DEF Eindrapport RKC Doorwerkingsonderzoek 2023 (1).pdf
Tekst van het document
Eindrapport Doorwerking van een viertal onderzoeken
14 Augustus 2023 Rekenkamercommissie Den Helder Foto’s: John Hagens (2023)
Eindrapport De doorwerking van de volgende vier rekenkameronderzoeken en rapporten onderzocht: 1) De effecten van de transformatie in de jeugdzorg (3 december 2018); 2) Toezicht en handhaving op het gebied van Openbare Orde en Veiligheid (2 juni 2020); 3) Financiële risico’s in perspectief: rekenkameronderzoek met betrekking tot de GGD Hollands Noorden (2 november 2020); 4) Voortgang van het armoedebeleid en de schuldhulpverlening (14 december 2020).
Rekenkamercommissie Den Helder M.E. van den Heuvel, voorzitter S. Bremer-Dijkhuis, lid G. Mos, lid J.C. Hagens, secretaris rkc@denhelder.nl
Aanbiedingsbrief
REKENKAMERCOMMISSIE DEN HELDER Contactpersoon RKC: secretaris John Hagens E-mailadres: j.hagens@denhelder.nl of rkc@denhelder.nl
Aan:
De gemeenteraad van Den Helder
Datum:
14 augustus 2023
Onderwerp: Aanbiedingsbrief eindrapport naar de doorwerking van een viertal rekenkamerrapporten.
Geachte leden van de gemeenteraad, Wij hebben het genoegen u middels deze brief het rapport met betrekking tot het onderzoek ‘doorwerking van een viertal onderzoeksrapporten van de rekenkamercommissie’ aan te mogen bieden. Graag maken wij van de mogelijkheid gebruik om samen met de onderzoekers van het bureau Unravelling ons rapport te presenteren en nader toe te lichten in de vergadering van de raadscommissie Maatschappelijke Ontwikkeling op maandag 4 september 2023. Wij willen iedereen dank zeggen voor de medewerking aan dit onderzoek. Mocht u naar aanleiding van deze brief nadere informatie wensen, dan kunt u contact opnemen met de secretaris van de Rekenkamercommissie, de heer J.C. (John) Hagens via 06-13036690 of j.hagens@denhelder.nl Een afschrift van deze brief met bijlage is digitaal verzonden aan het college van burgemeester en wethouders van Den Helder. Met vriendelijke groet, namens de Rekenkamercommissie Den Helder, de secretaris, J.C. (John) Hagens Uitsluitend per e-mail verzonden.
Aanleiding en aanpak van het onderzoek In de door de Rekenkamercommissie Den Helder (hierna: RKC) vastgestelde Missie en Werkwijze is opgenomen dat de RKC met enige regelmaat nazorgonderzoek uitvoert. Dat wil zeggen dat wordt gekeken in hoeverre aanbevelingen uit eerdere onderzoeken, die zijn overgenomen door de gemeenteraad, zijn uitgevoerd en het onderzoek doorwerking heeft gehad in de gemeentelijke organisatie. In 2019 is een dergelijk doorwerkingsonderzoek door de RKC uitgevoerd en de conclusies en aanbevelingen uit dat onderzoek zijn allemaal door de gemeenteraad van Den Helder overgenomen. De RKC achtte nu in 2023 de tijd rijp om wederom een doorwerkingsonderzoek uit te laten voeren. Voor dit onderzoek heeft de RKC de doorwerking van een viertal redelijk recente onderzoeksrapporten geselecteerd. Na een zorgvuldig doorlopen offerteproces heeft de RKC het onderzoeksbureau Unravelling Onderzoek & Advies BV opdracht gegeven om nazorgonderzoek uit te voeren naar de volgende uitgebrachte rapporten: 1. De effecten van de transformatie in de jeugdzorg in Den Helder; Wat is (tot nu toe) het effect van de transformatie van de jeugdzorg in de gemeente Den Helder? 2.
Armoede- en schuldenbeleid in de gemeente Den Helder - Onderzoek naar voortgang van beleid en uitvoering; Sluit het beleid dat de gemeente Den Helder heeft geformuleerd rond armoede en schulden aan op landelijke en regionale ontwikkelingen en zijn de geformuleerde verbeteringen in gang gezet? 3. Financiële risico’s GGDHN; Welke risico’s lopen de afzonderlijke gemeenten binnen het huidige financieel meerjarenperspectief en op welke wijze kunnen de gemeenteraden en de colleges de grip op deze risico’s verstevigen? 4. DoeMee-onderzoek naar toezicht en handhaving op het gebied van Openbare Orde en Veiligheid; Welk toezichts- en handhavingsbeleid op het gebied van OOV heeft de gemeente vastgesteld en wordt dit beleid doelmatig en doeltreffend uitgevoerd? De centrale onderzoeksvraag luidt: In hoeverre en op welke wijze zijn de door de gemeenteraad overgenomen aanbevelingen uitgevoerd en wat is de doorwerking van de rekenkamerrapporten in de gemeentelijke organisatie? Het onderzoeksbureau heeft zoals gebruikelijk een documentstudie uitgevoerd en heeft vervolgens inhoudelijke gesprekken gevoerd met betrokkenen vanuit de ambtelijke organisatie en met vertegenwoordigers van het college van B&W. De volgende stap van het onderzoek betrof een enquête onder raadsleden, waarin zij input konden geven over hun ervaringen met de (rapporten van de) rekenkamercommissie Den Helder.
Na afloop van de documentstudie, de interviews en de enquête onder raadsleden heeft een analyse plaatsgevonden van de verzamelde informatie (documenten, interviewverslagen en enquête). Dit heeft geleid tot het concept-bevindingenrapport. Dat concept is vervolgens op 2 mei voor een ambtelijk wederhoor aan de ambtelijke organisatie aangeboden. Op 9 juni is het ambtelijk wederhoor ontvangen De ambtelijke reactie heeft geleid tot een uiterst gering aantal kleine aanpassingen in het concept-bevindingenrapport. Dit aangepaste rapport is vervolgens op 27 juni aan het college van burgemeester en wethouders aangeboden voor een bestuurlijk wederhoor. Op 18 juli is de bestuurlijke reactie ontvangen. De bestuurlijke reactie vormde voor de RKC vervolgens geen aanleiding tot aanpassingen van het concept-rapport.
Conclusies naar aanleiding van het doorwerkingsonderzoek Conclusie 1: Ongeveer driekwart van de aanbevelingen wordt (deels) opgevolgd door het college en de raad (33% van de aanbevelingen volledig). Daarmee voldoet het college deels aan de in het normenkader beschreven norm. Zoals af te lezen aan onderstaande tabel, loopt de opvolging van de aanbevelingen uit de rapporten uiteen. Aanbevelingen opgevolgd
Ja
Deels
Nee
Transformatie jeugdzorg
1 (25%)
1 (25%)
2 (50%)
Toezicht en handhaving
2 (67%)
1 (33%)
-
Financiële risico’s GGD HN
-
4 (50%)
4 (50%)
Armoedebeleid en schuldhulpverlening
6 (50%)
5 (42%)
1 (8%)
Totaal
9 (33%)
11 (41%)
7 (26%)
Conclusie 2: De rapporten leiden over het algemeen niet tot (grote) aanpassingen in het beleid en de uitvoering. Dit is deels te verklaren doordat college en ambtelijke organisatie vaak al bezig zijn met de acties die uit de aanbevelingen voortvloeien. Er zijn ook aanwijzingen dat er soms sprake is van ‘voorwerking’ van de rekenkamerrapporten: het college onderneemt of versnelt plannen op een bepaald domein doordat de rekenkamercommissie er aandacht aan besteedt. Dit betekent in sommige gevallen dat de door de rekenkamercommissie onderzochte onderwerpen ertoe leiden dat het college/de gemeente al bezig gaat met bepaalde acties voordat de rekenkamercommissie haar aanbevelingen heeft gedaan. Conclusie 3: De rekenkamerrapporten leiden tot inzichten en inspiratie bij college/de gemeente over de onderzoeksonderwerpen. Uit het onderzoek komt het beeld naar voren dat de rapporten het college en de organisatie bijvoorbeeld helpen om actiever bezig te zijn met monitoring en evaluatie (armoedebeleid en schulden) en bij het inrichten van het team (onderzoek toezicht en handhaving). De rapporten bieden het college en de organisatie daarmee concrete handvatten om beleid en uitvoering te verbeteren. Conclusie 4: De aanbevelingen uit het eerdere doorwerkingsonderzoek zijn slechts deels opgevolgd.
