Bijlage 5 - Archeologisch bureauonderzoek Dijkkwartier fase 1 en fase 2.pdf.pdf
Tekst van het document
Dijkkwartier fase 1 en 2 te Den Helder, gemeente Den Helder Bureauonderzoek SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2844
Versie C1 D1
Status Concept opgeleverd aan opdrachtgever Definitief
Datum 07-04-2025 xx-xx-2025
2/46
Verantwoording Titel:
Dijkkwartier fase 1 en 2 te Den Helder, gemeente Den Helder Sweco Archeologische Rapporten 2844
Projectnummer: Opdrachtgever: Referentienummer: Versie: ISSN-nummer:
51009132 Zeestad B.V. NL25-648800269-130973 C1 2468-4813
Datum:
07-04-2025
Auteur: E-mailadres:
Florence Fowkes florence.fowkes@sweco.nl
Gecontroleerd door:
Leonie Ouwerkerk senior KNA archeoloog (actornummer 92218907)
Paraaf gecontroleerd:
Vrijgegeven door:
Jeroen van Rooij Teammanager Heritage Consultancy
Paraaf vrijgegeven:
Document referentie:
NL25-648800269-130973
3/46
Inhoudsopgave Administratieve gegevens.................................................................................................................................. 5 Samenvatting ..................................................................................................................................................... 6 1 Inleiding ................................................................................................................................................... 7 1.1 Inleiding ................................................................................................................................................... 7 1.2 Locatie plangebied .................................................................................................................................. 7 1.3 Overheidsbeleid en kader onderzoek...................................................................................................... 7 1.3.1 Omgevingsplan .................................................................................................................................... 8 1.3.2 Gemeentelijk en regionaal archeologiebeleid ......................................................................................
9 1.4 Toekomstig gebruik ...............................................................................................................................13 1.5 Huidige situatie en gebruik ....................................................................................................................14 2 Bureauonderzoek ..................................................................................................................................15 2.1 Inleiding .................................................................................................................................................15 2.2 Uitvoering onderzoek ............................................................................................................................15 2.3 Aardwetenschappelijke situatie .............................................................................................................16 Archeologische gegevens................................................................................................................................23 2.3.1 Archeologische monumenten .............................................................................................................23 2.3.2 Archeologische vondsten en waarnemingen (Archis) ........................................................................23 2.3.3 Archeologische onderzoeken (Archis)
...............................................................................................25 2.3.4 Gebouwde rijksmonumenten..............................................................................................................31 2.3.5 Ondergrondse bouwhistorische waarden ...........................................................................................32 2.3.6 Overige bronnen .................................................................................................................................32 2.4 Historische situatie en mogelijke verstoringen ......................................................................................33 2.4.1 Historische situatie .............................................................................................................................33 2.4.2 Historische kaarten .............................................................................................................................33 2.4.3 Militair-historische gegevens ..............................................................................................................39 2.4.4 Mogelijke verstoringen .......................................................................................................................39 3
Archeologische verwachting ..................................................................................................................41
4 4.1 4.2
Conclusie en advies ..............................................................................................................................42 Conclusie ...............................................................................................................................................42 Advies ....................................................................................................................................................42
Literatuur en gebruikte bronnen ......................................................................................................................44
Bijlage 1
Geologische en Archeologische perioden
Bijlage 2
Ligging plangebied
Bijlage 3
AMK-terreinen
Bijlage 4
Vondstmeldingen
Bijlage 5
Onderzoekmeldingen
Bijlage 6
Rijksmonumenten
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2844 Projectnummer: sweco.projectId Datum: 07-04-2025
Versie: C1
Document referentie: q:\k\grq\bu500\algemeen\geo\archeologie\projecten 2025\51009132 dijkkwartier den helder fase 1\6 rapportage\concept\nl25-648800269-.docx
4/46
Administratieve gegevens Administratieve gegevens Uitvoerder Soort onderzoek Provincie Gemeente Plaats Toponiem Kadastrale gegevens Kaartblad Centrum-coördinaten Digitale kaart onderzoeksgebied Opdrachtgever Onderzoekskader Archis onderzoeksmelding Oppervlakte plangebied Archeoregio Bevoegde overheid Projectmedewerker(s) Projectnummer Sweco Periode van uitvoering Beheer en plaats van documentatie
Sweco Nederland B.V. Bureauonderzoek Noord-Holland Den Helder Den Helder Dijkkwartier fase 1 en 2 Meerdere 09D x: 112949.01 / y: 553183.37 Zie bijlage 1 Zeestad B.V. Bijv. omgevingsvergunning 5742555100 37 ha Noordhollands kleigebied Gemeente Den Helder incl KNA-status en actornummer 51009132 Maart 2025 Sweco Nederland BV, vestiging Groningen
Kwaliteitsborging Sweco voert archeologisch onderzoek uit onder procescertificaat BRL SIKB 4000 ’Archeologie’ (versie 4.2) conform artikel 5.4 van de Erfgoedwet (onderdeel van de Omgevingswet) en de protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004. De archeologische werkzaamheden worden uitgevoerd volgens de normen van de archeologische beroepsgroep en in overeenstemming met de Kwaliteitsnorm van de Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.2). De Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie wordt beheerd door de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB; www.sikb.nl) en is door de minister aangewezen als norm.
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2844 Projectnummer: 51009132 07-04-2025
Versie: C1
Document referentie: NL25-648800269-130973
5/46
Samenvatting In opdracht met Zeestad B.V. heeft Sweco Nederland B.V. een bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied Dijkkwartier fase 1 en 2 bij Den Helder in de gemeente Den Helder. De aanleiding voor dit bureauonderzoek is dat de gebouwen op de locatie van fase 1 en 2 zullen worden gesloopt, de dijk zal worden verbreed, en daarbovenop woningbouw en straten zullen worden aangelegd. In principe zullen er geen graafwerkzaamheden plaatsvinden vanaf het huidige grondniveau, hoewel er potentieel is voor enkele kruipruimtes. Een groot deel van het plangebied ligt binnen het archeologische monument van de historische kern van Den Helder (14945), en vondsten binnen het onderzoekgebied zijn gedateerd van de Steentijd tot de Nieuwe Tijd. Sinds de 16e eeuw is Den Helder een belangrijk handelscentrum geweest met aanzienlijke historische en archeologische waarde. Op basis van de hierboven gepresenteerde en geïnterpreteerde bronnen en gegevens is een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld voor het plangebied. Er is een lage archeologische verwachting voor resten uit de Steentijd tot de Vroege Middeleeuwen vanwege de diepte van potentiële resten en de erosie door herhaalde overstromingen. Voor de Late Middeleeuwen is er een gemiddelde archeologische verwachting van sporen en vondsten die wijzen op landgebruik voor landbouw en mogelijk bewoning.
Er is een zeer hoge verwachting van archeologische resten uit de Nieuwe Tijd, met name vondsten gerelateerd aan gebouwen, aangezien er sinds minstens de 19e eeuw woningbouw heeft plaatsgevonden binnen het plangebied. Er is ook een kans op het aantreffen van militaire resten uit deze periode. Archeologische resten uit de Nieuwe Tijd worden verwacht direct onder het grondoppervlak zichtbaar te zijn, mogelijk in de vorm van een dikke laag puin en zwaar verstoord. Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek adviseert Sweco Nederland om bij ontgravingen dieper dan 35 cm – het huidige maaiveld om vervolgonderzoek uit te voeren. Een bureau- en booronderzoek uitgevoerd door ADC ArcheoProjecten in 2005 (archisnummer: 2090280100) heeft aangetoond dat de locaties niet intensief kunnen worden onderzocht door middel van boringen vanwege de aanwezigheid van puin in de ondergrond. Daarom wordt voorgesteld om daar waar ingrepen dieper dan 35 cm – mv plaatsvinden, deze onder archeologische begeleiding te laten uitvoeren. Dit geldt ook voor het slopen van bestaande funderingen dieper dan het maaiveld, en bijvoorbeeld bij de aanleg van kabelsleuven/rioolsleuven daar waar deze niet reeds aanwezig zijn. Voor aanvang van het onderzoek dient een door de bevoegde overheid goedgekeurd PvE opgesteld te worden.
