Nota van Beantwoording Zienswijzen ontwerp-omgevingsvisie.pdf
Tekst van het document
21/44
naar het (zee)havengebied wordt sterk in twijfel getrokken gegeven de beschikbare fysieke ruimte en zeer beperkte geluids/milieuruimte in dit gebied. Ook de aanwezige veiligheidscontouren zijn een verdere beperking voor vestiging van nieuwe activiteiten in het zeehavengebied. Tenslotte heeft dit ook mogelijke consequenties voor de vastgestelde routes voor transport van gevaarlijke stoffen en uitbreiding van de bestaande vergunningen. Zie tevens onze eerdere opmerking over het primair ruimte bieden in de zeehaven aan de huidige en toekomstige ontwikkeling van de Koninklijke Marine die zekerheid bieden voor de toekomst.
De ontwikkeling in de vraag naar bedrijfsruimte op langere termijn is (evenals de vraag naar nieuwe woningbouw na 2030) onzeker. Daarom kiezen we voor twee gebieden (Burgemeester Ritmeesterweg en Westoever) in de omgevingsvisie om een zoekgebied wonen/werken na 2030 op te nemen, waarin afhankelijk van de vraagontwikkeling gekozen kan worden voor een van beide functies of een mengvorm (in verschillende verhoudingen). Hiermee houden we flexibiliteit met betrekking tot de beschikbaarheid van bedrijfsruimte/bedrijventerreinen. Het verplaatsen van zwaardere bedrijvigheid naar gebieden die verder van woongebieden ligt biedt mogelijk extra ruimte en biedt kansen om leefbaarheid en gezondheid in de stad positief te beïnvloeden. In de uitwerking van de omgevingsvisie zal gezocht worden naar de mogelijkheden hiervoor. In de zeehaven geven we, zoals geformuleerd in Hoofdstuk 5, prioriteit aan havengebonden activiteiten gericht op de twee nationale belangen waar de haven van Den Helder een bijdrage levert: nationale veiligheid/defensie en energietransitie. Indien de activiteit hier binnen past kan worden gekeken of deze kan worden ingepast, zowel fysiek als qua andere (milieu)beperkingen. Voor niet (direct) havengebonden activiteiten is het cluster Kooypunt, Oostoever en Kooyhaven (gemeente Hollands Kroon) de zoekrichting.
De OVDH onderschrijft het economisch belang en rol van de (zee)haven. In het Ontwerp Omgevingsvisie wordt echter, naar onze mening, het belang van de Koninklijke Marine in Den Helder als grootste werkgever en belangrijk voor zowel directe als indirecte arbeidsplaatsen in Den Helder onderbelicht. Met name de voorziene toekomstige ontwikkelingen binnen Defensie en Koninklijke Marine zullen een toename van arbeidsplaatsen tot gevolg hebben waarbij het verbeteren van leef, woon, en werkklimaat een extra impuls zal geven voor het kiezen van zowel huidige als toekomstige werknemers voor wonen in Den Helder. Daarnaast is met name high-tech onderhoud van de schepen van de Koninklijke Marine en de voorziene invulling van civiel-militaire samenwerking (het vormen van een maritime maintenance cluster) een zeer belangrijke pijler in het realiseren van een high-tech onderhoudscluster.
We herkennen ons niet in het beeld dat het belang van de Koninklijke Marine onderbelicht wordt in deze omgevingsvisie. Op verschillende plekken wordt het grote belang van de Marine voor Den Helder benoemd, bijvoorbeeld nadrukkelijk in Hoofdstuk 2 onder het Centrale Uitgangspunt ‘De haven is de economische, sociaal-culturele en historische rode draad door Den Helder’ en onder de kernsectoren van de lokale economie in Hoofdstuk 5. Naar aanleiding van uw zienswijze hebben we de tekst onder het Centrale Uitgangspunt ‘De haven is de economische, sociaal-culturele en historische rode draad door Den Helder’ nog iets verder aangescherpt, om het economische belang van de Koninklijke Marine tot op de dag van vandaag explicieter te maken. De kansen die investeringen in en toekomstige ontwikkelingen rondom Defensie en Koninklijke Marine voor Den Helder bieden onderschrijven we en in de omgevingsvisie zetten we stevig in op het creeren van extra (kade)ruimte in de haven om de ontwikkelingen te kunnen faciliteren. Binnen de ontwikkeling van het Maritiem Cluster zal dit de komende jaren verder worden uitgewerkt. De OVDH onderschrijft de noodzaak om Den Helder duurzamer en uiteindelijk energieneutraal te maken. Dit vraagt om begrip, samenwerking en het definiëren van haalbare doelen. De OVDH adviseert om de ambitie van de gemeente Den
22/44
Helder om in 2040 energieneutraal te zijn bij te stellen naar de landelijke ambitie om dit in 2050 te realiseren. Zelfs 2050 is, gezien de vele hordes die moeten worden genomen en de kosten en tijd die dit met zich meebrengt, al zeer ambitieus. Bijstelling van de huidige ambitie zal ook de, al aanwezige, onrust bij de ondernemers en inwoners voor een groot deel wegnemen en biedt tevens de mogelijkheid om optimaal gebruik te kunnen maken van toekomstige technologische en andere ontwikkelingen.
In 2016 heeft de gemeenteraad de ambitie gesteld om in 2040 als gemeente Den Helder energieneutraal te zijn. Er wordt hard gewerkt om uitvoering te geven aan deze ambitie, zowel vanuit de gemeente als vanuit bewoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. We erkennen dat de uitwerking hiervan soms ook tot vragen en/of zorgen leidt, wat niet onlogisch is gezien de maatschappelijke en economische impact van deze grote transitie. We monitoren periodiek de voortgang wat betreft deze opgave en wegen aan de hand daarvan af of de ambitie (nog) voldoende haalbaar en realistisch is. We kiezen ervoor om de huidige ambitie over te nemen in de omgevingsvisie. Indien de monitoring van deze opgave aanleiding geeft om de ambitie bij te stellen wordt dit meegenomen bij een periodieke actualisatie van de omgevingsvisie. In de eerste alinea onder het kopje “Grootschalige duurzame energie” (hfdstk 5) wordt de Nieuwe Haven genoemd als enige zoekgebied om deze grootschalige opwekking van duurzame energie te realiseren. Verder worden “verschillende belemmeringen vanwege Defensie en Luchtvaart” genoemd als blokkade voor plaatsing van windmolens in de gemeente. Beide opmerkingen roepen vragen op die niet worden beantwoord in de navolgende alinea’s van dit hoofdstuk en vragen verdere duiding.
In de Regionale Energiestrategie (RES) is regionaal (op Noord-Holland Noord niveau) vastgelegd op welke wijze deze regio bijdraagt aan de grootschalige opwek van duurzame energie op land. Voor Den Helder is hierbij één zoekgebied vastgesteld, de Nieuwe Haven, die ook in de omgevingsvisie wordt vastgelegd. Binnen dit zoekgebied wordt gezocht naar mogelijkheden voor grootschalige opwek van duurzame energie, in dit geval met name in de vorm van zonne-energie op grote daken. De opwek van windenergie met grootschalige windturbines is in vrijwel de hele gemeente Den Helder uitgesloten, onder andere in verband met maximale bouwhoogtes i.v.m. aanvliegroutes van het vliegveld en risico op verstoring van radarinstallaties van Defensie. Binnen de gemeente Den Helder wordt daarom ingezet op het realiseren van verschillende vormen van opwek van zonne-energie. Mobiliteit en Bereikbaarheid van en naar de Noordkop en meer specifiek Den Helder is een zeer belangrijk onderwerp voor de huidige en mogelijke toekomstige ondernemers. Dit beperkt zich niet alleen tot het spoor- en wegennet maar ook de toegankelijkheid van Den Helder via het water zijn van belang. In die zin ontbreekt in het Ontwerp Omgevingsvisie de wijze waarop de bereikbaarheid wordt bestendigd vanaf zee (met name via Schulpengat, Marsdiep, Texelstroom en Waddenzee).
We erkennen de noodzaak van goede bereikbaarheid vanaf zee voor de bedrijfsvoering van zowel de Marine- als civiele haven, nu en zeker ook richting de toekomst met de verschillende ambities en ontwikkelingen die spelen binnen het Maritiem Cluster. In Hoofdstuk 3 (Thematische uitwerking Groen & Landschap) wordt al kort ingegaan op de rol van het Marsdiep voor scheepvaart. Naar aanleiding van uw zienswijze voegen we in Hoofdstuk 4 (Thematische uitwerking Mobiliteit & Infrastructuur) een formulering toe over de bereikbaarheid over water en ons inzet op het bestendigen hiervan.
