Doelendocument (behorende bij concept Uitvoeringsprogramma) - versie 1.0 d.d. 22 november 2021.pdf
Tekst van het document
DOELENDOCUMENT Behorend bij het Uitvoeringsprogramma Waddengebied 2021-2026 Agenda voor het Waddengebied 2050 Versie 22 november 2021
Disclaimer Dit doelendocument moet worden gezien als een noodzakelijke brug tussen de Agenda voor het Waddengebied 2050 en de eerste versie van het uitvoeringsprogramma 2021-2026 dat daaruit voortvloeit. Aan het doelendocument is, in detail, terdege aandacht besteed omdat het regieteam het eens moest zijn over de doelformuleringen en de daaruit voortvloeiende schuurpunten, alvorens de UP initiatieven en de vervolgdialoog op papier te kunnen zetten. Het doelendocument ligt niet ter besluitvorming voor (want volgt uit de reeds goedgekeurde Agenda). De omzetting van de doelen in concrete initiatieven voor de planperiode treft u aan in het UP 2021-2026. Voor alle individuele partijen zijn de consequenties daarvan op dit moment nog maar beperkt in beeld. Dit doelendocument beschrijft derhalve de ambitie die de partijen wensen te bereiken, maar nog niet de manier waarop. Dat zal gedurende de planperiode van het UP verder vorm krijgen. We benadrukken daarom dat de betrokken partijen op dit moment niet aanspreekbaar zijn op hun - eventueel ook financiële - inzet om de doelen daadwerkelijk te bereiken.
Inhoudsopgave Inleiding ....................................................................................................................................................................................................................................................................................... 3
1
De doelen van het deelprogramma natuur van wereldklasse ............................................................................................................................................................................................... 4
2
De doelen van het deelprogramma landschap en cultureel erfgoed .................................................................................................................................................................................... 9
3
De doelen van het deelprogramma bereikbaarheid............................................................................................................................................................................................................ 11
4
De doelen van het deelprogramma klimaatverandering ..................................................................................................................................................................................................... 13
5
De doelen van het deelprogramma energietransitie .......................................................................................................................................................................................................... 18
6
De doelen van het deelprogramma leefbaar waddengebied .............................................................................................................................................................................................. 20
7
De doelen van deelprogramma recreatie en toerisme ........................................................................................................................................................................................................ 26
8
De doelen van het deelprogramma havens......................................................................................................................................................................................................................... 30
9
De doelen van het deelprogramma landbouw .................................................................................................................................................................................................................... 33
10 De doelen van het deelprogramma visserij ......................................................................................................................................................................................................................... 38
11 De doelen van het deelprogramma overige activiteiten ..................................................................................................................................................................................................... 40
12 Schematische overzichten doelen deelprogramma’s .......................................................................................................................................................................................................... 42
2
Inleiding In 2021 heeft het regieteam voor de Agenda voor het Waddengebied 2050 een Uitvoeringsprogramma uitgewerkt voor de periode 2021-2026. Daarvoor was het nodig concrete doelen te formuleren. De betrokken partijen hebben dat in nauwe samenspraak gedaan. Het resultaat is een pakket doelen dat recht doet aan de gekozen Agendakoers en waarmee de partijen samen de slag naar uitvoering kunnen maken. Het resultaat van dit intensieve proces is het Doelendocument dat nu voor u ligt. Voor de elf deelprogramma’s van het Uitvoeringsprogramma zijn zogenoemde Verander (ER)-doelen geformuleerd. Ieder veranderdoel hebben we* vervolgens uitgewerkt in subdoelen (SMART doelen) waar we ons in de komende planperiode van het Uitvoeringsprogramma op richten. Het is een bewuste keuze de doelen niet in het Uitvoeringsprogramma op te nemen, maar in een apart bijlage-document. De doelen vloeien namelijk rechtstreeks voort uit de geaccordeerde Agenda voor het Waddengebied 2050; we gaan ze daarom niet opnieuw ter besluitvorming voorleggen. Bovendien blijft het Uitvoeringsprogramma daardoor beperkt in omvang en gericht op wat we de komende jaren gaan doen.
Het is goed te vermelden dat de partijen die in februari 2021 nog niet mee konden gaan in de ondertekening van de Agenda voor het Waddengebied 2050 - de landbouworganisaties en de Waddenvereniging - zich in het regieteam hebben ingespannen voor de totstandkoming van dit doelendocument.
*Waar in dit document ‘we’ staat, gaat het om de partijen in het regieteam Uitvoeringsprogramma. Deze partijen hebben naast dit Doelendocument ook het Uitvoeringsprogramma opgesteld, in opdracht van het BO Waddengebied.
3
1 De doelen van het deelprogramma Natuur van Wereldklasse De Agenda voor het Waddengebied 2050 richt zich onder andere op ‘een duurzame bescherming en ontwikkeling van de Waddenzee als natuurgebied en het behoud van het unieke open landschap’. We willen een rijke dynamische Waddenzee ontwikkelen waarin het voedselweb zich kan herstellen en het Waddengebied weer de belangrijke functie in de flyway en swimway voor vogel- en vispopulaties kan vervullen. Dit versterkt ook de draagkracht van het gebied voor duurzaam gebruik en recreatie en maakt de aantrekkingskracht nog groter. We richten ons op zes ‘veranderdoelen’: 1.
De natuurlijke dynamiek vergroten
2.
De omstandigheden voor biobouwers en andere onderwaterhabitats verbeteren
3.
De ecologische samenhang in het Waddengebied verbeteren
4.
Slimmer omgaan met sediment en de impact van andere menselijke ingrepen in het systeem verminderen
5.
De kennis over het Waddenecosysteem vergroten
6.
De internationale samenwerking versterken
ER-doel 1: De natuurlijke dynamiek vergroten Het waddenecosysteem heeft door tal van oorzaken zijn natuurlijke veerkracht verloren. Door bedijkingen en het afkoppelen van estuaria zijn er nog maar weinig natuurlijke overgangen tussen land en water en tussen zoet en zout en is er op verschillende plaatsen onvoldoende wisselwerking tussen kust, zee en eilanden. We richten ons met dit doel op wadden-gerelateerde levensgemeenschappen die door gebrek aan dynamiek achteruit zijn gegaan, zoals trekvissen, kwelgemeen-schappen en pioniervegetaties.
Dit zijn onze concrete doelen voor de planperiode 2021-2026: •
We ontwikkelen een veerkrachtige kustverdedigingszone in samenhang met andere functies, waaronder natuur. Vanaf 2023 is een integrale benadering van de kustzone bij alle dijkversterkingsprojecten het uitgangspunt en daarbij benutten we ook kansen voor de natuur. We onderzoeken innovatieve dijkconcepten (zoals een brede groene dijk, het ophogen van gronden en het benutten of versterken van het voorland voor de waterveiligheid) waar dit kansen biedt voor natuur en andere functies en niet ten koste gaat van het verdienvermogen van andere grondeigenaren.
•
We maken ‘rijke dijken’ en vergroten de biodiversiteit op de bestaande ‘harde structuren’ van dijken en dammen door het substraat te verbeteren. Vanaf 2022 passen we harde structuren alleen nog maar toe waar dat nodig is voor de waterveiligheid en dan (in nauw overleg met grondeigenaren) zo natuurvriendelijk mogelijk, zodat deze ‘rijke dijken’ hoogwatervluchtplaatsen voor vogels bieden en schuilmogelijkheden voor planten en dieren (ook onder water) .
•
We verbeteren de zoetwaterdynamiek en creëren waar mogelijk zoet-zoutovergangen: o In 2026 ligt er een gedragen brede zoetwaterstrategie voor zoetwaterbeschikbaarheid die de belangen van klimaatadaptatie, landbouw, natuur en industrie evenwichtig verbindt.
