CConstaterende datDen Helder
Koppel je AI →
Document · PDF

Doelendocument (behorende bij concept Uitvoeringsprogramma) - versie 1.0 d.d. 22 november 2021.pdf

Raadscommissie Bestuur en Middelen 31 januari 2022, gemeente Den HelderBij agendapunt: 5: Voorstel wensen en bedenkingen met betrekking tot het Uitvoeringsprogramma van de Agenda voor het Waddengebied 205014.540 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

• •

Er worden vijf projecten succesvol doorontwikkeld zodat ze in aanmerking kunnen komen voor financiering door IKW, Waddenfonds of andere CE-subsidies. Tussen 2022 en 2026 krijgen ten minste 50 bedrijven of organisaties maatwerkondersteuning op het gebied van kennis, innovatie en talentontwikkeling (o.a. CIRCO-TRACKS).

ER-doel 13: Optimaal benutten wat het eiland te bieden heeft Dit zijn onze concrete doelen voor de planperiode 2021-2026: • •

Elk eiland heeft tussen 2022 en 2026 ten minste één circulair bouwproject uitgevoerd. In 2023 hebben we inzicht in de totale grondstofstromen en -ketens.

• •

Elk eiland voert ten minste één pilotproject uit dat waardevol inzicht in de circulaire eilandketen biedt. Op elk eiland wordt een (vorm van) een circulair ambachtscentrum gerealiseerd.

• •

In 2026 zijn de horeca en evenementen op het eiland vrij van plastic (disposables) en op ten minste drie eilanden wordt lokaal plastic verwerkt. Tussen 2022 en 2026 worden op elk eiland lokale initiatieven voor circulaire voedselproductie en streekproducten ondersteund.

•

Tussen 2022 en 2026 krijgen ten minste tien evenementen of festivals op de eilanden ondersteuning om geheel circulair te worden.

ER-doel 14: Slimmer omgaan met zoet water Dit zijn onze concrete doelen voor de planperiode 2021-2026: • •

Elk eiland heeft in 2024 een integraal waterplan met een toekomstperspectief voor de zoetwatervoorraad. Elk eiland voert tussen 2022 en 2026 ten minste één innovatief (pilot)project uit met berging, besparing en/of winning van zoetwater.

• •

Drie projecten worden succesvol doorontwikkeld voor een aanvraag bij IKW, Waddenfonds of andere subsidies/fondsen. In de periode 2022-2026 krijgen ten minste 50 bedrijven of organisaties maatwerkondersteuning op het gebied van kennis en innovatie voor waterbesparing en hergebruik

•

van water. In 2026 is een gedragscampagne uitgevoerd waardoor inwoners, ondernemers en gasten zich meer bewust zijn van water(schaarste) op een eiland.

•

In 2026 heeft 25% van de eilander huishoudens geïnvesteerd in (kleine) waterbesparende maatregelen.

25

7

De doelen van deelprogramma Recreatie en Toerisme

Recreatie en toerisme vormen een belangrijke economische sector in het Waddengebied. De opgaven voor deze sector zijn op de eilanden wezenlijk anders dan langs de vaste wal. Op de Waddeneilanden is recreatie de economische motor. De opgave is de kwaliteit van het bestaande aanbod te versterken en te verduurzamen en het evenwicht te bewaren tussen groei van het toerisme, leefbaarheid voor de eilander en de eilandbeleving door de toerist. De doelen focussen dan ook op het verstevigen van de gastvrijheidsector, onder meer door duurzaamheidsinitiatieven te initiëren; deze doelen staan in hoofdstuk 6. De centrale opgave voor de Waddenkust is het versterken van de recreatieve waarde van de kust, met behoud van rust en kleinschaligheid, als nieuwe drager voor de sociaaleconomische vitaliteit van het kustgebied. De doelen voor het deelprogramma Recreatie en toerisme zijn gebiedsgericht geformuleerd in 12 veranderdoelen. Rode draad is de trilaterale Strategie Duurzaam Toerisme in de Bestemming Waddenzee Werelderfgoed, ondertekend door Rijk, gemeenten, provincies, natuurorganisaties en ondernemersorganisatie in Nederland, Denemarken en Duitsland. Voor de Waddenkust wordt een nieuw programma Duurzame toerisme Waddenkust ontwikkeld dat bijdraagt aan de ER-doelen voor de kust.

Onderdelen van dit programma zijn: de Waddenkust als Green destination, versterking van de bewustwording van natuur, landschap en culturele waarden en versterking van beleving en toerisme als economische drager.

- Waddenkust ER-doel 1: Meer recreatieve toeristische voorzieningen langs de Waddenkust bieden, passend bij de lokale doelen en ruimtelijke principes Dit zijn onze concrete doelen voor de planperiode 2021-2026: •

In 2026 dragen ‘recreatieve hotspots’ voor dag- en verblijfsrecreatie bij aan het behoud van de leefbaarheid van de Waddenkust.

•

Buiten de hotspots staat de beleving van rust en ruimte en het faciliteren van bezoek aan karakteristieke bezienswaardigheden centraal.

•

In 2026 is het aanbod van recreatieve voorzieningen langs de kust toegenomen met minimaal 20%; de werkgelegenheid en bestedingen nemen met minimaal 10% toe.

•

Het aanbod van beleefbare natuur is toegenomen; er zijn ook meer voorzieningen voor natuurbeleving aan de kust ontstaan.

ER-doel 2: De kustzone integraler benaderen Dit zijn onze concrete doelen voor de planperiode 2021-2026: •

We combineren dijkversterking altijd met andere opgaven in het gebied, vooral ook met recreatieve voorzieningen.

•

In 2023 hebben we een breed gedragen zoneringsplan voor de Waddenkust.

26

ER-doel 3: De recreatieve verbindingen langs en naar de kust verbeteren Dit zijn onze concrete doelen voor de planperiode 2021-2026: •

In 2026 is een samenhangend recreatief netwerk van wandel- en fietsverbindingen beschikbaar langs de Waddendijk en van de dorpen naar de Waddendijk (inclusief kansen voor nieuwe vormen van elektrisch vervoer).

•

De mogelijkheden om buitendijkse natuur per fiets of wandelend te beleven zijn toegenomen.