23/44
Onder punt 5 brengt u een aantal aandachtspunten met betrekking tot de aansluiting van de omgevingsvisie op de Havenvisie en de ontwikkeling van het Maritiem Cluster naar voren en vraagt u verduidelijking over de samenhang hiertussen. We willen benadrukken dat de omgevingsvisie, de Havenvisie en de ontwikkeling van het Maritiem Cluster zeker in elkaars verlengde liggen, maar de insteek van de twee visies en de ontwikkeling steeds net anders is. De omgevingsvisie is een integrale, lange termijn visie op het beheer, behoud, gebruik en de ontwikkeling van de hele fysieke leefomgeving van de gemeente Den Helder. Hierin komt het belang van de zeehaven en bredere maritieme cluster voor Den Helder terug en beschrijven we de ambities rondom verdere ontwikkeling van dit gebied. De omgevingsvisie kent voor dit gebied veel overlap met de Havenvisie, waarin vanuit de publieke belangen in de haven richting wordt gegeven aan de verdere samenwerking tussen gemeente, Port of Den Helder en andere belanghebbenden. De ontwikkeling van het Maritiem Cluster is de ambitie en opgave waar het gebied voor staat, waarbij vanuit opdrachtgeverschap van gemeente Den Helder, Provincie Noord-Holland en de Koninklijke Marine samen wordt gewerkt om vanuit een gemeenschappelijk beeld te werken aan havenontwikkeling en maritieme stadsontwikkeling in het Maritiem Cluster.
Deze ontwikkeling past binnen de ambities van de omgevingsvisie en de Havenvisie en bouwt hierop voort. De omgevingsvisie biedt een aantal brede kaders, waarbinnen de ontwikkeling van het Maritiem Cluster verder vorm krijgt als uitwerking. Bij deze uitwerking kunnen, op basis van de dan beschikbare informatie en/of andere afwegingen, afwijkende keuzes ten opzichte van de omgevingsvisie worden gemaakt. Dit is altijd het geval bij nadere uitwerking van een visie en vraagt niet per se om bijstelling van de omgevingsvisie. We zien er dan ook geen meerwaarde in om een dergelijke ‘disclaimer’ aan de tekst toe te voegen. Onder punt 6 doet u nogmaals de oproep om voorafgaand aan besluitvorming een overleg tussen het college en de OVDH te organiseren. Zoals onder punt 1 aangegeven geven we hier graag gehoor aan. Naar aanleiding van uw zienswijze wordt de omgevingsvisie op de volgende punten aangepast: - Onder Hoofdstuk 2 Visiekaart & Centrale uitgangspunten, Centraal Uitgangspunt ‘De haven is de economische, sociaal-culturele en historische rode draad door Den Helder’ hebben we in de eerste alinea (pagina 13) de tekst over de economische invloed van de Koninklijke Marine aangevuld, om expliciet te maken dat de economische invloed van de Koninklijke Marine tot op de dag van vandaag erg belangrijk blijft voor Den Helder.
- Onder Hoofdstuk 4 Thematische Uitwerking Mobiliteit & Infrastructuur, kopje (Boven)regionale infrastructuur & verbindingen, hebben we in de eerste alinea (pagina 3) een tekst toegevoegd met betrekking tot de bereikbaarheid van de haven en het bestendigen hiervan. Zienswijze PODH Per brief van 17 mei 2023 heeft Port of Den Helder een zienswijze ingediend. Geachte gemeenteraad, Met belangstelling hebben wij kennisgenomen van de ontwerp-structuurvisie Omgevingsvisie gemeente Den Helder. Graag maken wij gebruik van de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen. In onze zienswijze zullen wij per hoofdstuk/bijlage een reactie geven.
24/44
Hoofdstuk 1 Cover & inleiding volle grootte Geen opmerkingen Hoofdstuk 2 Visiekaart & Centrale uitgangspunten Pagina 2: Op de kaart staan op Kooypunt (ruimte voor) grootschalige zonneparken weergegeven. Wat opvalt is dat het noordelijke zonnepark Ecorus (tussen Kooypunt en Heldair) een definiteve bestemming heeft op deze kaart, terwijl het zuidelijke zonnepark Vattenfall (Kooypunt fase IIIb) een tijdelijk karakter heeft. In het kader van de opgave in de energietransitie, zouden wij graag zien dat ook het noordelijke zonnepark een tijdelijk karakter heeft. De verleende Omgevingsvergunning (AU18.07236) heeft ook een tijdelijkheid van 25 jaar. Pagina 12 (2e alinea laatste zin): “Ook onderzoeken we de mogelijkheid om een transferium te realiseren op of rondom bedrijventerrein Kooypunt.” Graag zouden wij toegevoegd hebben: …. en luchthaven Den Helder. In het kader van het Maritiem Cluster wordt juist op Heldair voorzien in een mobiliteitshub.
Pagina 13 De haven is de economische, sociaal-culturele en historische rode draad door Den Helder, laatste zin: “We werken aan het behoud van varend erfgoed, zoals historische schepen, en streven ernaar om (toeristisch interessante) delen van de haven publiek toegankelijk te maken.” Daarbij dient wel rekening gehouden te worden met de veiligheid en beveiliging (ISPS) en een ongestoorde bedrijfsvoering en bereikbaarheid van het havenbedrijfsleven en de daarmee gepaard gaande andere activiteiten. Concreet voorstel: 1. Op de kaart het noordelijke zonnepark Ecorus op Kooypunt aangeven als (ruimte voor) grootschalig tijdelijk zonnepark. (Dit zal dan doorgevoerd moeten worden op alle gelijke kaartjes in alle van toepassing zijnde hoofdstukken0; 2. Ook onderzoeken we de mogelijkheid om een transferium te realiseren op of rondom bedrijventerrein Kooypunt en luchthaven Den Helder. 3. Bij publiek toegankelijk maken van delen van de haven rekening houden met de veiligheid, beveiliging (ISPS) en een ongestoorde bedrijfsvoering en bereikbaarheid van het havenbedrijfsleven en de daarmee gepaard gaande andere activiteiten. Hoofdstuk 3 Thematische uitwerking Groen & Landschap Geen opmerkingen. Hoofdstuk 4 Thematische uitwerking Mobiliteit & Infrastructuur Pagina 2: Op de kaart staat een te realiseren nieuwe hoofdvaarroute aangegeven tussen de zeehaven en Willemsoord/Koopvaardersbinnenhaven.
Pagina 3 (Boven)regionale infrastructuur & verbindingen, 1e alinea: “We zetten in op het realiseren van een tweede vaarverbinding, tussen de haven en de Waddenzee via Willemsoord. Deze tweede vaarroute draagt als extra optie bij aan de continuïteit van de verbinding tussen haven en zee en kan tevens gebruikt worden voor recreatief vaarverkeer.” Port of Den Helder ziet deze te realiseren nieuwe hoofdvaarroute als een calamiteitenroute en niet als een nieuwe hoofdvaarroute De primaire verbinding van binnen naar buiten voor recreatief vaarverkeer blijft via de Koopvaardersschutssluis. De recreatievaart kan, wanneer omstandigheden dat toelaten, gebruik maken van de Zeedoksluis voor de toegang tot Willemsoord vanaf de zeehaven. Ook is de vaarwegklasse niet toereikend om in aanmerking te komen als hoofdvaarroute.
25/44
Daarnaast zal deze hoofdvaarroute extra oponthoud gaan betekenen voor het havenverkeer: zowel de Van Kinsbergenbrug als de brug Zeedoksluis zullen dan veel frequenter openstaan. Dit terwijl juist de ontvlechting van het verkeer in de omgeving van de Ravelijnweg zou moeten zorgen voor een betere doorstroming van het verkeer van en naar de haven. Pagina 3 (Boven) regionale infrastructuur & verbindingen, 2e alinea, laatste zin: Ook het Noordhollands Kanaal kan worden gezien als een regionale verbinding. Dit heeft met name een economische functie voor binnenvaart, hoewel het ook steeds meer door recreatief vaarverkeer wordt ontdekt. Het Noord-Hollands kanaal heeft nog een andere functie, het is tevens de toegang tot het regionaal bedrijventerrein Kooyhaven. De breikbaarheid over water tussen de zeehaven en Kooyhaven is van essentieel belang om Kooyhaven te ontwikkelen tot logistieke hub als onderdeel van het 2-locatie concept tussen binnenhaven en zeehaven. Port of Den Helder zou dan ook graag toegevoegd zien: “Ook het Noordhollands Kanaal kan worden gezien als een regionale verbinding.
