CConstaterende datDen Helder
Koppel je AI →
Document · PDF

DEF Eindrapport RKC Doorwerkingsonderzoek 2023 (1).pdf

Gemeenteraad 18 september 2023, gemeente Den HelderBij agendapunt: 13: Voorstel met betrekking tot het eindrapport Doorwerkingsonderzoek Rekenkamercommissie Den Helder14.181 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Opgevolgd

1. Aan het college: Behoud de sterke kanten van beleid, waarbij het beleid een adequate vertaling is van de probleemanalyse voor de gemeente Den Helder.

Ja

2.Aan het college: Besteed meer aandacht aan een activering van het armoedebeleid en een integrale aanpak met de aanpalende beleidsterreinen participatie en economisch beleid.

Ja

3. Aan het college: Vul de uitgangspunten van beleid die ingaan op het tegengaan van versnippering en vereenvoudiging van procedures beter in. De gemeente zou daarbij meer invulling kunnen geven aan zijn regierol in bijvoorbeeld Financieel Fit.

Deels

4. Aan het college: Richt inkomensondersteunende maatregelen vooral op de groepen uit de probleemanalyse. Maak ondersteuning van topsporters bijvoorbeeld geen onderdeel van het armoedebeleid. 5. Aan het college: Geef breder invulling aan het uitgangspunt van beleid om te investeren in kinderen en jongeren. Formuleer daarbij niet alleen beleid op kinderen, maar ook voor jongeren.

Deels

6. Aan het college: De gemeente werkt grotendeels met SMART doelstelling voor beleid. Focus naast de algemene doelstellingen op scherpe doelstellingen per maatregel of ingezet instrument.

Ja

7. Aan het college: Stel bij het opstellen van beleid indicatoren op die inzicht geven in de resultaten van beleid. Doe dit zowel op hoofdlijnen als voor de meer specifieke doelstellingen per maatregel.

Ja

Ja

Gemeente Den Helder, College van Burgemeester en Wethouders, Bestuurlijke reactie onderzoek armoede en schulden, 15 september 2020, p. 1. 30 Gemeente Den Helder, Raadsvoorstel met betrekking tot het rapport van de Rekenkamercommissie over het Armoedebeleid en de Schuldhulpverlening in Den Helder, 1 december 2020. 31 Gemeente Den Helder, Raadsbesluit met betrekking tot het rapport van de rekenkamercommissie over het Armoedebeleid en de Schuldhulpverlening in Den Helder, 14 december 2020. 29

pagina 18

Aanbevelingen van de rekenkamercommissie - onderzoek armoedebeleid en schuldhulpverlening

Opgevolgd

8. Aan het college: Zorg voor een adequate aansturing van externe partijen die onderdelen van het beleid uitvoeren. Maak daar waar mogelijk output afspraken in termen van bereik of op te leveren producten. Monitor deze afspraken via voortgangsgesprekken en verantwoordingsinformatie. Beperk het contact met externe partijen niet tot het uitvoeringsniveau.

Ja

9. Aan het college: Zorg ook voor inzicht in de resultaten van de organisaties waar de gemeente alleen middels een instandhoudingssubsidie een relatie mee heeft. Bijvoorbeeld door middel van jaarlijkse evaluatiegesprekken.

Deels

10. Aan het college: Evalueer jaarlijks de resultaten van beleid aan de hand van de hoofddoelstellingen en op de doelstelling per maatregel. Stel bij waar nodig. Rapporteer hierover kort in een hoofdlijnennotitie aan de raad.

Deels

11. Aan het college: Zorg dat de raad haar controlerende taak ten aanzien van het armoede en schuldenbeleid beter kan uitvoeren. Daarvoor is het nodig dat de verantwoording aan de raad niet beperkt blijft tot het benoemen van maatregelen die al dan niet zijn uitgevoerd. 12. Aan het college: De informatie aan de raad moet daarvoor meer het karakter krijgen van een evaluatie, waarbij inzicht wordt gegeven in de resultaten van het beleid op hoofdlijnen. De raad moet zich daarbij kunnen richten op het bijstellen van de kaders naar aanleiding van de resultaten van beleid.

Nee

Deels

Tabel 5. Opvolging aanbevelingen armoedebeleid en schuldhulpverlening.

Toelichting opvolging aanbeveling 1 De gemeente staat op het punt om een nieuwe nota voor armoede en schulden op te stellen. Daarin gaat het college de probleemanalyse gebruiken. Aanpassing van de nota is nodig omdat er nieuwe ontwikkelingen en nieuwe groepen zijn die onder het armoede- en schuldenbeleid vallen. De gemeente moet volgens betrokkenen kijken welke interventies of ondersteuning zij kan geven aan huishoudens met financiële problemen en/of die in armoede leven, en moet dan ook opnieuw kijken welke huishoudens hieronder vallen. Een voorbeeld van een ‘nieuwe groep’ zijn middeninkomens die te maken hebben met geldproblemen, waarvoor in het huidige beleid minder aandacht is. Toelichting opvolging aanbeveling 2 Het college is meer aandacht gaan besteden aan activering. Zo is de beleidsregel Bijzondere bijstand uitgebreid waardoor verstrekkingen uit het minimabeleid geleidelijk worden afgebouwd om mensen te stimuleren uit de bijstand te stromen, armoedeval te voorkomen en hun financiële positie te verbeteren. 32 Ook is de gemeente gesprekken aangegaan met inwoners om hen uit de bijstand te halen en manieren te vinden waarop zij hun financiële positie konden verbeteren. Verder heeft het college in samenwerking met team Participatie een uitstroompremie verstrekt aan langdurig werkloze inwoners met een bijstandsuitkering die aan het werk zijn gegaan.