Het college informeert de raad summier over de opvolging van aanbevelingen (aanbeveling 1 uit het eerdere doorwerkingsonderzoek) en de bevindingen uit eerdere rekenkameronderzoeken worden niet gebruikt in raadsvoorstellen en/of verordeningen (aanbeveling 2 uit eerdere doorwerkingsonderzoek).
Aanbevelingen van de rekenkamercommissie Aanbeveling 1 (aan het college): pak een stevigere rol op in de opvolging van aanbevelingen De rekenkamercommissie beveelt het college aan om op het moment van oplevering van een rekenkameronderzoek een stappenplan te maken voor hoe men met de aanbevelingen aan de slag gaat, en welke portefeuillehouder daarvoor verantwoordelijk is. Aanbeveling 2 (aan het college en de raad): maak onderling afspraken over hoe (vaak) het college de raad dient te informeren over de opvolging van aanbevelingen Het college koppelt jaarlijks aan de raad terug in de jaarrekeningen over de rekenkameronderzoeken. Deze informatie is echter summier, en daarin komt de opvolging niet per aanbeveling aan bod. De rekenkamercommissie beveelt aan om als raad en college een duidelijke afspraak te maken over de informatievoorziening over de opvolging van de aanbevelingen. Dit komt de monitoring door de gemeenteraad ten goede, waardoor de raad beter zicht krijgt op de opvolging van de aanbevelingen door het college. Aanbeveling 3 (aan de raad): richt een systeem in om de aan u gerichte aanbevelingen te monitoren en periodiek (bijvoorbeeld halfjaarlijks) op de raadsagenda terug te laten keren Dit draagt eraan bij dat de aan de raad gerichte aanbevelingen niet naar de achtergrond verdwijnen.
Aanbeveling 4 (aan de raad en het college): volg de aanbevelingen uit het eerdere doorwerkingsonderzoek op Het gaat daarbij ten eerste om het duidelijker rapporteren over de opvolging van aanbevelingen (op basis van de afspraken uit aanbeveling 2 hierboven). Ten tweede dient het college de bevindingen uit rekenkamerrapporten te betrekken bij raadsvoorstellen en/of verordeningen aangaande het onderzoeksonderwerp.
Bestuurlijke reactie
Aan de rekenkamercommissie Den Helder t.a.v. de secretaris J. Hagens
verzendgegevens
behandeld door
uw gegevens
datum : 18 juli 2023 zaaknummer : 2023-029941 bijlagen : 0
Concerndirectie mw. H. Kaag-van der Boon telefoon (0223-67) 8805
brief van : 27 juni 2023 kenmerk : geen
onderwerp Bestuurlijke reactie doorwerkingsonderzoek rekenkamercommissie Den Helder
Geachte heer Hagens, Met deze brief ontvangt u onze bestuurlijke reactie op het doorwerkingsonderzoek rekenkamer Den Helder. We gaan hieronder eerst in op de inhoud van de rapportage en vervolgens op uw aanbevelingen. Transformatie Jeugdzorg In de aanpak heeft de gemeenteraad recent gekozen voor herijking van de ambities, doelstellingen en uitvoeringskaders in regionaal verband. We onderschrijven dat Den Helder zelf ook zicht en visie moet hebben op wat er nodig is voor de Helderse Jeugd en dat raakt vele beleidsterreinen. In het collegeprogramma hebben we daarom afgesproken dat we een actueel beleidskader voorbereiden met daarin beleidsparagrafen voor gezondheid, participatie, armoede, onderwijs, jeugd en Wmo. Dat beleidskader sociaal beleid kan kapstok zijn voor specifieke uitvoeringsplannen en input voor regionaal beleid. Dit beleidskader staat op de bestuurlijke termijnkalender voor vaststelling in de raadsvergadering van 27 november 2023 In lijn met de landelijke hervormingsagenda Jeugdzorg 2022-2028 wordt gewerkt aan betere en tijdige zorg, ondersteuning op de juiste plek én een beheersbaar (en daarmee duurzaam) financieel houdbaar stelsel. Wij gaan ervan uit dat het aantal jongeren in de jeugdzorg kan verminderen door onze dienstverlening door te ontwikkelen in de wijkteams en met betere afspraken met subsidie- en inkooppartners.
Toezicht en Handhaving In het bestuurlijke wederhoor op het rapport DoeMee Toezicht en Handhaving OOV hebben wij aandacht gevraagd voor het onderscheid tussen handhaving openbare ruimte en handhaving openbare orde. Een relevant onderscheid in verband met de bevoegdheden die wettelijk bij de burgemeester liggen. Vanaf zomer 2022 is de burgemeester portefeuillehouder van Openbare orde en veiligheid en van Toezicht en Handhaving. De reflectie binnen het college op deze onderdelen heeft ertoe geleid dat het college in mei 2023 een voorstel heeft aangeboden aan de gemeenteraad om het beleidsplan integrale veiligheid en VTH-taken 2023-2026 vast te stellen. De reactie heeft u vanuit overmacht niet op uw gewenste moment bereikt, maar had u in het proces eveneens op andere wijze kunnen ontvangen. Rapport financiële risico’s GGD Hollands Noorden (GGD HN) U geeft aan dat in uw onderzoek niet is gebleken dat er terugkoppeling van het college naar de raad heeft plaatsgehad over het gebruiken van de bestuursrapportage met betrekking tot de eigenaarsrol (bijvoorbeeld in de raadscommissie Maatschappelijke ontwikkeling). Wij kunnen uw opmerking niet helemaal plaatsen. De gemeenteraad ontvangt altijd de jaarstukken/verantwoording en de begroting van GGD Hollands Noorden voor zienswijze. Regionaal is afgesproken om een gezamenlijke zienswijze af te geven via de RRN.
Na behandeling in de RRN-vergadering stelt de gemeenteraad een zienswijze vast die kenbaar wordt gemaakt bij het dagelijks bestuur van de GGD. Ambtelijk en bestuurlijk wordt regionaal samengewerkt. Dit betekent dat in de advisering van raad en college niet altijd een bestuurder of ambtenaar van de gemeente Den Helder het voortouw heeft. In de daarvoor Bezoekadres: Kerkgracht 1 1782 GJ Den Helder
Postadres: Postbus 36 1780 AA Den Helder
www.denhelder.nl Twitter: @Gem_DenHelder FB: gemeentedenhelder
telefoon 14 0223
zaaknummer: 2023-029941
Pagina 2 van 2
ingerichte portefeuillehoudersoverleggen en ambtelijke werkgroepen vindt daarop afstemming plaats. Wel is er recent een vacature ontstaan binnen de gemeente Den Helder, waarin ook het account van de GGD onderdeel van het takenpakket is. Rapport armoedebeleid en schuldhulpverlening In uw rapport geeft u aan dat de gemeente een nieuwe nota armoede en schuldhulpverlening gaat maken. Dit is niet correct. In de raadscommissie van 25 september 2023 zullen we een presentatie over de evaluatie armoedebeleid geven. In het collegeprogramma hebben we ook afgesproken dat we een actueel beleidskader voorbereiden met daarin beleidsparagrafen voor gezondheid, participatie, armoede, onderwijs, jeugd en Wmo. Dit beleidskader wordt 27 november 2023 vastgesteld in de gemeenteraad. Parallel daaraan ontwikkelen we een uitvoeringsplan schuldhulpverlening 2023-2026 dat aansluit op dit beleidskader. Aanbevelingen Wij onderschrijven de eerste aanbeveling om een verantwoordelijk portefeuillehouder aan te wijzen per onderzoek en een stappenplan te maken omtrent de aanbevelingen. Ten aanzien van de tweede aanbeveling over de informatievoorziening stellen wij voor de gemaakte afspraak te handhaven (terugkoppeling via de jaarrekeningen). Wij zijn het met u eens dat de opgenomen informatie daarin op dit moment te summier is en stellen voor daaraan verder uitwerking te geven.