Dit heeft met name een economische functie voor binnenvaart en voor de bereikbaarheid (en ontwikkeling) van het regionaal bedrijventerrein Kooyhaven, hoewel het ook steeds meer door recreatief vaarverkeer wordt ontdekt.” Pagina 4 Hoofd- en verbindingswegen, 2e alinea laatste zin: “Ook onderzoeken we de mogelijkheden om een transferium te realiseren op of rondom bedrijventerrein Kooypunt.”Graag zouden wij toegevoegd hebben: … en luchthaven Den Helder. In het kader van het Maritiem Cluster wordt juist op Heldair voorzien in een mobiliteitshub. Daarnaast is de ontvlechting (ontmenging) bedoeld voor de bereikbaarheid van het marine verkeer en havenverkeer in het havengebied te bevorderen ter ondersteuning van een just-in-time logistiek. Door deze ontvlechting krijgt het TESO verkeer een meer ongestoorde doorloop via de N250. In de verdere uitwerking van de ontvlechting zal tevens onderzocht moeten worden of een opwaardering van de toegangsweg tot de Zuidpoort van het marine terrein kan bijdragen aan de verbetering van de bereikbaarheid binnen de bebouwde kom van Den Helder. Concreet voorstel: 1. De te realiseren nieuwe hoofdvaarroute aanmerken als calamiteitenroute; 2. Ook het Noordhollands Kanaal kan worden gezien als een regionale verbinding.
Dit heeft met name een economische functie voor binnenvaart en voor de bereikbaarheid (en ontwikkeling) van het regionaal bedrijventerrein Kooyhaven, hoewel het ook steeds meer door recreatief vaarverkeer wordt ontdekt.” 3. Ook onderzoeken we de mogelijkheid om een transferium te realiseren op of rondom bedrijventerrein Kooypunt en luchthaven Den Helder. Hoofdstuk 5 Thematische uitwerking functies en bedrijvigheid Pagina 4, 1e zin: De gemeente Den Helder wil in ieder geval ruimte kunnen bieden aan bedrijven uit de kernsectoren van de lokale economie (scheepsbouw, offshore, havengerelateerde bedrijvigheid en logistiek, onderhoud & inspectie, marine en energietransitie). Port of Den Helder rekent ook havengerelateerde bedrijvigheid en logistiek tot bedrijven uit de kernsector, dus graag toevoegen. Pagina 4, 3e alinea: Zwaardere bedrijvigheid, te bepalen aan de hand van de milieucategorie, concentreren we op locaties verder van woongebieden, zoals in de haven en op bedrijventerreinen Kooypunt en Oostoever. Dit betekent omgekeerd ook geen ontwikkeling van woongebieden in de nabijheid hiervan. Bij concentratie in de haven zal dat wel betekenen dat voor zwaardere bedrijvigheid naast milieuruimte ook geluidruimte gecreëerd moet worden. Pagina 6, 4e alinea:
26/44
Toegevoegd moet worden: … Daarnaast is er ruimte voor de productie van waterstof op het NAM terrein, een faciliteit voor de productie van blauwe waterstof (waterstof opgewekt uit fossiele brandstof, waarbij de vrijkomende CO2 wordt opgevangen en op zee opgeslagen)… Pagina 6 Grootschalige duurzame energie, 4e alinea (in relatie met kaart op pagina 2): Op de locatie Oostoever is alleen het terrein van de NAM aangegeven als zoekgebied Waterstofontwikkeling. PoDH zou het wenselijk vinden om in het kader van de energietransitie het gehele bedrijventerrein aan te wijzen als zoekgebied. Laatste zin: Graag verwijderen: Ook voor de aanlanding van op de Noordzee duurzaam opgewekte elektriciteit komt Den Helder mogelijk in beeld. De benodigde ruimte hiervoor zoeken we op bedrijventerrein Kooypunt en de directe omgeving. Reden hiervoor is, dat Den Helder weliswaar in beeld als mogelijk aanlandingspunt, echter om het zo specifiek te benoemen, zet dit voor PoDH een mogelijke andere ontwikkeling van Kooypunt op slot. Pagina 7, 1e regel: Toevoegen: Ook faciliteren we de aanleg en inpassing van aanvullende energie-infrastructuur, om een bijdrage aan deze opgave te leveren. Inclusief de elektrificatie van de haven middels o.m. walstroom.
1.
2. 3.
4.
5. 6.
Concreet voorstel: Toevoegingen: De gemeente Den Helder wil in ieder geval ruimte kunnen bieden aan bedrijven uit de kernsectoren van de lokale economie (scheepsbouw, offshore, havengerelateerde bedrijvigheid en logistiek, onderhoud & inspectie, marine en energietransitie); Voor zwaardere bedrijvigheid in de haven ook de daarvoor benodigde milieu- en geluidsruimte creëren; Toevoegen: Daarnaast is er ruimte voor de productie van waterstof op het NAM terrein, een faciliteit voor de productie van blauwe waterstof (waterstof opgewekt uit fossiele brandstof, waarbij de vrijkomende CO2 wordt opgevangen en op zee opgeslagen)…. Ook voor de aanlanding van op de Noordzee duurzaam opgewekte elektriciteit komt Den Helder mogelijk in beeld. Een deel van de benodigde ruimte hiervoor zoeken we op bedrijventerrein Kooypunt en de directe omgeving, w.o. Kooyhaven; Ook faciliteren we de aanleg en inpassing van aanvullende energie-infrastructuur, om een bijdrage aan deze opgave te leveren. Inclusief de elektrificatie van de haven middels o.m. walstroom; In het kader van de energietransitie het gehele bedrijventerrein Oostoever aan te wijzen als zoekgebied.
Hoofdstuk 6 Thematische uitwerking ontwikkelingen Geen opmerkingen. Hoofdstuk 7 Deelvisie Stad binnen de Linie Pagina 5 Willemsoord, 2e alinea: Het kwadrant (Buitenveld) is momenteel grotendeels onbebouwd. Vanuit de ontwikkeling van het Maritiem Cluster wordt hier ingezet op ontwikkelingen die bijdragen aan de doelstellingen van het Maritiem Cluster en passen binnen de maritieme stadsontwikkeling. Port of Den Helder wil benadrukken dat de invulling van dit terrein en de genoemde ontwikkeling niet strijdig mag/kan zijn de randvoorwaarden van een ongestoorde bedrijfsvoering en bereikbaarheid van de haven, en er geen permanente bewoning wordt toegestaan. Hoofdstuk 8 Deelvisie Maritiem Cluster Pagina 2:
27/44
Op de kaart staan op Kooypunt (ruimte) voor grootschalige zonneparken weergegeven. Wat opvalt is dat het noordelijke zonnepark Ecorus (tussen Kooypunt en Heldair) een definitieve bestemming heeft op deze kaart, terwijl het zuidelijke zonnepark Vattenfall (Kooypunt fase IIIb) een tijdelijk karakter heeft. In het kader van de opgave in de energietransitie zouden wij graag zien dat ook het noordelijk zonnepark een tijdelijk karakter heeft. De verleende Omgevingsvergunning (AU18.07236) heeft ook een tijdelijkheid van 25 jaar. Pagina 4 Visie, Zeehaven & Luchthaven 1e alinea (in relatie met pagina 2 kaart): “We zetten in op het realiseren van een tweede vaarverbinding, tussen de haven en de Waddenzee via Willemsoord. Deze tweede vaarroute draagt als extra optie bij aan de continuïteit van de verbinding tussen haven en zee en kan tevens gebruikt worden voor recreatief vaarverkeer.” Port of Den Helder ziet deze te realiseren nieuwe hoofdvaarroute als een calamiteitenroute en niet als een nieuwe hoofdvaarroute De primaire verbinding van binnen naar buiten voor recreatief vaarverkeer blijft via de Koopvaardersschutssluis. De recreatievaart kan, wanneer omstandigheden dat toelaten, gebruik maken van de Zeedoksluis voor de toegang tot Willemsoord vanaf de zeehaven. Ook is de vaarwegklasse niet toereikend om in aanmerking te komen als hoofdvaarroute.
