-einde-regelingen; de gemeente loopt dus het risico op hogere kosten bij het uitvoeren van deze wetten. Door te werken aan preventie en uitvoeringsplannen in het licht van de transformatie van deze zorg, wordt gewerkt aan meer grip te krijgen op deze kosten. Gezien de omvang van de bedragen die met deze uitvoering zijn gemoeid, wordt meerjarig rekening gehouden met een risico van jaarlijks € 4 miljoen; in totaal € 16 miljoen over 4 jaar.

Algemene uitkering

De ontwikkeling van de Algemene uitkering uit het gemeentefonds wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de Rijksuitgaven. Volgens het systeem van ‘samen de trap op en samen de trap af’ hebben wijzigingen in de Rijksuitgaven direct invloed op de omvang van het gemeentefonds. De jaarlijkse voeding van het gemeentefonds (positief of negatief) wordt het ‘accres’ genoemd en wordt uitgedrukt in een percentage. Als de Rijksoverheid in enig jaar minder uitgeeft dan geraamd, wordt dat onderuitputting genoemd. Met de meicirculaire 2021 volgen wij weer de normale systematiek van het accres. Dit betekent dat een eventuele mutatie in de 'trap op en trap af' weer invloed heeft op het accres. Al enige tijd loopt er een onderzoek naar de manier waarop de algemene uitkering wordt verdeeld en opgebouwd, de zogenaamde herijking van het gemeentefonds. Doordat de verdeelmodellen van het sociaal domein nog op gegevens van vóór 2015 zijn gebaseerd, door toenemende regionale samenwerking en door verschillen in eigen inkomsten tussen gemeenten is de huidige verdeling van de uitkering niet meer van deze tijd. Het doel van de herijking is om gemeenten weer in een gelijkwaardige financiële uitgangspositie te brengen. Bovendien is onderzocht of de verdeling vereenvoudigd en transparanter kan worden.

De uitkomsten van het onderzoek zouden in eerste instantie met ingang van 2022 worden ingevoerd. Dit is nu uitgesteld naar 2023. Eerder was op basis van de gegevens uit 2017 berekend wat de aanpassingen voor de verschillende gemeenten zouden betekenen. Voor Den Helder zouden wij er fors op achter uit gaan. Inmiddels is door het Rijk de berekening aangepast met de gegevens uit 2019. Hieruit valt op te maken dat er geen sprake meer is van een nadeel. Echter met deze berekening hebben we nog geen zekerheid. Zodra er overeenstemming is over het nieuw verdeelmodel zal er opnieuw gekeken gaan worden wat dit voor Den Helder betekent. Wanneer daadwerkelijk wordt gerealiseerd zal dat gefaseerd plaatsvinden vanaf 2023 met € 15 per inwoner. Risico voor 4 jaar is € 5.040.000. Aangevuld met overige risico’s Algemene uitkering van € 1 miljoen per jaar.

4.1.3 Kentallen

Het BBV verplicht gemeenten om vanaf 2016 een zestal kengetallen op te nemen. Deze kengetallen geven een beeld van de financiële situatie van de gemeente. Normen voor deze kengetallen zijn er niet omdat ze in hun onderlinge samenhang moeten worden bekeken en een uitvloeisel zijn van het door een gemeente gevoerde beleid. Hieronder volgt een korte uitleg over de kengetallen 1. Structurele exploitatieruimte. Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te dragen of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. De begroting 2022 is structureel in evenwicht, de structurele lasten zijn (vrijwel) gelijk aan de structurele baten. Dit zorgt ervoor dat het kengetal 0 is. In de daarop volgende jaren zijn de structurele baten zelfs hoger dan de structurele lasten. Dit duidt op een goed begrotingsevenwicht. 2. Solvabiliteitsratio. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar (langlopende)

financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage is, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid. De reserves dalen als gevolg van een toename in de investeringen (het totaal van de activa en passiva neemt toe). Hierdoor is ook de solvabiliteitsratio is afgenomen naar 14%. 3. Netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen. De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen (totaal aan gemeentelijke baten). Het geeft dus een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. Een schuldquote van circa 97% is nog steeds goed te noemen uitgaande van een maximum norm van 130%. 4. Grondexploitatie. Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale baten. De boekwaarde van de voorraden grond moet worden terugverdiend bij de verkoop. Naarmate deze inkomsten verder in de toekomst liggen brengt dit meer rentekosten en risico’s met zich mee. De waarde van de grondexploitatie ten opzichte van het totaal van baten van de gehele exploitatie, is relatief laag. Hierdoor wordt er weinig risico gelopen. 5. Belastingcapaciteit. De belastingcapaciteit geeft inzicht in hoe de belastingdruk van gemeenten zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde.

Het getal 101 betekent dat de gemeentelijke belastingdruk in 2021 van € 787 iets hoger ligt dan het landelijk gemiddelde van 2020 namelijk € 777 (100%). Het landelijk gemiddelde voor 2021 is € 811. Hier zit Den Helder net iets onder.

