CConstaterende datDen Helder
Koppel je AI →
Document · PDF

Gebiedsbeheerplan Mariëndal definitief.pdf

Raadscommissie Stadsontwikkeling en Beheer 5 april 2023, gemeente Den HelderBij agendapunt: 4: Voorstel tot het vaststellen van de gebiedsvisie Mariëndal & Donkere Duinen, het gebiedsbeheerplan Mariëndal 2023-2027 en het gebiedsbeheerplan Donkere Duinen 2023-203312.589 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

in

Gebiedsbeheerplan Mariëndal 2023-2027 Februari 2023

2 Gebiedsbeheerplan Mariëndal

Mariëndal Beheerplan 2023-2027 Gemeente Den Helder

Definitief

Datum: 28 februari 2023

Auteurs NLadviseurs: Maarten van Dijk (adviseur) André Geelhoed (ecoloog) Sander Kristalijn (GIS en senior adviseur) Controle: Guido Hamelink (senior adviseur) Tessa van Vreeswijk (projectleider)

Adres: IJsselburcht 3 6825 BS Arnhem

3 Gebiedsbeheerplan Mariëndal

4 Gebiedsbeheerplan Mariëndal

Inhoudsopgave 1

INLEIDING ................................................................................................................................................ 6 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6

2

BEHEERVISIE .......................................................................................................................................... 10 2.1 2.2 2.3 2.4

3

LOOFBOS ................................................................................................................................................ 21 BLOEMWEIDE/HOOIBERM (BEHEERPLAN GROEN 2020-2025) ......................................................................... 25 SIERGAZON (BEHEERPLAN GROEN 2020-2025) ............................................................................................ 28 WATER (BEHEERPLAN WATERGANGEN 2020-2025) ...................................................................................... 30 OEVERS (DROOG PROFIEL – BEHEERPLAN GROEN 2020-2025) ......................................................................... 32 OEVERS (NAT PROFIEL – BEHEERPLAN WATERGANGEN 2020-2025) ................................................................. 35 PADEN (BEHEERPLAN WEGEN 2020-2025).................................................................................................. 37 IJSVOGELWAND ........................................................................................................................................ 39 TERREININRICHTINGSELEMENTEN ................................................................................................................. 41

ORGANISATIE ......................................................................................................................................... 43 4.1 4.2 4.3

5

NATUURLIJKE ONTWIKKELING ...................................................................................................................... 10 RECREATIE EN TOEGANKELIJKHEID ................................................................................................................ 13 BEHEERSTRATEGIE .................................................................................................................................... 16 ONTWERPOPGAVEN .................................................................................................................................. 19

OBJECTEN .............................................................................................................................................. 20 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9

4

AANLEIDING .............................................................................................................................................. 6 GEBIEDSBESCHRIJVING ................................................................................................................................. 6 DOELEN EN AMBITIES .................................................................................................................................. 7 WETTELIJKE KADERS .................................................................................................................................... 8 BIJDRAGE AAN GEMEENTELIJKE BELEID: NIEUW PERSPECTIEF ............................................................................... 9 LEESWIJZER ............................................................................................................................................... 9

OPDRACHTGEVER EN OPDRACHTNEMER ........................................................................................................ 43 BESTEKKEN & CONTRACTEN ........................................................................................................................ 43 CONTACTPERSONEN .................................................................................................................................. 43

UITVOERING .......................................................................................................................................... 44 5.1 5.2 5.3

BEHEERKOSTEN ........................................................................................................................................ 44 BEHEERTABELLEN...................................................................................................................................... 46 OVERZICHT KANSEN .................................................................................................................................. 49

LITERATUURLIJST ............................................................................................................................................ 50 BIJLAGE........................................................................................................................................................... 51 BIJLAGE 1. SORTIMENTEN LIJST ................................................................................................................................. 51

5 Gebiedsbeheerplan Mariëndal

1 Inleiding

Voor u ligt het beheerplan Mariëndal 2023-2027. Voor Mariëndal en de aangrenzende Donkere Duinen is in 2022 de gebiedsvisie ontwikkeld. Aansluitend op de gebiedsvisie is dit beheerplan geschreven.

1.1 Aanleiding In het ‘Beheerplan Groen 2020-20251’ van gemeente Den Helder is aanbevolen voor speciale beheergebieden2 een apart beheerplan op te stellen. Deze gebieden hebben, ten opzichte van het overige beheerareaal, een eigen karakteristiek en dynamiek. In deze beheerplannen worden de beheervoorwaarden en maatregelen opgenomen, zodat er voor de komende jaren een concreet plan ligt met financiële onderbouwing. Het natuur en recreatiegebied Mariëndal is één van deze beheergebieden.

1.2 Gebiedsbeschrijving Wat is aanwezig? Peildatum: 29-04-2022 Beschrijving: Een recreatief natuurontwikkelingsgebied met water, heuvels en bosplantsoenvakken en bijbehorende voorzieningen als paden, meubilair, openluchttheater, parkeerplaats en uitkijktoren. Areaal: circa 32 hectare, waarvan ongeveer 2,3 hectare Helderse Vallei en ruim 0,5 hectare parkeerplaats (deels verhard). Kwaliteit: De kwaliteit is redelijk. De bosplantsoenvakken zijn toe aan onderhoud terwijl de grasvegetaties goed worden onderhouden.

Figuur 1-1 Ligging van Mariëndal in gemeente Den Helder.

1

(Wit, Kikkert, Holthuijsen, Lagemaat, & Lesscher, 2020)

2

Algemene begraafplaats, Bos de Donkere Duinen, Duinparkplan, Fiets- en kanoroute, Mariëndal, Quelderduin, Rehorstpark, Schooterduinpark, Timorpark, Vlinderroutes.

6 Gebiedsbeheerplan Mariëndal

Ligging Aan de zuidwestzijde van de wijk Nieuw Den Helder bevindt zich het gebied Mariëndal. Het zuiden grenst aan landbouwgrond, dat wordt gebruikt voor bollenteelt. Het westen van het gebied grenst aan het Natura-2000gebied Duinen Den Helder – Callantsoog. Eind 2005 is het gebied aan de zuidkant, grenzend aan de Zanddijk uitgebreid met ruim 50 hectare struinnatuur. Hiervoor is bollengrond aangekocht en omgevormd tot natuurgebied. Dit gebied is in eigendom en beheer van Stichting Landschap Noord-Holland. Begroeiing De bosplantsoenvakken bestaan uit ruwe en zachte berk, Canadese populier, zwarte els, zomer eik, gewone es, gewone esdoorn en schietwilg met een ondergroei van Europese vogelkers, vlier, lijsterbes en liguster. In de kruidlaag zijn braam, brandnetel en fluitenkruid sterk vertegenwoordigt. Ook zijn er veel kruiden- en faunarijke grasdelen in het gebied aanwezig, waar soorten voorkomen als scherpe boterbloem, ratelaar, lathyruswikke, fluitenkruid, rietorchis, moerasrolklaver, knoopkruid en ooievaarsbek. Beheergrenzen Het deel van Mariëndal dat in beheer van gemeente Den Helder is, 24,5 hectare groot. De beheergrenzen zijn op figuur 1-1 weergeven. Gebiedsfuncties De entree van Mariëndal bevindt zich op de parkeerplaats De Helderse Vallei.

Rond deze parkeerplaats zijn de snackbar Donkere Duinen, de Pannenkoekenvallei, de Klimvallei, het openluchttheater en de vestiging van het duurzaamheidscentrum De Helderse Vallei met kinderboerderij en hertenkamp gelegen. Mariëndal is ingericht met oog op recreatie, om deze reden loopt er een netwerk aan paden door het gebied, verhard, half-verhard en onverhard. Door de vele paden, bankjes en afvalbakken is het gebied voor veel recreatie doeleinden en (kleine) evenementen geschikt. Op een zonnige zondagmiddag zijn er dan ook vele recreanten die gebruik maken van De Helderse Vallei met kinderboerderij en duurzaamheidscentrum, uitkijktoren, klimbos, pannenkoekenrestaurant en snackbar. Dit alles voorzien van een grote parkeerplaats die dan voor meer dan 80% gevuld kan zijn. Historie In de jaren tachtig is Mariëndal als recreatief natuurontwikkelingsproject aangelegd. Het hoofddoel van deze ontwikkeling was het ontlasten van het aangrenzende gebied ‘Donkere Duinen’ van de hoge recreatiedruk. Bodem De bodem bestaat uit leemarm, zwak lemig, matig fijn zand die onder de groep: vlakvaag- en kalkhoudende vlakvaaggronden vallen. Gebiedsbescherming Mariëndal is onderdeel van Natuur Netwerk Nederland. Voor dit netwerk van beschermde natuurgebieden gelden doelstellingen voor natuur, gebruik en ontwikkeling, met het doel planten en dieren te beschermen.