Het college bevordert een integrale samenwerking door middel van de sociale wijkteams, waarin verschillende beleidsafdelingen samen casussen bespreken en hun expertise samenbrengen. Toelichting opvolging aanbeveling 3 De gemeente probeert momenteel haar aanbod beter te verbinden met externe partijen. De regierol voor Financieel Fit ligt formeel bij de organisatie zelf, maar in de praktijk vervult de gemeente de Gemeente Den Helder, College van burgemeester en wethouders, Raadsinformatiebrief rekenkameronderzoek armoedebeleid en schuldhulpverlening, 2 november 2021. 32

pagina 19

regierol samen met Financieel Fit. De gemeente maakt een beweging om de regierol meer op te pakken, maar dat is ‘werk in uitvoering’. De deelname aan het Vroeg-erop-af-team Financieel Fit zorgt ervoor dat de gemeente inwoners met een complexe schuldenproblematiek vroeg in beeld heeft.33 Partijen die vroegtijdig problemen kunnen signaleren, zijn aangesloten bij een samenwerkingsconvenant. Het college geeft aan dat ook de wet Gemeentelijke schuldhulpverleni ng de gemeente kan helpen bij de vroegsignalering van schulden. Daarnaast heeft de gemeente een doorbraakfonds die zij kan inzetten als zich een crisissituatie voordoet, bijvoorbeeld als een inwoner uit zijn huis dreigt te worden gezet. Toelichting opvolging aanbeveling 4 In de gesprekken geeft de ambtelijk betrokkene aan dat de regeling voor topsporters niet (meer) via het armoedebeleid is belegd, maar bij sport. Dit is niet aangepast in het huidige beleid, maar zal de gemeente meenemen in de nieuwe armoedenota. De gemeente geeft aan dat inkomensondersteuning alleen wordt toegekend aan mensen met een inkomen tot 120% van het minimumloon. Zoals omschreven in aanbeveling 1, is een nieuwe probleemanalyse nodig om ook aandacht te hebben voor ‘nieuwe groepen’ (o.a. middeninkomens met geldproblemen).

Toelichting opvolging aanbeveling 5 Het college heeft meerdere acties ondernomen om meer aandacht te geven aan jongeren in het armoede- en schuldenbeleid. Op 6 januari 2020 heeft de gemeente het Jongerenpunt geopend, waar jongeren tussen de 16 en 27 jaar terecht kunnen als zij vragen hebben over o.a. huisvesting en financiën. Er is een ‘goede inloop’ bij het Jongerenpunt. Daarnaast werkt de gemeente met Moneyways en Inversion om jongeren te onderwijzen over geldzaken. Sinds kort werkt de gemeente ook met ‘Get a Grip’ van Humanitas, waarbij jongeren met geldproblemen ondersteuning krijgen van leeftijdsgenoten. De stappen die de gemeente heeft gezet, gaan volgens de gesproken betrokkenen ook terugkomen in het nieuwe armoedebeleid. Toelichting opvolging aanbeveling 6 De gemeente zal in het nieuwe beleid met SMART-doelstellingen gaan werken, zodat goed uit te leggen is waarom zij de dingen doet die ze doet. Het college heeft al stappen gezet in het uitvoeringsplan schuldhulpverlening om daarin scherpere doelstellingen te krijgen per maatregel. Toelichting opvolging aanbeveling 7 De gemeente stelt indicatoren op in het nieuwe armoede- en schuldenbeleid. De gemeente denkt bijvoorbeeld aan de hoogte van de schuld waarmee cliënten instromen en de hoogte van het inkomen. Zie ook aanbevelingen 1 en 6.

Toelichting opvolging aanbeveling 8 Het college werkt hieraan in het project ‘andere kijk op subsidies’. In dit project kijkt de gemeente naar een nieuwe manier van sturen op eisen en voorwaarden voor subsidies als het gaat om de outcome, waaronder voor externe partijen in het armoede- en schuldenbeleid. Het project komt voort uit de ontwikkeling naar wijkgericht werken, en vindt Sociaal Domeinbreed plaats. Het college is ‘veelvuldig in gesprek over resultaten’ met gesubsidieerde partijen, maar het rapporteren over resultaten is geen criterium is voor de subsidieverstrekking. Het college wil verder het proces rondom subsidiëren en inkoop verbeteren en daarbij strakker sturen op resultaten.