ER-doel 4: Beleving van de havens en havenplaatsen verbeteren Dit zijn onze concrete doelen voor de planperiode 2021-2026: •

In 2026 zijn de havenplaatsen aantrekkelijker voor toerisme. De toeristische bestedingen in de havenplaatsen zijn in 2026 toegenomen met 10% (nulmeting in 2022 of 2021).

•

In 2026 is het aantal havens met een actieve visserijsector minimaal gelijk gebleven ten opzichte van 2021.

•

In 2026 zijn de haventerminals nog nadrukkelijker het ‘visitekaartje’ van en de ‘blauwe poort’ naar het Werelderfgoed.

•

In 2026 is de auto- en parkeeroverlast bij de terminals en in de havens (Lauwersoog, Harlingen, Den Helder) en in de dorpen op de eilanden sterk verminderd, ook voor de leefbaarheid en verkeersveiligheid van de steden, dorpen en bedrijventerreinen.

- Waddeneilanden Het programma Brede Welvaart eilanden draagt bij aan onderstaande de ER-doelen voor de Waddeneilanden.

ER-doel 5: Een duurzamere balans op de eilanden creëren tussen ontwikkeling van recreatie en toerisme en de effecten op leefbaarheid, landschap, natuur, cultuur en drinkwater- en energievoorziening Dit zijn onze concrete doelen voor de planperiode 2021-2026: •

In 2023 beschikken alle eilanden over een monitor die de effecten van recreatie en toerisme op de leefbaarheid, landschap, cultuur, drinkwater- en energievoorziening in beeld brengt.

•

In 2023 worden de effecten van recreatie en toerisme op de natuur gemonitord, rekening houdend met effecten van andere externe factoren.

•

Om de brede welvaart op niveau te houden, blijven de toeristische bestedingen op de eilanden in 2026 minimaal op het niveau van 2019 (omdat de economie van de eilanden voornamelijk op het toerisme drijft).

•

In 2026 zijn de eilanden nog steeds betaalbaar voor gasten met een kleine beurs. Het percentage bezoekers uit de 20% laagste gezinsinkomens is in 2026 even groot als in 2022.

ER-doel 6: Het recreatieaanbod op de Waddeneilanden versterken met als uitgangspunt kwaliteit voor kwantiteit Dit zijn onze concrete doelen voor de planperiode 2021-2026: •

Elk eiland heeft in 2025 een opgewaardeerd bezoekerscentrum.

27

•

In 2026 is het percentage accommodaties in de categorieën groen en blauw (gestegen; het percentageaccommodaties in de categorieën oranje en/of rood is gedaald (kleuren verwijzen naar Vitaliteitsonderzoek logiesaccommodaties).

•

De kwaliteit van het recreatieaanbod is in 2026 versterkt: de bezoekersmonitoring laat een stijgende waardering voor de kwaliteit van de voorzieningen zien.

•

De diversiteit van producten voor natuurbeleving is toegenomen; op elk eiland zijn jaarlijks gemiddeld twee nieuwe producten op de markt gekomen.

ER-doel 7: Inzetten op verduurzaming van het recreatieve aanbod en het vervoer Dit zijn onze concrete doelen voor de planperiode 2021-2026: •

Het aantal bedrijven met een duurzaamheidslabel stijgt jaarlijks met 10%.

•

Jaarlijks stijgt bij 10% van de bedrijven de duurzaamheidsscore (bijvoorbeeld van brons naar zilver).

•

Openbaar vervoer op en naar de eilanden is 100% emissieloos.

ER-doel 8: Een bredere economische basis op de eilanden realiseren, aanvullend op recreatie en toerisme Dit zijn onze concrete doelen voor de planperiode 2021-2026: •

De werkgelegenheid buiten de sectoren die direct samenhangen met toerisme is in 2026 met 10% toegenomen ten opzichte van 2021 (bron LISA/ CBS).

•

De toegenomen bedrijvigheid buiten het toerisme is niet schadelijk voor de Outstanding Universal Values en de kernwaarden van Waddenzee als Werelderfgoed en de samenleving van de eilander.

- Waddenzee ER-doel 9: Vaarrecreatie op de Waddenzee en verstoring beter met elkaar in balans brengen Dit zijn onze concrete doelen voor de planperiode 2021-2026: •

In 2026 is de Erecode geborgd en sterk sturend in de promotie en voorlichting via de beheerders in Werelderfgoed Waddenzee. De monitoring ervan hebben we geborgd in de Basismonitoring Wadden.

•

In 2026 benutten de jachthavens de leerervaringen van de Ecoport-certificering voor een duurzame havenbedrijfsvoering.

•

In 2026 hebben we een langetermijnperspectief voor het borgen van duurzame bereikbaarheid.

•

In 2026 hebben we handhaving van de recreatie- en beroepsvaart op orde.

28

- Waddenkust, Waddenzee en Waddeneilanden ER-doel 10: Bewustwording van de natuurwaarden en het Werelderfgoed vergroten Dit zijn onze concrete doelen voor de planperiode 2021-2026: •

In 2030 is 50% van de gasten zich bewust van de uitzonderlijke universele waarden van de Waddenzee.

•

In 2030 scoort het Waddengebied 90 punten bij Green destinations.

•

In 2024 wisselen de bezoekerscentra in het Waddengebied structureel kennis en ervaring uit (minimaal twee keer per jaar) en zijn er gezamenlijke projecten.

•

Vanaf 2023 hebben we de integrale vermarkting van het Waddengebied als duurzame bestemming structureel geborgd.

•

Minimaal 70% van de toeristen in 2026 behoort tot het type ‘bewuste gast’ (momenteel overheerst ‘persona Nora’).

ER-doel 11: Natuurbeleving duurzamer en verantwoorder maken met beter gastheerschap Dit zijn onze concrete doelen voor de planperiode 2021-2026: •

In 2026 vindt in verstoringsgevoelige gebieden in het Waddengebied aantoonbaar minder verstoring plaats dankzij toenemend gastheerschap.