Wij volgen ook uw aanbeveling op om in raadsvoorstellen die raakvlakken hebben met rekenkameronderzoeken, de aanbevelingen daaruit expliciet te benoemen. Tenslotte willen we de rekenkamercommissie van Den Helder ook dankzeggen voor hun onderzoeken. De conclusie van het rapport dat de rekenkamerrapporten leiden tot inzichten en inspiratie bij het college over de onderzoeksonderwerpen kunnen wij van harte onderschrijven. Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Den Helder,
J.A. (Jan) de Boer MSc. burgemeester
M.J. (Marc) Pothast secretaris
Nota van bevindingen Doorwerkingsonderzoek rekenkamercommissie Den Helder 15 juni 2023
Rekenkamercommissie Den Helder Onderzoekers Unravelling: ▪ Miriam Dorigo ▪ Rubin ten Broeke
Inhoudsopgave 1.
2.
3.
4.
5.
6.
Inleiding ............................................................................................................................. 3 1.1
Achtergrond ................................................................................................................ 3
1.2
Centrale vraag, deelvragen en normenkader ................................................................. 3
1.3
Onderzoeksmethodiek ................................................................................................. 4
1.4
Leeswijzer ................................................................................................................... 4
Rapport transformatie jeugdzorg ......................................................................................... 5 2.1
Opvolging aanbevelingen ............................................................................................. 5
2.2
Doorwerking rekenkamerrapport ................................................................................. 6
2.3
Analyse ....................................................................................................................... 7
Rapport toezicht en handhaving .......................................................................................... 9 3.1
Opvolging aanbevelingen ............................................................................................. 9
3.2
Doorwerking rekenkamerrapport ............................................................................... 11
3.3
Analyse ..................................................................................................................... 12
Rapport financiële risico’s GGD HN .................................................................................... 13 4.1
Opvolging aanbevelingen ........................................................................................... 13
4.2
Doorwerking rekenkamerrapport ............................................................................... 16
4.3
Analyse ..................................................................................................................... 16
Rapport armoedebeleid en schuldhulpverlening ................................................................. 18 5.1
Opvolging aanbevelingen ........................................................................................... 18
5.2
Doorwerking rekenkamerrapport ............................................................................... 21
5.3
Analyse ..................................................................................................................... 22
Leer- en verbeterpunten doorwerking rekenkameronderzoeken ......................................... 23 6.1
Eerdere doorwerkingsonderzoek ................................................................................ 23
6.2
Enquête .................................................................................................................... 25
6.3
Leerpunten uit andere doorwerkingsonderzoeken ...................................................... 26
6.4
Analyse ..................................................................................................................... 29
Bijlage 1.
Geraadpleegde personen ....................................................................................... 30
pagina 2
1.
Inleiding
1.1
Achtergrond
De rekenkamercommissie Den Helder voert iedere vier jaar een doorwerkingsonderzoek uit en heeft voor het onderhavige doorwerkingsonderzoek vier rekenkamerrapporten geselecteerd aan de hand waarvan zij de doorwerking wil onderzoeken. Het onderzoek zal bezien in hoeverre de door de rekenkamercommissie gedane aanbevelingen door de gemeenteraad en het college zijn opgepakt. In dit onderzoek is ook het opvolgen van de aanbevelingen uit het eerdere doorwerkingsonderzoek meegenomen. Het onderzoek is uitgevoerd door een extern bureau om de objectiviteit van deze ‘eigen’ evaluatie/doorwerking te waarborgen. 1.2
Centrale vraag, deelvragen en normenkader
Het doel van dit onderzoek was om inzicht te krijgen in de opvolging van de aanbevelingen en de doorwerking van de volgende rekenkameronderzoeken: • De effecten van de transformatie in de jeugdzorg (3 december 2018); • Toezicht en handhaving op het gebied van Openbare Orde en Veiligheid (2 juni 2020); • Financiële risico’s in perspectief: rekenkameronderzoek met betrekking tot de GGD Hollands Noorden (2 november 2020); • Voortgang van het armoedebeleid en de schuldhulpverlening (14 december 2020). Centrale vraag: In hoeverre en op welke wijze zijn de door de gemeenteraad overgenomen aanbevelingen uitgevoerd, en wat is de doorwerking van de rekenkamerrapporten in de gemeentelijke organisatie? Hieronder in tabel 1 een overzicht van de deelvragen en bijbehorende normen. Deelvragen
Normen
A. Opvolging aanbevelingen 1. Zijn de aanbevelingen uit de vier rekenkamerrapporten overgenomen en op welke wijze zijn deze opgevolgd? 2. Zijn de aanbevelingen uit het eerdere opvolgingsonderzoek aangenomen, op welke wijze zijn deze opgevolgd en hoe heeft het college daarover aan de gemeenteraad gerapporteerd? 3. Als het college een deel van de overgenomen aanbevelingen niet heeft
▪
▪
De aanbevelingen van de vier rekenkamerrapporten en het eerdere opvolgingsonderzoek zijn overgenomen; De aanbevelingen zijn door het college (en waar relevant de gemeenteraad) volledig opgevolgd door implementatie in beleid(svoornemens) en/of uitvoering en het college heeft hierover aan de raad gerapporteerd;1
Afgaand op eerder doorwerkingsonderzoek van de rekenkamercommissie Den Helder, voldoet het college aan deze norm als hij ten minste 75% van de aanbevelingen heeft geïmplementeerd. Bij 50-75% voldoet het college deels, en bij een percentage onder de 50% voldoet het college niet aan de norm. 1
pagina 3
opgevolgd, is dan duidelijk onderbouwd waarom hij dit niet heeft gedaan?
▪
Bij het niet opvolgen van de door de gemeenteraad overgenomen aanbevelingen onderbouwt het college deze keuze.
▪
De rekenkamerrapporten hebben gezorgd voor reflectie door het college op een bestaande probleemanalyse en/of beleid(spraktijk); De rekenkamerrapporten hebben geleid tot nieuwe inzichten en ideeën in het proces van agenderen, bespreken, meningsvorming en besluitvorming; De vier rekenkamerrapporten hebben geleid tot concrete veranderingen in het beleid, de uitvoering en/ of verantwoording over het gevoerde bestuur.
B. Doorwerking rapporten 4. Welke effecten hebben de vier rekenkamerrapporten gehad op inzichten en ideeën over het gemeentelijk beleid en de uitvoering daarvan? 5. Welke effecten hebben de vier rekenkamerrapporten gehad op het gemeentelijk beleid, de uitvoering daarvan en de verantwoording over het gevoerde bestuur?
▪
▪
C. Leren en verbeteren 6. Hoe kunnen gemeenteraad, college en de rekenkamercommissie zelf de opvolging van aanbevelingen verder verbeteren?
[geen norm]
Tabel 1. Deelvragen en normen doorwerkingsonderzoek.
1.3
Onderzoeksmethodiek
Het onderzoek begon met een documentstudie naar informatie over beleid en uitvoering die betrekking had op de vier thema’s van de rekenkamerrapporten, maar ook raadsvragen, informatiesessies, raadsinformatiebrieven etc. Vervolgens zijn de onderzoekers in gesprek gegaan met negen betrokkenen binnen de gemeente, waaronder verschillende ambtenaren en twee portefeuillehouders (zie bijlage 1). De volgende stap van het onderzoek betrof een enquête onder raadsleden, waarin zij input konden geven over hun ervaringen met de (rapporten van de) rekenkamercommissie Den Helder. Na afloop van de documentstudie, de interviews en de enquête onder raadsleden heeft een analyse plaatsgevonden van de verzamelde informatie (documenten, interviewverslagen en enquête). Dit heeft geleid tot het voorliggende bevindingenrapport.
1.4
Leeswijzer
In de hoofdstukken 2 t/m 5 komt per rekenkamerrapport de opvolging van de aanbevelingen en de doorwerking van elk van deze rapporten aan bod. In hoofdstuk 6 beschrijven we de leer- en verbeterpunten voor de doorwerking van rekenkameronderzoek. Daarbij gaan we in op het eerdere doorwerkingsonderzoek van de rekenkamercommissie, geven we tips voor de gemeenteraad en bespreken we de resultaten uit de enquête. In ieder hoofdstuk worden eerst de feiten besproken. De hoofdstukken sluiten af met een analyse met bijbehorende bevindingen.
pagina 4
2.
Rapport transformatie jeugdzorg
Dit hoofdstuk gaat achtereenvolgens in op de opvolging van de aanbevelingen en de doorwerking van het rapport transformatie jeugdzorg.