4.2 Onderhoud kapitaalgoederen 4.2.1 Kapitaalgoederen

Voor de kapitaalgoederen is kwaliteitsniveau B vastgesteld. Hierop zijn enkele uitzonderingen, zoals het Stadshart die op niveau A vastgesteld is. Op riolering na, zijn voor alle overige vakgebieden in 2020 de beheersplannen door de raad vastgesteld. December 2022 wordt het nieuwe gemeentelijke rioleringsplan, in samenwerking met de Noordkopgemeenten, ter goedkeuring aan de raad voorgelegd. De in 2020 vastgestelde beheerplannen betreffen: Wegen Kunstwerken Groen Openbare verlichting Spelen Watergangen

4.2.2 Wegen

Basisgegevens De gemeente Den Helder beheert in totaal meer dan 3,5 miljoen vierkante meter wegverharding (asfalt-, elementen- en half verharding). Het grootste deel van het areaal omvat elementenverharding, ca. 2.500.000 m2. Hiervan is het overgrote deel aangelegd tijdens de wederopbouw in de jaren ’70. Het areaal komt als gevolg van inspecties steeds beter in beeld, daarom veranderen de vierkante meters nog steeds. De areaaluitbreiding zoals woningbouwprojecten Willem Alexander Hof en ’t Laar zijn nog niet allemaal opgenomen in de overzichten. Deze projecten zijn deels opgeleverd en worden de komende tijd aan het areaal toegevoegd. Kerncijfers kwaliteit Na de toetsing van de geconstateerde schadebeelden op wegverhardingen aan de onderhouds- en waarschuwingsrichtlijn van het CROW, is de onderhoudskwaliteit van de wegverhardingen in de gemeente Den Helder berekend. De inspecties worden volgens schema uitgevoerd. Voorheen het ene jaar betreft dit het asfalt, het opvolgende jaar de elementen Voor de komende jaren willen wij om de 2 jaar een inspectie uit laten voeren . Dus inspecteren we nu om de 4 jaar asfalt en om de 4 jaar de elementenverharding. Op deze manier kunnen we de inspecties beter gebruiken voor onze uitvoeringsprogramma’s.. Hoeveelheden Areaal Asfaltverharding Elementverharding Half verharding Ruiterpad (kanoroute en duinen)

eenheid m2 m2 m2 m2

2019 967.100 2.602.500 27.709 4.280

2020 1.011.400 2.610.400 9.349 4.280

2021 1.011.400 2.610.400 30.000 4.280

Asfalt verharding aanwezig: Areaal: 1.011.400 m2 Peildatum: 30-01-2021 (beheersysteem GISIB) Kwaliteit: In het voorjaar van 2019 zijn alle asfaltverhardingen in Den Helder geïnspecteerd conform de CROW-wegbeheersystematiek: Inspectieresultaat Beeldkwaliteit CROW Onderhoudsbehoefte

89% voldoende

Kwaliteitsniveau A+ en A

3% matig

Kwaliteitsniveau B

8% onvoldoende

Kwaliteitsniveau C en D

> 5 jaar (lange termijn) 3-5 jaar (middellange termijn) < 2 jaar (op korte termijn)

Meldingen Er komen weinig meldingen binnen over de asfaltverharding. Elementenverharding aanwezig Areaal: 2.610.400 m2 Peildatum: 30-01-2021 (beheersysteem GISIB) Kwaliteit: In het voorjaar van 2019 zijn alle elementenverhardingen in Den Helder geïnspecteerd conform de CROW-wegbeheersystematiek: Inspectieresultaat Beeldkwaliteit CROW Onderhoudsbehoefte 59% voldoende Kwaliteitsniveau A+ en A > 5 jaar (lange termijn) 3-5 jaar (middellange 3% matig Kwaliteitsniveau B termijn) 38% onvoldoende Kwaliteitsniveau C en D < 2 jaar (op korte termi Meldingen Jaarlijks ruim 500 meldingen over wegen/verharding.

Nieuw asfalt op de Zuiderhaaks

Nieuwe paden op de begraafplaats

Het beleidskader Het beheerplan Wegen geeft in hoofdlijnen antwoord op de vraag hoeveel onderhoud wegverharding nodig heeft en hoeveel dit onderhoud kost. De hoeveelheid benodigd onderhoud is bepaald op basis van de wegbeheersystematiek van de CROW. Als ondergrens voor het onderhoudsniveau geldt basisprincipe 1 uit ‘Nieuw Perspectief Openbare Ruimte’: Den Helder is schoon, heel en veilig. Uitgangspunt is om zoveel mogelijk levensduurverlengende maatregelen aan de wegverhardingen uit te voeren, die passen bij de geconstateerde schadebeelden. Daar waar sprake is van meerdere typen schadebeelden of gepland onderhoud bij andere beleidssectoren (bijvoorbeeld riolering), vindt afstemming plaats. Dit om enerzijds hinder voor de omgeving tot een minimum te beperken en anderzijds kapitaalvernietiging (economische schade) te voorkomen. Uit het beleidskader voortvloeiende consequenties Het is niet mogelijk om met de beschikbare financiële middelen al het noodzakelijke onderhoud uit te voeren volgens de wegbeheersystematiek van de CROW. Onder verwijzing naar het 'Beheerplan wegen' zijn daarom prioriteiten gesteld. Daarbij is gekeken naar factoren als veiligheid, ontsluitingsfunctie en acceptabele hinder.

De raad heeft in het kader van de nieuwe werkwijze 'Nieuw Perspectief Openbare Ruimte' extra financiële middelen beschikbaar gesteld om de komende jaren onderhoud op het gewenste niveau te brengen.

