CConstaterende datDen Helder
Koppel je AI →
Document · PDF

BOPA Julianadorp - Akkerbouwstraat 1.pdf

Raadscommissie Stadsontwikkeling en Beheer 7 april 2025, gemeente Den HelderBij agendapunt: 7: Voorstel tot het afgeven van een advies over de aanvraag omgevingsvergunning Prinses Margrietschool - ten westen van Akkerbouwstraat 1.37.241 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

omgevingsvergunning

BOPA Julianadorp - Akkerbouwstraat 1 Den Helder

DATUM IMRO IDN

27-03-2025 NL.IMRO.0400.20241240-0001

PROJECT PROJECTLEIDER

BOPA Julianadorp - Akkerbouwstraat 1 Jan-Jacob Posthumus

OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER

20241240

AUTEUR STATUS

Leonneke Elzenga ontwerp

Inhoudsopgave

Ruimtelijke onderbouwing

5

Hoofdstuk 1

Inleiding

6

1.1

Aanleiding

6

1.2

Ligging projectgebied

7

1.3

Procedure

8

1.4

Leeswijzer

9

Beschrijving van het project en zijn omgeving

10

2.1

Huidige situatie

10

2.2

Toekomstige situatie

13

2.3

Omgevingsvergunningsplichtige activiteiten

18

2.4

Milieueffectrapportage

18

Hoofdstuk 3

Participatie

20

Hoofdstuk 4

Beleidskader

21

4.1

Rijksbeleid

21

4.2

Waterschapsbeleid

22

4.3

Provinciaal beleid

22

4.4

Gemeentelijk beleid

23

4.5

Conclusie

25

Gevolgen voor de fysieke leefomgeving

26

5.1

Ladder voor duurzame verstedelijking

26

5.2

Welstand

28

5.3

Mobiliteit en parkeren

29

5.4

Ecologie: gebiedsbescherming

34

5.5

Ecologie: soortenbescherming

35

5.6

Luchtkwaliteit

36

5.7

Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen

37

5.8

Geluid door activiteiten

39

5.9

Geur

40

5.10

Omgevingsveiligheid

41

5.11

Trillingen

42

5.12

Licht en windhinder

43

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 5

3/592

5.13

Cultureel erfgoed

43

5.14

Duurzaamheid

44

5.15

Gezondheid

45

5.16

Bodem

45

5.17

Water

46

5.18

Spuitzones

47

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

49

Hoofdstuk 7

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties

50

Bijlagen

51

Bijlage 1

Bouw- en situatietekeningen

53

Bijlage 2

Akoestisch onderzoek

107

Bijlage 3

Stikstofonderzoek

187

Bijlage 4

Ecologisch onderzoek soortenbescherming

203

Bijlage 5

Verkennend (water) bodem- en asbestonderzoek

229

Bijlage 6

Aanvraagformulier wateradvies

585

4/592

Ruimtelijke onderbouwing

5/592

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Aan de Akkerbouwstraat 1 in Julianadorp in de gemeente Den Helder wil de gemeente een basisschool, de Prinses Margrietschool, met kinderopvang realiseren. Het huidige schoolgebouw van de Prinses Margrietschool aan de Wethouder W. de Boerstraat stamt uit 1957 en voldoet niet langer aan de hedendaagse eisen voor onderwijs en kinderopvang. Nieuwbouw op de huidige locatie wordt als ongewenst beschouwd vanwege verschillende redenen. De beperkte ruimte biedt geen mogelijkheden voor de noodzakelijke uitbreiding en modernisering. Daarnaast zouden ingrijpende en kostbare renovaties nodig zijn om het gebouw op het niveau van een nieuwbouwproject te brengen. Dit zou bovendien leiden tot langdurige verstoringen van het onderwijsproces, wat onwenselijk is voor de continuïteit van het leerproces. In Julianadorp wordt een stijging van het aantal leerlingen verwacht. Deze groei wordt mede veroorzaakt door de ontwikkeling van de nieuwbouwwijk Willem Alexanderhof. Daarom is er behoefte aan een nieuwe onderwijsvoorziening die niet alleen ruimte biedt aan de Prinses Margrietschool, maar ook plaats biedt aan kinderopvang voor kinderen van 0 tot en met 12 jaar.

De voorgenomen ontwikkeling is in strijd met het omgevingsplan (voormalig bestemmingsplan Julianadorp oost 2011, vastgesteld op 19 december 2011) van de gemeente Den Helder omdat er op het adres Akkerbouwstraat 1 een 'Water' bestemming geldt (figuur 1.0). De voor 'water' aangewezen gronden zijn bestemd voor onder andere sloten, waterpartijen en recreatie met de daarbij behorende bouwwerken waaronder bruggen, dammen of duikers. Op basis van deze bestemming mogen op of in deze gronden geen gebouwen worden gebouwd. Het bouwen en in gebruik nemen van een basisschool met kinderopvang is op basis van het omgevingsplan niet mogelijk.

Figuur 1.0 huidige juridisch planologische situatie (bron: Regelsopdekaart.nl) Het bouwen en in gebruik nemen van de basisschool met kinderopvang kan juridisch-planologisch mogelijk gemaakt worden door middel van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit

6/592

(hierna: BOPA) waarmee wordt afgeweken van de planologische regeling. Deze vergunningsaanvraag voor afwijking van het omgevingsplan moet gemotiveerd worden met een ruimtelijke motivering, waarin wordt aangetoond dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (hierna ETFAL genoemd). Deze motivering voorziet hierin.

1.2

Ligging projectgebied

Het projectgebied ligt aan de Akkerbouwstraat 1. Het projectgebied wordt begrensd door de waterloop die aan de west-, noord- en oostkant van het projectgebied ligt. Ten zuiden wordt het projectgebied begrensd door de weg, de Zuiderhaaks. Figuur 1.1 geeft de ligging van het projectgebied weer ten opzichte van de omgeving. De gronden van het projectgebied staan kadastraal bekend als gemeente Den Helder, sectie L, perceelnummer 453, zoals in figuur 1.2 is weegeven.

Figuur 1.1

7/592

Ligging van het projectgebied ten opzichte van de omgeving (bron: Rho Basisviewer 2024)

Figuur 1.2

Kadastraal

perceel projectgebied. (bron: Rho Basisviewer)

1.3

Procedure

Een BOPA is een activiteit die niet voldoet aan de regels van het omgevingsplan en niet vergunningsvrij is. Het bevoegd gezag kan de BOPA verlenen als er sprake is van een ETFAL en de activiteit voldoet aan de instructieregels van het Rijk en de provincie. Reguliere procedure Voor het project is de reguliere voorbereidingsprocedure van toepassing. Dit betekent dat op de aanvraag omgevingsvergunning binnen 8 weken moet worden beslist. Adviesrecht gemeenteraad De gemeenteraad van Den Helder heeft in haar besluit van 29 november 2021 gevallen aangewezen waarin een bindend adviesrecht van de gemeenteraad geldt bij een aanvraag om omgevingsvergunning. Ook zijn er uitzonderingsgevallen waarvoor geen adviesrecht nodig is. In dit geval valt het project onder één van de aangewezen activiteiten waarvoor bindend advies nodig is, namelijk activiteit 1.3 'De functiewijziging van onbebouwde gronden/terreinen, indien tevens extra bebouwing wordt toegevoegd.' Adviesrecht Gedeputeerde Staten Het project maakt geen deel uit van één van de activiteiten van de lijst van aangewezen gevallen waarvan de provincie aangeeft dat advies en instemming nodig is. Ook is vooroverleg met de provincie niet nodig omdat het een binnenstedelijke locatie betreft waar geen provinciale belangen gelden.