2.1
Opvolging aanbevelingen
2.1.1 Inleiding van het onderzoek In 2017/2018 heeft de rekenkamercommissie onderzoek uitgevoerd naar de jeugdzorg, met als centrale vraag: ‘Wat is (tot nu toe) het effect van de transformatie van de jeugdzorg in de gemeente Den Helder?’ Het doel was te onderzoeken in hoeverre het gevoerde beleid doelmatig en doeltreffend is geweest.2 In de gemeenteraad van 3 december 2018 besloot de raad de conclusies te onderschrijven en gaf het college de opdracht om de aanbevelingen uit te voeren. 3 4 2.1.2 Opvolging aanbevelingen Hieronder beschrijven we per aanbeveling of, en zo ja hoe, het college er opvolging aan heeft gegeven. In tabel 2 hieronder is een samenvatting weergegeven van de opvolging van de aanbevelingen. Daaronder geven we per aanbeveling een toelichting. Aanbevelingen van de rekenkamercommissie - Onderzoek transformatie jeugdzorg
Opgevolgd
1. Aan het college: Het analyseren van de lokale opgave. Inzicht in de ontwikkeling van de populatie is nodig om zicht te hebben op de opgave die er lokaal ligt en om de transformatie waar te maken.5
Ja
2. Aan het college: Het is voor de transformatie van belang dat de krachten worden gebundeld en er gezamenlijk - met de uitvoerende partners - wordt vastgesteld wat er nodig is voor de jeugdige in Den Helder. Op basis van de visie dient een vertaling naar de inkoopafspraken plaats te vinden, waarbij niet het aanbod van het zorglandschap maar de vraag van Den Helder centraal dient te staan.
Nee
3. Aan het college: Meer inzetten op samenwerking tussen beleid en uitvoering en lokale partners. Voor het ontwikkelen van een overkoepelende visie is het nodig dat beleid en uitvoering nauwer samenwerken en beleidsmedewerkers veel ophalen bij de uitvoering. Daarnaast dient er nauwer samengewerkt te worden met de lokale partners, waaronder huisartsen, aanbieders van voorliggende voorzieningen en het onderwijs.
Deels
4. Aan het college: Monitoren en evalueren. Op gezette momenten terugblikken op wat er is bereikt, geeft de mogelijkheid doelen bij te stellen en waar nodig het beleid aan te passen. Het is nodig de stuurinformatie in te richten op outputgegevens (aantallen en uitgaven) en outcome (wat is het resultaat voor de inwoner).
Nee
Tabel 2. Opvolging aanbevelingen transformatie jeugdzorg
Rekenkamercommissie Den Helder, De effecten van de transformatie in de jeugdzorg in Den Helder, 5 oktober 2018. Gemeente Den Helder, Raadsbesluit inzake het rapport van de rekenkamer commissie naar de effecten van de transformatie in de jeugdzorg, 3 december 2018. 4 Gemeente Den Helder, Raadsvoorstel rapport onderzoek naar de effecten van de transformatie in de jeugdzorg, 12 oktober 2018. 5 De formulering van de vier aanbevelingen uit dit rapport zijn zo overgenomen uit het raadsvoorstel over dit rekenkameronderzoek, en niet uit het rekenkamerrapport zelf (daarin zijn de aanbevelingen zeer uitgebreid geformuleerd). 2 3
pagina 5
Toelichting opvolging aanbeveling 1 De gemeente voert een brede analyse uit van de lokale opgave (verdeeld over zes thema’s 6) die de gemeente vervolgens vertaalt naar benodigde acties en verbindt aan het collegeprogramma. De doorontwikkeling van het Ketenhuis is daar een voorbeeld van. De aanbeveling heeft niet geleid tot een nieuwe analyse van de opgave met betrekking tot jeugd; de gemeente was al bezig met de analyse. Toelichting opvolging aanbeveling 2 Er is een beleidskader sociaal domein7, maar de gemeente heeft geen beleidsplan of visie voor jeugd. Uit de gesprekken komt naar voren dat de gemeente daarmee aan de slag gaat bij het herijken van het sociaal beleid; de gemeente is voornemens om eind 2023 een integraal beleidsplan te hebben voor het sociaal domein, waar jeugd onderdeel van uitmaakt. Het college geeft aan dat de beleidscyclus voor jeugd niet goed wordt doorlopen door onder meer het grote capaciteitstekort voor het team Jeugd. Toelichting opvolging aanbeveling 3 De gemeente voert intern gesprekken over het verbeteren van de samenwerking tussen beleid en uitvoering. Op dit moment vindt de uitwisseling tussen beleid en uitvoering nog onvoldoende plaats, al zijn er ook voorbeelden waarin deze samenwerking goed verloopt. Wanneer consulenten (uitvoering) op casusniveau escaleren, staat de beleidsadviseur bijvoorbeeld klaar.
Volgens de ambtelijk betrokkenen kan de samenwerking met lokale partners zoals huisartsen en gecertificeerde instellingen (GI’s) beter. In de regio werkte de gemeente samen met veel lokale partners (Open House model). Dit bemoeilijkte de samenwerking. Het college heeft er daarom voor gekozen om toe te werken naar een samenwerking met een beperkter aantal partners. De samenwerking met de zes subsidiepartners – waar de gemeente mee door ontwikkelt – verloopt goed. Toelichting opvolging aanbeveling 4 Zoals reeds vermeld, doorloopt de gemeente de beleidscyclus voor jeugd niet volledig. Er is geen jeugdbeleid ontwikkeld (zie aanbeveling 2), zodoende bestaat er geen formele beleidscyclus voor jeugdbeleid. Onder het overkoepelende beleidskader sociaal domein valt echter wel de ambitie om te streven naar minder jongeren die een beroep doen op de jeugdhulp: ‘minder jongeren in Den Helder [zijn] aangewezen op jeugdhulpverlening’.8 Over de aan deze ambitie verbonden acties koppelt het college terug in de P&C-producten, en de gemeente evalueert deze acties. De gemeente heeft een dashboard in Cognos, maar de betrokkenen geven aan dat de monitoringsinformatie daarin beperkt is.
2.2
Doorwerking rekenkamerrapport
2.2.1 Reflectie door het college en nieuwe inzichten en ideeën Het rapport is na publicatie binnen de gemeente gedeeld en er is door de betrokkenen over gesproken. Na die tijd is het rapport er echter niet meer bij gepakt.
De thema’s zijn: wonen en zorg, zorg en veiligheid, inkoop en subsidie s, onderwijs en zorg, wijkgericht werken, en gezondheid. Gemeente Den Helder, Helders Sociaal Beleid: het sociale verhaal van Den Helder, 16 december 2019. 8 Gemeente Den Helder, Helders Sociaal Beleid: het sociale verhaal van Den Helder, 1 6 december 2019, p. 5. 6 7
pagina 6
Het rapport heeft het college bij publicatie aan het denken gezet over hoe hij grip moet krijgen op de zorginstellingen. Door het hanteren van het Open House model had de gemeente immers de grip verloren op de grote hoeveelheid partners waarmee zij samenwerkte. Het college geeft aan dat het voor sommige aanbevelingen lastig was om deze op te volgen omdat het stressniveau op de jeugdzorg hoog ligt en de gemeente vooral bezig is met het ‘leggen van noodverbanden’. Ook speelde het tekort aan capaciteit binnen team jeugd een rol. Het rapport was van toegevoegde waarde voor het college omdat het aansloot bij een beweging die de gemeente al aan het inzetten was/al had ingezet, bijvoorbeeld als het gaat om het analyseren van de lokale opgave. Ook sluit het rapport op een hoger abstractieniveau aan bij de transformatiedoelen van de gemeente, gericht op normaliseren, demedicaliseren en de hulp dichterbij organiseren. 2.2.2 Veranderingen in beleid, uitvoering en/of verantwoording over gevoerde bestuur Het rapport was een bevestiging op de opdracht waar de gemeente voor stond. Gemeente Den Helder heeft geen jeugdbeleid en dat is niet veranderd door het rekenkamerrapport. De uitvoering is wel veranderd: de gemeente is bezig om het Open House model te verlaten en samen te werken met een kleiner aantal partners. De sturing door de raad op het onderwerp is beperkt.
Zo worden er weinig vragen over gesteld. Dit lijkt niet veranderd door het rapport.