Gemeente Den Helder, College van burgemeester en wethouders, Raadsinformatiebrief rekenkameronde rzoek armoedebeleid en schuldhulpverlening, 2 november 2021. 33

pagina 20

Toelichting opvolging aanbeveling 9 De gemeente heeft elk jaar minimaal eenmaal contact met subsidiepartners om te kijken hoe het gaat, maar dit betreft geen officieel evaluatiegesprek (zie ook aanbeveling 8). Dit gesprek met organisaties levert de gemeente wel inzicht op in wat organisaties doen met de subsidies, ook rondom projecten die de subsidiepartner heeft aangegeven te willen gaan doen. Dit inzicht in de resultaten van de subsidiepartners wordt echter niet gedeeld met de raad. Toelichting opvolging aanbeveling 10 Het armoede- en schuldenbeleid is tussentijds bijgestuurd, maar dit gebeurt niet jaarlijks. Het college geeft aan bij het nieuwe beleidsplan het jaarlijkse evaluatiemoment mee te nemen. Voorbeelden van tussentijdse aanpassingen in het beleid zijn de uitbreiding van de vrijwilligerspremie en de uitbreiding van de bijzondere bijstand (zie aanbeveling 2). De raad wordt via de commissie Maatschappelijke Ontwikkeling door het college geïnformeerd over (de stand van zaken van) het armoede- en schuldenbeleid34 35, en het college houdt de raad ook op de hoogte met bestuurlijke verantwoordingsrapportages (de tussentijdse rapportages). Toelichting opvolging aanbeveling 11 Het college geeft aan de raad regelmatig te voorzien van informatie over armoede en schulden (zie aanbeveling 10).

Het is niet bekend of deze informatie inmiddels dieper gaat dan de vraag of maatregelen al dan niet zijn uitgevoerd. De raad stelt regelmatig vragen aan het college, onder andere over de vrijwillige eigen bijdrage voor scholen, de energietoeslag, de Voedselbank, Financieel Fit, de bijzondere bijstand en schuldhulpverlening aan ondernemers. De raadsvragen gaan echter vooral in op specifieke onderwerpen, en gaan niet zozeer over het (beleids)niveau daarboven. Dit duidt erop dat de raad zijn controlerende taak nog onvoldoende uitvoert. Toelichting opvolging aanbeveling 12 Het college voorziet de raad tussentijds van informatie, maar dit heeft (nog) niet het karakter van een evaluatie. Zoals beschreven bij aanbeveling 11, wil het college met het nieuwe armoede- en schuldenbeleid dit jaarlijkse evaluatiemoment meenemen.

5.2

Doorwerking rekenkamerrapport

5.2.1 Reflectie door het college en nieuwe inzichten en ideeën Het college vond het rapport leerzaam omdat het hem hielp bij het scherpstellen van de doelstellingen en bij het daarop afstellen van de cijfers (indicatoren). Ook geeft het college in het gesprek aan dat hij naar aanleiding van het rekenkameronderzoek meer aandacht heeft voor de evaluatie en monitoring van het armoede- en schuldenbeleid. 5.2.2 Doorwerking in beleid en uitvoering Het rapport legde volgens betrokkenen de ‘vinger op de zere plek’, bijvoorbeeld als het gaat om het pakken van de regie bij subsidiepartners. De raadsinformatiebrief die het college stuurde over de opvolging van de aanbevelingen laat zien dat/hoe het college met de aanbevelingen aan de slag is gegaan, en wijzigingen heeft doorgevoerd in beleid en uitvoering. Gemeente den Helder, College van burgemeester en wethouders, Memo Stand van zaken uitvoering schuldhulpverlening en armoedebeleid, 4 maart 2021. 35 Gemeente den Helder, College van burgemeester en wethouders, Raadsinformatiebrief Presentatie uitvoering schuldhulpverlening en armoedebeleid, 2 november 2021. 34

pagina 21

Het rapport is goed gevallen bij de gemeente, maar het is niet duidelijk wat de precieze doorwerking ervan is geweest. Een deel van de acties die het college heeft uitgevoerd ter aanpassing van het armoede- en schuldenbeleid en de uitvoering daarvan kwamen voort doordat het college al bezig was met het (uitvoeren van) het beleid. Deels waren aanpassingen in beleid en uitvoering het gevolg van het rapport.

5.3

Analyse

De analyse van de opvolging van de aanbevelingen en de doorwerking van het rekenkamerrapport leidt tot de bevindingen opgenomen in het volgende kader. Een nadere toelichting volgt onder het kader. Bevindingen ▪ Het college heeft zes aanbevelingen opgevolgd, vijf aanbevelingen deels en één aanbeveling niet. ▪ Wanneer het college aanbevelingen (deels) niet heeft opgevolgd, is soms wel en soms niet duidelijk waarom het college deze aanbevelingen (deels) niet heeft opgevolgd. Het college heeft de raad geïnformeerd over het (deels) niet opvolgen van de aanbevelingen (zie paragraaf 6.1). ▪ Door het rapport is het college actiever bezig gegaan met monitoring en evaluatie van het armoede- en schuldenbeleid. ▪ Het rapport heeft deels doorwerking gehad in beleid en uitvoering, en deels zijn veranderingen in beleid en uitvoering het gevolg van datgene waar de gemeente al mee bezig was. Het college heeft alle aanbevelingen uit dit onderzoek deels of volledig opgevolgd. Bij de aanbevelingen die het college deels heeft opgevolgd, is soms wel en soms niet duidelijk waarom het college dat niet heeft gedaan. Bij aanbevelingen waarin dit wel duidelijk is (bijvoorbeeld aanbevelingen 10 en 12), geeft het college aan deze aanbeveling niet volledig te hebben opgevolgd omdat hij dit pas bij het nog op te stellen armoedebeleid mee wilde nemen.

