CConstaterende datDen Helder
Koppel je AI →
Document · PDF

BOPA Julianadorp - Akkerbouwstraat 1.pdf

Raadscommissie Stadsontwikkeling en Beheer 7 april 2025, gemeente Den HelderBij agendapunt: 7: Voorstel tot het afgeven van een advies over de aanvraag omgevingsvergunning Prinses Margrietschool - ten westen van Akkerbouwstraat 1.37.241 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Als uit dit nader onderzoek blijkt dat er rugstreeppadden in het project gebied aanwezig zijn, dan dient er een vergunning aangevraagd te worden voor een Flora- en Fauna-activiteit voor de uitvoering van de werkzaamheden. Pas als de vergunning voor de Flora- en Fauna-activiteit is verleend, dan wordt er een paddenscherm en vangprogramma opgestart. Het plan is om in het vroege voorjaar (april) een paddenscherm met vangemmers te plaatsen. Dit is een gebruikelijke en effectieve maatregel om rugstreeppadden buiten het werkgebied te houden en ze veilig te vangen of te begeleiden naar een geschikte locatie. Tot die tijd is het echter belangrijk om géén bodemingrepen of andere verstorende werkzaamheden in de zandige gebieden uit te voeren, aangezien de dieren zich daar mogelijk nu bevinden voor hun winterslaap. Voor overige soorten/soortgroepen is er uit ecologisch oogpunt geen bezwaar om het plan te realiseren. In onderstaande tabel de maatregelen/ecologisch nader onderzoek per soort/soortgroep/natuurgebied. Tabel 1 Ecologische maatregelen / ecologisch onderzoek

35/592

Algemene zorgplicht Onder de Omgevingswet geldt, net als voorheen onder de Wet natuurbescherming, een zorgplicht voor alle in het wild levende dieren. Die zorgplicht houdt in dat de werkzaamheden die nadelig kunnen zijn voor dieren en planten in redelijkheid zoveel mogelijk worden nagelaten of maatregelen worden genomen om onnodige schade aan dieren en planten te voorkomen. Conclusie Er dient eerst vervolgonderzoek plaats te vinden naar de rugstreeppad dat volgens de vigerende kennisdocumenten en protocollen wordt uitgevoerd. Dit vervolgonderzoek is uitgezet. Als blijkt dat de rugstreeppad in het project gebied aanwezig is, dan dient er een vergunning aangevraagd te worden voor een Flora- en Fauna-acitiviteit. Pas dan kan zal voor de Rugstreeppad een paddenscherm worden geplaatst en vangprogramma worden opgestart. Voor overige soorten/soortgroepen is er uit ecologisch oogpunt geen bezwaar om het plan te realiseren. Tevens zal er bij de uitvoering van het initiatief rekening worden gehouden met de algemene zorgplicht.

5.6

Luchtkwaliteit

Toetsingskader Als een omgevingsvergunning-betrekking heeft op een activiteit die leidt tot een verhoging van de concentratie in de buitenlucht van luchtverontreinigende stoffen, kan deze op grond van het Bkl alleen worden verleend als de omgevingswaarden voor deze stoffen in acht worden genomen. Dit wil zeggen dat deze omgevingswaarden niet mogen worden overschreden. De kans op overschrijding is met name aanwezig als een activiteit in of nabij een aandachtsgebied plaatsvindt. In deze gebieden (aangewezen in het Bkl) bestaat een reële kans op (een dreigende) overschrijding van een omgevingswaarde. Onderzoek zal moeten uitwijzen of de activiteiten die zorgen voor een toename van de verkeersintensiteit op wegen, vaarwegen of spoorwegen en milieubelastende activiteiten daadwerkelijk leidt tot een overschrijding van de omgevingswaarden. Onderzoek is niet nodig als de activiteit 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Dit is het geval als activiteiten leiden tot een verhoging van de kalenderjaargemiddelde concentratie in de buitenlucht van zowel stikstofdioxide als PM10 van 1,2 µg/m³ of minder. Daarnaast zijn in het

36/592

Bkl standaardactiviteiten genoemd die niet in betekenende mate bijdragen, waaronder: 1. gebouwen met een kantoorfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan, met: a. één ontsluitingsweg: een bruto-vloeroppervlakte van ten hoogste 100.000 m2; of b. twee ontsluitingswegen: een gelijkmatige verkeersverdeling en een bruto-vloeroppervlakte van ten hoogste 200.000 m2; 2. gebouwen met een woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan, met: a. één ontsluitingsweg: ten hoogste 1.500 woningen; of b. twee ontsluitingswegen: ten hoogste 3.000 woningen; Toetsing Het projectgebied bevindt zich niet in één van de in artikel 5.51 (van het Bkl) vermeldde aandachtsgebieden voor stikstofdioxide en fijnstof. In totaal betreft het initiatief de realisatie van een school met een BVO kleiner dan 100.000 m2 en valt onder de standaardgevallen niet in betekenende mate luchtkwaliteit, zoals vermeld in Artikel 5.54 van het Bkl. Met betrekking tot het aspect luchtkwaliteit is de beoogde ontwikkeling in overeenstemming met de instructieregels van het Bkl. Naast een beoordeling van de bijdrage aan de luchtkwaliteit door de activiteit zelf is het ook nodig om te beoordelen of de nieuwe functie aan de betreffende locatie kan worden toegewezen gelet op de achtergrondconcentratie van luchtverontreinigende stoffen. Dit kan worden beoordeeld met behulp van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK).

Uit de kaart blijkt dat in 2022 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof in de plangebieden ruimschoots onder de omgevingswaarden (genoemd in Artikel 2.4 en Artikel 2.5 van het Bkl) lagen. De luchtkwaliteit ter plaatse is aanvaardbaar. Conclusie Op het gebied van luchtkwaliteit zijn er geen belemmeringen voor dit project.

5.7

Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen

Toetsingskader Wanneer met een BOPA een geluidgevoelig object mogelijk wordt gemaakt, zal bij vergunningverlening rekening gehouden moeten worden met het geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen op geluidgevoelige gebouwen in een geluidaandachtsgebied. Dit betekent dat bij het toelaten van een geluidgevoelig object in een geluidaandachtsgebied een belangenafweging zal moeten worden gemaakt en deze goed zal moeten worden gemotiveerd. Daarnaast zal de omgevingsvergunning voor de BOPA erin moeten voorzien dat het geluid door een weg, spoorweg of industrieterrein op geluidgevoelige gebouwen binnen een aandachtsgebied op grond van het Bkl aanvaardbaar is . Het geluid op de gevel van een geluidgevoelig object door een weg, spoorweg of industrieterrein is in ieder geval aanvaardbaar als dit niet hoger is dan de standaardwaarde uit van het Bkl. Ook moet de aanvaardbaarheid van het gecumuleerde geluid op een geluidgevoelig gebouw worden beoordeeld . Een overschrijding van de grenswaarden is alleen mogelijk als er geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om aan de grenswaarden te voldoen, de overschrijding zoveel mogelijk wordt beperkt. Geluidbeperkende maatregelen worden in aanmerking genomen als die financieel doelmatig zijn en daartegen

37/592

geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan. Verder wordt rekening gehouden met het belang van een geluidluwe gevel. Bij het overschrijden van de standaard- of grenswaarden wordt het gecumuleerde geluid beoordeeld en het gezamenlijk geluid bepaald en vastgelegd in het omgevingsplan (bij een BOPA mag dit in een later stadium). Toetsing De nieuw te realiseren basisschool en kinderopvang worden aangemerkt als geluidgevoelige gebouwen omdat er sprake is van een gebouw met ‘onderwijsfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan’ en met een ‘bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan’. De beoogde ontwikkeling ligt binnen het tijdelijke geluidaandachtsgebied van 200 meter van de 50 km/uur weg de Zuiderhaaks. Daarnaast ligt get projectgebied in het tijdelijke geluidaandachtsgebied van 100 meter van de 30 km/uur wegen Akkerbouwstraat en Landbouwstraat. Uit de rekenresultaten (bijlage 2) blijkt dat de geluidbelasting op de gevel van de te realiseren basisschool en kinderopvang ten hoogste Lden = 55 dB bedraagt. De standaardwaarde van Lden = 53 dB wordt op de gevels van de basisschool overschreden. Indien SMA NL8 G+ wordt toegepast op de Zuiderhaaks tussen de Akkerbouwstraat en Landbouwstraat bedraagt de geluidbelasting op de gevels ten hoogste Lden = 53 dB.