4
o In 2026 is in overleg met de direct belanghebbenden verkend wat de mogelijkheden zijn voor vispassages op de plaatsen waar zoet water afwatert op de Waddenzee. Overheden, boeren en natuurorganisaties lossen deze situaties waar nodig op. o
De hierboven genoemde verkenningen geven ook inzicht in de mogelijkheden om kwetsbare leefgemeenschappen mee te laten profiteren, bijvoorbeeld door de aanleg van broedeilanden, zones met kwelvegetaties of paaiplaatsen. Dit onderzoek vindt plaats in nauw overleg met de grondeigenaren en met de te ontwikkelen brede zoetwaterstrategie als uitgangspunt.
o
Het is onze bedoeling dat de zoet-zoutovergang Eemszijlen/Grote Polder er de komende jaren kan komen. In de planperiode brengt een gebiedsproces de kansen rond het Amstelmeer in beeld, in nauw overleg tussen alle betrokkenen. Daarnaast willen we een zouttong bij het Lauwersmeer in het kader van de PAGW onderzoeken, ook weer in overleg met alle betrokkene, en de kansen bij de Westerwoldse Aa worden in beeld gebracht, volgend op eerdere studies met betrokken partijen. Bij al deze onderzoeken houden we rekening met de waterbeschikbaarheid en de benodigde afvoer van water. Knelpunten met visintrek in het achterland worden opgelost.
•
We maken ruimte voor natuurlijke dynamiek op de eilanden, onder meer voor het versterken van sedimentatie, met als doel herstel en ontwikkeling van kwetsbare vegetatiegemeenschappen (natte duinvalleien, kwelders en pionierzones). Hiervoor onderzoeken we als eerste hoe we op de eilandstaarten situaties zonder een belangrijke waterkerende functie kunnen benutten, zodat de zee meer ruimte krijgt.
•
We behouden het meegroeiend vermogen van wadplaten en kwelders en vergroten het zo nodig.
•
In de planperiode wordt gewerkt aan plannen om de kustzone mee te laten groeien met de zeespiegelstijging waar dat haalbaar is langs de Waddenkust, samen met de waterschappen, Rijkswaterstaat en de grondeigenaren, Dat levert onder meer herstel en ontwikkeling van kweldervegetaties op. Het programma ED2050 laat zien dat oplossingen zowel binnen- als buitendijks kunnen liggen. De inzichten die deze activiteiten opleveren (zoals verwachtingen voor de zeespiegelstijging en de omgang daarmee) worden meegenomen bij het ontwikkelen van de genoemde brede zoetwaterstrategie.
ER-doel 2: De omstandigheden voor biobouwers en andere onderwaterhabitats verbeteren
In de Waddenzee zijn minder biobouwers aanwezig dan vroeger. Grootschalige zeegrasvelden zijn nagenoeg verdwenen en moeilijk terug te brengen. Met droogvallende mosselbanken gaat het beter en ook sublitorale mosselbanken lijken zich te herstellen. Maatregelen die het ecosysteem rust, tijd en ruimte geven, lijken effectief. Hier gaat het om herstel en ontwikkeling van zeegemeenschappen die door bodemberoering zijn aangetast, zoals schelpdiergemeenschappen in en op de bodem (kokkel- en spisulabanken, mossel- en oesterbanken) en zeegras. Dit zijn onze concrete doelen voor de planperiode 2021-2026:
• We creëren rust op de bodem voor herstel van onderwaternatuur, in combinatie met afspraken met de visserij over een duurzaam perspectief voor de visserij: In de planperiode (tussen nu en 2026) realiseren we een verdere afbouw van bodemberoering in de Waddenzee door middel van een 2e uitkoopregeling Waddenfonds voor GKvergunningen volgens eenzelfde systematiek als in de 1e tranche. Gestreefd wordt de toepassing van de uitkoopregeling gedurende de planperiode te herhalen om zo een zo groot mogelijke reductie van de bodemberoering te kunnen bewerkstelligen. •
In de planperiode (tussen nu en 2026) realiseren we een afbouw van 65% bodemzaadvisserij in de Waddenzee, conform het convenant mosseltransitie en natuurherstel.
5
•
In 2030 is er geen sprake meer van bodemberoerende mosselzaadvisserij, conform het convenant mosseltransitie en natuurherstel.
•
We brengen biobouwers terug in de Waddenzee en onderzoeken ook onder welke omstandigheden verdwenen biobouwers spontaan terugkeren. Als biobouwers zich onvoldoende hersteld hebben nadat we de bodem 10-15 jaar met rust hebben gelaten, zetten we actief beheer in om biobouwers te herstellen. Tussen 2022 en 2026 vinden op enkele geschikte locaties pilots plaats met herstel van biobouwers en herintroductie van hard substraat om de biodiversiteit op de bodem te herstellen. •
We verbeteren de omstandigheden voor biobouwers en andere onderwaterhabitats ook door de inzet op rijke dijken (zie ER-doel 1).
ER-doel 3: De ecologische samenhang in het Waddengebied verbeteren
Broedvogels hebben het moeilijk, veel populaties zijn gekrompen of bijna verdwenen door afname van het broedsucces. Sommige trekvogelsoorten laten een positieve trend zien, maar de meeste hebben een negatieve trend. De biomassa van vis in de Waddenzee is sinds de jaren zeventig met 90% afgenomen door verschillende oorzaken, zoals het ontbreken van geschikte paaiplaatsen, bijvangst, temperatuurstijging en het ontbreken van onderwaterstructuren. Met dit ER-doel willen we de leefgebieden voor vogels en vissen in het Waddengebied optimaliseren en zo bijdragen aan de flyway- en swimwayfunctie van de Waddenzee.
Dit zijn onze concrete doelen voor de planperiode 2021-2026: •
We richten binnendijks en buitendijks broedgebieden, hoogwatervluchtplaatsen en foerageergebieden in voor weide- en wadvogels (waar dat in overleg met de grondeigenaren kan), met maatwerk voor recreatieve beleving maar vooral ook rust voor vogels. In 2026 wordt volop gewerkt aan een Waddenzee-breed netwerk van binnen- en buitendijkse broedlocaties en hoogwatervluchtplaatsen, met een focus op locaties die vanwege verzilting voor andere functies minder aantrekkelijk zijn. Met goede zonering en gastheerschap waarborgen we de noodzakelijke rust. We inventariseren de kansen in samenhang met de te ontwikkelen brede zoetwaterstrategie (zie ER-doel 1) en verkennen de manier waarop boeren kunnen helpen via Agrarisch Natuurbeheer.
•
We herstellen paai- en opgroeiplaatsen voor (trek)vissen, zowel buitendijks als binnendijks, en maken vispassages en binnendijkse stroomgebieden geschikter voor vissen (zie ook ER doel 1). In 2027 voldoen alle stroomgebieden in het achterland van de Waddenzee aan de KRW-doelstellingen.
•
In de planperiode gaan we in gesprek over de ontwikkeling van zilte natuurgebieden voor vogels, vissen, insecten en vegetaties op plaatsen waar zoiets kan. Deze ontwikkeling combineren we bij voorkeur met de teelt van zouttolerantere of zelfs zoutminnende gewassen of rassen en proefgebieden voor zilte teelt en viskweek. Hiervoor ondernemen we de volgende acties bij de ontwikkeling van de zoetwaterstrategie: o
In de planperiode bekijken we als onderdeel van de integrale benadering van de kustzone waar we in natuurgebieden brakke habitats kunnen herstellen.
o
Waar zoute kwel de landbouw bedreigt, zoeken we samen met boeren naar mogelijkheden om winst voor zowel de natuur als de landbouw te bereiken.
6
ER-doel 4: Slimmer omgaan met sediment en de impact andere menselijke ingrepen in het systeem verminderen
De bodem van de Waddenzee en de water- en sedimentstromingen zijn van nature voortdurend in beweging, maar worden ook beïnvloed door menselijke ingrepen uit het verleden, huidige activiteiten en de gevolgen van klimaatverandering.
Dit zijn onze concrete doelen voor de planperiode 2021-2026: •
We willen minder baggeren en de gevolgen van baggeren en verspreiden verminderen, zonder dat dit ten koste gaat van de bereikbaarheid van de havens. Nieuwe concessies worden hierop afgestemd. Daarmee bereiken we dit: o In 2026 is een deel van de habitats die door baggerbezwaar worden aangetast hersteld. o Het baggervolume dat in de Waddenzee wordt verspreid, is in 2026 substantieel afgenomen. In welke mate het baggervolume vermindert, bepalen we op basis van een gezamenlijke analyse van de impact op de natuur en de bereikbaarheid. De resultaten krijgen een plaats in het Nationaal Waterprogramma 2028-2034.