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2844 Projectnummer: 51009132 07-04-2025
Versie: C1
Document referentie: NL25-648800269-130973
6/46
1
Inleiding
1.1
Inleiding
In opdracht van Zeestad B.V. heeft Sweco Nederland B.V. een bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied Dijkkwartier fase 1 en 2 bij Den Helder in de gemeente Den Helder. De aanleiding voor dit bureauonderzoek is dat op de locatie van fase 1 en fase 2 (zie afbeelding 1.1, later aangeduid als het plangebied), de gebouwen zullen worden gesloopt, de dijk zal worden verbreed en daarbovenop woningbouw en straten worden gebouwd. In principe zullen er geen graafwerkzaamheden plaatsvinden vanaf het huidige grondniveau, hoewel er potentieel is voor enkele kruipruimtes.
1.2
Locatie plangebied
Het plangebied ligt ten noorden van de buurt Oostsloot in Den Helder, tussen de Kanaalweg en de Zee-promenade. Het gebied is ongeveer 600 m lang en op het breedste punt 120 m breed (afbeelding 1.1). Het onderzoeksgebied betreft een straal van 1500 m hieromheen. Binnen dit onderzoeksgebied is voldoende informatie beschikbaar voor het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting.
Afbeelding 1.1. Luchtfoto 2021 met situering plangebied en onderzoeksgebied (bron: pdok.nl).
1.3
Overheidsbeleid en kader onderzoek
Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van een omgevingsvergunning.
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2844 Projectnummer: 51009132 07-04-2025
Versie: C1
Document referentie: NL25-648800269-130973
7/46
1.3.1
Omgevingsplan
Met ingang van 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht geworden en hebben gemeenten hun beleid voor ruimtelijke ordening en omgevingsfactoren vastgelegd in omgevingsplannen en zijn alle geldende ruimtelijke plannen van rechtswege opgenomen in het omgevingsplan. Omdat gemeenten vaak veel bestemmingsplannen hadden met verschillende regels (dubbelbestemmingen) voor archeologie, blijven al deze verschillende regels nog geldig totdat ze zijn overgegaan naar het omgevingsplan. De gemeente Den Helder heeft in de vigerende bestemmingplannen het archeologisch beleid vastgesteld (Bestemmingsplan Stadshart Centrum, 2011-09-26 en Bestemmingplan Stadshart West, 2016-11-28).1 Hieruit blijkt dat op verschillende delen van het plangebied een dubbelbestemming Waarde – Archeologie ligt. Dubbelbestemming Bestemmingplan Stadshart Centrum, 2011 Waarde – Archeologie Bestemmingplan Stadshart West, 2016 Waarde – Archeologie
Vrijstellingsgrenzen 50 m2 en dieper dan 0,30 m onder maaiveld. ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van waarde – archeologie 1’; met een oppervlakte groter dan 50m2 en dieper dan 35 cm; ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van waarde – archeologie 2’, met een oppervlakte groter dan 50m2 en dieper dan 300 cm;
De bovenstaande vrijstellingsgrenzen worden door de voorgenomen ontwikkeling in het plangebied overschreden. Conform het archeologiebeleid / de planregels is archeologisch onderzoek noodzakelijk. Het bestemmingsplan Stadshart West beslaat ongeveer 90 m² van de zuidwestelijke hoek van het plangebied, terwijl het bestemmingsplan Stadshart Centrum ongeveer 30 ha van het plangebied beslaat (afbeelding 1.2).
1
Geraadpleegd via www.ruimtelijkeplannen.nl of Regels op de kaart - Omgevingswet - Regels op de kaart Omgevingsloket (overheid.nl)
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2844 Projectnummer: 51009132 07-04-2025
Versie: C1
Document referentie: NL25-648800269-130973
8/46
Afbeelding 1.2. Dubbelbestemming binnen het plangebied.
1.3.2
Gemeentelijk en regionaal archeologiebeleid
De gemeente Den Helder heeft in 2018 een Beleidskader Archeologie opgesteld. 2 Dit rapport bevat twee kaarten die belangrijk zijn voor dit bureauonderzoek: een beleidskaart (afbeelding 1.3) en een archeologische verwachtings- en waardenkaart (afbeelding 1.4). De kaarten verdelen de gemeente Den Helder in zones op basis van archeologische verwachting, archeologische waarde en verwachte periode. Het zuidelijke deel van het plangebied ligt in de verwachtingszone DH2-1A/2A en heeft een verwachting van archeologische resten uit de Nieuwe Tijd. Het noordelijke deel van het plangebied ligt in de verwachtingszone DH5-6 en heeft een verwachting van archeologische resten uit de Middeleeuwen.
2
Verniers. 2017.
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2844 Projectnummer: 51009132 07-04-2025
Versie: C1
Document referentie: NL25-648800269-130973
9/46
Afbeelding 1.3: Beleidsadvieskaart, Den Helder, 2018.
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2844 Projectnummer: 51009132 07-04-2025
Versie: C1
Document referentie: NL25-648800269-130973
10/46
Afbeelding 1.4: Archeologische verwachtings- en waardenkaart, Den Helder, 2018
Buitendijkse ligging oorspronkelijke dorp Huisduinen – nieuwe code DH5-6 Gebaseerd op de historische kaart uit 1150, waarop de ligging van het toenmalige dorp Huisduinen staat aangegeven, is deze locatie in de Noordzee gemarkeerd onder DH5-6. In principe dient hier rekening behouden te worden met archeologische waarden. Het gebied bevindt zich echter in de stroomgeul van het Marsdiep. Door het uitslijten van deze geul zullen de archeologische resten grotendeels zijn verspoeld en verdwenen. Alleen hele robuuste objecten kunnen bewaard zijn gebleven, zoals scheepswrakken met ballast en stenen dijkrestanten. Daarom is de verwachting middelhoog. Als archeologiecriteria geldt dat bij werkzaamheden met een oppervlakte groter dan 1000m² en dieper dan 0,35m beneden zeebodem rekening gehouden moet worden met archeologische waarden. Daarnaast gelden de wettelijke beleidsregels bij ontgrondingen: er dient een afstand van 100m te worden gehouden van de ‘wettelijk beschermde monumenten van archeologische vondsten, locaties met melding van archeologische vondsten en wrakken.’
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2844 Projectnummer: 51009132 07-04-2025
Versie: C1
Document referentie: NL25-648800269-130973
11/46
DH2-1A De historische kern Oud Den Helder Beschrijving De historische kern Oud Den Helder (NKT133A op de Cultuurhistorische Waardenkaart) vormt de historische basis van waaruit de stad is ontstaan. De in de ondergrond aanwezige archeologische waarden kunnen informatie geven over de vroegste geschiedenis en ontwikkeling van de stad. Behalve op de plaatsen waar in de 20e eeuw de bodem diepgaand is verstoord, kunnen archeologische waarden in het gehele gebied verwacht worden. In de jaren vijftig is dit gehele gebied getransformeerd waarbij mogelijk een deel van de ondieper liggende archeologische waarden beschadigd of mogelijk verdwenen zijn. Dergelijke aantastingen van het bodemarchief zijn over het algemeen zeer lokaal. Dit dient echter per locatie te worden vastgesteld. Archeologieregime Het archeologieregime wordt gerealiseerd door de archeologische waarden door middel van een dubbelbestemming (met archeologie als tweede bestemming) op te nemen in het bestemmingsplan. Archeologiecriteria Bij werken met een oppervlakte boven de 50 vierkante meter en dieper dan 35 centimeter onder het maaiveld dient rekening gehouden te worden met de aanwezigheid van archeologische waarden. Bij sloop van bestaande bebouwing dient te worden getoetst of er bouwhistorische of, in de ondergrond, archeologische waarden aanwezig zijn.