Daarnaast zal deze hoofdvaarroute extra oponthoud gaan betekenen voor het havenverkeer: zowel de Van Kinsbergenbrug als de brug Zeedoksluis zullen dan veel frequenter openstaan. Dit terwijl juist de ontvlechting van het verkeer in de omgeving van de Ravelijnweg zou moeten zorgen voor een betere doorstroming van het verkeer van en naar de haven. Pagina 4 Visie, Zeehaven & Luchthaven 3e alinea: “Buitenveld is onlosmakelijk onderdeel van Willemsoord. De strategische ligging tussen stad, haven en de bestaande activiteiten van de Koninklijke Marine op de noordoostelijke kwadrant van Willemsoord maakt het gebied interessant voor functies op het snijvlak hiervan.” Deze tekst komt niet overeen met de tekst hierover in Hoofdstuk 7 Deelvisie Stad binnen de Linie. Hierin staat namelijk opgenomen: “Het kwadrant (Buitenveld) is momenteel grotendeels onbebouwd. Vanuit de ontwikkeling van het Maritiem Cluster wordt hier ingezet op ontwikkelingen die bijdragen aan de doelstellingen van het Maritiem Cluster en passen binnen de maritieme stadsontwikkeling.” PoDH zou graag zien dat de tekst uit Hoofdstuk 7 Deelvisie Stad binnen de Linie wordt overgenomen, waarbij wij aantekenen dat de invulling an dit terrein en de genoemde ontwikkeling niet strijdig mag/kan zijn de randvoorwaarden van een ongestoorde bedrijfsvoering en bereikbaarheid van de haven.
Pagina 4 Mobiliteit, laatste zin: “De Koninklijke Marine behoudt twee volwaardige en een onafhankelijke ontsluitingen van en naar het Marineterrein.” In het kader van het Maritiem Cluster en de bereikbaarheid/ontvlechting van verkeersstromen wordt de Zuidpoort (Oostoever) gezien als te ontwikkelen hoofdentree en zou daarmee onderdeel van de oplossing vormen. Pagina 5 Kooypunt, Oostoever en Kooyhaven, 2e alinea: In de tekst aanvullen: Binnen de ontwikkeling van het Maritiem Cluster wordt voor de gebieden Kooypunt, Kooyhaven (gemeente Hollands Kroon) en Oostoever ingezet op het ruimte bieden voor de sectoren logistiek, mobiliteit en energie, inclusief de aanlanding van elektriciteit en de productie van groene waterstof of daarop gebaseerde duurzame brandstoffen. Een mobiliteitsoplossing die we concreet onderzoeken is het realiseren van een transferium op of in de omgeving van Kooypunt en luchthaven Den Helder. Concreet voorstel: 1. Op de kaart het noordelijke zonnepark Ecorus op Kooypunt aangeven als (ruimte voor) grootschalig tijdelijk zonnepark. (Dit zal den doorgevoerd moeten worden op alle gelijke kaartjes in alle van toepassing zijnde hoofdstukken); 2. De te realiseren nieuwe hoofdvaarroute aanmerken als calamiteitenroute;
28/44
3. Overnemen tekst uit Hoofdstuk 7: “Het kwadrant (Buitenveld) is momenteel grotendeels onbebouwd. Vanuit de ontwikkeling van het Maritiem Cluster wordt hier ingezet op ontwikkelingen die bijdragen aan de doelstellingen van het Maritiem Cluster en passen binnen de maritieme stadsontwikkeling.”; 4. Aanpassen: “De Koninklijke Marine behoudt twee ontsluitingen van en naar het Marineterrein.”; 5. Aanvullen: … sectoren logistiek, mobiliteit en energie, inclusief de aanlanding van elektriciteit en de productie van groene waterstof of daarop gebaseerde duurzame brandstoffen’ 6. Aanvullen: Een mobiliteitsoplossing die we concreet onderzoeken is het realiseren van een transferium op of in de omgeving van Kooypunt en luchthaven Den Helder. Hoofdstuk 9 Deelvisie De Stelling Pagina 44: Willemsoord in 2040: “Buitenveld is in 2040 met alle partijen ontwikkeld tot het onmiskenbare vierde kwadrant van Willemsoord waar werf, stad en Stelling elkaar ontmoeten”.” In overeenstemming brengen met de tekst uit Hoofdstuk 7 Deelvisie Stad binnen de Linie. Hierin staat namelijk opgenomen: “Het kwadrant (Buitenveld) is momenteel grotendeels onbebouwd.
Vanuit de ontwikkeling van het Maritiem Cluster wordt hier ingezet op ontwikkelingen die bijdragen aan de doelstellingen van het Maritiem Cluster en passen binnen de maritieme stadsontwikkeling.” PoDH zou graag zien dat de tekst uit Hoofdstuk 7 Deelvisie Stad binnen de Linie wordt overgenomen, waarbij wij aantekenen dat de invulling van dit terrein en de genoemde ontwikkeling niet strijdig mag/kan zijn de randvoorwaarden van een ongestoorde bedrijfsvoering en bereikbaarheid van de haven en er geen permanente bewoning wordt toegestaan. (zie ook onze opmerking bij Hoofdstuk 8 Deelvisie Maritiem Cluster). Concreet voorstel: 1. Overnemen tekst uit Hoofdstuk 7: “Het kwadrant (Buitenveld) is momenteel grotendeels onbebouwd. Vanuit de ontwikkeling van het Maritiem Cluster wordt hier ingezet op ontwikkelingen die bijdragen aan de doelstellingen van het Maritiem Cluster en passen binnen de maritieme stadsontwikkeling.” Hoofdstuk 10 Deelvisie Nieuw Den Helder Geen opmerkingen. Deelvisie 11 De Schooten Pagina 10 1e zin: We streven ernaar om in de toekomst een vaste oeververbinding over het Noordhollandsch Kanaal te realiseren, waarmee De Schooten wordt verbonden met de Waddenzee en Natuureducatiecentrum ’t Kuitje.
Port of Den Helder wil hierbij aantekenen dat een vaste oeververbinding, zoals hier aangegeven, geen belemmering/oponthoud mag geven aan de beroepsvaart over het Noord-Hollandskanaal. Concreet voorstel: We streven ernaar om in de toekomst een verbinding tussen de De Schooten en de Waddenzee te realiseren. Deelvisie 12 Julianadorp Geen opmerkingen. Deelvisie 13 Huisduinen
29/44
Geen opmerkingen. Deelvisie 14 Doorwerking Geen opmerkingen. Bijlage 1 Gebiedsbiografie Geen opmerkingen. Bijlage 2 Verkenningen Geen opmerkingen. Bijlage 3 Pariticipatieproces Geen opmerkingen. Bijlage 4 Milieueffectrapportage Pagina 71/72 6.2.1 Bodemkwaliteit; 6.2.1.1 Huidige situatie en autonome ontwikkeling bodemkwaliteit Voor de Nieuwediepkade staat aangegeven dat er nader onderzoek nodig zou zijn. Tevens staat voor kade Het Nieuwe Werk aangegeven dat er een saneringsplan zou moeten worden opgesteld. Deze informatie is bij ons als economisch eigenaar van deze gronden niet bekend. Graag zouden wij hierover meer informatie of nader overleg willen hebben. Pagina 101 laatste alinea: Binnen de haven wordt ruimte gecreëerd voor nieuwe ontwikkelingen…. Daarbij dient aangevuld te worden dat middels de maatregelen opgenomen in het Geluidreducatieplan er zeer waarschijnlijk ook ruimte ontstaat die middels het opnemen van GPP’s in het Omgevingsplan gereserveerd zal worden voor nieuwe ontwikkelingen. Pagina 136 6.10 Energietransitie 6.10.1.1 2e alinea: “Zonneparken op agrarische grond zijn niet gerealiseerd in Den Helder en hebben niet de voorkeur.” Dit klopt niet. Zowel het zonnepark van Ecorus als het zonnepark van Vattenfall zijn beiden gerealiseerd op agrarische grond en hebben een tijdelijke vergunning (maximaal 25 jaar).