2.3
Analyse
De analyse van de opvolging van de aanbevelingen en de doorwerking van het rekenkamerrapport leidt tot de bevindingen opgenomen in het volgende kader. Een nadere toelichting volgt onder het kader. Bevindingen ▪ Het college heeft één aanbeveling opgevolgd, één deels en twee niet. Waar aanbevelingen (deels) niet zijn overgenomen is duidelijk waarom het college deze niet heeft opgevolgd. Het college heeft de raad niet geïnformeerd over het (deels) niet opvolgen van de aanbevelingen (zie paragraaf 6.1). ▪ Het rapport heeft geleid tot reflectie bij het college, in de zin dat hij ‘aan het denken is gezet’ over hoe grip te krijgen op (externe) uitvoerders met betrekking tot jeugdzorg. ▪ De doorwerking van het rapport is tot nog toe beperkt. Het rapport is bekend binnen de organisatie en het college, maar is er tussentijds niet bij gepakt. Het college heeft de aanbevelingen van dit rapport deels opgevolgd. Het college maakt een analyse van de lokale opgave en voert gesprekken over de interne samenwerking. Er is echter nog geen jeugdbeleid, en monitoring en evaluatie vindt beperkt plaats. Daardoor kan de gemeente moeilijk grip en regie voeren, waardoor ook de raad moeilijk kan sturen. Het college onderbouwt waarom hij een deel van de aanbevelingen niet heeft opgevolgd, namelijk vanwege het stressniveau op jeugdzorg en het tekort aan capaciteit binnen team jeugd.
Uit de documentstudie blijkt dat het college de raad niet heeft geïnformeerd over het (deels) niet opvolgen van deze aanbevelingen (zie ook paragraaf 6.1).
pagina 7
De doorwerking van het rapport in beleid en uitvoering is beperkt. Het rapport is er tussentijds niet bij gepakt binnen de gemeente, en heeft niet geleid tot veranderingen in beleid. Er hebben veranderingen plaatsgevonden in de uitvoering, maar het is onduidelijk in hoeverre het rapport hieraan heeft bijgedragen. Hoewel de doorwerking van het rapport beperkt is, heeft het rapport het college aangezet om na te denken over het krijgen van grip op uitvoerders voor jeugdzorg.
pagina 8
3.
Rapport toezicht en handhaving
Dit hoofdstuk gaat achtereenvolgens in op de opvolging van de aanbevelingen en de doorwerking van het rapport toezicht en handhaving.
3.1
Opvolging aanbevelingen
3.1.1 Inleiding van het onderzoek In 2019 heeft de rekenkamercommissie deelgenomen aan een doe-mee-onderzoek naar toezicht en handhaving op het gebied van Openbare Orde en Veiligheid (OOV). De centrale vraag van het onderzoek was als volgt: ‘Welk toezichts- en handhavingsbeleid op het gebied van OOV heeft de gemeente vastgesteld en wordt dit beleid doelmatig en doeltreffend uitgevoerd?’ Het doel van het onderzoek was om de raad inzicht te bieden in de uitvoeringspraktijk van toezicht en handhaving op het gebied van OOV, waarbij er specifiek aandacht was voor de rol van de raad ten aanzien van de ontwikkelingen in dat domein. 9 In de gemeenteraad van 2 juni 2020 besloot de raad de conclusies te onderschrijven en gaf het college opdracht om de aanbevelingen uit te voeren. 10 11 Hoewel het college in zijn bestuurlijke reactie op het rapport aan gaf zich niet te herkennen in de derde aanbeveling, betekent het overnemen van alle aanbevelingen door de gemeenteraad dat het college ook de derde aanbeveling diende op te volgen. 3.1.1 Opvolging aanbevelingen Hieronder beschrijven we per aanbeveling of, en zo ja hoe, het college er opvolging aan heeft gegeven. In tabel 3 hieronder is een samenvatting weergegeven van de opvolging van de aanbevelingen. Daaronder geven we per aanbeveling een toelichting. Aanbevelingen van de rekenkamercommissie - Onderzoek toezicht en handhaving
Opgevolgd
1. Aan het college: Creëer inzicht in de inzet van het instrumentarium van de gemeente.
Ja
2. Aan het college en de raad: Sturing door de raad. • Zorg als raad dat je op de hoogte bent van wat er gebeurt en wat de knelpunten zijn. Stel niet alleen incidentgerichte vragen, maar vraag ook naar de praktijk binnen de gemeentelijke organisatie. • Richt een vragenuurtje in voor de raad. Dan kan een vraag eerst op laagdrempelige wijze aan de organisatie gesteld worden. • Vanuit de ambtelijke organisatie wordt het signaal gegeven dat raadsleden altijd contact op mogen nemen, en dat suggesties welkom zijn. Recent heeft een raadslid een dag meegelopen met handhaving. Beide partijen vonden dat een goede ervaring: dat kan dus vaker.
Deels
3. Aan het college: Maak in tijden van capaciteitsgebrek strategische keuzes over inzet.
Ja
Tabel 3. Opvolging aanbevelingen toezicht en handhaving.
Rekenkamercommissie Den Helder, Rekenkamerrapport onderzoek Toezicht en handhaving op het gebied van Openbare orde en veiligheid, april 2020. 10 Gemeente Den Helder, Raadsvoorstel met betrekking tot rapport rekenkamercommissie Den Helder over Toe zicht en Handhaving op het gebied van Openbare Orde en Veiligheid, 18 mei 2020. 11 Gemeente Den Helder, Raadsbesluit met betrekking tot rapport rekenkamercommissie Den Helder over Toezicht en Handhaving op het gebied van Openbare Orde en Veiligheid, 2 juni 2020. 9
pagina 9
Toelichting opvolging aanbeveling 1 Het college ondernam sinds 2020 meerdere acties om de verantwoording naar de raad over (onder andere) de inzet van het instrumentarium te verbeteren. Zo is het college in 2020 begonnen met het opstellen van het VTH-beleid 2021-2022.12 De gemeente heeft in 2021 een eerder uitvoeringsplan Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) uit 2019 geüpdatet (Uitvoeringsprogramma VTH 2021) en deze ter kennisgeving met de raad gedeeld. 13 In 2022 heeft de gemeente een uitvoeringsplan voor het hele team OOV opgesteld, waaronder de werkzaamheden van alle zes subteams vallen (dus niet alleen VTH, maar ook o.a. vergunningen en toezicht en het Ketenhuis).14 15 Het college heeft het plan gepresenteerd aan de raad en ter kennisgeving met hem gedeeld. Uit het interview met de ambtelijk betrokkenen komt naar voren dat de raad positief over dit uitvoeringsplan was omdat hierin alles voor toezicht en handhaving overzichtelijk bij elkaar staat (eerder betrof dit meerdere uitvoeringsplannen voor de verschillende subteams). Met de uitvoeringsplannen voorziet het college de raad beter dan voorheen van (verantwoordings-) informatie van de werkzaamheden en de capaciteit op het gebied van VTH. Het college voorziet de raad niet van gedetailleerde informatie over de (volledige) inzet van het instrumentarium. Echter is de informatievoorziening van het college (o.a.
evaluaties, raadsinformatiebrieven) dusdanig dat de raad op hoofdlijnen inzicht krijgt in het ingezette instrumentarium. Daarmee heeft het college de aanbeveling opgevolgd. Een voorbeeld van een evaluatie waarmee het college de raad heeft geïnformeerd over o.a. de inzet van het instrumentarium, is de Evaluatie Uitvoeringsprogramma’s VTH en Integraal Toezicht- en Handhavingsplan uit 2021. 16 Toelichting opvolging aanbeveling 2 Het college heeft geen vragenuurtje voor de raad ingericht. De gesproken betrokkenen geven aan dat de achtergrond hiervan is dat een vragenuurtje een te hoge druk op de raad zou leggen om te ‘zoeken’ naar vragen. In plaats van een vragenuurtje probeert de gemeente de drempel voor de raad laag te houden om contact op te nemen met beleidsmedewerkers van OOV. Het college betrekt de raad middels verschillende bijeenkomsten ten aanzien van toezicht en handhaving om daarmee informatie op te halen bij de raad, en er zo voor te zorgen dat hij beter kan sturen. Voorbeelden daarvan zijn een informatiesessie over Sail 2023 waar team OOV bij betrokken is en een bijeenkomst op 4 oktober 2022 over de ambities van het nieuwe beleidsplan. 17 18 De betrokkenen merken dat de verbinding met de raad beter wordt. Volgens de geïnterviewden kan de raad daardoor beter sturen. De raad stelt bijvoorbeeld vragen over de toezicht op de huisvesting van Oekraïners.