Is dit het geval, dan dienen deze waarden gedocumenteerd te worden door een archeoloog respectievelijk bouwhistoricus, opdat informatie over de ontwikkelingsgeschiedenis van de stad niet verloren gaat. DH2-2A De grachtengordel Beschrijving De grachtengordel sluit aan op de historische kern Oud Den Helder. Duidelijk zichtbaar is nog steeds de oriëntatie op de (voormalige) Rijkswerf. De in de ondergrond aanwezige archeologische waarden kunnen informatie geven over de 18e en 19e-eeuwse geschiedenis en ontwikkeling van de stad. Behalve op de plaatsen waar in de 20e eeuw de bodem diepgaand is verstoord, kunnen archeologische waarden in het gehele gebied verwacht worden. In de jaren vijftig is een deel van dit gebied getransformeerd waarbij mogelijk de ondieper liggende archeologische waarden beschadigd of verdwenen zijn. Dergelijke aantastingen van het bodemarchief zijn over het algemeen zeer lokaal. Dit dient echter per locatie te worden vastgesteld. Archeologieregime Het archeologieregime wordt gerealiseerd door de archeologische waarden door middel van een dubbelbestemming (met archeologie als tweede bestemming) op te nemen in het bestemmingsplan. Archeologiecriteria Bij werken met een oppervlakte boven de 50 vierkante meter en dieper dan 35 centimeter onder het maaiveld dient rekening gehouden te worden met de aanwezigheid van archeologische waarden.
Bij sloop van bestaande bebouwing dient te worden getoetst of er bouwhistorische of, in de ondergrond, archeologische waarden aanwezig zijn. Is dit het geval, dan dienen deze waarden gedocumenteerd te worden door een archeoloog respectievelijk bouwhistoricus, opdat informatie over de ontwikkelingsgeschiedenis van de stad niet verloren gaat. Beschrijving Hiertoe wordt gerekend de bebouwde kom van Den Helder, dus het gebied tot aan de Doggersvaart en de bebouwde kom van Julianadorp (uitgezonderd de reeds behandelde
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2844 Projectnummer: 51009132 07-04-2025
Versie: C1
Document referentie: NL25-648800269-130973
12/46
historische kernen). Vooral in de 20e eeuw zijn op dit voormalige landelijk gebied woonwijken of bedrijfsterreinen aangelegd. Verschillende archeologische vindplaatsen zijn daarbij verloren gegaan. Toch is er nog steeds kans op de aanwezigheid van archeologische waarden die bij uitbreiding, vervanging of vernieuwing van bebouwing verloren kunnen gaan.
1.4
Toekomstig gebruik
Het plangebied wordt gefaseerd ontwikkeld in vier fasen. Dit gaat om circa 220, 280, 240 en 360 woningen voor respectievelijk fase 1 t/m 4. In totaal worden er circa 1.100 woningen gerealiseerd in het gehele plangebied (afbeelding 1.5).
Afbeelding 1.5: Schetsontwerp
De werkzaamheden per fase (1 t/m 4) zijn globaal als volgt: • Voorbereidingswerkzaamheden: ▪ Sloop huidige bebouwing; ▪ Inrichting werkterrein; ▪ Overige werkzaamheden zoals: bomen kappen en verleggen MS-kabel. • Dijkversterking: ▪ Voorbereidende werkzaamheden zoals: verplaatsen van de beheerweg van de dijk ▪ en het opbreken van verhardingen; ▪ Grondwerkzaamheden (voornamelijk ter versterking van het binnentalud). • Bouwrijp maken: ▪ Aanbrengen grondophoging; ▪ Aanbrengen riolering; ▪ Aanbrengen bouwwegen; • Aanbrengen kabels en leidingen. • Bouw woningen. • Woonrijp maken (waaronder herinrichting Kanaalweg). De werkzaamheden nemen in totaal circa 3 à 4 jaar per fase in beslag. De nieuwe woningen worden grotendeels op de dijkverhoging gebouwd, hier vindt slechts zeer beperkt ontgraving plaats van de bestaande dijk, dieper dan 30 cm -mv (zie afbeelding 1.6). Alleen voor de bebouwing aan de voet van de dijk zal enige ontgraving nodig zijn, naast de sloop van de bestaande bebouwing, waarbij de funderingen zullen worden verwijderd.
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2844 Projectnummer: 51009132 07-04-2025
Versie: C1
Document referentie: NL25-648800269-130973
13/46
Afbeelding 1.6: Dwarsdoorsnede van de geplande ingreep. In het grijs de ophoging en de geschetste bebouwing.
1.5
Huidige situatie en gebruik
Op basis van het raadplegen van recente luchtfoto’s, Google-streetview, locatiebezoek en volgens opgave van de opdrachtgever zijn de volgende zaken te melden met betrekking tot de huidige situatie. Tabel 1-1. Samenvattend overzicht van de huidige situatie van het plangebied Huidig grondgebruik Hoogteligging maaiveld Grondwatertrap of -stand Bodemverontreinigingen of saneringen Historisch waardevolle bouwwerken Aanwezigheid constructies (funderingen, kelders, etc.) Locatie en diepte van kabels/leidingen Reeds uitgevoerde werkzaamheden binnen plangebied en verstoringsdiepte
Wegvak, bebouwing en gras Plangebied ligt tussen 0,75 en 12 m +NAP Niet gekarteerd Niet bekend. Niet bekend. Binnen het plangebied hebben zeer waarschijnlijk verstoringen plaatsgevonden vanwege de aanleg en sloop van gebouwen (weggraven van fundamenten) en de aanleg van kabels en leidingen. In het plangebied zijn bodemingrepen bekend tijdens de aanleg van kabels en leidingen die eventuele archeologische resten kunnen hebben verstoord. De exacte ligging en dieptes van deze verstoringen is echter niet bekend.
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2844 Projectnummer: 51009132 07-04-2025
Versie: C1
Document referentie: NL25-648800269-130973
14/46
2
Bureauonderzoek
2.1
Inleiding
De bodemingrepen die gepaard gaan met de geplande werkzaamheden zullen eventueel aanwezige archeologische resten in de bodem verstoren en/of vernietigen.3 Doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel met behulp van informatie uit beschikbare bronnen over bekende of verwachte archeologische waarden binnen het plangebied en het opstellen van een advies op basis van een risicoanalyse van de gevolgen van de voorgenomen maatregelen en bodemingrepen op het behoud in situ van die (mogelijk) aanwezige archeologische waarden. Derhalve dienen voorafgaand aan die werkzaamheden de archeologische waarden binnen het plangebied in kaart te worden gebracht. Het resultaat is een standaardrapport bureauonderzoek met een gespecificeerde archeologische verwachting en een advies. Op basis hiervan kan de bevoegde overheid een beslissing nemen over het al dan niet laten uitvoeren van vervolgonderzoek. De vraagstelling voor het onderzoek is: welke archeologische waarden zijn in het plangebied (mogelijk) aanwezig en in hoeverre hebben de geplande ingrepen invloed op deze archeologische waarden?
2.2
Uitvoering onderzoek
Dit rapport betreft een standaardrapport zoals genoemd in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie. Het bureauonderzoek is uitgevoerd conform SIKB BRL 4000 protocol 4002 versie 4.2 en bestaat uit elf processtappen: 1. Afbakenen plan- en onderzoeksgebied; vaststellen consequenties toekomstig gebruik (LS01) 2. Aanmelden onderzoek bij Archis 3. Vermelden (en toepassen) overheidsbeleid (LS01) 4. Beschrijven huidig gebruik (LS02) 5. Beschrijven historische situatie en mogelijke verstoringen (LS03) 6. Beschrijven mogelijke aanwezigheid bouwhistorische waarden ondergrond (LS02, LS03, LS04) 7. Beschrijven bekende archeologische en aardwetenschappelijke kenmerken (LS04) 8. Opstellen gespecificeerde verwachting en formuleren onderzoeksstrategie (LS05) 9. Opstellen standaardrapport bureauonderzoek (LS06) 10. Aanleveren standaardrapport - afmelden onderzoek in Archis 11. Aanleveren digitale gegevens bij e-depot (DS05) Processtappen 1 tot en met 7 leveren gegevens op basis waarvan de gespecificeerde verwachting (stap 8) wordt opgesteld. Deze stappen worden behandeld in paragraaf 1.1 en hoofdstuk 2. Processtap 9 resulteert in het voorliggende rapport. Processtappen 10 en 11 hebben betrekking op het openbaar maken van het bureauonderzoek voor derden bij onder meer Archis en het e-depot. Bij de uitvoering van het onderzoek is niet afgeweken van de BRL.