Indien de maximumsnelheid op de Zuiderhaaks wordt verlaagd naar 30 km/uur bedraagt de geluidbelasting op de gevels ten hoogste Lden = 49 dB. In beide gevallen wordt de standaarwaarde niet meer overschreden. Omdat de standaardwaarde voor gemeentewegen wordt overschreden is het nodig om het gecumuleerde en het gezamenlijke geluid te bepalen. Geluid vanwege gemeentewegen is de enige relevante geluidbron voor dit project ter hoogte van de gevels waar de standaardwaarde wordt overschreden. Het gecumuleerde en gezamenlijke geluid is daarom ten hoogste Lden = 55 dB. De geluidkwaliteit op de hoogst belaste gevel wordt daarmee geclassificeerd als redelijk . De geluidkwaliteit op de laagst belaste gevel wordt geclassificeerd als zeer goed. Omdat de grenswaarde niet wordt overschreden kunnen de geluidbelastingen aanvaardbaar worden geacht. De geluidwering dient te worden bepaald (toets Bbl) op basis van het gezamenlijk geluid en dient minimaal GA;k = 55-33 = 22 dB(A) te bedragen. Het gezamenlijk geluid dient te worden vastgelegd in de omgevingsvergunning voor de BOPA en is uitgangspunt voor het bepalen van de gevelgeluidwering. Conclusie De standaardwaarde van Lden = 53 dB voor de geluidbronsoort gemeentewegen wordt overschreden. De geluidbelasting blijft onder de grenswaarde van Lden = 70 dB.

Het aspect 'geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen' vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Het gezamenlijk geluid dient te worden vastgelegd in de omgevingsvergunning voor de BOPA en is uitgangspunt voor het bepalen van de gevelgeluidwering.

38/592

5.8

Geluid door activiteiten

Toetsingskader In een omgevingsplan (of BOPA) wordt rekening gehouden met het geluid door activiteiten op geluidgevoelige gebouwen en erin voorzien dat het geluid door een activiteit aanvaardbaar is (door het opnemen van waarden in het omgevingsplan). Het geluid door een activiteit is aanvaardbaar als wordt voldaan aan de waarden als aangegeven in de tabellen 5.1 en 5.2 (instructieregels Bkl), dan wel aangepaste regels uit het omgevingsplan van de gemeente: 07.00-19.00 uur 19.00-23.00 uur LAr,LT als gevolg van activiteiten 50 dB(A) 45 dB(A) LAmax door aandrijfgeluid van transportmiddelen -70 dB(A) LAmax door andere piekgeluiden -65 dB(A) Tabel 5.1 Standaardwaarden toelaatbaar geluid op een geluidgevoelig gebouw

23.00-07.00 uur 40 dB(A) 70 dB(A) 65 dB(A)

07.00-19.00 uur 19.00-23.00 uur LAr,LT als gevolg van activiteiten 35 dB(A) 30 dB(A) LAmax door aandrijfgeluid van transportmiddelen -55 dB(A) LAmax door andere piekgeluiden -45 dB(A) Tabel 5.2 Standaardwaarden toelaatbaar geluid in geluidgevoelige ruimten

23.00-07.00 uur 25 dB(A) 55 dB(A) 45 dB(A)

Activiteiten buiten het plangebied Het geluid van activiteiten buiten het plangebied op nieuwe geluidgevoelige gebouwen moet worden beoordeeld in het kader van een evenwichtige toedeling en mogelijke belemmeringen voor die activiteiten. Momenteel zijn de regels van de Bruidsschat van toepassing op de activiteit. Indien noodzakelijk (om de belemmeringen weg te nemen) worden er maatwerkvoorschriften voor de activiteit vastgesteld, waarbij rekening moet worden gehouden met de instructieregels van het Bkl. Toetsing Binnen het projectgebied wordt een geluidgevoelige activiteit mogelijk gemaakt in de vorm van een onderwijsinstelling. Deze onderwijsinstelling zal deel uitmaken van een scholencampus, waarin verschillende onderwijsinstellingen zijn samengebracht. De indeling van de campus is zo ontworpen dat de verschillende onderwijsinstellingen elkaar niet negatief beïnvloeden wat betreft geluidoverlast. Daarnaast zijn er in de directe omgeving geen bedrijven aanwezig die geluidproblemen kunnen veroorzaken, waardoor een rustige en stimulerende leeromgeving kan worden gegarandeerd. Om een belangenafweging tussen een goed woon- en leefklimaat in de omgeving en bedrijvigheid/activiteiten te kunnen maken, wordt in het algemeen gebruik gemaakt van de VNG-publicatie "Bedrijven en milieuzonering" (editie 2009).

In deze uitgave is een lijst opgenomen met allerhande activiteiten, bijbehorende richtafstandefn en milieunormen die gehanteerd worden voor gevoelige functies.

39/592

Het projectgebied kan, gezien de combinatie van functies zoals sport, onderwijs en wonen, worden gekarakteriseerd als een gemengd gebied. In het noorden en noordoosten ligt de bestemming 'Sport', waar zich een ijsbaan en een sporthal bevinden. Volgens de VNG-publicatie geldt voor een sporthal in een gemengd gebied een richtafstand van 30 meter. De sporthal bevindt zich echter op meer dan 50 meter afstand van de nieuw te realiseren school en kinderopvang. Aangezien alle activiteiten binnen plaatsvinden, zal er vanuit de sporthal geen geluidsoverlast zijn in het projectgebied. Geluid afkomstig van sportwedstrijden of bijeenkomsten zal daardoor geen hinder veroorzaken voor de school en de kinderopvang. Er worden dan ook geen belemmeringen verwacht. Voor de openluchtijsbaan geldt een richtafstand van 200 meter. De nieuwe school wordt echter op ongeveer 30 meter van de ijsbaan gerealiseerd. Ten westen van de ijsbaan bevinden zich al woningen op circa 15 meter afstand. Deze woningen liggen dichter bij de ijsbaan en bepalen daarom de beschikbare geluidsruimte. De komst van de school zal de activiteiten op de ijsbaan dan ook niet beperken. Bovendien wordt de natuurijsbaan slechts enkele keren per jaar gebruikt, afhankelijk van het weer. Gezien dit incidentele gebruik zal er bij de school sprake zijn van een goed akoestisch leefklimaat.

Direct ten oosten van het projectgebied ligt een gebied met de bestemming 'Maatschappelijk', waar een bestaande school deel uitmaakt van de eerdergenoemde scholencampus. Voor deze school geldt een richtafstand van 10 meter, waaraan wordt voldaan. Er worden geen belemmeringen verwacht. Aan de overzijde van de Zuiderhaaks geldt de bestemming 'Agrarisch'. Het dichtstbijzijnde agrarische bedrijf, gelegen aan de Rijksweg 107, bevindt zich op 500 meter afstand. Gezien deze afstand worden er geen akoestische belemmeringen verwacht. Voor de nieuw te realiseren kinderopvang en school geldt beide een richtafstand van 10 meter. De dichtstbijzijnde bestaande woningen bevinden zich op 160 meter afstand. In de toekomst zullen ten westen van de ontwikkeling nieuwe woningen worden gebouwd, die zich op een grotere afstand dan 10 meter van de school zullen bevinden. Hierdoor zal er geen onevenredige geluidsoverlast zijn, noch voor de bewoners, noch voor de toekomstige gebruikers van de basisschool en kinderopvang. De kinderopvang wordt aan de zuidwestkant van het gebouw gevestigd, waardoor geluid niet direct richting de woningen zal uitstralen. Daarnaast is de geluidsemissie van een basisschool en kinderopvang over het algemeen beperkt en sluit deze goed aan bij de woon-, sport- en maatschappelijke functies in de omgeving.

Geluidshinder bij de omliggende woningen als gevolg van de schoolactiviteiten kan daarom worden uitgesloten. De geluidnormen uit het Bkl en de Bruidsschat kunnen worden nageleefd. Conclusie Het aspect 'geluid door activiteiten' vormt voor uitvoering van het project geen maatgevend aspect voor de evenwichtige toedeling van functies. Voorschriften zijn niet nodig om te voldoen aan ETFAL en instructieregels.

5.9

Geur

Toetsingskader

40/592

In het kader van het beschermen van de gezondheid en het milieu dient op grond van het Bkl rekening te worden gehouden met de geur door activiteiten op gebouwen. Rekening houden met geur werkt twee kanten op: bij het mogelijk maken van het verrichten van activiteiten in de buurt van gevoelige gebouwen; bij het toelaten van geurgevoelige gebouwen in de buurt van bestaande geurveroorzakende bedrijven. Een geurgevoelig gebouw is in ieder geval een gebouw of een gedeelte van een gebouw met een: 1. woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan; 2. onderwijsfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan; 3. gezondheidszorgfunctie met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan; of bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan. Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet dienen de activiteiten te voldoen aan de regels die in het tijdelijk deel van het omgevingsplan staan. Indien er nog geen aanpassing heeft plaatsgevonden van het tijdelijk deel van het omgevingsplan en sprake is van een activiteit/inrichting die/dat voorheen onder het Activiteitenbesluit milieubeheer viel, dan gelden de regels uit de Bruidsschat. Ook dient er voldaan te worden aan de algemene beoordelingsregels en specifieke beoordelingsregels voor geur uit het Bkl. Toetsing De beoogde ontwikkeling bevat geurgevoelige gebouwen conform Artikel 5.91 van het Bkl.