4.2.3 Civiele kunstwerken

Basisgegevens In totaal beheert de gemeente 158 kunstwerken, waarvan 95 bruggen, 54 duikers en 9 tunnels/viaducten. Het areaal is de afgelopen tijd uitgebreid ten gevolge van onder andere nieuwbouwwijk Willem Alexander Hof. In de komende jaren zullen er meer kunstwerken en duikers in beheer komen van de gemeente Den Helder.​ Veilig gebruik staat voorop bij kunstwerken. Hiermee wordt aangesloten bij ‘Den Helder schoon, heel en veilig’. De ambitie is om de kunstwerken zo te beheren en onderhouden dat deze op een normale wijze gebruikt

kunnen worden en verbindingen bieden binnen de gemeente. Overzicht kunstwerken met ingang van 2021 Soort Type kunstwerk Functie kunstwerk Alle verkeer Beton brug Voetgangers/Fietsers Houten brug Voetgangers/Fietsers Bruggen Kunststof brug Voetgangers/Fietsers Metselwerk brug Alle verkeer Stalen brug Voetgangers/Fietsers Duikers Duiker Alle verkeer Tunnels Tunnel Voetgangers/Fietsers Alle verkeer Viaducten Beton viaduct Voetgangers/Fietsers Totaal Tabel 1: Areaalomvang

Aantal Lengte [m] Oppervlak [m2] Gemiddelde leeftijd 19 239 3.177 47 3 45 247 40 45 528 1.839 27 15 225 639 13 1 20 202 88 12 186 751 20 54 967 2.533 34 5 128 960 47 3 133 1.781 44 1 31 159 44 158 2.502 12.288

Kerncijfers kwaliteit De kwaliteit van de civiele kunstwerken moet voldoen aan diverse wet- en regelgeving, zoals de Wegenwet 1930 en het Bouwbesluit 2012. Veiligheid, functionaliteit en constructieve duurzaamheid zijn de uitgangspunten voor het bepalen van het onderhoud. In 2019 en 2020 is het areaal kunstwerken geïnspecteerd. Uit deze inspecties is de staat van onderhoud van het hele areaal bekend. Naast de technische staat (conditie) is ook de verzorgingsscore bepaald. De verzorgingsscore geeft weer in welke mate de objecten schoon en verzorgd zijn. De geïnspecteerde objecten hebben gemiddeld gezien een redelijke (15,6%) tot goede/uitstekende staat (73,7%) van onderhoud (conditie). Van het totale areaal bestaat slechts 8,3% uit matige kwaliteit. En slechts 2,4% heeft een slechte staat van onderhoud.

Het beleidskader Het beheerplan Civiele kunstwerken is het beleidskader dat aangeeft hoe de kwaliteit van de objecten is gemeten. De inspectie heeft in 2019/2020 plaats gevonden. De huidige staat van onderhoud komt overeen met kwaliteitsniveau B volgens de CROW-richtlijn. Uit het beleidskader voortvloeiende consequenties Het benodigde onderhoud is bepaald op gronden van veiligheid, duurzaamheid en functionaliteit. We kijken kritisch naar de noodzaak voor conserverend onderhoud. ​Inzet voor de komende jaren is vooral het gebruik van onderhoudsarme of -vrije materialen (composiet). Als er renovatiemogelijkheden zijn gaan we toch de brug in hout uitvoeren. We zoeken ook naar niet vandalisme gevoelig materiaal. (Zie foto van voormalige kunststof voetgangersbrug bij fort Dirksz Admiraal, die in de brand was gestoken). Er is in 2020 een nieuw beheerplan geschreven, met een doorkijk naar de komende jaren, van wat nodig is, om het beheer van de kunstwerken op peil te houden. Er wordt gezocht naar duurzame oplossingen om de kunstwerken zo lang mogelijk intact te houden.

Nieuwe brug bij fort Dirksz Admiraal

4.2.4 Openbaar groen

Basisgegevens De gemeente Den Helder heeft in totaal ongeveer 400 hectare openbaar groen. Dit bestaat uit 121 ha bloemenweide/hooiberm, 2.379 m2 bodembedekkers, 4 ha bollen in gras, 70 ha bosplantsoen, 527 m2 cultuurrozen, 12.776 meter hagen, 7.653 m2 heesters grof en botanische rozen, 17 ha ruw gras, 118 ha siergazon, 22 ha sierheesters en heesterrozen, 885 m2 vaste planten, 65 m2 zomergoed en 21.657 geregistreerde straat-, laan- en parkbomen. Kerncijfers kwaliteit De beplanting wordt beoordeeld op de technische kwaliteit van beschadiging, kale plekken, snoeibeeld en vitaliteit. In 2022 worden opnieuw ca. 6.000 bomen geïnspecteerd. Op basis van deze inspectie wordt het onderhoudsregime nader uitgewerkt. De groep bestaat uit bomen met een verhoogd risico uit de vorige inspecties en de bomen uit de reguliere inspectiecyclus op basis van leeftijd en locatie. Het beleidskader Het gemeentelijk beleidskader voor het onderhoud aan het openbaar groen bestaat uit twee beheerplannen en een leidraad: Beheerplan Groen 2020-2025 Beheerplan Bomen 2020-2025 Leidraad bestendig beheer gemeentelijke groenvoorzieningen, is geactualiseerd in 2020. Voor het groenbeheer gebruiken we de landelijke beeldkwaliteitsnormen van de CROW en het Handboek bomen van het Norminstituut bomen. Uitgangspunt is het duurzaam in stand houden van de gemeentelijke groenvoorziening.

Bij het stedelijk beheer en onderhoud hebben we te maken met de natuurwetgeving en de wettelijke zorgplicht aan bomen. De vertaling van de financiële consequenties in de begroting Op basis van de beheerplannen zijn de werkpakketten opnieuw vastgesteld. Op basis hiervan wordt een kostenberekening gemaakt voor het onderhoud aan de gemeentelijke groenvoorziening. Volgens de voorlopige berekening zijn voor het dagelijks onderhoud van openbaar groen (exclusief nieuwe arealen en de bestrijding van iepziekte) voldoende financiële middelen beschikbaar. Met de door de raad extra beschikbare gestelde gelden uit Nieuw Perspectief, voor het wegwerken van achterstallig onderhoud, wordt geleidelijk de achterstand in onderhoud weggewerkt.