1.3 Doelen en Ambities Een belangrijk doel van het beheerplan is om zowel voor bestuur als uitvoering helder krijgen hoe de gemeente efficiënt en kostenbewust wilt werken. Het groenbeheer moet betaalbaar en uitvoerbaar blijven (basisprincipe uit Nieuw Perspectief). De gemeente zet in op het duurzaam onderhouden en beheren van groen en streeft er naar de openbare ruimte schoon, heel en veilig te houden. De ambitie die hier bovenop komt is om de beheerobjecten (de kapitaalgoederen) zo mogelijk een hogere (natuur) waarde geven. En als dit mogelijk is tegen dezelfde of lagere beheerkosten3.

3

(Wit, Kikkert, Holthuijsen, Lagemaat, & Lesscher, 2020)

7 Gebiedsbeheerplan Mariëndal

Doelsoorten aanpak De afdeling Openbare Ruimte heeft een doelsoorten aanpak waarin bepaalde plant- en diersoorten gekoppeld zijn aan maatregelen. Maatregel

Doelsoorten

scholekster, huismus, winterkoning, egel, kommavlinder, blauwtje, bijen en rietorchis gierzwaluw, huismus, vleermuizen en bijen kleine watersalamander, groene kikker, grote modderkruiper huismus, winterkoning en egels huismus, winterkoning, egels en een aantal vleermuissoorten huismus, winterkoning, grote bonte specht, egel, groene kikker en kleine watersalamander Klimplanten op muren huismus, winterkoning en blauwtje winterkoning, grote bonte specht en vleermuizen Behoud bomen Verbinding vleermuis, egel, kommavlinder, blauwtje, bijen, kleine water salamander en groene kikker Tabel 1-1 Doelsoorten gekoppeld aan maatregelen4. Maaibeleid Nestgelegenheid Geleidelijke oevers Verruigen Struwelen Tuinen

Wat willen we  Een recreatief gebied met ruimte voor natuurlijke ontwikkeling.  Een gebied geschikt voor verschillende doelgroepen, zowel kinderen als volwassenen: wandelaars, hondenbezitters, mountainbikers, trimmers, natuurliefhebbers, dagtoeristen, et cetera.  Een toegankelijk gebied voor mensen met en zonder een beperking.  Duurzaam materiaalgebruik. Beheervoorwaarden  Geen chemische middelen toepassen.  Bestrijding (mechanisch) van invasieve exoten.  Bosplantsoenvakken periodiek uitdunnen met het oog op ruimte voor omringende bomen en licht voor onderbeplanting. Hierbij ook rekening houden met gebruik als mountainbikeroute.  Van snoeihout mogen takkenrillen gemaakt worden in bosplantsoenvakken. Hierbij weer rekening houden met recreatief (mede)gebruik.  Paden vrijhouden van overgroeiende takken bosplantsoen. Bij voorkeur grasstrook tussen pad en bosplantsoen.  Grasgedeelte parkeerplaats onderhouden (maaien) als siergazon. Controleren op oneffenheden en zo nodig egaliseren, verdichten en doorzaaien. Zo nodig tijdelijk afzetten. Risico’s  Hoge gebruiksdruk kan leiden tot hogere beheer-/afschrijvingskosten.  Conflicterende belangen. Wandelaars, sporters, hondenbezitters, picknickers et cetera. Allemaal gebruikers met verschillende motieven in dezelfde ruimte.

Deze ruimte beschouwen als “shared space”, waarbij het de eigen verantwoordelijkheid van de gebruiker is om hier goed mee om te gaan.

1.4 Wettelijke kaders Een aantal Europese- en landelijke wetten maken samen het wettelijk kader. Het betreft onder meer het Burgerlijk wetboek en wetgeving op gebied van natuur, verkeer, water, bedrijfsvoering et cetera. De gemeente conformeert zich aan deze wet- en regelgeving en voert haar werk uit binnen deze kaders. Dat geldt ook voor de Keur en de bijbehorende Leggers van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. In paragraaf 2.1.2 wordt nader ingegaan op de Wet natuurbescherming.

4

(Wit, Kikkert, Holthuijsen, Lagemaat, & Lesscher, 2020)

8 Gebiedsbeheerplan Mariëndal

1.5 Bijdrage aan gemeentelijke beleid: Nieuw perspectief Waar mogelijk wordt door middel van beheermaatregelen een bijdrage geleverd aan de speerpunten van Nieuw Perspectief. Dit zijn: 1. Klimaatbestendig en duurzaam: Realiseren van een klimaatbestendige en duurzame openbare ruimte. 2. Samenwerken aan de stad: Vanuit gezamenlijk belang/eigenaarschap en wederzijdse betrokkenheid is er samenwerking met bewoners/partners. 3. Differentiatie maakt ’t verschil: De ene buurt is de andere niet. Er is meer verscheidenheid in kwaliteit en maatwerk in communicatie, participatie en inrichting. 4. Uitnodigend en bruikbaar: Beter en meer aansluiten op behoeftes uit de stad én op de stoere en eigenzinnige identiteit van Den Helder. 5. Groenwaarden en –waardering: Groenareaal versterken zodat flora en fauna floreren, de leefbaarheid toeneemt en de economische waarde stijgt 5.

Tabel 1-2 Bijdrage van bepaalde thema's aan nieuw perspectief.

1.6 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de beheervisie beschreven met daarin de visie en strategie. Ook wordt in dit hoofdstuk de ecologie van het gebied benadert. Hoofdstuk 3 beschrijft de beheermaatregelen per beheerobject die nodig zijn om de visie te kunnen verwezenlijken die in hoofdstuk 2 is geformuleerd. Het daaropvolgende hoofdstuk 4 geeft een schets van de organisatie binnen het beheer van dit gebied. Ten slotte geeft hoofdstuk 5 een kosten overzicht van de te nemen beheermaatregelen.

5

(Wit, Kikkert, Holthuijsen, Lagemaat, & Lesscher, 2020)

9 Gebiedsbeheerplan Mariëndal

2 Beheervisie Mariëndal is met circa 24 hectare, een diversiteit aan natuur- en recreatieve functies en gelegen in Den Helder een park van betekenis. Voor het optimaal inzetten en behouden van de kwaliteiten die het gebied heeft, is een visie op het beheer van belang: hoe kunnen de kwaliteiten van het gebied voor de lange termijn in stand worden gehouden? Welke functies heeft het gebied, welke natuurdoelen zijn gewenst, welke gebruiksfuncties worden ondersteund en welke (boom)soorten ondersteunen de gebruiksfuncties en komen de instandhouding op lange termijn ten goede? Met het beantwoorden van deze vragen ontstaat het perspectief voor het landschap op een lange termijn. Doelstellingen Vanuit het Beheerplan Groen 2020-2025 gemeente Den Helder (zie ook 1.3) zijn voor Mariëndal de volgende doelen te destilleren: 1. Een recreatiegebied met ruimte voor natuurlijke ontwikkeling, geïntegreerd met een informatieve functie. 2. Toegankelijk gebied voor mensen met en zonder een beperking. Deze doelen zijn in dit hoofdstuk verder uitgewerkt in paragraaf 2.1 en 2.2.

2.1 Natuurlijke ontwikkeling Doelstelling 1: Een recreatiegebied met ruimte voor natuurlijke ontwikkeling, geïntegreerd met een informatieve functie Om te bepalen wat er voor doelstelling 1 uit bovenstaande paragraaf nodig is, is in deze paragraaf in beeld gebracht welke natuurwaarden momenteel aanwezig zijn. Vervolgens is inzichtelijk gemaakt welke randvoorwaarden er zijn vanuit wet- en regelgeving. Dit is aangevuld met waargenomen kansen en vertaald naar meetbare doelen. In hoofdstuk 3 wordt een concretisering gemaakt richting maatregelen.

2.1.1 Aanwezige natuurwaarden Met de inrichting van Mariëndal is duidelijk een combinatie van natuur en recreatie beoogd: een

Figuur 2-1 Kaart met de natuurwaarden.