3
Een verstoring van archeologische waarden betekent dat deze waarden (deels) in situ aanwezig blijven, maar dat de conditie en conservering ervan verslechterd en daarmee de informatiewaarde. Vernietigen betekent dat de archeologische waarden verdwijnen.
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2844 Projectnummer: 51009132 07-04-2025
Versie: C1
Document referentie: NL25-648800269-130973
15/46
2.3
Aardwetenschappelijke situatie
De geraadpleegde aardkundige gegevens leiden tot een samenvattend verhaal over de gebruiksmogelijkheden van het landschap door de mens in verschillende perioden en voor verschillende typen activiteiten.4 Zie bijlage 1 voor de dateringen van de in dit rapport genoemde archeologische perioden.
Tabel 2-1.
Aardwetenschappelijke informatie
Bron
Informatie
Geologische kaart5 Geomorfologische kaart6 Bodemkaart7 Hoogtekaart (AHN)8
Formatie van Naaldwijk; zeeklei en -zand Niet gekarteerd Niet gekarteerd Tussen 0,75 en 12 m +NAP
Pleistoceen Tijdens de voorlaatste ijstijd (Saalien, ca. 238.000-126.000 jaar geleden) was het noordelijke deel van Nederland bedekt met landijs, en werden de Hoge Berg op Texel en de stuwwal van Wieringen gevormd. Na deze periode kwam er een periode van opwarming (Eemien, ca. 126.000-116.000 jaar geleden), stegen de temperaturen en stond de zeespiegel hoog. In deze tijd bevond het gebied van Den Helder zich onder water. In de laatste ijstijd (Weichselien, 116.000-11.700 jaar geleden) was het klimaat koud, en was Nederland een winderige poolwoestijn, waardoor grote delen van Nederland bedekt werden met een dikke laag zand, het dekzand (afbeelding 2.1). In Noord-Holland bevindt dit zand zich meestal onder metersdikke lagen veen, klei en zand, afgezet tijdens het Holoceen. Hooggelegen dekzand is bekend als intensief bewoond in de prehistorie. Binnen de gemeente Den Helder komen de oudste archeologische vondsten ook van een dekzandkop. In 1956 en 1978 werden respectievelijk verschillende Mesolithicum vuurstenen werktuigen gevonden in de Koegraspolder, ten noordwesten van Julianadorp.
4
De informatie voor deze sectie is samengesteld door het raadplegen van de volgende bronnen: Verniers, 2017, Vos, et al, 2018, en Vos & de Vries, 2013. 5 Bron gebruikte kaart/website; Ondergrondgegevens | DINOloket. 6 Bron gebruikte kaart/website: Ondergrondmodellen | BROloket. 7 Bron gebruikte kaart/website; Bodemdata. 8 Bron gebruikte versie AHN; AHN-viewer.
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2844 Projectnummer: 51009132 07-04-2025
Versie: C1
Document referentie: NL25-648800269-130973
16/46
Afbeelding 2.1: Ontwikkeling van het landschap voor 9000 v. Chr. (Vos, 2013)
Holoceen In het Holoceen (11.700 - heden) werd het warmer en steeg de zeespiegel. Langs de kust ontstond een serie strandwallen, die langzaam oostwaarts verhuisden. Ten zuiden van Den Helder ontstond achter de strandwallen een uitgebreid getijdengebied met wadden en kwelders. Langs de randen van het kweldergebied vond veenvorming plaats, en werd klei afgezet. De veengroei vond plaats in de lager gelegen delen van het landschap, waar dekzandkoppen als eilandjes tussen lagen fungeerden (afbeelding 2.2). Dit duurde tot 2000 v.Chr., toen de strandwalgordel zich sloot.
Afbeelding 2.2: Ontwikkeling van het landschap 2750 v. Chr. (Vos, 2013)
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2844 Projectnummer: 51009132 07-04-2025
Versie: C1
Document referentie: NL25-648800269-130973
17/46
Na ongeveer 1500 v.Chr., toen het zeegat van Bergen ook volledig sloot, kon rivier- en hemelwater niet meer worden afgevoerd. Hierdoor ontstond een drassig zoetwatergebied waar veengroei plaatsvond, en uiteindelijk werden ook de hoger gelegen delen van het dekzandoppervlak door veen bedekt. Rond 500 v.Chr. kwam er een einde aan de veengroei, toen door nieuwe zeegaten drainage van het veengebied ontstond en de hoger gelegen veenkussens geschikt werden voor bewoning (afbeelding 2.3).
Afbeelding 2.3: Ontwikkeling van het landschap 500 v. Chr. (Vos, 2013)
Tot in de Middeleeuwen was het mogelijk om op het veen te wonen. Naast de natuurlijke ontwatering van het veen leidde ontginning tot oxidatie en inklinking van het veen. Door stormvloeden vanaf de 9e-10e eeuw brak de gesloten kustlijn en werden de strandwallen op verschillende plaatsen doorbroken (afbeelding 2.4). In 1170 ontstonden de Waddenzee en de Zuiderzee tijdens de eerste Allerheiligenvloed.
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2844 Projectnummer: 51009132 07-04-2025
Versie: C1
Document referentie: NL25-648800269-130973
18/46
Afbeelding 2.4: Ontwikkeling van het landschap 800 AD (Vos, 2013)
In de 14e eeuw was de westkust gefragmenteerd, en waren er nog restanten van de strandwal met duinen in de vorm van geïsoleerde eilanden. Om in dit gebied te kunnen wonen, werden terpen opgeworpen. In de 15e eeuw werden zanddijken aangelegd om de eilanden met elkaar te verbinden, en werden er dijken achter de duinen gebouwd. Deze dijken fungeerden als verhoogde wegen de polder in. Stormvloeden zorgden voor overstromingen achter de dijken en duinen, en in 1570, tijdens de Allerheiligenvloed, werden de duinen weggeslagen, waarbij het westelijke deel van de kop van Noord-Holland bedekt werd met een dikke laag zand. Veel land ging in die tijd verloren (afbeelding 2.5). Dit is nu nog duidelijk, want de oude kernen van Huisduinen en Den Helder liggen ver buiten de huidige zeedijk.
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2844 Projectnummer: 51009132 07-04-2025
Versie: C1
Document referentie: NL25-648800269-130973
19/46
Afbeelding 2.5: Ontwikkeling van het landschap 1500 AD (Vos, 2013)
Door de aanleg van dijken is het 'ingedijkte overstromingsgebied' ontstaan (afbeelding 2.6). Het scheepvaartverkeer tussen de Noordzee en de havens in de Zuiderzee liep toen voor een belangrijk deel via het Marsdiep. De rede van Texel was eeuwenlang een van de belangrijkste verzamelplaatsen voor zowel koopvaardij- als oorlogsvloten. Vaak lagen er tientallen, soms wel honderden, schepen voor anker. Bij zware stormen vergingen er dan ook regelmatig schepen. De grote dynamiek van het getijdenstelsel zorgde voor een snelle afdekking van de gezonken schepen. Hierdoor zijn de vele tientallen wrakken zeer goed geconserveerd, wat de Noordzee en vooral het westelijke deel van de Waddenzee een unieke (scheeps)archeologische waarde verleent.
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2844 Projectnummer: 51009132 07-04-2025
Versie: C1
Document referentie: NL25-648800269-130973
20/46
Afbeelding 2.6: Ontwikkeling van het landschap 1850 AD (Vos, 2013).