4.2.5 Riolering

Kengetallen (hoofd)riolering In onderstaande tabel zijn de kengetallen weergegeven voor de hoeveelheid (hoofd)riolering die binnen de gemeente aanwezig is. Stelseltype Persleiding Regenwater Vuilwater Gemengd Drainage Putten

Type Pers RWA DWA IT

Lengte 27.643 104.654 56.940 182.670 33.073 6.182

Eenheid meter meter meter meter meter stuks

Kolken

39.060

stuks

Gemalen

145

stuks

Kerncijfers kwaliteit Om de betrouwbaarheid van gegevens te vergroten zijn de inspecties geïntensiveerd en uitgevoerd op buurtniveau volgens de meerjarenplanning tot 2030. Uit deze inspecties blijkt de kwaliteit over het algemeen slechter te zijn dan gezien de leeftijd verwacht mag worden. Hieraan kunnen verschillende oorzaken ten grondslag liggen. Riolen van gescheiden stelsels die in de periode 1970-1985 zijn aangelegd met betonnen buizen hebben een kleinere levensduur dan op basis van een gemiddeld gehanteerde levensduur van 70 jaar. Dit heeft deels te maken met de aanlegwijze die destijds gehanteerd werd. Hierdoor ontstond extra gasvorming, welke tot aantasting van het riool heeft geleid. Ook blijken zettingsverschillen een regelmatig voorkomend probleem te zijn. Deze bevindingen krijgen extra aandacht in de voorbereiding en realisatie van komende werken.

Afbeeldingen bovenstaand: weergave planning groot onderhoud tot 2030 Het beleidskader Het beleidskader wordt gevormd door het gemeentelijk rioleringsplan (GRP) en het Bestuursakkoord Water (BAW). Het huidige GRP geldt voor de planperiode: 2018 - 2022. Eind 2022 wordt een geactualiseerd GRP ter vaststelling aangeboden voor de planperiode 2023 – 2027. Het GRP bestaat uit een beleidsdeel en een beheerdeel. Het beleidsdeel beschrijft de visie, doelstellingen en de rol die bewoners, bedrijven en gemeente hierin hebben. Het beheerdeel beschrijft het planmatig onderhoud. De focus is gericht op klimaatadaptatie en samenwerking met de regiogemeenten, PWN en het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Uit het beleidskader voortvloeiende consequenties Voor de periode 2018-2022 zijn de volgende vijf speerpunten geformuleerd: 1. Implementatie risico gestuurd beheer. 2. Planning onderhouds- en verbetermaatregelen. 3. Projecten in het samenwerkingsverband Noordkop, in het kader van het Bestuursakkoord Water. 4. Rioolgegevens actueel en volledig. 5. Verbeterde aandacht voor grondwaterproblemen van bewoners en bedrijven. Maatregelen ten behoeve van de zorgplichten stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater worden zoveel mogelijk uitgevoerd in combinatie met overig geplande werkzaamheden en ontwikkelingen in de openbare ruimte (meerjarenplanning groot onderhoud).

Voor de periode 2018-2022 is het tarief verlaagd van € 157,- naar € 130,-.

4.2.6 Openbare verlichting

Basisgegevens Het areaal van Den Helder bestaat uit 12.831 lichtmasten, 12.967 armaturen, ca 13.100 lampen, 357 km kabel en ca 230 eigen kasten. Het beheerplan Openbare verlichting 2020-2025 stelt hoe het beheer van de openbare verlichting geregeld is. Kerncijfers kwaliteit Lichtmasten Van de 12.831 masten bestaat het overgrote deel (ca. 90%) uit stalen masten. Van de lichtmasten heeft 13% (1668 masten) de technische levensduur van 40 jaar overschreden. De achterstand vertegenwoordigt een waarde van € 657.000. De totale vervangingswaarde bedraagt ca. € 5,8 miljoen. Armaturen Van de 12.967 armaturen is ruim 23% (ca. 3.000) ouder dan de technische levensduur van 20 jaar en aan vervanging toe. De achterstand vertegenwoordigt een waarde van € 995.000. Lampen Voor het vervangen van lampen wordt de economische levensduur aangehouden volgens de opgave van de fabrikant. Dit betekent in de praktijk dat lampen groepsgewijs worden vervangen voordat ze stuk zijn. Hierdoor worden continuïteit en kwaliteit gewaarborgd en veel meldingen voorkomen. Ledverlichting Het energieakkoord stelt dat, ten opzichte van 2013, de gemeente Den Helder in 2020 een energiebesparing moet realiseren van 20% oplopend tot 50% in 2030. Een maatregel om de doelstelling te halen is de toepassing van ledverlichting. In gemeente Den Helder zijn inmiddels 1250 (bijna 10%) led-armaturen geplaatst.