•

In verschillende havens, verspreid over het Waddengebied, hebben we centra ingericht voor interactie en voorlichting over duurzame recreatievaart (Betonningsloods Terschelling, Werelderfgoedcentrum Lauwersoog)

ER-doel 12: De ervaring van bezoekers van het Waddengebied beter aan laten sluiten bij de verwachtingen Dit zijn onze concrete doelen voor de planperiode 2021-2026: •

Het Waddengebied behaalt vanaf 2025 jaarlijks minimaal een 8 met de Net Promotor Score (klanttevredenheid).

•

Toeristisch beleid en projecten hebben vanaf 2025 expliciet aandacht voor inclusiviteit en toegankelijkheid.

29

8

De doelen van het deelprogramma Havens

Het deelprogramma Havens richt zich op het verder ontwikkelen van de Waddenhavens als duurzame economische dragers van het gebied. We werken hieraan via vijf ‘veranderdoelen’: 1.

Transitie naar duurzamere havens realiseren, met het Werelderfgoed als inspiratie

2.

Transitie naar specialisatie versnellen

3.

Economische toegevoegde waarde vergroten door betere logistieke verbindingen, meer werkgelegenheid en verduurzaming van het transport

4.

Ruimte voor transitie bieden

5.

Het vestigingsklimaat versterken

ER-doel 1: Transitie naar duurzamere havens realiseren, met het Werelderfgoed als inspiratie Dit zijn onze concrete doelen voor de planperiode 2021-2026: •

De Waddenzeehavens dragen bij aan de doelstellingen van Parijs en vervullen daar een voortrekkersrol in.

•

In 2030 is de CO2-emissie van de bedrijven aan de Industrietafel Noord-Nederland verminderd met 73% per ton product (t.o.v. 1990). Op dit moment is de emissie per ton product met ruim 50% verminderd t.o.v. 1990. In 2026 zitten we op een vermindering van 61-62%.

•

In de havens die geen onderdeel uitmaken van de Industrietafel Noord-Nederland hanteert het havenbedrijf de energieprestatieladder of het ‘opgesteld vermogen hernieuwbare energie’: in 2026 wordt trede 3-4 van de energieprestatieladder gehaald. De havens gaan hierover ook met het havenbedrijfsleven in overleg.

•

In 2026 is er voor vijf representatieve scheepstypen in de Waddenvloot een economisch realistische CO2-vrije variant als pilot gecertificeerd. In 2030 vaart 50% van de schepen per type CO2-vrij (nog toetsen op realisme). Als dat slaagt vaart ruim voor 2050 100% van de Waddenvloot CO2-vrij.

•

We zorgen ervoor dat de reductie van de NOx-uitstoot per ton product minimaal gelijke tred houdt met de reductie van de CO2-uitstoot.

•

De havens faciliteren circulaire productie en het sluiten van de ketens en acquireren daarop. Dat doen ze in programma’s per haven en met een gezamenlijk programma. Er is nog overleg gaande bij deze veelvormige ambitie om tot SMART formuleringen te komen.

•

De havens werken toe naar efficiënter gebruik van proceswater en investeren in een grotere productie van proceswater uit nieuwe bronnen, zoals effluent van RWZI’s of ontzilting met zonne-energie. In 2026 zijn drie pilots uitgevoerd (dit gebeurt in aansluiting bij het initiatief voor een zoetwaterstrategie, zie doelen voor deelprogramma Natuur van Wereldklasse).

•

We zetten een EcoPort-innovatieprogramma op met een looptijd tot en met 2026, voor reductie van de CO2-uitstoot, het realiseren van de circulaire economie, vermindering van bedreigingen van de natuur en het stimuleren van natuur in en om de havens.

•

De Waddenhavens continueren elke twee jaar hun EcoPort-certificering. Daarmee worden twee duurzame best practices in elke haven gepubliceerd per twee jaar.

30

ER-doel 2: Transitie naar specialisatie versnellen Dit zijn onze concrete doelen voor de planperiode 2021-2026: •

Den Helder heeft zich in 2026 ontwikkeld tot een Noordzeehaven met als specialisatie de energietransitie (Port of Den Helder: op weg naar een klimaatneutrale haven).

•

We faciliteren de modernisering en/of ombouw van offshore-installaties faciliteren, door met alle partijen samen een oplossing te zoeken voor tijdelijke parkeerfaciliteit in de buurt van de haven van Den Helder.

•

De visserijhavens Lauwersoog, Den Oever en Oudeschild hebben zich in 2026 ontwikkeld tot duurzame visserijhavens met recreatie. Lauwersoog ontwikkelt zich als waterstofhaven en realiseert een Werelderfgoedcentrum (Koers duurzame haven Lauwersoog).

•

De ontwikkeling van de havenfaciliteiten houdt gelijke tred met de ontwikkeling van de visserij.

•

Harlingen heeft zich in 2035 ontwikkeld tot duurzaam logistiek hart van het Waddengebied (Havenvisie Port of Harlingen: koers naar duurzame groei).

•

De Eemshaven en Delfzijl hebben zich in 2030 ontwikkeld tot specialisten in energietransitie, circulaire economie en chemie (Havenvisie 2030 GSP).

•

In 2026 hebben we de trilaterale havensamenwerking (Denemarken, Duitsland en Nederland) verder versterkt.

ER-doel 3: Economische toegevoegde waarde vergroten door betere logistieke verbindingen, meer werkgelegenheid en verduurzaming van het transport Dit zijn onze concrete doelen voor de planperiode 2021-2026: •

Jaarlijks neemt de economische toegevoegde waarde van de gezamenlijke Waddenhavens met 2% toe.

•

Jaarlijks neemt de havengerelateerde werkgelegenheid toe met 1%.

ER-doel 4: Ruimte voor transitie bieden Dit zijn onze concrete doelen voor de planperiode 2021-2026 (conform Pact van Marrum): •

We hebben de effecten van het haven en -vaargeulonderhoud op de natuurdoelen in beeld gebracht. In2026 wordt nog slimmer gebaggerd en sediment verspreid in de Waddenzee, bijvoorbeeld door baggermateriaal te gebruiken voor natuurherstel of stortlocaties te benutten die minder impact op de natuur hebben. Gebaggerd slib kan ook op laaggelegen gronden benut worden om de gevolgen van bodemdaling of zoute kwel te verminderen.