Bij andere aanbevelingen (bijvoorbeeld aanbevelingen 9 en 11) is onduidelijk waarom het college deze niet volledig heeft opgevolgd. Uit de documentstudie blijkt dat het college de raad middels een raadsinformatiebrief heeft geïnformeerd over de opvolging van de aanbevelingen, waaronder het (deels) niet opvolgen van deze aanbevelingen (zie ook paragraaf 6.1). Het rapport heeft ervoor gezorgd dat het college voor armoede en schulden actiever met monitoring en evaluatie bezig is, en heeft het college geholpen bij het scherpstellen van zijn doelstellingen. Ook heeft het rapport doorwerking gehad in beleid en uitvoering. Zo zijn er bijvoorbeeld scherpere doelstellingen gekomen in het uitvoeringsplan schuldhulpverlening en werkt het college nu met een doorbraakfonds. Ook geeft het college in de uitvoering meer aandacht aan jongeren en kinderen. Het college geeft aan dat de veranderingen in beleid en uitvoering deels het gevolg van het rapport waren, en deels komen doordat de gemeente hier al mee bezig was.

pagina 22

6.

Leer- en verbeterpunten doorwerking rekenkameronderzoeken

Dit hoofdstuk gaat in op de volgende onderzoeksvragen: ▪

▪

Zijn de aanbevelingen uit het eerdere opvolgingsonderzoek aangenomen, op welke wijze zijn deze opgevolgd en hoe heeft het college daarover aan de gemeenteraad gerapporteerd? Hoe kunnen gemeenteraad, college en de rekenkamercommissie zelf de opvolging van aanbevelingen verder verbeteren?

Deze vragen komen aan bod in drie paragrafen. We gaan achtereenvolgens in op het eerdere doorwerkingsonderzoek en de opvolging van de bijbehorende aanbevelingen, de resultaten van de enquête en leerpunten uit andere doorwerkingsonderzoeken. In iedere paragraaf worden eerst de feiten besproken. Het hoofdstuk sluit af met een analyse met bevindingen.

6.1

Eerdere doorwerkingsonderzoek

6.1.1 Toelichting eerdere doorwerkingsonderzoek In 2018/2019 heeft de rekenkamercommissie ook een doorwerkingsonderzoek uitgevoerd. Het doel van dit onderzoek was om raadsleden inzicht te verschaffen in de mate waarin aanbevelingen van de rekenkamercommissie Den Helder leidden tot verandering in bestuurlijk handelen. De rekenkamercommissie besloot de doorwerking van vijf van haar rapporten te onderzoeken. Het eerdere doorwerkingsonderzoek liet zien dat een groot deel van de aanbevelingen van de rekenkamercommissie door het college werd opgevolgd, en dat de aanbevelingen vaak ook werden omgezet in (beleids-)maatregelen. De aanbevelingen werden door het college en de ambtelijke organisatie veelal als nuttig gezien. Verbeterpunten waren er ook. Zo kon de raad – voor een betere borging van de aanbevelingen – actiever bij het college informeren wat de status van de opvolging was van de aanbevelingen. Ook zou een opvolgingstermijn de gemeenteraad kunnen helpen om zijn controlerende en kaderstellende rol beter in te vullen. Verder ontbrak er voor de aanbevelingen een primair verantwoordelijke voor de opvolging (een specifieke portefeuillehouder). 6.1.2 Opvolging van de aanbevelingen De rekenkamercommissie heeft met haar eerdere doorwerkingsonderzoek twee aanbevelingen gedaan aan de gemeenteraad (en indirect ook aan het college en de ambtelijke organisatie).

Hieronder in tabel 6 de opvolging van deze aanbevelingen. Na de tabel volgt per aanbeveling een toelichting van de opvolging. Aanbevelingen van de rekenkamercommissie – Eerdere doorwerkingsonderzoek

Opgevolgd

1. Aan de gemeenteraad: Verzoek als gemeenteraad het college van B&W om een structurele borging en inrichting van een terugkoppeling op de aanbevelingen.

Deels

2. Aan de gemeenteraad: Verzoek als gemeenteraad het college van B&W de opvolging van de aanbevelingen te betrekken bij raadsvoorstellen en/of verordeningen aangaande het onderzoeksonderwerp.