Tenslotte merken wij nog op locatie Harssens voor Port of Den Helder een essentiële bouwsteen is in de ontwikkeling/vestiging van Wind op Zee gerelateerde bedrijvigheid voor de haven van Den Helder, en de stappen die daarmee gezet kunnen worden in de (nationale) energietransitie. Tot zover de zienswijze van Port of Den Helder op de ontwerp-structuurvisie Omgevingsvisie gemeente Den Helder “Koers op een sterke thuishaven”. Met vriendelijke groet, NV Port of Den Helder J.F. Bolderheij Algemeen Directeur
Beantwoording & conclusie
30/44
Wij danken Port of Den Helder voor het indienen van haar zienswijze. Gezien de opbouw van uw zienswijze zullen we hieronder ook puntsgewijs hierop ingaan. Voor Hoofdstuk 2 – Visiekaart & Centrale Uitgangspunten – doet u het volgende concrete voorstel voor aanpassing van de omgevingsvisie: Concreet voorstel: 1. Op de kaart het noordelijke zonnepark Ecorus op Kooypunt aangeven als (ruimte voor) grootschalig tijdelijk zonnepark. (Dit zal dan doorgevoerd moeten worden op alle gelijke kaartjes in alle van toepassing zijnde hoofdstukken; 2. Ook onderzoeken we de mogelijkheid om een transferium te realiseren op of rondom bedrijventerrein Kooypunt en luchthaven Den Helder. 3. Bij publiek toegankelijk maken van delen van de haven rekening houden met de veiligheid, beveiliging (ISPS) en een ongestoorde bedrijfsvoering en bereikbaarheid van het havenbedrijfsleven en de daarmee gepaard gaande andere activiteiten.
We gaan hier op de volgende manier mee om: 1. U stelt terecht dat de verleende omgevingsvergunning voor zonnepark Ecorus op Kooypunt een tijdelijke omgevingsvergunning is. De kaart wordt zodanig aangepast dat dit zonnepark (ook) de aanduiding (ruimte voor) grootschalig tijdelijk zonnepark krijgt. 2. Uw tekstsuggestie biedt een goede aanvulling. We nemen uw suggestie over. 3. We erkennen het belang van veiligheid, beveiliging en de ongestoorde bedrijfsvoering en bereikbaarheid van het (haven)bedrijfsleven. Bij de uitwerking van deze ambitie zullen de genoemde aspecten in alle gevallen belangrijke randvoorwaarden vormen en zal afgestemd worden met betrokken en/of verantwoordelijke partijen. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie. Voor Hoofdstuk 4 – Thematische Uitwerking Mobiliteit & Infrastructuur – doet u het volgende concrete voorstel voor aanpassing van de omgevingsvisie: Concreet voorstel: 1. De te realiseren nieuwe hoofdvaarroute aanmerken als calamiteitenroute; 2. Ook het Noordhollands Kanaal kan worden gezien als een regionale verbinding. Dit heeft met name een economische functie voor binnenvaart en voor de bereikbaarheid (en ontwikkeling) van het regionaal bedrijventerrein Kooyhaven, hoewel het ook steeds meer door recreatief vaarverkeer wordt ontdekt.” 3.
Ook onderzoeken we de mogelijkheid om een transferium te realiseren op of rondom bedrijventerrein Kooypunt en luchthaven Den Helder.
We gaan hier op de volgende manier mee om: 1. In de omgevingsvisie spreken we de ambitie uit om een tweede vaarroute naar zee te realiseren, via de Boerenverdrietsluis, het dok van Willemsoord en de Zeedoksluis. Hierbij wordt niet alleen gezocht naar het verbeteren van de continuïteit van de verbinding tussen haven en zee, maar ook het bieden van een route voor recreatief verkeer. Bij de uitwerking van deze ambitie spelen veel belangen en randvoorwaarden een rol, wat vraagt om goede afstemming tussen alle betrokken partijen. Desondanks staat de ambitie wat ons betreft overeind en houden we vast aan de term ‘tweede vaarroute’. In de legenda bij de kaart(en) kiezen we voor de term ‘realiseren vaarroute’, om bij de benaming aan te sluiten.
31/44
2. We erkennen de waarde van het Noordhollands Kanaal voor de bereikbaarheid en ontwikkeling van het regionaal bedrijventerrein Kooypunt en nemen de tekstsuggestie over in de omgevingsvisie. 3. Dit voorstel nemen wij over, conform onze beantwoording onder hoofdstuk 2. Voor Hoofdstuk 5 – Thematische Uitwerking Functies & Bedrijvigheid – doet u het volgende concrete voorstel voor aanpassing van de omgevingsvisie:
1.
2. 3.
4.
5. 6.
Concreet voorstel: Toevoegingen: De gemeente Den Helder wil in ieder geval ruimte kunnen bieden aan bedrijven uit de kernsectoren van de lokale economie (scheepsbouw, offshore, havengerelateerde bedrijvigheid en logistiek, onderhoud & inspectie, marine en energietransitie); Voor zwaardere bedrijvigheid in de haven ook de daarvoor benodigde milieu- en geluidsruimte creëren; Toevoegen: Daarnaast is er ruimte voor de productie van waterstof op het NAM terrein, een faciliteit voor de productie van blauwe waterstof (waterstof opgewekt uit fossiele brandstof, waarbij de vrijkomende CO2 wordt opgevangen en op zee opgeslagen)…. Ook voor de aanlanding van op de Noordzee duurzaam opgewekte elektriciteit komt Den Helder mogelijk in beeld. Een deel van de benodigde ruimte hiervoor zoeken we op bedrijventerrein Kooypunt en de directe omgeving, w.o. Kooyhaven; Ook faciliteren we de aanleg en inpassing van aanvullende energie-infrastructuur, om een bijdrage aan deze opgave te leveren. Inclusief de elektrificatie van de haven middels o.m. walstroom; In het kader van de energietransitie het gehele bedrijventerrein Oostoever aan te wijzen als zoekgebied.
We gaan hier op de volgende manier mee om: 1. Hoewel deels ook vallend onder diverse genoemde kernsectoren zien we het als een goede toevoeging om havengerelateerde bedrijvigheid en logistiek expliciet te benoemen. We nemen de tekstsuggestie over. 2. Deze toevoeging zien we als (belangrijke) uitwerking van de omgevingsvisie, aansluitend op de doelen en ambities die zijn opgenomen over dit onderwerp. Deze uitwerking nemen we niet inhoudelijk op in de omgevingsvisie, maar zal vorm krijgen in andere instrumenten uit de beleidscyclus, zoals het omgevingsplan en/of het omgevingsprogramma. 3. We nemen deze verduidelijkende toevoeging over. 4. Binnen de gemeente Den Helder zien we bedrijventerrein Kooypunt en omgeving als de locatie waar benodigde ruimte voor aanlanding van op de Noordzee duurzaam opgewekte elektriciteit gezocht wordt. De toevoeging ‘Een deel van de benodigde ruimte’ sluit hier niet op aan en nemen we niet over. Ook de toevoeging ‘w.o. (waaronder, red.) Kooyhaven’ nemen we niet over, aangezien dit onderdeel van het grondgebied van de gemeente Hollands Kroon is en de gemeente Den Helder derhalve niet een dergelijke uitspraak kan doen over de invulling van dit terrein met betrekking tot deze opgave. 5. De elektrificatie van de haven met o.m.
walstroom zien we als uitwerking die naadloos past binnen de ambitie om de aanleg en inpassing van aanvullende energie-infrastructuur te faciliteren. We zien geen aanleiding om dit als aparte ambitie te benoemen en nemen de tekstsuggestie daarom niet over. 6. De suggestie past bij de doelen en ambities in de omgevingsvisie met betrekking tot de ontwikkeling van bedrijventerrein Oostoever en het geven van ruimte aan (duurzame) waterstofontwikkelingen. We nemen de suggestie daarom over in de relevante kaarten.
32/44
Voor Hoofdstuk 8 – Deelvisie Maritiem Cluster – doet u het volgende concrete voorstel voor aanpassing van de omgevingsvisie:
1. 2. 3.
4. 5. 6.
Concreet voorstel: Op de kaart het noordelijke zonnepark Ecorus op Kooypunt aangeven als (ruimte voor) grootschalig tijdelijk zonnepark. (Dit zal den doorgevoerd moeten worden op alle gelijke kaartjes in alle van toepassing zijnde hoofdstukken); De te realiseren nieuwe hoofdvaarroute aanmerken als calamiteitenroute; Overnemen tekst uit Hoofdstuk 7: “Het kwadrant (Buitenveld) is momenteel grotendeels onbebouwd. Vanuit de ontwikkeling van het Maritiem Cluster wordt hier ingezet op ontwikkelingen die bijdragen aan de doelstellingen van het Maritiem Cluster en passen binnen de maritieme stadsontwikkeling.”; Aanpassen: “De Koninklijke Marine behoudt twee ontsluitingen van en naar het Marineterrein.”; Aanvullen: … sectoren logistiek, mobiliteit en energie, inclusief de aanlanding van elektriciteit en de productie van groene waterstof of daarop gebaseerde duurzame brandstoffen’ Aanvullen: Een mobiliteitsoplossing die we concreet onderzoeken is het realiseren van een transferium op of in de omgeving van Kooypunt en luchthaven Den Helder.