•
We verkennen welke effecten zandsuppleties buiten de Waddenzee hebben op de morfologie en ecologie in de Waddenzee en hoe we daar slimmer mee kunnen omgaan (zie ook de doelen van deelprogramma Klimaatverandering).
•
We verminderen de bedreigingen door menselijke activiteiten, zoals de introductie van exoten (We sluiten aan bij het MAPAS-plan) en verontreinigingen met olie, plastic, licht en geluid: o In 2026 is er een plan om de introductie van nieuwe soorten in Nederland die een risico vormen voor de Waddenzee zoveel mogelijk te voorkomen. o In 2026 is de verspreiding van plastic vanuit het Waddengebied naar de Waddenzee teruggedrongen. o In 2026 zijn donkerte en rust in het Waddengebied aantoonbaar toegenomen. o In 2026 beschikken alle militaire oefengebieden over een geldende Natuurwetvergunning. o In 2025 zijn er afspraken over vliegroutes en vlieghoogtes, gebaseerd op de hoofddoelstelling van de Agenda. o In 2025 is er wetgeving (o.b.v. EU richtlijn) om vogelverstoring en geluidshinder door sportvliegerij en het gebruik van drones te beperken, in afstemming met Duitsland en Denemarken. o Uiterlijk in 2026 is er een plan van aanpak voor een transitie in de watertaxisector (mogelijk door toevoeging aan het programma Green Shipping).
7
ER-doel 5: De kennis over het Waddenecosysteem vergroten
In een dynamisch systeem als de Wadden speelt kennis een belangrijke rol. Er is al veel kennis beschikbaar, onder meer via lange meetreeksen, en kennisinstituten werken voortdurend aan nieuwe kennis. Maar is er ook nog veel te winnen: het borgen van langlopende programma’s, het bundelen van beschikbare kennis en gezamenlijke regie.
Dit zijn onze concrete doelen voor de planperiode 2021-2026: •
We ontwikkelen en borgen langlopende strategische onderzoeksprogramma’s, onder meer over toppredatoren in het sublitoraal, interacties in het voedselweb en het effect van plastics op de Waddenzee. Ook vergaren we kennis over het cumulatieve effect van alle menselijke activiteiten op de Waddennatuur en de manier waarop we de effecten en de baten van medegebruik tegen elkaar kunnen afwegen. o In 2026 werkt een consortium van kennis- en onderwijsinstellingen aan een educatieprogramma over het weer rijk en gezond maken van het Waddenecosysteem. o In 2026 is gedegen onderzoek naar de cumulatieve effecten beschikbaar dat als toetsingskader dient voor vergunningsverlening.
•
Vanaf 2026 vindt gebiedsdekkende basismonitoring plaats die inzicht geeft in de ecologische staat van de Waddenzee en de trends daarin. We koppelen monitoring voor vergunningen aan de basismonitoring.
ER-doel 6: De internationale samenwerking versterken
Via de trilaterale samenwerking met Duitsland en Denemarken en de samenwerking in het Nederlands-Duitse Eems-estuarium bestaat er al een langjarige intensieve samenwerking met Duitsland en Denemarken. Het Quality Status Report brengt trilateraal de staat van de Waddenzeenatuur in beeld. Ook regionale overheden en stakeholders werken meer en meer samen in het Waddengebied. Tegelijk vraagt de functie van de Waddenzee binnen de internationale flyway en swimway een verdere intensivering van de samenwerking.
Dit zijn onze concrete doelen voor de planperiode 2021-2026: •
Het programma voor het verbeteren van het Eems Dollard Estuarium wordt in de planperiode voortgezet
•
We consolideren en versterken de internationale samenwerking langs de flyways en swimways, in de Trilateral Waddensea Coöperation en de Duits-Nederlandse samenwerking in het Eems-Dollardgebied. Dit is onze inzet: o In 2050 beheren en beschermen Denemarken, Duitsland en Nederland de Waddenzee als één gezamenlijk natuurgebied van internationale betekenis. o In 2024 is een organisatie voor Werelderfgoed Waddenzee actief die de belangen behartigt op het gebied van flyway, swimway en het open landschap o Via het Waddenseaforum en de Partnership-hub zijn regionale overheden en stakeholders in de drie landen goed verbonden en vindt intensieve kennisuitwisseling plaats. o In 2025 werken Denemarken, Duitsland en Nederland gezamenlijk aan behoud en versterking van het werelderfgoed aan de hand van een gezamenlijk trilateraal beheerplan.
8
2
De doelen van het deelprogramma Landschap en cultureel erfgoed
Het deelprogramma Landschap en cultureel erfgoed richt zich op vier ‘veranderdoelen’ die aansluiten bij de strategieën van de Agenda voor het Waddengebied: 1.
Het landschap in het Waddengebied gerichter behouden en versterken
2.
De zichtbaarheid en robuustheid van historische verbindingen, landschappelijke kwaliteiten en cultureel erfgoed gerichter vergroten
3.
Waarden als openheid, duisternis, stilte en rust effectiever beschermen
4.
De maritieme archeologie beter beschermen en het maritieme erfgoed benutten
ER-doel 1: Het landschap in het Waddengebied gerichter behouden en versterken Dit zijn onze concrete doelen voor de planperiode 2021-2026: •
In 2022 is een gezamenlijk Waddenatelier operationeel waar initiatiefnemers ‘aan de voorkant’ kunnen meedenken over ruimtelijke ontwikkelingen.
•
In 2023 hebben we de leidende principes en ruimtelijke vertrekpunten van de Agenda verwerkt in de regionale energiestrategieën voor Noord-Holland, Fryslân en Groningen (RES 2.0). We gaan het RES traject overigens nadrukkelijk niet overdoen!
•
In 2026 hebben de partijen hun kennis over landschap en cultureel erfgoed en de ruimtelijke kwaliteiten in het Waddengebied samengebracht. De Waddenacademie (kennisregisseur voor het Waddengebied), het RCE en de Waddenprovincies spelen hier een belangrijke rol in.
ER-doel 2: De zichtbaarheid en robuustheid van historische verbindingen, landschappelijke kwaliteiten en cultureel erfgoed gerichter vergroten Dit zijn onze concrete doelen voor de planperiode 2021-2026: •
In 2026 is er een gezamenlijk plan en zijn verschillende projecten in uitvoering die beeldbepalende landschappelijke en cultuurhistorische waarden zichtbaar maken (denk aan oude maren, zijlen, terpen en wierden, etc.). De Basiskaart Landschap en Erfgoed en de waardering van het landschap door bewoners van het gebied zijn hiervoor de basis.
•
We zetten het cultureel erfgoed in om verbindingen te leggen, bijvoorbeeld door oude overgangen tussen het land en het achterland benutten (denk aan kwelders, Noordpolderzijl, Holwerd en Zwarte Haan). Dit gebeurt in samenhang met de initiatieven Integrale kustzone en Versterking recreatie en toerisme langs de Waddenkust uit het UP.
ER-doel 3: Waarden als openheid, duisternis, stilte en rust effectiever beschermen Dit zijn onze concrete doelen voor de planperiode 2021-2026: •
In 2023 hebben we de kernwaarden van het Waddengebied gedefinieerd, zoals openheid, duisternis, stilte en rust, gebruikmakend van de cluster-vensterbenadering. Dit gebeurt met betrokkenheid van de partijen in het Waddengebied, waaronder partijen uit landbouw en recreatie.
•
In 2026 wordt het Dark Sky convenant verder uitgevoerd en zoeken we naar nieuwe partners, ook trilateraal.
9
ER-doel 4: De maritieme archeologie beter beschermen en het maritieme erfgoed benutten Dit zijn onze concrete doelen voor de planperiode 2021-2026: •
In 2026 is de kennis over scheepswrakken en andere maritieme archeologie goed toegankelijk. Ook is bekend welke bedreigingen er zijn en hoe de vindplaatsen beschermd kunnen worden.