Er bevinden zich geen bedrijven in de buurt van het projectgebied die geurhinder tot gevolg hebben. Conclusie Vanuit het aspect geur is er geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

5.10 Omgevingsveiligheid Toetsingskader Omgevingsveiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. Voor omgevingsveiligheid zijn regels opgenomen in het Bkl over het toelaten van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties in verband met het externe veiligheidsrisico van een activiteit die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Toetsing Op basis van de gegevens uit de register externe veiligheidsrisico's (REV) in de Atlas voor de leefomgeving zijn de risicobronnen en aandachtsgebieden in de omgeving van het projectgebied in kaart gebracht. Het projectgebied ligt buiten eventuele aandachtsgebieden van risicobronnen. Een verantwoording van het groepsrisico is daarom niet aan de orde. Ook maakt dit project geen nieuwe risicovolle activiteiten mogelijk. Het project levert daarom geen knelpunten op voor de omgevingsveiligheid. Conclusie Het aspect 'omgevingsveiligheid' vormt voor uitvoering van het project geen maatgevend aspect voor de

41/592

evenwichtige toedeling van functies. Voorschriften zijn niet nodig om te voldoen aan ETFAL en instructieregels.

5.11 Trillingen Toetsingskader In het Bkl zijn de instructieregels met betrekking tot trillingen opgenomen. Daarbij gaat het onder andere om het toelaten van een trillinggevoelig gebouw waarop trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz worden veroorzaakt door een activiteit. Volgens het Bkl is een trillinggevoelig gebouw een gebouw of een gedeelte van een gebouw met een: a. woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan; b. onderwijsfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan; c. gezondheidszorgfuncties met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan; of d. bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan. De instructieregels gelden niet voor trillingen door doorgaand verkeer op wegen, vaarwegen en spoorwegen. Gemeenten kunnen in die gevallen zelf bepalen of en welke regels zij voor trillingen van activiteiten in het omgevingsplan opnemen in het kader van de ETFAL. De instructieregels van het Bkl zijn wel van toepassing als in het omgevingsplan een trillingaandachtsgebied langs het spoor is vastgelegd. Trillingen door wegen en spoorwegen In Nederland bestaan op dit moment geen wettelijke regelingen en normen, die duidelijke grenswaarden met een beoordelingssysteem voor trillingen geven.

Sinds 1993 is er wel de meet- en beoordelingsrichtlijn van de SBR “Trillingen deel B – Hinder voor personen in gebouwen”, waarin streefwaarden worden gegeven, waarbij redelijkerwijs mag worden aangenomen dat er geen hinder optreedt. De SBR-publicatie is in 2002 geactualiseerd. Vanwege de toenemende aandacht voor trillingen en trillinghinder langs spoorlijnen (met name waar veelvuldig goederentreinen rijden) is er sinds mei 2019 de “Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen” (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat). In de Handreiking wordt twee afstandscriteria aangegeven ten aanzien van de beoordeling van het aspect trillingen: 1. vindt een plan of project plaats binnen een afstand van 100 meter van een spoorlijn, dan wordt geadviseerd een quickscan trillinghinder uit te voeren op basis van paragraaf 10.1 van de Handreiking. 2. vindt een plan of project plaats binnen 250 meter afstand van een spoorlijn, dan moet worden beoordeeld in hoeverre klachten, bodemopbouw en/ of het treinbeeld aanleiding geven voor het doen van nader onderzoek. Toetsing Er wordt een trillinggevoelig gebouw gerealiseerd, namelijk een onderwijsinstelling. De projectlocatie bevindt zich in de nabijheid van gemeentewegen. Met name zware voertuigen zoals vrachtwagens en bussen kunnen trillingen veroorzaken met een kortdurend karakter.

De aard van deze trilling is afhankelijk van het type voertuig en de belading, de rijsnelheid en de vorm van de oneffenheden. De omliggende gemeentewegen kennen in de nabijheid van de projectlocatie geen oneffenheden zoals brugdelen die trillingen kunnen veroorzaken. Trillingen zullen derhalve geen belemmering vormen voor het project. In de directe omgeving zijn verder geen

42/592

verdere bronnen of activiteiten die trillinghinder veroorzaken. Conclusie Het aspect 'trillingen' vormt voor uitvoering van het project geen maatgevend aspect voor de evenwichtige toedeling van functies. Voorschriften zijn niet nodig om te voldoen aan ETFAL en instructieregels.

5.12 Licht en windhinder Algemeen Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties te worden aangetoond dat geen sprake is van onaanvaardbare gevolgen voor het windklimaat in de directe omgeving en de bezonningssituatie ter plaatse van eventueel aanwezige bestaande woningen. De rijksoverheid heeft voor dit aspect van de fysieke leefomgeving geen instructieregels opgesteld. Daarom heeft de gemeente de vrijheid om deze zelf in te vullen. Toetsing Dit milieuaspect speelt vooral bij hoogbouw. Het nieuwe gebouw krijg een maximale hoogte van 10,70 meter. Gezien de bouwhoogte en de afstand tot de omliggende bebouwing zal het omgevingsaspect schaduwhinder en windhinder geen belemmeringen opleveren. Conclusie Vanuit het aspect schaduw- en windhinder is er geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

5.13 Cultureel erfgoed Toetsingskader Cultureel erfgoed omvat diverse aspecten, zoals archeologie, cultuurhistorie, monumenten, karakteristieke panden, beschermde stads- en dorpsgezichten, monumentale bomen en landschappen. Voordat plannen worden uitgevoerd, dient er onderzoek te worden gedaan naar de aanwezigheid van deze erfgoedwaarden, zodat er bij de ontwikkeling van plannen zoveel mogelijk rekening mee kan worden gehouden. De essentie van deze wetgeving is het zoveel mogelijk behouden van archeologische resten in de bodem en het beschermen van het cultureel erfgoed en landschap. Zo zijn er in het Bkl ten aanzien van de bescherming een aantal beginselen geformuleerd. Deze beginselen richten zich op de omgang met monumenten die op grond van het omgevingsplan zijn beschermd, archeologische monumenten, (beschermde) rijksmonumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten en beschermde cultuurlandschappen. Daarnaast zijn in het Bkl ook regels gesteld voor de beoordeling van rijksmonumentenactiviteiten en het verplaatsen van gebouwde monumenten. Het gemeentelijk beleid met betrekking tot archeologie en cultuurhistorie is, vooruitlopend op de Omgevingswet, vastgelegd op de archeologische beleidskaart en de cultuurhistorische waardenkaart.

Deze archeologische waarden en verwachtingen, evenals de cultuurhistorische waarden, zijn doorgaans vertaald naar respectievelijk archeologische en cultuurhistorische dubbelbestemmingen, die zijn opgenomen in het (tijdelijk) omgevingsplan of activiteitgericht in het omgevingsplan. Wanneer een initiatief binnen deze werkingsgebieden valt, wordt het aan deze kaders getoetst.

43/592

Toetsing Archeologie In het kader van het bestemmingsplan BESTEMMINGSPLAN JULIANADORP OOST 2011 is het aspect archeologie onderzocht, middels verschillende archeologische onderzoeken. Uit deze onderzoeken kan geconcludeerd worden dat er geen archeologie resten binnen het projectgebied aanwezig zijn en dat het aspect archeologie geen belemmering vormt voor de ontwikkeling. Nader archeologisch onderzoek is niet noodzakelijk. Cultuurhistorie In het projectgebied komen geen waardevolle cultuurhistorische panden en objecten voor. Het oorspronkelijke landschappelijke karakter van het gebied waar het projectgebied zich in bevindt is verloren gegaan, doordat het nu onderdeel uitmaakt van het stedelijk gebied van Julianadorp. Specifiek maakt het projectgebied deel uit van de uitbreidingswijk van Willem Alexanderhof. In dit kader is een stedenbouwkundig plan met beeldkwaliteitsplan opgesteld. Deze uitbreidingslocatie naast de dorpskern van Julianadorp krijgt een landelijke en kleinschalige uitstraling. Het stedenbouwkundig plan is geïnspireerd op de typerende structuur en verkaveling van de bestaande stedelijke omgeving. Ook het toekomstige gebouw van de onderwijsinstelling en de ruimte daaromheen sluit aan bij het stedenbouwkundig plan.

Conclusie De ontwikkeling draagt voor het aspect cultureel erfgoed bij aan een ETFAL omdat het geen archeologische en cultuurhistorische waarden aantast.