•

Er vindt geen havenontwikkeling in zee plaats. Aanpassing van havenhoofden is mogelijk als de natuur er ook beter van wordt (nature based).

•

In 2030 is de slibhuishouding in en rond de havens verbeterd.

•

Nieuwe bebouwing wordt ingepast in de bestaande skyline (conform Barro).

ER-doel 5: Het vestigingsklimaat versterken Dit zijn onze concrete doelen voor de planperiode 2021-2026: •

De afstemming tussen onderwijs en vraag naar havengerelateerde arbeid verbetert.

•

De ontwikkeling van kennisclusters is toegespitst op havenplaatsen.

•

We hebben de havens zijn aantrekkelijker gemaakt voor jonge ondernemers en start-ups.

•

De havens bieden meer mogelijkheden voor beleving voor recreatie en toerisme.

31

•

De woonomgeving is aantrekkelijker en de Waddenzee en het kustlandschap zijn beter beleefbaar.

•

Er zijn goede verbindingen met steden, het landelijk OV en het wegennet.

•

We hebben de vergunningverlening beter gestroomlijnd.

32

9

De doelen van het deelprogramma Landbouw

Het deelprogramma Landbouw richt zich op het vergroten van de toekomstbestendigheid van de sector in het Waddengebied. De landbouw staat als florerende economische sector op zichzelf, maar kan en wil waar mogelijk bijdragen aan ecologische doelen voor het Natura 2000-gebied Waddenzee en de doelen voor andere deelprogramma’s. Daarbij werken we met zeven ‘veranderdoelen’: 1.

De excellente (export)positie van de landbouw als producent van hoogwaardig voedsel versterken

2.

Klimaatbestendige landbouw versterken

3.

De landbouw verder verduurzamen

4.

De landbouw verbreden met agrarisch natuurbeheer

5.

Aanvullende verdienmodellen voor een toekomstbestendige landbouw zoeken

6.

De band tussen landbouw en burgers versterken

7.

De bijdrage van de landbouw aan de energietransitie en biobased economie vergroten

ER-doel 1: De excellente (export)positie van de landbouw als producent van hoogkwalitatief voedsel versterken Dit doel dient de economische kracht en vitaliteit van het Waddengebied. Dit zijn onze concrete doelen voor de planperiode 2021-2026: •

We behouden hoogwaardige landbouwgronden en versterken de productieomstandigheden voor landbouw als producent van hoogkwalitatief voedsel en uitgangsmateriaal. Daarbij houden we rekening met de specifieke kwaliteiten voor pootaardappelteelt en bollenteelt en met landelijke doelen en programma’s.

•

We versterken meervoudig gebruik van hoogwaardige landbouwgronden: naast het leveren van kwalitatief topvoedsel kunnen landbouwgronden ook maatschappelijke diensten bieden, zoals ruimtelijke beleving, agrarisch natuurbeheer, waterberging, carbon farming en recreatie.

•

We versterken de innovatiestructuur van de landbouw in het Waddengebied. Dit vereist een voldoende groot areaal hoogwaardige landbouwgrond als basis. In 2021 is een beschrijving van de huidige innovatiestructuur gereed. In 2022 zijn de eerste versies van plannen gereed, waarna jaarlijkse bijstelling plaatsvindt. Uitvoering vindt plaats door de landbouwsector.

•

We versterken de kennisinstellingen in het Waddengebied (Potato Valley, SPNA, Vertify, Dairy Campus, Pootaardappelacademie) en de samenwerking met Hogeschool Van Hall Larenstein (HVHL) en Aeres. In 2021 is een eerste inventarisatie van de huidige situatie gereed; daarna vinden gesprekken plaats over de samenwerking met WUR, HVHL en Aeres. In juni 2022 zijn die afgerond.

•

We optimaliseren de ruimtelijke inrichting: de verkaveling, infrastructuur (fysiek, water en digitaal), bouwplannen, RES en wegen. Dit doel is afhankelijk van ruimtelijke ordening door gemeenten en provincie en bedrijven die de digitale structuur aanleggen. Voor innovatieve zaken moet ruimte zijn, bijvoorbeeld om op lange termijn pootgoed te telen uit zaad. Eind 2022 is een inventarisatie van knelpunten gereed; daarna vindt jaarlijks een update plaats.

33

ER-doel 2: Klimaatbestendige landbouw versterken Voor klimaatbestendige landbouw is een klimaatbestendige zoetwaterhuishouding in het kustgebied en op de eilanden essentieel. Optimale teelt en veehouderij op de lange termijn vereisen voldoende water (niet te veel en niet te weinig), schoon water op het juiste moment en op de juiste plaats (op gebieds-, bedrijfs- en perceelsniveau). De landbouw zal zich moeten aanpassen aan klimaatverandering (adaptatie) en kan tegelijk een grote rol spelen bij het tegengaan ervan (mitigatie), bijvoorbeeld met opslag van organische stof en teelt van eiwitgewassen. De belangrijkste voorwaarden hiervoor zijn een optimaal zoetwaterbeheerplan en goed bodembeheer. De landelijke doelen uit het Klimaatakkoord staan in het kader onderaan dit hoofdstuk.

Dit zijn onze concrete doelen voor de planperiode 2021-2026: •

In 2026 is een zoetwaterstrategie gereed om de juiste balans te bereiken tussen de beschikbare hoeveelheid water en de gevraagde hoeveelheid op het juiste moment. Hierbij betrekken we mogelijk ook de aanvoer van zoetwater uit de grote rivieren, waardoor wellicht gebiedsoverschrijdende maatregelen nodig zijn. o In 2022 zijn langjarige afspraken gemaakt over optimale bescherming van de zoetwaterlens (bijvoorbeeld met doorspoelen, geen ingrepen uitvoeren die verzilting van de wortelzone stimuleren, drainagestrategie, innovatie stimuleren). Deze afspraken komen tot stand in samenwerking met RWS, waterschappen, gemeenten en natuurorganisaties. Bij droogte hanteren we de verdringingsreeks. o We behouden bestaande zoetwaterbekkens en vergroten deze waar mogelijk:

▪

In juni 2022 is een inventarisatie van de mogelijkheden gereed. De realisatie van uitbreiding hangt af van de inventarisatie. o We voeren onderzoek uit naar optimaal zoetwaterbeheer en -gebruik:

▪

In juni 2022 is een inventarisatie gereed van bestaande kennis en lopend onderzoek.