Ter bescherming van deze belangrijke scheepvaartroute en verzamelplaats werden er aan het eind van de 16e eeuw forten opgericht op Texel en Huisduinen. Aan het begin van de 17e eeuw werd de Zanddijk aangelegd tussen Den Helder en Callantsoog, wat de bereikbaarheid van Den Helder verbeterde. Bovendien konden zich langs deze dijk stuifduinen ontwikkelen, wat het risico op overstromingen verminderde; een eerste stap richting de ontwikkeling van de Koegraspolder. Dinoloket Op DINOloket9 zijn een aantal geologische boringen geregistreerd binnen het plangebied. In boring B09D0007 bestaat de bodemopbouw tot 6 m – mv uit een antropogene afzetting van klei, zand en puin. In boring B09D0074 was een laat-holocene zandlaag tot 3 m -mv (Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren) boven een midden- tot laat-holoceen veenpakket (Formatie van Nieuwkoop, Hollandveen Laagpakket) van 3 tot 5,5 m -mv. Ten westen van B09D0074 ligt boring B09D0686. In deze boring was de laat-holocene zandlaag tot 4m -mv aanwezig boven een veenlaag van 4 m tot 5,4 m -mv. Hoogtekaart en reliëf Op de hoogtekaart gebaseerd op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN4) en is tot stand gekomen door de toepassing van lidar-techniek. Deze techniek werkt als een radar, alleen wordt er licht gemeten in plaats van radiogolven.
Heel Nederland is met deze lidar-techniek vanuit een vliegtuig gemeten, de samengevoegde data heeft geresulteerd in het AHN (afbeelding 2.7). In dit onderzoek wordt gebruik gemaakt van een 0,5 m raster (opgevuld). Op de hoogtekaart is duidelijk te zien dat het plangebied ligt tussen 0,75 en 12 m +NAP. Ten zuiden van de opgehoogde dijk ligt de plangebied tussen 0,75 en 1,5 m +NAP.
9
Dinoloket.nl
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2844 Projectnummer: 51009132 07-04-2025
Versie: C1
Document referentie: NL25-648800269-130973
21/46
Afbeelding 2.7: Hoogtekaart (AHN.nl)
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2844 Projectnummer: 51009132 07-04-2025
Versie: C1
Document referentie: NL25-648800269-130973
22/46
Archeologische gegevens 2.3.1
Archeologische monumenten
De Archeologische Monumentenkaart (AMK) bevat een overzicht van belangrijke archeologische terreinen in Nederland. 10 In het plangebied is één AMK-terrein geregistreerd (vetgedrukt). Binnen het onderzoeksgebied zijn nog twee AMK-terreinen geregistreerd (zie tabel 2.2 en bijlage 3). Tabel 2-2.
Archeologische monumenten in het plan- en onderzoeksgebied.
Monumentnummer
Complex
Datering/periode
Waarde
14945
Stad
Middeleeuwen laat – Nieuwe tijd
Hoge archeologische waarde
14986
Versterking, onbepaald
Nieuwe tijd B-Nieuwe tijd C
Archeologische waarde
14987
Wal/omwalling
Nieuwe tijd B
Archeologische waarde
Monument 14945: Binnen het plangebied. Terrein met sporen van bewoning. Het betreft de plaats Den Helder. De begrenzing van deze historische kern is bepaald op grond van de historische kaart uit 1849-1859, schaal 1:25.000. De archeologische waarde van historische kernen bestaat uit de reeds aangetroffen of te verwachten aanwezigheid, boven of onder de grond, van bouwhistorische resten en archeologische sporen en voorwerpen. Samen bevatten zij een veelheid aan historische informatie over ouderdom en ruimtelijke ontwikkeling van de kern. Monument 14986: Fort Lasalle, de verbingswal en Fort l'Écluse. Terrein met de resten van het fort Lasalle (ook bekend onder de naam fort Erfprins), een deel van de verbindingswal en het fort de l'Ecluse (ofwel fort Dirks Admiraal). Grote delen zijn nog zichtbaar. De forten en verbindingswal zijn aangelegd in 1811/1813 en in 1958 als vestingwerk opgeheven. Monument 14987: Omwalling van de nieuwstad. Terrein met de resten van de door de Fransen ontworpen, gebastionneerde omwalling met citadel en ravelijnen om de in aanbouw zijnde dokwerken aan het Nieuwe Diep (begin van het huidige Marine-etablissement). Alleen het deel tussen het Nieuwe Diep en de Sluisdijk werd verwezenlijkt, maar na 1813 niet verder onderhouden. De omwalling is onder 19de -eeuwse (niet diep gefundeerde) stadsbebouwing verdwenen.
2.3.2
Archeologische vondsten en waarnemingen (Archis)
Het Archeologisch Informatiesysteem (Archis) is een systeem voor het registreren en raadplegen van gegevens over archeologische onderzoeken, vondsten en archeologische rijksmonumenten vanaf de Prehistorie tot en met de Nieuwe Tijd in Nederland. In het Archeologisch Informatiesysteem (Archis) staan binnen het plangebied geen archeologische vondstmeldingen geregistreerd (zie tabel 2.3 en bijlage 4).11 Binnen het onderzoeksgebied liggen acht archeologische vondstmeldingen. Tabel 2-3.
Vondstmeldingen in het plan- en onderzoeksgebied
Zaakidentificatie
Jaar
3094365100
[2015]
Plaats en toponiem Waddenzee
Complex
Aard/verwerving
Datering
Niet te bepalen
Niet-archeologisch
Romeinse Tijd
10
Sinds 2014 wordt deze kaart niet meer onderhouden door de provincies en de RCE. De landelijke kaart is door professionele archeologen digitaal te raadplegen via de website van de RCE: Archeologie in Nederland. Voor archeologische rijksmonumenten zie Archis 3 - zoeken 11 Geraadpleegd via: Archis - Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed - Onderzoek overzicht.
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2844 Projectnummer: 51009132 07-04-2025
Versie: C1
Document referentie: NL25-648800269-130973
23/46
3147939100
[2015]
Waddenzee
Idem.
Idem.
3237565100
2002
5656777100
2024
Scheepvaart onbepaald Idem.
2776498100
1978
2821476100
[2015]
Den Helder 1 te Waddenzee Hoogstraat te Den Helder Parkzicht te Den Helder Polderweg te Den Helder
Luchtfoto/remote sensing Niet-archeologisch: baggerwerk Archeologisch: opgraving Niet-archeologisch: graafwerk
5329317100
2022
Den Helder
2914489100
1954
Nieuwe Haven te Den Helder
Terp/wierde Veenwinning (incl. zouthoudend veen t.b.v. zoutproductie) Niet te bepalen
Niet te bepalen
Late Middeleeuwen tot Nieuwe Tijd Nieuwe Tijd Laat Nieuwe Tijd Midden tot Laat Midden tot Late Ijzertijd Vroege tot Late Middeleeuwen
Niet te bepalen
Vroeg tot Midden Nieuwe Tijd
Niet-archeologisch: baggerwerk
Romeinse Tijd/ Laat Middeleeuwen/ Niet te bepalen
Vondstmelding 3094365100: Handgevormd aardewerk. Vondstmelding 3147939100: Strijkglas. Vondstmelding 3237565100: GEO.POS.: RD-X: 114.284,4 en RD-Y: 553602,6. VINDER/MELDER: Wrak opgemerkt aan de hand van multi-beam opnamen van RWS in 2002. Het schip ligt net buiten de ferryhaven van Den Helder. Het is gekend bij de hydrografische dienst als wraknr: 690. Menne Kosian (GIS specialist RCE) heeft nader onderzoek (literatuur en documentatie via de marine website: www.DutchFleet.net). Het betreft hier een wrak van een WO II klasse van torpedojagers die de Duitse Kriegsmarine gebouwd heeft op basis van de Nederlandse torpedoboot klasse 1940. Het wrak is de T61, waarvan de bouw gestart werd in 1942 en in september 1944 incompleet naar Duitsland werd gesleept, maar door torpedo van een Engels vliegtuig werd getroffen.
Vondstmelding 5656777100: Het gaat om een mineraalwaterkruik van steengoed met zoutglazuur uit het Westerwald. Het stempel is een rond blindmerk bestaande uit een gekroonde leeuw met randschrift FACHINGEN+ met daaronder de letter A. Onder het stempel zijn de letter M en II ingekrast. Het stempel is van de bron Fachingen en tussen 1831 en 1870 gebruikt. In 1870 werd dit stempel vervangen door een met een adelaar en het randschrift FACHINGEN. Vondstmelding 2776498100: Dit veenterpje, dat dateert tussen 350 v.Chr. en de 1e eeuw na Chr., bestond uit afwisselende lagen van laag veen en mest en was meer dan 1 meter hoog. Tussen de voet van de terp en de onderliggende 1 meter dikke laag veen (broekveen, later overgaand in rietveen) bevond zich een dunne laag klei. Een radiokoolstofdatering van de bovenkant van het veen waarop de terp rustte, wees op een leeftijd tussen 776 en 416 cal v.Chr. Er zijn geen bewoningssporen aangetroffen in het opgegraven gedeelte van de veenterp, hoewel vondsten zoals houtskool, aardewerk, een maalsteen en onbewerkte dierenbotten zijn gevonden. Vondstmelding 2821476100: Spitspoor/ schop steek. Vondst gedaan in bouwput van Openbare Bibliotheek op 0,2 tot 0,8 m -NAP in Hollandveen. Vergelijk vondsten op het Balgzand.