Gemeente Den Helder, Raadsbesluit vaststellen van het VTH-beleid 2021-2022, 6 april 2021. Gemeente Den Helder, College van burgemeester en wethouders, Raadsinformatiebrief Evaluatie VTH en het nieuwe Uitvoeringsprogramma 2021. 14 De subteams zijn: 1) veiligheid en informatie 2) juridische handhaving en vergunningverlening bijzondere wetten; 3) handhaving openbare ruimte, wijk en bijzondere wetten (BOA’s); 4) vergunningen en toezicht; 5) woon - en adresfraude, mensenhandel; 6) het Ketenhuis. 15 Gemeente Den Helder, College van burgemeester en wethouders, Collegebesluit Evaluatie 2 021 Toezicht Handhaving Vergunningen en Veiligheid, 29 maart 2022. 16 Gemeente Den Helder, Evaluatie VTH en IT&H, 2021. 17 Gemeente Den Helder, College van burgemeester en wethouders, Uitnodiging raadsbijeenkomst Handhaving en Veiligheid, 4 oktober 2022. 18 Gemeente Den Helder, College van burgemeester en wethouders, Uitnodiging informatieavond voor raads- en commissieleden met betrekking tot Sail Den Helder 2023, 6 februari 2023. 12 13
pagina 10
Uit de documentstudie blijkt niet dat de gemeenteraad ook meer naar de praktijk binnen de gemeentelijke organisatie vraagt (in plaats van incidentgerichte vragen). Raadsvragen ten aanzien van toezicht en handhaving gaan bijvoorbeeld of toezicht bij station Zuid, inbraken, scooteroverlast en overlast bij een parkeergarage. Voor het doorwerkingsonderzoek is gebruik gemaakt van een enquête onder raadsleden. Uit de ontvangen reacties is niet op te maken welke visie de raad heeft over de sturing van toezicht en handhaving. Toelichting opvolging aanbeveling 3 Het college gebruikt een afwegingskader op basis van de Landelijke Handhavingsstrategie (LHS) in het VTH-beleid 2021-2022 als uitgangspunt voor welk instrument hij wanneer inzet. Dit doet het college omdat er ‘[…] onvoldoende capaciteit [is] om overal toezicht op te houden en te handhaven. Er moeten keuzes worden gemaakt.’ 19 Naast dit afwegingskader hanteert het college ook een risicomethodiek als uitgangspunt in het VTH-beleid. Het stellen van prioriteiten voor de beschikbare middelen gebeurt in deze risicomethodiek op basis van een risicoanalyse. 20 Het team OOV heeft de laagste ervaren werkdruk van alle teams. Dit komt omdat het voor werknemers duidelijk is wat de rol, taak en verantwoordelijkheden van team OOV zijn, en doordat er keuzes worden gemaakt in de te verrichten werkzaamheden.
Deze werkwijze helpt volgens de betrokkenen ook goed in het gesprek met de raad: het college kan de raad hierdoor goed uitleggen welke prioriteiten toezicht en handhaving heeft.
3.2
Doorwerking rekenkamerrapport
3.2.1 Reflectie door het college en nieuwe inzichten en ideeën Voor dit onderzoek is de betrokken portefeuillehouder (de burgemeester) wel uitgenodigd, maar hij heeft uiteindelijk helaas niet deelgenomen aan het gesprek. Daardoor is het niet duidelijk of dit rekenkameronderzoek heeft geleid tot een reflectie door het college op een bestaande probleemanalyse en/of beleid(spraktijk). Uit het gesprek met de ambtelijk betrokkenen komt wel naar voren dat het rapport een waardevol overzichtsdocument was omdat het liet zien hoe de gemeente ervoor stond voor toezicht en handhaving. De toegevoegde waarde van het rapport zit verder in de onafhankelijke blik op toezicht en handhaving, en om daarmee te zien wat er eventueel beter kan. 3.2.2 Veranderingen in beleid, uitvoering en/of verantwoording over gevoerde bestuur Het college heeft nieuw VTH-beleid en uitvoeringsdocumenten opgesteld sinds de publicatie van het rapport. De gemeente had ook zonder het rekenkamerrapport dit beleid en de uitvoeringsplannen opgesteld. Voor het opstellen van beleid heeft de gemeente vooral naar de vraag vanuit de maatschappij gekeken en niet zozeer naar het rapport. Wel heeft het rekenkamerrapport er mogelijk voor gezorgd dat dit proces sneller is gegaan. Het rapport heeft team OOV geholpen met de bedrijfsvoering en de inrichting van het team. Tot 2020 had team OOV 48 medewerkers, nu zijn er 55.
De gemeente heeft daarnaast in 2022 de koppeling tussen beleid en uitvoering versterkt. 19 20
Gemeente Den Helder, College van burgemeester en wethouders, VTH-beleid 2021-2022, 6 april 2021, p. 20. Gemeente Den Helder, College van burgemeester en wethouders, VTH-beleid 2021-2022, 6 april 2021, p. 4.
pagina 11
Het college neemt de raad volgens de ambtelijk betrokkenen beter mee door meer (verantwoordings)informatie (aanbeveling 1), bijvoorbeeld in de uitvoeringsplannen en de evaluaties daarvan. Ook organiseert het college informatiesessies waarin het college de raad informeert over de stand van zaken voor toezicht en handhaving.
3.3
Analyse
De analyse van de opvolging van de aanbevelingen en de doorwerking van het rekenkamerrapport leidt tot de bevindingen opgenomen in het volgende kader. Een nadere toelichting volgt onder het kader. Bevindingen ▪ Het college heeft twee aanbevelingen opgevolgd, en één aanbeveling deels. Voor de deels niet opgevolgde aanbeveling is duidelijk waarom deze deels niet is opgevolgd. Het college heeft de raad echter niet geïnformeerd over het deels niet opvolgen van deze aanbeveling (zie paragraaf 6.1). ▪ Het rapport heeft geleid tot inzicht voor de gemeente in de stand van zaken voor toezicht en handhaving, en heeft geholpen met de bedrijfsvoering en inrichting van team OOV. ▪ Het is onduidelijk of het rapport heeft geleid tot reflectie op toezicht en handhaving door het college. ▪ Het rapport heeft beperkte doorwerking gehad in beleid en uitvoering, maar heeft mogelijk wel gezorgd voor een versnelling van het proces om te komen tot nieuw beleid. Het college heeft twee aanbevelingen volledig opgevolgd en één aanbeveling deels. Het college heeft geen vragenuurtje voor de raad ingericht. Een onderbouwing vanuit de gemeente voor het niet inrichten van een vragenuurtje, is dat zij de raad geen druk op wilde leggen om naar vragen te ‘zoeken’.
Uit de documentstudie blijkt verder dat het college de raad niet heeft geïnformeerd over het deels niet opvolgen van een van de aanbevelingen (zie ook paragraaf 6.1). Doordat de portefeuillehouder voor dit rapport niet is gesproken, is onduidelijk of het rapport heeft geleid tot een reflectie op toezicht en handhaving door het college. Binnen de gemeente heeft het rapport geholpen om zicht te krijgen op de stand van zaken ten aanzien van toezicht en handhaving. Het rapport heeft enige doorwerking gehad in beleid en uitvoering. Het rapport heeft er mogelijk voor gezorgd dat het proces van het opstellen van nieuw beleid wat sneller is gegaan. Ten aanzien van doorwerking in uitvoering heeft het rapport de gemeente geholpen bij de bedrijfsvoering en de inrichting van het team OOV.
pagina 12
4.
Rapport financiële risico’s GGD HN
Dit hoofdstuk gaat achtereenvolgens in op de opvolging van de aanbevelingen en de doorwerking van het rapport financiële risico’s GGD Hollands Noorden (GGD HN).