We gaan hier op de volgende manier mee om: 1. Dit voorstel nemen wij over, conform onze beantwoording onder hoofdstuk 2. 2. Dit voorstel nemen wij niet over, conform onze beantwoording onder hoofdstuk 4. 3. We zien het gelijktrekken van beide teksten als een goede suggestie. In de voorgestelde tekst uit Hoofdstuk 7 wordt gerefereerd aan ‘ontwikkelingen die bijdragen aan de doelstellingen van het Maritiem Cluster’. Hiermee was de ambitie voor het gebied nog onvoldoende concreet geformuleerd. Er is voor gekozen om beide teksten gelijk te laten luiden, maar de formulering aan te passen door de ambities voor het gebied concreter te maken. 4. We erkennen de kansen om de Zuidpoort richting de Marinehaven verder te ontwikkelen en positioneren als hoofdtoegang, zoals in de toelichting bij uw zienswijze beschreven. De Koninklijke Marine benadrukt echter haar belang om twee volwaardige en onafhankelijke ontsluitingen te behouden, als randvoorwaarde voor de veiligheid van de Marinehaven. We nemen deze tekstsuggestie daarom niet over. 5. De voorgestelde toevoeging komt inhoudelijk grotendeels overeen met de verduidelijking over de sector energie, in de derde regel van de betreffende alinea. We nemen dit voorstel daarom niet over. 6. Dit voorstel nemen wij over, conform onze beantwoording onder hoofdstuk 2.
Voor Hoofdstuk 9 – Deelvisie De Stelling – doet u het volgende concrete voorstel voor aanpassing van de omgevingsvisie: Concreet voorstel: 1. Overnemen tekst uit Hoofdstuk 7: “Het kwadrant (Buitenveld) is momenteel grotendeels onbebouwd. Vanuit de ontwikkeling van het Maritiem Cluster wordt hier ingezet op ontwikkelingen die bijdragen aan de doelstellingen van het Maritiem Cluster en passen binnen de maritieme stadsontwikkeling.”
We gaan hier op de volgende manier mee om: 1. In de toekomstbeelden in Deelvisie De Stelling worden geen doelen en ambities geformuleerd, maar een blik op de mogelijke toekomst van verschillende locaties geworpen om te laten zien waar de aandacht en verdere uitwerking van De Stelling toe kan leiden. De tekst voor Buitenveld geeft hierin een aantrekkelijk perspectief, die bereikt kan worden door in te zetten op (onder andere) de ambities en doelen geformuleerd
33/44
in hoofdstuk 7 (Deelvisie Stad binnen de Linie) en 8 (Deelvisie Maritiem Cluster). De huidige tekst doet niet af aan de geformuleerde ambities en doelen voor het gebied en we zien geen extra meerwaarde om uw tekstvoorstel in te voegen binnen deze tekstkaders met een andere insteek. We nemen uw tekstsuggestie daarom niet over. Voor Hoofdstuk 11 – Deelvisie De Schooten – doet u het volgende concrete voorstel voor aanpassing van de omgevingsvisie: Concreet voorstel: We streven ernaar om in de toekomst een verbinding tussen de De Schooten en de Waddenzee te realiseren.
We nemen dit voorstel over. Ambitie is om een verbinding te realiseren, in welke vorm dit wordt gerealiseerd is onderdeel van de uitwerking. Voor Bijlage 4 – Milieueffectrapportage – brengt u een aantal punten en vragen onder ons aandacht. De correctie met betrekking tot de vergunde zonneparken nemen wij over. De toevoeging met betrekking tot de GPP’s in het omgevingsplan is voor het MER te gedetailleerd. Dit is wel een belangrijk aandachtspunt met betrekking tot de uitwerking en realisatie van de omgevingsvisie. Uw vraag met betrekking tot bodemkwaliteit wordt, in overleg met de bronhouder van de relevante informatie, verder uitgezocht en met u besproken in een nog in te plannen overleg. Naar aanleiding van uw zienswijze wordt de omgevingsvisie op de volgende punten aangepast: - Op alle relevante kaarten is de aanduiding van zonnepark Ecorus, ten noorden van Kooypunt, aangepast van ‘(ruimte voor) grootschalig tijdelijk zonnepark’ naar ‘(ruimte voor) grootschalig tijdelijk zonnepark’. - Op alle relevante kaarten is de aanduiding op bedrijventerrein Oostoever als ‘zoekgebied waterstofontwikkeling’ vergroot, zodat de aanduiding het complete bedrijventerrein omvat. - Op de legenda bij de kaarten stonden de aanduidingen ‘hoofdvaarroute’ en ‘realiseren nieuwe hoofdvaarroute’.
We kiezen ervoor om de term (tweede) vaarroute te gebruiken en hebben de aanduidingen in de legenda aangepast naar ‘vaarroute’ en ‘realiseren nieuwe vaarroute’. - Onder Hoofdstuk 2 Visiekaart & Centrale uitgangspunten, Centraal Uitgangspunt ‘Den Helder is zo optimaal mogelijk bereikbaar met verschillende vervoersmiddelen’ hebben we in de derde alinea (pagina 11) de tekst over de rol van het Noordhollands Kanaal in de bereikbaarheid aangevuld met de uw tekstvoorstel met betrekking tot de bereikbaarheid van regionaal havengebonden bedrijventerrein Kooyhaven. - Onder Hoofdstuk 2 Visiekaart & Centrale uitgangspunten, Centraal Uitgangspunt ‘Den Helder is zo optimaal mogelijk bereikbaar met verschillende vervoersmiddelen’ hebben we in de vijfde alinea (pagina 12) de tekst over het onderzoeken van de haalbaarheid van een transferium aangevuld met uw tekstvoorstel om hierbij ook luchthaven Den Helder te noemen. - Onder Hoofdstuk 4 Thematische Uitwerking Mobiliteit & Infrastructuur, kopje (Boven)regionale infrastructuur & verbindingen, hebben we in de tweede alinea (pagina 3) de tekst over de rol van het Noordhollands Kanaal in de bereikbaarheid aangevuld met de uw tekstvoorstel met betrekking tot de bereikbaarheid van regionaal havengebonden bedrijventerrein Kooyhaven.
34/44
-
-
-
-
-
-
-
Onder Hoofdstuk 4 Thematische Uitwerking Mobiliteit & Infrastructuur, kopje Hoofd- en verbindingswegen, hebben we in de tweede alinea (pagina 4) de tekst over het onderzoeken van de haalbaarheid van een transferium aangevuld met uw tekstvoorstel om hierbij ook luchthaven Den Helder te noemen. Onder Hoofdstuk 5 Thematische Uitwerking Functies & Bedrijvigheid, kopje Bedrijven- en industrieterreinen, hebben we in de eerste alinea (pagina vier) de sector havengerelateerde bedrijvigheid en logistiek toegevoegd aan de opsomming met kernsectoren van de lokale economie. Onder Hoofdstuk 5 Thematische Uitwerking Functies & Bedrijvigheid, kopje Grootschalige duurzame energie, hebben we in de vierde alinea (pagina 6) uw verduidelijkende tekstsuggestie over het op zee opslaan van CO2 toegevoegd. Onder Hoofdstuk 8 Deelvisie Maritiem Cluster, kopje Zeehaven & Luchthaven, hebben we in de derde alinea (pagina 4) uw voorstel overgenomen om deze tekst gelijk te trekken met de tekst over Buitenveld in Hoofdstuk 7 Deelvisie Stad binnen de Linie. De formulering in beide teksten is aangepast om explicieter te maken welke ambities voor dit gebied gelden (havenontwikkeling en maritieme stadsontwikkeling).
Onder Hoofdstuk 8 Deelvisie Maritiem Cluster, kopje Kooypunt, Oostoever en Kooyhaven, hebben we in de tweede alinea (pagina 5) de tekst over het onderzoeken van de haalbaarheid van een transferium aangevuld met uw tekstvoorstel om hierbij ook luchthaven Den Helder te noemen. Onder Hoofdstuk 11 Deelvisie De Schooten, kopje Aansluiting met de Waddenzee, hebben we in de tweede alinea (pagina 10) de ambitie om De Schooten met het wad te verbinden door middel van een vaste oeververbinding aangepast naar de ambitie om De Schooten met het wad te verbinden door middel van een verbinding voor langzaam verkeer. In Bijlage 4 Milieueffectrapportage, kopje 6.10.1.1 Energietransitie, alinea 2 (pagina 136) is de tekst over zonneparken op agrarische grond gecorrigeerd met een nieuwe formulering.