8/592

1.4

Leeswijzer

De voorliggende ruimtelijke motivering is onderdeel van de aanvraag voor de omgevingsvergunning voor de ontwikkeling aan de Akkerbouwstraat 1 in Julianadorp. De opbouw van deze motivering is als volgt: Hoofdstuk 2: Hier wordt ingegaan op de huidige en toekomstige situatie. De huidige situatie wordt beschreven aan de hand van het bestaande gebruik en de aanwezige bebouwing in het projectgebied. De toekomstige situatie beschrijft het initiatief voor het projectgebied. Ook wordt in dit hoofdstuk ingegaan op de strijdigheden met het omgevingsplan; Hoofdstuk 3 beschrijft hoe participatie heeft plaatsgevonden; Hoofdstuk 4: In dit hoofdstuk wordt het project getoetst aan de relevante beleidskaders; Hoofdstuk 5: In dit hoofdstuk wordt het project getoetst aan relevante aspecten van de fysieke leefomgeving; Hoofdstuk 6: De haalbaarheid van het project wordt hier besproken; Hoofdstuk 7: In dit hoofdstuk wordt gemotiveerd dat er sprake is van een ETFAL.

9/592

Hoofdstuk 2 2.1

Beschrijving van het project en zijn omgeving

Huidige situatie

2.1.1 Situatie projectgebied Het projectgebied aan de Akkerbouwstraat 1 is momenteel een onbebouwd terrein en is feitelijk ingericht met zand. Het projectgebied maakt deel uit van de (toekomstige) uitbreidingswijk Willem Alexanderhof, die ten westen van het projectgebied wordt gerealiseerd. In de wijk is ook een nieuwe onderwijsomgeving beoogd in de vorm van een campus. De toekomstige Campus Julianadorp is gepland als een multifunctionele onderwijs- en wooncampus aan de rand van Julianadorp, nabij de Zuiderhaaks, Akkerbouwstraat en Landbouwstraat. Het project omvat de bouw van een nieuw schoolgebouw en de ontwikkeling van omliggende terreinen voor woningbouw. Het projectgebied wordt in zuidelijke richting ontsloten op de Zuiderhaaks. Ten noorden en ten oosten van het projectgebied wordt het gebied begrensd door watergangen. Tevens ligt er aan de noordkant een houtwal. Ten oosten van het projectgebied aan de Akkerbouwstraat 1A staat het schoolgebouw Scholen aan Zee - afdeling Junior College. In figuur 2.0 is een luchtfoto van de bestaande situatie weergeven.

Figuur 2.0

10/592

Luchtfoto van het projectgebied (Rho basisviewer 2024)

2.1.2 Omgeving projectgebied Het projectgebied ligt in het noordoosten van Jualianadorp en grenst in zuidelijke richting aan de lokale weg Zuiderhaaks waar een snelheidsregime geldt van 50km/u. Deze weg leidt in westelijke richting naar het centrum van Julianadorp. Ten oosten van het projectgebied staat op circa 35 meter afstand het Scholen aan Zee - junior college en de Sporthal Julianadorp. Het projectgebied grenst in noordelijke richting aan een sportveld dat volledig omringd is door een houtwal. Ten zuiden van het projectgebied liggen aan de overzijde van de Zuiderhaaks agrarische percelen. Ten westen van het projectgebied staan enkele woningen en ligt het Zorgcentrum Buitenveld.

Figuur 2.1 Uitsnede omgevingsplan met geldende bestemmingen in de omgeving van het projectgebied (bron: regelsopdekaart.nl) 2.1.3

Relevante regels Omgevingsplan

Mogelijkheden omgevingsplan Het projectgebied is geregeld in het Omgevingsplan van rechtswege van de gemeente Den Helder (voormalig bestemmingsplan Julianadorp Oost 2011, vastgesteld op 19 december 2011). Voor het projectgebied geldt de bestemming 'Water'. Binnen de bestemming 'Water' mogen onder andere sloten, waterpartijen en recreatie worden gerealiseerd met de daarbij behorende bouwwerken waaronder bruggen, dammen of duikers. Op deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. Strijdigheden omgevingsplan De wens is om aan de Akkerbouwstraat 1 op het oostelijk deel van het kadastrale perceel 453, sectie L, in de gemeente Den Helder een basisschool met kinderopvang te realiseren. Dit is in strijd met het omgevingsplan. Bruidsschat

11/592

Op grond van artikel 22.1 sub c van de Omgevingswet maken de regels als bedoeld in artikel 22.2 van de Omgevingswet ook deel uit van het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Het gaat hier om de zogenoemde 'Bruidsschat'. Dit is een set regels die voorheen op rijksniveau werden gesteld. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet en gedurende de overgangsfase hebben gemeenten de tijd om deze regels op te nemen in het omgevingsplan. Om te voorkomen dat bepaalde onderwerpen bij inwerkingtreding van de Omgevingswet nog niet geregeld zijn, zijn deze regels onderdeel van de Bruidsschat en dus onderdeel van het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Voor dit project is er geen sprake van een specifieke strijdigheid met de Bruidsschat. Erfgoedverordening Regels uit de erfgoed- of monumentenverordening die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, moeten in 2031 opgenomen zijn in het omgevingsplan. Voor onroerend cultureel erfgoed mag de erfgoedverordening dan alleen nog andere regels omvatten. Bijvoorbeeld een subsidieregeling. Op grond van de Erfgoedwet blijft de erfgoedverordening wel gelden voor de bescherming van roerend cultureel erfgoed (cultuurgoederen) en immaterieel cultureel erfgoed. Een beperkt deel van de erfgoedverordening blijft op grond van het overgangsrecht van de Omgevingswet deel uitmaken van het tijdelijk deel van het gemeentelijk omgevingsplan.

Het gaat om de regels over archeologie. De gemeente Den Helder kent geen specifieke erfgoedverordening. Paragraaf 5.13 gaat nader in op het milieuaspect cultureel erfgoed. Geurverordening De geurverordening maakt automatisch deel uit van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. De gemeente Den Helder heeft geen geurverordening opgesteld. Dit houdt in dat de normen vanuit de Bruidsschat en het Bkl van toepassing zijn. Paragraaf 5.9 gaat hier nader op in. Verordening afvoer regen- en grondwater De verordening afvoer regen- en grondwater maakt automatisch onderdeel uit van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. In dit geval heeft de gemeente deze verordening niet. In hoofdstuk 5.17 wordt het milieuaspect 'water' verder toegelicht. Bodemkwaliteitskaart De bodemfunctieklassenkaart en gebiedspecifiek beleid maken deel uit van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. De gemeente Den Helder heeft (samen met een aantal andere gemeentes) de Bodemkwaliteitskaart en Bodemfunctieklassenkaart vastgesteld. Deze geldt vanaf 26 februari 2022. De Bodemkwaliteitskaart en Bodemfunctieklassenkaart hebben betrekking op de milieuhygiënische kwaliteit van grond. Het projectgebied heeft hierin de functieklasse 'wonen'. Omdat dit project voorziet in een basisschool en kinderopvang is de bodemfunctieklasse 'wonen' geschikt voor de beoogde functie.

12/592

2.2

Toekomstige situatie

2.2.1 Gewenste ontwikkeling Het huidige schoolgebouw van de Prinses Margrietschool aan de Wethouder W. de Boerstraat stamt uit 1957 en voldoet niet langer aan de hedendaagse eisen voor onderwijs en kinderopvang. Nieuwbouw op de huidige locatie wordt als ongewenst beschouwd vanwege verschillende redenen. De beperkte ruimte biedt geen mogelijkheden voor de noodzakelijke uitbreiding en modernisering. Daarnaast zouden ingrijpende en kostbare renovaties nodig zijn om het gebouw op het niveau van een nieuwbouwproject te brengen. Dit zou bovendien leiden tot langdurige verstoringen van het onderwijsproces, wat onwenselijk is voor de continuïteit van het leerproces. Tevens wordt een stijging van het aantal leerlingen verwacht. Deze groei wordt mede veroorzaakt door de ontwikkeling van de nabijgelegen nieuwbouwwijk Willem Alexanderhof. Daarom is er behoefte aan een nieuwe onderwijsvoorziening die zowel ruimte biedt aan de Prinses Margrietschool, en ook plaats biedt aan kinderopvang voor kinderen van 0 tot en met 12 jaar. De ontwikkeling van de Princes Margrietschool maakt deel uit van de ontwikkeling van een nieuwe onderwijsomgeving, Campus Julianadorp. Met de komst van de nieuwbouwwijk Willem Alexanderhof, komt deze multifunctionele campus centraal te liggen in Julianadorp, nabij de Zuiderhaaks, Akkerbouwstraat en Landbouwstraat.