▪

In juni 2022 zijn de wensen voor nieuw onderzoek geïnventariseerd.

▪

We zoeken financiering en starten nieuw onderzoek, afhankelijk van deze inventarisaties. o We voeren de Kennisagenda zoet op zout uit. Dit leidt tot een Kennis- en onderzoeksprogramma over verzilting (Kenniscentrum Verzilting). We zoeken financiering om de lopende inventarisatie van mogelijkheden voor het tegengaan van verzilting en het omgaan met verzilting te continueren.

•

We vergroten de zouttolerantie van gewassen in aansluiting op het landelijk Actieplan Plantgezondheid, zodat akkerbouwers mogelijk weerbare rassen kunnen telen die minder gevoelig zijn voor ziekten en plagen, veranderende klimatologische omstandigheden en verzilting. Deze rassen kunnen mede door nieuwe veredelingstechnieken zijn ontwikkeld, wanneer deze worden toegelaten in Europa. De eerste zouttolerante pootaardappelrassen worden in de planperiode getest.

•

We zetten in op bodemmaatregelen om zoet water vast te houden, de effecten van verzilting te minimaliseren en emissies te verminderen: de uitrol van deze maatregelen vindt plaats door landbouworganisaties, steeds zodra kennis beschikbaar komt.

•

We ondersteunen boeren die willen experimenteren met zilte teelten op reeds verzilte grond en helpen hen om een verdienmodel en -keten te creëren, in samenwerking met visserij. o In 2022 vinden we financiering voor pilots op verzilte grond, met gecombineerde teelten van bijvoorbeeld zeesla, zeekraal, mosselen, kokkels en algen. De uitvoering van deze pilots vindt plaats in 2022-2025, op buitendijkse gronden of in de polder Bierum. Daarbij monitoren we of dit verdere verzilting tegengaat.

34

o In 2025 hebben de landbouworganisaties de resultaten uit nieuwe en lopende pilots gebundeld. o Eind 2023 is een onderzoek naar de afzetmarkt voor zilte teelten gereed. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door of in opdracht van landbouw en ketenpartijen.

ER-doel 3: De landbouw verder verduurzamen De landbouwsector in het Waddengebied streeft ernaar de verschillende landelijke doelen voor het verduurzamen van de landbouw te bereiken, zoals de doelen van het Actieplan Plantgezondheid, Klimaatakkoord, KRW, Nitraatrichtlijn, kringlooplandbouw en precisielandbouw. Het kader aan het eind van dit hoofdstuk geeft een overzicht van deze algemene landelijke doelen.

Dit zijn onze concrete regionale doelen voor de planperiode 2021-2026: •

In juni 2022 heeft de landbouwsector gedefinieerd waar in dit gebied verdere verduurzaming nog mogelijk is, in aansluiting bij de landelijke programma’s.

•

We onderzoeken de kansen en belemmeringen voor natuurinclusieve landbouw, biodiverse landbouw en duurzaamheidsinitiatieven in het Waddengebied, waarbij we aansluiting zoeken bij lopende processen zoals de Regiodeal NIL. In januari 2022 is een begrippenlijst gereed, in juni 2022 is een programmaplan gereed en de uitvoering start met het groeiseizoen van 2023.

•

We creëren mogelijkheden voor teelt van eiwitgewassen met een verdienmodel en afzetketen (Fascinating). Daarbij geven we ook invulling aan de Regiodeal NIL: ‘verbouwen van eiwitrijke gewassen in de regio voor zowel humane als diervoeding. Dit moet leiden tot minstens 1 economisch levensvatbare teelt in 2030’. Ook zoeken we aansluiting bij NES.

•

We creëren mogelijkheden voor de teelt van plantaardige oliegewassen en vezelgewassen, met een verdienmodel en afzetketen.

ER-doel 4: De landbouw verbreden met agrarisch natuurbeheer Dit zijn onze concrete doelen voor de planperiode 2021-2026: •

In 2023 is vastgesteld welke vormen van agrarisch natuurbeheer wenselijk en effectief zijn: op welke dieren/planten/insecten richten we ons? Hierbij maken we gebruik van resultaten van het Actieplan Plantgezondheid Akkerbouw en inventariseren we specifieke doelen voor het Waddengebied. In overleg met provincies wordt het agrarisch natuurbeheerpakket afgestemd op deze inventarisatie.

•

In 2023 zijn randvoorwaarden voor agrarisch natuurbeheer vastgesteld.

•

In juni 2022 zijn pachtpolders van IFG in zomerpolders ingericht als hoogwatervluchtplaats voor vogels en worden ze met dat doel beheerd, voor zover dit te combineren is met de agrarische bestemming. Om deze functie te kunnen continueren zijn langjarig afspraken tussen pachters en IFG en meerjarige pachtcontracten noodzakelijk.

ER-doel 5. Aanvullende verdienmodellen voor een toekomstbestendige landbouw zoeken Dit zijn onze concrete doelen voor de planperiode 2021-2026: •

De sector investeert zelf in goede en vernieuwende verdienmodellen, specifiek voor het Waddengebied.

•

We inventariseren de mogelijkheden van betaling voor groene en blauwe diensten, afgestemd op de behoeften in het Waddengebied.

35

•

We inventariseren de mogelijkheden van mobiele zonneakkers (zie ER-doel 7).

•

We inventariseren mogelijkheden van betaling voor het vastleggen CO2 (carbon farming). In 2025 is een samenwerking opgezet met St. Nationale Koolstofbank en de RABO koolstofbank.

•

We onderzoeken de mogelijkheden voor lokale ketens en een Waddenmerk. In december 2021 is een inventarisatie gereed van de bestaande lokale ketens. Hiermee sluiten aan bij een actie uit de Regiodeal NIL: ‘in 2025 regionaal samenwerkingsplan tussen supermarkten en agrarische bedrijven uit de regio’.

•

In juli 2022 is een inventarisatie gereed van de belemmeringen die boeren ervaren als ze willen verbreden met activiteiten in de recreatiesector. We zetten in op aanpassing van wet- en regelgeving en andere praktische bezwaren om deze belemmeringen op te heffen.