10 Gebiedsbeheerplan Mariëndal

afwisseling van bossingels, waterpartijen en bloemrijke graslanden brengen een ecologisch waardevolle diversiteit met zich mee. De landschappelijke diversiteit en vele overgangen van nat naar droog, lage naar hoge vegetatie en open naar gesloten bieden aan veel plant- en diersoorten een leefgebied. Soortendiversiteit Vanuit NDFF6 en waarnemingen.nl7 zijn in Mariëndal 157 vogelsoorten, 21 soorten dagvlinders, 74 bijen- en wespensoorten en 258 plantensoorten waargenomen. In totaal zijn er in de laatste 5 jaar 1308 inheemse soorten waargenomen. De aangetroffen soorten hangen samen met de morfologie van het gebied: afwisseling van bossingels, graslanden, water, aanwezigheid van strooisel en kruidlaag, een (bloeiende) struiklaag en bomen. In tabel 2-1 is een overzicht van een aantal interessante aangetroffen soorten te zien. Dagvlinder

Zoogdieren

Broedvogels

bruin blauwtje hooibeestje zwartsprietdikkopje

bunzing mol watervleermuis

nachtegaal sperwer spotvogel zwartkop

Planten blaassilene gewone ossentong grote ratelaar rietorchis

Overige insecten glassnijder vroege glazenmaker zwervende heidelibel

Reptielen en amfibieën gewone pad groene kikker kleine watersalamander

Vogels – wintergasten koperwiek kramsvogel

Paddenstoelen gewone kegelbij grasbij kustbehangbij pluimvoetbij

Tabel 2-1 Voorkomende kenmerkende soorten in Mariëndal

Structuur en opbouw Verschillende natuurobjecten; bossingels, graslanden, oevers en water hebben allen hun eigen maar ook overkoepelende bijdrage aan de natuurwaarden van het gebied. De bossingels bestaan grotendeels uit inheemse boomsoorten zoals; ruwe en zachte berk, zwarte els, gewone esdoorn, gewone es en zomereik. De struiklaag omvat soorten als Europese vogelkers, eenstijlige meidoorn, lijsterbes, gewone vlier, veldesdoorn en sleedoorn. De struiken trekken veel insectensoorten aan zoals citroenvlinder, roodgatje, morgenroodbladroller en wachtervlinder. De kruidlaag bestaat voornamelijk uit braam, brandnetel en fluitenkruid. Invasieve exoten zoals de rimpelroos en reuzenberenklauw komen voor en verspreiden zich vlot. De grasdelen in Mariëndal variëren in oppervlakte en soortenrijkdom. Grotendeels zijn de grasdelen te bestempelen als kruiden- en faunarijkgras. De naam geeft al aan dat dit van hoge ecologische waarden is. Kruiden die hier onder andere voorkomen zijn: fluitenkruid, grote ratelaar, knoopkruid, lathyruswikke, moerasrolklaver, rietorchis, scherpe boterbloem en zachte ooievaarsbek. De kruiden zijn interessant voor insecten zoals: bruin blauwtje, icarusblauwtje, grasbij, ratelaarspanner, honingbij, sint-jansvlinder en kleine vuurvlinder. Die insecten zijn op hun beurt weer interessant voor insectenetende vogels, libellen en zoogdieren.

De natte zone van de oevers en waterpartijen zijn niet erg rijk aan soorten, maar voorzien wel in een belangrijke functie voor watervogels en foeragerende vleermuizen. Reliëf en waterhuishouding Het gebied ligt op voormalig landbouwgrond en is grotendeels vlak, de heuvel met uitkijktoren vormen hierop een uitzondering. Ook het gebied rondom de kinderboerderij is geonduleerd ingericht. De hoogte van het grondwaterpeil ten opzichte van het maaiveld wisselt, maar grote delen van het gebied zijn relatief vochtig wat leidt tot beperkte toegankelijkheid buiten de paden gedurende na- en voorjaar.

6

NDFF is een database voor geverifieerde flora en fauna waarnemingen in Nederland.

7

Waarnemingen.nl is en website die door hobbyisten gebruikt wordt voor het doorgeven van waarnemingen, deze waarnemingen worden niet altijd geverifieerd.

11 Gebiedsbeheerplan Mariëndal

Instandhoudingsdoelen Instandhoudingsdoelen voor de natuur in Mariëndal zijn:  Behoud en ontwikkeling van kruidenrijke graslanden.  Behoud en ontwikkeling van het aanwezige bos areaal.  Behoud en ontwikkeling van de aanwezige mantel-zoomvegetaties. Deze instandhoudingsdoelen geven richting aan de prioriteiten met betrekking tot het beheer en de doorontwikkeling die het leefgebied voor veel plant- en diersoorten interessant zal maken en houden.

2.1.2 Wettelijk kader als randvoorwaarden De Wet natuurbescherming kent drie beschermingsregimes: soortbescherming, gebiedsbescherming en bescherming houtopstanden. Voor ieder regime zijn randvoorwaarden waaraan moet worden voldaan. In de opvolgende paragrafen wordt dit puntsgewijs uitgewerkt. 1. Soortbescherming: de watervleermuis gebruikt waterpartijen binnen Mariëndal als foerageergebied, deze soort heeft baat bij een donkere omgeving dus lichtbronnen aanbrengen is niet mogelijk. Exoten dienen te worden beheerst. Soorten die in tabel 2-2 worden weergeven behoren ook tot soortbescherming. Concreet betekent dit uitvoering van bestendig beheer conform Gedragscode Soortbescherming. 2. Gebiedsbescherming: Mariëndal ligt binnen de grenzen van Natuur Netwerk Nederland. NNN8 heeft tot doel om natuurgebieden (beter) te verbinden met elkaar en met het aangrenzende agrarische gebied9. Binnen de provincie Noord-Holland zijn voor alle NNN begrensde natuurgebieden een ambitie bepaald. In het ‘Natuurbeheerplan 202210’, is te lezen/zien dat er ambitie- en beheertypekaarten zijn gemaakt. Voor Mariëndal geldt dat er geen verschil is tussen het huidige beheertype en de ambitie. Dat leidt tot de conclusie dat instandhouding het doel is.Voor deze gebieden is het ‘nee, tenzij’-regime van kracht: nieuwe

Figuur 2-2 Mariëndal als onderdeel en ligging ten opzichte van andere NNN-gebieden.

8

Natuur Netwerk Nederland

9

(Rijksoverheid, 2022)

10

(Noord-Holland, 2021)

12 Gebiedsbeheerplan Mariëndal

plannen, projecten of handelingen zijn niet toegestaan als deze de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied significant aantasten, tenzij er geen reële alternatieven zijn en er sprake is van redenen van groot maatschappelijk belang. Om te kunnen bepalen of de wezenlijke kenmerken en waarden van een gebied significant worden aangetast, moet het bevoegd gezag erop toezien dat hiernaar door de initiatiefnemer onderzoek wordt verricht. Een Nee, tenzij-toets dient hierover duidelijkheid te geven. 3. Houtopstanden: behoudt van bestaand bosareaal, omvorming van bos naar een ander natuurtype is potentieel mogelijk mits het netto oppervlakte bos binnen Mariëndal behouden blijft. Dagvlinder

Zoogdieren

Vogels

Vleermuizen

Reptielen en amfibieën

duinparelmoervlinder

bunzing

boomvalk

bosvleermuis

kommavlinder

eekhoorn

buizerd

hermelijn wezel

havik nest kraai

gewone dwergvleermuis laatvlieger ruige dwergvleermuis rosse vleermuis watervleermuis

overwinteringshabitat rugstreeppad zandhagedis

nest ekster ransuil sperwer Tabel 2-2 in Mariëndal waargenomen, beschermde soorten. Bron: NDFF, 2022 (periode 2018-2022)

2.1.3 Kansen en bedreigingen Op basis van bronnenonderzoek en gebiedsbezoek zijn de volgende kansen en bedreigingen geformuleerd. Mariëndal is gericht op recreatie en met name ook op kinderen. Het is belangrijk om kinderen kennis mee te geven waarom natuur belangrijk is. Het is daarom van belang dit onderdeel (meer) te betrekken in het park. Kansen (zie ook figuur 2-3) - Goede verbinding met omliggende (agrarische) natuurgebieden. - Verhogen biodiversiteit om het gebied veerkrachtig te maken/houden met oog op klimaatadaptatie. - Nabootsen van een natuurlijk ecosysteem, door gelaagdheid in het bos te creëren, met een aandeel dood hout en verschillende soorten en leeftijden bomen en struiken. - Omvormen oostelijk gelegen bosvak. Van dominant populieren bos naar een soortenrijk loofbos. - Mantel-zoomvegetatie creëren/versterken/behouden langs de zuidzijde van bosplantsoenvakken. - Educatie, door langs de hoofdroute (nieuw Helders ommetje) interessante informatie te verstrekken over het gebied en de verschillende beheerobjecten. Bedreigingen - Invloeden van bodemverzuring dragen bij aan verruiging (braam, brandnetel) en vergrassing. - Rimpelroos rukt snel op in de mantel-zoomvegetaties. - Toenemend aantal (boom)ziekten en plagen kan leiden tot uitval van bepaalde boomsoorten.