De ontwikkeling omvat de bouw van een nieuw schoolgebouw aan de oostkant van het projectgebied en aan de westkant de realisatie van een parkeerterrein met 57 parkeerplaatsen ten behoeve van de school. Figuren 2.2 en 2.3 tonen de situatietekening van het te realiseren schoolgebouw en de parkeerplaats ten westen van de school.

13/592

Figuur 2.2 situatietekening schoolgebouw (bron: Maju)

Figuur 2.3 situatietekening schoolgebouw en parkeerterrein (bron: Maju) Ten westen van het schoolgebouw zal buiten een fietsenstalling worden gerealiseerd. Aan de noordkant van het schoolgebouw komt een schoolplein die omzoomd wordt door een begroeid dubbelstaafhekwerk met metalen poorten als toegang. De brug, ten oosten van het schoolplein kan alleen via een poort worden bereikt om onveilige situaties te voorkomen. Ook de fietsenstalling wordt omzoomd door een groene haag. De positie is zo bepaald dat er niet wordt gefietst over het speelplein. Door het behoud van groen en waterpartijen wordt een

14/592

duurzame en leefbare omgeving gecreëerd die aansluit bij de natuurlijke omgeving van Julianadorp. Het schoolgebouw bestaat uit twee vleugels, een vleugel voor de kinderopvang en onderbouw (de zuidwestkant van het schoolgebouw) en een vleugel voor de middenbouw (de oostkant van het schoolgebouw). Per 2 lokalen komt een gedeelde “buitenkamer” omzoomd met een begroeid dubbelstaafhekwerk (figuur 2.4). De buitenkamer is alleen toegankelijk vanuit de lokalen en kan bijvoorbeeld worden gebruikt voor natuureducatie, water- en zandtafels. Door het creeeren van deze “groene pockets” blijft het groene aanzicht vanaf de Zuiderhaaks intact en is er een natuurlijke en veilige begrenzing ten opzichte van de openbare ruimte en het water.

15/592

Figuur 2.4 Buitenkamer klaslokalen (bron: Pieter Benschop architect) De kopgevel is asymetrisch van opzet waardoor de gevel zich richting de Zuiderhaaks wat meer opricht. Ook zijn er bloemenramen opgenomen waar de kinderen van de kinderopvang binnen in kunnen zitten. Aan weerszijden van de patio zijn twee technische ruimten opgenomen voor de warmtepompen. Centraal op het dak zijn de zonnepanelen toegevoegd, waardoor ze het minst zichtbaar zijn vanaf het maaiveld. De luchtbehandeling wordt per lokaal individueel geregeld door middel van kleine units die boven de plafonds worden opgehangen. Hierdoor komen er alleen lucht in- en uitlaten door het dak (figuren 2.5 en 2.6).

16/592

Het schoolgebouw wordt ontworpen met een maximale nokhoogte van 10,7 meter. De eerste verdieping van het gebouw begint op een hoogte van 4 meter, terwijl de fundering op een diepte van -0,45 meter ligt. Het totale projectgebied heeft een bruikbare oppervlakte van 4.621,9 m². De beoogde ontwikkeling voorziet in een schoolgebouw met 15 lokalen, en een kinderdagverblijf van 500 m2 bvo. Het schoolgebouw is geschikt voor onderwijs aan 185 onderbouwleerlingen, 174 bovenbouwleerlingen en 55 opgevangen kinderen. De situatie-, bouw- en perspectieftekeningen zijn opgenomen in bijlage .

Figuur 2.5 noordzijde schoolgebouw (bron: Maju)

17/592

Figuur 2.6 zuidzijde schoolgebouw (bron: Maju)

2.3

Omgevingsvergunningsplichtige activiteiten

2.3.1 Inleiding De juridische activiteiten van een project zijn onder te verdelen in drie categorieën: 1. activiteiten die niet in strijd zijn met het omgevingsplan; 2. activiteiten die in strijd zijn met het omgevingsplan, omgevingsplanactiviteiten waarvoor de aanvraag voor de BOPA wordt ingediend; 3. activiteiten die niet in het omgevingsplan worden geregeld en geen omgevingsplanactiviteit zijn; De juridische activiteiten van dit project worden in paragraaf 2.3.2. beschreven. 2.3.2 Strijdigheden De onder 2.2. benoemde gewenste activiteiten worden getoetst aan het omgevingsplan. Het project is zowel in bouwkundig- als in gebruiksopzicht in strijd met het omgevingsplan. Er mogen namelijk op basis van de geldende regels geen gebouwen worden gebouwd. Het projectvoornemen voorziet in een gebouw ten behoeve van een basisschool en kinderopvang. Daarnaast zijn de gronden uitsluitend bestemd voor sloten, bermen en waterpartijen. Maatschappelijke activiteiten zoals die bij een basisschool en kinderopvang, zijn in strijd met de gebruiksregels. Voor het projectvoornemen wordt een vergunning voor een BOPA aangevraagd voor het toestaan van de bouw en het gebruik van een basisschool met kinderopvang. De beoogde ontwikkeling krijgt een maatschappelijke functie.

2.4

Milieueffectrapportage

Toetsingskader

18/592

In Bijlage V van het Omgevingsbesluit (Ob) is aangegeven welke projecten in het kader van een omgevingsvergunning voor een BOPA project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Projecten die zijn genoemd in kolom 1 zijn m.e.r-plichtig als wordt voldaan aan de drempelwaarden uit kolom 2 en m.e.r.-beoordelingsplichtig in gevallen als genoemd in kolom 3. In kolom 4 staat aangegeven bij welk besluit de m.e.r.(beoordelings)-plicht geldt. Als hier het omgevingsplan wordt genoemd, wordt hieronder ook de omgevingsvergunning voor een BOPA verstaan. Voor m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten moet worden onderzocht of deze aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben. De criteria om dit vast te stellen zijn genoemd in bijlage III van Richtlijn 2011/92/EU (richtlijn m.e.r.). Samengevat zijn dit de kenmerken van een project, de locatie van een project en soort en kenmerken van de verschillende milieueffecten. De initiatiefnemer van een in Bijlage V aangewezen project moet daarvan mededeling doen bij het bevoegd gezag, doorgaans het college van B&W. In die mededeling (de aanmeldingsnotitie) is een beschrijving van het project, de locatie en de mogelijke milieueffecten opgenomen. Het bevoegd gezag beslist binnen zes weken of sprake is van aanzienlijke milieueffecten en neemt die beoordeling op in de omgevingsvergunning.

Toetsing De beoogde ontwikkeling, namelijk het bouwen en in gebruik nemen van een basisschool en kinderopvang, waarvoor een omgevingsvergunning voor een BOPA wordt aangevraagd, komt niet voor in Bijlage V van het Omgevingsbesluit (Ob). Het project is een stedelijk ontwikkelingsproject (categorie J11) en is daarom project-m.e.r.-beoordelingsplichtig. Uit de beoordeling van de milieu- en omgevingsaspecten die in hoofdstuk 5 zijn beschreven, blijkt dat er geen belangrijke milieugevolgen zullen optreden als gevolg van de beoogde ontwikkeling. Het college kan op basis hiervan besluiten dat er geen Milieueffectrapportage nodig is.