Ondanks dat we goed op weg zijn met het vervangen van conventionele verlichting door ledverlichting, is er voor het behalen van de doelstellingen vanuit het energieakkoord in 2030 nog een stap te zetten. Met de beschikbaar gestelde gelden voor achterstallig onderhoud zijn we een eind op de goede weg. Eigen kabelnet Van de 12.831 aansluitingen (lichtmasten) zijn er ca. 10.600 aangesloten op het eigen netwerk (solonet). De overige aansluitingen zijn aangesloten op het combinet van Liander. Het eigen net is ca. 357 km lang en heeft ca. 150 voedingskasten en 80 koppel-/doorschakelkasten. De komende jaren wordt extra aandacht gegeven aan inspecties. Toonfrequent signaal en energieakkoord Het toonfrequent signaal (TF), die Liander over de kabel meestuurt en waarmee nu de openbare verlichting in en uit wordt geschakeld, is met ingang van 1 februari 2020 niet meer in gebruik. Om te voorkomen dat heel gemeente Den Helder dan dag en nacht verlicht blijft is gezocht naar een alternatief. Die is gevonden in de aanschaf van het TSEC 2000 systeem van Telesignaal. Dit systeem geeft niet alleen de mogelijkheden om in en uit te schakelen, maar kan ook realtime energiedata uit de meter lezen, analyseren, bewaken en melden. Het TSEC 2000 systeem geeft ons ook de mogelijkheid om zelf onze in- en uitschakel tijden te bepalen.

Daarmee dragen we bij aan de doelstellingen van uit het energieakkoord, slim energiemanagement. In Turap-1 2-10 heeft de raad een krediet beschikbaar gesteld van € 155.000 voor de vervanging van het TFsignaal. Inmiddels is dit in werking. Het beleidskader In het nieuwe beheerplan Openbare verlichting staan de kaders voor de instandhouding en het beheer van een verantwoorde openbare verlichtingsinstallatie.

4.2.7 Spelen

Basisgegevens De gemeente Den Helder heeft 496 speeltoestellen in de openbare ruimte staan, verspreid over 141 sport- en speelplekken. Het beleidskader In het beheerplan Spelen 2020-2025 staat op welke wijze het beheer en onderhoud aan de speeltoestellen en de speelplekken wordt uitgevoerd, zodat kinderen met goede en veilige speelvoorzieningen kunnen spelen. Jaarlijks inspecteren we alle speeltoestellen in de openbare ruimte. Per speeltoestel houden we een logboek bij. Hierin staan de technische gegevens, inspectieresultaten en uitgevoerde onderhoudswerkzaamheden De vertaling van de financiële consequenties in de begroting Als inspectieresultaten, dan wel meldingen,​ daarvoor aanleiding geven, voeren we de nodige herstelwerkzaamheden uit. Is de slijtage en/of schade niet meer te herstellen, dan verwijderen we het speeltoestel, zodat het geen gevaar voor kinderen oplevert. Dit speeltoestel wordt niet in alle gevallen vervangen. Het benodigde budget voor het dagelijks en groot onderhoud van de speelvoorzieningen, inclusief de hierbij behorende valdempende ondergronden is voldoende. Binnen de beschikbare middelen van Nieuw Perspectief is € 84.000 structureel beschikbaar om de speeloases (kwalitatief gezien) in stand te houden. Hiermee wordt voorkomen dat afgekeurde speeltoestellen worden

verwijderd en niet meer worden vervangen. Dit bedrag wordt ingezet om de jaarlast van de investeringen in speeltoestellen op te vangen.

4.2.8 Watergangen

Het kapitaal, ofwel “asset” watergangen bestaat uit onderstaande componenten en objecten

Met daarbij onderstaande hoeveelheden Onderdelen Oeverbescherming Waterbodems Natuurlijke oevers Fonteinen Stuwen Vis- en kanosteigers Kleine aanlegsteigers

Areaal wijk de Schooten

Hoeveelheden ca 50 km ca 50 km ca 180 km 2 stuks 19 stuks 52 stuks 250 stuks

Kerncijfers kwaliteit De gemeente heeft voornamelijk secundaire en tertiaire watergangen in beheer. Het beheer en onderhoud aan het primaire stelsel is, vanwege het vaarwegbeheer, ondergebracht bij de primaire belanghebbende partijen (onder andere Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) en Rijkswaterstaat). Areaal en kwaliteit Achterstanden

Meldingen

De te beheren objecten (assets), zowel het aantal als de kwaliteit, zijn op dit moment beperkt vastgelegd in het beheersysteem (GISIB). In 2022 is dit voor 99% inzichtelijk gemaakt. Er zijn achterstanden bekend in het areaal dat in 2015 is overgenomen van HHNK. Ernst en omvang zijn op dit moment niet volledig inzichtelijk. Middels inspecties is dit in 2022 inzichtelijk. Afgelopen jaren is een enkele keer een melding gedaan door burgers over de waterdiepte. Het aantal meldingen is de afgelopen jaren stabiel en betreft hoofdzakelijk watergangen in beheer bij HHNK (primaire watergangen). Wel zijn er met enige regelmaat meldingen over de harde oevers in de wijk Boatex, welke hoofdzakelijk in bezit zijn van particulieren.

Het beleidskader Het gemeentelijk beleidskader voor onderhoud aan de gemeentelijke watergangen wordt verwoord in het beheerplan Watergangen 2020-2025 en wordt medio september 2020 door de raad vastgesteld. Hierin zijn de ambities verwoord zoals: Bestaande areaal en kwaliteit inzichtelijk maken en vastleggen in het beheersysteem. Beperken verzilting (waterkwaliteit). Voldoen aan de beeldmeetlatten voor watergangen, oevers en dergelijke. Borgen dagelijks onderhoud in structurele werkprocessen en budgetten. Ontwikkelen en implementeren van risico gestuurd beheer en assetmanagement. Samenwerking met belanghebbenden zoals HHNK, LTO/KAVB, enz. De vertaling van de financiële consequenties in de begroting De keuzes ten aanzien van het beheer en onderhoud zijn duurzaam, spaarzaam én praktisch (één van de basisprincipes uit Nieuw Perspectief). Daarom zijn de huidige budgetten leidend bij het invullen van de beheeropgave op korte termijn (0-5 jaar). Voor het beheer en onderhoud van watergangen (technisch onderhoud en inspecties) is jaarlijks een budget van € 310.500,00 beschikbaar in de exploitatiebegroting. De huidige budgetten zijn toereikend voor het uitvoeren van inspecties en onderhoudswerkzaamheden.