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2844 Projectnummer: 51009132 07-04-2025
Versie: C1
Document referentie: NL25-648800269-130973
24/46
Vondstmelding 5329317100: Een kanonskogel. De kogel weegt 3062 gram, met roest en is 90 mm in doorsnede. Na hevige regenval is kanonskogel naar boven gekomen op het veld tussen het oude postkantoor en de Hector Treubstraat. Vondstmelding 2914489100: Romeinse tijd handgevormd aardewerk, laat middeleeuws Pingsdorf geelwitbakkend aardewerk en kogelpot en onbekend gedateerde koe- en paardenbotten. Oude woongrond bij de aanleg van de nieuwe havenwerken aangetroffen.
2.3.3
Archeologische onderzoeken (Archis)
In het Archeologisch Informatiesysteem (Archis) staan binnen het plangebied twee archeologische onderzoeksmeldingen (vetgedrukt) geregistreerd (zie tabel 2.4 en bijlage 5).12 Binnen het onderzoeksgebied liggen nog zevenendertig archeologische onderzoeksmeldingen. Vanwege het hoge aantal onderzoekmeldingen in het onderzoeksgebied, zullen hieronder alleen de rapporten met betrekking tot het veldonderzoek worden besproken (cursief weergegeven). Tabel 2-4.
12
onderzoeksmeldingen in het plan- en onderzoeksgebied
Zaakidentificatie
Jaar
Type onderzoek
Plaats/toponiem
Publicatie/rapport
2475630100
2012
Bureauonderzoek
Waddenzee/ Westelijke Waddenzee
Manders, Kosian & van den Brink, 2012
2090280100
2005 2009
Den Helder/ Het Stadshart 2005 Waddenzee/ Zoekgebieden MZI Waddenzee
Lil, 2005
2249446100
5434714100 2174464100
2023 2007
Bureau- en booronderzoek Bureau- en inventariserend veldonderzoek Bureauonderzoek Booronderzoek
Den Helder/Den Helder/ Fort Erfprins
2412466100 2440443100
2013 2014
Bureauonderzoek Bureauonderzoek
2357905100 2321551100 2372825100
2012 2011 2013
Bureauonderzoek Bureauonderzoek Bureauonderzoek
2443043100 2272199100
2014 2010
5500372100 2179795100 3994884100
2024 2007 2016
2406934100 2377304100 4709165100 4875889100 5505898100
2013 2013 2019 2020 2024
Bureauonderzoek Bureau- en booronderzoek Bureauonderzoek Bureauonderzoek Bureau- en booronderzoek Booronderzoek Bureauonderzoek Bureauonderzoek Bureauonderzoek Bureauonderzoek
Den Helder/ Oud Den Helder Den Helder/ Stelling van Den Helder Bevesierweg te Den Helder Den Helder/ Veerhaven Den Helder/ Complex Nieuwe Haven Den Helder/ Spoorstraat Den Helder/ Ankerpark 27
Vermoolen, 2023 Lil & Benjamins, 2007 Krol, 2013 Salomons, 2024
3987942100
2016
5267944100
2022
Proefputten/ proefsleuven Proefputten/ proefsleuven
Den Helder/ Bakkerbreetstraat Den Helder/Den Helder/ Kannonenplein Den Helder/ Weststraat 110 Den Helder/ School 7 Den Helder/Den Helder/Den Helder/Den Helder/ Het Stadshart Molenplein 3 Den Helder/-
van den Brenk, Lil & Waldus, 2009
Hagens, 2014 Thanos, 2011 Verweij, 2013 Leuvering, 2014 Hanemaaijer & van Rooij, 2011 Niet aangetroffen Niet aangetroffen de Vries, 2016 Nales, 2013 Pape, 2013 Rijlaarsdam, 2019 Stevens, 2020 van Puijenbroek, 2024 Loopik, 2016 Bot, 2022
Geraadpleegd via Archis 3 - zoeken.
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2844 Projectnummer: 51009132 07-04-2025
Versie: C1
Document referentie: NL25-648800269-130973
25/46
4562393100
2017
4950950100 5004206100 2440476100
2021 2021 2014
Bureau- en booronderzoek Bureauonderzoek Booronderzoek Bureauonderzoek
4673996100 2253244100 2444089100
2019 2009 2014
Bureauonderzoek Bureauonderzoek Begeleiding
5625250100 4640509100
2024 2018
Bureauonderzoek Bureauonderzoek
5671964100 2480255100 2216146100 2332187100
2024 2015 2008 2011
Bureauonderzoek Bureauonderzoek Bureauonderzoek Bureauonderzoek
2423717100 5154462100
2013 2022
Bureauonderzoek Begeleiding
2405079100
2014
Booronderzoek
2430197100
2014
Begeleiding
Den Helder/ KIM en Marinemuseum Den Helder/ Willemsoord 41 Den Helder/ Willemsoord 41 Den Helder/ Het Boerenverdriet Den Helder/Den Helder/ Willemsoord Den Helder/ Willemsoord – podium Den Helder/Den Helder/ Het Nieuwe Diep 12-14 Den Helder/Den Helder/ Nieuwe Diep 27b Den Helder/ Het Nieuwe Diep Den Helder/ Stationslocatie Den Helder/ Stationslocatie Den Helder/ Willemsoord 66 en 72 Den Helder/ Willemsoord - De Kampanje Den Helder/ Willemsoord - De Kampanje
van den Berg, 2017 Bands, 2021 Dautzenberg, 2021 Brokke, 2015 Weerheijm, 2019 Klooster, 2010 van der Roest, 2015 Niet aangetroffen van der Kuijl & Woolschot, 2018 Niet aangetroffen van der Zee, 2015 Dijk, 2008 Nillesen & Leuvering, 2011 Kremer, 2013 Semeijn, 2022 van der Roest, 2014 van Breda, 2015
Onderzoeksmelding 2475630100: Hoewel het plangebied binnen het onderzoeksgebied van dit bureauonderzoek valt, zijn de doelstellingen en methoden gericht op cultureel erfgoed binnen de Waddenzee. Onderzoeksmelding 2090280100: ADC ArcheoProjecten heeft in opdracht van de gemeente Den Helder archeologisch onderzoek uitgevoerd op twee locaties langs de Kanaalweg in Den Helder. Het onderzoek is uitgevoerd ter ondersteuning van de planning voor bouwwerkzaamheden op de locaties, waar de ondergrond verstoord zal worden. De studie bestond uit een bureauonderzoek en een verkennend booronderzoek. In Den Helder en omgeving zijn archeologische resten aangetroffen die getuigen van bewoning in het verleden. De oudste sporen van bewoning dateren uit de Steentijd. Daarnaast zijn er sporen ontdekt uit de Late IJzertijd tot de Moderne tijd. Opmerkelijke voorbeelden zijn de overblijfselen van kleine kunstmatige heuvels uit de Late IJzertijd en de Middeleeuwen. Historisch kaartmateriaal wijst op de mogelijke aanwezigheid van funderingen uit de Napoleonse tijd in het plangebied. Deze resten kunnen niet worden opgespoord via booronderzoek. Het verkennend booronderzoek werd aanzienlijk bemoeilijkt door de aanwezigheid van een puinlaag op ongeveer 1 meter onder het maaiveld. Ondanks deze uitdagingen was het mogelijk om twee boringen op het Molenplein tot in het Pleistocene dekzand uit te voeren.