19/592

Hoofdstuk 3

Participatie

Op grond van artikel 7.4 van de Omgevingsregeling geldt voor de aanvrager van een omgevingsvergunning een plicht om gelijktijdig met de aanvraag aan te geven of participatie heeft plaatsgevonden. Zo ja, dan bevat de aanvraag een overzicht van de manier waarop dit is gebeurd en wat de resultaten hiervan zijn. Zo niet, dan is het voldoende als de aanvrager als antwoord 'nee' geeft, er is daarmee ook aan de verplichting in artikel 7.4 van de omgevingsregeling voldaan. Er is een uitzondering op bovenstaande. De gemeenteraad kan gevallen aanwijzen waarin participatie een verplichte aanvraagvereiste is. Dit kan alleen bij een BOPA, waarvoor het college van burgemeester en wethouders bevoegd gezag is (artikel 16.55, lid 7, van de Omgevingswet). Op 1 januari 2024 heeft de gemeente Den Helder de 'Lijst van gevallen waarvoor een advies van de gemeenteraad nodig is' vastgesteld. Dit is een lijst met gevallen waarvoor de gemeenteraad van Den Helder besloten heeft om de in de lijst genoemde BOPA's aan te wijzen als gevallen waarbij een bindend advies van de gemeenteraad conform artikel 16.15a sub b onder 1 van de Omgevingswet en verplichte participatie zoals bedoeld in artikel 16.55 van de Omgevingswet vereist is. Voor de aangewezen gevallen geldt dat een overleg met derden verplicht is voordat een aanvraag van een omgevingsvergunning voor een BOPA kan worden ingediend.

Het initiatief betreft de wijziging van de gebruiksmogelijkheden en de bouwmogelijkheden van onbebouwde grond. Volgens geval 1.3 'De functiewijziging van onbebouwde gronden/terreinen, indien tevens extra bebouwing wordt toegevoegd' uit de lijst is participatie voor dit initiatief verplicht. De gemeente Den Helder heeft aan participatie gedaan. Er is door de gemeente een participatieverslag gemaakt en uit dit verslag blijkt dat er geen bezwaar is tegen de beoogde ontwikkeling. Hiermee is aan de verplichting om te participeren voldaan.

20/592

Hoofdstuk 4

Beleidskader

In deze paragraaf wordt ingegaan op het Rijks- (NOVI), provinciaal (POVI) en gemeentelijk beleid (GOVI).

4.1

Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Een goede omgevingskwaliteit wil zeggen dat plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. Binnen de NOVI zijn 8 voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. In een NOVI-gebied krijgt een aantal concrete vraagstukken extra prioriteit. Dit helpt om grote veranderingen en ruimtelijke opgaven in een regio beter te realiseren. Opgaven Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal. Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vijf opgaven: 1.

De bouw van ongeveer 1 miljoen nieuwe woningen; 2. Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie; 3. De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden; 4. Steden en regio's sterker en leefbaarder maken; 5. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Toetsing De regio waarvan de gemeente Den Helder deel uitmaakt is niet aangewezen als NOVI-gebied. Het beleid uit de NOVI is niet van invloed op de ontwikkeling in het projectgebied. De beoogde ontwikkeling raakt geen nationale belangen. Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden meer beleidsvrijheid op het terrein van de fysieke leefomgeving gekregen. Provincies en gemeenten zijn volgens het kabinet beter op de hoogte van de situatie in de regio en de vraag van bewoners, bedrijven en organisaties. Daardoor kunnen zij beter afwegen wat er in een gebied moet gebeuren. Het verlenen van een omgevingsvergunning voor het mogelijk maken van een basisschool en kinderopvang waarin is aangetoond dat er sprake is van een ETFAL past in die lijn. Er is geen strijdigheid met de rijksbelangen. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling raakt geen nationale belangen als opgenomen in de NOVI. Er is sprake van een ruimtelijke ontwikkeling waar de beleidsvrijheid bij de gemeente en de provincie ligt. De ontwikkeling past

21/592

binnen de kaders van het rijksbeleid.

4.2

Waterschapsbeleid

Toetsingskader De Waterschapsverordening van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier bevat regels over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de watersystemen, de zuiveringstechnische werken en de wegen die in beheer zijn bij het hoogheemraadschap. De waterschapsverordening berust op artikel 2.5 van de Omgevingswet en vervangt de Keur HHNK 2016, de Algemene regels bij de Keur HHNK 2016 en de Wegenverordening HHNK 2016. Bovendien bevat het regels over lozingen, die voorheen op het niveau van de centrale overheid waren geregeld. Toetsing De beoogde ontwikkeling vindt plaats binnen het beheersgebied van het waterschap Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. In paragraaf 5.17 wordt ingegaan op het wateraspect met betrekking tot de beoogde ontwikkeling. Conclusie De beoogde ontwikkeling raakt geen waterschapsbelangen.

4.3

Provinciaal beleid

4.3.1 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 Het ruimtelijk beleid van de provincie Noord-Holland is vastgelegd in de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 (vastgesteld op 19 november 2018). In de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 geeft de provincie een gewenst toekomstbeeld, waaruit het provinciaal belang volgt. De hoofdambitie luidt als volgt: 'we richten ons op een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid. Zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven.' Om de hoofdambitie ruimtelijk te realiseren, heeft de provincie provinciale ambities benoemd. De drie ambities (gezonde en veilige basiskwaliteit van de leefomgeving, behoud ruimtelijke kwaliteit en klimaatneutraal in 2050) vormen gezamenlijk de ruimtelijke hoofddoelstelling van de Provincie. Naast de hoofdambitie schetst de omgevingsvisie 5 samenhangende bewegingen. Bewegingen die laten zien hoe ze omgaan met opgaven die op de samenleving afkomen en die de provincie wil faciliteren. Hiervoor is een aantal ontwikkelprincipes en randvoorwaarden opgesteld om de beweging naar de toekomst te kunnen maken. Het gaat om de volgende vijf bewegingen: 1.

Dynamisch schiereiland – hier is het benutten van de unieke ligging leidend waarbij de kustverdediging voorop staat en waar toeristische en recreatieve kansen benut kunnen worden en natuurwaarden worden toegevoegd. 2. Metropool in ontwikkeling – hierin beschrijven we hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad gaat functioneren en dat de reikwijdte van de metropool groter wordt. Door het ontwikkelen van een samenhangend metropolitaans systeem vergroten we de agglomeratiekracht.

22/592

3. Sterke kernen, sterke regio's – deze beweging gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die daarmee het voorzieningenniveau in de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden en waarvan de kernen hun herkenbare identiteit behouden. 4. Nieuwe energie – in deze beweging gaat het over het benutten van de economische kansen van de energietransitie en circulaire economie. 5. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving – deze beweging gaat over het ontwikkelen van natuurwaarden in combinatie met het versterken van de (duurzame) agrifoodsector. Sterke kernen, sterke regio's Een van de ontwikkelprincipes is dat nieuwe ontwikkelingen van woningbouw en voorzieningen worden geconcentreerd in kernen, passend bij de rol van de kernen in het regionale netwerk, die zich moeten voegen naar de vraag op basis van de meest actuele cijfers. Uitgangspunt bij dit principe is dat ontwikkelingen zoveel mogelijk binnenstedelijk en binnendorps plaatsvinden. Dit geldt voor alle kernen. Toetsing De beoogde ontwikkeling past binnen het beleid van de provincie Noord-Holland. De Omgevingsvisie NH2050 benadrukt de behoefte en de ambitie om voorzieningen vooral binnenstedelijk in kernen te concentreren. Het projectvoornemen speelt in op deze behoefte door de basisschool en kinderopvang in de kern Julianadorp te realiseren.

De voorgenomen ontwikkeling heeft geen nadelige gevolgen voor de drie ambities uit de Omgevingsvisie van de provincie Noord-Holland. Conclusie De beoogde ontwikkeling sluit aan bij de doelen uit de omgevingsvisie. 4.3.2 Omgevingsverordening NH2022 De hoofdbelangen uit de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 zijn juridisch vertaald naar de omgevingsverordening NH2022 (vastgesteld op 1 juli 2024). De relevante artikelen uit deze verordening worden onderstaand besproken. Dit project voorziet in het realiseren van een basisschool en kinderopvang op onbebouwde grond. Toetsing De beoogde ontwikkeling vindt binnen de bebouwde kom plaats. Het gaat om een binnenstedelijke ontwikkeling. De ontwikkeling is niet in strijd met de regels uit de omgevingsverordening van de provincie Noord-Holland. Ook ligt het projectgebied volgens de verordening niet in een weidevogelleefgebied. De ontwikkeling doet dan ook geen afbreuk aan weidevogelleefgebieden. Conclusie De beoogde ontwikkeling is in overeenstemming met de provinciale verordening van de provincie Noord-Holland.