4.2.9 Gemeentelijke gebouwen

In 2017 is de nota ‘Afstoten gemeentelijk vastgoed (2017-2018)’ vastgesteld. Op basis van deze nota wordt nog steeds uitvoering gegeven aan de opgave met betrekking tot het afstoten van gemeentelijk vastgoed. Er wordt een herijking gedaan van bovengenoemde nota welke wordt opgenomen in de vastgoed nota 20222024. Deze wordt in december 2021 aan de raad gepresenteerd Onderhoudssystematiek In 2017 is het onderhoud voor gemeentelijk vastgoed financieel opnieuw ingericht. Hiervoor zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd. Er is budgettair onderscheid tussen planmatig-, contract- en dagelijks onderhoud. Er wordt gestreefd naar één onderhoudsvoorziening voor de gemeentelijke gebouwen (exclusief verbonden partijen en schoolgebouwen). De jaarlijks benodigde dotatie in de voorziening wordt afgeleid uit de gemiddelde onderhoudslasten voor planmatig onderhoud voor de komende tien jaren. Jaarlijks vindt er een actualisatie van de stand van de voorziening plaats, waarbij getoetst wordt of aanvullende middelen benodigd zijn. Voor het onderhoud van de forten en bunkers hebben we geen eigen onderhoudsplanning. Het beheer hiervan is uitbesteed aan de Stichting Erfgoed Den Helder. De Stichting ontvangt samen met Willemsoord bv jaarlijks €750.000 voor het onderhoud aan de hele Stelling van Den Helder, inclusief Willemsoord. Dit bedrag wordt door henzelf onderling verdeeld.

Onderwijshuisvesting De basis voor (vervangende) nieuwbouw van schoolgebouwen is bepaald in de Huisvestingsverordening en het Integraal Huisvestingsplan 2020-2025. De raad heeft dit Integraal Huisvestingsplan 2020-2025 op 6 september 2021 vastgesteld. Met ingang van 2015 is de wetgeving gewijzigd en ontvangen schoolbesturen de vergoeding voor het buitenonderhoud rechtstreeks van het Rijk. De verantwoordelijkheid voor bekostiging van nieuwbouw van schoolgebouwen ligt bij de gemeente. (Vervangende) nieuwbouw gebeurt conform het in het Integraal Huisvestingsplan opgenomen programma. Duurzaamheid vastgoedportefeuille In de nota ‘Hoofdlijnen van aanpak voor een duurzaam en klimaatbestendig Den Helder’ (juni 2015) zijn globale doelstellingen geformuleerd c.q. ambities uitgesproken om te komen tot energiebesparing. Om de duurzaamheidsambitie nader te concretiseren is in de raadsvergadering van juli 2016 een motie aangenomen om de Gemeente Den Helder in 2040 volledig energieneutraal te hebben.

Opgave/doelstellingen De huidige opgave/doelstellingen voor het verduurzamen van de kernportefeuille verduurzaming (betreft 24 panden, deze zijn energielabelplichtig) zijn: Een energiebesparing van 5% realiseren vanaf 2020 en conform de CO2 prestatieladder. Inzicht in een verduurzamingsscenario waarbij wij uitgaan van een gemiddeld energielabel B. Het Plan van Aanpak ‘Verduurzaming Gemeentelijk Vastgoed’ is 22 mei 2017 door de gemeenteraad vastgesteld. Dit is een stappenplan om te komen tot inzicht in energieprestaties en mogelijke energetische verbeterpunten van gebouwen. Conform dit plan van aanpak zijn de panden in de kernportefeuille vastgoed energetisch onderzocht. Op basis van dit onderzoek zijn per pand verduurzamingsmaatregelen genomen. Hierbij zijn eerst de panden met het grootste energieverbruik aangepakt. Dit heeft erin geresulteerd dat de kernportefeuille vastgoed gemiddeld naar een energielabel B is gebracht. Duurzaamheidsmaatregelen zijn verder opgenomen in het meerjarig onderhoudsplan (MJOP). Panden met energielabel hoger dan B, worden in de reguliere onderhoudscyclus verduurzaamd. Duurzaamheid is verankerd in de vastgoednota 2022-2024.

4.3 Financiering 4.3.1 Algemeen In deze paragraaf doen we verslag van de wijze waarop de treasurytaken worden uitgevoerd. Daarbij gaan we in op recente ontwikkelingen, risicobeheer en financiering. Treasury: alle activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. Op 1 januari 2001 is de Wet financiering decentrale overheden (FIDO) in werking getreden. Het doel van deze wet is het beheersen van financieringsrisico’s. Dat uit zich in een aantal randvoorwaarden voor het treasurybeleid: Het aangaan en verstrekken van leningen en het verlenen van garanties is alleen toegestaan voor de uitoefening van de publieke taak. De raad heeft de uitgangspunten hiervoor vastgelegd in het beleidskader Gemeentelijke garanties en geldleningen 2019 (RB19.0125). Uitzettingen moeten een prudent karakter hebben. De gemeente moet voldoen aan de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Grondslag voor de financieringsparagraaf is het Treasurystatuut 2019. De regels voor de uitvoering van de treasuryfunctie en de daarbij behorende bevoegdheden en verantwoordelijkheden zijn hierin vastgelegd.