•
In 2026 zijn de historische karakteristieken van de havenplaatsen en hun verbinding met de Waddenzee versterkt. Het toerisme in de havenplaats is mede daardoor in 2026 toegenomen.
10
3
De doelen van het deelprogramma Bereikbaarheid
Het deelprogramma Bereikbaarheid richt zich op het duurzaam bereikbaar houden en maken van het Waddengebied en kent in dat verband vier ‘veranderdoelen’: 1.
Bereikbaarheid garanderen
2.
Mobiliteit verduurzamen
3.
Vaargeulonderhoud optimaliseren
4.
Nieuwe mobiliteitsoplossingen voor de lange termijn ontwikkelen: emissieloos, impactarm en adaptief
ER-doel 1: Bereikbaarheid garanderen Dit zijn onze concrete doelen voor de planperiode 2021-2026: •
In de planperiode, en ook daarna, is de bereikbaarheid van de eilanden en de grotere havens gegarandeerd.
ER-doel 2: Mobiliteit verduurzamen Dit zijn onze concrete doelen voor de planperiode 2021-2026: •
Vanaf 2022 worden in de gehele vervoersketen duurzame keuzes gemaakt en vanaf 2026 worden deze bij de aanbesteding vertaald in concessies.
•
Uiterlijk 2030 wordt CO2-neutraal gebaggerd en de aanbestedingen voor Vaargeulonderhoud Waddenzee anticiperen daarop.
ER-doel 3: Vaargeulonderhoud optimaliseren Dit zijn onze concrete doelen voor de planperiode 2021-2026: •
Uiterlijk vanaf 2026 wordt er nog slimmer gebaggerd. Het streven is een meetbare positieve bijdrage aan de natuur te leveren, bijvoorbeeld door minder te baggeren, het sediment anders te verspreiden in de Waddenzee, het baggermateriaal te gebruiken voor natuurherstel of andere baggermethoden of stortlocaties toe te passen.
•
Voor verdere optimalisering start uiterlijk in 2026 structurele monitoring waarmee we de samenhang tussen de bereikbaarheid, het baggeren, de morfologie en de impact op de natuur in beeld brengen.
11
ER-doel 4: Nieuwe mobiliteitsoplossingen voor de lange termijn ontwikkelen: emissieloos, impactarm en adaptief Dit zijn onze concrete doelen voor de planperiode 2021-2026: •
Het Vervolgonderzoek bereikbaarheid Ameland 2030 is gestart, met als streven dit in 2023 af te ronden. Daarna kan besluitvorming over het vervolg plaatsvinden.
•
Vanaf 2022 geven we uitvoering aan de Transitieschets Duurzame Mobiliteit Waddengebied van Programma naar een Rijke Waddenzee (2021), volgens het principe ‘veilig, robuust, beschikbaar en betrouwbaar’. Te denken valt aan: o mobiliteitsplannen voor vervoer naar de haven, van en naar de eilanden en op de eilanden met aandacht voor onder meer (het scheiden van) vervoersstromen (forens, toerist, vracht), de aard van het vervoer en het voor- en natraject; o technologische ontwikkelingen voor (veer)boten of bijdragen daaraan: emissieloze, ondiepe, impactarme en innovatieve vlootconcepten (in time, on time, at tide).
12
4
De doelen van het deelprogramma Klimaatverandering
Centrale opgave is het realiseren van een veilig en veerkrachtig Waddengebied dat veranderingen van het klimaat kan opvangen en kan meebewegen, voor de bescherming van de mens en van de flora en fauna in het Waddengebied. Uitgangspunt is dat zowel nationaal als internationaal de afspraken van Parijs ingevuld worden. De focus in dit deelprogramma ligt op adaptatie aan de effecten van klimaatverandering: hoe kunnen we omgaan met de effecten van klimaatverandering in het Waddengebied? De deelprogramma’s Energietransitie, Landbouw en Overige activiteiten gaan in op het tegengaan van klimaatverandering in het Waddengebied (mitigatie) en de gevolgen daarvan voor het Waddengebied. Het deelprogramma Klimaatverandering is erop gericht de effecten van klimaatverandering op het Waddengebied te verminderen. Daarbij werken we met vijf ‘veranderdoelen’: 1.
De effecten van klimaatverandering op het Waddengebied beter in beeld brengen
2.
De klimaatadaptieve kustzone integraal versterken
3.
Zoetwater langs de kust en op de eilanden beter vasthouden
4.
De natuur robuuster maken voor klimaatverandering
5.
Het zandvolume in de kust op orde houden en laten meegroeien met de zeespiegelstijging
Alle sectoren krijgen te maken met klimaatverandering: natuur, landbouw, visserij, recreatie en toerisme en ook de bewoners in het gebied. Sectoren zullen weerbaarder moeten worden om in te kunnen spelen op de effecten van klimaatverandering. De natuur moet robuuster worden, met kwelders en wadplaten die kunnen meegroeien met de zeespiegelstijging en aanwezigheid van voldoende natuurlijke habitats die ook bij andere omstandigheden (hogere temperatuur, meer droogte en wateroverlast) robuust genoeg zijn om als leefgebied voor soorten te dienen en verschuivingen te kunnen opvangen. De landbouw moet minder kwetsbaar worden voor droogte, wateroverlast en verzilting en dat vraagt bijvoorbeeld om een goede zoetwaterstrategie. Ook andere deelprogramma’s besteden daarom aandacht aan het omgaan met de effecten van klimaatverandering.
ER-doel 1: De effecten van klimaatverandering op het Waddengebied beter in beeld brengen Nu al zien we de effecten van de klimaatverandering in het Waddengebied. In de toekomst worden de effecten van klimaatverandering naar verwachting groter en gaat de zeespiegel sneller stijgen. Hoe snel dit gaat en wat de effecten zullen zijn op de natuurdoelen voor de Waddenzee en de functies in het Waddengebied, is deels nog onzeker. De effecten hangen af van tal van factoren, zoals de veranderende morfologische dynamiek, watertemperatuur, zuurgraad, neerslag-patronen en het aanpassend vermogen van de natuur en andere functies. Juist in een dynamisch systeem als de Waddenzee en het Waddengebied zijn monitoring en onderzoek belangrijk om te kunnen anticiperen op de effecten van klimaatverandering. Dit zijn onze concrete doelen voor de planperiode 2021-2026: •
In 2023 is een NWO-programma operationeel om de effecten van zeespiegelstijging en de veranderende morfologie op de natuur in beeld te brengen. Kennisvragen zijn:
13
o In welke mate kunnen de bodem, platen en kwelders van de Waddenzee mee blijven groeien met de zeespiegelstijging en wat voor blijvend effect heeft dit, ook na 2050? o Wat betekent dit voor de natuur? o Wat zijn de effecten van opwarming van het zeewater op habitats en soorten? o Wat zijn de effecten van onregelmatigere neerslagpatronen op de Waddenzee en Waddengebied? o Wat zijn de effecten van een veranderende zuurgraad op de Waddenzee en de mogelijkheid voor het verlenen van ecosysteemdiensten? •
In 2022 is onder regie van de Waddenacademie een Kennisagenda voor het Waddengebied opgesteld met kennisvragen over de effecten van klimaatverandering op de verschillende functies in het Waddengebied. Onderdeel hiervan is een verkenning van programma’s die al lopen en de manier waarop deze geïntegreerd kunnen worden in de kennisagenda, wie de nieuwe kennisvragen gaat uitvoeren en hoe dit gefinancierd wordt.
•
In het verlengde van het onderzoek ‘An assessment of present day and future sea level rise at the Dutch Waddensea’ (2020) vindt drie-jaarlijks verslaglegging plaats van het uitgevoerde onderzoek naar zeespiegelstijging, bodemdaling en sedimentatie in de hele Waddenzee (inclusief het estuarium). De studie die in 2018 onder auspiciën van de Waddenacademie is uitgevoerd (Sea level rise, subsidence and morphodynamics in the Dutch Wadden Sea; 2030, 2050, 2100, Netherlands Journal of Geoscienses) wordt vijfjaarlijks herhaald. Daarnaast vindt onderzoek plaats naar de effecten van temperatuurstijging, veranderende zuurgraad en onregelmatigere neerslagpatronen (droogte, wateroverlast). De resultaten hiervan vormen input voor eventuele aanpassing van de strategieën van de Agenda voor het Waddengebied 2050 of het Uitvoeringsprogramma bij de volgende herziening van deze documenten.