Nee

Tabel 6. Opvolging aanbevelingen eerdere doorwerkingsonderzoek.

pagina 23

Toelichting opvolging aanbeveling 1 Uit de documentstudie van onder andere programmarekeningen, tussentijdse rapportages, kadernota’s en een navraag bij de ambtelijke contactpersoon voor dit onderzoek blijkt niet dat de raad het college – bijvoorbeeld een half jaar na publicatie van het rapport – vraagt om terug te koppelen hoe het ervoor staat met de opvolging van de aanbevelingen. Wel beschrijft het college jaarlijks in de jaarrekeningen hoe hij met de opvolging van de rekenkameronderzoeken bezig is. Dat is geen verandering met hoe het college eerder met de verantwoording om ging, terwijl de rekenkamercommissie in de toelichting bij de eerste aanbeveling aangaf dat het goed zou zijn om ‘[…] te bezien of de terugkoppeling in lijn kan worden gebracht met de totale P&C cyclus binnen de gemeente. Hierdoor wordt het mogelijk om bijvoorbeeld bij de Kadernota kennis te nemen van de voortgang van de aanbevelingen.’36 Onderstaand een overzicht van de toelichting van het college in de jaarrekeningen over de (opvolging van) aanbevelingen van de onderzoeken. In volgende jaarrekeningen geeft het college geen nadere toelichting/uitwerking van onderstaande algemene teksten over de opvolging van aanbevelingen.37 38 • •

• •

Aanbevelingen rapport effecten van de transformatie in de jeugdzorg: ‘In 2018 is de implementatie van de aanbevelingen afgerond.’ Aanbevelingen rapport toezicht en handhaving: ‘De aanbevelingen uit het onderzoek naar toezicht en handhaving hebben tot doel om de informatievoorziening rond toezicht en handhaving aan de raad te verbeteren. Verder doet het aanbevelingen [om] de kaderstellende en controlerende rol met betrekking tot toezicht en handhaving op OOV te verbeteren.’ Aanbevelingen rapport armoedebeleid en schulden: ‘De aanbevelingen zijn in december 2020 door de gemeenteraad overgenomen en worden geïmplementeerd.’ Aanbevelingen rapport financiële risico’s GGD HN: ‘De gemeenteraad heeft unaniem besloten om de conclusies van het eindrapport te onderschrijven en alle aanbevelingen over te nemen, dan wel het dagelijks bestuur te verzoeken deze nader uit te werken en zo nodig met nadere voorstellen daartoe te komen.’

Los van de jaarrekening, koppelt het college in de P&C-cyclus beperkt of niet terug over de voortgang van de opvolging van de aanbevelingen. Alleen in de tweede tussenrapportage van 2018 geeft het college een korte algemene toelichting over het meenemen van de uitkomsten van het rekenkameronderzoek naar de transformatie van de jeugdzorg: ‘De uitkomsten van het rekenkameronderzoek worden eveneens meegenomen in contractgesprekken of subsidiegesprekken met aanbieders en in verbeter- en implementatieplan wijkteam.’39 Wel heeft het college over de opvolging van de aanbevelingen en conclusies uit het rekenkameronderzoek naar armoedebeleid en schulden gerapporteerd middels een raadsinformatiebrief op 2 november 2021. 40 In de brief geeft het college de raad een toelichting op de stand van zaken met betrekking tot de opvolging van de aanbevelingen uit het rekenkameronderzoek.

Rekenkamercommissie Den Helder, Van aanbeveling tot beleidsaanpassing? Een onderzoek naar de doorwerking van de aanbevelingen van de Rekenkamercommissie Den Helder, 8 november 2019. 37 Gemeente Den Helder, College van burgemeester en wethouders, Programmarekening 2019, 15 juni 2020. 38 Gemeente Den Helder, College van burgemeester en wethouders, Programmarekening 2020, 5 juli 2021. 39 Gemeente Den Helder, College van burgemeester en wethouders, Tweede tussenrapportage 2018, 3 december 2019. 40 Gemeente Den Helder, College van burgemeester en wethouders, Raadsinformatiebrief rekenkameronderzoek armoedebeleid en schuldhulpverlening, 2 november 2021. 36

pagina 24

Toelichting opvolging aanbeveling 2 Uit de documentstudie blijkt dat de bevindingen en aanbevelingen uit de rekenkameronderzoeke n niet worden gebruikt in raadsvoorstellen en/of verordeningen.41 Het is wel mogelijk dat de bevindingen en aanbevelingen uit de rekenkameronderzoeken op de achtergrond een rol spelen, maar het college gebruikt de rekenkameronderzoeken niet in de afweging in de stukken zelf zoals de rekenkamercommissie met haar tweede aanbeveling in het eerdere doorwerkingsonderzoek voorstelde.

6.2

Enquête

In deze paragraaf worden de resultaten van een enquête besproken die we hebben uitgezet onder raadsleden. De enquête had betrekking op de bekendheid van raadsleden met de vier rekenkamerrapporten en in hoeverre de rapporten volgens raadsleden hebben geholpen met hun controlerende en kaderstellende taken. In totaal hebben zes raadsleden de enquête ingevuld, waarvan één raadslid niet volledig. Vijf raadsleden die de enquête hebben ingevuld, zijn in 2022 begonnen als raadslid en één raadslid is in 2018 begonnen. De lage respons maakt dat de resultaten slechts indicatief zijn, en niet representatief voor de gehele gemeenteraad. 6.2.1 Bekendheid met rekenkamerrapporten Raadsleden kregen bij elk van de vier rapporten de vraag of zij bekend waren met het rapport. In de onderstaande tabel 7 volgt per rapport de bekendheid van raadsleden met de rapporten. Bent u bekend met het rapport? Transformatie jeugdzorg

Ja 4 (67%)

Nee 2 (33%)

Toezicht en handhaving

2 (40%)

3 (60%)

Financiële risico’s GGD HN

3 (60%)

2 (40%)

Armoedebeleid en schuldhulpverlening

2 (40%)