5.14 Duurzaamheid Toetsingskader Er is geen specifiek toetsingskader voor het aspect duurzaamheid. Vanuit de doelen van de Omgevingswet is duurzaamheid een thema waarmee bij het aanvragen van een omgevingsvergunning voor een BOPA rekening gehouden moet worden. Duurzaamheid is een veelomvattend begrip waar veel aspecten onder vallen zoals onder andere de energietransitie, mobiliteit en herbruikbaarheid. Toetsing De toekomstige locatie van Campus Julianadorp aan de Akkerbouwstraat draagt bij aan duurzaamheid door verouderde en inefficiënte gebouwen te vervangen met moderne, energiezuinige nieuwbouw die voldoet aan de meest actuele eisen ten aanzien van duurzaamheid. De nieuwe campus is ontworpen om een minimale ecologische voetafdruk te hebben door het gebruik van duurzame bouwmaterialen en energie-efficiënte installaties. Daarnaast biedt het verplaatsen van de school de mogelijkheid om op de huidige locatie een nieuwe, duurzame invulling te realiseren die aansluit bij de behoeften van het dorp. Dit ontwerp creëert ruimte voor een centrale onderwijscampus waar onderwijs, sport en kinderopvang elkaar versterken. Het groene karakter en het gebruik van hagen in het inrichtingsplan versterken de natuurinclusiviteit, terwijl de gezamenlijke inzet van scholen en de gemeente voor lokale, toegankelijke onderwijsvoorzieningen de sociale duurzaamheid in Julianadorp ondersteunt.

Dit vermindert reisbewegingen en bevordert de continuïteit van het onderwijs, wat het algehele welzijn en de duurzaamheid binnen de gemeenschap bevordert. Conclusie

44/592

Het aspect 'duurzaamheid' vormt voor de uitvoering van het project geen maatgevend aspect voor de evenwichtige toedeling van functies. Voorschriften zijn niet nodig om te voldoen aan ETFAL en instructieregels.

5.15 Gezondheid Toetsingskader Doel van de Omgevingswet is ook het beschermen van de gezondheid. Bij het stellen van regels met het oog op een ETFAL dient in ieder geval rekening gehouden te worden met het belang van het beschermen van de gezondheid. Een deel van de hiervoor beschreven omgevingsaspecten heeft een gezondheidscomponent, waarbij het in de meeste gevallen gaat om gezondheidsbescherming. Bij de afweging van de gezondheidsgevolgen kunnen ook gezondheidsbevorderende aspecten een rol spelen zoals bijvoorbeeld een groene leefomgeving, ruimte voor beweging, beschikbaarheid / toegankelijkheid van voorzieningen en sociale cohesie. Toetsing Het project van Campus Julianadorp draagt op verschillende manieren bij aan de gezondheid van kinderen en omwonenden. De campus biedt een leer- en speelomgeving die gericht is op beweging, frisse lucht en sociale interactie. Zo zijn er ruime sport- en spelvoorzieningen geïntegreerd met onderwijsactiviteiten, waardoor kinderen dagelijks worden gestimuleerd om actief te bewegen en buiten te spelen. Daarnaast is de school ontworpen met een gezond binnenklimaat, waarbij moderne ventilatiesystemen zorgen voor frisse lucht, wat de concentratie en algehele gezondheid van leerlingen ten goede komt. Het groene inrichtingsplan bevordert een rustige, gezonde leefomgeving.

Bovendien ligt de school op een locatie die goed bereikbaar is per fiets, wat zowel leerlingen als personeel aanmoedigt om op een actieve manier naar school te komen. Ook draagt de campus bij aan de sociale gezondheid en het welzijn van kinderen door een veilige en ondersteunende leeromgeving te bieden, waarin sociale vaardigheden worden ontwikkeld en toegang tot begeleiding en ondersteuning gewaarborgd is. Deze opzet bevordert zowel de fysieke als mentale gezondheid van de jeugd in Julianadorp en versterkt de gezondheid en het welzijn binnen de gemeenschap. Conclusie Het aspect 'gezondheid' vormt voor de uitvoering van het project geen maatgevend aspect voor de evenwichtige toedeling van functies. Voorschriften zijn niet nodig om te voldoen aan ETFAL en instructieregels.

5.16 Bodem Toetsingskader Waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie worden opgenomen in het definitieve omgevingsplan. Deze waarden kunnen per gebied of per gebruiksfunctie verschillen. Bij een overschrijding van een vastgestelde waarde is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als de in het omgevingsplan voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen.

45/592

Toetsing Voor de uitbreiding van Julianadorp, waar het projectgebied deel van uitmaakt. is een bodemonderzoek uitgevoerd. Zie bijlage 5. Op basis van de resultaten zijn ter plaatse van het projectgebied geen verontreinigingen aangetroffen. De kwaliteit van de gronden zijn geschikt voor de toekomstige onderwijsfunctie. Conclusie De ontwikkeling draagt voor het aspect bodem bij aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties omdat de ontwikkeling geen milieuhygiënische belemmeringen oplevert.

5.17 Water Toetsingskader Bij verlening van een omgevingsvergunning voor een BOPA wordt rekening gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen en dienen voor het waterbelang de opvattingen van de waterbeheerder te worden betrokken. Dit geldt in het algemeen voor alle waterbelangen. Voorbeelden zijn: watercompensatie in verband met toenemende verharding; waterkwaliteit, bebouwing niet wenselijk in verband met waterwinning; bebouwing in werkingsgebieden van keringen en andere waterstaatswerken; waterketen, relatie met de afvoer van afvalwater, (Industriële) lozingen en of lozing oppervlaktewater. Voor een aantal specifieke rijksbelangen stelt het Bkl aanvullende instructieregels. Deze zijn: bescherming van primaire waterkeringen); behoud waterveiligheid kust); behoud waterveiligheid grote rivieren; IJsselmeergebied. In de aanvraag zal moeten worden beschreven welke mogelijke gevolgen een BOPA-activiteit heeft voor het aspect water en welke maatregelen zullen worden getroffen om deze gevolgen zoveel mogelijk te beperken. Als water een belangrijk aspect is voor een BOPA-activiteit wordt geadviseerd om het waterschap te raadplegen. Toetsing Voor het project is het waterschap, middels het invullen van een aanvraagformulier, gevraagd om een wateradvies. Zie daarvoor de bijlage 6.

Op basis van de ingevulde gegevens wil het waterschap overleggen wat de invloed is op het watersysteem, waterkeringen en/of afvalwaterketen. Procedure en Wateradvies Normale Procedure: Het hoogheemraadschap bepaalt dat de normale procedure gevolgd moet worden vanwege mogelijke invloed op watersystemen en waterkeringen. Digitaal Wateradvies Er wordt binnen drie weken contact opgenomen door het waterschap voor verdere afspraken en advies over watergerelateerde belangen.

46/592

Waterbeheer en Riolering Gescheiden Riolering: Hemelwater wordt afgekoppeld van de riolering om waterkwaliteit te verbeteren, zoals gewenst door het hoogheemraadschap en de gemeente. Schoon hemelwater wordt bij voorkeur gezuiverd via bodempassage. Geen Vervuiling: Het plan bevat geen activiteiten die vervuild hemelwater naar het oppervlaktewater afvoeren. Er wordt verder een gescheiden rioolstelsel aangelegd. Verharding en Compenserende Maatregelen Toename Verharding (>2000 m²): Vanwege de substantiële toename in bebouwing/verharding is compensatie vereist om wateroverlast te voorkomen. In het kader van de uitbreiding Willem Alexanderhof is een watervergunning verleend in relatie tot de benodigde watercompensatie. De benodigde watercompensatie, in verband met de toename aan verharding in het projectgebied, maak deel uit van deze watervergunning. De watercompensatie bestaat uit nieuwe oppervlakte water en het aanleggen van wadi's. Klimaatadaptieve Maatregelen Ruimtelijke Adaptatie: Vanwege klimaatverandering en extreme weersomstandigheden worden maatregelen zoals wadi's, waterdoorlatende verharding, en opslag in infiltratiekratten aanbevolen om water lokaal op te slaan en hittestress te verminderen. Bij de totstandkoming van het stedenbouwkundig ontwerp van de uitbreiding wijk is rekening gehouden met dergelijke maatregelen.

Conclusie Het aspect 'water' vormt voor uitvoering van het project geen maatgevend aspect voor de ETFAL. Voorschriften zijn niet nodig om te voldoen aan ETFAL en instructieregels.

5.18 Spuitzones Toetsingskader Met het oog op een ETFAL zal bij ontwikkelingen in de omgeving van agrarisch gronden waar gewasbeschermingsmiddelen (kunnen) worden gebruikt, moeten worden aangetoond dat geen sprake is van onaanvaardbare gezondheidsgevolgen. De rijksoverheid heeft voor dit aspect van de fysieke leefomgeving geen instructieregels opgesteld. Het is vaste rechtspraak van de Afdeling dat in het algemeen een afstand van 50 meter tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, niet onredelijk wordt geacht. Op grond van diezelfde rechtspraak is het mogelijk om deze afstand te verkleinen indien daaraan een deugdelijke motivering ten grondslag ligt. Die motivering moet gebaseerd zijn op zorgvuldig locatiespecifiek onderzoek. Toetsing Het projectgebied ligt niet in een zone van 50 meter van agrarische gronden waar gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. Er hoeft daarom geen rekening te worden gehouden met spuitzones. Conclusie

47/592

Het aspect 'spuitzones' vormt voor uitvoering van het project geen maatgevend aspect voor de evenwichtige toedeling van functies. Voorschriften zijn niet nodig om te voldoen aan ETFAL en instructieregels.