•
De kennisagenda, de bijbehorende kennisvragen en de resultaten van onderzoek stemmen we binnen de trilaterale samenwerking nauw af met Denemarken en Duitsland.
•
De impact van versnelde klimaatverandering, met effecten als zeespiegelstijging, hogere watertemperaturen, veranderende zuurgraad en veranderende neerslagpatronen, zijn in 2022 onderdeel van de Basismonitoring.
ER-doel 2: De klimaatadaptieve kustzone integraal versterken Bij nieuwe dijkversterking zoeken we actief naar mogelijkheden om opgaven op het gebied van natuurherstel en natuurontwikkeling, recreatie en regionale economie te combineren in een integrale gebiedsgerichte aanpak. Dit zijn onze concrete doelen voor de planperiode 2021-2026: •
Dijkversterking in het Waddengebied combineren we waar mogelijk met andere opgaven in het gebied. In 2023 is duidelijk waar welke concepten voor innovatieve dijkconcepten en klimaatadapatieve kustzones kans van slagen hebben en waar niet. We verkennen de kansen hiervoor met het concept ‘water as leverage’ (water als hefboom). Onderdeel hiervan is ook hoe financieringsstromen voor waterveiligheid en andere bronnen gebundeld kunnen worden ingezet, bijvoorbeeld via een ‘kustfonds’.
•
In de huidige en komende MIRT-verkenningen zoeken we altijd de koppeling met andere opgaven in het gebied.
•
Langs de Waddenkust is sprake van een brede kustzone waar ruimte is voor sedimentatie om mee te groeien met de zeespiegelstijging. In 2026 zijn verschillende projecten in uitvoering waarbij we ervaring opdoen met het versterken van sedimentatie in combinatie met natuurherstel. Daarbij houden we vanzelfsprekend rekening met de hoogwaardige functie van het Waddengebied voor de landbouw, maar ook met de ruimte die de Waddenzee nodig heeft (grote open verbindingen).
14
ER-doel 3: Zoetwater langs de kust en op de eilanden beter vasthouden Het grondwater op de eilanden en langs de kust is grotendeels zout. Bovenop het zoute grondwater heeft zich een zoetwaterlens gevormd. Landbouwgewassen zijn hier afhankelijk van. Bodemdaling en klimaatverandering (zeespiegelstijging, langere droogteperioden) leiden tot verzilting en meer vochtverlies. Dit komt samen met andere ontwikkelingen: de gevolgen van klimaatverandering voor de zoetwateraanvoer, de toenemende zoetwatervraag van de industrie, zoutindringing bij de sluizen en initiatieven voor zoetzoutverbindingen ten behoeve van de natuur. We anticiperen hierop door een zoetwaterstrategie te ontwikkelen die aansluit op het Deltaprogramma Zoetwater. Dit zijn onze concrete doelen voor de planperiode 2021-2026: •
In 2026 is een zoetwaterstrategie voor de regio ontwikkeld (zie ook doelen van de deelprogramma’s Natuur van Wereldklasse en Landbouw). Vanaf 2023 wordt deze zoetwaterstrategie gevolgd in het hele Waddengebied. De zoetwaterstrategie is afgestemd met het Deltaprogramma Zoetwater.
•
In 2023 is een Waddenbreed kennis- en monitoringprogramma voor verzilting langs de kust operationeel (verspreiding, mogelijkheden om verzilting tegen te gaan en het omgaan met verzilting). Een Kenniscentrum verzilting is hier onderdeel van.
•
In 2026 hebben we zoutwaterindringing via de zeesluizen, schutsluizen, spuiwerken en dergelijke zoveel mogelijk voorkomen.
•
Op regionaal niveau vergroten we de beschikbaarheid van zoetwater door water langer vast te houden en de bergingscapaciteit te vergroten (bijvoorbeeld in de boezem of zoetwaterbuffers). In 2026 hebben we per deelgebied een plan ontwikkeld om - in samenwerking met landbouw, bewoners, natuurorganisaties en overige partijen - voldoende capaciteit te creëren voor het opvangen en vasthouden van zoetwater, waar mogelijk in combinatie met natuur (bijvoorbeeld hoogwatervluchtplaatsen) en recreatie.
•
Uiterlijk in 2026 zijn het spuiregime en het bergingsvolume rond de Waddenzee in evenwicht, zodat er het hele jaar door een geleidelijk toestroom van zoetwater richting Waddenzee en brakwaterzones plaatsvindt (ten behoeve van een lokstroom, het voorkomen van te wisselende zoutgradiënten en de nutriëntentoevoer). Daarbij houden we rekening met de verdringingsreeks en streven we ernaar dat alle gebruikers voldoende zoetwater tot hun beschikking hebben.
•
De havens werken toe naar efficiënter gebruik van proceswater en investeren in een grotere productie van proceswater uit nieuwe bronnen, zoals effluent van RWZI’s of ontzilting met zonne-energie. In 2026 zijn drie pilots uitgevoerd (dit gebeurt in aansluiting bij het initiatief voor een zoetwaterstrategie, zie doelen voor deelprogramma Natuur van Wereldklasse).
•
Daarnaast hanteren we de gebruikelijke verdringingsreeks.
•
Grote zoetwatergebruikers in en om het Waddengebied (zoals datacentra) gaan uiterlijk in 2024 zoetwaterneutraal werken (met hergebruik of andere technische oplossingen). Dit kan aansluiten op de innovatievoornemens van de havenbedrijven.
15
ER-doel 4: De natuur robuuster maken voor klimaatverandering Dit zijn onze concrete doelen voor de planperiode 2021-2026: •
De staat van het voedselweb bepaalt voor een groot deel of de Waddenzee klimaatrobuust is en wordt leidend voor het leveren van ecosysteemdiensten. Vanaf 2024 bepalen wetenschappers, overheden, natuurorganisaties en gebruikers jaarlijks de staat van het voedselweb. Op basis daarvan kan het gebruik bepaald worden.
•
In 2022-2024 vindt onderzoek plaats door voedselwebdeskundigen (ecologen) dat duidelijkheid biedt over de arealen (twee tot drie grote gebieden) die moeten worden vrijgesteld van alle bodemberoerende activiteiten en visserij. Het doel m.b.t. visserij was oorspronkelijk geformuleerd door CWN – overeenkomstig de formulering in het deelprogramma Natuur. Dit stuitte binnen de visserij echter op bezwaren. Er wordt onderling gekeken of betrokken partijen tot een gedeelde formulering kunnen komen.
•
Op basis van onderzoek en monitoring in gesloten gebieden en in vergelijkbare gebieden waar wel bodemberoering en visserij plaatsvindt, ontstaat een beeld van de mate waarin het voedselweb en de biobouwers zich herstellen. Dit sluit aan bij de afspraken gemaakt in Viswad.
•
In 2026 zijn plannen uitgewerkt om het invangen van sediment in kombergingsgebieden in de Waddenzee te vergroten. In samenwerking met stakeholders bepalen we in 2022-2024 waar dit mogelijk is.
•
Zandsuppleties boven de eilanden voeren we vanaf 2022 zo uit dat ze positief uitwerken op de natuurwaarden in de Noordzeekustzone en de Waddenzee.
•
In 2026 zijn projecten in uitvoering waarmee we ervaring opdoen met het versterken van zowel de natuur als de sedimentatie van zand en slib op de platen en langs de kust.
•
In 2026 zijn stuifdijken zonder waterkerende functie waar mogelijk doorlaatbaar, om de eilandpunten dynamischer te maken, veroudering van habitats tegen te gaan, de variatie en biodiversiteit te vergroten (verjonging kwelders, jonge duinen en natte duinvalleien) en ruimte te geven voor voldoende zandtransport naar en sedimentatie in de Waddenzee.