3 (60%)

Tabel 7. Bekendheid van raadsleden met de vier rapporten uit het doorwerkingsonderzoek

De tabel laat zien dat het rapport transformatie jeugdzorg bij raadsleden het meest bekend was. De minst bekende rapporten waren de rapporten over toezicht en handhaving en armoedebeleid en schuldhulpverlening. 6.2.2 Kaderstellende en controlerende taken Vervolgens is aan raadsleden die bekend waren met één of meerdere rapporten gevraagd om voor deze rapporten/dit rapport aan te geven of (en zo ja hoe) deze hebben gedragen aan het uitvoeren van hun kaderstellende en controlerende taken. Vanwege een zeer lage respons zijn de kwantitatieve antwoorden op deze vraag niet weergegeven. Raadsleden is ook gevraagd hoe de rapporten hen hebben geholpen. Hieronder de open antwoorden van de raadsleden: • Het bevestigt ons denken en handelen hierin. Onder meer: 1) het raadsvoorstel voor het vaststellen van het VTH beleid; 2) het raadsvoorstel over het sociaal beleidskader 2019; 3) het raadsvoorstel voor het beschikbaar stellen van €400.000 voor de voorbereiding en inrichting van de wijkpunten met so ciale wijkteams in alle vier de wijken,4) beleidsregel Bijzondere bijstand, 5) verordening Jeugdhulp, 6) beleidsregels Doorbraakfon ds, 7) beleidsregel schuldhulpverlening, 8) Algemene Plaatselijke Verordening Den Helde r 2021, 9) Verordening kwaliteit vergunningverlening, 10) toezicht en handhaving omgevingsrecht. 41

pagina 25

• • •

Kaders stellen op gebied armoedebeleid. Het ondersteunt ons bij het schrijven van ons commentaar. Mede hierdoor kunnen we de vinger op de zere plek leggen.

Tot slot is raadsleden gevraagd hoe de informatievoorziening door het college verloopt over het opvolgen van de bij hen bekende rekenkamerrapporten. Raadsleden gaven de volgende antwoorden: • De informatievoorziening hierin is prima. • Geen duidelijke rapportage over opvolging aanbevelingen. • Dat hebben wij net bespreekbaar gemaakt bij het college, hoe de opvolging is van de aanbevelingen. Hierover moeten wij nog geïnformeerd worden. • Acties op termijnkalender. • Niet duidelijk of bekend. Bij de laatste vraag konden raadsleden nog iets meegeven aan de rekenkamercommissie. Een raadslid gaf daarbij het volgende aan: ‘Er is niet zo lang geleden een gesprek geweest met de rekenkamercommissie. Ik zou het fijn vinden nogmaals te zitten om te kijken of we met elkaar de behoefte kunnen bepalen waar een volgend onderzoek over zou kunnen gaan.’

6.3

Leerpunten uit andere doorwerkingsonderzoeken

In deze paragraaf volgt een korte handreiking om raadsleden te helpen goed/beter gebruik maken van het instrument rekenkamer. Als de raad goed gebruik weet te maken van de rekenkamer, vergroot dat immers de doorwerking. Daarbij komen eerst tips aan bod vanuit onder andere de Nederlandse Vereniging Voor Rekenkamers en Rekenkamercommissie (NVRR), de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden en vanuit de Wet versterking decentrale rekenkamers. De paragraaf sluit af met een aantal leerpunten aan de hand van de eerdere doorwerkingsonderzoeken van onderzoeksbureau Unravelling. 6.3.1 Tips voor het benutten van de rekenkamer De rekenkamer is een instrument van de raad waar hij gebruik van kan maken om zijn controlerende functie te vergroten. 42 De rekenkamer kan op verzoek van de gemeenteraad onderzoek instellen, maar de rekenkamer beslist uiteindelijk zelf of zij dit onderzoek ook uitvoert. De gemeenteraad is gebaat bij een sterke en actieve rekenkamer die de raad ondersteunt in het onderzoeken van de doeltreffendheid, doelmatigheid en rechtmatigheid van het gevoerde bestuur. De rekenkamer kan de raad bovendien ondersteunen in de steeds complexer wordende besluitvorming, die zich steeds vaker buiten de raadszaal plaatsvindt.

42

Tweede Kamer der Staten-Generaal, Memorie van toelichting Wet versterking decentrale rekenkamers, 4 oktober 2019.

pagina 26

In 2019 heeft de Werkgroep lokale rekenkamers onderzoek gedaan naar de stand van zaken van lokale rekenkamers. Uit het onderzoek komt naar voren dat de lokale rekenkamer gezien kan worden als iets wat de werkgroep een ‘kwetsbaar raadsinstrument’ noemt. Kwetsbaar, vanwege de politiek-bestuurlijke context waarin de rekenkamer opereert en waarin zij spanningen kan veroorzaken omdat de rekenkamer raakt aan de relatie tussen de raad en het college (zie figuur 1, overgenomen uit het rapport van de Werkgroep lokale rekenkamers). 43 Figuur 1. De relatie tussen de lokale rekenkamer en de gemeenteraad