2.2 Recreatie en toegankelijkheid

Doelstelling 2: Toegankelijk gebied voor mensen met en zonder een beperking. In Mariëndal staan natuureducatie, duurzaamheid, natuurbeleving, sport en outdoor-activiteiten centraal. Jong en oud kan hier op verschillende manieren de natuur beleven. Dit is ook terug te zien in de vele recreatiemogelijkheden. Zo zijn er fietspaden, wandelroutes, kano mogelijkheden, hondenlosloopplaats, kinderboerderij, klimbos, uitkijktoren en restaurant.

13 Gebiedsbeheerplan Mariëndal

2.2.1 Aanwezige recreatieve waarden Toegankelijkheid In Mariëndal is een padenstructuur van asfalt verharding aangelegd. Door deze verharding leent dit pad zich goed voor gebruik door mindervaliden. Het gebied is opengesteld voor wandelaars en fietser. Fietsers beperken zich tot de verharde fietspaden en onverharde mountainbikepaden. Voor wandelaars is er een groter scala aan route mogelijkheden, doordat er graspaden en paden met halfverharding worden onderhouden. Bij de hoofdingang van Mariëndal ligt een grote parkeerplaats, waardoor een bezoek aan het gebied eenvoudig is voor autobezitters. Gebruiksmogelijkheden Er wordt door hondenbezitters veelvuldig gebruik gemaakt van Mariëndal. Momenteel geldt er op sommige delen (onder andere op de kinderboerderij) een aanlijnplicht maar grotendeels is het een losloopgebied. Het loslopen van honden kan andere recreanten bezwaren. Sport en bewegen zijn belangrijk voor een gezond lichaam en geest, in combinatie met een natuurlijke omgeving is dit nog extra effectief. Doordat Mariëndal is toegestaan voor fietsers en wandelaars zijn er vele mogelijkheden voor sportactiviteiten. De grotere grasvlakken lenen goed voor buiten activiteiten zoals bootcamp, yoga, frisbeeën ect. Fietsers kunnen langs de aangegeven routes Mariëndal en omliggende omgeving ervaren. Ook is er een mountainbikeroute in het gebied aanwezig.

Echter voldoet deze route in Mariëndal niet aan de wensen van de gebruikers. De route is kort en niet altijd goed berijdbaar als gevolg van natte omstandigheden of achterstallig beheer. Als er een goede mountainbikeroute rondom Den Helder gerealiseerd kan worden, dan is er draagvlak om de route in Mariëndal deels op te heffen en alleen als onderdeel van de nieuwe route te maken. Hiermee ontstaat er meer rust en ruimte voor andere gebruikers doordat de huidige route dominant aanwezig is in Mariëndal. Overige activiteiten Rondom De Helderse Vallei zijn verscheidene activiteiten mogelijk die bestaan uit klimmen in het klimbos, kanoën langs de Doggersvaart, bezoek aan de kinderboerderij, eten bij het pannenkoekenrestaurant of de snackbar en een bezoek aan de populaire kofferbakmarkt.

2.2.2 Wettelijk kader als randvoorwaarde Recreatief gebruik van natuurgebieden kan veiligheidsrisico’s met zich mee brengen. Er kunnen takken uit bomen vallen of zelfs volledige bomen omvallen. Gaten in wegen kunnen voor gevaarlijke situaties zorgen. Objecten zoals speel- en sporttoestellen kunnen gebreken vertonen. Dit zijn een aantal voorbeelden van incidenten die zich in de praktijk voordoen. Daardoor kan schade ontstaan: personen of dieren kunnen gewond raken of overlijden en/of er kan materiële schade ontstaan11. Het gebied dient veilig te zijn voor alle bezoekers. Wettelijk zijn boomeigenaren verplicht te zorgen voor een veilig bomenbestand. Wettelijk aantoonbaar maken dat het minimale is gedaan om een veilige situatie na te leven is door middel van een frequente (elke 1 tot 3 jaar) boomveiligheidscontrole en boom onderhoud. Naleving van de zorgplicht waarborgt dit

2.2.3 Kansen en bedreigingen Op basis van bronnenonderzoek en gebiedsbezoek zijn de volgende kansen en bedreigingen geformuleerd. Kansen (zie ook Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.) - Natuureducatie, punten inrichten die bezoekers achtergrondinformatie geven over het landschap, historie, specifieke soorten en het beheer. (in combinatie met ‘Nieuw Helders Ommetje’.) - Routes aanpassen (fiets, wandel en mountainbike) om te komen tot een meer logische routing. 11

(VBNE, 2020)

14 Gebiedsbeheerplan Mariëndal

Figuur 2-3 Kansenkaart.

-

Hoofdentree verfraaien, momenteel is die niet uitnodigend en/of informatief. Zie welkomplein gebiedsvisie. Natuurlijke sporttoestellen met uitleg plaatsen op plekken die goed bereikbaar zijn. (calisthenics park).

Bedreigingen - Gevaarlijke bomen. - Achterstallig onderhoud informatieborden. - Oneigenlijk gebruik van het terrein door ‘verkeerde’ gebruiker op de verkeerde plek (mountainbike op wandelpad bijvoorbeeld). - Vandalisme.

15 Gebiedsbeheerplan Mariëndal

2.3 Beheerstrategie Het doel om te komen tot een recreatiegebied met ruimte voor natuur met een geïntrigeerde informatieve functie welke toegankelijk is voor mensen met en zonder een beperking leidt tot de volgende beheerstrategie. Veiligheid De veiligheid van de bezoeker staat voorop, daarom dienen risico’s te worden beperkt. De zorgplicht aangaande boomveiligheid wordt in acht genomen door bomen te inspecteren conform boomveiligheidsmethodiek gemeente. De andere voorzieningen (zoals bankjes, speeltoestellen, paden et cetera) die gevaar op kunnen leveren dienen jaarlijks gecontroleerd te worden op onderhoud en gebreken. Doelstelling: Veiligheidsrisico’s zijn beperkt door genomen acties. Herstel onveilige situaties binnen een werkweek. Voorzieningen Meubilair zoals bankjes en afvalbakken staat op zichtbare prominente plaatsen en dienen schoon en goed onderhouden te zijn. Ook de informatievoorziening moet goed leesbaar zijn, zodat de volledige kracht van het gebied wordt benut. Doelstelling: Schoon en veilige voorzieningen door het gehele gebied. Werk wordt uitgevoerd conform gedragscode Soortbescherming (2020, Stadswerk) Bij uitvoering wordt de Wet natuurbescherming in acht genomen door de gedragscode soortbescherming te volgen. Doelstelling: werkzaamheden met minimale verstoring uitvoeren en altijd binnen de kaders van de Wet natuurbescherming.

Nabootsen natuurlijk ecosysteem Voor het creëren van een veerkrachtig, natuurlijk systeem met een hoge biodiversiteit wordt zoveel mogelijk een natuurlijk ecosysteem nagestreefd. Een variëteit tussen open, halfopen en gesloten draagt bij aan het verhogen van de belevingswaarden. Die variëteit kan worden behaald als er wordt gewerkt naar: - gelaagdheid in de bosvakken, met een kruid-, struik-, en boomlaag van verschillende leeftijden. - Mantel-zoomvegetatie de overgang van kruiden, struweel naar bos aanduidt. - Kruiden- en faunarijk grasland goed wordt beheerd. Er lopen veel routes door de beheerobjecten in het gebied, om die reden en de beperkte ruimte kan een natuurlijk ecosysteem alleen nagebootst worden en in mindere maten echt worden gecreëerd. Door de routes kronkelend te houden en struinen te beperken door takkenrillen, kan dit doel worden behaald.

Doelstelling: minimaal 5 inheemse boomsoorten en 4 generaties bomen per hectare. Struiklaag bezetting van 50% in de bosvakken. Behoud mantel-zoom door gefaseerde afzetting struweel en beperken groei invasieve soorten als rimpelroos en reuzenberenklauw.

16 Gebiedsbeheerplan Mariëndal

Figuur 2-4 Voorbeeld van een mantel-zoomvegetatie. Bron: NLadviseurs, 2022.