48/592

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid In deze paragraaf wordt getoetst of de betreffende ontwikkeling economisch niet evident onuitvoerbaar is. Dit houdt in dat: 1. de ruimtelijke ontwikkeling niet evident financieel onuitvoerbaar mag zijn en 2. als de ruimtelijke ontwikkeling kostenverhaalplichtige activiteiten omvat, het kostenverhaal verzekerd moet zijn. Financiële uitvoerbaarheid De financiering van het project komt deels uit eigen middelen van de onderwijsinstelling en wordt aangevuld met financiële bijdragen vanuit de gemeente. Deze combinatie van middelen toont de financiële uitvoerbaarheid van het project aan, waarmee de realisatie van het project verzekerd is. Kostenverhaal Wie een woning, bedrijfspand of ander gebouw bouwt of verbouwt, moet hiervoor in veel gevallen een bijdrage betalen aan het bevoegd gezag. Deze bijdrage is onder andere voor de kosten van het opstellen van plannen, het aanleggen van openbare voorzieningen en het inrichten van de openbare ruimte. Dit wordt kostenverhaal genoemd. De voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling ziet toe op de realisatie van een school. De beoogde ontwikkeling is op grond van artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit aangewezen als kostenverhaalplichtige activiteit. Op grond van artikel 13.12 Ow is het verboden kostenverhaalplichtige activiteiten uit te voeren voordat de hiervoor geldende kostenverhaalbijdrages zijn betaald.

Dit verbod geldt niet in het geval dat het kostenverhaal is verzekerd. De eventuele nadeelcompensatie komt voor rekening van de initiatiefnemer. Dit is vastgelegd in een nadeelcompensatie overeenkomst. Het kostenverhaal is privaatrechtelijk geregeld tussen gemeente en initiatiefnemer door middel van een anterieure overeenkomst. Hiermee is ook aan de tweede vereiste voldaan en hieruit volgt dat de ruimtelijke ontwikkeling niet evident economisch onuitvoerbaar is.

49/592

Hoofdstuk 7

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties

In dit hoofdstuk wordt gemotiveerd of er sprake is van een ETFAL. Een ETFAL betekent dat er balans bestaat tussen het beschermen en benutten ten gevolge van de verschillende functies die locaties binnen een gebied kunnen vervullen. Het bevoegd gezag moet beoordelen of bij realisering van de aangevraagde activiteit(en) sprake is van een ETFAL. Om dit te kunnen beoordelen moeten alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten (voor zover die betrekking hebben op de aangevraagde activiteit) zorgvuldig worden onderzocht en afgewogen. Dat is in de voorgaande hoofdstukken gebeurd. Voor de beoordeling van de ETFAL zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten, voor zover betrekking hebbend op de gevraagde activiteit, nader onderzocht in deze motivering. Conclusie Met het project is sprake van een ETFAL. De vergunning voor de bouw en het ingebruik nemen van de basisschool en kinderopvang kan worden verleend.

50/592

Bijlagen

51/592

52/592

Bijlage 1

53/592

Bouw- en situatietekeningen

Tekeningenlijst Tekeningnr. Omschrijving DO-010 DO-012 DO-020 DO-030 DO-040 DO-051 DO-052 DO-100 DO-101 DO-102 DO-200 DO-250 DO-300 DO-301 DO-302 DO-303 DO-304 DO-305 DO-306 DO-307 DO-308 DO-600 DO-610 DO-701 DO-702 DO-703 DO-704 DO-705 DO-706 DO-707 DO-708 DO-709 DO-710 DO-810 DO-820 DO-821 DO-830 DO-831 DO-837 DO-838 DO-840 DO-841

Tekeningenlijst Renvooi Ruimte oppervlaktestaat BVO Brandcompartimentering Situatietekening Situatietekening oppervlakten Plattegrond - begane grond Plattegrond - 1e verdieping Plattegrond - Dak Doorsnede AA t/m HH Gevels Detailoverzicht Geveldetails horizontaal V-101, V-001, V-002, V-003, V-004, V-101, V-102, V-203 V-005, V-103, V-104, V-105, V-204, V-205 V-201, V-202, V-207 V-006, V-106, V-208 Details trap balustrade Details trap middenleuning Details trap Buitenkozijnen Binnenkozijnen Garderobe principe Kast 1200x1200mm met deuren Kast 1200x1200mm open Kast 1200x1000mm met deuren Kast 1200x600mm billboard Kast 1200x650mm pantry laag Kast 1200x900mm pantry hoog Ladenkast A1 1200x900mm Trog 1200x900mm Kast 1200x1100x400mm open Kleuren- en materiaalstaat Vloerafwerking begane grond Vloerafwerking eerste verdieping Binnenwandaanzichten 01, 02, 03, 04, 05, 09, 13, 14 Binnenwandaanzichten 06, 07, 08, 10, 12, 15 Wanddikten begane grond Wanddikten eerste verdieping Plafond begane grond Plafond eerste verdieping

Datum

19-12-2024 11-11-2024 10-10-2024 10-10-2024 10-10-2024 19-12-2024 19-12-2024 19-12-2024 19-12-2024 19-12-2024 19-12-2024 19-12-2024 19-12-2024 19-12-2024 19-12-2024 19-12-2024 19-12-2024 19-12-2024 10-10-2024 10-10-2024 10-10-2024 19-12-2024 25-11-2024 10-10-2024 10-10-2024 10-10-2024 10-10-2024 10-10-2024 10-10-2024 10-10-2024 10-10-2024 10-10-2024 10-10-2024 19-12-2024 10-10-2024 10-10-2024 19-12-2024 19-12-2024 11-11-2024 11-11-2024 19-12-2024 19-12-2024

Fase

Definitief ontwerp Definitief ontwerp Definitief ontwerp Definitief ontwerp Definitief ontwerp Definitief ontwerp Definitief ontwerp Definitief ontwerp Definitief ontwerp Definitief ontwerp Definitief ontwerp Definitief ontwerp Definitief ontwerp Definitief ontwerp Definitief ontwerp Definitief ontwerp Definitief ontwerp Definitief ontwerp Definitief ontwerp Definitief ontwerp Definitief ontwerp Definitief ontwerp Definitief ontwerp Definitief ontwerp Definitief ontwerp Definitief ontwerp Definitief ontwerp Definitief ontwerp Definitief ontwerp Definitief ontwerp Definitief ontwerp Definitief ontwerp Definitief ontwerp Definitief ontwerp Definitief ontwerp Definitief ontwerp Definitief ontwerp Definitief ontwerp Definitief ontwerp Definitief ontwerp Definitief ontwerp Definitief ontwerp

Formaat Opmerking A3 A3 A3 A3 A3 A3 A3 A0 A0 A0 A0 A0 A0 A1 A0 A0 A0 A0 A0 A0 A0 A1 A0 A2 A2 A2 A2 A2 A2 A2 A2 A2 A2 A3 A3 A3 A0 A0 A1 A1 A1 A1

N

0,000334 m

2

Stichting Meerwerf Basisscholen

Prinses Margrietschool te Julianadorp Akkerbouwstraat 1787 AR Julianadorp

Tekeningenlijst

Datum: Schaal

19-12-2024 1:1

MaJu Definitief ontwerp

DO-010 Architect

Edisonstraat 26 2014 KJ Haarlem (NL) info@pieterbenschop.nl +31 (0)6 14 78 88 81 www.pieterbenschop.nl

Renvooi

Renvooi wanddikten

- algemene sterkte van de bouwconstructie, conform Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL), hfd. 4, afdeling 3.2.1. - sterkte bij brand, conform Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL), hfd. 4, afdeling 3.2.2. - afscheidingen van vloer, trap en hellingbaan, conform Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL), hfd. 4, afdeling 3.2.3. - overbrugging van hoogteverschillen, conform Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL), hfd. 4, afdeling 3.2.4. - trappen, conform Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL), hfd. 4, afdeling 3.2.4. - hellingbaan, conform Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL), hfd. 4, afdeling 3.2.4. - beweegbare constructieonderdelen, conform Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL), hfd. 4, afdeling 3.2.5. - beperking van het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie, conform Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL), hfd. 4, afdeling 3.2.6. - beperking van het ontwikkelen van brand en rook, conform Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL), hfd. 4, afdeling 3.2.7 - beperking van uitbreiding van brand, conform Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL), hfd. 4, afdeling 3.2.8. - verdere beperking van uitbreiding van brand en beperking van verspreiding van rook, conform Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL), hfd. 4, afdeling 3.2.9. - vluchtroutes, conform Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL), hfd. 4, afdeling 3.2.10. en afdeling 3.2.11.