Een professionele relatie tussen de raad en de rekenkamer is van groot belang voor de versterkende rol die de rekenkamer speelt voor wat betreft de kaderstellende en controlerende taken van de gemeenteraad. Een belangrijk aspect is de kwaliteit van de interactie tussen de raad en de rekenkamer. Voor het vormgeven van een professionele relatie tussen de raad en de rekenkamer heeft CVCEI in samenwerking met Berenschot een handreiking ontwikkeld waar raadsleden en rekenkamers gebruik van kunnen maken. 44 Maar hoe kan de gemeenteraad de rekenkamer als hulptroep nu optimaal gebruiken, gegeven dat een professionele relatie tussen de gemeenteraad en de rekenkamer van groot belang is? De Nederlandse Vereniging voor Raadsleden benoemt daarvoor de volgende tips voor (nieuwe) raadsleden op haar website: 1. Lees alvast onderzoeken, vooral de aanbevelingen, die de rekenkamer heeft gedaan, zodat je een idee hebt van wat er al is onderzocht; 2. Praat met rekenkamerleden zodat zij weten wat er speelt in de raad en waaraan behoefte is; 3. Contact hebben én houden is cruciaal: anders werken de raad en de rekenkamer langs elkaar; 4. Zelf kun je ook onderwerpen aandragen, zolang je niet op de stoel van de onderzoeker gaat zitten; 5. Om te achterhalen wat de afwegingscriteria zijn voor onderwerpselectie, bekijk je de verordening, het onderzoeksprotocol of het reglement van orde; 6.

Formuleer je een onderzoeksvraag, zorg er dan voor dat leereffecten op andere terreinen deel uitmaken van die vraag; 7. Als raadslid heb je invloed op het budget van de rekenkamer. Het spreekt voor zich dat een rekenkamer met veel budget, meer middelen heeft om onderzoek te (laten) doen. 45

Werkgroep lokale rekenkamers, De stand van zaken m.b.t. lokale rekenkamers, op basis van een landelijke gespreksronde, 16 april 2019. 44 CVCEI en Berenschot, Inspiratiekaders effectieve invulling lokale rekenkamer, 2 november 2020. Verkregen op 15 maart 2023, va n: https://www.raadsleden.nl/sites/www.raadsleden.nl/files/documenten/inspiratiekaderslokalerekenkamers.pdf 45 Nederlandse Vereniging voor Raadsleden, Het nut en de noodzaak van de rekenkamer. Verkregen op 15 maart 2023, van : https://www.raadsleden.nl/raadsacademie/ondersteuning/het-nut-en-de-noodzaak-van-derekenkamer#7%20tips%20om%20als%20raadslid%20het%20beste%20uit%20de%20rekenkamer%20te%20halen 43

pagina 27

Daarnaast biedt een informatiefolder van de NVRR nuttige informatie voor (nieuwe) raadsleden die nog weinig of geen ervaring hebben met rekenkamer(commissie)s. 46 In de folder staat bijvoorbeeld informatie over de soorten onderzoek die de rekenkamer uitvoert (diepteonderzoek, kortdurend onderzoek en doorwerkingsonderzoek) en de formele verzoeken de gemeenteraad kan doen aan de rekenkamer. 6.3.2 Leerpunten uit eerdere doorwerkingsonderzoeken van Unravelling Onderzoeksbureau Unravelling heeft vaker doorwerkingsonderzoeken uitgevoerd voor rekenkamercommissies in verschillende gemeenten (bijvoorbeeld in gemeenten De Wolden, Krimpenerwaard en Epe). Hieronder staan een aantal concrete leerpunten die kunnen bijdragen aan het goed gebruiken van de rekenkamer als hulptroep door de gemeenteraad, en om de doorwerking van de rekenkamerrapporten te vergroten. Het opleveren en bespreken van rekenkamerrapporten In sommige gemeenten worden rekenkamerrapporten niet structureel besproken in een raadscommissie of in de gemeenteraad. Dat zorgt ervoor dat rapporten niet (goed) landen in de gemeenteraad. In Den Helder gebeurt dit wel. Het is van belang dit ook te blijven doen. Daarnaast is het ook belangrijk dat nieuwe raadsleden op de hoogte zijn van eerder uitgebrachte rekenkamerrapporten (bijvoorbeeld uit de vorige bestuursperiode).

Deze bekendheid met eerdere door de rekenkamercommissie uitgebrachte rapporten kan beter in Den Helder, zo blijkt in paragraaf 6.2 van voorliggend rapport. Het contact met de rekenkamer (Periodieke) overleggen tussen de gemeenteraad en de rekenkamer zijn zeer waardevol, en deze worden niet in alle gemeenten ingepland. Dat is een gemiste kans. De rekenkamer is immers een nuttig instrument waar de gemeenteraad gebruik van kan maken om meer grip te krijgen op (vaak) complexe onderwerpen. Uit de verschillende doorwerkingsonderzoeken van Unravelling blijkt dat een periodiek overleg de relatie tussen de gemeenteraad en de rekenkamer versterkt. Dat draagt bij aan de doorwerking van rekenkamerproducten. Een periodiek overleg hoeft niet alleen te gaan over mogelijke (actuele) onderzoeksonderwerpen, maar kan ook nuttig zijn om het te hebben over de onderlinge verwachtingen. De rekenkamercommissie Den Helder heeft een jaarlijks gesprek met de gemeenteraad. In december 2022 heeft de rekenkamercommissie met de nieuwe gemeenteraad een gesprek gehad. De coronamaatregelen zijn een beperking geweest voor het directe contact tussen de gemeenteraad en de rekenkamercommissie, zo geeft de commissie aan.