Verhogen biodiversiteit Het beheer is gericht op bevordering van inheemse begroeiing en bij aanplant of inzaai inheems materiaal te gebruiken. Toepassing van inheemse beplanting is onlosmakelijk verbonden met ecologisch beheer; inheemse beplanting heeft een goede aansluiting op het plant- en dierleven op de groeiplaats en stimuleert daardoor de biodiversiteit. Daarbij wordt de beplanting afgestemd op het bodemtype. Voor anticipatie op de klimaatontwikkeling wordt er een klein deel “klimaatbomen” aan het sortiment toegevoegd, maar wordt er vooral ingezet op inheemse soorten die passen bij de bodemsituatie. Wanneer nieuwe aanplant gewenst is, wordt uit het schema een soortensamenstelling gekozen (zie bijlage 1). Doelstellingen: >5 inheemse hoofdboomsoorten per hectare. Aandeel kruiden 75% in kruiden- en faunarijk gras. Mantel-zoomvegetatie versterken Een geleidelijke overgang van kruidenrijk gras (zoom) naar struweel (mantel) naar bos (kern) is ecologisch gezien erg waardevol. Op de plekken waar deze overgang mogelijk is, wordt het beheer aangepast om dit tot stand te laten komen en te behouden. Doelstelling: bloemrijk grasland, bloemrijke struweelrand.

17 Gebiedsbeheerplan Mariëndal

Figuur 2-2 Voorbeeld van een locatie met kansen voor ontwikkeling mantel-zoomvegetatie. Bron: NLadviseurs, 2022.

Toename staand en liggend dood hout in de bosvakken De aanwezigheid van dood hout en afstervende bomen is van fundamenteel belang voor het functioneren van bos. Hout dat vergaat is zowel leefgebied van organismen als uiteindelijk weer een voedingsbron van gezonde bomen. De organismen die leven van en op het dode hout zijn onderdeel van verschillende voedselwebben voor fauna. Om deze organismen optimaal leefgebied te bieden is het beheer gericht op een ononderbroken aanbod van dood hout in verschillende verteringsstadia. Daarom blijft al het vrijkomende hout bij beheermaatregelen en door storm in het vak. Mocht dit niet passen dan wordt als uitzondering minimaal het stamhout en dikkere (zij)takken verwerkt. Het vrijgekomen hout wordt deels verwerkt in takkenrillen maar op dusdanige wijze dat het toekomstige beheermaatregelen niet in de weg zit. Het versnipperen van hout en takken behoort niet tot de gewenste werkwijze. Veiligheid is net zo belangrijk als ecologie, daarom zijn er maximale hoogtes voor staand dood hout en afstervende bomen gesteld. De maximale hoogte is 4 meter, met een minimale afstand van 5 meter van het pad. Doelstelling: 15% dood hout (>5% staand dood hout). Exotenbeheersing Het in toom houden van invasieve exoten is van belang zodat de inheemse soorten de overhand blijven houden.

Wellicht kunnen vrijwilligers groepen die actief zijn in de regio betrokken worden bij de bestrijding van exoten. De exoten die een bedreiging vormen binnen Mariëndal en al aanwezig zijn:  Amerikaanse vogelkers;  Noorse esdoorn;  reuzenberenklauw;  rimpelroos. De reuzenberenklauw is niet erg omvangrijk aanwezig in het gebied, maar door het invasieve karakter van de soort dient het in de kiem gesmoord te worden om het probleem in te perken. De plant is te bestrijden door te voorkomen dat er rijp zaad wordt gevormd. Eén van de mogelijkheden is de wortel 18 Gebiedsbeheerplan Mariëndal

in het vroege voorjaar op enige diepte (ten minste 15 cm) af te steken en dit in de zomer te herhalen. Een andere mogelijkheid is afmaaien. Dit moet meerdere keren (ten minste 5 keer) per groeiseizoen herhaald te worden. Deze frequentie is nodig om te voorkomen dat de plant weer ondergrondse reserves aan kan leggen en omdat na het maaien een deel van de planten in staat is om snel en op lage hoogte tot bloei te komen. Omdat de zaden tot 7 jaar kiemkrachtig blijven, is de bestrijding een kwestie van lange adem12. Rimpelroos kan vooral in de duinen en andere zandige gebieden invasief gedrag vertonen. Doordat de knoppen aan de wortels kunnen uitlopen en nieuwe scheuten kunnen vormen (wortelopslag), vindt snelle uitbreiding van de populatie plaats. Er ontstaan dichte, eenvormige vegetaties die de oorspronkelijke vegetatie verdringen. Hierdoor worden ook de dieren bedreigd die afhankelijk zijn van de oorspronkelijke flora. De meest effectieve bestrijding is om de soort uit te graven, waarbij ook wortels en wortelstokken moeten worden verwijderd. Grote oppervlakten kunnen machinaal 1 meter diep uitgegraven worden waarbij het zand wordt gezeefd om wortelstokdelen eruit te halen13.

Amerikaanse vogelkers, dient te worden bestreden, ondanks sommige wat positievere berichtgevingen met betrekking tot voedselbron voor insecten14 is deze vogelkers in duingebieden nog steeds ongewenst vanwege het invasieve karakter op zandgronden15. De bestrijding kan mechanisch door middel van breken of knippen van de jonge exemplaren en het vellen van zaadbronnen. De Noorse esdoorn dient ook bestreden/in toom gehouden te worden, volwassen exemplaren (zaadbomen) verwijderen is daarbij het meest effectief. Doelstelling: bestrijding van de reuzenberenklauw, rimpelroos, Amerikaanse vogelkers, Noorse esdoorn alleen wanneer dit van belang is voor het stimuleren van inheemse/gewenste boom en struiksoorten.

2.4 Ontwerpopgaven Aanpassing wandelroute Routes aanpassen om te komen tot een meer logische wandelroute die bovendien aansluit op de recreatieve zonering. De wandelroute wordt opgebouwd uit een half verharding voor een goede toegankelijkheid van het gebied met kinderwagens of rolstoelen. Zie nieuw Helders ommetje kansen kaart. Natuureducatie Punten inrichten die bezoekers achtergrondinformatie geven over het landschap, historie, specifieke soorten en het beheer. Dit kan het best plek gegeven worden langs de wandelroute van het nieuw Helders ommetje. Sporttoestellen Op de ligweide bij het inloopstrandje kan als aanvulling op de al bestaande speelaanleidingen een sporttoestel geplaatst worden met een informatie bord met instructies voor verschillende oefeningen .

12

(Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, Reuzenberenklauw, 2019)

13

(Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, factsheet-rimpelroos, 2018)

14

(Naturalis, 2016)

15

(Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, factsheet-amerikaanse-vogelkers, 2018)

19 Gebiedsbeheerplan Mariëndal

3 Objecten Hieronder volgt een beschrijving van de aanwezige beheerobjecten in Mariëndal met bijbehorende doelstellingen.

Figuur 3-1. Beheerobjecten kaart.

Figuur 3-2 Kaart met bosobjecten.

20 Gebiedsbeheerplan Mariëndal

In Figuur 3-1 en Figuur 3-2 zijn de verschillende objecten weergegeven die in Mariëndal te vinden zijn. Per object zijn verschillende beheermaatregelen voorgeschreven.

3.1 Loofbos Er is in Mariëndal één type bos geclassificeerd namelijk; loofbos. Er is echter wel verschil in samenstellingen van soorten in bosvakken. Hieronder volgt een algemene beschrijving van het gewenste bostype. Het bos wordt gedomineerd door zwarte els, gewone esdoorn, (schiet/bos)wilg, zomereik, grauwe abeel en (ruwe/zachte)berk. Het bosecosysteem wordt versterkt met een ondergroei van Europese vogelkers, gewone vlier, veldesdoorn, krentenboompje, liguster, eenstijlige meidoorn, vuilboom en sleedoorn. De aanwezige kruidlaag bestaat grotendeels uit braam en brandnetel maar in sommige vakken zijn er ook kleurrijke kruiden zoals wilde hyacint en fluitenkruid.

3.1.1 Wat willen we Het creëren van een evenwichtig, weerbaar, toekomstbestendig en biodivers bossysteem, door structureel te werken aan spreiding van leeftijd en soortendiversiteit. Een diversiteit aan inheemse boomsoorten en spreiding van leeftijden zorgt voor een veerkrachtige uitgangssituatie; bij intrede van een nieuwe ziekte of plaag is niet meteen het gehele bomenbestand aangetast of verzwakt. Waar mogelijk (veiligheid recreanten), afhankelijk van aanwezigheid paden of betreding, is circa 15% van het aanwezige stamtal staand of liggend dood hout.