4.1
Opvolging aanbevelingen
4.1.1 Inleiding van het onderzoek In 2019 hebben de rekenkamercommissies van acht gemeenten – waaronder rekenkamercommissie Den Helder – besloten gezamenlijk onderzoek uit te voeren naar de GGD HN.21 De centrale vraag van het onderzoek was als volgt: ‘Welke risico’s lopen de afzonderlijke gemeenten binnen het huidige financieel meerjarenperspectief en op welke wijze kunnen de gemeenteraden en de colleges de grip op deze risico’s verstevigen?’ Het doel van het onderzoek was om de gemeenteraden inzicht te bieden in de risico’s en het financiële meerjarenperspectief van de GGD HN. In zijn bestuurlijke reactie op het rapport gaf het college van Den Helder aan dat hij de rekenkamercommissie erkentelijk was voor de bijdrage van het rapport en het bieden van inzicht in de GGD HN. Het college onderschrijft de conclusies, en de meeste aanbevelingen. Het college onderschrijft de zesde aanbeveling uit het rapport niet (zie de tekst onder ‘toelichting opvolging aanbeveling 6’ hieronder). In de gemeenteraad van 2 november 2020 besloot de raad de conclusies te onderschrijven en gaf het college opdracht om de aanbevelingen uit te voeren. 22 23 Hoewel het college in zijn bestuurlijke reactie op het rapport aan gaf zich niet te herkennen in de zesde aanbeveling, betekent het overnemen van alle aanbevelingen door de gemeenteraad dat het college ook deze aanbeveling diende op te volgen.
4.1.1 Opvolging aanbevelingen Hieronder beschrijven we per aanbeveling of, en zo ja hoe, het college er opvolging aan heeft gegeven. In tabel 4 hieronder is een samenvatting weergegeven van de opvolging van de aanbevelingen. Daaronder geven we per aanbeveling een toelichting. Aanbevelingen van de rekenkamercommissie – Onderzoek financiële risico’s GGD HN
Opgevolgd
1. Aan het college: Maak topprioriteit van de besturing en beheersing van de financiële risico’s van de GGD in zijn algemeenheid en met betrekking tot het digitaal dossier en Veilig Thuis en andere openeinderegelingen (zoals bijvoorbeeld de WvGGZ) in het bijzonder.
Deels
2. Aan het college: Verzoek de GGD Hollands Noorden om via de bestuursrapportage naast over de financiële risico’s en de nadere toelichting en context ervan ook te rapporteren over de continuïteit van de dienstverlening in relatie tot de invulling van vacatures.
Nee
3. Aan het college en de gemeenteraad: Dring bij de Regietafel Noord-Holland Noord aan op een versnelde uitvoering van de toezegging om na te gaan in hoeverre gebruik wordt gemaakt van de bestuursrapportage met betrekking tot de eigenaarsrol van de gemeenteraden.
Nee
Het betrof de rekenkamercommissies van de gemeenten Alkmaar, Bergen, Castricum, Den Helder, Heiloo, Langedijk, Schagen en Texel. 22 Gemeente Den Helder, Raadsvoorstel met betrekking tot onderzoek Rekenkamercommissie naar GGD Hollands Noorden, 6 oktober 2020. 23 Gemeente Den Helder, Raadsbesluit met betrekking tot rapport rekenkamercommissie Den Helder over Toezicht en Handhaving op het gebied van Openbare Orde en Veiligheid, 2 november 2020. 21
pagina 13
Aanbevelingen van de rekenkamercommissie – Onderzoek financiële risico’s GGD HN
Opgevolgd
4. Aan de gemeenteraad: Overweeg vaste agendering van de stukken voor de vergaderingen van het Algemeen Bestuur van de GGD Hollands Noorden in gemeentelijk commissieverband en ga erover in gesprek met de portefeuillehouder Volksgezondheid om hem/haar te voeden voor de inbreng in de vergadering van het Algemeen Bestuur.
Deels
5. Aan de gemeenteraad: Overweeg om te gaan werken met een klankbordgroep voor de portefeuillehouder Volksgezondheid en een rapporteur vanuit de gemeenteraad met betrekking tot de GGD Hollands Noorden.
Deels
6. Aan het college: Herzie het proces van vraag en aanbod van de jaarlijkse dienstverlening door de GGD door als gemeenten vanuit het lokale volksgezondheidsbeleid een opdracht te formuleren voor de GGD, die op 2/2 basis daarvan een meerjarenuitvoeringsprogramma maakt in samenspraak met de individuele gemeenten en over de uitvoering rapporteert via de bestuursrapportage aan de opdrachtgevende colleges.
Nee
7. Aan het college en de gemeenteraad: Scherp de invulling van de Governancerollen van opdrachtgever en eigenaar met betrekking tot de GGD Hollands Noorden aan. Geef als portefeuillehouder Volksgezondheid meer dan nu herkenbaar invulling aan de opdrachtgeversrol en rapporteer hierover in de eigen gemeentelijke P&C-cyclus op basis van de rapportage vanuit de GGD aan de opdrachtgevende colleges. 8. Aan het college: Het besluit van de raad van de gemeente Den Helder te delen met de overige gemeenten die bij dit gezamenlijke onderzoek betrokken zijn.
Deels
Nee
Tabel 4. Opvolging aanbevelingen financiële risico’s GGD HN.
Toelichting opvolging aanbeveling 1 Sinds het rekenkameronderzoek hebben zich meerdere ontwikkelingen voortgedaan. Alle gemeenteraden van de aan de GGD HN deelnemende gemeenten hebben akkoord gegeven om te stoppen met het digitaal dossier. Door de complexiteit van de casus en doordat er veel speelde omtrent het digitaal dossier, heeft deze aanbeveling de gemeente niet geholpen om dit dossier beter te laten verlopen. Daarnaast is Veilig Thuis in 2022 opgenomen in de gemeenschappelijke regeling van de GGD. Dit speelde al vóór de aanbeveling van de rekenkamercommissie. De bestuurlijke aandacht voor wat er nodig is bij de GGD, is veranderd in coronatijd. Het college geeft aan dat er bijvoorbeeld meer aandacht is gegaan naar ICT(-beveiliging). Toelichting opvolging aanbeveling 2 Er was behoefte aan rapportage door GGD HN met meer meetbare indicatoren, zo blijkt uit ambtelijke overleggen tussen de zestien deelnemende gemeenten. Sinds 2021 rapporteert de GGD HN meer over indicatoren (KPI’s). Zo geeft de GGD meer informatie over wat er onder aanvullende diensten valt van de GGD HN, en wat er onder de wettelijke taken valt. In de jaarstukken van 2021 benoemt de GGD HN bijvoorbeeld indicatoren die zijn gekoppeld aan beoogde maatschappelijke effecten. 24 De GGD HN rapporteert in de bestuursrapportages echter niet over de invulling van vacatures.
Toelichting opvolging aanbeveling 3 Het college geeft aan dat hij de gemeenteraad in coronatijd goed heeft geïnformeerd over de ontwikkelingen bij de GGD. Deze informatie was volgens het college informerend (niet kaderstellend). Uit het onderzoek blijkt niet dat terugkoppeling van het college naar de raad heeft 24
GGD Hollands Noorden, Jaarstukken 2021, april 2022.
pagina 14
plaatsgehad over het gebruiken van de bestuursrapportage met betrekking tot de eigenaarsrol (bijvoorbeeld in de raadscommissie Maatschappelijke ontwikkeling). Toelichting opvolging aanbeveling 4 Uit de documentstudie volgt dat de stukken van het Algemeen Bestuur van de GGD niet in de raadscommissie Maatschappelijke ontwikkeling worden geagendeerd. Het college heeft wel geïnvesteerd in het bespreken van de financiële bedrijfsvoering van de GGD, bijvoorbeeld via de Regioraad en door te werken met raadsrapporteurs. Dat zorgt er volgens het college voor dat raadsleden zich goed kunnen voorbereiden en inlezen. Daarmee wordt ook het gesprek tussen raadsleden en het college bevorderd. Vóór het rekenkameronderzoek (in 2016) is door vier raden (waaronder de Helderse raad) de Regionale Raadscommissie Noordkop (RRN) opgericht. Daarin worden regionale adviezen opgesteld en kunnen raadsleden aanschuiven en dingen inbrengen. Uit de gesprekken komt naar voren dat Helderse raadsleden hierin minder actief betrokken zijn. Toelichting opvolging aanbeveling 5 De gemeente heeft geen eigen klankbordgroep voor de GGD. Er is wel een financiële klankbordgroep die bestaat uit adviseurs/controllers van gemeenten (waaronder Den Helder). Deze klankbordgroep is georganiseerd door de GGD en twaalf jaar geleden opgericht.