4.4

Gemeentelijk beleid

Omgevingsvisie gemeente Den Helder 'Koers op een sterke thuishaven' 2023 In de omgevingsvisie koers op een sterkte thuishaven 2023 is een aantal centrale uitgangspunten geformuleerd

23/592

waar de gemeente zich de komende jaren op wil richten. Daarnaast zijn er een aantal deelvisies opgesteld, waaronder voor de kern Julianadorp. In deze deelvisie wordt benadrukt dat Julianadorp zich de komende jaren op eigen kracht verder zal ontwikkelen tot een aantrekkelijke, complete woonkern met passende voorzieningen, onderwijs en een eigen cultureel leven, aan zee en midden in het open landschap. Daarnaast zal de komende jaren het aantal huishoudens in Julianadorp blijven toenemen. De natuurlijke aanwas wordt op circa 25 tot 30 huishoudens per jaar geraamd, terwijl ook van buiten de gemeente in toenemende mate nieuwe inwoners binnenkomen. Ook wordt het voornemen benoemd om nieuwbouw van de Prinses Margrietschool naast het Junior College te realiseren. Door middel van samenwerking tussen beide scholen wordt de locatie met ondersteuning van de gemeente Den Helder doorontwikkeld tot een brede school met doorlopende leerlijnen tussen 4 en 16 jaar. Toetsing Aangezien de komende jaren het aantal huishoudens in Julianadorp naar verwachting blijft toenemen, is er behoefte aan passende voorzieningen, waaronder onderwijsvoorzieningen. Met de beoogde ontwikkeling wordt invulling gegeven aan het doel om de nieuwbouw van de Prinses Margrietschool naast het Junior College te realiseren, zoals genoemd in de omgevingsvisie van de gemeente Den Helder.

Conclusie De beoogde ontwikkeling is in lijn met de doelen uit de omgevingsvisie van de gemeente Den Helder. Programma Duurzaamheid 2024-2027 De gemeente Den Helder heeft het Programma Duurzaamheid 2024-2027 vastgesteld waarin de visie, ambities, speerpunten en doelen zijn vastgelegd en in 5 grote thema's zijn verdeeld: 1. Energietransitie: meer duurzame energie en het stimuleren van de overstap naar duurzame warmte; 2. Duurzame mobiliteit: de beste fietsstad van Nederland met goede doorfietsroutes en bereikbaar openbaar vervoer; 3. Klimaatadaptatie: een klimaatbestendige en waterrobuuste stad; 4. Biodiversiteit: meer ruimte voor dieren en planten, waardoor deze in aantal toenemen en meer soorten kunnen terugkomen; 5. Circulaire samenleving: waarbij de grondstoffen die we gebruiken lokaal worden geproduceerd, gebruikt, verwerkt en hergebruikt. De gemeente ambieert om in 2040 de kringlopen gesloten te hebben. Dit betekent dat nieuwe producten zo worden vormgegeven dat ze onze grondstoffen zo min mogelijk uitputten en herbruikbaar zijn. De gemeente begint met het beperken van de volgende sectoren: afval, bouw, dienstensector en eigen organisatie. Toetsing De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van een basisschool en kinderopvang.

Deze ontwikkeling biedt mogelijkheden om duurzame technologieën toe te passen, zoals isolatie, energiebesparende installaties en hernieuwbare energiebronnen. Zo kan de ontwikkeling bijdragen aan de thema's energietransitie en een circulaire samenleving. De beoogde ontwikkeling kan het energieverbruik op de lange termijn aanzienlijk

24/592

verminderen. Het is wettelijk geregeld dat nieuwbouw, dus ook nieuwbouw van een basisschool en kinderopvang, aardgasloos moet zijn. Ook het Besluit Bouwwerken Leefomgeving bevat duurzaamheidseisen waarmee initiatiefnemers rekening moeten houden, zoals de isolatiewaarde van het gebouw. Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat de vergunningaanvragen sinds 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). Die eisen vloeien voort uit het Energieakkoord voor duurzame groei en uit de Europese Energy Performance of Buildings Directive (EPBD). De beoogde ontwikkeling wordt aardgasloos gerealiseerd. Conclusie De beoogde ontwikkeling draagt bij aan het programma Duurzaamheid 2024-2027 door bij de bouw van de basisschool met kinderopvang te voldoen aan de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG).

4.5

Conclusie

Uit de voorgaande toetsing blijkt dat de voorgenomen ontwikkeling aansluit op het Rijks- provinciaal-, gemeentelijk- en waterschapsbeleid. Ook draagt het initiatief bij aan de doelen die in de visies en verordeningen zijn gesteld.

25/592

Hoofdstuk 5

Gevolgen voor de fysieke leefomgeving

De gevolgen voor de fysieke leefomgeving van een activiteit waarvoor een omgevingsvergunning voor een BOPA wordt aangevraagd, moeten in beeld worden gebracht. Gemotiveerd moet worden hoe met het oog op de ETFAL rekening gehouden wordt met in ieder geval de instructieregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl) en de provinciale milieuverordening. Daar waar een nieuwe activiteit milieuruimte inneemt, is aandacht nodig voor de gevolgen van deze activiteit op de omgeving maar ook op de gevolgen van de omgeving op deze nieuwe activiteit. De instructieregels uit het Bkl (en de provinciale omgevingsverordening) kunnen verplichten tot het verbinden van voorschriften aan de omgevingsvergunning voor de BOPA.

5.1

Ladder voor duurzame verstedelijking

Toetsingskader De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. Het Bkl regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling de ladder mogelijk van toepassing is. Bij een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelvoorziening of een andere stedelijke voorziening, en die voldoende substantieel is, moet -met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand - de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling worden afgewogen. Het Bkl legt hiervoor geen grens vast. Volgens jurisprudentie is in beginsel pas sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling bij plannen vanaf 12 woningen of bij een functiewijziging of toevoeging van bebouwing met een andere stedelijke functie vanaf 500 m2 bvo. Leegstand mag volgens jurisprudentie niet 'onaanvaardbaar' zijn. Als het een stedelijke ontwikkeling betreft die is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied, moet ook worden afgewogen welke mogelijkheden er zijn om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien.

De grens van het stedelijk gebied wordt bepaald door de specifieke ligging, de feitelijke situatie, het omgevingsplan en de aard van de omgeving. Als wordt voorzien in de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en de beoordeling van de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de mogelijke of actuele economische gevolgen van die vestiging, heeft de beoordeling alleen tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een ETFAL. Toetsing De huidige schoollocatie in Julianadorp bestaat uit verouderde gebouwen die niet meer voldoen aan de moderne eisen en wensen. Nieuwbouw op de huidige locatie wordt als niet gewenst beschouwd om meerdere redenen. Ten eerste, biedt de huidige locatie beperkte ruimte voor uitbreiding en modernisering, wat essentieel is om aan de hedendaagse eisen voor onderwijs en kinderopvang te voldoen. Verder biedt het

26/592

bestaand stedelijk gebied geen geschikte ruimte voor de beoogde ontwikkeling. Daarnaast zijn de bestaande gebouwen verouderd en zouden uitgebreide renovaties nodig zijn om ze op hetzelfde niveau te brengen als een nieuwbouwproject. Deze renovaties zouden niet alleen kostbaar en tijdsintensief zijn, maar ook betekenen dat onderwijsactiviteiten voor langere tijd verstoord worden, wat ongunstig is voor de continuïteit van het leerproces. Tevens is de verwachting dat het aantal leerlingen in het dorp vanwege de groei aan inwoners zal stijgen, mede door de achterliggende nieuwbouwwijk Willem Alexanderhof. Daarom is er behoefte aan een nieuwe school die niet alleen onderdak biedt aan de Prinses Margrietschool maar ook een onderkomen wordt waar kinderen van nul tot en met 12 jaar zich kunnen ontwikkelen, belangrijk. Dit plan maakt onderdeel uit van de ontwikkeling van een nieuwe onderwijsomgeving Campus Julianadorp. De toekomstige Campus Julianadorp is gepland als een multifunctionele onderwijs- en wooncampus centraal in Julianadorp, nabij de Zuiderhaaks, Akkerbouwstraat en Landbouwstraat. Het project omvat de bouw van een nieuw schoolgebouw en de ontwikkeling van omliggende terreinen voor woningbouw.