ER-doel 6: De band tussen landbouw en burgers verbeteren Dit doel heeft sterke samenhang met Deelprogramma Recreatie en Toerisme. Dit zijn onze concrete doelen voor de planperiode 2021-2026: •

De samenwerkende organisaties in het RT nemen deel aan de landschapstriënnale. De uitwerking is gereed in juli 2022.

•

Boeren stellen hun boerderijen open voor bezoekers. Wanneer er meer toeristen komen zal de interesse hiervoor worden gepeild.

•

Met boerderijwinkels werken we aan korte ketens. Hiermee sluiten aan bij de Regiodeal NIL: ‘in de supermarkt in het Waddengebied is meer aandacht en ruimte voor lokale producten. Supermarkten in het Waddengebied kopen standaard een deel van hun assortiment regionaal in’.

•

We onderzoeken of bepaalde producten kunnen worden vermarkt onder het Waddenmerk.

•

We verbeteren en promoten fiets-, wandel- en vaarroutes door het gebied.

•

De landbouw zoekt samenwerking met scholen. De inzet is dat kinderen weten waar hun voedsel vandaan komt. Dit sluit aan bij de Regiodeal: ‘in 2025 heeft elke basisschool minimaal een boerenbedrijf geadapteerd (of andersom) in combinatie met een duidelijke leerlijn’.

ER-doel 7: De bijdrage van de landbouw aan de energietransitie en biobased economy vergroten Dit ER-doel heeft sterke samenhang met Programma Leefbaarheid en Circulaire Economie. Dit zijn onze concrete doelen voor de planperiode 2021-2026: •

We verkennen hoe land- en tuinbouw kan bijdragen aan energie- en klimaatopgaven. o We inventariseren hoe we reststromen van met name suikerbieten kunnen gebruiken voor de biobased economie. o In juni 2022 is een inventarisatie gereed van de rustgewassen en eventueel zilte teelten die kunnen bijdragen aan biobased economie. Afhankelijk van de van resultaten zetten we de teelt en afzet van biobased gewassen op. o We passen de zonneladder toe ('zonnepanelen op daken, niet op landbouwgrond’) en hebben in 2023 een inventarisatie gereed van de beschikbare locaties en ruimte voor zonnepanelen. o Eind 2023 is geïnventariseerd wat nodig is om mobiele zonneparken mogelijk te maken (energie-infra, kosten, et cetera). o We hebben belemmeringen opgeheven voor het plaatsen van zonnepanelen op daken in het beschermd dorpsgezicht Bildtdijken (is gereed). o We zetten ons ervoor in om de procedure voor Groninger windmolens of windmolens zonder wieken te vereenvoudigen.

•

De energie-infrastructuur (waaronder de capaciteit van het net, ook lokaal) wordt op orde gebracht.

36

•

We passen de SDE-regeling aan zodat kleinschalige opwekking bij boeren gestimuleerd wordt.

Landelijke landbouwdoelen Voor de landbouw gelden ook landelijke doelen. Deze worden uiteraard ook nagestreefd in het Waddengebied, maar vormen geen onderdeel van dit Doelendocument en het Uitvoeringsprogramma. Klimaat: •

Inzetten op maatregelen die klimaatverandering helpen tegengaan. Hierbij worden o.a. het Klimaatakkoord en de Klimaatagenda van de BO Akkerbouw en Duurzame zuivelketen van de veehouderij gevolgd.

•

Kennisinventarisatie en verspreiding: dit is een voortdurend proces. Er wordt met name in de PPS Beter Bodem Beheer en in projecten rondom Slim Landgebruik veel nieuwe kennis gegenereerd.

•

Bewustwording bij agrariërs vergroten. Toepassen van managementtools als Cool Farm Tool en kringloopwijzer promoten

•

Teelt van eiwitgewassen stimuleren.

Verduurzaming: Voor verduurzaming lopen verschillende landelijke overheidsprogramma’s (KRW, Nitraatrichtlijn, UP Gewasbescherming, visie kringlooplandbouw) en programma’s van de sector (Actieplan Plantgezondheid, DAW). •

Kringlopen sluiten op zo laag mogelijk niveau (gebruik van reststromen)

•

Kennisontwikkeling optimaal bodembeheer: doorlopend proces

•

Ontwikkeling precisielandbouw inclusief investeringsfonds: doorlopend proces. Hieronder vallen ook werken met vaste rijpaden, taakkaarten, precisiebemesting, lichtere werktuigen, drones etc. Inzet drones moet wettelijk mogelijk blijven.

•

Inzet groene gewasbeschermingsmiddelen mits toelating wordt vlot getrokken: doorlopend proces. Aansluiten bij Actieplan Plantgezondheid akkerbouw: in 2030 zijn chemische bestrijdingsmiddelen met hoge milieu-impact waar mogelijk vervangen door biologische en natuurlijke middelen en middelen met een lage milieu-impact. Weghalen van wettelijke belemmeringen m.b.t. verdere verduurzaming weghalen: gesprekken voeren met LNV, I&W en provincies a.d.h.v. CLM-rapport gereed eind 2022.

•

Stimuleren kruidenrijk grasland

•

Verminderen kunstmestgebruik en vergroten gebruik organische mest (mits beleid wijzigt en voldoende organische stof beschikbaar is voor evenwichtsbemesting.

Als het aan de landbouwsector ligt, wordt gekozen voor zo kort mogelijke routes van aanlandingskabels en zo min mogelijk verstoring van landbouwbodems.

37

10

De doelen van het deelprogramma Visserij

De visserij in de Waddenzee en Noordzee heeft te maken met natuurbeschermende maatregelen. Daarnaast heeft de visserij een belangrijke economische, maatschappelijke en culturele waarde in het Waddengebied. Het deelprogramma visserij richt zich op het versterken van de positie van de beroepsmatige visserij in het Waddengebied waarbij volop ruimte blijft voor natuur. Daarbij werken we met drie ‘veranderdoelen’: 1.

De toekomst van de visserij in het Waddengebied zeker stellen

2.

Beter samenwerken met natuurorganisaties en natuurbeheerders

3.