Ons Treasurystatuut heeft als doelstellingen : Het verzekeren van een duurzame toegang tot Europese financiële markten tegen acceptabele condities. Het beschermen van het gemeentelijk vermogen- en (rente)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s. Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities. Het realiseren van een flexibel en controleerbaar cashmanagement in de gemeentelijke organisatie. Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet FIDO, de Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden, de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo), de Wet verplicht schatkistbankieren voor decentrale overheden en de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden respectievelijk de limieten en richtlijnen van het Treasurystatuut 2019.

4.3.2 Economisch vooruitzicht De economische vooruitzichten worden bepaald door de ontwikkeling van de pandemie. Indien de vaccinatie van de bevolking volgens de verwachtingen verloopt, dan zal het openbare leven na de zomer grotendeels zijn genormaliseerd. De economie zal zich daardoor in de westerse landen kunnen herstellen. De onzekerheden blijven evenwel groot. Zo is het de vraag hoe lang de vaccins bescherming bieden en of de vaccins ook effectief zullen zijn tegen nieuwe varianten van het virus. Bovendien zal het virus dit jaar in andere delen van de wereld waarschijnlijk nog niet onder controle komen. De Amerikaanse economie zal in 2021 naar verwachting met ca. 7,5 procent groeien. Mede onder invloed van stimulerende maatregelen van de overheid en een aanhoudend ruim monetair beleid zullen de consumptie en de investeringen in de private sector aantrekken. De inflatie loopt naar verwachting, mede als gevolg van hogere energieprijzen, op van 1,3 procent in 2020 naar 3,5 procent in 2021. In de eurozone groeit de economie in 2021 naar verwachting met ongeveer 3,9 procent. Het economisch herstel is zowel te danken aan het ruime monetaire beleid als aan de steunpakketten van de overheden. De eurolanden die in 2020 het meest zijn getroffen door de pandemie zullen dit jaar de sterkste economische groei doormaken.

In Duitsland en Nederland wordt een meer gematigde economische groei voorzien. Het economisch herstel is breed gedragen: zowel de consumptie, de investeringen als de uitvoer zullen naar verwachting toenemen. De inflatie loopt mede door hogere energieprijzen in de eurozone op van 0,3 procent in 2020 naar 2,0 procent in 2021. In Nederland loopt de inflatie naar verwachting op van 1,1 procent naar 2,2 procent.

4.3.3 Rentevisie

Een belangrijke factor bij het uitvoeren van het treasurybeleid is het verwachte en werkelijke verloop van de rentestand. Deze is afhankelijk van de economische ontwikkelingen in de Europese Unie en in de rest van de wereld. De ECB blijft vooralsnog een ruim monetair beleid voeren. De leningen in het kader van de derde targeted longer-term refinancing operations (TLTRO III) aan banken lopen door tot juni 2022. Voorts blijft de centrale bank tot maart 2022 effecten aankopen onder het pandemic emergency purchase programme (PEPP). Hiermee is een bedrag van maximaal 1.850 miljard euro gemoeid. Er wordt verwacht dat de lange rentetarieven in de komende twaalf maanden wat zullen oplopen.

4.3.4 Ontwikkelingen op het gebied van gemeentefinanciën 4.3.4.1 Schatkistbankieren Per 13 december 2013 is de Wet financiering decentrale overheden inzake schatkistbankieren gewijzigd en is de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden van kracht geworden. Schatkistbankieren houdt in dat decentrale overheden hun overtollige (liquide) middelen aanhouden in de schatkist bij het ministerie van Financiën. Dit betekent dat vanaf 15 december 2013 overtollige gelden niet langer bij bijvoorbeeld banken mogen worden weggezet. Wel mogen decentrale overheden overtollige middelen aan elkaar uitlenen, zolang er geen sprake is van een toezichtrelatie, om zodoende een beter rendement te halen dan bij de schatkist. De schatkist biedt geen leen- of roodstand- faciliteiten aan. Deelname van decentrale overheden aan het schatkistbankieren draagt bij aan een lagere EMU (Europese Monetaire Unie) schuld van de collectieve sector, waardoor de externe financieringsbehoefte van het rijk minder wordt. Dit vertaalt zich in een lagere staatsschuld. Voor gemeenten geldt een doelmatigheidsdrempel van 0,75% van het begrotingstotaal. Dit houdt voor Den Helder in dat gemiddeld een bedrag van ca. € 1,5 miljoen in de gemeentekas mag blijven voordat tot schatkistbankieren moet worden overgegaan.

Per 1 juli 2021 heeft het ministerie van Financiën het percentage van de doelmatigheidsdrempel verhoogd naar 2%. Hiermee is het bedrag dat in de gemeentekas mag worden gehouden verhoogd naar € 4,1 miljoen. De BNG Bank en de ABN Amro berekenen echter per 1 juli 2021 negatieve creditrente over saldi boven respectievelijk € 500.000 en € 150.000.