Deze campus zal dienen als een centraal punt voor onderwijs, wonen en mogelijk recreatieve voorzieningen, waarbij een balans wordt gezocht tussen stedelijke ontwikkeling en ecologische waarden. Door het behoud van groen en waterpartijen wordt een duurzame en leefbare omgeving gecreëerd die aansluit bij de natuurlijke omgeving van Julianadorp. De locatie van de toekomstige Campus Julianadorp, naast het bestaande Junior College, zal een centrale plek worden voor onderwijs en kinderopvang voor kinderen van nul tot en met zestien jaar in Julianadorp en omstreken. De samenwerking tussen Scholen aan Zee, Stichting Meerwerf, en de gemeente Den Helder heeft de intentie om kinderen van jong tot oud op één locatie te laten leren en opgroeien, en medio 2025 wordt de realisatie van deze onderwijscampus verwacht. In Campus Julianadorp zullen de Prinses Margrietschool en een kinderopvang hun plek vinden, waarmee een omgeving ontstaat waarin voorzieningen, sport, spel en onderwijs elkaar versterken. De visie achter deze campus benadrukt dat de scheidslijn tussen basisonderwijs en voortgezet onderwijs vervaagt en daarmee mogelijkheden biedt voor gepersonaliseerd onderwijs.

Door leerlingen van basisschool en middelbare school op één locatie onder te brengen, ontstaat een leeromgeving waarin oudere leerlingen de jongere kunnen begeleiden en ondersteunen, wat het leerproces voor iedereen verrijkt. Daarnaast kunnen basisschoolleerlingen geleidelijk kennismaken met vakken uit het voortgezet onderwijs, wat de overgang naar de middelbare school soepeler zal maken. De campus zal ook nauw samenwerken met lokale sport- en recreatievoorzieningen, waaronder ONS Julianadorp, om sportieve en educatieve mogelijkheden verder te versterken. Het is de ambitie van de gemeente en de onderwijsinstellingen om op termijn ook bovenbouwonderwijs op deze locatie mogelijk te maken, zodat leerlingen niet meer naar Den Helder hoeven te reizen. Met de groei van Julianadorp is het toekomstperspectief om lokaal hun gehele onderwijsloopbaan te kunnen doorlopen binnen handbereik gekomen. Conclusie De gewenste ontwikkeling is getoetst aan de 'ladder voor duurzame verstedelijking' Hieruit blijkt dat de ontwikkeling voor het aspect duurzame verstedelijking bijdraagt aan een ETFAL. Voorschriften zijn niet nodig om

27/592

te voldoen aan ETFAL en instructieregels.

5.2

Welstand

Toetsingskader Welstand gaat over hoe de uiterlijke kenmerken van een bouwwerk in de omgeving passen. Hierbij kan gedacht worden aan de vorm, kleur of gebruikte materialen. De redelijke eisen van welstand zijn uitgewerkt in de welstandsnota van de gemeente. In de bruidsschat zijn regels opgenomen met betrekking tot: 1. repressief welstand (art. 22.7), oftewel de excessenregeling en; 2. de beoordeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning met betrekking tot een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk. Als de gemeente geen welstandsnota en ook geen beleidsregels voor de beoordeling van het uiterlijk van bouwwerken heeft, dan gelden de regels in de bruidsschat niet. De regel geldt ook niet bij een bouwwerk of in een gebied dat de gemeente als welstandsvrij heeft aangewezen. Beoordeling van een aanvraag voor een BOPA Een omgevingsvergunning met betrekking tot een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerken wordt alleen verleend als het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk niet in strijd is met de redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota. Tijdelijke bouwwerken, niet zijnde seizoensgebonden werken zijn uitgesloten van deze welstandstoets.

Repressief welstand De excessenregeling ziet erop toe dat gemeenten een eigenaar kunnen verplichten om aanpassingen aan het bouwwerk te verrichten waarmee de ernstige strijd met redelijke eisen van welstand wordt opgeheven. Onder de Omgevingswet gebeurt dit door middel van een maatwerkvoorschriften. De excessenregeling is (met name) van toepassing op bestaande situaties en is minder relevant voor het beoordelen van een aanvraag voor een BOPA. Toetsing In de gemeente Den Helder hanteert men een welstandsnota die richtlijnen biedt voor de beoordeling van bouwprojecten op hun uitstraling en inpassing in de omgeving. Elk bouwplan wordt aan deze welstandsnota getoetst om te waarborgen dat het voldoet aan de redelijke eisen van welstand. Voor het project is vastgesteld dat de huidige welstandsnota niet optimaal aansluit bij de specifieke eisen en uitstraling van de geplande school. Om deze reden is een beeldkwaliteitsplan opgesteld, genaamd Willem Alexanderhof, dat de gewenste kwaliteitseisen voor de wijk vastlegt. Het kwaliteitsteam van de wijk heeft de plannen voor de school reeds beoordeeld en is in hoofdlijnen akkoord met het ontwerp. Echter, er dienen nog punten zoals de materialisatie en het kleurenpalet verder te worden beoordeeld, waardoor er op dit moment nog geen definitief akkoord is.

Deze openstaande punten zullen worden verwerkt in de bouwaanvraag, inclusief eventuele opmerkingen vanuit het welstandsadvies. Hiermee wordt gestreefd naar een zorgvuldige en integrale aanpak van het bouwproject,

28/592

passend binnen de vastgestelde kwaliteitscriteria van de wijk. Conclusie De bouwaanvraag wordt beoordeeld aan de hand van de beleidsregels voor welstand en zal uiteindelijk een positieve beoordeling ontvangen. Wat betreft het thema welstand kan de omgevingsvergunning, rekening houdend met eventuele opmerkingen uit het welstandsadvies, worden verleend.

5.3

Mobiliteit en parkeren

Toetsingskader Verkeer en parkeren moeten als omgevingsaspecten in het belang van een evenwichtige toedeling van functies aan loca-ties worden beoordeeld. De Ow en het Bkl stellen geen regels op dit gebied. De omgevingsvisie van Noord Holland gaat hier wel op in. In de omgevingsvisie wordt de ambitie uitgesproken dat onderwijsinstellingen uitstekend per fiets bereikbaar moeten zijn. Ook gemeente Den Helder heeft mobiliteit in haar omgevingsvisie besproken. Bovendien heeft ze parkeernormen vastgelegd in de Beleidsregels van de raad van de gemeente Den Helder, houdende regels omtrent parkeernormen (Nota Parkeernormen Den Helder 2022) Naast het provinciaal en het gemeentelijk beleid bieden de CROW-richtlijnen een belangrijk kader voor de beoordeling van de aspecten verkeer en parkeren. Aangezien het richtlijnen betreft, kan er onderbouwd worden afgeweken. Daarvoor is specifiek op de ontwikkeling van toepassing zijnde toegesneden informatie van belang. Uitgangspunt bij beoordeling: STOMP principe In beginsel worden de aspecten verkeer en parkeren beoordeeld conform het STOMP principe. STOMP staat voor: Stappen, Trappen, Openbaar Vervoer, Mobility as a Service (MaaS) en ten slotte de Privéauto.