Zienswijze ProRail Per brief van 15 mei 2023 heeft ProRail een zienswijze ingediend. Geachte Raad, De ontwerp Structuurvisie "Koers op een sterke thuishaven”, welke met ingang van 10 april tot en met 22 mei 2023 ter inzage ligt, geeft ProRail aanleiding om de volgende zienswijze in te brengen. ProRail heeft, als landelijk spoorbeheerder, een visie op de omgeving van het spoor. We delen deze graag met u, zodat u dit mee kunt nemen in uw Omgevingsvisie. Meer informatie vindt u hier: https://www.prorail.nl/siteassets/homepage/samenwerken/overheden/documenten/pr_doc ument-prorail-en-de-omgevingsvisies.pdf Aspect Geluid ProRail verzoekt u voor het aspect Geluid in relatie tot Railverkeer gebruik te maken van de meest recente gegevens Geluidregister spoor. Aspect Trillingen ProRail beoogt niet alleen voor gemeenten en provincies die plannen maken in de spooromgeving, maar ook voor toekomstige bewoners rond het spoor een “goede buur” te zijn. Indien de Structuurvisie en alle in de toekomst daarop gebaseerde
35/44
ruimtelijke plannen, bebouwing dichtbij het spoor mogelijk maken, kan trillinghinder voor de toekomstige bewoners/gebruikers ontstaan als gevolg van treinverkeer. Hoewel er geen wettelijke normen bestaan voor trillinghinder in dit soort situaties acht ProRail het gewenst dat er in de planvorming wel aandacht voor is. In het kader van de goede ruimtelijke ordening en de zorgvuldige voorbereiding van besluiten raadt ProRail u aan om het aspect trillinghinder af te wegen, zoals door Kenniscentrum InfoMil wordt aanbevolen. Zie https://www.infomil.nl/onderwerpen/ruimte/milieuthema/tril/. ProRail raadt u dan ook aan om het aspect trillingen te betrekken bij de Structuurvisie en alle in de toekomst daarop gebaseerde ruimtelijke plannen. In dit kader verwijst ProRail u naar de Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen (https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2019Z15245&did=2019 D31337). Percelen ProRail In de Structuurvisie zijn percelen opgenomen die in eigendom zijn van Railinfratrust B.V./ProRail B.V. (verder te noemen “ProRail”). ProRail merkt in dit kader op dat deze percelen - zonder nadrukkelijke schriftelijke toestemming van ProRail niet mogen worden gebruikt. Deze percelen zijn door ProRail benodigd ten behoeve van de uitvoering van haar wettelijke taken en voor eventuele toekomstige (uitbreidings)plannen.
De percelen van ProRail, alsmede de spoorbaan, dienen door ProRail, haar aannemers of hulpdiensten te allen tijde onbelemmerd toegankelijk te zijn en te blijven met het materieel dat ook momenteel wordt gebruikt voor het uitvoeren van werkzaamheden en in het geval van calamiteiten. Dit geldt ook voor over-/onderbouwingen en/of overkragingen van deze gronden. ProRail verzoekt u tevens alle percelen van ProRail te voorzien van de bestemming Verkeer-Railverkeer. Overwegen Overwegen vormen een gevaarpunt tussen weg- en spoorverkeer. ProRail verzoekt uw gemeente daarom contact op te nemen met ProRail indien de door uw gemeente voorgestelde visie en alle in de toekomst daarop gebaseerde ruimtelijke plannen effect kunnen hebben op de bestaande overwegen in uw gemeente. U kunt hierbij bijvoorbeeld denken aan gewijzigd gebruik door het realiseren van een ontsluitingsroute voor een nieuwe woonwijk of bedrijventerrein. Ook verwijst ProRail uw gemeente graag naar de Beleidsagenda Spoorveiligheid 2020 -2025 waarin het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (hierna: IenW) haar visie op overwegveiligheid heeft beschreven.
Het streven van IenW is om samen met ProRail, decentrale overheden, recreatieve belangenorganisaties en burgers te zorgen voor nul dodelijke slachtoffers en nul verstoringen op en rondom overwegen om een veilige, vlotte en duurzame mobiliteit (trein- en wegverkeer) te kunnen garanderen. Meer informatie hierover vindt u hier: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2020/02/05/beleidsagenda-spoorveiligheid-2020-2025. Waterpeil/Stabiliteit De stabiliteit van de spoorbaan met bijbehorende voorzieningen mag niet worden beïnvloed. Uw gemeente dient te borgen dat plannen en/of werkzaamheden geen invloed hebben op de stabiliteit van de spoorbaan met bijbehorende voorzieningen, alsmede op het ongehinderd gebruik van de spoorbaan met bijbehorende voorzieningen. Denk daarbij aan de inrichting en/of exploitatie van een Warmte Koude Opslagsysteem of een WADI, maar ook aanpassingen van watergangen. Spoorwegwetgeving ProRail wijst u op de in de Spoorwegwet c.a. vastgelegde beperkingengebieden voor hoofdspoorwegen. De beperkingengebieden staan vermeld in artikel 21 van het Besluit hoofdspoorweginfrastructuur https://wetten.overheid.nl/BWBR0017626/2017-01-01 en in de Regeling omgevingsregime hoofdspoorwegen https://wetten.overheid.nl/BWBR0038197/2016- 10-01.
Binnen deze beperkingengebieden is voor te verrichten activiteiten op grond van artikel 19 van de Spoorwegwet een vergunning van ProRail vereist.
36/44
Nadere informatie kunt u vinden via https://www.prorail.nl/samenwerken/vergunningen-aanvragen of contact opnemen met ProRail via het e-mailadres vergunningaanvraag@prorail.nl. ProRail merkt in dit kader nu reeds op dat onder de Omgevingswet - voor initiatieven binnen het beperkingengebied hoofdspoor - uw gemeente het bevoegde gezag is voor meervoudige aanvragen, waarbij vergunning alleen verleend kan worden nadat ProRail haar gemandateerde advies met instemming heeft gegeven. Bij enkelvoudige aanvragen blijft de minister bevoegd gezag en zal ProRail namens de minister vergunning verlenen. Spoorwegdoeleinden ProRail verzoekt u zorg te dragen dat gronden welke momenteel voorzien zijn van de bestemming Spoorwegdoeleinden of Railverkeer, deze bestemming ook in de toekomst zullen behouden. Ook verzoekt ProRail uw gemeente om geen dubbelbestemmingen mogelijk te maken. Onderstations De binnen het plangebied aanwezige onderstations mogen niet komen te vervallen. Deze onderstations zijn cruciaal voor de elektriciteitsvoorziening van de hoofdspoorweginfrastructuur en daarmee voor de berijdbaarheid van het spoor. Tevens verzoekt ProRail u ervoor zorg te dragen dat de onderstations - net als in de huidige situatie - te allen tijde bereikbaar zullen zijn voor onderhouds- en hulpdiensten.
Met het oog op potentiële risico's voor het bouwen nabij of boven een onderstation dient rekening te worden gehouden met een afstand van 10 meter gemeten vanaf de gevels van het onderstation. Overige railgebonden gebouwen en ondergrondse infra De binnen het plangebied aanwezige railgebonden gebouwen en ondergrondse infra, deel uitmakende van de hoofdspoorweginfrastructuur, al dan niet gelegen op percelen van ProRail, dienen te allen tijde bereikbaar te zijn en te blijven ten behoeve van het spoorwegbeheer en/of voor hulpdiensten. Het functioneren van deze voorzieningen mag niet worden beïnvloed door ontwikkelingen in de omgeving. Zicht op de stationsentree Doordat de stationsomgeving een ideale plek is om je te vestigen, ziet ProRail de laatste jaren steeds meer verdichting en hoogbouw rond het station. Dit komt de vindbaarheid van een station niet ten goede. Reizigers voelen zich hierdoor onzeker, hetgeen een vorm van stress veroorzaakt. Ondanks dat er bewegwijzering is blijkt uit onderzoek dat zicht op de hoofdingang de beste manier is om het station te vinden. Zichtlijnen naar het station spelen daar een belangrijke rol in en ProRail wil deze graag in stand houden. Windbeleving en windhinderrisico’s Hoogbouw rond het station heeft invloed op de windbeleving van de reiziger.