Figuur 3-3 Bosvak met wilde hyacint en fluitenkruid. Bron: NLadviseurs, 2022.

3.1.2 Eindbeeld Het eindbeeld is een dynamisch natuurlijk bossysteem. Dit houdt in dat er gemiddeld 4 generaties en 5 hoofdboomsoorten aanwezig zijn per hectare. Om tot het gewenste eindbeeld te komen, zal het beheer decennialang met dezelfde visie uitgevoerd moeten worden. In onderstaande tabel is weergegeven hoe de situatie voor dit bostype eruit ziet. Het is onwaarschijnlijk dat het streefbeeld zoals beschreven volledig in Mariëndal kan worden gerealiseerd, maar daarmee geven ze wel sturing 21 Gebiedsbeheerplan Mariëndal

aan het beheer en helpen de kwaliteit en biodiversiteit verder te ontwikkelen. De soorten zijn gebaseerd op een combinatie van groeiplaatseigenschappen (bodem en grondwater) en ondersteuning van de natuurwaarden. Tabel 3-1 Doelstelling voor het bos in Mariëndal.

Doelstellingen bostype Thema’s Areaal Huidige kwaliteit

Boomsoorten

Toekomstbomen? Leeftijd Dood hout Boomlaag Struiklaag Kruidlaag

Loofbos 12 hectare +/Gewenste situatie zwarte els Ruwe berk zomereik gewone esdoorn grauwe abeel iep (resistente variant) schietwilg overige soorten (klimaatbomen) Per hectare. Generaties % staan en staand/liggend bezettingsgraad bezettingsgraad bezettingsgraad Storingskruiden (braam en brandnetel)

20% 20% 20% 10% 10% 10% 5% 5% 50-75 4 15% <70% 40% 75% <30%

3.1.3 Ecologische waarde Van de verse bladeren die loofbomen in het voorjaar massaal laten uitkomen maken ontzettend veel organismen gebruik, waaronder veel rupsen van dag- en nachtvlinders. Deze rupsen en andere insecten zijn op hun beurt weer in trek bij vele soorten vogels en zoogdieren. Ook gebruiken veel vogels het dichte bladerdek voor beschutting. Loofbomen verliezen hun bladeren in het najaar, dit zorgt voor een goed klimaat voor veel insecten. Die insecten zijn erg waardevol voor het verteringsproces en de bodemkwaliteit. Veel kleine zoogdieren, zoals egels, maken dankbaar gebruik van die insecten als voedselbron om zo een vetlaag aan te maken voor de wintermaanden. Doordat er een gevarieerd aanbod aan boomsoorten en bomen in verschillende levensfasen is, valt er voor veel soorten wel wat te halen. De boom- en struiklaag bieden nestgelegenheid aan vogels. Door de kruidlaag kunnen soorten zoals de egel en wezel zich ongezien verplaatsen. Dood hout, liggend en staand, is van belang voor het bieden van verblijfplaatsen voor talloze insecten, zoogdieren, vogels en het vormt een geschikte groeiplaats voor schimmels (paddenstoelen). Doelsoorten - Vogels: appelvink, matkop, sperwer, spotvogel, zwartkop, ijsvogel. - Vlinders: bont zandoogje, citroenvlinder, eikenpage, grote vos, hermelijnvlinder. - Zoogdieren: bunzing, vos, wezel, egel.

3.1.4 Eindbeeld vorm De boomsoorten zijn inheems en staan door elkaar gemengd. Het bos oogt door het aandeel dode hout, de afwisselende gelaagdheid en gemengde soorten, zo natuurlijk mogelijk. Er is een ondergroei aanwezig van struikvormers en verjonging van bomen. De kruidlaag is soortenrijk en omvangrijk aanwezig op de bosbodem.

22 Gebiedsbeheerplan Mariëndal

3.1.5 Beheervoorwaarden Algemeen Het onderhoudsniveau die gemeente Den Helder stelt aan de Donkere Duinen is niveau B, dit niveau is op basis van KOR 2018 van het CROW. - Beheer wordt uitgevoerd conform Wet natuurbescherming en met in achtneming van de algemene zorgplicht. - Geen chemische middelen toepassen. - Beheer wordt gefaseerd uitgevoerd. - Zaailingen actief bestrijden die niet binnen de gewenste beplantingsoorten vallen (exoten). - Voorrang verlenen aan gewenste soorten, doormiddel van toekomstbomen dunning. - Zo min mogelijk verstoren van de natuur. Dat wil zeggen geen zwaar materieel gebruiken. Zoveel mogelijk werken met accu-gereedschap, en licht materieel. - Gebruik maken van het doel sortiment bij aanplant.

Beheeractiviteiten Kern -

-

Dunning (toekomstbomen) toepassen. De toekomstbomen blessen met in acht neming van de gewenste soorten, leeftijden en percentages. Eens per 7 jaar toekomstbomen dunnen. Staand dood hout creëren. Van de te kappen bomen een aandeel ringen of ‘uitkleden’ en als dood hout laten staan. Takkenrillen creëren van het vrijgekomen hout. Tactisch plaatsen om olifantenpaadjes af te sluiten. Bomen lieren, incidenteel kan er ook voor worden gekozen om (te kappen) bomen om te lieren. Hiermee wordt variatie en microreliëf gecreëerd. Randbomen controleren. Boomveiligheidscontrole op de randbomen eens in de 3 jaar. Risico en attentie bomen jaarlijks controleren. Verstoring beperken. Grond wordt niet of zo min mogelijk geroerd tijden de dunningswerkzaamheden. Vellen en korten op locatie. Dit voorkomt ongewenste verstoring. Verjongingsplekken creëren. Deze plekken kunnen geselecteerd worden met het oog op de gewenste samenstelling van het bos. Aanplanten in plaats van natuurlijke verjonging stimuleren heeft de voorkeur, maar bij het ontbreken van wenselijke soorten is aanplant noodzakelijk. Natuurlijke verjonging komt moeizaam op gang. Aanplant van de gewenste bomen wordt gerealiseerd/aangeplant in groepen. Veren worden 1 per m² geplant. Bijzondere bomen worden in groepen van 10 bomen aangeplant met een plant formaat van minimaal 10-12 stamomtrek. Het planten gebeurt bij voorkeur in het najaar.

Nazorg aanplant. De nazorg gebeurt gedurende 2 jaar na aanplant en bestaat uit storingskruiden en ongewenste verjonging verwijderen en eventueel water geven tijdens extreme droogte. Mantel-zoomvegetatie realiseren op geschikte plekken.

Randbomen - Probleemtakken in de vorm van zuigers, plakoksels en elleboogtakken voorkomen bij jonge bomen. - Takparen verhinderen om uitscheuren en grote snoeiwonden voorkomen bij jonge bomen. - Dood hout periodiek verwijderen wanneer er sprake is van risicozetting. - Meldingen t.a.v. gevaar binnen één week verhelpen. Bij acuut gevaar binnen 1 werkdag. - Boom niet opkronen. Mantel - In de mantel-zoom wordt een rafelige bosrand gecreëerd. - Heesters gefaseerd afzetten eens in de 5 – 10 jaar, meidoorn niet afzetten. (50% 5 – 10 jaar later andere 50%) - Storende onkruiden selectief maaien (braam en brandnetel). - Aanplant van gewenste soorten. Geschikte locaties aanplanten met bijbehorende soorten d.w.z. licht behoevende- of schaduwtolerante soorten. - Ongewensten soorten (reuzenberenklauw, sneeuwbes, rimpelroos) worden uit de mantel gehouden. - Verwijderen van exoten, deze vormen een gevaar in de concurrentie met de aanplant. - Met het beheer richten op een bedekking van 40% door de struiklaag.

23 Gebiedsbeheerplan Mariëndal

Zoom -

Maai brandnetel 85% uit per jaar. 15% op zonnige plekken overlaten staat ten behoeve van ei afzetting vlinders (dagpauwoog, kleine vos, gehakkelde aurelia en de atalanta). Kruidenrijke zoom vegetatie wordt 2 keer per jaar gemaaid, (juni en sept/okt). Selectief maaien van storingskruiden, hierbij dient het maaisel afgevoerd te worden. Met het beheer richten op een bedekking van 75% door de kruidlaag.

3.1.6 Risico’s en kansen Risico’s - Takkenrillen kunnen risico meebrengen op bosbranden. - Door de vele honden kan het gebied verrijkt worden waar ‘storingskruiden’ van profiteren. Kansen (zie ook hoofdstuk 2) - Aanplanten nieuwe boomvormers voor het realiseren van een nieuwe vitale boomlaag opgebouwd uit meer duurzame houtsoorten met oog op klimaatverandering. - Meer rust creëren voor de bevordering van kleine zoogdieren en vogels. - Meer dynamisch gemengd bos.