- hulpverlening bij brand, conform Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL), hfd. 4, afdeling 3.2.12. - wering van vocht conform Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL), hfd. 4, afdeling 3.3.1. - luchtverversing, conform Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL), hfd. 4, afdeling 3.3.2. - spuivoorziening, conform Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL), hfd. 4, afdeling 3.3.3. - toevoer van verbrandingslucht en afvoer van rookgas, conform Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL), hfd. 4, afdeling 3.3.4. - bescherming tegen ratten en muizen, conform Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL), hfd. 4, afdeling 3.3.5. - daglicht, conform Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL), hfd. 4, afdeling 3.3.6. - energiezuinigheid, conform Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL), hfd. 4, afdeling 3.4.1. - laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen, conform Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL), hfd. 4, afdeling 3.4.2.afdeling 3.5.1. - verblijfsgebied en verblijfsruimte, conform Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL), hfd. 4, afdeling 3.5.1 - toiletruimte, conform Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL), hfd. 4, afdeling 3.5.2. - opstelplaatsen, conform Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL), hfd. 4, afdeling 3.5.3. - bereikbaarheid en toegankelijkheid, conform Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL), hfd. 4, afdeling 3.6. - verlichting, conform Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL), hfd. 4, afdeling 3.7.1.

- voorziening voor het afnemen en gebruiken van energie, conform Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL), hfd. 4, afdeling 3.7.2. - watervoorziening, conform Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL), hfd. 4, afdeling 3.7.3. - afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater, conform Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL), hfd. 4, afdeling 3.7.4. - tijdig vaststellen van brand, conform Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL), hfd. 4, afdeling 3.7.5. - vluchten bij brand, conform Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL), hfd. 4, afdeling 3.7.6. - bestrijden van brand, conform Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL), hfd. 4, afdeling 3.7.7. - bereikbaarheid voor hulpdiensten, conform Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL), hfd. 4, afdeling 3.7.8. - tegengaan van veel voorkomende criminaliteit, conform Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL), hfd. 4, afdeling 3.7.10. - inzicht in de kwaliteit van de binnenlucht, conform Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL), hfd. 4, afdeling 3.7.11. - systeem voor gebouwautomatisering en -controle, conform Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL), hfd. 4, afdeling 3.7.12. - algemene regels bij het verbouwen of verplaatsen van een bouwwerk en bij gebruiksfunctiewijziging, conform Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL), hfd. 5, afdeling 5.2 - verbouw, conform Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL), hfd. 5, afdeling 5.3.

- wijziging van een gebruiksfunctie, conform Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL), hfd. 5, afdeling 5.4. - thermische isolatie, wijziging van een gebruiksfunctie, conform Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL) - R.C.-waarde daken = 6,3 m2 K/W, R.C.-waarde wanden = 4,7 m2 K/W, R.C.-waarde vloeren = 3,7 m2 K/W

Wanddikte d=100mm Wanddikte d=113mm Wanddikte d=125mm Wanddikte d=150mm Wanddikte d=200mm Wanddikte d=225mm

Ruimte voorzien van noodverlichting Nooduitgang

Ledspot

Vluchtweg

Ledpaneel 300x1200mm

P 5

Handblusser

Lichtpunt wand

20m

Brandslanghaspel 20m

Wandcontactdoos dubbel

Handbrandmelder

Bewegingsmelder

N

0,000334 m

Blusdeken

KGH

wifi

Draadloos WiFi punt

Rookmelder Brandmeldinstallatie met volledige automatische alarmering volgens NEN 2535 LS

Loopslot

PA

Paniekbalk

Screen op KGH

60min. WBDBO

Zonwering op unit KGH Mechanische ventilatie

EST

E-Spoeling toilet

ESW

E-Spoeling wastafel

30min. WBDBO

tel

Telefoonaansluitng

30min. WBDBO en zelfsluitend

data

Data aansluitng

60min. WBDBO en zelfsluitend

Sensor KGH

Sensor Klimaatgroep Holland

Slow Whoop

2

Bedieningspaneel Klimaatgroep Holland

Stichting Meerwerf Basisscholen

Prinses Margrietschool te Julianadorp Akkerbouwstraat 1787 AR Julianadorp

Renvooi

Datum: Schaal

11-11-2024 1:100

MaJu Definitief ontwerp

Kleefmagneet

DO-012 Architect

Edisonstraat 26 2014 KJ Haarlem (NL) info@pieterbenschop.nl +31 (0)6 14 78 88 81 www.pieterbenschop.nl

hekwerk rondom plein Enkele Begroeid Poort

Berg ing c.a. 1m

1m c.a. ing Berg

hoo g

Berging c.a. 1m hoog

g hoo

Enkele Poort

Entree middenbouw Dubbele Poort

A

Berging

c.a. 1m

hoog

hoog

22 Fietsen

Entree onderbouw KDV

Hoofdentree

24 20 2-1 19

Enkele Poort

c.a. 1m

A

Berging

24 20 2-1 19

36 Fietsen

A 24 20 2-1 19

32 Fietsen

16 Fietsen

16 Fietsen

A 11-1 1-202 4

Enkele Poort

id oe gr Be

44 Fietsen

k er kw he

om nd ro

s la nk ite bu

A1 1-1 1-2 02 4

Hekwerk

N

Enkele Poort

2x postkast

Brug

n k rondom plei Begroeid hekwer

24 Fietsen personeel

2x Berging c.a. 2,2m hoog dak vzv sedum

32 Fietsen

s itenkla om bu erk rond id hekw Begroe

22 Fietsen

0,000334 m

2

Stichting Meerwerf Basisscholen

Prinses Margrietschool te Julianadorp Akkerbouwstraat 1787 AR Julianadorp

Situatietekening

Datum: Schaal

19-12-2024 1:500

MaJu Definitief ontwerp

DO-051 Architect

Edisonstraat 26 2014 KJ Haarlem (NL) info@pieterbenschop.nl +31 (0)6 14 78 88 81 www.pieterbenschop.nl

Lan

282

Drakensteyn

17

P

P P

h

Bosc

P P

ten

Huis

P

Privé

Privé

1a

59

57

55

63

61

469

20

P

468

470

18

P

P

P

471

16

P

P

63A

P

P

P

502

P

P

12 10

P

P

3

512

501

14

P

P

503

511

P

P

504 P

510

505 P

506

Landbouwstraat

P

65

509

P P P P

P

P

69

508

Markiezenhof

P

563

P

71

P

63B

Privé

67

t Akkerbouwstraa

507

564

P

565

P

566

P

567

P

P

P

73 75

77

56

P

562 P

73A

P

73B

P

3,00

P P

P

rticulier ag op pa Hoge ha

47 olplein 2.

Opp. scho

erf

2.253,73 m2

3,00

6,00

3,00

P

P

P

5,00

215,93 m2

5,00

3,50

12,00 COAV

6.0

BEBOUWD OPPERVLAK 2 m 1.818,19 m218 bouw 1.8

648

1,6

5

ALGL

olge

SANI SANI

2.0

P

N

SANI

Opp. scho

3,0 0

65,15 m2

SANI

P P

1:2

P P P

P P P

P

P P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

10,00

m

2,20

6,00

P

P

9,00

P

P

3,00

P

P P

P 6,00

2

r 4.376

é

P

P

P

5,00

eefbaa Opp. uitg

Priv

P

P

P

P

3,00

Privé

P

P P

P

P P

P

aliseerd

6,00

P

P Parkeren fatbikes en bakfietsen e.d.

P

aar 1.0 uitgeefb

P

P

P

P

P

P

P

57

27 m

P

P

P

P

eds gere

Duiker re

572

P P

P

P

290 m

Opp.

571

P

P

P

P

Landbouwstraat

P

P

73G

73F

569

P

73H

73J

570

P

73E

73K

568

3,00

73D

m2 ) ed (19,3 r Vastgoaankopen? dom Helde ruilen of tueel uit

1-1A

P

6,00

6,00

73C

ALGL

49,92 m2

0,000334 m

2

Stichting Meerwerf Basisscholen

k noodDoorstee

harding) (halfver iensten en hulpd

Prinses Margrietschool te Julianadorp Akkerbouwstraat 1787 AR Julianadorp

Situatietekening oppervlakten Datum: Schaal

19-12-2024 1:1000

MaJu Definitief ontwerp

DO-052 Architect

Edisonstraat 26 2014 KJ Haarlem (NL) info@pieterbenschop.nl +31 (0)6 14 78 88 81 www.pieterbenschop.nl

P

P P

5

1. 80

3.

60

0

3 7 -0 Bu

7. 20

4

3.

60

0

0

(62 Kru 0x ipl 10 uik 00 m m )

Bu -0 6

0 60 3.

8 -0 Bu

Opp.: 55,33 m2 Bezetting: 30,00 008 Onderwijsfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 255,00

0

25

.2 0 60

06

5 -0 Bu

3.

.8

00

90

25

0.28 Lesruimte 3-4

9a -0 Bu

Opp.: 3,60 m2 Bezetting: 0,00 011 Overige gebruiksfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 0,00

Opp.: 9,33 m2 Bezetting: 0,00 011 Overige gebruiksfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 0,00

3.

0.28b VM-04 (gr. 3-4)

2

0.27b VM-04 (gr. 3-4)

3.

5 -2 Bi

4 -2 Bi

0.27 Lesruimte 3-4

Bi -3 7

Bu -0 3

0 60

1

20

0

Opp.: 1,10 m2 Bezetting: 0,00 011 Overige gebruiksfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 0,00

7.