Het STOMP principe gaat ervanuit dat de voetgangers en fietsers de belangrijkste verkeersdeelnemers zijn die binnen de ontwikkeling gefaciliteerd dienen te worden, daarna volgt het openbaar vervoer en de deelmobiliteitsvoorzieningen en als laatste wordt de privéauto gefaciliteerd. Het toepassen van het STOMP principe draagt bij aan een duurzame gebiedsontwikkeling, daarom is dit principe belangrijk om mee te nemen in de beoordeling. Het principe is toegepast door eerst de verkeersveiligheid en doorstroming voor voetgangers en fietsers te beschrijven en te beoordelen, en pas daarna de autobereikbaarheid te analyseren, zodat de juiste prioriteiten worden gesteld. Verkeer Ontsluiting Voetgangers In figuur 1 is de ligging van de projectlocatie weergegeven. Te voet is de locatie niet goed bereikbaar. Er zijn slechts weinig woningen binnen een korte loopafstand gelegen, vanwege de ligging aan de rand van de bebouwde kom, en de barrière die de ijsbaan vormt tussen de school en de woningen.

29/592

Figuur Ligging projectlocatie Fiets De school is voor fietsers direct ontsloten op het vrijliggende fietspad langs de Verlengde Zuiderhaaks. De buurt Koegras en het oosten van de buurt Dorp zijn via de zijstraten Akkerbouwstraat en Landbouwstraat te bereiken. Dit zijn erftoegangswegen met een lage maximumsnelheid. Fietsers die verder naar het oosten fietsen maken gebruik van de rotonde waar de (Verlengde) Zuiderhaaks en de Langevliet elkaar kruisen. Ondanks dat deze binnen de bebouwde kom ligt hebben fietsers hier geen voorrang. Auto Het parkeerterrein van de beoogde ontwikkeling sluit aan op de Landbouwstraat. Deze sluit enkele tietallen meters zuidelijker weer aan op de Verlengde Zuiderhaaks. Dit is een gebiedsontsluitingsweg van 7,2m breed. In oostelijke richting leidt deze in 2 kilometer naar rijksweg N9. Richting het westen leidt deze weg naar de kruising met de Langevliet. Automobilisten met bestemming het westen van Julianadorp kunnen hier rechtdoor rijden, als de bestemming het noorden of het zuiden van Julianadorp is slaat de automobilist hier rechts- respectievelijk linksaf. De locatie is hiermee goed per auto bereikbaar. Verkeersgeneratie De beoogde ontwikkeling voorziet in een basisschool met 15 lokalen, en een kinderdagverblijf van 500 m2 bvo.

Het schoolgebouw is geschikt voor onderwijs aan 185 onderbouwleerlingen, 174 bovenbouwleerlingen en 55 opgevangen kinderen. Voor het bepalen van de verkeersgeneratie van de beoogde ontwikkeling wordt waar mogelijk gebruik gemaakt van kencijfers uit CROW-publicatie 744. Echter zijn vanuit het CROW geen kencijfers

30/592

beschikbaar voor het bepalen van de verkeersgeneratie van een basisschool. Tevens kan de verkeersgeneratie ook niet volledig worden berekent doormiddel van het toepassen van een turnover op het parkeerkencijfer, aangezien met behulp van de parkeerkencijfers enkel de parkeerbehoefte van het personeel wordt berekent. De parkeernota van gemeente Den Helder voorziet wel in een norm voor het aantal te realiseren parkeerplaatsen. Het aanvullende haal- en brengverkeer is hiermee te bepalen. Daarom wordt de verkeersgeneratie bepaald aan de hand van het gegenereerde haal- en brengverkeer en de benodigde parkeerplaatsen voor het personeel. Hierna volgt een beschrijving van de manier waarop de verkeersgeneratie van de beoogde ontwikkeling is bepaald. Deze verkeersgeneratie is opgesplitst in een verkeersgeneratie voor het halen en brengen en een verkeersgeneratie voor het personeel. Verkeersgeneratie halen en brengen Het aantal leerlingen dat per auto wordt gebracht is in de parkeernota van Den Helder geschat op 30-60% in de onderbouw, 5-40% in de bovenbouw en 50-80% voor de kinderen in een kinderdagverblijf. Gezien het feit dat Julianadorp de kleiner en minder stedelijk is dan de rest van Den Helder wordt de bovenzijde van de bandbreedte aangehouden.

Van het aantal leerlingen dat per auto wordt gebracht kan een reductiepercentage in mindering worden gebracht in verband met het halen en brengen van 2 kinderen in 1 auto. De reductiefactoren bedragen 0,25 voor de onderbouw en het kinderdagverblijf en 0,15 voor kinderen in de bovenbouw. Vervolgens is het resultaat met 4 vermenigvuldigd. Immers zowel bij het halen als het brengen zijn er een beweging naar de school en vanaf de school nodig. Met de beoogde aantallen leerlingen levert dit de volgende verkeersgeneratie op: Tabel Verkeersgeneratie als gevolg van haal- en brengverkeer.

onderbouw bovenbouw kinderdagverbl ijf Totaal

leerlingen 185 174

% auto 60% 40%

reductie 25% 15%

55

80%

25%

verkeersbewegingen 111 42 44 197

Verkeersgeneratie personeel Naast het haal en brengverkeer dient rekening te worden gehouden met het personeel. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een turnover van 1 per parkeerplaats, wat neerkomt op 2 voertuigbewegingen per parkeerplaats. In de gemeentelijke parkeernota is een norm opgenomen van 0,5 parkeerplaats per leslokaal, wat leidt tot een parkeerbehoefte van (15x 0,5 =) 7,5 parkeerplaatsen. Hieruit volgt dat het personeel zorgt voor een aanvullende verkeersgeneratie van (2 x 7,5 =) 15 mvt/etmaal. Verkeersgeneratie totaal De optelsom van verkeersgeneratie veroorzaakt door haal- en brengverkeer en personeel is 197+15 = 212 mvt/etmaal op een werkdag. Verkeerstoedeling Het is aannemelijk dat de kinderen die de school bezoeken voor het overgrote deel in Julianadorp wonen. Echter

31/592

een deel van het verkeer zal ook van of naar elders rijden. Denk aan het personeel, maar ook ouders die hun kind bij school afzetten en daarna naar hun werk of een andere bestemming doorrijden. Gezien het feit dat er in het zuiden van Julianadorp al andere basischolen zijn zullen de meeste leerlingen uit het noorden van het dorp komen. Dit levert onderstaande verkeersverdeling op.

Figuur Verkeersverdeling Beoordeling verkeersafwikkeling De beoogde ontwikkeling voegt 212 motorvoertuigen per etmaal toe met een kruising op de Verlengde Zuiderhaaks. Van deze weg zijn geen intensiteiten bekend. Maar gezien de het royale formaat van deze gebiedsontsluitingsweg, en het feit dat Julianadorp ook door de Schoolstraat en Callantsogervaart op de N9 wordt ontsloten, en bovendien de Langevliet een directe verbinding met Den Helder vormt is het niet te verwachten dat deze weg zo druk is dat de extra verkeersgeneratie niet verwerkt kan worden. Beoordeling Verkeersveiligheid Voetgangers Voetgangers van en naar de school kunnen gebruik maken van vrijliggende voetpaden zowel naar het oosten, over een nieuwe brug, als naar het westen, langs het parkeerterrein. Hiermee is de veiligheid van voetgangers gewaarborgd. Aandachtspunt voor de toekomst is de ontwikkeling van Julianadorp Oost, ten zuiden van de beoogde school. Aan de ene kant is dit gunstig voor de bereikbaarheid te voet van de school; er zullen meer woningen in de nabijheid van de school worden gebouwd. Echter is dan wel de oversteekbaarheid van de Zuiderhaaks een knelpunt. De Zuiderhaaks is nu voor voetgangers niet veilig over te steken. Zo lang Julianadorp Oost niet in ontwikkeling is, is daar geen noodzaak toe, maar dat gaat veranderen.