Gemiddeld wachten reizigers 7 tot 10 minuten op een trein en dat doen ze bij voorkeur op het perron waar de trein halteert. Wachten met veel wind draagt niet bij aan een positieve stationsbeleving. Reizigers wachten bij voorkeur warm, beschut en comfortabel. Helaas is er echter niet voldoende wachtgelegenheid voor elke reiziger. Daardoor is het van belang dat in de omgeving rekening wordt gehouden met de windbeleving op het perron. Hoogbouw rond het station heeft ook invloed op de windcirculatie/windstromen en kan risico’s opleveren voor omliggende bebouwing (zoals schade aan daken/kappen) door veranderende windbelastingen. Hiermee dient rekening te worden gehouden. Schaduwwerking op zonnepanelen
37/44
ProRail stelt zich als doel om in 2030 CO2 neutraal te opereren. Dat betekent dat vele daken en perronoverkappingen voorzien zijn of worden van zonnepanelen om zo voldoende stroom op te wekken voor verlichting, reisinformatie, liften en roltrappen. ProRail verzoekt u derhalve bij het maken van plannen rekening te houden met mogelijke schaduwwerking op de ProRail zonnepanelen en indien nodig met ProRail in contact te treden, zodat voornoemde doelstelling van ProRail voor 2030 haalbaar blijft. Zonneparken / reflectie in relatie tot hoofdspoorweginfrastructuur Uit een risicoanalyse moet blijken dat het zonnepark c.a. geen negatief effect heeft op de hoofdspoorweginfrastructuur. Dat moet onder meer uit de vereiste EMC (elektromagnetische compatabiliteit) berekening blijken. En dan met name de weerstandsbeïnvloeding (geen aardingen/aansluitpunten in buurt van het spoor conform bijgevoegde RLN00398) en diverse aspecten met betrekking tot aansluiting op het hoogspanningsnet. Ook voor de weerkaatsing van licht van zonnepanelen dient aangetoond te worden dat aanwezige seinen niet “overstraald” kunnen worden door lichtweerkaatsing door de zonnepanelen. ProRail adviseert u om deze risico’s te laten berekenen en voordat gestart wordt met de realisatie van het zonnepark ProRail te voorzien van de uitkomsten.
ProRail neemt aan u hiermede voldoende te hebben geïnformeerd en behoudt zich het recht voor in de verdere procedure aanvullende c.q. nieuwe zienswijzen kenbaar te maken. Met vriendelijke groet, ir. M.S Roovers Directeur a.i. Leefomgeving, Juridische zaken en Vastgoed
Beantwoording & conclusie Wij danken ProRail voor het indienen van haar zienswijze. We erkennen het belang van railverkeer voor de bereikbaarheid en positie van Den Helder en zetten in ons omgevingsvisie dan ook in op behoud en toekomstige versterking van de aanwezige railverbinding, de Helderse Lijn. Hierbij is een soepele, ongestoorde bedrijfsvoering van ProRail essentieel. In de doelen en ambities in ons omgevingsvisie zien we geen belemmeringen in dit opzicht. De in de zienswijze aangereikte aandachtspunten en handreikingen zien we daarom met name als input voor ons omgevingsplan, waarin de belangen en posities van ProRail bij de uitvoering van haar taak juridisch worden vastgelegd en beschermd. Waar nodig zal hierover nadere afstemming met ProRail worden gezocht. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie. Zienswijze Rijksvastgoedbedrijf Per brief van 19 mei 2023 heeft Rijksvastgoedbedrijf een zienswijze ingediend. Geacht College, Op 10 april 2023 heeft het College van Burgermeester en Wethouders van Den Helder de Omgevingsvisie Den Helder gepubliceerd. Bij deze bied ik u onze zienswijze aan.
38/44
Voorop staat dat Defensie tevreden is met de strekking van de Omgevingsvisie. Dit is vooral te danken aan de goede onderlinge samenwerking, onder andere in het Maritiem Cluster en het constructief verlopen participatietraject. Defensie staat daarom positief tegenover het realiseren van de Omgevingsvisie en het behalen van de ambities. Echter wil ik u daarbij de volgende nuanceringen meegeven. In de periode waarin de Omgevingsvisie is opgebouwd is de wereld om ons heen veranderd ten aanzien van (inter)nationale veiligheid. Het dreigingsniveau is aangepast en hoger dan dat we in de afgelopen jaren hebben gekend. Defensie heeft de verantwoordelijkheid hierop te reageren en gereed te zijn als het erop aankomt. Dit betekent dat de organisatie aan het investeren is in de bedrijfsvoering en tegelijkertijd groeit. Deze ontwikkelingen bieden naast nieuwe of grotere kansen ook mogelijke beperkingen of alternatieve oplossingsrichtingen van ambities zoals geformuleerd in de Omgevingsvisie. Bij de Omgevingsvisie is een Milieueffectenrapportage gevoegd. Hierin wordt gewezen op mogelijke tegenstrijdigheden ten aanzien van geluidsruimte en externe veiligheid in de ontwikkeling van de (lucht)haven en het verder creëren van een veilige en gezonde omgeving.
Door de ontstane situatie op het wereldtoneel van vandaag de dag en de groei naar de 2% norm, wat een verdere groei en uitbreiding van Defensie betekent, is het voor Defensie niet mogelijk om onverminderd toe te zeggen op ambities die de operationele gereedheid kunnen verminderen. Ontwikkelingen die effect hebben op geluidsruimte, externe veiligheid en toegankelijkheid, van de marinehaven, luchthaven en andere belangrijke defensielocaties in Den Helder, kunnen van invloed zijn op de bedrijfsvoering en operationele gereedheid. Ik wil u vragen om de uitwerking en realisatie van de Omgevingsvisie af te blijven stemmen met Defensie met respect voor elkaars belangen. Zoals aangegeven wordt de onderlinge samenwerking zeer gewaardeerd en vertrouw ik op een prettig en constructief vervolg. Voor een nadere toelichting of voor vragen naar aanleiding van deze zienswijze verzoek ik u contact op te nemen met mevrouw Matser van de Afdeling Assetmanagement van het Rijksvastgoedbedrijf. De staatssecretaris van Defensie, namens deze, ing. I. van der Wardt Hoofd Cluster Ruimte
Beantwoording & conclusie Wij danken het Rijksvastgoedbedrijf voor het indienen van haar zienswijze en de uitgesproken tevredenheid met de samenwerking bij de totstandkoming hiervan. We erkennen het belang van Defensie voor Den Helder en de nationale veiligheid van Nederland in het algemeen, zeker in deze periode van toegenomen internationale dreiging. Daarom staan we positief tegenover de oproep in de zienswijze, om bij de uitwerking en realisatie van de omgevingsvisie te blijven afstemmen met Defensie. We zetten de opgebouwde samenwerking graag voort en gaan, net als u, uit van een prettig en constructief vervolg. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.
39/44
Zienswijze SBCE Per brief van 19 mei 2023 heeft Stichting Behoud Cultureel Erfgoed Den Helder een zienswijze ingediend. Geachte College, Naar aanleiding van het thans ter inzage liggende concept Omgevingswet, volgt hieronder onze zienswijze. Algemeen De nadruk van de omgevingsvisie ligt op de participatie en integraliteit van het beleid. Bewoners, ondernemers en (maatschappelijke) partijen worden gevraagd mee te denken over een integraal toekomstbeeld voor de gemeente. Ook de taken en ambities van de gemeente komen hierin terug. Het stadshart Het accent van het concept heeft in hoofdzaak betrekking op het stadshart en de directe omgeving daarvan. Met name in hoofdstuk 2 met daarin een plattegrond waarop het stadshart wordt uitgebreid met het complex Willemsoord. Tevens zijn er ambities om omvangrijke bouwwerken te realiseren zowel in als rondom het complex. Naar onze mening dienen deze ambities conform de spelregels van de Omgevingswet te worden behandeld en alle participanten hierin - voordat er besluiten zijn genomen of plannen worden voorbereid - hierbij worden betrokken. Overige gebieden Naast het stadshart, de duurzame ontwikkelingen, de mogelijke plannen voor bouwen op de dijk, havenontwikkelingen, enz. zijn met uitzondering van de nieuwbouw in Julianadorp weinig ontwikkelingen aangegeven in Julianadorp, Huisduinen, De Schooten en Nieuw Den Helder.