20

0.29a VM-01 gr. 3-4

0

3.

0 -1 Bu

0 30 0

10

Opp.: 54,70 m2 Bezetting: 30,00 008 Onderwijsfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 255,00

Bi -3 8

0 60 3.

3 -2 Bi

Opp.: 17,21 m2

B= 1200mm O= 200mm A= 200mm

Opp.: 1,10 m2 Bezetting: 0,00 011 Overige gebruiksfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 0,00

0

0.28a VM-01 gr. 3-4

) k ui m pl m ui 00 Kr x10 20 (6

4 -0 Bu

90

9b -0 Bu

Opp.: 3,60 m2 Bezetting: 0,00 011 Overige gebruiksfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 0,00

0.5 Brandcompartiment 5

3

0.32 Entree domein middenbouw

0.33 Sanitair gr. 3-4 Opp.: 6,87 m2 Bezetting: 0,00 011 Overige gebruiksfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 7,00

0.34 Sanitair gr. 3-4

3.600

3.600

3.600

3.600

3.600

3.600

3.600

3.600

3.600

3.

60

0

Bu -0 2

39.600 3.600

3.600

m 20

9 -3 Bi 0 -4 Bi

Bu-53

Bu-55

Bu-52

0.30a VM-01 gr. 3-4 Opp.: 1,11 m2 Bezetting: 0,00 011 Overige gebruiksfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 0,00

8 -2 Bi

0.29b VM-04 (gr. 3-4)

0.29 Lesruimte 3-4

Opp.: 3,60 m2 Bezetting: 0,00 011 Overige gebruiksfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 0,00

Opp.: 55,33 m2 Bezetting: 30,00 008 Onderwijsfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 255,00

0.1 Hoofdentree/domein bovenbouw

Bi -2 1

Bi-49

Bi -2 7

Bi -3 6 Bi -3 5

Bi -2 9

Opp.: 3,60 m2 Bezetting: 0,00 011 Overige gebruiksfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 0,00

Opp.: 17,33 m2 Bezetting: 12,00 002 Bijeenkomstfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 102,00

Opp.: 82,53 m2 Bezetting: 60,00 002 Bijeenkomstfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 510,00

990

Schilte 146b

150 675

650

650

Opp.: 54,34 m2 Bezetting: 30,00 008 Onderwijsfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 255,00

150

Opp.: 76,10 m2 Bezetting: 23,00 002-b2 Bijeenkomstfunctie - kinderopvang <4 jaar Ventilatie eis (dm3/s): 287,50

1 Bu-33

Bu-36

2.436

Bu-31

Bu-32

Bi-81

Bi-83

990

675

Bi-84

150

150

3.910 Flexwand vzv loopdeur

0.47 Verticaal

Opp.: 7,01 m2

Bi-80

Bi-11

Opp.: 54,34 m2 Bezetting: 30,00 008 Onderwijsfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 255,00

0.59 WK

Bi-12

Bi-13

0 60 3. 0 0 60

0 60 0 3.

Opp.: 10,16 m2 Bezetting: 2,00 006 Kantoorfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 17,00

P

O

0.17 Concierge en administratie Opp.: 9,18 m2 Bezetting: 2,00 006 Kantoorfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 17,00

0.18 Directie Opp.: 13,03 m2 Bezetting: 2,00 006 Kantoorfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 17,00

Opp.: 43,31 m2 Bezetting: 14,00 002-b2 Bijeenkomstfunctie - kinderopvang <4 jaar Ventilatie eis (dm3/s): 175,00

N

0.19 Spreekkamer/Flex Opp.: 8,28 m2 Bezetting: 4,00 006 Kantoorfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 34,00

9 -1 Bu

k Kruiplui m) 0m (620x100

k Kruiplui m) 0m (620x100

Bu-22

Bu-26

Bu-30

Bu-27

Bu-29

Bu-34

8 -1 Bu

0.20 IB werkkamer

Opp.: 2,71 m2 Bezetting: 0,00 011 Overige gebruiksfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 0,00

0.48 Verticaal

Bi-82

Bu-37

0.4b Sub BC4b

150

Bi-79

75 .3

Opp.: 19,83 m2 Bezetting: 12,00 002 Bijeenkomstfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 102,00

0.9 Lesruimte 1-2

Bi-78

34

0.16 Kook/Leeromgeving

Opp.: 5,25 m2 Bezetting: 2,00 011 Overige gebruiksfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 17,00

60

0 0.15 Reproruimte

60

2.000

Bi-10 0.8 Lesruimte 1-2

1.100

Opp.: 3,60 m2 Bezetting: 0,00 011 Overige gebruiksfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 0,00

Opp.: 3,60 m2 Bezetting: 0,00 011 Overige gebruiksfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 0,00

3.

Bi-09

100 200

0.8b VM-03 (gr.1-2)

Bi-87

0

5.575 1.460

1.460

Schilte 146a

0.9b VM-03 (gr.1-2)

Bi-86

n ie ro at t : in ne en mb ag g m o n iti sc n/ lu rie ve r ns elv i o se Aa Ko mb as r - Co atw ke - Va oo r - u ile -Q Bo -

60

150 990

150

7 -1 Bu

3.

650

2.400

2.600

1.650

Bi-85

Hoogslaper 1260x650

Hoogslaper 1260x650

150

1.100

300

WM

2.600

Droger

Hoogslaper 1260x650

Hoogslaper 1260x650

7.200

650

Bezetting: 0,00 011 Overige gebruiksfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 7,00

Opp.: 6,24 m2 Bezetting: 8,00 002-b1 Bijeenkomstfunctie - kinderopvang met bedgebied Ventilatie eis (dm3/s): 100,00

5 -1 Bi

Bi-75 150

Opp.: 14,56 m2

Bi-42

0.57 Slaapkamer

Opp.: 4,80 m2 Bezetting: 0,00 011 Overige gebruiksfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 0,00

6 -1 Bi

0.58 Toiletten/verschonen

Opp.: 6,25 m2 Bezetting: 8,00 002-b1 Bijeenkomstfunctie - kinderopvang met bedgebied Ventilatie eis (dm3/s): 100,00

650

Bi-43

Bi-44 0.56 Slaapkamer

0.14 Data-ICT

2.400

Q

0

1.100

Bi-56

Opp.: 6,96 m2 Bezetting: 0,00 011 Overige gebruiksfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 0,00

60

1.100

Opp.: 1,11 m2 Bezetting: 0,00 011 Overige gebruiksfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 0,00

Opp.: 45,08 m2 Bezetting: 30,00 002 Bijeenkomstfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 255,00

0

650

Opp.: 2,12 m2 Bezetting: 0,00 011 Overige gebruiksfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 7,00

0.9a Garderobe gr. 1-2

-16 Bu

0.21 Teamruimte 0.22 Berging muziek en drama

20

150

Opp.: 1,59 m2 Bezetting: 0,00 011 Overige gebruiksfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 0,00

0.53 Wasmachine/droger

Bi-74

Bi-76

150 650 650

Bi-53

0

Bi-77

Opp.: 7,01 m2

Opp.: 4,08 m2 Bezetting: 0,00 011 Overige gebruiksfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 7,00

0.8a VM-02 gr. 1-2

Poort 0.4a Sub BC4a

Bi-54

Bi-55

0.13 MIVA Personeel

Opp.: 482,99 m2

60

2

Bi-41

0.1 Brandcompartiment 1

Bu-25

Bu-21

Bu-20

H-002

Bu-23

5

100

Opp.: 6,98 m2 Bezetting: 0,00 011 Overige gebruiksfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 0,00

17

1.675

0.23 Berging overige opslag

9.

150

Opp.: 8,79 m2 Bezetting: 0,00 011 Overige gebruiksfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 7,00

Bi-45

Opp.: 6,31 m2 Bezetting: 8,00 002-b1 Bijeenkomstfunctie - kinderopvang met bedgebied Ventilatie eis (dm3/s): 100,00

Kruipluik (620x1000mm)

3.900

0.55 Slaapkamer

0.11 Sanitair gr. 1-2

R

Bi -1 8

Opp.: 95,05 m2 Bezetting: 30,00 002 Bijeenkomstfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 255,00

-15 Bu

) luik m uip 0m Kr 100 0x 2 (6

Bi -1 4

Opp.: 6,05 m2 Bezetting: 0,00 011 Overige gebruiksfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 0,00

Bi-08

Opp.: 6,24 m2 Bezetting: 8,00 002-b1 Bijeenkomstfunctie - kinderopvang met bedgebied Ventilatie eis (dm3/s): 100,00

Opp.: 89,52 m2 Bezetting: 30,00 002 Bijeenkomstfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 255,00

Bi-57

Bu-38

0.40 Speellokaal

S

3.

Opp.: 54,70 m2 Bezetting: 30,00 008 Onderwijsfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 255,00

Bu -14

0.24 Bibliotheek/schoolboeken

0.25 Aula

20m

0.31 Lesruimte 1-2 0.31b VM-03 (gr. 1-2)

7 -1 Bi

0.41 Berging SL.

60

Bi -3 1

Bi -3 4 Bi -3 3 Opp.: 1,92 m2 Bezetting: 0,00 011 Overige gebruiksfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 0,00

0.10 Ontdek- en speelleerplein 0.54 Slaapkamer

3.