Figuur 3-4 Huidige bosvakken in Mariëndal, met 1 generatie bomen. Bron: NLadviseurs, 2022.

Figuur 3-5 Voorbeeld van het effect van een takkenril: links geen betreding, rechts wel betreding. Bron: NLadviseurs, 2022.

24 Gebiedsbeheerplan Mariëndal

3.2 Bloemweide/hooiberm (Beheerplan Groen 2020-202516)

Figuur 3-6 Kaart met kruidenrijke grasobjecten

Wat is aanwezig? Peildatum: 19-04-2022 Beschrijving: kruidenrijke graslanden met soorten als grote ratelaar, rietorchis, scherpe boterbloem, lathyruswikke, fluitenkruid, moerasrolklaver, knoopkruid en zachte ooievaarsbek. De huidige verdeling van kruiden en gras is gemiddeld; 60% kruiden 40% gras. Areaal: 5,6 hectare Kwaliteit: goed

Wat willen we? Door een goed maaibeleid zijn er gedurende het voorjaar en zomer bloeiende kruiden aanwezig.  Voldoen aan het uitvoeringsprogramma ‘’Openbare ruimte in Nieuw Perspectief’’:  Max. 20% beschadigde of dode grasmat.  In de grasmat zijn naast grassen ook andere kruiden aanwezig.  Max 20% met plaatselijke oneffenheden of molshopen.  Geen rijsporen; beschadigingen zijn na max. 10 werkdagen hersteld.  Maximale soortenrijkdom passend bij plaatselijke omgevingsfactoren.  Geen ongewenste (invasieve) soorten. 16

Figuur 3-7 Voorbeeld van huidige situatie kruidenrijk grasland, met onder andere. grote ratelaar en rietorchis. Bron; NLadviseurs, 2022.

(de Wit, Kikkert, Holthuijsen, van de Lagemaat, & Lesscher, 2020)

25 Gebiedsbeheerplan Mariëndal

Eindbeeld Een kruidenrijk, gefaseerd gemaaid grasland met een diversiteit aan soorten. Een vegetatie die voldoet aan de volgende beeldmeetlatten17: o Gras en kruidenachtigen-beschadiging o Gras en kruidenachtigen-bloemrijk gras-soorten rijkdom o Gras en kruidenachtigen-grashoogte rondom obstakels en bomen o Gras en kruidenachtigen-kaal oppervlak o Gras en kruidenachtigen-overgroei randen beplanting o Gras en kruidenachtigen-overgroei randen verharding Ecologische waarde De voornaamste ecologische waarde van de bloemenweide is het bieden van voedselaanbod voor bijen, zweefvliegen en hommels. De soorten gebruiken het nectar van de kruiden en bloemen die in de bloemenweide aanwezig zijn. Door de aantrekkingskracht van de bloemen op de insecten biedt de bloemenweide ook voedselgelegenheid voor roofinsecten, zoals de gewone bloemwants of sluipwesp, vogels, egels en muizen. Vogels, zoals koolmees, pimpelmees, witte kwikstaart, boerenzwaluw en huiszwaluw, egels en muizen foerageren op de insecten die voorkomen in de bloemenweide. Doelsoorten - Insecten: hooibeestje, icarusblauwtje, sluipwesp, gewone bloemwants, geelbandwimperzweefvlieg, meidoornzandbij, viltvlekzandbij, konninginnepage - Vogels: koolmees, pimpelmees, witte kwikstaart, boerenzwaluw, veldleeuwerik en huiszwaluw.

- Planten: grote ratelaar, rietorchis, pinkersterbloem, muskuskaasjeskruid, vlasbekje en margriet, zandblauwtje. Beheervoorwaarden - Het onderhoudsniveau die gemeente Den Helder stelt aan de Donkere Duinen is niveau B, dit niveau is op basis van KOR 2018 van het CROW. - Beheer wordt uitgevoerd conform Wet natuurbescherming en met in achtneming van de algemene zorgplicht. - Geen chemische middelen toepassen. - Beheer richten op soortentoename en spontane ontwikkeling (verschraling). - Geen maai-/zuigcombinatie gebruiken. - Niet kleppelen. - Maai gefaseerd in tijd en ruimte zodat insecten een continu voedselaanbod hebben. - Laat bij elke maaironde 15 – 30% vegetatie ongemoeid. - Maai jaarlijks op dezelfde tijdstippen voor een stabiele bloemrijke vegetatie. - Zo min mogelijk verstoren van de natuur. Dat wil zeggen geen zwaar materieel gebruiken. Zoveel mogelijk werken met accu-gereedschap en licht materieel. Beheeractiviteiten - Maai delen 1 keer per jaar en maai delen 2 keer per jaar(sinus-) en voer het maaisel af, 1e maaironde eind juni , 2e maaironde september. Delen waar gewenste 1-jarige kruiden groeien (zoals de grote ratelaar) maar 1 keer maaien in september, na de zaadzetting. De wat rijkere delen 2 keer maaien. - Laat 15% staan in de winter en laat zo ruigtes ontstaan. Maai deze één keer in de twee jaar.

- Maaien en afvoeren in een aparte werkgang (5-10 dagen tussen beide handelingen). - Actieve bestrijding van invasieve soorten (Reuzenbereklauw/rimpelroos) Risico’s - Verschraling loopt gevaar wanneer bij baggerwerkzaamheden de bagger op de kant wordt gezet. - Verstoring bodem door andere werkzaamheden (bv. Plaatsing kabels en leidingen). - Werken met verkeerde machines (te zwaar), waardoor spoorvorming of bodemverdichting optreedt. 17

Zie Beheerplan Groen 2020-2025

26 Gebiedsbeheerplan Mariëndal

-

Werken onder verkeerde weersomstandigheden (te nat, te droog, te veel wind), waardoor wederom spoorvorming of structuurbederf van de bodem op kan treden. Te veel wind kan er voor zorgen dat maaisel op ongewenste plekken komt. Werken op een verkeerd moment (i.v.m. zaadzetting, insectenontwikkeling, et cetera), met als mogelijk gevolg een daling van de biodiversiteit.

-

BLOEMENWEIDE/HOOIBERM

Bijdrage thema’s Nieuw perspectief 1

VZ

Gefaseerd maaien

VZ

Maaitijdstip afstemmen op soorten

VZ

Inzet schone/stille machines

X

VV

Soortenkeuze gras richten op vergroten biodiversiteit

X

2

X

3

4

5

X

X

X

X

X

X X

Communicatie naar bewoners over doel en functie bloemenweide

X

X

VZ

Maaien van graspaden in bloemenweide

X

X

VZ

Extra maaien tbv verkeersveiligheid

X

X

ALG

Aanwezigheid hooibermen

1.

Klimaatbestendig en duurzaam

2.

Samenwerken aan de stad

3.

Differentiatie maakt het verschil

4.

Uitnodigend en bruikbaar

5.

Groenwaarden en -waardering

X TS VV VZ ALG

X = = = =

X

X

Technische Staat Vervanging Verzorging Algemeen

Tabel 3-2 Maatregelen met betrekking tot thema's van Nieuw Perspectief.

27 Gebiedsbeheerplan Mariëndal

3.3 Siergazon (Beheerplan Groen 2020-2025)

Figuur 3-8 Kaart met de locaties van het gazon.

Wat is aanwezig? Peildatum: 19-04-2022 Beschrijving: Recreatieweide bij de vijver met inloopstrandje. Frequent gemaaide ligweide waar zomers ook enkele weken de stadscamping plaatsvindt. Areaal: 1.1 hectare Kwaliteit: goed Wat willen we? Een gesloten, goed ontwaterde, vlakke en kort gemaaide grasmat met weinig storende onkruiden. Het gras moet na het maaien gelijkmatig over de grasmat verdeeld zijn zodat er geen grasophopingen zijn. Eindbeeld Een veilige goed onderhouden grasmat waar geen overlast is van honden uitwerpselen. De grasachtige beplanting voldoet aan de volgende beeldmeetlatten18: o Gras en kruidenachtigen-beschadiging. o Gras en kruidenachtigen-gazon-kaal oppervlak. o Gras en kruidenachtigen-grashoogte. o Gras en kruidenachtigen-gazon-onkruid. o Gras en kruidenachtigen-grashoogte rondom obstakels en bomen. o Gras en kruidenachtigen-molshopen. o Gras en kruidenachtigen-overgroei randen beplanting. o Gras en kruidenachtigen-vlakheid ondergrond. o Gras-overgroei randen verharding.