4.3.4.2 Wet houdbare overheidsfinanciën (Hof)

De Wet Hof is met ingang van 11 december 2013 van kracht. Deze wet is de gezamenlijke verantwoordelijkheid van decentrale overheden om binnen het EMU-aandeel van 3% te blijven. Gemeenten moeten een gelijkwaardig aandeel leveren in het terugdringen van het EMU-tekort. Brussel en de landelijke overheid maken gebruik van een ander boekhoudsysteem (kasstelsel) dan de decentrale overheidssector (baten-lastenstelsel). Hoewel in beide boekhoudsystemen de uitgaven en ontvangsten in evenwicht zijn, overschrijdt de decentrale overheidssector de norm bij toepassing van het boekhoudsysteem van het rijk. Dit kunnen decentrale overheden oplossen door het terugdringen van investeringen of het verhogen van de belastingen. Bij overschrijding van de norm kan het rijk een sanctie opleggen. Deze moet wel eerst worden voorgelegd aan de Tweede Kamer. Voor Den Helder kan het betekenen dat we op termijn geremd worden in onze ambities. Om hierop te anticiperen, kunnen we dan naar methoden kijken waarbij de investering niet in één keer betaald wordt, maar gespreid over de gebruiksduur van het te gebruiken goed. Denk aan PPS (publiek-private samenwerking)-constructies en leasen.

4.3.5 Treasury

Lenen kost geld. Het is dus van belang om een goed inzicht te hebben in het verloop van de uitgaven en inkomsten en welke inkomsten en uitgaven worden op welk moment verwacht. Hiermee kunnen we sturen op de voor de komende jaren benodigde liquiditeiten. De in de begroting 2021 opgenomen meerjarige investeringsplanning is een belangrijk onderdeel van de liquiditeitsprognose. Onder andere op grond hiervan bekijken we of er voldoende eigen financieringsmiddelen zijn of dat we externe financiering moeten aantrekken.

4.3.6 Financiële risico's 4.3.6.1 Kasgeldlimiet De begrenzing van de renterisico’s op de kortlopende middelen vindt plaats door het bepalen van een kasgeldlimiet. Deze limiet is vastgesteld als een maximum percentage van het begrotingstotaal, dat met kortlopende middelen mag worden gefinancierd. De minister van Financiën heeft het percentage vastgesteld op 8,5. In de periode januari 2020 tot en met februari 2021 zijn kortlopende middelen aangetrokken. Inmiddels is door het aantrekken en storten van diverse langlopende geldleningen dit niet meer nodig. In onderstaande tabel zetten we voor 2021 de kasgeldlimiet af tegen de verwachte ontwikkeling van de netto vlottende schuld.

Kasgeldlimiet (x € 1.000)

4.3.6.2 Renterisiconorm

De begrenzing van de renterisico’s op de gemeentelijke langlopende geldleningenportefeuille (zowel opgenomen als uitgezet) vindt plaats door het vaststellen van een renterisiconorm. Dit is het maximum percentage van het begrotingstotaal, waarvan de rente door herfinanciering of renteherziening mag worden gewijzigd. De minister van Financiën heeft het percentage vastgesteld op 20. Dit komt overeen met een gemiddelde rentevast-periode van vijf jaar. Stijgt de marktrente in een jaar sterk, dan werkt dat door in maximaal 20% van het begrotingstotaal. In onderstaande tabel zetten we de norm af tegen de feitelijke situatie. Duidelijk blijkt dat de gemeente ruimschoots aan de risiconorm voldoet.

Renterisiconorm en renterisico op vaste schuld (x € 1.000)

4.3.6.3 Krediet-/debiteurenrisico

Bij de krediet-/debiteurenrisico’s bestaat de kans op een waardedaling van een uitstaande vordering als gevolg van het niet (tijdig) nakomen van de verplichtingen door een debiteur. Debiteurenbeheer is gerelateerd aan reguliere bedrijfsactiviteiten van de gemeente. Door een goed invorderingsbeleid is het kredietrisico als laag te kwalificeren. Daarnaast staan we garant voor het betalen van de rente en aflossingen van geldleningen van verschillende partijen. Hierbij maken we onderscheid in directe garantstelling of als achtervangpositie bij het Waarborgfonds Sociale Woningbouw WSW). Bij de achtervangpositie van het WSW staat de gemeente voor 50% garant. Stichting Woontij, Vestia Groep, Stichting Woonzorg Nederland en de Woningstichting Den Helder zijn aangesloten bij het WSW. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de gewaarborgde geldleningen per 31 december 2020, dit zijn de laatst bekende gegevens uit de programmarekening 2020.

* Voor zowel Willemsoord bv als voor Port of Den Helder nv geldt dat zij beide nog een rekening-courant verhouding hebben welke nog niet is meegenomen in bovenstaand overzicht. Ze maken wel onderdeel uit van de maximale garantstelling.

Er zijn instellingen waarbij een maximum is afgesproken voor wat betreft de garantstellingen, deze zijn als volgt: Woningstichting Den Helder waarbij een maximale garantstelling van € 250 miljoen geldt.​ Stichting Woontij waarbij een maximale garantstelling van € 22,5 miljoen met een looptijd 1 oktober 2019 tot en met 31 december 2023. Willemsoord BV waarbij een maximale garantstelling van € 21 miljoen geldt. Port of Den Helder BV waarbij een maximale garantstelling van € 26,3 miljoen geldt. Scholen aan Zee waarbij een maximale garantstelling van € 13.250.000 en een looptijd van 15 juli 2019 tot en met 15 juli 2043 geldt. Dit houdt in dat bovenstaande instellingen tot het door de gemeente vastgestelde maximum geldleningen kunnen aantrekken zonder tussenkomst van de gemeente. Uit de cijfers afkomstig van deze tabel blijkt dat bovengenoemde instellingen nog ruimte hebben ten aanzien van het gestelde maximum.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.denhelder.nl/api/v1/meetings/1655/documents/16860