Het bodemprofiel, inclusief een afdekkende kleilaag op het Hollandveen, bleek intact, wat suggereert dat archeologische resten tot en met de Middeleeuwen, indien aanwezig, naar verwachting goed bewaard zullen zijn. In een zandige kleilaag op 1,4 tot 2,0 meter onder het maaiveld zijn resten van aardewerk, een pijpenkopje en touw uit de eerste helft van de 19e eeuw aangetroffen. Deze laag is echter verstoord, waardoor het onzeker is of het om in situ vondsten gaat.
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2844 Projectnummer: 51009132 07-04-2025
Versie: C1
Document referentie: NL25-648800269-130973
26/46
Omdat a) de archeologische verwachting voor funderingen van gebouwen hoog is, b) de aanwezigheid van archeologische waarden uit eerdere perioden niet kan worden uitgesloten, en c) de terreinen niet via intensief booronderzoek kunnen worden onderzocht wegens de aanwezigheid van puin in de ondergrond, adviseert ADC ArcheoProjecten om vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van proefsleuven.
Afbeelding 2.8: Voorgestelde proefsleuven uit het rapport, der locatie van het plangebied ongeveer binnen het rode vierkant.
Onderzoeksmelding 2249446100: Verwachting uit bureauonderzoek: In de Oosterschelde en Voordelta is de primaire categorie van verwachte vondsten in de plangebieden gerelateerd aan de scheepvaart, met name uit de Middeleeuwen. In de Oosterschelde kunnen ook de resten van verdronken dorpen aanwezig zijn. Daarnaast was er ook een verwachting om resten uit de Romeinse periode te vinden, waaronder een verdronken Romeinse tempel die zuidelijk van dit gebied op een diepte van 25 meter is aangetroffen. Wat betreft de Waddenzee was er een verwachting van scheepvaart gerelateerde vondsten. Inventariserend Veldonderzoek: Voor het plangebied Scheurrak wordt een aanvullend inventariserend veldonderzoek (opwaterfase) in de vorm van een side scan sonar onderzoek aangeraden. Dit is vooral belangrijk voor het bepalen van de Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2844 Projectnummer: 51009132 07-04-2025
Versie: C1
Document referentie: NL25-648800269-130973
27/46
exacte locatie van het historische scheepswrak van de "Oranjewoud". Voor de andere plangebieden heeft de toegepaste onderzoeksmethode beperkingen bij het opsporen van alle verwachte vondstcategorieën.
Onderzoeksmelding 2174464100: In opdracht van Dienst Vastgoed Defensie (Ministerie van Defensie) heeft ADC ArcheoProjecten een archeologische beleidsadvieskaart opgesteld voor het kazerneterrein van Fort Erfprins in Den Helder. Ten behoeve van het onderzoek zijn archeologische niveaus (top dekzand en top veen) in kaart gebracht door middel van mechanische boringen (Aqualock) tot gemiddeld 6 m diepte.
Onderzoeksmelding 2272199100: Op een diepte van maximaal 760 cm –mv is Pleistoceen dekzand aangetroffen. De top van het dekzandpakket is niet intact, derhalve worden geen archeologische resten uit het Laat Paleolithicum tot en met het Neolithicum meer verwacht. Hierboven is een maximaal 475 cm dik mariene klei- en zandpakket met veenlagen aangetroffen behorende tot het Laagpakket van Wormer, Formatie van Naaldwijk. Op grond van genese zijn hierin geen archeologische resten te verwachten. Hierboven is een maximaal 135 cm dik pakket bestaande uit schelphoudend zwak siltig zand aangetroffen. Dit betreft mogelijk een geulafzetting behorende tot het Laagpakket van Walcheren binnen de Formatie van Naaldwijk Het bovenste pakket bestaat uit puinhoudend zand en is vrijwel zeker opgebracht na de 18eeeuwse drooglegging van het gebied. De hierin aangetroffen puin en baksteenresten worden niet als archeologisch beschouwd. Onderzoeksmelding 3994884100: Op basis van het veldonderzoek is vastgesteld dat het plangebied in een dekzandgebied gelegen was, dat in de loop van het Holoceen met veen en klei bedekt is geraakt. Op een diepte van 545 cm –mv bevindt zich het dekzand, dat in het Laat-Paleolithicum-Neolithicum droog en theoretisch gezien bewoonbaar is geweest.
Dit dekzandniveau is in het plangebied intact gebleven getuige de aanwezigheid van een B-horizont en een daarop afdekkende zandige veenlaag, maar vermoedelijk heeft het oorspronkelijk relatief lager in het dekzandlandschap gelegen. De bodemkenmerken doen namelijk sterk denken aan die van een gooreerdgrond. Dergelijke bodems liggen over het algemeen relatief lager in het landschap. Dergelijke locaties verdienen niet direct de voorkeur voor bewoning; daarvoor zijn de flanken van dekzandruggen aantrekkelijk. Hierdoor is aan dit niveau een lage archeologische verwachting toegekend. Onderzoeksmelding 2406934100: Op basis van het vooronderzoek zijn de volgende conclusies te trekken: 1) In de ondergrond van het plangebied bevinden zich mariene afzettingen vanaf een diepte van 250 cm –Mv. Daarop ligt een ophogingspakket, dat bestaat uit vergraven mariene afzettingen met brokken klei en schelpen, en humeuze klei met baksteenpuin. Aan de basis van het ophoogpakket is in één boring een vezelrijk materiaal aangetroffen, hetgeen mogelijk resten van een mat zijn. De mat diende misschien als basis van de ophoging in het gebied. Het bevond zich op een diepte van circa 250 cm –Mv. 2) In het plangebied heeft een bouwwerk gestaan, dat op basis van informatie uit het begin van de 19e eeuw in gebruik was als commandantswoning.
Het heeft deel uitgemaakt van de militaire bebouwing, die in de zone van de dubbele gracht
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2844 Projectnummer: 51009132 07-04-2025
Versie: C1
Document referentie: NL25-648800269-130973
28/46
aanwezig was. Het gebouw heeft namelijk aan het voormalige schoolgebouw vastgezeten. Mogelijk kunnen nog funderingen in de ondergrond van dit pand aanwezig zijn. Een boring is in het plangebied namelijk in ondoordringbaar puin gestaakt. Dit zat op 150 cm –Mv. Daarentegen is ook veel gebroken puin aanwezig en zijn op andere plaatsen juist geen funderingen aangetroffen, waar dit wel de verwachting was. Concluderend hebben de onderzochte delen van het plangebied een hoge verwachting op het aantreffen van bebouwingsresten van een voormalig deel van het historisch pand in het plangebied. Deze resten dateren vermoedelijk uit het begin van de 19e eeuw. De bebouwingsresten bestaan daarbij hoofdzakelijk uit funderingen en resten van funderingen. Voor de overige perioden – voor de 19e eeuw – geldt reeds een lage verwachting op grond van het uitgevoerde bureauonderzoek.13 Onderzoeksmelding 3987942100: Tijdens het onderzoek zijn houten funderingen, fragmenten muurwerk, een tonput en een gootje aangetroffen. De funderingen, het muurwerk en de tonput behoren tot één of meerdere panden, die op zijn vroegst in de 19e eeuw zijn gebouwd. Op de kadastrale minuut van 1827 staat een reeks (woon)huizen opgetekend, die hiermee in verband gebracht kunnen worden. Echter, werkput 1 ligt ten westen van de opgetekende panden.
Op basis van vondstmateriaal dat in de slooplaag van de funderingen is aangetroffen, is de bebouwing waarschijnlijk in de (late) 19e- of begin 20e eeuw afgebroken. Gezien de datering van het vondstmateriaal zijn de aangetroffen funderingen na de vervaardiging van de kaart gebouwd. Tot slot is er een houten gootje aangetroffen, te midden van aanzienlijke verstoringen. Alhoewel geen datering is verkregen van dit gootje, wijst de stratigrafische ligging op een relatief jong spoor. Hiermee zijn vooralsnog uitsluitend restanten aangetroffen uit de 19e-20e eeuw. Op basis van de resultaten van het archeologisch onderzoek adviseert ADC ArcheoProjecten het plangebied vrij te geven voor verdere ontwikkeling tot 1,5 m beneden het huidige maaiveld (omgerekend 1,1 m – NAP). Zolang de huidige grondwaterstand wordt gehandhaafd, blijft de conserveringstoestand goed. Onderzoeksmelding 5267944100: Tijdens het onderzoek zijn twee proefsleuven aangelegd met een totale oppervlakte van ca.232 m2 tot een diepte van ca. 2 m onder maaiveld. In de sleuven werden op een natuurlijke afwateringsgeultje geen archeologische resten aangetroffen. Het terrein lijkt in het verleden meermaals grondig omgezet te zijn waardoor er over het gehele terrein een 150 tot 200 cm dik pakket verstoord materiaal aanwezig is.