•
In 2026 zijn plannen gereed of in uitvoering om de natuur in de Waddenzee klimaatrobuuster te maken door minimaal twee afgesloten zeearmen weer in verbinding met de Waddenzee te brengen. De bevindingen van de werkgroep PAGW open zout-zoutverbindingen geven inzicht in de zeearmen die als eerste kunnen worden aangesloten. In een later traject volgen waar mogelijk andere verbindingen. Vanzelfsprekend doen we dit in overleg en rekening houdend met gebruikers en bewoners. Daarbij denken we aan: o Lauwersmeer o Amstelmeer (eventueel zoet-zoutverbinding buitendijks) o Oude zeearm Harlingen o Verbinding IJsselmeer-Waddenzee via Wieringerhoek en Vismigratierivier o Verbinding Drentsche Aa en Hunze met de Waddenzee o Westerwoldsche Aa
De bovenstaande uitwerking van klimaatrobuustheid komt in nauw overleg met de deelprogramma’s Natuur van Wereldklasse en Landbouw tot stand.
16
•
Het gesprek om waar mogelijk te stoppen met activiteiten in en onder de Waddenzee en in het Waddengebied die (mogelijk) bodemdaling veroorzaken, zoals delfstofwinning wordt in de planperiode verder gevoerd. Leidend hierin is het onderzoek van de Waddenacademie. Er worden geen nieuwe concessies afgegeven en lopende concessies worden niet verlengd.
•
In 2026 bieden overheden de landbouw en de visserij in het Waddengebied actief ondersteuning (met kennis en financieel) bij het aanpassen van deze sectoren aan klimaatverandering en de stappen die voor deze sectoren vanwege klimaatverandering noodzakelijk zijn om de doelstellingen van de Waddenagenda 2050 te behalen.
•
We belonen adaptatie: vanaf 2025 nemen alle overheden maatregelen om consumenten te stimuleren alternatieve producten uit het Waddengebied te gebruiken die worden geproduceerd in het kader van klimaatadaptatie.
ER-doel 5: Het zandvolume in de kust op orde houden en laten meegroeien met de zeespiegelstijging Dit zijn onze concrete doelen voor de planperiode 2021-2026: •
We houden de Basiskustlijn bij de eilanden met zandsuppleties in stand. Deze werkwijze wordt drie-jaarlijks geëvalueerd.
•
In het onderzoeksprogramma Kustgenese en het Deltaprogramma wordt onderzocht in welke mate de zandsuppleties moeten toenemen bij een mogelijk versnelde zeespiegelstijging.
•
Met pilots onderzoeken we of het gesuppleerde zand zich tijdig naar de platen en kwelders van de Waddenzee verspreidt en wat de effecten van (extra) zandsuppleties zijn op de sedimentsamenstelling en ecologie.
•
Waar nodig volgen meer pilots en wordt de zandsuppletie aangepast.
17
5
De doelen van het deelprogramma Energietransitie
Het tegengaan van klimaatverandering is essentieel voor de beide hoofddoelstellingen van de Agenda voor het Waddengebied 2050. De energietransitie is daar onlosmakelijk mee verbonden en staat hoog op de internationale politieke agenda. De internationale afspraken hebben in Nederland een vertaling gekregen in het nationale Klimaatakkoord (in 2030 49% minder CO2-uitstoot t.o.v. 1990, in 2050 95% minder uitstoot). In de Agenda voor het Waddengebied 2050 en het Uitvoeringsprogramma hebben de samenwerkende partijen géén aparte ambitie voor dit onderwerp in het Waddengebied opgenomen. Het deelprogramma Energietransitie richt zich op het goed begeleiden van de energietransitie in het Waddengebied en het benutten van de kansen die de energietransitie biedt, passend bij de andere doelstellingen van de Agenda, met name de doelstellingen voor natuur, ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid. In de doelen voor de energietransitie vatten we energie breed op: het gaat om elektriciteit, warmte en brandstof én om de infrastructuur die nodig is voor opslag en transport. We werken met drie ‘veranderdoelen’: 1.
Het gebruik van fossiele brandstoffen in het Waddengebied verminderen, onder andere door energiebesparing
2.
De energietransitie (en de kansen die deze transitie biedt) zo vormgeven dat de impact op de natuurkwaliteit en de ruimtelijke kwaliteit neutraal of positief is
3.
De ontwikkeling en toepassing van innovatieve energieoplossingen stimuleren, gericht op energieneutraliteit en zelfvoorzienendheid van de Waddeneilanden of andere delen van het Waddengebied
ER-doel 1: Het gebruik van fossiele brandstoffen in het Waddengebied verminderen, onder andere door energiebesparing Concrete doelen voor de planperiode die bijdragen aan energiebesparing en het verminderen van het gebruik van fossiele brandstoffen in het Waddengebied staan bij de doelen van de deelprogramma’s Bereikbaarheid (duurzame vervoersketen, CO2-neutraal baggeren), Landbouw (verder verduurzamen landbouw, aanvullende verdienmodellen voor een toekomstbestendige landbouw, grotere bijdrage van de landbouw aan doelen voor energie en biobased economy), Leefbaarheid (programmalijnen duurzame energie en circulaire economie) en Havens (transitie naar duurzame havens).
ER-doel 2: De energietransitie (en de kansen die deze transitie biedt) zo vormgeven dat de impact op de natuurkwaliteit en de ruimtelijke kwaliteit neutraal of positief is Dit zijn onze concrete doelen voor de planperiode 2021-2026: •
Vanaf 2021 zoeken we extra ruimte voor doorvoer en aanlanding van met name elektriciteit van de windparken ten noorden van de Waddeneilanden. Met betrokkenheid van bewoners en belanghebbenden vindt zorgvuldige besluitvorming plaats over de aanleg en aanlanding van kabels en leidingen in het Waddengebied. We nemen hierbij de leidende principes en ruimtelijke vertrekpunten uit de Agenda in acht en ook het uitgangspunt van de Agenda om in beginsel aan te sluiten bij bestaande corridors (in het westen nabij Den Helder en in het oosten nabij de Eemshaven). Voor het goede gesprek over mogelijke beleidskeuzes benutten we vanzelfsprekend de governance-structuren voor het Waddengebied: Bestuurlijk Overleg Waddengebied, Omgevingsberaad Waddengebied, Beheerautoriteit Waddenzee.
•
In 2022 hebben overheden én stakeholders een gezamenlijk beeld geschetst van de manier waarop we de energietransitie in het Waddengebied kunnen vormgegeven met een neutrale of positieve impact op de hoofddoelstelling voor de Waddenzee. De Agenda voor het Waddengebied, het Klimaatakkoord en andere bestaande beleidskaders als Nationale
18
en provinciale omgevingsvisies en regionale en lokale energieprogramma’s vormen het vertrekpunt. De schets brengt in beeld wat er wel kan, maar ook wat er niet kan. Hierbij leggen we de relatie met bestaande hulpmiddelen en instrumenten. Het eindresultaat is geen vastgesteld beleidskader, maar een nieuw instrument: ‘Mogelijkheden energietransitie Waddengebied’ (inclusief kaartbeelden en afwegingskader). Dit instrument biedt ondersteuning bij c.q. geeft richting aan toekomstige beleidskeuzes en gebiedsprocessen. Op deze manier vindt een verdieping en verbreding plaats van de cluster-vensterbenadering. •
In 2023 is het instrument ‘Mogelijkheden energietransitie Waddengebied’ in de relevante landelijke, regionale en lokale planprocessen toegepast, in ieder geval ook in de processen voor de 2.0-versies van de Regionale Energiestrategieën voor de regio’s Noord-Holland Noord, Fryslân en Groningen, het Nationaal Waterprogramma (en Programma Noordzee), de Verkenningen aanlanding op zee (VAWOZ) en de Transitievisies Warmte van de eiland- en kustgemeenten. We gaan het RES proces overigens nadrukkelijk niet overdoen!
•
Het instrument ‘Mogelijkheden energietransitie Waddengebied’ is vertaald in de relevante maatregelen in het Uitvoeringsprogramma vanaf 2026 (onder meer in de deelprogramma’s Landschap, Havens, en Landbouw).