18

Zie Beheerplan Groen 2020-2025

28 Gebiedsbeheerplan Mariëndal

Waarde Het beheerobject siergazon is met name van recreatieve waarde, de ecologische waarde is relatief laag. Er komen weinig verschillende plantensoorten voor en geen planten of bloemen die nectar bieden. Ook is er geen beschutting of mogelijke verblijfplaatsen aanwezig voor fauna. Boven het siergazon kunnen wel vleermuizen foerageren op muggen en nachtvlinders, enige beschutting is hierbij vereist. Het siergazon dient wel als foerageergebied voor groene specht, koperwiek en kramsvogel. De vogels gebruiken het gazon om te zoeken naar wormen in het kort gras. Een soort die bestand is tegen het intensieve maairegime en toch kan bloeien is hondsdraf, deze soort kan nectar bieden voor bijen, hommels en zweefvliegen. Doelsoorten - Vogels: groene specht, koperwiek. Beheervoorwaarden - Geen chemische middelen toepassen. - Bij maaien rondom bomen dient de maaimachine ter voorkoming van maaischade minstens 30 cm uit de stam van de boom te blijven. - Overblijvend gras bij boomstam niet maaien. - Ter voorkoming van spoorvorming dient maaimachine te zijn voorzien van druk verdelende banden. - Insporing dieper van 3cm op minder dan 1% van het oppervlak. - Niet maaien bij te natte omstandigheden (ter voorkoming van spoorvorming of versleping van de toplaag). - Zo min mogelijk verstoren van de natuur. Dat wil zeggen geen zwaar materieel gebruiken.

Zoveel mogelijk werken met accu-gereedschap, en licht materieel. Beheeractiviteiten - Bij molshopen eerst de grasmat vlakslepen voordat met maaien wordt begonnen. - Maai gazon 16 keer per jaar (B-niveau) - Spoorvorming voorkomen en anders herstellen. - Kale plekken doorzaaien. Risico’s - Gras wordt misbruikt als hondenuitlaat plek. - Gras wordt tijdens “evenementen” zwaar beschadigd. Kansen (zie hoofdstuk 2) - Opstellen maatregelenkaart voor evenementengebruik met duidelijke zonering van toegankelijkheid. -

Figuur 3-9 De ligweide die frequent gemaaid wordt. Bron: NLadviseurs, 2022.

29 Gebiedsbeheerplan Mariëndal

3.4 Water (Beheerplan Watergangen 2020-202519)

Figuur 3-10 Kaart met locaties van water.

Wat is aanwezig? Peildatum: 19-04-2022 Beschrijving: Het water en de oevers zijn een belangrijk kenmerk van Mariëndal het water is lichtbrak en soortenarm. Er is een (honden) zwemvijver met een ‘strandje’ waar geen specifieke zwemwaterdoelstellingen aan zijn gekoppeld. Areaal: 3.3 hectare Kwaliteit: Redelijk Wat willen we?  Bergingcapaciteit: conform eisen uit de Keur en bijbehorende Legger(s)20.  Diepte sloten en vijvers: minimaal 50 cm of conform de eisen uit de Keur en bijbehorende Legger(s).  Diepte vijvers: minimaal 80 cm of conform de eisen uit de Keur en bijbehorende Legger(s). Eindbeeld Schone waterpartijen die aantrekkelijk zijn voor broedvogels, insecten en amfibieën.

Voldoen aan de beeldmeetlatten21 voor watergangen: o o o

Water-vegetatie in nat profiel Water-drijfvuil in water Water-zinkvuil in water

19

(Lesscher, Ruijs, & Vakgroep Water, 2020)

20

https://www.hhnk.nl/legger-wateren?origin=/portaal/legger-wateren_41265

21

Zie Beheerplan Watergangen 2020-2025

30 Gebiedsbeheerplan Mariëndal

Ecologische waarde Het water is waardevol voor vogels als was, drink en foerageer plaats. Dankzij de ligging ver van verlichting vandaan, kan de watervleermuis dit als foerageergebied gebruiken. Doelsoorten - Vogels: krakeend, meerkoet, kuifeend, ijsvogel. - Zoogdieren: waterspitsmuis, noordse woelmuis, watervleermuis, gewone dwergvleermuis. - Vissen: driedoornig stekelbaars, bittervoorn. - Amfibieën: groene kikker, bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander Beheervoorwaarden - Beheer wordt uitgevoerd conform Wet natuurbescherming en met in achtneming van de algemene zorgplicht. - Zoveel mogelijk gebruik maken van bestaande padenstructuur. - Baggeren: vindt plaats in de maanden oktober/november. - Er wordt 1 kant opgewerkt. - Bagger 48 uur op de kant laten liggen voordat het wordt afgevoerd (om amfibieën de tijd te geven terug naar het water te keren). Beheeractiviteiten - Schonen van de (greppel) waterkant eens in de 3 jaar in oktober. - Gefaseerd baggeren (30% ongemoeid laten) en apart afvoeren eens in de 10 jaar in de maanden oktober en november. Risico’s - Achterstand in baggeren. - Eutrofiering (verrijking) door bagger op de oever.

31 Gebiedsbeheerplan Mariëndal

3.5 Oevers (droog profiel – beheerplan Groen 2020-2025)

Figuur 3-11 Kaart met de flauwe en steile oevers.

Wat is aanwezig? Peildatum: 19-04-2022 Beschrijving: Kruidenrijke flauwe oever die in veel gevallen goed van kwaliteit is. Areaal: 7128 m² Kwaliteit: goed Wat willen we? - Beheer: 1-2 maaironde(s) 50-75% van het areaal - maaien en afvoeren (week 13-17 en week 35-39) - maaien en afvoeren rietvegetatie (week 40-43) Eindbeeld Voor het droog profiel onderscheiden we twee typen oevers: kruidenoever en rietoever. De kruidenoever bestaat uit een berm met een hoge diversiteit aan kruiden. Dit laat de maaifrequentie toe doordat deze extensiever is. Soorten die slecht tegen betreding kunnen of een frequenter maairegime komen hier tot bloei. Kleurrijke oever waarin verschillende natuurlijke bloeimomenten elkaar opvolgen. Doordat hier enkel een jaarlijkse afzetting van vegetatie in plaatsvindt is het gehalte kruiden hier erg hoog. Alle kruidachtige komen hierdoor tot bloei en zaadafzetting, hetgeen het gehalte kruiden verhoogd in de vegetatie. Dit wordt extra gestimuleerd doordat de vegetatie na het maaien drie dagen blijft liggen. Dit zogeheten hooien zorgt ervoor dat zaaddozen openspringen en zaden vallen alvorens de vegetatie afgevoerd wordt. Het afvoeren van de vegetatie is van belang om vervilting van de bodem en eutrofiering tegen te gaan. Het laten liggen van de vegetatie zou verstikking van de bodem veroorzaken waardoor enkel 32 Gebiedsbeheerplan Mariëndal

soorten als brandnetel, verschillende dominante grassen en distel een kans krijgen in de vegetatie. Het afvoeren helpt eveneens met het verschralen van de bodems. Met name op zanderige en van nature armere bodems is dit proces gunstig voor de biodiversiteitsontwikkeling. Naast de kruidenoevers zijn er ook rietoevers aanwezig in het gebied. Goed ontwikkelde en brede rietoevers dienen behouden te blijven terwijl de matige dunne (< 0,5 m breed) rietoevers bij voorkeur worden omgevormd naar kruidenoevers, omdat de waarde van deze rietoevers laag zijn. De matige rietoevers worden omgevormd door een intensief maaifrequentie op andere maaimomenten. Riet is slecht bestand tegen de intensieve maaifrequentie in voorjaar en zomer waardoor andere soorten meer de kans krijgen. Het maaisel wordt afgevoerd om deze bodems te verschralen en verstikking tegen te gaan. Op deze manier krijgen kruiden meer de kans en wordt de vestiging van ruderale soorten voorkomen. Het natte profiel betreft een open maar vegetatierijk water met een grote soortenrijkdom. Op deze manier blijft het natte profiel geschikt als paaiplek voor vissen door de hoeveelheid watervegetatie. Het natte profiel wordt zo veel mogelijk ongemoeid gelaten en er heerst een extensief maairegime. De bodem van het natte profiel blijft ongemoeid om verstoring van eventueel schuilhoudende amfibieën of vissen te voorkomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.denhelder.nl/api/v1/meetings/1935/documents/20039