32/592

Fietsers De ontsluiting per fiets op een vrijliggend fietspad is veilig. Aandachtspunt is de rotonde bij de kruising met de Lange Vliet. Het is onduidelijk waarom hier fietsers geen voorrang hebben, zoals gebruikelijk is binnen de bebouwde kom. Dit levert onduidelijke en daarmee gevaarlijke situaties op. Deze situatie bestaat al, en wordt urgenter om op te lossen met het extra fietsverkeer wat is te verwachten door de beoogde ontwikkeling. De toekomstige problematiek van de beperkte oversteekbaarheid van de Verlengde Zuiderhaaks zoals die voor voetgangers gaat spelen bij de ontwikkeling van Julianadorp Oost geldt ook voor fietsers. Automobilisten Automobilisten rijden via de Landbouwstraat de Zuiderhaaks op. Deze gebiedsontsluitingsweg kent een maximumsnelheid van 50 km/u, maar nodigt uit tot harder rijden. De weg is met 7,2m vrij breed voor een gebiedsontsluitingsweg binnen de bebouwde kom. De richtlijnen van het CROW geven als ideale maat 6,5-7m aan. De berm is bovendien zo goed als vrij van obstakels, en de rechtstand is lang, vooral voor autoverkeer van oost naar west. Tot slot is er weinig bebouwing langs de weg. Daarom is een attentieverhogende en snelheidsverlagende ingreep nodig voor auto's die vanuit het oosten op de kruising met de landbouwweg afkomen. Deze situatie is overigens ook zonder de beoogde ontwikkeling als onwenselijk.

De kruising zelf is met een middeneiland en opstelruimte tussen het fietspad en de rijbaan al zo vormgegeven dat automobilisten die van de landbouwweg de Zuiderhaaks op willen rijden elke conflicterende verkeersstroom apart kunnen beoordelen. Het parkeerterrein is bewust op enige afstand van de entree van de school gesitueerd. Dit is gedaan om het gebruik van de auto te ontmoedigen en om onveilige situaties bij de schoolentree te voorkomen. Parkeren Auto Het project voorziet in voldoende parkeerplaatsen om te voldoen aan de parkeervraag, zoals berekend op basis van de parkeernormen uit de Nota Parkeernormen van de gemeente Den Helder. Op basis van de leerlingaantallen en het kinderdagverblijf is de parkeerbehoefte als volgt berekend:

Groep 1 t/m 3: 185 leerlingen, vereist 20,8 parkeerplaatsen. Groep 4 t/m 8: 174 leerlingen, vereist 3,7 parkeerplaatsen. Kinderdagverblijf: 55 kinderen, vereist 10,3 parkeerplaatsen. Dit resulteert in een totale parkeerbehoefte van 34,8 parkeerplaatsen. Gelijktijdig met de ontwikkeling van het schoolgebouw zal het parkeerterrein worden aangelegd ten westen van de school. Er worden voldoende parkeerplekken (57 parkeerplaatsen) gerealiseerd op de parkeerplaats waardoor er voorzien wordt in de parkeerbehoefte. Hiermee voldoet het project aan de gestelde parkeernormen en voorziet het in voldoende capaciteit voor het beoogde gebruik. Fiets Voor een basisschool met 250-500 leerlingen geldt een fietsparkeernorm van 4 stallingsplaatsen per 100 m2 bvo. De beoogde ontwikkeling voorziet in 244 fietsparkeerplaatsen. Dat is ruim vodoende om aan de parkeernorm te

33/592

kunnen voldoen. conclusie De beoogde ontwikkeling is matig bereikbaar te voet, maar goed per fiets en per auto. De beoogde ontwikkeling zal geen knelpunten in de verkeersafwikkeling veroorzaken. Op het gebied van verkeersveiligheid is de voorrangssituatie op de kruising van de Langevliet en de Verlengde Zuiderhaaks een bestaand aandachtspunt. Hetzelfde geldt voor de kruising tussen de Landbouwstraat en Zuiderhaaks; hier bestaat in de huidige situatie een veiligheidsknelpunt, en de beoogde ontwikkeling maakt het oplossen iets urgenter. Parkeren wordt in de beoogde ontwikkeling voldoende gefaciliteerd om de verwachte behoefte op te vangen.

5.4

Ecologie: gebiedsbescherming

Toetsingskader Ter bescherming van de natuur zijn in het Bkl diverse regels opgenomen. Deze regels komen grotendeels overeen met de regels die zijn opgenomen in de voormalige Wet natuurbescherming. Het gaat hierbij in de eerste plaats om regels voor de gebiedsbescherming van aangewezen Natura 2000-gebieden, regels voor de soortenbescherming van te beschermen planten, diersoorten (waaronder vogels) en regels ter bescherming van houtopstanden. Het gebieds- en soortenbeschermingsregime vloeit voor een belangrijk deel voort uit twee Europese richtlijnen, te weten de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Daarnaast bevat het Bkl regels over het Natuur Netwerk Nederland. Een BOPA-activiteit kan gevolgen hebben voor NNN-gebieden. De gebieden die samen het NNN vormen, zijn aangewezen in de provinciale omgevingsverordening. In de provinciale omgevingsverordening worden de wezenlijke kenmerken en waarden vastgesteld van deze gebieden. Deze wezenlijke kenmerken en waarden moeten worden beschermd, in stand worden gehouden, verbeterd en ontwikkeld. Hiertoe zijn in de provinciale omgevingsverordening instructieregels in artikel 7.109 opgenomen. Toetsing In het kader van een ETFAL is gekeken naar de effecten op Natura 2000-gebieden. Het projectgebied ligt op circa 2,56 km van het dichtstbijzijnde NNN-gebied en op circa 3,75 km van het dichtstbijzijnde BPL-gebied.

De geplande activiteiten vinden plaats op circa 2,6 km van Natura 2000-gebied Duinen Den Helder-Callantsoog. Externe negatieve effecten door geluid, licht, trillingen, optische verstoring en overige effecten (behalve: stikstof) op de instandhoudingsdoelen van nabijgelegen Natura 2000-gebieden zijn uit te sluiten. Stikstof In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is gekeken naar de effecten op Natura 2000-gebieden. Voor het onderzoeken van de mogelijke effecten op het nabijgelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebied is een AERIUS-berekening uitgevoerd (zie bijlage 4). Uit de berekeningen blijkt dat geen sprake is van rekenresultaten die hoger zijn dan 0,00 mol N/ha/jr voor de realisatiefase en gebruiksfase van de ontwikkelingen. Er is dan ook geen sprake van een significant effect op Natura2000-gebieden. Conclusie De ontwikkeling bevindt zich niet in een natuur- of groengebied met een beschermde status. De natuurlijke kenmerken van Natura 2000-gebieden en NNN-gebieden worden door de ontwikkeling niet aangetast.

34/592

5.5

Ecologie: soortenbescherming

Toetsingskader Voor de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een BOPA is het nodig om te onderzoeken of er aanwijzingen zijn van de aanwezigheid van beschermde soorten op de locatie waar de BOPA-activiteit zal worden verricht of in de directe nabijheid van die locatie. Dit is de quickscan ecologie. Als uit de quickscan ecologie blijkt dat er aanwijzingen zijn dat specifieke beschermde soorten voorkomen, dan is aanvullend onderzoek nodig. Voor sommige flora- en fauna-activiteiten is een omgevingsvergunning nodig. De vergunningplicht is in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) geregeld, waarin vergunningplichtige en vergunningvrije activiteiten zijn aangewezen. In alle gevallen geldt de specifieke zorgplicht voor het verrichten van een flora- en fauna-activiteit die er kort samengevat op neerkomt dat maatregelen moeten worden getroffen om nadelige gevolgen voor beschermde soorten te voorkomen dan wel zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. Toetsing Bij de beoogde ontwikkeling is er sprake van het dempen van watergangen. Daarom is voor het project een quickscan soortenbescherming (bijlage 4) uitgevoerd. Uit deze quickscan is naar voren gekomen dat er rekening gehouden moet worden met diverse soorten/soortgroepen en dat er vervolgonderzoek, volgens de vigerende kennisdocumenten en protocollen, nodig is naar de Rugstreeppad. Dit vervolgonderzoek is uitgezet.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.denhelder.nl/api/v1/meetings/2228/documents/24322