De natuurlijke bodemopbouw wordt hieronder pas zichtbaar en bestaat in het noorden uit een sterk siltig klei met veen brokken die richting het zuiden geleidelijk overgaat in een duinafzetting. Omdat geen vindplaats is aangetroffen adviseert ADC ArcheoProjecten geen verder archeologisch onderzoek uit te laten voeren binnen het plangebied Onderzoeksmelding 4562393100: Tijdens het veldonderzoek is een opeenvolging van wadafzettingen op Hollandveen op wadafzettingen aangetroffen. Wadafzettingen zijn niet geschikt geweest voor bewoning en de verwachting voor de aanwezigheid van archeologische resten uit de Neolithicum en de Bronstijd en de Middeleeuwen en Nieuwe tijd wordt bijgesteld naar laag. In de top van het veen zijn geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van een antropogeen ophoogpakket (terp) aangetroffen. Ook is de top van het veen niet veraard. Ook de verwachting voor de
13
Pape, 2013. (Onderzoekmelding: 2377304100)
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2844 Projectnummer: 51009132 07-04-2025
Versie: C1
Document referentie: NL25-648800269-130973
29/46
aanwezigheid van archeologische resten uit de IJzertijd/ Romeinse tijd wordt bijgesteld naar laag. De kans dat er door het vervangen van de kades archeologische resten worden verstoord wordt zeer klein geacht. Op basis van de resultaten van dit onderzoek wordt in het plangebied in het kader van de voorgenomen bodemingrepen geen vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) noodzakelijk geacht. Onderzoeksmelding 5004206100: Tijdens het verkennend booronderzoek zijn 5 boringen gezet in en achter het huidige bedrijfspand. Uit deze boringen bleek dat een recente, 20e -eeuwse ophoging van grof zand ongeveer even dik was als de diepte van de geplande funderingen (op circa 50 cm diepte). Op grotere diepte bevond zich een ophogingsgrond van klei, waarschijnlijk van de aanleg van het eiland. Hieruit werd geconcludeerd dat de archeologische waarde van het terrein laag is en een archeologisch vervolg niet nodig is. Onderzoeksmelding 2444089100: Tijdens de archeologische begeleiding in de Ketelmakerij zijn resten aangetroffen van een scheepshelling en een scheepsloods, in de vorm van houten balken, palen en een gemetselde poer. Op basis van historisch kaartmateriaal kan worden aangenomen dat de resten uit de 19e eeuw dateren. Zij behoren tot een gebouw dat onderdeel heeft uitgemaakt van de Rijkswerf Willemsoord.
Er zijn mogelijk ook resten aangetroffen van de Buiten Sluis Sloot, een ontwateringskanaal daterend van vóór de aanleg van de Rijkswerf. Er wordt geadviseerd met betrekking tot de resultaten van het onderzoek contact op te nemen met de bevoegde overheid. Onderzoeksmelding 5154462100: De Archeologische Begeleiding behelsde het toezicht houden op het uitgraven van de vloer in de twee loodsen en het uitgraven van een liftschacht. Het onderzoeksgebied heeft een oppervlakte van ca. 8200 m² en was vóór de sloop in gebruik als marine loods. Het gebied ligt in het voormalige marine terrein Willemsoord en wordt begrensd door loodsen aan de westzijde, jachthaven Willemsoord in het noorden, kanaal “het boerenverdriet” in het oosten en een kanaal in het zuiden. Tijdens de begeleiding zijn enkele sporen aangetroffen waarvan het vermoeden bestaat dat deze bij de oorspronkelijke bouw uit de 19e eeuw horen (Willemsoord 66). De meeste ‘sporen’ bestonden echter uit betonnen bakken en kelders die in verband gebracht kunnen worden met de meest recente fase van gebruik van de loodsen in de 20e en 21e eeuw. Onderzoeksmelding 2405079100: Bij het veldonderzoek zijn geen archeologische waarden of archeologisch gezien interessante bodemlagen aangetroffen.
De archeologische verwachting voor het plangebied ging uit van de mogelijke aanwezigheid van waarden en resten uit de Steentijd in de top van het pleistocene zand. Dit dekzand is in geen van de boringen (tot 6 m -mv) aangetroffen. Dit houdt in dat bij de ontwikkeling geen rekening hoeft te worden gehouden met waarden uit deze periode. De bodemlagen die waarden uit de daarna komende Bronstijd zouden kunnen bevatten, zijn aangetast, deels of geheel geërodeerd. Het waargenomen veen is niet veraard en bevat vaak rietresten, wat op zichzelf wijst op een zeer nat milieu, dat feitelijk ongeschikt is voor menselijke bewoning. Hetzelfde geldt voor de bodemlagen daarboven, kwelder- en wadafzettingen die doorlopen tot aan de tijd van de bedijking van het gebied.
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2844 Projectnummer: 51009132 07-04-2025
Versie: C1
Document referentie: NL25-648800269-130973
30/46
Wat nog wel overblijft, is de mogelijkheid op het voorkomen van archeologische waarden en resten in de bovenste meter(s) die te maken hebben met de inrichting en het gebruik van het gebied als Rijkswerf vanaf de vroege 19e eeuw. Hoewel geraadpleegde bronnen hier weinig over zeggen, kan hierover echter geen volledig uitsluitsel worden gegeven. Vanwege het mogelijk voorkomen van archeologische waarden in de bovenste meter(s) zou het aan te bevelen zijn van een archeologische begeleiding bij de graafwerkzaamheden voor de ondergrondse bouwdelen uit te gaan (zie onderzoekmelding 2430197100). Onderzoeksmelding 2430197100: Tijdens de archeologische begeleiding in de Ketelmakerij zijn resten aangetroffen van een scheepshelling en een scheepsloods, in de vorm van houten balken, palen en een gemetselde poer. Op basis van historisch kaartmateriaal kan worden aangenomen dat de resten uit de 19e eeuw dateren. Zij behoren tot een gebouw dat onderdeel heeft uitgemaakt van de Rijkswerf Willemsoord. Er zijn mogelijk ook resten aangetroffen van de Buiten Sluis Sloot, een ontwateringskanaal daterend van vóór de aanleg van de Rijkswerf. Met betrekking tot de resultaten van het onderzoek contact is reeds contact opgenomen met de bevoegde overheid.
2.3.4
Gebouwde rijksmonumenten
Het Rijksmonumentenregister bevat gegevens van alle rijksmonumenten van Nederland. Dat zijn monumenten die van nationale betekenis zijn. In het Archeologisch Informatiesysteem (Archis) staan binnen het plangebied geen rijksmonumenten. Binnen het onderzoeksgebied staan eenendertig rijkmonumenten (Tabel 2-5, bijlage 6). Tabel 2-5.
rijksmonumenten in het plan- en onderzoeksgebied
Monumentnummer
Complex
Datering
Waarde
508487
Verkeersbrug "Postbrug"
1933
Algemeen belang: cultuur- en architectuurhistorisch
21388
Rooms-Katholieke Kerk
1840
Algemeen belang
508489
Vrijstaand pand
1860
Algemeen belang: cultuur- en architectuurhistorisch
21387
Fors pand onder omlopend schilddak
1851
Algemeen belang
508488
Gedenkteken: "Monument voor het Reddingwezen"
1934-1935
Algemeen belang: cultuur- en architectuurhistorisch
527642
Duitse telefoonbunker / verbindingspost met aangebouwde tobruk
1941-1943
Algemeen belang: cultuurhistorie, stedenbouwkunde, architectuurhistorie, militaire historie en relatieve zeldzaamheid