Meebewegen met de natuur, de seizoenen en de oogstmogelijkheden in de Waddenzee

ER-doel 1: De toekomst van de visserij in het waddengebied zeker stellen Dit zijn onze concrete doelen voor de planperiode 2021-2026: •

Om de uitstoot te verminderen is in 2026 één economisch realistische kotter op duurzame energie gecertificeerd. Dit gebeurt in samenhang met het programma Green Shipping.

•

Via het programma Green Shipping groeit de visserij stapsgewijs toe naar CO2-vrije voorstuwing in 2040.

•

In 2022 starten we een programma gericht op innovatieve visserijtechnieken waarmee de impact van de visserij op het natuurlijk systeem vermindert. Deze impactvermindering richt zich op het verminderen van bodemberoering, bijvangst en uitstoot en het optimaliseren van het bestandsbeheer.

•

In 2026 is er is ruimte voor visserijgebonden initiatieven op land en in de Noordzee binnen de geldende natuurkaders voor innovatieve visserijondernemers die hun bedrijf willen diversifiëren.

•

In 2023 registreren we alle vangsten en visserijbewegingen met een uniform registratiesysteem en innovatieve technieken, waaronder blackbox, VMS en Elogboeken.

•

Uiterlijk in 2024 hebben we een adequaat en transparant toezicht- en handhavingssysteem voor alle beroepsmatige visserijactiviteiten in de Waddenzee.

•

Tot 2050 is er bij elke vorm van visserij sprake van minstens één innovatie per jaar. Deze innovaties betreffen onder meer de impactvermindering op natuur, verbetering van de veiligheid en vermindering van uitstoot, geluid en licht.

•

In 2023 krijgt een toekomstperspectief voor de educatieve visserij vorm.

•

In iedere planperioden van het Uitvoeringsprogramma neemt de economische waarde van de gezamenlijke visserijactiviteiten met 1,5% toe.

ER-doel 2: Beter samenwerken met natuurorganisaties en natuurbeheerders Dit zijn onze concrete doelen voor de planperiode 2021-2026: •

In 2022 is met de ontwikkeling van het Waddenzee Visserij Platform sprake van robuuste samenwerking tussen de visserijsector (alle Waddenzeegebonden visserijactiviteiten) en beheerders in de Waddenzee. Het Platform is vertegenwoordigd in het Beheerderscollectief, als verzamelpunt voor monitoring en onderzoek, en bewaakt de voortgang van acties voor de visserij in het Uitvoeringsprogramma.

38

•

In 2021 start het Waddenzee Visserij Platform samen met CWN een traject op om tot gezamenlijke beelden en definities te komen. Ambitie is dat dit in 2026 een samenwerkingsverband Waddenzee oplevert voor de lange termijn.

•

Onderdelen van deze gezamenlijke beelden en definities zijn de (gezamenlijke) invulling van termen als: passende oogst, natuur-inclusieve visserij maar ook voorstellen voor betere borging van gemaakte afspraken, uitrol van innovatieve visserijtechnieken en afspraken rond beheer van de Waddenzee.

•

Eén van de afspraken rond beheer van de Waddenzee is dat het Waddenzee Visserij Platform mogelijk vanaf 2026 tweejaarlijks een visplan opstelt.

•

Gedurende de planperiode van het Uitvoeringsprogramma worden de lopende convenanten en akkoorden verder uitgevoerd zoals afgesproken, waarbij ernaar wordt gestreefd om vóór 2026 een tweede uitkoopregeling voor de garnalenvissers te realiseren, op basis waarvan verdere gebiedssluiting kan worden afgesproken.

ER-doel 3: Meebewegen met de natuur, de seizoenen en de oogstmogelijkheden in de Waddenzee Dit zijn onze concrete doelen voor de planperiode 2021-2026: •

De visserij streeft naar verdere certificering van haar product via onder meer MSC en Waddenvis.

•

We voeren de lopende convenanten en akkoorden uit conform de gezamenlijke afspraken, waarbij sprake is van visserijvrije gebieden.

•

In 2024 worden vissers ingezet als kennisbron bij onderzoek en monitoring. Het Waddenzee Visserij Platform laat zich vertegenwoordigen in het Beheerderscollectief van de Beheer Autoriteit Waddenzee.

•

In 2022 zijn alle visrechten op de Waddenzee in beeld; dit is een van de bouwstenen voor de gezamenlijke toekomstvisie.

•

Onderdeel van het tweejaarlijkse visplan (zie ER-doel2) is de uitwerking van adaptief visserijmanagement en ‘passende oogst’.

•

In 2026 bieden we binnen de vergunningen ruimte voor adaptief visserijmanagement en ‘passende oogst’.

Voor het deelprogramma Visserij is afstemming belangrijk met de klimaatmaatregelen die bijdragen aan het robuuster maken van de zee-natuur die zijn opgenomen in het deelprogramma Klimaat. Deze afstemming krijgt op de volgende manier invulling: •

Samen werken aan adaptief visserijmanagement en ‘passende oogst’ via een tweejaarlijks visplan als onderdeel van de toekomstvisie uitgestippeld met natuurorganisaties.

•

Gebieden vrijwaren van bodemberoering conform de lopende convenanten.

•

Uitstoot van schepen verminderen door innovatie.

39

11

De doelen van het deelprogramma Overige activiteiten

Het deelprogramma Overige activiteiten richt zich op de overige thema’s die in het Waddengebied spelen: defensieactiviteiten, diepe delfstoffenwinning, calamiteitenzorg, grondstoffenwinning en luchtvaartactiviteiten. Daarbij werken we met vijf ‘veranderdoelen’: 1.

De negatieve impact van defensieactiviteiten op het Waddengebied verminderen

2.

De negatieve impact van diepe delfstoffenwinning onder de Waddenzee verminderen

3.

De negatieve impact van calamiteiten op het Waddengebied verminderen

4.

De negatieve impact van grondstoffenwinning in de Waddenzee verminderen

5.