•
In 2023 is in beeld gebracht met welke (economische) beleidslijnen en -programma’s we de kansen benutten die de energietransitie biedt voor het creëren van werkgelegenheid in het Waddengebied, bijvoorbeeld met (kennisontwikkeling over) offshore windparken, waterstof(opslag) en chemie. Daarmee willen we bepalen óf een aanvullende actie in het kader van de Agenda voor het Waddengebied 2050 toegevoegde waarde heeft.
ER-doel 3: De ontwikkeling en toepassing van innovatieve energieoplossingen stimuleren, gericht op energieneutraliteit en zelfvoorzienendheid van de Waddeneilanden of andere delen van het Waddengebied Dit zijn onze concrete doelen voor de planperiode 2021-2026: •
In 2026 is geïnvesteerd in een substantiële transitie naar een duurzame energiehuishouding in het Waddengebied, onder andere via het Waddenfonds en het Nationaal Programma Groningen.
•
In 2023 hebben we de voorwaarden die de Agenda verbindt aan opschaling van experimenten voor energetische innovaties en de reguliere toepassing hiervan, concreet en eenduidig uitgewerkt.
•
Uiterlijk in 2026 wordt voor energieopwekking die negatieve impact heeft op natuur of landschap of overlast veroorzaakt, een vergunning (Mijnbouwwet of omgevingsvergunning) van beperkte duur verleend. De installaties worden z.s.m. opgeruimd, rekening houdend met rendabele exploitatie. Het doel is sneller in te kunnen spelen op nieuwe innovatieve energietechnieken.
•
In 2026 is voldoende kennis beschikbaar over innovatieve technieken die passen bij de karakteristieken van het Waddengebied, zoals getijde-energie, golfenergie en vergisting van biomassa.
19
6
De doelen van het deelprogramma Leefbaar Waddengebied
De vraagstukken over leefbaarheid zijn op de Waddeneilanden anders dan op de vaste wal. Op de vaste wal kunnen bewoners en bedrijven gebruik maken van voorzieningen in naburige dorpen of steden. Op de eilanden is dit achterland er niet en dat beperkt het handelingsperspectief. Voor de vastewalkust ligt de focus in deze planperiode op het versterken van de beleving van de Waddenkust. De doelen daarvoor staan in hoofdstuk 7 (deelprogramma Recreatie en toerisme). In dit hoofdstuk 6 staan de doelen voor leefbaarheid op de Waddeneilanden. De geïsoleerde ligging van de eilanden brengt met zich mee dat wonen, werken en leven zich voor de meeste inwoners op het eiland afspeelt. Daardoor leidt leefbaarheid op de eilanden tot meerdere opgaven die sterk met elkaar verweven zijn. De ‘starter’ die in de horeca werkt, kan bijvoorbeeld ’s avonds niet meer naar huis, maar huurwoningen zijn er nauwelijks en koopwoningen zijn onbetaalbaar. Oplossingen moeten daarom in samenhang worden ingezet. Daarvoor is het Programma Brede Welvaart Waddeneilanden ontwikkeld, dat met vijf programmalijnen invulling geeft aan die samenhang: 1.
Goed wonen en leven
2.
Toekomstbestendig ondernemen en ontwikkelen
3.
Optimaal Bereikbaar & Verbonden
4.
Duurzame Energie
5.
Circulaire Economie
Voor iedere programmalijn zijn ‘veranderdoelen’ (ER-doelen) en concrete subdoelen voor de planperiode vastgesteld.
20
- Programmalijn 1: Goed Wonen & Leven De opgave voor de eilanden is het behoud van een levendige eilandergemeenschap, waarbij wonen, werken, onderwijs en zorg ook voor de toekomstige generaties mogelijk blijven. Scholen, zorg en maatschappelijke ondersteuning moeten op de eilanden beschikbaar zijn – je rijdt immers niet even naar een buurgemeente - en dat is relatief duur. Voor de werkende bevolking op de eilanden is het moeilijk aan een passende woning te komen. Door de schaarse ruimte en kwetsbare natuur zijn de huizen duur en de mogelijkheden om nieuwe woningen te bouwen zijn beperkt. Hierdoor vertrekken jonge mensen en blijven potentiële nieuwe eilanders weg.
ER-doel 1: Meer passende woningen realiseren Dit zijn onze concrete doelen voor de planperiode 2021-2026: •
In 2022 is sprake van adequate handhaving. Er is inzicht in het gebruik van de woningen, er zijn wettelijke bepalingen en er is voldoende capaciteit om goed te handhaven.
•
In 2022 is een onderzoek gestart naar de mogelijkheden van ‘building with nature’. In 2025 starten we met een pilot ‘building with nature’.
•
In 2025 is ten minste één pilot uitgevoerd met tiny houses.
•
In 2022 is een onderzoek uitgevoerd naar de behoefte aan personeelshuisvesting.
•
In 2026 zijn op de eilanden in totaal 20 huurwoningen specifiek voor personeelshuisvesting beschikbaar gekomen.
•
In 2025 gebruiken we de vergunning voor tijdelijke huisvesting om de tijdelijke piek in de woningmarkt op te vangen (20 jaar).
•
In 2026 zijn op de eilanden extra woningen tot stand gekomen: 20 sociale huurwoningen, 12 koopwoningen of middeldure huurwoningen, 18 betaalbare sociale woningen en 16 zelfstandige studio’s.
•
Nieuwbouwplannen worden mogelijk gemaakt met een ‘onrendabele toppenfonds’ of koopgarantconstructie.
•
Wet- en regelgeving zijn aangepast specifiek voor de kleinschaligheid op de Waddeneilanden.
•
In 2026 zijn op elk eiland panden geherstructureerd naar kleinschalige wooneenheden, personeelswoonruimte, sociale huur- en koopwoningen.
ER-doel 2: Multifunctionele accommodaties versterken en maatschappelijke voorzieningen optimaliseren Dit zijn onze concrete doelen voor de planperiode 2021-2026: •
In 2025 heeft Terschelling op een nieuwe locatie een gymzaal en dorpshuis gekregen (de Stoek).
•
In 2026 staat in de dorpskern van Schiermonnikoog duurzame nieuwbouw voor wonen, werken en leren.
•
In 2026 heeft de Energiecentrale Schiermonnikoog een nieuwe bestemming gekregen met wooneenheden en kantoor-/bedrijfsruimtes.
•
In 2023 zijn onderzoeken naar de haalbaarheid van maatschappelijke voorzieningen op elk eiland beschikbaar.
•
In 2023 hebben we een onderzoek uitgevoerd naar ontschotting van financieringsstromen.
•
In 2026 heeft Ameland een woon-zorgcomplex met 44 zorgwoningen.
•
In de planperiode is onderzoek naar e-health uitgevoerd.
•
In de planperiode komen nieuwe werk- en leeropleidingen beschikbaar voor toerisme, horeca, groen en zorg (mbo).
21
- Programmalijn 2: Toekomstbestendig Ondernemen en Ontwikkelen Vooral in de piek van het seizoen ervaren de eilanden een tekort aan werknemers, onder meer doordat de mogelijkheden voor forenzen beperkt zijn. Om te kunnen werken op het eiland, moet je er ook kunnen wonen. Horeca en toerisme, maar ook andere sectoren hebben te maken met een tekort aan (gekwalificeerd) personeel. Daarnaast is het aanbod van werk (te) eenzijdig aan recreatie en toerisme gerelateerd.
ER-doel 3: De economie verbreden Dit zijn onze concrete doelen voor de planperiode 2021-2026: •
In 2026 zijn minimaal tien initiatieven ondersteund in een bedrijvenverzamelgebouw.
•
In 2026 is minimaal één bedrijvenverzamelgebouw gereed.
•
In 2024 is voor ieder eiland bekend hoe een toekomstbestendig bedrijventerrein eruit ziet en wat de mogelijkheden zijn.