25 In 2021 is een pilot gestart om te werken met regionale raadsrapporteurs en ook heeft Den Helder in 2021 gewerkt met raadsrapporteurs.26 In het laatste overleg van de regionale raadsrapporteurs is echter te lezen dat de gemeente daarvoor ‘[…] geen Regionale Raadsrapporteur heeft afgevaardigd’.27 Het college geeft in het gesprek aan dat het lastig was om raadsleden te vinden om raadsrapporteur te zijn. Toelichting opvolging aanbeveling 6 Het college heeft deze aanbeveling niet onderschreven, zo blijkt uit de bestuurlijke reactie op het rapport. De reden die het college daarvoor noemt in de bestuurlijke reactie op het rapport, is dat hij deze ‘rolomkering’ niet realistisch acht. De GGD HN is volgens het college inhoudelijk expert, niet de gemeente. Ook vergt het een grote investering van de gemeente. Bovendien zou de gemeenteraad volgens het college – blijkens een gesprek dat in het eerdere rekenkameronderzoek was gevoerd – zich niet willen bezighouden met de uitvoering, maar juist behoefte hebben aan transparantie. 28 Uit de gesprekken komt naar voren dat het college deze aanbeveling niet heeft opgevolgd. De aanbevolen herziening van het proces van vraag en aanbod is volgens de gemeente niet realistisch.
Er is een Regionaal Preventieakkoord waarmee de gemeenten regie kunnen uitoefenen: daarin kunnen de gemeenten en de GGD de prioriteiten met betrekking tot gezondheid met elkaar in lijn brengen.
GGD Hollands Noorden, Notitie Rol en verantwoordelijkheden Klankbordgroep financiën GGD HN 1.1, 28 oktober 2020. GGD Hollands Noorden, Rapportage Regionale Raadsrapporteurs, 18 mei 2021. 27 GGD Hollands Noorden, Rapportage Regionale Raadsrapporteurs inzake Kadernota GGD 2024 en het Herstelplan GGiD, 24 januari 2023. 28 Gemeente Den Helder, College van Burgemeester en Wethouders, Bestuurlijk wederhoor rapport naar de GGD Hollands Noorden: Financiële risico’s in perspectief, 12 mei 2020. 25 26
pagina 15
Toelichting opvolging aanbeveling 7 Het college maakt onderscheid in zijn toezichthoudende en eigenaarsrol. Een van de gesproken portefeuillehouders houdt zich bezig met het lokale volksgezondheidsbeleid, en kan daardoor kritisch zijn op wat de GGD HN levert. De andere portefeuillehouder handelt vanuit het Dagelijks Bestuur in het belang van de GGD HN. Op die wijze probeert het college invulling te geven aan de invulling van de governancerollen. Het college rapporteert in de P&C-cyclus alleen over de eigenaars- en opdrachtgeversrol wanneer er iets ‘bijzonders’ gebeurt. Een voorbeeld daarvan is de situatie met de GGiD. Toelichting opvolging aanbeveling 8 Het raadsbesluit van Den Helder blijkt na een navraag hierover bij de griffie niet gedeeld met overige gemeenten.
4.2
Doorwerking rekenkamerrapport
4.2.1 Reflectie door het college en nieuwe inzichten en ideeën Het college geeft aan dat het rapport aansloot op zorgen die hij zelf ook had over de GGD HN. Volgens het college is het ingewikkeld om als gemeente de grip op verbonden partijen goed te organiseren. In het geval van de GGD HN is dit nog lastiger, omdat er meerdere gemeenten bij betrokken zijn. Het college vindt dat er met dit rapport op het juiste moment aandacht is gegeven door de rekenkamercommissie aan de GGD HN. 4.2.1 Doorwerking in beleid en uitvoering Binnen ambtelijke regionale overleggen is het rapport door de verschillende gemeenten besproken om duidelijk te krijgen wat zij met de aanbevelingen moesten doen. Uit de interviews blijkt echter dat in gemeente Den Helder niemand ‘eigenaar’ van de aanbevelingen was. Doordat een deel van de aanbevelingen ging over de rol van de raad, was het voor de afdeling Jeugd onduidelijk of de raad daarmee aan de slag zou gaan en wie deze aanbevelingen dan precies moest oppakken. Vanuit het college zijn, richting het ambtelijk apparaat, geen aanwijzingen gekomen of een verantwoordelijke aangewezen om de aanbevelingen op te volgen. Het college vindt het lastig om te bepalen wat de doorwerking van dit rapport is geweest in beleid en uitvoering.
Dat komt onder andere omdat de gemeente in de coronaperiode weinig invloed had op de GGD HN vanwege de grote bevoegdheden die ministers en de Veiligheidsregio hadden. Ook had de GGD HN in die periode andere prioriteiten.
4.3
Analyse
De analyse van de opvolging van de aanbevelingen en de doorwerking van het rekenkamerrapport leidt tot de bevindingen opgenomen in het volgende kader. Een nadere toelichting volgt onder het kader.
pagina 16
Bevindingen ▪ Het college heeft vier aanbevelingen deels opgevolgd en vier niet. ▪ Waar het college aanbevelingen niet of deels heeft opgevolgd, is meestal niet duidelijk waarom het college deze aanbevelingen (deels) niet heeft opgevolgd. Het college heeft de raad niet geïnformeerd over het (deels) niet opvolgen van de aanbevelingen (zie paragraaf 6.1). ▪ De doorwerking van het rapport is beperkt. Dit komt omdat niemand ‘eigenaar’ was van de aanbevelingen. De aanbevelingen uit dit rapport zijn allemaal deels of niet overgenomen door het college. Het college geeft – behalve bij aanbevelingen 1 en 6 – niet duidelijk aan waar deze beperkte opvolging door komt. Een mogelijke verklaring voor de beperkte opvolging is dat dit rapport een gezamenlijk rapport betrof waarbij het voor de betrokken gemeenten onduidelijk was wie de ‘eigenaar’ was van de aanbevelingen. Ook van de aanbevelingen die waren gericht aan de raad was het voor de gemeente onduidelijk wie deze precies moest oppakken. Uit de documentstudie blijkt dat het college de raad niet heeft geïnformeerd over het (deels) niet opvolgen van deze aanbevelingen (zie ook paragraaf 6.1). Het rapport was voor het college nuttig: het gaf hen op het juiste moment inzicht in de grip op een (complexe) verbonden partij.
Door de relatief lage opvolging van de aanbevelingen heeft het rapport weinig doorwerking gehad in beleid en uitvoering ten aanzien van de financiële risico’s voor GGD HN.
pagina 17
5.
Rapport armoedebeleid en schuldhulpverlening
Dit hoofdstuk gaat achtereenvolgens in op de opvolging van de aanbevelingen en de doorwerking van het rapport armoedebeleid en schuldhulpverlening.
5.1
Opvolging aanbevelingen
5.1.1 Inleiding van het onderzoek In 2019 en 2020 heeft de rekenkamercommissie onderzoek uitgevoerd naar armoede en schulden. De centrale vraag van het onderzoek was als volgt: ‘Zijn de doelstellingen die geformuleerd zijn in de beleidsplannen een adequate vertaling van de probleemanalyse voor de gemeente Den Helder?’ Het rekenkameronderzoek had als doel om de gemeenteraad inzicht te geven in de voortgang van het beleid rondom armoede en schulden en te beoordelen of de maatregelen van de gemeente adequaat zijn gezien de maatschappelijke en lokale ontwikkelingen op dit gebied. In zijn reactie gaf het college van Den Helder aan de conclusies en aanbevelingen uit het onderzoek te omarmen. 29 In de gemeenteraad van 14 december 2020 besloot de raad de conclusies te onderschrijven en gaf het college opdracht om de aanbevelingen uit te voeren. 30 31 5.1.2 Opvolging aanbevelingen Hieronder beschrijven we per aanbeveling of, en zo ja hoe, het college er opvolging aan heeft gegeven. In tabel 5 hieronder is een samenvatting weergegeven van de opvolging van de aanbevelingen. Daaronder geven we per aanbeveling een toelichting. Aanbevelingen van de rekenkamercommissie - onderzoek armoedebeleid en schuldhulpverlening