De negatieve impact van luchtvaartactiviteiten op het Waddengebied verminderen

ER-doel 1: De negatieve impact van defensieactiviteiten op het Waddengebied verminderen Uitgangspunt is dat verstoring van vogels, vegetatie, bodemstructuur en de waterhuishouding zoveel mogelijk wordt voorkomen bij het gebruik van oefenterreinen en schietranges en schietgebieden. Dit zijn onze concrete doelen voor de planperiode 2021-2026: •

Vliehors: er vinden geen vliegoefeningen plaats beneden 1500 ft aan de Waddenzeekant of op de strafing targets in bij extreem hoog water of extreem koud winterweer. Ook oefeningen met live weapons vinden niet plaats in deze situaties en vogels worden voorafgaand aan deze oefeningen zo mogelijk en nodig preventief verjaagd. We zoeken naar verdere beheermaatregelen voor strandbroedvogels op de Vliehors (bijvoorbeeld gebiedsinrichting of het afschermen van broedlocaties).

•

Marnewaard: er vinden geen vliegactiviteiten plaats beneden 1000 ft binnen de grenzen van het Natura 2000-gebied Lauwersmeer (het gebied ten westen van de N361 Marneweg).

•

Voor Schietrange Vliehors en vliegactiviteiten rond het Lauwersmeer is in 2026 een geldende vergunning op grond van de Wet natuurbescherming verleend.

•

Het ministerie van Defensie draagt er binnen haar taken en mogelijkheden aan bij om de negatieve impact van overige defensieactiviteiten in het Waddengebied zoveel mogelijk te beperken en voert activiteiten uit op basis van vergunningen. Waar mogelijk zorgt Defensie voor minimale verstoring bij gebruik van de Vliehors en het vliegen over Werelderfgoed de Waddenzee. Dit houdt in dat in kwetsbare perioden (broedseizoen, werpen jongen, rui, tij) niet gevlogen wordt, als dat binnen het beoogd gebruik mogelijk is.

ER-doel 2: De negatieve impact van diepe delfstoffenwinning in het Waddengebied verminderen Dit zijn onze concrete doelen voor de planperiode 2021-2026: •

Vanaf medio 2022 is geen sprake meer van gaswinning uit het Groningerveld (bij normale weeromstandigheden).

•

Er is geen sprake van nieuwe opsporings- en winningsvergunningen voor gas- of zoutwinning onder de Waddenzee.

•

De gaswinning uit kleine velden en zoutwinning onder de Waddenzee worden beperkt of afgebouwd als veiligheidsoverwegingen of het ‘hand aan de kraan’-principe daar aanleiding voor geven.

•

De gaswinning uit de kleine velden wordt bezien binnen de gewenste transitie naar duurzame energie en gekoppeld aan de Nederlandse gasvraag.

•

We benutten waar mogelijk de Basismonitoring Wadden benut voor het monitoren van ecologische effecten van diepe delfstoffenwinning.

40

ER-doel 3: De negatieve impact van calamiteiten op het Waddengebied verminderen Dit zijn onze concrete doelen voor de planperiode 2021-2026: •

In deze periode gaan we aan de slag met de aanbevelingen van de Onderzoeksraad voor Veiligheid over het voorkomen van rampen en over de rampenbestrijding, zoals beschreven in het rapport van de Onderzoeksraad naar aanleiding van het incident met MSC Zoe. Waar mogelijk voerden we deze aanbevelingen uit.

•

In 2022 is er een plan voor de inzet van professionele vrijwilligers bij incidenten.

•

In 2022 is gevolg gegeven aan de motie-Kröger over de samenwerking tussen Rijk en gemeenten bij incidenten (DGWB, gemeenten, RWS).

•

We vergroten het VTS-gebied Harlingen Noordzee (VTS=veiligheid traffic system).

•

We ontwikkelen van waddenspecifieke apparatuur voor de bestrijding van calamiteiten.

ER-doel 4: De negatieve impact van grondstoffenwinning in de Waddenzee verminderen Dit zijn onze concrete doelen voor de planperiode 2021-2026: Zand •

Tussen 2017 en 2022 verminderen we het toegestane volume voor zandwinning in de Waddenzee met 100.000 m3 per jaar, van maximaal 500.000 m3/jaar tot nul.

•

Vanaf 2022 is zandonttrekking niet meer toegestaan in de Waddenzee.

•

Vrijkomend baggerzand wordt binnen het systeem verspreid, zodat dit volledig ten goede komt aan het meegroeien van de platen en kwelders met de zeespiegelstijging

Schelpen •

Schelpenwinning in de Waddenzee is beperkt tot maximaal 90k M3 per jaar.

•

Voor 2024 is onderzocht of het wenselijk en mogelijk is de schelpenwinning in de Waddenzee en de Noordzeekustzone af te bouwen en alternatieven te benutten op andere locaties. In dit onderzoek wordt ook de invloed van schelpenwinning op de zuurgraad van de Waddenzee meegenomen.

Slib •

Er vinden geen slibonttrekkingen in de Waddenzee plaats, tenzij deze bijdragen aan natuurherstel en niet ten koste gaan van het meegroeiend vermogen van de Waddenzee. Voor het Eems-Dollard-estuarium geldt een uitzondering gekoppeld aan het doel om de ecologische kwaliteit van het estuarium te verbeteren: binnen de looptijd van het Uitvoeringsprogramma is het - als onderdeel van het programma ED2050 - toegestaan om maximaal 1 miljoen ton droge stof per jaar te onttrekken. Voor andere gebieden langs de kust en de eilanden kan onderzocht worden of bepaalde slibonttrekkingen mogelijk zijn als bijdrage aan natuurherstel, als dit tenminste niet ten koste gaat van het meegroeiend vermogen van de Waddenzee.

ER-doel 5: De negatieve Impact van luchtvaartactiviteiten op het Waddengebied verminderen Dit zijn onze concrete doelen voor de planperiode 2021-2026: •

Er is sprake van verantwoorde luchtvaart boven het Waddengebied, om de rust en de ruimte van de Waddenzee te beschermen. Boven de Waddenzee geldt de minimum vlieghoogte van 450 meter conform het Besluit beperkingen burgerluchtverkeer Waddenzee.

•

In 2023 zijn er heldere beleidsregels voor het gebruik van drones in het Waddengebied.

41

12 Schematische overzichten doelen deelprogramma’s

42

43

44

45

46

47

48

49

50

51

52

53

VerandER

54

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.denhelder.nl/api/v1/meetings/1776/documents/17469