(6 K 20 ru x1 ipl 00 ui 0m k m )

m m m 00 m 12 1.8 m B = = 18 5 0 m O =2 A

Bi-07

Kruipluik (620x1000mm)

Opp.: 8,79 m2 Bezetting: 0,00 011 Overige gebruiksfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 7,00

Bu -13

50 1.5

Bi -0 6

200 300 100

Bi-50

0.12 Sanitair gr. 1-2

Opp.: 1,73 m2 Bezetting: 0,00 011 Overige gebruiksfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 7,00

Bi-73

Bi-51

0.24a VM-05 Bibliotheek

Opp.: 5,98 m2 Bezetting: 0,00 011 Overige gebruiksfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 0,00

3.

27.072

Opp.: 66,52 m2 Bezetting: 20,00 002-b Bijeenkomstfunctie - kinderopvang Ventilatie eis (dm3/s): 250,00

0.5 Berging ouderenvereniging

Bi-52

0.52 Toilet personeel 0.46 BSO (7-/PSL)

0

HKL/KL0-1 ak250

Bi-59 Bi-60 Bi-61

KPN, ZIGGO, IC

1.800 100 100 100

1.650

Bi-62

Bi-71

Bu-40

920

Informatiescherm

1.200

Bi-66

Bi-69

Bi-67

Bi-68

7.200

20m

3.900

Opp.: 1,59 m2 Bezetting: 0,00 011 Overige gebruiksfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 0,00

0

0.7a VM-02 gr. 1-2

20

Opp.: 1,11 m2 Bezetting: 0,00 011 Overige gebruiksfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 0,00

T

0

0.6a Garderobe gr. 1-2

Opp.: 5,79 m2 Bezetting: 0,00 011 Overige gebruiksfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 7,00

20

Bi-48

Opp.: 2,41 m2 Bezetting: 0,00 011 Overige gebruiksfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 0,00

U

Opp.: 54,70 m2 Bezetting: 30,00 008 Onderwijsfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 255,00

0 30 0

Bi-47

0.51 Berging

0 30 0

Opp.: 8,68 m2 Bezetting: 4,00 002 Bijeenkomstfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 34,00

0.30 Lesruimte 3-4

0.36 Sanitair gr. 1-2

2 -3 Bi

0.4 Spreekkamer

Bi-46

Opp.: 1,11 m2 Bezetting: 0,00 011 Overige gebruiksfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 0,00

Opp.: 2,55 m2 Bezetting: 0,00 011 Overige gebruiksfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 0,00

-12 Bu

Opp.: 5,78 m2 Bezetting: 0,00 011 Overige gebruiksfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 7,00

10

Bi-58

Opp.: 3,05 m2 Bezetting: 0,00 011 Overige gebruiksfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 0,00

Opp.: 3,60 m2 Bezetting: 0,00 011 Overige gebruiksfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 0,00

0.35 Sanitair gr.1-2

0.31a VM-01 gr. 1-2 0.38 WK

-11 Bu

) luik m uip 0m Kr 100 0x 2 (6

0.30b VM-04 (gr. 3-4)

10

Bezetting: 30,00 008 Onderwijsfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 255,00

Opp.: 25,81 m2 Bezetting: 0,00 011 Overige gebruiksfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 0,00

Bi-72

0.39 Lift

9 -1 Bi

Opp.: 54,53 m2

Opp.: 33,55 m2 Bezetting: 15,00 002 Bijeenkomstfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 127,50

80

0.6 Lesruimte 1-2

Opp.: 54,52 m2 Bezetting: 30,00 008 Onderwijsfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 255,00

0.42 Entree domein jonge kind

0.43 Gang domein jonge kind Opp.: 66,31 m2 Bezetting: 0,00 011 Overige gebruiksfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 0,00

0.7 Lesruimte 1-2

0 -2 Bi

Bi-63

3 -0 Bi

4 -0 Bi

Bi-65

Opp.: 8,35 m2 Bezetting: 0,00 011 Overige gebruiksfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 0,00

m 20

Bi-70

Bezetting: 10,00 002-b Bijeenkomstfunctie - kinderopvang Ventilatie eis (dm3/s): 125,00

0.3 Trappenhuis

0.37b Ontdek- en speelleerplein

1.3

Opp.: 33,12 m2

B= 1300mm O= 200mm A= 200mm

25 0

Opp.: 10,45 m2 Bezetting: 2,00 006 Kantoorfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 17,00

0.44 BSO (10+)

Opp.: 2,11 m2 Bezetting: 0,00 011 Overige gebruiksfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 7,00

2 -0 Bi

Bezetting: 23,00 002-b Bijeenkomstfunctie - kinderopvang Ventilatie eis (dm3/s): 287,50

0.49 Kantoor

Opp.: 3,60 m2 Bezetting: 0,00 011 Overige gebruiksfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 0,00

Opp.: 1,10 m2 Bezetting: 0,00 011 Overige gebruiksfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 0,00

20

Bi-64

Opp.: 9,59 m2 Bezetting: 0,00 011 Overige gebruiksfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 7,00

Opp.: 77,06 m2

0.6b VM-03 (gr.1-2)

Opp.: 3,60 m2 Bezetting: 0,00 011 Overige gebruiksfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 0,00

0.26a VM-01 gr. 1-2

0.2 Toilet centraal rm he sc ie at rm fo In

0.50 Toiletten 0.45 BSO (7+)

0.7b VM-03 (gr.1-2)

Opp.: 14,87 m2 Bezetting: 0,00 011 Overige gebruiksfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 0,00

20

Bu-41

800

H-003

4

Kruipl (620x100 uik 0mm)

1 -0 Bi

5

3

Opp.: 54,87 m2 Bezetting: 30,00 008 Onderwijsfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 255,00

(6 K 20 ru x1 ipl 00 ui 0m k m )

Bu-47

Bu-46

0.26 Lesruimte 1-2

Opp.: 3,60 m2 Bezetting: 0,00 011 Overige gebruiksfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 0,00

Bu-54

Bu-50 Bu-51

Bu -0 1

2.436

Bu-45

0.26b VM-03 (gr. 1-2)

0 -3 Bi

Bu-44

Opp.: 1,11 m2 Bezetting: 0,00 011 Overige gebruiksfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 0,00

3

Bu-49

Bu-48

0.27a VM-01 gr. 3-4

80

Bu-43

Opp.: 68,90 m2 Bezetting: 30,00 002 Bijeenkomstfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 255,00

1.

Bu-42

0.37a Werk- en leerplein

011 Overige gebruiksfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 7,00

Bi -2 6

(62 Kru 0x ipl 10 uik 00 m m )

KDV PLEIN

450

2 -2 Opp.: 5,73 m2 Bi Bezetting: 0,00

H-001

Bu-24

Poort

Bu-28

Bu-35

0.2 Brandcompartiment 2 Opp.: 252,27 m2

20.180

Buitenruimte verticale groep

Buitenruimte verticale groep

M

0.3 Brandcompartiment 3 0.4 Brandcompartiment 4

Opp.: 486,93 m2

Opp.: 424,25 m2

0.4c Sub BC4c

0.4d Sub BC4d

Opp.: 7,01 m2

Opp.: 7,01 m2

3.600

3.600

3.600

3.600

3.600

3.600

3.600

3.600

450

3.600

3.600

9.196

3.600

49.293

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

N

0,000334 m 2

Stichting Meerwerf Basisscholen

Prinses Margrietschool te Julianadorp Akkerbouwstraat 1787 AR Julianadorp

Plattegrond - begane grond 19-12-2024 1:100

Datum: Schaal

MaJu Definitief ontwerp

DO-100 Architect GSPublisherVersion 1233.30.31.100

Edisonstraat 26 2014 KJ Haarlem (NL) info@pieterbenschop.nl +31 (0)6 14 78 88 81 www.pieterbenschop.nl

5

1. 26 7.

Bu -6 4

3.

60

0

7 20

4

3.

60

0

0 5 -6 Bu

3.

60

0

Bu -6 3

3 1.26 Trappenhuis Opp.: 12,52 m2 Bezetting: 0,00 011 Overige gebruiksfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 0,00

0

70

2

3.

60

.2

00

25

2 -6 Bu

.2

0

25

90

Opp.: 55,33 m2 Bezetting: 30,00 008 Onderwijsfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 255,00

6a -6 Bu

Opp.: 3,60 m2 Bezetting: 0,00 011 Overige gebruiksfunctie Ventilatie eis (dm3/s): 0,00

3.

1.22b VM-04 (gr. 5-6-7-8) 1.22 Lesruimte (gr. 5-6-7-8)

1.21b VM-04 (gr. 5-6-7-8)

+v lo er 1m H ek w er k

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.denhelder.nl/api/v1/meetings/2228/documents/24322