Het borgen van de opvolging van aanbevelingen Het is waardevol om een vaste werkwijze te hebben voor de opvolging van aanbevelingen en een termijn voor de terugkoppeling van de opvolging door het college aan de raad. Het afspreken van een duidelijke termijn kan de gemeenteraad helpen om het college actief op de opvolging aan te spreken. Uit de verschillende doorwerkingsonderzoeken die Unravelling heeft uitgevoerd, blijkt dat aanbevelingen die gericht zijn aan de gemeenteraad vaak minder goed worden opgevolgd dan aanbevelingen die zijn gericht aan het college. Dat komt onder meer doordat in de betreffende gemeenteraden geen monitoring plaatsvindt op de eerdere aan hem gerichte aanbevelingen. Het

NVRR, Beleid onderzocht: Wat de rekenkamer voor u kan betekenen, 21 maart 2018. Verkregen op 15 maa rt 2023, van: https://www.nvrr.nl/wp-content/uploads/2020/02/publicatie_81131.pdf 46

pagina 28

helpt om deze aanbevelingen regelmatig (bijvoorbeeld elk halfjaar) op de raadsagenda terug te laten komen.

6.4

Analyse

De analyse van bovenstaande informatie leidt tot de volgende bevindingen. Deze worden na het kader nader toegelicht. Bevindingen ▪ De aanbevelingen uit het eerdere doorwerkingsonderzoek zijn door het college niet volledig opgevolgd. ▪ Uit de enquête komt naar voren dat de bekendheid van de rapporten bij raadsleden beter kan. ▪ De informatievoorziening van het college over de opvolging van aanbevelingen kan volgens een aantal raadsleden beter. ▪ De rekenkamerrapporten leiden tot extra aandacht voor de onderzochte onderwerpen. Er zijn aanwijzingen dat de er sprake is geweest van ‘voorwerking’ door de rekenkameronderzoeken. Ten aanzien van de eerste aanbeveling uit het eerdere doorwerkingsonderzoek blijkt dat het college alleen over de opvolging van de aanbevelingen uit het rapport armoede en schulden heeft gerapporteerd middels een raadsinformatiebrief. Het college rapporteert weliswaar jaarlijks in de jaarrekening over de afgeronde rekenkameronderzoeken, maar hierin valt op dat het college niet dieper in gaat op hoe de (eventuele) implementatie/opvolging van de aanbevelingen is gebeurd, en wat precies de status per aanbeveling is. Daarmee is het voor de raad onvoldoende duidelijk in hoeverre het college aanbevelingen uit de eerdere onderzoeken heeft opgevolgd.

Als het gaat om de tweede aanbeveling uit het eerdere doorwerkingsonderzoek, blijkt dat eerdere rekenkameronderzoeken niet in bestudeerde raadsvoorstellen of verordeningen worden gebruikt. De enquête onder raadsleden laat zien dat de bekendheid van rapporten beter kan: de vier rapporten zijn niet bij alle ondervraagde raadsleden bekend. Ook komt uit de enquête naar voren dat een aantal raadsleden van mening is dat de informatievoorziening van het college over de opvolging van aanbevelingen beter kan. Dat sluit aan bij de bevinding dat het college de eerste aanbeveling uit het eerdere doorwerkingsonderzoek slechts ten dele heeft opgevolgd. De rekenkamerrapporten leiden tot extra aandacht voor de onderzochte onderwerpen vanuit het college en de ambtelijke organisatie. Er zijn aanwijzingen dat de onderzoeken van de rekenkamercommissie zorgen voor ‘voorwerking’. Dat wil zeggen dat het feit dat de rekenkamercommissie de onderzoeken doet, er al voor zorgt dat het college (extra) met het betreffende onderwerp aan de slag gaat. Een voorbeeld daarvan volgt uit het onderzoek toezicht en handhaving, waarbij betrokkenen aangaven dat het onderzoek mogelijk heeft gezorgd voor een versnelling in (onder andere) het opstellen van nieuw beleid en een verbeterde informatievoorziening van het college naar de raad.

pagina 29

Bijlage 1. Geraadpleegde personen Gemeente Den Helder ▪ Portefeuillehouder Wmo, Volksgezondheid, Wijkgericht werken, Integratie, Kwetsbare buurten en Armoede/schulden ▪ Portefeuillehouder Participatiewet, Onderwijs, Financiën, Jeugdzorg en Haven (tijdelijk) ▪ Teammanager Participatie ▪ Teammanager Zorg ▪ Teammanager Openbare Orde en Veiligheid ▪ Ambtelijk betrokkene toezicht en handhaving ▪ Ambtelijk betrokkene jeugd (financiële risico’s GGD HN) ▪ Ambtelijk betrokkene jeugd (transformatie jeugdzorg) ▪ Ambtelijk betrokkene armoedebeleid en schuldhulp

pagina 30

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.denhelder.nl/api/v1/meetings/1972/documents/20854