•
In 2026 is een kennisnetwerk voor lokale voedselproductie op de Waddeneilanden actief en vindt uitwisseling van lokaal geproduceerd voedsel tussen de vijf eilanden plaats. Zo is maatwerk per eiland mogelijk en ontstaan voor iedere productielijn voldoende afzetmogelijkheden.
ER-doel 4: Gastvrijheidssector verstevigen Dit zijn onze concrete doelen voor de planperiode 2021-2026: •
In 2026 hebben we ten minste 25 duurzame initiatieven gerealiseerd voor de toeristische basisinfrastructuur.
•
De samenwerking met jonge start-ups is in 2026 verstevigd en als onderdeel daarvan zijn ten minste vijf projecten uitgevoerd.
•
In 2023 hebben we een monitoringssysteem voor de gastvrijheid op de eilanden opgezet.
•
In 2026 zijn ten minste tien investeringen gedaan in de publieke infrastructuur.
ER-doel 5: De continuïteit en kwaliteit van het onderwijs verhogen en werken en leren combineren Dit zijn onze concrete doelen voor de planperiode 2021-2026: •
In 2026 zijn op Schiermonnikoog en Terschelling LOC's gerealiseerd.
•
In 2024 zijn de mogelijkheden voor LOC’s op andere eilanden onderzocht en waar nodig is een start gemaakt met verdere ontwikkeling.
•
In 2026 zijn op ten minste drie eilanden projecten uitgevoerd met netwerkinitiatieven, zoals de Waddencampus.
•
In 2026 zijn bestaande onderwijsinitiatieven uitgebreid met nieuwe samenwerkingspartners.
•
Onze inzet is dat binnen vijf jaar een sterk en betrokken netwerk actief is dat jaarlijks zo’n tien kennis- en onderwijsinstellingen naar het eiland weet te trekken en jaarlijks 100 studenten aantrekt.
•
Alle eilanden hebben in 2026 een eigen Academy.
22
- Programmalijn 3: Optimaal Bereikbaar & Verbonden Betrouwbare bereikbaarheid is cruciaal voor de economie, leefbaarheid en vitaliteit van de Waddeneilanden. Bewoners en werknemers zijn afhankelijk van een betrouwbare, jaarronddienstregeling en digitale verbindingen. Ook op de eilanden zelf is er een opgave: de leefbaarheid en de kernwaarden borgen met meer toekomstgerichte en duurzame mobiliteit op het eiland.
ER-doel 6: Werken aan betere bereikbaarheid Dit zijn onze concrete doelen voor de planperiode 2021-2026: •
In 2025 hebben we ten minste vijf projecten uitgevoerd ten behoeve van het flexibel inrichten van het OV en/of gebruik van deelauto's.
•
In 2026 zijn ten minste drie projecten voor ketenoptimalisatie uitgevoerd.
•
In 2026 is op ten minste één eiland een pilot uitgevoerd met autonoom goederenvervoer.
ER-doel 7: Het vervoer verduurzamen Dit zijn onze concrete doelen voor de planperiode 2021-2026: •
In 2026 is op ieder eiland ten minste één project gerealiseerd op het gebied van bewegen, actief en gezond.
•
In 2026 zijn minimaal drie duurzame voorzieningen gerealiseerd langs fiets- en wandelpaden.
•
In 2026 zijn minimaal vijf ondernemers gestimuleerd om elektrische laadpalen voor fietsen te plaatsen.
•
In 2023 is voor alle havens aan de vaste wal een plan gereed om parkeerplaatsen duurzaam in te richten.
•
In 2023 hebben we geïnventariseerd welke eilanden in aanmerking komen voor Green Shipping.
•
In 2026 is ten minste één autoluwe overtocht uitgevoerd met een effectmeting.
•
In 2024 weten we hoe emissieloos transport eruitziet en hoe we dit kunnen implementeren.
•
In 2026 is ten minste één pilot met emissieloos goederenvervoer uitgevoerd (zie ook de doelen voor deelprogramma Bereikbaarheid).
•
In 2025 heeft ieder eiland een start gemaakt met het duurzaam inrichten van de havens.
ER-doel 8: Digitale en mobiele dekking optimaliseren Dit zijn onze concrete doelen voor de planperiode 2021-2026: •
In 2026 zijn alle eilanden voorzien van een volledig dekkend glasvezelnetwerk.
•
In 2026 zijn op ieder eiland de effecten van digitale en mobiele netwerken op geluid, licht, verkeersbewegingen en luchtkwaliteit gemeten.
•
Op elk eiland worden inwoners betrokken bij de monitoring (participatieproject).
23
- Programmalijn 4: Duurzame Energie De eilanden zijn een maatschappij in het klein en daarmee heel geschikt als pilotgebied en etalage voor nieuwe duurzame energietechnieken. Bij de ligging in een natuurgebied van wereldklasse past een hoge standaard op het gebied van duurzaamheid. Tegelijkertijd brengt de ligging in een Natura 2000-gebied en Unesco Werelderfgoed beperkingen met zich mee. Dit maakt de energietransitie op de Waddeneilanden een nog grotere uitdaging dan aan de vaste wal.
ER-doel 9: Energiesysteem robuuster en innovatiever maken Dit zijn onze concrete doelen voor de planperiode 2021-2026: •
In de planperiode richten we op een of meer eilanden een slim energiesysteem in en gebruiken dat als pilot voor de overige eilanden.
•
In de planperiode ondersteunen we uitbreiding van bestaande slimme, duurzame energiesystemen en verdere integratie met nieuwe opwekkers, verbruikers en waar nodig opslag, om netcongestie op te lossen of te voorkomen.
•
In de planperiode bereiken we zo snel mogelijk verduurzaming door daadkrachtige samenwerking tussen eilander, stakeholders en netbeheerder. De leerervaringen benutten we op de andere eilanden.
ER-doel 10: Eilander gebouwen sneller verduurzamen Dit zijn onze concrete doelen voor de planperiode 2021-2026: •
In de planperiode vindt een inventarisatie van monumentale panden plaats en in 2025 is op alle eilanden een aantal panden verduurzaamd.
•
In de planperiode vindt een inventarisatie van maatschappelijke gebouwen plaats en in 2025 is op alle eilanden een aantal gebouwen verduurzaamd.
•
In de planperiode vindt een inventarisatie van recreatiewoningen plaats en in 2025 is op alle eilanden een aantal woningen verduurzaamd.
ER-doel 11: Eilander eigenaar- en ondernemerschap in de energietransitie tot stand brengen Dit zijn onze concrete doelen voor de planperiode 2021-2026: •
In 2026 zijn verschillende mogelijkheden onderzocht voor de manier waarop manier waarop eilanders kunnen participeren in het opwekken van energie.
•
Op ten minste één eiland is een project van start gegaan met de participatie van eilanders in de collectieve opwekking.
•
Op ten minste één eiland is een campagne opgezet voor het oplossen van energiearmoede.
•
Op ten minste één eiland zijn energiecoaches en betere voorlichting ingezet om energie te besparen.
•
Duurzame projecten worden aangejaagd en versneld.
•
Verduurzaming komt zo snel mogelijk tot stand door daadkrachtige samenwerking tussen eilander, stakeholders en netbeheerder. De leerervaringen benutten we op de andere eilanden.
24
- Programmalijn 5 Circulaire Economie Zelfvoorzienendheid zit de eilanders in de genen. Dit maakt hen minder afhankelijk van het vasteland, zorgt voor minder aanvoer van grondstoffen en lagere kosten van vervoer. De eilanden hebben de ambitie om meer zelfvoorzienend te zijn en de economie meer circulair in te richten, met relatief veel kleine bedrijven en te midden van de kwetsbare natuur aan de rand van een Werelderfgoed.
ER-doel 12: Een gunstiger ontwikkelklimaat voor circulaire economie realiseren Dit zijn onze concrete doelen voor de planperiode 2021-2026: • In 2024 hebben alle eilanden een circulair inkoop- en aanbestedingsbeleid. • •
Elk eiland heeft in 2024 een ‘centrum’ voor circulaire initiatieven (fysiek en/of als netwerk). Er worden tussen 2022-2026 ten minste 25 pilots en/of startende initiatieven ondersteund door een coach of adviseur.